door Marieke Verbiesen,
09
september
2024
|
11:48
Europe/Amsterdam

Hoe willen we straks leven en wonen? Fontys onderzoekt het

Je kent ze wel: mensen die het roer omgooien en samen een kleinschalige, nieuwe deelgemeenschap vormen, vaak op een afgelegen plek. In Eindhoven gebeurt het ook, maar dan op grotere schaal en in de stad. In het onderzoeksproject Ge Meent ’t volgt Fontys samen met bewoners het ontstaan van een deelgemeenschap in een nieuwe wijk.

Buurtschap te Veld in het uiterste noorden van Eindhoven ligt ingesloten tussen industrieterrein Ekkersrijt, woonwijk Blixembosch en de uitvalswegen naar de A2 en A50. En toch is het er stil en groen. Hier ligt een bijzondere wijk in opbouw, met zo’n 670 woningen die in kleine groepjes verspreid in het landschap staan. Betaalbaar en duurzaam. Er zijn zo’n 350 sociale huurwoningen, 100 woningen in de middenhuur, 119 ‘ontdekwoningen’ en er is plek voor 100 zelfbouwers.

Ferry van de Mosselaer - foto: BS FotografieDe meest wezenlijke vraag met betrekking tot de huidige wooncrisis gaat niet zozeer over de aantallen en snelheid waarmee wordt gebouwd, maar behelst volgens hoofdonderzoeker en projectleider Ferry van de Mosselaer een fundamentele vraag over hoe we in de toekomst samen willen wonen en leven.

Samen met collega Pauline van den Berg van het lectoraat De Ondernemende Regio doet hij een jaar lang samen met bewoners onderzoek in de nieuwe wijk naar de ontwikkeling van een deelgemeenschap. “Hiervoor gaan we in co-creatie met bewoners op zoek naar nieuwe perspectieven op een duurzame samenleving, bouwend op de veerkracht vanuit gemeenschappen.”  

Designers in residence
Twee van die bewoners zijn Tina Stieger, voormalig ACE-docent bij Fontys, en Sanne Metten. Ze zijn designers in residence. Dit betekent dat ze zelf op de buurtschap wonen en hun ervaringen delen met de onderzoeksgroep van Fontys. Beiden hebben zelf een tiny house gebouwd op de grond die ze van de gemeente huren.

Voor Stieger is het wonen in een woongemeenschap en het bouwen van haar eigen woning een dream come true. Ze woont nu heerlijk vrij en deelt verschillende voorzieningen met haar buren. Maar die droom was er een van vallen en opstaan. “In totaal zijn we drie jaar bezig geweest met de bouw. Je begint met een ideaalbeeld en gaandeweg moet je bijsturen, omdat de realiteit dat van je vraagt. Je krijgt te maken met extra kosten, vergunningen en maakbaarheid.” [tekst gaat verder onder de foto]

Download

Ook Metten stuitte aanvankelijk op weerstand, vooral op gemeentelijke regelgeving. Dat de gemeente participeert in het project wil niet zeggen dat alles zomaar mogelijk is, weet de bewoonster van het eerste uur. Het kostte haar bijvoorbeeld een halfjaar om de ambtenaren ervan te overtuigen dat een fundering op schroefpalen een veilige bouwmethode is.

Er zit wel vooruitgang in, aldus Metten. “Veel bewoners en zelfbouwers lopen tegen dezelfde regels aan, waardoor de gemeente aan het denken is gezet en zaken anders is gaan benaderen. Maar het kost veel overleg en geduld om iets voor elkaar te krijgen.”

Leerproces
Volgens Van de Mosselaer is dat inherent aan het experimentele karakter van de wijk. “Voor iedereen is dit een enorm leerproces, ook voor de gemeente. Ambtenaren komen veel unieke situaties tegen en dat vergt een andere kijk op de eigen rol, bijvoorbeeld ten aanzien van handhaving. De basis voor alle partijen is vertrouwen.”

Nu al is de essentie van wonen in een deelgemeenschap is voelbaar. Tijdens het bouwproces heeft Metten veel support gehad van de andere zelfbouwers en bewoners. “We helpen elkaar en er is altijd wel iemand die tijd heeft voor een gesprek. Samen krijg je meer voor elkaar.” [tekst gaat verder onder de foto]

Download

Dat ze klein wonen en niet alles hebben omdat er geen ruimte voor is in hun tiny house, zien Stieger en Metten niet als probleem. Integendeel. Er wordt al veel gezamenlijk aangeschaft of geregeld, zoals deelvervoer. En andere dingen worden aan elkaar uitgeleend of gedeeld, zoals gereedschap, maar ook een huisdier, een bad of dakterras. 

Tijdens het onderzoek faciliteren de onderzoekers het ontwerpproces met bewoners waarbij zij continu anticiperen op nieuwe inzichten: “Uiteindelijk moeten de ervaringen en ideeën van de bewoners en de andere betrokken partijen (zie kader, red.) input opleveren voor de vormgeving van toekomstige deelgemeenschappen”, aldus hoofdonderzoeker Van de Mosselaer.

Ook de gemeenschap in buurtschap Te Veld is geen utopie, stelt Van de Mosselaer: “Maar ze vormt wel een vruchtbare bodem om de noodzakelijke en gewenste veranderingen in de huidige manier van samenleven te realiseren en te onderzoeken en zo ook een inspiratie te vormen voor andere plekken.”

Boilerplate

Het onderzoeksproject Ge Meent ’t Meent is een co-designproces waarin bewoners en betrokken partijen gezamenlijk beslissen over de ontwikkeling van een deelgemeenschap op buurtniveau. Fontys ontving subsidie om een jaar lang onderzoek in buurtschap Te Veld in Eindhoven. Voor dit project werkt Fontys samen met Minitopia, Woonstichting Thuis, Woonbedrijf Eindhoven, Van Wijnen Projectontwikkeling en gemeente Eindhoven.

Reageren kan hieronder. Eenmaal gepubliceerde reacties worden niet verwijderd

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.