Groot tekort studentenkamers: hoe versnellen we de bouw?
Hoewel er steeds meer studentenwoningen worden gebouwd, neemt het kamertekort amper af. Daarom stond donderdag tijdens het Landelijk Congres Studenthuisvesting één vraag centraal: hoe versnellen we de bouw van studentenkamers?
Het thema van het jaarlijkse congres luidt doelgericht: ‘Kamers bouwen: aan de slag!’. “Laten we vooropstellen dat het heel indrukwekkend is dat studentenhuisvesters 5.000 woningen per jaar neerzetten”, begint Reijnder Jan Spits, directeur van Kences, donderdag het symposium. “Maar helaas zijn er ook nog steeds ruim 20.000 woningen te weinig.”
In de afgelopen acht jaar is het aandeel uitwonende studenten gedaald van 50 naar 43 procent. En dat heeft volgens de directeur vooral te maken met het gebrek aan aanbod. Want hoewel er bijgebouwd wordt in steden, kunnen huisvesters het tekort sneller oplossen aan de hand van drie factoren: locaties, tempo en financiën.
Campussen en financiën
“In een stad wordt veel geconcurreerd wat betreft huisvesting, maar daarom moeten we juist gaan kijken of we de campussen meer kunnen benutten”, gaat Spits verder. “Het grote voordeel daarvan is dat je de concurrentieslag met andere bieders niet aan hoeft te gaan, wat ook weer scheelt in de financiën. Net als het afschaffen van vennootschapsbelastingen, waar we als Kences voor pleiten. Dat geld kunnen we veel beter besteden aan nieuwbouw, verduurzamingen en betaalbaarheid. Daarbij moeten we ervoor zorgen dat een plan geen vijf tot tien jaar duurt, maar veel sneller gerealiseerd kan worden.”
Over wat er precies gebouwd moet worden is de directeur ook heel duidelijk: kamers in plaats van studio’s. Dit omdat ruim 60 procent van de studenten eenzaamheid ervaart, en 25 procent zelfs sterke eenzaamheid. “De meest effectieve aanpak om eenzaamheid tegen te gaan, is kamers bouwen.”
Langere adem
Een simpele oplossing zo lijkt, maar er liggen ook uitdagingen op de loer. Dat beaamt ook Jeske de Lint, directeur Wonen bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. “De omstandigheden zijn heel ingewikkeld. Het tekort aan studentenkamers wegwerken vergt creativiteit en soms ook een wat langere adem. Maar de onzekerheid is er, ook bij ons."
Edward Touw, directeur van het particuliere Vastgoed Belang, ziet echter dat het heel lastig is om kamers te bouwen in gemeentes. “Een bestaand pand mag je vaak niet splitsen, maar ook bij nieuwbouw zien we dat gemeenten niet willen dat bedrijven instappen en kamers neerzetten."
Daar staat Rob Donninger als directeur van SSH Student Housing iets anders in. “Je moet juist ambitie en lef hebben om tóch te bouwen en juist de manieren te vinden waardoor het wel kan.”
Hart voor de studenten
LSVb-voorzitter Evy Kras benadrukt daarbij wel hoe belangrijk een eerlijke huurprijs is. “Een student in Amsterdam verdient niet per se meer dan een student in Leeuwarden, terwijl de huur voor de één vier keer meer is dan de ander. Daarnaast hoor ik hier heel veel dat er meer gebouwd moet worden, maar het handhaven van de wet wat betreft het huurrecht is ook super belangrijk. Er zijn namelijk regels als het gaat om huurprijzen.”
Het tekort aan studentenwoningen blijft onverminderd hoog: dit jaar is het tekort aan studentenwoningen geschat op 20.200. In 2025 zat het tekort iets boven de 21.000 woningen, zo blijkt uit de nieuwe Landelijke Monitor Studentenhuisvesting.
Dat het tekort iets is afgenomen kan ook te maken hebben met de huidige studentenpopulatie. Alleen al in het hbo is het aantal studenten vorig jaar met 11 procent gedaald in vergelijking met studiejaar ’21-’22. In het mbo is dit 4 procent, en in het wo 2 procent.
Meer internationals
Toch blijkt - hoewel het totaal aantal internationals daalt - dat het aantal uitwonende studenten in het hbo iets is toegenomen in de afgelopen acht jaar. Dit komt doordat er steeds meer internationale studenten zijn die in Nederland op kamers gaan. Het aantal Nederlandse studenten dat uitwonend is, is daarentegen gedaald.
Studenten kiezen er wegens de krapte en de betaalbaarheid van de woningmarkt steeds vaker voor om thuis te blijven wonen, waardoor zij langere afstanden moeten reizen voor hun opleiding. In totaal zijn 145.300 hbo-studenten uitwonend, en 237.000 thuiswonend.
Het totaal aantal Nederlandse studenten dat op kamers wil wonen, is van 57 procent in studiejaar ’17-’18 gedaald naar 48 procent vorig jaar. Ook wordt het voor de studenten die op kamers willen wonen steeds moeilijker om woonruimte te bemachtigen. Waar dat voorheen binnen drieënhalve maand gerealiseerd kon worden, doen studenten er nu bijna een half jaar over.
Fontyssteden
Volgens de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting is de vraag in de Fontyssteden Eindhoven en Den Bosch een stuk groter dan het aanbod. In Tilburg is echter weinig sprake van druk op de woningmarkt. Daar lijken studenten iets eerder aan een kamer te kunnen komen dan in de twee eerdergenoemde steden. Volgens de monitor wordt de druk in Eindhoven en Den Bosch de komende jaren alleen maar groter, terwijl deze in Tilburg gelijk zal blijven of zelfs kan dalen.
Dan nog even iets over de landelijk gemiddelde kosten. Voor een kamer met gedeelde voorzieningen betalen studenten gemiddeld 540 euro per maand. Meerkamerwoningen kosten gemiddeld 855 euro, maar dan betaalt er vaak iemand anders mee. Woonruimte an sich kost gemiddeld 590 euro per maand, op een besteedbaar budget van 1.340 euro voor een student.