Bewustwording en preventie eerste stap naar veilige stages
Sociale veiligheid heeft bij Fontys hoge prioriteit, ook tijdens stages buiten school. Er zijn verschillende ondersteuningsroutes en er wordt geïnvesteerd in bewustwording en preventie. Vertrouwelijkheid en toegankelijkheid zijn daarbij belangrijk. “Het gaat om gedragsverandering”, zegt Cheryl McDowall.
Toen Charlotte (23) op haar negentiende aan haar tweedejaarsstage Verpleegkunde begon, was er weinig aan de hand. Ze liep stage op de afdeling cardiologie van een ziekenhuis, waar ze naar eigen zeggen veel leerde. Dat veranderde toen een van haar twee stagebegeleiders met zwangerschapsverlof ging en de praktijkbegeleider van de afdeling haar taken overnam.
“In een tussentijds gesprek kreeg ik ineens te horen dat ik niet op het niveau zat waarop ik op dat moment zou moeten zitten.” Ook haar houding en inzet werden bekritiseerd: ze moest meer vragen stellen en vaker initiatief tonen. “Ik merkte dat ik het niet snel goed kon doen.”
Dat werd volgens Charlotte steeds erger. Zo werd ze in een medicijnkamer apart genomen door de praktijkbegeleider en kreeg ze van hem te horen wat ze allemaal niet goed deed. Meerdere keren per week ging Charlotte huilend en overstuur naar huis.
“Ik wilde heel graag laten zien dat ik gemotiveerd was en dat ik het echt wel kon”, vertelt ze. Ze maakte zelfs extra stage-uren, terwijl ze in die periode ook ziek was geworden. Charlotte ging steeds verder over haar eigen grenzen heen. Uiteindelijk haalde ze de stage wel, maar ‘met de hakken over de sloot’.
Over eigen grenzen gaan
Deze ervaring heeft veel impact op Charlotte gehad. Zelfs tijdens haar derdejaarsstage bleef de angst aanwezig. “Ik durfde geen vragen te stellen en het niet aan te geven als ik iets niet wist.” Volgens Charlotte komt dat vooral omdat je als student in een afhankelijkheidspositie zit met je begeleiders.
Anderhalf jaar na haar stage diende Charlotte, samen met een andere student, een klacht in bij Fontys. Bij de klachtencommissie vertelde ze uitgebreid wat er was gebeurd. Ze kijkt positief terug op de manier waarop Fontys naar haar klacht heeft geluisterd. Wel had ze tijdens haar stage meer steun verwacht van haar docent. “Soms had ik het idee dat ik me richting school heel erg moest verdedigen over de dingen die gebeurden op stage.”
Een jaar geleden is Charlotte afgestudeerd en sindsdien werkt ze als jeugdverpleegkundige op het consultatiebureau waar ze met succes haar derde- én vierdejaarsstage liep. Ze begeleidt nu zelf stagiaires. “Juist omdat ik weet hoe belangrijk een veilige stageplek is, wil ik studenten een leerzame en positieve ervaring geven.”
Vooroordelen
Charlotte vindt dat ze meer te maken heeft gehad met sociale onveiligheid, machtsongelijkheid en een moeizame begeleiding dan met stagediscriminatie. Maar waar ligt die grens? Uit onderzoek van Hogeschool Inholland onder vier hbo-opleidingen blijkt dat stagediscriminatie zich vaak subtiel uit, waardoor studenten moeite hebben om het expliciet te benoemen.
Dat het herkennen van subtiele vormen van stagediscriminatie en micro-agressie belangrijk is, ondervond docent Verpleegkunde Cis Lijten. Lijten werkt al twintig jaar bij Fontys Mens en Gezondheid (FMG) en volgde de basis- en verdiepende workshop Van Stagediscriminatie naar Stagegelijkheid, die Fontys sinds enkele jaren aanbiedt aan medewerkers en werkveldpartners.
Vooraf dacht hij bij stagediscriminatie vooral aan studenten met een buitenlandse achternaam die moeilijk aan een stageplek komen. “Ik ging ervan uit dat dit bij ons instituut niet voorkomt, omdat wij stagiaires actief plaatsen. Tot ik de workshop ging volgen.” Goedbedoelde uitspraken ingegeven door vooroordelen of onwetendheid kunnen ook heel kwetsend zijn, weet hij nu.
Zelf heeft Lijten ook wel eens zo’n opmerking gemaakt. Een studente van Turkse komaf complimenteerde hij omdat ze goed Nederlands sprak, niet wetende dat ze in Nederland was geboren. Dat het hierbij gaat om micro-agressie had de docent zich voor de workshop niet gerealiseerd. “Dit was heel confronterend”, zegt hij. “Je bent je niet altijd bewust van je eigen gedrag.”
Micro-agressie
Volgens Cheryl McDowall van Fontys IDEAS en docent Human Resource Management, gaat het bij de workshops dan ook niet alleen om stagediscriminatie. Ook micro-agressie komt aan bod. Ze noemt als voorbeelden: een stagiair niet meenemen in de pauze of vragen uit welk land diegene écht komt. Het verschil in behandeling tussen stagiaires kan volgens haar een signaal zijn.
“Bewustwording is altijd de eerste stap”, zegt McDowall. Iedereen heeft volgens haar vooroordelen. Wie zich daarvan bewust wordt, kan signalen eerder herkennen en zichzelf of anderen corrigeren. Dat geldt niet alleen voor medewerkers, maar ook voor studenten, zodat ze deze bespreekbaar kunnen maken en eventueel een melding kunnen doen als ze met stagediscriminatie of micro-agressie te maken krijgen.
Gedragsverandering
Fontys organiseert de workshops samen met de gemeente Eindhoven en antidiscriminatiebureau RADAR. Ze zijn bedoeld voor medewerkers en werkveldpartners. Fontys experimenteerde vorig jaar met twee vormen workshops, via open inschrijving en inhousetrainingen, waarbij een instituut zelf deelnemers werft.
Volgens de evaluatie leverde deze aanpak een groter bereik op, evenals meer betrokkenheid en een toename van signalering van stagediscriminatie.
Of de trainingen daadwerkelijk leiden tot minder stagediscriminatie, is volgens McDowall moeilijk vast te stellen. “Het gaat om gedragsverandering. Dat vindt niet van de ene dag op de andere dag plaats.” Wel ziet ze dat sommige instituten na een training vervolgstappen zetten in samenwerking met Fontys IDEAS.
Zo hebben FMG en HRM een module aan het curriculum toegevoegd, zodat studenten stagediscriminatie en micro-agressie beter kunnen herkennen en weten waar ze zich kunnen melden. Ook is de samenwerking met werkveldpartners verbeterd.
Cis Lijten is een van de docenten die sindsdien binnen FMG jaarlijks een workshop geeft aan studenten. Volgens hem hebben studenten in de zorg regelmatig te maken met discriminerende en seksueel getinte opmerkingen en ander grensoverschrijdend gedrag mee. Hij denkt dat er binnen Fontys nog meer bewustzijn mag komen en dat meer instituten hier iets mee zouden kunnen doen.
Geen cijfers
Hoe vaak studenten tijdens een stage te maken krijgen met discriminatie, micro-agressie of ander ongewenst gedrag, is niet bekend. Ook kan Fontys geen aantallen geven van studenten die de afgelopen drie jaar vanwege sociale onveiligheid, discriminatie of ander ongewenst gedrag van hun stageplek zijn gehaald of hun stage voortijdig hebben beëindigd. Dat er geen cijfers worden bijgehouden, betekent volgens Fontys niet dat signalen niet worden opgepakt.
Fontys laat weten dat dergelijke meldingen niet centraal worden geregistreerd ‘op een wijze die het mogelijk maakt hierover instellingsbrede cijfers te verstrekken, omdat vertrouwelijkheid en toegankelijkheid belangrijk zijn’. De focus ligt vooral op het bieden van laagdrempelige toegang tot ondersteuning, het versterken van meldbereidheid en het zorgvuldig opvolgen van signalen. Signalen en ontwikkelingen worden tussen instituten en diensten gedeeld en studentenwelzijn wordt gemonitord.
Daarnaast onderhoudt Fontys actief contact met stageorganisaties. Als daar aanleiding voor is, kan de hogeschool met toestemming van de student contact opnemen met een stageorganisatie. Wanneer een stageomgeving onvoldoende veilig blijkt, kan Fontys bovendien besluiten de samenwerking met een stageorganisatie te heroverwegen of te beëindigen.
Gedeelde verantwoordelijkheid
Een veilige stageomgeving is volgens Fontys een gedeelde verantwoordelijkheid. Stagebegeleiders, studentcoaches en begeleiders op school en de werkplek hebben een gezamenlijke rol in preventie, signalering en ondersteuning. Daar wordt het gesprek structureel over gevoerd. De regie op sociale veiligheid is de afgelopen periode versterkt om de verschillende ondersteuningsstructuren beter met elkaar te verbinden.
Ook de komende jaren zet Fontys verder in op sociale veiligheid. Recent kreeg de hogeschool een subsidie van ruim 446.000 euro vanuit de Regeling Sociale Veiligheid in het Hoger Onderwijs en de Wetenschap. Met het project Samen Cultuur Versterken wil Fontys met studenten, medewerkers en studieverenigingen de sociale veiligheid binnen de onderwijs- en werkomgeving vergroten. Ook de workshops over stagediscriminatie gaan door.
Charlotte diende dus uiteindelijk een officiële klacht in, maar pas anderhalf jaar na haar stage. Daarvoor had ze lange tijd gedacht dat het vooral aan haarzelf lag. “Ik kon er lang niet over praten zonder in huilen uit te barsten”, vertelt ze. Haar belangrijkste boodschap aan studenten die stagelopen: praat erover als iets niet goed voelt en zoek iemand die echt luistert.
Hoofdfoto: Shutterstock. Charlotte staat niet op deze foto.
Hier kun je terecht als jouw stageplek niet veilig voelt
Studenten kunnen bij een onveilig gevoel onder meer terecht bij hun studentcoach, stagebegeleider en studentendecaan. Bij vertrouwenspersonen kunnen ze aankloppen in geval van pesten, intimidatie, racisme, discriminatie, agressie en geweld. Voor een formele klacht is er de Klachtenregeling ongewenst gedrag.
Workshops Van stagediscriminatie naar stagegelijkheid
In oktober en november zijn er weer verdiepingsworkshops voor medewerkers. Meer informatie: Cheryl McDowall, ideas@fontys.nl. Bij haar kun je ook terecht voor inhousetrainingen.