Tilburgse instituten ACE en FMC gefuseerd
In Venlo, Eindhoven en Tilburg wordt al maanden nagedacht of concreet gewerkt aan de fusie van instituten. De meeste stappen zijn gezet in Tilburg, waar de instituten Marketing en Communicatie en de Academy for the Creative Economy sinds deze maand officieel zijn samengevoegd. Nu de praktijk nog.
In Venlo zijn pas de eerste paar stappen gezet naar de toekomst van de opleidingen op deze campus. In Eindhoven staat al vast dat alle techniekopleidingen in het Nexusgebouw onder één noemer gaan vallen en dus één instituut worden. Daar is het laatste woord nog lang niet over gezegd; de cmr wordt pas deze maand geïnformeerd over de plannen voor de drie instituten die daar samen moeten gaan.
Waarom fusies? Directe aanleiding zijn natuurlijk de dalende studentaantallen en daarmee gepaard gaande bezuinigingen. In Tilburg komt daarbij dat vergelijkbare economische opleidingen bij verschillende instituten, ACE en FMC dus, werden aangeboden en dat dit niet bijdraagt aan de transparantie richting studiekiezer en werkveld. Bij ACE daalden bovendien de studentaantallen al enkele jaren en dat zette druk op de financiën en het aantal fte’s.
In trek
Bij FMC hebben ze weinig te klagen over de studentaantallen om de simpele reden dat de opleidingen daar, Speco ofwel sportmarketing, en sportcommunicatie, in trek zijn.
“Daarom was er hier eerst ook nogal wat scepticisme over de fusie”, zegt Ruben Erkelens, namens Speco lid van de Instituutsmedezeggenschapsraad (imr) van FMC.
Zoals dat met fusies gaat: niet iedereen is altijd even blij. Dat gold ook bij deze twee instituten op Stappegoor. Maar voor het bestuur was het duidelijk, de centrale medezeggenschap (cmr) stemde in en dus werd een jaar geleden tot fusie besloten. Waarop het daarna op de praktische invulling aankwam.
De sceptische reacties bij FMC werden volgens Erkelens vooral gevoed door hoe het proces maandenlang werd ervaren. “De manier waarop dat proces werd ingericht riep weerstand op. Met name dat het bestuur had besloten wie van de twee huidige directeuren de beoogde nieuwe directeur werd bij het gefuseerde instituut."
Dat werd ACE-directeur Ilse van de Pas, die vlak voor Kerstmis officieel ook werd benoemd. Zij werd tevens aangesteld als kwartiermaker. “En dat vonden we vreemd. Want zij had daarmee drie petten op: directeur van ACE, beoogd directeur van het nieuw te vormen instituut én kwartiermaker.”
Gesprek
Dat een deel van de frictie hem daar in zat, bleek wel na afgelopen zomer. Tot dan had Van de Pas nog niet met de imr van FMC gesproken: dat behoorde tot de taken van de toenmalige directeur Minou Hoeberichts.
“De cmr heeft vervolgens geadviseerd: de kwartiermaker hoort aanspreekpunt te worden voor beide imr's", aldus Van de Pas. “Daar was ik heel blij mee, want doordat ik als kwartiermaker voor de fusie rechtstreeks aanspreekpunt werd voor beide IMR’s ontstond er verbinding en samenwerking. Dat bevorderde het fusieproces.” En dat bleek inderdaad de verhoudingen een stuk te verbeteren, zo zegt ook Erkelens.
Van de Pas heeft begrip voor de onrust. “Er waren vooral zorgen over de tijdelijke contracten. Bij FMC zijn er daar veel meer van. Overigens ook omdat tijdelijke contracten de afgelopen jaren bij ACE juist al zijn afgebouwd. Maar daar zat het grootste deel van de pijn wel. Wij groeien, zij niet maar wij hebben juist veel tijdelijke contracten, zo werd het met name bij Speco gezien.”
“We zijn echter gaan kijken naar het natuurlijk verloop van de afgelopen jaren en hebben dat doorgerekend. En daarmee verwachten we over uiterlijk vijf jaar uit te komen waar we moeten zijn met het toekomstig natuurlijk verloop. Dat is onze intentie. Dus we sturen niet op het feit of iemand tijdelijk of vast in dienst is. Nee, waar het ons om gaat is dat de juiste persoon op de juiste plek komt te zitten. Dat de kwaliteit van iemand voorop staat en dat die persoon ook een match is binnen het team waar die terechtkomt.”
“Dat soort ‘harde’ uitspraken wilden we inderdaad horen”, stelt Erkelens. Sindsdien verbeterden de verhoudingen, zo geeft hij aan. “Ik snap dat er ongeacht de uitkomst altijd collega’s zullen zijn die moeite hebben met de uitkomst. Met weerstand heb je bij dit soort processen altijd te maken. Maar zeker de laatste twee maanden wordt er veel meer gedaan met onze zorgen. Dat kwaliteit boven alles gaat, dat was aanvankelijk helemaal niet duidelijk en daar kwam een groot deel van het wantrouwen bij ons ook wel vandaan."
Pijn
Geen wantrouwen, maar pijn was er ook aan de ACE-kant, stelt Van de Pas. “Er zijn heus wel wat gesprekken gevoerd. En ik zal ook niet zeggen dat er geen tranen zijn gevloeid. Sommige opleidingen worden samengevoegd, natuurlijk doet dat pijn en hebben mensen tijd nodig om te rouwen. Maar over het algemeen gaat het boven verwachting goed.”
Erkelens: “We hebben onze intentie uitgesproken: wat heeft een opleiding precies nodig, dat is waar we vol voor gaan. Ondertussen blijven er nog wel wat zorgen, onder meer over het onderwijsondersteunend personeel: daar zit natuurlijk overlap, dus wat gaat er met die mensen gebeuren?”
Van de Pas: “Ja, ook die zorgen begrijp ik. Maar dat wordt meer gevoed door HARP (het harmonisatieproces van de ondersteunde rollen binnen Fontys, red.) dan door de fusie. Ik heb al gezegd: door de fusie is er toch zeker voor het komende anderhalve jaar juist heel veel werk te verrichten door het onderwijsondersteunend personeel."
"Wat de impact van HARP is, weet ik ook niet. Maar wat voor de hele fusie en eigenlijk voor alles geldt: de enige constante in het leven is verandering. En de oplossing zit hem in hoe je daar met elkaar mee omgaat. En ik moet zeggen: ik heb bewondering voor hoe de mensen hier dat tot nu toe doen."
Onderkomen
De twee economische instituten gaan voortaan verder onder naam Fontys Economie Tilburg Het voormalige FMC vertrekt komende zomer uit P4, dat zou ook los van de fusie al zijn gebeurd omdat dit gebouw wordt afgestoten. De gemeente wil van Stappegoor een sportgebied maken en is met Fontys in gesprek over een gehele of gedeeltelijke verhuizing van de hogeschool daar.
Het nieuwe instituut is inmiddels gehuisvest in P8. Speco is te groot om ook daar onderkomen te vinden en gaat daarom naar twee vleugels op dezelfde verdieping van P1. Vooralsnog. De toekomst van de hele campus is immers nog onzeker. Het biedt volgens Van de Pas wellicht ook kansen voor met name Speco. “Wat is er nou mooier dan dat Speco direct naast een atletiekbaan of sportveld is gevestigd? Dus wie weet.”