Accountancy aantrekkelijker door nieuwe eindtermen
Het vak accountancy aantrekkelijker maken voor studenten door de opleidingen te vereenvoudigen. Dat is de strekking van de nieuwe concept-eindtermen die onlangs landelijk zijn gedeeld. Docenten Nadja van der Schoot en Patrick van Belkom geven vanuit Fontys Accountancy feedback op het plan, maar lijken vooralsnog positief.
Toezichthouder CEA, Commissie Eindtermen Accountancy, stelt dat het anders moet binnen de accountancy-opleidingen. Volgens de commissie moeten theorie en praktijk sterker met elkaar worden verbonden en moet een vernieuwde opzet ruimte bieden voor een kortere opleidingsroute. Ook krijgen universiteiten en hogescholen meer vrijheid bij het samenstellen van hun eigen programma’s en wordt het aantal eisen waar een afgestudeerde accountant aan moet voldoen teruggedrongen.
Ter schets: voorheen deed een Fontysstudent gemiddeld vijf jaar over de bachelor, waren er daarna nog post-bacheloropleidingen en moest er een praktijkopleiding gevolgd worden voordat je aan de slag kon. Dat gaat op de schop, aldus Nadja Van der Schoot: “Eerst hadden we een opleiding van twaalf jaar om accountant te worden, maar met de nieuwe eindtermen wordt toegewerkt naar een nominale opleidingsduur van zeven jaar.”
Andere eisen
Waar de eisen voorheen vooral om vakgebieden gingen, ligt de nadruk in de nieuwe richtlijnen meer op geïntegreerde leeruitkomsten zoals kennis, vaardigheden en professioneel gedrag.
Van der Schoot legt uit. “Er zijn nu zo’n 160 tot 180 geformuleerde eisen waar een accountant aan moet voldoen. Dat wordt teruggebracht naar 40 tot 50 eisen. Door dit te kunnen samenvatten in bredere geformuleerde beschrijvingen, voelen we bij Fontys veel meer de ruimte om talentgericht onderwijs aan te bieden.”
Betere aansluiting
Dat vraagt om aanpassingen, zowel binnen het curriculum als bij docenten. “Docenten moeten meer samenhang aanbrengen tussen hun vakinhoud en de beroepspraktijk. De theorie die ze aanbieden moet compacter en duidelijker worden, zodat studenten begrijpen wat ze ermee kunnen doen en hoe ze die kennis in de praktijk kunnen toepassen”, licht docent Patrick van Belkom toe.
Want juist die praktijk wordt tijdens de studie steeds belangrijker, aldus ook het CEA. Daarom moeten opdrachten volgens de nieuwe landelijke richtlijnen beter aansluiten bij het niveau waarop studenten worden opgeleid. “Daar hoeven we niet zoveel aan te veranderen, want in feite doen we dat bij Fontys al heel goed”, aldus Van Belkom. “De verandering zit vooral in de manier waarop de onderdelen met elkaar verbonden worden.”
AI en toetsing
Een van de ontwikkelingen die daar een grote rol in speelt is onder meer het gebruik van AI. Want is accountancy nu juist geen vakgebied dat door kunstmatige intelligentie overgenomen kan worden? “Absoluut niet”, antwoorden beide docenten. “AI is vooral een hulpmiddel dat accountants kan ondersteunen bij hun werkzaamheden, zoals het opstellen van adviesrapporten en onderzoeken. Maar dat betekent niet dat de accountant overbodig wordt. De accountant is juist degene die oordeelt en verbanden legt. Dat vraagt om nuance en blijft altijd mensenwerk”, aldus Van der Schoot.
Ook basiskennis van vakken als boekhouden, statistiek en procesanalyse blijft daarin volgens Van Belkom noodzakelijk. Aan docenten dus de taak om de integratie van AI daarin goed te begeleiden. “Studenten mogen AI bijvoorbeeld inzetten bij het maken van hun portfolio, maar moeten tijdens de beoordeling altijd laten zien dat ze de inhoud begrijpen. Een rapport kan er met behulp van AI perfect uitzien, maar de accountant is degene die de inhoud uit moet kunnen leggen.”
Een andere belangrijke factor is de verandering van toetsing. De accountancy-opleiding werkt al geregeld met portfolio’s, maar kent ook traditionele kennistoetsen. Dat gaat volgens de docent in de toekomst veranderen. “Toetsen zijn dan niet zozeer voor een cijfer, maar helpen studenten vooral om inzicht te krijgen in waar ze staan in hun kennis en ontwikkeling.”
Aandachtspunten
Hoewel beide docenten overwegend positief zijn over de nieuwe eindtermen, zien ze ook aandachtspunten. Daarom verzonden ze vorige week hun feedback op het conceptplan. “Vooral de beoordeling van studenten vraagt om duidelijke afspraken”, legt Van der Schoot uit. “Want als leeruitkomsten meer holistisch worden geformuleerd, moet wel helder blijven wanneer een student goed genoeg presteert. En daarbij moeten we voorkomen dat Nederlandse accountantsopleidingen allemaal verschillende maatstaven gaan hanteren.”
Daarom werkt Fontys samen met andere opleidingen aan afspraken om het niveau dat studenten op verschillende momenten tijdens hun opleidingen moeten bereiken, vast te leggen. “Want de vrijheid om het onderwijs zelf vorm te geven, mag niet betekenen dat onduidelijk wordt wat er van studenten wordt verwacht. We moeten de ruimte die vrijkomt zo goed als mogelijk benutten, zonder dat we de kwaliteit van de opleiding uit het oog verliezen.”