Eindhoven,
24
april
2018
|
11:16
Europe/Amsterdam

Poolse pubers uit beeld

Lectoraat onderzoekt integratie Poolse gezinnen in Nederland

Poolse kinderen gaan naar een eigen weekendschool, zitten op eigen (sport)clubs en zijn net als hun ouders uitermate trots op de tradities uit hun vaderland. “Die Poolse roots is hun beschermjas”, zegt Fontys-docent Andrea Schrauwen. Samen met collega-docent Gerben van Eeuwijk deed zij een verkennend onderzoek over de integratie van Poolse gezinnen in Nederland.

door Petra Merkx
In Nederland wonen naar schatting 32.000 Poolse kinderen en jongeren tot 20 jaar. Precieze getallen zijn er niet, want niet alle in Nederland wonende Poolse kinderen staan ingeschreven. Schrauwen en Van Eeuwijk waren nieuwsgierig naar hoe het met deze kinderen gaat. Gerben van EeuwijkZeker toen zij het televisieprogramma over Fort Oranje in Rijsbergen zagen en de erbarmelijke omstandigheden waaronder migrantenkinderen daar woonden.

“Het was de aanleiding voor ons onderzoek, maar uiteindelijk zijn we een andere kant opgegaan. Op Fort Oranje woonden eigenlijk niet veel Poolse kinderen, maar vooral kinderen uit andere Oostbloklanden, zoals Roemenië.” De twee onderzoekers van het Fontys-lectoraat ‘Diversiteit in orthopedagogisch handelen’ besloten om een case study te maken naar de integratie van Poolse gezinnen in Midden- en West-Brabant, waar van oudsher veel arbeidsmigranten wonen, onder meer vanwege de aardbeien- en aspergeteelt.

Sleutelfiguren
Ze spraken met zeven sleutelfiguren uit de Poolse gemeenschap: van de weekendschool, een uitzendbureau, een goede doelenstichting en een pastor. Ze bezochten ook een Poolse kerstviering, waar ze met ouders spraken. De onderzoekers kwamen er onder meer achter dat Polen niet meer zo katholiek zijn, als het lijkt: “De Poolse pastor die we spraken vertelde dat Polen net als Nederlanders nog maar weinig naar de kerk gaan. Ze vieren daarentegen wel massaal de traditionele, katholieke, feesten.”

De aanname dat de Poolse cultuur is gebaseerd op pijlers werk, netwerk en kerk, hebben ze daarom bijgesteld. Ze veranderden het woord ‘kerk’ in ‘roots’. “En die roots, dat is hun beschermjas”, zegt Schrauwen. “Ze knippen het draadje eigenlijk nooit door en blijven vaak ook op en neer pendelen tussen Nederland en hun vaderland.” Maar ook al zijn de Polen Andrea Schrauwengericht op hun eigen gewoonten en cultuur, het staat integratie niet per se in de weg, vinden Schrauwen en Van Eeuwijk. “Een taaldocent vertelde ons dat van al zijn leerlingen, de Polen het beste bij Nederland passen. Je ziet dan ook veel binationale huwelijken”, aldus Van Eeuwijk.

Valkuil
Maar de hang naar behoud van eigen tradities en het steeds teruggaan naar Polen, is ook een valkuil. Kinderen worden opgevoed met het idee dat ze niet hoeven te integreren. Wat dit voor gevolgen heeft voor deze kinderen, kunnen de onderzoekers niet zeggen. De Poolse kinderen tot 12 jaar lijken zich goed te redden. Als ze op een camping wonen, hebben ze het wel wat moeilijker, omdat ze zich dan buitengesloten kunnen voelen.

Aandachtspunt zijn volgens de onderzoekers met name de pubers. “Vooral als zij hier pas later kwamen, hebben zij vaak last van heimwee en ze missen hun vrienden. Ons schoolsysteem is ook anders, daar moeten ze aan wennen”, aldus Schrauwen. Wat het bovendien lastig maakt: ze raken uit beeld, ook voor de Poolse sleutelfiguren die de onderzoekers spraken. Mede doordat ze niet meer naar de weekendscholen gaan en op de middelbare school andere vrienden maken buiten het zicht van hun ouders.

Lesprogramma’s
Het ‘verkennend onderzoek’ van het lectoraat is in januari afgerond en Schrauwen en Van Eeuwijk zijn nu bezig de laatste bevindingen op papier te zetten. “Wat we hebben geleerd kunnen we verwerken in onze lesprogramma’s en het kan voor studenten aanleiding geven voor eigen (afstudeer)onderzoek”, zegt Van Eeuwijk. “Met name hoe het gaat met de Poolse puber zou een interessant vervolgonderzoek zijn.”

Onderzoek in het hbo

Het lectoraat ‘Diversiteit in orthopedagogisch handelen’ valt onder Fontys Hogeschool Pedagogiek. Yolande te Poel is de lector. Onder haar hoede verrichten docenten onderzoek en ontwikkelen werkwijzen en methodieken die bijdragen aan een positieve ontwikkeling van kinderen en jongeren met een niet-westerse achtergrond in Nederland, bedoeld voor de jeugdzorg en jeugdhulpverlening.