Er wordt niet meer gelachen
Ik ben niet heel spiritueel aangelegd. Een beetje misschien. Ik geloof namelijk wel in energie en intuïtie. Al is intuïtie waarschijnlijk, misschien, gewoon je brein en je lichaam die op basis van kennis en ervaring iets al heeft begrepen voordat jij het onder woorden kunt brengen.
Ik heb dat vooral met gebouwen of huizen. Sommige huizen voelen meteen goed. Ze omarmen je als een warme comfortabele deken. Andere kunnen prachtig zijn en toch koud aanvoelen. En sommige zijn gewoon neutraal.
De Fontyslocatie waar ik werk was altijd neutraal. Een oud Philipsgebouw met veel beton en glas. Maar de mensen maakten het jarenlang warm en sprankelend.
Er werd gelachen. Soms hoorde je een harde schaterlach. Collega’s stonden in groepjes bij elkaar, iemand liep binnen voor een vraag en bleef een halfuur hangen. Gesprekken dwaalden af, werden intiemer. Studenten zaten overal. Er werd gemopperd, geroddeld, koffie gedronken en gewerkt. De sfeer was open en gemoedelijk. Zoals een warm Brabants worstenbroodje in een industrieel gebouw.
Nu voelt het anders. Er wordt nog steeds lesgegeven, vergaderd, begeleid en gekalibreerd. Studenten komen en gaan. De koffieautomaat doet het vaak, de koffie is ok. Op het eerste gezicht lijkt er weinig aan de hand. Maar het voelt anders, er wordt vooral minder gelachen, de warmte is weg en de sfeer bedrukt.
Veel collega’s zijn vertrokken. Bureaus zijn leeg, kamers hebben nieuwe bewoners gekregen. De organisatie draait door, zoals organisaties dat doen.
Alleen merk ik dat ik zelf niet meer blijf hangen. Na mijn les stop ik mijn laptop in mijn tas en ga ik naar huis. Geen koffie meer omdat ik toevallig iemand zie zitten. Geen halfuur praten en blijven hangen terwijl je eigenlijk allang weg had moeten zijn.
Het is geen spookhuis. Maar soms lijkt het alsof de geesten van alle collega’s die inmiddels zijn vertrokken er nog rondzweven. “Ga weg”, hoor ik ze soms fluisteren. “Ga weg, nu het nog kan.”
En net als ik mijn jas aantrek en spullen inpak om naar huis te gaan, hoor ik verderop in de gang iets wat lijkt op een schaterlach. Ik blijf even staan. Zou het dan toch? Of was het de koffieautomaat die er uiteindelijk ook maar de geest aan gaf?
Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Ethisch werken. Lees hier haar eerdere columns voor Bron.
Puur zakelijk gezien (en moeten we niet allemaal op de centen letten?) kost gezelligheid hoe dan ook geld. Als is het maar omdat het licht langer moet branden dan strikt noodzakelijk. Dus ik snap wel dat Fontys streeft naar koude zakelijkheid, maar inderdaad, leuk is anders.
Misschien heb je daar iets aan.
Dit geldt overigens ook voor Martijn met zijn emailadres lfavshldgboenceayy@gonrr.net.
Weet dus dat de volgende keer je reactie hier niet te zien zal zijn.
Redactie Bron
Ik kan me goed voorstellen dat de warmte, gemoedelijkheid en zachtaardigheid de afgelopen jaren wat zijn verdwenen. Als ik me niet vergis, bevindt jouw instituut zich inmiddels al enkele jaren in het oog van een maalstroom: een onderwijsvernieuwing, een organisatieverandering, nóg een onderwijsvernieuwing en momenteel een reorganisatie. Er zijn plekken die om minder redenen wat minder ontspannen zijn geworden.
Daar komt bij dat jouw collega’s, die midden in die storm dag in, dag uit inspirerend onderwijs aan jullie studenten blijven aanbieden, ongeveer eens in de twee weken onder de bus worden gegooid door tendentieuze columns waarin de meest groteske verdraaiingen, onder het mom van columnistische vrijheid, de wereld in worden geslingerd.
Net als jij ben ik niet spiritueel aangelegd. Ik ben er daarom vrij zeker van dat de echo’s die je hoort niet afkomstig zijn van de geesten van alle collega’s die inmiddels zijn vertrokken, maar van de collega’s die er nog wél zijn: mensen die ondanks alles hun uiterste best doen om studenten mooi onderwijs te bieden, terwijl jij om half twaalf naar huis gaat. Misschien gun ik jouw collega’s uiteindelijk vooral dat jouw stem daar straks nog slechts als echo rondwaart.
Lieve groet