Boos zijn mag, rellen is iets anders
Vorige week kregen ouders van verschillende middelbare scholieren een brief van school: hou je kind zaterdag liever thuis. De aanleiding waren berichten op Telegram en Snapchat waarin jongeren elkaar opriepen om zaterdag te komen rellen.
Ik ben zelf student, dus ik zit dicht bij de generatie waar het over gaat. En ik snap best waar de onvrede vandaan komt. In Frankrijk, Spanje, Italië en Duitsland gingen jongeren de afgelopen weken de straat op voor beter onderwijs en betaalbare woningen. Daar is weinig tegenin te brengen: wie nu een huis zoekt, weet precies waar ze het over hebben. Zelfs Oxford-hoogleraar Tim Vlandas noemt hun zorgen terecht.
Maar kijk nou eens naar wat er in Nederland rondging. In de berichten die ik in het AD las, ging het niet over woningnood of onderwijs, maar over een partijtje knokken met de ME en over iemand die nog een nieuwe MacBook nodig had. Dat is geen protest. Dat is een excuus.
Mijn mening is simpel: wie rellen een protest noemt, doet de jongeren die echt iets te zeggen hebben geen plezier. Een etalage inslaan zorgt er niet voor dat iemand over woningnood praat. Dat het uiteindelijk rustig bleef in Den Haag en de gevreesde plunderingen uitbleven, is goed nieuws.
Maar zie wat die oproepen al deden, nog voordat er iets gebeurde: winkels die werden dichtgetimmerd, scholen die alarm sloegen, een studentenbond die het afraadde om mee te doen en de ME die moest ingrijpen toen er toch groepen jongeren samenkwamen. Daar ging het gesprek over, niet over woningnood of onderwijs.
Dus boos zijn mag, en demonstreren ook. Maar wil je dat mensen naar je luisteren? Doe het dan vreedzaam.
Mirre Korsten is vierdejaars studente Commerciële Economie bij Fontys in Eindhoven.