<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:pp="http://www.presspage.com/rss/"
     version="2.0"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
                <channel>
                    <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                    <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                    <description></description>
                    <language>nl</language>
                    <lastBuildDate>Mon, 07 Sep 2026 23:52:49 +0200</lastBuildDate>
                    <pubDate>Wed, 15 Jul 2026 15:46:20 +0200</pubDate>
                    <image>
                        <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                        <url>https://content.presspage.com/clients/150_1980.jpg</url>
                        <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                        <width>144</width>
                    </image><item>
                        <title>FieldLab West: groot succes met &#039;weinig ondersteuning&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fieldlab-west-groot-succes-met-weinig-ondersteuning/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fieldlab-west-groot-succes-met-weinig-ondersteuning/</guid><pp:caseid>762591</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>FieldLab West, een in Tilburg gevestigde hybride leeromgeving van Fontys, heeft in de afgelopen jaren veel succesvolle resultaten opgeleverd. Na de zomer wordt het project uitgebreid naar Tilburg-Noord en hoewel dat veel kansen oplevert, zorgt het ook voor extra beren op de weg. “We krijgen niet het geld en de ondersteuning die we nodig zouden hebben.”</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">FieldLab West is bedoeld voor de wijk Tilburg-West en werd bijna vijf jaar geleden opgezet door Fontyscoach en -docent Michelle de Bruijn. Ze werkt voor het project nauw samen met Stefan van Teeffelen van Avans. De twee hebben in de afgelopen jaren samen een hybride leeromgeving opgebouwd waar multidisciplinair wordt samengewerkt met organisaties, studenten en bewoners, en waarbij initiatieven in de wijk Tilburg-West worden versterkt en verbonden.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/c03a48c8-45af-49b1-862f-4a14accddd8a/500_schermshyafbeelding2026-07-08om11.24.48.png?x=1783508329055" alt="Michelle de Bruijn" width="200">Uitdagingen</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">“Tilburg-West wordt beschouwd als een kwetsbaar gebied qua veiligheid, sociaal welzijn en fysieke omgeving”, legt De Bruijn uit, werkzaam bij Fontys Economie en Communicatie in Tilburg. “De wijk valt onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid; er zijn veel sociaal-economische uitdagingen en er is veel aandacht voor criminaliteit, bestaanszekerheid, ontmoetingsplekken en veiligheid in de wijk. Er gaat veel geld naartoe, maar daardoor zien mensen soms door de bomen het bos niet meer.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Daar komt nog eens bij dat er in de komende jaren 10.000 woningen in Tilburg-West gebouwd moeten worden, dat de Westermarkt op de schop gaat en dat er een Kenniskwartier komt. “Dat alles zorgt voor uitdagingen, maar ook voor kansen. En die pakken wij met FieldLab West graag aan”, aldus De Bruijn.&nbsp;</span></p><p>Dat doen ze door studenten en onderzoekers van verschillende instituten van Fontys en Avans samen te brengen en hen, afgestemd op wat er nodig is in de samenleving, gezamenlijk te laten werken aan onderzoek en onderwijs met maatschappelijke waarde.</p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Dat gebeurt op een multidisciplinaire manier. Je hebt bijvoorbeeld juridische studenten die spreekuren houden voor bewoners, maar ook een Social Work-student die de podcast Ons West maakte, die nu voortgezet wordt door een onderzoeker vanuit een lectoraat. Verder zijn er ook studenten van bijvoorbeeld HRM, ICT, Toegepaste Psychologie, Integrale Veiligheid en Communicatie bij betrokken. &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:174/auto;width:174px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/0f8c4fd6-beb4-4500-8525-f3423f1ec5c4/500_b8cfdd52-9b20-4d27-ab14-d2df0fcf660c.jpeg?x=1783508401991" alt="Abdellah" width="174" height="auto">Tilburg-Noord</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De resultaten van de projecten zijn dusdanig succesvol dat FieldLab West na de zomer wordt uitgebreid naar Tilburg-Noord. Daarvoor is de pas afgestudeerde Communicatie-student Dahabo Abdullahi aangenomen; zij gaat de boel daar leiden samen met Abdellah Aknin (afgestudeerd in Social Work). Maar hoewel FieldLab een project is dat ontstaan is vanuit Fontys en Avans, wordt Abdullahi&nbsp;niet door een van die twee instellingen betaald. Want extra geld beschikbaar stellen voor hybride leeromgevingen? Dat gebeurt veel te weinig, zeggen De Bruijn en haar collega Van Teeffelen. &nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/cb12e128-c296-49e2-81df-cc9bd4e92a2f/500_photo-2026-07-08-10-44-21.jpg?x=1783508411871" alt="Abdullahi (rechts)" width="200">Abdullahi&nbsp;wordt via een ingewikkelde constructie betaald door de rijkspot van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Hetzelfde geldt eigenlijk voor De Bruijn: ook bij haar is sprake van een ingewikkelde constructie. Fontys geeft haar voor het project FieldLab twaalf uur per week aan beschikbaarheid, maar betaalt er daar slechts vier van. De andere uren komen uit andere potjes van onder meer Regio Deal Midden-Brabant. Maar die Regio Deal loopt volgend jaar af en De Bruijn heeft geen idee waar haar geld daarna vandaan gaat komen.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Geen paraplu</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Dat is een zorg voor later, want het financiële plaatje is niet het enige probleem. Ook op andere gebieden schuurt het, geven De Bruijn en Van Teeffelen toe. “Vanuit Fontys en Avans zit er niemand bovenop die zegt wat we moeten doen”, klinkt het. “Iedereen vindt het fantastisch wat we doen, er is applaus voor, maar tegelijkertijd wil niemand ons in hun koker hebben. Er zit nergens borging, geen paraplu. Als wij wegvallen, neemt niemand het van ons over. Formeel gezien weet niemand wat we hier precies aan het doen zijn.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a7c574ad-e09d-40a9-a48c-db5c0c3753da/500_schermshyafbeelding2026-07-08om11.24.38.png?x=1783508422414" alt="Stefan van Teeffelen" width="200">"Fontys wil dat er interdisciplinair gewerkt wordt; dat doel staat uitgebreid omschreven in de visie. En dat doen we bij FieldLab ook. We maken op heel veel verschillende snijvlakken impact, maar op de een of andere manier slagen Fontys en Avans er niet in om dit een plek te geven binnen de organisatie.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Wat dan wel zou helpen? Structurele ondersteuning bij het aanvragen van subsidies en een centraal potje voor multidisciplinaire projecten zoals FieldLab West. "Ik weet dat die ambitie er al heel lang ligt, maar de ruimte en het geld zijn er simpelweg niet. En we zijn helaas niet de enige hybride leeromgeving die hiermee kampt.” &nbsp;</span></p><h5 style="margin-left:0px;"><i><span style="margin:0px;padding:0px;">Foto bovenin: opnames van de podcast Ons West</span></i></h5>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Tilburg,Onderzoek,Onderzoek Maatschappij,Luiken]]></category>
            <pubDate>Wed, 08 Jul 2026 13:44:38 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ca089b7b-8add-4550-814e-23aecc72e972/500_922f0619-9528-4637-ba82-440d8e9f4b9d.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ca089b7b-8add-4550-814e-23aecc72e972/500_922f0619-9528-4637-ba82-440d8e9f4b9d.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ca089b7b-8add-4550-814e-23aecc72e972/922f0619-9528-4637-ba82-440d8e9f4b9d.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Podcast Ons West]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Hittegolf op komst: onderzoekers pleiten voor meer groen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hittegolf-op-komst-bezorgde-lectoren-pleiten-voor-meer-groen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hittegolf-op-komst-bezorgde-lectoren-pleiten-voor-meer-groen/</guid><pp:caseid>758387</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Sinds 1901 hebben we 39 hittegolven gehad, de aangekondigde hittegolf van de komende dagen nog niet meegerekend. Daarvan waren er 23 in de hele twintigste eeuw, de overige 16 kwamen na 2000. Het aantal hittegolven neemt dus flink toe, en lector Cees-Jan Pen en senior onderzoekster Cindy Ras maken zich zorgen. Samen pleiten ze voor meer groen.</strong></p><p>Een logisch gevolg van een hittegolf is hittestress, de term die gebruikt wordt voor lichamelijke en mentale klachten die ontstaan wanneer het lichaam de warmte niet meer goed kan afvoeren bij hoge temperaturen. Volgens het RIVM leidt hittestress momenteel tot 250 sterfgevallen per jaar. In 2050 kan dat oplopen tot 3.800 sterfgevallen per jaar.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:240/auto;width:240px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_cees-janpen2.jpg?x=1781768644857" alt="Cees-Jan Pen" width="240" height="auto">Cees-Jan Pen, lector bij het lectoraat Duurzame stedelijke transformatie, vindt dat cijfer nog meevallen. Want hittestress wordt volgens hem alleen maar erger. Er moet aan de alarmbel worden getrokken. Actie ondernomen worden. Het liefst zo snel mogelijk en met zoveel mogelijk groen. Want vergroening kan, zeker in steden, zorgen voor meer verkoeling.</p><p>Dat is ook waarom een coalitie van maatschappelijke partijen deze week een manifest heeft gepresenteerd aan het kabinet waarbij ze pleiten voor een ‘groennorm’ in buurten. Het is namelijk zo dat hoe meer bomen en struiken er in een wijk staan, hoe meer temperatuurverschil er is. “Er zijn steeds meer voorbeelden van steden met groen, zoals Parijs. Het is geen discussie dat meer groen het verschil kan maken en hittestress enorm kan verminderen", aldus Pen.</p><p><strong>Bedrijventerreinen</strong><br>Voor zijn lectoraat houdt Pen zich vooral bezig met hittestress op bedrijventerreinen. Plekken waar miljoenen mensen werken, en waar het qua temperatuur tijdens een hittegolf op kan lopen tot wel 50 graden. “Dat heeft als gevolg dat je niet naar buiten kan. Het ziekteverzuim onder medewerkers neemt toe, maar ook aan gebouwen en machines kan veel schade ontstaan.”</p><p>De Fontys-campussen bevinden zich niet op dat soort bedrijventerreinen, maar toch kan het ook bij Fontys nog een stuk beter, vindt de lector. Ja er is verbetering en ja er is groen, maar is er wel voldoende? “Wat mij op de campus in Eindhoven opvalt, is dat je heel vaak in de zon staat. Daar zou je met bomen of andere manieren iets voor kunnen verzinnen. Rijdende bomen bijvoorbeeld, of tenten zoals in de kuil; die kun je op veel meer plekken spannen in de zomer. Wees eens creatief, laat studenten meedenken. We zetten echt wel wat stapjes, maar die mogen nog vele malen groter.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:233/auto;width:233px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_rascindyc..jpg?x=1781768665063" alt="Cindy Ras" width="233" height="auto">Collega-onderzoeker Cindy Ras deelt die mening. Ook zij zegt dat we actie moeten ondernemen om hittestress tegen te gaan. “Het is echt heel belangrijk dat wij dat doen, want de natuur zelf kan dat niet. Die heeft geen stem. En wij gaan maar door. Als we nu niks doen, dan is het in de stad straks niet meer vol te houden.”&nbsp;</p><p>Om zichzelf maakt Ras zich niet zoveel zorgen, maar om de toekomstige generaties doet ze dat wel. We leven van hittegolf naar hittegolf, zegt ze. En toch zijn er nog steeds mensen die ontkennen dat er sprake is van klimaatverandering. “We hebben steeds vaker te maken met extreem weer; dat zegt iets over de toestand van de aarde. Ik vind het echt heel erg dat onze toekomstige generaties opgescheept zitten met de ellende die de generaties daarvoor hebben veroorzaakt.”&nbsp;</p><p><strong>Steentje bijdragen</strong><br>Zelf probeert Ras haar steentje bij te dragen door alles te doen wat voor haar mogelijk is, onder meer door het doen van verschillende onderzoeken over dit soort onderwerpen. Fontys draagt daar ook aan bij, onder meer met het Centre of Expertise Health via het thema ‘gezonde leefomgeving’. Maar Ras wil ook anderen oproepen om bij te dragen aan een beter klimaat. “Alle beetjes helpen”, zegt ze. “Kijk bijvoorbeeld naar het tegelwippen, waarbij je een aantal tegels uit je tuin verwijdert om ze te vervangen voor groen. Als iedereen dat nou zou doen, creëren we samen iets heel moois.”&nbsp;</p><p>Ook is ze blij met de 3-30-300 regel, een wetenschappelijk onderbouwde richtlijn van expert Cecil Konijnendijk, waarbij er sprake is van drie uitgangspunten. Vanuit elk huis, kantoor of schoolgebouw moet je minstens drie grote bomen zien. In elke buurt is minimaal 30 procent van het grondoppervlak bedekt met boomkronen. En iedereen moet binnen 300 meter wandelafstand toegang hebben tot openbaar groen, zoals een bos of park. “Nogmaals: de natuur roept niet, dus we zullen het samen moeten doen.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Maatschappij,Onderzoek Algemeen,Campus,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 10:14:08 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/cf64bcbb-435d-4bc4-841e-6ed6990a2368/500_img-2776.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/cf64bcbb-435d-4bc4-841e-6ed6990a2368/500_img-2776.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/cf64bcbb-435d-4bc4-841e-6ed6990a2368/img-2776.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[IMG_2776]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Campus Rachelsmolen start studiejaar 2024-2025]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Hoe kunst en cultuur invloed hebben op ons welzijn</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hoe-kunst-en-cultuur-invloed-hebben-op-ons-welzijn/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hoe-kunst-en-cultuur-invloed-hebben-op-ons-welzijn/</guid><pp:caseid>758296</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Wie denkt aan kunst en cultuur denkt wellicht direct aan musea, films en concertzalen. Volgens lector Falk Hübner en docent en onderzoeker Mark van Bergen is het veel meer dan dat, en kun je zelfs spreken over een ‘verrijking van het leven’. Hoe kunst en cultuur het verschil maken en invloed hebben op ons welzijn? Dat stond dinsdagavond centraal tijdens een nieuw openbaar college.</strong></span></p><p><span>Hoe zou het zijn als de dokter geen pillen, maar een ticket voor een concert of voorstelling voor zou schrijven als medicijn? Wandelen en hardlopen is goed voor je, maar wat als hetzelfde gebeurt wanneer je gaat genieten van kunst en cultuur? Het klinkt wellicht als een utopie, maar Falk Hübner en Mark van Bergen denken dat het kan.</span></p><p><span>Sterker nog, kunst en cultuur maken al verschil in onze samenleving als je het aan de twee experts vraagt. Want, zo stelt docent en onderzoeker Mark van Bergen, als mensen kunnen kiezen tussen werk of vrije tijd, kiest het overgrote deel voor de tweede optie. “Vroeger was veel geld verdienen en meer bouwen de grote drijfveer van onze samenleving, maar nu zijn we tot de conclusie gekomen dat we beter moeten zorgen. Voor onszelf, de samenleving en de planeet.”</span></p><p><span><strong>Belangrijkere rol</strong></span><br><span>Welzijn is daarin belangrijk. Op fysiek, sociaal, spiritueel, duurzaam, financieel, emotioneel en intellectueel vlak. “De mens komt steeds meer tot de conclusie dat kunst en cultuur daar een belangrijkere rol in heeft. Denk bijvoorbeeld aan muziek als stress- en pijnverlager. Aan kunst aan de muur in de wachtkamer, of het zingen van liedjes met mensen met dementie.”</span></p><p><span>Onderzoek bewijst dat die implementaties de kwaliteit van leven en het geluksgevoel verhogen. “Niet alleen op medisch vlak, maar ook daarbuiten. Alleen al van kunst en cultuur genieten is goed voor je en gaat het verouderingsproces tegen”, licht Van Bergen toe.</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:299/auto;width:299px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/11f4d936-cff3-4b24-a96d-07559fcc9fc9/800_falkhuumlbner.jpeg?x=1781683627958" alt="Falk Hübner" width="299" height="auto">Integreren</strong></span><br><span>Daarom presenteren zowel Falk Hübner als Mark van Bergen hun bevindingen als het gaat om het integreren van kunst en cultuur in de samenleving. Te beginnen met Hübner, lector Artistic Connective Practices. Hij onderzocht hoe kunstenaars direct met patiënten en verpleegkundigen samen kunnen werken om wederkerigheid te bewerkstelligen. “We willen kunst niet alleen iets voor de zorg laten doen, maar de zorg er ook voor de kunst laten zijn.”</span></p><p><span>Want, zo duidt de lector, kunst laat ons op een andere manier naar de wereld kijken. “In ons lectoraat werken kunstenaars dan ook niet voor een patiënt, bewoner of instelling, maar altijd mét. Daarin staat het artistieke proces en werk centraal, om zo ervaringen te verbeelden in artistieke media. Het gaat daarbij niet letterlijk om helpen, helen of beter maken, maar om het verkennen van elkaars werelden om zo tot een verdieping en meerwaarde van beiden te komen.”</span></p><p><br><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:246/auto;width:246px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/39789010-9206-40be-b335-315927d03e53/800_markvanbergen.jpeg?x=1781683653274" alt="Mark van Bergen" width="246" height="auto"><span><strong>Geboren met muziek</strong></span><br><span>Mark van Bergen focust zich in zijn onderzoeksgebied juist op dancemuziek. Niet gek wellicht, want muziek komt in alle onderzoeken over kunst en welzijn en kunst en zorg terug. Maar hoe komt het dat muziek ons zo raakt? “Muziek heeft de unieke eigenschap om direct de ziel in te gaan. De interpretatie komt vaak pas achteraf, omdat het meteen de hersenpan in gaat en iets met je doet. Daarom kan het ook zoveel losmaken”, steekt de docent en onderzoeker af.</span></p><p><span>Volgens Van Bergen leeft muziek in de mens, al voordat we geboren worden. Een geluidsfragment van wat een embryo hoort in de baarmoeder lijkt daarbij verdacht veel op elektronische muziek. “Omdat dat geluid overeenkomt met de meest gangbare BPM (Beats Per Minute, red.) van elektronische muziek. Dus muziek leeft al in ons als we ter wereld komen.”</span></p><p><span><strong>Drugs en positieve bijwerkingen</strong></span><br><span>Hoewel de docent genoeg voorbeelden aandraagt van wat muziek kan betekenen voor de mens, is er volgens hem ook een enorme kloof. Die bestaat vooral tussen het omarmen van de dancecultuur en de negatieve toon die gezet wordt door verschillende media. Want ook al is de dancewereld een miljoenenbusiness waar veel mensen plezier uit halen, hoor je de media daar bijna nooit over.</span></p><p><span>Waar het dan wel over gaat? “Drugs, drugssmokkel of dieren in het safaripark die gek worden van het gebeuk van dancefestival Awakenings dat vlakbij plaatsvindt”. Daarom onderzoekt Van Bergen in zijn promotieonderzoek hoe de relatie tussen mens, dance en welzijn nu echt zit. En wat blijkt? Er zijn meer positieve dan negatieve neveneffecten.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:394/auto;width:394px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b4396bea-420d-4931-8560-e75d96e50ea1/800_openbaarcollege.jpeg?x=1781683664160" alt="Openbaar college" width="394" height="auto">De meeste positieve daarvan vinden plaats op het gebied van betekenis en zingeving. “Dan kom je bij de diepere lagen, zoals spiritualiteit, identiteitsvorming, gedeelde waarden, sociale verbinding, empathie en intimiteit.”</span></p><p><span><strong>‘Laat kunst de wereld ontregelen’</strong></span><br><span>Ook onderzocht de docent-onderzoeker wanneer het ervaren van welzijn begint bij dance-evenementen. “Dat is veel eerder dan op de dag zelf. En gebeurt al in chatgroepen en communities, en door eigen voorpret. En ja, ook drugs is een factor in de dancewereld als het gaat om welzijn. Maar als je dat holistisch bekijkt, is dat maar een marginale bijwerking in de totale beleving. Ook dat tonen veel onderzoeken aan, maar daar hoor je de media niet over.”&nbsp;</span></p><p><span>Nu weegt Van Bergen alle gevonden aspecten tegen elkaar af om een eerlijk beeld te krijgen. En de eerste hypothesen liegen er niet om: er is een positief verband tussen dance-events en welzijn.</span></p><p><span>Dat is wellicht ook de kern van de avond, waarin tal van voorbeelden laten zien hoe kunst en cultuur bijdragen aan welzijn. Moet alle kunst daar in de toekomst dan ook om draaien? Nee, vinden beiden. “Maar kunst en cultuur hebben wel altijd een plek gehad in de samenleving”, aldus Hübner. Van Bergen: “Laat kunst vooral vrij zijn en de wereld ontregelen. Want anders kijken naar de wereld, is al heel veel waard.”</span></p><h5>Foto bovenin: Falk Hübner (l) en Mark van Bergen tijdens het openbaar college</h5>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHK,FAA,minor,Onderzoek,Lectoren,Lectoraten,Tilburg]]></category>
            <pubDate>Wed, 17 Jun 2026 10:39:48 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b2fea7a3-7841-4504-8efa-4934f034e208/500_falkhuumlbnerenmarkvanbergen.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b2fea7a3-7841-4504-8efa-4934f034e208/500_falkhuumlbnerenmarkvanbergen.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b2fea7a3-7841-4504-8efa-4934f034e208/falkhuumlbnerenmarkvanbergen.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Falk H&amp;uuml;bner en Mark van Bergen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys kiest voor minder lectoraten, maar meer impact</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-kiest-voor-minder-lectoraten-maar-meer-impact/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-kiest-voor-minder-lectoraten-maar-meer-impact/</guid><pp:caseid>758064</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Fontys schrapt, fuseert en herijkt 9 van de huidige 47</strong><span><strong> </strong></span><strong>lectoraten. De hogeschool wil het praktijkgericht onderzoek beter laten aansluiten op onderwijs, werkveld en maatschappelijke opgaven. Volgens bestuurder Arian Steenbruggen heeft het besluit geen directe personele gevolgen, al erkent zij dat het impact heeft op de betrokkenen.</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:303px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_arianliggend.jpg?x=1781587739094" alt="Arian Steenbruggen" width="303" />Het besluit, dat is gebaseerd op een advies van de leading lectoren, werd vorige week officieel genomen en bouwt voort op het <a href="https://bron.fontys.nl/lectoratenplan-brengt-focus-en-massa-in-onderzoek/">lectoratenplan</a> dat Fontys ruim twee jaar geleden presenteerde. Dat plan was nodig om beter te kunnen sturen op inhoud, samenhang en uitvoering van lectoraten. Nu spreekt bestuurder Arian Steenbruggen van een ‘herijking’ van het onderzoeksportfolio. </p><p>“Hiermee kiest Fontys voor meer focus, sterkere verbinding met de Centres of Expertise en betere aansluiting op maatschappelijke opgaven. Activiteiten worden gebundeld en lectoraten versterkt, zodat zij meer impact en innovatiekracht realiseren.”</p><p>De veranderingen hebben betrekking op 9 van de 47 lectoraten. Ethisch werken (Fontys HRM&TP) en Designing the Future (Fontys Economie Tilburg) gaan stoppen. <span>Business Services Innovation en Cross Border Business Development (Fontys International Business School) in Venlo worden samengevoegd. </span></p><p><strong>De wereld verandert</strong><br /><span>Twee lectoraten die worden voortgezet, ontvangen vanaf volgend jaar niet langer de volledige Fontys-basisfinanciering, omdat zij deels uit andere bronnen worden bekostigd: Distributed Sensor Systems (Fontys Technology) en het gezamenlijke lectoraat Onderwijs in verbinding (Fontys Educatie en Hogeschool Zuyd). Fontys financiert dan 38 lectoraten volledig. </span></p><p>Over de voortzetting van drie andere lectoraten – Continue professionele ontwikkeling van verpleegkundigen, Integratief opleiden en boundary crossing en Wendbare onderwijsprofessionals – is eerder al besloten om deze niet te verlengen.</p><p>“De wereld om ons heen verandert voortdurend. Daar moeten wij met ons onderzoek op inspelen”, aldus Steenbruggen. “Dit betekent dat we onze lectoraten moeten beoordelen op hun onderzoeksresultaten, <span>verbinding met ons onderwijs,</span> impact en inverdienvermogen (de mate waarin lectoraten externe middelen en subsidies binnenhalen voor hun onderzoek, red.).”</p><p><strong>Emoties</strong><br />De lectoraten Ethisch Werken en Designing the Future ontvangen in 2027 nog de helft van de middelen, waarna ze op 1 januari 2028 worden opgeheven. Dat wil volgens Steenbruggen niet zeggen dat de inhoudelijke thematiek niet belangrijk is. <span>“Dit zijn brede onderwerpen die ook bij andere lectoraten in het portfolio zitten, en die daar hun weg weer kunnen vinden.” </span></p><p>De bestuurder benadrukt dat er geen directe personele consequenties zijn. Wel erkent ze dat het besluit om met deze onderzoeksgroepen te stoppen impact heeft op de betrokkenen. “We snappen dat het emoties met zich meebrengt. Daarom willen we de tijd nemen om hier zorgvuldig mee om te gaan. <span>In de komende periode werken we in overleg aan de nadere uitwerking, met aandacht voor medewerkers, continuïteit en kwaliteit.” </span></p><p>Om hoeveel mensen het gaat kan de bestuurder niet precies zeggen, omdat een lectoraat grotendeels werkt met mensen die een beperkt deel van hun tijd aan onderzoek in het lectoraat besteden.</p><p><strong>Miljoenen</strong><br />Jaarlijks ontvangt Fontys 20,5 miljoen euro <span>uit de eerste geldstroom</span> van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) voor het doen van praktijkgericht onderzoek. Daarnaast halen de lectoraten subsidie op bij onder meer SIA, NWO, de Europese Unie en andere externe partijen. In totaal hebben de onderzoeksgroepen momenteel zo’n 33 miljoen euro te besteden. Fontys streeft naar een budget van 40 miljoen euro op jaarbasis.</p><p>Steenbruggen licht dit toe: “<span>De basisfinanciering voor de lectoraten is gestoeld op alleen de eerste geldstroom, met inverdienen kan een groep doorgroeien en het onderzoeksvolume laten toenemen.” </span>Als je spreekt over miljoenen, lijkt het al gauw over veel geld te gaan. Maar volgens de bestuurder gaat het om beperkte middelen, “vooral als je nagaat hoe groot Fontys is”. </p><p>“We moeten dit geld dus slim inzetten", aldus Steenbruggen. "En daarom is het nodig dat we lectoraten hebben, die genoeg middelen binnenhalen om impact te kunnen maken met hun onderzoek. Uiteindelijk willen we meer onderzoek doen met minder maar meer robuuste lectoraten.” Fontys wil de lectoraten voortaan jaarlijks evalueren. </p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Onderwijs Onderzoek,Bestuur en medezeggenschap,Onderzoek,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Tue, 16 Jun 2026 10:27:22 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2f25b76b-37d9-447e-84eb-e1c0522e2a86/500_fontyscampusrachelsmolenr3r4.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2f25b76b-37d9-447e-84eb-e1c0522e2a86/500_fontyscampusrachelsmolenr3r4.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2f25b76b-37d9-447e-84eb-e1c0522e2a86/fontyscampusrachelsmolenr3r4.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fontys campus Rachelsmolen R3 R4]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Opnieuw uitstel screening onderzoekers in gevoelige vakgebieden</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/opnieuw-uitstel-screening-van-wetenschappers-in-gevoelige-vakgebieden/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/opnieuw-uitstel-screening-van-wetenschappers-in-gevoelige-vakgebieden/</guid><pp:caseid>757812</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="margin:0cm;"><strong>Er komt voorlopig geen screening van onderzoekers en masterstudenten in gevoelige vakgebieden. “We zitten nog aan de tekentafel”, zegt minister Letschert. “Het huidige voorstel was niet haalbaar.”</strong></span></p><p style="text-align:start;">De wetenschap floreert bij internationale samenwerking, maar wat doe je als onderzoekers en studenten uit landen als China en Rusland hier gevoelige kennis komen stelen om de positie van hun regime te versterken?</p><p style="text-align:start;">Sinds een jaar of zes is ‘kennisveiligheid’ een heet hangijzer in het hoger onderwijs, met name aan de universiteiten. Verschillende keren gingen er alarmbellen af, bijvoorbeeld toen de TU Delft onbedoeld het Chinese leger vooruit hielp (zoals universiteitsblad Delta <a href="https://delta.tudelft.nl/article/hoe-de-tu-delft-onbedoeld-het-chinese-leger-een-handje-helpt" target="_blank">liet zien</a>) en toen een mensenrechtencentrum aan de VU Amsterdam door China <a href="https://advalvas.vu.nl/campus-cultuur/kritisch-rapport-leidt-tot-sluiting-mensenrechtencentrum-vu/" target="_blank">gesponsord</a> bleek te worden.</p><p style="text-align:start;">We zijn wat naïef geweest, zei toenmalig minister van Onderwijs Robbert Dijkgraaf (D66) in 2022. Hij kondigde een screening aan van onderzoekers en masterstudenten in ‘gevoelige’ vakgebieden. Het vorige kabinet werkte dit uit: de screening zou ongeveer 40 procent van onderzoekers treffen die een baan krijgen in bèta en techniek. Daar zou de screening van masterstudenten in die vakgebieden bovenop komen.</p><p style="text-align:start;">Er was veel kritiek op de plannen. “Dit wetsvoorstel zorgt voor een onuitvoerbare hoeveelheid screenings en maakt Nederland onaantrekkelijk voor internationaal talent”, vond voorzitter Caspar van den Berg van universiteitenvereniging UNL, “terwijl het onzeker is of de wet daadwerkelijk bijdraagt aan meer veiligheid.”</p><p style="text-align:start;">Minister Rianne Letschert schrijft nu in een <a href="https://open.overheid.nl/details/2d20938f-ee59-44cb-96e2-84bd73a8bf43" target="_blank">brief</a> aan de Tweede Kamer dat die screening er voorlopig niet komt. Want wie moet je precies screenen? Het afbakenen van ‘gevoelige’ vakgebieden blijkt heel moeilijk. Bovendien gebeurt er al van alles om de kennisveiligheid te verbeteren, stelt ze in een <a href="https://open.overheid.nl/details/dbca6b7d-129c-4637-bde1-27127f6bf86e" target="_blank">andere brief.</a></p><p style="text-align:start;"><i><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:238/auto;width:238px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/3b2c496b-50fb-4ff7-98a8-8b5b30f3bc4a/800_rianneletschert.png?x=1781252189966" alt="Rianne Letschert" width="238" height="auto">Blijkt een screening makkelijker gezegd dan gedaan?</strong></i><br><i>“We zitten nog aan de tekentafel. We hebben niet voor niets allerlei partijen naar hun mening over het conceptwetsvoorstel gevraagd. We keken naar de effectiviteit, proportionaliteit en uitvoerbaarheid en moesten concluderen dat het huidige voorstel niet voldoet. Een brede screening is niet haalbaar. Dat heb ik met mijn collega’s in het kabinet besproken en daar was iedereen het mee eens.”</i></p><p style="text-align:start;"><i><strong>U gaat nu aan een beperkte screening werken. Hoe ‘beperkt’ wordt die?</strong></i><br><i>“Dat valt nog niet te zeggen. Ik ga daar samen met mijn collega van Economische Zaken naar kijken. We willen graag een level playing field: de maatregelen voor kennisveiligheid in het innovatieve bedrijfsleven kunnen niet heel anders zijn dan aan de publieke kennisinstellingen. Dat moeten we goed afstemmen.” (Voor het bedrijfsleven komt er geen screening voor de kennisveiligheid, heeft het kabinet onlangs besloten; red.)</i></p><p style="text-align:start;"><i><strong>U geeft de onderwijsinstelling complimenten voor de stappen die ze al gezet hebben.</strong></i><br><i>“De bewustwording is sterk toegenomen. Je hoeft niemand meer te overtuigen van het belang van kennisveiligheid. De onderzoeksgemeenschap moest eraan wennen, maar heeft inmiddels grote stappen gezet.”</i></p><p style="text-align:start;"><i><strong>De wetenschap verzette zich nogal fel tegen de screeningswet. Hielp de dreiging van een screening ook bij die bewustwording?</strong></i><br><i>“Ik denk het wel. Het plan voor een screening maakte duidelijk dat ze het onderwerp echt serieus moesten nemen. En de veiligheidsdiensten waarschuwen nog steeds voor de risico’s.”</i></p><p style="text-align:start;"><i><strong>U geeft de instellingen de komende vijf jaar in totaal 80 miljoen euro voor kennisveiligheid. Wat gaan ze ermee doen?</strong></i><br><i>“Ze moeten van alles doen, bijvoorbeeld hun eigen kaders voor kennisveiligheid opstellen, bewustzijnscampagnes voeren, in gesprek gaan met nieuwe medewerkers en ondersteuning bieden.”</i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Onderzoek Algemeen]]></category>
            <pubDate>Fri, 12 Jun 2026 10:17:34 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/df88ecb0-d162-4a3e-8182-a939fdbe05a7/500_shutterstock_2731377937.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/df88ecb0-d162-4a3e-8182-a939fdbe05a7/500_shutterstock_2731377937.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/df88ecb0-d162-4a3e-8182-a939fdbe05a7/shutterstock_2731377937.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[onderzoek lector lectoraat]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nieuw keurmerk neemt social media onder de loep</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nieuw-keurmerk-neemt-social-media-onder-de-loep/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nieuw-keurmerk-neemt-social-media-onder-de-loep/</guid><pp:caseid>757234</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Social media-platforms hebben een grote invloed op het dagelijks leven van jongeren. Maar wie controleert of die platforms veilig en verantwoord functioneren? Fontys-onderzoeker Herm Kisjes vindt dat dat veel te weinig gebeurt, en daarom ontwikkelde hij het Keurmerk Gezonde Social Media (GSM). “Om te toetsen op verslavende algoritmes, privacy en online veiligheid.”</strong></span></p><p><span>Het keurmerk is een initiatief vanuit FitPhone, het onderzoeksproject en preventieprogramma dat Herm Kisjes enkele jaren geleden opzette om gezond smartphonegebruik onder jongvolwassenen te verbeteren. Social media zijn daarbij niet weg te denken, maar gezond zijn ze vaak niet.</span></p><p><span>Daarom ontwikkelde de onderzoeker samen met een team bestaande uit docenten en studenten een keurmerk dat social media-platforms moet stimuleren – of uiteindelijk verplichten – om gezonder en transparanter te werken. Kisjes: “Een auto mag zonder apk ook de weg niet op. En nieuwe medicijnen worden eerst uitgebreid getest voordat ze op de markt verschijnen. Maar voor social media geldt dat niet.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/feaa8586-51e6-4d90-8400-680b6d02644d/500_keurmerkgezondesocialmedia.jpeg?x=1780923271396" alt="Keurmerk Gezonde Social Media" width="200">Geen controle</strong></span><br><span>Dat is vreemd, vindt Kisjes. “Bijna alles wat maatschappelijke impact heeft, wordt vooraf gecontroleerd. Social media-bedrijven kunnen hun product echter gewoon lanceren en aanpassen zonder dat daar vooraf onafhankelijke toetsing tegenover staat.”</span></p><p><a href="https://fitphone.nl/wp-content/uploads/2026/06/GSM-keurmerk-def..pdf" target="_blank"><span>Het keurmerk</span></a><span>, dat maandag gepresenteerd werd tijdens het symposium ‘Welke zorgplicht hebben social media-bedrijven?’, moet daar verandering in brengen. “Dat gebeurt aan de hand van zeven aandachtspunten. Die vormen de basis voor onafhankelijke beoordelingen van social media.”</span></p><p><span><strong>Verschillende werelden</strong></span><br><span>De belangrijkste daarvan is volgens Kisjes: wat offline geldt, geldt ook online. “Dus wat offline niet mag, mag online ook niet. Dat zouden geen verschillende werelden moeten zijn.” Hij doelt daarmee onder andere op misleiding, schadelijke content en advertenties over gokken, vapen en online aankopen die op minderjarigen zijn gericht.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:297/auto;width:297px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/3c313913-aa9d-4acb-b9e2-3eff57d4aee3/800_onlineoffline.jpeg?x=1780923299701" alt="Online = offline" width="297" height="auto">Daarnaast pleit het keurmerk voor periodieke controles door een onafhankelijke toezichthouder, meer transparantie over dataverzameling en een verbod op verslavende algoritmes. “Voldoe je niet aan die voorwaarden, volgt een waarschuwing, flinke boete of tijdelijke schorsing. Nu krijgen bedrijven vaak een boete die slechts gezien wordt als een ‘kostenpost met weinig effect’, want veel grote techbedrijven verdienen miljarden. Dat moet veranderen, en een schorsing is een sanctie waar ze echt last van zullen hebben.”</span></p><p><span><strong>Van Fontys naar Europa</strong></span><br><span>Daarom vertrekt de onderzoeker op 23 juni naar de Tweede Kamer, waar hij het Keurmerk Gezonde Social Media aanbiedt aan de commissie Digitale Zaken, inclusief </span><a href="https://keurmerksocialmedia.petities.nl/"><span>bijbehorende petitie</span></a><span>. “Ons keurmerk is een eerste versie die verder uitgewerkt kan worden door experts, beleidsmakers, juristen én de politiek. We moeten ergens beginnen als het gaat om strengere regels voor social media, en de eerste stap hebben wij alvast gezet.” Of het keurmerk daadwerkelijk onderdeel wordt van de Europese wet- en regelgeving rondom social media, is nog niet duidelijk.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Onderzoek Maatschappij,Onderzoek Gezondheid,Eindhoven,Berg]]></category>
            <pubDate>Mon, 08 Jun 2026 15:55:52 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/77fc387c-5c6a-44e8-8392-26ce143878cd/500_hetteamachterkeurmerkgezondesocialmedia.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/77fc387c-5c6a-44e8-8392-26ce143878cd/500_hetteamachterkeurmerkgezondesocialmedia.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/77fc387c-5c6a-44e8-8392-26ce143878cd/hetteamachterkeurmerkgezondesocialmedia.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Het team achter Keurmerk Gezonde Social Media]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Hoe een omgeving verschil kan maken bij eenzaamheid</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hoe-een-omgeving-verschil-kan-maken-bij-eenzaamheid/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hoe-een-omgeving-verschil-kan-maken-bij-eenzaamheid/</guid><pp:caseid>756588</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>De invulling van een omgeving kan een positieve invloed hebben op het gevoel van eenzaamheid. Drie onderzoekers van Fontys doen daar onderzoek naar en laten met door AI gegenereerde afbeeldingen zien hoe de ideale omgeving er voor eenzame personen uit kan zien. Het resultaat is vanaf nu te zien in een expositie op campus Rachelsmolen.</strong></span></p><p><span>Veel groen, ronde vormen, mediterrane sferen en water. Het zijn stuk voor stuk factoren die op een positieve manier kunnen bijdragen aan het verminderen van eenzaamheid. Dat blijkt uit een onderzoek van Eric Schoenmakers, Pauline van den Berg en Evy de Kort, die samen met de gemeente Eindhoven en verschillende praktijkpartners onderzoek doen naar eenzaamheidsvriendelijke omgevingen.</span></p><p><span>“We onderzoeken in wat voor omgevingen mensen zich fijn voelen als ze eenzaamheid ervaren”, zegt Eric Schoenmakers. “Daarvoor hebben we samengezeten met Eindhovenaren die zich weleens eenzaam voelen. We hebben hun de vraag gesteld wat voor soort omgevingen ze opzoeken als ze eenzaamheid ervaren en stelden aan de hand daarvan prompts op waarmee we afbeeldingen genereerden.”</span></p><p><strong>Bevolkingsgroepen</strong><br><span>Op die afbeeldingen zijn verschillende omgevingen te zien. De één geeft een groen park met een watertje weer, de ander een terrasje in mediterrane sferen en weer een ander beeldt een modern gebouw af. “We hebben voor ons onderzoek ingezoomd op verschillende bevolkingsgroepen. Dat zijn onder andere nieuwkomers, ook wel expats, kwetsbare ouderen en dak- en thuislozen.” </span><i><span>[Tekst gaat verder onder de foto's]</span></i></p><p><span>De wisselende voorkeuren van die groepen zijn samengevoegd in een reeks hierboven getoonde afbeeldingen, die sinds deze maandag een expositie vormt in de hal van gebouw R13. “Er is niet één one size fits all-oplossing”, aldus Schoenmakers. “Mensen hebben verschillende behoeftes, waarbij de een het prettig vindt om naar een plek te gaan waar ze anderen kunnen ontmoeten, terwijl de ander zich misschien liever in de rustige natuur begeeft. Dat is ook te zien in de expositie: de openbare ruimtes op de plaatjes zijn stuk voor stuk verschillend.”</span></p><p><strong>Nationaal</strong><br><span>Toch zijn er veel factoren die vaak terugkomen, zoals - de eerder genoemde - natuurlijke materialen, veel groen, ronde vormen en plekken om te zitten. Van den Berg geeft aan dat die factoren zijn samengevoegd tot ontwerprichtlijnen, die gebruikt kunnen worden bij het ontwerpen van nieuwe of het aanpassen van bestaande openbare ruimtes. De richtlijnen komen bij de gemeente Eindhoven terecht, maar worden daarnaast ook landelijk gedeeld. Misschien zelfs wel internationaal. “De gemeente is bezig met het creëren van een gezonde leefomgeving, waarbij eenzaamheid een belangrijke pijler is. Zij willen hier echt mee aan de slag”, klinkt het.</span></p><p><span>En Fontys, kan die hier ook gebruik van maken? Eenzaamheid komt immers ook veel voor onder jongeren. Ja, zegt Schoenmakers als antwoord op die vraag. Sterker nog: de onderzoekers zouden daar graag een vervolgonderzoek voor doen. “Ik denk dat we hier in Eindhoven al een mooie campus hebben, maar natuurlijk zijn er nog wel aanpassingen mogelijk. We zouden dat met studenten kunnen bespreken.”&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Onderzoek,Eindhoven,Lectoraten,Luiken]]></category>
            <pubDate>Tue, 02 Jun 2026 09:44:19 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4659a80e-80ac-4a7d-a014-c8cd96e9d333/500_img_5063.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4659a80e-80ac-4a7d-a014-c8cd96e9d333/500_img_5063.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4659a80e-80ac-4a7d-a014-c8cd96e9d333/img_5063.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Pauline van den Berg en Eric Schoenmakers]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Verpleegkundigen in beeld brengen: de do&#039;s en dont&#039;s</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-in-beeld-brengen-de-dos-en-donts/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-in-beeld-brengen-de-dos-en-donts/</guid><pp:caseid>746181</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Beeld&nbsp;niet alleen&nbsp;westerse vrouwen&nbsp;af&nbsp;die bij een ziekenhuisbed&nbsp;staan, maar&nbsp;zorg voor&nbsp;een representatieve vertegenwoordiging&nbsp;van gender en culturele achtergrond. Laat zoveel mogelijk sectoren zien en toon binnen die sectoren ook een diversiteit van werkzaamheden. Dat is hoe je het clichématige beeld van verpleegkundigen kunt veranderen, zo blijkt uit onderzoek van&nbsp;Fontys.&nbsp;</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Twee jaar geleden&nbsp;zijn twee lectoraten van&nbsp;Fontys&nbsp;Mens en Gezondheid en&nbsp;Fontys&nbsp;Journalistiek&nbsp;een onderzoek </span><a href="https://bron.fontys.nl/steunkousen-en-vrouwen-cliches-moeten-weg-uit-beelden-zorgsector/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">gestart</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;"> naar clichébeelden uit de zorg, plus daarbij de vraag hoe je verpleegkundigen, verzorgenden IG en verpleegkundig specialisten het beste in beeld kunt brengen.&nbsp;Dat deden ze in samenwerking met&nbsp;ZonMw&nbsp;V&V, een financieringsorganisatie van innovatie en onderzoek in de gezondheidszorg,&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:175/auto;width:175px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/908b14d7-398b-4c4c-956b-4794f2e836ef/500_schermshyafbeelding2023-11-28om12.30.16.png?x=1779192068977" alt="Jessie van Wijk" width="175" height="auto">Voor het&nbsp;onderzoek&nbsp;is&nbsp;ook&nbsp;een&nbsp;eerdere&nbsp;</span><a href="https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12413654/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">studie</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;van docent-onderzoeker Jessie van Wijk gebruikt, gericht op de representatie van verpleegkundigen in de Nederlandse krantenmedia. Telkens kwam hetzelfde beeld terug: “We zien steeds dat verpleegkundigen vaak anoniem en stereotyperend worden afgebeeld”, zegt Van Wijk.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Verschillende rollen</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Een verpleegkundige is op beeld bijna altijd een blonde vrouw aan een bed of achter een medicijnkastje, vaak in het wit gekleed; de typische ziekenhuiskleur. Maar, zegt lector Pieterbas&nbsp;Lalleman van het lectoraat Verpleegkunde door de Tijd, die namens Mens en Gezondheid meedeed aan het onderzoek&nbsp;voor&nbsp;ZonMw: “Het gros van de verpleegkundigen werkt helemaal niet in het ziekenhuis, maar in de wijk of voor de langdurige zorg.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De rollen die een verpleegkundige kan hebben, rijken volgens hem veel verder dan de directe patiëntenzorg. “Bij&nbsp;Fontys&nbsp;proberen we onze verpleegkundigen heel breed op te leiden. En ja:&nbsp;daar hoort patiëntenzorg bij, maar zeker in de laatste decennia is daar ook heel veel ander werk bij gekomen. Ze kunnen bijvoorbeeld ook zij aan zij staan met bestuurders. Dat zien we alleen bijna niet terug in bestaande&nbsp;beeldbanken.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Beeldwijzer met tips</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Het&nbsp;doel&nbsp;van het onderzoek voor&nbsp;ZonMw&nbsp;V&V&nbsp;was het ontwikkelen van&nbsp;een </span><a href="https://www.venvn.nl/beeldwijzer-verpleegkundigen-verzorgenden-ig-en-verpleegkundig-specialisten" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">praktische beeldwijzer</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">,&nbsp;die ervoor moet zorgen dat er meer representatieve beelden gemaakt worden over het werk dat verpleegkundigen doen.&nbsp;Daarin staan vijf tips centraal, te beginnen met: breng zorgprofessionals herkenbaar in beeld. Zorg voor een afspiegeling van de samenleving en breng verschillende sectoren in beeld. Ga dus niet alleen in op ziekenhuispersoneel, maar ook op wijkverpleging, GGZ, gehandicaptenzorg en GGD. Laat binnen die sectoren diversiteit van werkzaamheden zien én maak de handelingen en expertise van verpleegkundigen zichtbaar.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Verder staan er ook nog fotografische aanwijzingen in, zoals: zet zo weinig mogelijk in scène, houd de werkomgeving zoveel mogelijk intact, gebruik zoveel mogelijk natuurlijk licht en wissel af tussen close-ups en totaalshots.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/efe29ad1-498b-4470-a8d0-815909487a87/500_fotopieterbaslallemanvierkant.png?x=1779262772962" alt="Pieterbas Lalleman" width="200"><strong>Rol voor journalist</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De beeldwijzer is bedoeld&nbsp;voor&nbsp;zowel&nbsp;verpleegkundigen als fotojournalisten.&nbsp;Lalleman: “We kunnen wel zeggen dat verpleegkundigen harder hun best moeten doen om uit te leggen wat hun werk is, maar er is hier ook een rol weggelegd voor&nbsp;journalisten. Want die gebruiken de beelden; zij bepalen welke foto’s er bij hun artikelen komen te staan.&nbsp;Dat is toch wel een heel belangrijk punt uit het onderzoek: dat de verantwoordelijkheid grotendeels bij de journalist ligt.” Van Wijk gaat daar met behulp van een verkregen promotiebeurs in de komende jaren meer onderzoek naar doen.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Of het probleem daarna is opgelost? Daar durven&nbsp;Lalleman&nbsp;en Van Wijk geen harde uitspraken over te doen. AI werkt&nbsp;in ieder geval&nbsp;niet bepaald mee,&nbsp;vinden ze allebei. “Want als jij&nbsp;AI vraagt om een AI-gegenereerd beeld van een verpleegkundige, dan krijg je nog steeds het stereotype beeld dat we juist níét willen zien.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><i><span style="margin:0px;padding:0px;">Behalve Lalleman en Van Wijk werkten ook </span><span style="text-align:left;">Daniëlle Arets, Michiel Bles en Karlijn ten Cate van Fontys Journalistiek mee aan het onderzoek.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij,FHJ,FHMG,PRO Gezondheid,PRO Gezondheidszorg,Journalistiek,Luiken]]></category>
            <pubDate>Wed, 20 May 2026 10:25:32 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/500_shutterstock_2747679221.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/500_shutterstock_2747679221.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/shutterstock_2747679221.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[zorg ziekenhuis verpleegkundige]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Student Eser werkt mee aan IVF-laboratorium in de ruimte</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/student-eser-werkt-mee-aan-ivf-laboratorium-in-de-ruimte/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/student-eser-werkt-mee-aan-ivf-laboratorium-in-de-ruimte/</guid><pp:caseid>744538</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Een IVF-laboratorium in de ruimte, dat is het doel van SpaceBorn United en het Eindhovense studententeam Aster in Space. Fontysstudent Eser Sazli werkt mee aan dit unieke project.</strong></span></p><p><span>Eser is een 23-jarige student Mechatronics die naast zijn opleiding parttime bij het Eindhovense biomedische start-upbedrijf SpaceBorn United (SBU) werkt. Hij is ook vrijwilliger bij het studententeam Aster in Space van de Technische Universiteit Eindhoven. Het team werkte al samen met SBU, maar dankzij Sazli gaan de partijen nu ook samen aan de slag om over minimaal tweeënhalf jaar een satelliet met een mini-IVF-laboratorium de ruimte in te sturen.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e28208d8-bee8-40c2-bceb-f421e9d7b641/500_eser.jpg?x=1778490164418" alt="Eser Sazli" width="200">Dat is volgens Sazli uniek. Ze gaan proberen de eerste bevruchting van zoogdieren met een IVF-opstelling in de ruimte uit te voeren en hiermee uiteindelijk ook IVF op aarde succesvoller te maken.</span></p><p><span><strong>Samenwerking</strong></span><br><span>Aster in Space werd vier jaar geleden opgericht door studenten om de ruimtevaartindustrie toegankelijker te maken voor studenten uit de regio Eindhoven. Dankzij de samenwerking met SBU kunnen zij en de TU/e hun apparatuur daadwerkelijk in de ruimte testen. Tegelijkertijd profiteert SBU van de samenwerking binnen hun visie op zelfvoorzienende menselijke nederzettingen op de maan en om IVF op aarde succesvoller te maken.</span></p><p><span>SBU levert het laboratorium en Aster in Space ontwikkelt subsystemen, zoals de ‘On-Board Computer’, het ‘Electrical Power System’ en het ‘Structural and Thermal Management System’. “In eerste instantie was het doel van SBU alleen om apparatuur te testen, maar uiteindelijk zagen zij dat er meer potentie in zat. Nu wordt het een orbitale missie in plaats van een suborbitale missie”, vertelt Sazli.</span></p><p><span>Het is dus de bedoeling dat er daadwerkelijk een satelliet in een baan rond de aarde wordt gebracht om daar een poging te doen tot de eerste bevruchting van zoogdieren met een IVF-opstelling in de ruimte. “Het is een complex en ingewikkeld doel, maar ik heb er echt vertrouwen in. Het zal ongetwijfeld lastig worden, maar dat is juist waarom we het doen. Als het makkelijk was, zou het ook niet interessant zijn.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:586/auto;width:586px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f3eee319-1f64-4085-8619-c4a7a6fb7029/1920_labwerk.jpg?x=1778490434291" alt="Een student bezig met onderzoek voor het baanbrekende project" width="586" height="auto">Toekomst van Aster</strong></span><br><span>Daarnaast vertelt Sazli dat Aster opnieuw gestructureerd gaat worden. Er is een voorstel aangenomen om minder langdurige grote missies uit te voeren en meer korte missies te doen.&nbsp;</span></p><p><span>“We voeren nog steeds langetermijnmissies uit, maar mijn voorstel was om eerst kortere missies te doen om zo ervaring én financiering op te bouwen voor de grotere, complexere langetermijnmissies."</span></p><p><span>"Dit verkleint natuurlijk ook het risico op een totale mislukking van een missie, omdat we stap voor stap toewerken naar grotere missies met kleinere missies. Als er dan één mislukt, kun je sneller herstellen. Je spreidt het risico dus over meerdere missies, in plaats van alles op één missie te zetten.”</span></p><p><span><strong>Motivatie</strong></span><br><span>Daarnaast helpen kortere missies ook binnen het team, omdat ze de motivatie en aandacht beter vasthouden. “Studenten die bij Aster aangesloten zijn, zitten er vaak maar anderhalf jaar. Dan helpen ze wel mee, maar zien ze uiteindelijk niet het eindresultaat van hun inzet.”</span></p><p><span>Volgens Sazli maakt die nieuwe aanpak het ook makkelijker om samen te werken met de universiteit. “De universiteit kan dan iets ontwikkelen wat ze de ruimte in willen sturen, een ‘payload’. In plaats van dat ze daarvoor een extern bedrijf moeten zoeken, kunnen ze binnen de universiteit terecht. Wij zorgen dan voor de ‘bus’, dus het systeem waarin het wordt vervoerd.”&nbsp;</span></p><p><span>Uiteindelijk lijkt het Sazli ook interessant om dat idee vóór het einde van zijn studie bij Fontys neer te leggen.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Onderzoek Techniek,Onderzoek,Eindhoven]]></category>
            <pubDate>Mon, 11 May 2026 11:13:51 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/bb834942-3b22-467a-8b20-e26af2439cdd/500_spaceshuttle.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/bb834942-3b22-467a-8b20-e26af2439cdd/500_spaceshuttle.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/bb834942-3b22-467a-8b20-e26af2439cdd/spaceshuttle.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[spaceshuttle]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Miljoenen voor onderzoek naar duurzaam gebruik textiel</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/miljoenen-voor-onderzoek-naar-duurzaam-gebruik-textiel/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/miljoenen-voor-onderzoek-naar-duurzaam-gebruik-textiel/</guid><pp:caseid>744322</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Onderzoekers van verschillende Nederlandse hogescholen en universiteiten starten dit najaar samen een grootschalig onderzoek naar duurzamer gebruik van textiel. Daarbij gaat het niet alleen om fast fashion, maar ook om sportkleding zoals shirts en trainingspakken van sportteams. Voor het zesjarige onderzoek is in totaal 2,6 miljoen euro beschikbaar gesteld.</strong></span></p><p style="text-align:start;">Nanny Kuijsters, onderzoeker Responsible Sport Econmy en docent Economie aan Fontys, werkt binnen het project samen met onderzoekers van onder andere de Universiteit van Amsterdam, Wageningen University & Research, Universiteit Twente en de hogescholen van Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Volgens Kuijsters is juist die samenwerking bijzonder. “De combinatie van hogescholen en universiteiten is uniek, want we kunnen alles van de praktische en wetenschappelijke kant bekijken.” Binnen het project wordt ook samengewerkt met ruim dertig partners uit het werkveld, waaronder Nike, Robey, KNVB, NOC*NSF, Bol, ministerie van IVW en enkele gemeenten.</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:218/auto;width:218px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/25815257-ed53-4978-92c4-2f824996fb4a/800_2020pasfotonanny.jpg?x=1778161006907" alt="Nanny Kuijsters" width="218" height="auto">Het onderzoek ontvangt 2,2 miljoen euro subsidie van de overheid, aangevuld met ongeveer vier ton cofinanciën van de werkveldpartners. Binnen het project is Kuijsters projectleider van één van de zes werkpakketten: het onderdeel dat zich richt op sporttextiel. “De beoordelingscommissie, een internationale commissie, was met name positief over het feit dat we niet alleen naar fashion maar ook naar sporttextiel kijken.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Amateurclubs</strong><br>De onderzoekers gaan onder meer bekijken hoe de Nederlandse sportinfrastructuur duurzamer kan omgaan met textiel. Daarbij ligt de focus vooral op amateurverenigingen. Volgens Kuijsters zijn er al verschillende manieren waarop clubs duurzamer omgaan met textiel, maar is nog onduidelijk welke aanpak in de praktijk het beste werkt. “Er zijn een heel aantal manieren om binnen amateurclubs duurzamer met textiel om te gaan, en wij gaan onderzoeken welke manieren het meest praktisch haalbaar en opschaalbaar zijn.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Studenten</strong><br>Het onderzoek begint bij promovendi aan de universiteiten. Op basis van hun bevindingen worden vervolgens experimenten opgezet, waar ook studenten bij betrokken worden. “In de experimenten gaan we proberen om studenten zoveel mogelijk mee te nemen”, vertelt Kuijsters. “Ik heb nu al contact met collega’s die dit interessant vinden en ik ben zelf betrokken bij het vak ‘Sustainable Business Strategy’, waar studenten al hieraan werken in deelopdrachten die input geven aan het onderzoek.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,featured,Onderwijs Onderzoek,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Maatschappij]]></category>
            <pubDate>Thu, 07 May 2026 16:11:52 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/f3e13171-f3b8-4a37-be82-cb33d3f53403/500_shutterstock-1742184578.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/f3e13171-f3b8-4a37-be82-cb33d3f53403/500_shutterstock-1742184578.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/f3e13171-f3b8-4a37-be82-cb33d3f53403/shutterstock-1742184578.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[kleding tweedehands textiel]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Subsidie voor elektrische koelwagens met zonnepanelen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/subsidie-voor-elektrische-koelwagens-met-zonnepanelen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/subsidie-voor-elektrische-koelwagens-met-zonnepanelen/</guid><pp:caseid>744320</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Kleine elektrische koelwagens die middels zonnepanelen hun eigen energie opwekken tijdens het rijden en zo voldoende rijbereik hebben. Het klinkt haast te mooi om waar te zijn, maar niets is minder waar. Het lectoraat Automotive & Energy Innovation ontvangt als onderdeel van het SmartSOLAR-project een subsidie van bijna 2 ton om dit te bewerkstelligen.</strong></span></p><p><span>De subsidie maakt deel uit van het programma Zeeland in Stroomversnellingen, dat innovatieve projecten stimuleert die bijdragen aan thema’s zoals energie, klimaat, landbouw en voeding. Fontys werkt voor dit project namelijk samen met de Zeeuwse bedrijven Smartbox, Adri en Zoon, G en B, Kotra Wagenparkbeheer en Impuls Zeeland.</span></p><p><span>Vanuit het lectoraat Automotive & Energy Innovation, dat als doel heeft om maatschappelijke impact te creëren op het gebied van energietransities, emissieloos transport en veiligere en schonere mobiliteit, is docentonderzoeker Oxana Zaal betrokken bij het project. “Het gaat in dit geval om een klein beetje extra energie, maar dat kan precies het verschil maken.”</span></p><p><strong>Ingewikkelde constructie</strong><br><span>In Zeeland rijden namelijk een hele hoop elektrische bestelbusjes die gekoelde of diepgevroren producten vervoeren, zoals vis. Maar juist in dat segment blijkt elektrificatie een grote uitdaging, legt Zaal uit. “Deze busjes kunnen redelijk wat kilometers maken, maar zodra je er een koelinstallatie aan toevoegt, wordt het ingewikkeld.”</span></p><p><span>De koelinstallatie draait immers op dezelfde batterij als die de bestelbus nodig heeft voor de aandrijving. “De energie die je nodig hebt voor de koeling gaat dus ten koste van je rijbereik”, aldus de docentonderzoeker. “En daardoor kunnen bezorgers net niet al hun ritten uitvoeren.”</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:274/auto;width:274px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/5b386c03-8a23-43f5-8042-fe1bae09e7ad/800_oxanazaal.jpeg?x=1778158218770" alt="Oxana Zaal" width="274" height="auto">Eerdere poging</strong><br><span>Om dat probleem op te lossen ontstond het idee om zonnepanelen op de daken van deze busjes te plaatsen. Iets wat bij vrachtwagens al gebeurt omdat deze veel dakoppervlak hebben, maar bij bestelbusjes wegens het gebrek aan ruimte nog niet eerder geprobeerd is. “Toch kan dat kleine beetje energie precies genoeg zijn om die laatste rit nog wel te halen.”</span></p><p><span>Het is voor Fontys echter niet de eerste keer dat zij onderzoekt of zonnepanelen rendabel zijn voor kleinere bussen. “We hebben eerder een vergelijkbare studie gedaan voor een kaasboerderij die haar marktwagen wilde elektrificeren. Daaruit bleek dat het net niet haalbaar was, tenzij men zonnepanelen toe zou voegen. Dat advies kunnen we nu verder onderzoeken.”</span></p><p><strong>Van digitaal naar praktijk</strong><br><span>Binnen het Zeeuwse project focust Zaal zich dus niet op het bouwen van de voertuigen, maar bij het analyseren en onderbouwen van de keuzes. “Vooral de theoretische kant dus”, legt ze uit. “We maken digitale modellen van de voertuigen en zonnepanelen en combineren deze om de eventuele opbrengsten te kunnen voorspellen. Daarna toetsen we in de praktijk of dit klopt.”</span></p><p><span>In juni wordt de subsidie officieel uitgereikt aan de SmartSOLAR-groep, waarna Zaal, haar collega’s en studenten die betrokken zijn bij het lectoraat aan de slag kunnen. En ook die laatste groep is volgens haar heel belangrijk. “We gebruiken dit soort projecten zodat studenten met echte vraagstukken aan de slag kunnen. Inclusief data die niet perfect is en situaties die ze niet in een lesboek tegenkomen. Daar leren ze enorm veel van.”</span></p><p><span>De docentonderzoeker verwacht dat het project in het najaar echt vorm krijgt en dat de eerste inzichten snel zullen volgen. “Zo blijkt uit eerdere studies dat niet altijd de koelinstallatie de grootste energieverbruiker is. In sommige gevallen blijkt de verwarming van de cabine in de winter juist zwaarder te wegen." Ook andere factoren spelen een rol, zoals het rijgedrag van chauffeurs. “We zien vaak dat energieverbruik in het begin hoger ligt,” legt Zaal uit. “Na verloop van tijd leren chauffeurs efficiënter te rijden en daalt het verbruik. Dat soort effecten kun je alleen zien als je langere tijd meet.”</span></p><p><span>Daarom duurt het project twee jaar. “Want hoe langer je monitort, hoe meer patronen je ontdekt”, licht Zaal toe. Of we straks dan op ieder bestelbusje zonnepanelen zien liggen? “Dat denk ik niet, want het gebruik hangt sterk af van hoe en waar je je voertuig gebruikt. Op snelwegen en in de Zeeuwse landschappen is bijvoorbeeld meer opbrengst mogelijk dan in steden, omdat hier meer zonuren zijn. Voor dit soort bedrijven kan het in ieder geval heel interessant zijn.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Automotive,Onderzoek,Onderzoek Techniek,Lectoraten,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 07 May 2026 15:16:12 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/d1ec56e5-298f-4632-bcc9-155d9cc72f3f/500_shutterstock_2718668777.jpg?44724" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/d1ec56e5-298f-4632-bcc9-155d9cc72f3f/500_shutterstock_2718668777.jpg?44724</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/d1ec56e5-298f-4632-bcc9-155d9cc72f3f/shutterstock_2718668777.jpg?44724</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Foto ter illustratie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kabinet mag doorgaan met ‘professional doctorate’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kabinet-mag-doorgaan-met-professional-doctorate/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kabinet-mag-doorgaan-met-professional-doctorate/</guid><pp:caseid>742859</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Moet je kunnen promoveren aan een hogeschool? Regeringspartij VVD wil het plan blokkeren, maar van een politieke meerderheid mag het kabinet doorwerken aan de erkenning van het ‘professional doctorate’.</strong></span></p><p><span>Het kabinet wil twee nieuwe titels in het leven roepen: PD en EngD, oftewel ‘professional doctor’ aan hogescholen en ‘engineering doctor’ aan universiteiten. Het bijbehorende wetsvoorstel staat nu online voor een&nbsp;</span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.internetconsultatie.nl%2Fprofessioneeldoctoraat%2Fb1&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7C379e99d01e3f4641c76408dea03dba80%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639124384430771802%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=dUMQN6WOEUeboSW0ghuxsrNNiMIfhpM256nde62OpPE%3D&reserved=0" target="_blank"><span>internetconsultatie</span></a><span>.</span></p><p><span>Met name die eerste titel roept vragen op bij regeringspartij VVD. De liberalen zien weinig in de erkenning van hbo-promoties, </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fbron.fontys.nl%2Fvvd-hekelt-promotie-in-het-hbo%2F&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7C379e99d01e3f4641c76408dea03dba80%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639124384430828756%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=Zy5FiPwZjI3zvXq8RXwcWUjzOowH%2FT4Ak%2B9DpK%2FOOLM%3D&reserved=0" target="_blank"><span>bleek</span></a><span> deze maand in een debat met de minister van OCW. </span><a href="https://bron.fontys.nl/nieuwe-doctorsgraad-in-hbo-evident-dat-dit-wordt-erkend/" target="_blank"><span>Fontys </span></a><span>is groot voorstander van een wettelijk erkende PD-titel en </span><a href="https://bron.fontys.nl/fontys-juicht-promotierecht-voor-hogescholen-toe/" target="_blank"><span>pleit </span></a><span>hier al enkele jaren voor.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Meer dan honderd</strong></span><br><span>In een landelijke pilot bieden zesentwintig hogescholen, waaronder Fontys, nu </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.professionaldoctorate.nl%2F&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7C379e99d01e3f4641c76408dea03dba80%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639124384430881366%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=NSZdqdfDc8zEsYiCTKW97ek2G46B%2FKBW3Hv2mtTgoCE%3D&reserved=0" target="_blank"><span>PD-trajecten</span></a><span>&nbsp;aan. De eerste kandidaten begonnen in 2023 en inmiddels zijn er meer dan honderd bezig. Maar hun promotietraject is dus nog niet wettelijk erkend.</span></p><p><span>De VVD is nog niet overtuigd dat die erkenning er moet komen. Tweede Kamerlid Martin de Beer vreest voor onduidelijkheid en ‘titelinflatie’ als er straks verschillende doctorstitels in omloop zijn. Hij diende een motie in: wacht de uitkomst van de pilot af, die tot 2029 loopt.</span></p><p><span>Een radicalere motie kwam van de groep Markuszower en Mona Keijzer: zij wilden nu al bepalen dat er geen hbo-doctoraat zou komen.</span></p><p><span>Ook daar stemde de VVD voor. De beide moties kregen verder steun van SP, BBB, PVV, 50Plus en FvD. Maar deze partijen vormen geen meerderheid, dus voorlopig mag minister Rianne Letschert doorwerken aan haar wetsvoorstel.</span></p><p><span><strong>Opluchting</strong></span><br><span>Voor de Vereniging Hogescholen zal dit als een opluchting komen. Die vreesde dat de Tweede Kamer het wetsvoorstel nu al zou blokkeren. De belangenvereniging deed afgelopen week een dringende </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.vereniginghogescholen.nl%2Factueel%2Factualiteiten%2Fgeen-overhaast-oordeel-over-doctorsgraad-in-hbo&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7C379e99d01e3f4641c76408dea03dba80%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639124384430928725%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=R32IpZdlij%2FQBTUFol7maA41DFJJCp7oCaIAhRUAJwc%3D&reserved=0" target="_blank"><span>oproep</span></a><span> aan de Tweede Kamer om vooral geen overhaast besluit te nemen.</span></p><p><span>De tweejarige techniekpromoties aan de universiteiten moeten straks tot de officiële titel ‘engineering doctor’ leiden. Dat roept klaarblijkelijk minder weerstand op. De VVD-motie noemt deze titel althans niet.</span></p><p><span><strong>Fracties</strong></span><br><span>Toch zal het nog even spannend blijven voor de hogescholen. Dat het kabinet het wetsvoorstel mag indienen, wil niet zeggen dat het straks ook wordt aangenomen. Als bijvoorbeeld JA21, SGP en de groep Markuszower zich bij de critici voegen, dan is er opeens een meerderheid tegen.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek]]></category>
            <pubDate>Wed, 22 Apr 2026 11:23:33 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/c7b74872-d666-462b-a926-c2ca482448f6/500_shutterstock-diploma-master-afstuderen.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/c7b74872-d666-462b-a926-c2ca482448f6/500_shutterstock-diploma-master-afstuderen.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/c7b74872-d666-462b-a926-c2ca482448f6/shutterstock-diploma-master-afstuderen.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[shutterstock-diploma-master-afstuderen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Gesprekskaarten brengen ethiek tot leven in het ETZ</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/gesprekskaarten-brengen-ethiek-tot-leven-in-het-etz/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/gesprekskaarten-brengen-ethiek-tot-leven-in-het-etz/</guid><pp:caseid>741561</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Agressieve patiënten, de omgang met naasten en het wel of niet moeten beëindigen van een leven. Medewerkers in de zorg komen dagelijks voor ethische kwesties te staan waar de vele beschikbare protocollen niet altijd een passend antwoord op kunnen geven. Met een onderzoeksproject van Fontys en het ETZ, waarbij echte verhalen uit de praktijk worden besproken, gaan verpleegkundigen het gesprek hierover aan.</strong></span></p><p>Een verwarde man wordt per ambulance binnengebracht bij de spoedeisende hulp. Hij spreekt onsamenhangend en maakt ongecoördineerde bewegingen. Zijn kleding is doorweekt en vuil, en je ruikt alcohol als je dicht bij hem komt.</p><p>Volgens het ziekenhuisprotocol hoeft het personeel hem geen nieuwe kleding te geven, maar hoe menselijk is het om hem na een behandeling op deze manier weer weg te sturen? En wat doe je als de familie van een oudere, kwetsbare patiënt door wil gaan met een behandeling, terwijl de patiënt zelf het eigenlijk wel gehad heeft?&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Onderwijs verrijken</strong><br>Dit soort ethische kwesties zijn aan de orde van de dag bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg, waar Fontys voor een nieuw onderzoeksproject van het lectoraat Ethisch Werken een samenwerking mee is aangegaan. Docent-onderzoeker Richard Voddé is daar nauw bij betrokken en vertelt dat het project is gestart met verschillende doelstellingen.</p><p style="text-align:start;">“Ten eerste wil het lectoraat samenwerkingen aangaan met partners buiten het onderwijs. Maar een andere doelstelling is dat we het onderwijs meer willen verrijken met ethische kwesties, omdat we vinden dat er op dat vlak nog te weinig inzit”, klinkt het. “Aan die laatste doelstelling werken we nu samen met het ETZ door samen moresprudentie op te bouwen. Dat is vergelijkbaar met jurisprudentie, waarbij je een casuïstiek onderzoekt en er op deze wijze inzicht ontstaat in het moreel leren.”&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Agressie</strong><br>Vanuit het ETZ werkt geestelijk verzorger en ethicus José Krijnen samen met haar team mee met het onderzoeksproject, plus nog tientallen verpleegkundigen van uiteenlopende afdelingen bij het ETZ. Onder wie ook Judith Cornelissen, die al twintig jaar werkzaam is op de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) bij het Tilburgse ziekenhuis. Ze maakte in die tijd veel uitdagende kwesties mee, waar soms veel emoties bij kwamen kijken en waar niet altijd voldoende over gepraat werd. <i>[Tekst gaat verder onder de foto's]</i></p><p style="text-align:start;">Een aantal van die kwesties is samen met nog tig andere praktijkvoorbeelden door docentonderzoeker Voddé verwerkt in gesprekskaarten. Die hebben als doel dat ze eens in de zoveel tijd door verpleegkundigen besproken worden, zodat ze samen het gesprek aan kunnen gaan over dit soort ethische dilemma’s. En hoe daarbij te handelen. Bij elke situatie staan drie vragen centraal. Wat doet het met jou? Wat doet het met het team? En wat vind jij passende zorg?&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Niet alleen</strong><br>Cornelissen noemt het een mooie en laagdrempelige manier om met collega’s in gesprek te gaan. “Het is niet leuk als je bijvoorbeeld iemand de straat op moet sturen terwijl je weet dat die persoon daar niks heeft. Maar als je daar vervolgens met je collega’s over kunt sparren en zij zouden hetzelfde hebben gedaan, dan voel je je daar niet alleen in. Dat sterkt, het geeft rust.”</p><p style="text-align:start;">Krijnen vult haar aan met een extra stukje uitleg. “We doen dit met de toenemende zorgvraag als uitgangspunt. Enerzijds hebben we te maken met vergrijzing, en dus meer zorg, terwijl het aantal medewerkers vermindert. We proberen in alle gevallen passende zorg te geven, maar dat is niet altijd makkelijk.” Want het is niet altijd alleen maar de keuze over het wel of niet moeten geven van – bijvoorbeeld – een injectie, vervolgt ze. “Het gaat ook om de waaromvraag. Welke waarden zitten erachter? Dit project moet daarbij helpen; het is een moreel leerproces naar passende zorg.”</p><p>Het team van Krijnen, Geestelijke Verzorging & Ethiek, werkt al meer dan vijftien jaar aan de morele veerkracht voor zorgmedewerkers. “<span style="text-align:left;">Dat dit nu zo goed lukt, komt omdat er al een goede infrastructuur is. En dit onderzoek draagt daar ook weer aan bij.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Tilburg,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,FHMG,Lectoraten,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 09 Apr 2026 12:32:47 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a4e57240-4519-4800-83a7-a9fb191d1f1f/500_img_44012.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4e57240-4519-4800-83a7-a9fb191d1f1f/500_img_44012.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4e57240-4519-4800-83a7-a9fb191d1f1f/img_44012.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Jos&amp;eacute; Krijnen, Richard Vodd&amp;eacute; en Judith Cornelissen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>VVD hekelt promotie in het hbo</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/vvd-hekelt-promotie-in-het-hbo/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/vvd-hekelt-promotie-in-het-hbo/</guid><pp:caseid>741367</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Waarom zou je moeten promoveren aan een hogeschool, vraagt regeringspartij VVD zich af. De liberalen zien vooralsnog weinig in de komst van het ‘professional doctorate’ in het hbo.</strong></span></p><p><span>Donderdag sprak de Tweede Kamer met minister Rianne Letschert over het onderzoeks- en wetenschapsbeleid van het nieuwe kabinet. Het debat kon nauwelijks over geld gaan, want Letschert moet nog uiteenzetten wat ze met haar budget wil doen.</span></p><p><span>Dus ging het over andere kwesties. De VVD is bijvoorbeeld kritisch over een wetsvoorstel dat de komst van de hbo-promotie regelt. “Wat is hier nu precies het probleem dat we proberen op te lossen?”</span></p><p><span><strong>Soort doctor</strong></span><br><span>Het wetsvoorstel is vorige week naar de Kamer gestuurd. Het legt onder meer de titel ‘professional doctor’ officieel vast. Die titel is bedoeld voor een praktijkgerichte promotie aan een hogeschool.&nbsp;</span></p><p><span>In </span><a href="https://bron.fontys.nl/kabinet-gaat-hbo-promotie-erkennen/" target="_blank"><span>een landelijke pilot</span></a><span> bieden zesentwintig hogescholen zulke PD-trajecten aan. De eerste kandidaten gingen in 2023 van start en inmiddels zijn er meer dan honderd bezig, verspreid over zeven verschillende domeinen. Ook Fontys </span><a href="https://bron.fontys.nl/nieuwe-doctorsgraad-in-hbo-evident-dat-dit-wordt-erkend/" target="_blank"><span>kent een PD-kandidaat</span></a><span>.</span></p><p><span>“We zijn groot voorstander van praktijkgericht onderzoek”, zei VVD-Kamerlid Martin de Beer. “Dat is ook de kracht van hogescholen en het mbo. Maar dat betekent niet automatisch dat je nieuwe titels moet optuigen.”</span></p><p><span>De Beer vreest voor versnippering, onduidelijkheid en zelfs ‘titelinflatie’. Hoe dan ook is het wetsvoorstel “prematuur”, vindt zijn partij. De pilot loopt tot 2029 en de VVD wil afwachten wat daaruit komt.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Van belang</strong></span><br><span>Ilana Rooderkerk (D66) ging ertegenin. De titels zouden praktijkgerichte onderzoekers de erkenning geven die ze verdienen. Steun voor het wetsvoorstel zou bewijzen dat de VVD praktisch onderzoek inderdaad van belang vindt, stelde ze.</span></p><p><span>Minister Letschert wilde het wetsvoorstel alvast indienen met het oog op de kandidaten die al in de trajecten voor een professional doctorate zitten, zei ze in het debat. Ze wilde hen niet in onzekerheid laten over de erkenning van de trajecten en de bijbehorende titels.</span></p><p><span>Bovendien levert het praktijkgerichte onderzoek werkelijk iets anders op dan het proefschrift van het universitaire promotietraject, onderstreepte ze. Anders zou je ook geen nieuwe titel nodig hebben.</span></p><p><span>De Beer liet de deur wel op een kier. Hij wilde best met elkaar nadenken over “vormen van waardering voor praktijkgericht onderzoek”, zei hij tegen de minister.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Onderwijs Onderzoek]]></category>
            <pubDate>Tue, 07 Apr 2026 16:14:26 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/500_promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/500_promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kabinet gaat hbo-promotie erkennen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kabinet-gaat-hbo-promotie-erkennen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kabinet-gaat-hbo-promotie-erkennen/</guid><pp:caseid>740661</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span>Na een experiment van enkele jaren gaat het kabinet het </span><i><span>professional doctorate</span></i><span>&nbsp;van de hogescholen in de wet opnemen. Ook een tweejarige technische promotie aan de universiteit krijgt officieel een eigen titel.</span></p><p><span>&nbsp;Het kabinet wil twee nieuwe titels in de wet zetten: PD en EngD, oftewel ‘professional doctor’ en ‘engineering doctor’. Het bijbehorende wetsvoorstel staat nu online voor een </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.internetconsultatie.nl%2Fprofessioneeldoctoraat%2Fb1&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cbf0facec041a4d7ef45808de8e3ac5fc%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639104580635262542%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=OXFmk3idwIpFam7bWDTWg2I585VXKsrSsjruH%2BkzZnM%3D&reserved=0"><span>internetconsultatie</span></a><span>. Deze titels kun je pas na een master behalen. In die zin zijn ze vergelijkbaar met de doctorstitel (PhD) aan de universiteit. Over de pilot was Fontysbestuurder Arian Steenbruggen anderhalf jaar geleden </span><a href="https://bron.fontys.nl/fontys-juicht-promotierecht-voor-hogescholen-toe/" target="_blank"><span>zeer positief</span></a><span>.</span></p><p><span><strong>PD</strong></span><br><span>De hogescholen </span><a href="https://bron.fontys.nl/hbo-zelf-onderzoekers-opleiden-met-nieuwe-titel/"><span>werken inmiddels al enkele jaren</span></a><span>&nbsp;aan de ontwikkeling van een eigen promotietraject, waarin onderzoekers onder begeleiding van lectoren toegepast onderzoek doen. Lectoren zijn de hoogleraren van het hbo.</span></p><p><span>Zesentwintig hogescholen bieden zulke </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.professionaldoctorate.nl%2F&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cbf0facec041a4d7ef45808de8e3ac5fc%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639104580635320059%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=uKEHVhIJHPlheVLjmffmGtKjjNRHjHxgGsaubW7JUTE%3D&reserved=0"><span>PD-trajecten</span></a><span>&nbsp;aan. De eerste kandidaten gingen in 2023 van start en inmiddels zijn er meer dan honderd bezig, verspreid over zeven verschillende domeinen. De erkenning van deze trajecten leek een kwestie van tijd: al vier kabinetten lang zijn de ministers van Onderwijs er enthousiast over. Nu komt die erkenning misschien al voordat de eerste kandidaten klaar zijn.</span></p><p><strong>Missend puzzelstukje</strong><br><span>Onderwijsminister Rianne Letschert noemt de nieuwe wettelijke graden “echt een missend puzzelstukje”. In een aankondiging zegt ze: “Praktijkgericht onderzoek is van grote waarde om ons oplossingen te leveren voor maatschappelijke problemen, en is vaak direct toepasbaar voor bijvoorbeeld bedrijven.”</span></p><p><span>De toekomstige PD’s krijgen volgens het wetsvoorstel minstens twee begeleiders. Dat kunnen lectoren zijn, maar ook andere geschikte medewerkers met de doctorstitel. In de toekomst mogen dat ook ‘professional’ doctors zijn.</span></p><p><span><strong>EngD</strong></span><br><span>Een tweejarig traject van de universiteiten krijgt eveneens erkenning. Het idee: waarom zou je altijd de theorie vooruit moeten helpen? Je kunt ook iets bijzonders doen door een vernieuwend ontwerp te maken. De TU Eindhoven noemt het EngD-traject een </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.tue.nl%2Fstuderen%2Fgraduate-school%2Fengd-aan-de-tue&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cbf0facec041a4d7ef45808de8e3ac5fc%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639104580635343790%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=l%2BVJPrJ2DHjJWgME%2B6ONIEh3xSh4Hn0KGWAEW7VMZU8%3D&reserved=0"><span>postmaster</span></a><span>, waarin je geen student bent, maar een trainee. De TU Delft omschrijft het als een toepassingsgericht alternatief voor een promotieonderzoek. Volgens Wageningen Universiteit gaat het bij een EngD niet zozeer om het opdoen van nieuwe kennis. Het gaat vooral om praktische oplossingen, gericht op “de behoeften van de maatschappij en de industrie”.</span></p><p><span>Ook Twente, Groningen en de Universiteit van Amsterdam hebben EngD-trajecten in huis. De erkenning komt met terugwerkende kracht vanaf 2004, want deze trajecten bestaan al tamelijk lang. Dat is een verschil met de professional doctorates aan de hogescholen, die pas net zijn begonnen.</span></p><p><span><strong>Erkenning</strong></span><br><span>De wettelijke erkenning betekent dat de titels beschermd worden. Je mag die titels dus niet zomaar gebruiken als je geen professional doctorate of engineering doctorate hebt gevolgd, zoals je jezelf ook geen bachelor of master mag noemen zonder diploma.&nbsp;</span></p><p><span>Na de internetconsultatie gaat het wetsvoorstel naar de Raad van State, die erover adviseert. Pas daarna komt het (eventueel aangepaste) wetsvoorstel bij de Tweede Kamer.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek]]></category>
            <pubDate>Mon, 30 Mar 2026 13:09:20 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/500_promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/500_promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Bijna helft vrouwelijke promovendi ervaart ongewenst gedrag</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bijna-helft-vrouwelijke-promovendi-ervaart-ongewenst-gedrag/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bijna-helft-vrouwelijke-promovendi-ervaart-ongewenst-gedrag/</guid><pp:caseid>740128</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Pesten, discriminatie of seksuele intimidatie… Vooral veel vrouwelijke promovendi maken ongewenst gedrag mee, blijkt uit nieuwe cijfers van statistiekbureau CBS. “Dit is echt heel zorgelijk”, zegt het Promovendi Netwerk Nederland.</strong></span></p><p><span>Hoe vergaat het gepromoveerde wetenschappers als ze eenmaal hun doctorstitel hebben? Hoe kijken ze terug op hun promotie en wat hebben ze meegemaakt? Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft het hun </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.cbs.nl%2Fitem%3Fsc_itemid%3D041fe088-b5c0-4481-af72-db8084302706%26sc_lang%3Dnl-nl&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cbb01e73e2dbe415bef3b08de897f7dcb%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639099378759451484%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=epvYaB3IUJ%2FgRlKK2JTquFvE%2BYqtHlabl1j%2FFWj1XcM%3D&reserved=0"><span>gevraagd</span></a><span>.</span></p><p><span>Van de recent gepromoveerde vrouwen heeft 44 procent naar eigen zeggen ongewenst gedrag meegemaakt in het promotietraject. Onder mannen is dit percentage lager: 26 procent.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:355/auto;width:355px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d4bf77c5-1efb-4f9a-9d2d-6dcbccd82a32/800_cijferscbs.png?x=1774344359358" alt="Cijfers cbs" width="355" height="auto">Wat ze precies hebben meegemaakt? Pesten, discriminatie en bedreiging komen voor. Eén op de tien vrouwen kreeg te maken met seksuele intimidatie.</span></p><p><span>De dader kan een hoogleraar zijn, maar ook een medepromovendus of iemand waarmee de promovendus “in contact is gekomen vanwege het promotietraject”. Daar zeggen de cijfers verder niets over.</span></p><p><span><strong>Zorgelijk</strong></span><br><span>“Het is echt heel zorgelijk”, zegt voorzitter Martijn van der Meer van het Promovendi Netwerk Nederland. “Bijna één op de twee vrouwen en een kwart van de mannen maakt ongewenst gedrag mee. Dat is veel.”</span></p><p><span>Het laat volgens hem zien dat alle aandacht voor sociale veiligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap terecht is. Hij is bijvoorbeeld blij met het </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fprogrammasocialeveiligheid.nl%2F&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cbb01e73e2dbe415bef3b08de897f7dcb%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639099378759478902%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=Rk2mnxJxJ5v%2Bp0tRITOzHis5B8DPcDtLAVCmhZDrq1s%3D&reserved=0"><span>programma Sociale Veiligheid</span></a><span>, waar je subsidie kunt krijgen voor goede plannen op dit gebied.</span></p><p><span><strong>Werkdruk</strong></span><br><span>Daar komt bij dat de werkdruk de afgelopen jaren is opgelopen. Over wangedrag heeft het CBS geen eerdere cijfers, maar over de werkdruk wel. In 2019 hield het CBS ook een peiling onder gepromoveerden.&nbsp;</span></p><p><span>De werkdruk was hoog of zeer hoog, zei 60 procent in 2019. In de peiling van 2025 is dat opgelopen tot 68 procent. Bij vrouwen (72 procent) is deze werkdruk hoger dan bij mannen (63 procent).</span></p><p><span>&nbsp;Van der Meer baalt ervan: “Afgelopen vijf jaar is er veel aandacht voor de werkdruk geweest. Toch zien we geen daling, maar een stijging.”</span></p><p><span><strong>Tevreden</strong></span><br><span>Ondanks de problemen kijkt 86 procent van de recent gepromoveerden over het algemeen tevreden terug op het traject. In 2019 was het oordeel gunstiger: toen was 93 procent achteraf tevreden. Mannen oordelen iets positiever dan vrouwen, maar het scheelt niet veel.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs Onderzoek,Onderzoek]]></category>
            <pubDate>Tue, 24 Mar 2026 10:31:34 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_grensoverschrijdendgedrag.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_grensoverschrijdendgedrag.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/grensoverschrijdendgedrag.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[grensoverschrijdend gedrag]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Vrouwelijke leiders uitgeput bij nastreven masculien ideaal</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/vrouwelijke-leiders-uitgeput-bij-nastreven-masculien-ideaal/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/vrouwelijke-leiders-uitgeput-bij-nastreven-masculien-ideaal/</guid><pp:caseid>739851</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Steeds meer vrouwen bereiken de top, maar tegen welke prijs? </strong><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>In haar onderzoek ‘De paradox van vrouwelijk succes’ benadrukt&nbsp;Fontysdocent&nbsp;Rosalie&nbsp;Reichardt-Mulder dat harder werken niet per se loont. In veel gevallen kost het juist meer energie dan nodig.&nbsp;&nbsp;</strong></span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Reichardt-Mulder doet onderzoek naar leiderschap en adviseert mensen in leidinggevende functies, onder wie veel vrouwen. Steeds vaker hoorde ze tijdens interviews met deze vrouwen dat ze uitgeput raakten doordat zij een masculien leiderschapsideaal nastreefden. Daar wilde ze graag in duiken, maar ze had zo haar twijfels.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“Ik dacht eerst: is dat niet een beetje ouderwets of achterhaald?”, vertelt ze. Maar tijdens haar onderzoek kwam ze erachter dat dit probleem juist nu erg relevant is. “Het is niet alleen maar een issue van onze maatschappij, maar het zit ook in ons als vrouwen. Je gaat eigenschappen gebruiken die misschien niet bij jou passen en dan raak je uitgeput.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>‘Mannelijke’ sectoren</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Uit haar onderzoek blijkt dat dit vooral voorkomt&nbsp;bij&nbsp;door mannen gedomineerde sectoren. “Denk aan&nbsp;techniek, logistiek, ICT. Daar heersen&nbsp;de masculiene normen en samenwerkingsverbanden&nbsp;die gepaard gaan met eigenschappen die traditioneel met mannelijkheid worden geassocieerd, zoals assertiviteit en dominantie.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:231/auto;width:231px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/52f1c663-fd50-4e5f-a659-873bd1a3c996/800_fotorosalieshootmaart1.jpg?x=1773997230845" alt="Rosalie Reichardt-Mulder" width="231" height="auto">Het speelt het meeste in deze vakgebieden, maar eigenlijk geldt het voor vrijwel alle beroepsgroepen. “Eigenlijk ben je jezelf in een soort hokje aan het wringen van die masculiene leider, terwijl je je eigen kracht als vrouw onderbenut laat.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Bepaald beeld</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Als docentonderzoeker bij&nbsp;Fontys&nbsp;Technology maakt&nbsp;Reichardt-Mulder geen onderscheid tussen mannen en vrouwen in het werkveld. Toch is te merken dat vrouwen zich anders opstellen als ze in een leidinggevende positie komen. “We hebben als vrouwen een bepaald beeld van leiderschap dat meer past bij masculiene eigenschappen.” Echter zijn er volgens haar meerdere effectieve leiderschapsstijlen, maar worden deze nog onvoldoende ingezet.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Een voorbeeld van zo’n alternatieve vorm van leiding geven is de&nbsp;Empowering&nbsp;Leadership&nbsp;Style (ELS). Hierbij geef je mensen meer eigen verantwoordelijkheid en richt je je meer op het proces in plaats van alleen op het resultaat. Je geeft de ander de mogelijkheid om iets te creëren met de vaardigheden die ze hebben. Deze en vergelijkbare methoden zijn effectief, maar worden - zoals gezegd – nog niet vaak toegepast.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Waarom dat zo is, komt van verschillende kanten. “Dan heb je het ‘zo hebben we het altijd gedaan’ principe,” legt&nbsp;Reichardt-Mulder uit. “Het vereist ook andere competenties. Het is heel anders als je gaat sturen op resultaten en niet op het proces. Dat moet je ook leren. Het vereist dat je zaken durft los te laten én dat je jezelf als leider durft aan te kijken.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Andere rechten</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Toch is het niet zo gek dat dit probleem anno 2026 nog steeds speelt. “Je ziet dat van origine leiders mannelijk waren. Pas vanaf 1956 hebben vrouwen volwassen rechten. Als ze een bankrekening wilden openen, moesten ze toestemming hebben. Als vrouwen trouwden of kinderen kregen, werden ze automatisch ontslagen. Dit is allemaal nog niet zo lang geleden, dus het is helemaal niet zo gek dat je bij een leider aan een man denkt.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De drang om harder te werken is ook iets wat we meenemen uit de geschiedenis. “We zijn geneigd om onszelf nog niet als gelijk te beschouwen. Toen ik voor mijn onderzoek naar leiderschap sprak met diverse vrouwen op hoge posities, vertelden ze me keer op keer hoe zij geneigd waren om heel erg te laten zien dat ze het&nbsp;kondenen&nbsp;niet wilden laten zien dat ze het pittig vonden.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Dit met de angst om als minder sterke leider gezien te worden. “Er wordt met twee maten gemeten; door onszelf en door mensen om ons heen.”&nbsp;&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Emma]]></category>
            <pubDate>Fri, 20 Mar 2026 10:01:55 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/458eb718-912f-493c-a9a8-00f2eef1b545/500_shutterstock_2681855793.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/458eb718-912f-493c-a9a8-00f2eef1b545/500_shutterstock_2681855793.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/458eb718-912f-493c-a9a8-00f2eef1b545/shutterstock_2681855793.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[baas vrouw werken laptop vergaderen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>NWO verbiedt geheime AI-opdrachten bij subsidieaanvraag</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nwo-verbiedt-geheime-ai-opdrachten-bij-subsidieaanvraag/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nwo-verbiedt-geheime-ai-opdrachten-bij-subsidieaanvraag/</guid><pp:caseid>739718</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Onderzoeksfinancier NWO heeft de regels rond AI aangescherpt. Opvallend: bij de aanvraag van onderzoeksgeld mogen wetenschappers zich niet ‘wapenen’ tegen stiekeme beoordelingen door chatbots.</strong></span></p><p><span>Veel onderzoekers doen regelmatig een beursaanvraag bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Om te bepalen welke aanvragen worden gehonoreerd vertrouwt de jury op het oordeel van deskundigen uit binnen- en buitenland.</span></p><p><span>Vorig jaar </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fdub.uu.nl%2Fnl%2Fnieuws%2Fgeen-chatgpt-als-je-voor-onderzoeksfinanciering-nwo-werkt&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7C206afbe0668d403f78de08de84e86bc1%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639094331105354572%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=hVgTI%2BdIVwOE0n%2Bd8OVEv8AGNIlUsU7vPhRCN9tHu9Q%3D&reserved=0"><span><u>bepaalde</u></span></a><span>&nbsp;NWO al dat deze deskundigen geen generatieve AI mogen gebruiken bij de beoordeling van subsidieaanvragen. Door die te uploaden naar een AI-programma zouden ze hun geheimhoudingsplicht schenden, en ook op de betrouwbaarheid van een AI-oordeel valt het nodige af te dingen.</span></p><p><span><strong>Verborgen prompts</strong></span><br><span>In een </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.nwo.nl%2Fnieuws%2Fnwo-beleid-generatieve-ai-voorzien-van-update&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7C206afbe0668d403f78de08de84e86bc1%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639094331105381359%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=EoI24Tw26IGnPbbz1goDxxL5F%2BkNErD7yx8trP9U98Q%3D&reserved=0"><span><u>vernieuwde richtlijn</u></span></a><span>&nbsp;heeft NWO de regels verder aangescherpt. Daarin staat nu dat beoordelaars in het systeem formeel moeten bevestigen dat zij geen AI hebben gebruikt. Maar of ze dat ook echt niet doen is de vraag. NWO krijgt jaarlijks duizenden aanvragen binnen, en de beoordelaars – vaak zelf onderzoekers – hebben het druk.</span></p><p><span>In de nieuwe richtlijn staat nu ook dat aanvragers geen “verborgen prompts” in hun tekst mogen verwerken. Vorig jaar </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.utoday.nl%2Fnews%2F75816%2Fgeef-mij-een-positieve-review-geheime-ai-opdracht-in-publicatie-werkt-goed&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7C206afbe0668d403f78de08de84e86bc1%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639094331105403121%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=qNQrnKWktsVHKomEF%2BbzWRe7STFOSw1ys4xS6byNlEs%3D&reserved=0"><span><u>bleek</u></span></a><span>&nbsp;dat wetenschappers uit onder meer Japan en Zuid-Korea in hun papers speciaal voor AI-bots verborgen opdrachten zetten, zodat reviewers die AI gebruikten er een positief oordeel over zouden geven.</span></p><p><span>Die opdrachten staan in de papers als witte tekst op een witte achtergrond of in een heel klein lettertype, waardoor ‘gewone’ lezers ze niet kunnen zien. Uit tests bleek dat verschillende chatbots daadwerkelijk positiever waren over papers met zo’n verborgen prompt.</span></p><p><span><strong>Overbodig?</strong></span><br><span>De aanscherping van NWO lijkt op het eerste gezicht overbodig, want als beoordelaars geen AI gebruiken, dan hebben de verborgen prompts geen enkel effect. Een woordvoerder van NWO laat echter weten dat niet valt uit te sluiten dat een externe beoordelaar alsnog een AI-tool gebruikt.</span></p><p><span>En hoewel AI op dit moment niet in het beoordelingsproces gebruikt mag worden “zou dat in de toekomst wel een ontwikkeling kunnen zijn waar NWO mee aan de slag gaat”.</span></p><p><span><strong>Goedgekeurde tools</strong></span><br><span>Buiten het beoordelingsproces mogen medewerkers van NWO overigens wel gebruikmaken van AI, maar alleen als de tool is goedgekeurd. Vorig jaar werd alleen de vertaalapplicatie DeepL toegestaan. Inmiddels is ook Microsoft Copilot Chat veilig verklaard. Tools als ChatGPT en Perplexity blijven uitgesloten.</span></p><p><span>AI-controlesoftware die zou kunnen detecteren of AI ergens in het proces is gebruikt, is volgens NWO niet betrouwbaar en wordt daarom ook niet ingezet.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,AI,Onderzoek,Onderzoek Algemeen]]></category>
            <pubDate>Thu, 19 Mar 2026 09:46:49 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/84912509-826f-4432-ac24-7c61d31e423d/500_ai-2.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/84912509-826f-4432-ac24-7c61d31e423d/500_ai-2.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/84912509-826f-4432-ac24-7c61d31e423d/ai-2.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[AI ]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Gokproblemen eerder opmerken met &#039;hard nodige&#039; pilot</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/gokproblemen-eerder-signaleren-met-pilot-gamblingless/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/gokproblemen-eerder-signaleren-met-pilot-gamblingless/</guid><pp:caseid>739633</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Succesverhalen over online gokken gaan snel rond onder studenten. Verliezen blijven meestal onbesproken. Daardoor kan problematisch gokgedrag lang onzichtbaar blijven. Met het project ‘GamblingLess’ wil Fontys samen met onderzoekers en zorgpartners die problemen eerder in beeld krijgen.</strong></p><p><span>De pilot richt zich op mbo- en hbo-omgevingen, waar jongvolwassenen relatief vaak in aanraking komen met online gokken. Door kennis uit onderzoek te combineren met ervaringen uit de onderwijspraktijk willen de partners een aanpak ontwikkelen waarmee studenten sneller in beeld komen wanneer gokken problematisch dreigt te worden.&nbsp;</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Gokken steeds zichtbaarder onder studenten</strong></span><span>&nbsp;</span><br><span>Volgens docentonderzoeker en promovendus Jeroen Hairwassers van SPECO Sportmarketing bij Fontys Economie Tilburg is de pilot hard nodig. Samen met zijn collega en co-promotor Dr. Bart van Bezooijen zien ze in hun dagelijkse werk en onderzoek dat online gokken steeds normaler wordt onder studenten.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/7b29ccba-7fa8-44e8-93aa-22f525d0086f/500_jeroenhairwassers.jpg?x=1773834724901" alt="Jeroen Hairwassers" width="200">“De enorme zichtbaarheid van gokken speelt een grote rol. Door marketing en sociale media wordt het steeds normaler gevonden. Jongeren hebben het er met elkaar over en delen vooral succesverhalen”, vertelt Hairwassers. “Verliezen of andere negatieve gevolgen worden veel minder besproken.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span>Dat kan het moeilijker maken om problematisch gedrag te herkennen. Zeker in de beginfase, wanneer studenten zelf nog niet het gevoel hebben dat er iets misgaat of zich niet bewust zijn van latere gevolgen. &nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Problemen blijven vaak lang verborgen</strong></span><span>&nbsp;</span><br><span>Gokproblemen zijn bovendien vaak minder zichtbaar dan andere verslavingsproblemen. Financiële schade is bij studenten lang niet altijd het eerste signaal. “In het begin gaat het vaak niet om grote schulden”, legt Hairwassers uit. “Het zit eerder in dingen zoals slecht slapen, ‘s nachts door het gokken, te moe zijn voor studie of werk, of geld gebruiken dat eigenlijk voor iets anders bedoeld was.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span>Daarnaast duurt het vaak jaren voordat jongeren hulp zoeken. “Het duurt tussen de twee en acht jaar voordat iemand hulp zoekt. Dat betekent dat (beginnend) problematisch gokgedrag soms een groot deel van de studententijd aanwezig kan zijn.” Juist daarom is vroegsignalering in het onderwijs volgens hem belangrijk. &nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Vroeger signaleren binnen het onderwijs</strong></span><span>&nbsp;</span><br><span>Met het project GamblingLess willen de betrokken organisaties - daarover later meer - ervoor zorgen dat studenten sneller ondersteuning kunnen krijgen wanneer gokken een risico begint te vormen. “We willen de drempel verlagen om erover te praten en de bewustwording vergroten”, zegt Hairwassers. “Docenten en begeleiders komen dagelijks met studenten in contact. Door hun handelingsbekwaamheid te vergroten kunnen signalen eerder worden herkend.”&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/acc1251e-c524-49d9-a85b-558cba13cb87/500_schermshyafbeelding2026-03-18om12.49.13.png?x=1773834736229" alt="Elles Gnodde" width="200">Zo reageerde Fontys Technology direct op de oproep voor deze pilot. Elles Gnodde vertelt dat ze de zorgketen binnen Fontys Technology rondom het thema gokken graag wil professionaliseren. “We hebben ons ondersteuningsteam binnen Fontys Technology al goed op orde. Toch lijkt het online gokken een blinde vlek waar nog veel winst te behalen valt met het project GamblingLess.”&nbsp;</span></p><p><span>Binnen de pilot wordt onder andere gewerkt aan trainingen voor docenten en studentbegeleiders, informatie en kennismodules en een screeningtool waarmee studenten zelf kunnen nagaan of hun gokgedrag mogelijk problematisch wordt.&nbsp;</span></p><p><span>“Zo’n tool kan studenten helpen om te checken of je te veel gokt, en helpen om ondersteuning te vinden.” Daarnaast wordt gekeken hoe instellingen hun beleid en bestaande begeleidingsstructuren kunnen versterken en beter kunnen aansluiten op externe hulpverlening. &nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Samenwerking tussen onderwijs en zorg</strong></span><span>&nbsp;</span><br><span>Ook wordt er gekeken naar hoe bestaande programma’s rond middelengebruik kunnen worden uitgebreid met het thema gokken, en lopen er gesprekken met het Summa college, vertelt Hairwassers. “Binnen het mbo is er weer een andere dynamiek dan in het hbo. We gaan dus ook kijken hoe het mbo dit aanpakt”, vertelt Hairwassers.&nbsp; &nbsp;&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:240/auto;width:240px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/21a5f2f7-4cc3-4a69-bea7-017b642c0b9f/800_pilotgamblingless.jpg?x=1773834748122" alt="Pilot GamblingLess" width="240" height="auto">Tegelijkertijd brengen onderwijsinstellingen hun eigen ondersteuningsstructuren in kaart. “Als onderwijsinstelling kunnen we studenten begeleiden, maar bij zwaardere problematiek moet je ook weten hoe je goed kunt doorverwijzen”, legt Hairwassers uit.&nbsp;</span></p><p><span>Daarom wordt er samengewerkt met het Trimbos Instituut - dat veel ervaring heeft met preventieprogramma’s in het onderwijs - het Amsterdam UMC en andere externe partijen, zoals verslavingszorg en huisartsen. De krachten zijn gebundeld met ggz-instelling Arkin, verslavingskliniek SolutionS, onderzoekers van het Amsterdam UMC, Deakin University, de stichting Raad voor de Kansspel Spelers en Mediacollege Amsterdam.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Bewustwording vergroten</strong></span><span>&nbsp;</span><br><span>Uiteindelijk hopen de betrokken onderzoekers en onderwijsinstellingen dat het project bijdraagt aan meer bewustwording rondom gokken onder studenten. “Veel jongeren denken ‘het kan mij niet gebeuren’”, zegt Hairwassers. “Maar bij gokproducten worden allerlei technieken gebruikt die juist bedoeld zijn om mensen zo lang mogelijk te laten doorspelen." Door eerder in gesprek te gaan over gokken en studenten beter te ondersteunen hopen de partners problematisch gedrag eerder te herkennen en gokschade te voorkomen. &nbsp;&nbsp;</span></p><p><span>Naast onderzoek en ondersteuning krijgt het onderwerp ook een plek in het onderwijs. Binnen een minor Waardecreatie binnen de topsport van SPECO Sportmarketing en Sportcommunicatie bespreken studenten bijvoorbeeld de maatschappelijke en economische impact van gokken op de maatschappij. “We leiden studenten ook op kritisch naar de gokindustrie te kijken: naar de belangen, de marketing en de mogelijke maatschappelijke kosten." &nbsp;&nbsp;</span></p><h5><i><span style="margin:0px;padding:0px;">Meer informatie over de risico’s van gokken vind je op de informatiepagina&nbsp;</span></i><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=http%3A%2F%2Fopenovergokken.nl%2F&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Ccb844218594744afcf8308de84e2b4f2%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639094306437481045%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=LxezZuQg5FAfUNleGBB4Mk%2BRxU0g0L0p4kjWCUeNWlc%3D&reserved=0" target="_blank"><i><span style="margin:0px;padding:0px;"><u>openovergokken.nl</u></span></i></a></h5>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FET,Tilburg,Student,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Maatschappij]]></category>
            <pubDate>Wed, 18 Mar 2026 13:03:48 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/89996d74-571d-4d88-b3bf-2b2fc02d18c6/500_shutterstock-1500681347.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/89996d74-571d-4d88-b3bf-2b2fc02d18c6/500_shutterstock-1500681347.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/89996d74-571d-4d88-b3bf-2b2fc02d18c6/shutterstock-1500681347.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[online gokken]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kleine voetspieren, maar groot verschil voor ouderen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kleine-voetspieren-maar-groot-verschil-voor-ouderen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kleine-voetspieren-maar-groot-verschil-voor-ouderen/</guid><pp:caseid>739110</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Wat als je de kleine spiertjes in je voet traint om&nbsp;valpartijen&nbsp;bij ouderen te voorkomen.&nbsp;Vallen&nbsp;is&nbsp;in deze groep&nbsp;immers&nbsp;de meest voorkomende oorzaak voor ernstig letsel.&nbsp;Zou dat werken? Docent Lydia Willemse, werkzaam bij&nbsp;Fontys&nbsp;Paramedisch, deed er onderzoek naar.</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Onderzoeken naar de&nbsp;grote&nbsp;beenspieren&nbsp;zijn&nbsp;er&nbsp;al&nbsp;verscheidene. Daar is al van alles over bekend en&nbsp;in&nbsp;de literatuur wordt er in veelvoud over geschreven. Maar over de functie van de intrinsieke voetspieren, de kleine dus, was nog weinig gepubliceerd. “Het is een onderwerp dat mij interesseert en wat nog onontgonnen terrein was”, vertelt Lydia Willemse.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De docent besloot het verder te onderzoeken en ging daarvoor in gesprek met collega’s. Zo kwam zij erachter dat er&nbsp;mogelijk&nbsp;veel kansen lagen op&nbsp;het&nbsp;verminderen&nbsp;van valpartijen door&nbsp;het trainen van de kleine voetspieren. Ze vroeg in 2018 de Promotiebeurs voor leraren aan en ontving die vervolgens een jaar later. Daarna kon haar&nbsp;op ouderen gerichte&nbsp;onderzoek van start. &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/39a172ec-beb7-467b-a3b1-26b4885f521a/500_lydiawillemse1_.jpg?x=1773824241851" alt="Lydia Willemse" width="200">Vergrijzing</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">“Wat mij heel erg aansprak, is dat het onderzoek niet alleen een groeiende doelgroep heeft, maar dat ook het probleem in die doelgroep groeiende is”, aldus Willemse. “Dat komt omdat de bevolking aan het vergrijzen is. Er zijn steeds meer ouderen die ouder worden. En hoe ouder je wordt, hoe groter de kans op vallen.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Het vallen&nbsp;an&nbsp;sich&nbsp;is daarbij niet per se het probleem. Kinderen vallen misschien nog veel vaker. “Maar bij ouderen gaat dat vaker gepaard met een&nbsp;groter letsel,&nbsp;mentale gevolgen of functionele achteruitgang.&nbsp;Nu is vallen natuurlijk&nbsp;multifacterieel; het kan een samenspel zijn van meerdere factoren. Maar de grootste risicofactoren zijn een verminderde&nbsp;balans&nbsp;en&nbsp;looppatroon&nbsp;of vermindering van de algehele spierkracht.”&nbsp;Twee factoren waar je iets aan kunt doen, stelt de docent.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Balanceren&nbsp;</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Om te onderzoeken of het trainen van de kleine voetspieren&nbsp;daaraan kan bijdragen, heeft Willemse met haar onderzoeksgroep twee groepen ouderen onder de loep genomen die allemaal beweegprogramma’s volgden. Eén van de groepen kreeg daar in het kader van het onderzoek een extra taak bij: de intrinsieke voetspieren trainen door bepaalde oefeningen een paar keer per week te doen. Voorbeeld daarvan is het op je tenen lopen of staan, of het balanceren op één been.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“Hoewel&nbsp;we er niet naar vroegen en dit niet per se antwoorden waren waar we naar op zoek waren, gaven de ouderen bijna allemaal aan dat de training ze iets had gebracht. Voor de één was dat een betere balans, voor de andere meer zekerheid bij het lopen. Ze voelden zich letterlijk steviger in hun schoenen staan en waren minder bezorgd om te vallen,&nbsp;wat weer een belangrijke risicofactor voor vallen is.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Duizenden views</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Concrete conclusies over of het trainen van de kleine&nbsp;voetspieren&nbsp;inderdaad kan helpen bij het voorkomen van vallen, kan Willemse vanwege het korte tijdsbestek van het onderzoek niet geven. De ouderen zijn twaalf weken gevolgd, maar zouden voor keiharde cijfers een jaar lang gevolgd moeten worden, en dan ook nog eens in grotere groepen.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“Wij hebben dus gekeken naar de bewegingsfactoren die in relatie staan tot valrisico om zo indirect iets te zeggen over de kans op vallen. Maar ik ben zelf van mening dat dat net zo waardevol is als het kijken naar het vallen zelf”, verklaart Willemse. Bovendien heeft het onderzoek ook andere dingen opgeleverd. Tijdens het hele proces zijn er instructiefilmpjes&nbsp;gemaakt van de toe te passen voetoefeningen, en die worden inmiddels door verschillende&nbsp;fysio- en (vooral)&nbsp;podopraktijken&nbsp;gebruikt. “De video’s&nbsp;hebben&nbsp;al&nbsp;duizenden </span><a href="https://www.fontys.nl/Onderzoek/Health-Innovations-Technology-1/STIFF.htm" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">views</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">.”&nbsp;&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHMG,FHPM,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij,Luiken]]></category>
            <pubDate>Wed, 18 Mar 2026 10:27:25 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/9f9d5c76-36b6-4c45-9a99-dadadc266ee0/500_shutterstock_2672718157.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/9f9d5c76-36b6-4c45-9a99-dadadc266ee0/500_shutterstock_2672718157.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/9f9d5c76-36b6-4c45-9a99-dadadc266ee0/shutterstock_2672718157.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[shutterstock_2672718157]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Jong en longcovid: ‘Je leven staat stil’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/jong-en-longcovid-je-leven-staat-stil/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/jong-en-longcovid-je-leven-staat-stil/</guid><pp:caseid>738075</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Vermoeidheid, cognitieve problemen, slaapproblemen en een groeiend gevoel van eenzaamheid. Voor veel jongvolwassenen met longcovid is het dagelijkse realiteit. Dat blijkt uit de eerste resultaten van het door docentonderzoeker Leoni van Dijk geleide onderzoek over de impact van longcovid onder jongvolwassenen.</strong></span></p><p style="text-align:start;">Het <a href="https://bron.fontys.nl/postcovid-beperkt-studie-en-werk-bij-fontys/" target="_blank">onderzoek</a> startte twee jaar geleden met als doel om meer inzicht te krijgen in de klachten en de dagelijkse beperkingen die jongvolwassenen (tussen de 16 en 30 jaar) met longcovid ervaren. Ruim vierhonderd mensen werkten eraan mee, zowel met als zonder longcovid. Leoni van Dijk, werkzaam bij Fontys Paramedisch, legt uit waarom er voor deze doelgroep gekozen is.</p><p style="text-align:start;">“Ten eerste omdat deze doelgroep ook bij Fontys rondloopt. Maar daarnaast is het ook een groep die nog onderbelicht is in de literatuur. Jongvolwassenen met longcovid worden niet genoeg gezien, terwijl ook zij grote problemen ervaren.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Toekomst onder druk&nbsp;</strong><br>Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat die problemen zeer divers zijn. Jongvolwassenen kunnen hun studie niet afronden, hun toekomst staat onder druk en het is moeilijk om sociale contacten te onderhouden. “Terwijl dat wel dingen zijn die in deze levensfase juist heel belangrijk zijn en die hun identiteit vormen. Als ze dit allemaal moeten missen, heeft dat grote gevolgen voor hun toekomst.”</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/ea0e576a-5b0d-494b-9937-902ceeff0733/500_leonivandijk.jpg?x=1772716440203" alt="Leoni van Dijk" width="200">Hoeveel jongvolwassenen met longcovid er in Nederland precies zijn, is volgens Van Dijk niet bekend. Een schatting is er wel. Het RIVM heeft namelijk een groot onderzoek uitgezet waaruit blijkt dat het om 3 tot 4 procent van alle jongvolwassenen tot 25 jaar gaat. “Het is een vermoeden hoeveel het er zijn. Deze mensen leven vaak onder de radar en bovendien is het exacte aantal ook niet bekend omdat klachten moeilijk te linken zijn aan de diagnose longcovid.”</p><p><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">Bovendien wordt de diagnose ook lang niet altijd gegeven, legt Van Dijk uit. “Dat zie ik ook terug in&nbsp;ons&nbsp;onderzoek. Zo’n&nbsp;86 procent van de deelnemers&nbsp;geeft aan een diagnose te hebben&nbsp;gekregen&nbsp;van een zorgprofessional.&nbsp;Dan blijft er&nbsp;nog 14&nbsp;procent over die wel klachten van longcovid heeft, maar geen diagnose.&nbsp;Onder deze groep is er het vermoeden dat het om longcovid&nbsp;gaat.&nbsp;Meerdere deelnemers geven aan kennis te missen bij zorgverleners, waardoor een diagnose soms uitblijft of lang op zich laat wachten.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Kwaliteit van leven</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">Bij bijna alle ondervraagden, het gaat om 98 procent, is de meest voorkomende klacht vermoeidheid&nbsp;of uitputting. Andere veel voorkomende klachten zijn&nbsp;cognitieve problemen,&nbsp;slaapproblemen, pijn in het lichaam,&nbsp;mentale problemen&nbsp;en een gevoel van eenzaamheid. Die klachten komen overeen met klachten die volwassenen met longcovid ervaren.&nbsp;Verder blijkt ook dat jongvolwassenen met longcovid een veel lagere kwaliteit van leven ervaren dan gezonde leeftijdsgenoten.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“We hebben gekeken naar welke factoren&nbsp;samenhangen met&nbsp;de ervaring van kwaliteit van leven. We kunnen geen oorzaak of gevolg aantonen, maar we kunnen wel zeggen dat&nbsp;jongvolwassenen&nbsp;met longcovid en&nbsp;overgewicht, obesitas of ondergewicht lager scoren op dit gebied. Hetzelfde geldt voor de hoeveelheid symptomen; hoe&nbsp;meer klachten iemand ervaart, hoe lager de kwaliteit van leven.&nbsp;Ook de mate van Post&nbsp;Exertionele&nbsp;Malaise (PEM), de ervaren beperkingen en de mate van eenzaamheid, voorspellen de ervaren kwaliteit van leven.”&nbsp; &nbsp;</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Hoewel de eerste resultaten al veel inzichten geven, is het onderzoek nog niet klaar. Het bevat ook nog verdiepende interviews met respondenten. Met alle resultaten wil&nbsp;Van Dijk&nbsp;uiteindelijk verschillende vormen van ondersteuningsbehoeftes in beeld brengen, zowel gericht op het fysieke als mentale stuk. “Er is nu bijna geen zorg voor&nbsp;mensen met longcovid. Er zijn wel&nbsp;longcovid-klinieken, maar&nbsp;daar kan niet iedereen terecht vanwege beperkte capaciteit en niet alles wordt&nbsp;vergoed.&nbsp;Longcovid is een biomedische aandoening die mentaal iets met je doet. Al je vrienden gaan uit, hebben het over carrière maken. En jij zit daar maar. Dat doet iets met je en&nbsp;ik vind dat daar&nbsp;meer&nbsp;aandacht en&nbsp;begeleiding voor moet zijn.”&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Gezondheid,FHPM,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 05 Mar 2026 14:30:25 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0d7d7840-96bf-4294-aca0-0f5e174ed812/500_shutterstock_1902146578.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d7d7840-96bf-4294-aca0-0f5e174ed812/500_shutterstock_1902146578.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d7d7840-96bf-4294-aca0-0f5e174ed812/shutterstock_1902146578.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[slapen moe corona longcovid student bureau]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Ondanks potentie blijft SmartGlove in Fontys-vitrine</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/ondanks-potentie-blijft-smartglove-in-fontys-vitrine/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/ondanks-potentie-blijft-smartglove-in-fontys-vitrine/</guid><pp:caseid>736207</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p style="margin-left:0cm;text-align:start;">Bron vroeg Fontys om een algemene reactie op dit stuk, en kreeg het volgende antwoord: “Fontys ontwikkelt en verkoopt geen commerciële goederen. In theorie zou dat wel mogen, zolang we geen oneerlijke concurrentie zijn voor bedrijven. Maar Fontys kiest hier bewust niet voor. Wij willen ons volledig richten op onze belangrijkste taken: goed onderwijs geven, praktijkgericht onderzoek doen en kennis delen met de maatschappij."&nbsp;</p><p style="margin-left:0cm;text-align:start;">"Daarnaast zegt de Wet Markt en Overheid dat publieke instellingen hun commerciële activiteiten moeten scheiden van hun onderwijs. Dat maakt het ingewikkeld. Een commercieel goed brengt ook risico’s met zich mee. Denk aan financieel risico, aansprakelijkheid en verplichtingen voor garantie en service. Fontys vindt dat dit niet bij ons past als onderwijsinstelling. Ook kunnen commerciële belangen van docenten of onderzoekers botsen met objectief onderwijs, onafhankelijke beoordeling en wetenschappelijke integriteit. Daarom kiest Fontys ervoor om niet zelf commerciële goederen te ontwikkelen en op de markt te brengen.”</p><p style="margin-left:0cm;text-align:start;">Wel heeft het college van bestuur eind vorig jaar de Fontys Regeling Kennisvalorisatie vastgesteld. Deze regeling wordt momenteel geïmplementeerd - door Bart van Duijl en Astrid Wiktor – en treedt 1 september 2026 in werking. “Daarom is deze regeling nog niet gepubliceerd op de portal en website van Fontys. De regeling maakt het voor medewerkers en studenten mogelijk om binnen Fontys ontwikkeld werk extern te gelde te maken conform de procedures zoals vastgelegd in de regeling. Hierbij wordt onder meer rekening gehouden met publieke/private geldstromen, integriteit en belangenverstrengeling. Veel belovende resultaten kunnen dan dus wel vermarkt gaan worden, maar niet via Fontys.”</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Jarenlang&nbsp;werd er&nbsp;onder anderen&nbsp;door&nbsp;onderzoekers&nbsp;Fred&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Geert-Jos van der&nbsp;Maazen&nbsp;ziel en zaligheid gelegd in het ontwikkelen van de SmartGlove, een&nbsp;‘slimme&nbsp;handschoen’&nbsp;voor orthopedisch technologen.&nbsp;Nu wordt het resultaat daarvan tentoongesteld in het&nbsp;Waalwijkse&nbsp;museum&nbsp;het&nbsp;Schoenenkwartier. Maar het&nbsp;product&nbsp;namens&nbsp;Fontys&nbsp;op de markt brengen? “Dat kan niet, en dat is zó jammer.”</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De SmartGlove is een resultaat uit het onderzoeksproject&nbsp;SmartScan,&nbsp;dat&nbsp;mede&nbsp;gefinancierd wordt door Regieorgaan SIA. Het product kan het beste omschreven worden als een slimme handschoen die gebruikt wordt bij het aanmeten&nbsp;van&nbsp;op maat gemaakte orthopedische schoenen voor mensen met voetproblemen. Denk daarbij aan mensen met een klapvoet of mensen met reuma of diabetes.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Gips of geen gips</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Dat proces gebeurt al van oudsher met behulp van gips. Maar, vertelt&nbsp;associate&nbsp;lector&nbsp;Fred&nbsp;Holtkamp: “Dat gips wordt&nbsp;op bepaalde punten&nbsp;gemanipuleerd&nbsp;om de goede stand te krijgen. Dat doe je met je handen en&nbsp;vervolgens wordt&nbsp;de kennis die je in je handen hebt&nbsp;in het gipsmodel&nbsp;weggezet.&nbsp;Maar je ziet niet hoe je dat doet; er zijn geen waardes voor hoe hoog de druk is die je&nbsp;met je handen&nbsp;uitoefent op die&nbsp;kracht”.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/161b11ce-3fd2-4f56-a9af-3cf5e5c95243/500_img_38332.jpg?x=1770894905306" alt="Fred Holtkamp" width="200">De kennis wordt bij het gebruik van gips dus niet zichtbaar. “Maar de SmartGlove maakt die kennis wél zichtbaar dankzij allerlei sensoren.&nbsp;Het aanmeetproces wordt met de handschoen niet alleen veel nauwkeuriger, maar ook sneller.&nbsp;Bovendien is de nieuwe methode patiëntvriendelijker, op termijn kostenbesparender en een stuk milieuvriendelijker omdat je hiermee niet al dat gips bij het chemisch afval hoeft te gooien.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Eindeloze mogelijkheden</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Voor nu wordt de handschoen alleen nog gebruikt op de voet, maar de technologie zou ook toepasbaar kunnen zijn op andere lichaamsdelen. Voor het aanmeten van protheses bijvoorbeeld, voor tandartsen, zelfs voor chirurgen. “Als je eenmaal kunt digitaliseren wat je met je handen doet als je die handschoen aan hebt, qua kracht en positie, dan kun je er heel veel mee. De voorbeelden zijn eindeloos”, zegt Geert-Jos&nbsp;van der&nbsp;Maazen.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Een veelbelovende techniek dus&nbsp;– waar in 2023 zelfs een SIA RAAK-Award mee is gewonnen –&nbsp;en toch wordt die volgens&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Van der&nbsp;Maazen&nbsp;nog nergens ter wereld op deze manier toegepast. Reden genoeg om er als&nbsp;Fontys&nbsp;meer&nbsp;mee te doen, toch? “We zouden dit soort producten graag via&nbsp;Fontys&nbsp;op de markt brengen, maar dat is nog niet mogelijk", zegt Holtkamp. "We hopen dat&nbsp;Fontys&nbsp;hier de komende jaren een beleid voor ontwikkelt zodat veelbelovende projecten met hun resultaten ook&nbsp;vermarkt&nbsp;kunnen worden.&nbsp;Ik heb me daar al hard voor gemaakt, heb zelfs vragen gesteld aan het bestuur, maar tot nu toe zonder succes.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Misschien in eigen beheer uitbrengen dan? Het is immers ‘jouw kindje’?&nbsp;“Daar heb ik ook al over nagedacht, maar&nbsp;dan heb je héél veel geld nodig.&nbsp;Daar komt bij dat ik het ook onethisch zou vinden omdat we voor de ontwikkeling van dit project heel veel publieksgelden hebben gekregen. Als ik daar dan in mijn eentje mee vandoor ga… Nee, dat ga ik niet doen. Het is en blijft een discussiepuntje binnen&nbsp;Fontys.”&nbsp;&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e392c693-f189-457d-9ceb-d77a72a6350c/500_img_3833.jpg?x=1770894915675" alt="Geert-Jos van der Maazen" width="200">En terwijl dat gesprek&nbsp;gevoerd wordt, blijven&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Van der&nbsp;Maazen&nbsp;zich samen met verschillende&nbsp;Fontys-opleidingen en studenten&nbsp;inzetten voor verdere ontwikkelingen op het gebied van de SmartGlove.&nbsp;Ze hebben tal van ideeën hoe ze het bestaande prototype verder kunnen uitbouwen en moderniseren.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Van der&nbsp;Maazen: “Nu meten we alleen hoe hard je drukt, maar nog niet wanneer je té hard drukt. Daar willen we een waarschuwingssysteem voor ontwikkelen.” Aangevuld door&nbsp;Holtkamp: “We willen de handschoen heel graag&nbsp;doorontwikkelen&nbsp;tot het een product is dat we in een doosje&nbsp;zo aan de markt zouden kunnen aanbieden.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Eindhoven,Onderzoek Algemeen,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Fri, 13 Feb 2026 09:39:59 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/500_img_3831.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/500_img_3831.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/img_3831.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fred Holtkamp en Geert-Jos van der Maazen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Vier RAAK-subsidies voor projecten Fontys</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/vier-raak-subsidies-voor-projecten-fontys/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/vier-raak-subsidies-voor-projecten-fontys/</guid><pp:caseid>733435</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Onderzoek doen naar meer balans en minder beperkingen voor kinderen die geboren worden met een klompvoet, de succesfactoren en valkuilen van live journalistiek, en het inzetten van sensoren voor stressmanagement. Het zijn praktijkgerichte projecten waarvoor Fontys RAAK-subsidies heeft binnengehaald.</strong></span></p><p><span>Naast Fontys hebben ook 17 andere hogescholen onderzoeksubsidies toegewezen gekregen, in totaal goed voor zo’n 31 miljoen euro. Van de 53 aanvragen die in juni waren ingediend voor een RAAK-publieksubsidie zijn er 22 gehonoreerd bij in totaal 12 hogescholen, </span><a href="https://regieorgaan-sia.nl/nieuwsoverzicht/raak-publiek-ronde-juni-2025-22-aanvragen-toegewezen/"><span>meldt</span></a><span> Regieorgaan SIA. Met maximaal 350.000 euro verrichten deze hogescholen onderzoek naar praktijkvragen uit de publieke sector.</span></p><p><span>De hogescholen werken samen met ten minste twee publieke organisaties. De onderzoekspartners, waaronder de hogeschool zelf, verdubbelen de RAAK-subsidie uit eigen zak. In december zijn ook de grote RAAK-PRO subsidies uit de aanvraagronde van 2024 </span><a href="https://regieorgaan-sia.nl/nieuwsoverzicht/34-aanvragen-raak-pro-ronde-2024-toegewezen/"><span>toegewezen</span></a><span>. Van de 162 aanvragen kunnen 34 projecten van start bij 14 hogescholen. Met maximaal zeven ton, die door de samenwerkingspartners naar minstens een miljoen euro wordt verhoogd, wordt vier jaar onderzoek betaald.</span></p><p><span><strong>Projecten Fontys</strong></span><br><span>Fontys heeft twee RAAK-publieksubsidies en twee RAAK-PRO subsidies binnengesleept. De eerste publieksubsidie gaat naar het onderzoek ‘Verbetering van functionele beperkingen in uitdagende dynamische activiteiten: het ontwikkelen van een training voor kinderen met een behandelde klompvoet’.</span></p><p><span>Jaarlijks worden ongeveer 200 kinderen in Nederland geboren met een klompvoet. Na behandeling ervaren veel kinderen alsnog balansproblemen. Met een technologische en op gamificatie-gebaseerde training wil Fontys de spierkracht en balans van deze kinderen verbeteren en zo functionele beperkingen verminderen.</span></p><p><span>Ook het onderzoeksproject ‘Truthful, not Neutral’ krijgt een publieksubsidie. Hierin wordt live journalistiek, wat steeds meer groeit in Nederland, onder de loep genomen. Samen met praktijkpartners onderzoekt Fontys de succesfactoren, risico’s en spanningsvelden van deze vorm van journalistiek.</span></p><p><span><strong>RAAK-PRO</strong></span><br><span>Het onderzoek ‘Systeemdenken voor energiesystemen’, waar Fontys samen met tien andere consortiumpartners deel van uitmaakt, is begin dit jaar van start gegaan. Met een subsidie van bijna 700.000 euro focust het onderzoek zich op het bevorderen van de efficiëntie van gehele energiesystemen bij bedrijven </span><a href="https://www.sia-projecten.nl/project/systeemdenken-voor-energiesystemen"><span>door middel van systeemdenken</span></a><span>. Met behulp van een stappenplan worden bedrijven zo geholpen bij het inventariseren en optimaliseren van energiegebruik.</span></p><p><span>Het laatste Fontysproject dat gesubsidieerd wordt is het project ‘Sensors2care: Adoptie van stressmetingen met wearables in de zorg’. Samen met elf partners richt Fontys zich hiermee op de inzet van draagbare sensoren die stressgerelateerde indicatoren meten en monitoren. Het uiteindelijke projectdoel: het doorontwikkelen van wearables die daadwerkelijk gebruikt kunnen worden in verschillende takken van de zorg.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs Onderzoek,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Algemeen,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 15 Jan 2026 12:28:08 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ee826d91-9ded-40c3-a1ed-198f4e3764bd/500_praktijkgericht-onderzoek-lectoraat-lector-1-uitsnede.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ee826d91-9ded-40c3-a1ed-198f4e3764bd/500_praktijkgericht-onderzoek-lectoraat-lector-1-uitsnede.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ee826d91-9ded-40c3-a1ed-198f4e3764bd/praktijkgericht-onderzoek-lectoraat-lector-1-uitsnede.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[praktijkgericht-onderzoek-lectoraat-lector-1-uitsnede]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Gezondheidskloof in buurten aanpakken: &#039;Moet duurzamer&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/gezondheidskloof-in-buurten-aanpakken-moet-duurzamer/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/gezondheidskloof-in-buurten-aanpakken-moet-duurzamer/</guid><pp:caseid>730179</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Nóg minder gezondheidsverschillen creëren onder buurtbewoners, mensen nóg bewuster maken van een gezondere leefomgeving en nóg meer de verbinding zoeken in verschillende wijken in Eindhoven en Son en Breugel. Fontysmedewerkers Patricia Beumer en Marjon Gevers staan voor een pittige uitdaging.</strong></p><p style="text-align:start;">Beumer en Gevers zijn samen projectleider voor drie hybride leeromgevingen (HLO’s) in de Eindhovense wijken Achtse Barrier en Vaartbroek, en in het dorp Son en Breugel. Daar wordt samengewerkt om beroepsprofessionals, inwoners, studenten, docenten en onderzoekers samen te laten werken om een belangrijk doel te kunnen bereiken. Namelijk: de gezondheidsverschillen verminderen waar binnen deze wijken sprake van is. Maar ook: meer bewustzijn creëren over een gezonde levensstijl onder de buurtbewoners. Dit alles gebeurt onder de vlag van het regionale zelfhulpplatform DE STAP naar Gezonder.</p><p style="text-align:start;"><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/038c4b4f-0fb2-47ad-aeaf-1c1f8d1385d4/500_fb_img_17074172017841.jpg?x=1764668932857" alt="Patricia Beumer" width="200">Doorbouwen</strong><br>In een HLO werken partners met een specifieke kennis samen. In dit geval kunnen dat het sociaal domein zijn en de eerstelijnszorg (laagdrempelige zorg waar buurtbewoners zonder verwijzing naartoe kunnen). Fontys levert een bijdrage door onder andere het doen van onderzoek. Dat gebeurt in samenwerking met het lectoraat Professionele Werkplaatsen, dat ook bij dit project is aangesloten.&nbsp;</p><p style="text-align:start;">Maar, zegt Beumer, die vanuit het Centre of Expertise Inclusive Society betrokken is bij dit project: "Het kan een uitdaging zijn om bij zo’n complexe samenwerking in deze wijken tot structurele acties en een duurzame samenwerking te komen. Dat is waar onze taak ligt.”</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/754fc63f-5fb9-4427-b8d7-f6d9a39962b4/500_marjongevers.png?x=1764667446329" alt="Marjon Gevers" width="200">De HLO’s bevinden zich nu nog in de zogenoemde pioniersfase, maar dat zien Beumer en Gevers graag anders. Zij willen verder, alleen is dat nou nét het punt waar het lastiger wordt.&nbsp;</p><p style="text-align:start;">“We willen doorbouwen en -ontwikkelen”, aldus Gevers, binnen Fontys werkzaam bij de regiegroep van Professionele Werkplaatsen. “Dit is een spannende fase die vraagt om een gezamenlijke visie, borging en tijd om samen te leren door te doen. Alleen daarmee verduurzamen we de hybride leeromgevingen. Want het zou toch zonde zijn als al die mooie initiatieven niet kunnen doorgroeien.”&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Financiën&nbsp;</strong><br>Voor het verder opbouwen van de drie HLO’s is een financiering beschikbaar gesteld, maar die loopt na een looptijd van een jaar af in januari. Een nieuwe aanvraag is al ingediend, maar als die wordt toegekend, zal ook die voor ‘slechts’ een jaar lopen. Beumer: “We hopen op een meerjarenfinanciering, omdat we daarmee eindelijk af zouden kunnen stappen van korte termijn-acties. Onze langetermijnambitie is het realiseren van een lerend ecosysteem dat we op nog meer plekken in de regio kunnen uitrollen. Voor de inwoners betekent het vooral nóg meer verbinding en een gezonder en beter leven met minder gezondheidsverschillen."</p><h5><i>Foto bovenin: een activiteit met wijkbewoners van Achtse Barrier, fotograaf: Eric Dankbaar</i></h5>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Luiken,Lectoraten]]></category>
            <pubDate>Tue, 02 Dec 2025 14:35:48 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/c4023202-9640-4c0c-b47b-2a8f5f85405d/500_2025-11-23_039.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/c4023202-9640-4c0c-b47b-2a8f5f85405d/500_2025-11-23_039.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/c4023202-9640-4c0c-b47b-2a8f5f85405d/2025-11-23_039.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Een activiteit met wijkbewoners van Achtse Barrier, fotograaf: Eric Dankbaar]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Leraren steeds tevredener over hun beroep</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/leraren-steeds-meer-tevreden-over-hun-beroep/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/leraren-steeds-meer-tevreden-over-hun-beroep/</guid><pp:caseid>727704</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Nederlandse leraren zijn over het algemeen heel tevreden over hun beroep. Vooral na de gelijkschakeling van salarissen tussen primair en voortgezet onderwijs is de positiviteit omhooggegaan. Dat blijkt uit een groot internationaal onderzoek waar Isabelle Diepstraten namens Fontys een belangrijke rol in had.</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De studie komt van de hand van TALIS (Teaching and Learning International Survey), die elke vijf jaar onderzoekt hoe leraren en schoolleiders van het primair en voortgezet onderwijs wereldwijd hun werk- en leeromgeving ervaren. Het is de vierde keer dat dit onderzoek in Nederland wordt gedaan; in 2018 gebeurde dat voor het laatst. Er deden dit keer 300.000 leraren en schoolleiders uit vijftig verschillende landen mee. In Nederland waren dat zo’n 140 basisscholen met 1.300 leraren en 132 schoolleiders, plus 84 vo-scholen met 1.271 leraren en 78 schoolleiders.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De uitkomsten zijn volgens Fontysonderzoeker Isabelle Diepstraten voor een groot deel positief. Bijna alle Nederlandse leraren zijn tevreden met hun baan en die tevredenheid is in de afgelopen jaren hard gestegen. “Dat komt deels door de salarissen die omhoog zijn gegaan”, aldus Diepstraten. “Maar het meest opmerkelijke resultaat vind ik dat de waardering voor de lerarenopleidingen in de afgelopen vijf jaar sterk is toegenomen, terwijl deze in veel andere landen juist is gedaald.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Minder stress</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Startende leraren, zoals die ook bij Fontys worden opgeleid, voelen zich volgens het rapport beter voorbereid door hun opleiding en gebruiken vaker inductieprogramma’s waarbij ze in de eerste jaren van hun carrière worden begeleid. “Er zijn steeds meer mensen die daaraan deelnemen en dat heeft ook echt effect”, vervolgt Diepstraten. “Leraren voelen zich daardoor geholpen, ze voelen zich zekerder. En ze ervaren minder stress, wat de overheid natuurlijk ook ziet.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:244/auto;width:244px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/eb83b2ca-95cb-482a-a6e4-814994fb58b7/800_fotoisabellekleur1.jpg?x=1762504570314" alt="Isabelle Diepstraten" width="244" height="auto">Dat is ook waar het TALIS-rapport terechtkomt: bij de overheid. Natuurlijk in de hoop dat die er iets mee gaat doen door bijvoorbeeld meer geld uit te geven om het welzijn van leraren te verbeteren. “Het is de bedoeling dat het ministerie en de vakbonden naar het rapport kijken en daar dingen uithalen om een beleid op te baseren.” Naast het verminderen van stress kan dat ook het verlagen van de werkdruk zijn, stelt Diepstraten. “Want dat blijft een moeilijk punt, voornamelijk vanwege de hoeveelheid administratieve taken die leraren hebben. Maar ook de maatschappelijke waardering zou omhoog mogen.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Andere zaken die volgens de studie bijdragen aan werkstress zijn de verantwoordelijkheid die leraren voelen over de prestaties van hun leerlingen, gedragsproblemen van leerlingen, zorgen van ouders of verandermoeheid. Over dat laatste zegt Diepstraten: “In het onderwijs zijn er constant veranderingen gaande. Het ene is nog niet afgerond of het volgende moet alweer gebeuren. Het is niet dat leraren tegen veranderingen zijn, helemaal niet zelfs, maar een beetje wat meer rust is soms wel welkom.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Toch zijn maar weinig leraren van plan het onderwijs te verlaten, zeker in vergelijking met andere landen. In het basisonderwijs gaat het om 1 op de 6 leraren en in het voortgezet onderwijs om 1 op de 5. “Meestal willen zij niet helemaal stoppen met onderwijs, maar juist doorgroeien naar een andere functie binnen de sector. Slechts 4 procent van de po-leraren en 5 procent van de vo-leraren denkt er echt over om het onderwijs helemaal te verlaten.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Stereotype beeld</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De onderzoeker hoopt dat de negatieve punten met de resultaten van het onderzoek omgezet kunnen worden naar positieve punten. Met hulp van de overheid, maar ook door een verschuiving in het toch wel negatieve beeld dat veel mensen nog steeds over het lerarenvak hebben. “Er zijn nog altijd heel veel stereotype beelden over dit beroep. Het betaalt slecht, het is niet leuk, de werkdruk is veel te hoog. We hopen dat met dit onderzoek toch wel een beetje te kunnen ontkrachten.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">En wat hopen leraren? Volgens hen blijft hun beroep aantrekkelijk als de werkdruk en administratieve taken verminderd kunnen worden en er meer tijd is voor voorbereiding. Maar ook als er een goed salaris is dat past bij de verantwoordelijkheden, meer maatschappelijke waardering én extra handjes in de klas. Schoolleiders willen het personeelstekort terugdringen, scholen meer autonomie en vertrouwen geven, minder administratie en regeldruk en betere en bij het werk passende salarissen.&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Luiken,lerarenopleiding en pabo&#039;s,Onderzoek,Onderzoek Algemeen]]></category>
            <pubDate>Fri, 07 Nov 2025 10:05:41 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b8a08133-a32d-490f-9447-9b7f4fd7860a/500_adobestock-391344115.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b8a08133-a32d-490f-9447-9b7f4fd7860a/500_adobestock-391344115.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b8a08133-a32d-490f-9447-9b7f4fd7860a/adobestock-391344115.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[leraar klas docent pabo]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Islamitische school zoekt balans in seksuele voorlichting</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/islamitische-school-zoekt-balans-in-seksuele-voorlichting/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/islamitische-school-zoekt-balans-in-seksuele-voorlichting/</guid><pp:caseid>726691</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De verplichte lessen seksuele vorming leiden op veel basisscholen tot discussie onder ouders. Een islamitische basisschool hoopt met een nieuwe lesmethode een brug te slaan tussen liberale en islamitische waarden en is hiermee het middelpunt van een nieuw onderzoek waar Fontys subsidie voor heeft gekregen.</strong></p><p>Iedere basisschool in Nederland is verplicht om haar leerlingen lessen seksuele vorming aan te bieden, anders krijgen ze problemen met de inspectie. Maar op welke manier ze dat doen is aan de scholen zelf. Fontysonderzoeker Antoinette Kroes van het kenniscentrum Youth Education for Society (YES) ziet dat deze lessen vaak voor veel controverse zorgen.&nbsp;<br><br>“De afgelopen jaren zie je regelmatig in het nieuws dat ouders hun kinderen thuishouden wanneer er op de basisschool seksuele vorming wordt gegeven. Ik denk dat daarom veel scholen inmiddels worstelen met de vraag hoe ze deze lessen kunnen geven op een manier waar iedereen zich goed bij voelt.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/bf9fe321-bd35-407a-83fb-e06d5e8393b5/500_antoinettekroes.jpg?x=1761736374636" alt="Antoinette Kroes" width="200"></p><p><strong>Gulden middenweg</strong><br>Dat geldt ook voor een islamitische school in de regio, waarvan een leerkracht een nieuwe lesmethode rondom dit thema ontwikkelde en daarmee aanklopte bij Fontys. Die gaat ze nu samen met onderzoekers verder ontwikkelen, met als doel: een gulden middenweg zoeken tussen liberale en islamitische waarden en toch draagvlak vinden voor onderwerpen die bij sommigen gevoelig liggen.</p><p>Kroes: “De methode die ze op deze school eerder gebruikten was in opspraak gekomen, omdat het met name erg negatief was over homoseksualiteit. Toen de school er nog eens naar keek, kwamen ze zelf eigenlijk ook tot de conclusie dat het niet paste bij hun pedagogische visie.”</p><p>“Er zijn natuurlijk liberale en meer conservatieve moslims”, vervolgt Kroes. “Maar als je kijkt naar het islamitische geloof en overigens ook naar het christelijk geloof, dan bestaat een huwelijk in hun ogen uit een monogame relatie tussen man en vrouw. Als je dan tegen leerlingen zegt dat homoseksualiteit normaal is, dan botst dat. Maar ja, diversiteit is wel een belangrijk onderdeel van de lessen, dus daar moet je wel wat mee.”</p><p><strong>Positieve draai</strong><br>Het is dan ook niet zo dat in de nieuwe methode heikele thema’s dan maar worden vermeden. De keuze is eerder om er vanuit het geloof een positieve draai aan te geven, legt Kroes uit. “Waar deze basisschool nu bewust voor kiest is om de nadruk te leggen op de plichten die moslims hebben als het gaat om naastenliefde. En dus legt de godsdienstdocent bijvoorbeeld in haar lessen uit dat Allah iedereen heeft gemaakt, ook mensen die homoseksueel zijn.”</p><p>Dat is uiteraard niet het enige dat aan bod komt. “Er wordt ook gesproken over onderwerpen zoals menstruatie, het aangeven van wensen en grenzen, waar baby’s vandaan komen en lichamelijke hygiëne. Allemaal thema’s die belangrijk zijn om kinderen gezond en prettig te laten opgroeien en weerbaar te maken tegen misbruik.”</p><p><strong>Niet te expliciet</strong><br>Om leerlingen en ook ouders niet meteen af te schrikken bij thema’s rondom seksualiteit die in de islam niet altijd vrijelijk worden besproken, zijn er aanpassingen gedaan. “In het lesmateriaal zijn bijvoorbeeld foto’s en het taalgebruik niet te expliciet. En ook worden de lessen niet alleen in gemengde groepen, maar bij sommige onderwerpen ook apart voor jongens en meisjes gegeven. Zodat ze zich vrijer voelen om vragen te stellen en dingen te bespreken.”<br><br>De eerste reacties zijn op deze islamitische basisschool erg positief. Met een subsidie van 50.000 euro doen Kroes en haar collega’s Judith Rijnbende en Dilana Schaafsma het komende anderhalf jaar verder onderzoek naar deze nieuwe aanpak en kijken ze hoe het ook op andere plekken van nut kan zijn. “We denken dat we straks een goed onderbouwde lesmethode hebben waar niet alleen islamitische scholen iets aan hebben."</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Fri, 31 Oct 2025 09:29:49 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/7cd393e4-075e-4f37-b140-2000274ef663/500_shutterstock_2061692300.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/7cd393e4-075e-4f37-b140-2000274ef663/500_shutterstock_2061692300.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/7cd393e4-075e-4f37-b140-2000274ef663/shutterstock_2061692300.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[moslim islam school basisschool hoofddoek]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Platform geeft meer structuur in oerwoud van onderzoeken</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/platform-geeft-meer-structuur-in-oerwoud-van-onderzoek/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/platform-geeft-meer-structuur-in-oerwoud-van-onderzoek/</guid><pp:caseid>724714</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Wie doet nou eigenlijk wat? In het oerwoud van onderzoeken die worden gedaan in het</strong><span><strong>&nbsp;</strong></span><strong>hoger onderwijs, is dat lang niet altijd duidelijk. Dat is zeker ook het geval bij de vele onderzoeken naar het toepassen van techniek in de zorg. Om daar landelijk meer structuur in aan te brengen is er nu SPIRIT, een landelijk platform waar ook Fontys bij aansluit.</strong></p><p>Met alle mogelijkheden die de technologie ons vandaag de dag biedt, is het natuurlijk zonde om daar geen gebruik van te maken. Zeker in de zorg. Want daar zijn de vraagstukken die op tafel liggen enorm, weet Angelique Dierick, die namens Fontys als lector bij het instituut Paramedisch aansluit bij het nieuwe platform.<span>&nbsp;</span></p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/bdc05184-d794-475c-ad49-cb7cc35f76a7/500_angeliquedierick.jpg?x=1760010592031" alt="Angelique Dierick" width="200">“Er is mede door de vergrijzing sprake van een grote zorgvraag. Tegelijkertijd hebben we ook te maken met personeelstekorten. Het is dan bijvoorbeeld interessant om te kijken hoe technologie kan helpen om de werkdruk te verlagen. Maar ook wat er technisch mogelijk is om ervoor te zorgen dat mensen minder snel een beroep doen op de zorg.”<span>&nbsp;&nbsp;</span></p><p><strong>Overzicht verdwijnt</strong><br>Om de zorg met behulp van de nieuwste technologie slimmer en efficiënter in te richten, wordt er daarom volop onderzoek gedaan. Maar dan op zoveel plekken tegelijkertijd, dat het overzicht zo langzamerhand verdwijnt. Met de komst van het platform SPIRIT (Samenwerkingsverband voor Praktijkgericht Innovatieonderzoek in Regionale Infrastructuren voor Technologie)&nbsp;moet daar verandering in komen.</p><p>Voor deze landelijke samenwerking tussen verschillende hogescholen, zorginstellingen en bedrijven is ruim twee miljoen euro aan subsidiegeld uitgetrokken. Met als doel meer structuur aanbrengen in de Nederlandse onderzoekswereld. Vier lectoren van Fontys, waaronder Manon Peeters van het lectoraat Health Innovations & Technology (HIT), zetten zich hier de komende vier jaar voor in.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/98efef62-b8ca-43a5-91d9-56c4f26aa63a/500_manonpeeters.jpg?x=1760010622322" alt="Manon Peeters" width="200">“Dit keer zijn we nu eens niet bezig met wát we onderzoeken, maar hoe we dat doen”, zegt Peeters, en volgens haar kan het stukken beter. “Sommige onderzoeken gebeuren gewoon dubbel. Dan onderzoekt iemand in Groningen iets dat wij hier in Eindhoven ook aan het onderzoeken zijn. En pas na twee jaar komen we er dan achter dat het eigenlijk wel heel veel op elkaar lijkt.”</p><p><strong>Beter afstemmen</strong><br>Door dit vooraf samen beter met elkaar af te stemmen zou dat in ieder geval voorkomen kunnen worden. Maar dat is lang niet de enige ambitie van de vijftig partners die deelnemen aan SPIRIT. Ook willen ze er bijvoorbeeld voor zorgen dat er met de uitkomsten van al die onderzoeken ook echt iets wordt gedaan. En dat het uiteindelijk terechtkomt bij degenen die er ook echt wat aan hebben.</p><p>Peeters: “Het werkveld verwacht dat we onze studenten goed voorbereid en startbekwaam opleiden. Dan is het dus belangrijk dat we de kennis uit die onderzoeken ook goed laten landen in het onderwijs. Maar ook de professionals zelf moeten aan de slag kunnen met die nieuwe technologie en die goed gaan gebruiken in de zorg.”&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Veel openheid</strong><br>Door dit nu met zoveel verschillende partners landelijk aan te pakken valt er veel winst te behalen, verwachten de twee lectoren. Sinds de officiële kick-off vorige maand is een gezamenlijke subsidieaanvraag een van de eerste wapenfeiten van het nieuwe platform. En dat geeft veel vertrouwen voor de toekomst, zegt Dierick.</p><p>“Het is goed om te zien dat er veel openheid is naar elkaar toe en iedereen bereid is om kennis te delen. Dat is een samenwerkingsklimaat dat je graag wil. En niet dat de deuren dicht blijven omdat ze bang zijn dat je met hun kindje vertrekt.”</p><p>Dat er nu zoveel draagvlak is om dit samen aan te pakken, is dan ook de kracht van het platform, vindt Peeters. Al vraagt dat van iedereen wel even om een andere mind set, merkt ze. “De collega’s met wie we in SPIRIT zitten, kunnen ook in sommige gevallen onze concurrenten zijn bij subsidieaanvragen. Ik vind het mooi dat we nu die concurrentie achter ons laten en dat we bij de start van nieuwe ideeën, elkaar in een vroeg stadium opzoeken. Zo zijn we allemaal echt onderdeel van hetzelfde team.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Fri, 10 Oct 2025 10:08:35 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/bacac5b6-9769-4619-9b92-32a3c906bc8a/500_spirit.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/bacac5b6-9769-4619-9b92-32a3c906bc8a/500_spirit.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/bacac5b6-9769-4619-9b92-32a3c906bc8a/spirit.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[SPIRIT]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Awards voor projecten rond schermgebruik en vluchtelingen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/awards-voor-projecten-rond-schermgebruik-en-vluchtelingen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/awards-voor-projecten-rond-schermgebruik-en-vluchtelingen/</guid><pp:caseid>721974</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De Fontys for Society Awards zijn gewonnen door wat de jury de meest beloftevolle projecten voor de toekomst noemt. Bij de studenten werd dat Kijk Vooruit en in de medewerkerscategorie ging de hoofdprijs naar de Prebachelor voor vluchtelingstudenten.</strong></p><p><span style="text-align:left;">De verrassing was groot bij de studenten die </span><a href="https://bron.fontys.nl/prijswinnend-idee-pakt-overmatig-schermgebruik-aan/" target="_blank"><span style="text-align:left;">Kijk Vooruit</span></a><span style="text-align:left;"> hebben gedacht, een project rond het schermgebruik bij jonge kinderen dat leidt tot een stille bijziendheidsepidemie. </span><span>Ze hadden het totaal niet zien aankomen. “We hebben natuurlijk ook al die andere prijs gewonnen [</span>Dutch Creativity Award, red.]<strong> </strong><span>en dan komt deze er nog bovenop. Echt heel vet. Een kippenvelmomentje.”</span></p><p><span>Ze zijn opgegeven door hun docent. Volgende week zitten ze samen met het OogFonds, in de hoop hun idee samen met dat bedrijf door te kunnen ontwikkelen. Dat is ook waar ze het gewonnen bedrag van 2500 euro voor in willen zetten. “We zijn inmiddels allemaal afgestudeerd, maar willen hier lekker mee verdergaan.”</span></p><p><span>De aanmoedigingsprijs ging naar </span>Fontys Caribbean Connection, dat <span style="text-align:left;">studenten uit het Caribisch gebied bij Fontys verwelkomt en begeleidt.</span></p><p><span><strong>Inburgering</strong></span><br><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:467/auto;width:467px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/955a2ba8-aad6-45ad-b724-96ceb355209d/800_fontysforsociety1.jpg?x=1757680142270" alt="De winnaars van de medewerkersprijs" width="467" height="auto"><span>De </span><a href="https://bron.fontys.nl/vluchtelingstudent-krijgt-straks-diploma-voor-prebachelor/" target="_blank"><span>Prebachelor voor vluchtelingen</span></a><span> kreeg de Society-award in de categorie medewerkers, en daarbij ook 2.500 euro. In deze cursus die door Fontysmedewerkers is opgezet en waarbij wordt samengewerkt met Tilburg University worden vluchtelingstudenten </span><span style="text-align:left;">geholpen bij hun inburgeringsproces en voorbereid op het behalen van het staatsexamen Nederlands als tweede taal (Nt2). Ook krijgen ze sociale begeleiding via buddy’s.</span></p><p><span>“We zijn echt heel blij, vooral omdat we dit al heel lang doen en omdat het een project is waarbij we tegen veel problemen aanlopen. Het is fijn om nu eens positief in het zonnetje te worden gezet. Wat we hiermee gaan doen? Nog veel meer bruggen bouwen en activiteiten organiseren waarbij we zowel onze studenten als maatschappij helpen. We willen impact maken”, reageerden de winnaars vanaf het podium.</span></p><p><span>Straatroute, </span><span style="text-align:left;">waarbij &nbsp;Social Work-studenten leren van ervaringsdeskundigen die zelf dakloos zijn geweest, </span><span>kreeg de aanmoedigingsprijs van 500 euro voor medewerkers.&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Campus,Onderzoek,Antillen,Diversiteit en inclusiviteit,Ligthart,Luiken]]></category>
            <pubDate>Fri, 12 Sep 2025 14:37:17 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/351f1eeb-f988-49b3-8097-1789e377498f/500_winnaarstudentenfontysforsocietyawards.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/351f1eeb-f988-49b3-8097-1789e377498f/500_winnaarstudentenfontysforsocietyawards.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/351f1eeb-f988-49b3-8097-1789e377498f/winnaarstudentenfontysforsocietyawards.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Winnaar studenten Fontys for Society Awards]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Pure wordt dé plek voor alle onderzoekers van Fontys</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/pure-wordt-de-plek-voor-alle-onderzoekers-van-fontys/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/pure-wordt-de-plek-voor-alle-onderzoekers-van-fontys/</guid><pp:caseid>712384</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Fontys telt ruim veertig lectoraten, bijna vijftig lectoren en nog veel meer onderzoekers. Stuk voor stuk komen ze met allerlei onderzoeksinformatie, zoals publicaties en andere output. Maar waar laten ze die? Fontys Pure moet dé plek worden waar alles samenkomt.</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Jarenlang hebben alle onderzoekers van Fontys op hun eigen manier onderzoeksinformatie verzameld en opgeslagen. Maar omdat lectoren toch merken dat ze op dit vlak een stukje eenheid missen, hebben ze een aantal jaar geleden de wens uitgesproken om praktijkgericht onderzoek beter op de kaart te zetten. &nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Versnipperd</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Hoe dat moet gaan gebeuren? Met een systeem waar alle onderzoeksinformatie van alle lectoraten, lectoren en onderzoekers van Fontys samenkomt. En waarvan de gegevens uiteindelijk worden</span><span> getoond op de website van Fontys, Pure Portal en Publinova. </span><span style="margin:0px;padding:0px;">Melanie Tinus-Leenen werd aangewezen als projectleider voor deze opdracht en nu, anderhalf jaar later, worden de eerste zichtbare stappen voor de buitenwereld gezet. &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“Als de kennisinstelling die Fontys wil zijn, werken we steeds vaker samen met partijen en doen we steeds vaker (multidisciplinair) onderzoek. Maar we hebben nog geen manier om alle opbrengsten van al die onderzoeken bij elkaar te brengen. Dat gebeurt nu nog heel versnipperd”, zegt Tinus-Leenen. “Onze collega’s hebben aangegeven dat ze graag een onderzoeksinformatiesysteem zouden willen hebben.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/24e78190-6146-45f7-b23b-e29f758630fd/500_schermshyafbeelding2025-06-26om16.24.59.png?x=1750948083854" alt="Melanie Tinus-Leenen" width="200">En dat wordt dus Fontys Pure, waarvan de inrichting nu klaar is en de eerste implementatie van start gaat. Dat gebeurt in eerste instantie met de twee instituten Pedagogiek en International Business School (FIBS), later volgen stap voor stap ook de andere instituten. “Een van de redenen waarom we dit project zijn gestart, is om de onderzoekers te ontzorgen omdat zij heel veel tijd kwijt zijn aan het ad hoc verzamelen en aanleveren van informatie.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Flinke klus</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Studenten zijn nu bezig om alle beschikbare informatie die er al is in Pure te zetten. Het administratieve werk dus. En dat is volgens Tinus-Leenen nogal een karweitje. “Er is in de afgelopen jaren echt heel veel data verzameld door al onze onderzoekers. Iedereen deed dat op zijn of haar eigen manier. De één gebruikte Word-bestandjes, de ander Excel-lijsten. In Pure gaan we alles samenvoegen en werken we met categorieën, zodat we een overzichtelijk geheel krijgen.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">En met ‘alles samenvoegen’ wordt ook echt álle onderzoeksinformatie bedoeld. Van data over de uitgevoerde onderzoeken tot de resultaten, maar ook van alle activiteiten en workshops tot symposia en media-aandacht die de onderzoeken hebben gekregen. “Het wordt echt een hele grote bak met data, waarbij alle onderzoekers hun eigen profiel krijgen. Natuurlijk met de bedoeling dat ze hun data vanaf dat moment - alle output en publicaties - in Pure gaan bijhouden.” &nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De achterkant van Pure wordt alleen beschikbaar voor onderzoekers van Fontys, maar de voorkant zal voor iedereen toegankelijk zijn. “Pure is een middel om doelen te bereiken die Fontys zichzelf heeft opgesteld op het gebied van het willen worden van een kennisinstelling. Een van die doelen is om naar buiten te treden met al onze onderzoeksopbrengsten. En op die mogelijkheid zitten veel lectoren al heel lang op te wachten.”&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Luiken,Onderzoek,Onderzoek Algemeen]]></category>
            <pubDate>Thu, 26 Jun 2025 16:28:56 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_man-working-on-laptop-while-woman-takes-notes-3153199.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_man-working-on-laptop-while-woman-takes-notes-3153199.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/man-working-on-laptop-while-woman-takes-notes-3153199.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Online toetsen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Opbrengst hybride leeromgevingen moeilijk meetbaar</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/opbrengst-hybride-leeromgevingen-moeilijk-meetbaar/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/opbrengst-hybride-leeromgevingen-moeilijk-meetbaar/</guid><pp:caseid>701066</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>In de hybride leer- en onderzoeksomgevingen van Fontys ontmoeten onderwijs en praktijk elkaar. En dat zou, zo was ooit het idee, veel opleveren voor alle partijen. Maar is dat ook zo? Bron zocht het uit.</strong></p><p><span>Living Lab, authentieke leeromgeving of een professionele werkplaats. Geef het beestje maar een naam. Bij Fontys zijn ze voor de duidelijkheid ondergebracht onder de paraplu authentieke en hybride leer- en onderzoeksomgevingen, oftewel HLO’s.</span></p><p>Dit zijn plekken waar studenten en onderzoekers samen met professionals werken aan maatschappelijke vraagstukken. Dat gebeurt binnen de muren van een onderwijsinstelling, maar net zo goed ergens buiten in het werkveld.&nbsp;</p><p>Deze leeromgevingen hebben de afgelopen jaren niet alleen landelijk, maar ook binnen Fontys een enorme vlucht genomen, constateert ook Miranda Snoeren, lector professionele werkplaatsen. Zij doet onderzoek naar deze HLO’s en ziet een verschuiving plaatsvinden.<strong>&nbsp;</strong></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/9f639ca6-d1e0-4c95-b431-957c3eefad84/500_mirandasnoeren-2.jpg?x=1745499349804" alt="Miranda Snoeren" width="200">Ingewikkelde vraagstukken</strong><br>Snoeren: “In 2001 zag de eerste hybride leeromgeving van Fontys het licht in een Eindhovens ziekenhuis, vanwege een tekort aan verpleegkundigen. Destijds was het idee dat je zo studenten kon werven en snel klaar kon stomen voor de arbeidsmarkt. Nu zie je dat de samenwerking in deze leeromgevingen vooral wordt opgezocht om kennis samen te brengen voor maatschappelijk ingewikkelde vraagstukken. Niet alleen in de gezondheidszorg, maar eigenlijk in alle domeinen.”&nbsp;</p><p>HLO’s zijn voor Fontys allang geen nieuw fenomeen meer. Online is er dan ook een speciale pagina aan gewijd. ‘Voor zover bekend’ staat daar te lezen, zijn er 126 van dit soort leeromgevingen. Maar omdat ze zoveel verschillende verschijningsvormen kennen en niet alle instituten ze dezelfde naam geven, zouden het er zomaar meer kunnen zijn, geeft Snoeren toe.&nbsp;</p><p>Maar waar danken deze HLO’s hun groeiende populariteit aan en nog belangrijker, wat leveren ze op? Die vraag krijgt Snoeren als onderzoeker steeds vaker voorgelegd, en dat vindt ze niet meer dan logisch.&nbsp;</p><p>“We zijn natuurlijk ooit begonnen vanuit de overtuiging dat deze omgevingen iets opleveren. Natuurlijk wil je dan laten zien of dat ook echt zo is en daar word je ook steeds meer op bevraagd. Niet alleen vanuit subsidieverstrekkers en de partners in het werkveld, ook Fontys zelf wil dat weten.”&nbsp;</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b15dc75c-0c3f-47ef-91df-611e789cc508/500_bienkejanssen.jpg?x=1745499476880" alt="Bienke Janssen" width="200">Puntje van aandacht</strong><br>Ook Bienke Janssen, die vanuit het lectoraat Professionele Werkplaatsen recent onderzoek deed naar de ervaringen van studenten in zo’n professionele werkplaats, vindt de vraag naar wat het oplevert zeer terecht. “We hebben bij Fontys te maken met teruglopende studentenaantallen, dan is ook de bekostiging voor dit soort omgevingen wel een puntje van aandacht. Dat maakt de urgentie om te laten zien wat de impact is en wat het op kan leveren, natuurlijk wel terecht.”</p><p>Maar daar zit tegelijk ook het probleem, merkt Snoeren, want het rendement van HLO’s is lastig te duiden. “Het is moeilijk om de impact meetbaar te maken, want het gaat niet alleen om harde cijfers die je in grafiekjes onder kunt brengen. De winst van deze hybride omgevingen zit juist erg in wat er tussen mensen gebeurt. Om dat duidelijk te maken moet je die verhalen vertellen.”</p><p><strong>Student zoekende</strong><br>Janssen tekende in haar onderzoek naar professionele werkplaatsen in wijken verschillende verhalen op van Fontysstudenten. Ze constateert dat veel van hen in het begin erg zoekende zijn, omdat ze niet goed weten wat er van ze wordt verwacht, maar later toch ook verrast zijn over wat ze kunnen bereiken.&nbsp;</p><p>“In de gesprekken met studenten krijg ik bijvoorbeeld terug dat ze juist veel hebben geleerd over het omgaan met onduidelijkheid en nu een beter beeld hebben van hun toekomstige beroep. Daarnaast zien ze dat impact maken in kleine dingen zit en veel minder in die vooraf bedachte grote impact.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/7919e808-1c88-4002-97f6-f0c3a7bba913/500_bregjevandepollinks.jpg?x=1745499679935" alt="Bregje van de Pol (links) " width="200">Iemand die deze verhalen vanuit de praktijk kent, is docent pedagogiek Bregje van de Pol. Drie jaar geleden begon zij als bruggenbouwer vanuit Fontys bij een HLO in Son en Breugel met het project De Stap naar Gezonder. Zij ziet dat niet alleen de student, maar iedereen profiteert van deze samenwerkingen in het werkveld.&nbsp;</p><p>“Het heeft even geduurd, maar inmiddels zie ik in de wijk allerlei verbindingen ontstaan, die van alles opleveren. De studenten leren veel door midden in de praktijk te staan, die vaak onvoorspelbaar is en waar ze steeds op moeten leren anticiperen. Maar ze brengen zelf ook kennis en nieuwe perspectieven mee, waar professionals, vrijwilligers en ook inwoners veel aan hebben. Zo reikt de impact veel verder dan alleen deze leeromgeving.”&nbsp;</p><p><strong>Weinig flexibel</strong><br>Van de Pol vindt het daarom ook jammer dat het onderwijs nog te weinig flexibel is als het om deze leeromgevingen gaat. Haar pleidooi is om de hybride leeromgevingen binnen de bestaande curricula meer ruimte te geven.&nbsp;</p><p>“Het lijkt erop dat docenten nog moeilijk handen en voeten kunnen geven aan hun samenwerking met de praktijk. Nu zie je bijvoorbeeld dat een student al een verslag moet inleveren, terwijl de opdracht hier nog helemaal niet klaar is. Of kunnen studenten moeilijk met elkaar samenwerken omdat er vanuit hun eigen studie hele andere dingen van ze worden verwacht. Om ervoor te zorgen dat HLO’s goed gaan aansluiten in een bestaand curriculum, denk ik dat het belangrijk is om beter te kijken naar wat er in de praktijk leeft.”</p><p>Om echt een succes te maken van deze leeromgevingen moeten ze volgens Janssen een veel prominentere rol krijgen, maar dat vraagt wel wat van het onderwijs. “Ik denk dat hybride leeromgevingen een heel mooi voorbeeld zijn van hoe je Fontys for Society echt in de praktijk kan brengen. Maar dan moeten we wel aan de bak, om ook ruimte te bieden in het curriculum om dat te kunnen faciliteren."</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs Algemeen,PRO Onderwijs,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Lectoraten,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Wed, 21 May 2025 09:59:00 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/5439d56e-ad4d-4e42-8f34-5758d9f41756/500_hlo.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/5439d56e-ad4d-4e42-8f34-5758d9f41756/500_hlo.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/5439d56e-ad4d-4e42-8f34-5758d9f41756/hlo.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[HLO]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[EINDHOVEN - 20230622 -Foto door: Jules van Iperen Bezoek Burgemeester Burgemeester Jeroen Dijsselbloem Bezoek #Awesome in kader van het bezoek aan Fontys Hogeschool ]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Onderzoeksdata Fontys niet in gevaar door plannen Trump</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/onderzoeksdata-fontys-niet-in-gevaar-door-plannen-trump/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/onderzoeksdata-fontys-niet-in-gevaar-door-plannen-trump/</guid><pp:caseid>694832</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De Amerikaanse regering bezuinigt fors op wetenschap en onderwijs. Daardoor is onrust ontstaan over gegevens die in de VS zijn opgeslagen en mogelijk straks ‘onbereikbaar’ zijn voor onderzoekers uit bijvoorbeeld Nederland. Volgens Fontys zijn de data van de eigen onderzoekers niet in gevaar.</strong></p><p>Nederlandse onderzoeksinstituten en universiteiten zijn momenteel druk bezig met een inventarisatie van onderzoeksdata die mogelijk gevaar lopen. Er is vooral onrust over data die te maken hebben met thema's waar Trump niets van moet weten, zoals klimaat en gender. Ook wil Trump fors bezuinigen op onderwijs, wat allerlei consequenties kan hebben voor wetenschappelijk onderzoek.&nbsp;</p><p>Voor zover bij Fontys Hogeschool bekend, is er onder de eigen onderzoekers geen sprake van onrust of vragen hierover. “Daarvan hebben wij nog niets gemerkt”, aldus een woordvoerder. “Ons is niets bekend van samenwerkingsverbanden van Fontys onderzoekers met onderzoeksinstellingen in de VS. Het gevaar bij universiteiten is ook groter dan bij hogescholen in verband met internationale onderzoeksprojecten met onderzoeksinstellingen in de VS.”</p><p>De onderzoeksdata die Fontys opslaat, worden ondergebracht in Nederlandse systemen, wat de risico's ook al kleiner maakt. “Fontys gebruikt systemen van SURF (<span>een ICT-organisatie voor onderwijs en onderzoek) </span>en DANS/KNAW, het Nationaal expertisecentrum en repository voor onderzoeksdata." Beide zijn Nederlands. "En de data staan daardoor ook op Nederlandse servers in Nederland opgeslagen.”</p><p><strong>Oplossing</strong><br>Dat er bij andere kennis- en onderzoeksinstellingen wel onrust is ontstaan, en niet alleen over ruwe data maar ook over wetenschappelijke literatuur, merken ze wel bij SURF. <span>Sinds de terugkeer van Trump in het Witte Huis neemt daar het aantal verzoeken voor dataopslag in Nederland gestaag toe. </span>De NOS meldde vandaag dat er al volop onderzoeksgegevens die in de VS zijn opgeslagen worden gedownload, en nu op Nederlandse servers worden geparkeerd. Bijvoorbeeld door het KNMI.&nbsp;</p><p><span>Vanuit Fontys is dat (nog) niet gebeurd. </span>Toch zou het kunnen dat er ook hier onderzoekers zijn die wellicht gebruik maken van onderzoeksgegevens die op servers staan aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. “Onderzoekers die zich zorgen maken kunnen zich melden via rdm@fontys.nl of bij de data-steward van hun instituut, dan wordt indien nodig samen met hen een veilige oplossing gezocht”, aldus de Fontyswoordvoerder.</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,ICT,Lectoraten,Ligthart]]></category>
            <pubDate>Tue, 22 Apr 2025 15:59:26 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_bigdata.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_bigdata.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/bigdata.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[big data]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kabinet wil meldplicht voor &#039;gevoelige kennis&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kabinet-wil-meldplicht-voor-gevoelige-kennis/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kabinet-wil-meldplicht-voor-gevoelige-kennis/</guid><pp:caseid>693282</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Over ruim twee jaar moet de ‘screening kennisveiligheid’ van start gaan. Instellingen moeten zelf melden welke kennis gevoelig is. Ze moeten “met een chirurgisch mesje” te werk gaan, zegt minister Bruins in een toelichting.</strong></p><p>“Kennis is macht, en dus moeten we onze kennis beschermen”, zegt minister Eppo Bruins (OCW) tijdens een persconferentie over zijn wetsvoorstel ‘screening kennisveiligheid’, dat maandag <a href="https://www.internetconsultatie.nl/screeningkennisveiligheid/b1">online is gezet</a>.</p><p>Het idee: de spanningen in de wereld nemen toe en sommige landen, zoals China, willen graag Nederlandse kennis vergaren om de eigen militaire kracht te vergroten. Daarom komt er een speciale screening van iedereen die in een gevoelig vakgebied wil werken of studeren.</p><p><span>Universiteiten zijn niet te spreken over de aangekondigde maatregel, zegt voorzitter Caspar van den Berg van koepelvereniging UNL. “Het is bij de wilde spinnen af dat er geen geld voor beschikbaar wordt gesteld. Dit wetsvoorstel zorgt voor een onuitvoerbare hoeveelheid screenings en maakt Nederland onaantrekkelijk voor internationaal talent, terwijl het onzeker is of de wet daadwerkelijk bijdraagt aan meer veiligheid.”&nbsp;</span></p><p><strong>Mug</strong><br>De screening is al in de grondverf gezet door de vorige minister van OCW, Robbert Dijkgraaf. Wetenschappers <a href="https://delta.tudelft.nl/article/knaw-president-dogterom-over-kennisveiligheid-gooi-de-deur-niet-dicht">maakten zich zorgen</a> of samenwerking straks nog wel mogelijk zou zijn. De grote vraag was steeds: gaan we niet met een kanon op een mug schieten?</p><p>Minister Bruins heeft de plannen uitgewerkt. Per jaar zullen zo’n achtduizend onderzoekers en masterstudenten door de ‘screening kennisveiligheid’ heen moeten, schat hij, vanwege hun interesse in onderwerpen zoals kwantumcryptografie, generatieve AI, radartechnologie of ‘robotzwermen’.</p><p>In het wetsvoorstel staat een lange lijst van zulke technologieën. Kennisinstellingen moeten – aan de hand van die lijst – inschatten of ze met gevoelige kennis bezig zijn, bijvoorbeeld in een traject van een masteropleiding of in een onderzoekslijn binnen een vakgroep. Ze zijn verplicht zulke ‘sensitieve’ kennis te melden.</p><p>Het is nog een open vraag wat er gebeurt als instellingen niet meewerken. Waarschijnlijk gaat de Inspectie van het Onderwijs toezicht houden, maar dat is nog niet zeker. Ook de sancties zijn nog niet bekend.</p><p><strong>Rode vlaggen</strong><br>Stel dat iemand als onderzoeker van gevoelige materie bij een universiteit solliciteert, dan gaat het als volgt: hij/zij wordt aangenomen en vraagt pas daarna de screening aan bij een speciale instantie van de overheid (Justis). De kandidaat levert informatie, zoals een cv en een publicatielijst. Er kunnen rode vlaggen omhooggaan, bijvoorbeeld omdat iemand afkomstig is uit een onvrij land. Dan gaat Justis dieper graven. Uiteindelijk volgt er een besluit en krijgt de universiteit ja of nee te horen. De screening zou ongeveer vier weken mogen duren. De kandidaat kan in principe tegen het besluit in beroep gaan.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:469/auto;width:469px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/48b9dbce-9589-4281-98a4-dfc906dc3f6d/800_ministereppobruins.jpg?x=1744100418166" alt="Minister Eppo Bruins" width="469" height="auto">Van de kennisinstellingen wordt dus verwacht dat ze meewerken aan het opstellen van de lijst met gevoelige kennisgebieden. Deze lijst wordt makkelijk aanpasbaar. Er kunnen nieuwe technologieën bij komen en andere kunnen misschien weer worden afgevoerd.</p><p><strong>Slot en grendel</strong><br>De overheidsscreening is gratis. Wat wel geld kost, zegt hij tegen de journalisten die zijn uitgenodigd naar het ministerie te komen, is dat de instellingen hun veiligheid op orde moeten brengen. Sensitieve technologie moet voortaan achter slot en grendel. Ook moeten ze intern toezicht houden op kennisveiligheid.</p><p><i>Het kabinet heeft de medewerking van universiteiten nodig, maar bezuinigt ook op de wetenschap. Hoe rijmt u dat met elkaar?</i><br>Bruins: “We beginnen niet op nul. Kennisveiligheid staat al een paar jaar op het netvlies, daar zijn de universiteiten al goed mee bezig. We vragen nu een extra inspanning, maar het screenen zelf komt bij Justis te liggen. Het gaat onderzoekers en studenten geen geld kosten. De aandacht voor kennisveiligheid zal wel intensiever worden en daar heb ik op dit moment geen extra geld voor.”</p><p>Aanvankelijk was het idee om alleen onderzoekers en studenten van buiten Europa te screenen, maar na juridische adviezen ging dat niet door: je mag niet discrimineren. Daarom moeten straks ook Nederlandse masterstudenten en onderzoekers door de screening.</p><p><strong>Pottenkijkers</strong><br>De screening komt er, wat Bruins betreft, niet voor hele vakgebieden. De instellingen moeten “met een chirurgisch mesje kijken om welke projecten het dan gaat”. Dus nanotechnologie, geeft hij als voorbeeld, is niet in zijn algemeenheid sensitief. Het gaat om projecten daarbinnen. “Het zijn de projecten waar je nu ook al pasjescontrole hebt en waar je niet zomaar pottenkijkers wilt hebben.”</p><p><i>Sommige studenten en onderzoekers komen uit een land met een dictatoriaal regime. Komen zij überhaupt in aanmerking om met zulke technologie te werken?</i><br>Bruins: “Het blijft een risicogerichte aanpak. Het gaat om de optelsom van rode vlaggetjes: hoe meer er omhoog gaan, hoe zwaarder de toets. Die vlaggetjes bepalen hoe diep je gaat zoeken naar iemands achtergronden. Bij een heleboel mensen zal een lichte toets volstaan.”</p><p><i>Als kennisveiligheid zo belangrijk is, waarom trekt het kabinet er dan geen extra geld voor uit? Voor Defensie is er een miljard euro extra en dat gaat ook om nationale veiligheid.</i><br>“We doen er eerst een stapje bij en dan gaan we kijken hoeveel menskracht het kost. Ik snap de zorg en ik kan die redenering heel goed volgen, maar op dit moment is de werkelijkheid dat ik geen extra geld heb.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:476/auto;width:476px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b7068383-1b7e-4b83-a28b-2f50cace2baa/800_meldkamersecurityfontysr5-liggend.jpg?x=1744100708752" alt="" width="476" height="auto">Voor de screening trekt Bruins de vergelijking met een juwelierszaak, die ook niet zomaar iedereen binnenlaat. De Nederlandse wetenschap heeft bepaalde kroonjuwelen waar je niet iedereen bij wilt laten, zegt hij. “Nu laten we iedereen in de vitrines kijken en straks gaan we bij de deur vragen: waar ben je eigenlijk in geïnteresseerd?”</p><p><strong>Onwenselijk</strong><br>Dat is ook goed voor de instellingen zelf, meent hij, omdat zij dan gerust kunnen zijn als iemand door de screening heen is gekomen. “We hebben ook wel situaties gezien waarvan we achteraf zeggen: dat is onwenselijk geweest.”</p><p><i>Heeft u een voorbeeld?</i><br>“Er zijn situaties dat er kennis is weggelekt naar andere landen. Maar het kan ook om onwenselijke beïnvloeding gaan, bijvoorbeeld bij het mensenrechtencentrum aan de Vrije Universiteit Amsterdam [<a href="https://www.cursor.tue.nl/nieuws/2022/januari/week-4/mensenrechtencentrum-vu-staakt-activiteiten/">opgeheven</a> omdat het Chinese financiering bleek te krijgen; red.].”</p><p><i>Maar dat mensenrechtencentrum zou niet onder de screening vallen, want dat is niet technologisch.</i><br>“Kennisveiligheid is een breed begrip, het gaat ook over ethische afweging en heimelijke beïnvloeding. Het raakt ook aan wetenschappelijke integriteit. We moeten er veel over blijven praten, en specifiek voor bepaalde technologische kennis gaan we mensen screenen.”</p><p><strong>Open waar het kan</strong><br>Hij weet niet precies hoeveel mensen zullen worden tegengehouden. In landen waar al een screening is, zou het om enkele procenten gaan. Het is ook niet de bedoeling om iedereen tegen te houden, zegt hij. Zijn motto: gesloten waar het moet, open waar het kan.</p><p>Bruins: “Wetenschap is een open activiteit die over grenzen heen gaat en die ook bloeit bij internationale samenwerking. Dat moet ook vooral zo blijven. We kunnen niet opeens alle deuren sluiten en van de wetenschap een Nederlandse activiteit maken. Innovatie vindt plaats waar je met elkaar samenwerkt. Tegelijkertijd moet je de balans vinden en zorgen dat er niet zomaar kennis weglekt.”</p><p>Op dit moment, zonder screeningswet, worden er ook al mensen tegengehouden, legt hij uit. “Universiteiten moeten nu zelf inschatten of ze iemand toelaten. Wij gaan dat eigenlijk van hen afnemen met een screening die het voor hen doet. We proberen het zo simpel mogelijk te maken.”</p><p><i>U bent natuurkundige. Zou u zelf ook gescreend zijn?</i><br>“Mijn masterstudie zou in een sensitief technologiegebied zijn gevallen, want ik ben experimenteel kernfysicus. Specifiek mijn project zou denk ik niet zo heel spannend zijn geweest.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Bestuur en medezeggenschap,Campus]]></category>
            <pubDate>Tue, 08 Apr 2025 10:26:01 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/6472ae1a-a5b6-4373-9b82-2747dc5ac8f3/500_eppobruinskamer.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/6472ae1a-a5b6-4373-9b82-2747dc5ac8f3/500_eppobruinskamer.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/6472ae1a-a5b6-4373-9b82-2747dc5ac8f3/eppobruinskamer.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Eppo Bruins kamer]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[2578994801]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Paniek door Adolescence? &quot;Niet nodig&quot;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/paniek-door-adolescence-niet-nodig/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/paniek-door-adolescence-niet-nodig/</guid><pp:caseid>693214</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i>UPDATE: Na het Verenigd Koninkrijk heeft ook Nederland deze week besloten om Adolescence aan te bieden op middelbare scholen. Normaal gesproken mogen series van Netflix niet zomaar in de klas worden getoond, maar in dit geval wordt er een uitzondering gemaakt. Verder wordt er door Netflix, samen met het instituut Beeld en Geluid, ook speciaal lesmateriaal ontwikkeld over sociale media en groepsdruk.</i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>De Netflix-hit Adolescence heeft veel losgemaakt in de maatschappij. Vanwege de cinematografie, maar vooral vanwege het realistische en actuele verhaal dat iedereen zou kunnen overkomen. Fontysonderzoeker Laura Mulder zag de serie ook en vond ‘m pittig. “Maar we moeten niet meteen met z’n allen in de paniekstand schieten.”</strong></span></p><p style="text-align:start;">Adoloscence gaat over de 13-jarige Jamie Miller die wordt beschuldigd van moord op een tienermeisje van zijn school. De serie zet in vier afleveringen – die allemaal in één shot zijn opgenomen – het thema manosphere centraal, waarbij een heterogene onlinegemeenschap een sterke oppositie tegen het feminisme promoot. Een onderwerp waar sinds de <a href="https://bron.fontys.nl/de-opmars-van-conservatisme-niet-onschuldig/" target="_blank">opmars</a> van het <a href="https://bron.fontys.nl/conservatisme-door-de-bril-van-seksualiteit/" target="_blank">conservatisme</a> steeds vaker over gepraat wordt.</p><p style="text-align:start;">Erik Akerboom, directeur-generaal van de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst), zei afgelopen weekend in WNL op Zondag dat hij vindt dat iedere ouder met tieners samen met hun kinderen naar de serie zou moeten kijken omdat het ‘een uitstekende weergave is van hoe je in een parallelle wereld terecht kunt komen’. Dat laatste is iets wat Fontysmedewerker Laura Mulder kan beamen.</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/94d7c83a-1b6e-4e5f-ace9-5673d0908cab/500_profielafbeelding.png?x=1744037124821" alt="Laura Mulder" width="200">Zij deed onderzoek naar <span style="text-align:left;">vraagstukken over opvoeden en opgroeien die kenmerkend zijn in de huidige samenleving</span>, maar ook naar de rol die social media speelt in de identiteitsontwikkeling van jongeren.</p><p style="text-align:start;"><strong>Geen verbod</strong><br>Zelf keek ze met twee verschillende brillen naar Adolescence: die van een ouder en die van een onderzoeker. “Omdat ik zelf een tweeling van elf heb, doet zo’n serie wel iets met je als ouder. Maar als onderzoeker weet ik ook dat we niet meteen met z’n allen in de paniekstand moeten schieten. Zorgen rondom social media zijn er al sinds het ontstaan ervan, en dat was in Nederland zo’n 25 jaar geleden.”</p><p style="text-align:start;">We kunnen ons beter afvragen wat we kunnen doen om jongeren te beschermen. De overheid spreekt steeds vaker over een verbod, maar dat is volgens Mulder niet de oplossing. “Ga in plaats van het te verbieden het gesprek aan met jongeren. Na een schooldag v<span style="text-align:left;">ragen we vaak hoe de dag geweest is, maar dat doen we lang niet altijd als het gaat om wat onze kinderen online meemaken</span>."&nbsp;</p><p style="text-align:start;">Dat gesprek voeren vinden we nog ingewikkeld o<span style="text-align:left;">mdat ouders veel minder ‘thuis’ zijn in de online wereld dan jongeren en er daardoor vaak ‘vooroordelen’ over zijn. "T</span>erwijl het wel heel belangrijk is omdat jongeren zich niet altijd begrepen voelen als het om de online wereld gaat.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Bescherming</strong><br>Jongeren worden volgens Mulder vaker met afkeuring dan met interesse benaderd, terwijl dat juist andersom zou moeten zijn. “<span style="text-align:left;">Zorg dat je nieuwsgierig en benaderbaar bent. Als je jongeren en hun online gedrag afkeurt, voelen jongeren zich ook niet uitgenodigd er met volwassenen over te praten, terwijl dat juist zo belangrijk is om hen te kunnen helpen en beschermen."</span></p><p style="text-align:start;">Het gesprek aangaan en blijven voeren dus, dat is het beste wat we kunnen doen als het om sociale veiligheid gaat. Een rode knop invoeren waarmee 18-jarigen met één handeling hun complete digitale gegevens kunnen wissen, zoals NSC en ChristenUnie vorige week <a href="https://www.rtl.nl/nieuws/politiek/artikel/5501954/rode-knop-en-dumptelefoons-om-veiligheid-kinderen-te-beschermen" target="_blank">voorstelden</a>, vindt Mulder geen goed idee. Net als het idee van een ‘domme telefoon’ waar jongeren alleen mee kunnen bellen en sms’en.</p><p style="text-align:start;"><strong>Vorming</strong><br>“Het klinkt misschien fantastisch, maar hoe haalbaar is het om alle digitale gegevens te wissen? Bovendien: wat schiet je ermee op? Je kunt de data wel wissen, maar alles wat online gebeurt vormt kinderen, en die vorming kun je niet wissen. De online wereld is er nou eenmaal. Hoe hard je ook je best doet, die kun je nooit helemaal deleten. En dat moeten we ook niet willen, want social media biedt ook kansen en voordelen.”</p><p style="text-align:start;">Daar komt nog bij dat social media niet voor iedere jongere even schadelijk, nadelig of vervelend is. “Adolescence creëert paniek in de samenleving, m<span style="text-align:left;">aar gelukkig kunnen de meeste jongeren wel weerstand bieden</span> tegen de denkbeelden die in de serie naar boven komen. Uit onderzoek is heel duidelijk gebleken dat verschillende soorten media onder verschillende soorten omstandigheden bij verschillende soorten mensen voor verschillende soorten effecten zorgen.”</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHP,Lectoraten,Onderzoek,Luiken,Nieuws]]></category>
            <pubDate>Tue, 08 Apr 2025 09:55:36 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/06eaf169-aca3-410c-8132-a2900bf90ef8/500_adolescence.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/06eaf169-aca3-410c-8132-a2900bf90ef8/500_adolescence.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/06eaf169-aca3-410c-8132-a2900bf90ef8/adolescence.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[adolescence]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Bewegen tussen lessen door &#039;moet gemeengoed worden&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bewegen-tussen-lessen-door-moet-gemeengoed-worden/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bewegen-tussen-lessen-door-moet-gemeengoed-worden/</guid><pp:caseid>691954</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Zestig minuten bewegen op een dag. Al is het maar even wandelen, buiten spelen of gymen. Moet te doen zijn, toch? Niet helemaal. En dus is het lectoraat van Fontys Sport en Bewegen een onderzoeksproject gestart met als doel om kinderen meer te laten bewegen op school.</strong></span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">‘Het gebrek aan beweging bij kinderen is zorgwekkend’, stelde lector Dave van Kann twee jaar geleden in </span><a href="https://bron.fontys.nl/bewegingslector-kinderen-die-bewegen-zijn-straks-de-actieve-volwassenen/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">een artikel van Bron</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">. Dat moet veranderen, en dus startte hij samen met de Hogeschool van Amsterdam en de Hanzehogeschool binnen het lectoraat Move to Be het nieuwe onderzoeksproject ‘Dynamische Schooldag Op Maat’. De missie? Kinderen meer laten bewegen. Maar ook: “De functie van bewegen binnen de dynamiek op school in de kijker zetten”, aldus Van Kann.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Gemeengoed</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Beweging moet volgens de lector niet alleen iets zijn wat tijdens de gymles of op het schoolplein gebeurt. Nee, het moet geïntegreerd worden in een doodnormale schooldag en gemeengoed worden. Iets wat eigenlijk hartstikke logisch klinkt, maar wat nu nog niet voldoende gebeurt. “Het is eigenlijk heel makkelijk om beweging tussen lessen door in te zetten.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Leg uit? “Het streven is om kinderen zestig minuten per dag te laten bewegen op school. Dat getal is geen heilige graal, meer een uitgangspunt. Wij helpen scholen met het creëren van een dynamische afwisseling tussen zittende activiteiten waarin je cognitief en geconcentreerd aan een taak moet zitten, en beweegmomenten. De ene keer kan dat een pauze zijn, de andere keer een klein uitstapje naar buiten of een beweegactiviteit in de klas.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:300/auto;width:300px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/68efb361-3eea-4efe-ade4-cb082d272643/800_fontys-dave.jpg?x=1742998198314" alt="Dave van Kann" width="300" height="auto">Een standaardprocedure is er niet, omdat er voor elke deelnemende school maatwerk wordt geleverd. “De invulling ervan is heel afwisselend omdat we kijken naar de competenties en vaardigheden van leerkrachten en mogelijkheden van een klas. We kijken bijvoorbeeld naar de concentratie in een klas, maar ook naar de locatie. Als je les krijgt in een oud gebouw, is het niet handig om vijf minuten te gaan springen als er nog een klas onder je zit. Daar krijg je geen vrienden mee. Sluit een klas aan bij een schoolplein? Dan loop je gewoon even naar buiten.” &nbsp; &nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Rust en focus</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De beweegmomenten werken positief aan twee kanten. Ten eerste zijn ze natuurlijk goed voor de gezondheid van de kinderen, anderzijds werken ze ook mee aan een betere concentratie. Van Kann: “We zien nu dat kinderen die voor een langere periode aaneengesloten zitten, sneller afgeleid raken of andere dingen gaan doen. Als ze dan een beweegmoment hebben gehad, nemen de taakgerichtheid en spanningsboog weer toe. Hoewel het misschien tegenstrijdig klinkt, zorgt die beweging voor een bepaalde mate van rust en focus.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Bovendien moet het ook op langere termijn voor positieve gevolgen zorgen. “We willen de meerwaarde van beweging tijdens een schooldag laten zien. Niet alleen ten gunste van de gezondheid van kinderen, maar ook op het gebied van lekker in je vel zitten en fijn leren. Je creëert er een prettige leeromgeving mee voor zowel kinderen als de leerkracht.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Uitbreiding</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Het project is ooit gestart met twee scholen in Maastricht en inmiddels doen er ook vier andere scholen mee, met een totaal van zo’n 500 deelnemende kinderen. Komend schooljaar komt daar nog een aantal scholen bij. Het doel is natuurlijk dat heel Nederland er straks mee aan de slag gaat. Idealiter zelfs leraren in opleiding.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“We betrekken hierbij de pabo en ALO om te kijken of we onze studenten mee kunnen geven om een gemeengoed te maken van meer beweging op school. Zij zijn uiteindelijk immers degenen die voor de klas zullen staan en dit op succesvolle wijze kunnen toepassen.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Onderzoek,Luiken,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Thu, 27 Mar 2025 09:48:26 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/500_sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/500_sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>De opmars van conservatisme: &#039;Niet onschuldig&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/de-opmars-van-conservatisme-niet-onschuldig/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/de-opmars-van-conservatisme-niet-onschuldig/</guid><pp:caseid>690945</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Jongeren worden volgens onderzoek steeds conservatiever. De opmars van tradwives en de populariteit rondom influencer Andrew Tate lijken dat te bevestigen, maar wat zijn de gevolgen hiervan? Lectoren Iris Andriessen en Rutger van de Sande geven er meer inzichten over.</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">‘Wie jong is en niet links stemt, heeft geen hart. Wie ouder is en niet rechts stemt, heeft geen verstand.’ Het beroemde citaat van de Britse oud-premier Winston Churchill lijkt anno 2025 actueler dan ooit. Want hoe komt het toch dat jongeren met de jaren steeds conservatiever lijken te worden, terwijl thema’s als inclusie en diversiteit weer langzaam wat meer naar de achtergrond lijken te verschuiven?&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Die vraag stelden Iris Andriessen, die als lector bij Fontys Pedagogiek onderzoek doet naar samenlevingspedagogiek, en Rutger van de Sande, lector Learning Design en leading lector van het kenniscentrum Youth Education for Society bij Fontys Educatie, zichzelf ook. Zij geven op dinsdag 1 april een openbaar college over conservatisme in de Tilburgse LocHal.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Backlash</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">“Soms kunnen dingen mij enorm intrigeren”, legt Andriessen uit over de keuze van het onderwerp. “Omdat het zo tegen een trend ingaat die je eerst meent te zien. De toenemende openheid die er leek te bestaan rondom inclusie en diversiteit, wordt nu teruggeslagen door een bepaald conservatief gedachtengoed. Hoe ontstaat dat? En wat betekent de verspreiding van dit gedachtengoed voor democratie als samenlevingsvorm? Dat is in brede zin wat we met het nieuwe programma van ons lectoraat onderzoeken.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Ze vroeg Van de Sande erbij omdat hij de trend ook ziet groeien in het onderwijs. “Juist in het onderwijs zijn de grote verschillen in opvattingen heel zichtbaar tussen ouders en leerkrachten”, zegt hij. “Soms zelfs ook in de klas tussen kinderen en leerkrachten.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Social media</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De lectoren noemen twee voorbeelden die de toename van het conservatisme lijken te bevestigen. Het eerste: tradwives, jonge vrouwen die terug willen naar de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw. Hij verdient de kost, zij zorgt voor het huishouden en de kinderen. Het tweede voorbeeld: de omstreden influencer Andrew Tate die bekendstaat om zijn vrouwonvriendelijke uitspraken en een rolmodel vormt voor een grote groep jongeren.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Het aantal tradwives is volgens Andriessen nog marginaal. “Maar het is niet geheel onschuldig, en ik denk dat social media daar een grote rol in speelt. Tradwives die influencers zijn, dragen via verschillende online kanalen een bepaald gedachtegoed naar buiten en bereiken daar miljoenen vrouwen mee. Twintig jaar geleden bestond dat verspreidingskanaal nog niet.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Van de Sande haakt daarop in: “Volgens mij is het niet zo dat de hele samenleving conservatiever aan het worden is. Maar er is wel een groep, en die is misschien wel groeiende, die wat extremer is in zijn opvattingen en die ook van zich laat horen.” Hij heeft het over de filterbubbel - een bubbel van online informatie die gefilterd is op basis van individuele voorkeuren en zoekresultaten - en echokamers, waarbij eigen ideeën bevestigd worden als je je enkel omringt door mensen met dezelfde denkwijze als jij. &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Ophef</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">“In het onderwijs zie je dat die filterbubbels door elkaar gaan lopen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij De Week van de Lentekriebels, een projectweek met lessen over seksualiteit. Daar is in de afgelopen jaren veel tumult over geweest omdat sommige ouders niet willen dat hun kind op school seksuele voorlichting krijgt. Het is als leerkracht heel moeilijk om een stukje opvoeding over te nemen als je te maken hebt met verschillende ouders die verschillende opvattingen hebben. Dat maakt het ingewikkeld en ongemakkelijk.”&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">In het openbare college van 1 april gaan de lectoren hier dieper op in. Ze bespreken de ‘gevaren’ van conservatisme, geven verschillende voorbeelden en zeggen iets over waarom het conservatieve gedachtegoed nou zo aantrekkelijk zou zijn. “Waarom zou je een tradwife willen zijn, geloof je in Andrew Tate of sluit je je aan bij een heel orthodoxe christelijke kerk? Waarom doen mensen dat? Daar gaan we over in gesprek.”&nbsp; &nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Luiken,Onderzoek,Lectoraten]]></category>
            <pubDate>Mon, 17 Mar 2025 13:19:19 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2567d09d-832a-47ae-bc08-f4e545d4ad28/500_rutgervandesandeenirisandriessen.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2567d09d-832a-47ae-bc08-f4e545d4ad28/500_rutgervandesandeenirisandriessen.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2567d09d-832a-47ae-bc08-f4e545d4ad28/rutgervandesandeenirisandriessen.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rutger van de Sande en Iris Andriessen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Bijzondere samenwerking leidt tot prijswinnend onderzoek</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bijzondere-samenwerking-leidt-tot-prijswinnend-onderzoek/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bijzondere-samenwerking-leidt-tot-prijswinnend-onderzoek/</guid><pp:caseid>690306</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>In hoeverre kun je algoritmische adviezen vertrouwen? Docent Mohammed Tahtali weet er alles van. Hij doet promotieonderzoek naar dit onderwerp en betrekt daar regelmatig studenten bij. Samen met Ruben Gloudemans schreef hij er een inmiddels gepubliceerd wetenschappelijke publicatie over.</strong></span></p><p><span>Een kleine vier jaar geleden begon Mohammed Tahtali, docentonderzoeker bij het lectoraat Industrial Engineering and Entrepreneurship en werkzaam bij Technische Bedrijfskunde, zijn promotietraject over vertrouwen in AI en slimme technologieën. Sindsdien is hij bezig met een onderzoek dat niet alleen academisch relevant is, maar waar ook studenten bij betrokken worden die voor hun afstuderen werken aan verschillende vraagstukken. Eén van hen is Ruben Gloudemans, die onderzoek deed naar de Voetencheck-app.</span></p><p><span><strong>AI-toepassing</strong></span><br><span>De applicatie stelt podotherapeuten in staat om de voeten van patiënten op afstand te screenen en tijdig in te grijpen bij risico’s. Maar hoe werkt deze technologie in de praktijk en welke drempels zijn er voor acceptatie en blijvend gebruik? “De Voetencheck-app heeft nu nog geen AI-toepassing, maar stel dat die er wel komt, gaan gebruikers die dan vertrouwen? Daar hebben Ruben en ik onderzoek naar gedaan, deels in samenwerking met Fontys Paramedisch”, vertelt Tahtali.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:300/auto;width:300px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f290b9f5-aa56-4f2b-bbd3-d5b7da177d24/800_tahtali-mohammed-ali-ieis-vh-7505-prom.jpg?x=1741620450066" alt="Mohammed Tahtali, foto: Vincent van den Hoogen" width="300" height="auto">Uit gesprekken met verschillende podotherapeuten is gebleken dat er wel behoefte is naar een AI-toepassing in de app, maar dan vooral als ondersteunende rol. Niet voor het stellen van diagnoses. “Dat vonden we interessant, omdat dit beeld breed terugkomt in meerdere onderzoeken waar vertrouwen in algoritmische adviezen zich op focussen”, vervolgt Tahtali. “Mensen blijken nog weinig vertrouwen te hebben in AI als het gaat om het overnemen van de rol van een expert.”</span></p><p><span><strong>Bijzondere samenwerking</strong></span><br><span>De interviews die Ruben in focusgroepen hield en het daarbij horende literatuuronderzoek, die samen de basis van zijn scriptie vormen, zijn de rode draad in de wetenschappelijke publicatie die deze maand </span><a href="https://humanfactors.jmir.org/2025/1/e59010" target="_blank"><span>verscheen</span></a><span> in de Journal of Medical Internet Research. Zijn docent heeft de paper aangevuld door er een analyse op los te laten en alles wetenschappelijk te onderbouwen.</span></p><p><span>Tahtali noemt het een bijzondere samenwerking. “Want hoe vaak komt het voor dat podotherapie direct veel raakvlakken heeft met Technische Bedrijfskunde?”, zegt hij. En behalve bijzonder was het gezamenlijke project ook succesvol. Ruben won met zijn scriptie namelijk maar liefst twee prijzen: de scriptieprijs van Fontys TBK en de posterprijs op het congres Diabetische Voet.</span></p><p><span>“Eén van de redenen waarom ik dit onderzoek ben gaan doen, is vanwege mijn achtergrond”, vertelt Ruben. “Mijn vader is huisarts en zelf heb ik ook bij een huisartsenpost gewerkt. Als student Technische Bedrijfskunde krijg je niet vaak de mogelijkheid om iets binnen het zorgdomein te doen, dus toen deze kans zich voordeed, pakte ik ‘m met beide handen.” Bovendien, gaat hij verder: “Vond ik het academische stukje van dit onderzoek, wat veel andere afstudeerscripties in het hbo missen, ook een uitdaging.”</span></p><p><span><strong>Lang traject</strong></span><br><span>Het onderzoek van de docentonderzoeker en student is al een hele poos geleden afgerond, maar toch is het wetenschappelijke artikel in de Journal of Medical Internet Research deze maand pas verschenen. “Het duurt altijd heel lang voor een Journal-paper gepubliceerd wordt”, legt Tahtali uit. “Dat komt omdat alles heel academisch moet worden geformuleerd – wat natuurlijk iets vraagt van een student – maar ook omdat er twee onafhankelijke beoordelaars naar kijken. Vorig jaar hebben we een aanvraag ingediend, en nu is de boel pas verschenen.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs Onderzoek,Onderzoek,Onderzoek Techniek,Luiken]]></category>
            <pubDate>Tue, 11 Mar 2025 16:14:08 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/9d312c9b-9ec1-4081-8825-ebb0cf686e7b/500_1709496996015.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/9d312c9b-9ec1-4081-8825-ebb0cf686e7b/500_1709496996015.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/9d312c9b-9ec1-4081-8825-ebb0cf686e7b/1709496996015.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Mohammed Tahtali en Ruben Gloudemans]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Ook screening Nederlanders voor kennisveiligheid</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/ook-screening-nederlanders-voor-kennisveiligheid/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/ook-screening-nederlanders-voor-kennisveiligheid/</guid><pp:caseid>685064</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Niet alleen studenten en onderzoekers van buiten Europa worden straks onderworpen aan een screening voor ‘gevoelige’ vakgebieden. Ook Nederlanders moeten eraan geloven, schrijft onderwijsminister Eppo Bruins.</strong></p><p>Komen buitenlandse onderzoekers en studenten hier misschien kennis stelen? Willen ze soms de academische vrijheid beknotten en het maatschappelijk debat beïnvloeden? Of moeten we ons niet gek laten maken en de deur vooral niet in het slot gooien?</p><p>Na jaren van optimisme over internationale samenwerking in het wetenschappelijke onderzoek is de stemming in de politiek omgeslagen. Dat komt onder meer door <a href="https://delta.tudelft.nl/article/hoe-de-tu-delft-onbedoeld-het-chinese-leger-een-handje-helpt">berichten</a> dat China in Nederland kennis opdoet om het eigen leger te versterken.</p><p><strong>Zolder opruimen</strong><br>We zijn naïef geweest en moeten de zolder opruimen, <a href="https://www.erasmusmagazine.nl/2024/05/21/screening-buitenlandse-onderzoekers-loopt-wederom-vertraging-op/">stelde</a> toenmalig D66-minister Robbert Dijkgraaf in 2022. Hij zette een wetsvoorstel in de grondverf dat screening mogelijk maakt van studenten en onderzoekers met toegang tot ‘sensitieve’ kennis en technologie.</p><p>Zijn opvolger, NSC-minister Eppo Bruins, zet deze lijn voort. Maar er zitten veel haken en ogen aan de screening: wie ga je screenen en voor welke vakgebieden wil je überhaupt een drempel opwerpen? Je wilt niet met een kanon op een mug schieten.</p><p>Het ministerie dacht allereerst aan een onderscheid tussen Europeanen en niet-Europeanen. Maar dat kan niet, menen zowel de landsadvocaat als het College voor de rechten van de mens. Dat zou leiden tot verboden discriminatie op basis van nationaliteit.</p><p>Deze afbakening is dus “<span>juridisch gezien te kwetsbaar”, concludeert Bruins. Daarom moeten straks ook Nederlanders en andere Europeanen de screening ondergaan.</span></p><p><span><strong>Voor- en nadelen</strong></span><br>Het heeft voor- en nadelen, meent Bruins. Kwaadwillende studenten en onderzoekers kunnen bijvoorbeeld niet zomaar de screening ontduiken als ze ergens in een Europees land een verblijfsvergunning hebben verkregen.</p><p>Bovendien zal de screening zelf verfijnder moeten worden, zodat “niet meer automatisch hele vakgroepen en afdelingen onder de reikwijdte van het wetsvoorstel gaan vallen”. De screening kan plaatsvinden op het niveau van projecten en onderzoekslijnen, ziet de minister voor zich.</p><p>Het nadeel is natuurlijk dat je meer mensen moet gaan screenen. Maar door die verfijning valt de toename mee, zegt de woordvoerder van de minister. “Het zou eerst om enkele duizenden studenten en onderzoekers gaan en dat worden er nu anderhalf keer zoveel.”</p><p>De minister gaat om tafel met het ‘kennisveld’ en met de instantie die de screening moet uitvoeren (Justis). “Ik heb hierbij bijzondere aandacht voor de effectiviteit, de proportionaliteit en de uitvoerbaarheid”, verzekert hij.</p><p>Het kan nog jaren duren voordat de screening er is. Bruins’ planning is om het wetsvoorstel in de eerste helft van 2025 online te zetten voor een internetconsultatie. Iedereen kan er dan commentaar op leveren. Daarna moet het door de Tweede en Eerste Kamer.</p><p><strong>Atoombom</strong><br>Het gevaar dat vreemde mogendheden hier militair toepasbare kennis komen verwerven, is niet denkbeeldig. In de jaren 70 heeft een Pakistaanse atoomgeleerde allerlei Nederlandse kennis <a href="https://nos.nl/artikel/2401073-atoomspion-khan-die-nederlandse-geheimen-doorsluisde-overleden">meegenomen</a> naar zijn thuisland, waarmee Pakistan uiteindelijk atoomwapens kon ontwikkelen.</p><p>Maar het gaat allang niet meer alleen om atoomwapens. Het is de vraag wat er straks onder gevoelige kennis en technologie gaat vallen. Inzichten in pakweg de aerodynamica kun je gebruiken om betere raketten te bouwen: wie mag er straks nog met een windtunnel werken?</p><p>Wetenschapsgenootschap KNAW (waarvan oud-minister Dijkgraaf ooit president was) <a href="https://dub.uu.nl/nl/nieuws/knaw-president-dogterom-over-kennisveiligheid-gooi-de-deur-niet-dicht">waarschuwde</a> tegen het uitgebreid screenen van wetenschappers. Het zou schijnveiligheid bieden en de internationale kennisuitwisseling remmen.</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Internationalisering]]></category>
            <pubDate>Tue, 21 Jan 2025 12:34:36 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/cd0dcf9b-d0c5-413a-a31b-604057332869/500_vergrootglas.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/cd0dcf9b-d0c5-413a-a31b-604057332869/500_vergrootglas.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/cd0dcf9b-d0c5-413a-a31b-604057332869/vergrootglas.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[vergrootglas]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys in de startblokken voor opleiden extra technici regio</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-in-de-startblokken-voor-opleiden-extra-technici-regio/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-in-de-startblokken-voor-opleiden-extra-technici-regio/</guid><pp:caseid>684260</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Het plan ligt op tafel. De miljoenen zijn toegekend. Nu is het aan de onderwijsinstellingen om de komende jaren duizenden extra technici te gaan opleiden voor de microchipsector in Nederland, met name in de Brainportregio Eindhoven. Ook Fontys staat in de startblokken, aldus ICT-directeur Frens Vonken.</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_frensvonken-01.png?x=1736754190141" alt="Frens Vonken" width="200">Het gaat om eenmalig 450 miljoen euro en structureel 80 miljoen die het <a href="https://bron.fontys.nl/miljoenen-voor-opleiden-extra-technici-geweldige-kans/" target="_blank">kabinet</a> beschikbaar stelt om meer talent op te leiden voor de halfgeleiderindustrie (semicon) in Nederland. Dat is nodig vanwege de verwachte groei in deze sector, waarvan Brainport Eindhoven het kloppend hart is. Momenteel werken in deze sector ruim 50.000 mensen bij ongeveer 335 bedrijven. De komende vijf jaar neemt de vraag naar extra arbeidskrachten toe met 38.000, waarvan 26.000 alleen al in deze regio.&nbsp;</p><p>Daarvoor moeten duizenden extra technici worden opgeleid, en ook worden om- en bijgeschoold, zowel in het mbo, hbo als wo. Er ligt een plan klaar die de onderwijsinstellingen samen hebben opgesteld. Het is nu aan deze instellingen om dit te gaan uitvoeren. “De komende maanden gaan we concrete invulling geven aan het plan”, aldus ICT-directeur Frens Vonken, die nauw betrokken is geweest bij de voorbereidingen.&nbsp;</p><p><strong>Wat houdt het plan in?&nbsp;</strong><br>“Het is een veelomvattend plan waarbij we ons in grote lijnen gaan richten op het vergroten van de instroom, doorstroom en uitstroom van studenten, het flexibiliseren en uitbreiden van onderwijsprogramma's, het intensiveren van studentbegeleiding en de verdere ontwikkeling van het programma Leven Lang Ontwikkelen (LLO).”&nbsp;</p><p>“Het mbo (Summa en Ter AA) gaat voornamelijk aan de slag met zij-instroomtrajecten, de TU/e focust op masterstudenten en wij gaan ons programma verbreden en flexibiliseren. Daarnaast starten we met de industrie nieuwe semicontracks en komt er meer praktijkgericht onderwijs. Ook gaan we samenwerken op het gebied van voorlichting, werving en uitwisseling van studenten. Daarnaast gaan we studenten begeleiden van opleiding naar werk en zetten we een gezamenlijk alumnibeleid op om de stayrate van internationale studenten te vergroten.”&nbsp;<br><br>“We versterken hybride leeromgevingen, er komen crossovers met andere werkvelden en we gaan gezamenlijk onderzoek doen. Naast diploma’s kunnen ook certificaten en microcredentials worden uitgereikt. Microcredentials spelen vooral een rol in het LLO-aanbod.”&nbsp;<br><br><strong>De regio heeft te maken met demografische krimp. Waar halen de onderwijsinstellingen op korte termijn zoveel nieuwe studenten vandaan?&nbsp;</strong><br>“De motivatie is om meer mensen te laten instromen. Dat gaat maar beperkt, omdat je niet per se meer mensen hebt. Dat kun je alleen bereiken door een bredere doelgroep aan te spreken. Daarvoor moeten we aantrekkelijke programma’s, labels en tracks aanbieden die potentiële studenten aanspreken, evenals aansluiting en doorstroom tussen opleidingen en mbo, hbo en wo verbeteren. We gaan gezamenlijk de juiste voorlichting geven om elke student op de juiste plaats te laten landen.”&nbsp;<br><br>“Daarnaast moet het voor studenten makkelijker worden om te switchen tussen een opleiding, instituut of onderwijsinstelling zonder dat ze studievertraging oplopen. En ze krijgen de mogelijkheid om ook halfjaarlijks aan een (andere) opleiding te beginnen.”&nbsp;<br><br>“Maar zelfs dan zijn we er nog niet. We zullen een beroep moeten doen op onbenut en vooral internationaal talent. Bijna de helft van de nieuwe aanwas zal uit het buitenland moeten komen.”&nbsp;<br><br><strong>Heeft het kabinet niet juist een rem</strong> <strong>gezet op internationalisering</strong> <strong>en Engelstalig onderwijs?</strong>&nbsp;<br>“In oktober heeft het kabinet inderdaad extra regels aangekondigd om de 'verengelsing' in het hoger onderwijs en de instroom van internationale studenten terug te dringen. Daar is in de toekenning van de gelden en het akkoord op ons plan geen uitzondering op gemaakt. Ik kan me niet goed voorstellen dat Engelstaligheid van een aantal opleidingen in de semicon gerelateerde opleidingen afgewezen gaat worden, maar ik ben ervan overtuigd dat we nog de nodige inspanningen zullen moeten verrichten om nut en noodzaak daarvan te onderbouwen. Om de stayrate en integratie te verhogen investeren we in taalonderwijs en interculturele competenties. Als mensen zich hier thuis voelen, is de kans namelijk groter dat ze hier blijven na hun afstuderen.”&nbsp;<br><br><strong>Wat moet er bij Fontys gebeuren om al deze veranderingen in gang te zetten?&nbsp;</strong><br>“Binnen de ondersteunende diensten en de instituten die hierbij betrokken zijn worden er teams opgericht die de verantwoordelijkheid krijgen over een bepaald project. In totaal betreft het een aanzienlijk aantal mensen verdeeld over verschillende diensten en de instituten Engineering, Techniek & Logistiek, Bedrijfsmanagement, Applied Sciences en ICT.”&nbsp;<br><br><strong>We hebben te maken met bezuinigingen. Waar haalt Fontys deze medewerkers vandaan?</strong>&nbsp;<br>“Grotendeels hebben we die mensen zelf. Wel wordt het een uitdaging om de juiste personen op de juiste plek te krijgen. We moeten kijken in hoeverre de opdracht inhoudelijk bij ieder van hen past. Mogelijk hebben we hier en daar wat extra mensen nodig, die we extern moeten aantrekken. In de begrotingen hebben we hiermee rekening gehouden.”&nbsp;<br><br><strong>Het werkveld wordt nadrukkelijk betrokken bij het onderwijs. Waarom?</strong>&nbsp;<br>“Door bedrijven te laten participeren in het onderwijs en werkelijke opdrachten uit het bedrijfsleven te laten oppakken door studenten en onderzoekers, krijg je realistischer onderwijs. We hebben de indruk hebben dat dit de motivatie van studenten en daarmee het resultaat en het rendement van hun studie ten goede komt. We doen dit nu ook, maar gaan dat versterken. De ervaring is dat studenten na hun afstuderen sneller en beter inzetbaar zijn.”&nbsp;<br><br><strong>Er wordt nagedacht over een gezamenlijk eerste studiejaar voor een aantal opleidingen in het hbo en wo. Wat is het doel hiervan?&nbsp;</strong><br>“We zien de afgelopen jaren dat er een toename is van het aantal vwo’ers dat doorstroomt naar het wo. Een deel van deze studenten valt uit, omdat ze beter op hun plek zouden zijn in het hbo. Met een gezamenlijk eerste opleidingsjaar willen we ervoor zorgen dat studenten meteen op de juiste plek terechtkomen. Bij Elektrotechniek zijn de gesprekken het verst gevorderd.”&nbsp;<br><br><strong>Kan het ergens nog misgaan met het uitrollen van het plan?&nbsp;</strong><br>“We hebben als Brainportregio een grote ambitie. Er zijn veel verschillende partners bij betrokken en het succes hangt af van de som van het geheel. Dat is een uitdaging. De grootste bedreiging zie ik in het falen van de toestroom van internationale studenten. Dan ben je meteen de helft van je ambitie kwijt. Zo moet het Engelstalig onderwijs geen probleem gaan opleveren en zal er tijdig extra huisvesting gerealiseerd moeten worden.”&nbsp;<br><br><strong>Waar ligt de winst voor Fontys?&nbsp;</strong><br>“In diezelfde ambitie. We krijgen een enorm mooie kans om in tijden van krimp en bezuinigingen ons onderwijs en onderzoek te verbeteren en een bijdrage te leveren aan wat de regio nodig heeft. De eerste miljoenen zijn toegekend voor de komende twee jaar. Als ze blijken te lonen, stelt het kabinet de rest ervan beschikbaar. Het is dus aan de onderwijsinstellingen om te laten zien dat het plan dat we hebben neergelegd ook echt de extra technici gaat opleveren die nodig zijn.”&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,PRO Techniek,PRO Onderwijs,Onderzoek,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Mon, 13 Jan 2025 11:55:29 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_00-fo-106195-2.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_00-fo-106195-2.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/00-fo-106195-2.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Een student van Fontys Hogeschool Techniek en Logistiek in Venlo. Het aantal aanmeldingen voor dit instituut is  juist gestegen, met bijna 15 procent.]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys en Avans slaan handen vaker ineen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-en-avans-slaan-handen-vaker-ineen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-en-avans-slaan-handen-vaker-ineen/</guid><pp:caseid>681462</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De tijd dat Fontys en Avans, de twee grootste hogescholen van Zuid-Nederland, elkaars grootste concurrenten waren is voorbij. De twee kennisinstellingen die samen ruim 70 duizend studenten opleiden, trekken steeds vaker samen op. Deels uit noodzaak, maar vooral uit maatschappelijk belang, vertelt Fontysbestuurder Arian Steenbruggen.</strong></p><p>Door demografische ontwikkelingen neemt het aantal studenten in het hbo sinds een jaar of twee af. Ook bij Fontys. Daardoor worden sommige kleine opleidingen nog kleiner, zoals een aantal lerarenopleidingen, maar ook opleidingen in de zorg en techniek. Kleine opleidingen zijn relatief duur en lopen het gevaar dat ze de deuren moeten sluiten.&nbsp;<br><br>Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat er meer landelijke regie moet komen. De onderwijsminister moet erover in gesprek met universiteiten en hogescholen, zo stond in een motie die begin deze maand is aangenomen. Maar uiteindelijk zijn de onderwijsinstellingen zelf verantwoordelijk.&nbsp;<br><br>Ook bij Fontys en Avans spelen deze ontwikkelingen. Voorheen ontbrak de noodzaak om samen te werken – er waren immers studenten genoeg – en beconcurreerden Fontys en Avans elkaar in de ‘strijd’ om de student. Met de <a href="https://bron.fontys.nl/fontysbestuur-krimp-gaat-harder-dan-gehoopt/" target="_blank">krimp </a>van het aantal studenten en complexe vraagstukken vanuit de maatschappij, gaan Fontys en Avans nu steeds meer samenwerken.&nbsp;</p><p><strong>Joint degrees&nbsp;</strong><br>Zo doen de hogescholen vaker samen een clusteraanvraag voor één bepaalde opleiding en gaan ze meer dan voorheen joint degrees aan. Een joint degree is één opleiding die door meerdere instellingen gezamenlijk wordt aangeboden. Een voorbeeld is de nieuwe <a href="https://www.fontys.nl/nieuws/nieuwe-gezamenlijke-hbo-master-sustainability-transitions/" target="_blank">master Sustainability Transitions</a>, die de hogescholen van plan zijn te starten in september 2026.&nbsp;<br><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:342/auto;width:342px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_arian2-2.jpg?x=1734338476069" alt="Arian Steenbruggen" width="342" height="auto">Ook tussen Centres of Expertises (CoE’s) wordt al samengewerkt. In november nog bekrachtigde Fontysbestuurder Arian Steenbruggen de samenwerking tussen Fontys Centre of Expertise Health en Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid van Avans Hogeschool. De CoE’s gaan gezamenlijk praktijkgericht onderzoek doen.&nbsp;<br><br>Steenbruggen benadrukt dat het niet een samenwerking is op alle fronten. “We blijven gewoon twee onafhankelijke hogescholen. Wel hebben we als bestuur een aantal keer per jaar onderwijsportfolio-overleg met onze collega’s van Avans. Dan bespreken we wat de stand van zaken is met betrekking tot onze opleidingen, welke aanvragen lopen en wat we overwegen te doen.”&nbsp;<br><br><strong>Maatschappelijk belang&nbsp;</strong><br>Wat zo’n overleg oplevert? “Dat je niet beide in alles precies hetzelfde gaat doen, en dan maar kijken wie daarin het succesvolste is. We proberen over de heg van onze eigen onderwijsinstellingen heen te kijken, en daarbij het maatschappelijke belang voorop te stellen. In de ideale situatie kunnen we studenten naar de juiste opleiding doorsturen of dat nu bij Fontys is of bij Avans.”&nbsp;</p><p>Het klinkt logisch, maar de praktijk is soms weerbarstig. Dat heeft grotendeels te maken met hoe zaken al decennialang zijn ingeregeld, op onderwijsgebied en op beleidsniveau. Onderwijsbestuurders kunnen wel voorop lopen, maar als ze te ver voor de troepen uit marcheren, krijgen ze hun organisatie niet mee. “Het ligt soms best gevoelig”, zegt Steenbruggen.&nbsp;</p><p>Anderzijds is er ook niet altijd een keuze. “Denk aan onrendabele opleidingen. Als samenwerking dan een oplossing biedt, moeten we dat doen. Als later blijkt dat er genoeg ‘massa’ is binnen een opleiding, dan kun je de samenwerking ook weer loskoppelen, dat is makkelijker met verrekenen van de kosten. We kijken naar een model waarbij we de totale taart groter maken in plaats van allebei een groter stuk van de taart te willen.”&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Master,Onderwijs Algemeen,Onderzoek,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Mon, 16 Dec 2024 13:32:00 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/fafd392a-4ea8-44fd-adf7-dc7c11eb8acb/500_shutterstock-2167365623-bewerkt.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/fafd392a-4ea8-44fd-adf7-dc7c11eb8acb/500_shutterstock-2167365623-bewerkt.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/fafd392a-4ea8-44fd-adf7-dc7c11eb8acb/shutterstock-2167365623-bewerkt.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[shutterstock_2167365623_bewerkt]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Eindhoven en Tilburg niet echt gezond, hoe komt dat?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/eindhoven-en-tilburg-niet-echt-gezond-hoe-komt-dat/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/eindhoven-en-tilburg-niet-echt-gezond-hoe-komt-dat/</guid><pp:caseid>678022</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Wil je in een gezonde omgeving leven? Kies dan niet Tilburg als je thuis. In de lijst van gezonde steden van Nederland bungelt Tilburg ergens onderaan. Eindhoven doet het niet veel beter. Waar ligt dat aan? Pauline van den Berg, onderzoeker bij het lectoraat De Ondernemende Regio, schijnt haar licht op dit onderwerp.</strong></span></p><p style="text-align:start;">Elke twee jaar doet advies- en ingenieursorganisatie Arcadis <a href="https://www.arcadis.com/nl-nl/knowledge-hub/perspectives/europe/netherlands/gezonde-stad-index-2024" target="_blank">onderzoek</a> naar de gezondheid van de 25 grootste steden van Nederland. Daarbij wordt gekeken naar verschillende domeinen, waarvan vijf belangrijke pijlers: gezonde buitenruimte, gezond milieu, gezonde mobiliteit, gezonde gemeenschap en gezonde bebouwde omgeving. Tilburg scoort op al deze punten minder dan het gemiddelde en komt daarmee op de 22ste plek terecht. Eindhoven is op de 20ste plek geëindigd.</p><p style="text-align:start;"><strong>Verbetering nodig&nbsp;</strong><br>Pauline van den Berg, die sinds februari voor Fontys onderzoek doet naar de fysieke leefomgeving en de invloed daarvan op de gezondheid, gezond gedrag en het welbevinden van mensen, legt uit waar dat aan ligt. En belangrijker nog: wat deze steden kunnen doen om bij een volgend onderzoek niet zo laag te eindigen.</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/97dcddf6-8746-407e-884c-fb5acd1f6727/500_image11.jpeg?x=1731502767074" alt="Pauline van den Berg" width="200">“Tilburg scoort op alle onderdelen aan de lage kant. Hittestress bijvoorbeeld; vanwege de grote hoeveelheid stenige en harde materialen houdt de stad meer warmte vast. Daarvoor zou Tilburg meer groen aan kunnen brengen, want groen zorgt voor verkoeling. Maar de stad zou voor een gezondere leefomgeving ook kunnen inzetten op verkeersveiligheid, sociale veiligheid en op een gezonder milieu.”</p><p style="text-align:start;">Eindhoven scoort met name op de gezonde gemeenschap lager. “Eindhoven is best een groene stad, daar ligt het niet aan. Het is vooral het gevoel van sociale veiligheid en ontmoeting waar deze stad beter op zou kunnen scoren. Gelukkig heeft Eindhoven deze punten in het vizier en wordt er onder meer gekeken naar de luchtkwaliteit, maar ook naar mobiliteit. Ze zijn bijvoorbeeld al druk bezig met het stimuleren van wandelen en fietsen.”</p><p style="text-align:start;">Aan de woningnood wordt in Eindhoven ook gewerkt. Er is een groot tekort aan huizen en dus moet er gebouwd worden. Maar gaat dat dan weer niet ten koste van de hoeveelheid groen in de stad? “Dat kun je slim oplossen door de binnenstad te verdichten. Compact bouwen. In de hoogte en niet in de breedte. Als je gebouwen met meerdere verdiepingen realiseert, hou je meer ruimte over voor groen. Al is té hoog natuurlijk ook niet bevordelijk,<span> omdat je dan contact met de straat verliest.</span>”</p><p style="text-align:start;"><strong>Meer onderzoek&nbsp;</strong><br>Van den Berg noemt het onderzoek van Arcadis ‘leuk voor de steden die hoog eindigen’, maar heel veel zegt het volgens haar niet. “De studie richt zich echt op een stad als geheel, terwijl we met onze eigen onderzoeken ook zien dat er binnen een stad – dus in verschillende wijken en buurten – grote verschillen zijn in hoe ze scoren op gezondheid.”</p><p style="text-align:start;">Dat heeft volgens de onderzoeker te maken met verschillende aspecten die heel sterk met elkaar samenhangen. “In buurten waar veel mensen met een lagere sociaaleconomische positie wonen, zie je vaak minder kwaliteit van groen. En in wijken waar minder voorzieningen zijn, zijn mensen minder tevreden over de infrastructuur. Het aantal eenzame mensen is in die buurten ook hoger.”</p><p style="text-align:start;">De oplossing daarvoor? Die hoopt Van den Berg met een nieuw onderzoek dat in februari van start gaat te vinden. “We willen meer inzicht krijgen in de relatie tussen de gebouwde omgeving en eenzaamheid. Dat doe ik samen met mijn collega Eric Schoenmakers, kennispartners uit zes verschillende landen en de gemeente Eindhoven. Over twee jaar moet het onderzoek af zijn en weten we hopelijk meer.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Luiken,Eindhoven,Tilburg,Onderzoek,PRO Gezondheid]]></category>
            <pubDate>Wed, 13 Nov 2024 14:10:47 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_stationeindhoven3.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_stationeindhoven3.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/stationeindhoven3.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Station Eindhoven 3]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Een lector die haar eigen levenslessen gebruikt</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/een-lector-die-haar-eigen-levenslessen-gebruikt/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/een-lector-die-haar-eigen-levenslessen-gebruikt/</guid><pp:caseid>664800</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Leren floreren. Evelyne Meens weet er alles van. Morgen wordt zij officieel aangesteld als lector Leren Floreren. “Lichamelijke opvoeding is altijd al een onderwijsvak geweest. Zie dit dan als geestelijke opvoeding. Hoe verbeter je je emotionele, psychische en sociale welzijn.”</strong></p><p>Ze zal er morgen, <span>niet toevallig de internationale dag van de mentale gezondheid,</span> nog wel op terugkomen in haar lectorale rede. Jarenlang worstelde Meens met zichzelf. Als student had ze om de zoveel tijd p<span>aniekaanvallen of huilbuien, was zij somber en voelde zich eenzaam. Kortom: depressies. </span>Alleen, ze wist zelf niet dat het depressies waren. En wat niet hielp was dat zij die depressieve gevoelens ook verborgen hield voor iedereen.&nbsp;</p><p>Inmiddels is Evelyne Meens die fase voorbij. Zij floreert nu. Maar ze herkent haar eigen interne strijd uit die periode met de worstelingen van de huidige generatie studenten. En die wil zij graag helpen door hen te leren zichzelf beter te begrijpen. “Zie het als een soort van psycho-educatie. Jezelf en anderen beter leren begrijpen.”</p><p><strong>Proces</strong><br>Want als dat lukt, dan lukt het je ook beter om goed, gezond en gelukkig te functioneren, zo legt zij uit. “Het is een proces dat geen einddoel kent. Eentje dat je hele leven duurt, ongeacht je leeftijd. Het gaat niet om excelleren. Al zit er wel een stukje presteren in. De hele dag op de bank liggen, dat gaat ook niet werken.”</p><p>Het verbeteren van je eigen emotionele en psychische welzijn, hoe werkt dat dan? “Emotioneel welzijn gaat erom dat je niet alleen met positieve, maar ook met de negatieve zaken in het leven weet om te gaan. En dat je daarbij, dat is het psychische deel, autonoom durft te zijn en het gevoel hebt enige invloed uit te kunnen oefenen op je omgeving."</p><p>Dat laatste is ook zeker niet onbelangrijk als het om Leren Floreren gaat. “Het sociale aspect is een wezenlijk onderdeel. Hoe zit ik er voor anderen bij? Wat kan ik voor die anderen betekenen? Hoe ontwikkel ik mezelf ook in dat opzicht als persoon?"</p><p><strong>Onderwijs</strong><br>Dat is waar zij met haar lectoraat, waaraan zij met een team van twaalf mensen werkt, bij Fontys mee aan de slag is gegaan. “We zijn nu de kennis aan het ontwikkelen van hoe je dit in het onderwijs als docent of coach over kunt brengen op studenten. Niet alleen bij Fontys trouwens. Regionaal werken we samen met mbo's en landelijk met enkele andere hogescholen." [<i>Tekst loopt door onder foto</i>]</p><p>Waarbij, zo benadrukt zij, het er vooral om gaat om studenten te motiveren en docenten daarvoor een groter ‘handelingsrepertoire’ te geven. “In die zin is leren floreren vooral preventief en versterkend, zodat je als student een buffer krijgt voor wanneer het slechter gaat. Nee, niet als het echt heel slecht gaat. Daarvoor zijn er anderen, collega's en psychologen, die curatief te werk gaan.”</p><p>Bij Fontys gebeurt al heel veel als het gaat om de mentale gezondheid van de student. Dat onderschrijft Meens ook. “Met de gelden uit het Nationaal Programma Onderwijs, die na de coronacrisis het onderwijs toekwamen, hebben de inspanningen binnen Fontys een extra boost gekregen. Heel goed, heel fijn. Maar het is allemaal tijdelijk en gebeurt náást het bestaande onderwijs. Met als gevolg dat je vaak ziet dat er ergens met een groep van tien studenten begonnen wordt en er in geen tijd nog maar drie over zijn."</p><p>“Wij willen als lectoraat juist niet met oplossingen komen die naast het onderwijs plaatsvinden. Onze ambitie is om het onderwijs beter in te richten, en dat leren floreren onderdeel wordt van de cultuur van een school of instelling. Bij Fontys willen we daarbij ook als een soort satéprikker dienst doen door het verbinden van alle mensen die al met soortgelijke dingen bezig zijn.”</p><p><strong>Urgentie</strong><br>Het zal ook om die reden zijn dat het dit keer voor het eerst ook een dienst is, Studentenvoorzieningen, dat naast Fontys HRM en TP een lectoraat omarmt. Niet zo vreemd, want die dienst is al tijden bezig met het mentaal welzijn van studenten.</p><p>“De urgentie voor dit onderwerp groeit. Niet alleen voor studenten, maar voor alle jongeren tussen pakweg 15 en 27 jaar." Een van de oorzaken: sociale media. “De digitale revolutie kent veel voordelen maar bemoeilijkt ook heel veel. Het belemmert de kwaliteit van je sociale verbondenheid. En dat is een van de belangrijkste voorwaarden voor leren floren.”</p><p>"<span>Het gaat hier niet om een pure onderwijsuitdaging maar om een maatschappelijke uitdaging dat vanuit een sociaal-ecologisch perspectief bekeken moet worden: we hebben hierin allemaal - of je nu studiegenoot, vriend, ouder of docent bent - een taak te vervullen."</span></p><p><i>Evelyne Meens was in verleden vaste columnist van Bron. Haar columns zijn </i><a href="https://bron.fontys.nl/?h=1&t=Evelyne" target="_blank"><i>hier</i></a><i> te lezen.&nbsp;</i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Nieuws,Ligthart,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid]]></category>
            <pubDate>Wed, 09 Oct 2024 13:42:02 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4664a1d4-91f4-4aca-a886-e78213f9ea5f/500_fontys-evelynemeens-666.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4664a1d4-91f4-4aca-a886-e78213f9ea5f/500_fontys-evelynemeens-666.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4664a1d4-91f4-4aca-a886-e78213f9ea5f/fontys-evelynemeens-666.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fontys_EvelyneMeens_666]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Bijzonder AI-model afgerond: ‘Onze dataset is de grootste ter wereld’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bijzonder-ai-model-afgerond-dataset-grootste-ter-wereld/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bijzonder-ai-model-afgerond-dataset-grootste-ter-wereld/</guid><pp:caseid>661700</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p>Wil je meer weten over het onderzoek? Lees dan de <a href="https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0302958" target="_blank">publicatie </a>van Gerard Schouten, Bas Michielsen en Barbara Gravendeel.&nbsp;</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Daar zitten de mannen, glunderend van trots. Het zijn Gerard Schouten, lector AI & Data, en onderzoeker Bas Michielsen. Hun vier jaar durend onderzoek, de ontwikkeling van een open source</strong><i><strong> </strong></i><strong>AI-model dat zo’n 50 soorten wilde bloemen kan herkennen en tellen, is afgerond. Evenals de bijbehorende publicatie. “We zijn al bezig met projectaanvragen.”</strong></p><p>Met name Schouten steekt zijn gevoelens niet onder stoelen of banken. “Supertrots, ja echt.” Hij kijkt zijn compagnon Michielsen aan, die ietwat verlegen teruglacht. Schouten: “We hebben onderzoek gedaan naar hoe je met behulp van AI de biodiversiteit van wilde bloemen in Nederland kunt meten. In wegbermen, grasland, parkjes in steden, mooie weilanden langs de Dommel”, zo somt hij op.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:348/auto;width:348px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a740c7ac-442d-4509-bc81-64b531dcf03e/800_linksgerardrechtsbas-ai.jpg?x=1726668556572" alt="Gerard (l) en Bas" width="348" height="auto">Ze verzamelden 2.000 beelden in een hoge resolutie in en rondom Eindhoven, gemaakt met een drone of een moderne smartphone. Daarmee trainden Schouten en Michielsen het AI-model: zonder data is er immers geen model dat al die bloemen kan tellen en een naam kan geven.</p><p><strong>Trial-and-error&nbsp;</strong><br>Het ontwikkelen van dit model ligt in handen van Michielsen. Hij windt er geen doekjes om: met name de opstartperiode was het trial-and-error wat de klok sloeg. “Gewoon aan de gang gaan met die data en kijken wat er gebeurt. Al ging daar óók weer veel werk aan vooraf.” Schouten wilde namelijk een kwalitatief hoogstaande dataset.</p><p><span>Daarvoor namen ze maatregelen. Zo moest AI-bias te allen tijde voorkomen worden. Dat verwijst naar de systematische en oneerlijke vooroordelen die kunnen ontstaan in AI-systemen. “Dat hebben we er volledig uit kunnen halen. "Superbelangrijk", vertelt Schouten, die daaraan toevoegt dat op die grote collectie foto’s 65.000 annotaties en 160 bloemsoorten te zien zijn. Deze geannoteerde dataset is voor iedereen beschikbaar gesteld en heet&nbsp;</span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fdataverse.nl%2Fdataset.xhtml%3FpersistentId%3Ddoi%3A10.34894%2FU4VQJ6&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7C79bc5e16609f4200933108dcd7e8f7e2%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638622642802514514%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=8hL%2FSwj7DdwAwkEnPp1t%2F%2FOhQeKxXWNTTcu7wWMI9Fg%3D&reserved=0" target="_blank"><i><span>Eindhoven Wildflower Dataset</span></i></a><span>.</span></p><p>“Uit de grote set is een deelset van vijftig soorten gemaakt die helemaal uitgebalanceerd is. Dit hebben we gedaan om te voorkomen dat het model gaat ‘discrimineren’. Simpeler gezegd: om te vermijden dat het model de ene bloemsoort voortrekt ten opzichte van de andere. Michielsen heeft dat puzzelwerk geweldig gedaan”, complimenteert hij zijn compagnon. En voegt er nog snel aan toe: “We hopen dat andere onderzoekers onze dataset gaan gebruiken om nog betere modellen te maken.”</p><p><strong>De grootste ter wereld</strong>&nbsp;<br>Bachelor- en masterstudenten van Fontys ICT en biologiestudenten van de HAS en Universiteit Leiden deden belangrijk voorwerk”, vertelt Schouten. Ook Naturalis, en in het bijzonder Barbara Gravendeel, mag volgens het tweetal niet onvermeld gelaten worden. “Zij is een van dé botanische experts van Nederland en heeft met haar domeinkennis bijgedragen aan dit project."</p><p>Nu willen de mannen maatschappelijk het verschil maken door biodiversiteit te monitoren met kunstmatige intelligentie. “AI is betrouwbaarder, goedkoper en sneller in vergelijking met mensen.” Naar eigen zeggen is hun model uiterst uniek.&nbsp;</p><p>Michielsen: “Inclusief een dataset met zoveel annotaties voor wilde bloemen is ons model de grootste van de wereld durf ik wel te zeggen.” Ze spraken al met de waterschappen en er zit meer in het vat, denkt Schouten. “Er is grote behoefte om dit soort dingen automatisch te kunnen meten. Wij kunnen dat”, besluit hij.</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,AI,Lectoren,Lectoraten,Onderzoek,Brouwer]]></category>
            <pubDate>Wed, 18 Sep 2024 16:11:14 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/24756fd9-7d85-4e0f-833a-28dccb207062/500_aienbloemen.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/24756fd9-7d85-4e0f-833a-28dccb207062/500_aienbloemen.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/24756fd9-7d85-4e0f-833a-28dccb207062/aienbloemen.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[AI en bloemen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>‘Samenwerking professional, ouder en kind moet beter’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/samenwerking-professional-ouder-en-kind-moet-beter/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/samenwerking-professional-ouder-en-kind-moet-beter/</guid><pp:caseid>657349</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Beter samenwerken met ouders en jongeren een stem geven wanneer ze hulpverlening krijgen. Hoe dat kan, laat het tweejarig onderzoek ‘Versterken van de eigen regie op opvoeden en opgroeien’ van Fontys Pedagogiek zien.</strong></p><p>In het onderzoek, uitgevoerd<strong> </strong>in samenwerking met acht partners<strong>,&nbsp;</strong> staat het belang van het versterken van de eigen regie op opvoeden en opgroeien centraal. Op het eindsymposium van het project ‘Partnerschap in Jeugdhulp en Speciaal Onderwijs’, dat woensdag in R13 in Eindhoven plaatsvond,<strong> </strong>blikken betrokkenen terug op het onderzoek, aangevuld met workshops en parallelsessies.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:267/auto;width:267px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/47b31b45-7461-4ea3-8f46-3835cdf51eea/800_projectleiderheacutelegraveneduidtdeuitkomstvanhetonderzoektijdenshetsymposium.jpg?x=1726149131952" alt="Projectleider Hélène duidt de uitkomst van het onderzoek tijdens het symposium" width="267" height="auto">Samenwerking moet beter</strong><br>Uitgangspunt van het project: samenwerken met ouders op basis van gelijkwaardigheid is moeilijk voor professionals. Projectleider Hélène Leenders, <i>associate lector</i> bij Fontys Pedagogiek, duidt: “Uit afstudeeronderzoeken van studenten van Fontys Pedagogiek en de Pabo, kwam telkens naar voren dat de samenwerking tussen professionals, ouders en kinderen verbeterd moet worden.”</p><p>In vakjargon wordt dat ook wel pedagogisch partnerschap genoemd. “Er wordt vaak over, in plaats van met kinderen samen, beslist. En kinderen worden niet goed voorbereid op gesprekken over behandeldoelen”, legt Leenders uit.</p><p>Ook de studenten van beide opleidingen werden – uiteraard - betrokken in het onderzoek. “Onze studenten zijn de professionals van de toekomst. Het is erg belangrijk dat jeugdhulpverleners en leraren goed samenwerken met ouders en jeugdigen in kwetsbare situaties.”&nbsp;</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:278/auto;width:278px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/65e35f03-7cb4-4d3e-9f63-a36db19f3fef/800_lindazijlmanszingteenzelfgeschrevenliedje.jpg?x=1726149139855" alt="Linda Zijlmans zingt een zelfgeschreven liedje" width="278" height="auto">Tools voor de toekomst</strong><br>Maar hoe komt die betere samenwerking uiteindelijk tot stand? Het onderzoek, dat van september 2022 tot augustus 2024 liep, <a href="http://www.educatief-partnerschap.nl" target="_blank">heeft tools opgeleverd</a> die direct inzetbaar zijn in de jeugdhulpverlening, op scholen en in de opleidingen. Denk aan een klasgenotenboekje voor een goede landing op school en kindvriendelijke uitleg over het behandeltraject, zodat iedereen weet wat er gaat gebeuren. Of een app voor professionals om goed contact te leggen en te houden met ouders.</p><p>Na Leenders’ toespraak is er geen tijd voor vragen. De rest van het programma laat namelijk niet op zich wachten. Er is een toolmarkt, waar partners als Koraal, Aloysius (speciaal onderwijs) en R-Newt (jongerenwerk) een inkijkje in hun werk geven. Later op de dag zijn er nog tal van parallelsessies en workshops, die toegespitst zijn op het onderwerp van de dag. Ook is er een afsluitende dansshow van Academy of Arts-student Minou Bossink.</p><p>Betreft het onderzoek, dat is volgens Leenders nooit af: “Hier moeten we blijvend aandacht voor vragen.”</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Brouwer,PRO Onderwijs,Onderwijs,Onderzoek,Pabo,Eindhoven,Nieuws]]></category>
            <pubDate>Thu, 12 Sep 2024 15:53:41 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2f8ef533-e677-40b5-8c99-81eeb655c071/500_aandachteluisteraarstijdenshetsymposiumine13ineindhoven..jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2f8ef533-e677-40b5-8c99-81eeb655c071/500_aandachteluisteraarstijdenshetsymposiumine13ineindhoven..jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2f8ef533-e677-40b5-8c99-81eeb655c071/aandachteluisteraarstijdenshetsymposiumine13ineindhoven..jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Aandachte luisteraars tijdens het symposium in E13 in Eindhoven.]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[OLYMPUS DIGITAL CAMERA         ]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Al feestend onderzoeken met klimaatlab op Lowlands</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/al-feestend-onderzoeken-met-klimaatlab-op-lowlands/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/al-feestend-onderzoeken-met-klimaatlab-op-lowlands/</guid><pp:caseid>636405</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Studenten bereiken: waar doe je dat beter dan op festivals? Juist, nergens. En dus staat het Fontys-lectoraat Journalistiek deze zomer met een mobiel klimaatlab op Lowlands en Zwarte Cross.&nbsp;</strong>&nbsp;</span></span></p><p style="margin-left:0px;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">Wie een artikel over klimaatverandering leest, ziet daar vaak alarmerende termen en foto’s van een ijsbeer op een smeltende ijsschots bij staan. Effectief? Dat valt nog te bezien, zeggen Daphne van Paassen en Danielle Arets. Zij zijn namens het lectoraat van Journalistiek bij het mobiele klimaatlab betrokken en doen in samenwerking met het Nationaal Klimaat Platform onderzoek naar de invloed van taal en beelden uit de klimaatjournalistiek op Nederlandse jongeren.&nbsp;</span></span></p><p style="margin-left:0px;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Analyses en testen</strong>&nbsp;</span></span><br><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">Voor de studie worden klimaatmetaforen en -beelden geanalyseerd die de afgelopen zes jaar zijn gebruikt op kanalen die jongeren vaak raadplegen - zoals AD, NOS en NU.nl - en wordt de effectiviteit van deze metaforen en beelden getest in focusgroepen. Dat laatste doet het team op twee plekken waar studenten zich in veelvoud bevinden: de festivals Zwarte Cross en Lowlands.</span></span></p><p style="margin-left:0px;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/86d3b078-d7c7-4ad5-921e-0bdeda66dffa/500_daniellearets.png?x=1718269179323" alt="Danielle Arets" width="200"> “We zien dat er vaak strandfoto’s worden gebruikt bij berichten over hittegolven, maar die beelden stroomlijnen niet met de ernst van de boodschap”, zegt Arets. “Aan de andere kant zien we ook doemscenario’s en plaatjes van overstromingen. Maar ook die zijn niet altijd wenselijk. Wij willen kijken wat er nodig is om jongeren op een effectieve manier te voorzien van informatie door de journalistieke representatie van klimaatverandering te onderzoeken.”&nbsp;</span></span></p><p style="margin-left:0px;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">Er wordt daarbij niet alleen ingezoomd op afbeeldingen, maar ook op tekst. “In de taal gebruiken we vaak metaforen”, legt Van Paassen uit. "M</span><span style="text-align:left;">etaforen zijn niet alleen beelden die een tekst opleuken, maar hebben ook invloed op hoe we over onderwerpen denken en zelfs op ons gedrag, blijkt uit onderzoek. </span><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">. Als je bij studenten het beeld gebruikt van het brein dat een spier is die je kunt trainen, dan zijn die studenten sneller geneigd om te denken dat intelligentie iets is wat groeit in plaats van dat het iets is wat je wel of niet hebt.”&nbsp;</span></span></p><p style="margin-left:0px;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">In berichten over het klimaat worden ook metaforen gebruikt. Denk aan termen als ‘tikkende tijdbom’, ‘armageddon’ of ‘naderend tipping point’. “We onderzoeken welke metaforen vaak gebruikt worden en op welke manier. Op Zwarte Cross en Lowlands willen we twee metaforen testen onder jongeren, waarschijnlijk gericht op de oorlog en gezondheid, en kijken we welke teksten meer aanzetten tot actie.”</span></span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Donkere kamer</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Waarom er gekozen is voor Zwarte Cross en Lowlands? “Omdat het twee heel uiteenlopende festivals zijn waar twee compleet verschillende doelgroepen op af komen”, aldus Arets. “Op beide evenementen staan we met een klimaatlab dat we, om zoveel mogelijk in de festivalsferen te blijven, inrichten als een soort donkere kamer, en waar we zoveel mogelijk jongeren naartoe proberen te lokken om ze op een snelle en speelse manier beelden en metaforen te laten ranken.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Naast het klimaatlab wordt er ook een randprogramma met minicolleges georganiseerd.&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHJ,PRO Onderwijs,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 13 Jun 2024 11:07:12 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/f192ee39-a071-4331-9b44-595eb02becab/500_shutterstock-2454781497.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/f192ee39-a071-4331-9b44-595eb02becab/500_shutterstock-2454781497.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/f192ee39-a071-4331-9b44-595eb02becab/shutterstock-2454781497.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[festival feesten feest]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Massage tijdens werk? Doen, zeggen ze bij Vitality Hub</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/massage-tijdens-werk-doen-zeggen-ze-bij-vitality-hub/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/massage-tijdens-werk-doen-zeggen-ze-bij-vitality-hub/</guid><pp:caseid>635974</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Een waterbed met massagefunctie, een bureau met trappers of een geluidsdichte box waarin je je compleet kunt afsluiten van de buitenwereld. Als het aan de onderzoekers van de Workplace Vitality Hub ligt, vinden we het straks allemaal terug in de gebouwen van Fontys. Zij doen onderzoek naar en strijden voor vitale werkplekken. &nbsp;&nbsp;</strong></span></p><p><span>De Workplace Vitality Hub is drie jaar geleden opgericht en bevindt zich op de High Tech Campus in Eindhoven. Verschillende onderwijs- en onderzoeksinstellingen doen er onderzoek naar vitale werkplekken. Naast Fontys zijn ook onder andere TU/e, imec en TNO erbij betrokken. Afgelopen zaterdag konden geïnteresseerden een kijkje komen nemen tijdens een open dag.</span></p><p><span>Eveline Kersten is een van de Fontys-medewerkers die werkzaam is bij de Workplace Vitality Hub. Zij bevindt zich dagelijks in een ware oase van luxe en ontspannende faciliteiten die bij moeten dragen aan de gezondheid van werknemers. “Er zijn heel veel mensen met hart- en vaatziekten, met diabetes, een burn-out of psychische klachten. In onze levende onderzoeksomgeving doen we onderzoek naar hoe medewerkers fitter en vitaler kunnen worden, meer mentale rust kunnen nemen en meer bewegen.”</span></p><p><span><strong>Proef op de som</strong></span><br><span>En hoe doe je beter onderzoek dan door zelf de proef op de som te nemen? Kersten geeft aan dat je vitaliteit kunt stimuleren door kantoren anders in te richten. “Wij hebben dat op de hub gedaan door te zorgen voor voldoende daglicht, het plaatsen van meerdere slaapbanken en een watermassagebed. Verder hebben we ook geluidsdichte boxen waar je tot rust kunt komen en een podcast kunt luisteren, zenders die aangeven wanneer je te lang zit en meetapparatuur die de luchtkwaliteit meet.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/710b0fa4-6615-45e8-a164-55e8506181b1/500_fontys-evelinekersten-5422.jpg?x=1718021904840" alt="Eveline Kersten" width="200">Een andere ontwikkeling van de Workplace Vitality Hub komt voort uit een promotieonderzoek van Ida Damen, een collega van Kersten. “Ze is gepromoveerd op wandelend vergaderen”, vertelt Kersten. “Mensen wandelen vaak alleen tijdens de lunch, maar waarom zou je dat niet doen tijdens een vergadering, meeting of coachgesprek? Het is heel ongezond om de hele dag te blijven zitten en om meer mensen aan het wandelen te krijgen, heeft Damen op verschillende plekken - ook rondom de campus van Fontys - speciale wandelroutes uitgezet.”</span></p><p><span><strong>Moment van rust</strong></span><br><span>De vraag is nu alleen: wordt daar ook echt gebruik van gemaakt? Het zittend werken achter een bureau zit er bij veel mensen zo ingenesteld, dat het lastig is om het eruit te krijgen. “Dat klopt”, vervolgt Kersten. “En het is ook niet iets wat we van de ene op de andere dag kunnen veranderen. Zelf proberen we in ieder geval alles wat we onderzoeken ook echt toe te passen. Vergaderen doen we staand, we gaan regelmatig op het watermassagebed liggen en nemen af en toe een momentje rust in een geluidsdichte box.”</span></p><p><span>Kersten en haar collega’s sporen elkaar aan om van de toepassingen gebruik te maken en kijken elkaar niet raar aan als iemand zijn of haar werkplek verlaat voor een korte massage. “Maar medewerkers die dit niet gewend zijn, doen dat misschien wel. We hebben op verschillende werkplekken experimenten gedaan met een slaapbank en zien dat mensen het toch vreemd vinden als een ander tien minuten tijdens werktijd gaat liggen. Die sociale norm moet veranderen. Als je kijkt naar het aantal burn-outs in Nederland, is het heel raar dat we daar niet preventief iets aan doen. Eigenlijk zouden we moeten zeggen: ‘Goh, wat goed dat je even gaat liggen en niet over je eigen grenzen heen gaat’. Hoe we die gedachtegang kunnen veranderen, is een van onze onderzoeksvragen.”</span></p><p><span><strong>Stimuleren</strong></span><br><span>Naast collega’s werken er ook studenten van Fontys mee aan de onderzoeken van de Workplace Vitality Hub. Vanuit verschillende richtingen worden de faciliteiten die de living lab biedt, gestimuleerd. Een van de projecten waar de studenten zich mee bezig houden, is een door Workplace Vitality Hub ingerichte buitenwerkplek met een relaxte stoel, wifi en elektriciteit. “De studenten kijken hoe ze anderen kunnen stimuleren om daar meer gebruik van te maken. Andere studenten zijn dan weer bezig met een hele gave</span><i><span> reload booth</span></i><span>, een stoel met een soort kapje eroverheen zodat je je kunt afsluiten van de rest.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Eindhoven,PRO Gezondheid,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Luiken]]></category>
            <pubDate>Mon, 10 Jun 2024 14:35:42 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/8cc3ebc4-5316-4cec-945d-7e903ea33f7c/500_schermshyafbeelding2024-06-10om14.18.53.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/8cc3ebc4-5316-4cec-945d-7e903ea33f7c/500_schermshyafbeelding2024-06-10om14.18.53.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/8cc3ebc4-5316-4cec-945d-7e903ea33f7c/schermshyafbeelding2024-06-10om14.18.53.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Een van de faciliteiten die de Workplace Vitality Hub biedt, foto: Levi Baruch]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Stemmen vanaf 16 jaar? Meningen zijn verdeeld</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/stemmen-vanaf-16-jaar-meningen-zijn-verdeeld/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/stemmen-vanaf-16-jaar-meningen-zijn-verdeeld/</guid><pp:caseid>634729</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>In België en Duitsland mogen jongeren vanaf zestien jaar stemmen voor de Europese verkiezingen. In Nederland mag dat pas vanaf achttien jaar. Is het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd naar zestien jaar een goed idee? Bij Fontys zijn de meningen verdeeld.</strong></span></p><p><span>De verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd in zowel België als Duitsland heeft als doel om jongeren eerder te betrekken bij het politieke proces en hun stem te laten meetellen in besluitvormingsprocessen die hun toekomst beïnvloeden.</span></p><p><span>Dit wordt volgens onderzoekers van Fontys Hogeschool ondersteund door internationaal onderzoek. “</span>Daaruit blijkt dat de politieke kennis en interesse van zestien- en zeventienjarigen hoger is wanneer zij kiesrecht hebben dan in landen waar zij nog niet mogen stemmen”, aldus Iris Andriessen, Marlinde Melissen en Marjolein Verbercht van het lectoraat Diversiteit en (Ortho-)pedagogisch Handelen.</p><p>In Oostenrijk, dat <span>de kiesgerechtigde leeftijd voor nationale verkiezingen al in 2007 verlaagde naar zestien jaar, stemde bij de laatste verkiezingen een even groot percentage van de zestien- en zeventienjarigen als de gemiddelde kiezer.</span></p><p><span><strong>Serieus nemen</strong></span><br><span>Zelf deden de Fontysonderzoekers ook </span><a href="https://bron.fontys.nl/onderzoekschallenge-whats-up-geeft-jeugd-een-stem/" target="_blank"><span>onderzoek</span></a><span> naar de maatschappelijke en politieke betrokkenheid van jongeren. Daarbij kregen ze hulp van Pedagogiekstudenten. De uitkomsten waren duidelijk, aldus het drietal: “Jongeren zijn wel degelijk betrokken. Ze zien allerlei maatschappelijke vraagstukken om zich heen, zoals de klimaatproblematiek, armoede en woningnood, en vinden dat de politiek daarmee aan de slag moet gaan.”</span></p><p><span>Het grootste deel van de jongeren ziet daarin ook een rol voor zichzelf weggelegd. Zo niet, dan komt dit volgens de onderzoekers omdat jeugdigen het gevoel hebben dat er weinig naar hen wordt geluisterd. Daarom </span><a href="https://bron.fontys.nl/laat-16-jarigen-stemmen-bij-verkiezingen/" target="_blank"><span>pleitten </span></a><span>ze al bij de landelijke verkiezingen in november vorig jaar voor het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd naar zestien jaar. “Wij vinden het in het algemeen belangrijk dat jeugdigen serieus genomen worden.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:412/auto;width:412px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/5e95e040-be48-4201-a89e-db757d57df43/800_marjoleinverberchtl1-1.jpeg?x=1717079865803" alt="Videostill van de uitzending van L1 " width="412" height="auto">De onderzoekers vragen ook nu weer in aanloop naar de Europese verkiezingen aandacht voor het onderwerp. Zo werd Marjolein Verbercht eind april samen met de Pedagogiekstudenten geïnterviewd door de Limburgse omroep </span><a href="https://www.l1nieuws.nl/nieuws/2640379/verlaag-kiesleeftijd-europa-naar-16-jaar" target="_blank"><span>L1</span></a><span>. En donderdag 6 juni komen ze in de uitzendingen van NPO Radio 1 en EenVandaag.</span></p><p><span>Met hun optredens in de media hopen onderzoekers en studenten “dat jeugdigen op allerlei domeinen in de samenleving gezien worden als mensen met eigen kennis, belangen, ervaringen en overtuigingen. En dat er ruimte gemaakt wordt voor jeugdigen om bij te dragen hun eigen (leef)wereld mee vorm te geven.”</span></p><p><span><strong>Rondvraag</strong></span><br><span>Niet iedereen bij Fontys denkt er zo over. Uit een rondvraag op campus Rachelmolen blijkt dat de meningen verdeeld zijn. Zo is tweedejaarsstudent Fysiotherapie Chris (20) niet uitgesproken voor of tegen verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd. “Ik denk dat het belangrijk is om ook de jongere generatie te betrekken en een stem te geven. Want wij zijn de toekomst.”</span></p><p><span>“Maar er is wel een mate van verantwoordelijkheid nodig om je stem uit te kunnen brengen”, zegt hij. “En ik weet niet of zestien- en zeventienjarigen dit al doordacht kunnen doen. Toen ik zelf zo oud was, hoorden we wel eens wat over de verkiezingen tijdens het vak maatschappijleer, maar ik ben persoonlijk niet heel politiek bewust, toen niet en nu ook niet.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:280/auto;width:280px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f1e93cf4-0662-43d5-abd7-23efa61c724f/800_chrissmuldersstudentfysiotherapie.jpg?x=1717080072505" alt="Chris, student Fysiotherapie" width="280" height="auto">Toch, als hij wat langer nadenkt, vindt Chris dat hun stem wel mag meetellen. Maar hoe dat dit vormt krijgt, daar mogen ze wat hem betreft nog even goed over nadenken.</span></p><p><span>Sam (bijna 23) vindt het geen geweldig idee. De tweedejaarsstudent Finance, Tax and Advice (FTA) wijst erop dat het brein op die leeftijd niet volledig is uitontwikkeld. Hij vraagt zich af of je dan al een goede keuze kunt maken. “Ook zijn zestienjarigen vaak nog erg gevoelig voor trends en de populariteit die sommige politieke stromingen naar zich toe trekken, waardoor ze zich sneller laten beïnvloeden.”</span></p><p><span>Zelf is Sam nooit zo bezig geweest met politiek, zeker niet op zestienjarige leeftijd. Van hem mag de stemgerechtigde leeftijd zelfs omhooggaan naar 21 jaar. “Omdat je op die leeftijd meestal stabieler bent en je minder snel laat leiden door emoties, vaak kun je dan ook kritischer nadenken.”</span></p><p><strong>Beïnvloedbaar</strong><br><span>Medestudent Yoni (23) denkt er hetzelfde over. “Op zestienjarige leeftijd ben je nog zo beïnvloedbaar. Als je wat ouder bent, durf je vaak beter je eigen keuzes te maken. De eerste keer dat ik mocht stemmen op mijn achttiende heb ik het niet gedaan, omdat ik niet wist waarop ik moest stemmen. Tegenwoordig verdiep ik me er wel in.”</span></p><p><span>“Er zullen vast zestienjarigen zijn die een uitzondering zijn”, nuanceert ze. “Maar de meerderheid verdiept zich volgens mij nog niet genoeg in de politiek om een goede stem te kunnen uitbrengen.” De FTA-student denkt daarbij ook aan haar vrienden. “Sommigen gaan toch stemmen, ook al weten ze niet goed op welke partij. Ze vinden dat hun stem niet verloren mag gaan.”</span></p><p><span>Daar is Yoni het niet mee eens. “Dadelijk stemmen ze op een partij waar ze later niet achter blijken te staan.” Zo heeft de extreemrechtse Belgische partij Vlaams Belang via sociale media veel stemmen van jongeren binnengehaald, stelt Sam. “Terwijl ze helemaal niet goed wisten waar ze precies op stemden.”</span></p><p><strong>Verantwoordelijkheid</strong><br><span>De 23-jarige Isa mocht al stemmen toen ze zestien was. De gemeente waarin ze woonde, ging van naam veranderen en de inwoners mochten meedenken. Dat vond de derdejaarsstudent Communicatie heel bijzonder, en ze voelde een grote verantwoordelijkheid. Ze verdiepte zich goed in de keuzeopties, net als voor elke verkiezing, zegt ze.</span></p><p><span>Als jongeren onder achttien jaar ervoor open staan, kan Isa zich voorstellen dat ze kunnen gaan stemmen, tegelijkertijd denkt ze dat veel van hen ook zomaar iets zullen invullen. “Je bent nog best beïnvloedbaar op die leeftijd. Dat maakt het lastiger om je eigen mening te bepalen.”</span></p><p><span>Studiegenoot Izabela (23) wijst erop dat jongeren pas vanaf hun achttiende alcohol mogen drinken. “En dan zouden ze al twee jaar eerder mogen stemmen? Daar zijn ze dan ook te jong voor, vind ik. Je bent nog niet eens volwassen.”</span></p><p><span>Ook denkt ze dat het voor jongeren lastig kan zijn om een goede keuze te maken. Zelf maakt ze elke verkiezingen gebruik van een stemwijzer om erachter te komen waar ze het mee eens en oneens is. “En zelfs dan vraag ik me nog af of het wel de juiste keuze is die eruit komt.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Verbiesen,Student,Onderzoek,Campus]]></category>
            <pubDate>Fri, 31 May 2024 09:33:55 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/02e2e231-7b9c-49db-a03f-a7db4ecaacfe/500_shutterstock-1937926147.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/02e2e231-7b9c-49db-a03f-a7db4ecaacfe/500_shutterstock-1937926147.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/02e2e231-7b9c-49db-a03f-a7db4ecaacfe/shutterstock-1937926147.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[shutterstock]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[verkiezingen stemmen]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Steunkousen en vrouwen: clichés moeten weg uit beelden zorgsector</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/steunkousen-en-vrouwen-cliches-moeten-weg-uit-beelden-zorgsector/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/steunkousen-en-vrouwen-cliches-moeten-weg-uit-beelden-zorgsector/</guid><pp:caseid>634569</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Een vrouw die met een stethoscoop aan een bed van een ouder persoon staat: als je in beeldbanken zoekt naar een beeld van een verpleegkundige, is dit het plaatje dat je vaak krijgt. Dat moet anders, vindt ZonMw, en dus kreeg Fontys de opdracht om een representatieve beeldbank te ontwikkelen.</strong></p><p>Wie in algemene beeldbanken zoekt naar een afbeelding van een verpleegkundige, komt veel clichés tegen. Op het plaatje staat negen van de tien keer een vrouw afgebeeld die een bed staat op te dekken. Of je ziet steunkousen, want steunkousen horen – blijkbaar – bij het vak verpleegkunde.&nbsp;</p><p>Nou, niet dus, vindt ZonMw, een financieringsorganisatie van innovatie en onderzoek in de gezondheidszorg. De organisatie wil dat het clichématige imago van de zorgwereld verandert en vroeg Pieterbas Lalleman, Daniëlle Arets, Michiel Bles en Karlijn ten Cate daarom om onderzoek te doen en een representatieve beeldbank op te stellen.&nbsp;</p><p><strong>Niet divers</strong><br>Het onderzoek volgt na een soortgelijk onderzoek naar dakloosheid, waar dezelfde vier Fontys-medewerkers bij betrokken waren. “Aan de hand van een online tool analyseren we de beelden die dagbladen met grote oplagen – zoals Volkskrant, NRC, Telegraaf, AD en Trouw – gebruiken en hoe zij verpleegkundigen in beeld brengen”, legt Michiel Bles uit.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/eff2f450-6023-4871-a232-3f72837ccce6/500_schermshyafbeelding2024-05-30om10.29.03.png?x=1717057814376" alt="Karlijn ten Cate, foto: Michiel Bles" width="200">Wat inmiddels al wel duidelijk is, is dat het beeld van verpleegkundigen in Nederland niet heel divers is. “Het zijn vaak vrouwen die afgebeeld worden in de zorg en maar weinig mannen”, zegt Karlijn ten Cate. “Maar er zijn ook heel veel ziekenhuisfoto’s, terwijl het verpleegkundevak veel verder gaat dan het ziekenhuis. Je hebt ook thuiszorg of gehandicaptenzorg.”</p><p>Hetzelfde geldt voor de handelingen die ze doen: je ziet ze vaak slepen met bedden of apparaatjes, terwijl ze ook administratief werk doen. “Een verpleegkundige of verzorgende doet veel meer dan alleen billen wassen of het aantrekken van steunkousen.”&nbsp;</p><p>Om meerdere redenen is het belangrijk dat dit clichématige beeld verdwijnt. “Bovenal omdat er heel veel tekorten zijn in de zorg”, vervolgt Ten Cate. “Om de reputatie van een beroep beter te maken, is het belangrijk dat je een realistisch beeld van dat beroep schetst. Nu denken mensen vaak dat een verpleegkundige altijd ondergeschikt is aan een arts, terwijl dat absoluut niet het geval is. Ze werken samen, hebben elkaar nodig.”&nbsp;</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b07432a9-7840-4d36-a41e-9c8f5c0caa0e/500_schermshyafbeelding2024-05-30om10.28.57.png?x=1717057818510" alt="Michiel Bles, foto: Stuart Acker Holt" width="200">Adviezen</strong><br>Naast het analyseren van de beelden bij de grote dagbladen, gaat de onderzoeksgroep ook aan de slag met focusgroepen. De gesprekken moeten juni of juli plaatsvinden. In oktober moet de beeldbank opgeleverd worden, samen met een beeldwijzer met alle resultaten. Die gaan gepaard met adviezen over waar de tekorten zitten en clichés vaak voorkomen.&nbsp;</p><p>“We kijken bijvoorbeeld ook naar het standpunt van de camera. Een vogel- of kikkerperspectief kan heel veel doen met een beeld”, legt Bles uit, die naast docent en onderzoeker ook mediamaker is. “Dat soort adviezen kunnen heel praktisch zijn. Een vaste groep fotografen van ZonMw gaat daarmee aan de slag en zorgt voor het vullen van de nieuwe beeldbank.”</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHJ,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 30 May 2024 11:01:35 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4f1731d7-6ec8-4b5d-8777-6d60cc1230f7/500_shutterstock-1103094797.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4f1731d7-6ec8-4b5d-8777-6d60cc1230f7/500_shutterstock-1103094797.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4f1731d7-6ec8-4b5d-8777-6d60cc1230f7/shutterstock-1103094797.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[verpleegkunde zorg verpleging]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Panorama of a happy nurse with a stethoscope covering an elderly man with a blanket in a nursing home]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Simulatiestoel brengt gamen en revalidatie samen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/simulatiestoel-brengt-gamen-en-revalidatie-samen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/simulatiestoel-brengt-gamen-en-revalidatie-samen/</guid><pp:caseid>634214</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Mogelijkheden om te revalideren, games en virtual reality. De gloednieuwe RevSim, een afkorting voor revalidatie simulatiestoel, heeft het allemaal. “Volgens mij hebben we hiermee een wereldprimeur.”</strong></p><p>De RevSim is een gamestoel die gericht is op de revalidatie van chronisch zieke mensen. Zowel docenten als studenten werken eraan mee. Geert-Jos van der Maazen is de projectleider en kwam op het idee van de stoel. Dat gebeurde een paar jaar geleden toen de docent op het vliegveld van Lelystad was.</p><p>“Een vriend van mij is piloot en geeft les aan onervaren piloten met een door hemzelf gebouwde simulator met een joystick en VR-bril. Dat bracht me op ideeën”, vertelt Van der Maazen. “Het is een prachtige manier om iemand te leren vliegen; je stimuleert de mens met praktische oefeningen om een vaardigheid aan te leren. Toen vroeg ik mezelf af of we dit niet ook toe konden passen in de medische wereld.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/97cff558-06a0-4221-8514-a1d0d92d3312/500_yaw2proedition3dof.jpg?x=1716896633949" alt="RevSim" width="200">En of dat kon. De docent kreeg subsidie voor het aanschaffen van een gamestoel, VR-bril en een complex computersysteem en ging samen met studenten en collega’s aan de slag. Het resultaat is de RevSim, met financiële ondersteuning van Fontys <span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="text-align:start;">EdTech en het Centre of Expertise Health </span></span>. “Als ik als fysiotherapeut tegen een chronische patiënt zeg dat hij zijn linkerarm honderd keer moet buiten en strekken, dan is hij er na de dertigste keer wel klaar mee. Het is veel leuker om te revalideren op een interactieve manier, spelenderwijs met een VR-bril op je neus. Het zorgt voor een totaalbeleving.”</p><p><strong>Gamen</strong><br>De simulatiestoel maakt bewegingen van links naar rechts en van voren naar achteren. De patiënt die erin zit, vaak iemand met niet-aangeboren hersenletsel of iemand die herstelt van een beroerte, wordt met een VR-bril in een door Fontys-studenten ontworpen spel gezogen.</p><p>Dat werkt zo: “Je zit in een roeibootje op een meer en krijgt te maken met golfslag. Door met je romp te bewegen houd je het bootje in evenwicht. Maar ondertussen vliegen er ook vogels door het beeld heen die je kunt verslaan met een sabel. Het is de bedoeling dat je zoveel mogelijk vogels uit de lucht prikt. Hoe meer vogels je vangt, hoe meer punten je krijgt.”</p><p><strong>Revalidatietool</strong><br>Momenteel werken studenten van de opleidingen Werktuigbouwkunde, Fysiotherapie, ICT en Chemie mee aan het project. De bedoeling is om er in de komende jaren meer studenten bij te betrekken en verschillende games te ontwikkelen. Er wordt al gewerkt aan spellen waarmee mensen opnieuw kunnen leren autorijden en het menselijke lichaam kunnen ontdekken.</p><p>Al doende hoopt Van der Maazen genoeg materiaal te kunnen verzamelen om te bewijzen dat de stoel een goede revalidatietool in de zorg kan zijn. “Het is misschien ambitieus, maar we hopen dat de stoel een functionele toepassing in de praktijk gaat worden. Dat zou ik prachtig vinden.”</p><p>De interesse is er al. Van der Maazen heeft uit verschillende hoeken enthousiaste geluiden gehoord en staat de komende weken op meerdere evenementen en beurzen om RevSim aan het grotere publiek te tonen. “Ik durf het niet met zekerheid te zeggen, maar volgens mij hebben we met deze uitvinding een wereldprimeur. We zijn er tot op heden in ieder geval niet in geslaagd om een vergelijkbare toepassing van een game simulatiestoel te vinden.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Eindhoven,PRO Onderwijs,PRO Gezondheidszorg,PRO Gezondheid]]></category>
            <pubDate>Tue, 28 May 2024 14:20:42 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/db03a4f8-c1fe-4902-b75d-2fc95a8885f4/500_revsimminorstudenten.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/db03a4f8-c1fe-4902-b75d-2fc95a8885f4/500_revsimminorstudenten.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/db03a4f8-c1fe-4902-b75d-2fc95a8885f4/revsimminorstudenten.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Studenten met de RevSim]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Steeds meer kinderen hebben moeite met motoriek</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/motorische-oefeningen-steeds-moeilijker-voor-kinderen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/motorische-oefeningen-steeds-moeilijker-voor-kinderen/</guid><pp:caseid>629835</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Het maken van ogenschijnlijk makkelijke motorische bewegingen blijkt steeds moeilijker voor kinderen. Uit onderzoek is gebleken dat duizenden jongeren niet op lage kasten kunnen springen of op handen en voeten kunnen lopen. Dave van Kann, lector bij het Fontys Sport en Bewegen-lectoraat Move to Be, herkent dat gegeven.</strong>&nbsp;</span></span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Begin dit jaar zijn Dave van Kann en zijn collega’s van het lectoraat Move to Be gestart met Actief Fundament, een vierjarig programma waarbij verschillende regio’s van het land samen met de praktijk een programma ontwikkelen dat maatwerk biedt om kinderen vanaf twee jaar veel vaker in aanraking te laten komen met simpele beweegmomenten. &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:300/auto;width:300px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/68efb361-3eea-4efe-ade4-cb082d272643/800_fontys-dave.jpg?x=1714041654946" alt="Dave van Kann" width="300" height="auto">Want, stelt Van Kann, dat is hard nodig. “Het is voor jonge kinderen heel belangrijk om veel en afwisselend te bewegen, omdat dat leidt tot motorische vaardigheden”, aldus de lector. "In het basisonderwijs hebben leerkrachten pas vanaf groep 3 de verplichting om bevoegd te zijn in het geven van bewegingsonderwijs, terwijl juist in de jaren daarvoor de bouwstenen worden ontwikkeld om op te kunnen voortborduren.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Achterstanden voorkomen</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Het is volgens Van Kann belangrijk dat kinderen zo jong mogelijk een goede en actieve basis krijgen, zodat ze daar op latere leeftijd voordeel uit kunnen halen. “Je wil voorkomen dat kinderen achterstanden oplopen. Los van het feit of ze wel of geen ballen kunnen vangen, ontneem je hen ook plezier. Met als gevolg dat ze bepaalde motorische oefeningen vermijden; omdat ze niet geconfronteerd willen worden met datgene waar ze niet goed in zijn.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De boodschap is duidelijk: als je de basis goed legt, kun je die achterstanden bestrijden. En die basis moet op een zo jong mogelijke leeftijd bewerkstelligd worden. Op de basisschool, maar ook thuis en in de periode vóór het kleuteronderwijs. Juist daar. Van Kann: “De vele schermpjes hebben de achterstanden versneld, maar eigenlijk is dit een tendens die we al twee of drie decennia zien. Het wordt steeds meer genormaliseerd dat kinderen minder bewegen.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Elkaar verbinden</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Voor het project Actief Fundament werkt het lectoraat Move to Be samen met verschillende kennisinstellingen, integrale kindcentra in Nederland en opleidingen van Fontys. Sport en Bewegen en Pedagogiek zijn twee belangrijke partners. “Een student van pabo ALO stimuleert het bewegen bij kinderen, maar doet dat wel pas vanaf het basisonderwijs. Dan is het eigenlijk al te laat. Daarom kijken we ook naar wat pedagogische medewerkers kunnen doen. We willen het bewegen richting de jongste leeftijd krijgen en denken dat te kunnen doen door het pedagogische veld en het basisonderwijs sterker met elkaar te verbinden.” &nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De ideale oplossing? Ervoor zorgen dat bewegen een win-winsituatie wordt. Kinderen hebben vaak een beperkte concentratieboog, maar hoe kun je bewegen als middel inzetten om die concentratieboog te verhogen? “Laat ze ontdekken, laat ze gaan, haal de rem eraf. We moeten kijken naar de meest simpele dingen, zoals het verkorten van langdurig zitten rondom eetmomenten op de kinderopvang, maar ook naar het inzetten van beweegprofessionals op de kinderopvang en het versterken van de integratie tussen verschillende disciplines.”&nbsp;&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,featured,Pabo,FHP,PRO Onderwijs,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 25 Apr 2024 12:55:48 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/97179f3d-7233-4ae5-a2d8-b8b66ec5fc8c/500_shutterstock-2312009149.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/97179f3d-7233-4ae5-a2d8-b8b66ec5fc8c/500_shutterstock-2312009149.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/97179f3d-7233-4ae5-a2d8-b8b66ec5fc8c/shutterstock-2312009149.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[gymles gym basisschool kinderen leerlingen klas]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Voor hogescholen moet onderzoek geen bijzaak zijn&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/voor-hogescholen-moet-onderzoek-geen-bijzaak-zijn/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/voor-hogescholen-moet-onderzoek-geen-bijzaak-zijn/</guid><pp:caseid>627529</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Onderzoekers aan hogescholen voelen weinig waardering, ziet het Rathenau Instituut. Onderwijs wordt vaak belangrijker gevonden. Het belang van onderzoek moet zwaarder wegen in het hbo.</strong></p><p>“Binnen de eigen hogeschool merken onderzoekers dat de prioriteit bij het onderwijs ligt. Onderzoek is vaak nog bijzaak”, schrijft het Rathenau Instituut in een vandaag verschenen <a href="https://www.rathenau.nl/nl/werking-van-het-wetenschapssysteem/startende-onderzoekers-hebben-baat-bij-meer-duidelijkheid" target="_blank">publicatie</a>.&nbsp;<br><br><strong>‘Speeltuin voor slimme mensen’&nbsp;</strong><br>Hogescholen doen steeds meer praktijkgericht onderzoek. Ook Fontys pakt het serieus op. Afgelopen januari werd het <a href="https://bron.fontys.nl/lectoratenplan-brengt-focus-en-massa-in-onderzoek/" target="_blank">lectoratenplan </a>gepresenteerd, waarmee de hogeschool invulling wil geven aan kennisthema’s en de onderzoeksinzet gericht kan laten groeien.</p><p>Maar managers vinden onderwijs al snel belangrijker en ook tegenover collega’s moeten onderzoekers zich vaak verantwoorden. Die noemen hun werk dan “een speeltuin voor slimme mensen”. Bij onderzoeksfinanciers en collega-onderzoekers van de universiteit bespeuren ze soms onderwaardering, schrijft het Rathenau Instituut.&nbsp;<br><br>Uit gesprekken met praktijkgerichte onderzoekers blijkt volgens het instituut dat ze zeer gemotiveerd zijn om hun tanden in maatschappelijke problemen te zetten. Ook onderzoekers die van de universiteit naar het hbo overstappen, loven de maatschappelijke impact en de vrijheid die ze op de hogeschool hebben.&nbsp;<br><br><strong>Keerzijde&nbsp;</strong><br>Voor sommigen komt die vrijheid met een keerzijde, ziet het Rathenau Instituut. Want veel onderzoekers die het instituut sprak worstelen met de onduidelijke definitie van praktijkgericht onderzoek. Wat hoort een hbo-onderzoeker precies te doen, vragen ze zich af.&nbsp;<br><br>Hbo-onderzoekers geven verder aan dat ze last hebben van gebrekkige onderzoeksfaciliteiten, zoals beperkte toegang tot wetenschappelijke tijdschriften en een gebrek aan werkruimte.&nbsp;<br><br>Ondanks het zware takenpakket en de disbalans tussen onderwijs en onderzoek, schrijft het Rathenau Instituut dat onderzoekers in het hbo minder last hebben van mentale gezondheidsproblemen dan startende onderzoekers op de universiteit.&nbsp;<br><br>Het instituut deed eerder onderzoek naar de drijfveren van onderzoekers en docenten in Nederland. Het zag daarin aanleiding om beter naar de beginnende onderzoekers te kijken. Behalve naar hbo-onderzoekers sprak het Rathenau ook met promovendi en postdocs op de universiteiten. Die verdienen meer steun en begeleiding.&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Thu, 11 Apr 2024 16:59:35 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_fieldlabs.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_fieldlabs.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/fieldlabs.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fieldlabs Venlo]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Een Fieldlab in Venlo waar studenten en bedrijven toegang tot verschillende werk- en onderzoeksomgevingen hebben.]]></pp:imageDescription></item></channel>
                    </rss>