Nieuwe cao: 5 procent loonsverhoging en meer inclusiviteit
Medewerkers van het hoger onderwijs ontvangen vanaf 1 januari 2026 een loonsverhoging van 5 procent. Ook krijgen ze een eenmalige uitkering en zijn er afspraken gemaakt over meer gelijkwaardigheid, bijvoorbeeld in het geval van gendertransitie en verlof bij niet-traditionele gezinnen.
Die afspraken zijn gemaakt in het onderhandelaarsakkoord, dat onderwijsvakbonden en werkgevers vrijdag hebben gesloten.
De eenmalige uitkering bedraagt 700 euro bruto (naar rato) en moet uiterlijk in januari worden uitbetaald met terugwerkende kracht. Verder krijgen de onderste salarisschalen een extra verhoging, met daarbij de hoop dat de scheefgroei tussen de verschillende schalen vermindert.
Los van het financiële gedeelte zijn er ook andere afspraken gemaakt. Zo mogen volgens de nieuwe cao werknemers die last hebben van hormonale klachten – gerelateerd aan bijvoorbeeld menstruatie of de overgang - maatwerkafspraken maken over hun inzetbaarheid. Maar ook werknemers die mantelzorger zijn, krijgen meer mogelijkheden om betaald verlof op te nemen.
Verder wordt er nog ingezet op sociale veiligheid en meer inclusiviteit, en hebben alle werknemers die als feitelijke ouder de ouderschapsrol vervullen, recht op dezelfde verlofregelingen als juridische ouders. Je kunt daarbij denken aan meeroudergezinnen waarbij sprake is van een draagmoeder. Nieuw zijn ook het pleegzorgverlof en verlof bij gendertransitie, die verder zijn uitgebreid.
De cao heeft een looptijd van één jaar, maar moet nog officieel worden goedgekeurd. De vakbonden en de Vereniging Hogescholen leggen de gemaakte afspraken aan de vakbondsleden en de hogeschoolbesturen voor, aan wie akkoord zal worden gevraagd.
Overigens is ook de nieuwe cao bekend voor bestuurders in het hbo. Zij krijgen vanaf 1 januari 6,3 procent loonsverhoging.
Wat ik meer betreur is dat het artikel belangrijke afspraken uit het akkoord in het geheel niet noemt. Ik denk dan met name aan de invoering van een nieuwe treden-systematiek voor het vaststellen van het salaris. Werknemers die vanaf 1 juli 2026 in dienst treden vallen hier verplicht onder. De werkgever mag de nieuwe treden-systematiek ook invoeren voor zittend personeel. Voorwaarde is dan wel dat de werknemer een passende trede krijgt die niet lager mag zijn dan het huidig salaris.
Wat ik ook mis in dit artikel, is de afspraak om sommige eindsalarissen (dus de laatste trede in de schaal) extra te verhogen, niet alleen voor de werknemers in de onderste schalen. Voor de collega's die het betreft lijkt mij dat prettig nieuws! Als ik mijn rekenwerk goed heb verricht (ik geef geen garanties :-)) , dan zijn dit de percentages waarmee de laatste trede met ingang van 1 januari worden verhoogd:
Schaal 1: +11%
Schaal 2: 9%
Schaal 3: 9%
Schaal 4: 8%
Schaal 5: 6%
Schaal 6: 7%
Schaal 10: 6%
Schaal 13: 7%
Schaal 14: 5,5%
Schaal 15: 5,5%
De eindsalarissen van de overige schalen gaan met 5% omhoog, dus niet extra, maar met het percentage van de afgesproken algemene loonsverhoging.
Opvallend is dat het eindsalaris van schaal 13 met 7% wordt verhoogd. Vermoedelijk is dit zo afgesproken, omdat de stap tussen schaal 12 en 13 tamelijk klein was, veel kleiner dan tussen aangrenzende schalen.
Het artikel in Bron bevat overigens een klein foutje: de eenmalige uitkering van 700 euro wordt niet uiterlijk in februari uitbetaald, maar in december of uiterlijk in januari.
En wat jammer voor de mensen die onze WC's en kantoren poetsen, koffie schenken en broodjes smeren en niet bij Fontys in dienst zijn.