Onzichtbaar talent
Er zijn collega's die je zelden op een podium ziet. Ze zitten niet vooraan bij instituutsdagen en steken niet bij ieder nieuw project onmiddellijk hun vinger op. Ze hebben weinig behoefte om tijdens vergaderingen te vertellen wat ze allemaal gedaan en bereikt hebben.
Ze geven gewoon hun lessen en lezen de stukken van studenten, ook van degenen die te laat hebben ingeleverd. Ze blijven na een coachgesprek nog even zitten omdat een student het zwaar heeft. Ze nemen een les van een zieke collega over en sturen ook nog een bloemetje of kaart.
Organisaties pronken ermee dat ze talent herkennen. Maar over welk talent hebben we het eigenlijk? Het talent om goed les te geven en je kennis en ervaring over te brengen? Om een student daadwerkelijk te zien? Om iets te weten van je vakgebied? Om een collega overeind te houden als het tegenzit?
Ik heb sterk het idee dat we vooral een ander soort talent zien en belonen. Het talent om op het juiste moment naast de juiste persoon te gaan zitten. Om enthousiast te worden van ieder nieuw beleidsvoornemen, liefst voordat duidelijk is wat het precies inhoudt. Om begrippen als transitie en eigenaarschap zo overtuigend uit te spreken dat niemand meer durft te vragen wat je ermee bedoelt.
Sommige mensen zijn daar verbluffend goed in. Ze lijken exact te weten wanneer kritiek constructief heet en wanneer lastig. En wanneer je iemand moet steunen of beter een halve meter opzij kunt stappen als diegene onder de bus dreigt te belanden.
En soms kijk je een tijdje later naar een organogram en denk je: dat is gek, of knap. Daar staat hij of zij opeens tussen, een paar lagen omhoog geschoven.
Ondertussen zit ergens verderop een docent in een hokje, vlak voordat het gebouw sluit, voor de vierde of vijfde keer een afstudeerproduct te lezen. Een andere collega belt een student die al twee weken niet is verschenen. Zonder applaus of leuke taak als beloning.
Misschien moeten we wat minder kijken naar mensen die zichzelf goed zichtbaar weten te maken, veren verzamelen en bondjes sluiten. En wat meer naar die andere talenten.
De collega's die gewoon goed zijn in hun werk. Wordt het niet eens tijd dat we hen wat vaker gaan zien?
Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Ethisch werken. Lees hier haar eerdere columns voor Bron.