Eindhoven,
25
november
2019
|
13:41
Europe/Amsterdam

Paul Venner bedacht de wereldwijd gebruikte Aquabag

Voormalig Sportkunde-student Paul Venner combineert zijn baan als prestatiemanager bij de Koninklijke Nederlandse Honkbalbond met het verspreiden van een innovatieve trainingsmethode – de Aquabag - die inmiddels wereldwijd wordt toegepast. “Je intuïtie volgen is belangrijker dan een vast curriculum.”

‘Volg je interesse’- zie hier de voornaamste les die hij de huidige Fontys-student wil meegeven. “In je studietijd ben je met van alles bezig, zowel qua opleiding als privé. Soms verdwijnt misschien de focus... Maar als je intuïtief je interesses blijft volgen, heb je in elk geval die houvast. Bovendien doe je dan vanzelf dingen die je leuk en belangrijk vindt.”

Dat is overigens een pad met hobbels, weet Venner (31) uit ervaring. “Tijdens mijn studieloopbaan botste ik soms met wat het curriculum wilde. Foto: Charlotte GripsZo las ik vaak andere literatuur dan werd voorgeschreven. Maar zodra docenten merkten dat ik op sommige punten verder was dan medestudenten, draaiden ze wel bij.”

Autoband en pvc-buis
Dat intuïtieve volgen van interesses deed de bewegingsspecialist al vroeg. Als kind, opgroeiend op een melkveebedrijf in het Limburgse kerkdorp Baexem, was er qua sport weinig te kiezen. “Ja, voetbal… Maar ik vond conditietraining in het bos leuker.”

Zodoende hield Venner zich urenlang zoet met een bootcamp avant la lettre: “Ik genoot ervan te experimenteren met nieuwe trainingstools. Daarbij gebruikte ik alles wat voorhanden was, van stukken pvc-pijp tot een kapotte autoband.”

Ook de coach in hem werd vroeg aangeboord: “Vanaf mijn dertiende trainde ik jonge pupillen bij een atletiekvereniging in het naburige dorp. Daarnaast is mijn moeder orthopedagoog en heeft een zorgboerderij voor kinderen met autisme of ADHD. Ook met hen ging ik buiten sporten. Naast het positieve effect van bewegingsvormen, leerde ik hoe belangrijk het is om helder te communiceren en consequent te zijn als coach.”

Stromend water
De gang naar Fontys Sporthogeschool was een logische. Daar viel de gedreven Sportkunde-student al snel iets op: “De theorie benadrukt continu het belang van variatie in bewegen en hoe je lichaam zich daaraan aanpast en sterker wordt. Maar als ik tijdens stages rondkeek in een krachthonk of bij de fysiotherapeut, was iedereen altijd maar bezig met dezelfde eentonige oefeningen.”

Die eentonigheid, het gebrek aan bewegingsvariatie in de praktijk, ligt ten grondslag aan Ultimateinstability, het bedrijf van Venner, die na zijn afstuderen bij Fontys Sporthogeschool nog een master volgde in Londen. “Ik zocht naar een trainingsmethode die uitging van verandering, in plaats van herhaling. Het aha-moment kwam toen ik dacht aan stromend water, dat vrij beweegt en steeds andere vormen aanneemt.”

Zo ontstond de Aquabag, een cilinder die je (deels) vult met water en dan als beweeglijk gewicht gebruikt. “Zodra je beweging ietsjes afwijkt, reageert de watermassa. Omdat je lichaam steeds moet inspelen op zulke ‘verstoringen’, train je gericht je aanpassingsvermogen.” Het concept komt bovendien dichter in de buurt van wedstrijdsituaties, waarin een sporter ook nooit twee keer achtereen dezelfde beweging maakt.

Mens en paard
Inmiddels vinden de Aquabag (en afgeleide producten) wereldwijd aftrek. “In de Amerikaanse basketbal- en honkbaltop wordt ermee gewerkt, net als bij Ajax en Feijenoord. Ook in verschillende Olympische programma’s van NOC*NSF zie je ze terug. Zo sprak ik laatst een damesturncoach die het Hydrovest (een op het bovenlichaam afgestemd harnas, waaraan de Aquabag bevestigd kan worden, red.) gebruikt op de evenwichtsbalk. Er lopen zelfs al toppaarden rond met een zak water op hun rug.”

In fysiotherapie en geriatrie is de vinding al even relevant. “Voor ouderen wordt de Aquabag gebruikt in bijvoorbeeld valpreventie. Ook daar is het zaak dat het lichaam onverwachte bewegingen meteen compenseert.”

Profcontracten
Met zijn innovatieve denkkracht en de drive om het onderste uit de kan te halen stapte Venner in 2011 de honkbalwereld binnen, waar hij opklom tot Head of Athletic Performance bij de Koninklijke Nederlandse Honk- en Softbalbond (KNBSB). “Ik ben verantwoordelijk voor de opleidingsvisie rond honkbaltalenten en maak gerichte trainingsprogramma’s waarin verschillende disciplines - kracht- en techniektraining, maar ook fysiotherapie en voeding - zo goed mogelijk matchen.”

Het leidde tot meer professionalisering in het internationaal gezien toch al goed aangeschreven Nederlandse honkbal. “Waar de nationale jeugdspelers aanvankelijk twee à drie keer per week samen trainden, is er nu een fulltime-opleiding met wekelijks negen sessies.”

Dat het Foto: Charlotte Gripsprogramma vruchten afwerpt, blijkt uit het groeiend aantal talenten dat een studiebeurs of profcontract krijgt in de Verenigde Staten, nog altijd het honkbalmekka. “Vroeger gebeurde het ééns per twee jaar dat een Nederlandse jongen bij een Major League Baseball-club terechtkwam. In 2017 was het al een half dozijn. Niet slecht voor een klein land met relatief weinig honkballers.”

Maakt het voor Venner - die bij NOC*NSF eerder werkte met voetbalsters, zwemmers en dressuurruiters - verschil welke atleten hij onder handen heeft? “Eigenlijk niet. Iedereen gebruikt zijn of haar lichaam als instrument. Wat het verschil uitmaakt is de context waarin dat gebeurt. Het beweegpatroon en de spelsituatie: heb je bijvoorbeeld te maken met een individuele of teamsport? Zo merk je al snel dat zwemmers super-gefocust zijn, terwijl sommige voetballers vooral balverliefd zijn en minder gepassioneerd in het krachthonk.”

Altijd buiten
Weer terug naar de boerderij in Baexem, waar Paul al vroeg de coach en de (innovatieve) bewegingsdeskundige in zichzelf ontdekte. Er is nog een spoor dat die plek in zijn huidige werk heeft nagelaten. “Ik was daar altijd buiten. Ook de natuur, met haar wisselende seizoenen en omstandigheden, is een sterke drijfveer.”

Daarom stichtte Venner samen met zijn echtgenote de Sustainable Athlete Foundation, die tot doel heeft het aspect duurzaamheid onder de aandacht te brengen van topsporters. “Veel atleten zijn puur bezig met presteren op korte termijn en negeren de wereld om zich heen. Wij zeggen juist: ‘Je kunt niet optimaal presteren op een ongezonde en uitgeputte planeet’.”Op het erf van de boerderij in Baexem voegt Venner de daad bij het woord: “Voor elke Aquabag of aanverwant product dat we verkopen, planten we een boom. Zo ontstaat in de loop van jaren een nieuw bos.” Nemen én geven dus.

Volgens Paul zien we al de eerste tekenen dat ook de soms oogklepperige topsportsector open staat voor verandering. “Zo moeten de Olympische Spelen van Parijs in 2024 de meest duurzame ooit worden. Het is essentieel dat die andere mindset er komt, alleen al omdat topsporters zulke geweldige rolmodellen zijn.” [Frank van den Nieuwenhuijzen]

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.