De buurtkroeg
Schuin tegenover mijn huis ligt een buurtkroeg. Toen ik er kwam wonen, was de naam Victoria en stond de kroeg vooral bekend om zijn biljart en typische geur. Natte hond. Daarna veranderde de naam in De Brave Hendrik en met de nieuwe eigenaar, een ex-visboer, kwam verrassend een prettigere geur. Inmiddels heet de kroeg Frou Frou.
Verjaardagen, borrels, boekpresentaties, voetbal, carnaval, kerst, zakelijke afspraken, hangen aan de bar. Het vindt allemaal plaats in Frou Frou. Het is een onmisbaar bruisend baken in mijn buurt.
Maar, helaas, het aantal buurtkroegen neemt af. Er zijn er nog maar zo’n 8000 en miljoenen Nederlanders wonen in buurten-zonder-kroeg. Die mensen hebben voortuintjes, parkeerplaatsen met oplaadpalen, stalen kozijnen en een buitenkeuken, maar geen kroeg in de buurt.
Dat lijkt onbelangrijk, maar dat is het niet. Soms zijn die mensen namelijk boos, misschien zagen ze iets op hun grote, platte TV, en dan rennen ze naar boven. Daar, op hun afgetimmerde, geïsoleerde zolderkamertjes rammen ze via hun draadloze toetsenbord boze berichten de wereld in. En dan wordt iedereen nog bozer.
Soms vraag ik studenten Smart City: wat zou er gebeuren als iedereen binnen 250 meter een buurtkroeg had? Zouden mensen dan minder vaak naar boven rennen? Zouden ze vaker naar de kroeg gaan en daar even mopperen aan de bar? Misschien met een biertje, maar een beetje alcohol is nog altijd beter dan al die boosheid. Waarom is dat geen onderdeel van jullie smart city project?
We hebben niet te veel sociale media.
Maar te weinig buurkroegen.
Rens van der Vorst is technofilosoof, werkt bij Fontys hogescholen ICT en Engineering en is auteur van onder meer Digitale Gremlins en Don't mention the VAR. Lees hier de eerdere columns die hij voor Bron schreef.