Buitenlandse studenten: van probleem naar oplossing
Politiek Den Haag is bezorgd over de instroom van buitenlandse studenten. Deels terecht, stelt Joep Houterman, voorzitter van het college van bestuur van Fontys. Maar, zo betoogt hij in onderstaand opiniestuk, de politiek moet wo en hbo niet over één kam scheren. “Het hbo is niet het probleem. Neemt niet weg dat wij als hogescholen ook aan de slag moeten: nóg meer afgestudeerde buitenlandse studenten aan onze regio’s binden. We komen nog steeds veel talent tekort.”
We hebben in Nederland een nieuw kabinet. Dat is natuurlijk een goede zaak, want het land moet bestuurd worden. Veel mensen hebben echter zorgen over de bezuinigingen van de nieuwe regering op het hoger onderwijs. Ik deel die zorgen, zeker ook op het gebied van internationalisering, waar ik me al decennia lang vanuit diverse rollen mee bezig houd. Of preciezer geformuleerd: het gaat niet over internationalisering, maar over de instroom van buitenlandse studenten.
Het vorige kabinet heeft een wet voorbereid, de Wet Internationalisering in Balans (WIB), met daarin maatregelen om de instroom van buitenlandse studenten in het hoger onderwijs te beperken (en een aantal ‘flankerende’ maatregelen). Het nieuwe kabinet heeft een forse bezuiniging ingeboekt; die moet gerealiseerd worden door het terugdringen van het aantal buitenlandse studenten.
Onderscheid hbo-wo
Natuurlijk begrijp ik – net als mijn collega-bestuurders van hogescholen en universiteiten – dat een te grote instroom van buitenlandse studenten tot problemen leidt, met name op het vlak van huisvesting en de positie van de Nederlandse taal. Het is verstandig om maatregelen te treffen om die problemen te beheersen. En om maatregelen te nemen die bijdragen aan een hoger maatschappelijk rendement van de internationale studenten.
Daarbij moeten we niet alle kennisinstellingen in het hoger onderwijs over één kam scheren. Op het gebied van de internationale instroom verschilt het hbo écht wezenlijk van de universiteiten (op een aantal andere gebieden ook, maar dat terzijde). Waar het aantal en het percentage buitenlandse studenten in het wo – en dan met name in de Randstad – fors zijn gestegen de voorbije jaren, daar is het aandeel in het hbo niet alleen in absolute zin veel kleiner, maar ook al die jaren stabiel gebleven.
Elk talent telt
Er is nóg een belangrijk verschil. Het hbo, en Fontys dus ook, leidt studenten - of het nu gaat om Nederlandse of buitenlandse, ad-, bachelor- of masterstudenten - primair op voor de arbeidsmarkt. We zijn niet voor niets hoger beroepsonderwijs. En heel vaak is dat ook nog eens de regionale arbeidsmarkt, waarmee onze studenten tijdens hun studie uitgebreid kennismaken.
Ook deze doelstelling wordt onderschreven door cijfers: internationale studenten aan een hbo-instelling zijn een jaar na het afstuderen nog 10 procentpunt vaker in Nederland dan wo-afgestudeerden, blijkt uit recent onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. ‘Het hbo lijkt er vooralsnog beter in te slagen internationale studenten op te leiden voor de Nederlandse arbeidsmarkt dan het wo’, concluderen de onderzoekers.
Waarom is dit een belangrijk punt? Omdat letterlijk elk talent telt, op de huidige krappe arbeidsmarkt.
En om voldoende talent op te leiden, hebben we ook de instroom van buitenlandse studenten nodig. In Venlo bijvoorbeeld, bij uitstek een internationale grensregio, maar zeker ook in Brainport waar we vanwege de razendsnelle groei de komende jaren iedereen nodig hebben. Daar komt bij: de ‘blijvers’ dragen allemaal bij aan de economie én vullen ook de schatkist door belastingen te betalen. Sterk bezuinigen op buitenlandse studenten werkt dus contraproductief.
Onze opdracht
Gelukkig heb ik de indruk dat politiek Den Haag steeds meer in positieve zin het onderscheid ziet én maakt tussen wo en hbo. En dat er oog is voor maatwerk in de regio. Dat is veelbelovend, maar dan zijn we er nog niet. Laat ik eerlijk zijn: ook wij hebben werk te doen. Wij mogen nog niet tevreden zijn met de huidige situatie. Met wij bedoel ik ‘wij, hogescholen’, maar ook ‘wij, bij Fontys’.
Zoals we in ons voorstel voor zelfregie eerder dit jaar hebben beloofd, moeten hogescholen en dus ook Fontys zich inspannen om de stayrate (de blijfkans) van de buitenlandse studenten verder te verhogen. Dat kan via extra taalonderwijs, zoals Fontys ICT bijvoorbeeld een plek in het curriculum inruimt voor Nederlands als tweede taal. Het kan ook door internationale studenten beter voor te bereiden op de Nederlandse arbeidsmarkt.
Uit onderzoek van Interlocality in samenwerking met Fontys-onderzoekers van het Kenniscentrum LLO blijkt dat hogescholen internationale studenten kunnen helpen door ze gerichte loopbaanbegeleiding te bieden, meer netwerkmogelijkheden, en stageplaatsen bij lokale werkgevers die bereid zijn een stapje extra te zetten. Hier heeft het bedrijfsleven ook een rol te vervullen.
Het kan ook, tot slot, via een meer effectieve werving. We brengen ons perspectief – dat we primair opleiden voor de (regionale) arbeidsmarkt - nog niet altijd voldoende over het voetlicht bij de werving van buitenlandse studenten.
Hoopvol
En zo is er nog meer dat we doen – zowel landelijk in het verband van de Vereniging Hogescholen als regionaal binnen onze eigen instelling. Neem de afgesproken beheersing van het aantal studenten - Nederlands én buitenlands – dat we toelaten bij onze anderstalige economische opleidingen. En ook specifiek voor Fontys: samen met de betreffende gemeenten en andere partners serieus onderzoeken in hoeverre we op onze campussen in Tilburg, Venlo en Eindhoven kunnen zorgen voor extra studentenhuisvesting.
Ik ben hoopvol gestemd dat de politiek de internationale instroom in het hbo op waarde weet te schatten – en dus dat de maatregelen die getroffen worden in verhouding zijn. Daar tegenover staat dat de politiek van ons mag verlangen dat we ons uiterste best doen om al die talenten inderdaad aan onze arbeidsmarkt en onze regio’s te binden. En op die manier voordelen van buitenlandse studenten juist vergroten.
Dat kunnen en willen we niet alleen: alles gebeurt in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en andere werkveldpartners, en met overheden en collega-instellingen. Zoals we dat bij Fontys gewend zijn.
Joep Houterman is voorzitter van het college van bestuur van Fontys Hogeschool