Subsidie voor elektrische koelwagens met zonnepanelen
Kleine elektrische koelwagens die middels zonnepanelen hun eigen energie opwekken tijdens het rijden en zo voldoende rijbereik hebben. Het klinkt haast te mooi om waar te zijn, maar niets is minder waar. Het lectoraat Automotive & Energy Innovation ontvangt als onderdeel van het SmartSOLAR-project een subsidie van bijna 2 ton om dit te bewerkstelligen.
De subsidie maakt deel uit van het programma Zeeland in Stroomversnellingen, dat innovatieve projecten stimuleert die bijdragen aan thema’s zoals energie, klimaat, landbouw en voeding. Fontys werkt voor dit project namelijk samen met de Zeeuwse bedrijven Smartbox, Adri en Zoon, G en B, Kotra Wagenparkbeheer en Impuls Zeeland.
Vanuit het lectoraat Automotive & Energy Innovation, dat als doel heeft om maatschappelijke impact te creëren op het gebied van energietransities, emissieloos transport en veiligere en schonere mobiliteit, is docentonderzoeker Oxana Zaal betrokken bij het project. “Het gaat in dit geval om een klein beetje extra energie, maar dat kan precies het verschil maken.”
Ingewikkelde constructie
In Zeeland rijden namelijk een hele hoop elektrische bestelbusjes die gekoelde of diepgevroren producten vervoeren, zoals vis. Maar juist in dat segment blijkt elektrificatie een grote uitdaging, legt Zaal uit. “Deze busjes kunnen redelijk wat kilometers maken, maar zodra je er een koelinstallatie aan toevoegt, wordt het ingewikkeld.”
De koelinstallatie draait immers op dezelfde batterij als die de bestelbus nodig heeft voor de aandrijving. “De energie die je nodig hebt voor de koeling gaat dus ten koste van je rijbereik”, aldus de docentonderzoeker. “En daardoor kunnen bezorgers net niet al hun ritten uitvoeren.”
Eerdere poging
Om dat probleem op te lossen ontstond het idee om zonnepanelen op de daken van deze busjes te plaatsen. Iets wat bij vrachtwagens al gebeurt omdat deze veel dakoppervlak hebben, maar bij bestelbusjes wegens het gebrek aan ruimte nog niet eerder geprobeerd is. “Toch kan dat kleine beetje energie precies genoeg zijn om die laatste rit nog wel te halen.”
Het is voor Fontys echter niet de eerste keer dat zij onderzoekt of zonnepanelen rendabel zijn voor kleinere bussen. “We hebben eerder een vergelijkbare studie gedaan voor een kaasboerderij die haar marktwagen wilde elektrificeren. Daaruit bleek dat het net niet haalbaar was, tenzij men zonnepanelen toe zou voegen. Dat advies kunnen we nu verder onderzoeken.”
Van digitaal naar praktijk
Binnen het Zeeuwse project focust Zaal zich dus niet op het bouwen van de voertuigen, maar bij het analyseren en onderbouwen van de keuzes. “Vooral de theoretische kant dus”, legt ze uit. “We maken digitale modellen van de voertuigen en zonnepanelen en combineren deze om de eventuele opbrengsten te kunnen voorspellen. Daarna toetsen we in de praktijk of dit klopt.”
In juni wordt de subsidie officieel uitgereikt aan de SmartSOLAR-groep, waarna Zaal, haar collega’s en studenten die betrokken zijn bij het lectoraat aan de slag kunnen. En ook die laatste groep is volgens haar heel belangrijk. “We gebruiken dit soort projecten zodat studenten met echte vraagstukken aan de slag kunnen. Inclusief data die niet perfect is en situaties die ze niet in een lesboek tegenkomen. Daar leren ze enorm veel van.”
De docentonderzoeker verwacht dat het project in het najaar echt vorm krijgt en dat de eerste inzichten snel zullen volgen. “Zo blijkt uit eerdere studies dat niet altijd de koelinstallatie de grootste energieverbruiker is. In sommige gevallen blijkt de verwarming van de cabine in de winter juist zwaarder te wegen." Ook andere factoren spelen een rol, zoals het rijgedrag van chauffeurs. “We zien vaak dat energieverbruik in het begin hoger ligt,” legt Zaal uit. “Na verloop van tijd leren chauffeurs efficiënter te rijden en daalt het verbruik. Dat soort effecten kun je alleen zien als je langere tijd meet.”
Daarom duurt het project twee jaar. “Want hoe langer je monitort, hoe meer patronen je ontdekt”, licht Zaal toe. Of we straks dan op ieder bestelbusje zonnepanelen zien liggen? “Dat denk ik niet, want het gebruik hangt sterk af van hoe en waar je je voertuig gebruikt. Op snelwegen en in de Zeeuwse landschappen is bijvoorbeeld meer opbrengst mogelijk dan in steden, omdat hier meer zonuren zijn. Voor dit soort bedrijven kan het in ieder geval heel interessant zijn.”