De jonge ondernemer: Lekkernij
Een eigen onderneming starten terwijl je studeert. Een aantal studenten binnen Fontys ging de uitdaging aan. Wat voor bedrijf hebben ze? Hoe vergaat het ze? En wat zijn de grootste lessen die zij geleerd hebben? Vandaag aan het woord: Kas van Iersel (25) over zijn bedrijf Lekkernij.
In deze serie interviewen we verschillende Fontysstudenten over hun eigen onderneming. Over hoe zij op het idee kwamen, het runnen van een bedrijf terwijl ze ook studeren en over de voor- en nadelen van ondernemen.
Kas volgt de opleiding Leisure & Eventmanagement bij BUAS en volgde de minor Ondernemerschap bij Fontys. Hij is mede-eigenaar van Lekkernij, een kaas- en delicatessenzaak in Tilburg. Dat runt hij samen met zijn ouders.
Kas, hoe lang heb je dit bedrijf al en wat houdt het precies in?
“Lekkernij Kaas en Delicatessen bestaat nu bijna drie jaar. Zoals de naam het al doet vermoeden, is ons bedrijf een kaas- en delicatessenwinkel waar mensen terechtkunnen voor de lekkerste hapjes, de beste kazen en de perfecte ingrediënten voor bijvoorbeeld een borrelplank. Daarnaast leveren we ook aan verschillende horecabedrijven in Tilburg en omstreken.”
Hoe kwam je op het idee om een eigen onderneming te starten?
“Mijn ouders hadden, na het hebben van vier horecazaken met ruim 130 man personeel, altijd nog de droom om een andere zaak te beginnen. Lekkernij kwam uiteindelijk via een horecamakelaar op ons pad. Na een bod te hebben gedaan zijn we sinds dag één alle drie werkzaam in de winkel. Inmiddels draaien we een meer dan prima omzet, hebben we een grote voorraad en een mooi klantenbestand. Mijn vader en moeder zijn daarbij officieel de eigenaren van Lekkernij, maar als ik wil mag ik het bedrijf morgen nog overnemen.”
Hoe ging dat precies in zijn werk?
“Ik was 22 toen mijn ouders deze zaak kochten en ze hebben mij vanaf het eerste moment betrokken bij het proces. Destijds werkte ik al acht jaar bij de Jumbo op de kaas- en vleesafdeling, dus affiniteit met levensmiddelen had ik al. Uiteindelijk bleek alles wat ik bij de Jumbo had geleerd mooi toepasbaar te zijn op het werk dat in onze winkel moest gebeuren. Of dat nu ging om vlees snijden of borrelplanken maken, ik had alle informatie paraat.
Eigenlijk ben ik geheel onbewust het bedrijf mee ingestapt, maar het ondernemen is me blijkbaar toch met de paplepel ingegoten. Ik hield me vanaf het begin ook meteen bezig met de branding, de site, ons logo en sociale media. Ik doe mijn werk met heel veel passie, plezier en de nodige kennis. Zo kun je me nu alles vragen over kaas, terwijl ik het niet eens lust. Toch heb ik alle 250 kazen die wij verkopen geproefd, zodat ik onze klanten altijd een kloppend verhaal kan vertellen en ze zo goed mogelijk kan helpen.”
Hoe combineer je jouw onderneming met school?
“Dat ervaar ik als iets lastigs. Mijn schoolwerk heeft er best een lange tijd onder geleden dat ik ook een eigen zaak met mijn ouders had, waardoor ik uiteindelijk bewust voor een tussenjaar koos. Afgelopen najaar heb ik de minor Ondernemerschap bij Fontys gevolgd, maar ook daar moest ik even ‘pauze’ van nemen. Dat had alles te maken met de decembermaand, de drukste maand voor ondernemers in de retail. Iets waar ze vanuit de minor nog nooit bij stil hadden gestaan, maar gelukkig wel rekening mee wilden houden.”
“Voor mij betekende dat wel dat ik in de maanden daarvoor meer en harder moest werken, zodat ik in december vrij kon nemen en in januari geen achterstand had ten opzichte van de andere minorstudenten.” (tekst gaat verder onder de foto's)
Hoe bevalt het ondernemen je?
“Ik vind het fantastisch, maar het voelt soms wel alsof ik het te druk heb. Het personeelstekort is ook binnen ons bedrijf een probleem, waardoor ik zeker vijftig uur in de winkel sta. Dat is op zich geen probleem, want ik heb nog jonge benen, maar zodra ik de deur van de winkel dichttrek, zit mijn werkdag er nog niet op.
Zo zit ik ‘s avonds na het eten al gauw weer achter mijn laptop voor zaken als facturen sturen, administratie bijwerken, de kassa tellen en inkoopprijzen vergelijken. Die dagen breken me voor mijn gevoel soms wel op.”
Wat is de meest belangrijke les die je hebt geleerd tijdens het ondernemerschap?
“Dat je alles moet valideren. Je kunt als ondernemer een heel goed idee hebben, maar is dat ook echt zo? Kijk of er niet al zoiets als jouw idee bestaat. Is er iets wat er veel op lijkt en hoe doen andere ondernemers in jouw vakgebied het? Daar moet je van leren, zodat je het beste naar boven kunt halen.”
Heb je hoogte- en/of dieptepunten meegemaakt?
“Het binnenhalen van grote klanten blijft iedere keer weer een hoogtepunt. Zo leveren we aan Bonheur Horeca Groep, waardoor onze producten terechtkomen bij Willem II, Tilburg University en Auberge. Ook de Schouwburg, Van der Valk Gilze-Tilburg, restaurant Gist en het crematorium zitten in ons klantenbestand. Dat binnenhalen doe ik trouwens helemaal zelf en dat geeft altijd wel een kick. Ook hebben we sinds kort onze eigen kaas, ‘Tilburgs Ouwe’, echte oude kaas uit de schôônste stad van ’t laand.
Als ik aan dieptepunten denk, schiet meteen een van onze eerste klanten in mijn gedachten. Die klant zijn we kwijtgeraakt doordat de eigenaar een ziekte kreeg en uiteindelijk faillissement aan moest vragen voor haar bedrijf. Dat vond ik heel lastig om te zien. Ook heb ik weleens negatieve feedback gekregen op een kaasplankje dat ik samengesteld had, wat achteraf bleek te liggen aan een communicatiefout tussen beide partijen. Communicatie is dus niet alleen enorm belangrijk, maar soms ook verschrikkelijk lastig.”
Tenslotte, heb je tips voor andere studenten die willen ondernemen?
“Maak altijd keuzes waar je je goed bij voelt. Ga ook goed voor jezelf na wat je onderaan de streep overhoudt en of dat het je waard is. Soms klinkt een baan bij een baas heel aantrekkelijk, helemaal als ik zie dat een maand financieel wat tegenvalt, maar ik heb hier wel de vrijheid om alles zelf te bepalen. Dat is me heel veel waard.”