door Hoger Onderwijs Persbureau/Noé van Beek,
22
januari
2026
|
11:28
Europe/Amsterdam

Niet naar college, wel een bijbaan

Ze werken naast hun opleiding en de collegezalen zijn opvallend leeg: studenten doen steeds minder voor hun studie. "Het is moeilijk balanceren.” 

Tweedejaars student Glenn aan Social Studies, bouwt en installeert computers. “Vanwege mijn schoolrooster is het steeds moeilijker om mijn werk te combineren met de studie, ik heb al vier à vijf weken niet kunnen werken.” 

Stephan volgt een masteropleiding voor eerstegraads wiskundedocent, daarnaast is hij werkzaam als docent. “Ik sta nu als tweedegraads docent voor de klas, en die combinatie met school hakt er soms wel in.”

De twee Fontysstudenten zijn geen uitzondering. Van alle 325 duizend bachelorstudenten aan universiteiten en hogescholen heeft 62 procent inkomsten uit een bijbaan, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS. Steeds meer mensen maken zich zorgen, want bijbaantjes gaan ten koste van studeren. Ook zijn er aanwijzingen dat studenten steeds minder in de les komen opdagen. Hoe valt het tij te keren? 

Veel uren
Hbo-studenten werken iets meer uren dan hun wo-collega’s. Vaak gaat het om één of anderhalve dag in de week (44 procent van alle bijbaantjes), maar een bijna even grote groep hbo’ers werkt tussen de 12 en 35 uur. Zo is ook het geval bij masterstudent Stephan. “Ik denk dat ik iedere week gemiddeld zeventien uur per week voor de klas sta. Zelfstudie doe ik altijd in het weekend, zo’n zeven uur per week.”

Eén op de acht werkende hbo’ers heeft zelfs een fulltime baan naast de studie. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan ouderejaars die alleen nog hun eindopdracht moeten afmaken en al een echte baan hebben gevonden. 

© HOP. Bron: CBS.

Universitaire studenten hebben ongeveer even vaak een baantje als de hbo’ers, maar ze werken meestal minder: 60 procent draait maximaal twaalf uur per week. Er zijn in de wo-bachelor ook nauwelijks studenten die fulltime werken. Dat laatste doen ze overigens wel in de masters: 18 procent. Kennelijk schrijven ze de scriptie dan in de weekenden en avonduren, naast een volledige werkweek. 

© HOP. Bron: CBS.

Minder uren studie
Natuurlijk heeft al dat werk gevolgen voor de studie. Zo geeft ook Jan aan, student aan Fontys Digital Business Concept. “Ik werk ongeveer zestien uur per week bij een freelance platform. Mijn studie heeft daar wel vaker onder geleden”, vertelt hij. 

Cijfers van de jaarlijkse Studentenmonitor bevestigen dit: als studenten een vaste bijbaan hebben, besteden ze minder tijd aan studeren. 

© HOP. Bron: Studentenmonitor 2024, ResearchNed. Voltijd wo en hbo.

Hier komt bij dat studenten naar eigen zeggen steeds minder tijd aan hun opleiding besteden. Hier en daar breekt paniek uit door de komst van ChatGPT en andere AI-programma’s, waarmee studenten hun schrijfopdrachten zouden maken. Dat is op zich logisch, maar de ‘studeercrisis’ is al eerder begonnen. 

In 2018, ruim voor de doorbraak van AI, was 60 procent van de hbo’ers (naar eigen zeggen) meer dan 30 uur per week met de opleiding bezig: colleges, werkgroepen, zelfstudie enzovoorts. Maar hun inzet kalft af. In de laatste cijfers (2024) blijft het percentage nog maar net boven de 50. 

60 studiepunten
Eigenlijk is het gek dat studenten zoveel uren naast hun opleiding werken. Studies zouden in principe 40 uur in de week moeten kosten. Daar is het aantal studiepunten ook op gebaseerd. Toch melden enkele hogescholen op hun websites dat een bijbaan prima kán. 

Een bijbaan is zo gebruikelijk geworden dat studenten eisen stellen aan hun opleiding: die moeten zich een beetje flexibel opstellen, vinden ze. Zo stelt ook Fontysstudent Jan: "Mijn studie heeft er problemen door opgelopen, maar dat geldt ook voor mijn werk. Het werkt twee kanten op.”

Verplichte aanwezigheid
Met een overvloed aan bijbaantjes en steeds minder studietijd kun je één ding op je vingers natellen: studenten slaan weleens een college of werkgroep over. Zeker als ze geen aanwezigheidsplicht hebben. 

Izaak Dekker, onderzoeker bij de Hogeschool van Amsterdam, analyseerde de opkomst bij zeven HvA-opleidingen die het bijhielden. Zij noteerden een gemiddelde aanwezigheid van slechts 30,6 procent, inclusief de verplichte uren. “Dit betekent dat er gemiddeld maar negen studenten zitten, terwijl een docent er dertig verwacht.” Anders gerekend: een student komt maar naar drie van de tien colleges. 

Is dit overal zo? Fontysstudent Jan herkent het ook bij medestudenten. “Ik zie dat vrijwel iedereen moeite heeft met de combinatie tussen werk en school. Het lijkt alsof iedereen te weinig tijd heeft voor de studie en dat merk je ook in de lessen.”  

Vrijwel iedereen in het hoger onderwijs kent waarschijnlijk de verhalen over halflege collegezalen, maar harde cijfers zijn er niet of nauwelijks. De aanwezigheid wordt zelden bijgehouden, in elk geval niet centraal. 

Blinde vlek
Onderzoeker Rick Ikkersheim (Hogeschool Inholland) is gespecialiseerd in studiesucces. Hij noemt het gebrek aan harde cijfers een blinde vlek: “Het verhogen van die aanwezigheid is de kortste route naar een lagere uitval van studenten. Als je hiermee aan de slag wilt, dan moet je wel eerst weten hoe het nu met die aanwezigheid is.” 

Afwezige studenten zijn blijkbaar niet gemotiveerd, krijgt Ikkersheim te horen als hij hierover praat. Maar je kunt dit niet zomaar op studenten afschuiven, vindt hij. Je moet kijken wat er aan de hand is. 

Software
Er is hernieuwde aandacht voor aanwezigheidsplicht. Sommige universiteiten, zoals de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Leiden, stellen werkcolleges voor eerstejaars rechten verplicht en monitoren hun aanwezigheid met speciale software. Te vaak afwezig? De consequenties kunnen pittig zijn; in een uiterste geval volgt uitsluiting van het tentamen. 

Voorzitter Sarah Evink van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) heeft moeite met dit soort ingrepen: “Studenten zijn volwassen en hebben heus wel door wanneer ze er echt moeten zijn. En als het misgaat, leren ze daar ook weer van.” 

Omgekeerd wil ze ook niet zeggen dat de aanwezigheidsplicht verkeerd is. “Ik denk dat maatwerk belangrijk is en dat keuzes over aanwezigheid dicht bij de opleiding gemaakt moeten worden.” 

Dekker (HvA) is er na zijn onderzoek anders over gaan denken. Docenten lijden onder lege klassen en hebben minder plezier in hun werk. En studenten leren letterlijk minder. Dekker: “Docenten moeten bij vakken in jaar twee en drie veel stof herhalen, omdat er zo weinig kennis beklijft van het eerste jaar.” 

Inkomsten hard nodig
Wie vaak aanwezig is in de lessen, zeggen onderzoekers, valt minder vaak uit. Je weet alleen niet zeker hoe dat komt. Misschien doen deze studenten gewoon meer hun best en zouden ze het sowieso wel redden. Voor studenten voelen de lessen niet altijd cruciaal. 

GlennDaar komt bij dat voor studenten twee dingen samenkomen: het leven is duur en hun bijbaan is leerzaam. Social Studies-student Glenn legt uit: “Ik heb al een tijd niet kunnen werken, en ben nu zelfs op zoek naar een nieuwe bijbaan, ik heb toch geld nodig.” 

Ook Jan heeft de inkomsten hard nodig, legt hij uit: “Ik werk ongeveer drie keer in de week, maar het is moeilijk te balanceren.” Hij blijft zijn werk het liefste graag doen: “Ik werk bij een freelanceplatform, en dat is leerzaam. Ik heb het er naar mijn zin.”

Hoge kosten
Volgens het Nibud kost studeren (huur, boodschappen, collegegeld enzovoorts) bijna 1.200 euro per maand, terwijl de basisbeurs voor uitwonenden slechts 324 euro bedraagt. 

Een hbo-student verdient gemiddeld 833 euro per maand met werk en/of stage; een wo-student komt tot 690 euro. Bijna vier op de tien studenten heeft géén bijbaan; de vraag is hoe zij het dan redden. 

ISO-voorzitter Evink weet het wel: “Sommige studenten hebben het geluk dat hun ouders veel bijdragen. Anderen kunnen gewoon geen bijbaan hebben, zoals studenten geneeskunde. Zij zijn soms letterlijk van zeven uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds weg voor hun coschappen. Zij bouwen dan een hoge studieschuld op.” 

Uiteindelijk zegt 57 procent van de studenten makkelijk rond te komen (Nibud, 2024), maar een flinke groep heeft er moeite mee. Studentenorganisatie ISO pleit daarom voor een hogere basisbeurs van 530 euro. 

Blije werkgevers  
Moeten we dan maar accepteren dat studenten sowieso werken en minder tijd aan hun opleiding besteden? Werkgevers zullen er allicht niet om rouwen. Zij profiteren van de studenten als goedkope, flexibele schil in een krappe arbeidsmarkt. Veel studenten werken ook op onregelmatige tijden. 

StephanZowel Glenn als Stephan zou graag ruimte voor vaste werkdagen zien. Hun schoolroosters zorgen soms voor problemen in de planning, zo vertelt Glenn: “Ik heb een bijbaan, maar dat is een 9-tot-5 baan. Als ik een halve lesdag heb, dan ga ik snel door naar werk.”

Ikkersheim van Inholland snapt dat wel. Opleidingen moeten allereerst een goede structuur bieden, zegt hij. De meeste studenten hebben behoefte aan regelmaat, zowel in het onderwijs als in hun privéleven. “Ik denk dat veel studenten in de praktijk hun studie als parttime aanvliegen. Als wij het onderwijs niet verplichten, dan kiezen ze voor activiteiten die wél een verplicht karakter hebben, zoals werk, sport of iets sociaals.” 

Dus zit er wat Ikkersheim betreft maar één ding op: aanwezigheid moet weer de norm worden. Er moet een cultuurverandering komen. Hij pleit voor een ‘wederzijdse verplichting’: studenten moeten naar colleges komen, zeker in het eerste jaar, in ruil voor betrokken docenten en een aantrekkelijk rooster dat ruimte biedt aan een bijbaan zonder schade te berokkenen aan de inzet van studenten.

Reageren kan hieronder. Eenmaal gepubliceerde reacties worden niet verwijderd

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.