Een robot als collega of huishulp
Een paar jaar geleden werkte ik met Nao-robots. Die kleine witte robots die je vaak in het onderwijs zag. Ze konden dansen, simpele opdrachten uitvoeren en studenten vonden het fantastisch. Totdat ze weer eens omvielen. Dat gebeurde namelijk best vaak. Een klein duwtje, een oneffen vloer of gewoon pech, en daar lag hij weer. Charmant, maar ook was duidelijk: dit was vooral educatief speelgoed met potentie.
Als je nu filmpjes ziet van humanoids, voelt dat als een andere wereld. Groepen robots die synchroon dansen. Machines die dozen tillen, magazijnwerk doen, balans houden terwijl iemand ze duwt. Robots die een vaatwasser uitruimen of kleding opvouwen. Het tempo waarin dat vooruitgaat is opvallend. Niet alleen in China, maar ook bij bedrijven als Tesla en Boston Dynamics. Het verschil met een paar jaar geleden is niet subtiel, het is groot.
Thuis levert dat interessante gesprekken op. Mijn vrouw zegt dat ze meteen een robot wil zodra er eentje is die kan wassen, strijken en stofzuigen. Mijn zoon van zestien heeft een film gezien waarin robots mensen aanvallen en vertrouwt het voor geen meter. Hij zou zo’n ding het liefst opsluiten in een kast. Die twee reacties samen zeggen eigenlijk alles over waar we nu staan: fascinatie en wantrouwen tegelijk.
Voor het hbo is dit geen verre toekomst meer. Studenten komen straks terecht in organisaties waar robots onderdeel zijn van het werkproces. In de logistiek zie je het nu al gebeuren. In de zorg komen ondersteunende robots eraan. In hospitality, retail en industrie wordt ermee geëxperimenteerd. Dat betekent dat afgestudeerden niet alleen met software werken, maar ook met fysieke systemen die bewegen en handelen in de echte wereld. Studenten zullen het niet vreemd vinden om met een robotcollega samen te werken. Voor ons voelt dat nog nieuw, voor hen waarschijnlijk niet.
Dat verandert het werk. Minder handmatige uitvoering, meer aansturing en samenwerking. Studenten zullen processen moeten begrijpen waarin mens en machine samen opereren. Ze moeten leren hoe je een robot instrueert, controleert en corrigeert. Hoe je verantwoordelijkheid organiseert als een systeem een fout maakt. Wie grijpt in als iets misgaat? Wie is aansprakelijk? Dat zijn vragen waar onderwijs aandacht aan moet geven.
Een interessant punt zit ook bij veiligheid en overheid. Robots worden al jaren ingezet bij bomverkenning en gevaarlijke situaties. Drones zijn inmiddels een vast onderdeel van militaire operaties. Autonomie in systemen is dus geen science fiction meer. Met humanoids wordt het alleen zichtbaarder en tastbaarder voor het grote publiek, en daarmee ook maatschappelijk gevoeliger.
Als het zo doorgaat, staat er over een paar jaar misschien echt een robot bij ons thuis die de was doet. Mijn vrouw zou dat geweldig vinden. Mijn zoon controleert waarschijnlijk eerst waar de uitknop zit.
Erdinç Saçan geeft les aan Fontys Hogeschool ICT en verdiept zich vooral in AI. Vorig jaar verscheen van hem het boek AI voor Iedereen. Lees hier zijn eerdere columns voor Bron.