Diensten weer op de campus: 'Terug naar de reuring'
Met de start van het nieuwe collegejaar is ook de nieuwe werkplek van de Fontys-diensten een feit. Veel medewerkers zien deze week voor de eerste keer de omgebouwde werkruimtes op campus Rachelsmolen. En hoewel dat voor sommigen een kleine zoektocht betekent, is de verhuizing over het algemeen soepel verlopen.
Drie jaar na de tijdelijke verhuizing van de diensten naar De Lage Landen (DLL) in het centrum van Eindhoven, verhuizen al die diensten nu weer terug naar campus Rachelsmolen. De honderden medewerkers die daaronder vallen verspreiden zich over verschillende locaties in R3/R4, R5 en R10. Voor R3/R4 en R10 betekende dat een volledige verbouwing, waar ook in de zomer hard aan is gewerkt. R5 hoefde slechts gedeeltelijk verbouwd te worden.
Volgens Peter Hattink, verhuiscoördinator namens de dienst MC&P, is het een soepele verhuizing geweest. “Veel gemakkelijker dan de verhuizing naar DLL drie jaar geleden”, zegt hij. “Toen hadden we veel meer ‘troep’ wat daarnaartoe moest. Nu was het een eenvoudige verhuizing en bovendien eentje waar iedereen naar uitkeek. Terug naar de studenten, terug naar de campus. Iedereen was daar optimistisch over.”
Positieve reacties
En dat optimisme is er nog steeds. De eerste reacties zijn volgens Hattink vrijwel allemaal positief. “Het is sowieso fijn dat we weer terug zijn. Dat we weer in de reuring zitten, tussen de studenten. Het enige wat ik nog merk, maar dat verdwijnt nog wel, is dat veel medewerkers van andere diensten denken dat de ruimte die voorheen de hub was in R3/R4, nog steeds voor alle diensten is. Dat is niet zo; die is nu voor MC&P.”
Een verdieping hoger, op de derde, klinken medewerkers ook positief. Zo zeggen ze bij de dienst Control, Financiën & Inkoop/Contractmanagement (CFI) dat het er allemaal netjes uitziet. Soms is het nog even zoeken naar de vergaderkamers omdat ze verstopt zitten in grotere ruimtes, maar verder bevalt het goed. Veel belcellen, rustige omgevingen, meer kleinere ruimtes en minder geluidsoverlast dan bij DLL. Of er genoeg plekken zijn? Dat moet de toekomst uitwijzen, maar vandaag in ieder geval wel.
Minder thuiswerken
Peter Hattink zegt dat ook. Voor nu zijn er voldoende plekken – hetzelfde aantal als in DLL – maar of dat over een paar maanden, als de nieuwe organisatiestructuur na HARP helemaal staat, nog steeds het geval is? “Een deel werkt thuis. Dat geldt voor alle diensten, maar het beleid is wel om minder te gaan thuiswerken en meer op kantoor. Dan is het alleen wel van belang dat er genoeg ruimte is, en daar moeten we in gaan sturen. Zeker als de nieuwe organisatiestructuur straks helemaal staat, wat in oktober/november zal zijn. Daar was in deze verhuizing nog geen rekening mee gehouden.”
Dat kan spannend worden, want er komen dan veel meer medewerkers bij en vanzelf gaat het niet, weet Hattink. “We gaan kijken hoe we daarin goed kunnen samenwerken. Bijvoorbeeld door bepaalde teams op bepaalde dagen hier te laten werken. Gelukkig hebben we daarnaast ook nieuwe collega’s die vanuit de instituten komen en die hun oude werkplek bij die instituten behouden. Dat is fijn, want zonder die plekken zouden we het niet redden. Wat dat betreft zijn we nog steeds decentraal verspreid.”
Meer parkeerdruk?
Daar zitten voor- en nadelen aan verbonden. Want meer medewerkers naar campus Rachelsmolen betekent natuurlijk ook meer benodigde parkeerplekken. En die waren al zo schaars. Voor medewerkers van de diensten is daarom een tijdelijke regeling in het leven geroepen waarbij ze een gratis parkeervergunning aan kunnen vragen waarmee ze hun auto gratis in de buurt van de campus kunnen parkeren.
De regeling werd vlak voor de zomervakantie met de betrokken medewerkers gedeeld en inmiddels is daar door zo’n vijftig verhuizende medewerkers gebruik van gemaakt. Nieuwe aanvragen lopen nog binnen. “Fijn, want hierdoor zorgen zij niet voor extra parkeerdruk op de campus”, ligt Sandra de Geeter toe, adviseur mobiliteit bij Fontys. “We hopen dat de parkerende medewerkers die aan de criteria voldoen de vergunning aanvragen. En in algemene zin hopen we natuurlijk dat mensen zo veel mogelijk met het ov of de fiets komen.”