Waar is de inhoud gebleven?
Er was onlangs veel ophef over de nieuw te installeren staatssecretaris van Financiën die had gelogen over haar cv. De discussie ging vooral over het liegen. Of over het feit dat we misschien te veel waarde hechten aan diploma’s. Maar wat mij verbaasde, was wat níet werd besproken: hoe kun je staatssecretaris van Financiën worden zonder noemenswaardige kennis van financiën?
Blijkbaar is dat minder problematisch dan het ontbreken van een papiertje. En daar maak ik me zorgen over. Niet alleen in Den Haag, maar ook in het onderwijs.
Ik kan namelijk soms woedend nakijken. Niet alleen omdat iets onduidelijk is, maar omdat het werkelijk nergens over gaat. Scripties vol managementtaal, vol zinnen die klinken alsof ze uit een generator voor beleidsproza komen. “Er is ingezet op verbinding.” “Er is gekeken naar optimalisatie van processen.” “Eigenaarschap is gestimuleerd.” Prachtig. Maar wat hééft iemand dan gedaan? Wat gebeurde er concreet? Welke theorie is gebruikt? Welke data ondersteunen de conclusie?
Het gaat steeds vaker over hoe we iets zeggen in plaats van wat we zeggen. Over toon, over reflectie, over ‘professionele taal’. Maar taal zonder inhoud is lucht. En als je lang genoeg in gebakken lucht zwemt, ga je denken dat dat normaal is.
Toen ik (neuro)psychologie studeerde, leerde ik hoe gedrag werkt. Hoe geheugen werkt. Welke denkfouten we maken. Welke biases ons oordeel kleuren. Dat was geen vrijblijvende kennis; dat was gereedschap. Zonder dat gereedschap kun je geen goede analyse maken. En zonder analyse geen oplossing.
Nu lijkt kennis soms ondergeschikt aan presentatie, netwerkvaardigheden en ‘eigenaarschap’. Alsof inhoud een accessoire is. Alsof je staatssecretaris van Financiën kunt zijn zonder verstand van financiën, en professional zonder grondige vakkennis.
Maar kennis is geen elitair speeltje. Het is de basis onder kritisch denken. Je kunt niet kritisch nadenken over iets wat je niet begrijpt. Je kunt geen morele afweging maken zonder feiten. Je kunt geen brand blussen als je alleen hebt geleerd hoe je over vuur reflecteert. De wereld staat in brand. En wij leren studenten vooral te benoemen wat die brand met hen doet, in plaats van hoe ze een brandblusser vasthouden.
Misschien is het tijd om weer een lans te breken voor inhoud. Voor theorie. Voor analyse. Voor kennis die ergens over gaat. Niet omdat diploma’s heilig zijn. Maar omdat de werkelijkheid dat soms wél is.
Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Ethisch werken. Lees hier haar eerdere columns voor Bron.
Ik vind dit het meest gewaarlijke kenmerk van de moderne tijd. Dit zie je overal, zelfs bij de hoogst-machtigste mensen die regie hebben over hele landen (om geen namen te noemen :). Het gaat niet over de inhoud en feiten, het gaat over hoe het wordt presenteerd.