Mokken
In mijn mailbox verscheen de volgende mail:
‘Waarschijnlijk overbodig, maar ik wil jullie er toch graag op wijzen dat de mokken in de kast en afwasmachine in de personeelsruimte op de 4e verdieping niet voor generiek gebruik zijn. Het verzoek is om die mokken niet te gebruiken, maar te zorgen voor een eigen mok.’
Hé, dacht ik, dat gaat over mij. Ik ben zo iemand. Ik gebruik altijd andermans mok. Ik weet niet of daar een naam voor is. Een mokparasiet? Crossmokker? Mokpiraat? Mokrover? Joymokker?
Hoe dan ook, ik ben het!
Het liefst drink ik mijn koffie uit ongeïnspireerde vaderdagmokken met daarop andermans familiefoto’s. Als een soort van koffiekoekoek. Maar soms kies ik een mok met een grappig bedoelde tekst. Soms eentje in een lelijke kleur. Soms een antieke mok, die eruitziet of 'ie zo uit een erfenis komt. Oma Mok, inderdaad (een woordspeling die vooral mensen uit Breda begrijpen).
En ik breng ze altijd terug. Zou het niet leuk zijn als iedereen dat zou doen? Veel leuker dan van die serieuze, strenge mailtjes sturen. Een nieuwe dag, een andere mok. Dan heb je wat om over te praten. Teambuilding. De mok als gespreksstarter. Een soort sleutelboskennismakingsspel, maar dan met koffie.
Er moeten dan wel net zoveel mokken zijn als collega’s. Anders krijg je een mokkenstoelendans. Daarom ga ik in de vakantie ook een mok kopen. Als u een goede tekst voor erop heeft, dan hoor ik het graag. Anders wordt het: Zo zwart als mijn ziel.
Fijne vakantie.
Rens van der Vorst is technofilosoof, werkt bij Fontys hogescholen ICT en Engineering en is auteur van onder meer Don't mention the VAR. Lees hier de eerdere columns die hij voor Bron schreef.
Voor iedereen die deze zomer richting Frankrijk vertrekt, een passende moktekst:
« Liberté, égalité, responsabilité introuvable. »
Witte m'ok?
Zo kan het dus lopen....