Column, Tina ten Bruggencate,
18
maart
2026
|
09:37
Europe/Amsterdam

Rust zacht, d- en t-fout

Er was een tijd dat je als docent aan de eerste twee pagina’s van een verslag al kon zien hoe laat het was. Niet inhoudelijk, dat kwam later, maar grammaticaal. De d-en-t-fouten sprongen je tegemoet als een soort vrolijke taalconfetti. Dingen zoals:

‘Hij word gezien als een belangrijke factor’
‘De cliënt meld zich bij de balie’
‘Dit betekend dat het onderzoek betrouwbaarder is’

En dan wist je: dit wordt een lange avond. Maar eerlijk gezegd hadden die fouten ook iets charmants. Ze waren kleine barstjes in de tekst waardoor je de schrijver kon zien. Een student die ploeterde, twijfelde, soms een beetje gokte met d’s en t’s. Menselijk, kortom.

En dan waren er nog de zinnen die onbedoeld hilarisch waren. Zoals de student die schreef: “De respondent was overleden maar heeft de vragenlijst toch ingevuld.” Of studenten die halverwege hun gedachte verdwaalden. “Uit het onderzoek blijkt dat jongeren die meer gebruik maken van sociale media, wat tegenwoordig natuurlijk heel veel voorkomt en wat ook te maken heeft met de tijd waarin we leven en de manier waarop mensen met elkaar communiceren, dat dit invloed heeft.” Het was dan een archeologisch onderzoek naar de hoofdzin. Het maakt je aan het lachen. Niet om de student, maar om de wonderlijke logica van taal.

Tegenwoordig kom je ze nauwelijks nog tegen. Sinds AI over studentenverslagen waakt, is de d-en-t-fout vrijwel uitgestorven. Alles klopt. Werkwoorden keurig vervoegd, zinnen netjes afgerond, interpunctie op orde. Perfect. Misschien wel té perfect. Want met die fouten verdwijnt ook iets anders: de rafelrandjes van taal. De kleine imperfecties waaraan je kon zien dat hier iemand zat te denken, te zoeken naar woorden, soms struikelend maar toch verder schrijvend.

We leven in een tijd waarin steeds meer wordt gladgestreken. Foto’s krijgen filters, cv’s worden opgepoetst en teksten gaan eerst langs een algoritme voordat iemand ze leest. Alles kan mooier, strakker, correcter.

Maar humor, schoonheid en originaliteit zitten vaak juist in de imperfectie. In de onverwachte formulering. In de zin die nét niet helemaal klopt, maar daardoor des te menselijker is. Dus ja, AI heeft de d-en-t-fout waarschijnlijk definitief naar de taalkundige vergetelheid geholpen. En dat is misschien wel een vooruitgang. Maar ergens is het ook een beetje jammer.

Want soms was een d-en-t-fout precies het bewijs dat er nog gewoon een mens achter de tekst zat.

Reageren kan hieronder. Eenmaal gepubliceerde reacties worden niet verwijderd

Reacties 1 - 2 (2)
Bedankt voor uw bericht.
Peggy
20
March
2026
Eens! Hoewel het minder ploeteren is voor mij, mis ik heel erg de persoonlijkheid in de producten die ik nu vaak lees. Ik word tegenwoordig blij van een slechter leesbaar stuk, omdat er tenminste nog echt een mens in te herkennen is.

De meest hilarische zin die ik ooit tegen kwam: "Drie respondenten uit het onderzoek zijn geëxplodeerd"
Richard
20
March
2026
Een hele goede tekst Tina (wederom)!

En het mooie is dat wij als docenten de portfolio's van de studenten ook niet meer hoeven te beoordelen. Dat laten we AI doen. Weer een paar extra vrije avonden.
Freddy
27
March
2026
Wat een wereld... Studenten maken hun portfolio met AI, docenten kijken het vervolgens met AI na. Doen we ook nog dingen zelf? Leren we nog dingen?