Column, Tina ten Bruggencate,
03
juni
2026
|
09:39
Europe/Amsterdam

De balzaal en de Witte Dame

Een paar jaar geleden werd bij ons een complete verdieping verbouwd. Geen bescheiden opknapbeurt met een likje verf en een nieuw koffieapparaat. Nee, een transformatie. Moderne open ruimtes. Hippe meubels. Inspirerende werkplekken. Een feestelijke opening. Volgens mij was er zelfs een prijsvraag. Het had allemaal iets van Extreme Makeover: Onderwijseditie.

Ondertussen daalden de studentenaantallen al geruime tijd. Maar daar leek niemand wakker van te liggen. De muziek speelde nog. En als de muziek speelt, blijf je dansen. Twee jaar later moest de verdieping dicht. Je weet wel. Reorganisatie en zo.

Ik moest eraan denken toen ik las over de plannen voor een nieuwe balzaal van Trump. Een balzaal en een onderwijsverdieping zijn natuurlijk niet hetzelfde. Het een heeft meer kroonluchters, het ander meer systeemplafonds. Maar ze lijken wel voort te komen uit dezelfde gedachte: dat groter indrukwekkender is en indrukwekkender automatisch beter. Dat uiterlijk iets zegt over inhoud. En misschien speelt er nog iets anders mee. Ego.

Niet per se het soort ego dat de hele dag selfies maakt of zijn naam op gebouwen wil zetten. Maar het bestuurlijke ego dat graag iets nalaat. Iets zichtbaars. Een nieuwe verdieping. Een nieuw onderwijsconcept. Een ambitieuze reorganisatie. Liefst iets waar later nog eens naar gewezen kan worden.

Want laten we eerlijk zijn: niemand krijgt applaus voor drie jaar degelijk onderwijs. Een spectaculaire verbouwing doet het een stuk beter op LinkedIn. En dus bouwen we leerpleinen, innovatiehubs en inspirerende omgevingen. We verzinnen er woorden bij als toekomstbestendig, wendbaar en impactvol. Het ziet er prachtig uit. Alleen blijft één vraag vaak opvallend lang liggen. Wordt het onderwijs er eigenlijk beter van?

Want een indrukwekkende ruimte geeft nog geen indrukwekkend onderwijs. Een open leerplein is nog geen leerproces. En een visionair plan is nog geen goed idee. Sterker nog, soms krijg ik het gevoel dat hoe mooier de presentatie wordt, hoe minder we het over de inhoud hebben.

Terwijl die inhoud uiteindelijk de enige reden is waarom studenten überhaupt binnenkomen. Dus staan we een paar jaar later soms in een prachtige ruimte waar nauwelijks nog iemand loopt. Met leegstand, reorganisaties en de vraag hoe dit ooit een goed idee heeft kunnen lijken.

De balzaal staat er misschien nog. Maar de rekening ligt inmiddels op tafel.

Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Ethisch werken. Lees hier haar eerdere columns voor Bron.

Reageren kan hieronder. Eenmaal gepubliceerde reacties worden niet verwijderd

Reacties 1 - 4 (4)
Bedankt voor uw bericht.
r.vodde
06
June
2026
Maar de woorden zijn mooi toch? De agency en urgency met kroonluchters als leeruitkomsten
Erik
05
June
2026
Ik lees in beleidsteksten en hoor in gesprekken over de richting die het op zou moeten vaak termen als authentiek, hybride, innovatie, toekomstgericht. Ze klinken aantrekkelijk, maar worden niet altijd op dezelfde manier bedoeld of, als ze een plekje in die eerder genoemde beleidsteksten hebben gekregen niet goed genoeg gedefinieerd. Begrippen als authentieke-, open- en hybride leeromgevingen lopen vaak door elkaar heen.

De vorm (open ruimte/werkvloer) wordt nu vaak verward met de bedoeling (open leeromgeving).

Daarnaast wordt een open ruimte al snel als "authentiek" gepresenteerd, maar openheid alleen maakt leren nog niet betekenisvol. Soms is juist beslotenheid of nabijheid nodig om iets te laten landen, maar dan moet je wel precies weten hoe (student) nabijheid in het hedendaagse onderwijs er van dichtbij uitziet en dat antwoord vind je waarschijnlijk niet in de beleids of bestuurskamer.
Bert
04
June
2026
Hear, hear. Dit doet me zó denken aan R10 aan de Rachelsmolen. Toen dit gebouw geopend werd kreeg het zelfs een prijs, iets van mooiste onderwijsgebouw of zo, toegekend door architecten. En ja, het gebouw is zeker best mooi. Maar tegelijkertijd heeft het gebouw wel een probleem. Of één, best een aantal eigenlijk. Het gebouw is niet fatsoenlijk te betreden voor mensen op krukken of voor mensen in een rolstoel, wat best wel jammer is voor een onderwijs instelling die zegt inclusief te zijn. Een nog veel groter probleem is dat je in het gebouw, zoals het in 2020 werd opgeleverd niet geschikt is voor onderwijs. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat in het gebouw grote open kantoortuinen gemaakt werden. Groot als in: equivalent van 6 oude klaslokalen, dus voor 150 studenten. Maar ook dat is niet het ergste: het gebouw heeft namelijk bijna geen gangen, op veel plekken moet je gewoon door die kantoortuinen lopen om van 1 plek naar een andere te gaan. Uiteraard luid kletsend, terwijl een aantal groepen studenten in diezelfde ruimte les krijgen.

Om aan te sluiten bij dit artikel: als je die grote ruimten "kantoortuin" noemde dan was je uiteraard aan het vloeken in de kerk. Nee, dit zijn OILs: Open Innovation Labs. Fantastische term voor wat feitelijk gewoon een kantoortuin is, met alle problemen van dien. En het onderwijs? Tja, docenten die daar een probleem mee hadden die moesten maar veranderen, die gebruikten een oude didactiek...

En om nog meer aan te sluiten: dat hele gebouw was voor FICT, ondertussen is door krimp het halve gebouw afgegeven aan andere Fontys afdelingen, die in die kantoortuinen meteen klaslokalen zijn gaan bouwen. Want lesgeven dat ging niet fatsoenlijk.

Fontys, denk groter. Of zoiets.
Hugo Gruijters
04
June
2026
Over inhoud gesproken. Dit essay al gelezen? https://cms.web.hva.nl/sites/default/files/lectoraten/foo/kansrijke-schoolloopbanen-een-diverse-stad/260527-essay-lks-izaak-dekker.pdf?_gl=1*1dqsr3t*_gcl_au*ODc0ODk4ODQ1LjE3ODA0OTgxMDU.*_ga*MTE1NTI0MTU3OC4xNzgwNDk4MTA1*_ga_3RXBG892YQ*czE3ODA0OTgxMDQkbzEkZzEkdDE3ODA0OTg3NTgkajYwJGwwJGgw