Eindhoven,
03
november
2021
|
21:22
Europe/Amsterdam

Lector pleit voor rebels leiderschap verpleegkunde

De werkdruk in de zorg is groter dan ooit, de arbeidsvoorwaarden voor verpleegkundigen zijn karig en door covid is er extra stress. Toch blijft de opleiding Verpleegkunde volgens lector Pieterbas Lalleman aantrekkelijk. Maar er mag wel wat veranderen aan het beeld dat bestaat van de beroepsgroep.

Ziekenhuismedewerkers van zeven academische ziekenhuizen in Nederland staakten een maand geleden voor eerlijkere arbeidsomstandigheden en verlaging van de werkdruk. Volgens de vakbonden staakte zorgpersoneel in Nederland nooit eerder zo grootschalig.

Dat schets een weinig rooskleurig beeld van het werk in de zorg. Toch is landelijk de toestroom van nieuwe studenten bij de opleiding Verpleegkunde groot.

Zichtbaar
Pieterbas Lalleman“We zien ondanks covid, of misschien juist dankzij covid, landelijk een behoorlijke toename van jongeren en zij-instromers die voor de bachelor-opleiding Verpleegkunde kiezen”, stelt Lalleman, docent en lector Leiderschap bij Fontys. “Door de coronacrisis is het verpleegkundig vak heel zichtbaar geworden.”

“De zware werkomstandigheden schrikken mensen voorlopig niet af, maar we zien wel dat er grote uitval en uitstroom is onder verpleegkundigen. De achterdeur staat wijd open. Dáár moeten we iets aan doen.”

Hij ziet liever niet het beeld zoals de foto boven dit artikel. Want: "We moeten af van het eenzijdige klassieke beeld van de verpleegkundige in het wit die op een afdeling voor patiënten zorgt."

Het antwoord zit volgens Lalleman in rebels verpleegkundig leiderschap, zoals hij dat noemt. "Er moet een breder frame komen van wat verpleegkundig werk is.”

Andere rollen
Naast het werk aan het bed moeten verpleegkundigen volgens Lalleman ook andere rollen vervullen, zoals die van onderzoeker, docent of beleidsmedewerker.

“Bij doctoren is die extra rol heel vanzelfsprekend. Medisch specialisten zijn vaak ook opleiders en verrichten onderzoek. Daar moeten we ook in de verpleegkunde naar toe en dat moeten we heel goed voor het voetlicht brengen.”

Aan de opleidingskant wordt hier al langer aan gewerkt, stelt Lalleman. “De bachelor-opleiding is tegenwoordig slechts het begin, daarna kunnen studenten zich specialiseren in diverse master-opleidingen met uiteenlopende richtingen. Maar aan de werkgeverskant is nog wat te winnen.”

Volgens Lalleman moeten er meer banen en rollen komen die passen bij de breder opgeleide verpleegkundigen. “Ik ben zelf bijvoorbeeld ook toezichthouder in Amsterdam bij een grote zorgorganisatie, maar ik ben daarin nog een uitzondering.”

Expertise inbrengen
In het werkveld wordt vreemd opgekeken tegen verpleegkundigen die een bestuurs- of toezichtsfunctie ambiëren. “En dat terwijl het in veel gevallen gaat om langdurige zorg. Die care, dat is toch echt onze core business. Juist verpleegkundigen moeten daar hun expertise inbrengen.”

Om die ‘nieuwe’ rol van verpleegkundigen goed tot ontwikkeling te laten komen, zijn er volgens Lalleman twee zaken nodig: “Studenten en beginnend verpleegkundigen hebben een goede mentor nodig die kan helpen bij het verder ontwikkelen van dat brede repertoire. En er zijn rolmodellen nodig die voorleven hoe verpleegkundigen hun stempel op het werk kunnen drukken.”

Stem geven aan het werkveld
“Rolmodellen moeten zichtbaar zijn en zich laten horen. Zij kunnen een stem geven aan het werkveld. Zij kunnen laten zien wat er voor verpleegkundigen allemaal mogelijk is.”

Die positieve aandacht voor het werk in de zorg is belangrijk volgens Lalleman. “Want met de dubbele vergrijzing die er aan zit te komen, neemt de vraag naar verpleegkundigen alleen maar toe. We staan voor een enorme uitdaging om de zorg overeind te houden.” [Ivo van der Hoeven

Boilerplate

Pieterbas Lalleman is wijkverpleegkundige bij Buurtzorg en docent bij de opleiding Verpleegkunde van Fontys. Als lector Leiderschap werkt hij binnen het lectoraat Persoonsgerichtheid in een ouder wordende samenleving. Daarnaast is hij onder andere toezichthouder bij Amstelring Wijkzorg in Amsterdam en voorzitter van het Historisch College FNI van V&VN waar hij zich bezighoudt met de geschiedenis van de verpleging en verzorging.