Onderzoek naar kinderen met klompvoet stap verder
Jaarlijks worden 175 baby’s geboren met een klompvoet. Na een aantal behandelingen kunnen zij vaak goed mee. Maar sommige kinderen hebben de pech dat de voet opnieuw vergroeit. Wat zijn daarvoor de eerste aanwijzingen en kun je op het schoolplein al zien bij wie het misgaat? Dat onderzoekt Benedicte Vanwanseele van Fontys Paramedische Hogeschool, recent gehonoreerd met een vierjarige subsidie.
“Het is de vraag of een kindje met een klompvoet op het schoolplein niet gaat hinkelen of voetballen omdat het dat niet wíl of omdat
of niet kán. Dat willen we graag weten”, legt Benedict Vanwanseele uit.
Vanwanseele is associate professor aan de universiteit van Leuven en werkt een dag per week als senior onderzoeker bij Fontys. Recent ontving haar onderzoek een RAAK PRO-subsidie voor vier jaar. De subsidie stimuleert praktijkgericht onderzoek in het hbo.
Eerdere resultaten
De bewegingsdeskundige en haar onderzoeksteam bij Fontys behaalden eerder al resultaten met 3D-bewegingsanalyses van klompvoeten. Zo ontdekten ze wat de eerste fysieke aanwijzingen zijn dat een klompvoet terugkomt.
“Als je dat weet, dan kun je ingrijpen, bijvoorbeeld door fysiotherapie of met aangepaste schoenen”, legt Vanwanseele het belang van haar onderzoek uit. “En nu gaan we nog een stapje verder. We willen ook weten of bepaald gedrag voorspelt dat de aandoening terugkomt. Dan kun je nóg eerder ingrijpen.”
Anekdotisch
Volgens Vanwanseele zijn er aanwijzingen dat kinderen bij wie de klompvoet terugkomt, minder meedoen aan activiteiten. “Wij horen dit van ouders. Dat is slechts anekdotisch, dus we moeten dan verder onderzoeken. Dit doen we onder meer door hen vragenlijsten te gaan sturen en deze data te analyseren.”
Studenten
van de Paramedische Hogeschool nemen actief deel aan de onderzoeken van Vanwanseele. “Bij de 3D-bewegingsscans, maar ook bij de echografie van omliggende spieren bijvoorbeeld. Ieder semester zijn er ook weer studenten die afstuderen op het onderwerp.” Het is volgens de onderzoeker belangrijk dat de zo opgedane kennis wordt verwerkt in het onderwijs.
Dat gebeurt ook doordat Fontys voor het onderzoek samenwerkt met onder meer het Máxima Medisch Centrum in Eindhoven, maar ook met onder meer gespecialiseerde kinderfysiotherapeuten en andere lectoraten binnen de hogeschool. [Petra Merkx]
Als gepensioneerd fysiotherapeutisch trainer (68) en fitnesschooltrainie heb ik met als specialistische interesse veel ervaringen en onderzoek gedaan met gemotiveerd vs. ongemotiveerd trainen. Fitness-scholen lopen vol met ongemotiveerde (sporters) De persoon die het echt wil bewegen vs. de Persoon die het door sociale (groeps) -druk vind dat hij/zij moet bewegen. Anno 2025 heeft men de mond vol over lifestyle wat sinds kort meer en meer een behandeling-criterium in de zorg is bekomen.
Uit mijn persoonlijke ervaringen met ongemotiveerd trainen is mij opgevallen dat hoe hoger men de (sociale)druk cq. aansporing/motivatie opvoert bij de persoon, des te meer aversie er ontstaat tegen de gestelde doelen, simultaan de prestatiescores van het individu afnemen. Ik wil u hierbij attent maken op, dat zou er naar mij verwachte bescheiden mening (op zeker wel), een positief resultaat tussen weinig en meer activiteiten komen. Men heel voorzichtig te werk dient te gaan met het stimuleren van de groep (jonge)individuen die een negatief beeld en inzet laten zien in activiteiten cq. bewegen en sport. Bij te veel pressie haken deze individuen af. Eenmaal in dit stadium wordt het min of meer op een bewegingstrauma en is het (her)motiveren van deze personen bijna ondoenlijk geworden. Bij mijn sportinstituten bleven deze personen weg en kwamen nooit meer terug. De belangrijkste factor in het stimuleren voor de groep met minder activiteitenzin (ongemotiveerde), is een op maat gemaakt motiveringsplan voor jonge mensen geldt dit nog meer. Zij moeten stap voor stap plezier krijgen en houden in activiteiten cq. bewegen. Elke negatieve ervaring door pressie is drie stappen terug in behaald resultaat, elke positieve ervaring is bij deze (doel)groep helaas maar een half stapje vooruit. Ik heb hier dertig jaar ervaring mee opgedaan als fitnesstrainer en leg dit bij u neer als aandachtspunt omdat uit mij ervaringen blijkt dat pressie (en dat is nogal gebruikelijk in de fysio als wel de reguliere beweging/sport wereld) bij de ongemotiveerde individuen t.a.v. activiteiten en sport zeer negatief werkt. Ik hoop dat voor jongeren "met de door u onderzochte aandoeningen" daarmee rekening wordt gehouden cq. ook onderzoek naar gedaan wordt. Ik (her)ken de teleurstellingen van deze personen t.a.v. hen activiteiten model. Vooral bij jongeren.
Ik hoop dat ik met mijn bescheiden expertise, u daarmee van dienst kan zijn. Veel succes met uw verdere onderzoek.
Met Hoogachting en vriendelijke groet Frederik Tapperwijn.
Ben erg benieuwd wat er uit de onderzoeken is gekomen. Er wordt jammer genoeg te weinig onderzoek gedaan naar de klompvoetjes en ook wat dit psychisch doet met het kind en de ouders.