Talent (of hoe we het woord vakkundig om zeep hielpen)
Wat ik dus niet snap, en soms snap ik dingen echt gewoon niet, is wat TGO (Talentgericht Onderwijs) nou precies is. En vooral: wat dat in hemelsnaam met talent te maken heeft.
Als docenten bijvoorbeeld moeten we “in ons talent” werken. Dat wordt ons met enige regelmaat verteld. Het klinkt prachtig. Warm. Mensgericht. Bijna alsof iemand echt heeft nagedacht over waar mensen goed in zijn. Tot je kijkt naar wat er daadwerkelijk gevraagd wordt.
We moeten breed inzetbaar zijn. Voltijd én deeltijd. Onderwijs, onderzoek, zakelijke dienstverlening, graag allemaal een beetje. Wendbaar. Flexibel. Inzetbaar waar nodig. En dan denk ik: hoe kan je in godsnaam overal inzetbaar zijn, wendbaar zoals dat heet én in je talent zitten?
Talent is toch juist datgene waarin je uitblinkt? Niet datgene wat je er nog “bij kunt pakken” omdat het rooster anders niet rondkomt. Wat hier “talent” wordt genoemd, lijkt verdacht veel op aanpassingsvermogen. Of misschien gewoon: beschikbaarheid.
En ondertussen verandert ook ons vak. We moeten minder uitleggen. Minder sturen. Vooral vragen stellen. Het leerproces laten ontstaan. Accepteren dat het rommelig is. Prima. Leren is rommelig. Maar wat er óók gebeurt, is dat expertise steeds meer iets lijkt waar je je bijna voor moet verontschuldigen. Leg niet te veel uit. Stuur niet te veel bij.
En vooral: corrigeer niet te inhoudelijk. Inhoudelijk corrigeren. Alsof je iets verkeerd doet door kennis serieus te nemen.
Sinds wanneer is het problematisch om studenten te helpen onderscheid te maken tussen wat klopt en wat niet klopt? Sinds wanneer is duidelijkheid een risico? En misschien nog wel de belangrijkste vraag: wie heeft eigenlijk bedacht dat dit “talentgericht werken” is?
Want als dit talent is, dan zijn we het woord volledig aan het leegtrekken. Verworden tot een containerbegrip waar alles in past, behalve datgene waar iemand (docent of student) echt goed in is. Misschien moeten we het eens omdraaien. Misschien moeten we niet alleen kijken naar de talenten van docenten en studenten, maar ook naar de talenten in het management. Welke talenten hebben ervoor gezorgd dat we nu in een systeem zitten waarin specialisatie verdacht is geworden, expertise voorzichtig ingezet moet worden, en iedereen vooral overal een beetje van moet zijn?
Dat is namelijk ook best een talent. Alleen niet eentje waar je als docent of student veel aan hebt.
Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Ethisch werken. Lees hier haar eerdere columns voor Bron.
Ja velen van ons voelen TGO als door de strot geduwd. En Ja en zijn veel collega's geweest die een poging hebben gewaagd het bespreekbaar te maken. Maar ik heb ook gezien dat dat vaak gebeurde vanuit weerstand, voordat zij zich eerst hadden verdiept in wat het nu inhoudt. Of uberhaupt vragen stelde. Weerstand is een sleutelwoord bij iedere innovatie is inmiddels mijn conclusie. En overigens moet je het voorbeeld van Zuid Frankrijk zien als mijn eerst reis er naar toe.... Het is een metafoor! Daarbij is het niet mijn bedoeling wie dan ook tekort te doen. Alleen kenbaar maken dat we meer ogen mogen hebben voor het proces. Ook vooraf. voor zowel de voor- als tegenstanders. juist om te voorkomen dat we tegenover elkaar komen te staan. De dialoog voeren met elkaar kan veel problemen oplossen. Dat is wat er vaak overgeslagen wordt. Daar wordt vaak geen tijd voor genomen, maar dat kun je heel goed organiseren. Maar dan moet het wel IEMAND doen. Hier ligt volgens mij een verantwoordelijkheid voor het MT en de directie. Anders wordt het inderdaad ervaren als door de strot geduwd te voelen.
Je geeft aan dat er in iedere klas wel getalenteerde zitten..... en de verborgen talenten dan?! Het Ontwikkelingsgericht werken is daar echt een mogelijkheid voor. En natuurlijk mogen we twijfelen. Dat heeft ook te maken met het kwetsbaar voelen en durven zijn. Mogen we dat nog? maar vooral.... is dat bespreekbaar?
Ook weer grappig dat je zegt dat hier een rol laat voor het MT/directie om de dialoog te faciliteren. Klopt, maar dat was nou net de partij die hard deuren aan het dichtgooien was. Nogmaals, mijn is door onze directeur letterlijk gezegd: "dit is de richting die we gekozen hebben, pas je daarop aan en anders weet je de deur wel te vinden".
Verborgen talenten? Ik sprak in ons vorige onderwijs uitgebreid met alle studenten om te kijken wat ze voor relevante dingen deden, waar hun passie lag en wat ze van mij nodig hadden. Als je dat goed doet zijn er geen verborgen talenten.
De grap is juist dat ik hier in het nieuwe systeem veel minder tijd voor heb, omdat ik allerlei onzin gesprekken moet hebben over zaken die 90% van de klas gewoonweg nog niet weet (hoe toon ik X aan), waarbij ik na 3 iteraties alsnog zelf kan invullen wat er mist. Die tijd besteed ik véél liever aan vakinhoudelijke passie, of aan wat de student van mij nodig heeft om dit voor hen verschrikkelijk moeilijke vak te halen.
Wow, briljant. Deze gesprekken hadden we bij de invoering van TGO moeten voeren. Stom zeg, dat we daar niet aan gedacht hebben!
Nu de realiteit: ik kan tientallen voorbeelden noemen van mensen die dat tot in den treuren geprobeerd hebben, en allemaal zijn ze weggewuifd. In mijn persoonlijke voorbeeld kreeg ik letterlijk de opmerking van onze directeur: "dit is de richting die we gekozen hebben, pas je daarop aan en anders dan weet je de deur wel te vinden." Er is niet geluisterd, de keuze was al gemaakt en men wilde alleen maar bevestiging horen van de briljante ideeën die men had.
TGO is bij iedereen door de strot geduwd. Slikken graag, en anders dan zout maar op. En dan nu aankomen met: had je commentaar toch vooraf gegeven... Natuurlijk.
Je colom is wat mijn betreft wat kort door de bocht. Laten we TGO eens van ALLE kanten bekijken. Het is veel meer dan wendbaar zijn.
Zojuist had ik het er met een collega nog over; wat doe jij als je met je gezin met de camper van Tilburg naar Zuid-Frankrijk wilt?
Dan plan ik de reis, zegt mijn collega. Niet dus. Je kijkt dan toch eerst wat je nodig hebt om te kunnen vertrekken...... En dat is precies zoals TGO bedoeld is. Wat heeft de student nodig om zich met zijn/haar talenten verder te kunnen ontwikkelen. EN dat vraagt wat van de professional die de student begeleidt. Hoe vaak ik niet goede inhoudelijke gesprekken voer rondom de Leeruitkomsten. Ik kan daar al mijn expertise (praktijk)ervaring in kwijt. DAT vraagt wendbaarheid. Dat vraagt om te kunnen meebewegen. Niet anticiperen op wat WIJ vinden dat de studenten nodig hebben (inhoud en kennis) maar wat de student nodig heeft met hun talenten als vertrekpunt i.r.t. wat de student nodig heeft voor zijn toekomstige beroep en zijn/haar professionaliteit. Ik kan je zeggen dat het een genot is om zo te werken. Maar het vraagt ook echt iets van ons als professionals en begeleiders. waarom zijn wij ook nu weer bezig uren en plaatjes te vullen i.p.v. na te denken hoe wij onze studenten kunnen inspireren. TEDTALKS, een hele week workshops m.b.t. inhoudelijke thema's. lieve mensen denk ik mogelijkheden en kom uit die weerstand. daar is niemand bij gebaat. zeker de student niet. die studenten vragen houvast en wij kunnen die geven.... niet door TGO in twijfel te trekken, maar ze mee te nemen in wat voor hun betekenisvol is voor hun ontwikkeling van TALENTEN!c.
Wat is precies het probleem van TGO in twijfel trekken? Dat is toch precies wat je hoort te doen als professional: durven te twijfelen en verbeteren wat niet werkt? In tegenstelling tot bijna religieus vasthouden aan de gedachte dat we alles al weten en dat 1 methode perfect is en de rest slecht...
Afijn, inhoudelijk. De vergelijking met jouw reis naar Zuid-Frankrijk gaat wat mij betreft niet helemaal op. Het is immers zeer waarschijnlijk niet de eerste keer dat je op vakantie gaat, dus je kunt daar afgaan op ervaring die je al hebt.
Maar wat nou als je iets (voor jou) compleet nieuws moet gaan doen? Hoe bereid je je daar op voor? Inderdaad: dat vraagt wat van de professional die de student begeleidt. Die is een groot deel van hun tijd kwijt aan allemaal dezelfde gesprekjes, allemaal tijd die niet besteed kan worden aan inhoudelijke begeleiding van de student. Waardoor het niveau keldert. Ik heb veel contact met professionals in het werkveld, wat ik daarvan hoor? Dat studenten steeds meer praten als een politicus: in elke zin een paar moeilijke woorden, maar als je doorvraagt is de hoeveelheid kennis ver te zoeken. Dat was 10 jaar geleden echt veel beter.
Ik vind het helemaal geweldig dat jij deze manier van werken fantastisch vindt. Wat ik in mijn omgeving zie is dat de docenten die enorm door studenten gewaardeerd worden, in hun woorden: daar leren we tenminste iets van, veel moeite hebben. Ze willen namelijk die student voorbereiden op het bedrijfsleven, maar zijn een steeds groter deel van hun tijd kwijt aan onzin gesprekjes. Daarnaast zien ze dat de hoeveelheid basiskennis tot bijna nul is gedaald. Veel van die docenten vallen uit of vertrekken. Dat is doodzonde.
En als we het hebben over talenten: in elke klas heb je een paar echte talenten zitten, mensen die autodidact zijn of maar heel weinig extra's nodig hebben om dingen te leren. Die studenten kunnen prima overweg met TGO, als onderwijs professionals hebben we echter ook een verantwoordelijkheid naar die andere 90% van de klas.
Als (oud-)collega zie je om de 5-7 jaar de volgende hype voorbij komen, bedacht door ambitieuze managers, die los van de werkelijkheid denken het wiel opnieuw te moeten uitvinden.
En als je daar vragen over stelt, na 35 jaar onderwijs, ben je ineens lastig en ‘ snap je het niet’. Ik snap echter heel goed dat het onderwijs van mijn wordt afgenomen, expertise vooral ook, ten behoeve van…..bezuinigingen. Zo, dat lucht op!
Wat mij betreft kan TGO studenten helpen om niet alleen opdrachten “af te vinken”, maar na te denken over vragen als: waar ben ik goed in? welke rol pak ik vanzelf in een team? waar krijg ik energie van? waar moet ik juist bewust in groeien? hHoe bewijs ik mijn ontwikkeling?
En ook voor de docent.
De ene docent is sterk in inhoudelijke diepgang. De ander in coaching. Een derde in praktijkverbinding. Een vierde in toetsing of curriculumontwerp. Als je TGO serieus neemt, zou je dus juist niet moeten zeggen: iedereen moet alles kunnen. maar meer: organiseer het team zo dat verschillende docenttalenten elkaar aanvullen.
Verschillen benutten, mensen inzetten op hun sterke kanten, expertises van docenten erkennen, studenten eigenaarschap geven, is voor mij allemaal TGO. En je hebt ook slecht TGO: studenten laten zwemmen, docenten reduceren tot coaches (ze moeten idd expert blijven, vind ik ook).
En in de huidige wereld van AI is het belanrijk dat de student richting kan geven, oordelen, kiezen, verantwoorden, combineren en verbeteren. Talent wordt dan nog veel belangrijker omdat AI de standaardvaardigheden egaliseert.
In de literatuur bestaan talloze definities: Vroeger bijvoorbeeld als iets statisch dat je erft (Galton, 1869). Of vanaf de jaren ‘70 een multidisciplinair ontwikkelbare vaardigheid (Heller, Perlet & Keng Lim, 2005; Wu, 2005). Of de definitie van Gagné uit 1985 die de grens trekt tussen begaafdheid en talent (Feldhusen, 2005).
OCW beschouwt talent als cognitieve intelligentie die ontdekt moet worden, met als doel excelleren (OCW, 2011), terwijl anderen de nadruk leggen op de ontwikkelbaarheid van talent (Geert & Steenbeek, 2008; Tjepkema, 2010).
Sommige definities hanteren een normatieve grens (de beste 10%) terwijl andere definities juist de breedte voor iedereen benadrukken (Renzulli, 2005).
Fontys gebruikt de term talent zonder visie of dit te definiëren. Uit het taalgebruik in de kaders blijkt ook dat er geen consensus is, maar het lijkt er wel op dat Fontys talent multidisciplinair benadert en in retrospect beschouwt. Fontys lijkt in te zetten op het ontdekken van aanleg of reeds ontwikkelde talent, en legt geen nadruk op het systematisch ontwikkelen ervan:
“Fontys helpt studenten ontdekken waar hun talenten liggen en hoe zij zich binnen hun beroepsopleiding kunnen profileren in hun vakgebied.” (Fontys kader TGO p.1).
Daarbij wordt TGO inderdaad als synoniem gebruikt voor flexibel onderwijs:
“In onze onderwijsomgeving kan iedereen een eigen weg vinden, passend bij behoeftes en mogelijkheden.”
En het gevaar daarvan wordt haarfijn beschreven door Henk. Het lijkt er inderdaad op dat we alleen roepen dat we inclusiviteit en diversiteit belangrijk vinden – dit zien we namelijk niet terug in de ontwerpkeuzes, kaders of uitvoering.
We roepen vaak dat we Diversiteit en Inclusiviteit belangrijk vinden. Maar wat we hier feitelijk doen is precies het tegenovergestelde. Er is maar een heel smal segment van onze studentenpopulatie die aan het ideaalbeeld voldoet, voor alle anderen – en dan heb ik het nog niet eens gehad over neurodiverse studenten of studenten met een andere culturele achtergrond - is er kennelijk geen plek in ons onderwijs? Ik mag toch hopen van niet. Maar als dat wel zo is moeten we ook eerlijk zijn en een strenge selectie toepassen aan de poort, dit bijvoorbeeld aan de hand van bovengenoemd profiel en testprogramma.
Maar wat dat betekent voor onze instroomcijfers? Dat mag u zelf invullen…