Eindhoven,
05
juli
2018
|
14:01
Europe/Amsterdam

Flexibele deeltijd: student én docent moeten nog wennen

Pilot legt knelpunten bloot

Flexibel studeren in deeltijd. Het leek een wondermiddel, toen het in september bij een aantal Fontys-opleidingen werd ingevoerd. Voor sommigen is de pilot zo ook uitgepakt. Voor veel anderen valt het in de praktijk nog tegen. Studenten, docenten, lesstof, voorlichting en opleidingen binnen de vier deelnemende domeinen zijn er nog niet allemaal klaar voor. 

De opzet was en is duidelijk. Voor deeltijdstudenten betekent het flexibel studeren dat zij zelf bepalen wanneer en hoe zij iets willen leren. Voor Fontys is het een kwestie van bredere doelgroepen aanspreken en bereiken, inspelen op nieuwe onderwijsvraag vanuit de maatschappij en talent- en competitiegericht opleiden. De pilot liep afgelopen collegejaar bij vier domeinen: Economie, Mens & Gezondheid, Techniek en Educatie.

De verschillen blijken in de praktijk groot. Terwijl de een vastloopt in te veel vrijheid, is het voor anderen ideaal. En waar de ene opleiding een filiaal met een aantoonbaar andere formule heeft gebouwd, bood een andere tijdens de pilot dezelfde koopwaar aan in een 'verkeerde' verpakking.

Aansluiting
Om met een positief voorbeeld te beginnen: voor student Ard Zwinkels is flexibel studeren ideaal. “De examinering sluit goed aan bij de praktijk, waardoor je goed voorbereid voor de klas staat. Ard Zwinkels, tweede van linksVeel beter dan wanneer je alleen maar toetsen moet maken”, zegt de docent in het mbo en voortgezet onderwijs en deeltijdstudent Leraar Science & Technology.

Hij kon bijvoorbeeld een vak afsluiten door de casus van een jongen uit een van zijn klassen te behandelen aan de hand van de theorie van leerpsycholoog Piaget. Hij gebruikte daarvoor foto’s en filmmateriaal uit de klas.

De studenten Science & Technology komen elke maandag bij elkaar voor een design studio, een sessie waarin ze vragen kunnen stellen, kunnen meedenken met elkaars problemen en hun studie zelf vormgeven. Dat onderdeel is verplicht. Op dinsdag kunnen de studenten kiezen uit tien verschillende cursussen, afhankelijk van welke ‘leerbehoefte’ ze hebben. Deelname is vrijwillig. “Ik schrijf me in voor cursussen waarvan ik weet dat ik er veel van kan leren, en ik wacht met de zaken die voor mij minder urgent zijn”, zegt Zwinkels.

Flipping the classroom
De invulling wisselt wat per opleiding, maar over het algemeen zijn er bij flexibel studeren weinig verplichte klassikale lessen en minder klassieke toetsen. Studenten kunnen opdrachten doen in de werkpraktijk en eerder opgebouwde praktijkervaring gebruiken om onderdelen af te vinken. De bedoeling is dat veel materiaal online staat, volgens het principe van flipping the classroom: theorie leer je thuis via kennisclips van docenten, op school is dan ruimte voor vragen en opdrachten.

Henri van den Hout, docent aan de opleiding Leraar Economie en Bedrijfseconomie, is echter kritisch over het eerste jaar. “Van de flexibilisering is nog niet veel terecht gekomen. Het flexibel deeltijdstuderen is opgezet om een nieuwe doelgroep te bereiken, maar dat is niet of nauwelijks gelukt”, stelt hij.

Die nieuwe doelgroep, dat zijn de werkenden die niet via klassikale lessen en tentamens naar een diploma willen. Zij willen flexibel en efficiënt studeren, oordeelde de landelijke adviescommissie ‘Flexibel hoger onderwijs voor werkenden’ in 2014. Op dat advies is het flexstuderen gebaseerd, aldus Van den Hout. “Maar ik heb de mensen die het behelst niet gezien.” De groep deeltijd-eerstejaars van dit jaar kwam gewoon braaf naar de lessen. Van de flexibele opties maakten ze nauwelijks gebruik.

Portfolio onbekend
Zo kunnen studenten met een portfolio bewijzen dat ze voldoende ervaring hebben op een bepaald deelgebied, zodat ze dat kunnen afronden. “Zo’n portfolio, dat is iets heel onbekends”, zegt Van den Hout. “Mensen hebben dat niet in de kast staan. Ze moeten er veel werk in steken, en dan is er geen garantie dat je die vrijstelling ook krijgt. Het is lastig voor hen om in te schatten wat wij eruit willen halen. En voor ons is dat ook bijna niet uit te leggen.”
Het gevolg: bijna niemand van de dertig deeltijders maakte zo’n portfolio, en de portfolio’s die wel werden ingediend, voldeden niet aan de eisen.

Rook Doggen, deeltijdcoördinator Leraar Wiskunde,Rook Doggen heeft vergelijkbare ervaringen. “Studenten staan helemaal niet open voor flexstuderen”, zegt hij. “Het liefst volgen ze hun studie op de traditionele manier. Geen enkele van onze zestig studenten heeft zich aan ons standaard onderwijsaanbod onttrokken. ‘Dan weet ik zeker dat ik leer wat ik moet weten’, zeggen ze.”

Het probleem zit echter niet alleen bij de studenten, maar ook aan de andere kant. Het studieaanbod is namelijk nog niet helemaal op flexstuderen gericht, zo erkent Doggen. “De invoering is redelijk halsoverkop gegaan, we hebben vooral ons traditionele aanbod in een flexibele opzet gegoten”, zegt hij.

Toetsing
Ook met toetsing worstelt de opleiding nog. Die moet eigenlijk ‘leerwegonafhankelijk’ zijn: of een student nu klassikale lessen volgt, of zelf in de praktijk leert: het moet niet uitmaken voor zijn score op het tentamen of de eindopdracht van een vak. “Het is heel moeilijk om dat objectief te doen”, zegt Doggen. “Je hoort wel geluiden binnen de instelling dat het eigenlijk niet kan. Ik dacht er een jaar geleden ook makkelijker over dan nu.”

Student Zwinkels ziet het ook mis gaan bij medestudenten van zijn opleiding Leraar Science & Technology. Voor vier of vijf studenten onder zijn twaalf jaargenoten heeft het flexstuderen minder goed uitgepakt. “Voor sommige studenten is de vrijheid te groot. Zij hadden verwacht zeer snel klaar te zijn – voor de snelsten is dat mogelijk in twee jaar – maar ze komen er nu te laat achter dat dat niet gaat lukken."

En daar worden de studenten bepaald niet blij van. "Dat is frustrerend. De voorlichting daarover kan beter”, zegt Zwinkels. Hij zou ook liever zien dat de facultatieve lessen op dinsdag verplicht zijn, zodat er meer studenten komen. “Nu zitten we soms in groepjes van vier, of een vak gaat niet door.”

Deeltijd Economie
Bij de deeltijdopleiding Marije DahmenEconomie is de situatie anders. Deze studie had in het begin van dit jaar al wel een compleet online aanbod met kennisclips. “Een enorme klus”, zegt Marije Dahmen, coördinator van de hoofdstroom. En vorig jaar was er al een pilot. “Daar hebben we veel lessen uitgehaald”, vertelt Dahmen.

“Als je flexibel studeren invoert, ga je als docent in eerste instantie helemaal los: je maakt heel veel flexibel. Studenten vonden die keuzes heerlijk, maar hadden ook behoefte aan structuur. We zijn studenten daarom beter gaan voorlichten over de consequenties van hun keuzes bij het inrichten van de studie.”

Betere resultaten
Van de veertig studenten bij Economie kunnen er dertig door met het tweede jaar, tien studenten moeten het komend halfjaar nog vakken afronden. “Ik denk niet dat flexibel onderwijs tot betere resultaten leidt”, zegt Dahmen. “Wel is het beter te combineren met je werk. En wie nu vertraging oploopt, verliest niet meteen een heel jaar, zoals vroeger.”

Dit jaar heeft dat nog niet tot een nieuwe groep studenten geleid, zegt Dahmen. “Onze voorlichting was er vorig jaar nog niet op ingesteld. Dat is dit jaar anders, en ik merk dat we die nieuwe doelgroep wel bereiken bij de studenten die zich nu aanmelden voor volgend jaar. Een student komt zelfs helemaal uit Amersfoort naar Eindhoven, vanwege ons flexibel studeren.” [door Marten van de Wier]

Reacties 1 - 2 (2)
Bedankt voor uw bericht.
Arjen den Boer
11
July
2018
Interessant om via dit nieuws artikel hier iets over te kunnen lezen. Is het een idee, om per pilot een iets meer verdiepend artikel te maken ? Bijvoorbeeld m.b.t. de specifieke keuzes van flexibilisering, de didactiek, en de specifieke leerervaringen of "knelpunten" of "leerpunten". Het artikel is m.i. interessant maar zou misschien diepgaander kunnen ?
Jan Staes
06
July
2018
Collega's, fijn dat jullie deze informatie in alle openheid en eerlijkheid delen. Ik las dat de flexibele trajecten ook deels werden opgezet om nieuwe studenten te bereiken. Mogelijk ligt hier voor ons ook nog een uitdaging; niet in nieuwe studenten, maar 'nieuwe' docenten te betrekken. Vanuit een open pedagogisch én didactisch oogpunt, bekijken hoe we onze eigen pedagogische competenties kunnen transformeren.