Geen straf maar 'herstel' voor student die fraude pleegde
Een fysiostudent die schuldig wordt bevonden aan fraude, wordt een jaar lang uitgesloten van toetsing. Die maatregel werd voorheen door de Raad van State aangemerkt als ‘strafsanctie’, maar de Raad heeft woensdag besloten dat voortaan anders te zien en de sanctie nu aan te merken als ‘herstelsanctie’. En dat is bijzonder, stelt Fontys-jurist Marlies Hesseling-Hertsenberg.
De student in kwestie had fraude gepleegd door zelf stagebeoordelingen te verzinnen, afkomstig van niet bestaande mensen en bedrijven. Ook maakte hij websites van niet bestaande bedrijven waar hij zou hebben stage gelopen.
Geen eerlijke kans
Als straf werd hij door de examencommissie van zijn opleiding een jaar lang uitgesloten van toetsing. De student en zijn gemachtigde waren het daar niet mee eens en stelden dat de uitsluiting gezien moest worden als een straf waarbij alle procedure-eisen van toepassing zijn die ook gelden bij een strafproces (ook wel procedurele waarborgen genoemd). Daar hoort ook het bekende zinnetje bij: ‘Je bent niet tot antwoorden verplicht’.
Ze stelden dat de student geen eerlijke kans heeft gekregen om zich te verweren, onder meer omdat niet alle bewijsstukken met de student waren gedeeld en omdat er door de examencommissie niet was aangegeven dat de student geen antwoord hoefde te geven op vragen. Oftewel: ‘Hij was niet tot antwoorden verplicht’.
Fraude bewezen
Het college van beroep voor de examens van Fontys oordeelde dat de student niet in zijn verdediging was geschaad, dat de fraude bewezen was en verklaarde het beroep van de student ongegrond. De gemachtigde van de betreffende student stelde vervolgens beroep in bij de Raad van State.
Tot veler verrassing is de Raad mee gegaan in het verweer van Fontys en heeft in de uitspraak van woensdag een nieuw standpunt ingenomen. Namelijk dat dergelijke sancties niet langer als ‘bestraffend’ worden gezien, maar als ‘herstelsancties'.
Dat wil zeggen: de maatregel wordt niet opgelegd met het idee om de student te straffen, maar juist om hem ‘te vormen en op te voeden’. Het pedagogische en disciplinaire karakter van de sanctie staat voorop en de procedurele waarborgen uit het strafrecht zijn niet langer van toepassing.
In gesprek
Door de uitspraak van de Raad van State is het bijvoorbeeld niet meer nodig om de student vooraf mee te delen dat hij niet tot antwoorden verplicht is, waardoor er meer ruimte is om met de student in gesprek te gaan.
Jurist Marlies Hesseling-Hertsenberg is blij met de uitspraak. Want, stelt ze: “Wij zijn er om deze student iets te leren en we moeten wel een sanctie kunnen opleggen als er sprake is van fraude. Een student is bij ons nooit een potentiële verdachte in strafrechtelijke zin, maar een student die wij willen opleiden tot een goede professional waar het beroepenveld blij mee is."
Ze vervolgt: "We willen graag het gesprek met de student aangaan om te weten waarom hij tot fraude is gekomen en of hij beseft dat hij verkeerd bezig is. En als we een maatregel opleggen is dat ook altijd met de bedoeling om de student te laten reflecteren op zijn gedrag, zodat hij ervan kan leren en zijn gedrag kan verbeteren.”
‘Chapeau’
Ook Jelte Kamminga, jurist bij Hogeschool Leiden, noemt het ‘een mooi resultaat voor het gehele hoger onderwijs’. In een felicitatie richting Fontys zegt hij: “Ik geef eerlijk toe dat ik niet dacht dat het zou lukken maar jullie hebben een heleboel mensen hun ongelijk bewezen, waaronder mijzelf. Daarmee hebben jullie ons allemaal een goede dienst bewezen en lastig werkbare jurisprudentie van tafel gekregen. Chapeau!”