<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:pp="http://www.presspage.com/rss/"
     version="2.0"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
                <channel>
                    <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                    <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                    <description></description>
                    <language>nl</language>
                    <lastBuildDate>Tue, 08 Sep 2026 09:07:40 +0200</lastBuildDate>
                    <pubDate>Thu, 04 Jun 2026 15:15:54 +0200</pubDate>
                    <image>
                        <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                        <url>https://content.presspage.com/clients/150_1980.jpg</url>
                        <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                        <width>144</width>
                    </image><item>
                        <title>Mogen studenten &#039;zomaar&#039; AI gebruiken?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/mogen-studenten-zomaar-ai-gebruiken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/mogen-studenten-zomaar-ai-gebruiken/</guid><pp:caseid>756557</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Qua snelheid kan AI toveren vergeleken met mensen. Het kan in een mum van tijd bizar complexe berekeningen maken of iets reproduceren. Maar AI ‘weet’ niets, zo betoogt docent Len Kromkamp van Fontys Sport en Bewegen in onderstaand opiniestuk. Daarom moet volgens hem de student vooral geleerd worden iets te leren ondanks en juist zonder AI.</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/36e22b0f-4ca3-4ef1-8bf9-9239bb4b3806/500_lenkromkamp.jpg?x=1780473551701" alt="Len Kromkamp" width="200">Steeds meer studenten maken gebruik van AI voor hun studie. Dat kunnen we ze niet kwalijk nemen. Waarom het werk helemaal zelf maken als dat veel sneller kan met AI? De gevolgen van het uitbesteden van het denkwerk op het leerproces worden daarbij door studenten (en docenten?) onderschat. Cognitieve ontlasting ondermijnt het leren en het is vanzelfsprekend dat cognitief uitbesteden je helemaal niets oplevert. Alleen door zelf na te denken, leren we.</p><p>Wanneer we nadenken leggen we verbanden tussen informatie, ervaringen, en onze eigen (voor)oordelen. Het is een proces van verwerking zodat we (al dan niet tijdelijk) conclusies kunnen trekken. Ons verstand gebruiken is essentieel voor persoonlijke en professionele groei. Zonder denken geen inzicht, geen toepasbare kennis, geen intentioneel handelen. Dat studenten het denken, dat wat hen uiteindelijk uniek maakt als professional, uitbesteden aan een computer is zorgwekkend.</p><p><strong>Geen mens maar machine</strong><br>De huidige AI-modellen kunnen ook ‘nadenken’, maar in de basis&nbsp;<i>weet</i>&nbsp;generatieve AI helemaal niets. We noemen het niet voor niets&nbsp;<i>generatieve</i>&nbsp;AI. Het genereert, en dat doet het op basis van zeer complexe kansberekeningen. Maar: stop je er rommel in, dan komt er rommel uit. Bijvoorbeeld de ziekte <i>bixonimania</i>. Deze fictieve aandoening werd bedacht door onderzoekers om te kijken of AI-systemen misinformatie als waarheid voor zouden leggen aan gebruikers. En ja,&nbsp;<a href="https://bron.fontys.nl/hoe-ai-onzin-als-waarheid-presenteert/" target="_blank">dat doet het</a>. Generatieve AI bezit geen kennis of waarheid. Punt.</p><p>AI is geen mens maar een machine. Het kan <i>niet</i> nadenken. Is het dan niet ontzettend raar dat we het&nbsp;kunstmatige<i> intelligentie</i>&nbsp;noemen? Niet alleen is het helemaal niet intelligent, we reduceren daarmee ook onze eigen intelligentie tot simpelweg taal. Maar&nbsp;taal is <a href="https://gwern.net/doc/psychology/linguistics/2024-fedorenko.pdf" target="_blank">een middel</a> voor communicatie, niet het denken zelf. Sterker nog: in onze hersenen worden onafhankelijke gebieden geactiveerd voor taal en andere cognitieve functies zoals redeneren.</p><p>Wanneer studenten met AI opdrachten maken,&nbsp;presteren ze beter op de korte termijn. Deze&nbsp;<a href="https://www.uts.edu.au/news/2026/03/experts-warn-unstructured-ai-use-in-schools-risks-cognitive-atrophy/contentassets/ai-cognitive-offloading-and-implications-for-education.pdf" target="_blank"><i>performance paradox</i></a>&nbsp;leidt echter tot verlies op de lange termijn omdat studenten&nbsp;geen duurzame&nbsp;kennis opbouwen. De kans is groot dat studenten dat niet doorhebben: zij zien het werk dat ze met AI maken als&nbsp;bewijs van hun eigen competentie. Maar studenten&nbsp;presteren minder goed als ze daarna niet meer met AI kunnen werken. AI-systemen nemen&nbsp;<i>desirable difficulties</i>&nbsp;weg, wat vervolgens leidt tot minder diep leren en een&nbsp;verminderde langdurige retentie&nbsp;van informatie. En: hoe meer een student gebruikmaakt van AI,&nbsp;hoe minder het brein zelf actief kennis verwerkt. Dit alles&nbsp;kan leiden tot metacognitieve luiheid&nbsp;en heeft negatieve invloed op het vermogen om zelfstandig na te denken. Dat is niet best.</p><p><strong>Niet alleen slecht nieuws</strong><br>Tegelijkertijd is AI zeker niet alleen maar slecht nieuws. Het biedt namelijk ook&nbsp;kansen om het leren te ondersteunen. Wanneer een student zichzelf strategisch cognitief ontlast in diens samenwerking met AI, door bijvoorbeeld routineklusjes uit te besteden,&nbsp;komt er mentale ruimte vrij voor <a href="https://link.springer.com/article/10.1186/s41239-026-00585-x" target="_blank">hogere orde denken</a> zoals reflecteren. Daarvoor heb je wel metacognitieve vaardigheden nodig.</p><p>Waarom zou een student zelf nadenken (en in het verlengde daarvan: zelf schrijven of maken) als de taak met AI op of zelfs boven niveau uitgevoerd kan worden? Waarom zou een student&nbsp;<i>ondanks</i>&nbsp;AI het materiaal eigen maken?&nbsp;Dát&nbsp;is precies waar wij hen van moeten overtuigen. Dat het ondanks AI absoluut de moeite waard is om zelf na te denken. We hebben onderwijs nodig waar leren&nbsp;<i>ondanks</i>&nbsp;AI en leren&nbsp;<i>zonder</i>&nbsp;AI (naast leren met, door en over AI) een plek krijgt. Onderwijs waarin studenten hun werk uitleggen en verdedigen. Onderwijs waarbij we op momenten geen laptops en telefoons in de klas hebben. Onderwijs waarin studenten met elkaar debatteren. Onderwijs waarin studenten zelf schrijven.</p><p>Laten we de student weer aan het denken zetten. Juist&nbsp;<i>vanwege</i>&nbsp;AI.</p><p><i>Len Kromkamp is docent en onderzoeker bij Fontys Sport en Bewegen in Eindhoven</i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,FSB,FSH,AI]]></category>
            <pubDate>Wed, 03 Jun 2026 10:46:47 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/f4fb2275-ec75-42ed-9afe-683c16cb9c9f/500_nadenkenlaptop.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/f4fb2275-ec75-42ed-9afe-683c16cb9c9f/500_nadenkenlaptop.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/f4fb2275-ec75-42ed-9afe-683c16cb9c9f/nadenkenlaptop.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[nadenken laptop]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Studenten leren kritisch denken, niet wat daarna volgt</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/studenten-leren-kritisch-denken-niet-wat-daarna-volgt/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/studenten-leren-kritisch-denken-niet-wat-daarna-volgt/</guid><pp:caseid>753793</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Er is weinig mis met het kritisch denken van studenten. Daar worden ze bij alle opleidingen van Fontys goed in onderwezen. Ze zien dan ook meestal heel goed waar iets mis is of gaat. Maar wat ze te weinig leren is hoe je vervolgens met die kennis omgaat, zo betoogt Fontysdocent Reinout Heydra in onderstaand opiniestuk. En dat is volgens hem minstens zo belangrijk.</strong></p><p><span>In het onderwijs leren we studenten kritisch denken. Ze analyseren bronnen, stellen vragen bij informatie en leren macht in twijfel te trekken. Dat vinden we belangrijk in onze democratie. Maar daarin zit ook een beperking: wat er daarna volgt krijgt minder aandacht.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/db791a6d-ac84-4a44-9913-3b63ba1dcbf8/500_reinoutheydra.jpg?x=1779801468628" alt="Reinout Heydra" width="200">In het debat zie je dat terug. Kritiek komt snel, afwegen volgt later, als het al komt. Wantrouwen overtuigt makkelijker dan rustige afweging. We zien wat er niet klopt, maar wat we daarmee moeten doen blijft vaak onduidelijk. Die stap van analyseren naar oordelen en handelen blijft vaak uit.</span></p><p><span>Tegelijk wordt steeds meer verwacht dat mensen daar zelf hun weg in vinden. Burgerschap krijgt daarom meer aandacht. Polarisatie, complotdenken en dalend vertrouwen in de overheid en andere organisaties maken dat steeds meer bij mensen zelf komt te liggen. Het antwoord wordt dan vaak gezocht in kritisch denken en informatievaardigheden. Dat is begrijpelijk. In de praktijk verschuift de nadruk. Minder afwegen, meer het aanwijzen van wat er misgaat.</span></p><p><span>Wat begint als onderzoeken en zorgvuldig kijken, verandert in signaleren en ontmaskeren. Dat zie je terug in onderwijs, media en daarbuiten. Wat niet klopt trekt aandacht, terwijl wat daarna komt makkelijker wegzakt. Wat doe je met dat inzicht? Dat lijkt klein, maar daar gebeurt iets.</span></p><p><span>In lessen waarin studenten analyseren wat ze online tegenkomen zie je dat concreet. Ze herkennen snel hoe beelden worden gestuurd en hoe boodschappen inspelen op gevoel, bijvoorbeeld in discussies rond de manosfeer. Daarna blijven ze vaak steken in het aanwijzen van wat er niet klopt. Dat zie je niet alleen daar. Studenten leren bronnen analyseren en vragen te stellen bij veelgehoorde verhalen. Dat is nodig. Maar wie vooral leert kijken naar wat misgaat, leert minder wat daarmee te doen. Kritiek helpt dan minder om verder te komen en leidt eerder tot afstand.</span></p><p><span><strong>Er wordt niet minder maar wel minder breed geleerd</strong></span><br><span>Wantrouwen hoort bij een democratie. Zonder kritiek blijven fouten onzichtbaar. Maar er is een verschil tussen wantrouwen dat helpt om iets te verbeteren en wantrouwen dat het vertrekpunt wordt. Zodra dat laatste gebeurt, verandert ook de aandacht. Minder naar wat beter kan. Meer naar wat er mis is. Dat zie je ook in hoe we met informatie omgaan. Wat opvalt krijgt aandacht, wat werkt verdwijnt naar de achtergrond. Een enkel voorbeeld kan al snel het beeld bepalen. Zo ontstaat het gevoel dat er altijd iets mis is, ook wanneer dat niet het hele verhaal is. Daarmee wordt niet minder geleerd, maar wel minder breed.</span></p><p><span>Daardoor wordt het moeilijker om dingen echt te begrijpen. En juist dat is nodig om te oordelen en te handelen. Kritisch denken helpt daarbij, maar alleen wanneer het daar niet bij blijft.</span></p><p><span>Nederland doet het in veel opzichten goed. De levenskwaliteit is hoog en veel voorzieningen functioneren. Toch groeit het wantrouwen. Wat werkt raakt uit beeld, wat misgaat wordt zichtbaarder.</span></p><p><span>In het hoger onderwijs zie je dat ook terug. Studenten worden goed in analyseren, maar vinden het moeilijker om het grotere geheel te zien en ernaar te handelen. Ze herkennen waar dingen niet kloppen, maar minder wat hun eigen rol daarin is. Het probleem is niet dat ze te weinig zien, maar dat ze er vooral op afstand naar kijken.</span></p><p><span>Een democratie vraagt om betrokkenheid, zonder dat het nadenken en oordelen verdwijnt. Daar wordt ook het verschil zichtbaar tussen empathie en compassie. Empathie brengt je dichtbij, soms zo dichtbij dat er sneller geoordeeld wordt. Compassie voegt daar iets aan toe: afstand en de mogelijkheid om te handelen zonder jezelf te verliezen.</span></p><p><span>Kritisch denken blijft onmisbaar. Maar zonder wat daarop volgt blijft het halverwege steken, en daarmee suboptimaal.</span></p><p><i><span>Reinout Heydra is docentopleider Aardrijkskunde bij Fontys Educatie</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Student,Bildung,Onderwijs Algemeen]]></category>
            <pubDate>Wed, 27 May 2026 10:51:00 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/9b9f5bb5-226d-4c67-831c-3a8160f247d2/500_kritischdenkenreflecterendiscussie.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/9b9f5bb5-226d-4c67-831c-3a8160f247d2/500_kritischdenkenreflecterendiscussie.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/9b9f5bb5-226d-4c67-831c-3a8160f247d2/kritischdenkenreflecterendiscussie.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[kritisch denken reflecteren discussie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Er is hernieuwbare én hernieuwde energie nodig</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/er-is-hernieuwbare-en-hernieuwde-energie-nodig/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/er-is-hernieuwbare-en-hernieuwde-energie-nodig/</guid><pp:caseid>742384</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De opwarming van de aarde en daarmee gepaard gaande klimaatcrisis komt dagelijks voorbij, in het nieuws maar voor velen ook direct voelbaar. Er wordt wel wat aan gedaan, maar nog veel te weinig, zo betoogt docentopleider Aardrijkskunde Reinout Heydra in onderstaand opiniestuk.&nbsp;</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:168/auto;width:168px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/db791a6d-ac84-4a44-9913-3b63ba1dcbf8/500_reinoutheydra.jpg?x=1776400440956" alt="Reinout Heydra" width="168" height="auto">Morgen is het weer <u>Dag van de Aarde</u>. Een wereldwijde dag die draait om bewustwording rond natuur, milieu en klimaat. Het thema van dit jaar <i>Our Power, Our Planet</i> legt een sterke nadruk op hernieuwbare energie.&nbsp;</p><p>Dat is terecht, maar niet voldoende. Vandaar ook de oproep tot hernieuwde energie: een hernieuwde mindset, meer urgentiebesef en vooral bereidheid om samen te handelen zolang het nog kan. Binnen Fontys is er al veel energie. Het Sustainable Impact Office van Fontys is de plek waar alles samenkomt, en zo een groeiende community van studenten en medewerkers rond duurzaamheid versterkt. Samenwerken maakt hier het verschil.</p><p><strong>Ongemakkelijke stand van zaken</strong><br>Hernieuwbare energie is noodzakelijk. Zonder snelle afbouw van fossiele brandstoffen halen we de klimaatdoelen niet. Maar optimisme voelt soms bijna naïef. Jarenlang is de aandacht voor klimaat en milieu subtiel naar de achtergrond gedrukt. Politieke prioriteiten verschoven, media-aandacht volgde. We zijn druk met Jutta & Jake, maar ondertussen gaat de grote realiteit knoerthard door.&nbsp;</p><p>En ondertussen stapelen de risico’s zich op. Denk aan de op dit moment versterkende (misschien wel Super) El Niño. Deze kan dit jaar wereldwijd gaan leiden tot nog grotere hittegolven, meer bosbranden en andere ellende. We hebben het oorspronkelijke doel van 1,5 graad opwarming al achter ons gelaten. De 2 graden ligt gevaarlijk dichtbij. Toch handelen we vaak nog alsof het probleem zich in een verre toekomst afspeelt.&nbsp;</p><p>Het is dan ook (misschien wel Super) belangrijk dat Fontys deze thema’s blijft agenderen en bespreekbaar maken. Nog impactvoller is het om studenten sterker te stimuleren om kritisch te denken en hen (verder) aan te zetten tot handelen.</p><p><strong>Het machteloze individu?</strong><br>De Dag van de Aarde is waardevol, maar staat niet in verhouding tot de omvang van de uitdaging. Een mindset voor het hele jaar is nodig. Individuele keuzes doen ertoe, maar zijn niet genoeg zonder collectieve beweging. En hier ligt de kracht en potentie van ons als grote onderwijsorganisatie. Studenten, docenten en onderzoekers doen samen nieuwe inzichten op en testen concrete oplossingen. Via het Sustainable Impact Office van Fontys werken zij aan projecten waarbij studenten direct bijdragen aan duurzame initiatieven. Zo ontwikkelen zij zich ook tot toekomstbestendige professionals.</p><p><strong>De kracht van samen</strong>&nbsp;<br>Klimaatverandering trekt zich niets aan van grenzen of meningen. De gevolgen - van overstromingen tot voedseltekorten - raken ons allemaal. Polarisatie vertraagt alleen, maar samenwerking versnelt. We moeten elkaar dus blijven vinden, zeker nu de uitdagingen groter worden. Dit is geen oproep tot pessimisme, maar tot realisme, aandacht en actie. Naast investeren in zonne- en windenergie vraagt de toekomst om iets extra’s: hernieuwde energie in de manier waarop we denken en samenwerken.</p><p>Bij Fontys zien we die hernieuwde energie groeien. Dat laat zien dat verandering niet alleen nodig is, maar ook mogelijk. Maar er kan en moet nog meer. Want zonder hernieuwde energie blijft hernieuwbare energie slechts een deel van de oplossing. Samen maken we de beweging.</p><p>Fijne <u>Dag van de Aarde</u> morgen!</p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Duurzaamheid]]></category>
            <pubDate>Tue, 21 Apr 2026 08:28:00 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/48274e8c-423e-4152-9640-2f3a6b946a60/500_klimaat.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/48274e8c-423e-4152-9640-2f3a6b946a60/500_klimaat.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/48274e8c-423e-4152-9640-2f3a6b946a60/klimaat.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[klimaat ]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>De opgave van Fontys in deze tijd van expansieve groei</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-en-de-schaalsprong-voorbij-economische-groei/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-en-de-schaalsprong-voorbij-economische-groei/</guid><pp:caseid>742063</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De schaalsprong in de Brainport-regio is in volle gang. De ongekende groei van de hightechindustrie, aangejaagd door de grote vraag naar microchips en digitalisering, zet de regio stevig op de kaart. Maar wie die ontwikkeling uitsluitend bekijkt door een economische bril, mist de kern. Want deze schaalsprong is méér dan groei alleen, betoogt Fontysvoorzitter Joep Houterman in dit opiniestuk.</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:241/auto;width:241px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/039da989-aa6c-4725-9b96-bd641a106017/800_portretjoephouterman-2.jpg?x=1776175230752" alt="Joep Houterman" width="241" height="auto">Snelle groei knelt in sectoren als onderwijs en gezondheidszorg, ruimte is schaars en niet iedereen is in gelijke mate deelnemer. Maar de dynamiek en de bovengemiddelde groei, samen met de steun van de overheid, bieden ook een geweldige kans voor een sterke, stabiele en vitale regio. Juist daarom moeten we ons blijven afvragen wat voor regio we willen zijn, en voor wie.</p><p><strong>Spanningsveld</strong><br>In dat spanningsveld wil ik graag de rol van Fontys duiden, zoals uitgewerkt in onze strategie Fontys for Society 2030.&nbsp;<span> </span>Als belangrijke speler in de talentpijler van het Beethoven-programma leidt Fontys professionals op voor ASML, haar toeleveringsketen en andere semiconbedrijven. Er wordt actief gewerkt aan de verdere ontwikkeling van het opleidingsportfolio op associate degree-, bachelor- en masterniveau.&nbsp;</p><p>Daarnaast zet Fontys in op het verbeteren van de instroom, doorstroom en uitstroom van studenten. Ook wordt een Leven Lang Ontwikkelen-aanbod uitgewerkt voor de semiconsector, onder het gezamenlijke merk Brainport Academy.</p><p>Technisch talent is een zeer belangrijke randvoorwaarde voor de groei van de maakbedrijven in de Brainportregio, maar het is niet voldoende. Voor duurzame ontwikkeling is ook behoefte aan talent en kennis uit andere disciplines, zoals finance, marketing, communicatie, recht en human resource management.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:369/auto;width:369px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a9ea5248-73a3-44fd-acc5-b4a29f723b0d/800_asml.jpg?x=1776176518542" alt="" width="369" height="auto">Verbreding</strong><br>Een regio kan niet floreren als slechts één sector dominant is, hoe succesvol die ook is. Brainport Development heeft onlangs een <a href="https://brainporteindhoven.com/nl/strategie-en-organisatie/agenda-voor-de-regio/verkenning-diversificatiestrategie">verkenning uitgevoerd</a> naar de diversificatie van de regio. Alleen afhankelijk zijn van de ontwikkeling van ASML en semicon (nu ongeveer 25 procent van de toegevoegde waarde, met een verwachte groei naar 35 procent) is op langere termijn risicovol.</p><p>De regio onderscheidt zich technologisch in micro- en nanotechnologie, systems engineering, geïntegreerde fotonica en geavanceerde productietechnologieën, met daarnaast groeiende aandacht en kansen voor AI en quantumtechnologie. Deze sterke basis stelt de regio in staat om niet alleen de semiconmarkt verder te ontwikkelen, maar ook door te groeien in domeinen zoals energiesystemen, defensie, medtech en slimme mobiliteit.&nbsp;<br>Dit biedt volop kansen voor Fontys om, vanuit de aanwezige kennis en kunde, actief bij te dragen aan de verdere diversificatie van de regio.</p><p><strong>Onderzoek en leefbaarheid</strong><br>De rol van Fontys reikt verder dan onze traditionele en meest zichtbare rol als ‘leverancier’ van talent. Vanuit ons praktijkgericht onderzoek, onze tweede wettelijke taak, werken we veel samen met het bedrijfsleven en spelen we steeds beter in op de vraag naar snel toepasbare oplossingen.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:460/auto;width:460px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/dd5678fb-e7a9-41f8-9061-4214c2340560/800_nogmeerberoepen.jpg?x=1776177243023" alt="" width="460" height="auto">Samenwerking met partners zoals TU/e, TNO en het bedrijfsleven is hierin cruciaal en groeit gestaag. We willen deze samenwerking verder uitbouwen, zowel in omvang als in zichtbaarheid. Niet om onszelf belangrijk te maken, maar omdat daardoor innovatie en valorisatie sneller en beter gaan.</p><p>Minstens zo belangrijk is de leefbaarheid van de regio. Brainport kan zich alleen een kennisregio van wereldformaat noemen als ook voorzieningen zoals onderwijs, kinderopvang, medische en sociale zorg, mobiliteit, cultuur, sport en media gelijke tred houden. Dat doet een enorm beroep op Fontys en onze partners om juist voor deze sectoren talent op te leiden.&nbsp;</p><p>Leefbaarheid heeft bovendien een fysieke dimensie: voldoende woningen, goed ingericht publieke ruimtes en een omgeving waarin mensen zich thuis voelen. Dit komt allemaal terug in onze opleidingen en ons onderzoek.&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Meedoen</strong><br>Daarmee raken we aan de kern van de schaalsprong: meedoen. De schaalsprong slaagt pas echt als er sprake is van evenwichtige groei, waarbij zoveel mogelijk mensen deelnemen aan initiatieven zoals Brainport voor Elkaar. Daarin werken sociaal betrokken werkgevers samen aan een inclusieve regio waarin iedereen meetelt en kansen krijgt. Dit laat zien dat het besef over dat genoemde evenwicht groeit.</p><p>Kunnen we dan al tevreden achteroverleunen? Integendeel. Juist nu moeten we ons blijven afvragen: kan het beter, kan het inclusiever, kan het duurzamer? Alleen door continu te evalueren en samen te werken, maken we de impact die nodig is.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:371/auto;width:371px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/3318ad05-4b43-4bb2-99fa-5da4f519e40a/800_strijps.jpg?x=1776177109093" alt="" width="371" height="auto">Geen optelsom</strong><br>De kracht van Fontys ligt in onze breedte. Met onderwijs én praktijkgericht onderzoek dragen we bij aan sectoren die verder reiken dan technologie en economische ontwikkeling. Met ons opleidingsaanbod en onze onderzoeksgroepen spelen we in op maatschappelijke vraagstukken en leveren we ook een actieve bijdrage aan leefbaarheid en sociale inclusie, essentiële randvoorwaarden voor een geslaagde schaalsprong.</p><p>De schaalsprong is dus geen optelsom van economische cijfers, maar een gezamenlijke opgave. Medewerkers en studenten van Fontys vormen daarin een onmisbare schakel. Niet alleen door wat zij weten en kunnen, maar vooral door hun nieuwsgierigheid, kritische reflectie en de wil om samen te werken aan een regio waarin groei en welzijn hand in hand moeten gaan.</p><p><i>Joep Houterman is voorzitter van het college van bestuur van Fontys.</i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Brainport,Bestuur en medezeggenschap,Onderwijs Algemeen]]></category>
            <pubDate>Wed, 15 Apr 2026 08:13:48 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2413b761-8d18-4914-9506-2ddba52c3b20/500_samenwerken-2.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2413b761-8d18-4914-9506-2ddba52c3b20/500_samenwerken-2.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2413b761-8d18-4914-9506-2ddba52c3b20/samenwerken-2.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Samenwerken]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Waar blijft Fontys in discussie over acceptatie lhbtiq+?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/waar-blijft-fontys-in-discussie-over-acceptatie-lhbtiq/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/waar-blijft-fontys-in-discussie-over-acceptatie-lhbtiq/</guid><pp:caseid>740935</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Vandaag is de zilveren bruiloft van bruiloften van niet-heteroseksuele stellen. Sinds 1 april 2001 mogen ook mensen van hetzelfde geslacht met elkaar in het huwelijk treden. Maar acceptatie van diversiteit en inclusiviteit neemt af, vooral ook onder scholieren. Docent Reinout Heydra vindt dat Fontys hier een veel actievere rol in moet spelen, zo betoogt hij in dit opinieartikel.&nbsp;</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/db791a6d-ac84-4a44-9913-3b63ba1dcbf8/500_reinoutheydra.jpg?x=1775030287189" alt="Reinout Heydra" width="200">Het gaat nogal niet goed met de sociale acceptatie van lhbtiq+ onder Nederlandse pubers. Zo groeit op middelbare scholen de laatste jaren de weerstand rondom Paarse Vrijdag, de jaarlijkse dag om te laten zien dat je lhbtiq+-acceptatie en inclusiviteit steunt. Deze dag, juist bedoeld om te laten zien dat iedereen erbij hoort, leidt inmiddels op driekwart van de deelnemende scholen tot verdeeldheid.&nbsp;</p><p>Ook van de resultaten van <a href="https://open.overheid.nl/documenten/686511cb-6733-476d-ba2c-471bf4d888e0/file">een recent onderzoek</a> onder 31.000 middelbare scholieren word je niet vrolijk. Meer dan vier op de tien scholieren vinden dat mensen met een andere seksuele geaardheid niet gelijk zijn. En nog maar een derde van de scholieren in dit onderzoek is voor het vieren van Paarse Vrijdag.</p><p><strong>Onvoldoende</strong><br>Nu zijn scholen per wet verplicht om via burgerschap leerlingen te helpen om respectvol om te gaan met mensen die anders zijn, na te denken over gelijke rechten en discriminatie en actief bij te dragen aan een inclusieve samenleving. De conclusie is dat het voortgezet onderwijs als geheel niet voldoet, en een Onvoldoende verdient. En bovenstaande zijn de cijfers tot 2024, dus de ontwikkelingen van de laatste, turbulente jaren zijn niet eens meegenomen.</p><p><strong>Perfecte storm</strong><br>Bedenkingen over lhbtiq+ vanuit religieuze hoek is een bekende en stabiele factor. Verraderlijk is de sterke opkomst van de manosfeer-ideologie. Onder het mom van definitieve duidelijkheid verschaffen over wat precies mannelijkheid is, wordt vooral veel geld verdiend en macht verkregen. Deze groep is relatief klein, maar de invloed via de ongereguleerde online wereld is groot, en de uitwerking op met name puberende jongens is enorm.&nbsp;</p><p>We ervaren nu dat de combinatie van de manosfeer en bepaalde religieuze overtuigingen aantoonbaar leidt tot minder empathie voor lhbtiq+-personen, tot actieve tegenstand tegen lhbtiq+-rechten of zichtbaarheid. Daar staan we dan met de mooi geformuleerde burgerschapsdoelen en alle goede intenties.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:501/auto;width:501px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/2799ec57-56ae-4a41-8e10-5ecc62cbe515/1920_lgbtq.jpg?x=1775031163128" alt="" width="501" height="auto">Deze tendens in combinatie met het niet onderkennen van de risico’s voor het individu en de maatschappij, de bijkomende passieve houding en het uitblijven van noodzakelijke en doelmatige tegenwicht, maakt dat we zitten in een perfecte storm met groeiende windkracht. De directe stormschade - die geaccepteerd lijkt te worden - is onder andere gemankeerde persoonsvorming, verhoogde mate van pesten en geweld, meer depressieve gedachtes en hogere percentages zelfmoordgedachtes en –pogingen van lhbtiq+-tieners.</p><p>Een groeiende homofobie onder een deel van de jongeren heeft ook ondermijnende gevolgen op de langere termijn&nbsp;voor de maatschappij.<span> </span>Verminderende sociale acceptatie tast het draagvlak aan voor de nu nog overeind staande wettelijke bescherming van lhbtiq+-personen. Zo is het vandaag groot feest want het is precies 25 jaar dat paren van gelijk geslacht mogen trouwen in ons land. Nu nog wel.</p><p><strong>Verantwoordelijke Fontys</strong><br>Ben je als Fontys niet medeverantwoordelijk voor de afname van acceptatie als je slechts passief steun betuigt, en niet op macroniveau de institutionele mogelijkheden en kracht inzet om te bewaken en beschermen van wat we vanuit onze eigen visie Fontys for Society belangrijk vinden?&nbsp;</p><p>Daarnaast zijn we de grootste lerarenopleider van Nederland, dus zouden we nationaal agendabepalend en – mesoniveau – regionaal ook als voorbeeld ondersteunend moeten zijn voor de leerlingen en medewerkers in het werkveld. Op microniveau hebben we de meeste invloed, want met ons gedegen curriculum leiden wij de docenten op die de Onvoldoende voor de burgerschapsopdracht op korte termijn moeten gaan keren.</p><p><strong>Van defensief naar offensief</strong><br>Omdat de afname van lhbtiq+-acceptatie in het voortgezet onderwijs zo zichtbaar en urgent is, de consequenties zo groot zijn en onze invloed zo voor de hand liggend is, zullen we binnenkort vast verrast worden door een geweldig, strategisch en meerdimensionaal Fontys-plan. Vandaag, op het 25-jarig ‘iedereen mag trouwen’-jubileum zou een symbolisch mooi en urgentie invoelend moment daarvoor zijn.</p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Diversiteit en inclusiviteit]]></category>
            <pubDate>Wed, 01 Apr 2026 10:18:06 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_regenboogvlag-157813.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_regenboogvlag-157813.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/regenboogvlag-157813.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[.]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[regenboogvlag]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Zoek de ethische dialoog, weg met die morele kerstboom</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/zoek-de-ethische-dialoog-weg-met-die-morele-kerstboom/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/zoek-de-ethische-dialoog-weg-met-die-morele-kerstboom/</guid><pp:caseid>739168</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Het ging afgelopen week veel over de enorme schaalsprong van Brainport. Ondertussen sloten de economische opleidingen van Fontys zich aan bij projecten waarbij hun onderwijs juist meer aandacht vraagt voor bredere welvaart. Dat is nodig, zo stelt lector Bart Wernaart in onderstaand opinieartikel. Studenten en docenten moeten vaker de ethische dialoog aangaan. &nbsp;</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:242/auto;width:242px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/5afba531-930b-4490-b91c-96f8b2074ef3/800_bartwernaart-3.jpg?x=1773736898197" alt="Bart Wernaart" width="242" height="auto">Het is de week van de circulaire economie van 19 tot en met 27 maart. Ook bij Fontys besteden we hier op verschillende lesplekken aandacht aan, in de vorm van lezingen en workshops. Ook werd onlangs bekend dat Fontys onderdeel uitmaakt van twee toegekende <a href="https://goldschmeding.foundation/nieuws/hogescholen-bundelen-krachten-nieuwe-generatie-economiestudenten-moet-leren-brede-welvaart-te-vergroten">Goldschmeding-projecten</a>, waarbinnen een menswaardige economie in economie-onderwijs centraal staat. Daarnaast werd onlangs de Tilburgse dependance van de <a href="https://bron.fontys.nl/tilburg-opent-eigen-green-office-verbinden-blijft-kern/" target="_blank">Green Office</a> geopend. Kortom: er is een grote aandacht voor de niet-profit kant van onze economie binnen Fontys.</p><p>Je zou kunnen zeggen dat de aandacht op de niet-financiële prestatie van onze economie kleeft aan een achterhaalde discussie. We weten toch allang dat een economie die zich uitsluitend richt op verdienvermogen niet leidt tot een hele gezellige of leefbare samenleving? We hebben toch al keer op keer aan den lijve ondervonden wat er gebeurt wanneer we geen aandacht hebben voor duurzaamheid en menswaardigheid?</p><p>Als de sociale kwestie in de periode voor de Eerste Wereldoorlog, het Brundtland-rapport uit 1987 of de financiële crisis rond 2008 ons niet echt wat leren, wat dan wel? Laten we wel wezen: er wordt op deze terreinen vooruitgang geboekt. Zeker. Maar welke klimaatdoelen we ook stellen: we halen ze niet. En hoe hard we ook roepen dat we gelijkheid willen promoten: kloven worden eerder groter dan kleiner, zeker wanneer het gaat om inkomensverdeling.</p><p>Wat verwachten we eigenlijk van een hbo-instelling wanneer het aankomt op deze ‘larger than life’ vraagstukken? Wat verwachten we eigenlijk van onze nieuwe generatie (economie)studenten? Laten we om te beginnen eens stoppen met het optuigen van een rationele, compliance gerichte ethische kerstboom, en dit door te geven aan onze studenten.</p><p>We hebben sterk de neiging om ethiek, duurzaamheid of menswaardigheid te vertalen naar overzichtelijke indicatoren waar je aan de hand van een afvinklijstje aan kunt voldoen. Denk daarbij op de eerste plek aan wetgeving. Maar het is een illusie om te denken dat wetgeving alleen, met al haar onvolkomenheden en soms weinig aansluitend op moderne ontwikkelingen, een eerlijkere, rechtvaardigere of duurzamere wereld gaat opleveren. Daar is wat anders voor nodig: een intrinsieke drijfveer van mensen en organisaties<span> </span>om verantwoordelijkheid te nemen ten opzichte van elkaar en onze planeet.&nbsp;</p><p><strong>Morele kerstboom</strong><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:560/auto;width:560px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/205e06e4-3a5a-4acf-816c-f595afd2b003/1920_afvinken.jpg?x=1773736566219" alt="" width="560" height="auto">Tegelijk lijkt het soms alsof we erg ons best doen om die intrinsieke motivatie niet te hoeven aanboren. We zijn binnen organisaties eerder geneigd om naast wetgeving aanvullende criteria te formaliseren. Denk aan een code of conduct, het instellen van de rol van een ethical officer of commissie, een ethische richtlijn etcetera. In wezen lijkt dit vaak op een soort top down ‘add on’ op wetgeving, waarin ethiek wederom een soort afvinklijstje wordt, met soms een schaduwadministratie van performance indicatoren die erg ver af staan van wat er werkelijk gebeurt. Een morele kerstboom waarbij we door de ballen de boom niet meer zien.</p><p>Het lokt bovendien uit dat mensen zelf niet meer nadenken over wat ze ethisch handig vinden, maar vooral bezig zijn te voldoen aan opgelegde spelregels in een opgelegd jargon. Ook zien we helaas dat er een dunne scheidslijn is tussen ethiek en marketing bij organisaties met een winstoogmerk. Greenwashing en socialwashing liggen dan sterk op de loer.</p><p>Wat we in mijn ogen het beste kunnen doen is onze (economie)studenten niet de taal van de ethische kerstboom aanleren, maar vooral een eigen taal helpen ontwikkelen waarin ze hun ethische verhaal willen vertellen. Hierbij zou een sterke focus moeten liggen op ethische sensitiviteit: snap ik waar mijn ethische opvattingen (welke dan ook) vandaan komen, en hoe deze zich verhouden tot de opvattingen van anderen? Kan ik op een veilige manier een ethische dialoog aangaan met die ander, en juist de wrijving met die ander opzoeken? Kan ik lering trekken uit dat schurende, en dit ten goede laten komen aan nog betere en creatievere<span>&nbsp;</span>ideeën?</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:447/auto;width:447px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_sdg-hero-352062.v1.jpg?x=1773733763041" alt="Sustainable Development Goals, kortweg SDG's" width="447" height="auto">Oefenen</strong><br>Dit vraagt nogal wat van studenten. Het vraagt ook veel van docenten. Het vraagt in ieder geval dat ze geen morele of paternalistische toon aanslaan wanneer ethische kwesties besproken worden. Het vraagt dat ze zich niet uitsluitend richten op-top-down modellen en criteria (leuk, SDGs, maar geen oplossing in deze context). Het vraagt juist samen met studenten de ethische dialoog iedere dag te oefenen. Het vraagt ook dat ze niet de ethische kwestie uit de weg gaan uit angst voor ‘woke’ beschuldigingen, handelingsverlegenheid of gebrek aan ethische kennis. Iedereen doet ethiek, elke dag. Die knop kun je niet uitzetten wanneer je een ander vak geeft, of een studentengroep coacht.</p><p>Dat is voor iedereen een grote opgave, maar wel een die we ons niet kunnen veroorloven links te laten liggen. Zoals collega Arthur Kok - in mijn eigen woorden samengevat - stelt: de economie is iets van ons allemaal. En ik denk dat deze economie smacht naar nieuw bloed dat van onderaf in de kern anders kan denken, en de morele capaciteit heeft om dit te vertalen naar professionele vaardigheden.<span>&nbsp;</span></p><p>Lees ook eens <a href="https://www.scienceguide.nl/2026/01/het-goede-vormgeven-in-gesprek-reflectie-op-een-publieke-zoektocht/" target="_blank">de dialoog</a> met collega Theo Niessen, waarin we wat meer ingaan op de dialogische praktijk van ethiek.</p><p><i><span>Bart Wernaart is Lector Moral Design Strategy bij Fontys</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Lectoren,FEC,Duurzaamheid,Diversiteit en inclusiviteit,PRO Economie,PRO Financieel]]></category>
            <pubDate>Tue, 17 Mar 2026 10:32:16 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/084c48be-121c-4381-811e-ae9a3ce342c5/500_bredewelvaartafvinkensdg.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/084c48be-121c-4381-811e-ae9a3ce342c5/500_bredewelvaartafvinkensdg.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/084c48be-121c-4381-811e-ae9a3ce342c5/bredewelvaartafvinkensdg.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[brede welvaart afvinken SDG]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Crisisframe over AI in het onderwijs werkt averechts&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/crisisframe-over-ai-in-het-onderwijs-werkt-averechts/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/crisisframe-over-ai-in-het-onderwijs-werkt-averechts/</guid><pp:caseid>735895</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De media waren vorige week eensluidend over een Fontysdocent die een AI-tool bouwde om studentenportfolio's te analyseren. Foei! Zoals Bron toen echter al schreef: het delen van privacygevoelige info via AI gebeurt dagelijks en overal. Dat is ook de stelling van Koen Suilen, Ruud Huijts en Leon van Bokhorst, samen de taskforce AI bij Fontys ICT. Zij pleiten in onderstaand opiniestuk voor minder paniek en meer openheid hierover.</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:442/auto;width:442px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/c5e0fc6e-41e8-4016-8f54-f4ccab62f4c1/800_taskforceai.jpg?x=1770732177230" alt="Koen Suilen, Ruud Huijts en Leon van Bokhorst" width="442" height="auto">Op 2 februari berichtte Omroep Brabant: "Docent Fontys bouwt AI-tool die studentengegevens naar ChatGPT stuurt." Eind vorig jaar was de Hogeschool Arnhem en Nijmegen in het nieuws: een docent gebruikte AI-software die toegang kreeg tot persoonsgegevens van studenten. De toon in alle berichtgeving presenteert dit als crisis, een datalek: hoe kon dit gebeuren?</p><p>Maar die vraag accepteert het crisisframe. Natuurlijk moeten we proberen incidenten te voorkomen. Maar het zijn vooral symptomen van een fundamenteler probleem. Gebeuren dit soort dingen bij elke hogeschool? Vrijwel zeker. Niet omdat we roekeloos zijn, maar omdat AI-tools onvermijdelijk zijn geworden in het dagelijks werk.</p><p>De AVG definieert een datalek als "ongeoorloofde verstrekking van of ongeoorloofde toegang tot persoonsgegevens". Een student die ChatGPT gebruikt om e-mails te formuleren en daarvoor e-mailadressen deelt in een chatgesprek? Volgens de letter van de AVG is dit een datalek. De juridische definitie is helder. Onduidelijk is hoe we hiermee omgaan.</p><p><strong>Waarom gratis AI-tools een probleem zijn</strong><br>Gratis AI-tools zoals ChatGPT, Claude of Gemini zijn niet te verdedigen voor gebruik met persoonsgegevens in een onderwijscontext. De juridische basis voor institutioneel gebruik ontbreekt. Er is geen verwerkersovereenkomst tussen de onderwijsinstelling en de AI-aanbieder. Je weet als instelling niet waar de data naartoe gaan, hoe ze verwerkt worden, of ze gebruikt worden voor modelverbetering.</p><p>Het probleem wordt groter met zelfstandig handelende, agentic<span>&nbsp;</span>browsers zoals Perplexity’s Comet of OpenAI’s Atlas. Open een digitale leeromgeving in zo'n browser en de AI-agent heeft al snel toegang tot alle studentengegevens. De AVG is geschreven voor databases, niet voor autonome agents.</p><p>De voorspelbare reactie: verbieden. Maar het gebruik vindt toch wel plaats: op persoonlijke apparaten, met eigen accounts. Verbieden stopt het niet; het maakt het alleen onzichtbaar. Dit fenomeen heeft een naam: shadow AI.</p><p>De Fontys-docent experimenteerde en deelde zijn werk openlijk op LinkedIn. Hij kreeg feedback, ook kritische, en paste aan. Precies het proces dat we bij studenten waarderen: proberen, falen, reflecteren, verbeteren.</p><p>Fontys onderzocht met hulp van externe deskundigen de zaak en <a href="https://bron.fontys.nl/ict-docent-schond-met-experiment-privacyregels-niet/" target="_blank">concludeerde</a>: geen datalek. Er is alleen met testportfolio’s zonder persoonsgegevens gewerkt. Maar volledige zekerheid bestaat niet, omdat er geen audit trail is. Niet van dit experiment, niet van al het andere AI-gebruik. Het is technisch onmogelijk om achteraf volledig te verifiëren wat er precies is gebeurd.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:506/auto;width:506px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/5ba18fb0-66d3-4e59-b781-8b2e7f2f51e2/1920_aichatbot.jpg?x=1770718701802" alt="" width="506" height="auto">En dit is geen tekortkoming van Fontys. Dit is de realiteit voor <span>é</span>lke hogeschool. Of je nu gratis tools gebruikt, shadow AI, of zelfs institutionele systemen. Complete audit trails bestaan niet. De AVG beperkt zelfs wat er gelogd mag worden. Wie heeft nooit per ongeluk een e-mailadres in een chat geplakt? Deze micro-datalekken gebeuren dagelijks, overal, onzichtbaar.</p><p><strong>Veilig on onveilig?</strong><br>Fontys handelde vanuit vertrouwen: men geloofde de docent en bewaakt het klimaat waarin experimenteren mag. Want een situatie zonder risico bestaat niet. De keuze is niet tussen veilig en onveilig, maar tussen zichtbaar risico met leren, of onzichtbaar risico in de schaduw.&nbsp;</p><p>Als medewerkers niet meer durven te praten over hun AI-gebruik, leert niemand van elkaars fouten en resteert alleen een paniekreactie achteraf. Fontys biedt daarom ruimte om te leren, maar uiteraard wel binnen de kaders van wet- en regelgeving. Het is bij Fontys expliciet niet toegestaan om echte studentgegevens te uploaden naar openbare AI-diensten.</p><p>Er is een vraag die nog niet gesteld is: wat drijft docenten naar deze tools? Soms werkdruk en de behoefte om sneller te werken. Maar óók de ambitie om het werk beter te kunnen doen: meer zien, feedback geven die anders onmogelijk was. Geen enkele instelling kan hierin voorzien. Dit is onontgonnen terrein. Juist experimenteren brengt ons verder. Daarom werkt het crisisframe in de media averechts.</p><p>De toon van de berichtgeving rondom dit soort incidenten heeft een effect. Elke docent die dit leest, leert <span>éé</span>n ding: experimenteer nooit openlijk. Want als het misgaat, eindig je in het nieuws. Dit is precies hoe je shadow AI creëert.</p><p><strong>De expertise die er niet is</strong><br>AI-beleid vraagt om experts die juridisch, technisch <span>é</span>n beleidsmatig denken. Die bestaan nauwelijks. Dit is onontgonnen terrein zonder best practices of blauwdrukken. Nul risico bestaat niet. De keuze is die tussen gecontroleerd experimenteren met vertrouwen en acceptatie van risico, of ongecontroleerde shadow AI en schijnveiligheid. De benodigde expertise bouw je alleen door te doen, en dat vraagt ruimte om te falen zonder dat elk incident een crisis wordt. AI-beleid vraagt om volwassenheid, niet paniek. Dat klimaat van vertrouwen bouwen we samen.<br><br><i>Koen Suilen, Ruud Huijts en Leon van Bokhorst, taskforce AI bij Fontys ICT</i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,AI,FHICT,Ligthart]]></category>
            <pubDate>Tue, 10 Feb 2026 15:16:37 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/6b1cfdb5-f1ab-4d17-8085-a418ad4d858d/500_aienprivacy.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/6b1cfdb5-f1ab-4d17-8085-a418ad4d858d/500_aienprivacy.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/6b1cfdb5-f1ab-4d17-8085-a418ad4d858d/aienprivacy.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[AI en privacy]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Studenten activeren en motiveren met een tegoedbon</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/studenten-activeren-en-motiveren-met-een-tegoedbon/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/studenten-activeren-en-motiveren-met-een-tegoedbon/</guid><pp:caseid>731914</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Betrokkenheid, motivatie, inspiratie. Maar al te vaak lijkt het studenten daaraan te ontbreken. De oorzaak daarvan, zo betoogt </strong><span><strong>Soufiane El Ouastani in onderstaand opiniestuk, is eigenlijk vrij simpel. Studenten zijn te weinig fysiek aanwezig bij de lessen. En dat ligt volgens de </strong></span><strong>FEC-docent</strong><span><strong> niet aan hen maar aan de manier waarop het onderwijs is ingericht.</strong></span></p><p>Er is een trend bij Fontys waar je als medewerkers waarschijnlijk maar al te bekend mee bent (zeker na de pandemie): studenten zijn nergens te vinden. Niet in de klaslokalen. Niet in de prachtig ontworpen studieruimtes. Overdreven? Misschien. Een beetje. Maar ik overdrijf niet als ik zeg dat mijn lessen op de meeste dagen aanvoelen als een masterclass voor drie of vijf studenten die toevallig aanwezig zijn (acht of negen op een goede dag).</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:285/auto;width:285px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/684b9fea-d4d6-4b4f-96c0-2a33071f0486/800_portretsoufiane.jpg?x=1766058489365" alt="Soufiane El Ouastani" width="285" height="auto">Met deze trend daalt de betrokkenheid en productiviteit op een zorgwekkende manier. Combineer dit met wat lijkt op een volledige afhankelijkheid van AI, en ja, je weet waar dit naartoe gaat.</p><p>Ik heb met studenten uit verschillende opleidingen van deze instelling gewerkt. Hoewel de betrokkenheid varieert, blijft de trend hetzelfde. Wanneer ik mijn studenten vraag waarom ze niet komen opdagen, krijg ik bijna altijd een van twee antwoorden: ‘Waarom naar de les komen als ik de slides thuis kan bekijken (sic)?’ of ‘We voelen ons niet gemotiveerd om aanwezig te zijn of deel te nemen’ (au!).</p><p>Verontrustend? Ja. Maar hun antwoorden deden me een stap terug doen en reflecteren over de bredere dynamieken die aanwezigheid en betrokkenheid beïnvloeden.</p><p><strong>Nooit terugspoelen</strong><br>Wat doe je als je de eerste aflevering van die Netflix-serie kijkt waar je collega’s het over hebben, maar het jou gewoon niet aanspreekt? Je skipt naar de volgende aflevering. Of je pauzeert hem en komt later terug, als je al terugkomt. Je spoelt zelden de aflevering of delen ervan terug om te zien wat je hebt gemist.&nbsp;<br>Geen urgentie. Geen toewijding. En geen noodzaak om te blijven kijken.</p><p>Ik geef het niet graag toe, maar precies zo heb ik mijn cursussen opgezet. Elke workshop, elke slide (inclusief docentnotities), elke opdracht wordt online gepubliceerd, soms weken voor de daadwerkelijke workshop. Mijn cursussen zijn afleveringen geworden op een streamingplatform dat wij hier Canvas noemen.&nbsp;</p><p>De studenten hoeven niet naar mijn workshop te komen, ze kunnen hem later ‘bekijken’. Of erdoorheen bladeren. Of hem overslaan. Of hem nooit zien, want in tegenstelling tot Netflix heeft Canvas geen ‘Top Picks voor jou’-functie.&nbsp;<br>Geen urgentie. Geen toewijding. En geen noodzaak om te blijven kijken.</p><p>Het geeft me zeker te denken, en misschien jou ook. Als onze studenten onze cursussen kunnen behandelen zoals ze een Netflix-serie behandelen, dan ligt het probleem misschien niet bij hun instelling, maar bij ons ontwerp.</p><p><strong>Actie eerst</strong><br>Ik ga hier geen gepolijst betoog houden over de rol van docenten en coaches in het inspireren en motiveren van studenten. De simpele waarheid is deze: we kunnen studenten alleen motiveren door ze eerst naar de les te krijgen. Pas door aanwezig te zijn kunnen studenten gemotiveerd raken.</p><p>Passief wachten tot studenten zich gemotiveerd en geïnspireerd voelen, is als wachten tot een fiets beweegt voordat je begint te trappen. Actie eerst. Overigens niet mijn idee. Mark Manson noemt dit het ‘Do Something Principle’. Een principe gebaseerd op het idee dat motivatie bijna nooit als eerste komt.</p><p>Zodra onze studenten naar de les komen en iets gaan doen (of ten minste hun klasgenoten iets zien doen), komt er vaart in. Dit kleine gevoel van vooruitgang voelt goed. Voedt motivatie. En motivatie opent deuren voor inspiratie.</p><p><strong>Coachingbonnen</strong><br>Ik coach in het Honours Programme bij FEC; een briljante gemeenschap van zeer gemotiveerde, ambitieuze studenten. Maar zelfs deze studenten zouden net zo lief een coachingsessie overslaan als ze konden, of er alleen online aan deelnemen. Om dit te voorkomen, begonnen sommige coaches met een heel simpel experiment: coaching cadeaubonnen.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:538/auto;width:538px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/71ba6d0d-18fd-4302-99bf-f267fe4ea53b/1920_cadeaubon.jpg?x=1766059189067" alt="" width="538" height="auto">Elke student ontvangt aan het begin van het jaar tien bonnen. Eén bon staat gelijk aan één individuele coachingsessie. Alle tien moeten worden ingewisseld voor het einde van het academiejaar.&nbsp;</p><p>Het werkt. Studenten hebben regelmatig om coachingsessies gevraagd. Ik bedoel, wat moet je anders met een bon dan hem uitgeven aan iets wat je echt nodig hebt? Elke bon vereist een kleine maar bewuste actie van de student: een coachingsessie boeken, zelfs als ze er geen zin in hebben.</p><p>Studenten die eerder passief waren, werden plots actief. Degenen die motivatie misten, begonnen meer initiatief te tonen. En hoe meer actie ze ondernamen, hoe betrokkener en gemotiveerder ze werden. Het waren niet de bonnen die hen veranderden. Het was de daad van het doen.</p><p><strong>Momentum benutten</strong><br>Deze korte reflectie-oefening bracht me tot een belangrijke realisatie: de kracht van momentum. Wanneer studenten naar de les komen, hebben ze al de eerste en belangrijkste stap gezet. Aanwezig zijn verlaagt de drempel tot actie. Zodra ze deelnemen, vragen stellen, hun klasgenoten horen of kleine vooruitgang boeken, volgt motivatie vanzelf.</p><p>Ik denk dat de coachingbonnen ook helpen om de studenten gedurende het jaar die betrokkenheid vol te houden, waardoor het momentum groeit. Je zou kunnen stellen dat verplichte aanwezigheid (nu bijna verouderd) in de reguliere programma’s een vergelijkbaar effect heeft. Maar de coachingbonnen nodigen ons uit om creatiever na te denken over hoe verantwoordelijkheid, initiatief en momentum in het leerproces kunnen worden ingebouwd.</p><p><i><span>Soufiane El Ouastani is docent Engels bij Fontys Economie en Communicatie</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Student,FHEC,Onderwijs Algemeen]]></category>
            <pubDate>Thu, 18 Dec 2025 13:46:23 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/27abdf61-9aa1-4758-ad4a-63f903fbbc51/500_motivatieluiafweziglaptopstudent.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/27abdf61-9aa1-4758-ad4a-63f903fbbc51/500_motivatieluiafweziglaptopstudent.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/27abdf61-9aa1-4758-ad4a-63f903fbbc51/motivatieluiafweziglaptopstudent.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Motivatie lui afwezig laptop student]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Post-covid: &#039;Houd oog voor elkaar&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/post-covid-houd-oog-voor-elkaar/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/post-covid-houd-oog-voor-elkaar/</guid><pp:caseid>730533</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Er was nauwelijks media-aandacht voor de demonstratie in Den Haag van afgelopen weekend voor mensen met infectieziektes zoals post-covid. Ondertussen is de bodem in zicht van de subsidiepotjes voor wetenschappelijk onderzoek hiernaar. Fontysmedewerker Daan Jansen schreef deze opinie om aandacht te vragen voor de vaak onzichtbare&nbsp;schrijnende situatie waarin veel patiënten en hun naasten zich bevinden.&nbsp;</strong></p><p><span>Afgelopen weekend stond in het Eindhovens Dagblad het indrukwekkende verhaal van Anneke Boink - Meijer die ik ooit leerde kennen tijdens een deeltijdstudie bij Fontys. Zij werkt als docent in het mbo en moest haar werk opgeven door long covid. Haar verhaal raakt, omdat het zo pijnlijk duidelijk maakt wat een onzichtbare ziekte kan doen met iemands leven, met werk, met gezin, met identiteit.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:169/auto;width:169px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/c4bfd89e-c664-4149-b5dc-1c325850cec0/500_daanjansen-2.jpg?x=1764862930316" alt="Daan Jansen" width="169" height="auto">Ik herken hier helaas veel in. Mijn vrouw is volledig afgekeurd door post-covid (</span><i><span>voorheen long covid genoemd, red.</span></i><span>). Haar dagen bestaan uit omgaan met grenzen, plannen wat eigenlijk niet te plannen valt, en vooral veel rusten. Soms ligt ze overdag op bed om überhaupt genoeg energie over te houden voor het avondeten met ons gezin. Dat is de realiteit waar wij elke dag mee leven. Dat raakt niet alleen haar, maar ons allemaal. Zelfs een kindje dat na school bij ons thuis komt spelen, is niet vanzelfsprekend. In een gezin met drie kinderen laat dat onvermijdelijk zijn sporen na.</span></p><p><span>Naar aanleiding van de nieuwsberichten en het verhaal van Anneke merkten we dat dit onze kinderen emotioneel raakte. Het bracht gesprekken op gang die nodig zijn, maar die je als ouder niet onberoerd laten. We vroegen onze kinderen wat zij het meest missen met een mama die ziek is. Het antwoord was simpel, maar kwam hard binnen: samen met het hele gezin een dagje weg. Iets wat voor veel gezinnen vanzelfsprekend is, maar bij ons al lange tijd niet meer lukt. Niet omdat we dat niet willen, maar omdat de energie en belastbaarheid er simpelweg niet zijn.</span></p><p><span>Wat Anneke zo helder verwoordt, zien wij ook dagelijks: hoe grillig de klachten zijn, hoe weinig er te plannen valt, hoe onbegrip soms pijn doet en hoe groot de impact is op het hele gezin. En hoe mensen onzichtbaar worden, juist omdat ze thuis zitten en niet meer mee kunnen draaien. Ook binnen Fontys zijn er collega’s die hiermee te maken hebben, direct of via een ziek geworden partner, ouder of andere naaste. Daarnaast krijgen ook onze studenten hiermee te maken. Soms doordat zij zelf ziek worden, maar vaker doordat een ouder, partner of gezinslid uitvalt en een deel van de zorgtaken op hen terechtkomt.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:475/auto;width:475px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/2898459e-5a47-488c-915e-8463e2773e6a/800_longcovid.jpg?x=1764858686915" alt="" width="475" height="auto">In Den Haag was afgelopen weekend een demonstratie van mensen met long covid, ME, chronische Q-koorts en andere post-infectieziekten. Velen van hen zijn te ziek om zelf te kunnen demonstreren. Alleen dat gegeven zou al genoeg reden moeten zijn voor brede maatschappelijke aandacht. Die aandacht bleef echter grotendeels uit, omdat het nieuws vooral werd gedomineerd door vuurwerk op een voetbalveld en een gestaakte wedstrijd. Blijkbaar was dat belangrijker dan duizenden mensen die al jaren vastzitten in een lichaam dat hen in de steek laat.</span></p><p><span>Dit gaat over duizenden gezinnen in Nederland. Over ouders die hun werk verliezen, kinderen die hun ouder anders zien worden, relaties die onder druk komen te staan. Over een groep mensen die niet vraagt om medelijden, maar om erkenning, passende zorg en echte vooruitgang in onderzoek en beleid. Dat vraagt om structurele investeringen in onderzoek, betere toegankelijkheid van gespecialiseerde zorg en passende ondersteuning voor gezinnen die klem komen te zitten tussen zorg, werk en inkomen. Daar moeten we het over hebben. Ook binnen het onderwijs.</span></p><p><span>Wat ik vooral hoop, is dat we elkaar binnen Fontys blijven zien in dit soort situaties. Dat we oog houden voor wat vaak niet zichtbaar is, bij collega’s én studenten. Soms zit steun niet in grote oplossingen, maar in begrip, flexibiliteit en het simpele besef dat iemand meer meedraagt dan je aan de buitenkant ziet.</span></p><p><i><span>Daan Jansen is docent bij Fontys Hogeschool ICT in Eindhoven.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Campus,FHICT]]></category>
            <pubDate>Fri, 05 Dec 2025 09:10:00 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/d362790f-0e3a-46a8-a952-6806b095f763/500_ziekevrouwinbed.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/d362790f-0e3a-46a8-a952-6806b095f763/500_ziekevrouwinbed.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/d362790f-0e3a-46a8-a952-6806b095f763/ziekevrouwinbed.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Zieke vrouw in bed]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Eervol dat de koning Fontys Journalistiek bezoekt?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/eervol-dat-de-koning-fontys-journalistiekbezoekt/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/eervol-dat-de-koning-fontys-journalistiekbezoekt/</guid><pp:caseid>722984</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Een rondgang door MindLabs, gesprekken met docenten en studenten, praten over de ontwikkelingen in het vak én een interview in de tv-studio. Het is een greep uit het programma van 2 oktober, wanneer Koning Willem-Alexander de opleiding Journalistiek bezoekt. Een bijzondere erkenning volgens directeur Gerrie Zwartjes. Maar moeten studenten en docenten deze dag juist niet kritisch zijn? Docent Jos Baijens schrijft in onderstaande opinie over de taak van journalisten.</strong></span></p><p>Bij de aangekondigde komst van de koning naar de opleiding Fontys Journalistiek wil ik een kritische noot plaatsen. Het is namelijk de vraag of we zo’n bezoek, met de woorden van de directeur, ‘heel eervol’ moeten noemen. Hoe dienen journalisten en de opleiding journalistiek zich te verhouden tot de macht?</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/5832cb7d-425c-4346-9eee-111d465f9cc9/500_josbaijens.png?x=1758635882088" alt="Jos  Baijens" width="200">De macht van de koning is<span> </span>beperkt. Maar de Koning symboliseert nog steeds de eenheid van de regering. Tot voor kort zat daar een radicaal-rechtse eenmanspartij in, die onze democratie bedreigt met aanvallen op journalisten, rechters en de Grondwet. Willem-Alexander installeerde menig PVV-minister, ondertekende wetten die een bezuiniging van meer dan een miljard op het Hoger Onderwijs mogelijk maken, houdt mede een regering in stand die klimaatmaatregelen afremt en die weigert een genocide een genocide te noemen. Hij spreekt zich niet uit. Misschien nog erger: hij is de enige in Nederland zonder vrijheid van meningsuiting. Zijn wij vereerd zo iemand met veel bombarie feestelijk te ontvangen? We kunnen niet eens serieus vragen stellen, want we weten dat er geen echt antwoord komt, behalve van de Rijksvoorlichtingsdienst.<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Van waakhond naar welkomstcomité</strong><br>Fontys leidt journalisten op, onder meer door ze de rol van ‘waakhond’ aan te laten nemen. Op 2 oktober verschuift de rol van waakhond naar welkomstcomité, van kritische controleur naar decorstuk voor het imago van de macht.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:374px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fbc3c1c8-f088-43a6-85ba-a5c0bc5ff6a1/500_willemalexander.jpeg?x=1758870738169" alt="" width="200">Journalistiek is geen voorlichtingsdienst. Een opleiding journalistiek evenmin. Nu kan het zo zijn dat de koning zich interesseert in het opleiden van jonge journalisten. Daar zijn open dagen voor. Hij kan Villa Media lezen. Maar Fontys is geen PR-bureau. En al helemaal geen applausmachine. Onze eerste verantwoordelijkheid ligt niet bij de status quo, maar bij het publiek – bij de burger die recht heeft op controle van de macht, op waarheid, en op context.</p><p><strong>Dienstbare journalistiek</strong><br>Volgens Kovach en Rosenstiel is de journalistiek pas écht dienstbaar aan de democratie als ze haar kritisch vermogen volledig benut – vooral wanneer macht zich presenteert met een glimlach en een lintje. Het omarmen van die symbolische macht – of het nu om een koning of om een minister gaat – maakt ons mede tot dragers van die macht. Dat is niet onze taak.</p><p>De wereld staat in brand. Onze democratie wankelt. Antifascisme wordt het liefst verboden, fascisme vooralsnog niet. Welk voorbeeld geven wij onze studenten als wij<span> </span>onze kritische stem inruilen voor beleefdheid, voor protocollen? We<span> </span>spelen met onze relevantie. We zijn een controle op de macht, niet een verlengstuk ervan.</p><p><i>Jos Baijens is docent <span style="text-align:left;">eindredactie en taalbeheersing</span></i><span style="text-align:left;"> </span><i>bij Fontys Journalistiek.</i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Journalistiek,PRO Communicatie,Tilburg,FHJ]]></category>
            <pubDate>Tue, 23 Sep 2025 14:00:37 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/94616ae3-7912-4b53-b2ce-fc1c327f9bce/500_shutterstock_1573427446.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/94616ae3-7912-4b53-b2ce-fc1c327f9bce/500_shutterstock_1573427446.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/94616ae3-7912-4b53-b2ce-fc1c327f9bce/shutterstock_1573427446.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Willem Alexander]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Pas op student: bij AI kun je niet schuilen als het regent</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/pas-op-student-bij-ai-kun-je-niet-schuilen-als-het-regent/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/pas-op-student-bij-ai-kun-je-niet-schuilen-als-het-regent/</guid><pp:caseid>722528</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Tal van studenten zien een AI-chatbot niet alleen als hulpmiddel maar ook als hun intiemste vriend en ideale gesprekspartner bij mentale problemen. Experts over de hele wereld hebben hun zorgen hier over uitgesproken. Bart Wernaart schrijft in onderstaande opinie dat hiervoor ook bij Fontys meer aandacht mag zijn. “ChatGPT heeft niet per se het beste met je voor.”</strong></p><p>Alweer een stuk over AI. Alweer een met een bromsnorrende ondertoon die niet goed uitpakt voor Chat en kornuiten. Maar het is helaas wel nodig. Dit keer is het goed om het eens te hebben over AI en ons emotionele welzijn.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:268/auto;width:268px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/188fb952-0d08-4637-92d3-c75160d70385/800_fontys-bart-wernaart-2.jpg?x=1758188848029" alt="Bart Wernaart" width="268" height="auto">Waar het debat binnen onze hogeschool vaak gaat over AI en de kwaliteit van toetsing, onderwijs, eindwerken etcetera, gaat het misschien nog wat te weinig over ons welzijn, en vooral het welzijn van onze studenten.&nbsp;</p><p>Collega Erdinç Saçan schreef hier een (zoals altijd) prikkelend stuk over -samen met Sander Duivestein- in het <a href="https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:7373314066376998912/">Nederlands Dagblad </a>met de pakkende kop: ‘AI is een vriend die je altijd gelijk geeft, maar die je nooit had willen hebben.’</p><p>Hij wijst ons onder meer op de gevaren die ontstaan wanneer we AI-systemen als mensen, vrienden of zelfs vertrouwelingen gaan behandelen. En daar moeten we het denk ik echt wat meer over hebben.</p><p><strong>Digitale offloading</strong><br>Wanneer we AI gaan gebruiken als (vervanging voor) sociaal contact en emotionele interactie hebben we een serieus probleem op meerdere vlakken.&nbsp;</p><p>Marieke van Vliet, Kelly Beekman en ondergetekende <a href="mailto:https://bron.fontys.nl/word-geen-ai-zombie-zo-blijf-je-kritisch-in-een-wereld-vol-ai/">waarschuwden</a> eerder voor digitale offloading van kennis en het afvlakken van de menselijke geest door onproductief AI gebruik<i>: ‘door het gemak van veel AI toepassingen en de stelligheid waarmee AI haar uitkomsten presenteert, zijn we snel geneigd achterover te leunen en deze resultaten weinig kritisch en klakkeloos te gebruiken. Wat we hiermee dus inleveren is de capaciteit om frisse ideeën te hebben en bestaande ideeën kritisch te beoordelen.’</i>&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p>Dit geldt niet alleen voor kennis en de manier waarop we naar de wereld kijken, maar geldt ook voor onze emotionele creativiteit. In wezen is een prompt een manier om een systeem te manipuleren waardoor je een bepaalde output krijgt.</p><p>De manier waarop je prompt is daarbij erg bepalend, en het is een taalkunst op zich om ervoor te zorgen dat -bijvoorbeeld- ChatGPT iets oplevert waar je nieuwe inzichten door krijgt. Deze inzichten zijn een gevolg van wiskundige vergelijkingen (ik zal vast op mijn kop krijgen van AI-technici met deze platgeslagen retoriek: sorry alvast), maar zeker niet het gevolg van oprechte zorg en betrokkenheid.</p><p><strong>Een schijngesprek</strong><br>Doordat ChatGPT heel vriendelijk en soms inlevend lijkt en soms menselijke ideeën aan elkaar kan knopen die we zelf niet eerder in verband brachten, kan het lijken alsof het echt met een nieuw idee kan komen. Maar in wezen is het onder aan de streep een combinatie van een gewogen gemiddelde dat een logisch berekend taalkundig gevolg is van je prompt.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:500/auto;width:500px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/421270be-4a39-4fac-b958-6951b6c37313/1920_shutterstock_2663240367.jpg?x=1758189413322" alt="" width="500" height="auto">Tel daarbij op dat veel LLM modellen een culturele en ethische bias hebben, en het voor de gebruiker in veel gevallen lang niet altijd duidelijk is hoe het tot bepaalde inzichten komt. Hierdoor heb je een schijngesprek met een ondoorzichtig systeem waarvan je niet weet wat het motief is.&nbsp;</p><p>Je kunt er immers geen relatie of vertrouwensband mee opbouwen waarbij je kunt varen op goede intenties.&nbsp;ChatGPT heeft niet per se het beste met je voor. Het rekent gewoon dingen uit. Slecht idee dus om hiermee je diepste worstelingen te bespreken.&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Emotionele creativiteit</strong><br>Moeilijke dingen bespreken met vrienden of familie vraagt soms niet alleen om lef, maar ook om communicatievaardigheden. Dat is iets wat we bij uitstek zouden moeten ontwikkelen tijdens onze studententijd.&nbsp;</p><p>Ik kan me goed voorstellen dat het wel heel verleidelijk is om je diepste gevoelens bloot te geven aan een machine, omdat het laagdrempelig is, je niet hoeft te dealen met de emotie of het oordeel van de toehoorder, en je het kan doen vanuit de ogenschijnlijke veiligheid van een zolderkamer.&nbsp;</p><p>De kans is bovendien groot dat je op een dusdanige manier prompt dat je een voor jou veilig, voorspelbaar en wenselijk antwoord krijgt. Hierdoor belandt je mogelijk in een continue loop van zelf-stereotypering die je niet verder gaat helpen.</p><p>Bovendien, en misschien nog veel belangrijker, ontneem je jezelf de ervaring die nodig is om je eigen emotionele creativiteit vorm te geven. Deze ontstaat uit de interactie met mensen om je heen. Vrienden, familie of studiegenoten die je een ander perspectief kunnen voorhouden gebaseerd op zeer genuanceerde (en persoonlijke) levenservaring, in plaats dus van een gecalculeerd gemiddelde of logisch gevolg van een prompt. Je hindert jezelf in je ontwikkeling, terwijl je die ontwikkeling -zeker wanneer je het even moeilijk hebt-<span>&nbsp; </span>juist ontzettend hard nodig hebt om met emotioneel lastige situaties om te gaan.&nbsp;<span> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:458/auto;width:458px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_shutterstock-1150971305.jpg?x=1758189552271" alt="" width="458" height="auto">Wij zijn Fontys</strong><br>Tot slot: ik loop al wat jaren mee in onze mooie Fontysorganisatie. En door alle complexe en soms schokkende ontwikkelingen in de maatschappij, al dan niet twijfelachtige onderwijsvernieuwingen en technologische veranderingen heen is er één ding altijd hetzelfde gebleven. Docenten die er altijd zijn voor studenten, en dat met hun hele ziel en zaligheid.</p><p>Docenten zijn namelijk een bepaald slag volk dat zich tot (professionele levens-)taak stelt om het beste uit een nieuwe generatie mensen te willen halen, en te helpen in hun zoektochten. Beste student: mocht je donkere gedachten hebben en niet meer weten waar je heen kunt, dan weet ik zeker dat je -naast je studiegenoten- op iedere Fontyslocatie een willekeurige collega kunt aanspreken die oprecht om je geeft. Die naar je wilt luisteren en met je kan uitdokteren waar je misschien heen moet om verder te kunnen.&nbsp;</p><p>En mocht het regenen (al dan niet in je hoofd) en je mij ergens tegenkomen, dan mag je altijd komen schuilen. Ik zal er zijn, net zoals mijn +/- 4999 collega’s.</p><p><i>Mr. Dr. Bart Wernaart is lector Moral Design Strategy en leading lector van het Center of Expertise (CoE) for Sustainable and Circular Transitions. <span style="text-align:start;">Daarnaast is hij ook professioneel drummer, componist en dirigent.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Student,Studentenwelzijn,AI,Lectoren,Lectoraten]]></category>
            <pubDate>Thu, 18 Sep 2025 12:04:15 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2e9b18d0-191a-42b4-a190-aea5c187614f/500_ditiswataiervisueelvanmaaktbijdepromptaichatbotasyourbestfriend.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2e9b18d0-191a-42b4-a190-aea5c187614f/500_ditiswataiervisueelvanmaaktbijdepromptaichatbotasyourbestfriend.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2e9b18d0-191a-42b4-a190-aea5c187614f/ditiswataiervisueelvanmaaktbijdepromptaichatbotasyourbestfriend.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Dit is wat AI er visueel van maakt bij de prompt AI chatbot as your best friend]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Word geen ‘AI-zombie’: zo blijf je kritisch in een wereld vol AI</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/word-geen-ai-zombie-zo-blijf-je-kritisch-in-een-wereld-vol-ai/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/word-geen-ai-zombie-zo-blijf-je-kritisch-in-een-wereld-vol-ai/</guid><pp:caseid>713776</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Word geen ‘AI-zombie’, daarvoor waarschuwen </strong><span style="text-align:start;"><strong>Bart Wernaart, Marieke van Vliet en Kelly Beekman</strong></span><strong>. Om te voorkomen dat kunstmatige intelligentie ons denken overneemt en ons leven gaat dicteren, moeten we ons AI eigen maken, zo betogen zij in onderstaand opiniestuk.</strong></p><p><span style="text-align:start;">Er zijn veel -al dan niet zelfverklaarde’ AI-goeroes’ die ons proberen te overtuigen van de voordelen van AI gebruik, hoe het ons competitiever kan maken en ons werk efficiënter kunnen doen. Spraakmakende voorbeelden vliegen ons om de oren, zoals onlangs nog het door AI gegenereerde marketingbureau Eva, wat door techjournalist Alexander Klöpping met veel bombarie werd vertoond bij Eva Jinek.</span></p><p><strong>Saai leven</strong><br><span>Wanneer we deze weg inslaan wordt het leven simpelweg vlak, saai, en hebben we vooral een groot gebrek aan nieuwe, frisse ideeën. Om die zombie-status te voorkomen is een grote rol te spelen voor het onderwijs om de werknemers en ondernemers van de toekomst klaar te stomen om niet alleen AI geletterd te zijn, maar vooral ook mens te blijven, die AI kan gebruiken als een keuzemogelijkheid omdat het zijn of haar doel dient.</span></p><p><strong>Te afhankelijk</strong><br><span>Het grootste risico dat we zien, is het ontstaan van grootschalige ‘epistemische onveiligheid’ (de manier waarop we kennis verwerven, red.): dat je niet meer op een veilige manier ‘chocola kunt maken’ van wat je ziet. We worden uiteindelijk veel te afhankelijk van technologie om nog dingen te snappen; alles wat in je AI gegenereerde feeds voorbijkomt, wat ChatGPT je vertelt of andere niet geverifieerde content die je ziet, is onmogelijk nog naar waarde te schatten puur op basis van waar je naar kijkt.</span></p><p><strong>Echt nep</strong><br><span>Wij zijn al een tijd niet goed in staat meer om ‘echt’ van ‘nep’ te onderscheiden, en de risico’s van</span><i><span>&nbsp;deepfake science&nbsp;</span></i><span>liggen op de loer, waarbij datasets eenvoudig gemanipuleerd kunnen worden en we op zoek moeten naar nieuwe vormen van review. In deze storm van ‘digitale troep’ die dagelijks op ons afkomt, en we deels ook zelf dagelijks genereren, is het moeilijk nog te begrijpen waar je precies naar kijkt.</span></p><p><strong>Geestelijk afvlakken</strong><br><span>Een ander risico is het afvlakken van de menselijke geest. Platgeslagen gezegd kan een AI netwerk vooral menselijke ideeën aan elkaar koppelen en voorspellen welke ideeën er volgen op andere ideeën. En omdat mensen niet in een netwerk verbonden zijn, kan het daarom lijken dat AI met wat nieuws komt waar je zelf niet aan gedacht hebt. Hierdoor kun je efficiënter werken. Maar als we ‘uitzoomen’, en zeker als we dit allemaal doen, vlakt hierdoor de creativiteit van de mensheid radicaal af, omdat er veel minder nieuwe ideeën bijkomen.</span></p><p><strong>Stelligheid</strong><br><span>Door het gemak van veel AI toepassingen en de stelligheid waarmee AI haar uitkomsten presenteert, zijn we snel geneigd achterover te leunen en deze resultaten weinig kritisch en klakkeloos te gebruiken. Wat we hiermee dus inleveren is de capaciteit om frisse ideeën te hebben en bestaande ideeën kritisch te beoordelen.</span></p><p><span>Wij denken dat er een enorme urgentie is om radicaal in te zetten op ten minste twee zaken om epistemische veiligheid te borgen. Op de eerste plek: investeer in parate algemene kennis om ervoor te zorgen dat ieder mens een solide innerlijke maatstaf heeft. Niet alleen kennis over de wereld, maar ook over technologie zelf en hoe deze werkt. Zo kunnen we vanuit onszelf dat waar we aan blootgesteld worden beter naar waarde schatten.</span></p><p><strong>Lange stukken tekst</strong><br><span>We moeten absoluut voorkomen dat we mensen eenzijdig opleiden in iets heel goed kunnen vragen aan bijvoorbeeld ChatGPT. Dat zou je kunnen doen door mensen aan te blijven leren lange stukken tekst zonder al te veel prikkels tot zich te nemen en daar wat van te vinden. Oftewel: lees een boek, of uitgebreider journalistiek werk en blijf dat altijd doen.</span></p><p><span>Of, als je dit te ouderwets vindt, leer mensen technologie in te zetten als een gepersonaliseerd en goed gestructureerde</span><i><span>&nbsp;extended memory</span></i><span>, waar de eigenaar volledige controle op heeft, en die de eigenaar helpt om dingen dieper en beter te begrijpen en kritisch te reflecteren op verschillende invalshoeken. AI kan hierin een dienende rol spelen.</span></p><p><strong>Zelf leren manipuleren</strong><br><span>Op de tweede plek is het cruciaal om extreem bedreven te worden in manipulatieve taalvaardigheden. Eigenlijk is&nbsp;</span><i><span>prompten</span></i><span>&nbsp;(de tekst die je invoert in een AI-model zoals ChatGPT om een reactie te krijgen, red.) hetzelfde als taal gebruiken om een systeem te manipuleren.</span></p><p><span>Om grip te hebben op AI systemen moeten we in staat zijn om AI systemen dusdanig te manipuleren dat we er de meest optimale en bruikbare data uit kunnen halen die voor ons werkt. Waar we soms wellicht het gevoel hebben dat taalvaardigheden minder relevant worden (want autocorrect of ‘hé chatGPT, verbeter deze tekst eens’) is het tegenovergestelde waar: een goede prompt is een taalkunststuk waar we ons goed in moeten bekwamen om ervoor te zorgen dat we zelf controle blijven houden op de manier waarop AI voor ons moet werken.</span></p><p><i><span>Bart Wernaart is Lector Moral Design Strategy, Marieke van Vliet is Senior onderzoeker en Kelly Beekman Lector Technology-enhanced learning & assessment, allen aan Fontys Hogeschool Eindhoven. Zij schreven dit artikel voor het Eindhovens Dagblad, waar het vandaag ook in is verschenen.&nbsp;</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,PRO ICT,ICT,AI]]></category>
            <pubDate>Thu, 10 Jul 2025 19:24:23 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/22d9e6be-4f5f-49f3-90d8-75247311c5bc/500_shutterstock-2270550849.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/22d9e6be-4f5f-49f3-90d8-75247311c5bc/500_shutterstock-2270550849.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/22d9e6be-4f5f-49f3-90d8-75247311c5bc/shutterstock-2270550849.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[ai robot]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Bezuinigen op internationals mag helemaal niet&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bezuinigen-op-internationals-mag-helemaal-niet/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bezuinigen-op-internationals-mag-helemaal-niet/</guid><pp:caseid>691926</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p>De Eerste Kamer wil weten wat de gevolgen zijn als ze de begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verwerpen. Al lijkt een meerderheid de begroting te steunen, zo bleek tijdens een debat gisteren.</p><p>Senatoren hadden allerlei zorgen over de aangekondigde bezuinigingen op het hoger onderwijs en onderzoek. De rechtmatigheid daarvan bleek voor minister Eppo Bruins het moeilijkste onderwerp van het debat.</p><p>Bruins heeft immers een bestuursakkoord opengebroken dat het <i>vorige</i> kabinet heeft gesloten. De universiteiten zouden tien jaar lang financiering krijgen voor allerlei doeleinden, maar daar is nu een streep doorheen gehaald. Het vertrouwen is geschonden, erkende minister Eppo Bruins in zijn beantwoording. Hij kon niet uitleggen waarom het juridisch geen probleem was.</p><p>Zelfs welwillende fracties zien haken en ogen in de begroting. Zo heeft regeringspartij BBB moeite met de onduidelijkheden over internationalisering in de grens- en krimpregio’s. Senator Frans van Knapen wil de hogescholen daar goeddeels uitzonderen van de aangekondigde taalmaatregelen die de verengelsing moeten tegengaan.</p><p><span>Volgende week vergadert de Eerste Kamer erover door.&nbsp;</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Wie het recht serieus neemt, concludeert: deze bezuiniging mag niet. Vier hoogleraren en een universitair docent stellen in onderstaande opinie dat de bezuiniging op internationale studenten in strijd is met Europees recht. Het kabinet verbloemt dat het een verboden onderscheid maakt tussen Nederlandse en Europese studenten.</strong></p><p>Gisteren debatteerde de Eerste Kamer over de OCW-begroting. Nederland wil aanzienlijk bezuinigen op hoger onderwijs, voornamelijk door minder buitenlandse studenten toe te laten. Het Europees recht laat grote vrijheid aan Nederland om het onderwijs en de eigen begroting in te richten. Maar één ding mag niet: ongerechtvaardigd discrimineren van studenten uit de Europese Economische Ruimte, de zogenaamde EER-studenten.</p><p>En dat is precies wat Nederland eigenlijk wil en doet, al probeert het kabinet dat inmiddels te verhullen. Daarmee komt de bezuiniging op internationale studenten in strijd met Europees recht, tenminste als wij, en de rechter, kijken naar wat de regering echt wil.</p><p><strong>De plannen</strong><br>Wat zijn de plannen? Het kabinet wilde 293 miljoen euro structureel bezuinigen door “een terugloop” in internationale studenten, waaronder EER-studenten. De Tweede Kamer heeft het amendement-Bontenbal aangenomen, dat dit bedrag verlaagt naar 168 miljoen structureel per jaar. Om deze bezuiniging te realiseren, moeten er minder buitenlandse studenten naar Nederland komen.</p><p>Deels wil de overheid dit gaan sturen door minder Engelstalige bacheloropleidingen toe te staan maar vooralsnog is onduidelijk of en wanneer de hiervoor benodigde wetgeving wordt ingevoerd. Maar voor een groot deel moeten universiteiten en hogescholen zelf voor minder internationale studenten zorgen. Als ze dat gezamenlijk niet lukt dan gaat de minister gewoon het bedrag dat zij per student krijgen verlagen.</p><p>Feitelijk wordt daarmee voor buitenlandse studenten een collectief financieringsplafond ingesteld. Voor Nederlandse studenten geldt echter geen financieringsplafond. Daarmee maakt de overheid een onderscheid in de financiering van Nederlandse studenten en EER-studenten.</p><p><strong>Minder migratie</strong><br>Waarom wil het kabinet dit? Dat hangt ervan af wat je leest: de verkiezingsprogramma’s, het hoofdlijnenakkoord, het regeerprogramma, eerdere versies van voorstellen en de publieke uitlatingen van de coalitiepartijen? Of de inmiddels juridisch opgeschoonde tekst van de memorie van toelichting bij de Wet internationalisering in balans (WIB)?</p><p>Wat wil het kabinet echt? Minder. Minder buitenlandse studenten, en dus minder migratie en minder geld naar buitenlanders. Zowel in het hoofdlijnenakkoord als het regeerprogramma staan deze maatregelen onder de vrij duidelijke kop: “Grip op asiel en migratie”.</p><p>Ook VVD-Kamerlid Thierry Aartsen was helder: “De VVD wil dat het aantal migranten naar beneden gaat. (…) Het maakt daarbij niet uit of het gaat om asielmigratie, studiemigratie, arbeidsmigratie of kennismigratie. Over de volle breedte zullen de aantallen wat ons betreft naar beneden moeten om het ook draaglijk te maken voor de samenleving.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:456/auto;width:456px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/92e893ed-ee96-478c-bb93-82056c85d8de/800_nederlandsetaal.jpg?x=1742987482903" alt="" width="456" height="auto">Maar als je de memorie van toelichting en recente uitspraken van onderwijsminister Bruins moet geloven, is minder migratie ineens niet meer het doel. De inmiddels echte doelen zijn om de Nederlandse taal te beschermen en het onderwijs “doelmatiger” te maken, “zodat anderstalig opgeleide studenten vaker op plekken terechtkomen waar ze bijdragen aan de Nederlandse arbeidsmarkt en samenleving”.</p><p><strong>Discriminatie</strong><br>De bezuiniging heeft ineens dus niet meer als doel om migratie te verminderen. Dit is enkel nog een toevallig maar zeer welkom ‘neveneffect’ van de bescherming van onze moederstaal.</p><p>Vanwaar deze radicale u-bocht? Het kabinet zal ongetwijfeld gehoord hebben van de uitstekende eigen juristen dat het doelbewust weren van EER-studenten gewoon niet mag. Artikelen 18 en 21 van het Verdrag Betreffende de Europese Unie verbieden in beginsel discriminatie van EU-burgers. Volgens vaste rechtspraak kan indirect onderscheid bovendien alleen gerechtvaardigd worden als er een legitiem doel is. En het zoveel mogelijk weren van EER-studenten is simpelweg geen toelaatbaar legitiem doel.</p><p>De minister erkent dit zelf ook expliciet. Zo antwoordde hij in januari op vragen van de Eerste Kamer: “Met de wettelijke maatregelen uit de WIB streven we niet naar een vermindering van het aantal Europese studenten: gezien Europese regelgeving kan dat geen legitiem doel zijn van Nederlandse wetgeving.”</p><p><strong>Het daadwerkelijke doel</strong><br>Kortom, de hele Europeesrechtelijke haalbaarheid van de bezuiniging op internationale studenten hangt op één vraag: wat is het daadwerkelijke doel van dit kabinet: migratie beperken of het beschermen van het Nederlands en het feitelijk verhogen van migratie door meer internationale studenten in Nederland te houden na het afstuderen?</p><p>Voor de beantwoording van die vraag kijkt het Europees recht niet alleen naar de memorie van toelichting, maar naar al het beschikbare bewijs, inclusief alle uitlatingen van de betrokken personen en partijen over migratie. Eenieder die het recht, de rechter en zichzelf serieus neemt, kan dan maar tot één conclusie komen: dit mag niet.</p><p>Taalbescherming en doelmatigheid zijn hier middelen om het daadwerkelijke migratiedoel te behalen, niet de daadwerkelijke doelen van het kabinet. Middelen die ook nog eens incoherent worden toegepast, wat de verenigbaarheid met Europees recht verder ondermijnt.</p><p>Het Europese recht biedt overigens wel alle ruimte om de Nederlandse taal te bevorderen en internationale studenten beter te behouden voor de Nederlandse economie. Een gratis tip als het kabinet dat echt zou willen: dat doe je door te investeren in goed onderwijs.</p><p><i><strong>Armin Cuyvers</strong> (hoogleraar Europees recht, Universiteit Leiden), <strong>Vincent Delhomme</strong> (universitair docent Europees Recht, Universiteit Leiden), &nbsp;<strong>Hanneke van Eijken</strong> (hoogleraar Rechtsstaat en democratie, Universiteit Utrecht), <strong>Stefaan Van den Bogaert</strong> (hoogleraar Europees Recht, Universiteit Leiden), <strong>Sybe de Vries</strong> (hoogleraar Economisch Publiekrecht, Universiteit Utrecht)</i></p><p>&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Internationalisering,Bestuur en medezeggenschap]]></category>
            <pubDate>Wed, 26 Mar 2025 14:36:09 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/3bf36a79-53b2-4404-af97-c8e538377ccd/500_internationalisering-buitenlandsestudent-international.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/3bf36a79-53b2-4404-af97-c8e538377ccd/500_internationalisering-buitenlandsestudent-international.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/3bf36a79-53b2-4404-af97-c8e538377ccd/internationalisering-buitenlandsestudent-international.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[internationalisering-buitenlandse student-international]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Is AI een bedreiging voor de muzieksector?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/is-ai-een-bedreiging-voor-de-muzieksector/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/is-ai-een-bedreiging-voor-de-muzieksector/</guid><pp:caseid>689140</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>BumaStemra die naar Brussel stapt uit onvrede over de regelgeving rond AI. Talloze beroemde Britse artiesten die een album vol stilte uitbrengen uit protest tegen de copyright-schendingen door AI-bedrijven. Fontysmedewerker Danny Bloks maakte ook dit jaar weer een ‘AI-carnavalskraker’. In dit opinieartikel beschrijft hij de voors en tegens van AI-gebruik in de muzieksector.</strong></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/4c864477-2282-4983-8bde-1982b48b9c1d/500_dannybloks002.jpg?x=1740569347036" alt="Danny Bloks" width="200">Muziek en gezelligheid: ze horen bij elkaar als friet en mayo. Van een stadion vol fans die uit volle borst “You'll Never Walk Alone” meebrult tot een kroeg in carnavalssferen waar iedereen arm in arm “Links Rechts” van Snollebollekes meedoet: muziek is de lijm die mensen verbindt. Het is een sociaal construct, een universele taal én een feeststarter. En niet alleen in commerciële massa-producties: ook in subgenres en niche-genres is er een gedeeld collectief gevoel over bepaalde artiesten en nummers.</span><br><br><span>Maar wat als muziek straks niet meer door mensen, maar door machines wordt gemaakt? Moeten we straks 'alaaf' roepen naar een algoritme? Heeft iedereen straks een persoonlijke ‘artiest’ of een eigen ‘radiostation’ met alleen eigen gegenereerde muziek?</span></p><p><span><strong>Verbinding</strong></span><br><span>Muziek is van oudsher een middel om verbinding te creëren. Denk aan kampvuurliedjes, clubliederen, carnavalskrakers of protestsongs – ze geven groepen mensen één ritme, één stemming. Samen zingen of dansen synchroniseert zelfs letterlijk hartslag en beweging. Volgens cultuuronderzoeker Femke Vandenberg “synchroniseert [muziek] het publiek in participatie”, wat leidt tot een “collectieve emotionele verbindende ervaring”. Het refrein dat iedereen luidkeels meezingt, de beat waarbij iedereen tegelijk springt – op zulke momenten voel je je onderdeel van een groter geheel. Artiesten spelen hierin de rol van aanjagers: een goede zanger of DJ krijgt met het juiste nummer een hele zaal op dezelfde golflengte​.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:643/auto;width:643px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fe0da38b-0038-45f0-b25a-7c537d0bccf6/1920_shutterstock-2417071953.jpg?x=1740570650207" alt="" width="643" height="auto">Die sociale magie van muziek is moeilijk in woorden te vatten, maar iedereen die ooit in een polonaise heeft meegelopen weet: dit gevoel is echt. Muziek is daarmee niet zomaar entertainment; het is cultureel cement. Het verbindt generaties (denk aan hoe opa en kleindochter allebei de klassiekers van ABBA of Queen kennen), het verbindt onbekenden (festivalgangers die elkaar omhelzen bij een mooie ballad) en het geeft gemeenschappen een eigen identiteit (van Limburgse carnavalsliederen tot het anthem van je lokale sportclub).</span></p><p><span><strong>AI betreedt het podium: van artiest tot algoritme</strong></span><br><span>En dan is daar AI! Artificial Intelligence is bezig aan een wereldtournee en stopt nu ook in de muziekwereld. Steeds vaker duiken er berichten op van liedjes gecreëerd door AI – van symfonieën tot popnummers en ja, zelfs carnavalskrakers. Artiesten en producers experimenteren volop met slimme tools. Zo toont een recent onderzoek aan dat inmiddels ongeveer 25% van de muziekproducers AI gebruikt bij het muziek maken​.</span><br><br><span>Voornamelijk gaat het dan om ondersteuning in het proces: AI die losse instrumentensamples of zangpartijen uit elkaar haalt, of nieuwe “loops” creëert. Ook wordt het veel gebruikt in het afmixen en masteren van muziek, iets wat ik zelf al jaren doe. Vooralsnog is er maar een klein percentage (ca. 3%) dat AI een heel lied volledig voor hen laat maken.</span></p><p><span>Met andere woorden: de gemiddelde muzikant gebruikt AI als een nieuwe effectenpedalen-set of sampler, niet als vervanging van de band. Toch schuift AI langzaam op van achtergrondkoortje naar hoofdact. AI-tools kunnen nu al songteksten genereren die verdacht goed rijmen, melodieën componeren in de stijl van The Beatles, of zelfs de stem van Elvis Presley klonen om een nieuw nummer te “zingen”.&nbsp;</span></p><p><span>Dat roept vragen op: als een algoritme net zo makkelijk nummers schrijft als dat wij ze kunnen neuriën, wat blijft er dan over van de rol van de artiest? Wordt de singer-songwriter een soort prompt-engineer die opdrachtjes aan ChatGPT geeft voor een leuk refreintje? Gaan we op Spotify straks zoeken naar “AI ft. Adele” in plaats van andersom?&nbsp;</span></p><p><span>Vooralsnog valt het mee, zeggen experts. Koos Zwaan, lector Innovatie in de muziekindustrie, stelt dat we ons geen al te grote zorgen hoeven maken dat AI alle liedjes van ons overneemt, al wordt nog niet onderbouwd waarom we ons dan geen zorgen hoeven maken.​ Tegelijkertijd worden er namelijk meer dan tienduizend nieuwe AI liedjes per dag op Deezer geüpload en kwamen er naar schatting vorig jaar miljarden streams op Spotify van niet-bestaande AI artiesten.</span><br><br><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:629/auto;width:629px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fa81be0c-8aa2-4224-bc23-17d36578f8f6/1920_daftpunk.jpg?x=1740570307699" alt="Daft Punk" width="629" height="auto"><span><strong>Technologie en muziek</strong></span><br><span>Technologie en muziek zijn altijd met elkaar verweven geweest. In de jaren ‘80 en ‘90 zorgde de opkomst van drumcomputers, samplers en synthesizers voor een revolutie in hiphop en house. Hiphopartiesten als Public Enemy en J Dilla gebruikten de Akai MPC om beats te bouwen uit gesamplede vinylplaten, terwijl housepioniers als Frankie Knuckles en Daft Punk de Roland TR-909 en TB-303 inzetten om hypnotiserende ritmes te creëren.&nbsp;</span></p><p><span>Deze technologieën democratiseerden muziekproductie: je had geen peperdure studio meer nodig om een hit te maken. In 1989 opende zich een hele muzikale wereld voor mij door het gebruik van een Amiga en een gesoldeerde “sampler”. Ik hield al van muziek, maar nu kon ik er zelf allerlei kanten mee op. In 1996 werd mijn eerste CD-single uitgebracht (Jayke – Wish Come True; ja, happy hardcore was toen “in”), en zonder technologie hadden genres als hiphop en house niet eens bestaan.</span></p><p><span>Maar waar technologie ooit creatieve vrijheid bracht, dreigt AI nu diezelfde creativiteit te verstikken. Waar producers vroeger unieke sounds creëerden door met machines te spelen, laat AI ons nu kant-en-klare tracks genereren zonder menselijke inbreng. Het risico? Een eindeloze stroom generieke, emotieloze muziek waarin algoritmes bepalen wat werkt, en niet langer de artiest.&nbsp;</span></p><p><span>AI belooft gemak, maar als we niet oppassen, offert het muziek op aan efficiëntie – en wordt het unieke, onvoorspelbare karakter van muziek vervangen door steriel computerwerk. Een en al formule-gedreven ‘onzin’, waar niemand meer echt blij van kan worden. Of is dat mijn leeftijd die spreekt? Ik hoor namelijk soms wel eens de echo van ouderlijke generaties in de jaren 80/90 over dat hiphop en house geen “echte muziek” zou zijn.</span></p><p><span><strong>Wat beleven we nog samen?</strong></span><br><span>Hoe het ook gemaakt wordt, muziek was altijd iets dat je samen deed: samen naar een concert, samen op de radio afgestemd, samen de nieuwste hitjes bespreken bij de koffieautomaat of je hele identiteit ophangen aan een genre. Nu iedereen een eigen gepersonaliseerde mix krijgt, zouden we ons kunnen afvragen: is er nog wel een gezamenlijke soundtrack van deze tijd?&nbsp;</span></p><p><span>Hitlijsten en playlists raken versnipperd – jouw topnummer van het jaar kan een AI-gepersonaliseerd genre hebben (“pink palettes princess strut-pop”, iemand?​) dat voor anderen complete abracadabra is. En kan men nog wel meezingen tijdens concerten als iedereen alleen persoonlijke eigen nummer kent? Ik hoop op een tegenbeweging waarbij de ziel van muziek nog collectief gevierd kan worden.</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:608/auto;width:608px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/852540ff-0d8b-4023-8d8e-098113d9c0f2/1920_aicarnaval.png?x=1740570484181" alt="" width="608" height="auto">AI Carnaval?</strong></span><br><span>Laten we weer terugkomen bij carnaval – bij uitstek een volksfeest van muziek en saamhorigheid – en hoe AI daar opdook als feestganger. Vorig jaar besloot ik samen met collega </span><a href="https://bron.fontys.nl/?h=1&t=erdinc" target="_blank"><span>Erdinç Saçan</span></a><span> een experiment te doen: kan AI een carnavalskraker maken? Het resultaat was het nummer “</span><a href="https://www.youtube.com/watch?v=LqmGzWhzXYk" target="_blank"><span>AI Carnaval (Nooit meer werken)</span></a><span>”, compleet met videoclip vol generieke feestbeelden.&nbsp;</span></p><p><span>Alle onderdelen van dit lied – de tekst, de muziek, de zangstem, zelfs het plaatje op de albumhoes – werden door verschillende AI-tools gegenereerd. Werd het een instant kraker? Nee, zeker niet – en dat was precies de bedoeling. “Een carnavalskraker gaat dit AI-muziekstuk niet worden,” schreven de makers er zelf relativerend over. Zowel muzikaal als tekstueel schoot het lied tekort; de ziel van carnaval bleek lastig te vangen.&nbsp;</span></p><p><span>“Een gemiddelde inwoner van Den Bosch of Maastricht zal het nummer vooral zien als het bewijs dat geen enkele machine in staat is de ziel van carnaval te vervangen,” concludeerde een analyse droogjes​.</span><br><br><span>Inmiddels zijn we een jaar verder (in AI-land staat dat bijna gelijk aan dertig mensenjaren) en wilden we het nog eens proberen. Nu hoefden we maar een prompt in Suno te typen en kregen we het nummer “</span><a href="https://open.spotify.com/track/69LthhZ5w2PpYWGHex4F9G?si=8463b54b40a945ca" target="_blank"><span>Dit liedje was zo makkelijk</span></a><span>” er uit. Zowel de kwaliteit als het gemak zijn enorm verbeterd. Maar oordeel zelf.</span></p><p><span><strong>De onmisbare menselijke noot</strong></span><br><span>Wat leert deze bonte stoet aan voorbeelden ons? Ja, AI dringt de muziekwereld binnen – in de studio, in onze streamingapps, zelfs in de tonproaters-act (carnavalesk cabaret) van de toekomst misschien. Het beïnvloedt hoe muziek gemaakt wordt, hoe wij die muziek vinden en hoe hits ontstaan. Algoritmes zijn nu de nieuwe poortwachters die (mede) bepalen welke artiest doorbreekt en welk liedje de volgende gezamenlijke belevenis wordt​.</span><br><br><span>Het geeft geweldige nieuwe mogelijkheden – van hyperpersoonlijke afspeellijsten tot creatieve mashups die zonder AI ondenkbaar waren.&nbsp;</span></p><p><span>Maar het brengt ook risico’s met zich mee: bias (zo bleken aanbevelingsalgoritmes bijvoorbeeld structureel mannen vaker te promoten dan vrouwen), homogenisering van smaak (krijgen we ooit nog nieuwe muziekstijlen in de toekomst?), en misschien wel het verliezen van dat rauwe, onvoorspelbare element dat muziek zo menselijk maakt.&nbsp;</span></p><p><span>Als artiest hoop ik van niet!</span></p><p><i><span>Danny Bloks is AI-docent en coördinator van de minor AI for Society bij Fontys Hogeschool.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,AI,FHK]]></category>
            <pubDate>Wed, 26 Feb 2025 12:52:48 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a8288eac-d1f0-445f-84de-5943f9268cd3/500_djd.e.e.-ditliedjewaszomakkelijkaicarnaval2025.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a8288eac-d1f0-445f-84de-5943f9268cd3/500_djd.e.e.-ditliedjewaszomakkelijkaicarnaval2025.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a8288eac-d1f0-445f-84de-5943f9268cd3/djd.e.e.-ditliedjewaszomakkelijkaicarnaval2025.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[DJ D.E.E. - Dit liedje was zo makkelijk (AI Carnaval 2025)]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Inkomstenverlies door AI?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/inkomstenverlies-door-ai/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/inkomstenverlies-door-ai/</guid><pp:caseid>684885</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Artificial Intelligence biedt kansen. Maar het kan ook een bedreiging zijn. Zoals voor de creatieve sector, zo waarschuwt de </strong><span><strong>Sociaal Economische Raad (SER) in een onlangs gepubliceerd onderzoek. Mariska van Zutven onderschrijft die conclusie in onderstaand opinieartikel&nbsp;als het de inkomsten betreft van docenten en studenten die verbonden zijn of waren aan Fontys Academy of the Arts.&nbsp;</strong></span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/26f30e88-5012-435f-97dc-9f21743b9946/500_mariskavanzutven2024002.jpg?x=1737113901551" alt="Mariska van Zutven" width="200">Stel je voor: je bent sounddesigner en om je inkomsten te vergroten klus je na jouw studie bij als geluidstechnicus van een poppodium. Of je bent afgestudeerd conceptontwikkelaar die het eigen inkomen vergroot door af en toe social media post's te schrijven voor commerciëlere klanten. Grote kans, waarschuwt de Sociaal Economische Raad (SER), dat je inkomsten vanwege AI gaan dalen.&nbsp;</span></p><p><span>De SER </span><a href="https://www.ser.nl/nl/actueel/nieuws/Invloed-AI-inkomen" target="_blank"><span>onderzocht</span></a><span> welke risico's AI met zich meebrengt voor werk- en inkomen in de creatieve sector en publiceerde dit in een rapport. Voor het onderzoek sprak de SER met de Kunstenbond, vakbond van de creatieve en culturele sector. De Kunstenbond maakt zich zorgen over de effecten van AI op het (vaak) 'gestapelde inkomen' van creatieve zzp'ers, op de bescherming van het auteursrecht én over de kwaliteit van het gegenereerde werk t.o.v. authentiek werk.&nbsp;</span></p><p><span>De creatieve sector kenmerkt zich door sterk gespecialiseerd taken maar is breder dan je zou denken. De sector omvat naast artiesten, kunstenaars en ontwerpers ook technici, ondersteunende diensten en bruggenbouwers vanuit allerlei achtergronden. De SER waarschuwt voor het risico op werk- en inkomensverlies doordat AI voor steeds meer artistieke taken wordt ingezet.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Lager tarief</strong></span><br><span>AI vervangt specifieke werkzaamheden die (creatieve) zzp'ers uitvoeren om het - vaak gestapelde - inkomen (m.a.w. opgebouwd uit meerdere inkomstenbronnen) stabiel te houden, door diezelfde taken gegenereerd en digitaal uit te voeren. Voor specifieke taken krijgen zzp'ers dan een lager tarief omdat ook AI ingezet kan worden.&nbsp;</span></p><p><span>Ook het auteursrecht baart de Kunstenbond zorgen. Normaal gesproken worden kunstwerken auteursrechtelijk en intellectueel beschermd. Generatieve AI-toepassingen kunnen het werk veel goedkoper produceren: 'gescraped van het internet'. Het gegenereerde werk concurreert met het werk van de levende kunstenaars, zowel in betaling als in kwaliteit. Fair pay (eerlijke betaling) en fair practice (goed werkgeverschap) gelden nog niet voor de inzet van technologie.&nbsp;</span></p><p><span>Met behulp van AI-technologie zijn ook nieuwe artistieke uitingen mogelijk met nieuwe manieren om inkomsten te genereren, zoals het voorbeeld van de gegenereerde (stem-) geluidproductie in het onderzoek van de SER. "AI is ook een kans, hoor....", lijkt de SER in een kleine paragraaf genuanceerd te willen zeggen. En inderdaad, AI is ook een kans voor sommigen, omdat het specifieke kennis, een strategie en inventiviteit vraagt om van je vakgebied, in combinatie met AI, een verdienmodel te maken. De SER benadrukt daarom nu het risico voor de groep zzp'ers die leven van meerdere opdrachtgevers en diverse klussen, waarvoor 'verdienmodel-gebruik' niet per se opgaat.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Probleem</strong></span><br><span>AI is écht interessant voor een specifieke groep mensen, waarvan de professionele link met AI voor de eigen professionele praktijk geheel voor de hand ligt. Maar als je naast je creatieve praktijk bijverdient als technicus, online marketeer of teksteditor is strategische kennis van AI voor die taak misschien bijzaak. Voorkomen dat jouw te dure taak geautomatiseerd wordt gaat ook niet. En daar schuilt precies het probleem.&nbsp;</span></p><p><span>Half Fontys Academy of the Arts hangt van gestapelde inkomens aan elkaar. Dat geldt voor docenten, en zeker voor onze studenten, die uitstromen in een hybride beroepspraktijk met gestapelde - en dus kwetsbare - inkomens. Ik verzacht deze tekst daarom even niet met ook het beschrijven van de bejubelde AI-kansen. AI kan eerlijke concurrentie en behoud van inkomsten ondersteunen in de sector, als afspraken over fair pay en wettelijke regels ook in dat domein nageleefd worden.&nbsp;</span></p><p><i><span>Mariska van Zutven is docent Beeldende Kunst & vormgeving en Fotografie & designstudio's bij Fontys Academy of the Arts in Tilburg.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,ACE,Tilburg,FET,PRO Cultuur,AI]]></category>
            <pubDate>Mon, 20 Jan 2025 11:23:56 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0259ff04-5c69-454d-b5d6-9bbc81fa2a52/500_sounddesign.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0259ff04-5c69-454d-b5d6-9bbc81fa2a52/500_sounddesign.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0259ff04-5c69-454d-b5d6-9bbc81fa2a52/sounddesign.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Sound design]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Later naar school gaan: meer slaap en betere prestaties</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/later-naar-school-gaan-meer-slaap-en-betere-prestaties/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/later-naar-school-gaan-meer-slaap-en-betere-prestaties/</guid><pp:caseid>679957</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Scholen, van welke aard dan ook, beginnen in Nederland al sinds mensenheugenis ongeveer op hetzelfde tijdstip. Ergens tussen acht en negen in de ochtend. Niet doen, schrijft Fontysdocent </strong><span><strong>Erdinç Saçan in onderstaand opiniestuk. Er is heel veel winst te behalen als scholieren en studenten wat later mogen beginnen.</strong></span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:306/auto;width:306px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/4ffd5ca5-5218-462b-85b7-b7a6da8fb348/800_fontysedit-epsilon-studios-myrthe-linssen-1141.jpg?x=1733138892072" alt="Erdinç Saçan" width="306" height="auto">Het is een discussie die al jaren speelt: moeten scholen later beginnen? Vanuit mijn ervaring als docent bij Fontys ICT zie ik hoe waardevol het kan zijn om studenten meer tijd in de ochtend te geven. Bij onze hogerejaars beginnen we vaak al wat later in de ochtend, tussen negen uur en half tien. Dat bevalt goed.&nbsp;</span></p><p><span>Blijkbaar is het zelfs beter als ze starten om kwart voor tien: waarom zouden niet alle scholen op dat tijdstip beginnen? Het zou niet alleen prettig zijn voor tieners, maar ook voor docenten die dan meer ruimte hebben om hun ochtend effectief in te delen: kinderen rustig naar school brengen, e-mails wegwerken en daarna met frisse energie aan de slag met hun studenten.</span></p><p><span>De wetenschappelijke onderbouwing voor een latere starttijd is overtuigend. Zo blijkt uit onderzoek dat jongeren gemiddeld 34 minuten langer slapen als scholen bijna een uur later beginnen. Dit extra slaapje is niet alleen een kwestie van comfort, maar heeft ook meetbare voordelen. Studenten blijven ’s avonds niet langer op, maar slapen daadwerkelijk meer en synchroniseren beter met hun natuurlijke slaap-waakritme. Dat heeft een positief effect op zowel hun gezondheid als hun prestaties.</span></p><p><span>Het slaap-waakritme van tieners verandert tijdens de adolescentie. Het slaaphormoon melatonine wordt later op de avond afgegeven, waardoor tieners niet vroeg in slaap kunnen vallen, zelfs als ze dat zouden willen. Dit maakt het biologisch onmogelijk voor hen om fris en alert te zijn om half acht ’s ochtends, wat vergelijkbaar is volwassenen vragen om half zes al op hun scherpst te zijn (uitzonderingen daargelaten)</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:586/auto;width:586px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fca076c8-bb8d-4705-b327-d3ebe11b2ddb/1920_slapendestudenten.jpg?x=1733139619093" alt="" width="586" height="auto">Dit chronische slaapgebrek heeft serieuze gevolgen. Uit onderzoek van het Boston Children’s Hospital en Tulane University blijkt dat tieners met slaapgebrek meer moeite hebben met zelfregulatie. Dit beïnvloedt hun vermogen om emoties en gedrag te beheersen, wat kan leiden tot slechtere schoolresultaten, stemmingsstoornissen en zelfs depressies.</span></p><p><span><strong>Betere resultaten bij latere starttijden</strong></span><br><span>Scholen die experimenteren met latere starttijden zien significante verbeteringen. Zo werd in Seattle de starttijd op een aantal middelbare scholen verschoven van tien voor acht naar kwart voor negen. De resultaten waren indrukwekkend: leerlingen sliepen gemiddeld 34 minuten langer, hun cijfers stegen met 4,5 procent, en er waren minder ziekmeldingen en laatkomers.</span></p><p><span>Daarnaast draagt een betere nachtrust bij aan het verminderen van gezondheidsproblemen zoals obesitas en mentale klachten. Bovendien blijkt uit ander onderzoek dat latere starttijden leiden tot minder gebruik van alcohol en drugs onder jongeren.</span></p><p><span>Hoewel er logistieke uitdagingen zijn, denk aan aanpassingen in roosters, wegen de voordelen zwaarder. Minder volle bussen en treinen in de vroege ochtend zouden zelfs een prettige bijkomstigheid zijn. Niet alleen verbetert een latere start de leeromgeving voor jongeren, maar ook hun algehele welzijn en toekomstperspectieven. Tieners hebben recht op een schooltijd die aansluit bij hun biologische behoeften, niet eentje die hen dwingt tegen hun natuur in te handelen.</span></p><p><span>Het is tijd dat we serieus nadenken over deze verandering. Bij Fontys ICT zien we dagelijks hoe een iets latere start zorgt voor beter functionerende studenten én docenten. Stel je voor wat het effect zou zijn op middelbare scholen als we luisteren naar wat de wetenschap ons al jaren vertelt: laat jongeren uitslapen, en zie ze floreren.</span></p><p><span>Bronnen:</span><br><a class="ck-anchor" id="https://scientias.nl/wetenschappers-roepen-op-tot-latere-starttijd-van-middelbare-scholen-het-eerste-uur-zou-pas-om-kwart-voor-tien-moeten-beginnen" name="https://scientias.nl/wetenschappers-roepen-op-tot-latere-starttijd-van-middelbare-scholen-het-eerste-uur-zou-pas-om-kwart-voor-tien-moeten-beginnen" href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fscientias.nl%2Fwetenschappers-roepen-op-tot-latere-starttijd-van-middelbare-scholen-het-eerste-uur-zou-pas-om-kwart-voor-tien-moeten-beginnen&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cec62f7ded6f84e8b60a408dd0e6ab781%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638682573677244891%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=LC5CJvOUj7usxBne9K6Gl8goV8HLPmivDy43lpJQRy4%3D&reserved=0"><span><strong>https://scientias.nl/wetenschappers-roepen-op-tot-latere-starttijd-van-middelbare-scholen-het-eerste-uur-zou-pas-om-kwart-voor-tien-moeten-beginnen</strong></span></a><br><a class="ck-anchor" id="https://www.jmouders.nl/middelbare-scholen-later-beginnen/" name="https://www.jmouders.nl/middelbare-scholen-later-beginnen/" href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.jmouders.nl%2Fmiddelbare-scholen-later-beginnen%2F&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cec62f7ded6f84e8b60a408dd0e6ab781%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638682573677264593%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=32ZHvq3KtbNz6pJwoX2kHZBwq87I1TS%2Fs1XYcgL%2FKEI%3D&reserved=0"><span><strong>https://www.jmouders.nl/middelbare-scholen-later-beginnen/</strong></span></a><br><a class="ck-anchor" id="https://www.eoswetenschap.eu/gezondheid/tieners-slapen-meer-als-school-later-start" name="https://www.eoswetenschap.eu/gezondheid/tieners-slapen-meer-als-school-later-start" href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.eoswetenschap.eu%2Fgezondheid%2Ftieners-slapen-meer-als-school-later-start&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cec62f7ded6f84e8b60a408dd0e6ab781%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638682573677277842%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=yALzlMvld7wVkWBYtAL4Mbh1I0BnMxthSp1Zfi1ywFw%3D&reserved=0"><span><strong>https://www.eoswetenschap.eu/gezondheid/tieners-slapen-meer-als-school-later-start</strong></span></a></p><p><i>Erdinç Saçan is docent bij Fontys ICT en is onder meer AI-expert en columnist voor Bron</i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Campus,Onderwijs Algemeen,Student]]></category>
            <pubDate>Mon, 02 Dec 2024 12:41:23 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/afcbc662-c9a0-40c7-a891-79fad4c22cf3/500_wekker.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/afcbc662-c9a0-40c7-a891-79fad4c22cf3/500_wekker.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/afcbc662-c9a0-40c7-a891-79fad4c22cf3/wekker.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[wekker]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Langstudeerboete: ramp voor studenten en arbeidsmarkt</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/langstudeerboete-ramp-voor-studenten-en-arbeidsmarkt/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/langstudeerboete-ramp-voor-studenten-en-arbeidsmarkt/</guid><pp:caseid>678881</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Het broeit, het mort, het rommelt al enige tijd in het hoger onderwijs. De reden: de bezuinigingen die dit kabinet wil doorvoeren bij hogescholen en universiteiten. Komende maandag vindt alsnog de eerder uitgestelde demonstratie plaats. Fontysstudent Odet Rosenkrantz zal er bij zijn. Over het waarom schreef ze onderstaand opiniestuk.</strong></p><p>Tijdens de troonrede sprak de koning over het belang van "rust en continuïteit" in het onderwijs. Ironisch genoeg volgde de aankondiging van de langstudeerboete: een verhoging van het collegegeld bij studievertraging, bedoeld om studenten sneller te laten afstuderen. Dit leidde tot hevig protest van studenten, vakbonden en onderwijsinstellingen.</p><p>De boete ontmoedigt studeren en vergroot de druk op de arbeidsmarkt. Minder studenten starten of ronden hun opleiding af, terwijl sectoren als onderwijs, zorg en overheid al kampen met grote tekorten. Ironisch genoeg kan dit leiden tot meer arbeidsmigratie. Het kabinet noemt een opbrengst van 280 miljoen euro, maar onderwijsinstellingen waarschuwen dat de maatregel op lange termijn meer schade aanricht dan oplevert.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:228/auto;width:228px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a72143be-bee5-487a-a1a4-76855100f2e5/800_odetrosenkrantz.jpg?x=1732179867910" alt="Odet Rosenkrantz" width="228" height="auto">De maatregel is niet nieuw. In 2010 werd een vergelijkbare boete ingevoerd door de VVD en PVV. Na massale protesten werd deze afgeschaft, omdat de effecten averechts waren. De huidige maatregel lijkt een herhaling van dat falen, vergelijkbaar met de invoering van het leenstelsel, dat ook niet tot sneller afstuderen leidde maar wel tot hoge studieschulden.</p><p>&nbsp;Financiële dreiging schrikt studenten af. Volgens Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, kiezen sommigen uit angst voor de boete voor kortere opleidingen. Vooral studenten uit minder draagkrachtige milieus en eerste-generatiestudenten vrezen voor studievertraging en stoppen eerder. Uit een enquête van EenVandaag blijkt dat een kwart van de zelf betalende studenten overweegt te stoppen. Het resultaat: minder afgestudeerden, terwijl de maatregel juist sneller afstuderen wil bevorderen.</p><p>&nbsp;De langstudeerboete heeft ook negatieve gevolgen voor de arbeidsmarkt. Minder Nederlandse studenten zullen afstuderen, waardoor het tekort aan gekwalificeerde werknemers verder toeneemt. Dit gat zal moeten worden opgevuld, vaak door arbeidsmigranten. Ironisch genoeg biedt Nederland een van de meest gunstige regelingen voor expats in Europa. Dit onderstreept de tegenstrijdigheid in het kabinetsbeleid: enerzijds wordt migratie als een groot probleem bestempeld, anderzijds creëren ze zelf maatregelen die juist leiden tot meer migratie. Ondertussen wordt de vluchteling daarbij ten onrechte als zondebok aangewezen.</p><p>&nbsp;Als langstudeerder weet ik dat studenten met vertraging niet gebaat zijn bij sancties, maar bij begeleiding. Succesvolle projecten zoals Back On Track van Fontys Hogeschool tonen aan dat studievertraging vaak wordt veroorzaakt door het ontbreken van vaardigheden zoals plannen en omgaan met druk. Investeren in begeleiding en preventie helpt, maar deze projecten lopen gevaar door geplande bezuinigingen van 30 miljoen euro op het hoger onderwijs.</p><p>&nbsp;Op 25 november protesteer ik, samen met andere studenten en instellingen, tegen de langstudeerboete. Deze maatregel straft studenten met een moeilijke thuissituatie, mentale of fysieke beperkingen of een jaar met tegenslagen. We herinneren het kabinet aan hun eigen woorden: "Een enkele fout mag mensen niet in de problemen brengen."</p><p><i>Odet Rosenkrantz is student Journalistiek en </i><a href="https://bron.fontys.nl/student-odet-in-actie-we-kunnen-macht-terugpakken/" target="_blank"><i>zit inmiddels in haar zesde jaar.</i></a><i> Ze liep gedurende haar opleiding stage, waar ze een baan aangeboden kreeg en daardoor haar opleiding op een lager pitje zette. Nu zet ze zich volop in om af te studeren.</i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Student,Tilburg,studieschuld,Studenten,Nieuws]]></category>
            <pubDate>Thu, 21 Nov 2024 10:15:32 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/eba0c399-28f3-4f2b-a0b6-7e0f58cbd1d4/500_langstudeerboete..jpg?95406" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/eba0c399-28f3-4f2b-a0b6-7e0f58cbd1d4/500_langstudeerboete..jpg?95406</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/eba0c399-28f3-4f2b-a0b6-7e0f58cbd1d4/langstudeerboete..jpg?95406</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Langstudeerboete.]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Creativiteit als essentiële basisvaardigheid</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/creativiteit-als-essentiele-basisvaardigheid/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/creativiteit-als-essentiele-basisvaardigheid/</guid><pp:caseid>673929</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Creativiteit zou een basisvaardigheid moeten worden voor alle studenten. Dat betoogt Pulsed-voorman Peter Biekens in onderstaand opinieartikel. Volgens hem zou creatief denken</strong><span><strong> net zo vanzelfsprekend moeten zijn als rekenen en taal met het oog op het toekomstige werkveld. En zou het onderwijs hierin het voortouw moeten nemen.&nbsp;</strong></span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:240/auto;width:240px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/bdefc1f4-8c45-46f2-b832-55c7f6c7907c/800_peterbiekens-3.jpg?x=1729078771510" alt="Peter Biekens " width="240" height="auto">Toen ik 12 jaar geleden als docent begon, ontdekte ik een fundamenteel probleem in ons onderwijs: studenten leren modellen en theorieën, maar zijn niet in staat deze creatief toe te passen in de praktijk. Er is een kloof tussen wat het werkveld van jonge professionals vraagt en hoe het onderwijs hen daarop voorbereidt. Stage- en afstudeerrapporten van studenten stonden vol met theoretische modellen. Op de vraag waarom zij die modellen gebruikten, luidde het antwoord steevast: "Dat is toch wat jullie willen zien?" Het waarom en het nut ervan, was een vraagteken.</span></p><p><span>Tijdens stages zag ik studenten vastlopen. Ze konden theorieën reproduceren, maar wanneer de praktijk afweek van het theoretische plaatje, wisten ze niet wat te doen. Ze hadden geen antwoord op de complexe realiteit die niet in een model paste. De complexiteit van de moderne wereld vraagt om meer dan het reproduceren van theorieën. Het vraagt om creatief denken -het vermogen om buiten de bekende kaders te treden en originele oplossingen te vinden voor onvoorspelbare problemen.</span></p><p><span>In de afgelopen 12 jaar als docent bij Fontys, en als onderwijsontwerper bij veel onderwijsinstellingen, heb ik steeds duidelijker gezien dat creatief denken een onderschatte vaardigheid is. Iedereen erkent het belang ervan, maar er wordt onvoldoende invulling aan gegeven. Dit terwijl de vraag naar creatief probleemoplossende professionals alleen maar toeneemt.</span></p><p><span>We kunnen ons niet langer veroorloven om creativiteit te negeren. De uitdagingen van vandaag—van klimaatverandering tot technologische disruptie en sociale ongelijkheid—vereisen creatieve oplossingen. Alleen door actief te investeren in het ontwikkelen van creatief denken, kunnen we de toekomst proactief vormgeven in plaats van achter de feiten aan te lopen.</span></p><p><span>Creatief denken moet een kernvaardigheid worden, zowel in het onderwijs als in het werkveld. Pas dan kunnen we het creatieve potentieel in iedereen ontplooien en werken aan een veerkrachtigere toekomst.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:422/auto;width:422px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fce9b8ed-370d-449e-aa8b-4181af5a5591/800_creatievebrainstorm.jpg?x=1729068788926" alt="" width="422" height="auto">Het onderwijs zou hierin het voortouw moeten nemen. Creatief denken zou net zo vanzelfsprekend moeten zijn als rekenen en taal. Dit vraagt om curricula waarin creatief denken een centrale rol speelt en waarin leeruitkomsten gericht zijn op het ontwikkelen van deze essentiële vaardigheid. Dit vereist investeringen in tijd, middelen en een verandering van mentaliteit bij docenten en beleidsmakers. Creatief denken moet niet langer worden gezien als iets secundairs of alleen relevant voor bepaalde vakken.</span></p><p><span>Ook in het werkveld wordt creatief denken vaak genoemd als cruciaal, maar zelden is er ruimte voor. Hoeveel bedrijven investeren daadwerkelijk in het trainen en ontwikkelen van creatieve vaardigheden? Er ontstaat vaak een paradox: bedrijven vragen om innovatie en probleemoplossend vermogen, maar geven medewerkers niet de vrijheid om buiten de gebaande paden te denken of te experimenteren.</span></p><p><span>Om dit probleem aan te pakken, heb ik meegewerkt aan de ontwikkeling van Brainnovation—een methode die creatief denken centraal stelt en studenten leert hoe ze hun volledige potentieel kunnen benutten in complexe situaties. Na uitgebreid onderzoek en vele pilots heeft dit geresulteerd in een effectieve aanpak die werkt. Begin dit jaar gaf ik hierover een cursus voor docenten bij de Fontys Hogeschool Techniek & Logistiek in Venlo.</span></p><p><span>Enkele jaren geleden was Brainnovation ook nog een onderdeel van het curriculum van Fontys International Business & Management Studies in Venlo. Radboud Universiteit voerde een grootschalig onderzoek uit onder meer dan 200 Fontys-studenten, waarvan de resultaten in een wetenschappelijke publicatie zijn opgenomen. Het bleek dat de methode effectief is. Creatief denken had een prominente plek in het curriculum gekregen.</span></p><p><span>Toch is de cursus uit het curriculum gehaald. Wat maakt dat het deze plek niet heeft weten te behouden? Wat is er gebeurd? Waarom blijft creatief denken zo’n ondergeschoven kindje bij een onderwijsinstelling die talentgericht en innovatief zegt te zijn?&nbsp;</span></p><p><i><span>Peter Biekens is creatief en educatief leider van Fontys Pulsed.&nbsp;</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Onderwijs Algemeen,FHE,Pulsed,Ligthart]]></category>
            <pubDate>Wed, 16 Oct 2024 13:41:46 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/f2eea33f-dc3e-4c46-929b-ab8b1da177f9/500_creatief.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/f2eea33f-dc3e-4c46-929b-ab8b1da177f9/500_creatief.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/f2eea33f-dc3e-4c46-929b-ab8b1da177f9/creatief.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[creatief]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Sippe-smiley voor dit beoordelingssysteem</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/sippe-smiley-voor-dit-beoordelingssysteem/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/sippe-smiley-voor-dit-beoordelingssysteem/</guid><pp:caseid>651446</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Er is al veel gezegd en geschreven over de verschillende nieuwe beoordelingssystemen bij de opleidingen van Fontys. Sommige kunnen op</strong><a href="https://bron.fontys.nl/saami-legde-open-learning-uit-aan-zwitserse-docenten/" target="_blank"><strong> bijval </strong></a><strong>van studenten en docenten rekenen, maar soms is ook sprake van teleurstelling en </strong><a href="https://bron.fontys.nl/waarom-portfolios-voor-beoordelingen-niet-volstaan/" target="_blank"><strong>afkeuring</strong></a><strong>. Een voorbeeld van het laatste is onderstaande opinie van Journalistiek-student Willemijn de Waard.</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/146de0da-0ee7-4527-abd1-de80efdfd321/500_willemijndewaard.jpg?x=1720596938338" alt="Willemijn de Waard" width="200">Ik stel in dit artikel het beoordelingssysteem van Fontys Journalistiek ter discussie. Sinds twee jaar is het beoordelingssysteem van de hbo-opleiding in Tilburg veranderd van een puntensysteem naar een smiley-systeem; studenten worden beoordeeld via smileys. Van hen wordt iedere week een reflectie op de leeruitkomsten verwacht. Hier krijgen ze dan een negatieve-, neutrale-, of positieve-smiley voor van hun docent. Dit gebeurt digitaal via Feedpulse. Haalt dit het beste uit de studenten Journalistiek naar boven?</p><p>Over dit smiley-systeem in het hbo-onderwijs is het een en ander te zeggen. Om te beginnen zorgt het voor een zekere mate van infantilisering. Smileys horen gevoelsmatig veel meer bij het basisonderwijs. Wanneer je daar je veters zelfstandig gestrikt hebt word je beloond met een smiley-sticker en veterdiploma.&nbsp;</p><p>Zodra je op het voortgezet onderwijs komt, veranderen die smileys in cijfers. Deze manier van beoordelen gaat door in het hbo en op universitaire opleidingen. Smileys worden doorgaans geassocieerd met iets wat bij je jeugd hoort, van op de basisschool.</p><p>Dat de smileys zorgen voor infantilisering is discussieerbaar, want er zullen ook argumenten zijn die onderschrijven dat dingen die voor kinderen werken ook voor volwassenen nuttig kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan <i>trial and error</i>. Maar dit betekent niet dat smileys als beoordelingssysteem in het hoger onderwijs ingezet moeten worden.</p><p><strong>Subjectief</strong><br>Ten tweede is een beoordeling met smileys subjectief. De maatstaf waarlangs de beoordeling tot stand komt ontbreekt of is onduidelijk. De beoordeling verschilt enorm per docent. Waar de een Feedpulse links laat liggen, is het voor de ander de kern van het onderwijs. De een focust op de leeruitkomsten en de manier van reflecteren, de ander kijkt naar de producties en houding in de lessen. Er is niet één vaste lijn op het gebied van beoordelen, wat zorgt voor zowel verwarring en scheve gezichten bij studenten als een enorm verschil in kwaliteit.</p><p>Wat mij brengt bij het volgende punt: Is er wel een ondergrens? Het lijkt alsof er geen minimum is. Ja, een negatieve smiley zegt iets, maar lang niet genoeg. Staat de smiley met een sip gezicht gelijk aan een twee of een vijf? En is een smiley met een lachend gezichtje een 6 of een 9?</p><p>Als je hebt gewerkt voor een negen, dan wil je ook die negen. Het blijft nu bij “Goed gedaan” en “Mooie journalistieke productie”. Dat is ook leuk om te horen, maar het heeft geen effect op volgende producties en een negen geeft daarin meer bevestiging. Hetzelfde geldt voor de beoordeling wat betreft smileys, als je hebt gewerkt voor een positieve smiley dan wil je die. Maar het is via dit beoordelingssysteem niet duidelijk genoeg welk werk welke beoordeling oplevert.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:625/auto;width:625px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/ae444ffe-5cb5-46ed-a125-abf81b803f7f/1920_sadsmiley.jpg?x=1720598685563" alt="" width="625" height="auto">Daarnaast worden de producties van de student niet inhoudelijk beoordeeld, er wordt alleen feedback op gegeven. Ik ben een voorstander van feedback, maar wanneer een student een slechte productie maakt, (denk aan onscherpe beelden, taalfouten, onjuiste inhoud, etc.), maar wel heeft geproduceerd, is het toch geen positieve smiley waard?&nbsp;</p><p>Dit zorgt ervoor dat wanneer ik zes producties maak in een blok, maar waarin ik weinig tot niets van wat is besproken in lessen of tijdens feedbackmomenten heb verwerkt, ik dat blok alsnog kan afsluiten met een V of G. Dit leidt dan toch naar een over vier jaar afgestudeerde journaliste die geen kwalitatieve producties maakt en daar misschien zelf geen weet van heeft?</p><p>Als ik productie na productie een 4 krijg, weet ik: A dat ik iets niet goed doe, en B dat ik niet overga naar het volgende jaar tot ik kwaliteit produceer. En ja kwantiteit is ook zeer belangrijk in ontwikkeling, maar wanneer daar geen kwaliteit in zit, slaat de opleiding Journalistiek daar denk ik de plank mis. Er moet dus een minimumnorm zijn voor de kwaliteit, zowel in producties als in de manier van communiceren. Die kwaliteit moet duidelijk worden beoordeeld met een cijfer.&nbsp;</p><p>Het kan toch niet zo zijn, dat iemand die zich nooit kritisch opstelt tegenover bijvoorbeeld een artikel of een docent, wel zijn propedeuse journalistiek haalt omdat hij een sfeerverslag over een gemeentebijeenkomst heeft getypt. Of wel?</p><p><strong>Per persoon</strong><br>Tot slot is het ook per persoon te verschillend. Dat student A ‘minder’ hoeft te doen voor een positieve smiley dan student B omdat “het niveau nou eenmaal anders is”, is natuurlijk volstrekt verkeerd. Hiermee zijn de smileys per persoon iets anders waard.&nbsp;</p><p>Ik trek een vergelijking met het cijfersysteem. Jantje en Pietje leveren precies dezelfde productie in. Jantje krijgt een 6 en Pietje een 8. Waarom? Omdat het voor Pietje veel lastiger is om dezelfde prestatie te leveren.&nbsp;Dus niet omdat zijn productie beter is, het is immers hetzelfde stuk, maar omdat Pietjes niveau lager ligt dan die van Jantje. Daarom krijgt hij een hij positievere beoordeling. Met een normaal cijfersysteem zou dit nooit kunnen, de normering is dan immers objectief vastgelegd.</p><p>Ik denk dat het belangrijk is om dit smiley-beoordelingssysteem in twijfel te trekken. Een duidelijk kader ontbreekt en de beoordeling is veelal subjectief. Bovendien wordt er met twee (of meer) maten gemeten, wat ten koste gaat van de kwaliteit van de toekomstige journalisten. Als ik een goede productie heb ingeleverd, wil ik geen positieve smiley. Dan wil ik gewoon die 8 of 9. Dat motiveert en stimuleert mij om de volgende keer weer dezelfde inzet en kwaliteit te leveren.&nbsp;</p><p>Andersom gaat dat ook op: als ik geen goede productie maak, moet dat duidelijk zijn. Anders lijdt de kwaliteit van de journalistiek daaronder.</p><p><i>Willemijn de Waard is eerstejaars student Fontys Journalistiek</i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,FHJ,PRO Communicatie,Tilburg,Onderwijs Algemeen,Student]]></category>
            <pubDate>Wed, 10 Jul 2024 10:18:07 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0cdf192b-01aa-418a-b422-6ec374d323f6/500_smileys.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0cdf192b-01aa-418a-b422-6ec374d323f6/500_smileys.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0cdf192b-01aa-418a-b422-6ec374d323f6/smileys.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[smileys]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Buitenlandse studenten: van probleem naar oplossing</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/buitenlandse-studenten-van-probleem-naar-oplossing/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/buitenlandse-studenten-van-probleem-naar-oplossing/</guid><pp:caseid>651561</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Politiek Den Haag is bezorgd over de instroom van buitenlandse studenten. Deels terecht, stelt Joep Houterman, voorzitter van het college van bestuur van Fontys. Maar, zo betoogt hij in onderstaand opiniestuk, de politiek moet wo en hbo niet over één kam scheren. “Het hbo is niet het probleem. Neemt niet weg dat wij als hogescholen ook aan de slag moeten: nóg meer afgestudeerde buitenlandse studenten</strong></span><i><span><strong> </strong></span></i><span><strong>aan onze regio’s binden. We komen nog steeds veel talent tekort.”</strong></span></p><p><span>We hebben in Nederland een nieuw kabinet. Dat is natuurlijk een goede zaak, want het land moet bestuurd worden. Veel mensen hebben echter zorgen over de bezuinigingen van de nieuwe regering op het hoger onderwijs. Ik deel die zorgen, zeker ook op het gebied van internationalisering, waar ik me al decennia lang vanuit diverse rollen mee bezig houd. Of preciezer geformuleerd: het gaat niet over internationalisering, maar over de instroom van buitenlandse studenten.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:227/auto;width:227px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/4de58307-8795-43b1-9773-752c140a9a33/800_joephouterman-43.jpg?x=1720516378687" alt="Joep Houterman" width="227" height="auto">Het vorige kabinet heeft een wet voorbereid, de Wet Internationalisering in Balans (WIB), met daarin maatregelen om de instroom van buitenlandse studenten</span><i><span> </span></i><span>in het hoger onderwijs te beperken (en een aantal ‘flankerende’ maatregelen). Het nieuwe kabinet heeft een forse bezuiniging ingeboekt; die moet gerealiseerd worden door het terugdringen van het aantal buitenlandse studenten.</span></p><p><span><strong>Onderscheid hbo-wo</strong></span><br><span>Natuurlijk begrijp ik – net als mijn collega-bestuurders van hogescholen en universiteiten – dat een te grote instroom van buitenlandse studenten tot problemen leidt, met name op het vlak van huisvesting en de positie van de Nederlandse taal. Het is verstandig om maatregelen te treffen om die problemen te beheersen. En om maatregelen te nemen die bijdragen aan een hoger maatschappelijk rendement van de internationale studenten.</span></p><p><span>Daarbij moeten we niet alle kennisinstellingen in het hoger onderwijs over één kam scheren. Op het gebied van de internationale instroom verschilt het hbo écht wezenlijk van de universiteiten (op een aantal andere gebieden ook, maar dat terzijde). Waar het aantal en het percentage buitenlandse studenten in het wo – en dan met name in de Randstad – fors zijn gestegen de voorbije jaren, daar is het aandeel in het hbo niet alleen in absolute zin veel kleiner, maar ook al die jaren stabiel gebleven.</span></p><p><span><strong>Elk talent telt</strong></span><br><span>Er is nóg een belangrijk verschil. Het hbo, en Fontys dus ook, leidt studenten - of het nu gaat om Nederlandse of buitenlandse, ad-, bachelor- of masterstudenten - primair op voor de arbeidsmarkt. We zijn niet voor niets hoger </span><i><span>beroeps</span></i><span>onderwijs. En heel vaak is dat ook nog eens de regionale arbeidsmarkt, waarmee onze studenten tijdens hun studie uitgebreid kennismaken.&nbsp;</span></p><p><span>Ook deze doelstelling wordt onderschreven door cijfers: internationale studenten aan een hbo-instelling z</span><span style="background-color:white;"><span>ijn een jaar na het afstuderen nog 10 procentpunt vaker in Nederland dan wo-afgestudeerden, blijkt uit recent </span></span><a href="https://bron.fontys.nl/internationale-student-blijft-vaker-in-nederland/" target="_blank"><span style="background-color:white;"><span>onderzoek</span></span></a><span style="background-color:white;"><span> van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. ‘</span></span><span>Het hbo lijkt er vooralsnog beter in te slagen internationale studenten op te leiden voor de Nederlandse arbeidsmarkt dan het wo’, concluderen de onderzoekers.</span></p><p><span style="background-color:white;">W</span><span>aarom is dit een belangrijk punt? Omdat letterlijk elk talent telt, op de huidige krappe arbeidsmarkt.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:620/auto;width:620px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/3e666106-51d2-412d-a76c-013f4485439b/1920_asml.jpg?x=1720529126040" alt="" width="620" height="auto">En om voldoende talent op te leiden, hebben we ook de instroom van buitenlandse studenten nodig. In Venlo bijvoorbeeld, bij uitstek een internationale grensregio, maar zeker ook in Brainport waar we vanwege de razendsnelle groei de komende jaren iedereen nodig hebben. Daar komt bij: de ‘blijvers’ dragen allemaal bij aan de economie én vullen ook de schatkist door belastingen te betalen. Sterk bezuinigen op buitenlandse studenten werkt dus contraproductief.</span></p><p><span><strong>Onze opdracht</strong></span><br><span>Gelukkig heb ik de indruk dat politiek Den Haag steeds meer in positieve zin het onderscheid ziet én maakt tussen wo en hbo. En dat er oog is voor maatwerk in de regio. Dat is veelbelovend, maar dan zijn we er nog niet. Laat ik eerlijk zijn: ook wij hebben werk te doen. Wij mogen nog niet tevreden zijn met de huidige situatie. Met wij bedoel ik ‘wij, hogescholen’, maar ook ‘wij, bij Fontys’.&nbsp;</span></p><p><span>Zoals we in ons voorstel voor </span><a href="https://www.fontys.nl/actueel/wat-betekent-vh-voorstel-zelfregie-op-internationalisering-voor-fontys/"><span>zelfregie</span></a><span> eerder dit jaar hebben beloofd, moeten hogescholen en dus ook Fontys zich inspannen om de </span><i><span>stayrate</span></i><span> (de blijfkans) van de buitenlandse studenten verder te verhogen. Dat kan via extra taalonderwijs, zoals Fontys ICT bijvoorbeeld een </span><a href="https://bron.fontys.nl/cursus-nederlands-voor-ict-student-helpt-nu-en-later/"><span>plek in het curriculum inruimt</span></a><span> voor Nederlands als tweede taal. Het kan ook door internationale studenten beter voor te bereiden op de Nederlandse arbeidsmarkt.&nbsp;</span></p><p><span>Uit </span><a href="https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:7155651238557007872/"><span>onderzoek van Interlocality</span></a><span> in samenwerking met Fontys-onderzoekers van het Kenniscentrum LLO blijkt dat hogescholen internationale studenten kunnen helpen door ze gerichte loopbaanbegeleiding te bieden, meer netwerkmogelijkheden, en stageplaatsen bij lokale werkgevers die bereid zijn een stapje extra te zetten. Hier heeft het bedrijfsleven ook een rol te vervullen.&nbsp;</span></p><p><span>Het kan ook, tot slot, via een meer effectieve werving. We brengen ons perspectief – dat we primair opleiden voor de (regionale) arbeidsmarkt - nog niet altijd voldoende over het voetlicht bij de werving van buitenlandse studenten.</span></p><p><span><strong>Hoopvol</strong></span><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:576/auto;width:576px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_image4.jpeg?x=1720529225876" alt="" width="576" height="auto"><span>En zo is er nog meer dat we doen – zowel landelijk in het verband van de Vereniging Hogescholen als regionaal binnen onze eigen instelling. Neem de afgesproken beheersing van het aantal studenten - Nederlands én buitenlands – dat we toelaten bij onze anderstalige economische opleidingen. En ook specifiek voor Fontys: samen met de betreffende gemeenten en andere partners serieus onderzoeken in hoeverre we op onze campussen in Tilburg, Venlo en Eindhoven kunnen zorgen voor extra studentenhuisvesting.</span></p><p><span>Ik ben hoopvol gestemd dat de politiek de internationale instroom in het hbo op waarde weet te schatten – en dus dat de maatregelen die getroffen worden in verhouding zijn. Daar tegenover staat dat de politiek van ons mag verlangen dat we ons uiterste best doen om al die talenten inderdaad aan onze arbeidsmarkt en onze regio’s te binden. En op die manier voordelen van buitenlandse studenten juist vergroten.&nbsp;</span></p><p><span>Dat kunnen en willen we niet alleen: alles gebeurt in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en andere werkveldpartners, en met overheden en collega-instellingen. Zoals we dat bij Fontys gewend zijn.</span></p><p><i><span>Joep Houterman is voorzitter van het college van bestuur van Fontys Hogeschool</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Internationalisering,Bestuur en medezeggenschap]]></category>
            <pubDate>Tue, 09 Jul 2024 14:51:42 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/5b157f32-f0c2-4447-a26b-67871d984487/500_internationals.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/5b157f32-f0c2-4447-a26b-67871d984487/500_internationals.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/5b157f32-f0c2-4447-a26b-67871d984487/internationals.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[internationals]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Gebruik AI in creatieve processen&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/gebruik-ai-in-creatieve-processen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/gebruik-ai-in-creatieve-processen/</guid><pp:caseid>629638</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Het is een misverstand dat de voortschrijdende technologie juist de creatiefste mensen niet van een baan zou beroven. Of wacht: dat is géén misverstand, zo concluderen docent-onderzoekers Joris van Dooren en Coen Luijten in onderstaand opiniestuk. Op voorwaarde dat creatievelingen die technologieën ook omarmen en gebruiken.&nbsp;</strong></p><p>In 2018 brachten we ons boek Creativity Works! uit. We zijn inmiddels zes jaar verder en de voorspelling in het boek dat niet-creatieve mensen snel werkloos zouden worden is behoorlijk waardeloos gebleken. De arbeidsmarkt is krapper dan krap. Werk genoeg, ook voor mensen die niet dagelijks brainstormen.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:338/auto;width:338px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a34cfd0e-dfa4-4c95-b942-1f5d1ade25b6/800_jorisencoen.jpg?x=1713949077918" alt="Joris van Dooren en Coen Luijten" width="338" height="auto">Gedurende de afgelopen jaren leken meer van onze voorspellingen niet uit te komen. We wisten niet wie er precies aan die algoritmes voor kunstmatige intelligentie aan het klussen waren, maar erg opschieten leken ze niet te doen. Het viel nogal tegen, de vooruitgang die geboekt werd met de zelfrijdende auto’s en poetsrobots waar we zo naar uitkeken. En dus had op 30 november 2022 een taxi nog steeds een chauffeur en groetten we op onze hogeschool elke morgen vrolijk de schoonmaakploeg.</p><p>De zojuist genoemde datum - 30 november 2022 - is echter geen lukraak gekozen datum. Het is de dag waarop OpenAI zijn kunstmatige intelligente chatbot ChatGPT op de wereld losliet. We probeerden het uit en waren flabbergasted. Een chatbot die wél werkte, dat kon dus gewoon. Eat that, beste verzekeraar/webwinkel/kabeltelevisieprovider!</p><p><strong>Typisch menselijk</strong><br>Ondertussen vroegen wij ons af of creativiteit eigenlijk wel de sleutel is om je brood te kunnen blijven verdienen. Wij zagen het in 2018 namelijk vooral als een typisch menselijke activiteit. Een uniek domein waarin we de computer voorlopig de baas zouden kunnen blijven. Een vaardigheid waarmee je de robot kon verslaan om nog lang en gelukkig te kunnen werken. Over hoe kunstmatige intelligentie creatieve processen zélf zou beïnvloeden hadden we eigenlijk niet zo diep nagedacht. Dat hebben we de afgelopen tijd wel proberen te doen.</p><p>Vanuit ons onderzoeksgebied The Next Level Marketeer bij FMC bekeken we hoe het creatieve proces van het ontwikkelen en uitwerken van communicatie en marketingconcepten beïnvloed wordt door kunstmatige intelligentie en wat dat betekent voor ons onderwijs. Dat hebben we gedaan door gesprekken te voeren met collega-docenten en ervaringsdeskundigen. Daarnaast hebben we studenten geobserveerd in hun creatieve processen. Tot slot hebben we zelf geëxperimenteerd, vooral met ChatGPT. We delen graag onze eerste inzichten.</p><p>Laten we beginnen met een beschrijving van wat we voor de komst van kunstmatige intelligentie verstonden onder het creatieve proces. <i><span>“Creativity is a process in which you search for inspiration and insights, alone or in a team, that help you to come up with ideas, evaluate these ideas on their merit, select the most valuable ideas and combine, improve and enrich these ideas into a concept that you transfer into a prototype that you can learn from”.</span></i></p><p>Onder deze definitie ligt een proces met vier fasen: onderzoeken, ideeën bedenken, ideeën beoordelen en prototypen. Voor elke van deze fases hebben we in kaart gebracht wat ons is opgevallen in gesprekken en observaties. Waar zien we dat kunstmatige intelligentie inzetbaar is in dit proces? Wat zien we studenten doen? We proberen een balans op te maken en kijken steeds hoe dat ons onderwijs beïnvloedt.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:602/auto;width:602px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/43d1815c-a072-4bfc-8ba2-40fa6c8071eb/1920_samaltmanchatgpt.jpg?x=1713949173363" alt="" width="602" height="auto">Onderzoeken</strong><br>In het onderzoek dat het startpunt vormt van een creatief proces speelt de zoektocht naar werkende theoretische principes en modellen een vrij prominente rol. De verwerking van zo’n theorie zorgt er namelijk voor dat een originele oplossing uiteindelijk ook echt werkt. Dat is belangrijk, want een origineel idee is nog geen goed idee. Het moet namelijk ook werken.&nbsp;</p><p>In vrijwel elk creatief onderwijsproject worden daarom theoretische vragen gesteld en beantwoord. Niet dat de gemiddelde student dit zo leuk vindt, maar het hoort er wel bij. Hoe fijn is het dus voor die student dat ChatGPT daarbij een krachtig hulpmiddel is gebleken. Met de juiste prompts heb je zo je theoretische vragen beantwoord. Wil je er APA bronvermelding bij? Kan gewoon. Het beantwoorden van theoretische vragen vraagt op deze manier veel minder tijd. Die tijd kan dan mooi besteed worden aan de drie volgende fasen in het proces.</p><p>Een paar uitdagingen zien we wel. Zo is het bepaald niet gegarandeerd dat studenten hun door ChatGPT gelikt in elkaar gestoken theoretische kaders daadwerkelijk doorgronden. Nu is dat ook bij een door de student volledig zelf geschreven theoretisch kader geen vanzelfsprekendheid, maar toch. In het onderwijs is het iets om alert op te zijn. Het is immers iets wat je wel zou willen.</p><p>Een ander vraagstuk is of studenten in staat zijn om de zin en onzin die een chatbot als Chat GPT mogelijk uitbraakt van elkaar weten te scheiden. Er zullen manieren aangeleerd moeten blijven worden om de kwaliteit van bronnen te kunnen beoordelen. Ook hierover zullen we met de studenten in gesprek moeten blijven.</p><p>Theoretische vragen worden in de meeste creatieve onderzoeksprojecten gecombineerd met toegepaste. Logisch, we noemen een hogeschool niet voor niets een university of applied sciences. De cases die we studenten voorleggen worden opgehaald in het werkveld waar we voor opleiden. Dus, hop, lekker in gesprek met doelgroepen. Wat ons betreft liefst letterlijk. We zien studenten daarbij nog maar mondjesmaat de hulp van ChatGPT inroepen. Gek eigenlijk. De chatbot heeft weinig moeite met het samenstellen van vragenlijsten gebaseerd op theoretische modellen.</p><p><strong>Ideeën bedenken</strong><br>Na de onderzoeksfase volgt de fase waarin ideeën gegenereerd worden. Over het algemeen wordt dit de brainstormfase genoemd. We hebben als creativiteitsdocenten hele generaties studenten uitgelegd hoe belangrijk het was om heel veel domme, wilde ideeën te kunnen bedenken. Was leuk, hebben we veel plezier mee gehad, maar zijn we mee gestopt.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:627/auto;width:627px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b5aba03c-e39f-4213-a74e-81141f98a58d/1920_prompt.jpg?x=1713949674699" alt="" width="627" height="auto">Je kunt ChatGPT die grote hoeveelheid ideeën namelijk gewoon voor je laten bedenken. De chatbot doet daarbij geen uur over het bedenken van honderd ideeën, maar vijf seconden. En die ideeën zijn meestal niet eens dom en wild, maar eerder uitstekend bruikbaar. Je krijgt echt een inspirerend startpunt om op door te brainstormen of om door te gaan naar de volgende fase: het beoordelen en selecteren van de meest kansrijke ideeën.</p><p><strong>Ideeën beoordelen</strong><br>Het lijkt erop dat dit nog even mensenwerk blijft. Bij de beoordeling van ideeën zijn twee zaken belangrijk. Ten eerste moet je de potentie van een idee op waarde kunnen schatten. Om dat te kunnen doen moet je veel weten van de context waarin het idee gelanceerd gaat worden. Je hebt er de inzichten uit het onderzoek van de eerste fase voor nodig. Een berg ervaring helpt ook.&nbsp;</p><p>De mix van inzichten en ervaringen die je nodig hebt om in te kunnen schatten of een idee echt gaat werken in de praktijk is doorgaans zo complex dat deze lastig over te brengen is aan een computer. Het is voor mensen ook moeilijk onder woorden te brengen. Kansrijke ideeën zorgen voor energie en enthousiasme bij de bedenkers ervan. Ze voelen gewoon dat ze iets te pakken hebben dat gaat werken.</p><p>Een algoritme heeft echter geen emoties. Een enthousiaste tone of voice kan het wel maken als je het om een tekst vraagt, maar echt enthousiasme voelen kan het niet. Dus ook niet voor een idee. Wie een algoritme criteria voor de haalbaarheid en impact van een idee kan geven, zal misschien best nog een heel eind komen. Meer onderzoek is nodig.</p><p><strong>Prototypen</strong><br>In deze fase wordt er van het gekozen concept een prototype ontwikkeld om deze te testen en verbeteren. Hierbij vergroten toepassingen die gebruik maken van kunstmatige intelligentie de mogelijkheden enorm. Een uitgangspunt dat wij in het onderwijs gebruiken is dat je begint met een quick & dirty in elkaar geflanst prototype. Daarmee ga je een iteratief proces in waarbij je bij elke volgende feedback loop meer tijd, moeite en middelen in het nieuwe prototype steekt.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:530/auto;width:530px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e960b708-414d-4a0d-917a-95d98b8bd45a/1920_chatgpt.jpg?x=1713949958136" alt="" width="530" height="auto">De kunstmatige intelligentie achter toepassingen als Midjourney en Chat GPT rekt de mogelijkheden bij prototyping enorm op. Veel bekende technieken als user story writing, storyboarding, visual prototyping en mockup design, die tot anderhalf jaar terug best veel tijd en moeite kostten om te maken, zijn nu veel sneller te vervaardigen.</p><p><strong>Inzichten en issues</strong><br>Welke overkoepelende inzichten en issues filteren we uit de ervaringen die we opgedaan hebben in de voorgaande vier fases? Ten eerste zien we dat juist creatieve mensen dik profiteren van de nieuwe mogelijkheden die kunstmatige intelligentie biedt. Zij zetten kunstmatige intelligentie op slimme en originele manieren aan het werk. Ze zijn nieuwsgierig en experimenteren er graag op los. Daarmee wordt hun voorsprong op mensen die deze mindset minder hebben waarschijnlijk groter dan ooit tevoren. Je raakt je baan niet kwijt aan kunstmatige intelligentie denken wij, maar aan iemand die wél kunstmatige intelligentie gebruikt.</p><p>Ten tweede zien we dat inhoudelijke kennis en analytische vaardigheden belangrijk zijn. De kwaliteit van de output van kunstmatige intelligentie hangt in hoge mate af van de kwaliteit van de opdracht, de zogenaamde prompt. Hoe beter deze prompt, hoe beter het antwoord. Iemand die inhoudelijke kennis heeft van creatieve processen en er vaardig mee is komt veel gemakkelijker tot goede prompts.</p><p>Ten derde confronteert anderhalf jaar experimenteren met kunstmatige intelligentie ons met een issue waar we in ons onderwijs diep over na zullen moeten denken. Er zweeft namelijk een loeier van een vraag boven alles die voor de toetsing die nou eenmaal tot nu toe ook bij onderwijs hoort, essentieel is. Wie is onder de streep de maker? Waar we het tot nu hebben over kunstmatige intelligentie bedoelen we eigenlijk generative artificial intelligence: kunstmatige intelligentie die op aanvraag voor de gebruiker iets genereert. We zien daarbij dat de kwaliteit van de output sterk afhangt van de kwaliteit van de prompt. Degene die de prompt geeft speelt dus een belangrijke rol. Maar is daarmee de gebruiker ook echt nog de maker?</p><p>Kunstmatige intelligentie gaat in zijn hulp een stap verder dan de ondersteuning die tot nu toe gangbare software bood. Een tekst laten schrijven door Chat GPT is toch net wat van een wat andere orde dan in Word een tekst typen en daar de spellingscontrole op loslaten. Een foto laten genereren is van een andere orde dan er zelf eentje nemen en hem bewerken in Photoshop. Daardoor zien we dat we als hogeschool in de toetsing worstelen met het begrip eigen werk. Is het voldoende als de student zijn dialoog met Chat GPT als bijlage inlevert? We wensen examencommissies bij de beantwoording van dit soort vragen wijsheid toe.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:592/auto;width:592px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_shutterstock-438568522.jpg?x=1713951740001" alt="" width="592" height="auto">Combinatie</strong><br>Tot slot, wat leren onze ervaringen ons als het gaat om onze blik op het fenomeen creativiteit? Een interessante gedachte is dat nieuwe ideeën eigenlijk niet bestaan. Elk zogenaamd nieuw idee kan ook gezien worden als een nieuwe, zinnige combinatie van ideeën die al bestonden.&nbsp;</p><p>Nieuwe combinaties maken kon een computer altijd al. Eindeloos en in een hoog tempo. Die combinaties ook zinnig laten zijn leek ons voorbehouden aan de mens. Computers hebben immers geen idee wat ze aan het doen zijn.&nbsp;</p><p>Maar zo simpel blijkt het niet te zijn. De mens lijkt erin geslaagd te zijn de computer zo te programmeren dat als je hem duizenden voorbeelden van nieuwe, zinnige combinaties uit het verleden geeft, hij zelf ook zulke combinaties kan gaan maken. Daarmee zijn we in een fase beland waarin mens en computer echt samen kunnen optrekken in creatieve processen, waarvan beide zullen leren.</p><p>In ons boek Creativity Works! staat op een tussenpagina als geintje een definitie van creativiteit die ons destijds wel aansprak. Creativity is intelligence having fun. Ook al kan een computer geen blijdschap voelen, misschien moet dat óók wel zijn: creativity is artificial intelligence having fun?</p><p>Studenten van nu hebben een supereffectieve assistent die met delen van het creatieve proces wel raad weet. Dat heeft een gevolg voor de student, waar we in onze omgeving nog niemand over gehoord hebben. Van iemand die geweldige hulp krijgt bij onderzoek, ideeëngeneratie en prototyping mag meer verwacht worden. Als de helft van het praktische werk voor je gedaan wordt, hou je tijd over om na te denken. Daarmee kun je komen tot meer volwassen gedachten over wat je bij wie wil bereiken met je concept en hoe dat je dat gaat doen.&nbsp;<br>Hoe lastig het misschien ook te toetsen is, de strategische lat voor studenten kan en moét omhoog.</p><p><i>Joris van Dooren en Coen Luijten zijn beiden<span> docent-onderzoeker bij FMC, voorheen FEHT. Hun onderzoeksgebied heet The Next Level Marketeer.&nbsp;</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,AI,FHEC,PRO ICT,PRO Marketing,PRO Communicatie]]></category>
            <pubDate>Wed, 24 Apr 2024 13:47:00 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b5aba03c-e39f-4213-a74e-81141f98a58d/500_prompt.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b5aba03c-e39f-4213-a74e-81141f98a58d/500_prompt.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b5aba03c-e39f-4213-a74e-81141f98a58d/prompt.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Prompt]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Eigen materiaal ontwikkelen belangrijk voor leerkrachten&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/eigen-materiaal-ontwikkelen-belangrijk-voor-leerkrachten/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/eigen-materiaal-ontwikkelen-belangrijk-voor-leerkrachten/</guid><pp:caseid>623010</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Onlangs klaagde een masterstudent over zijn deeltijdopleiding tot leraar, die naar zijn gevoel nauwelijks aansluit bij de praktijk. Fontysdirecteur Anton van den Brink gaf toen aan dat de schoen niet wringt bij onderwijsvernieuwing, maar bij de beperkte tijd die deze studenten &nbsp;op hun werk worden uitgeroosterd. &nbsp;Marina Bouckaert voegt daar in onderstaande opinie nog een ander invalshoek aan toe.&nbsp;</strong></p><p style="text-align:justify;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a2bd743e-7662-4bee-89ef-6ca78ce08669/500_marinabouckaert-dendraak.jpg?x=1709725345684" alt="Marina Bouckaert" width="200">Wat schrok ik van de stelling van masterstudent Jeff van der Linden in <a href="https://bron.fontys.nl/lerarenopleidingen-sluiten-niet-aan-op-elke-praktijk/" target="_blank">het artikel</a> in Bron dat “de dingen die studenten op deeltijd lerarenopleidingen volgen, amper terugkomen als zij voor de klas staan”. Zijn eerder ingezonden brief in Trouw – met daarin “De lerarenopleiding creëert zelfdestructieve hardlopers” – vond ik ronduit schokkend. En toch bemerkte ik bij mezelf een tikje herkenning en een sprankje hoop.</p><p style="text-align:justify;">Zoals FLOS-directeur Anton van den Brink in het genoemde artikel erkent, is het inderdaad ondoenlijk een deeltijdopleiding te volgen, met alle opdrachten en eisen van dien, en daar slechts die ene opleidingsdag voor vrij geroosterd te worden.</p><p style="text-align:justify;">Ook heeft Jeff gelijk wanneer hij stelt dat op een effectieve en efficiënte manier met lesmethodes leren werken – en kritische keuzes kunnen maken met betrekking tot het weglaten of aanpassen van onderdelen daarvan – systematischer aandacht verdient in de opleiding. Zowel bij de eerste- en tweedegraadsopleidingen als bij de pabo is mijn ervaring dat we hier vrij gemakkelijk overheen stappen, er wellicht van uitgaande dat dat vanzelf wel goedkomt in de praktijk. Zeker voor beginnende leraren is de kracht van de lesmethode als bron van zekerheid, als autoriteit, niet te onderschatten.</p><p style="text-align:justify;"><strong>Motivatie</strong><br>Het leren ontwerpen, gebruiken en evalueren van je eigen materiaal is echter niet alleen een belangrijk middel voor onderwijsverbetering. Het is een krachtige vorm van professionele ontwikkeling.&nbsp;</p><p style="text-align:justify;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:576/auto;width:576px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f32afdbf-7a9e-4550-be34-8194006346b3/1920_ideeboekinnovatie.jpg?x=1709725732392" alt="" width="576" height="auto">Onderzoek bevestigt de ervaringen van leraren die met hun eigen materialen werken: je sluit ermee aan op de onderwijsbehoeften van jouw leerlingen (die jij beter kent dan de uitgever), je kunt er actuele gebeurtenissen en thema’s in kwijt, het helpt je de leerstof te personaliseren en te contextualiseren. Het motiveert daarmee jouw leerlingen en niet in de laatste plaats jou zelf.</p><p style="text-align:justify;">Kortom, materiaalontwikkeling is waar jouw kennis van vakinhoud, didactiek, jouw praktijkcontext en jijzelf als professional samenkomen. Voor een taaldocent is het zelfs “de ultieme vorm van toegepaste taalwetenschap” genoemd (Timmis, 2014).</p><p style="text-align:justify;">Dit lijkt mij dan ook een belangrijke drijfveer voor lerarenopleiders om materiaalontwikkeling een prominente plek te geven. Met beperkte tijd en middelen proberen we studenten voor te bereiden op één van de meest complexe beroepen die er zijn, en dat voor zeer uiteenlopende contexten. Met jouw eigen materiaal kun je essentiële leeruitkomsten aantonen. We willen jou als professional met deze opdrachten stimuleren om kennis, vaardigheden en een houding te ontwikkelen die je vooral ook ná de opleiding van pas komen.</p><p style="text-align:justify;">Van kritiek belang daarbij is dat je als student en startbekwame leraar tijd en ruimte krijgt, zowel gedurende de opleiding als tijdens de inductiefase op school. In dat licht biedt de pilot Onderwijstijd, waarin scholen minder lesuren inroosteren en in plaats daarvan meer tijd zullen besteden aan lesvoorbereiding en ontwikkeltijd voor leraren, een mooie kans. Ik wens Jeff en onze andere collega’s-in-opleiding zulke kansen toe.</p><p style="text-align:justify;"><i>Marina Bouckaert is vakexpert Taal bij Fontys Kind en Educatie. Zij is als senior onderzoeker verbonden aan Kenniscentrum YES, Youth Education for Society. Haar promotieonderzoek richtte zich op het ontwikkelen van eigen lesmateriaal als professionaliseringsstrategie voor (taal)docenten.</i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Onderwijs Algemeen,Pabo,FLOS,FLOT,FHKE,Deeltijd,PRO Onderwijs,Sittard,Tilburg]]></category>
            <pubDate>Wed, 06 Mar 2024 12:54:41 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/462110e6-cfc3-4b66-ac60-b817fa4ec9f5/500_leraarleerlingenblij.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/462110e6-cfc3-4b66-ac60-b817fa4ec9f5/500_leraarleerlingenblij.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/462110e6-cfc3-4b66-ac60-b817fa4ec9f5/leraarleerlingenblij.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[leraar leerlingen blij]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Waarom portfolio&#039;s voor beoordelingen niet volstaan</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/waarom-portfolios-voor-beoordelingen-niet-volstaan/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/waarom-portfolios-voor-beoordelingen-niet-volstaan/</guid><pp:caseid>622027</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Er was en is nog steeds veel discussie over onderwijsvernieuwing. Maar over het gebruik van portfolio's, al wat langer in gebruik en kennelijk weinig omstreden, hoor je weinig. Waarom eigenlijk niet? Fontysdocent Marc Mussaeus vindt dat daar ook wel eens over nagedacht mag worden en schreef er onderstaande opinie over.&nbsp;</strong></p><p><span>Stel je voor: je stapt in de auto voor je rijexamen. De examinator stapt in, glimlacht vriendelijk en zegt: "Geen zorgen, vandaag hoef je niet te rijden. Ik hoef alleen je portfolio te zien." Bizar? Zeker! Maar waarom eigenlijk? Waarom zouden we een portfolio – volgens Van Berkel* een verzameling van onderwijsproducten waarmee een student kan aantonen de competenties van een opleiding te beheersen &nbsp;– niet accepteren als een onderdeel voor het behalen van een rijbewijs, of ingenieursdiploma?</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/4b523d59-2e17-4c0a-b6c1-3e98e8c23116/500_marcusmussaeus.jpg?x=1709043674561" alt="Marcus Mussaeus" width="200">Veel onderzoeken plaatsen portfolio's tegenover schriftelijke toetsen, en tonen wisselende resultaten. In dit opinieartikel ga ik in op de valkuilen van portfoliobeoordeling in de context van ingenieursdiploma’s. We bekijken waarom dit beoordelingsinstrument geen recht doet aan de volledige set van vaardigheden die ingenieurs nodig hebben. We illustreren dit met het rijexamen, waar een completere beoordeling cruciaal is voor de veiligheid in het verkeer.</span></p><p><i><span>De ‘Cherry Picking’-Valkuil</span></i><br><span>Als we het rijexamen willen afnemen aan de hand van een portfolio, dan beoordelen we vooral de video's van geslaagde pogingen. Kan de kandidaat fileparkeren? Gaat het goed op de rotonde? Beelden van gemiste afslagen of onverwachte manoeuvres in de spits komen we doorgaans niet tegen. Is die kandidaat dan echt een veilige chauffeur, of is hij gewoon een kei in het filteren van de perfecte momenten?</span></p><p><i><span>Het Eerlijkheidsdilemma</span></i><br><span>In een poging voorgaande punt te ondervangen wordt ook vaak voorgeschreven om in portfolio’s variatie op te nemen (de ‘V’ in de zogenaamde VRAAK-criteria), inclusief eventuele mislukkingen, en ook feedback en reflecties. Toch blijven écht kritieke punten, zoals bijna-ongelukken, uiteraard verborgen. Het is begrijpelijk dat kandidaten deze punten niet benoemen, als hun rijbewijs of diploma erdoor in gevaar kan komen.</span></p><p><i><span>Het Blinde Vlekken Probleem</span></i><br><span>We beoordelen kunstenaars op hun piekprestaties, zoals Rembrandts "Nachtwacht". Voor chauffeurs en ingenieurs is vanwege de inherente veiligheidsrisico's een beoordeling van hun volledige competentiesprectrum vereist, met speciale aandacht voor de zwakke punten. De problemen van Philips' slaapapneu-apparaten en de Boeing 737 Max-toestellen illustreren dit, maar hetzelfde principe is ook op kleinere schaal van toepassing: de werking van een systeem wordt immers altijd bepaald door zijn zwakste schakel. Blinde vlekken zijn daarbij inherent aan menselijke competenties, en dus is het onmogelijk te verwachten dat kandidaten deze in hun portfolio’s en reflecties kunnen verwerken.</span></p><p><span><strong>Proeve</strong></span><br><span>Hoewel is onderzocht en aangetoond dat portfolio’s in vergelijking met schriftelijke toetsen de creativiteit, motivatie en reflectie kunnen stimuleren, missen ze voor rijbewijzen en ingenieursdiploma’s dus betrouwbaarheid omdat ze afhangen van de selectieve keuzes van de kandidaten. En portfolio's schieten tekort in validiteit doordat ze niet in staat zijn om blinde vlekken in kaart te brengen.</span><br><span>In tegenstelling hiermee leggen Fontys Engineering studenten een grondige proeve van bekwaamheid af via een volledig afstudeerproject in het werkveld, inclusief verslag en zitting, gericht op het leveren van een concrete bijdrage aan de oplossing van een echt technisch probleem in de samenleving.</span></p><p><span>Een belangrijke kanttekening daarbij is dat verslaglegging een cruciaal onderdeel is van het werk van een ingenieur. Daarom leren studenten bij Fontys Engineering hoe ze hun denkprocessen transparant kunnen maken in hun verslagen om zo hun opgedane kennis te kunnen overdragen. Bedrijven die het belang hiervan niet inzien, blijven steken in herhaalde fouten. Dit fenomeen staat in het Engels bekend als </span><i><span>'Organizational Forgetting</span></i><span>'.</span></p><p><span><strong>Opvolgers</strong></span><br><span>Onze studenten schrijven hun verslagen dus niet voor de opleiding, maar voor hun opvolgers. Het doel is namelijk dat de samenleving gaat profiteren van hun resultaten. Dit gebeurt alleen als de opvolgers genoeg informatie hebben om het werk te kunnen oppakken. Alle eisen die we stellen aan de verslagen zijn hierop gericht. We moedigen zelfs het gebruik van AI aan om dit te bevorderen. In tegenstelling tot bij het samenstellen van portfolio's, worden studenten op deze manier niet extra aan het werk gezet. Het gevolg is een nog positievere impact op motivatie dan portfolio’s.</span></p><p><span style="background-color:white;">Ons doel is om ingenieurs op te leiden die constant presteren onder alle omstandigheden, net zoals we verwachten dat een door onze ingenieurs ontwikkeld remsysteem altijd functioneert, niet slechts af en toe.</span><span> Gelukkig is de afstudeerbeoordeling bij Fontys Engineering betrouwbaar, valide en bevordert deze de motivatie. Zo zijn we zeker dat onze aankomende ingenieurs klaar zijn voor hun verantwoordelijkheden. Laten we daar trots op zijn, en tegelijk het proces steeds blijven verbeteren. Oh ja, en ook het CBR </span><span style="background-color:white;"><span>is dus beter af zonder portfoliobeoordelingen.</span></span></p><p><span style="background-color:white;"><i>Marc Mussaeus is docent bij Fontys Automotive Engineering.</i></span></p><p><span style="background-color:white;">*Voor de hier gebruikte definitie van portfolio’s als beoordelingsinstrument zie pagina 247 van: </span><span>Berkel van, H., Bax, A., & Joosten-ten Brinke, D. (2017). Toetsen in het hoger onderwijs (4e herz. druk). </span><i><span>Bohn Stafleu van Loghum. DOI 10.1007/978-90-368-1679-3</span></i></p><p><i>De afbeelding bij dit artikel is met AI gegenereerd en heeft als broncode <span>DALL·E 2024-02-21 14.02.21.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,PRO Onderwijs,PRO Techniek,FHE,Onderwijs Algemeen,AI]]></category>
            <pubDate>Fri, 01 Mar 2024 09:38:00 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/6905d0b1-a8eb-4093-9d01-c9aa37fbdb72/500_illustratie.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/6905d0b1-a8eb-4093-9d01-c9aa37fbdb72/500_illustratie.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/6905d0b1-a8eb-4093-9d01-c9aa37fbdb72/illustratie.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Illustratie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Nieuwste AI-gadget is een echte privacy-killer&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nieuwste-ai-gadget-is-een-echte-privacy-killer/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nieuwste-ai-gadget-is-een-echte-privacy-killer/</guid><pp:caseid>613570</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Artificial Intelligence biedt tal van voordelen. Niemand lijkt dat beter te weten dan studenten, die immers massaal ChatGPT hebben omarmd. De nieuwste ‘uitvinding’ is de AI-pin, volgens de bedenkers de opvolger van de smartphone. Maar pas op, schrijft Boudewijn Raessens in onderstaand opiniestuk, want ieders privacy komt ermee op de tocht te staan.</strong></span></p><p style="margin-left:0cm;"><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/5784c5ad-612b-430f-8f93-b1a5640ce6e3/500_boudewijnraessens.jpg?x=1702292027444" alt="Boudewijn Raessens">De AI-pin is een apparaatje dat je op je jas of je trui bevestigt, met allerlei functies die je ook van je smartphone gewend bent. Wat is nu het verschil met de smartphone? De AI-pin heeft geen scherm, maar een projector. De bediening gaat via je stem. Door je hand als een klein projectscherm voor je uit te strekken, kan op je hand het beeld worden geprojecteerd.</span></p><p><span>De AI-pin is een persoonlijk af te stemmen digitale assistent. Het geeft antwoord op je vragen, kent je voorkeuren, heeft toegang tot je agenda, kan vertalen en kan spreken met je eigen stem.</span></p><p><span>Artifical Intelligence heeft ons veel te bieden. Maar het gebruik van de AI-pin heeft ook een keerzijde, namelijk het verder aantasten van onze privacy. Sterker nog: het is een echte privacy-killer.</span></p><p><span>Het recht op privacy is iemands recht met rust te worden gelaten, dit is het recht op bescherming van persoonsgegevens. Je mag niet zomaar iemands persoonlijke informatie gebruiken. In je badkamer doe je ook je deur dicht, dit is omdat je privacy wilt, het is geen geheimzinnigheid. Privacy gaat over het recht op je eigen informatie, niet over het verbergen van geheimen.</span></p><p><span>Juist de grote tech-bedrijven zoals Apple, Meta (waaronder Facebook en Instagram), Microsoft en Amazon verzamelen informatie over ons zoals leeftijd, inkomen, opleidingsniveaus en woonplaats. Via clicks, likes en websites die we bezoeken komen deze tech-bedrijven veel over ons te weten. Met persoonlijke data van mensen, de dataprofielen, wordt door de bedrijven veel geld verdiend.</span></p><p><span><strong>Doelgroepen</strong></span><br><span>Dit doen ze door microtargeting. Vroeger werd reclame gemaakt die voor iedereen hetzelfde en zichtbaar was. Met microtargeting krijgt een afgebakende groep met bepaalde kenmerken, in de marketing wordt dit een doelgroep genoemd, een eigen reclame-uiting. Zo kan een politieke partij, om stemmen te winnen, per doelgroep datgene vertellen wat die specifieke doelgroep het liefst wil horen. Maar volgens deskundigen is een dergelijke manier van beïnvloeding schadelijk voor de democratie. Iedereen zou namelijk toegang moeten krijgen tot dezelfde informatie.</span></p><p><span>AI maakt het ook mogelijk foto’s en beelden aan te passen. Volgens New York Times zijn de door AI bewerkte foto’s en beelden niet eens het ergste. Erger is dat we vervolgens authentieke foto’s en beelden ook gaan wantrouwen. Het niet vertrouwen van iets wat wel echt is, wordt het ‘liar’s dividend’ genoemd, het voordeel van de leugenaar.</span></p><p><span><strong>In de gaten houden</strong></span><br><span>Naast de toepassing bij microtargeting is het niet altijd duidelijk wat de tech-bedrijven precies doen met de door hen verzamelde informatie. Zo worden door de Chinese overheid via slimme camera's, scanners en sensoren de Chinese burgers in de gaten gehouden. Dit surveillancesysteem is bij ons zeker niet gewenst.&nbsp;</span></p><p><span>Er komt in Nederland en ook Europa gelukkig nieuwe wetgeving, maar technologische ontwikkelingen gaan meestal harder dan wetgeving kan bijhouden. Met de AI-pin kun je gemakkelijk ongevraagd mensen filmen bijvoorbeeld in een supermarkt, bij alles wat ze doen en kopen, niemand die het merkt. We zeggen privacy heel belangrijk te vinden, maar we handelen er vaak niet naar. Laten we zuinig zijn op de privacy van onszelf en anderen.</span></p><p><i><span>Boudewijn Raessens is associate lector Marketing bij Fontys Economie & Communicatie in Eindhoven. Dit opiniestuk verscheen afgelopen vrijdag ook in het Eindhovens Dagblad.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,FHEC,Eindhoven,PRO ICT,PRO Marketing,AI]]></category>
            <pubDate>Mon, 11 Dec 2023 12:12:27 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/17ae7fba-8b1a-4505-92a7-56e1f3bd57f7/500_aipin.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/17ae7fba-8b1a-4505-92a7-56e1f3bd57f7/500_aipin.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/17ae7fba-8b1a-4505-92a7-56e1f3bd57f7/aipin.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[AI pin]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Meeste mensen hebben te weinig kennis van de voordelen en gevaren AI&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/meeste-mensen-hebben-te-weinig-kennis-van-de-voordelen-en-gevaren-ai/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/meeste-mensen-hebben-te-weinig-kennis-van-de-voordelen-en-gevaren-ai/</guid><pp:caseid>603012</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>AI, met als bekendste voorbeeld ChatGPT, staat in het middelpunt van belangstelling. Ook in het hoger onderwijs en dus ook bij Fontys. Samen met twee collega-auteurs schreef Fontys-docent </strong><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="text-align:start;"><strong>Erdinç Saçan</strong> </span></span><strong>hierover onderstaand opinie-artikel, waarin het drietal waarschuwt voor de polarisering van het debat over kunstmatige intelligentie.</strong></p><p>De razendsnelle ontwikkelingen in kunst­ma­ti­ge in­tel­li­gen­tie hebben een publiek debat gecreëerd dat zweeft tussen blinde adoratie en apocalyptisch alarmisme. De gemiddelde burger heeft echter geen flauw benul, terwijl juist die moet weten wat de kansen en de reële gevaren zijn.</p><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_erdinc.jpeg?x=1698656942041" alt="Erdinç Saçan">De snelle opkomst en doorontwikkeling van AI-tools is nauwelijks nog bij te benen. Waar voor de zomer het platform<span>&nbsp;</span><a href="https://www.futuretools.io/">Future Tools</a><span>&nbsp;</span>(een groot digitaal prikbord waarop alle nieuwe gereedschappen met kunstmatige intelligentie staan, zodat je altijd weet wat er speelt en wat er nieuw is) nog maar 1800 tools telde, zijn dat er anderhalve maand later 2200.&nbsp;</p><p style="margin-left:0px;text-align:start;">Er ontvouwt zich een enorme bubbel; sommigen zeggen dat de hype voorbij is, maar in werkelijkheid is deze levendiger dan ooit. Een bubbel die op termijn kan barsten, en waarvan velen de impact en reikwijdte niet volledig lijken te beseffen.</p><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><span>Om dit in perspectief te plaatsen, is het zinnig om te kijken naar de toegankelijkheid en adoptie van nieuwe AI-tools. Lang niet alle tools zijn direct bruikbaar; velen zijn nog in beta (wat betekent dat ze nog in de testfase zijn en mogelijk nog niet alle functies hebben of foutloos werken) of vereisen technische know-how. Anderen zijn niet voor iedereen: het uitleggen van een tool als MidJourney aan iemand die niet bekend is met Discord is behoorlijk uitdagend.</span></p><h3 style="margin-left:0px;text-align:start;"><span><strong>Fomo en jomo</strong></span></h3><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><span>Je zou zeggen dat er op grote schaal sprake is van&nbsp;</span><i><span>fear of missing out&nbsp;</span></i><span>(het welbekende fomo): ‘Ik weet niet wat het is of wat het kan, maar misschien moet ik er iets mee.’ Deze angst drijft ons naar sociale media of sites als nu.nl om te kijken of de wereld niet misschien aan het vergaan is. Of neem de recent verschenen tool HeyGen, waarmee je jezelf bijna perfect kan nasynchroniseren in meerdere talen: de tool had bij lancering een wachtrij van zo’n 70.000 mensen. Fomo op-en-top.</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><span>De tegenpool van fomo is jomo, oftewel</span><i><span>&nbsp;joy of missing out</span></i><span>. Er is iets nieuws, maar het waait wel weer over. Een prima reactie bij de meeste dingen. Maar die kan gevaarlijk zijn, vooral als het gaat om de snelle ontwikkelingen in de AI-sector. Het is ruim tien maanden sinds ChatGPT werd gelanceerd, en we komen nog steeds mensen tegen die er nauwelijks weet van hebben. We maken ons zorgen over die groep. De onwetende middenmoot.</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><span>Nu is het niet onze bedoeling om te stellen dat iedereen per se al deze AI-tools moet gebruiken, maar we vinden het cruciaal dat iedereen op de hoogte is van de ontwikkelingen op het gebied van AI, ze kritisch kan evalueren en contextualiseren naar de eigen situatie. Daar schort het aan. De scheiding tussen degenen die AI-tools kunnen beoordelen en effectief inzetten en degenen die dat niet kunnen, lijkt te groeien. Daar maken we ons zorgen over.</span></p><h3 style="margin-left:0px;text-align:start;"><span><strong>Twee kampen</strong></span></h3><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><span>Binnen de AI-wereld en in het publieke debat zijn er nu twee duidelijk zichtbare kampen: de kritiekloze AI-liefhebbers (of zoals technofilosoof en Bron-columnist Rens van der Vorst ze noemt: de&nbsp;</span><i><span>AI-lovers</span></i><span>) en degenen die waarschuwen voor grote gevaren, zelfs voor ons voortbestaan (zie bijvoorbeeld Yuval Noah Harari, auteur van&nbsp;</span><i><span>Sapiens</span></i><span>).&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><span>Er is een breed spectrum van meningen en houdingen. Het is goed dat al die mensen er zijn, maar er is een aanzienlijke middenmoot die ook aandacht verdient. Die moet weten wat AI is en wat niet. Wat de kansen zijn maar ook de reële gevaren. En dan hebben we het niet over robots die de wereld overnemen. Dat is onzin. Juist die mythe moet worden ontkracht.</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:540px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/c9888c63-ba6e-4716-ab16-6e7414deb7c6/1920_chatgpt-ai-shutterstock.jpg?x=1698656998696" alt="">De media spelen hier een kritieke rol; ze moeten verantwoordelijk en accuraat berichten over AI, zonder onnodige en valse sensatie te creëren. AI is nu vaak hetzij levensbedreigend, hetzij een mogelijke oplossing voor al onze problemen. Beide dragen bij aan een onkritisch ontzag, waar de producenten van AI ongetwijfeld heel blij mee zijn, maar waar de middengroep weinig aan heeft. Deze mist de nuance van de daadwerkelijke eigenschappen van dergelijke tools.</span></p><h3 style="margin-left:0px;text-align:start;"><span><strong>Sciencefictionscenario’s</strong></span></h3><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><span>Dit betekent dat de taal en de beelden rond AI moeten veranderen. In de media lijken sciencefictionscenario’s het publieke debat te kleuren. Er is weinig discussie over de concrete eigenschappen van de huidige AI, terwijl genuanceerde en accurate informatie daarover van essentieel belang is. Mensen in het onderwijs en op de werkvloer moeten niet bezig zijn met zich afvragen of ze zullen worden vervangen door robots, ze moeten leren begrijpen wat de impact is van deze technologieën op leven en werk. Schieten we daar niet in tekort?</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><span>In het land der blinden is eenoog koning. De jubelende optimisten en doempredikers waren er vroeg bij en proberen zich zoveel mogelijk te ontwikkelen. Beide visies zijn nuttig, maar het zijn de uitersten van de curve. Het is hoog tijd voor de rest. Wij hopen dat iedereen die nog nooit iets met een AI-tool heeft gedaan kennis maakt met de mogelijkheden én fundamentele beperkingen. Deze kritisch beschouwt en contextualiseert naar de eigen praktijk. En nee, we hebben geen aandelen in een van die AI-tools.</span></p><p><i><span>Erdinç Saçan is docent bij Fontys ICT en practor bij ROC Tilburg en is tevens columnist bij Bron. Barend Last is onderwijsadviseur, docent en auteur van het boek&nbsp;Chatten met Napoleon&nbsp;over verantwoord werken met generatieve AI in het onderwijs.&nbsp; Emile van Bergen is senior softwareontwikkelaar en werkzaam als computer vision-specialist. Dit opinie-artikel &nbsp;verscheen afgelopen week ook in Het Parool.&nbsp;</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Onderwijs,Onderzoek,AI]]></category>
            <pubDate>Mon, 30 Oct 2023 12:00:00 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2968082b-6f91-4eb5-a82a-6e9f9ad15aeb/500_shutterstock-2276252513.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2968082b-6f91-4eb5-a82a-6e9f9ad15aeb/500_shutterstock-2276252513.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2968082b-6f91-4eb5-a82a-6e9f9ad15aeb/shutterstock-2276252513.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Artificial Intelligence AI]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Een gegeven paard... toch in de bek kijken</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/een-gegeven-paard-toch-in-de-bek-kijken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/een-gegeven-paard-toch-in-de-bek-kijken/</guid><pp:caseid>594111</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>‘Eat less sugar, you are sweet enough already’, staat er op het kaartje in de doos. Fontys-medewerkers kregen vorige week een pakketje met gezonde snacks&nbsp;thuisgestuurd van hun werkgever in het kader van de nationale vitaliteitsweek. Bij Hans van den Bemt viel de inhoud zwaar op de maag, zo schrijft de </strong><span><strong>leraaropleider levensbeschouwing bij FLOT in onderstaand opiniestuk.&nbsp;</strong></span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1d35b2da-aaca-4ac8-8a48-79b4df654d21/500_hansvandenbemt.jpg?x=1696245676497" alt="Hans van den Bemt">Slechte voeding als oorzaak van ziektes als diabetes type 2, kanker, hart- en vaataandoeningen en dementie. Uit wetenschappelijk onderzoek is er de laatste jaren steeds meer over bekend geworden. Vooral ultrabewerkt voedsel is de boosdoener.&nbsp;</span></p><p><span>Ultrabewerkt wil zeggen dat er van alles aan het voedsel is toegevoegd: emulgatoren (bindmiddel), smaakstoffen, kleurstoffen en dat soort dingen. Dat zijn ook veel producten die op het eerste gezicht gezond lijken, zoals een bakje hummus, mueslirepen of yoghurt met een smaakje.</span></p><p><span>Dit soort voedsel uit je dieet schrappen, is echter niet zo makkelijk. Zo'n 80 procent van het voedsel dat in de supermarkt verkocht wordt, is ultrabewerkt. Het is over het algemeen smakelijke en goedkope voeding, die weinig bereidingstijd vraagt. Fijn dus voor mensen met een drukke baan en dito privéleven. Het is echter een sluipmoordenaar: op de lange termijn bezorgt het ons allerlei ziektes.&nbsp;</span></p><p><span>Anders gaan eten kost veel moeite: je moet veel meer nadenken over je eten, plannen en veel zelf maken. Daarbij word je de hele dag verleid om andere keuzes te maken: op het station, in de winkelstraat, in de kantine. Overal wordt je ultrabewerkt voedsel opgedrongen.</span></p><p><strong>Van de regen in de drup</strong><br><span>Toen ik rond etenstijd thuiskwam (een gevaarlijk moment), vond ik een pakketje van Fontys in mijn brievenbus. Vier voorverpakte snacks met nutriscore A, B en C en één zonder score. Maar wel alles ultrabewerkt. Er zat een kaartje bij met daarop de tekst: Eat less sugar. Het was verstuurd in het kader van de nationale vitaliteitsweek. Tuurlijk, te veel suiker eten is niet goed, maar dat vervangen door ultrabewerkte snacks brengt je van de regen in de drup.&nbsp;</span></p><p><span>Toen ik de leverancier op internet opzocht, zag ik dat dit pakketje een waarde van meer dan 10 euro vertegenwoordigde. Ik roep hierbij op dit bedrag volgend jaar te besteden aan het vergroten van kennis over goed voedsel en wellicht kunnen we tegelijkertijd eens nadenken over hoe we minder ultrabewerkt voedsel kunnen consumeren.&nbsp;</span></p><p><span>Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken, maar als je het zelf in je bek moet stoppen, doe ik dat liever toch.</span></p><p><i><span>Hans van den Bemt is leraaropleider levensbeschouwing bij FLOT en docent bij de Fontys minor Filosofie en Ethiek.&nbsp;</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,FLOT]]></category>
            <pubDate>Mon, 02 Oct 2023 13:48:52 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4b19e4a3-c182-4f9c-bab7-3324bb7ead7e/500_pakketjevitaliteitsweek-liggend.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4b19e4a3-c182-4f9c-bab7-3324bb7ead7e/500_pakketjevitaliteitsweek-liggend.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4b19e4a3-c182-4f9c-bab7-3324bb7ead7e/pakketjevitaliteitsweek-liggend.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[pakketje vitaliteitsweek-liggend]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Hoger onderwijs moet schadevergoeding eisen van de makers van AI&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hoger-onderwijs-moet-schadevergoeding-eisen-van-de-makers-van-ai/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hoger-onderwijs-moet-schadevergoeding-eisen-van-de-makers-van-ai/</guid><pp:caseid>589738</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><strong>Wie is Marleen Stikker?</strong><br>Internetpionier Marleen Stikker (1962) is directeur van Waag Futurelab in Amsterdam, een ontwerp- en onderzoekscentrum rond technologie en maatschappij. Ze was een van de oprichters van De Digitale Stad, een online community en sociaal mediaplatform. Daarnaast is ze raadslid van adviesraad AWTI.</p><p>In 2019 verscheen haar boek <i>Het internet is stuk – maar we kunnen het repareren</i> over de invloed van grote bedrijven op het internet. Ze is ‘professor of practice’ aan de Hogeschool van Amsterdam en heeft een eredoctoraat van de Vrije Universiteit Amsterdam.</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Het hoger onderwijs zou schadeclaims moeten indienen bij de makers van ChatGPT en soortgelijke AI-programma’s, zegt expert Marleen Stikker. “Al het werk dat we in het onderwijs en onderzoek doen, loopt schade op. De kosten zijn gigantisch.”</strong></p><p>Kunstmatige intelligentie gaat het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek behoorlijk veranderen, maar hoe? En moeten we het allemaal maar over ons heen laten komen? “We moeten zelf bepalen wat we wel en niet acceptabel vinden, in plaats van meebewegen met de markt.”</p><p>Expert Marleen Stikker kiest haar woorden zorgvuldig en wil zeker niet de indruk wekken dat ze ‘tegen’ <i>artificial intelligence</i> (AI) is, maar ze komt wel bij een radicale conclusie uit: het hoger onderwijs zou een schadeclaim moeten indienen bij de grote techbedrijven.</p><p><strong>Mystificatie</strong><br>Je hebt twee stromingen in de kritiek op AI, zegt Stikker. “Eén stroming heeft het over ‘existential risks’ en claimt dat AI in de toekomst de mens zal onderwerpen. Die stroming komt vooral uit de techindustrie zelf. Sam Altman van OpenAI bijvoorbeeld reist heel Europa door om iedereen te vertellen dat de mensheid op het spel staat.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:578px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/43d1815c-a072-4bfc-8ba2-40fa6c8071eb/1920_samaltmanchatgpt.jpg?x=1694033845254" alt="">Stikker keert zich tegen zulke ideeën, alleen al omdat ze die onwetenschappelijk vindt: “Ze dichten AI meer dan menselijke intelligentie toe en doen alsof het een eigenstandige macht is. De menselijke intelligentie is vele malen complexer en ingenieuzer dan <i>computing</i>.” Bovendien leidt het volgens Stikker de aandacht af van wat er feitelijk aan de gang is. “Mensen als Altman roepen in het openbaar dat er regels moet komen, terwijl zijn bedrijf in Europa aan het lobbyen is tegen AI-wetgeving.”</p><p>Die eerste ‘kritische’ stroming is vooral een vorm van reclame, meent ze. “De AI-industrie voedt de mystificatie en jaagt angst aan. De samenleving weet niet meer hoe te handelen en vraagt dan hulp van dezelfde onheilsprofeten die AI over ons uitstorten.”</p><p><strong>Grote vraagstukken</strong><br>En die tweede stroming? “Die kijkt naar de grote vraagstukken en problemen van AI zoals die zich in de praktijk voordoen. Daar moeten we nu mee aan de slag, anders ondermijnt AI onze democratie en zelfbeschikking. Er is geen tijd te verliezen. We moeten ons geen angst laten aanjagen, maar vragen stellen. Bijvoorbeeld: van wie zijn die data waar AI mee getraind wordt? Dat is een machtsvraagstuk. Op oneigenlijke gronden zijn wetenschappelijke en culturele producties toegeëigend. Er zijn maar een paar partijen met genoeg kapitaal om dat kunnen, en dat zijn private partijen met specifieke belangen.”</p><p>Deze nieuwe vorm van AI (‘generatieve AI’) wordt al ingebouwd in sociale media, werkprocessen en educatieve programma’s, waarschuwt Stikker. “Veel mensen doen alsof het allemaal onvermijdelijk is: we zouden het ons niet kunnen permitteren om AI buiten de deur te houden, want dan zou je studenten tekortdoen. Maar is dat ook zo? Hebben we daar onderzoek naar gedaan? Waarom laten we toe dat deze technologie zonder procedures en gecontroleerde trials de wereld in wordt geslingerd?” [<i>Tekst loopt door onder foto</i>]</p><p>Het probleem is niet dat technologie grote veranderingen teweegbrengt, legt Stikker uit. “Dat kennen we natuurlijk wel. Dat zal ook altijd zo blijven. Het is ook niet erg dat AI ons voor allerlei fundamentele vragen stelt, want die zijn interessant. Wat is kennis, wat is samenhang, welke <i>bias</i> zit er in data? Je moet ChatGPT eens een vraag stellen over een onderwerp waar je zelf echt iets van weet, dan zie je wat een onzin er soms uitkomt.”</p><p>Het probleem is dat de macht bij partijen ligt die tot dusver hebben laten zien dat ze niet goed met die macht kunnen omgaan, meent Stikker. “Ze hebben zich data toegeëigend die niet van hen zijn. Daar komen ook al die rechtszaken vandaan. Jan en alleman stapt naar de rechter, want die bedrijven hebben gewoon alles binnengehaald van websites en trekken zich niets aan van intellectueel eigendom of het publieke domein."</p><p>"Ze privatiseren data die niet van hen zijn. Ze hebben de website van Waag Futurelab bijvoorbeeld ook leeggetrokken, terwijl wij een ‘creative commons-licentie’ hanteren, die commercieel gebruik verbiedt. Mediabedrijven als <i>The Guardian</i> blokkeren nu bedrijven als OpenAI die hun content stelen. Universiteiten zouden dat ook moeten doen.”</p><p><strong>Voedsel en farmacie</strong><br>Mensen kunnen al die informatie en wetenschappelijke artikelen óók lezen, maar als een AI-programma dat doet, zijn de effecten van een andere orde. “Denk alleen al aan de gevolgen van desinformatie. De problemen buitelen over elkaar heen. We zouden dit nooit accepteren als het bijvoorbeeld over innovaties in de farmaceutische industrie ging."</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:505px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_shutterstock-2057585159.jpg?x=1694033622582" alt="">"Daar hebben we bepaalde mechanieken omheen gezet: je doet een uitgebreide trial, je kijkt zorgvuldig naar de gevolgen, je hebt een ethische commissie. Er zijn ook toezichthouders als het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en het Europees Medicijn Agentschap (EMA). Bij innovaties van de farmaceutische industrie zeggen we niet: we moeten er meteen in meegaan, anders missen we de boot.”</p><p>Voor het onderwijs is het grote gevaar volgens haar niet dat studenten weleens ChatGPT gaan gebruiken om een redelijk essay te schrijven. Dat komt hooguit op de tweede plaats. “Ik zou willen dat de onderwijswereld zegt: van wie is deze technologie eigenlijk? Het onderwijs zou moeten meebepalen wat wel en niet mogelijk is met ChatGPT. Nu schieten we in de verkeerde reflex: o jee, hoe moet het verder met onze wetenschappelijke methodiek en onze toetsen? We zijn veel te volgzaam.”</p><p><strong>Schade</strong><br>Sterker nog, de wetenschap en het onderwijs zouden de techbedrijven moeten aanklagen, meent Stikker. “Ze hebben op oneigenlijke gronden wetenschappelijke kennis opgeslorpt en brengen een product met gebreken op de markt, waar het hoger onderwijs schade van ondervindt.” [<i>Tekst loopt door onder foto</i>]</p><p>En het probleem was te voorzien, meent Stikker, maar daar hebben de bedrijven zich niets van aangetrokken. “Al het werk dat we in het onderwijs en onderzoek doen, loopt schade op. En hoe hou je de integriteit van de wetenschap overeind? De kosten zijn gigantisch. Het lijkt me interessant om te onderzoeken of je een claim kunt indienen.”</p><p><strong>Geen verbod</strong><br>Daarmee is niet gezegd dat ze <i>tegen</i> deze nieuwe AI is, onderstreept Stikker. “Ik wil niet betogen dat het verboden zou moeten worden. Maar we moeten wel greep krijgen op het proces waarmee we nieuwe technologie in de samenleving introduceren.”</p><p>AI roept natuurlijk wel allerlei interessante vragen op. “En dat vind ik juist heel leuk. In het onderwijs moeten we met elkaar in gesprek gaan: moeten we misschien op een andere manier gaan toetsen? Nu laten we studenten vaak een essay schrijven van het type ‘A zegt dit, B zegt dat, en nu komt mijn conclusie’. Misschien kan dat anders en moeten we meer nadruk leggen op <i>creative writing</i> in plaats van academisch schrijven. En stellen we wel de juiste vragen? Kunnen we studenten niet beter vragen om iets te ontwerpen in plaats van een essay te schrijven? In de techniekstudies is dat tamelijk gebruikelijk, maar dat zou in de sociale - en geesteswetenschappen ook kunnen.”</p><p><strong>Data en waarheid</strong><br>De nieuwe technologie roept ook allerlei interessante vragen op over feiten en waarheid. “Er zitten complexe vraagstukken achter, waar je met studenten naar kunt kijken. Het is heel belangrijk dat ze begrijpen dat data en algoritmes niet neutraal zijn. Zulke vragen slaan we vaak over, terwijl ze fundamenteel zijn om te begrijpen waar je mee werkt. Dat zie je ook in andere vakgebieden, bijvoorbeeld de economie: hoe meet je welvaart?”&nbsp;</p><p>De vraag is ook wat we intelligentie noemen. “Het heet <i>artificial intelligence</i>, maar het is eigenlijk <i>computing</i>, oftewel de verwerking van data. Dat vind ik eigenlijk het allerspannendste rond AI: de aannames over intelligentie en bewustzijn. Waarom denken we dat we de werkelijkheid tot data kunnen reduceren? Je ziet ook altijd een waarschuwing bij die programma’s staan: ze kunnen ernaast zitten. Zo onttrekken ze zich dus aan hun verantwoordelijkheid, wat je als mens niet kunt doen.”</p><p>Om hier inzicht in te krijgen, moeten de verschillende wetenschappen meer samenwerken, meent ze. “Straks kun je niet meer zeggen: hier heb je bèta, daar heb je alfa, daar heb je gamma. Je moet vraagstukken in samenhang zien, vanuit allerlei disciplines. Studenten moeten samen die algoritmes<i> </i>leren bevragen.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:494px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/74ab26b4-15c2-45da-a6a7-40283b509537/800_geld-5.jpg?x=1694007434894" alt="">Financiering</strong><br>Eigenlijk moet ook de financiering van het onderzoek naar AI op de schop, meent Stikker. “Nu kunnen we alleen een grootschalig onderzoek doen als het bedrijfsleven eraan meebetaalt. Een vakbond heeft bijvoorbeeld de middelen niet om zoiets te financieren. Dat doet iets met de vraagstelling. De slachtoffers van de toeslagenaffaire hebben geen toegang tot data of AI-systemen om de overheid te controleren.”</p><p>Stikker is zelf raadslid bij de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI). Kan dat adviesorgaan zich er niet op storten? Stikker spreekt op persoonlijke titel, onderstreept ze, en niet namens de AWTI. “Maar verschillende adviezen sluiten hier zeker bij aan.”</p><p>Ze verwijst naar een recent advies over ‘erkennen en waarderen’ en de kwaliteit van wetenschap. Verder werkt de AWTI aan een advies over innovatie in de sociale - en geesteswetenschappen, dat begin volgend jaar uitkomt. “Ook daarin kunnen we niet om AI heen.”</p><p><strong>Taalmodel</strong><br>Wat studenten in elk geval moeten begrijpen, is dat zogeheten generatieve AI een taalmodel is. “Het genereert tekst en beeld op basis van <i>computing</i>, maar van echte betekenis is geen sprake. De modellen produceren een soort <i>reader’s digest</i> van verschillende databronnen, en geen waarheid.” [<i>HOP, Bas Belleman</i>]</p>]]></description><pp:quotes><pp:quote>
                    <pp:quotename><![CDATA[Marleen Stikker]]></pp:quotename>
                    <pp:quotetext><![CDATA[Deze bedrijven hebben zich data toegeëigend die niet van hen zijn]]></pp:quotetext>
                </pp:quote><pp:quote>
                    <pp:quotename><![CDATA[Marleen Stikker]]></pp:quotename>
                    <pp:quotetext><![CDATA[<i><strong>Waarom denken we de werkelijkheid tot data te kunnen reduceren?&nbsp;</strong></i>]]></pp:quotetext>
                </pp:quote></pp:quotes><category><![CDATA[Longread,Nieuws,PRO Techniek,PRO ICT,Onderwijs Algemeen,Opinie,AI]]></category>
            <pubDate>Thu, 07 Sep 2023 08:57:00 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/c1d36e95-f646-4eb5-90b1-275d14b724ac/500_marleenstikker.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/c1d36e95-f646-4eb5-90b1-275d14b724ac/500_marleenstikker.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/c1d36e95-f646-4eb5-90b1-275d14b724ac/marleenstikker.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Marleen Stikker. foto: Arie Kers]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>AI is slechts gereedschap</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/ai-is-slechts-gereedschap/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/ai-is-slechts-gereedschap/</guid><pp:caseid>578022</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Er gaat geen dag voorbij zonder rumoer over kunstmatige intelligentie ofwel AI. Helaas gaan zelfs deskundigen nog vaak de mist in met het beschrijven van AI door er menselijke eigenschappen aan toe te wijzen. Tot grote zorg en ergernis van AI-docent Danny Bloks, zo schrijft hij in onderstaand opiniestuk. &nbsp;</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:324px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/68e91538-a9aa-4ce9-a1cc-0500d7ccf7ce/800_dannybloks.jpg?x=1687264798432" alt="Danny Bloks">Onlangs was het weer zo ver. Ik luisterde naar een zogeheten keynote op ons Fontys IT Festival, benieuwd naar wat de spreker ons te vertellen zou hebben over de toekomst van technologie. Het verhaal verliep niet heel verrassend, maar de beste man vertelde op een leuke manier over wat ons de komende jaren te wachten zou staan. En uiteraard wordt dan artificial intelligence (of in goed Nederlands, kunstmatige intelligentie) ook genoemd. &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;&nbsp;</p><p>Hier trapte de keynotespreker helaas weer in de enthousiaste valkuil van de ‘AI-hype’. Hij had het steeds over machines die zelf iets leerden, ons observeerden en van daaruit zelf beslissingen namen. Hij gaf onder andere het voorbeeld dat Bard, de ChatGPT van Google, zichzelf een nieuwe taal had geleerd. Het ging om Bengali, een taal gesproken in een deel van India. De spreker vertelde dat Bard dit zichzelf had aangeleerd na ons te hebben geobserveerd, zoals hij had vernomen van de CEO van Alphabet, het moederbedrijf van Google. In de AI-wereld noemen ze dit ‘emergent behaviour’.<br><br>Maar hij vergat er bij te vertellen dat een paar dagen later deze claim van de CEO al weerlegd was. De taal Bengali had namelijk gewoon in de trainingsdata gezeten van Bards voorloper PaLM. Maar het publiek bleef na deze keynote achter met het idee dat er nu al AI-modellen zijn die uit zichzelf besluiten nieuwe dingen te leren. Alsof het mensen zijn.<br><br>Dit was niet het enige opgeklopte verhaal waarbij algoritmes nogal menselijke eigenschappen toegewezen kregen. Zo kwam er onlangs het bericht dat een AI-gestuurde drone besloten zou hebben om de mens die de drone overzag, te vermoorden. Wat een angstig en vreselijk bericht! De internationale pers ging er massaal mee aan de haal en de vergelijkingen met Skynet van de Terminator films was al vlug gemaakt.&nbsp;</p><p>Al snel bleek dat ook dit niet klopte, het was een hypothetisch gedachte-experiment, waarbij de bedenkers van dit experiment weer veel menselijke eigenschappen toedichtten aan algoritmes. Hier hebben we een woord voor: antropomorfisme. In dezelfde week van het Fontys IT Festival schreef ook Rens van der Vorst er al over in zijn <a href="https://bron.fontys.nl/kreunende-koffiezetapparaten/" target="_blank">column</a>, en het is wat mij betreft één van de grote risico’s rondom AI.<br><br><strong>Risico's</strong><br>Antropomorfisme is afgeleid van het Griekse woord ‘anthropos’ (mens) en ‘morphe’ (vorm), en is het toekennen van menselijke eigenschappen, gedrag en emoties aan niet-menselijke entiteiten, zoals dieren, objecten, natuurverschijnselen of abstracte concepten. Vaak is dit onschuldig en schattig, zoals in de vele mooie Pixar shorts, maar het brengt ook grote risico’s met zich mee. Het is namelijk níet de werkelijkheid, maar onze menselijke interpretatie van de wereld om ons heen.<br><br>Zo wordt het in de marketing en public relations<strong> </strong>al geruime tijd gebruikt om de emotionele band tussen gebruikers en hun producten of diensten te versterken. Dit kan leiden tot een grotere betrokkenheid, loyaliteit en uiteindelijk tot hogere verkoopcijfers. En tot meer vertrouwen en minder persoonlijke verantwoordelijkheid.&nbsp;</p><p>Ook in de politiek zien we dat nu steeds meer. Wanneer er fouten gemaakt worden, dan zijn ineens de systemen, processen en procedures de schuldigen. Het systeem heeft namelijk (ten onrechte) besloten dat ouders bijvoorbeeld fraudeurs zouden zijn. De procedures hebben het leed en de schade in Groningen lange tijd niet willen zien. Maar geen mensen! Op die manier is er niemand persoonlijk verantwoordelijk.<br><br><strong>Voelen</strong><br>En dit is precies waarom ik het ontzettend belangrijk vind dat we de juiste taal gebruiken rondom AI. Een algoritme of AI-model ís niet menselijk. Het voelt niet, het denkt niet, het beslist niet.&nbsp;</p><p>ChatGPT is niet ineens een afgestudeerd taalkundige. Het model snápt niet eens de teksten. Het model gebruikt wat ik noem ‘statistische waarschijnlijkheid’ om woorden in een aannemelijke volgorde te plaatsen rondom de steekwoorden die in de vraag zitten, gebaseerd op miljoenen teksten geschreven door échte mensen. Alle zaken die algoritmes ‘doen’, zijn door mensen gedaan of besloten. AI is gereedschap. Toegegeven, ontzettend complex en indrukwekkend gereedschap, maar geen ‘eigen entiteit’.<br><br>Dus gebruik vanaf nu alsjeblieft de juiste woorden. Hopelijk maakt dat voor iedereen duidelijker wat AI precies is, en voelen de ontwikkelaars en CEO’s zich ook zélf verantwoordelijk voor enige negatieve uitkomsten (en die zijn er nu al genoeg, maar dat is een heel ander verhaal).<br><br><i><span>Danny Bloks is AI-docent en coördinator van de minor AI for Society bij Fontys Hogeschool.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,FHICT,PRO ICT,ICT]]></category>
            <pubDate>Fri, 23 Jun 2023 08:30:00 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2ec5330d-e6ba-41b5-87e0-2c530fa4ed60/500_ai-2.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2ec5330d-e6ba-41b5-87e0-2c530fa4ed60/500_ai-2.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2ec5330d-e6ba-41b5-87e0-2c530fa4ed60/ai-2.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[AI]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Wat doet het hoger onderwijs tegen bullshitbanen?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/wat-doet-het-hoger-onderwijs-tegen-bullshitbanen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/wat-doet-het-hoger-onderwijs-tegen-bullshitbanen/</guid><pp:caseid>568935</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Bullshitbanen. Ook in het hoger onderwijs komen ze &nbsp;voor. De vraag is: wat doe je eraan? Althans, dat is de vraag die Fontys-docent en onderwijskundige Edwin Schravesande opwerpt in onderstaand opinieartikel. &nbsp;</strong></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:300px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d95906be-524b-4cef-beff-7bf362c05ee7/800_edwin039sgravesande.jpg?x=1681464636005" alt="Edwin 's Gravesande">Collega BEZB stuurde een interessant artikel door van HvA docent </span><a href="https://hvana.nl/auteurs/50/jacob-eikelboom" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;"><u>Jacob Eikelboom</u></span></a><span style="margin:0px;padding:0px;"> met als titel: ‘</span><a href="https://hvana.nl/lees/51444/het-wemelt-op-de-hva-van-de-bullshitbanen" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;"><u>het wemelt op de HvA van de bullshitbanen</u></span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">’. Dat was een goede leestip. Het is alleen al lekker voor ons zelfvertrouwen om een inkijkje te krijgen in een andere hogeschool waar ze blijkbaar ook wel eens worstelen met verandering. &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Eikelenboom schrijft: '</span><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;">…het wemelt op de HvA van de projectleiders, projectmanagers, projectmedewerkers, communicatiemedewerkers, communicatiespecialisten, communicatiemanagers, hr-managers, hr-medewerkers, onderwijsadviseurs, -specialisten en -ontwikkelaars, begeleiders, secretarissen, uitvoerders en natuurlijk coaches, verdeeld over een stuk of drie management- en bestuurslagen.… Banen die soms zo ver van het onderwijs af staan, dat een student of docent niets zou merken als die baan niet meer zou bestaan.&nbsp;</span></span><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;">Het is niet zo dat ik dit stuk hier aanhaal om Fontys collega’s met vergelijkbare functietitels eens even lekker te roasten. Zo komt het natuurlijk wel over door de beledigende term ‘bullshitbaan’. Ik vind dat woord toch bruikbaar, omdat het zo helder is uitgewerkt door de onvolprezen David Graeber in zijn beroemde </span></span><a href="https://www.atlasofplaces.com/essays/on-the-phenomenon-of-bullshit-jobs/" target="_blank"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;"><u>essay</u></span></span></a><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;"> (en later ook in </span></span><a href="https://fontys.on.worldcat.org/search/detail/1085561654?queryString=bullshit%20jobs&clusterResults=true&stickyFacetsChecked=true&groupVariantRecords=false" target="_blank"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;"><u>een boek</u></span></span></a><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;"><u>)</u>.</span></span><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;">Graeber schetst een maatschappij waar mensen steeds nieuwe functies blijven ontwikkelen om elkaar bezig te blijven houden met allerlei abstracte doelstellingen, zonder dat duidelijk is of we ook echt beter worden van al die nieuwe complexiteit. Vreemd genoeg blijven juist die abstracte onduidelijke functies in stand als organisaties moeten bezuinigen. We snijden liever in concrete uitvoeringstaken, dan is het in ieder geval duidelijk wat de schade is. Dat is wat Eikelenboom nu om zich heen ziet gebeuren bij zijn opleiding aan de HvA.</span></span><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;">We moeten in het hoger onderwijs meer terug naar de kern van ons werk. Of met Steven Covey: “T</span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">he main thing is to keep the main thing the main thing</span></i><span style="margin:0px;padding:0px;">”. Maar dan komt wel direct de vraag naar voren: wat labelen we dan als ‘the main thing’</span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">, </span></i><span style="margin:0px;padding:0px;">en wat als ‘bullshitbaan’</span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">?&nbsp;</span></i></span><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;">Ook Graeber worstelt met die vraag: ‘ik ben een antropoloog, dat is ook een heel abstract beroep. Wie ben ik om te oordelen over wat voor banen wel of niet belangrijk zijn?’ Maar er is wel één objectieve manier om een bullshitbaan vast te stellen, namelijk door zelfrapportage. &nbsp;Schrikbarend veel mensen vinden </span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">hun eigen werk</span></i><span style="margin:0px;padding:0px;"> weinig relevant.&nbsp;</span></span><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Zichtbaar</strong><br><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;">Mensen ploeteren om betekenis te vinden in hun werk. Dat betekent niet alleen dat werk relevant moet </span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">zijn, </span></i><span style="margin:0px;padding:0px;">maar ook dat die relevantie voor anderen </span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">zichtbaar </span></i><span style="margin:0px;padding:0px;">moet </span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">zijn. </span></i><span style="margin:0px;padding:0px;">Als docent kennen we dat probleem gelukkig niet zo. We mogen onderwijs </span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">maken </span></i><span style="margin:0px;padding:0px;">en jonge mensen </span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">helpen. </span></i><span style="margin:0px;padding:0px;">Als studenten het onderwijs dat wij maken niet bijster interessant vinden of als ze niet echt open staan voor onze hulp, dan wordt die afhoudende houding netjes door het systeem gesanctioneerd met lagere cijfers en minder studiepunten. Hoe mooi is dat, een baan met relevantie-garantie!</span></span><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;">Vergelijk dat eens met iemand die aangesteld is als – ik noem maar een denkbeeldig voorbeeld – functionaris gegevensbescherming. Die functie is moeilijk terug te brengen tot iets wat je concreet moet maken, maar heeft werkwoorden nodig met meer lettergrepen: implementeren, faciliteren, communiceren. Dan kunnen we als docenten gaan lopen mopperen dat we niet echt begrijpen waar al die FTE’s voor nodig zijn, maar dat wij het niet begrijpen, dat is de hele clou van zo’n functie. Er is veel inzet nodig om mensen iets uit te leggen wat ze niet uit zichzelf willen weten en gedragsverandering af te dwingen zonder duidelijke sancties.</span></span><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;">Ik denk dat het allemaal wel wat minder kan met al die beleidsprogramma’s, procesmodellen, toolboxen, netwerken en nieuwsbrieven. Maar als die communicatieve wolligheid komt ook voort uit het idee dat je beleid moet verkopen in plaats van zomaar doordrukken, het idee dat docenten altijd overal van overtuigd moeten worden voordat je ze ook maar een klein beetje in beweging krijgt.&nbsp;</span></span><span style="margin:0px;padding:0px;"> &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:300px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/7d62ef08-157e-45f6-a024-ae71163b3674/800_bullshit.jpg?x=1681464649315" alt="bullshit">Dus ja: we moeten terug naar de kern van ons werk. Maar, met Johan Cruijff: “Het is niet eenvoudig om dingen eenvoudiger te maken”.</span></span><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;">En dan heb ik nog een vraag, juist voor docenten. Zou het kunnen zijn dat al die existentiële verwarring waar de bullshitbaan-houders onder gebukt gaan ook z’n wortels heeft in de opleiding die die mensen hebben gevolgd? Misschien komt dit alles wel voort uit de abstracte concepten waarmee we studenten in het hoger onderwijs voeden, de specialisaties waarvoor we ze laten kiezen en de distantie die we ze aanleren onder het mom van onderzoekend vermogen. Misschien is onze academische manier van kijken naar de wereld wel één van de oorzaken van de bullshitepidemie.&nbsp;</span></span><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;">Er zijn veel studenten in het hoger onderwijs die in mijn optiek beslist de intelligentie en het doorzettingsvermogen hebben om het niveau aan te kunnen, maar die gewoon niet goed zien waar al die beschouwelijke denkkaders voor nodig zijn. Als HBO zijn we constant bezig om studenten mee te zuigen in een cultuur waar abstract denken centraal staat. Maar is dat wel altijd de goede richting? Vinden we het normaal dat studenten een strategisch plan schrijven voor een bedrijf, als ze in hun persoonlijke ontwikkeling nog niet eens ver genoeg zijn om op een professionele manier de telefoon op te nemen?&nbsp;</span></span><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;">Het helpt denk ik om studenten een missie mee te geven: </span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">for society.</span></i><span style="margin:0px;padding:0px;"> We moeten studenten uitdagen om niet te blijven hangen bij abstracte noties over ‘purpose’, maar ze juist confronteren met concrete vragen: wat kan jij beter dan anderen, wie kan je daarmee helpen en wat ga je samen maken?&nbsp;&nbsp;</span></span><span style="margin:0px;padding:0px;"> &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;">En misschien moeten we meer ruimte laten voor andere paden. Wat mij betreft is het prima als een student toch liever banketbakker wil worden of op een andere manier op zoek gaat naar een leven waar je niet dagelijks struikelt over vervreemdende abstracte taakstellingen.</span></span><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p><p><span style="background-color:white;"><i>Edwin Schravesande is onderwijskundige en docent sportmarketing bij FMC</i></span></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws]]></category>
            <pubDate>Fri, 14 Apr 2023 08:58:00 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/270e7808-1835-4e57-b3b7-476ed9e45aec/500_bullshitjobs.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/270e7808-1835-4e57-b3b7-476ed9e45aec/500_bullshitjobs.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/270e7808-1835-4e57-b3b7-476ed9e45aec/bullshitjobs.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Bullshit jobs]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Waarom alleen critici aan het woord over HILL? Daarom&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/waarom-alleen-critici-aan-het-woord-over-hill-daarom/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/waarom-alleen-critici-aan-het-woord-over-hill-daarom/</guid><pp:caseid>563319</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p style="margin-left:0cm;text-align:left;"><span><strong>Het college van bestuur van Fontys heeft naar aanleiding van alle commotie door de berichtgeving over de recente onderwijsvernieuwing besloten om hierover in gesprek te gaan met studenten, medewerkers en management. Eerder gaf voorzitter Joep Houterman </strong></span><a href="https://bron.fontys.nl/houterman-discussie-over-hill-hoort-thuis-binnen-opleidingen/" target="_blank"><span><strong>bij Bron</strong></span></a><span><strong> aan dat dit gesprek vooral moet plaatsvinden binnen de instituten en de opleidingen.&nbsp;</strong></span></p><p style="margin-left:0cm;text-align:left;"><span>Dat doet het cvb via de traditionele Fontystour, waarbij telkens twee leden van het college van bestuur en de (adjunct-) bestuurssecretaris een instituut bezoeken. Die tour is nu echter vervroegd en uitgebreid omdat de urgentie voor het aangaan van gesprekken in de ogen van het bestuur flink groter is geworden door alle publicaties.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0cm;text-align:left;"><span>“De gebruikelijke vragen: wat gaat goed, wat vraagt aandacht en wat is daarvoor nodig? komen, zeker nu ook aan bod”, aldus de toelichting van het bestuur. Ook kunnen studenten en medewerkers via&nbsp;</span><a href="mailto:secretariaat-houterman@fontys.nl"><span>secretariaat-houterman@fontys.nl</span></a><span> het bestuur desgewenst individueel informeren. [</span><i><span>Jan Ligthart</span></i><span>]</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>In de discussie over onderwijsvernieuwing, en dan met name het HILL-model of varianten daarvan, worden critici bij Fontys veel te gemakkelijk weggezet als vastgeroeste dinosaurussen. En bij de Juridische Hogeschool, waar die vernieuwing flinke problemen opleverde, werd niets gedaan met kritiek van docenten, betoogt voormalig JHS-docent Gerdjan Kipping in onderstaand opiniestuk.</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/88fbf242-e44a-4b64-9339-4abb1fa42ccf/500_gerdjankipling.jpg?x=1677835459933" alt="Gerdjan Kipping">Zaterdag 24 februari schreef de Volkskrant hoe bij verschillende opleidingen van Fontys Hogescholen onderweg naar het nieuwe leren het onderwijs zoek raakte. In het <a href="https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hoe-een-nieuwe-onderwijsmethode-onrust-naar-fontys-bracht-er-wordt-gevloekt-en-getierd-er-is-zoveel-stress~bf4fc58d/?utm_medium=Social&utm_source=Twitter&referrer=https%3A%2F%2Ft.co%2F" target="_blank">artikel</a> leggen al dan niet geanonimiseerde (oud-)docenten en -studenten uit wat er allemaal fout is gegaan. Hoe nieuw onderwijs er in relatief korte tijd ondoordacht doorheen is gedrukt zonder dat met kritische kanttekeningen van veel betrokken docenten rekening is gehouden.&nbsp;</p><p>De verdediging van het <a href="https://www.fontys.nl/nieuws/reactie-fontys-op-artikel-in-de-volkskrant/">Fontysbestuur</a> in reactie daarop, komt er in feite op neer dat door de Volkskrant onvoldoende hoor en wederhoor is toegepast en dat niet over docenten en/of studenten met positieve ervaringen is geschreven. In het artikel zouden ook feitelijke onjuistheden staan, maar die benoemt het bestuur niet.&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p>Op sociale media laten sommigen weten blij te zijn met deze actie van het bestuur: “Het is onvolledig. Er is geen/onvoldoende hoor en wederhoor toegepast.“ “Bij ons wordt er helemaal niets doorgedrukt.” “Ik herken me hier niet in.” “Eindeloos veel hoorcolleges en kennistoetsen zijn niet meer van deze tijd.“ “De discussies die ik voorbij zie komen op (social) media lijken twee kanten op te gaan; je bent of voor onderwijsvernieuwing of tegen.” “Er zijn geen positieve ervaringen opgenomen.”&nbsp;</p><p>Wat die positieve ervaringen betreft, appte een oud-collega me: “Waarom zijn alleen slachtoffers van de aardbeving aan het woord gelaten? Sommige huizen staan nog overeind hoor.” Verreweg de meeste van deze opmerkingen komen van managers en onderwijskundigen die bij het ‘nieuwe’ onderwijs zijn betrokken. De Pavlovreactie wanneer een uitkomst niet bevalt en je niet echt over de inhoud wil praten.</p><p><strong>Studentenbelang</strong><br>Ik ben een van de geïnterviewden in de Volkskrant, voormalig docent bij de Juridische Hogeschool Avans & Fontys (JHS). Ik werkte mee, omdat ik vind dat het belang van de studenten, overwegend jongvolwassenen, is geschonden. Met het onderwijs op basis van onder meer HILL mag in het deeltijd en duaal onderwijs worden geëxperimenteerd van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, omdat het oudere studenten met meestal basiskennis en basisvaardigheden wat de studie betreft. Nu is het uitgerold over nietsvermoedende eerstejaars voltijdsstudenten, meestal jonge mensen zonder kennis van en ervaring met het recht.&nbsp;</p><p>Ik ben erover in gesprek geweest met collega’s, met meerdere directieleden en ik heb het vastgelegd in het ontwikkelverslag in mijn personeelsbestand. Vele collega’s hebben diezelfde gesprekken gevoerd en hebben kortere of langere mails geschreven. Ze hebben discussies met directie en projectteam gevoerd op studiemiddagen. Zowel voor als tijdens de introductie van het nieuwe onderwijs.&nbsp;</p><p>Niets van dat alles heeft tot maar een serieuze aanpassing geleid. Het weerwoord kwam er in feite steeds neer op dat het tijd nodig had, maar dat de docenten het dan ook zouden snappen. De Diederik-Samsommethode: als je het niet met me eens bent, leg ik het nog een keer uit, net zolang totdat je het ook snapt. Ik ben door dit proces vertrokken.&nbsp;</p><p>De rigide wijze waarop HILL is geïmplementeerd, was de laatste de druppel. Docenten mochten niets meer uitleggen (anders zouden studenten hen na-apen) en docenten taal- en vaardigheden staan ook op juridische ‘vakken’; kennis kun je immers opzoeken. Na mijn vertrek schreef ik de raad van bestuur van mijn opleiding een brandbrief, gebaseerd op mijn eerdere verslag. Het antwoord hierop was een korte reactie dat het bestuur alle vertrouwen in de directie had en dat het jammer was dat ik de brief niet aan de directie had geschreven, negerend dat ik schreef dat ik de brief op mijn ontwikkelverslag had gebaseerd. [<i>Artikel gaat door onder foto</i>]</p><p>Ik trek de negatieve ervaringen van de andere geïnterviewden niet in twijfel. Ik heb van docenten, ouders en studenten van andere opleidingen (en van andere scholen) reacties ontvangen dat zij de situaties herkennen die in het artikel staan. Eerder ontving ik ook reacties uit het werkveld van opdrachtgevers die opdrachten aan eerstejaars studenten gaven. Zij uitten hun zorgen over het gebrek aan (basis)kennis van de studenten. Studenten die na het behalen van hun propedeuse zijn overgestapt naar een andere school constateren daar dat ze basiskennis missen.&nbsp;</p><p><strong>Van bottom-up naar top-down</strong><br>Er is bewust gekozen om de docenten bij de JHS niet vooraf te betrekken bij de beoogde wijziging van de onderwijsopzet en de tijd om een totaal ander onderwijs neer te zetten was zeer kort. Elke kritische kanttekening, hoe miniem ook, werd terzijde werd geschoven. Vaak ook met dezelfde dooddoener als hierboven genoemd: hoor- en werkcolleges en kennistoetsen zijn niet meer van deze tijd.&nbsp;</p><p>Collega’s die openlijk kritisch bleven werd publiekelijk gezegd beter te zwijgen, omdat ze niet bij workshops van Dochy over HILL-onderwijs waren geweest. Een goed functionerende bottom-uporganisatie waarin de medewerkers het vertrouwen kregen, is veranderd in een slecht functionerende top-downorganisatie met tunnelvisie als een van de belangrijkste symptomen.&nbsp;</p><p>Bij de meest recente accreditatie van de JHS in 2019 zei de visitatiegroep dat de JHS niet alleen een voorbeeld was van goed onderwijs, maar de norm voor elke hbo-opleiding in Nederland. Men adviseerde het goede te bewaren en alléén te verbeteren wat nodig was en daarbij de medewerkers te betrekken. Met dit advies is niets gedaan. Alles wat goed was is weggegooid, inclusief het door de jaren heen zorgvuldig en in samenspraak met het werkveld opgebouwde onderwijsmateriaal. In korte tijd is de reputatie van een kwalitatief hoogwaardige opleiding te grabbel gegooid.&nbsp;</p><p><strong>Niet tegen verandering</strong><br>Geen van de geïnterviewden in het genoemde artikel is tegen vernieuwingen of veranderingen an sich. Toch is dat steeds wat criticasters voor de voeten wordt gegooid. Makkelijk, want dan hoef je niet inhoudelijk op hun kritiek in te gaan en kun je ze wegzetten als onveranderlijke dinosaurussen, vastgeroest in achterhaalde opvattingen.&nbsp;</p><p>Deze dooddoener doet niet alleen geen recht aan de desbetreffende docenten, ze doet evenmin recht aan de onderwijspraktijk. Die is al sinds jaar en dag veel meer divers dan al die passanten willen doen voorkomen. Onderwijs op de (meeste) hbo-opleidingen bestaat allang niet meer (alleen) uit hoor- en werkcolleges. Kennis en vaardigheden worden allang niet meer (alleen) getoetst via kennistoetsen.&nbsp;</p><p>In de minors in het laatste studiejaar werken studenten overwegend zelfstandig aan opdrachten, individueel en in groepjes, vaak in opdracht van het werkveld. Hbo-opleidingen werken samen met het werkveld, vragen om input, maken gebruik van het werkveld voor stageplaatsen, gastsprekers, bezoek aan bedrijven en organisaties, als opdrachtgever voor studenten die daarop worden beoordeeld: kortom een heel arsenaal aan manieren waarop docenten bijdragen aan het leerproces van studenten. En dat allemaal zonder dat HILL of Dochy daar een rol in speelden.&nbsp;</p><p>Geen opleiding is hetzelfde en geen enkele onderwijsmethode, model of hoe je het ook wil noemen, is geschikt om overal op dezelfde manier te worden ingezet. Verandering van spijs doet eten, maar vernieuwing om de vernieuwing zelf is niet het antwoord. Vernieuwing is een middel, verbetering is een doel. Voor die verbeteringen heb je de docenten nodig. Betrek ze erbij en luister naar hen.</p><p><i><span>Gerdjan Kipping werkte van 2012 tot 2022 als docent bij de Juridische Hogeschool Avans & Fontys. Hij is nu docent recht bij de Academie rechten van de HAN.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Onderwijs Algemeen]]></category>
            <pubDate>Fri, 03 Mar 2023 10:52:58 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_whatsappimage2022-06-02at3.32.50pm2.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_whatsappimage2022-06-02at3.32.50pm2.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/whatsappimage2022-06-02at3.32.50pm2.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[De Juridische Hogeschool op de campus Stappegoor inTilburg]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Eindeloze discussies over onderwijs zijn juist goed&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/eindeloze-discussies-over-onderwijs-zijn-juist-goed/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/eindeloze-discussies-over-onderwijs-zijn-juist-goed/</guid><pp:caseid>562907</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De discussie over op HILL geïnspireerde onderwijsmethodes binnen Fontys loopt al enige tijd. Een publicatie in De Volkskrant lijkt extra olie op het vuur te gooien, vooral in negatieve zin. Onderwijskundige Edwin Schravesande is het niet eens met die negatieve ondertoon. &nbsp;Discussies over onderwijsvormen zijn niet alleen onvermijdelijk maar juist goed, zo betoogt hij in onderstaand opinieartikel.&nbsp;</strong></p><p><span style="background-color:white;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8fa72456-9e58-4e97-8ee9-a7f53455c996/500_-bdf2579-1.jpg?x=1677594149452" alt="Edwin Schravesande">Eén van de meest storende passages in het </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.volkskrant.nl%2Fnieuws-achtergrond%2Fhoe-een-nieuwe-onderwijsmethode-onrust-naar-fontys-bracht-er-wordt-gevloekt-en-getierd-er-is-zoveel-stress~bf4fc58d%2F&data=05%7C01%7Cbron%40fontys.nl%7Ce4fe3055f6b64f1cf22308db19607659%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638131674307884399%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&sdata=EtjLZoJKiC7PY2xDxEq%2BVRYDw2%2FY%2FHfRcGAhCBhWXac%3D&reserved=0"><span style="background-color:white;">veelbesproken Volkskrant artikel over Fontys</span></a><span style="background-color:white;"> was de verwijzing naar <i>Bron</i>, waar in de woorden van de krant ‘docenten elkaar bevechten met gepeperde opiniestukken en reacties’. Ik vond de bijdragen op <i>Bron</i> zinvol, verhelderend en redelijk, en zou niet willen dat we met z’n allen in een soort kramp schieten omdat de Volkskrant blijkbaar meeleest.</span></p><p><span style="background-color:white;">We kunnen alleen uitvinden wat goed onderwijs is als we botsen, discussiëren en debatteren. En dan hopelijk ook nog een beetje naar elkaar luisteren.</span></p><p><span style="background-color:white;">Van de grote onderwijskundige Jerome Bruner kunnen we leren dat onderwijsinrichting begrepen kan worden als een serie ‘antinomiën’. Dat zijn ‘gepaarde stellingen, die allebei waar zijn maar niet te min elkaar tegenspreken’. Ik zie vier van dat soort tegenstellingen.</span></p><p><span style="background-color:white;">We willen studenten op alle mogelijk manieren <strong>helpen</strong> om het beste uit zichzelf te halen. Maar we zijn er ook om te kwalificeren en dus studenten te <strong>selecteren</strong>. Dat zijn twee uitgangspunten die botsen als je bijvoorbeeld een student moet beoordelen die na een half jaar van jouw begeleiding een ondermaatse scriptie inlevert.</span></p><p><span style="background-color:white;">We willen studenten <strong>inspireren </strong>door enthousiast te vertellen over de schoonheid die wij zien in ons vak, en we grijpen iedere gelegenheid aan om een authentieke theatervoorstelling te maken van ons onderwijs. We zijn er aan de andere kant om studenten te <strong>faciliteren </strong>met heldere instructie. Waarbij we de studenten steeds weer voorhouden dat het alleen gaat om hun eigen intrinsieke motivatie en dat ze vooral niet moeten gaan zitten wachten tot wij ze komen <i>entertainen</i>.</span></p><p><span style="background-color:white;">We zijn natuurlijk voor <strong>open leerdoelen</strong>. Onze studenten leveren geen rapporten die in de la verdwijnen, maar hebben het vermogen om te focussen op het echte probleem van de opdrachtgever. De theorie is slechts een hulpmiddel. O, maar wacht, misschien toch nog even een basis leggen met <strong>gesloten leerdoelen, </strong>want een student die de taal van het vak niet verstaat, die kan ook niet de vraag formuleren waar Google een antwoord op moet geven.</span></p><p><span style="background-color:white;">We zijn natuurlijk allemaal voor een <strong>persoonlijke </strong>aanpak. We kennen iedere student bij naam, bieden een luisterend oor en zetten hun eigen leerproces centraal. Maar als we drie weken bezig zijn met het uitwerken van een nieuwe cursus op Canvas, dan doen we dat toch liever voor 200 dan voor 2 studenten. Zonder een beetje economisch en <strong>schaalbaar</strong> denken, zouden we allemaal verdrinken in het werk.</span></p><p><span style="background-color:white;">Helpen en selecteren, inspireren en faciliteren, open en gesloten leerdoelen, persoonlijk en schaalbaar. Dit zijn vier tegenstellingen die niet op theoretisch conceptueel niveau te beslechten zijn en die tegenstellingen zullen daarom altijd een bron van verwarring zijn. Door die verwarring worden docenten toch teruggeworpen op de vraag in welke aanpak ze zelf nou echt geloven.</span></p><p><span style="background-color:white;">Op basis van hun eigen overtuigingen en talenten ontwikkelen verschillende docenten verschillende taakopvattingen. Als iedereen z’n eigen gangetje gaat, dan is dat natuurlijk een recept voor chaos. Maar vreemd genoeg, als een team docenten met al die verschillende taakopvattingen om de tafel gaat zitten, dan blijkt op wonderbaarlijke wijze dat er voor ieder onderwijsvraagstuk een slimme oplossing te vinden is.</span></p><p><span style="background-color:white;">De onderwijskunde verslikt zich vaak in het opleveren van eenduidige ‘methodes’, waarbij je voor ieder praktisch probleem vanuit de theorie een oplossing krijgt aangereikt. Een betere manier van denken is volgens mij om met theorie de vraagstukken om ons heen te doorgronden. Dan komen die praktische oplossingen vaak vanzelf naar boven.</span></p><p><span style="background-color:white;">Maar goed, dat hoef je natuurlijk niet met mij eens te zijn.</span></p><p><span style="background-color:white;"><i>Edwin Schravesande is onderwijskundige en docent sportmarketing bij Fontys Economische Hogeschool in Tilburg.</i></span></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Onderwijs,Onderwijs Algemeen,FHET]]></category>
            <pubDate>Tue, 28 Feb 2023 15:29:05 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/db4d30fc-b676-407e-8743-1bbfd5e09368/500_discussie.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/db4d30fc-b676-407e-8743-1bbfd5e09368/500_discussie.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/db4d30fc-b676-407e-8743-1bbfd5e09368/discussie.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[discussie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Wie gelooft nog in al deze onderwijsmythes?&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/wie-gelooft-nog-in-al-deze-onderwijsmythes/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/wie-gelooft-nog-in-al-deze-onderwijsmythes/</guid><pp:caseid>551928</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De HILL-methode die binnen Fontys breed wordt toegepast, ligt sinds enkele weken flink onder vuur. Henk Verhoeven is een van de medewerkers die er duidelijk niet warm voor loopt. In onderstaand opinieartikel trekt hij de discussie breder en stelt vraagtekens bij onderwijsvernieuwingen in het algemeen.&nbsp;</strong></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:328px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_foto-henkverhoeven2-2.jpg?x=1670926041454" alt="Henk Verhoeven">Tina ten Bruggencate en Ewoud Jansen wisten vooraf waarschijnlijk niet wat ze allemaal ontketenden, maar hun bij Bron gepubliceerde opiniestukken leidden tot een pittige discussie binnen Fontys en daarbuiten over nut, noodzaak en onderbouwing van onderwijsvernieuwingen. Hun focus lag vooral op HILL. In deze bijdrage wil ik de discussie breder trekken en wijzen op een aantal ongefundeerde aannames die in veel discussies over onderwijsvernieuwingen steeds weer de kop opsteken. Tien hardnekkige onderwijsmythes op een rij.</span></p><p><i><span>Mythe 1: Kinderen zijn creatief (... en onderwijs sloopt dat eruit)</span></i><br><span>Feit is: nee, kinderen zijn helemaal niet creatief. Spelletjes die kinderen buiten spelen, blijken opmerkelijk constant overgegeven te worden tussen cohorten en generaties, soms zelfs over meerdere honderden jaren.&nbsp;</span></p><p><span>Dat heeft van doen met de obsessie van kinderen voor regels, structuur en duidelijkheid. Observeer eens een uurtje kinderen in een zandbak. Je zult zien dat ze vooral bezig zijn met het bespreken van regels, wat wel en niet mag, om elkaar daar vervolgens stipt aan te houden. Het spel zelf spelen, lijkt secundair. Kinderen imiteren oudere kinderen en volwassenen; de mens als het meest culturele dier. We leren van elkaar en hoeven niet alles zelf te ontdekken. De mens is een imiterend en geen zelf ontdekkend wezen.&nbsp;</span></p><p><span>Ik weet zeker dat uw voorouders als kind zelden – wat met een modieuze kreet heet - &nbsp;‘uit hun comfortzone stapten'. Degenen die dachten het idee dat krokodillen gevaarlijk zijn eens met een open mind zelf te gaan onderzoeken, overleefden dat meestal niet. Kinderen leren bepaalde zaken inderdaad opmerkelijk snel en speels aan, zoals lopen, klimmen en praten. Dat is biologisch zo geprogrammeerd. Maar projecteer de typische eigenschappen van deze leeftijdsfase en deze domeinen niet klakkeloos op andere leeftijdsfasen en andere domeinen. Een vergissing die romantische onderwijsvernieuwers helaas zo vaak begaan.</span></p><p><i><span>Mythe 2: Creativiteit is belangrijk</span></i><span>&nbsp;</span><br><span>Feit is dat dat enorm meevalt. Die zogenaamde </span><i><span>21th Century Skills</span></i><span> mogen we best met een flinke korrel zout nemen. Als we de prestaties van creatieve en hoog presterende mensen bekijken, dan valt op dat die altijd gebaseerd zijn op grondige kennis van het werk van hun voorgangers. Schaakgrootmeesters hebben honderden partijen van eerdere schaakgrootmeesters bestudeerd. Succesvolle romanschrijvers hebben meestal een boekenkast vol met literair werk dat hen inspireerde. Musici spelen in hun opleiding eindeloos de stukken van grote componisten en schilders beginnen met het naschilderen van het werk van eerdere meesters.&nbsp;</span></p><p><span>Pas na op de schouders van reuzen geklommen te zijn, kan er iets van creativiteit ontstaan. Wij als Fontysdocenten moeten professionals opleiden die een probleem goed kunnen doorgronden, snappen dat die meestal complexer is dan op het eerste gezicht lijkt, bekend zijn met mogelijke oplossingen en daar de juiste uit kunnen kiezen en die toepassen. Creativiteit komt niet terug in dit verhaal, wel vakkennis en goed op de hoogte zijn van analyses, successen en mislukkingen van vakgenoten. [</span><i><span>Tekst loopt door onder foto</span></i><span>]</span></p><p><i><span>Mythe 3: Werkgevers zoeken creatieve, ondernemende en zelfstandige mensen</span></i><br><span>Feit is dat Intelligentie, Consciëntieusheid en Conformiteit altijd al de belangrijkste selectiecriteria waren en niets wijst er op dat dit verandert of gaat veranderen. Elke docent zou het boek van Bryan Caplan </span><i><span>The Case Against Education</span></i><span> moeten lezen. Een ontnuchterende ervaring. Caplan haalt één voor één de hypes onderuit die we elkaar in het onderwijsveld zo graag vertellen.&nbsp;</span></p><p><span>Onderzoek toont keer op keer aan dat het in de daadwerkelijke keuzes eigenlijk alleen om de </span><i><span>Holy Trinity</span></i><span> gaat: </span><i><span>Intelligence, Conscientiousness and Conformity</span></i><span>. Welke opleiding je gevolgd hebt, maakt niet zoveel uit. Als je in staat was die af te ronden heb je laten zien voldoende intelligent te zijn, langdurig zorgvuldig, gedisciplineerd en vasthoudend te kunnen werken en er niet tegenop ziet zinloze dingen te doen alleen omdat de docent dat van je vraagt. Exact hetzelfde wordt namelijk in 98% van de functies in bedrijven en instellingen van je verwacht.</span></p><p><i><span>Mythe 4: Alle kennis is in twee klikken op internet te vinden</span></i><br><span>Feit is dat dit geen garantie is dat die informatie ook professioneel toegepast kan worden. Integendeel, het is een garantie dat dit niet lukt. In een doos die nog leeg is, kan veel bij; in een doos die vol is weinig. Onze hersenen werken precies omgekeerd: als er weinig in zit kan er weinig bij, en als er veel in zit kan er nog veel meer bij. Wij verwerken informatie door het in bestaande schema’s, modellen en referentiekaders in te passen. Informatie die koud, zonder context binnenkomt, beklijft niet.</span></p><p><span>Terecht wordt er geageerd tegen het aanbieden van zinloze feitjes die na de toets meteen weer vergeten worden. Theorie en feitenkennis die op een juiste manier gedoceerd worden echter, zijn relevant en sluiten aan bij wat de student al weet en vooral wat die belangrijk vindt. De docent is hierin leidend en moet naast het </span><i><span>hoe</span></i><span> ook vooral het</span><i><span> waarom</span></i><span> van informatie duidelijk kunnen uitleggen.</span></p><p><i><span>Mythe 5: Een student is in staat zelf zijn leerbehoeftes te definiëren&nbsp;</span></i><br><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:600px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_nadenken.jpg?x=1670925615093" alt="">Feit is: studenten weten niet wat ze niet weten. En: ze weten evenmin wát ze moeten weten en wanneer dat afdoende is om een probleem te tackelen. Een naïef idee uit de HILL-filosofie is dat wanneer een student in een project tegen een barrière aanloopt, hij stopt, gaat analyseren wat hij niet weet, gericht op zoek gaat naar de benodigde informatie, die toepast en daarna pas verdergaat. Nou, bij mij werkt dat niet zo, en ik heb het idee dat ik niet de enige ben.&nbsp;</span></p><p><span>Als de mensheid functioneerde volgens dit principe zouden er namelijk weinig problemen meer over zijn. Feit is dat mensen doormodderen met een verkeerde aanpak, mentaal blokkeren, anderen de schuld van hun probleem geven, in passiviteit wegzakken of het leed over zich heen laten komen. Uiteraard kan een docent de student wijzen op een probleem dat eraan zit te komen en hem instrueren hoe dat te herkennen, onderzoeken en op te lossen. Maar volgens mij heet dat dus gewoon goed traditioneel onderwijs.</span></p><p><i><span>Mythe 6: Opdrachtgevers uit het veld zijn de beste bronnen van feedback&nbsp;</span></i><br><span>Klinkt inderdaad leuk. Maar ook dit is helaas een mythe. Feit is namelijk dat opdrachtgevers niet op de hoogte zijn van de ontwikkeling en zone van naaste ontwikkeling van een individuele student. Het gevaar is dan ook levensgroot aanwezig dat de opdrachten die verstrekt worden te eenvoudig zijn – waardoor de student niks leert – of te complex, waardoor die ook niks opsteekt en slechts gefrustreerd achterblijft.&nbsp;</span></p><p><span>Ook hierin kan de docent natuurlijk weer gaan sturen en opdrachten selecteren die precies passen bij waar de student aan toe is. En ook hiervoor geldt weer: dat noemen we gewoon goed traditioneel onderwijs.</span></p><p><i><span>Mythe 7: Opdrachtgevers kunnen het best beoordelen of oplossingen werken&nbsp;</span></i><br><span>Ook dit lijkt weer zo’n niet te ontkennen waarheid van de HILL-goeroe wiens-naam-niet-meer-genoemd-wordt. Feit is dat opdrachtgevers dat niet (altijd) kunnen. In de psychologie is veel onderzoek gedaan naar zogenaamde Barnum- en Placebo-effecten. Een Barnum-effect treedt op bij de rapportage over bijvoorbeeld individuele kwaliteiten gemeten met psychodiagnostische instrumenten. Een rapport dat bestaat uit volledig nikszeggende kreten, zoals: U bent doorgaans redelijk zeker van uzelf, maar soms twijfelt u ook wel eens aan uw keuzes en beslissingen.&nbsp;</span><br><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:546px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_rainorshine.jpg?x=1670925871872" alt="">Dus: het kan morgen regenen of niet regenen – wordt door cliënten en opdrachtgevers ervaren als een uniek en waarheidsgetrouw document over hun persoonlijkheid en kwaliteiten.&nbsp;</span></p><p><span>Ook het placebo-effect teistert al sinds mensenheugenis de toegepaste menswetenschappen. Elke oplossing, hoe bizar ook, die met voldoende autoriteit wordt gebracht, werkt. Soms maar tijdelijk, soms komt het leed pas na langere tijd, maar een opdrachtgever is direct na oplevering meestal zeer tevreden. Dus ook hier slaat HILL de plank mis.</span></p><p><i><span>Mythe 8: Onderwijsvernieuwingen zijn wetenschappelijk onderbouwd</span></i><br><span>Feit is: ideologie is belangrijker dan empirie. De meeste onderwijsvernieuwingen ontberen wetenschappelijke bewijsvoering en zijn meestal gebaseerd op naïeve en romantische ideeën over de ontwikkeling van het kind en de aard van de mens. Hobbes moet het vrijwel altijd afleggen tegen Rousseau.</span></p><p><span>Tegen alle evidentie in blijven veel onderwijsvernieuwers geloven in de universele goedheid en het zelfsturend vermogen van de mens, dit geloof is vooral gebaseerd op zijn gevoel en minder op zijn ratio. Hobbes zag cultuur als iets dat nodig is om ons te temmen; Rousseau zag het als de kracht die de mooie en vrije natuurmens corrumpeert.&nbsp;</span></p><p><span>Gelovigen die </span><i><span>De meeste mensen deugen</span></i><span> van Rutger Bregman bejubelen, prediken doorgaans ook de constructivistische manier van kenniscreatie, antiautoritaire opvoeding, gepersonaliseerde didactiek en zelf-ontdekkend leren. Wat aangehaald wordt als wetenschappelijk onderzoek betreft meestal opiniepeilingen bij gelijkgezinden. Dat wat wel empirisch onderbouwd is, wordt doorgaans al lang toegepast in traditionele onderwijsvormen (en daarmee bedoel ik zich evolutionair in plaats van revolutionair ontwikkelende onderwijsconcepten).</span></p><p><i><span>Mythe 9: Selectie aan de poort en objectieve toetsing is niet nodig</span></i><br><span>Feit is: elke nieuwe fase vraagt selectie en allocatie van talent. Niet iedereen kan alles. Intelligentie en persoonlijkheid zijn deels erfelijk bepaald en dus niet oneindig maakbaar zoals tegenwoordig nogal makkelijk gedacht wordt. Niet iedereen met een havo-diploma kan – intellectueel en/of mentaal – meteen het hbo-niveau aan.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:576px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_mastergeslaagddiploma.jpg?x=1670925945340" alt="">Een diploma is een kwaliteitskeurmerk. Het weegt voor werkgevers zwaar mee in aannamebeslissingen. Mijn vrees is dat dit steeds minder het geval zal zijn. In mijn vorige werk als assessmentpsycholoog werd al duidelijk dat het al dan niet hebben van een diploma, steeds minder zegt over het werkelijke werk- en denkniveau van een kandidaat. Vandaar dat werkgevers steeds vaker professionele bureaus inschakelen om vast te stellen wat een kandidaat werkelijk in huis heeft.&nbsp;</span></p><p><span>Het moderne hoger onderwijs is dus hard op weg zichzelf irrelevant te maken. Daarom: terug naar strenge selectie aan de poort en duidelijke objectieve toetsing tijdens de rit. En ook: laat het idee varen dat vijftig procent van onze jongeren per se hoger onderwijs moet volgen. Er is veel meer behoefte aan praktisch opgeleide doeners. Teveel jongeren komen nu om de verkeerde redenen in het hbo terecht. En worden daar alleen maar doodongelukkig van.</span></p><p><i><span>Mythe 10: Klachten over feminisering van het onderwijs komen alleen van oude, verzuurde, witte mannen zoals Henk Verhoeven&nbsp;</span></i><br><span>Feit is dat het niet goed gaat met jongens en mannen, niet in Nederland en eigenlijk in de hele westerse wereld niet. Was in het verleden de man de maat der dingen, inmiddels lijkt dat helemaal omgekeerd. De achterstand die vrouwen hadden is goeddeels ingelopen, zo blijkt ook uit cijfers over het aantal afgestudeerden aan hbo’s en universiteiten en salarissen.</span></p><p><span>Maar ook: gezondheid, zelfmoordcijfers, drop-outs op scholen, verslaving, (zowel dader als slachtoffer van) moord, de samenstelling van gevangenispopulaties, aantallen ongelukken, radicalisering, psychische problemen en nog zo wat zaken meer - steeds trekken jongens en mannen aan het kortste eind.&nbsp;</span></p><p><span>Natuurlijk kan dit niet allemaal op het conto van gefeminiseerd onderwijs geschreven worden, maar het is zeker een belangrijke factor in dit verhaal. Was in het verleden de man de maat der dingen, nu is dat de vrouw. En jongens – vooral die uit groeperingen die het maatschappelijk toch al lastig hebben – voelen zich in die wereld steeds minder thuis. Een zeer zorgelijke ontwikkeling gezien de vele problemen waar onze maatschappij voor staat en die vragen dat alle talent dat er is – zowel van meisjes als jongens – zo goed mogelijk ontwikkeld en gealloceerd wordt.&nbsp;</span></p><p><span>Misschien moeten we weer eens nadenken over die ouderwetse jongens- en meisjesscholen. Dat zou nou echt eens onderwijsvernieuwing zijn!</span></p><p><i><span>Henk Verhoeven is docent Toegepaste Psychologie en schrijver. Hij houdt een </span></i><a href="https://www.youtube.com/@henkverhoevenonevolutionar9811/videos" target="_blank"><i><span>vlog</span></i></a><i><span> bij op YouTube waarin hij verschillende ontwikkelingen bekijkt vanuit een evolutionair psychologisch perspectief.&nbsp;</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Onderwijs Algemeen,PRO Onderwijs,FHRM]]></category>
            <pubDate>Tue, 13 Dec 2022 11:56:00 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_onlineonderwijsvernieuwing.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_onlineonderwijsvernieuwing.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/onlineonderwijsvernieuwing.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[online onderwijs vernieuwing]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Elektriciteit is geen perpetuum mobile</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/elektriciteit-is-geen-perpetuum-mobile/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/elektriciteit-is-geen-perpetuum-mobile/</guid><pp:caseid>551374</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De overheid heeft prachtige plannen om alle energie duurzaam te maken, zoals het voornemen om vanaf 2035 de verkoop van niet-elektrische auto's te verbieden. Maarten van Andel heeft daar grote bedenkingen bij. Als directeur Toegepaste Natuurwetenschappen bij Fontys weet hij waar hij het over heeft. Hij schreef onderstaand opinieartikel over de niet realistische politieke voornemens over de energietransitie.&nbsp;</strong></p><p><span style="background-color:white;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_maartenvanandel01.jpg?x=1670485136307" alt="Maarten van Andel">Na Brabant en Limburg blijkt het stroomnet nu ook vol in Utrecht, Gelderland en Drenthe. Bedrijven die stroom willen komen op een wachtlijst. Intussen besluit de EU en dus ook Nederland dat we over 13 jaar alleen nog maar elektrische auto’s mogen maken en nieuw kopen. Samen met miljoenen warmtepompen, geëlektrificeerde industrieën en meer variabele wind- en zonnestroom zal dat zeker een verdubbeling van de netcapaciteit vergen. En we komen nu al te kort! De Zwitserse regering wil elektrisch rijden om die reden komende winter beperken.</span></p><p><span style="background-color:white;">Bovendien zouden we rond 2040 jaarlijks zo’n 700 miljard kilowattuur extra groene stroom moeten opwekken voor honderden miljoenen elektrische auto’s in de EU. Dat vergt meer dan 45.000 extra windmolens en 600 miljoen extra zonnepanelen.&nbsp;</span></p><p><span style="background-color:white;">Daartoe zouden we vanaf nu elke week 12 zeewindmolens, 40 landwindmolens en 700.000 zonnepanelen moeten bijbouwen, 900 weken achter elkaar. We hebben dan nog niks gedaan voor alle bijkomende warmtepompen en geëlektrificeerde industrieën.</span></p><p><strong>Dure en complexe energiedrager</strong><br>Politici en beleidsmakers doen net alsof elektriciteit een energiebron is, een soort perpetuum mobile die vanzelf uit het stopcontact komt. Het tegendeel is waar. De keten van elektriciteitsopwekking, -transport en -opslag is duur en complex, en gaat gepaard met aanzienlijke energieverliezen. Zeker als we hernieuwbare elektriciteit grootschalig moeten gaan opslaan (wat we nu gelukkig nog niet hoeven). Elektriciteit is geen energiebron, het is slechts een gedeeltelijke drager van elders opgewekte energie. Net als waterstof.</p><p>Als onze regering besluit dat we omwille van CO2-reductie elektrisch moeten gaan rijden, verwarmen en ondernemen, verwacht ik een concreet integraal uitvoeringsplan voor de enorme hoeveelheid extra groene stroom die daarvoor over twintig jaar moet worden opgewekt, getransporteerd en opgeslagen. Fontys-studenten en -onderzoekers zouden nu en in de toekomst een grote bijdrage kunnen leveren aan zo’n plan. Zolang dat er niet is komen bedrijven die stroom nodig hebben op een wachtlijst, en moeten elektrische auto’s in Zwitserland minder gaan rijden.</p><p><strong>Niet verkwanselen</strong><br>Elektriciteit is logischerwijs schaars en duur, en zal dat ook na 2035 blijven. Elektriciteit is immers intrinsiek complex en inefficiënt om op te wekken, te transporteren en op te slaan. Het is wel gebruiksvriendelijk en schoon voor de consument.</p><p>Laten we deze kostbare energiedrager daarom optimaal benutten in kleinere verbruikers zoals lampen, stofzuigers en wasmachines die uitsluitend op elektriciteit als energiedrager kunnen functioneren. Laten we elektriciteit niet verkwanselen in honderden malen grotere verbruikers zoals elektrische auto’s.</p><p><strong>Zuinig zijn</strong><br>In feite weten we dit allemaal al lang. Terrasstralers zijn toch niet voor niks verboden in Frankrijk? Gloeilampen zijn toch niet voor niks vervangen door ledlampen? Stofzuigers zijn toch niet voor niks begrensd in vermogen? Wasmachines hebben toch niet voor niks een energielabel? [<i>Tekst loopt door onder foto</i>]</p><p>Zuinig zijn met elektriciteit is ons als kind geleerd, en terecht. Laten we daarom de grote verbruikers niet elektrificeren, maar zorgen dat ze half zoveel energie gaan verbruiken. Met goed geïsoleerde huizen, innovatieve brandstofauto’s van 1 op 40 waarmee we maximaal 100 rijden, en terugdringing van industriële overproductie. Daar besparen we tot na 2040 veel goedkoper, sneller en meer CO2 mee dan met elektrisch rijden.</p><p>Alles tegelijk willen doen in een energietransitie is geen goede aanpak, want we kunnen niet alles tegelijk doen. Het is juist effectief om bewuste keuzes te maken op basis van kwantitatieve analyses en concrete haalbare uitvoeringsplannen.&nbsp;</p><p>Elektrisch rijden valt daarbij af. Zeker ook omdat batterijproductie schaarse metalen zoals lithium en kobalt vergt die al deze eeuw goeddeels uitgeput zullen raken, en gepaard gaat met ontstellend milieuschadelijke mijnbouw en mensonterende slavernij in niet-Europese landen.</p><p><span><strong>Kennis en kunde in het hbo</strong></span><br><span>Energie is anders dan onderwijs of zorg geen menselijke activiteit die je kunt sturen met menselijke wetmatigheden. Energie is een natuurkundige grootheid, met natuurkundige wetmatigheden die zich onttrekken aan menselijke wetmatigheden.&nbsp;</span></p><p><span>Dat is niet erg, zolang politici en beleidsmakers dat in acht nemen, en geen beslissingen nemen die net zo onuitvoerbaar zijn als een perpetuum mobile. Fontys en andere hogescholen hebben toegang tot alle benodigde kennis en kunde om die beslissingen te beïnvloeden, en zo bij te dragen aan een effectiever duurzaamheidsbeleid.</span></p><p><i>Maarten van Andel is directeur van Fontys Hogeschool voor Toegepaste Natuurwetenschappen en auteur <span>van De Groene Illusie en De Groene Kans.&nbsp;</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,FHTN,FHTNW,PRO Techniek,PRO Economie,Nieuws]]></category>
            <pubDate>Thu, 08 Dec 2022 09:26:00 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_windmolens.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_windmolens.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/windmolens.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Windmolens]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Een onderwijsmethodiek met slechts voordelen bestaat niet&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/een-onderwijsmethodiek-met-slechts-voordelen-bestaat-niet/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/een-onderwijsmethodiek-met-slechts-voordelen-bestaat-niet/</guid><pp:caseid>547787</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De voor verkrachting veroordeelde Belgische hoogleraar maakte de afgelopen weken bij Fontys veel tongen los. Met name omdat ‘zijn’ HILL-methode hier breed wordt ingezet. Op verzoek van Bron schreef bestuursvoorzitter Joep Houterman hierover onderstaand opiniestuk.&nbsp;</strong></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_joepportret.jpeg?x=1668588970518" alt="Joep Houterman">Op 20 oktober bereikte ons het bericht dat een internationaal befaamde Belgische hoogleraar onderwijskunde in België is veroordeeld voor de verkrachting van een studente. De betreffende hoogleraar, Filip Dochy, is de voorbije jaren door een aantal Nederlandse hogescholen en universiteiten ingeschakeld. Ook bij Fontys verzorgde hij gastcolleges, lezingen en cursussen. Omdat een veilig leer- en werkklimaat misschien wel de belangrijkste pijler onder Fontys is, zijn we onmiddellijk in actie gekomen.</span></p><p><span><strong>Onderzoek</strong></span><br><span>De eerste stap was eenvoudig. Per direct hebben we alle banden verbroken met Dochy. Dat betekent uiteraard geen bezoeken en optredens meer (wat sowieso natuurlijk niet mogelijk was geweest, gezien zijn detentie). Maar het betekent ook: alle banden met ‘zijn’ organisatie, de HILL Academy, verbreken. Waarom? Deze organisatie viel in hoge mate samen met de oprichter en ‘bedenker’ van de gelijknamige leersystematiek.</span></p><p><span>Stap twee was vervolgens ook logisch: we zijn een</span><a href="https://bron.fontys.nl/intern-onderzoek-naar-rol-veroordeelde-hoogleraar/" target="_blank"><span> intern onderzoek</span></a><span> gestart. Hoofdvraag: is de veiligheid van onze studenten en medewerkers in het geding geweest binnen Fontys? Zijn er misstanden voorgevallen tijdens de samenwerking met Dochy? We hebben dit onderzocht; voor zover nu bekend is er niets onoorbaars voorgevallen.</span></p><p><span><strong>Goed gesprek</strong></span><br><span>Vervolgens rees de vraag: hebben de gebeurtenissen consequenties voor de manier waarop we omgaan met de </span><i><span>inhoudelijke</span></i><span> bijdrage van Dochy: de HILL-methodiek? Eigenlijk is het antwoord simpel: het feit waar hij voor veroordeeld is, heeft niets te maken met de werkwijze die hij heeft ontwikkeld. En zou dus ook geen aanleiding hoeven zijn om die werkwijze ter discussie te stellen. Precies dat is echter wel gebeurd, zo bleek vorige week uit de reacties op een </span><a href="https://bron.fontys.nl/downhill-met-een-veroordeelde-hoogleraar/" target="_blank"><span>eerder opiniestuk</span></a><span> in </span><i><span>Bron</span></i><span>.</span></p><p><span>Waar het wél aanleiding voor zou kunnen zijn, en dat juich ik zeer toe, is een goed gesprek over onze visie op onderwijs, onze ambities en de manier waarop we studenten onderwijs aanbieden binnen onze opleidingen en instituten.</span></p><p><span><strong>Ambities Fontys</strong></span><br><span>We kunnen ons in dat gesprek natuurlijk baseren op de doelen die we in </span><i><span>Fontys for society </span></i><span>hebben beschreven en op de vijf uitgangspunten van leren die we in 2018 hebben opgesteld. Dat zijn achtereenvolgens: talentontwikkeling en –ontplooiing, authentieke leeromgevingen, samen kennis en vaardigheden opdoen (en onderzoeken en ervaren), de student is eigenaar van zijn leerproces, en studeerbaarheid. Zowel onze strategische ambities als de uitgangspunten bevatten overigens nogal wat overeenkomsten met de bouwstenen van de HILL-systematiek.</span></p><p><span><strong>Continue dialoog</strong></span><br><span>Ja, de Fontysbrede doelen en uitgangspunten zijn dus belangrijk. Maar het is minstens zo belangrijk dat deze onderwijsontwikkeling plaatsvindt </span><i><span>binnen</span></i><span> de opleidingen. Dit vergt best veel van zowel studenten als docenten. Het vraagt in elk geval aandacht, scholing en tegelijkertijd kort-cyclisch leren.&nbsp;</span></p><p><span>En dan nog moeten we een continue kwaliteitsdialoog blijven voeren en ons onderwijs blijven ontwikkelen, want er bestaat nu eenmaal geen methodiek met slechts voordelen en geen nadelen. Ik heb er het volste vertrouwen in dat we hier uitkomen, binnen deze club vol verstandige experts met hart voor het onderwijs en de student.</span></p><p><i><span>Joep Houterman is voorzitter van het college van bestuur van Fontys Hogeschool.&nbsp;</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Onderwijs,Bestuur en medezeggenschap]]></category>
            <pubDate>Wed, 16 Nov 2022 10:18:44 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_00-fo-059069.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_00-fo-059069.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/00-fo-059069.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Campus Rachelsmolen in Eindhoven.]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>DownHILL met een veroordeelde hoogleraar</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/downhill-met-een-veroordeelde-hoogleraar/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/downhill-met-een-veroordeelde-hoogleraar/</guid><pp:caseid>543701</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De voor het verkrachten van een studente veroordeelde hoogleraar, houdt de gemoederen bij Fontys flink bezig. Als een van de grondleggers en dé uitdrager van de HILL-methode, had hij een behoorlijke impact op de nieuwe inrichting van het onderwijs bij Fontys. Docente en onderzoekster Tina ten Bruggencate uit haar bedenkingen hierover in onderstaand opinieartikel. &nbsp;</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_tina.jpg?x=1667309857818" alt="Tina ten Bruggencate">De veroordeelde hoogleraar uit Leuven die <a href="https://bron.fontys.nl/crisisteam-geen-meldingen-onveilige-situaties-hoogleraar/" target="_blank">ook bij Fontys</a> actief was, mag achteraan aansluiten in de lange rij van seksuele roofdieren. Mannen die hun macht misbruiken en gewetenloos slachtoffers maken. Hij is beschuldigd van aanranding en verkrachting van een studente. Hij is berecht en krijgt een gevangenisstraf. Ook is hij voor lange tijd geschorst van de KU Leuven. Maar wat is zijn nalatenschap bij Fontys?&nbsp;</p><p>De bewuste professor is de grondlegger van HILL (High Impact Learning that Lasts) een onderwijsvisie waar ook Fontys dol op lijkt te zijn. HILL bestaat uit zeven bouwstenen, of eerder zeven open deuren. Bouwstenen als urgentie, hybride leren en zelfmanagement. Je kunt er niet op tegen zijn, net zoals je niet tegen wereldvrede kunt zijn.&nbsp;</p><p>Veel collega's lopen ermee weg. HILL is een openbaring, een antwoord op alle onderwijsvragen. Collega's staren glazig voor zich uit als ze verkondigen hoe geweldig HILL is. Het valt me op dat vooral collega's met een hoog 'laat ze (de studenten) maar zwemmen'-gehalte HILL stevig omarmen. Ze bloeien op als nooit tevoren. En het management lijkt vrolijk hierin mee te gaan.</p><p>Er zijn ook tegengeluiden. Deze komen vaak van de meer wetenschappelijk onderbouwde docenten. Want laten we wel wezen: wetenschappelijk bewijs dat HILL-onderwijs beter is of zelfs werkt, is mager. Er lijkt meer bewijs te zijn in tegengestelde richting. Maar docenten die dit te hard roepen zijn verzuurd, verbitterd, of ouderwets. Naast zuurpruimgedrag wordt gezegd dat we polariseren. Tenslotte is het niet gezellig om de vrolijke opmars van nietszeggendheid ruw te verstoren met banaliteiten als kennis en feiten.</p><p>De link met een sekte, met de veroordeelde hoogleraar als charismatische (mwah, valt tegen) sekteleider komt bij me op. Net als vele sekteleiders heeft deze man misbruik gemaakt van zijn macht. We volg(d)en als Fontys blind deze Vlaming en zijn principes. Hij mag trainingen geven en lezingen, zijn schare volgelingen groeit gestaag. Hele curricula worden omgegooid en nieuwe ontstaan. Leerlijnen die stonden als een huis worden overboord gegooid. Inhoud staat niet meer centraal, maar het proces.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:495px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_whatsappimage2022-06-02at3.32.50pm2.jpeg?x=1667462389778" alt="De Juridische Hogeschool Tilburg volgt met haar nieuwe onderwijslijn alle basisprincipes van de HILL-methode.">Terwijl het een (ja daar zijn we weer) feit is dat het proces altijd gekoppeld is aan inhoud. De student kan geen leerproces laten zien als daar geen vakkennis/vaardigheden aan gekoppeld zijn. Feiten lijken ondergeschikt aan het euforisch en optimistisch idee van HILL. Fontys als kennisinstituut lijkt aan kracht te verliezen. We laten ons, kortom, leiden door vage principes, niet door feiten.</p><p>Hopelijk heeft wat er is gebeurd met deze veroordeelde hoogleraar ons als Fontys wakker geschud. Fontys heeft een statement gemaakt en verbreekt de samenwerking met het HILL instituut. Maar lijkt de principes van HILL niet volledig los te laten. We worstelen daar als samenleving vaker mee. Kun je nog naar de muziek van Michael Jackson luisteren of naar die van Ali B of Marco Borsato? Kun je van een schilderij van Picasso genieten? Een van mijn favoriete kunstenaars, maar ook een nare en vieze man. Kun je de kunstenaar los zien van zijn kunst? Ik denk vaak wel.</p><p>Ik heb echter bedenkingen bij het feit dat deze man in zijn HILL-principes het belang van de student voor ogen lijkt te hebben, maar dat nu uiteindelijk blijkt dat dit belang hem een worst (sorry voor de vergelijking) is. Hoe oprecht en gefundeerd is dit model dan?&nbsp;</p><p><i><span>&nbsp;Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Mens en Technologie. &nbsp;</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Onderwijs Algemeen]]></category>
            <pubDate>Thu, 03 Nov 2022 10:35:00 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_leerpleinict-gebouwr10opcampusrachelsmolen.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_leerpleinict-gebouwr10opcampusrachelsmolen.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/leerpleinict-gebouwr10opcampusrachelsmolen.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Een leerplein in R10, thuisbasis van Fontys ICT in Eindhoven,.]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Studenten krijgen de regie over hun eigen  leerproces.]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>&#039;Leden medezeggenschap houden zich veel te stil&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/cmr-leden-houden-zich-veel-te-stil/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/cmr-leden-houden-zich-veel-te-stil/</guid><pp:caseid>506809</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Tot uiterlijk 31 mei kan iedereen bij Fontys weer een stem uitbrengen voor de centrale medezeggenschapsraad. &nbsp;Sinds gisteren staan de verkiesbare kandidaten online op de </strong><a href="https://fontys.nl/Fontys-Helpt/Uitdaging-naast-je-studie/Fontys-Denktank-Centrale-Medezeggenschapsraad.htm" target="_blank"><strong>webpagina</strong></a><strong> van Fontys Denktank. Theo Dersjant ergert zich echter bont en blauw aan wat hij daar leest en vooral niet leest en schreef er onderstaande opinie over.&nbsp;</strong></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:152px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_theodersjant.jpg?x=1652798852751" alt="Theo Dersjant">Mag ik het eerlijk zeggen?</span><br><span>Ik heb zelden zo'n nietszeggende waaier aan clichés voorbij zien komen nadat ik de portretjes van de kandidaten openklikte. Het lijken wel waterschapsverkiezingen! Iedereen wil iets waar niemand iets tegen kan hebben. Bij voorbaat ga ik dan maar niet stemmen.</span></p><p><span>Terzijde: krijgen we nog een verantwoording van wat de huidige cmr-leden de achterliggende tijd met 'mijn' mandaat hebben gedaan? Er is immers nogal wat gebeurd in de recente jaren!</span></p><p><span>Als je mr-verkiezingen levend wilt maken, zorg er dan voor dat er - om in politieke termen te spreken - ook echt iets te kiezen valt. Nu is het een kwestie van wie de meeste mensen kent (op de grootste opleiding zit).</span><br><span>Ik weet zeker dat het na de verkiezing weer oorverdovend stil wordt rond de diverse individuele standpunten van de cmr-leden.</span></p><p><span>Ik wil graag in concrete zin weten:</span></p><ul><li><span>Wat de diverse kandidaten het meest prangende probleem vinden</span></li><li><span>Hoe ze zich bij komende kwesties gaan opstellen</span></li><li><span>Wat de huidkge kandidaten met het mandaat hebben gedaan&nbsp;</span></li></ul><p><span>Zolang ik daar helemaal geen zicht op heb, zal ik niet alleen niet gaan stemmen, maar ook al mijn collega's oproepen om het stempotlood ditmaal ongebruikt te laten. &nbsp;Begrijp me niet verkeerd, ik ben erg voor medezeggenschap. Maar dan moet daar wel invulling aan worden gegeven.</span></p><p><span>Hetzelfde geldt - terzijde - ook voor de imr-verkiezingen.</span></p><p><i><span>&nbsp;Theo Dersjant is medewerker van</span> Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.&nbsp;</i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Bestuur en medezeggenschap]]></category>
            <pubDate>Wed, 18 May 2022 09:58:45 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_denktank3.v11-4.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_denktank3.v11-4.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/denktank3.v11-4.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[denktank3.v1 (1)]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Flexibiliseren tegen beter weten in?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/flexibiliseren-tegen-beter-weten-in/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/flexibiliseren-tegen-beter-weten-in/</guid><pp:caseid>489464</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Flexibilisering is het nieuwste toverwoord in onderwijsland. Ook voor Fontys, zo stelde voorzitter Joep Houterman eerder deze week, is het een speerpunt voor 2022. &nbsp;Docent en onderzoeker Tina ten Bruggencate oppert haar bedenkingen in onderstaand opinieartikel. &nbsp; &nbsp;</strong></p><p><span>Er is een hoop gaande in onderwijsland. Er is een nieuwe visie en een belangrijk uitgangspunt in deze visie is dat we moeten flexibiliseren.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:179px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_tina.jpg?x=1641985107598" alt="Tina ten Bruggencate">Flexibiliseren dus, daar kan ik wel wat mee. Ik begrijp bijvoorbeeld dat we meer de praktijk in het onderwijs moeten halen, en op deze manier meer urgentie kunnen creëren. We kunnen studenten meer keuzemogelijkheden bieden, zowel op inhoud als op de vorm van het onderwijs.</span></p><p><span>Maar er komt klaarblijkelijk meer bij kijken; er moet gewerkt worden met stand up meetings, campfire meetings en met zogenaamde datapunten. Studenten bedenken zelf opdrachten, kiezen leeruitkomsten en vragen zelf om de lessen. Toch wel enigszins onder de indruk vraag ik me later vaak af: ja maar hoe dan, hoe ziet dat er concreet uit?&nbsp;</span></p><p><span>Als ik probeer dat voor me te zien, zie ik een hele grote ruimte voor me met in het midden een tafeltennistafel, waar studenten en docenten (oh nee, coaches) een soort van verdwaald rondlopen en waar ‘agile’ wordt gewerkt en iets met scrum wordt gedaan.</span></p><p><span>In het nieuwe curriculum zouden alle verplichte kennisvakken moeten verdwijnen, want de student bepaalt tenslotte zelf welke kennis hij wanneer nodig heeft: een kwestie van zelfregulerend leren. En de kennis of theorie wordt automatisch vervlochten met de praktijkopdracht. (Terwijl we stiekem best weten dat dit vaak niet of heel geforceerd gaat.)</span></p><p><span>Ik denk dan: zijn feiten en kennis niet juist heel belangrijk in een wereld waar deze steeds minder ertoe lijken te doen? Waar wetenschap wordt genegeerd ten behoeve van macht of populariteit? Gaat het dan niet meer om kennis, maar alleen om houding en vaardigheden? Oftewel, kan iemand met een vlotte babbel maar zonder enige kennis de wereld besturen? (Oké, dit is een beetje een open deur, maar we weten allemaal hoe dat is afgelopen.)</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:543px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_shutterstock-740846167.jpg?x=1641986633896" alt="">Ook moeten de klassen op de schop en gaan we naar leergemeenschappen van zo’n 50 studenten. Op die manier kunnen studenten meer van elkaar leren en zijn er keuzemogelijkheden voor bepaalde praktijkopdrachten en samenwerkingsverbanden.&nbsp;</span></p><p><span>Maar we weten toch dat juist kleine klassen zorgen voor meer verbinding, een beter sociaal-emotioneel welbevinden van de student en uiteindelijk ook leiden tot betere resultaten? Moeten we alle klaslokalen nu open gaan breken en tafeltennistafels neerzetten, om er vervolgens achter te komen dat het misschien toch niet helemaal werkt met die grote leergemeenschappen?</span></p><p><span>En om maar even terug te komen op eerder genoemde feiten en wetenschap: ik mis die soms een beetje in dit hele flexibiliseringsverhaal. Kunnen we niet leren van eerdere ervaringen van flexibiliseren of onderwijshervormingen? Ik denk namelijk dat het uitmaakt wat voor soort opleiding je hebt qua inhoud en grootte, en wat het beroepenveld vraagt. Welke aspecten van het flexibiliseren passen bij welke opleiding en welke student, welke ervaringen zijn er, welke do’s en don’ts? Wat wil de student eigenlijk, zit die hierop te wachten?&nbsp;</span><br><span>Het lijkt soms of iedereen maar wat doet en hoopt of bidt dat het goedkomt.</span></p><p><span>De </span><a href="https://bron.fontys.nl/anders-is-niet-beter/" target="_blank"><span>column</span></a><span> van Rens van der Vorst in Bron eerder dit collegejaar was spot on en vat bovengenoemde goed samen: anders is niet altijd beter, beter is beter!</span></p><p><i><span>&nbsp;Tina ten Bruggencate is docent aan Fontys Hogeschool Toegepaste Psychologie en onderzoeker bij het lectoraat Mens en Technologie. &nbsp;</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Onderwijs]]></category>
            <pubDate>Thu, 13 Jan 2022 10:52:53 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_vragen.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_vragen.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/vragen.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[vragen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Datacentrum zoals bij Zeewolde is onmisbaar’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/datacentrum-zoals-bij-zeewolde-is-onmisbaar/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/datacentrum-zoals-bij-zeewolde-is-onmisbaar/</guid><pp:caseid>486294</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De gemeenteraad in Zeewolde besluit volgende week over het&nbsp;<a href="https://www.destentor.nl/veluwe/moederbedrijf-facebook-is-datareus-die-enorm-datacenter-in-zeewolde-wil-bouwen~ae8ad80f/">grootste dataproject van het land</a>. Vier Fontys-lectoren schrijven in onderstaand opiniestuk&nbsp;bang te zijn dat het grote belang van zo'n datacentrum ondersneeuwt door &lsquo;onnodige onrust, gedoe en emoties&rsquo;.</strong></p><p>Het geplande datacentrum zal Zeewolde voorgoed een ander aangezicht geven: het miljoenenproject van Meta omvat maar liefst 166 hectare. Maar is de negentienkoppige gemeenteraad wel ge&euml;quipeerd te besluiten over zo&rsquo;n complex en ingrijpend project?</p><p>Een interessante vraag daar het debat over datacentra in diverse gemeenten tot veel onnodige onrust, gedoe en emoties leidt.<br />Voor betere besluitvorming over datacentra is een nuchterder debat hard nodig en vooral veel meer transparantie en duidelijkheid over de rollen van diverse overheidslagen.</p><p>Momenteel gaat het vooral over veronderstelde lokale onkunde en over de vermeende regie en rol van het Rijk achter de schermen. Dit voedt het wantrouwen en het gevoel dat burgers genegeerd worden. Zeker bij &lsquo;not-in-my-backyard-projecten&rsquo; als een datacentrum is dit funest.</p><p><strong>Poezenfilmpjes</strong><br />Datacenters zijn noodzakelijke schakels voor een toekomstbestendige economie die van steeds groter belang worden. Zeker naarmate digitale transformatie in vrijwel alle sectoren een van de voornaamste ontwikkelingen is. We kunnen platgezegd niet met z&rsquo;n allen online uit onze bol gaan tijdens Black Friday, schattige poezenfilmpjes delen via onze socials en intensief gebruik maken van online werkplekken zonder dat hier een stabiele infrastructuur voor is. En daar is &ndash; letterlijk &ndash; ruimte voor nodig.</p><p><img alt="" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-130640933.jpg?x=1639559355241" style="float:right; height:266px; margin:5px; width:400px" />Maar liever niet in onze achtertuin. En liever ook niet gepaard met een enorme druk op de energiemarkt. Dit soort belangrijke besluiten vragen transparantie en helderheid over rollen en moeten niet afhankelijk zijn van wroeten van onderzoeksjournalisten mede op basis van Wob-verzoeken.</p><p><strong>Negatieve berichtgeving</strong><br />In het debat lopen veel zaken door elkaar heen. Om er een paar te noemen: geruzie over de bruikbaarheid van restwarmte of werkgelegenheid rondom datacenters, vragen over de verloedering van het landschap en de onevenredig grote hoeveelheid benodigde stroom. Dit leidt tot vooral negatieve berichtgeving.</p><p>Dat is zonde, want het gaat voorbij aan de potentie om creatieve en innovatieve manieren te bedenken waardoor datacenters een ge&iuml;ntegreerd en gewaardeerd element worden in de infrastructuur van onze steden en het versterken van de duurzame innovatie van ons mkb. Een aantal zaken zou daarbij kunnen helpen.</p><p>Allereerst is het belangrijk om betere wetenschappelijke duiding te krijgen over een aantal pijnpunten, ontdaan van politieke lading. Op dit moment zijn bijvoorbeeld de wetenschappelijke inzichten rondom restwarmte erg gefragmenteerd en vaak opgedaan in de context van een bestaand &ndash; verhit &ndash; debat. Zo zien we een groot verschil in het eindrapport van Berenschot over de potentie van restwarmte in de discussie rondom de gemeente Hollands Kroon en de &ndash;veel optimistischere- positie van de Dutch Datacenter Association.</p><p><strong>Belangen</strong><br />Daarnaast zou het helpen wanneer de politieke beslissingskaders helder en meer eenduidig zijn. Lokale actoren spelen bij de besluitvorming rondom datacenters de rol van zowel wetgever, beleidsmaker als verkoper. En het is vaak onduidelijk hoe binnen die rollen rekening gehouden wordt met verschillende belangen.</p><p>Hierdoor ontstaat&nbsp;meer dan eens de indruk van een amateuristische en rommelige besluitvorming die weinig transparant is. Er is vooralsnog weinig regie vanuit de Rijksoverheid hierin. Daarnaast ontbreken veelal processen waar ook burgers bij betrokken worden om te komen tot een creatieve inbedding in het landschap.</p><p>In onze ogen wordt de discussie door alle versnipperde informatie, onduidelijke rollen en communicatie en ontbrekende overheidsregie onnodig complex gemaakt en voedt dit het wantrouwen. Het gevolg is dat men belangrijke maatschappelijke waarden niet goed herkent, en er een gevoel ontstaat dat burgerbelangen het afleggen tegen die van een multinational. Dit slaat de drang om samen naar oplossingen te zoeken volledig dood.</p><p>En dat is een gemiste kans, want het is nog maar zeer de vraag of die belangen&nbsp;op de lange termijn&nbsp;zover uit elkaar liggen. Iedereen is tenslotte gebaat bij een goede digitale infrastructuur, en een duurzame, innovatieve integratie in het ontwerp van de slimme stad van de toekomst.</p><p><em>Dani&euml;lle Arets is lector Journalistiek en Verantwoorde Innovatie,&nbsp;Cees-Jan Pen is lector de Ondernemende Regio,&nbsp;Gerard Schouten is lector AI & Big Data en&nbsp;Bart Wernaart is lector Moral Design Strategy, allen bij Fontys Hogescholen. Dit opinie-artikel verscheen&nbsp;op 11 december ook in De Stentor.&nbsp;</em></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie]]></category>
            <pubDate>Wed, 15 Dec 2021 12:21:36 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-2066815178.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-2066815178.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/shutterstock-2066815178.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[shutterstock_2066815178]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kunst verdraagt geen mute-knop meer</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kunst-verdraagt-geen-mute-knop-meer/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kunst-verdraagt-geen-mute-knop-meer/</guid><pp:caseid>458885</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>In de kunst- en cultuursector is er woede en frustratie over het kabinetsbeleid. In coronatijd wordt die sector steevast op&nbsp;de laatste plaats gezet. Cultuur, theater: 'Ach', zei minister De Jonge, 'je kunt ook gewoon een dvd'tje opzetten'.&nbsp;Elsje van Leeuwen en Jan Staes van Fontys Hogeschool voor de Kunsten klommen&nbsp;in de pen en schreven onderstaand opiniestuk.&nbsp;</strong></p><p>Deze vrijdagavond van 21&nbsp;mei&nbsp;verandert&nbsp;de Tilburgse concertzaal in een bordeel.&nbsp;Het&nbsp;is een reactie op het langzaam openen van de post-COVID-maatschappij en de opmerkingen van demissionair minister De Jonge.&nbsp;Hij verklaarde onlangs in een persconferentie&nbsp;dat we&nbsp;allemaal&nbsp;kunstliefhebber&nbsp;zijn&nbsp;en we graag eens naar theater of een museum&nbsp;gaan. 'Maar stel je voor dat je een dag zonder moet, dan kan dat toch best?'&nbsp;&nbsp;</p><p><img alt="Jan Staes" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_janstaes.v4-2.jpg?x=1621585017679" style="margin: 5px; float: right; width: 200px; height: 267px;" /><img alt="Elsje van Leeuwen" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_elsje.jpg?x=1621585038305" style="margin: 5px; float: right; width: 200px; height: 267px;" />Ik weet niet hoe u&nbsp;het&nbsp;ziet, maar een dag zonder:&nbsp;ik kan dat. Ik ben kunstliefhebber, geen kunstjunkie.&nbsp;Een mens schijnt drie weken zonder voedsel te kunnen - dus een dagje zonder kunst lukt echt wel.&nbsp;En die dvd opzetten: ook dat kan&nbsp;ik.&nbsp;Na een jaar COVID zijn onze digitale vaardigheden zo toegenomen dat&nbsp;zelfs streamen tot de mogelijkheden behoort.&nbsp;</p><p>Maar kunnen is nog geen willen: ik wil dat niet meer. Ik wil meer.&nbsp;The Red Light&nbsp;Orchestra dat&nbsp;vanavond 'peeskamermuziek' brengt in de Concertzaal van Tilburg is een statement voor de kracht die van live uitvoering uitgaat. Want een dvd is niet hetzelfde. Kunst maak je mee. Letterlijk en figuurlijk. Het heeft een stem en laat zich voelen. Niet de stoffige collectie beelden, of noten op papier, maar de connectie die het mogelijk maakt staat centraal. Publiek&nbsp;bestaat&nbsp;voor elke maker&nbsp;uit&nbsp;medespelers.&nbsp;</p><p><strong>Thuiskomertje</strong><br />De digitale vervanging&nbsp;lijkt op een thuiskomertje. Die&nbsp;autoband die we onder de auto zetten waardoor we na een klapband toch naar huis kunnen rijden.&nbsp;Heel fijn dat hij bestaat:&nbsp;niet geschikt om er een paar maanden op te laten zitten.&nbsp;</p><p>In ons onderwijs hebben we&nbsp;dit tijdelijke karakter&nbsp;allemaal gemerkt. Die studenten en die docenten: je zag ze wel, maar voelde je ze ook? Miste je niet die weifelende blik, die schuivende&nbsp;stoel? Die onachtzame maar betekenisvolle kuch? Het&nbsp;karakter van het&nbsp;geroezemoes in een collegezaal waardoor je wist: hier moet ik meer uitleggen? In juni vond ik de &lsquo;mute&rsquo;-knop op&nbsp;MS-teams&nbsp;nog verdomd handig.&nbsp;Inmiddels&nbsp;verlang ik naar&nbsp;allerlei&nbsp;onderbrekingen.&nbsp;&nbsp;</p><p><img alt="" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/kunstbeurs6-584293.jpg?x=1621585870088" style="margin: 5px; float: left; width: 500px; height: 281px;" />De noodoplossing gaat te veel knellen, het thuiskomertje raakt versleten. En ik voel ongemak.&nbsp;Niet omdat ik&nbsp;als&nbsp;kunstliefhebber&nbsp;mijn museum of theater opeis zoals een klein kind dat zich krijsend op de grond werpt in een speelgoedwinkel. Ik ben niet aan het zeuren omdat ik mijn hobby wil doen.&nbsp;</p><p>Ik wil het hebben over waar wij met zijn allen voor staan.&nbsp;Over dat de samenleving niet alleen&nbsp;mag draaien om consumeren.&nbsp;Over dat&nbsp;voeding niet alleen nodig&nbsp;is&nbsp;om te overleven,&nbsp;maar&nbsp;dat&nbsp;er ook voeding&nbsp;over moet schieten om&nbsp;voor te leven.&nbsp;En dan is de openstelling van de Ikea gewoonweg onvoldoende, ondanks het feit dat ook mijn Billy aan vervanging toe is.&nbsp;&nbsp;</p><p><strong>Waar gaan we heen?</strong><br />Ik wil niet&nbsp;langer&nbsp;doorrijden op mijn&nbsp;thuiskomertje,&nbsp;maar het&nbsp;hebben over de bestemming.&nbsp;Want als we met zijn allen bepalen dat het openstellen van de winkels,&nbsp;de kapper,&nbsp;de meubelboulevard, de&nbsp;caf&eacute;s, de dierentuinen,&nbsp;de sekswerkers prioritair is,&nbsp;dan vraag ik me af welk&nbsp;thuis ik&nbsp;naar toe aan het komen ben.&nbsp;&nbsp;</p><p>Daar moeten we het eens over hebben.&nbsp;Doe dat eens met je studenten bijvoorbeeld. Gewoon omdat het zinvol is met jonge mensen&nbsp;eens over iets anders te&nbsp;spreken&nbsp;dan hoe zo snel mogelijk die 5,5 binnen te harken.&nbsp;Iets met 'waardevol'.&nbsp;Iets met wat ons tot mens maakt.&nbsp;En als daar uitkomt dat het offline shoppen levensgeluk verhoogt en essentieel is in onze maatschappij, dan hoor ik het graag.&nbsp;&nbsp;</p><p>Misschien moet ik dan verhuizen.&nbsp;Ik twijfel over&nbsp;Belgi&euml;.&nbsp;daar&nbsp;zijn de musea wel open.</p><p><em>Elsje van Leeuwen en Jan Staes zijn studieleiders aan Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg.&nbsp;</em></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie]]></category>
            <pubDate>Fri, 21 May 2021 10:47:54 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-364115948.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-364115948.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/shutterstock-364115948.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[shutterstock-364115948.jpg]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[&amp;copy; Shutterstock]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Werken we straks thuis of op de campus?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/werken-we-straks-thuis-of-op-de-campus/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/werken-we-straks-thuis-of-op-de-campus/</guid><pp:caseid>449680</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong><span><span><span>We mogen weer een klein beetje fysiek onderwijs geven. Weg uit het thuiskantoor! Maar als we&nbsp;weer compleet fysiek les gaan krijgen en geven, wat leerden we dan&nbsp;van deze coronaperiode? Die vraag stelt Fontys-docent&nbsp;</span>Erdin&ccedil;&nbsp;Sa&ccedil;an in deze&nbsp;opiniebijdrage.</span></span></strong></p><p><span><span><span>Ik schrok van een zin tijdens het lezen van een artikel in <a href="https://bron.fontys.nl/hoe-gaan-de-fontys-instituten-26-april-weer-beetje-open/">Bron</a>: <i>&ldquo;Hopelijk kunnen we vanaf 26 april weer hoorcolleges op de campus aanbieden."&nbsp;&nbsp;</i></span></span></span><span><span><span>Hoorcolleges? Die kun je online ook 100 procent&nbsp;formidabel uitvoeren. Studenten willen met elkaar aan de slag. Willen samenwerken. Willen real life problemen oplossen. Die zitten&nbsp;niet te wachten op een hoorcollege&hellip;</span></span></span></p><p><span><span><span>Hopelijk gaat de discussie binnen Fontys ook hierover. Bij Fontys Hogeschool ICT hebben we al heel lang geen hoorcollegezaal meer. Doen we niet. Korte inspiratiesessies van max een half uur. Daarna aan de slag. Learning by doing!</span></span></span></p><p><span><span><span>Dat is, hoop ik, wat blijft. En die inspiratiesessies? Die kunnen ook online. De docent moet meer en gaat meer coachen, vragen stellen, individueel en groepen aanspreken, helpen!</span></span></span></p><p><span><span><span><b>Thuiswerken</b><br />Voor kantoorwerk wordt verwacht dat er grotere verzamelruimten en minder persoonlijke werkplekken&nbsp;komen, veranderingen die worden aangewakkerd door het succes van thuiswerken. Bedrijven als <a href="https://www.nytimes.com/2020/12/14/technology/google-delays-return-to-office-and-eyes-flexible-work-week.html">Google</a>, <a href="https://www.nytimes.com/2021/03/22/business/microsoft-back-to-the-office.html">Microsoft</a> en <a href="https://www.linkedin.com/pulse/reimagining-our-way-working-role-workspace-technology-suresh-kumar/?trk=portfolio_article-card_title">Walmart</a> kondigden al hybride <img alt="Erdinç Saçan" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/erdinc.jpeg?x=1619705308169" style="margin: 5px; float: right; width: 300px; height: 300px;" />werkmodellen aan waarbij&nbsp;medewerkers minimaal een paar dagen per week op afstand kunnen blijven werken.</span></span></span></p><p><span><span><span>Ook Fontys heeft aangegeven dat deels thuiswerken, voor wie het wil en als het werk het toelaat, na corona geen uitzondering meer zal zijn.</span></span></span></p><p><span><span><span>Er is al veel wetenschappelijk onderzocht over voor- en nadelen van hybride werken. Het geeft werknemers meer flexibiliteit en de productiviteit is hoger bij thuiswerken dan op kantoor. Aan de andere kant bemoeilijkt thuiswerken informeel contact en treedt &lsquo;Zoom-vermoeidheid&rsquo; - of in het geval van Fontys &lsquo;Teams-vermoeidheid&rsquo; - op.</span></span></span></p><p><span><span><span>Dankzij de nieuwe thuiswerkarrangementen zijn de vergaderingen aanzienlijk langer, zijn de chats&nbsp;met 45 procent&nbsp;gestegen en werden er 41 miljoen meer e-mails verzonden in &eacute;&eacute;n maand alleen (februari 2021) in vergelijking met dezelfde maand vorig jaar.</span></span></span></p><p><span><span><span><b>Overwerkt</b><br />Volgens een recente studie van <a href="https://www.microsoft.com/en-us/worklab/work-trend-index/hybrid-work">Microsoft</a> &lsquo;hunkert&rsquo; bijna tweederde van 31.000 ondervraagde voltijdse werknemers of zelfstandigen naar meer persoonlijke tijd met hun teams. Meer dan een derde klaagt dat hun bedrijven 'te veel van hen vroegen'&nbsp;wanneer ze niet op kantoor waren. Velen voelen zich daardoor overwerkt of zijn zelfs gewoon uitgeput.</span></span></span></p><p><span><span><span>Een collega vertelde me het volgende. Hij heeft een &lsquo;thuiswerkplek&rsquo; waar hij voorheen op zijn mondharmonica speelde en leuke films keek. Sinds hij thuis moet werken zit hij op zijn plekje alleen om te werken. De plek&nbsp;is een directe associatie geworden met 'werk'. Hij speelt amper nog mondharmonica en kijkt ergens anders tv.</span></span></span></p><p><span><span><span>Wie ik ook spreek, collega&rsquo;s of externen: iedereen &lsquo;snakt&rsquo; weer naar fysieke contact. En toch, als je er verder over door praat merk je wel dat de meesten een hybride vorm zien zitten. Omarmen die zelfs. Je hoeft echt niet iedere dag naar kantoor en je hoeft ook niet elke vergadering fysiek te doen. Zeker als je eigenlijk&nbsp;op een ander locatie werkt.</span></span></span></p><p><span><span><span>Mensen met kinderen hebben het wel vaak over uitdagingen, vooral tijdens thuisonderwijs. Dat was echt geen pretje. Maar letterlijk in je pyjama aan het werk te gaan, zonder al te veel zorgen over wat je aan moet doen, is soms wel lekker. Als het sneeuwt en het is ijskoud is thuiswerken ook ideaal.</span></span></span></p><p><span><span><span>Thuiswerken heeft een trits aan voordelen die iedereen wel kan opnoemen. Ik geloof zelf heilig in een hybride vorm. Een &agrave;&nbsp;twee dagen per week thuis en de rest fysiek, op school. Heerlijk!</span></span></span></p><p><em>Erdin&ccedil;&nbsp;Sa&ccedil;an&nbsp;geeft les aan&nbsp;Fontys&nbsp;Hogeschool ICT. Hij schrijft&nbsp;regelmatig columns en opiniestukken voor Bron en andere media. Deze bijdrage is een afgeleide versie van een artikel dat hij eerder publiceerde bij&nbsp;Marketingfacts.&nbsp;</em></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws]]></category>
            <pubDate>Thu, 29 Apr 2021 15:36:27 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_thuiswerken-2.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_thuiswerken-2.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/thuiswerken-2.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Thuiswerken werd de norm. En zal bij Fontys voor een deel tot het standaard werkritme gaan horen.]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Foto: Jan Br&amp;uuml;nemann - https://www.flickr.com/photos/janbru/3426554357 (CCBY-NC-ND2.0)]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Hbo: streef naar vakmanschap</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hbo-streef-naar-vakmanschap/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hbo-streef-naar-vakmanschap/</guid><pp:caseid>448815</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Nu&nbsp;het fysieke onderwijs weer een beetje terugkeert is dit het&nbsp;moment om ook de manier waarop dat onderwijs wordt gegeven onder de loep te nemen.&nbsp;Fontys-docent Boudewijn Raessens betoogt in onderstaand&nbsp;opiniestuk voor Bron dat&nbsp;het streven naar vakmanschap voorop moet staan.&nbsp;&nbsp;</strong></p><p><span><span><span><span><span><span>Volgende week&nbsp;gaat het hoger onderwijs weer (verder) open. Dan zal opnieuw de vraag ontstaan: doen we de juiste dingen met betrekking tot ons onderwijs en doen we de juiste dingen goed. Goed onderwijs is namelijk niet iets vanzelfsprekend.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><img alt="Boudewijn Raessens" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_fotoboudewijnraessens2016.jpg?x=1619081578576" style="margin: 5px; float: right; width: 200px; height: 301px;" />Goed onderwijs kan worden gekoppeld aan vakmanschap. De Franse antropoloog L&eacute;vi-Strauss omschrijft het fundamentele verschil tussen de knutselaar en de vakman. Volgens L&eacute;vi-Strauss werkt de knutselaar vanuit materialen en omstandigheden die hij aantreft. De kwaliteit hiervan is bepalend voor de kwaliteit van het eindwerk.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>De vakman werkt anders. Het uitgangspunt bij de vakman zijn de eisen waaraan het eindwerk moet voldoen. Deze eisen verwijzen naar een zekere standaardisatie en zijn het resultaat van een ontwikkeling waarbij&nbsp;de vakman uit ervaring heeft&nbsp;geleerd het goede van het minder goede te onderscheiden. De vakman zorgt ervoor dat de omstandigheden en materialen van dien aard zijn dat daarmee het vooraf gesteld eindresultaat kan worden bereikt.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><strong>Eindresultaat</strong><br />Zoals de vakman begint met de gestelde eisen aan het eindproduct zou ook het onderwijs moeten starten vanuit het beschrijven van een vooraf vastgesteld eindresultaat. Om vervolgens na te denken over hoe het niveau adequaat kan worden getoetst. </span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Goede toetsing speelt bij het streven naar het gewenste eindresultaat, een essenti&euml;le rol. Door een adequate wijze van individuele formatieve en summatieve toetsing wordt toegewerkt naar het bereiken van dit gewenste eindresultaat. De volgende stap is het ontwikkelen van onderwijs dat aansluit op deze toetsing.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><strong><img alt="" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/examens.jpg?x=1619081842576" style="margin: 5px; float: left; width: 550px; height: 367px;" />Adviezen</strong><br />Vanuit het streven naar vakmanschap in het onderwijs volgen hier adviezen aan de student, de docent en het management.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><i><span><span>Advies aan student</span></span></i></span></span><br /><span><span><span><span><span><span>Maak gebruik van wat de wereld al weet! Gebruik de kennis van anderen, ga op de schouders van anderen staan. Start daarom bij alle projecten en opdrachten met een grondig literatuuronderzoek. Omarm het vakmanschap.&nbsp;Neem geen genoegen met minder.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><i><span><span>Advies aan de docent</span></span></i></span></span><br /><span><span><span><span><span><span>Maak van de student geen consument! Voorkom dat de student achterover gaat zitten terwijl juist een actieve deelname van de student wordt verwacht. Een goede leeromgeving stelt hoge verwachtingen aan de student waarin zijn prestaties voortdurend worden beoordeeld.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><i><span><span>Advies aan het management</span></span></i></span></span><br /><span><span><span><span><span><span>Maak de docent de centrale spil in het onderwijsproces! Verbeteringen worden niet in gang gezet door het aannemen van een verandermanager die nieuwe begrippen benadrukt. Het zijn de capaciteiten, de betrokkenheid en de motivatie van de docent die een essenti&euml;le rol spelen bij goed onderwijs.<br />Naast de bezieling van de docent speelt ook de gestructureerde wijze waarop de docent de student begeleidt naar een toenemende mate van individuele verantwoordelijkheid een essenti&euml;le rol in goed onderwijs. Kortom: zet het vakmanschap van de docent op de eerste plaats.</span></span></span></span></span></span></p><p><em><span><span><span><span><span><span>Boudewijn Raessens is associate lector Marketing bij Fontys Hogeschool Economie & Communicatie in Eindhoven. Hij is gepromoveerd op ICT, leertheorie en maatwerk in het onderwijs. De inhoud van deze column is grotendeels gebaseerd op de slotbeschouwing uit zijn proefschrift de E-Kubus, een analysemodel voor curricula.</span></span></span></span></span></span></em></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws]]></category>
            <pubDate>Thu, 22 Apr 2021 14:34:30 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-760431790.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-760431790.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/shutterstock-760431790.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Leren 3-d printen]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[&amp;copy; Shutterstock]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Onderwijs volledig op de schop?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/onderwijs-volledig-op-de-schop/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/onderwijs-volledig-op-de-schop/</guid><pp:caseid>448145</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><span><span><b><span><span><span>&lsquo;Niet repareren, maar renoveren&rsquo;. Dat zei de Onderwijsinspectie deze week bij de presentatie van &lsquo;de Staat van het Onderwijs 2021&rsquo;. Lector Quinta Kools van Fontys Lerarenopleiding Tilburg ondersteunt die oproep van harte, blijkt uit onderstaande opiniebijdrage.</span></span></span></b></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Woensdag 14 april verscheen de Staat van het Onderwijs 2021 van de Onderwijsinspectie. In het NOS-journaal werd hier uitvoerig aandacht aan besteed, en terecht. De Onderwijsinspectie doet namelijk een oproep, beter gezegd een nood-oproep.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Kort gezegd vindt de inspectie dat het heel mooi is dat er nu extra geld komt om de &lsquo;corona-achterstanden&rsquo; bij te spijkeren, maar dat het nog beter zou <img alt="Quinta Kools" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_quintakools.jpg?x=1618558598602" style="margin: 5px; float: right; width: 400px; height: 266px;" />zijn om nu meteen door te pakken en een herontwerp te maken van de manier waarop ons onderwijs is ingericht. Kort gezegd: &lsquo;maak van de reparatie een renovatie&rsquo;.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Ik ondersteun de Inspectie daarin van harte.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Een groot probleem is dat het onderwijs er niet in slaagt om de kansenongelijkheid het hoofd te bieden. Kansenongelijkheid is een uiterst complex vraagstuk dat zichzelf in de staart bijt. Waarom is het zo moeilijk om iedere leerling te bieden wat hij/zij nodig heeft?<br /><br />Om gelijkheid te bewerkstelligen moet je soms verschil maken. Het klassieke model waarin 25 kinderen van dezelfde leeftijd op hetzelfde moment les krijgen over hetzelfde onderwerp is misschien niet de beste organisatievorm om aan de &lsquo;noden&rsquo; (prachtig Vlaams woord dat precies weergeeft waar het om gaat) van individuele leerlingen te voldoen. Welke mogelijkheden zijn er om groepen te vormen, om onderwijsprofessionals in te zetten, om een dagindeling te maken?</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><b><span><span><span>Huidige systeem voldoet niet</span></span></span></b><br /><span><span><span>De inspectie roept op tot renovatie van het onderwijs in plaats van reparatie. Het huidige systeem voldoet niet, dat blijkt wel uit de diverse Staten van Onderwijs die de afgelopen jaren door de Inspectie zijn opgeleverd.<br /><br />Reparatie is dus niet de oplossing, dat is immers symptoombestrijding die de oorzaak niet aanpakt. Renovatie daarentegen biedt de kans om de manier waarop we het onderwijs inrichten, de onderwijsprofessionals inzetten en de leerstof aanbieden opnieuw te beschouwen. De Inspectie gebruikt het woord renovatie, naar ik vermoed een bewuste keuze. Het woord renovatie bevat voor mij een zekere bedachtzaamheid, waarin je kijkt wat er behouden kan blijven en wat vervangen moet worden. Dat spreekt me aan, omdat er ook veel w&eacute;l goed gaat in het onderwijs.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><b><span><span><span>Enorme ontwikkelkracht</span></span></span></b><br /><span><span><span>In het afgelopen jaar werden scholen gesloten vanwege de Covid-19-pandemie en is er noodgedwongen overgeschakeld <img alt="Het klassieke model volstaat niet meer, zegt Kools." src="https://content.presspage.com/uploads/1980/onderwijsassistent.jpg?x=1618558635569" style="margin: 5px; float: left; width: 400px; height: 280px;" />op afstandsonderwijs. In deze uitzonderlijke situatie hebben we gezien dat onderwijsprofessionals heel erg gedreven, betrokken en wendbaar zijn. Eigenlijk kun je wel stellen dat er op kleine schaal onderwijs opnieuw is uitgevonden en ontworpen: op maat voor de eigen leerlingen, creatief gebruik makend van mogelijkheden.<br /><br />Wat mij betreft is hiermee duidelijk dat er een enorme ontwikkelkracht aanwezig is bij leraren, schoolleiders en schoolbesturen. Onderwijs blijkt anders te kunnen dan we altijd dachten! Goed, het ging niet altijd perfect, de sociale kant van het onderwijs was bijvoorbeeld niet goed te evenaren. Maar het laat zien dat de beroepsgroep bereid is om te zoeken naar manieren hoe het anders kan en d&aacute;t er ook veel anders kan.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Kortom, ik ben het eens met de inspectie dat het onderwijs gebaat is bij een renovatie. Ik ben ook van mening dat de beroepsgroep hier prima vorm aan kan geven. Laten we het uitgangspunt van de Europese commissie (2017) als leidraad nemen en toewerken naar onderwijs dat recht doet aan de noden van alle leerlingen&nbsp;<a href="#_ftn1"><span><span><span><span><span>[1]</span></span></span></span></span></a>.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Dus: ruim baan voor de onderwijsprofessionals, maak er wat moois van!</span></span></span></span></span></span></p><p><em><span><span><a href="#_ftnref1"><span><span><span><span><span>[1]</span></span></span></span></span></a> <span><span><span>'Everyone has the right to quality and inclusive education, training and life-long learning in order to maintain and acquire skills that enable them to participate fully in society and manage successfully transitions in the labour market'.</span></span></span> <a href="https://ec.europa.eu/education/policies/european-policy-cooperation/inclusive-education_en">Inclusive education | Education and Training (europa.eu)</a></span></span></em></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie]]></category>
            <pubDate>Fri, 16 Apr 2021 09:46:51 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_school-2934975-1920.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_school-2934975-1920.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/school-2934975-1920.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[School, kind, klas]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kiesstress kun je beperken</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kiesstress-kun-je-beperken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kiesstress-kun-je-beperken/</guid><pp:caseid>443411</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Hoe ga je om met een teveel aan keuzemogelijkheden?&nbsp;Vooral in&nbsp;verkiezingstijd, als je wordt doodgegooid met flyers, advertenties en&nbsp;filmpjes en&nbsp;bovendien een bijna even groot scala aan kies- en stemwijzers.&nbsp;Boudewijn Raessens (Fontys Hogeschool Economie & Communicatie&nbsp;Eindhoven) doet in onderstaand opinie-artikel&nbsp;suggesties over&nbsp;hoe je kiesstress of meer algemeen keuzestress kunt verminderen.</strong>&nbsp;</p><p><img alt="" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fotoboudewijnraessens2016.jpg?x=1615887383597" style="margin: 5px; float: right; width: 200px; height: 300px;" />&lsquo;Less is more&rsquo;,&nbsp;deze drie woorden komen uit een gedicht uit 1855 van&nbsp;de beroemde dichter&nbsp;Robert Brown. Nog steeds gaat deze gevleugelde uitspraak op. Bijvoorbeeld bij het aantal politieke partijen waarop je in Nederland bij de Tweede Kamerverkiezingen 2021 kunt stemmen, dit zijn er maar liefst 37!&nbsp;</p><p>Voor veel kiezers is het niet alleen lastig om een keuze te maken uit de politiek partijen,&nbsp;ook is het lastig een keuze te maken uit de vele kieswijzers. Door alle keuzemogelijkheden in het woud van partijen en kieswijzers krijg ik het spreekwoordelijk gevoel door de &lsquo;bomen het bos niet meer te zien&rsquo;. Toch heb ik drie kieswijzers ingevuld. De stemadviezen zijn heel divers en vari&euml;ren van de VVD en de Partij van de Dieren tot aan de 50Plus partij.&nbsp;</p><p>Keuzes maken we elke dag, maar door de vele keuzemogelijkheden&nbsp;wordt het kiezen niet gemakkelijker. We kiezen in de fysieke of online supermarkt, het tv-programma waar we naar kijken, met een overaanbod op Netflix en een volgende vakantiebestemming.&nbsp;</p><p><img alt="" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/pindakaas.png?x=1615890238603" style="margin: 5px; float: left; width: 350px; height: 263px;" />Door het hebben van veel keuzemogelijkheden lijkt het beeld te ontstaan dat er een perfecte keuze zou zijn.&nbsp;Hoogleraar Barry Schwartz, auteur van het boek &lsquo;The paradox of Choice&rsquo;, geeft aan&nbsp;dat teveel aan keuzemogelijkheden een probleem kan zijn en dat het kan leiden tot keuzestress.&nbsp;</p><p>Gelukkig geeft Schwartz ons concreet advies. Om keuzestress te voorkomen kun je volgens hem het volgende doen:&nbsp;</p><p><strong>1.&nbsp;</strong><b>Verklein het aantal opties.</b><br />Door gebruik te maken van drie&nbsp;stemwijzers werd mijn keuze uit 37 partijen teruggebracht naar drie stemadviezen.&nbsp;<br />Het verkleinen van het aantal opties kun je in veel situaties gebruiken.&nbsp;Toen onze kinderen de basisschool leeftijd hadden, liet ik&nbsp;onze ene zoon drie&nbsp;bordspellen kiezen uit een hele stapel,&nbsp;ik&nbsp;legde vervolgens een&nbsp;spel terug en daarna koos de andere zoon een van de&nbsp;twee overgebleven spellen. Iedereen tevreden!&nbsp;</p><p><strong>2.&nbsp;</strong><b><strong>Streef</strong> naar &lsquo;good enough&rsquo;</b>&nbsp;(tevredenheid) <b>in plaats van &lsquo;maximizers&rsquo;</b> (zo goed&nbsp;of zoveel&nbsp;mogelijk).&nbsp;<br />De psychologische wetenschap vertelt ons dat bij drie opties, de meeste mensen kiezen voor de middelste optie. Dus bij een keuze uit een iPhone 10, 11 of 12 neigen we naar het kiezen voor de iPhone 11. Bij een aanbod van twee iPhone, de 10 en de 11, kiezen we als consument vaker de 10.<br />Maar wellicht volstaat de iPhone 10 ook voor ons! Slimme marketeers maken hier handig gebruik van door drie in plaats van twee alternatieven aan te bieden en daarmee mensen te verleiden niet de goedkoopste variant te kiezen. Dit wordt de &lsquo;middle option bias&rsquo; genoemd. &lsquo;Bias&rsquo; geeft aan dat sprake is van een irrationele keuze.<br />Deze &lsquo;middle option bias&rsquo;&nbsp;zou&nbsp;weleens&nbsp;goed kunnen uitpakken voor de VVD. Door de sterke profilering van&nbsp;partijen zoals PVV en Forum van Democratie wordt de VVD de &lsquo;middle option&rsquo;.&nbsp;</p><p><strong>3.&nbsp;</strong><b>Laat het toeval een rol spelen.</b>&nbsp;<br />Op welke partij ik ga stemmen?&nbsp;Na het invullen van de stemwijzers en het terugbrengen van mijn keuzes tot drie, weet ik op welke partij ik ga stemmen.&nbsp;Dan volgt de keuze voor de kandidaat. Hierbij laat ik het toeval een rol spelen. Ik beslis in het stemhokje op welke kandidaat&nbsp;ik kies op basis van zijn/haar woonplaats, in of dichtbij Eindhoven.&nbsp;Bij de ene partij heb ik de keuze uit vijftig kandidaten, bij de andere partij staan wel tachtig kandidaten.&nbsp;Weer keuzestress en weer denk ik&nbsp;terug aan de dichter Brown, nog steeds geldt&nbsp;&lsquo;less is more&rsquo;.&nbsp;</p><p><em>Boudewijn Raessens is&nbsp;Associate&nbsp;lector Marketing bij Fontys Hogeschool Economie & Communicatie&nbsp;in Eindhoven.</em>&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws]]></category>
            <pubDate>Tue, 16 Mar 2021 11:38:08 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_pindakaas.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_pindakaas.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/pindakaas.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[pindakaas]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Waarom landt nieuwe technologie zo traag in het onderwijs?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/waarom-landt-nieuwe-technologie-zo-traag-in-het-onderwijs/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/waarom-landt-nieuwe-technologie-zo-traag-in-het-onderwijs/</guid><pp:caseid>426134</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Fontys-docent Erdin&ccedil; Sa&ccedil;an is ervan overtuigd dat technologie bijdraagt <span><span><span><span><span><span>aan onderwijsinnovatie en -verbetering. Maar hoe krijg je dat tussen de oren in een sector die als behoudend te boek staat? In&nbsp;deze opiniebijdrage breekt hij een lans voor&nbsp;nieuwe producten die het onderwijs effectiever, maar vooral ook leuker maken.</span></span></span></span></span></span></strong></p><p><span><span><span><span><span><span>Techniek is in alle facetten van ons leven aanwezig. Thuis, op straat, op het werk en ook in het onderwijs. Hoewel technologische mogelijkheden de laatste jaren een enorme vlucht genomen hebben, is dit niet pas iets van de 21ste eeuw. Dromen, gedachten en visies over de impact van technologie in onderwijs, vonden al ingang in het begin van de 20ste eeuw. Zo had Edison hoge verwachtingen van de impact van film. Zijn voorspelling dat die studieboeken zou gaan&nbsp;vervangen, kwam echter niet uit.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><img alt="Erdinç Saçan" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/erdinc.jpeg?x=1606815324001" style="margin: 5px; float: right; width: 400px; height: 400px;" />De revolutie die Edison voor ogen had, is toch wat uitgebleven. Maar waarom heeft het zo lang geduurd voordat er enige verandering kwam binnen onderwijsland?<br /><br />Natuurlijk zijn er docenten, instituten en&nbsp;scholen die al langer werken met technologie binnen het onderwijs. Maar de overgrote meerderheid leek een pandemie nodig te hebben om - al dan niet enthousiast - te gaan verkennen hoe technologische mogelijkheden&nbsp;kunnen bijdragen aan onderwijsinnovatie en -verbetering.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>We kunnen er uiteraard over&nbsp;discussi&euml;ren of een online les via bijvoorbeeld MS Teams al dan niet een &lsquo;technologische vooruitgang&rsquo; is. Er zijn immers wel spannendere technologie&euml;n die meer tot de verbeelding spreken, zoals VR (virtual reality), AR (augmented reality), robotica en AI (artificial intelligence). Ook deze zetten aan tot dromen over en toekomstvisies ontwikkelen voor het onderwijs.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Het onderwijs is een behoudend veld. Neem de introductie van de rekenliniaal. Reflex vanuit het onderwijs: dadelijk kunnen ze niet meer rekenen. De calculator komt eind jaren 70. Reflex: dadelijk kunnen ze niet meer rekenen. De portable ICT komt, reflex ... De&nbsp;</span></span></span></span></span></span><span><span><span><span><span><span>p</span></span></span></span></span></span><span><span><span><span><span><span>aradox is echter dat met al die hulpmiddelen veel meer bereikt wordt en meer op begrip gestuurd kan worden.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Technologie kan het onderwijs be&iuml;nvloeden, maar er is ook ruimte nodig in het onderwijslandschap om daar zowel gedegen als creatief over&nbsp;te kunnen nadenken. </span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Dat werd goed begrepen door Fontys Hogeschool ICT, die in september 2020 is gestart met een nieuwe minor: EdTech (Educational Technology). De minor beoogt een succesvolle verweving van technologie en onderwijs.</span></span><br /><br /><span><span><span><span>Ik weet, dit is preken voor eigen parochie, maar volgens mij ben je</span></span></span></span> <span><span>na deze minor als student voorbereid op de uitdagingen van de steeds veranderende wereld van door technologie ondersteund leren, onderwijzen en trainen.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><b>Meer startups</b></span></span></span></span></span></span><br /><span><span><span><span><span><span>Er worden wereldwijd miljarden ge&iuml;nvesteerd in EdTech-bedrijven. Leveranciers en startups bieden prachtige producten, maar lang niet altijd bieden ze waar het hoger onderwijs behoefte aan heeft. Kunnen &lsquo;doetanks&rsquo; helpen om meer gebruik te maken van de innovatiekracht van EdTech-bedrijven? Hoe kunnen we optimale randvoorwaarden cre&euml;ren en faciliteiten beschikbaar stellen voor instellingen en bedrijven om gezamenlijk te experimenteren?</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>De doelstelling van de EdTech-zone is zorgen voor (infrastructurele) randvoorwaarden voor het samenwerken met leveranciers en startups, zodat instellingen de innovatiekracht van EdTech-bedrijven beter kunnen benutten. Belangrijk aandachtspunt is het mogelijk maken dat er meer startups in EdTech beginnen, om zo te komen tot een rijker veld voor onderwijs.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>We hebben studenten van de minor gevraagd naar hun gedachtegang over EdTech:</span></span></span></span></span></span></p><p><i><img alt="" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fotoonlineinspecteur.jpeg?x=1606823257654" style="margin: 5px; float: left; width: 500px; height: 375px;" />'Wij&nbsp;zijn veel verder en hebben behoefte aan vernieuwing, maar&nbsp;de docenten houden zich vaak vast aan de oude, veilige manier van lesgeven. Tijdens de online lessen hebben velen al gemerkt dat de verhouding niet meer klopt: leerlingen en studenten zijn veel verder op technologisch gebied dan de meeste docenten. Terwijl docenten worstelen&nbsp;met hoe Microsoft Teams of Zoom werkt, weten de leerlingen al hoe ze de docent kunnen muten tijdens de online les.</i><span><span><span><span><span><span><i><img alt="" src="teams" style="margin: 5px; float: left;" /></i></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><i>Naar mijn mening is het van belang om in deze veranderende wereld mee te gaan met de nieuwe technologische ontwikkelingen: de studenten zullen later moeten beschikken over digitale skills, omdat de meeste bedrijven hiernaar&nbsp;vragen. Sterker nog: de digitale vaardigheden worden een onderdeel van de meeste beroepen, dat zien we nu al.'&nbsp;(Aleyna Kartal)</i></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><strong>Multidisciplinair</strong><br />Studenten krijgen in deze minor ruimte om in een multidisciplinair team na te denken over creatieve en vernieuwende onderwijsconcepten waarin technologie een belangrijke rol speelt. Een student kwam met het volgende idee:</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><i><span><span>'Voor de minor EdTech ga ik kinderen van groep 3 tot en met 5 leren over het begrip concentratie en wat dat kan betekenen voor een kind. In een te luide/drukke klas kunnen sommige kinderen niet presteren. Om dit te verbeteren&nbsp;ga ik gebruik maken van een hologram.&nbsp;</span></span></i></span></span></span></span><span><span><span><span><i><span><span>Dat slaapt wanneer de klas rustig is, maar wanneer het te druk en dus ook luider wordt in de klas wordt het karakter wakker en nogal hysterisch.<br /><br />Met als doel om de kinderen weer rustiger te laten worden zodat het karakter ook weer rustig wordt. Vervolgens kan het gesprek in de klas volgen over dit onderwerp. Zeker in deze tijd met juist meer prikkels door verschillende technologie&euml;n is het nodig om het de kinderen aan te leren en te praten over concentratie." (Naomi Mols)</span></span></i></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Ook heel wat andere studenten presenteerden interessante idee&euml;n; concepten die in de minor EdTech de kans krijgen om door te groeien tot prototypes, en die mogelijk zelfs aan de wieg staan van nieuwe startups.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><strong>Makkelijker, leuker, effectiever</strong><br />Naast deze minor zijn er nog andere initiatieven die techniek op de juiste manier willen inzetten om onderwijs makkelijker, leuker en effectiever te maken.<br /><br />Met het ROC Tilburg werken we hieraan binnen MindLabs. Het doel is om verder te experimenteren met het toepassen van VR, AR, serious games, avatars en robots als instrumentarium in het onderwijs. Wat zij daardoor ontdekken en leren wordt gebruikt om nieuwe producten te maken waar het onderwijs effectiever en vooral ook leuker van wordt. </span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Door projecten en experimenten te realiseren in samenwerking met andere kennisinstellingen en bedrijven, willen we het onderwijs en onze collega&rsquo;s inspireren en tot de verbeelding spreken.</span></span></span></span></span></span></p><p><sub><span><span><span><i><span><span><span><span>Erdin&ccedil; Sa&ccedil;an</span></span></span></span></i> <i><span><span><span>is senior lecturer bij Fontys Hogeschool ICT&nbsp;in Eindhoven.</span></span></span></i> <i><span><span><span>Wie ook kansen ziet om het onderwijs te verrijken en verbeteren door het slim inzetten van (nieuwe) technologie, kan zich bij hem melden</span></span></span></i><i><span><span><span><span>.</span></span></span></span></i></span></span></span></sub></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws]]></category>
            <pubDate>Tue, 01 Dec 2020 12:50:25 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_1024px-school-children-with-ipads-6660064659.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_1024px-school-children-with-ipads-6660064659.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/1024px-school-children-with-ipads-6660064659.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Leerlingen met iPads]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys-lector heeft 2 extra verbetervoorstellen voor passend onderwijs</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-lector-heeft-2-extra-verbetervoorstellen-voor-passend-onderwijs/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-lector-heeft-2-extra-verbetervoorstellen-voor-passend-onderwijs/</guid><pp:caseid>422954</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><span><span><b><span><span><span>Fontys-lector Linda van den Bergh is niet negatief over de 25 verbetervoorstellen die minister Slob heeft gedaan voor het &lsquo;passend onderwijs&rsquo;. In deze opiniebijdrage stelt zij echter dat &eacute;&eacute;n punt &lsquo;venijnig&rsquo; is &eacute;n ze voegt twee voorstellen toe: nummer 26 en 27.</span></span></span></b></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Op 4 november presenteerde minister Slob de kamerbrief met 25 verbetervoorstellen om een nieuwe weg in te slaan met passend onderwijs. Het doel van de voorstellen is met name het geven van meer houvast in het stapsgewijs bereiken van &lsquo;inclusiever onderwijs&rsquo;.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>De minister heeft veel oog voor de leerlingen en hun ouders, die beter ge&iuml;nformeerd en gehoord moeten worden. Er komen heldere procedures voor situaties waarin school, leerling en ouders er samen niet uitkomen, een landelijke norm voor de <img alt="Linda van den Bergh - foto: Bas Gijselhart" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/00-fo-055830.jpg?x=1605101741533" style="margin: 5px; float: right; width: 400px; height: 600px;" />basisondersteuning en toezicht hierop door de inspectie.<br /><br /><b>Juiste voorwaarden</b><br />Ook voor de samenwerkingsverbanden en besturen zijn voorstellen geformuleerd in de vorm van helderheid over eisen en verantwoordelijkheden, governance en bekostiging. Al deze maatregelen zijn gericht op het scheppen van de juiste voorwaarden voor de plek waar het moet gebeuren: de school, de klas en in samenspraak met ouders en leerlingen.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Op LinkedIn zien we de eerste reacties in de trant&nbsp;van: &lsquo;Oh nee, toch niet weer 25 regeltjes erbij!?&rsquo; Dat blijkt gelukkig niet het geval. Op verschillende manieren probeert de minister de leraren juist te ondersteunen door betere voorwaarden te scheppen en door administratiedruk terug te dringen.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><b><span><span><span>Grote klassen blijft probleem</span></span></span></b><br /><span><span><span>Aanpak van het lerarentekort en de werkdruk, meer duidelijkheid over eisen en verwachtingen en dit alles gepaard met een handreiking over de eigen professionele ruimte van leraren. Ik vind het mooi en zinvol, alleen is &eacute;&eacute;n specifieke zin in het rapport wel venijnig: <i>&lsquo;</i>Leraren kunnen beter ge&euml;quipeerd en vooral ondersteund worden, ook omdat de klassen niet zomaar kleiner zijn te maken&rsquo;<i>.</i><br /><br />In de tijd van het lerarentekort en corona klinkt dit heel vanzelfsprekend. Toch is de gemiddelde groepsgrootte in onze scholen wel een serieus probleem. Er zijn niet meer leerlingen met een problematiek, maar de problematiek is wel zwaarder.<br /><br />Leraren voelen zich overvraagd en soms tegen de muur gezet. Ik denk dat dit ook een belangrijke reden is dat er wel breed draagvlak voor inclusie is, maar dat de ontwikkeling in de praktijk op dit vlak achter blijft. Want hoe ga je dit doen in een klas met 30 leerlingen?<br /><br /><b>Verbetervoorstel 26: kleinere groepen</b><br />De groepsgrootte hangt af van het beleid van de school, maar dit is veel vaker niet dan wel het beoogde aantal van 23. Studenten in de Fontys-master Educational Needs geven aan: &lsquo;Ik wil wel, maar ik weet gewoon niet hoe ik het moet organiseren&rsquo;. Andere verhalen hoorden we in het voorjaar, toen er les gegeven werd aan halve klassen. Leraren hadden het gevoel dat ze eindelijk les konden geven zoals zij dat het liefst&nbsp;wilden.<br /><br />Natuurlijk was dit een uitzonderlijke situatie en speelden er veel andere zorgen, maar we kunnen wel op zoek naar manieren <img alt="Onderwijsminister Arie Slob." src="https://content.presspage.com/uploads/1980/unknown-2.jpeg?x=1605101908182" style="margin: 5px; float: left; width: 400px; height: 265px;" />om toch te kunnen werken met kleinere groepen. In sommige scholen zien we die ontwikkeling al wel, bijvoorbeeld door het slim inzetten van onderwijsondersteuners. Dit streven en het goed onderzoeken van mogelijkheden zou mijn verbetervoorstel nummer 26 zijn.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><b><span><span><span>Vakbekwame leerkrachten</span></span></span></b><br /><span><span><span>Tenslotte zet Slob ook in op een betere voorbereiding op het beroep en op meer aandacht voor leren van elkaar in de scholen. Met name dit laatste is cruciaal. Het goed afstemmen op verschillen vormt het verschil tussen de basisbekwame en de vakbekwame leerkracht.<br /><br />Deze kwaliteiten ontwikkel je gedurende je loopbaan. Binnen de school kan er zeker meer van elkaar geleerd worden. In onze onderzoeksprojecten valt vaak op hoe prettig leraren het vinden om met elkaar te praten over de visie en opvattingen van waaruit zij handelen en hoe je&nbsp;die dan concreet vormgeeft in je onderwijs.<br /><br /><b>Voorstel 27: elkaar ontmoeten</b><br />Niet zelden horen we echter dat het ongebruikelijk is dit tijdens overleg zo te bespreken. Dit is juist wat hen energie en concrete handvatten geeft, die bruikbaar zijn tijdens de volgende dag dat ze weer voor de klas staan. En het is niet moeilijk te organiseren. Een goed professionaliseringsbeleid, waarin duidelijk prioriteiten worden gesteld en dus keuzes worden gemaakt, is hiervoor essentieel.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Mijn voorstel nummer 27 zou dus zijn om vooral werk te maken van heldere keuzes en de ontmoeting. Organiseer het inhoudelijke gesprek met elkaar, realiseer het leren van elkaar en faciliteer het krijgen van energie van elkaar. De houvast en duidelijkheid die er de komende periode aankomt, zullen hiervoor juist ondersteunend zijn. Benut de ruimte en ontmoet!</span></span></span></span></span></span></p><p><i><span><span><span>Linda van den Bergh is&nbsp;lector Waarderen van Diversiteit bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg. Lees ook de eerdere bijdrage die zij schreef voor Bron:&nbsp;</span></span></span></i><a href="https://bron.fontys.nl/stel-de-leraar-in-staat-om-onderwijs-passend-te-maken/">&lsquo;Stel de leraar in staat om onderwijs passend te maken&rsquo;</a>.</p>]]></description><category><![CDATA[Opinie]]></category>
            <pubDate>Thu, 12 Nov 2020 09:48:52 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_00-fo-055868-2.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_00-fo-055868-2.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/00-fo-055868-2.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Linda van den Berg - foto: Bas Gijselhart]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Niet alleen NPO, ook zelf moet je uit je bubbel</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/niet-alleen-npo-ook-zelf-moet-je-uit-je-bubbel/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/niet-alleen-npo-ook-zelf-moet-je-uit-je-bubbel/</guid><pp:caseid>422824</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><span><span><b><span><span><span>John Machielsen, docent Bedrijfsethiek bij Fontys, schreef als reactie op een column van Jacky Eickes over nepnieuws en complottheorie&euml;n onderstaande opiniebijdrage.</span></span></span></b></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Ik verdenk mainstream media niet van complotten. Maar wel dat ze de illusie levend houden dat er een waardevrij verhaal verteld kan worden. Je kunt zaken die gebeuren in de wereld echt anders begrijpen of duiden als je er andere waarden op nahoudt.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>De journalistiek zou zich meer rekenschap moeten <img alt="John Machielsen" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/johnmachielsen.jpg?x=1605024542911" style="margin: 5px; float: right; width: 300px; height: 300px;" />geven van alles wat er de afgelopen decennia geleerd is op het gebied van de cognitieve psychologie, neurowetenschap, sociologie, antropologie, en de empirische ethiek met betrekking tot hoe mensen handelen, geloven, oordelen, et cetera.<br /><br /><b>Geen neutraal beeld</b><br />Het NOS Journaal schetst al jaren geen neutraal beeld (meer). Het nieuws heeft een duidelijk 'links van het midden' waardeoordeel in zich. Dat een deel van onze maatschappij zich daarin niet herkent, daar kan ik mij ondertussen na heel veel gesprekken met collega's, buren, studenten en familie, wel iets bij voorstellen.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Ikzelf vind die bubbel wel comfortabel omdat ik daarin heerlijk mijn eigen denkbeelden (bril op de wereld) herken en denk: 'Inderdaad wat schandalig dat ...'. Maar het zorgt er wel voor dat een steeds groter wordende groep Nederlanders zich daar niet in herkent en terecht daarover klaagt.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><b><span><span><span>Frans Bauer</span></span></span></b><br /><span><span><span>Ik snap ook niet dat dit zo is ontstaan, omdat de publieke omroep zich toch heel zelfbewust opstelde na de overwinning van Trump in november 2016. Zie het archief <a href="https://www.bnnvara.nl/dewerelddraaitdoor/videos/283532">DWDD 14-11-2016</a>. Daar zat Shula Rijxman te verkondigen dat de NPO toch echt pluriformer moest worden. Ik heb, buiten net iets meer Frans Bauer op Nederland 2, niet veel daarvan gemerkt. Veel andere Nederlanders blijkbaar ook niet.<br /><br />In de goed bekeken talkshows zaten afgelopen weken allemaal experts die geen goed woord overhadden voor Trump. Hoe moeilijk was het geweest om daar w&eacute;l iemand aan tafel te hebben die duidelijk pro-Trump was, daar inhoudelijke argumenten voor had gehad, en waardoor een goede inhoudelijke dialoog te modereren was geweest?</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><b><span><span><span>Feel good tv</span></span></span></b></span></span></span><br /><span><span><span><span><span><span>In plaats daarvan was het vooral weer het dagelijkse stukje <i>feel good tv</i> voor dat deel van onze maatschappij dat die denkbeelden erop na houdt, en weer een doorn in het oog (en bewijs dat ze gelijk hebben) van vele criticasters.<br /><br />En iedereen snapt dan hopelijk - zeker na het zien van de documentaire <i>The Social Dilemma</i> - waarom mensen <img alt="" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fotonosfakenews.jpg?x=1605024570659" style="margin: 5px; float: left; width: 300px; height: 533px;" />hun nieuws dan van Facebook of Youtube afhalen. Daar interesseert het een algoritme namelijk helemaal niet wat iemands denkbeelden zijn, maar vooral hoe ze zoveel mogelijk van je dagelijkse attentiespanne kunnen koloniseren voor financieel gewin.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span>Ze schotelen je berichtgeving voor die helemaal in jouw straatje past. Ondertussen verleren we elkaar te verstaan en een dialoog te voeren met elkaar over zaken die ons allemaal aangaan, ook al hebben we andere voorkeuren of belangen.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><b><span><span><span>Sarcasme en humor</span></span></span></b><br /><span><span><span>Ik begrijp dat <a href="https://bron.fontys.nl/welke-leugens-gaan-we-vandaag-voorschotelen/">de column</a> van Jacky Eickes met het nodige sarcasme en humor geschreven is, maar het helpt nooit om iemand die iets anders gelooft neer te zetten als iemand die het niet snapt.<br /><br />Wat wel helpt is om je nieuwsmedia en mediaconsumptie variabel te houden. Ik lees naast de Groene Amsterdammer ook Elseviers Weekblad, ik kijk liever RTL4 Nieuws dan het NOS Journaal, en ik ga graag met iedereen in gesprek die anders denkt over waar we naar toe zouden moeten met zijn allen. Niet om hen te overtuigen van mijn gelijk (<i>good luck with that</i>), maar wel om mijn medemensen te (blijven) begrijpen.</span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><i><span><span><span>John Machielsen is docent Bedrijfsethiek bij Fontys Academy for Creative Industries in Tilburg.</span></span></span></i></span></span></span></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie]]></category>
            <pubDate>Tue, 10 Nov 2020 17:25:19 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_schermafbeelding2020-11-10om17.12.44.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_schermafbeelding2020-11-10om17.12.44.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/schermafbeelding2020-11-10om17.12.44.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[DWDD vier jaar geleden na winst Trump, de NPO moest beter alle kanten belichten, is dat gebeurd?]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>‘Laat studenten niet de last dragen, neem actie voor een inclusief Fontys’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/laat-studenten-niet-de-last-dragen-neem-actie-voor-een-inclusief-fontys/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/laat-studenten-niet-de-last-dragen-neem-actie-voor-een-inclusief-fontys/</guid><pp:caseid>395645</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Saskia Blom, docent&nbsp;Fontys Hogeschool Technische Natuurkunde, vindt dat Fontys de discussie over diversiteit en inclusiviteit veel te vrijblijvend voert. In deze opiniebijdrage legt ze uit hoe discriminatie vaak onder de oppervlakte aanwezig is;&nbsp;ze pleit voor krachtigere maatregelen</strong>.</p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span>Ben jij ook getroffen door de heftige teleurstelling, pijn en woede die mensen tijdens de Black-Lives-Matter-demonstraties uitten over scheve patronen in onze samenleving? En wat betekent dit voor Fontys-studenten en -medewerkers?</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span>Het lastige is dat er, naast overduidelijke gevallen van discriminatie, ook mechanismes spelen waar de vinger moeilijk op valt te leggen, maar die wel remmend werken <img alt="Saskia Blom" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/saskiablom.jpg?x=1593767544751" style="margin: 5px; float: right; width: 300px; height: 438px;" />voor studenten en medewerkers uit minderheidsgroepen. Neem bijvoorbeeld micro-agressies: incidenten, die samen een patroon laten zien, maar waarbij je per specifiek geval niet weet wat er achter zat.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span><strong>Weerstand</strong><br />Waarom vroeg die tweedejaars student van kleur altijd zijn blonde practicumgenoot om de duurdere meetapparatuur op te halen? Zo voorkwam hij een lange preek waarin overdreven gemaand wordt om vooral voorzichtig te zijn. Toch was de collega die deze apparatuur afgaf, ervan overtuigd iedereen gelijk te behandelen. Hij wuifde dit soort verschillen weg.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span>Wie navraag doet over zo&rsquo;n incident, kan rekenen op veel weerstand, op verontwaardiging, of je wordt gezien als degene die de sfeer verziekt.</span></span></span></span></span></span></span></span></span><br /><br /><span><span><span><span><span><span><span><span><span>Men wil oprecht niet discrimineren, en meent dat ook beslist niet te doen. En in een deel van de gevallen deed men dit wellicht ook niet: het is immers moeilijk om toevallige willekeur te onderscheiden van statistische patronen. Maar de optelsom van zulke incidenten knaagt beetje bij beetje aan het zelfvertrouwen van mensen uit gemarginaliseerde groepen.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span><strong>Witte vrouw op TUDelft</strong><br />Ikzelf ben wit, maar kreeg als vrouw op de TUDelft en bij Philips Research steeds meer het gevoel dat ik niet echt thuishoorde in de b&egrave;tawereld. En ik heb vele natuurkundevrouwen ontmoet die gefrustreerd zijn over hoe hun collega's in de industrie of aan universiteiten hen stelselmatig te laag inschatten. Ze werden simpelweg over het hoofd gezien, of langzamerhand richting een niet-passende rol gepusht: meer onzichtbaar en dienend.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span>Tot in 2017 de #MeToo-beweging het voor mij mainstream maakte om seksisme aan te kaarten, wist ik niets over hoe &lsquo;mannelijkheid&rsquo; in onze cultuur belemmerend kan werken. Onbewust zijn veel mannen al jong bezig met bewijzen dat ze &lsquo;niet vrouwelijk&rsquo; zijn, uit angst hun trots of de acceptatie van anderen te verliezen.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span>Net als dat het voor mannen fijner is om te leven in een wereld waar je eigenheden de ruimte krijgen, waar je jezelf niet sterker of stoerder voor hoeft te doen, net zo is er voor witte mensen veel te winnen om te kunnen leven in een wereld waarin je huidskleur niet langer meeweegt in hoe serieus men je neemt en hoeveel autoriteit men je toekent.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span>Het is belangrijk om tijd uit te trekken om jezelf te verdiepen in witheid. Het kost weliswaar moed om onder ogen te zien hoe je zelf onbewust bijdroeg aan de scheve verwachtingen en machtsstructuren waarin we geboren zijn. Maar het levert veel op als we dit gaan kunnen zien.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span><strong>Impliciete associatie</strong><br />Tot mijn ongeloof bleek uit een <a href="https://www.onderhuids.nl/test-jezelf/">impliciete associatietest</a> dat ikzelf een voorkeur voor witte mensen heb. Dit zegt niet dat ik discriminerende overtuigingen heb, maar het houdt bijvoorbeeld wel in dat ik, onwillekeurig, zwarte mensen eerder aanzie <img alt="De docententeams zijn 'te wit'" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/seminar-2654142-1920-269864.jpg?x=1593767711900" style="margin: 5px; float: left; width: 500px; height: 333px;" />voor een schoonmaker dan voor de directeur. Dat er, kortom, in mijn handelen associaties meespelen waarvan ik me niet bewust ben.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span>Er is een schat aan onderzoek dat&nbsp;keer op keer heeft laten zien dat mensen (en zeker ook docenten) onbewuste vooroordelen en stereotype verwachtingen hebben. In complexe situaties be&iuml;nvloeden die voorkeuren ons gedrag.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span>Als ik dit tegen mijn eigen collega's zeg, kijken ze wazig of verontwaardigd. Laten we alsjeblieft niet wachten tot de individuele Fontys-docenten &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n de tijd nemen om zich op de hoogte te stellen van de inzichten rond institutioneel racisme!</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span><strong>Racisme in onderwijs</strong><br />En we moeten al helemaal niet onze studenten de last laten dragen om ons als Fontys-staf te wijzen op hoe racisme in ons onderwijs doorwerkt. Ditzelfde geldt natuurlijk ook voor discriminatie op functiebeperking, islamofobie, trans- en homofobie, seksisme, enzovoort.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span>De staf van Fontys is geen getrouwe afspiegeling van onze studentenpopulatie: de docententeams zijn opvallend wit. Dit betekent dat we, als Fontys, belangrijke perspectieven en inzichten missen, en dat een deel van de potenti&euml;le studenten liever in Rotterdam of Amsterdam gaat studeren dan bij ons.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span>Laten we onze schouders zetten onder het aanpakken van kansenongelijkheid bij de personeelsopbouw. Laat ons actief werken aan onderwijsteams waarin medewerkers hun veelkleurige identiteiten met trots dragen, als rolmodellen voor onze studenten.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span><strong>Hogescholen vergelijken</strong><br />Als oplossing stelt men vaak eisen aan het aantal minderheden in benoemingscommissies. Dit is een eerste stap, maar zeker niet genoeg. Minderheden kampen immers met dezelfde impliciete voorkeuren: ook zij schatten onbewust andere minderheidsleden systematisch te laag in.</span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><span><span><span><span><span><span><span><span><span>Ik pleit daarom, ten tweede, voor trainingen in onbewuste associaties aan iedereen die met studenten, medewerkers of sollicitanten in aanraking komt. Ten derde pleit ik ervoor om informatie in onze jaarverslagen op te nemen over hoe we aan evenredige representatie werken.<br /><br />En tot slot pleit ik ervoor dat bij accreditatie indicatoren voor inclusiviteit worden gebruikt, zodat aankomende studenten de verschillende hogescholen op dit punt kunnen vergelijken. <em>[Saskia Blom]</em></span></span></span></span></span></span></span></span></span></p><p><em><span><span><span><span><span><span><span><span><span>Saskia Blom</span></span></span></span></span></span></span></span></span>&nbsp;geeft sinds 2011&nbsp;les in vastestoffysica, fotonica en astrofysica bij Fontys Hogeschool Technische Natuurkunde in Eindhoven. Ze begeleidt bovendien studenten in projecten, tijdens stages en als mentor gedurende hun hele studieloopbaan.</em></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie]]></category>
            <pubDate>Fri, 03 Jul 2020 12:02:05 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_seminar-2654142-1920-269864.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_seminar-2654142-1920-269864.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/seminar-2654142-1920-269864.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Docenten zeggen dat ze te weinig tijd hebben voor de hoeveelheid werk die er is.]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Cijferkennis net zo belangrijk voor journalisten als spelling</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/cijferkennis-net-zo-belangrijk-voor-journalisten-als-spelling/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/cijferkennis-net-zo-belangrijk-voor-journalisten-als-spelling/</guid><pp:caseid>395148</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><span><b><span>De meeste studenten journalistiek zullen niet voor de studie hebben gekozen omdat het zulke wiskundefanaten zijn. En dat is te merken. De afgelopen jaren is er steeds meer kritiek gekomen op de gebrekkige cijferkennis van journalisten. Maar journalisten hoeven toch niet te rekenen? Een opiniebijdrage van journalistiekstudent</span></b> <strong><span>Cyrine Beune.</span></strong></span></span></p><p><span><span><span>Taal is toch zeg maar echt hun ding? Klopt, maar een journalist die niets van cijfers interpreteren weet is makkelijk te misleiden, zegt NOS-datajournalist Winny de Jong. Daarom zouden studenten journalistiek een vak als statistiek moeten krijgen in hun opleiding, zodat ze goed voorbereid beginnen aan hun carri&egrave;re.</span></span></span></p><p><span><span><span>Ik herinner me nog de frustratie bij wiskunde. Ik kon het gewoon <img alt="Cyrine Beune - foto: Rikkert Harink" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/cyrinebeune.jpg?x=1593505859472" style="margin: 5px; float: right; width: 300px; height: 300px;" />niet! De blijdschap was dan ook groot toen ik begon aan mijn studie journalistiek bij Fontys Hogeschool Journalistiek (FHJ) en geen wiskunde meer kreeg. Cijfers? Dat laat ik wel aan anderen over.</span></span></span></p><p><span><span><b><span>Cijferkennis tegen fake news</span></b><br /><span>Maar tijdens mijn stage bij VPRO Argos in het tweede jaar van mijn studie veranderde een</span> <a href="https://www.vpro.nl/argos/media/afleveringen/2019/Luizen-in-de-Pels.html"><span>interview met NOS-datajournalist Winny de Jong</span></a> <span>mijn blik op cijfers. Zij ontwikkelde samen met haar collega Lars Boogaard de site</span> <a href="http://www.alshetongeveermaarklopt.nl"><span>www.alshetongeveermaarklopt.nl</span></a><span>.<br /><br />Deze site leert journalisten in dertig minuten kennis te maken met de basis van rekenen. In de inleiding schrijven ze: &lsquo;In essentie draait journalistiek om verificatie - dat geldt voor alle bronnen, dus ook voor cijfers en tabellen&rsquo;.</span></span></span></p><p><span><span><span>Die essentie, ook wel <i>factchecken</i> genoemd, is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. Media nemen geregeld foutief nieuws over van elkaar en zo ontstaat er zogenaamd &lsquo;<i>fake news&rsquo;</i>. Journalisten ondersteunen nieuws regelmatig met cijfers, maar ook die zijn, net als woorden, niets waard zonder context.</span></span></span></p><p><span><span><span>Ik geef een voorbeeld hoe cijfers kunnen misleiden uit de</span> <a href="https://www.youtube.com/watch?v=2waGGIJTtcE"><span>TED-talk van Winny de Jong</span></a><span>: er zitten honderd mensen in een zaal. Iedereen krijgt &eacute;&eacute;n euro. Het gemiddelde is logischerwijs &eacute;&eacute;n euro. Maar als &eacute;&eacute;n persoon 99 euro krijgt en de rest van de zaal krijgt 0,01 euro, dan is het gemiddelde ook &eacute;&eacute;n euro.<br /><br />Je ziet, een gemiddelde zegt niet zoveel zonder context. Journalisten hoeven geen wiskundigen te worden, maar ze mogen best wat meer leren over dit soort termen.</span></span></span></p><p><span><span><b><span>Over &lsquo;cijferangst&rsquo; heen komen</span></b></span></span><br /><span><span><span>Tijdens mijn studie journalistiek krijgen we drie moeilijke toetsen Nederlands en &eacute;&eacute;n redelijk eenvoudige toets economie. Volgens FHJ-directeur Marjo Spee is statistiek niet &eacute;&eacute;n van de competenties waaraan studenten journalistiek hoeven te voldoen. Wat haar betreft valt statistiek onder de competentie &lsquo;research&rsquo;.I<br /><br />k vind dat we te weinig leren over het interpreteren van data om goede journalisten te kunnen worden. Naast economie kunnen studenten in het derde jaar kiezen voor datajournalistiek. Iemand die lijdt aan &lsquo;cijferangst&rsquo; zal niet gauw kiezen voor zo&rsquo;n vak. Daarnaast is &eacute;&eacute;n blok datajournalistiek niet voldoende voor een toekomstige journalist.</span></span></span></p><p><span><span><b><span>Weinig ruimte</span></b></span></span><br /><span><span><span>Het blijkt <img alt="" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/accountant-1238598-1920.jpg?x=1593506421632" style="margin: 5px; float: left; width: 300px; height: 200px;" />lastig om ruimte te vinden in het drukke programma. Journalistiek bestaat uit veel verschillende disciplines. Maar zoals Winny de Jong en Lars Boogaard op hun site al schrijven: kennis van cijfers en data kunnen analyseren is onderdeel van feiten checken. Waarom is dat dan niet net zo belangrijk als woorden checken? Waarheidsvinding is immers de essentie van journalistiek, als je het mij vraagt.</span></span></span></p><p><span><span><span>Iemand die zich richt op het bijbrengen van kennis op het gebied van <i>factchecken</i>, is FHJ-docent Monique Hamers. Zij is initiatiefnemer van</span> <a href="https://factory.fhj.nl/"><span>Factory</span></a><span>, een website waarop studenten van de FHJ feiten en claims checken. Lees bijvoorbeeld</span> <a href="https://factory.fhj.nl/verzuimkosten-zijn-met-een-korreltje-zout-te-nemen/%5d"><span>dit stuk</span></a> <span>over verzuimkosten, een goed voorbeeld van cijfers in de journalistiek. De uitgelezen plek om aandacht te vragen voor statistiek, zo dacht ik. Daarom mailde ik haar. Ze reageerde enthousiast op mijn voorstel om meer te richten op statistiek bij Factory.<br /><br />Hamers ziet dat bij het implementeren van nieuwe idee&euml;n vaak wordt gedacht vanuit &lsquo;vakken&rsquo; en &lsquo;waar het in de studie past&rsquo;. Terwijl bijvoorbeeld statistiek en kennis van cijfers ge&iuml;mplementeerd zou moeten worden in de gehele studie.</span></span></span></p><p><span><span><b><span>Wat je zelf kunt&nbsp;doen</span></b><br /><span>Sinds het interview met Winny de Jong ben ik begonnen met lezen over datajournalistiek, heb ik haar cijfersite gelezen en volg ik een</span> <a href="https://datajournalism.com/"><span>gratis online curus</span></a><span>. Ook doe ik aan zelfstudie statistiek met een lesboek van een andere studie. De boeken</span> <a href="https://www.managementboek.nl/boek/9789000351220/feitenkennis-hans-rosling"><span>Feitenkennis</span></a> <span>en</span> <a href="https://www.bol.com/nl/f/bad-science/35820939/"><span>Bad Science</span></a> <span>kan ik ook aanraden als je meer over het belang van cijfers wil weten. En doe je zelf journalistiek? Maak kenbaar dat je cijferwijzer wilt worden!</span><br /><br /><em><span>Cyrine Beune is tweedejaarsstudent aan Fontys Hogeschool Journalistiek.</span></em></span></span></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie]]></category>
            <pubDate>Tue, 30 Jun 2020 12:41:49 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_new-york-times-newspaper-1159719-1920.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_new-york-times-newspaper-1159719-1920.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/new-york-times-newspaper-1159719-1920.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[new-york-times-newspaper-1159719_1920]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Mensch, durf te leven!</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/mensch-durf-te-leven/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/mensch-durf-te-leven/</guid><pp:caseid>392456</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Het leven zit vol onzekerheden. Die willen beheersen, zoals nu tijdens de coronacrisis wordt gepoogd, is een illusie, aldus Arno Kierkels, docent-onderzoeker bij Fontys. Het is de hoogste tijd om levenslust en doodsbesef te plaatsen boven doodsangst, zegt hij in onderstaand opiniestuk.</strong></p><p>Mevrouw Wil van Buren (82) werd zeven weken geleden, na 60 jaar huwelijk, verplicht gescheiden van haar dementerende man Nico. Uit protest tegen het coronabeleid zit ze nu elke dag v&oacute;&oacute;r het verpleeghuis van haar man in Best. &lsquo;Je probeert hem iets te geven en ik wil er voor hem zijn in deze laatste fase van zijn leven. En dat kan ik nu niet.&rsquo; Een klein beetje verzet, ontstaan uit grootse medemenselijkheid.</p><p>Wil&rsquo;s actie stemt tot nadenken. Als samenleving zijn we inmiddels al weken geconditioneerd met de &lsquo;anderhalvemetersamenleving&rsquo;. <img alt="Arno Kierkels" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_arnokierkels.jpg?x=1591177843928" style="width: 314px; height: 400px; float: right; margin: 5px;" />We hebben als burgers bij vlagen zelfs z&eacute;lf gevraagd om meer maatregelen: de scholen gingen dicht en de maatregelen werden verlengd. &lsquo;Het zekere voor het onzekere&rsquo;, was het devies van Mark Rutte. Maar gaat er in die blinde zoektocht naar zekerheid niet iets heel menselijks verloren?</p><p><strong>Wat weten we?</strong><br />Onze relatie met onzekerheden kent een lange geschiedenis. De mens heeft altijd manieren bedacht om risico&rsquo;s te mijden en om (schijn)veiligheid te cre&euml;ren. Van religie tot het ophangen van zo veel mogelijk camera&rsquo;s. En ook het steeds vaker kiezen van &lsquo;het zekere v&oacute;&oacute;r het onzekere&rsquo; valt hieronder. Maar &lsquo;het zekere&rsquo; is in onze moderne tijd helemaal niet meer zo zeker.</p><p>Het werk omtrent risicoperceptie van psycholoog Paul Slovic laat ten eerste zien dat we een verwarde relatie met risico&rsquo;s hebben. We schatten risico&rsquo;s consequent fout in. Zo <em>overschatten</em> we risico&rsquo;s die onbekend zijn, waar we zelf weinig invloed op hebben &eacute;n die veelvuldig in de media zijn besproken zijn.<br /><br />Kortom: tijdens een pandemie neigen we ernaar te <em>overreageren</em>. Na acht weken coronavirus kunnen we niet meer helder nadenken over de proportionaliteit van deze risico&rsquo;s. Een soortgelijke overreactie zagen we ook tijdens de Mexicaanse griep (aldus de evaluatiecommissie van de Europese Commissie) en zal hoogstwaarschijnlijk ook van toepassing zijn op Covid-19.</p><p><strong>Onzekere afhankelijkheden</strong><br />Globalisering zorgt voor een toename in interdependenties, waardoor we meer dan ooit afhankelijk zijn van allerlei verschillende actoren op het wereldtoneel &eacute;n binnen ons ecosysteem. De coronacrisis is &eacute;&eacute;n grote les die we op dat vlak leren, maar al eerder werd deze boodschap verkondigd.Yuval Noah Harari heeft het in zijn bestsellers over &lsquo;ongeziene transformaties en radicale onzekerheden&rsquo;. Socioloog Zygmunt Bauman heeft het over een &lsquo;flu&iuml;de&rsquo; samenleving die alleen nog maar in beweging is en geen &lsquo;vaste, zekere&rsquo; onderdelen meer kent.<br /><br />Dit denken wordt ook bevestigd in de fundamenten van ons bestaan: de kwantummechanica. Einstein wist al dat de allerkleinste deeltjes omgeven zijn met onzekerheid. Die onzekerheid kwam niet voort uit een gebrek aan kennis, maar ligt besloten in de werkelijkheid zelf, aldus Einstein (die deze conclusie overigens maar onaanvaardbaar vond).<br /><br />Ondanks deze realiteit van onzekerheid blijft onze reactie omgeven met een krampachtig teruggrijpen op zekerheid. In crisistijd komt dat neer op roeien met vrijwel g&eacute;&eacute;n riemen. Zo weten we niet of immuniteit mogelijk is. We weten niet wanneer het vaccin er zal zijn. We weten niet of lockdowns werken, en hoe dan precies. We weten niet of onze ouderen wel gedwongen willen worden om weken, of zelfs maanden, in eenzame isolatie door te brengen. We weten niet of mondkapjes enig nut hebben. Het enige dat we weten is dat we dit allemaal niet zeker weten.</p><p><strong>Risicosamenleving</strong><br />De socioloog Ulrich Beck heeft jaren geleden gewaarschuwd voor een samenleving die alle risico&rsquo;s onder controle wil krijgen. In &lsquo;de Risicosamenleving&rsquo; (1986) waarschuwt hij voor een noodstaat die &lsquo;het nieuwe normaal&rsquo; wordt. In een dergelijke samenleving wordt alles in gang gezet om, koste wat kost, het bekende &eacute;n onbekende gevaar te mijden. Mark Rutte verwijst nu al naar de anderhalvemetersamenleving als &lsquo;het nieuwe normaal&rsquo;.</p><p>Dit risicomijdende beleid, in Nederland eufemistisch &lsquo;intelligente lockdown&rsquo; genoemd, heeft onvoorstelbare maatschappelijke impact. Schattingen gaan uit van tienduizenden werklozen en zelfstandigen die failliet gaan. Jongere generaties die met miljarden staatsschuld te maken krijgen.Mensenrechten, zoals ons recht op betoging, bewegingsvrijheid en toegang tot de rechter, staan al weken op stand-by.<br /><br />Die beperkingen leiden, er in de woorden van hoogleraar staatsrecht Wim Voermans, toe dat &lsquo;we in de buurt komen van de kritische grenzen van ons democratisch rechtsstatelijke systeem&rsquo;. De anderhalvemetersamenleving kan kortom ni&eacute;t het nieuwe normaal zijn. Maar wat moeten we d&aacute;n aangrijpen?</p><p><strong>Loslaten</strong><br />De ongelooflijk onzekere toekomst vraagt iets anders van ons. We zullen bewust de drang om vast te klampen soms los moeten l<img alt="Albert Einstein" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_albert-einstein-1933340-1920.jpg?x=1591177877545" style="width: 400px; height: 300px; margin: 5px; float: left;" />aten. De enige zekerheid is onzekerheid. Het wordt meer dan ooit duidelijk dat we een speelbal zijn van allerlei krachten waar we, ondanks alle ontwikkelingen, maar beperkte invloed op kunnen uitoefenen. D&aacute;t is het werkelijke &lsquo;nieuwe normaal&rsquo;.</p><p>Geen politieke partij die daarmee de verkiezingen wint. Geen lid van het Outbreak Management Team dat deze kanttekening verkondigt aan Rutte. Daar waar beleid wordt gemaakt is dit geen populaire opvatting. Het is een mentaliteit die een boel angst, stress en (ironisch genoeg) onzekerheid kan wegnemen.</p><p>Inmiddels is het de hoogste tijd om levenslust en doodsbesef te plaatsen boven doodsangst. Laten we als samenleving <em>bewust</em> de dood terugdringen en ons berusten in het feit dat dit gevecht gedoemd is te mislukken. Kierkegaard wist al, dat, wanneer je &lsquo;niet durft los te laten, je voor altijd het houvast zult verliezen&rsquo;.<br /><br /><strong>Durf</strong><br />De eenmansactie van Wil van Buren protesteert indirect tegen een doorgeslagen risicomijdend beleid, waarin geen onzekerheid mag bestaan. Een wijs protest, want met de acceptatie van risico&rsquo;s komt er een grotere vorm van vrijheid terug. We weten als mens niet veel, maar wel genoeg om bewust risico&rsquo;s toe te laten om simpelweg mens te kunnen zijn, te kunnen knuffelen, te kunnen troosten en te kunnen liefhebben. Het enige wat er onder de streep wordt gevraagd, is durf. Durven we ons veiliger te gaan voelen door onzekerheid te accepteren?</p><p>In 1917 schreef Dirk Witte het prachtige <em>Mensch, durf te leven.</em> Laat ons, met 75 jaar bevrijding nog vers in ons collectief geheugen, de volgende regels indachtig houden: <em>Het leven is heerlijk, het leven is mooi/Maar &ndash; vlieg uit in de lucht en kruip niet in een kooi!/Mens, durf te leven!</em></p><p><em>Arno Kierkels is docent sociologie en onderzoeker bij Fontys Hogeschool Sociale Studies in Eindhoven.</em></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie]]></category>
            <pubDate>Wed, 03 Jun 2020 14:54:16 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_fotodancefeest.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_fotodancefeest.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/fotodancefeest.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Foto dancefeest]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>‘Stel de leraar in staat om onderwijs passend te maken’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/stel-de-leraar-in-staat-om-onderwijs-passend-te-maken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/stel-de-leraar-in-staat-om-onderwijs-passend-te-maken/</guid><pp:caseid>392361</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Dat het &lsquo;passend onderwijs&rsquo; niet goed uit de verf komt, zoals vorige week uit onderzoek bleek, ligt volgens Linda van den Bergh niet aan het idee erachter, maar aan de uitvoering ervan. De lector Waarderen Diversiteit bij Fontys schreef er onderstaande opinie over.</strong></p><p>Afgelopen week verscheen het eindrapport van het vijfjarige evaluatieonderzoek naar passend onderwijs. De kranten stonden er vol mee: verwachtingen die niet zijn waargemaakt, verhalen van leerlingen die nog steeds niet naar regulier onderwijs gaan. Het was geen nieuws, want eerder verschenen er tussenrapporten. Daarnaast is passend onderwijs vaak besproken met verhalen van ouders, leerlingen en leraren voor wie het niet werkte en in relatie met de toenemende werkdruk en het lerarentekort.</p><p>Het blijkt lastig om effecten te bepalen, omdat definities en normen ontbreken. Er zijn grote verschillen tussen scholen en samenwerkingsverbanden. Duidelijk <img alt="Linda van den Bergh - foto: Bas Gijselhart" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/00-fo-055795.jpg?x=1591106267076" style="width: 500px; height: 750px; float: right; margin: 5px;" />is dat de maatregelen weinig impact hebben op het werk in de klas en dat leraren zich meer belast voelen. Dit terwijl vanaf het begin de belofte was dat passend onderwijs juist de werkvloer moest bereiken.<br /><br />Terecht werd hiermee erkend dat goed onderwijs staat of valt met de leraar voor de klas. Hier moet snel meer werk van gemaakt worden! Dit vraagt om een heldere visie op afstemmen op diversiteit, een daarbij passend professionaliseringsbeleid met veel aandacht voor de houding en opvattingen van de leraar.</p><p><strong>Visie op afstemmen diversiteit</strong><br />Uit onderzoek naar afstemmen op diversiteit blijkt dat een heldere visie voorwaardelijk is. Verschillende vormen van differentiatie hebben verschillende effecten op verschillende groepen leerlingen. Wanneer leraren weten waar ze als team naar streven, kunnen zij hierop hun aanpak baseren.<br /><br />Dit blijkt echter niet vanzelfsprekend. Er zijn nagenoeg geen systematische verbanden tussen kenmerken van individuele leraren, ondersteuners, en scholen. Afstemming van onderwijs lijkt vooral een individuele aangelegenheid. Dit terwijl we weten dat het juist krachtig is wanneer een team het gevoel heeft dat zij samen het verschil kunnen maken voor iedere leerling.<br /><br /><em>Collective efficacy</em> heeft zelfs meer effect op de leerprestaties, dan de sociaal economische achtergrond van de leerlingen. Leiders in het onderwijs: ontwikkel dus samen met je team een duidelijke en concrete visie op het afstemmen op diversiteit!</p><p><strong>Voortgezette professionalisering</strong><br />Een doel was dat leraren voldoende toegerust en ondersteund zouden zijn om passend onderwijs te geven. Zij kregen meer professionele ruimte om invulling te geven aan het onderwijs. Uit de eindevaluatie blijkt dat er nauwelijks extra is ingezet op professionalisering. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van schoolbesturen, die het vaak over laten aan de scholen.<br /><br />Leraren vinden zichzelf gemiddeld bekwaam genoeg. Wel geven ze aan dat ze de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, minder goed kunnen helpen dan voorheen. Leraren vragen hiervoor om betere voorwaarden, zoals kleinere klassen en meer handen in de klas, waarvoor onvoldoende budget wordt vrijgemaakt.<br /><br />Tegelijkertijd wordt gezien dat leraren instrumenten, bedoeld voor focus in professionaliseringsdoelen nog niet altijd kennen, zoals het schoolondersteuningsprofiel. Ook professionele ruimte wordt onvoldoende benut. Veel leraren kennen het professioneel statuut niet, waarin hun zeggenschap en de wijze van professionaliseren is geregeld. Juist hier kunnen leraren hun invloed uitoefenen.</p><p>Een <img alt="Leraren zouden meer moeten professionaliseren." src="https://content.presspage.com/uploads/1980/school.jpg?x=1591106142931" style="width: 500px; height: 297px; margin: 5px; float: left;" />vierjarige bacheloropleiding is niet meer voldoende. Leraren zullen zich continu moeten blijven ontwikkelen. Hiervoor is het samen leren met collega&rsquo;s heel geschikt, vooral met een sterke praktijkgerichtheid, vanuit een actieve, onderzoekende houding, gekoppeld aan de visie en met eigenaarschap bij de leraar.<br /><br />In onze onderzoeksprojecten zien we steeds dat leraren met name inhoudelijke gesprekken met collega&rsquo;s waarin zij de waarden van waaruit ze lesgeven en de manier waarop zij die concreet vormgeven zo waarderen. Deze gesprekken zouden duurzaam ingebed moeten zijn in de overlegstructuur, niet gekoppeld aan tijdelijke projecten.</p><p>Ook een professionele masteropleiding, zoals de master Educational Needs (EN), Leren & Innoveren of Pedagogiek, is een goede manier van professionalisering. In de master EN zijn denken in mogelijkheden, inclusie, systeemdenken en samenwerken binnen en buiten de eigen organisatie centrale thema&rsquo;s. Stuk voor stuk inhouden die eigenlijk voorwaardelijk zijn voor het bieden van passend onderwijs. Masteropgeleiden kunnen vervolgens een voortrekkersrol spelen in teamprofessionalisering.</p><p><strong>Houding en opvattingen</strong><br />Leraren geven aan dat zij minder bereid zijn geworden om leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften te ondersteunen. Leraren voelen zich overbelast en zitten &lsquo;aan de grens&rsquo;. Het aantal leerlingen met ondersteuningsbehoeften is niet toegenomen, maar de aard van hun problematiek lijkt wel zwaarder geworden.<br /><br />Het labelen van leerlingen gebeurt meer in plaats van minder, ondanks het risico op stigmatisering. Iedereen heeft wel gehoord van self-fulfilling prophecies. Als een leraar denkt dat een leerling &lsquo;moeilijk&rsquo; is of &lsquo;toch niet goed kan leren&rsquo;, dan is de kans groot dat dat ook gaat kloppen. Negatieve opvattingen over het willen of kunnen ondersteunen van leerlingen worden onbewust gecommuniceerd aan de leerlingen en hun ouders.<br /><br />Leraren moeten juist weer de ruimte voelen en krijgen om er te zijn voor iedere leerling. Het scheppen van betere voorwaarden is hiervoor natuurlijk belangrijk. En daarnaast, zoals gezegd, het werken in een team met een duidelijk visie, vanuit het denken in mogelijkheden en het streven naar inclusie, waarbij professionele ruimte gevoeld en genomen wordt.</p><p><em>L</em><em>inda van den Bergh, lector Waarderen van Diversiteit bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg</em></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie]]></category>
            <pubDate>Tue, 02 Jun 2020 16:28:30 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_00-fo-055868.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_00-fo-055868.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/00-fo-055868.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[00-FO-055868]]></pp:imageTitle></item></channel>
                    </rss>