Eindhoven,
28
november
2017
|
16:26
Europe/Amsterdam

Een goede docent, wat is dat?

Fontys-lectoraat zet de do’s op een rijtje

Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) organiseert ook in 2018 weer een Docent van het Jaar-verkiezing. Elke universiteit en hbo kan één uitmuntende docent voordragen. Om zo goed mogelijk voor de dag te komen, houdt Fontys eerst een interne voorronde. Instituten hebben tot vrijdag 1 december de tijd om hun droomdocent te presenteren.

Heel leuk die Docent van het Jaar-verkiezing, maar welke kenmerken moet zo’n ideale docent precies hebben? Het lectoraat ‘Dynamische Talentinterventies’ (Fontys Hogeschool HRM en Psychologie) onderzocht het. Omdat er al veel bekend is over gewenste specificaties in het basis- en voortgezet onderwijs, focusten onderzoeksters Manon Krabbenborg, Anne-Marie Kuijpers en Marian Thunnissen zich op hbo-docenten.

Docent-studentrelatie het belangrijkst
De drie onderzoeksters legden studenten, docenten en ondersteuners/managers van Fontys Hogescholen een vragenlijst voor. Bij één van de vragen konden de deelnemers maximaal vijf talenten/kenmerken noemen. Manon Krabbenborg (foto): “Zo kwam het tot een mindmap of spin: de docent in het midden en daaromheen een web van zo’n honderd kenmerken.” Het vaakst genoemd: ‘betrokken en geïnteresseerd’; ‘deskundigheid en vakkennis’; ‘humor’; ‘duidelijk’; ‘communicatief vaardig’ en ‘bevlogen’.

Om een en ander uit te filteren, luidde de vervolgvraag: Welk kenmerk of talent moet de Docent van het Jaar absoluut hebben? Hierbij mochten de invullers nog maar één kenmerk opgeven. “Daaruit komt dan onomwonden: ‘een goede docent-studentrelatie’”, vertelt Krabbenborg. “Zowel voor studenten als docenten heeft dat prioriteit.”

Feedback-tool
In workshops bespraken de onderzoeksters de resultaten met directbetrokkenen. Gelet op de docent-studentrelatie blijkt het specifiek te gaan om een combinatie van ‘harde’ en ‘zachte’ aspecten. Enerzijds zaken als: structuur in de les; consequent/consistent handelen en helder communiceren. Anderzijds empathisch vermogen en het zorgdragen voor een veilige, prettige sfeer.

Met die (cruciale) docent-studentrelatie, wil Krabbenborg in de toekomst verder aan de slag. “Je kunt bijvoorbeeld een tool ontwikkelen voor directe onderlinge feedback. Zowel docenten als studenten kunnen dan concrete suggesties doen om de werkrelatie continu te verbeteren.”

Docententeams
Tot slot wil Krabbenborg graag een pleidooi houden voor een nieuwe jaarlijkse verkiezing: het Docententeam van het Jaar. “Naar ons idee wordt er te weinig gekeken naar teampotentieel. Oftewel: een groep docenten die de eigen en elkaars talenten en kwaliteiten kent en deze optimaal inzet voor het geven van goed onderwijs.” In teams is veel te halen, volgens Krabbenborg. Zo vind je in groepsverband per definitie meer competenties dan in één individu. Maar het ontbreekt in teams vaak aan (meta-)communicatie hierover. “ Met een ‘Docententeam van het Jaar’-verkiezing zou je de team-focus kunnen versterken.” [Frank van den Nieuwenhuijzen]

De potentiële Fontys-kandidaten voor de titel ‘Docent van het Jaar’ zijn voorgedragen door studenten. Hieruit kiest de studentenfractie in de Centrale Medezeggenschapsraad straks een winnaar. Hij of zij doet uiteindelijk mee aan de ISO-verkiezing op 21 april 2018.

Wat vinden studenten?

Toch even een kleine steekproef op de campussen Rachelsmolen (Eindhoven) en Stappegoor (Tilburg). En jawel: studenten refereren grotendeels aan dezelfde kenmerken als de onderzoeksters.

Pim (Fontys Hogeschool Engineering en Automotive in Eindhoven): “Ik vind twee dingen belangrijk. Dat een docent duidelijk en gestructureerd lesgeeft, maar ook energiek is. Dus niet alleen een verplicht PowerPoint-lesje afdraaien, maar ook een overtuigende toelichting erbij. Er mag heus wel wat pit in.” Shyrone van dezelfde studie verwijst direct naar de student-docentrelatie: “Het gaat mij om de interactie tussen docent en student. Een docent moet prima sociale vaardigheden hebben. Lesgeven is kennis overbrengen, interactie dus.”

“Ik zou zeggen: inleving”, zegt Josef van Speco (Sport Economie & Communicatie) in Tilburg. “Veel docenten houden een verhaal dat helemaal niet overkomt. Of ze zijn erg formeel in de omgang. Die afstand maakt inleving er ook al niet gemakkelijker op.” Zijn studiegenoot Jenita sluit zich daarbij aan: “Inderdaad, iets meer Jip en Janneke-taal mag best. Vaak zijn colleges te abstract en theoretisch. Raar, want van hbo-docenten mag je toch verwachten dat ze duidelijk de link met de praktijk kunnen leggen.”