Vaker thuis werken en studeren dan op de campus
Op dagen dat docenten of coaches moeten werken, doen ze dat bij Fontys toch vooral op locatie. De helft van het onderwijzend personeel zegt hooguit één dag in de week thuis te werken. Bijna een op de drie werkt zelfs nooit vanuit huis. Hoe anders is dat voor studenten en andere medewerkers.
Meer dan de helft van het ondersteunend personeel werkt twee dagen of meer thuis en slecht 19 procent geeft aan nooit thuis te werken, zo blijkt uit de mobiliteitsenquête 2024. Dat is in schril contrast tot hoe het in 2020 nog was. Toen werkte amper iemand van het ondersteunend personeel meer dan een dag per week thuis. Sterker nog: meer dan 70 procent werkte nooit thuis.
Studenten reizen gemiddeld genomen zo’n drie dagen per week richting campus om daar te studeren of lessen te volgen. Dat resultaat is vergelijkbaar met de vorige keer dat hen hier naar werd gevraagd.
Met het oog op de bezuinigingen en het afstoten van ruimtes of gebouwen door de krimp in studentaantallen, lijkt er overigens nog een mooie maar lastige taak weggelegd voor de roosteraars: met name op de woensdagen en vrijdagen komen beduidend minder studenten en medewerkers naar de campus. Dan wordt er dus kennelijk ook minder les gegeven.
Aangezien het Fontysbestuur al heeft aangegeven dat gebouwen en ruimtes optimaler benut moeten worden, lijkt de meest voor de hand liggende oplossing dat er op die dagen in de toekomst vaker gewerkt/gestudeerd moet worden op campus.
Tevreden
Uit dezelfde mobiliteitsenquête blijkt ook dat studenten en medewerkers over het algemeen tevreden zijn met hoe bereikbaar hun school of campus is. In Den Bosch is iedereen behoorlijk tevreden over hoe je daar met de auto of fiets kunt komen. Wie bus en/of trein nodig heeft, is minder happy: studenten geven de locatie dan een rapportcijfer 5,6, medewerkers een 6,8. Dat is de laagste score van de vijf Fontyslocaties.
De tevredenheid over hoe je met het ov op school komt in Eindhoven, Sittard, Venlo en Tilburg is een stuk hoger. Alleen Stappegoor krijgt van studenten en medewerkers met een 6,8 een iets lager cijfer dan de andere locaties als het om het openbaar vervoer gaat.
Dat journalistiek en de kunsten in Tilburg, het DLL-gebouw (waar de diensten tijdelijk zijn ondergebracht) en de Witte Dame in Eindhoven heel laag scoren qua bereikbaarheid met de auto is logisch: die vier liggen midden in het centrum. En scoren dus weer goed als het om fietsers en ov-gebruikers gaat.
De allerhoogste cijfers qua bereikbaarheid gaan overigens naar Sittard: die locatie krijgt voor alle soorten vervoer rapportcijfers van meer dan 8 van zowel studenten als medewerkers.
Tendens
De al ingezette tendens waarbij steeds meer medewerkers vaker met de fiets of het ov naar hun werk komen, zet zich nog steeds door. Niet in de laatste plaats door het pro-actieve beleid van Fontys om personeel uit de auto te krijgen, en de hoge brandstofprijzen helpen nog een handje mee.
Dat gezegd hebbende: bij studenten is daar nog weinig van te merken. Nog steeds komt grofweg de helft met het openbaar vervoer en bijna een kwart met de fiets. De auto blijft nog steeds het geliefdste vervoersmiddel voor een op de vier studenten.
Wel is er een verschuiving zichtbaar: studenten in Venlo komen juist minder vaak met de auto, terwijl autogebruik in Tilburg en op campus Rachelsmolen juist is gestegen. Ook hier wordt het weer interessant wat het bestuur qua parkeerbeleid zal beslissen: de vraag is niet of er op deze locaties betaald parkeren wordt ingevoerd, maar wanneer. Eerder gaf grofweg een op de vijf studenten aan dat dit een serieuze reden kan zijn om op een andere manier naar school te komen.