De opmars van de manosfeer: waar komt die vandaan?
De manosfeer wint de afgelopen jaren aan populariteit. De vraag is alleen: waarom? En door wie precies? Filosofen en Fontysdocenten Martine Berenpas en Kirsten Poortier gaven daar dinsdagavond tijdens een overvol openbaar college antwoorden op. Met daarbij als hoofdvraag: is de manosfeer marginaal of mainstream?
Het openbaar college in de LocHal in Tilburg, waarbij het spreekwoordelijk gezien vechten was om een plekje op de tribune, begon met een kleine reis door de geschiedenis. Want de manosfeer is niet nieuw. Het hiërarchische mensbeeld stamt af uit de jaren vijftig en kreeg een kleine twintig jaar geleden een nieuwe ‘boost’ toen de term ‘manosphere’ gepopulariseerd werd. Dat gebeurde in 2009 in blogs, vertellen de bij Fontys Educatie werkzame Kirsten Poortier en Martine Berenpas. De twee houden zich al jaren bezig met dit onderwerp en schreven er onlangs een boek over. Daarover later meer.
“De term ‘manosphere’ werd in 2009 gebruikt om een online netwerk van verschillende gemeenschappen te beschrijven die opkomen voor de belangen van mannen", klonk het. Vijf jaar later werd manosphere bij het nog grotere publiek bekend na een online conflict rondom de vrouwelijke game developer Zoë Quinn. Na een blogpost van haar ex, die haar daarin negatief neerzette, werd ze het doelwit van een online haatcampagne. Sociologen en wetenschappers zien deze gate als een kantelpunt in de opkomst van de manosfeer.
Vrouwvijandigheid
“Toen werd pas echt duidelijk dat er online heel veel gemeenschappen zijn die met elkaar verbonden zijn door vrouwvijandigheid”, aldus de docenten. De gemeenschappen vormen allerlei afzonderlijke groepen die zich allemaal op een andere manier bezighouden met een vorm van de manosfeer. Ze delen bijvoorbeeld het anti-feminisme of ideeën over alfamannen, maar hebben los daarvan ook hun eigen ideeën.
Zo heb je in de manosfeer onder andere de groep Men Going Their Own Way, bestaande uit mannen die autonoom en zelfvoorzienend willen leven. Relaties met vrouwen zweren ze af. Een andere groep (de Pick-Up Artists) biedt cursussen aan om vrouwen te kunnen versieren. En dan heb je ook nog de ‘incels’, de meest bekende groep. Deze bestaat uit vrouwenhatende mannen die bewust ongehuwd blijven en geen seks willen hebben met vrouwen.
Hoe kom je erin terecht?
Maar hoe kom je daar toch in terecht, vragen Poortier en Berenpas zich af. Dat kan op verschillende manieren. “De manosfeer heeft wortels in bewegingen en groepen die al ouder zijn dan het internet. Dat is dus niet nieuw. Maar het aspect van internet is dat wel, en dan voornamelijk de mogelijkheid tot interactie. Je begint gesprekken en voelt je gezien, maar wat je vaak ziet is dat mensen elkaars minderwaardigheden bevestigen. Ze geven de schuld daarvan aan vrouwen en het feminisme. Want vrouwen ‘zijn oppervlakkig en willen alleen knappen mannen’.”
Kritische perspectieven
Poortier en Berenpas schreven een boek over dit onderwerp, waarin ze tien kritische perspectieven op de manosfeer omschrijven. Vier daarvan werden toegelicht in het college. De eerste is gericht op het historische perspectief, en dan met name op vrouwenemancipatie.
Een ander gaat over ideologie. Er zijn biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, maar die rechtvaardigen niet de traditionele rollen in de samenleving. Dan komt moraalfilosofie, inzoomend op het verschil tussen seksisme en misogynie. Daarbij gaat seksisme over ongelijke behandeling en misogynie over de afkeer en het afstraffen van vrouwen als ze zich niet aan de traditionele rol houden. En tot slot nog het sociologische perspectief, waarbij de privileges van – vooral – witte mannen worden besproken.
De manosfeer is dus heel divers. Met veel verschillende vormen, groepen en gedachtes. En veel verschillende perspectieven of manieren om daarmee om te gaan. “Maar al met al”, sloot Poortier het college af, “moeten we ervoor waken dat we denken dat de manosfeer een groepje losgeslagen, radicale mannen is dat in de minderheid is.” Terugkomend op de eerste vraag: “Manosfeer is niet marginaal, maar mainstream.”