Digitale mediatheken? Lector pleit voor heroverweging
Waar Fontys al jaren inzet op het digitaliseren van de mediatheken, onderstreept de Tweede Kamer juist opnieuw het belang van de fysieke bibliotheek. Voor lector Bart Wernaart reden voor een heroverweging van de digitale invulling van mediatheken binnen Fontys, wat jaren geleden een flinke discussie opleverde.
Met een aanscherping in de Bibliotheekwet stelt de overheid 60 miljoen euro extra beschikbaar en wordt een zorgplicht ingevoerd. Daarmee worden gemeenten en ook de Caribische eilanden verplicht om te zorgen voor voldoende bibliotheken.
In 2023 besloot Fontys om de mediatheken volledig digitaal te reorganiseren. “Aanvankelijk was er weerstand en onrust, maar uiteindelijk werd in 2023 de reorganisatie definitief, na akkoord van medezeggenschapsraden en vakbonden.” Dat laat woordvoerder Wim Pleunis weten.
De woordvoerder zegt ook dat Fontys niet van koers zal veranderen na de aanscherping van de Bibliotheekwet. “De aanscherping voor de wet geldt voor de gemeenten. Voor Fontys zit hier geen reden voor heroverweging in.”
Kritisch denken
Tegelijkertijd ziet lector Moral Design Strategy Bart Wernaart juist wel duidelijke redenen om de rol van fysieke mediatheken opnieuw te bekijken. De huidige mediatheken zijn volgens Wernaart namelijk vooral ingericht op snelheid en efficiëntie, met duidelijke gevolgen voor hoe mensen lezen en leren.
“Veel online platforms lokken uit dat je steeds kortere teksten leest en daardoor sneller afhaakt. Je wilt eigenlijk het tegenovergestelde bereiken.” Het vermogen om langere teksten te begrijpen, staat daarmee onder druk, legt hij uit: “Ik denk dat het heel belangrijk is om een vakinhoudelijke tekst tot je te kunnen nemen, daar een mening over te vormen en er kritisch op te reflecteren. Juist die kritische houding is in tijden van desinformatie en AI-gegenereerde, vaak ongecontroleerde content heel belangrijk.”
Dat vraagt om focus en rust, vindt Wernaart. “Dan moet je mensen dus in staat stellen om lange stukken tekst onafgebroken te kunnen bestuderen, zonder dat je wordt afgeleid.” Iets wat volgens hem lastig is in een volledig digitale omgeving waarin leren, sociale media en entertainment vaak via hetzelfde apparaat lopen.
Maatschappelijke functie
Zowel bibliotheken als mediatheken kunnen meer zijn dan een plek om enkel boeken op te slaan. Het zijn fysieke kennisomgevingen met een maatschappelijke functie. Wernaart noemt de LocHal en de verbinding met Mindlabs in Tilburg als voorbeeld.
“Je bent omgeven door boeken en dat heeft een aantoonbaar inspirerend effect. Het is daar altijd druk, er worden workshops gegeven, lezingen, mensen komen voor ontmoetingen, het leeft. Het heeft een overduidelijke maatschappelijke functie én een positief effect op kennisdeling.”
De keuze voor digitale mediatheken had wat hem betreft daarom ook anders uitgedacht kunnen worden. “Bij de mediatheken die we voorheen hadden, konden we ook denken: hoe kunnen we die herontwerpen zodat ze beter bezocht worden en een spilfunctie op de campus krijgen? We willen tenslotte een ‘Sticky Campus’, maar in plaats daarvan hebben we gezegd: ‘digital first’.”
Technologische ontwikkelingen
De opkomst van AI en andere technologische ontwikkelingen maken een heroverweging volgens Wernaart nog urgenter. Waar ooit werd gedacht dat alles online kon, ziet hij nu duidelijke grenzen: “Je hebt te maken met techbedrijven die dolgraag je aandacht willen voorspellen en vangen. Tegelijkertijd wijzen veel studies erop dat leren effectiever is in een fysieke, tastbare omgeving. Bovendien kunnen fysieke kennisomgevingen ook helpen om technologie op een verantwoorde manier te gebruiken.”
Daar komt bij dat de samenleving veranderd is, zegt Wernaart. “Er is een probleem met desinformatie, met onze afnemende spanningsboog en met de capaciteit om langere teksten te lezen. Vooral de reflectieve stof, denk aan moraliteit, iets in historische context kunnen plaatsen, of nadenken over samenlevingen is belangrijk om mee te geven.”
Vertragen
De lector pleit voor een hybride mediatheekstructuur, waarin inspiratie en technologie samenkomen. Digitaal op zichzelf is helemaal niet verkeerd, zegt hij, maar moet wel een keuze zijn en geen doel. "Afwisselen tussen digitaal en fysiek is essentieel, daar geloof ik heel sterk in.”
Hoewel hij zelf veel digitaal werkt, ziet hij ook wat er verloren dreigt te gaan. “Het vermogen om een paar stappen terug te zetten, even diep adem te halen, je af te sluiten van de rest en na te denken over wat je net gelezen hebt, dat zijn we aan het verliezen.”
Daaraan toevoegend: “Verhalen lezen en jezelf onderdompelen, gecombineerd met bijvoorbeeld AI om samen te sparren, gepersonaliseerd te leren of gepersonaliseerd je data te structureren: die combinatie lijkt me geweldig.”
Gelukkig heb ik de StudieHub binnen HRM & TP op kunnen zetten en is er Servicepunt Sporthogeschool. Verder is het maar schaars. Dat gezegd hebbende, de collega's van Dienst Kennis & Informatie doen goed werk.
Het doet me goed om te zien dat er zoveel reacties zijn, maar ik vraag me af of dit voldoende zal zijn om toch iets van de fysieke bibliotheek terug te krijgen.
25 jaar later is de fysieke bibliotheek weg. De materialen, die we zorgvuldig voor in R11 selecteerden, zijn in de container verdwenen. Geen geld om slechts één uitleenpunt te realiseren. Het was niet het beleid. Ik vind het nog steeds een gospe: een instituut zonder boeken en materialen. En dan ook nog met je spullen (de meeste van thuis nu) van hot naar her over de campus moeten, want we hebben geen vaklokaal meer. Dit heeft tot gevolg dat we steeds vaker met alleen een PowerPoint lesgeven. Is dat nou kwaliteit? De CMR kan ingestemd hebben, maar deze move lijkt mij nog steeds een vergissing.
Studenten en cursisten zoeken een fijne plek buitenshuis om ondergedompeld te worden in nieuwe kennis en bijzondere ontmoetingen met vakliteratuur. Ze willen kunnen dwalen door vakgerichte boeken om op ideeën te komen. Dat lukt niet met een online mediatheek. Online lees je iets snel en scannend. Studerend lezen doe je niet vanaf een computerscherm.
Dus helemaal eens met deze lector. Het fysieke boek moet ook zichtbaar blijven bij Fontys. Al is het maar op 1 plaats op iedere campus, met daarbij een hele goede koffiehoek.
Bart Wernaart heeft het in het artikel over ‘digital first’. Digital first was inderdaad het credo, maar nooit de werkelijke intentie. Die was digital only. De Fontys Bibliotheek schaft in het geheel geen fysieke boeken meer aan. Fontys-instituten kopen zelf nog wel fysieke boeken, maar worden door O&O actief ontmoedigd om hiermee door te gaan. Nam het aantal e-books dan spectaculair toe? Nou nee, dat ook niet: in de periode 2021-2025 groeide deze collectie juist aanzienlijk minder hard dan in de periode 2016-2020.
Zoek je een boek van uitgever Pearson? Dan zoek je vergeefs, omdat e-books van deze belangrijke uitgever niet worden aangeschaft. Naar verluidt is er een platform in ontwikkeling waarop boeken van Pearson wel zullen worden aangeboden, maar een e-mail waarin ik informeerde of bij benadering kon worden aangegeven wanneer dat platform gerealiseerd zou zijn, bleef helaas onbeantwoord. Een fysiek boek aanvragen via het interbibliothecair leenverkeer? Helaas, die dienstverlening is nagenoeg gelijktijdig met de opheffing van de fysieke mediatheken stopgezet.
Is het aantal databanken dan uitgebreid? Soms wordt inderdaad een nieuwe databank aan het aanbod toegevoegd, maar er verdwijnen er ook. Het beeld is duidelijk: er is geen sprake van vernieuwing, maar van verschraling.
Uiteraard zal Fontys het besluit om de mediatheken te sluiten niet terugdraaien. Dit zou immers betekenen dat het CvB zou erkennen dat dit besluit, dat ondanks alle waarschuwingen erdoor was gedrukt, verkeerd was. De mensen die de mediatheken hadden opgebouwd en draaiend hielden waren immers als "lijken op een begraafplaats" die je ook niet om hun mening hoef te vragen als je ze verhuist (uitspraak van toenmalig CvB-lid Hans N.).
Dat niet alle informatie digitaal beschikbaar is, zoals vaktijdschriften maar ook veel boeken, was bekend. Dat ook niet elk e-book beschikbaar zal kunnen zijn omdat Fontys afhankelijk is van bepaalde leveranciers was te verwachten. Maar ook dat een digitale collectie veel geld kost. Geld dat je als CvB wel beschikbaar moet willen stellen.
Bovendien, wie zou de fysieke mediatheken moet bemensen als deze zouden terugkeren? Het bibliotheek vak heeft echt wel wat meer om het lijf dan het over een balie heen en weer schuiven van boeken. Er is er bij de reorganisatie nauwelijks moeite gedaan om de benodigde vakkennis en ervaring voor Fontys te behouden, ook niet ten behoeve van de digitale bibliotheek. Het beloofde principe "mens volgt werk" was, diplomatiek uitgedrukt, een dode letter, een mooie kreet voor de bühne. Functies voor het nieuwe bibliotheekteam werden ingevuld op basis van functiebenaming, niet op basis van kennis, ervaring en affiniteit. Niet iedereen ambieerde een plek in dat team, terwijl vakmensen met relevante kennis en ervaring werden gedwongen te solliciteren op hun eigen baan, met het risico afgewezen te worden. Anderen gingen iets totaal anders te gaan doen of moesten Fontys uiteindelijk verlaten omdat ook de beloofde begeleiding naar een andere geschikte functie een wassen neus bleek. Allemaal vakmensen die nog een hoop voor Fontys hadden kunnen betekenen. Intussen blijft het aantal ingevulde fte’s van het digitale bibliotheekteam ver achter bij wat het reorganisatieplan beloofde. Dat krijg je als medewerkers in de eerste plaats gezien worden als kostenpost.
Ik merk het zelf bijvoorbeeld met het lezen van documenten en daarop feedback geven. Als ik op een rustige plek zit, liefst met een koptelefoon op, kan ik langer vol aandacht lezen en geef ik betere feedback. Een ereader helpt me daar ook bij.
Ik snap de drang, de noodzaak, om digitaal met informatie om te gaan. Dat past in onze huidige technologische wereld. Maar wat ik niet begrijp is dat dit ten koste moet gaan van elementaire menselijke waardes, zoals sociale omgang.
Een fysieke bibliotheek nodigt uit tot denken vóór het antwoord. Je verplaatst je, gaat op zoek, gaat er eens goed voor zitten, pakt een boek, bladert en struikelt over onverwachte ideeën. Je reflecteert op de gevonden informatie en volgt redeneringen in plaats van alleen conclusies te consumeren (on-demand, instant). Die context en traagheid helpen bij het opbouwen van begrip.
De meerwaarde van een mediatheek zat nooit alleen in boeken, maar juist in samen leren: naast elkaar zitten, samen studeren, elkaar spreken over inhoud. Dat sociale aspect was de kracht van de oude mediatheek en had juist verder ontwikkeld kunnen worden.