Digitale toegankelijkheid voor student kan nog beter
Toegankelijkheid binnen het onderwijs lijkt geregeld zodra de lift werkt en de deur breed genoeg is. Maar online liggen de drempels vaak hoger en ingewikkelder. Uit onderzoek blijkt dat studenten met uiteenlopende beperkingen nog altijd vastlopen. Wat is nodig om het goed te regelen?
Uit landelijk onderzoek van de Oogvereniging blijkt dat 63 procent van de studenten met een visuele beperking nog vaak te maken heeft met ontoegankelijke digitale omgevingen zoals websites en leerplatforms. Die problemen raken niet alleen studenten met een visuele beperking, maar ook studenten met bijvoorbeeld prikkelverwerkings-, concentratie- of motorische problemen.
Toegankelijkheid moet in de fundering zitten
Oud-Fontysstudent Eline Vooijs herkent deze knelpunten. Ze studeerde ICT aan Fontys en werkt inmiddels als onderzoeker en consultant digitale toegankelijkheid bij Cardan. Volgens haar ligt de focus in het onderwijs vaak te eenzijdig op zichtbare beperkingen. “Veel beperkingen zijn niet zichtbaar, en juist daardoor worden ze in het ontwerp van digitale omgevingen vergeten”, stelt Vooijs. “Dan moet je achteraf gaan repareren en dat kost veel meer moeite dan wanneer je toegankelijkheid vanaf het begin meeneemt.”
Hoewel fysieke toegankelijkheid binnen onderwijsinstellingen steeds beter geregeld lijkt, ontbreekt het volgens Vooijs vaak aan structurele monitoring van digitale toegankelijkheid. Minder dan de helft van de onderwijsinstellingen benoemt digitale toegankelijkheid in 2025 als speerpunt, terwijl studenten nog altijd digitale barrières ervaren. “Gebrek aan verantwoordelijkheid en bewustwording zorgt ervoor dat toegankelijkheid te vaak een bijzaak blijft.”
Praktijk
Volgens Vooijs, die ook tijdens haar opleiding al haar focus op dit thema had liggen, gaat het in de praktijk vaak mis bij ogenschijnlijk kleine dingen. “Onvoldoende kleurcontrast, niet werkende links, knoppen zonder labels of afbeeldingen zonder tekst-alternatief. Vaak fouten in de broncode, maar voor mensen die een schermlezer gebruiken zijn die cruciaal. Als dat niet klopt, is een website nauwelijks te gebruiken.”
Dat beeld herkent ook Mos, een blinde student aan Fontys die de voltijd bacheloropleiding tot Geschiedenisdocent volgt. Hij loopt momenteel stage en geeft aan over het algemeen goed uit de voeten te komen met de digitale systemen van Fontys. “Canvas en andere platforms werken op zich wel goed”, vertelt hij. “Ik heb hulpmiddelen gekregen zoals software om pdf’s te lezen, en dat helpt me enorm.”
Toch loopt Mos soms nog tegen problemen aan. “Ik kon mijn aanmelding bijvoorbeeld niet bevestigen. Dat was geen ramp, maar ik moest wel mijn moeder erbij halen. Dat is natuurlijk niet ideaal, het liefste wil je het gewoon zelf kunnen doen.” De student geeft aan dat dat probleem inmiddels is opgelost zonder dat hij daar zelf achteraan hoefde.
Soms kiest Mos ervoor om opdrachten op een meer ‘ouderwetse’ manier in te leveren, in plaats van via Canvas. “Dat kost me meer tijd dan ik zou willen. De meeste producten werken gewoon, maar af en toe gaat er technisch iets mis. Al merk ik wel dat het beter wordt.”
Meedenken
Mos benadrukt dat hij veel steun ervaart vanuit zijn docenten en studiegenoten. “Docenten helpen mee, ze sturen vaak Powerpoints van tevoren op, zodat ik me goed kan inlezen. Soms beschrijven ze afbeeldingen voor me en bij groepsopdrachten kan ik gewoon om hulp vragen.” Ook zijn studiecoach is een belangrijk aanspreekpunt wanneer hij ergens tegenaan loopt.
Fysieke toegankelijkheid blijft soms een uitdaging, vooral in grote gebouwen zoals Fontys P1 in Stappegoor. “Dat is geen fijne ervaring. Maar dan vraag ik hulp bij de receptie of loop ik mee met klasgenoten." Grote structurele problemen ervaart hij niet. “Ik heb niet echt dingen waarvan ik zeg: dit móet nu beter.”
Werken aan toegankelijkheid
Volgens een webconsultant bij Fontys is digitale toegankelijkheid binnen de hogeschool wel degelijk een speerpunt. “Binnen fontys.nl zijn we hier in ieder geval actief mee bezig. We gebruiken bepaalde tools zoals ‘Siteimprove’ om toegankelijkheid te controleren, maar ook contrast, tabvolgorde, taalgebruik en gebroken links in de gaten te houden.”
Fontys werkt volgens de WCAG-richtlijnen op AA-niveau. “Dat lukt niet altijd voor de volle honderd procent.” In november vorig jaar liet Fontys een onafhankelijke audit uitvoeren. “Daar kwamen verbeterpunten uit, zoals video’s zonder ondertiteling, onjuiste kopstructuren en afbeeldingen met tekst zonder uitleg. Het blijft een proces dat continu bezig is.”
Bewustwording als sleutel
Volgens Eline Vooijs ligt de grootste winst in structurele bewustwording. “Vaak blijft het bij een eenmalige presentatie, en daarna zakt het weer weg. Terwijl toegankelijkheid in de fundering van digitale producten moet zitten.” Ze pleit ervoor om digitale toegankelijkheid standaard op te nemen in ICT-, communicatie- en marketingopleidingen.
“Het hoort bij de basis van programmeren en net zoals digitale vaardigheden belangrijk zijn, hoort digitale toegankelijkheid daar onlosmakelijk bij.” Voor de oud-Fontysstudent is het duidelijk: “Digitale toegankelijkheid is geen luxe of extraatje. Het is een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Uiteindelijk profiteert iedereen ervan.”
Ook Mos ziet het belang van die bewustwording. Hij geeft aan graag mee te denken over de toegankelijkheid binnen Fontys, zowel digitaal als fysiek: “Soms loop je inderdaad tegen dingen bepaalde dingen aan. Mensen die hiermee bezig zijn mogen me altijd benaderen, ik zou hier graag input over willen meegeven.”