door Hoger Onderwijs Persbureau,
27
oktober
2026
|
16:12
Europe/Amsterdam

NVAO kijkt niet meer naar ‘bijzondere kenmerken’ opleidingen

Ondernemerschap, internationalisering, muzikale diversiteit… Sinds 2012 kregen 139 opleidingen van onderwijskeurmeester NVAO erkenning voor een ‘bijzonder kenmerk’, maar daar komt nu een einde aan.

In het hoger onderwijs krijgen opleidingen elke zes jaar een panel van deskundigen op bezoek, dat de kwaliteit komt beoordelen. Als alles in orde is, geeft accreditatieorganisatie NVAO de opleiding het stempel van goedkeuring.

In het verleden zaten er meer toeters en bellen bij de beoordeling. Ze konden bijvoorbeeld ‘voldoende’, ‘goed’ of ‘excellent’ scoren. Het idee was dat opleidingen zich uitgedaagd zouden voelen om de kwaliteit te verbeteren.

Vooral de VVD wilde hier nog veel meer mee doen. Geef excellente opleidingen meer geld dan opleidingen die slechts voldoende scoren, stelde de partij in 2011 voor. En geef ze het recht om studenten te selecteren aan de poort. Daar kwam uiteindelijk weinig van terecht, maar het illustreert hoe er in de politiek over gesproken werd.

Profileren
In diezelfde tijd ontstond het idee dat opleidingen zich konden ‘profileren’ in de accreditatie. Ze mochten erkenning aanvragen voor een bijzonder kenmerk. Als ze bijvoorbeeld bijzondere aandacht besteedden aan ondernemerschap, duurzaamheid of internationalisering, dan kon de NVAO dat officieel bevestigen.

Sinds 2012 zijn er 190 bijzondere kenmerken vastgesteld, verdeeld over 139 opleidingen. Dat blijkt uit een lijst die het HOP heeft opgevraagd. Nu gaat de NVAO hier vrijwel helemaal mee ophouden, meldt de organisatie.

Kleinschalig
Er was maar één kenmerk met financiële gevolgen. De opleidingen konden erkenning krijgen voor ‘kleinschalig en intensief onderwijs’. Ze mochten dan hun collegegeld verhogen. Dit kenmerk is toegekend aan university colleges door het hele land, maar bijvoorbeeld ook aan een masteropleiding als forensic psychology in Maastricht.

Andere kenmerken zijn maar één keer gebruikt, zoals ‘topsportgerichtheid’ in 2014 voor de opleiding commerciële economie aan de Hogeschool van Amsterdam. De pabo van hogeschool KPZ kreeg in 2015 erkenning voor de ‘ontwikkeling van de narratieve professionele identiteit’.

Tijdgeest
De tijdgeest veranderde. In 2018 vond een Kamermeerderheid dat het onderscheid tussen voldoende, goed en excellent maar beter kon verdwijnen. De accreditatie zou een soort APK moeten zijn, was de gedachte: de overheid moet weten of de opleiding goed genoeg is om bekostigd te worden, meer niet.

De bijzondere kenmerken bleven nog wel bestaan, maar ze het is de vraag of iemand buiten de opleidingen ervan wist. De NVAO moet weleens gedacht hebben: waar zijn we eigenlijk mee bezig?

Daarom houdt de organisatie er nu goeddeels mee op. Voor het kleinschalige onderwijs (en het recht op een hoger collegegeld) is er een nieuwe procedure. Verder kan een opleiding nog steeds via een andere organisatie een predicaat aanvragen voor duurzaamheid in het onderwijs, want dat was naar verhouding tamelijk populair. Hetzelfde geldt voor de kwaliteit van internationalisering.

Al het andere gaat verdwijnen. Zoals de onderwijskeurmeester in een toelichting schrijft: “De NVAO gaat over de basiskwaliteit, niet de mate van profilering.”

Letschert
Dat gebeurt dus zonder discussie in de Tweede Kamer. Minister Rianne Letschert schreef onlangs een brief over de toekomst van het accreditatiestelsel. De bijzondere kenmerken noemde ze niet.

Maar de koerswijziging zal niet erg gevoelig liggen. In de politiek lijkt inmiddels weinig animo om de concurrentie tussen opleidingen aan te wakkeren, zeker niet via de kwaliteitskeuring. 

Reageren kan hieronder. Eenmaal gepubliceerde reacties worden niet verwijderd

Reacties (0)
Bedankt voor uw bericht.