column, door Tina ten Bruggencate,
30
september
2026
|
09:26
Europe/Amsterdam

Onzichtbaar talent

Er zijn collega's die je zelden op een podium ziet. Ze zitten niet vooraan bij instituutsdagen en steken niet bij ieder nieuw project onmiddellijk hun vinger op. Ze hebben weinig behoefte om tijdens vergaderingen te vertellen wat ze allemaal gedaan en bereikt hebben.

Ze geven gewoon hun lessen en lezen de stukken van studenten, ook van degenen die te laat hebben ingeleverd. Ze blijven na een coachgesprek nog even zitten omdat een student het zwaar heeft. Ze nemen een les van een zieke collega over en sturen ook nog een bloemetje of kaart.

Organisaties pronken ermee dat ze talent herkennen. Maar over welk talent hebben we het eigenlijk? Het talent om goed les te geven en je kennis en ervaring over te brengen? Om een student daadwerkelijk te zien? Om iets te weten van je vakgebied? Om een collega overeind te houden als het tegenzit?

Ik heb sterk het idee dat we vooral een ander soort talent zien en belonen. Het talent om op het juiste moment naast de juiste persoon te gaan zitten. Om enthousiast te worden van ieder nieuw beleidsvoornemen, liefst voordat duidelijk is wat het precies inhoudt. Om begrippen als transitie en eigenaarschap zo overtuigend uit te spreken dat niemand meer durft te vragen wat je ermee bedoelt.

Sommige mensen zijn daar verbluffend goed in. Ze lijken exact te weten wanneer kritiek constructief heet en wanneer lastig. En wanneer je iemand moet steunen of beter een halve meter opzij kunt stappen als diegene onder de bus dreigt te belanden.

En soms kijk je een tijdje later naar een organogram en denk je: dat is gek, of knap. Daar staat hij of zij opeens tussen, een paar lagen omhoog geschoven.

Ondertussen zit ergens verderop een docent in een hokje, vlak voordat het gebouw sluit, voor de vierde of vijfde keer een afstudeerproduct te lezen. Een andere collega belt een student die al twee weken niet is verschenen. Zonder applaus of leuke taak als beloning.

Misschien moeten we wat minder kijken naar mensen die zichzelf goed zichtbaar weten te maken, veren verzamelen en bondjes sluiten. En wat meer naar die andere talenten.

De collega's die gewoon goed zijn in hun werk. Wordt het niet eens tijd dat we hen wat vaker gaan zien?

Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Ethisch werken. Lees hier haar eerdere columns voor Bron.

Reageren kan hieronder. Eenmaal gepubliceerde reacties worden niet verwijderd

Reacties 1 - 9 (9)
Bedankt voor uw bericht.
Mike
09
October
2026
Dit artikel deed me denken aan "Ernie" (niet zijn echte naam). Wars van de ene na de andere onderwijsvernieuwing, liefst met zoveel mogelijk afstand tot management en vergadercircuits. Hij sprak een soort onvervalst Brabants Engels waar buitenlandse studenten soms even aan moesten wennen. Maar ieder jaar opnieuw werd hij tijdens de propedeuse-uitreiking door studenten uitgeroepen tot de meest waardevolle docent. Niet omdat hij zichtbaar was in de organisatie, maar omdat hij zichtbaar was voor zijn studenten.
Marcel
09
October
2026
Goeie!
En vooral goed omdat het geschreven is door iemand die wel zichtbaar is (columnist op Bron)
Patricia
06
October
2026
Zo waar👊
Erik-Jan Stroetinga
06
October
2026
Wat een scherpe waarneming van wat er echt speelt bij onze "talentgerichte" organisatie bij Fontys.
Ine
06
October
2026
Fantastisch Tina! Je legt de vinger op de zere plek! Stof tot nadenken als je het mij vraagt....
Hugo
05
October
2026
Uit mijn hart gegrepen! Waar nog hard gewerkt word in het veld van ons echte bestaansrecht...het opleiden en begeleiden van jonge mensen (studenten).
Esther
05
October
2026
Hear, hear!
Frederique
02
October
2026
Zo waar! Als we dat eens zouden gaan doen / zien dan zou de Fontys organisatie zoveel mooier worden.
r.vodde
02
October
2026
Mooi stuk, Tina!
Marike Dieperink
05
October
2026
Helemaal mee eens!!!