'Was maar een grapje': Fontys pakt sociale onveiligheid aan
Je ziet het misschien niet altijd, maar sociale onveiligheid is overal. Soms bewust, soms onbewust. Maar buiten kijf staat dat het er is, ook binnen Fontys. En om dat taboe te doorbreken en er iets aan te doen, zijn twee lectoraten binnen Fontys een project gestart dat de sociale veiligheid binnen de hogeschoolmuren moet verbeteren.
Het project maakt deel uit van het overkoepelende project Samen Cultuur Versterken, waarvoor Fontys in september een subsidie van 446.220 euro toegekend heeft gekregen. Dat geld komt uit de pot van de Regeling Sociale Veiligheid in het Hoger Onderwijs en de Wetenschap, en is bedoeld om de sociale veiligheid binnen de onderwijs- en werkomgeving te versterken.
Samenwerking
Van die bijna vierenhalve ton worden er vijf samenhangende activiteiten georganiseerd die elk op een andere manier bijdragen aan bewustwording. Eén daarvan wordt vormgegeven door de lectoraten Leren Floreren en Sociale Veerkracht, die voor dit project hun krachten bundelen. “Het project bestaat uit twee delen”, legt Renske van der Zwet uit, senior onderzoeker bij het lectoraat Sociale Veerkracht.
“Enerzijds willen we bij studenten en medewerkers van Fontys ervaringsverhalen ophalen. Ik denk namelijk dat er best vaak gedacht wordt dat sociale onveiligheid binnen het hoger onderwijs of binnen Fontys niet voorkomt, maar dat is niet zo. Wij willen met ons lectoraat in beeld brengen wat sociale onveiligheid met mensen doet en welke impact het kan hebben. Het idee is dat we al die ervaringsverhalen vervolgens geanonimiseerd gaan bundelen.”
Toolkit
De stap die daarna volgt, wordt grotendeels opgepakt door het lectoraat Leren Floreren, met senior onderzoeker Annemieke van der Horst als een van de betrokkenen. “Als we de inzichten eenmaal hebben, gaan we op basis daarvan een toolkit met verschillende praktische onderdelen ontwikkelen, waaronder concrete handelingsscripts die de sociale en psychologische veiligheid versterken”, vertelt ze.
“Met handelingsscripts is het de bedoeling dat we ons bewust proberen te worden van een soort automatisch gedrag dat we nu hebben, om vervolgens nieuwe routines aan te leren. Denk aan hoe je studenten aanspreekt, hoe je een vergadering start of welke sfeer en cultuur je binnen een opleiding organiseert.”
Een 'grapje’
Van der Zwet geeft een concreet voorbeeld. “Soms zegt iemand iets wat als grapje bedoeld is, maar wat eigenlijk best racistisch of discriminerend over kan komen. Nu ben je misschien geneigd om mee te gaan in het ‘grapje’ en er niks van te zeggen, maar als we met handelingsscripts kunnen normaliseren dat je er wél iets van zegt en je elkaar daarop aanspreekt, dan zou dat kunnen helpen. Iedereen kan onbedoeld iets zeggen wat eigenlijk ongepast is, we zijn immers allemaal mensen, maar het gaat er vooral om hoe je daarmee om gaat.”
En dat daar iets in moet veranderen, staat volgens beide onderzoekers vast. Ze krijgen een jaar de tijd voor het ontwikkelen van de bundel met ervaringsverhalen en de daarbij horende toolkit.
“Ik denk dat heel veel studenten en medewerkers bepaalde ervaringen hebben rondom sociale onveiligheid, maar die liever niet delen. Dat houdt het probleem in stand, dus ik hoop dat we daar met dit project meer zicht op kunnen krijgen. Het is namelijk van groot belang dat zowel studenten als medewerkers de eerlijke kans krijgen om zich optimaal te ontwikkelen. Een sociaal veilige omgeving vormt daarvoor een onmisbare basis”, besluit Van der Zwet.
Voor meer informatie kan men terecht op de nieuwe portal van het IDEAS Office. IDEAS Office bevindt zich nog in de projectfase, maar wordt naar verwachting in januari structureel gepositioneerd. Mensen die mee willen doen aan het onderzoek door bijvoorbeeld een ervaringsverhaal te delen, kunnen straks (zodra deze helemaal af is) ook terecht op de portal.