Stages niet divers genoeg: obstakels bij zoektocht én afronding
Stagelopen zou een springplank naar de arbeidsmarkt moeten zijn. Toch verandert die springplank voor veel studenten met een fysieke beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid nog te vaak in een hindernisbaan. Gelijke kansen blijken in de praktijk geregeld te stoppen bij de deur van het klaslokaal.
Dat is precies de reden waarom het Expertisecentrum Inclusief Onderwijs (ECIO) een handreiking met tien aanbevelingen deelde om stages inclusiever te organiseren. De handreiking kwam tot stand in samenwerking met onder meer Fontys Hogeschool, Hogeschool Windesheim, Inholland, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Hogeschool Utrecht en de Landelijke Studentenvakbond. De boodschap is helder: gelijke kansen stoppen niet bij de deur van het klaslokaal, maar gelden ook op de werkvloer.
Nog altijd drempels
In de praktijk ervaren studenten met een ondersteuningsbehoefte nog regelmatig obstakels bij het vinden én afronden van een stage. De ECIO-handreiking biedt daarom concrete handvatten voor onderwijsinstellingen en stageorganisaties. Zo wordt geadviseerd om kennismakingsgesprekken anders in te richten: focus op talenten en sterke punten zodat studenten zich veilig voelen om hun ondersteuningsbehoeften te bespreken.
Ook pleit het ECIO voor duidelijke communicatie over doelen, verwachtingen en beoordelingscriteria. Daarnaast helpt het als opleidingen een overzicht bieden van inclusieve stageplekken. Toegankelijke informatie, bijvoorbeeld in begrijpelijke taal of met ondertiteling, is daarbij essentieel.
Van intentie naar uitvoering
Marlou Heskes, programmamanager bij Career Jumpstart, was betrokken bij het aanscherpen van de aanbevelingen. Volgens haar zijn de aanbevelingen inhoudelijk sterk, maar ontbreekt het in de praktijk nog vaak aan handelingskennis. “Je kunt wel aanbevelingen doen, maar als je niet weet hoe het bij de studenten werkt, dan wordt het moeilijk.” Werkgevers hebben volgens haar vaak wel de intentie om inclusief te zijn, maar vragen zich af hoe.
Ze ziet dat inclusie nog te weinig wordt verankerd in beleid. “Aan de buitenkant zeggen ze: ja, we willen graag. Maar in werkelijkheid moet er echt nog veel gebeuren. Bijvoorbeeld een mentor aanstellen of leidinggevenden meenemen. Van intentie naar daadwerkelijk doen, dat vinden bedrijven vaak nog lastig.”
Daar speelt ook het zogenoemde ‘double empathy problem’ een rol. Communicatie is geen eenrichtingsverkeer: “Het wordt vaak neergelegd bij de student: jij moet je aanpassen. Maar het is ook mijn probleem als ik iets niet duidelijk uitleg. Het gaat om een wisselwerking.”
Flexibiliteit als sleutel
Een terugkerend thema in de aanbevelingen is flexibiliteit. Veel stagevacatures vragen standaard om ‘uitstekende communicatieve vaardigheden’ of een werkweek van veertig uur. Volgens Heskes zijn zulke functiecriteria vaak geschreven vanuit een neurotypisch perspectief. “Wat is uitstekend?” vraagt ze zich af.
Ook werktijden verdienen aandacht, vindt Kyara, vierdejaars student Toegepaste Psychologie. Zij heeft neurodivergentie. “Ik ben een echt nachtdier. Mijn energielevels variëren door de dag heen en mijn slaap- en waak ritme past niet altijd in het 9 tot 5 systeem.” Een opbouw in uren of flexibele werktijden kan volgens haar een goed startpunt zijn.
Verder benadrukt de student ook dat goede begeleiding van belang is. “Mijn stagebegeleider vroeg mij wat ik nodig had en die focus maakte voor mij het verschil." Waar spreken voor groepen eerder een drempel was voor haar4, groeide ze uiteindelijk door in haar rol. Samen met Heskes sprak ze voor een volle zaal tijdens een bijeenkomst van de Nederlandse Vereniging voor Autisme. “Ik kreeg daarna van allerlei mensen te horen dat ik echt goed gesproken had. Voorheen meldde ik me altijd ziek.”
Volgens Heskes laat dit zien wat er mogelijk is als de begeleiding goed aansluit bij de student. “Als je in het begin van de stage veel investeert in duidelijkheid en begeleiding, dan maakt dat echt heel veel goed.” Kyara vult aan: “Je wil je veilig voelen. Als de basis goed is, dan weet je waar je kunt aankloppen.”
Begeleiding bij het zoeken
Ook vanuit studentenvoorzieningen wordt het belang van begeleiding onderschreven. Studentendecaan Pieternel Brughuis-van der Sterren ziet dat er nog genoeg te winnen valt: “Wat opvalt is dat studenten vaker niet dan wel begeleid worden bij het zoeken naar een stage." Voor iedere student kan solliciteren spannend zijn, maar voor studenten met bijvoorbeeld autisme of een chronische aandoening spelen extra vragen mee. “Studenten vragen zich bijvoorbeeld af: wat als ze me niet aannemen als ik vertel dat ik psychisch kwetsbaar ben?”
foto boven: Kyara en Marlou Heskes
Zijn er aanpassingen nodig rondom een stage? Op Fontys Helpt kun je als student een afspraak maken met een studentendecaan van Fontys.