Nick Cave & The Bad Seeds - ‘Wild God’
‘Wild God’, het nieuwe album van Nick Cave & The Bad Seeds, is inmiddels twee weken oud. Hoe meer luisterbeurten, hoe groter de verwarring lijkt het wel.
Voorafgaand aan de verschijning op Spotify liet Cave weten een ‘vrolijke’ en ‘frisse’ plaat te hebben gemaakt. En zo’n nieuw begin mocht ook wel, na het tranendal van ‘Skeleton Tree’ (2016) en ‘Ghosteen’ (2019), beide getekend door de dood van Cave’s puberzoon Arthur.
Vrolijkheid dus, maar die is mijlenver te zoeken. Laat ‘Joy’ nu net het nummer zijn waarin Arthur Cave weer opduikt, in de gedaante van Flame Boy, een door lachende sterren omringde geest op ‘giant sneakers’. Noem dat maar vrolijk. Gospelkoor Double R Collective - een van de weinige ankerpunten op deze plaat zonder gps - maakt het dromerig mooi, maar dat is nog niet vrolijk.
Dat lukt beter op ‘Conversion’, waarin halverwege de euforie toeslaat, en op het vederlichte ‘O Wow O Wow (How Wonderful She is)’, een eerbetoon aan Cave’s vroege geliefde Anita Lane, die ook al dood is. Rondom een opname van haar zorgeloze stem uit vervlogen dagen bouwen The Bad Seeds een zoet landschap met een fluitende plattelandsdokter en de prachtige ijle stem van gitarist Warren Ellis.
Het is ook een van de weinige liedjes, waaruit je als luisteraar kunt opmaken welke kant Cave zo’n beetje op wil. Bij kitscherig klinkende audiopanorama’s als ‘Cinnamon Horses’ en ‘As The Waters Cover The Sea’ is dat raden en haal je vooral de schouders op.
Ach, voor de liefhebbers is er genoeg te beleven. Maar stel dat je Cave niet kent en je kiest dit album ter introductie? Dan denk je misschien te maken te hebben met een geflipte tv-dominee of een naar de grote stad verhuisde sjamaan die alle knopjes op de synthesizer eens wil uitproberen.
Cijfer: 7 - Misschien was het de afgelopen weken nog te mooi weer om deze plaat echt te waarderen. Gelukkig wordt het altijd weer herfst.