Imposter Syndroom
Imposter is het Engelse woord voor bedrieger. Een charlatan, een kwakzalver een wonderdokter, maar wij kennen het woord vooral van het bijpassend syndroom.
Het imposter syndroom is de angst om door de mand te vallen. Het zijn mensen die de lat enorm hoog leggen voor zichzelf en die bang zijn om te worden ontmaskerd. Ze vrezen het moment dat de buitenwereld zal ontdekken dat ze toch niet zo competent zijn dan gedacht.
Er zijn allerlei manier om met het imposter syndroom om te gaan. Studenten journalistiek ontwikkelden een idee voor een online game met tips. Ze haalden die tips van allerlei websites over het syndroom. Ik heb er met interesse naar gekeken.
Je kunt bijvoorbeeld oefenen in zelfcompassie. En voor de duidelijkheid, volgens de bedenker van deze methode, is zelfcompassie niet voor watjes. Je kunt ook stoppen met vergelijken of beter worden in vergelijken. Ben jij een starter vergelijk je dan ook met een starter.
Een andere tip is, uiteraard, om over je imposter syndroom te praten. Jij bent niet uniek in je onzekerheden. Of je kunt anderen het krediet geven, dat ze verdienen. En probeer positieve feedback te omarmen. Of besef dat het niet om jou gaat en kijk naar de feiten. Dankbaarheid beoefenen is ook een tip. Net als hulp zoeken en met een psycholoog praten.
Allemaal best goede tips, maar ik miste er eentje. Zou het ook een idee zijn om eens te proberen wat beter in je werk te worden.
Of zeg ik nou iets raars?
Rens van der Vorst is technofilosoof, werkt bij Fontys hogescholen ICT en Engineering en is auteur van diverse boeken, waaronder Digitale Gremlins. Lees hier de eerdere columns die hij voor Bron schreef.