De kracht van woorden
Onderwijsvernieuwing was een aantal jaren geleden nog een onschuldig woord. Het viel in dezelfde categorie als inbouwkeuken, afdruiprekje en betonplaat. Het was een neutraal woord, het riep geen heftige emoties op, bij niemand.
Nu is het woord onderwijsvernieuwing een beetje zoals de naam Voldemort in Harry Potter. Waar je deze naam niet mag zeggen, want dan hoort hij dat met zijn duivelse krachten en stuurt hij een aantal dooddoeners op je af. Zoiets is het nu om het woord onderwijsvernieuwing te noemen. De neutraliteit is er vanaf en heftige krachten roeren zich bij ieder die het woord noemt of hoort. De relieken van de dood zijn er niets bij.
Het woord onderwijsvernieuwing lijkt ook nog eens erg op onderwijsvernieling. Het helpt allemaal niet dit onschuldige woord weer in de neutrale categorie bij inbouwkeukens, afdruiprekjes en betonplaten te manoeuvreren.
In lijn met onderwijsvernieuwing ligt de naam HILL. Die hoor je tegenwoordig nog maar weinig. Dat heeft neem ik aan te maken met de twijfelachtige reputatie van de naamgever. Tegenwoordig is HILL vervangen door de twee woorden ‘talentgericht onderwijs’. Die roepen bij mij overigens hetzelfde op als woorden als scrummaster, campfire meetings en ‘in je kracht staan’.
Maar hoe kan een woord als onderwijsvernieuwing zoveel power hebben en groepen mensen (lees docenten) tegen elkaar opzetten? Ook het woord woke kan deze heftige emoties oproepen. Woorden als woke en onderwijsvernieuwing houden verandering in, soms goed, soms niet. Bij iedereen raakt het in wie je bent en wie je wilt zijn en is er angst voor verlies.
Misschien moeten we een nieuw woord bedenken, een blij en positief woord dat alleen maar vreugde en verbinding oproept. Magische woorden die dingen kunnen laten zweven, zoals Wingardium Leviosa.
Maar alle ideeën zijn welkom.
Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Mens en Technologie. Haar eerdere columns vind je hier.
Op een dag kondigde Grompotius aan dat hij een grootse ontdekking had gedaan. “Ik heb het gevonden!” riep hij uit. “Het woord dat alles zal herstellen zoals het was!” Het woord was ‘Retrovatie’, een term die hij zelf had bedacht om de terugkeer naar de ‘beter’ oude dagen te beschrijven.
De inwoners van het rijk, moe van Grompotius’ constante geklaag over vernieuwing, besloten hem te negeren. Maar Grompotius was vastberaden. Hij begon een campagne om ‘Retrovatie’ te promoten, compleet met spandoeken en leuzen die de glorie van het verleden prezen.
Echter, elke keer dat Grompotius het woord ‘Retrovatie’ uitsprak, gebeurde er iets vreemds. In plaats van dingen te herstellen, begonnen ze te verdwijnen. De inbouwkeukens krompen, de afdruiprekjes smolten en de betonplaten barstten. Het leek erop dat ‘Retrovatie’ niet de magische oplossing was die Grompotius had gehoopt.
De jongeren van het rijk, die genoeg hadden van het leven in de schaduw van het verleden, kwamen samen om een nieuw woord te bedenken. Ze noemden het ‘Vooruitkijk’, een term die vooruitgang en innovatie vertegenwoordigde. Elke keer dat ze ‘Vooruitkijk’ zeiden, bloeiden bloemen op, schenen de sterren helderder en lachten de mensen meer.
Uiteindelijk moest Grompotius toegeven dat zijn pogingen om de tijd terug te draaien, tevergeefs waren geweest. Hij zag in dat ‘Vooruitkijk’ de ware magie had om het rijk te transformeren. En zo, met een beetje tegenzin, sloot hij zich aan bij de jongeren in hun streven naar een betere toekomst.
En het rijk van de Grijze Gewoontes? Het werd bekend als het Land van Licht en Lachen, waar de zon altijd opkwam en nooit onderging. En Grompotius? Hij werd herinnerd als de man die leerde dat zelfs de meest verstokte tradities plaats kunnen maken voor nieuwe ideeën.
Bedankt Elara :-)
Dat eerste daar ben ik het helemaal mee eens. Zoals de rest van de wereld moet ook onderwijs niet stilstaan. Alleen het tweede vind ik wat kort door de bocht, de werkelijkheid is immers een stuk minder romantisch dan jouw sprookje doet vermoeden. Veel van de verandering in onderwijsland in de afgelopen dik 20 jaar heeft er namelijk voor gezorgd dat we op het gebied van kennis van jongeren van een respectabele plek teruggezakt zijn naar een erbarmelijke plek.
Mijn eigen ervaring: na een enorme verandering bij een Fontys afdeling vonden de veranderaars het fantastisch wat studenten na een korte tijd allemaal voor elkaar kregen. Het was alleen jammer dat die studenten geen idee hadden wat ze gedaan hadden, dus voor een willekeurige opdrachtgever in een echte situatie was het compleet waardeloos.
Ik sprak laatst een vriend van me die regelmatig solicitaties krijgt van Fontys studenten (voor een stageplaats), hij was absoluut niet te spreken over het erbarmelijke kennisniveau van veel van die kandidaten. Volgens hem was dat 5 jaar geleden echt anders: toen kwam het wel eens voor dat een student in zijn woorden "niks kan", nu komt het wel eens voor dat een student acceptabel is.
Dus: mooie woorden, alleen jammer dat ze niet overeenkomen met de praktijk. Ik sluit me dus aan bij de reactie van Henk hierboven: verandering is goed, maar wel liefst gecontroleerd en gebaseerd op bewezen ideeën.
Dus niet terug naar het verleden, maar kennis/kunde/dingen uit het verleden gebruiken door en een nieuwe betekenis of doel aan te geven.
Verder vind ik de metaforen wel erg ongelukkig gekozen voor het punt wat je wilt maken: rijken en landen "waar de zon altijd opkwam en nooit onderging" hebben bepaald geen goed trackrecord als het gaat om duurzaamheid.
Los daarvan denk ik dat het punt ook prima gemaakt kan worden dat vele problemen die we momenteel hebben, uiteindelijk terug te voeren zijn op "vooruitgang en innovatie", denk aan de klimaatcrisis, die is niet ontstaan omdat we bleven doen wat we deden, maar omdat we vooruitgang en innovatie wilden.