Kennis is macht?
Een student zei laatst iets wat me raakte. Ze ging dit jaar waarschijnlijk haar propedeuse halen en wilde dan naar de universiteit. Niet omdat ze het hbo niet aankon, maar omdat ze iets miste. “Er zijn hier geen kennisvakken meer in het tweede jaar”, zei ze. “We hoeven geen boeken te lezen. En ik… ik lees eigenlijk gewoon graag. Ik leer graag.” Ze zei het bijna verontschuldigend. Alsof het een afwijking was. Alsof nieuwsgierigheid iets was om voorzichtig mee te zijn. Alsof kennis en wetenschap iets is waar je je voor moet schamen.
Diezelfde week hoorde ik schrijver Ilja Leonard Pfeijffer zeggen: de toegang tot kennis is niet hetzelfde als kennis hebben. En dat is precies het probleem.
We leven in een tijd waarin alles beschikbaar is. Alles is opzoekbaar. Google, AI, samenvattingen, podcasts, explainers van 30 seconden. Kennis is overal. En juist daardoor lijkt kennis zelf minder waard te worden. Want waarom zou je nog iets leren als je het ook kunt opzoeken? Maar daar zit een denkfout.
Zonder kennis heb je geen kompas om informatie te beoordelen. Dan ben je overgeleverd aan wat het hardst roept, het best klinkt of het meest overtuigend wordt gebracht. Ik zie het zelfs terug in het onderwijs: degenen die het hardst blaten komen het verst, krijgen een promotie.
Vaardigheden als reflecteren, samenwerken, presenteren zijn belangrijk, maar alleen als deze gebaseerd zijn op kennis. Want waarop reflecteer je als je geen inhoud hebt? Waarover discussieer je als niemand echt iets weet? Tegenwoordig gaat het meer over hoe iets wordt gezegd en niet over wàt er wordt gezegd.
We hebben nog nooit zoveel toegang gehad tot kennis. En tegelijkertijd lijkt echte kennis zeldzamer dan ooit. En lijken we ons ervoor te moeten schamen. Gaat het niet meer om feiten, maar om ‘alternative facts’.
Misschien moeten we weer durven zeggen dat kennis ertoe doet. Dat weten ergens over gaat. Dat lezen, leren en begrijpen geen ouderwetse bezigheden zijn, maar noodzakelijke voorwaarden om de wereld een beetje te snappen en te besturen. Hoe fijn zou het zijn als leiders zich baseren op deze kennis en feiten bij het maken van hun beleid. En niet bezig zijn met het voeden van onrust en hun ontembare ego.
En misschien is dat wel de grootste paradox van deze tijd. Kennis is macht. Maar tegenwoordig lijkt macht juist gepaard te gaan met weinig kennis.
Wat betekent dat je altijd, in je ontwikkeling binnen je opleiding, de verbinding moet maken met jouw als persoon, de praktijk en de theorie. Je kunt vertrekken vanuit een praktijkervaring, vanuit je persoonlijke interesse of leerdoelen EN je kunt vertrekken vanuit de theorie. Als je de verbinding maar maakt met alle drie.
voorbeeld;
Ik wil meer weten over AI (persoonlijke interesse), dus laat ik mij informeren (inhoudelijk) over AI. met die bagage kijken ik vervolgens wat dat betekent voor mij in de praktijk.
Voorbeeld;
Een leerling laat voortdurend negatief gedrag zien, (praktijk) ik wil meer te weten komen wat de oorzaak kan zijn van negatief gedrag (persoonlijke leervraag). Wat zegt de theorie hierover??
Hoe past TGO hierin? Nog maar 1 kennistoets per semester? Studenten moeten zelf met bewijs komen? Wanneer wordt de kennis over gedragen en hoe kan die nog worden getoetst.
Om het nog concreter te maken.... Ouderwetse (?!) principes gelden nog altijd als basis maar schijnen niet meer van belang te zijn. AI geeft antwoorden alsof het een mens is en wordt steeds overtuigender/dwingender wanneer je afwijkt. Waar haalt een student dan de informatie vandaan om als kompas te gebruiken en iets ter discussie te blijven stellen? Dat zouden ze toch ergens moeten leren...
https://www.nrc.nl/nieuws/2026/03/24/wat-moeten-al-die-hbo-afgestudeerden-nog-nu-ai-hun-werk-beter-kan-a4923353
Zeker van belang hoe dat onderwijs in het HBO eruit moet zijn.
In de toekomst zullen bepaalde functies in de arbeidsmarkt een steeds kortere levensduur hebben. Als we studenten heel instrumenteel opleiden voor een bepaalde functie, bieden we ze onvoldoende bagage om te kunnen functioneren in andere, nieuwe functies in de arbeidsmarkt. Permanente, levenslange educatie zal noodzakelijk zijn. Ook is het gewenst na te denken over een bredere opleiding.
De organisatie van onderwijs zal wellicht wijzigen en zeker is dat technologie een veel grotere rol zal spelen in het onderwijs. De druk zal groot zijn om in onderwijs veel aandacht te geven aan kunstmatige intelligentie. Maar de vraag is of we juist niet extra moeten investeren in onderzoek naar en onderwijs in het menselijk bewustzijn. Dat vraagt een sterkere positie van geesteswetenschappen en sociale wetenschappen in het curriculum.
Dat is de strekking van een artikel dat ik schreef in 2020 waarbij ik mij afvroeg wat de opvattingen van Harari (die gaf AI al een centrale positie jaren voordat het een tijd hype werd) konden betekenen voor de toekomst van het (sport)onderwijs. Zie:
https://www.sportknowhowxl.nl/opinie/de-toekomst-van-de-sportwereld-deel-6-de-sportopleidingen
Jan de Leeuw
Zonder (eigen) kennis ben je weerloos, overgeleverd aan je omgeving, ook overgeleverd aan de macht.
Kennisvakken terug op de hogeschool!
Uitstekend blog, Tina.