Tussen vraag en algoritme
Ik zat laatst in een discussiepanel, we spraken over AI en kwaliteit in het hbo. Ik denk sindsdien veel na over de rol die AI in moet nemen in curricula, maar ook al inneemt in het algehele leven van mijn studenten.
Ik kan altijd vrij makkelijk en open praten met mijn studenten over hun studie. Deze week vroeg een student mijn advies over zijn interacties met AI. Hij vertelde hoe hij ’s avonds zijn ideeën hardop intikt. Hoe hij AI vraagt om tegenargumenten. Hoe hij zijn twijfels eerst daar neerlegt, voordat hij ze bij mij in de klas uitspreekt.
En ik snap het. AI wordt nooit moe. Zucht niet geïrriteerd. Oordeelt niet zichtbaar. Het geeft voor studenten een structuur aan chaos, zet gedachten recht, biedt houvast als ze vastlopen. Voor een generatie die gewend is dat alles direct beschikbaar is, voelt het bijna logisch dat ook zelfreflectie on demand is.
En dat laatstgenoemde schuurt.
Want wat gebeurt er als de eerste plek waar je je onzekerheid neerlegt geen mens is, maar een machine? Als het gesprek begint in een chatvenster en niet in een lokaal? Wat verliezen we dan? Of… is er ook wat te winnen?
Ik heb besloten meer in discussie te gaan met mijn studenten over onderwijs en leren, niet alleen met collega’s. Misschien is het helemaal niet mijn taak om die digitale beste vrienden van mijn studenten weg te duwen. Misschien moet ik juist vragen wat zij in die systemen vinden wat wij docenten, niet zien in het klaslokaal.
En misschien moet ik mijn studenten dan voorzichtig uitnodigen om dat gesprek ook beter te voeren in fysieke setting. Niet omdat AI geen goede sparringpartner kan zijn, maar omdat leren en volwassen worden uiteindelijk wel meer is dan gelijk krijgen van een algoritme.
Tim van Leeuwerden is docent bij Fontys International Business, waar hij onderwijs en technologie samenbrengt. In zijn columns zoekt hij naar de menselijke maat in een wereld vol rubrics, algoritmes en ambities.