Kritiek op inspectie om negatief rapport over pabo's
Het is onduidelijk wat een afgestudeerde leraar kan en weet bij het verlaten van de pabo. Zo blijkt uit een onderzoek van de Onderwijsinspectie naar de curricula van 47 verschillende pabo’s. Wettelijke eisen voor het lerarenvak zijn vaak niet te vinden in de leerdoelen en de verschillen tussen opleidingen zijn erg groot, aldus het rapport. Er is veel kritiek op het onderzoek, ook vanuit Fontys.
De inspectie deed voor het eerst onderzoek naar de curricula van pabo’s in het hbo en wo. Ook vier lerarenopleidingen van Fontys in Tilburg, Den Bosch en Sittard werden daarbij onder de loep genomen. De onderzoekers keken op basis van verschillende aangeleverde documenten onder andere naar de inhoud van de opleiding, de manier van lesgeven en de wijze van toetsing.
Kennis en vaardigheden
Daaruit bleek dat er niet alleen grote verschillen zijn tussen de aanpak van de verschillende pabo’s. Maar ook dat er bijna altijd wel iets ontbreekt in de leerdoelen als het gaat om de bekwaamheidseisen. Deze wettelijke opgestelde eisen bepalen waar leraren in het basisonderwijs na hun afstuderen aan moeten voldoen. Dit roept volgens de inspectie vragen op over de kennis en vaardigheden van startende leraren.
‘Onzin’, is de veelgehoorde kritiek van onderwijsinstellingen uit het hele land op het rapport. De bevindingen uit het onderzoek zouden namelijk helemaal niets zeggen over wat een leraar met een pabo-diploma wel of niet kan.
Ook de woordvoerder van Fontys (een van de grootste opleiders van onderwijzers in Nederland) neemt afstand van het idee dat de uitkomsten van het rapport iets zeggen over de kwaliteit van de opleidingen.
“Het onderzoek gaat over de curricula van de lerarenopleidingen, maar het doet geen uitspraken over de effectiviteit en de kwaliteit daarvan. Het onderzoek analyseert een beperkt deel van het geschreven curriculum, de leerdoelen. Het zegt niets over het geleerde curriculum, dus wat afgestudeerde leraren kennen en kunnen.”
Kanttekeningen
Ook de inspectie zelf plaatst kanttekeningen bij het rapport. Dat komt met name zeggen ze, omdat de keuze is gemaakt voor een ‘papieren onderzoek’. Waarbij de aangeleverde informatie van de opleidingen vaak moeilijk te interpreteren was, aldus de onderzoekers.
Ook erkennen ze dat het onderzoek uiteindelijk geen oordeel geeft over de effectiviteit of kwaliteit van de curricula van betrokken opleidingen. Iets wat volgens de Fontyswoordvoerder ook na dit onderzoek niet ter discussie staat.
Geaccrediteerd
“Voor alle opleidingen waar de inspectie in dit rapport over spreekt, geldt dat ze geaccrediteerd zijn door de NVAO en dus voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, waarbij gekeken wordt wat afgestudeerden kennen en kunnen. De NVAO neemt bredere data mee, zoals eindwerken en gesprekken met studenten, docenten en alumni.”
Om de kwaliteit verder te onderzoeken is een vervolgonderzoek nodig zeggen de onderzoekers. Daarbij zou bijvoorbeeld moeten worden gekeken naar de ontwikkeling die startende leraren doormaken in de eerste jaren van hun carrière in het basisonderwijs.