<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:pp="http://www.presspage.com/rss/"
     version="2.0"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
                <channel>
                    <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                    <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                    <description></description>
                    <language>nl</language>
                    <lastBuildDate>Tue, 08 Sep 2026 09:05:39 +0200</lastBuildDate>
                    <pubDate>Tue, 31 Mar 2026 14:06:19 +0200</pubDate>
                    <image>
                        <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                        <url>https://content.presspage.com/clients/150_1980.jpg</url>
                        <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                        <width>144</width>
                    </image><item>
                        <title>Media bijten zich stuk op de student als nieuwsconsument</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/media-bijten-zich-stuk-op-de-student-als-nieuwsconsument/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/media-bijten-zich-stuk-op-de-student-als-nieuwsconsument/</guid><pp:caseid>740691</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>“Bron? Oh ja, iets met nieuws toch?” Het is een reactie die opvallend vaak terugkomt op de Fontys-campussen. Veel studenten hebben nog nooit van het platform gehoord, of herkennen de naam slechts vaag. En dat terwijl Bron juist voor hen produceert. Het probleem: niet desinteresse, maar zichtbaarheid.&nbsp;</strong></span></p><p><span>Dat studenten geen interesse hebben in het nieuws is een hardnekkig misverstand. Uit onderzoek en gesprekken met studenten blijkt juist het tegenovergestelde: ze zijn geïnteresseerd, maar consumeren nieuws fundamenteel anders.&nbsp;</span></p><p><span>Zo vertelt Patrick Selbach, directeur van #UseTheNews (een stichting die zich samen met jongeren inzet voor een andere nieuwsvoorziening): “Jongeren zoeken het nieuws niet actief op, ze komen het tegen in hun feed.” Die manier van consumeren, ook wel het “news finds me”-principe genoemd, maakt zichtbaarheid van het platform cruciaal. Wat niet direct opvalt, verdwijnt namelijk weer in het algoritme.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Scrollen, kiezen, weg</strong></span><br><span>Sociale media spelen dus een belangrijke rol. Studenten ‘snacken’ nieuws, zo legt Britney Sieben uit, onderzoeker aan het lectoraat Waarde(n)volle Journalistiek van de hogeschool Windesheim. “Ze scrollen door korte fragmenten en maken meteen een keuze: dit vind ik interessant. Of niet, en scrollen meteen door."</span></p><p><span>Die snelheid kent een keerzijde vindt Karin Schut, freelance onderzoeker en auteur van het onderzoek ‘Jongeren, nieuws en media: een blik op de toekomst van het nieuws’. "Je komt heel veel nieuws tegen dat misschien helemaal niet geverifieerd is. Daar heb je als gebruiker echt een stuk mediawijsheid voor nodig.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:486/auto;width:486px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/256250f2-75a0-43c1-8689-af278bf83787/800_shutterstock-2354615783.jpg?x=1774879496228" alt="" width="486" height="auto">Sociale media oplossing?</strong></span><br><span>Vrijwel alle mediaplatformen zetten vol op sociale media in, met de hoop om zo hun studenten te bereiken. Instagram is daarin de grote uitblinker. Schut legt uit: “In ons onderzoek hebben we daarop ingezoomd: sociale media. Het is voor de klassieke nieuwsmedia best ingewikkeld om jongeren te bereiken, áls ze daar al mee bezig zijn.” Ze vindt het belangrijk dat je je als platform afvraagt waar je sociale media voor inzet: “Je hebt weinig invloed op wie je bereikt middels sociale media."&nbsp;</span></p><p><span>Opvallend is dat jongeren klassieke nieuwsmedia betrouwbaarder vinden dan sociale media, maar toch vooral via die sociale platforms nieuws consumeren. Dus niet elk platform wordt als betrouwbaar beschouwd, maar vanwege de routine wel geconsumeerd via sociale media. Vooral bij de onbekende/twijfelachtige platforms wordt het checken en vergelijken van informatie ingezet. Zo vertelt Sieben: "Als ze iets op Instagram zien en twijfelen, kijken ze bijvoorbeeld in de NOS-app wat er echt aan de hand is.” Het probleem zit hem dus in een overdaad aan informatie, en het gebrek aan richting daarin.&nbsp;</span></p><p><span>Veel nieuwsmedia proberen jongeren te bereiken door formats van elkaar over te nemen, denk aan de swipebare stories van NOS Stories. Begrijpelijk vindt Sieben, maar niet zonder risico. “Als iedereen hetzelfde format gaat gebruiken, dan gaat alles op elkaar lijken. Het algoritme moet dan alsnog kiezen. Dan krijgen ook accounts zonder geverifieerd nieuws de kans om jongeren te bereiken." Je eigen identiteit als platform is daar veel belangrijker in, stelt ze. Sociale media zou gebruikt moeten worden als trechter naar diepere journalistiek.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Studenten willen relevantie en hoop</strong></span><br><span>Wat studenten wél willen is duidelijk: nieuws dat dichtbij komt. “Ik vind het belangrijk dat nieuws echt relevant voor me is”, vertelt een bevraagde student. “Als het over mijn opleiding specifiek zou gaan, zou ik het zeker lezen.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:471/auto;width:471px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/54ce183b-c70e-48d8-9db3-dd7bb51686d1/800_studentesmartphone.jpg?x=1774879719178" alt="" width="471" height="auto">Dat is volgens Selbach heel herkenbaar: “Onderwerpen moeten dichtbij de leefwereld liggen. Studie, huisvesting, mentale gezondheid, het studentenleven. Dat raakt ze direct.”&nbsp; En ook Sieben ziet daar kansen liggen: "Studenten missen vaak hun eigen perspectief in het nieuws. Ze hebben niet het idee dat ze worden aangesproken.”</span></p><p><span>Naast relevantie speelt ook de toon een rol. Studenten haken af door de constante stroom van negatief nieuws. “Wat we veel terugzien is negativiteit, herhaling en een gevoel van machteloosheid”, vertelt Sieben. “Constructieve journalistiek kan daar een goed antwoord op zijn.” Niet alleen het probleem tonen, maar ook context en mogelijke oplossingen.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Zichtbaarheid en betrokkenheid</strong></span><br><span>De kern van het probleem is niet te verwijten aan één oorzaak. Het niet of moeilijk bereiken van jongeren is een mondiaal probleem, waar geen duidelijke oplossing voor bestaat. Als die al zou bestaan zou iedere redactie die overnemen. Het gaat om een combinatie van verschillende factoren: lage bekendheid, veranderend mediagedrag, concurrentie van algoritmes en de capaciteit van een redactie.&nbsp; “Er is geen vaste strategie om jongeren te bereiken, je moet blijven experimenteren”, onderstreept Selbach. “Kijk wat er aanslaat, samen met de studenten, betrek ze erbij.”&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:453/auto;width:453px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8ee7e87f-a4d1-4c1a-8037-73322550286e/800_bronl.png?x=1774879536661" alt="" width="453" height="auto">Daarentegen is het opvallend dat Bron in de praktijk al veel stappen heeft gezet om studenten te bereiken. Van zichtbaarheid op de campus met posters en schermen, aanwezigheid bij evenementen zoals het Purple Festival, winacties, en het experimenteren met sociale media. Het platform zoekt actief naar manieren om dichter bij de doelgroep te komen. Dat deze inspanningen tot op heden slechts een beperkt bereik hebben gehad, onderstreept hoe complex het huidige medialandschap is.&nbsp;</span></p><p><span>Bereik is niet langer vanzelfsprekend, maar afhankelijk van algoritmes, timing en relevantie voor de doelgroep. Het vraagstuk rondom zichtbaarheid lijkt daarmee minder een kwestie van inzet, en meer een kwestie van experimenteren met de juiste vorm en de juiste plek.&nbsp;</span></p><p><i><span>Noé van Beek is vierdejaars student Journalistiek bij Fontys en liep de afgelopen maanden stage bij Bron. Bovenstaand artikel is de uitkomst van de onderzoeksopdracht die deel uitmaakte van zijn stage.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Nieuws,economie,Noé,Student,Journalistiek]]></category>
            <pubDate>Mon, 30 Mar 2026 16:22:54 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b8575f4e-2ad9-4296-a7f2-0478c6f63319/500_studentnieuwsscrollenmobiel.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b8575f4e-2ad9-4296-a7f2-0478c6f63319/500_studentnieuwsscrollenmobiel.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b8575f4e-2ad9-4296-a7f2-0478c6f63319/studentnieuwsscrollenmobiel.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[student nieuws scrollen mobiel]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Vroeg tentamen, mindere prestaties: waarom toch doen?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/vroeg-tentamen-mindere-prestaties-waarom-toch-doen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/vroeg-tentamen-mindere-prestaties-waarom-toch-doen/</guid><pp:caseid>740469</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Studenten die ‘s ochtends vroeg tentamen doen, presteren slechter en zakken vaker. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Op papier lijkt het verschil klein, een paar tienden, maar in de praktijk bepaalt het vaak of je slaagt of zakt. Waarom plannen we tentamens nog steeds zo vroeg in de ochtend?</strong></p><p><span>Wat in dit onderzoek klein lijkt, een paar tienden verschil of een iets lagere slagingskans, vertaalt zich in de praktijk naar harde consequenties. Een onvoldoende betekent een herkansing, vertraging of extra druk. Op grotere schaal betekent het: meer nakijkwerk voor docenten en een systeem dat verder belast raakt.&nbsp;</span></p><p><span>De verklaring voor de lagere prestaties is volgens het onderzoek vrij simpel. Jongeren hebben van nature een later dag-nachtritme. Vroege tentamens vergroten de kans op slaaptekort en drukken daarmee direct op concentratie, geheugen en probleemoplossend vermogen.&nbsp;</span></p><p>Oftewel: plan je tentamens later, en dan is alles opgelost? <span>Vanuit Fontys Onderwijs & Onderzoek (O&O) en Onderwijsinnovatie wordt benadrukt dat de praktijk ingewikkelder ligt.</span></p><p><span>“Binnen Fontys worden tentamens doorgaans gepland op werkdagen tussen 09.00 en 17.00 uur en bij deeltijd ook in de avond", laten onderwijsinnovatoren Fieke Tychon en Dimphy Hooijmaijers weten. “Er is geen centraal vastgestelde starttijd: opleidingen hebben hierin autonomie, al spelen factoren zoals ruimtecapaciteit, roosters en inzet van surveillanten een grote rol."&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_fotodimphyhooijmaijers.jpg?x=1774549653913" alt="Dimphy Hooijmaijers" width="200">Volgens de onderwijsinnovaten wordt er op dit moment binnen Fontys niet expliciet gestuurd op biologische ritmes van studenten, al wordt er waar mogelijk wel rekening gehouden met zaken als reistijd en bereikbaarheid.&nbsp;</span></p><p><span>Ook plaatsen ze het effect van toetstijden in perspectief: “Studiesucces hangt van meerdere factoren af, zoals toetsontwerp, toetsdruk en individuele verschillen tussen studenten. Onderzoek naar toetstijden biedt interessante inzichten, maar moet in context worden gezien."</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Minder dan een logistiek probleem</strong></span><br><span>Het vraagstuk raakt aan meer dan enkel roosters. Het gaat over de kwaliteit van toetsing zelf. Binnen het toetskader van Fontys staan betrouwbaarheid, validiteit en transparantie centraal. Maar als het tijdstip van een tentamen systematisch invloed heeft op prestaties, ontstaat er onevenwichtigheid. Een toets meet niet langer alleen kennis of vaardigheden, maar ook hoe goed iemand functioneert op een specifiek moment van de dag.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Beweging naar flexibiliteit</strong></span><br><span>Die discussie lijkt binnen Fontys niet onopgemerkt te blijven. De focus verschuift naar het flexibeler organiseren van toetsing. “In het kader van talentgericht onderwijs (TGO) krijgen onze studenten in de toekomst meer regie over het eigen leerproces”, stellen Tychon en Hooijmaijers. “De focus verschuift naar het flexibeler organiseren van toetsing, waarbij kennistoetsen minder strak in een bepaalde week gepland moeten worden.”</span></p><p><span>Die ontwikkeling kan ruimte bieden om ook anders naar toetsen te kijken. Minder rigide planning betekent immers ook meer mogelijkheden om rekening te houden met het moment van afname. “Op die manier komen er mogelijk meer opties qua plannen in relatie tot tijd en ruimte.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Noé]]></category>
            <pubDate>Fri, 27 Mar 2026 10:10:10 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/fd50f5c1-2f00-4de2-b01e-cba2b3be9cb2/500_studeren-tentamens-shutterstock-1099606676.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/fd50f5c1-2f00-4de2-b01e-cba2b3be9cb2/500_studeren-tentamens-shutterstock-1099606676.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/fd50f5c1-2f00-4de2-b01e-cba2b3be9cb2/studeren-tentamens-shutterstock-1099606676.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[studeren-tentamens-shutterstock_1099606676]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Dat is voor de veiligheid meneer</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/dat-is-voor-de-veiligheid-meneer/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/dat-is-voor-de-veiligheid-meneer/</guid><pp:caseid>740152</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:241/auto;width:241px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a33e70f3-b1eb-4be8-a27d-b145fb566bd4/800_noeacutevanbeek.jpg?x=1774429136369" alt="" width="241" height="auto">Fontys is een plek waar studenten leren om kritisch te kijken naar de samenleving. Dat is maar goed ook, want wie tegenwoordig een beetje oplet ziet een opvallende reflex in Nederland: zodra ergens een risico opduikt, trekken we massaal aan de noodrem.&nbsp;</span></p><p><span>Daar werd ik laatst nog mee geconfronteerd. Met vrienden bezocht ik een concert in een klein popodium. Toen het mijn beurt was om een ronde te halen, kreeg ik aan de bar een korte mededeling: “Alleen cashloos betalen meneer.” Met lichte vorm van irritatie vroeg ik waarom ik niet met cash, een legitiem betaalmiddel, mocht betalen. Het antwoord van de barvrouw kwam zonder aarzeling, alsof ze het al honderd keer had gezegd: “Dat is voor de veiligheid meneer.”</span></p><p><span>Ik moest lachen, betaalde met een pasje en dacht: natuurlijk is het voor de veiligheid.&nbsp;</span></p><p><span>Want dat lijkt inmiddels het standaardantwoord op alles in Nederland. Veiligheid is niet langer een randvoorwaarde, maar een leidend principe. Iets dat we afdwingen met regels, in plaats van samen organiseren. Voor elk risico bestaat een beleidsnota, voor elk incident een richtlijn. Ik zie het dagelijks terug: fatbikes, rookvrije zones, taalgebruik, betaalmiddelen. Niets ontsnapt aan de drang om te reguleren.&nbsp;</span></p><p><span>En laat ik duidelijk zijn: natuurlijk vind ik een veilige samenleving belangrijk. Maar wat we lijken te vergeten is dat het geen morele rangorde is, maar een spanningsveld. Veiligheid gaat ten koste van vrijheid, en vrijheid ten koste van veiligheid.&nbsp;</span></p><p><span>En heel misschien verklaart dat ook waarom Nederland de laatste jaren bestuurlijk vastloopt. Elk besluit neemt uitzonderingen met zich mee, elke regel vraagt om handhaving en elke nuance om een amendement.&nbsp;</span></p><p><span>Juist daarom is het interessant dat deze discussie ook binnen Fontys terugkomt. Studenten die zich bezighouden met bestuur, journalistiek of publieke communicatie zien dezelfde spanning: hoe organiseer je een samenleving die veilig is, zonder alles dicht te timmeren.&nbsp;</span></p><p><span>Hun oplossingen zijn waarschijnlijk minder spectaculair dan een nieuwe wet of beleidsnota. Het begint bij de erkenning dat risico’s niet volledig verdwijnen, hoe hard we dat ook proberen. Misschien betekent dat ook dat we de noodrem niet altijd hoeven in te drukken.&nbsp;</span></p><p><span>Zelfs niet in een concertzaal.&nbsp;</span></p><p><i><span>Noé van Beek is vierdejaars student Journalistiek bij Fontys</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Blog,Noé,Column]]></category>
            <pubDate>Thu, 26 Mar 2026 09:58:00 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a33e70f3-b1eb-4be8-a27d-b145fb566bd4/500_noeacutevanbeek.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a33e70f3-b1eb-4be8-a27d-b145fb566bd4/500_noeacutevanbeek.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a33e70f3-b1eb-4be8-a27d-b145fb566bd4/noeacutevanbeek.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[No&amp;eacute; van beek]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Project Hail Mary</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bron-review-project-hail-mary/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bron-review-project-hail-mary/</guid><pp:caseid>739775</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Ryan Gosling doet het weer. De filmster, bekend van onder andere La La Land (2016) en Barbie (2023), schittert in de nieuwe sci-fi Project Hail Mary. De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Andy Weir, dezelfde schrijver van The Martian (ook verfilmd). De verwachtingen waren daarom hoog. En worden grotendeels waargemaakt.&nbsp;&nbsp;</strong></span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fc0833b1-6616-4c58-864d-0357b77b82a3/500_bronreview.jpg?x=1773929420029" alt="" width="200">Het verhaal volgt natuurkundedocent Ryland Grace, die onverwachts een cruciale rol krijgt in een wereldwijde crisis: de zon lijkt geïnfecteerd door een buitenaardse substantie en dreigt langzaam uit te doven. Grace wordt onderdeel van het ‘Hail Mary' project dat de mensheid moet redden.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">De film opent sterk wanneer Grace wakker wordt op een ruimteschip zonder herinneringen. Middels flashbacks ontdekken we hoe hij daar terecht is gekomen. Oorspronkelijk zou hij de missie uitvoeren met twee andere astronauten, maar al snel blijkt dat hij de enige overlevende is. Zijn bestemming: de ster ‘Tau Ceti', de enige ster in het universum die niet getroffen is door de mysterieuze infectie.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Wat volgt is een spannend en verrassend verhaal dat meer biedt dan de standaard ‘eenzame astronaut’-formule. Hoewel de film in eerste instantie doet denken aan titels als Passengers (2016) en Gravity (2013), weet Project Hail Mary zich te onderscheiden met originele wendingen en een frisse invalshoek.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Een groot pluspunt is de humor. Ondanks het serieuze uitgangspunt weet de film luchtig te blijven, zonder afbreuk te doen aan de spanning. Dat is mede te danken aan het bijzondere personage ‘Rocky’, een element dat ik bewust niet zal spoileren, maar dat absoluut bijdraagt aan de eigen identiteit van de film.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Visueel is het indrukwekkend, met sterke effecten en een goede soundtrack. De regie van Phil Lord en Christopher Miller zorgt voor een goede balans tussen emotie, humor en spanning. Toch is de film niet perfect. Met een speelduur van 2 uur en 36 minuten voelt het geheel soms wat langdradig en zijn enkele plotpunten voorspelbaar. Desondanks blijft het een zeer vermakelijke kijkervaring.&nbsp;</span></p><p><i><span style="margin:0px;padding:0px;">Cijfer: 7,5 - Project Hail Mary is een toegankelijke en visueel sterke sci-fi film, die een breed publiek zal aanspreken. Een frisse film die het absoluut waard is om op het grote scherm te zien.&nbsp;</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Rubriek,Noé,Recensie]]></category>
            <pubDate>Fri, 20 Mar 2026 08:45:00 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/8193d623-266c-4219-9df7-99d1933bf20b/500_project-hail-mary-1.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/8193d623-266c-4219-9df7-99d1933bf20b/500_project-hail-mary-1.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/8193d623-266c-4219-9df7-99d1933bf20b/project-hail-mary-1.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[project-hail-mary-1]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Advies voor kunsten: let minder op artistiek talent</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/advies-voor-kunsten-let-minder-op-artistiek-talent/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/advies-voor-kunsten-let-minder-op-artistiek-talent/</guid><pp:caseid>739181</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Volgens René Bosma, directeur van Fontys Academy of the Arts, moet het rapport vooral gezien worden als iets dat uit de sector zelf komt. “Het rapport is opgesteld in opdracht van het kunstonderwijs. Veel van wat erin staat herkennen wij al uit onze eigen missie en visie. Dit is voor ons eerder een bevestiging dat toegankelijkheid en inclusie van het kunstonderwijs belangrijke pijlers zijn.”</span></p><p><span>Dat betekent niet dat artistiek talent minder belangrijk wordt, aldus de directeur. “We blijven selecteren, het is en blijft een beroepsopleiding. Artistieke kwaliteit moet op orde zijn, maar we zien ook dat bepaalde groepen nog niet altijd toegang hebben tot de talentketen. Daar voelen we verantwoordelijkheid en een zorgplicht voor.”</span></p><p><strong>Vanzelfsprekend</strong><br><span>Van een tegenstelling tussen artistieke autonomie en maatschappelijke betrokkenheid is volgens de directeur geen sprake. Het is eerder vanzelfsprekend dat kunstenaars zich verhouden tot maatschappelijke vraagstukken. “Studenten moeten stevig in hun discipline staan én nadenken over de betekenis van hun werk in de samenleving."&nbsp;</span></p><p><span>Het rapport ziet Bosma vooral als een bevestiging om door te gaan. Hij benadrukt dat er binnen Fontys Academy of the Arts al aandacht wordt geschonken aan het verbinden van verschillende disciplines met grotere vraagstukken. “Door kunsteducatie te verbinden met zorg, of muziek met technologie. Dat zijn dingen waar we al mee bezig zijn, maar waar we ook nog extra stappen kunnen zetten.”</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Hbo-kunstopleidingen moeten hun selectie van studenten aanpassen, staat in een advies. Ze hebben nu te weinig oog voor studenten uit “minder zichtbare of minder bevoorrechte contexten”.</strong></span></p><p><span>De kunsthogescholen willen in de spiegel kijken. De wereld verandert nogal snel. Hoe moeten ze hun studenten daarop voorbereiden? Ze vroegen advies aan een commissie onder leiding van voormalige PvdA-minister Jet Bussemaker.</span></p><p><span>Bussemaker staat vooral bekend als de minister van Onderwijs die de basisbeurs afschafte, maar als minister van Cultuur in diezelfde periode </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fnos.nl%2Fartikel%2F2081961-bussemaker-bezorgd-over-inkomen-kunstenaar-zzp-er&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7C37880436d7da4646d8f008de83770845%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639092744587133710%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=VSPLlWihqh18qakb7DeWBV2dAlAeIZCw%2FSIz7IFPfYc%3D&reserved=0"><span><u>maakte ze zich hard</u></span></a><span>&nbsp;voor het inkomen van kunstenaars. Voor dit </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.vereniginghogescholen.nl%2Fsystem%2Fknowledge_base%2Fattachments%2Ffiles%2F000%2F001%2F637%2Foriginal%2F2026_Verkenningsrapport-kunstonderwijs-Commissie-Bussemaker_%27ACT!%27.pdf%3F1773653370&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7C37880436d7da4646d8f008de83770845%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639092744587164351%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=OLet6wG7Vzb55St1LHreUBOFOPTAktjkz3JgMMiy%2B0E%3D&reserved=0"><span><u>nieuwe advies</u></span></a><span>&nbsp;ging ze aan de slag met een groep directeuren en toezichthouders uit de cultuursector plus één recent afgestudeerde kunstenaar. Een van hun conclusies: er is een andere kijk op talent en excellentie nodig.</span></p><p><span><strong>Zeer selectief</strong></span><br><span>De kunstopleidingen beslaan ongeveer vijf procent van het hbo. Het gaat onder meer om kunstacademies, conservatoria, toneelscholen, architectuuropleidingen, designopleidingen, de filmacademie en diverse docentopleidingen. Het zijn zeer selectieve opleidingen met soms een groot aantal buitenlandse studenten.</span></p><p><span>Maar de selectie moet eigenlijk op de schop, vindt de commissie. De opleidingen zouden niet alleen naar artistieke kwaliteit en talent moeten kijken, maar ook naar “motivatie, omgevingsbewustzijn, samenwerkingsvermogen en leerpotentieel”. Dat zou bijdragen aan diversiteit, inclusie en ‘eerlijke talentontwikkeling’.</span></p><p><strong>Maatschappelijke waarde</strong><br><span>De commissie richt zich vooral op de maatschappelijke waarde van de kunsten. “Zij voeden de verbeelding, die juist in tijden van onzekerheid hard nodig is. Ze brengen mensen met elkaar in contact in een samenleving waarin isolement toeneemt en we ons steeds vaker in onze eigen bubbel terugtrekken.”</span></p><p><span>Tegelijk kampt de kunst wereldwijd met bezuinigingen en in diverse landen willen populisten de artistieke vrijheid inperken. Daar moeten de opleidingen en hun studenten zich toe verhouden, meent de commissie. De adviesschrijvers hebben er een afkorting voor bedacht: ACT. Dat staat voor assertief, collectief en transformatief. Dat laatste gaat om de rol van kunst in maatschappelijke verandering.</span></p><p><span><strong>Samenwerking</strong></span><br><span>De commissie ziet daarbij vooral kunstenaars voor zich die zelfbewust naar buiten treden. De opleidingen zouden hun studenten moeten leren samenwerken met partners van buiten de kunst. “Denk aan bedrijven, onderzoeksinstellingen, burgerinitiatieven, overheden zoals gemeenten en provincies en maatschappelijke organisaties zoals zorginstellingen en woningcorporaties.”</span></p><p><span>Daar horen dus ook studenten bij die hier gevoel voor hebben. Het kunstonderwijs kan “meer ruimte bieden aan studenten om uit te blinken in kwaliteiten die belangrijk zijn voor samenwerking en collectieve beroepspraktijken.”</span></p><p><span><strong>Verbinding</strong></span><br><span>Zal dit advies goed ontvangen worden? Dat is zeker niet vanzelfsprekend. Kunstenaars zijn vaak eigenzinnige types die helemaal geen zin hebben om zich voor het karretje van de maatschappij te laten spannen. Als het zelfs in de kunst al niet meer om artistiek talent gaat, waar dan nog wel?</span></p><p><span>Aan de andere kant weten de opleidingen ook dat hun afgestudeerden vaker werkloos zijn en veel minder verdienen dan de afgestudeerden van andere hbo-sectoren. In het vorige advies (uit 2010) speelde dat thema ook.</span></p><p><span>De Vereniging Hogescholen vat het in een persbericht zo samen: “Verbinding met andere disciplines, sectoren en regionale ecosystemen is essentieel. Ondernemersvaardigheden en technologie horen in de opleiding thuis.”</span></p><p><span><strong>Minister</strong></span><br><span>De opleidingen gaan hun eigen plan maken met dit advies in hun achterhoofd. Ze hoeven zich er dus niets van aan te trekken, als ze dat niet willen. Het rapport is vandaag aan minister Rianne Letschert overhandigd.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FAA,PRO Kunst en cultuur,Noé]]></category>
            <pubDate>Tue, 17 Mar 2026 16:34:05 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0dfbd18c-0434-4f41-b57b-0bfe37e7b89f/500_kunstenfaaarts2.jpg?49371" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0dfbd18c-0434-4f41-b57b-0bfe37e7b89f/500_kunstenfaaarts2.jpg?49371</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0dfbd18c-0434-4f41-b57b-0bfe37e7b89f/kunstenfaaarts2.jpg?49371</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Kunsten FAA Arts 2]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Fontys-DayInTheLife-17112023-JostijnLigtvoetFotografie-437]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Minder AI-gebruik bij strenge regels? &#039;Werkt averechts&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/minder-ai-gebruik-bij-strenge-regels-werkt-averechts/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/minder-ai-gebruik-bij-strenge-regels-werkt-averechts/</guid><pp:caseid>738815</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Strenge of onduidelijke regels rondom het gebruik van kunstmatige intelligentie kunnen het gebruik van AI-tools door studenten afremmen. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van de Erasmus Universiteit. Erdinç Saçan, docent ICT bij Fontys, denkt daar anders over: “We praten nog te veel over hoe we AI kunnen beperken, dat vind ik achterhaald.”</strong></span></p><p style="text-align:start;">Het onderzoek volgde 222 studenten gedurende acht maanden. Daaruit blijkt dat studenten minder vaak AI-tools gebruiken wanneer universiteiten strenge of onduidelijke richtlijnen hanteren. Zelfs studenten die aanvankelijk van plan waren AI te gebruiken, deden dat in de praktijk minder vaak.</p><p style="text-align:start;">Volgens Saçan zegt zo’n onderzoek echter lang niet alles over daadwerkelijk gedrag. “Studenten kunnen zeggen dat ze minder AI gebruiken, maar het is lastig om dat echt te meten.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Forbidden fruit</strong><br>Saçan waarschuwt dat te strenge regels ook een tegengesteld effect kunnen hebben. Hij wijst op het zogenoemde ‘forbidden fruit effect’. Wanneer technologie verboden wordt, kan dat juist leiden tot stiekem gebruik. “Dat wil je niet”, zegt hij. “Drie jaar na de komst van AI hebben we het nog steeds over hoe we ervoor zorgen dat studenten het minder gebruiken. De discussie zit nog steeds vast in het fraude-narratief.”</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:262/auto;width:262px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/c5f371ac-0c08-4070-9710-4d35158e7a4e/800_erdinczwartwit.jpg?x=1773390242442" alt="Erdinç Saçan" width="262" height="auto">Volgens hem zou de focus moeten verschuiven van controle naar aanpassing van het onderwijs. “Je moet je onderwijs zo veranderen dat studenten geen behoefte hebben om AI te gebruiken, of dat simpelweg niet willen.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Algemene richtlijnen</strong><br>Waar sommige universiteiten en hogescholen uitgebreide documenten hebben van tientallen pagina’s, kiest Fontys voor een iets beknopter beleid. “Er zijn universiteiten met regels van tachtig pagina’s, bij Fontys hebben we gekozen om het zo algemeen mogelijk te houden”, zegt Saçan.</p><p style="text-align:start;">Die richtlijnen richten zich volgens de docent op drie praktische punten: let op welke informatie je invoert in AI-systemen, wees transparant en blijf kritisch op de output. “AI wil je vaak pleasen en kan vooroordelen bevatten. Studenten moeten begrijpen hoe ze daarmee omgaan.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Authenticiteit discussie</strong><br>Saçan is ook kritisch op maatregelen die bij sommige opleidingen worden ingevoerd, zoals authenticiteitsverklaringen. Studenten moeten daarbij verklaren dat hun werk volledig eigen werk is. “Dan kom je meteen in een discussie: hoe ver is AI gebruikt? Alleen voor spelling en grammatica? Of ook brainstormen?”, zegt hij. “Hoe meer je dat probeert vast te leggen, hoe meer vragen het oproept.” Volgens hem is het belangrijker dat studenten leren hoe ze AI verantwoord gebruiken.</p><p style="text-align:start;"><strong>AI-geletterdheid&nbsp;</strong><br>Het onderzoek van de Erasmus Universiteit benadrukt dat vertrouwen en vaardigheden een belangrijke rol spelen bij AI-gebruik. Volgens Saçan ligt daar een belangrijke taak voor het onderwijs: “We proberen docenten hierin te trainen, maar AI-geletterdheid kunnen we niet alleen in het hoger onderwijs oplossen”, zegt hij. “Ook op de basisscholen en middelbare scholen moet dat gebeuren.”</p><p style="text-align:start;">Een apart vak is volgens hem niet per se nodig. “Het moet in bestaande vakken of workshops terugkomen. Het belangrijkste is dat studenten weten hoe ze het verantwoord gebruiken en dat ze hun eigen hersenen blijven gebruiken.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,AI,FHICT,PRO ICT,ICT,Noé]]></category>
            <pubDate>Fri, 13 Mar 2026 09:24:45 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/fd53f461-7a7d-479f-9b76-538de40e5524/500_shutterstock_2494231591.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/fd53f461-7a7d-479f-9b76-538de40e5524/500_shutterstock_2494231591.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/fd53f461-7a7d-479f-9b76-538de40e5524/shutterstock_2494231591.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[AI kunstmatige intelligentie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys zet stappen in taalbeleid: waar staan we nu?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-zet-stappen-in-taalbeleid-waar-staan-we-nu/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-zet-stappen-in-taalbeleid-waar-staan-we-nu/</guid><pp:caseid>738710</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin-bottom:0px;margin-right:0px;margin-top:0px;padding:0px;text-align:start;"><strong>Het taalniveau van jongeren staat al jaren onder druk. In 2023 kondigde Fontys aan te werken aan een uitgebreider taalbeleid om studenten en docenten beter te ondersteunen in hun taalvaardigheid. Nu, jaren later, zijn er al meerdere stappen gezet.&nbsp;</strong></span><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:start;">&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Nieuwe projecten, een taalcoördinator en extra ondersteuning moeten ervoor zorgen dat studenten beter voorbereid zijn op hun toekomstige werkveld. “Sinds vorig jaar is er bij Studentenvoorzieningen een taalcoördinator aangesteld die verschillende projecten in gang heeft gezet.” Dat vertelt José Theulen, directeur van Studentenvoorzieningen.&nbsp;&nbsp; &nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Taalbeleid vormgeven</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Er is gewerkt aan het ontwikkelen van officieel taalbeleid. “Samen met een projectleider, taaldocenten en coördinatoren hebben we het Fontys-taalbeleid opgesteld. Daar kwam uit dat er een centrale taalcoördinator moest worden aangesteld en dat hebben we dus ook gedaan”, aldus Theulen.&nbsp;&nbsp; &nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Die rol ligt nu bij Studentenvoorzieningen. De taalcoördinator coördineert en concretiseert de verschillende ontwikkelthema’s van het taalbeleid en is vanuit die rol onder andere<u>&nbsp;</u>betrokken bij de basiscursus Nederlandse taal en cultuur voor internationale studenten en organiseert vervolgprogramma's voor studenten die hun Nederlands verder willen ontwikkelen. “De taalcoördinator moet het taalbeleid verder implementeren.”&nbsp; &nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/dc0b3814-4c65-4b39-9d69-5cec7d6f7344/500_joseacutetheulen-2.jpg?x=1773317581297" alt="José Theulen" width="200">Nederlands: focus op professionele taalvaardigheid</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Voor Nederlandse studenten is het streefniveau voor taalvaardigheid vastgesteld op C1, waarbij de nadruk ligt op taalvaardigheid die nodig is in het toekomstige beroep en werkveld. Zo legt Theulen uit: “We willen een hoger taalniveau van onze Nederlandse studenten en dat wordt afgestemd met het beroepenveld. Als je Journalistiek of Communicatie studeert, wordt er een ander niveau verwacht dan als je een andere studie volgt .”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Daarnaast wordt er een basiscursus Nederlandse taal en cultuur voor internationale studenten ontwikkeld. Daarmee wil Fontys hen stimuleren om meer Nederlands te gebruiken tijdens hun studie en in hun dagelijkse omgeving. Deze cursussen sluiten aan bij het traject Nederlands als tweede taal (NT2). “Internationale studenten willen we ook Nederlands leren, dit zorgt ervoor dat ze beter integreren”, stelt Theulen. “We zijn nu aan het investeren in NT2-docenten. Er is veel animo voor.”&nbsp; &nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Om studenten te helpen hun taalvaardigheid te verbeteren, heeft Fontys ook een centraal Taalportaal ontwikkeld. Dit platform was al toegankelijk voor collega’s en via dit platform krijgen nu ook studenten toegang tot online hulpmiddelen. Daarnaast kunnen opleidingen extra ondersteuning bieden die aansluit bij de taalvaardigheid die nodig is binnen het specifieke werkveld. Studenten krijgen tijdens hun studie feedback op hun taalniveau en begeleiding bij verdere ontwikkeling.&nbsp; &nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Samenwerking binnen organisatie</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De uitvoering van het taalbeleid ligt verspreid over verschillende onderdelen binnen Fontys. Zo is Onderwijs & onderzoek (O&O) verantwoordelijk voor de integratie van taalvaardigheid in de curricula. Onderwijskundigen adviseren opleidingen over hoe taalvaardigheid kan worden opgenomen in leeruitkomsten, toetsing en onderwijsactiviteiten.&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">De afdeling Human Resources & Organisatie (HR&O) richt zich op de professionalisering van docenten. Zij adviseren en coördineren trainingen en ondersteuning voor medewerkers die hun Nederlandse of Engelse taalvaardigheid willen verbeteren.&nbsp; &nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">De instituten zelf zijn verantwoordelijk voor het integreren van taalvaardigheid in hun opleidingen. Zij bepalen samen met het werkveld welke taalvaardigheden nodig zijn in het beroep en verwerken die eisen vervolgens in leerdoelen, onderwijs en toetsing.&nbsp; &nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Eerste resultaten zichtbaar</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">In de periode van september 2025 tot februari 2026 zijn al verschillende mijlpalen bereikt. Zo is het Fontys-taalbeleid inmiddels ook in het Engels beschikbaar en gepubliceerd via het Taalportaal en het medewerkersportaal.&nbsp; &nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Ook zijn er concrete ondersteuningsmaatregelen ingevoerd, zoals het beschikbaar stellen van een licentie voor Hogeschooltaal voor studenten en docenten, en lopen er pilots voor specifieke groepen studenten, zoals een pilot met een taalcursus Nederlands voor Caribische en Surinaamse studenten.&nbsp; &nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Verdere ontwikkeling</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Volgens Theulen blijft taalontwikkeling een belangrijk aandachtspunt binnen Fontys. “We zijn nu bezig om de Nederlandse taalvaardigheid bij zowel Nederlandse als internationale studenten te vergroten”, zegt ze. “Daarnaast besteden we aandacht aan de Engelse taalvaardigheid van studenten en docenten binnen de Engelstalige opleidingen.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Het uiteindelijke doel is dat studenten niet alleen hun studie succesvol afronden, maar ook de taalvaardigheid beschikken die nodig is in hun toekomstige beroep.&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Onderwijs Algemeen,Onderwijs,Noé]]></category>
            <pubDate>Thu, 12 Mar 2026 13:21:54 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b6467184-1a30-45cf-8733-3a2279c1fe71/500_shutterstock_2276059027.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b6467184-1a30-45cf-8733-3a2279c1fe71/500_shutterstock_2276059027.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b6467184-1a30-45cf-8733-3a2279c1fe71/shutterstock_2276059027.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[student klas]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Transparantie bij AI in muziek: &#039;Ben gewoon eerlijk&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/transparantie-bij-ai-in-muziek-ben-gewoon-eerlijk/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/transparantie-bij-ai-in-muziek-ben-gewoon-eerlijk/</guid><pp:caseid>738476</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Hoe weet je of je naar een echte artiest luistert of naar het werk van AI? Apple wil dat muzieklabels duidelijk aangeven wanneer een nummer met kunstmatige intelligentie is gemaakt. Muziekstudenten hebben hun twijfels bij het idee.</strong></p><p><span>Het idee van Apple: markeer tracks met een AI-label </span>wanneer een ‘substantieel deel’ van de muziek door AI is gegenereerd. <span>Gebeurt dat niet, dan gaat het techbedrijf ervan uit dat er geen kunstmatige intelligentie is gebruikt. Opvallend is dat Apple het systeem voorlopig nog niet controleert en er ook geen straf staat op het ontbreken van een label.&nbsp;</span></p><p><span>Het is een eerste stap van Apple om het groeiende gebruik van kunstmatige intelligentie in de muziekindustrie zichtbaar te maken. Andere diensten experimenteren daar al langer mee. Zo gebruikt Deezer een technologie om AI-muziek automatisch te herkennen. Het bedrijf stelt dat inmiddels bijna 40 procent van de muziek die ze ontvangen met AI is gemaakt.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:234/auto;width:234px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/2dc5d6c8-8731-4249-b43d-001ed8b645bb/800_schermshyafbeelding2026-03-10om15.35.31.png?x=1773153486537" alt="Flaivino en Joaquim" width="234" height="auto">Transparantie is belangrijk</strong></span><br><span>Onder studenten van de Fontys Academy of the Arts in Tilburg wordt het idee van AI-labels over het algemeen positief ontvangen, al zijn er ook zorgen. Zo vertelt Joaquim, net afgestudeerd aan de master Klassieke Percussie, transparantie een goede eerste stap te vinden. “Het is beter om er eerlijk over te zijn. Ik denk niet dat het gebruik van AI in muziek zal stoppen, maar het maakt mensen wel bewuster van waar ze naar luisteren.”</span></p><p><span>Zijn studiegenoot Flaivino ziet dat ook zo, maar betwijfelt of het effect groot zal zijn. “Het zal het gebruik van AI niet tegenhouden. Bovendien gaat het nu alleen om Apple. Bij Spotify is dat nog niet het geval.”</span></p><p><span>Vierdejaarsstudent Irra kijkt iets kritischer naar AI in muziek: “Alles rond AI en muziek spreekt mij eerlijk gezegd niet zo aan, zeker als het om zingen gaat”, zegt ze. “Het is prima dat technologie zich ontwikkelt, maar er moet een balans zijn. Muziek moet menselijk blijven.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span>Daarnaast geeft ze aan dat AI nauwelijks een rol speelt in het onderwijs. Tijdens zanglessen gaat het volgens haar vooral over expressie en het menselijke aspect van muziek: “We praten wel eens over waar AI naartoe gaat, maar echte lessen erover hebben we niet.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Missen kaders</strong></span><br><span>Ook docenten zijn nog zoekende. Docent Annigje de Winter ziet voordelen, maar mist duidelijke richtlijnen. “Ik denk dat ik dit wel handig vind. Zeker omdat we nog zó aan het ontdekken zijn wat het allemaal kan betekenen”, zegt ze. “Als docent zijnde voel ik me daar ook wel onthand in. Ik denk dat we meer begeleiding nodig hebben. Ik denk dat we daar ook kaders in missen hier op de opleiding.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>“Willen dat mensen creëren"&nbsp;</strong></span><br><span>Masterstudent klassieke en jazzsaxofoon Gines vindt eerlijkheid over AI-gebruik essentieel, maar vraag zich af of labels alleen genoeg zijn. “We zijn muzikanten en willen dat mensen creëren", zegt hij. “Als je AI gebruikt, wees er dan op zijn minst eerlijk over."</span></p><p><span>Of dat genoeg is, betwijfelt de student: “Alleen een label opplakken is niet genoeg voor het publiek. Ze kunnen het nog steeds luisteren, maar gelukkig wordt er in ieder geval iets aan gedaan.”&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:262/auto;width:262px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/3e9769cb-0c16-4d13-9cd0-5203e1c8dcfb/800_schermshyafbeelding2026-03-10om15.35.39.png?x=1773153498297" alt="Gines" width="262" height="auto">Hij erkent de kracht van kunstmatige intelligentie: “Het is een zeer krachtig hulpmiddel voor mensen, ook voor muzikanten. Ik denk dat er bijvoorbeeld in de popmuziek veel gebruik van wordt gemaakt. Maar ben er wel altijd eerlijk over. Ik denk dat de muziekgemeenschap haar werk moet beschermen.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Begin van groter debat</strong></span><br><span>Het initiatief van Apple lijkt vooral het begin van een groter gesprek over de rol van kunstmatige intelligentie in muziek. Voor veel jonge muzikanten staat één ding vast: transparantie is belangrijk, maar het gesprek over hoe ver AI mag gaan, is nog lang niet voorbij. “Niet alleen qua muziek, maar ook in wat AI allemaal voor ons kan gaan betekenen”, aldus de Winter.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHK,FAA,Student,Noé]]></category>
            <pubDate>Tue, 10 Mar 2026 15:49:46 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/77632733-ed94-47e9-ae2f-60138bd2b8f8/500_shutterstock_2366378647.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/77632733-ed94-47e9-ae2f-60138bd2b8f8/500_shutterstock_2366378647.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/77632733-ed94-47e9-ae2f-60138bd2b8f8/shutterstock_2366378647.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[muziek ai robot]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Bedrijfje neemt hap uit stufi van zeker 350 internationals</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bedrijfje-neemt-hap-uit-stufi-van-zeker-350-internationals/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bedrijfje-neemt-hap-uit-stufi-van-zeker-350-internationals/</guid><pp:caseid>737903</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Tegen forse betaling ‘helpt’ een Tilburgs bedrijfje internationale studenten bij de aanvraag van studiefinanciering. DUO zet er vraagtekens bij, maar kan niets doen: het bedrijf zou binnen de grenzen van de wet blijven.</strong></span></p><p><span>Het Tilburgse bedrijfje MyStudentFinance helpt vooral internationale studenten met het aanvragen van studiefinanciering bij DUO. “No cure, no pay”, zo adverteert MSF op zijn website. En ook: “Krijg tot wel 1.300 euro per maand”. Maar internationals klagen dat ze veel meer moeten betalen dan ze hadden verwacht. Het bedrijf roomt geld af van de eerste uitbetaling van DUO, die vaak hoger is dan de internationals zien aankomen.</span></p><p><span><strong>Zomaar een lening</strong></span><br><span>“Ik wilde alleen een basisbeurs aanvragen van driehonderd euro”, vertelt de Finse John Nordberg, die een master volgt in Leiden. Hij verwachtte dat MyStudentFinance hem tussen de honderd en tweehonderd euro zou kosten. Dat werd in zijn geval 870 euro, omdat het bedrijf ongevraagd een maximale studielening voor hem regelde.</span></p><p><span>Als hij daarover klaagt bij MyStudentFinance mailt het bedrijf snel terug: je hebt niet gezegd dat je geen lening wilde. Het verwijst ook naar de algemene voorwaarden, waarin staat dat MyStudentFinance optreedt als vertegenwoordiger van studenten “bij het aanvragen van beurzen en leningen van DUO”.</span></p><p><span><strong>Machtiging</strong></span><br><span>Studenten machtigen MyStudentFinance om hun DigiD te gebruiken en moeten allerlei informatie overdragen over hun werk en het inkomen van hun ouders. Vervolgens vraagt MSF bij DUO de stufi aan. Het rekent een tarief van 59,99 procent van de eerste uitbetaling.&nbsp;</span></p><p><span>Daar zit een addertje onder het gras, waarschuwt DUO. Omdat ze hun stufi pas aanvragen als ze al in Nederland zijn, krijgen studenten de eerste keer “vaak drie of vier maanden” stufi ineens uitbetaald, zegt een woordvoerder. En van dat totale bedrag houdt MyStudentFinance zestig procent in.&nbsp;</span></p><p><span>Als studenten inderdaad 1.300 euro per maand krijgen aan (aanvullende) beurzen en leningen, kan de eerste betaling neerkomen op zo’n vijfduizend euro. Zestig procent daarvan is drieduizend euro. Nadat MSF een bedrag heeft afgeroomd, kunnen studenten het MijnDUO-account overnemen.</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/2bf8948c-beb9-47cc-918d-3d7acdfe781e/500_isabelle.jpeg?x=1772617684844" alt="Isabelle" width="200">Niet zo moeilijk</strong></span><br><span>Internationale studenten van Fontys reageren verbaasd op de ophef rond commerciële hulp bij studiefinanciering. Volgens hen is het aanvragen van studiefinanciering bij DUO helemaal niet zo ingewikkeld als soms wordt voorgesteld.&nbsp;</span></p><p><span>“Het was niet moeilijk, maar de website vond ik wel erg onoverzichtelijk als we het hebben over het vinden van bepaalde dingen of uitzoeken wat je precies moet aanleveren", zegt Isabelle, student aan Digital Business Concepts. Met wat hulp uit haar omgeving kwam ze er prima uit. “Ze vragen veel informatie en het duurt even voordat je betaald krijgt, maar over het algemeen is het best wel makkelijk.”&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/89eee90b-0966-41d4-92e8-8559e790b54c/500_mel.jpeg?x=1772617712065" alt="Mel" width="200">Haar studiegenoten herkennen de onduidelijke structuur van de website. “Ik heb genoeg mensen ontmoet die niet wisten hoe DUO in zijn werking ging”, vertelt Isabelle. Studiegenoot Mel hoort vooral klachten over wachttijden. “Wat ik vooral hoor als we het over DUO hebben, is dat het lang duurt voordat studenten hun geld krijgen. Dat is frustrerend, maar dat geldt natuurlijk voor iedeeen.”</span></p><p><span>Lydia plaatst daarnaast kanttekeningen bij het inschakelen van commerciële partijen zoals MyStudentFinance. “Ik snap het commissie-gedeelte wel, want je biedt een dienst aan en dat kost geld. Alles kost geld, maar het percentage is gewoon te hoog.”&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8984c20b-9de9-4305-9cea-f870dea19775/500_lydia.jpeg?x=1772617730320" alt="Lydia" width="200">Zelf besloot ze uiteindelijk geen studiefinanciering aan te vragen. “Als ik het zou doen, zou ik eerst kijken hoe je het zonder hulp kunt aanvragen. Er zijn genoeg hulpmiddelen. Je kunt bij Fontys bijvoorbeeld vragen hoe ze kunnen helpen, die leggen alle details uit en gidsen je er doorheen en anders kun je het altijd nog aan AI vragen.”</span></p><p><span><strong>Aangifte</strong></span><br><span>DUO deed ook aangifte bij de politie. Is deze manier van werken rechtmatig? Het Openbaar Ministerie onderzocht de zaak, maar ging niet tot vervolging over. “Het is misschien moreel verwerpelijk, maar niet strafbaar”, zegt het OM tegen het Hoger Onderwijs Persbureau.&nbsp;</span></p><p><span>Studenten die eenmaal zijn begonnen moeten het aanvraagproces afmaken. Anders kan het bedrijf honderden euro’s aan kosten rekenen. Ook stuurt het bedrijf al snel in het aanvraagproces een pdf aan studenten met allerlei informatie over studiefinanciering: The Definitive Guide to Dutch Student Finance. Als studenten zich gedurende het proces terugtrekken, moeten ze daar ineens 200 euro voor betalen.</span></p><p><span>“Het is ook mijn fout dat ik niet goed naar de kleine lettertjes heb gekeken”, zegt Nordberg meermaals. “Maar ik dacht dat dit een goedwillend bedrijf was dat studenten helpt. Maar dit is sneaky. Dit was geen hulp. They fooled me. Ik hoop dat internationals voortaan gewoon naar DUO gaan.” Als Nordberg klaagt over de gang van zaken, geeft het bedrijf hem nog wel 200 euro korting.&nbsp;</span></p><p><span>Op vragen van het HOP appt MyStudentFinance terug: “We do inform customers of our pricing in advance, not only in the service agreement but also explicitly during sign-up as required by Dutch and EU consumer protection laws.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Internationalisering,Noé]]></category>
            <pubDate>Wed, 04 Mar 2026 10:53:55 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/d28bf004-faab-43e6-a339-ce9822adf7e4/500_geldafnemen.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/d28bf004-faab-43e6-a339-ce9822adf7e4/500_geldafnemen.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/d28bf004-faab-43e6-a339-ce9822adf7e4/geldafnemen.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[geld afnemen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Stages niet divers genoeg: obstakels bij zoektocht én afronding</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/stages-niet-divers-genoeg-obstakels-bij-zoektocht-en-afronding/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/stages-niet-divers-genoeg-obstakels-bij-zoektocht-en-afronding/</guid><pp:caseid>737686</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i>Zijn er aanpassingen nodig rondom een stage? Op<span>&nbsp;</span></i><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.fontys.nl%2FFontys-Helpt.htm&data=05%7C02%7Ckaren.luiken%40fontys.nl%7C226e87ae36c84e5c683e08de7861a372%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639080557901772331%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=4U5BAic3zq7Mz9Z87Y61N1zAgRIXbQBPPw5KdPcZ2Xg%3D&reserved=0" target="_blank"><i>Fontys Helpt</i></a><i>&nbsp;kun je als student een afspraak maken met een studentendecaan van Fontys.<span>&nbsp;</span></i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Stagelopen zou een springplank naar de arbeidsmarkt moeten zijn. Toch verandert die springplank voor veel studenten met een fysieke beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid nog te vaak in een hindernisbaan. Gelijke kansen blijken in de praktijk geregeld te stoppen bij de deur van het klaslokaal.</strong></span></p><p style="text-align:start;">Dat is precies de reden waarom het Expertisecentrum Inclusief Onderwijs (ECIO) een handreiking met tien aanbevelingen deelde om stages inclusiever te organiseren. De handreiking kwam tot stand in samenwerking met onder meer Fontys Hogeschool, Hogeschool Windesheim, Inholland, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Hogeschool Utrecht en de Landelijke Studentenvakbond. De boodschap is helder: gelijke kansen stoppen niet bij de deur van het klaslokaal, maar gelden ook op de werkvloer.</p><p style="text-align:start;"><strong>Nog altijd drempels</strong><br>In de praktijk ervaren studenten met een ondersteuningsbehoefte nog regelmatig obstakels bij het vinden én afronden van een stage. De ECIO-handreiking biedt daarom concrete handvatten voor onderwijsinstellingen en stageorganisaties. Zo wordt geadviseerd om kennismakingsgesprekken anders in te richten: focus op talenten en sterke punten zodat studenten zich veilig voelen om hun ondersteuningsbehoeften te bespreken.</p><p style="text-align:start;">Ook pleit het ECIO voor duidelijke communicatie over doelen, verwachtingen en beoordelingscriteria. Daarnaast helpt het als opleidingen een overzicht bieden van inclusieve stageplekken. Toegankelijke informatie, bijvoorbeeld in begrijpelijke taal of met ondertiteling, is daarbij essentieel.</p><p style="text-align:start;"><strong>Van intentie naar uitvoering</strong><br>Marlou Heskes, programmamanager bij Career Jumpstart, was betrokken bij het aanscherpen van de aanbevelingen. Volgens haar zijn de aanbevelingen inhoudelijk sterk, maar ontbreekt het in de praktijk nog vaak aan handelingskennis. “Je kunt wel aanbevelingen doen, maar als je niet weet hoe het bij de studenten werkt, dan wordt het moeilijk.” Werkgevers hebben volgens haar vaak wel de intentie om inclusief te zijn, maar vragen zich af hoe.</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:314/auto;width:314px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/492d3bf3-5c94-465d-96b1-6c0f02c9e8bc/800_bezoekministerievanonderwijs.jpg?x=1772476050471" alt="Bezoek ministerie van onderwijs" width="314" height="auto">Ze ziet dat inclusie nog te weinig wordt verankerd in beleid. “Aan de buitenkant zeggen ze: ja, we willen graag. Maar in werkelijkheid moet er echt nog veel gebeuren. Bijvoorbeeld een mentor aanstellen of leidinggevenden meenemen. Van intentie naar daadwerkelijk doen, dat vinden bedrijven vaak nog lastig.”</p><p style="text-align:start;">Daar speelt ook het zogenoemde ‘double empathy problem’ een rol. Communicatie is geen eenrichtingsverkeer: “Het wordt vaak neergelegd bij de student: jij moet je aanpassen. Maar het is ook mijn probleem als ik iets niet duidelijk uitleg. Het gaat om een wisselwerking.”&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Flexibiliteit als sleutel</strong><br>Een terugkerend thema in de aanbevelingen is flexibiliteit. Veel stagevacatures vragen standaard om ‘uitstekende communicatieve vaardigheden’ of een werkweek van veertig uur. Volgens Heskes zijn zulke functiecriteria vaak geschreven vanuit een neurotypisch perspectief. “Wat is uitstekend?” vraagt ze zich af.</p><p style="text-align:start;">Ook werktijden verdienen aandacht, vindt Kyara, vierdejaars student Toegepaste Psychologie. Zij heeft neurodivergentie. “Ik ben een echt nachtdier. Mijn energielevels variëren door de dag heen en mijn slaap- en waak ritme past niet altijd in het 9 tot 5 systeem.” Een opbouw in uren of flexibele werktijden kan volgens haar een goed startpunt zijn.</p><p style="text-align:start;">Verder benadrukt de student ook dat goede begeleiding van belang is. “Mijn stagebegeleider vroeg mij wat ik nodig had en die focus maakte voor mij het verschil." Waar spreken voor groepen eerder een drempel was voor haar4, groeide ze uiteindelijk door in haar rol. Samen met Heskes sprak ze voor een volle zaal tijdens een bijeenkomst van de Nederlandse Vereniging voor Autisme. “Ik kreeg daarna van allerlei mensen te horen dat ik echt goed gesproken had. Voorheen meldde ik me altijd ziek.”</p><p style="text-align:start;">Volgens Heskes laat dit zien wat er mogelijk is als de begeleiding goed aansluit bij de student. “Als je in het begin van de stage veel investeert in duidelijkheid en begeleiding, dan maakt dat echt heel veel goed.” Kyara vult aan: “Je wil je veilig voelen. Als de basis goed is, dan weet je waar je kunt aankloppen.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Begeleiding bij het zoeken</strong><br>Ook vanuit studentenvoorzieningen wordt het belang van begeleiding onderschreven. Studentendecaan Pieternel Brughuis-van der Sterren ziet dat er nog genoeg te winnen valt: “Wat opvalt is dat studenten vaker niet dan wel begeleid worden bij het zoeken naar een stage." Voor iedere student kan solliciteren spannend zijn, maar voor studenten met bijvoorbeeld autisme of een chronische aandoening spelen extra vragen mee. “Studenten vragen zich bijvoorbeeld af: wat als ze me niet aannemen als ik vertel dat ik psychisch kwetsbaar ben?”</p><p style="text-align:start;"><i>foto boven: Kyara en Marlou Heskes</i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Noé,Diversiteit,Diversiteit en inclusiviteit]]></category>
            <pubDate>Tue, 03 Mar 2026 09:35:28 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/7ba4ae16-07ec-49c1-a390-dde575f1a883/500_schermshyafbeelding2026-03-02om16.24.33.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/7ba4ae16-07ec-49c1-a390-dde575f1a883/500_schermshyafbeelding2026-03-02om16.24.33.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/7ba4ae16-07ec-49c1-a390-dde575f1a883/schermshyafbeelding2026-03-02om16.24.33.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Kyara en Marlou Heskes]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Moreel Woordenboek: klein boekje met grote missie</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/zonder-morele-taal-geen-moreel-kompas/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/zonder-morele-taal-geen-moreel-kompas/</guid><pp:caseid>737639</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Wat als studenten straks niet kunnen uitleggen wat de woorden autonomie, rechtvaardigheid of integriteit betekenen, maar met hun mond vol tanden staan zodra ze zelf een moreel dilemma tegenkomen? Voor twee docenten Toegepaste Psychologie is dat geen denkbeeldig scenario, maar realiteit. En daarom ontwikkelden ze een Moreel Woordenboek.</strong></p><p>Het Moreel Woordenboek is een samenwerking tussen Tina ten Bruggencate en Lieke van Stekelenburg en is e<span>en klein boekje met een grote missie: morele taal terugbrengen in het onderwijs én op de werkvloer. Van Stekelenburg vertelt: "Uit onderzoek naar het ethisch kompas van studenten blijkt dat ze het moeilijk vinden. De morele taal is wat dat betreft echt ondermaats en daar komt bij dat docenten het lastig vinden om morele issues te adresseren.”</span></p><p><span>Volgens de makers begint alles met taal: “Wil je dat bespreekbaar maken, dan moet je wel weten waar je over praat", vervolgt Van Stekelenburg, aangevuld door Ten Bruggencate: “Voordat je over handelen en de dilemma's gaat praten, moet je de taal wel beheersen. Dus ontstond het idee voor een moreel woordenboekje.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Doel</strong></span><br><span>Het woordenboek is daarmee een middel, geen doel op zich. “Uiteindelijk gaat het om het morele handelen. Dit boekje is een tool, een hulpmiddel om op een uiteindelijk natuurlijke manier moreel bewustzijn en je ethisch kompas bij te kunnen stellen”, legt Van Stekelenburg uit. Het is niet de bedoeling om voor te schrijven wat goed of fout is: “We willen daar niet normerend in zijn. Het gaat echt om die bewustwording."&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/61234411-36e4-4115-b5cf-82449199d7a7/500_schermshyafbeelding2026-03-02om15.11.43.png?x=1772460738766" alt="Moreel Woordenboek" width="200">De morele taal is naar de achtergrond verdwenen, vinden de docenten. En de urgentie is groot, want morele begrippen zijn steeds minder vanzelfsprekend geworden: “Het is de afgelopen jaren uit het publieke domein weggeduwd." En dat heeft gevolgen: “Werkprocessen zijn echt geïnstrumentaliseerd, waardoor mensen het niet meer hebben over wat voor jou nou van waarde is.” En die laag is onmisbaar, benadrukken ze. “Het klinkt stoffig, maar het is zo essentieel in alles wat er gebeurt op micro- en macroniveau, het is overal,” vertelt Ten Bruggencate.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Voor wie is het boek bedoeld?</strong></span><br><span>In eerste instantie richt het woordenboek zich op studenten en medewerkers van Fontys, maar het bereik is breder. “We hebben natuurlijk ook externe stakeholders. We werken bijvoorbeeld samen met Elisabeth Ziekenhuis, de gemeente Eindhoven en andere gemeentelijke instellingen”, aldus Van Stekelenburg.&nbsp;</span></p><p><span>Voor de selectie van termen is zorgvuldig gekeken naar bestaande beroepscodes en voor de definities is er onder meer gekeken bij bestaande woordenboeken: “We hebben de dikke Van Dale erbij gehaald en waar nodig de definities toegankelijker geformuleerd.” Verder werd er ook input opgehaald binnen en buiten het lectoraat Ethisch Werken, en werd er gekeken naar wetenschappelijke literatuur. Ook begrippen uit onderzoek, zoals de ‘moral judgment action gap’, kregen een plek.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Werkvormen: van woord naar gesprek</strong></span><br><span>Het woordenboek bestaat niet alleen uit definities, maar ook uit werkvormen om actief met de begrippen aan de slag te gaan zodat je op een laagdrempelige manier het gesprek over waarden en normen kunt openen. “Dat hebben we gedaan zodat het ook blijft hangen. Je kunt er individueel mee aan de slag, in groepen, je kan het thuis doen, op je werk. Het is wat dat betreft heel erg gemakkelijk.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Levend document</strong></span><br><span>Het Moreel Woordenboek is nadrukkelijk geen eindproduct. “Het is een levend document”, stelt Ten Bruggencate. Jaarlijks moet er een geüpdatete versie uitkomen, en via een QR-code worden nieuwe woorden aangedragen. “Wanneer mensen een begrip missen, dan kunnen we die alsnog toevoegen aan het boek.”&nbsp;</span></p><p><span>Daarnaast zijn er binnen Fontys plannen om het gesprek structureel te blijven voeren. Zo wordt er gewerkt aan een zogenoemde 'ethiek estafette’. “We willen eigenlijk de fakkel doorgeven en dat ieder instituut aandacht geeft aan ethiek. Dan zou zo’n woordenboekje heel erg functioneel kunnen zijn.”&nbsp;</span></p><h5><i><span>Het Moreel Woordenboek is verkrijgbaar bij het lectoraat </span></i><a href="mailto:lectoraatethischwerken@fontys.nl" target="_blank"><i><span>Ethisch Werken</span></i></a><i><span>.</span></i></h5>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Noé,FHTP]]></category>
            <pubDate>Mon, 02 Mar 2026 15:27:05 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/c1929a56-1555-4055-be1b-c99d4cd49f27/500_tinalieke.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/c1929a56-1555-4055-be1b-c99d4cd49f27/500_tinalieke.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/c1929a56-1555-4055-be1b-c99d4cd49f27/tinalieke.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Tina Lieke]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Weerbaar in complexe wereld: &#039;Groot verschil door klein te doen&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/weerbaar-in-complexe-wereld-groot-verschil-door-klein-te-doen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/weerbaar-in-complexe-wereld-groot-verschil-door-klein-te-doen/</guid><pp:caseid>737457</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De samenleving verandert snel, van klimaatverandering tot groeiende ongelijkheid: ontwikkelingen die niet alleen politieke gevolgen hebben, maar ook diep onze manier van samenleven beïnvloeden. Tijdens het openbaar college ‘Hoe blijf ik weerbaar in een complexe wereld?’ werd hierbij stilgestaan.&nbsp;</strong></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Om duidelijk te maken wat maatschappelijke ontwrichting met mensen doet, nam Dana Feringa, socioloog en lector Inclusieve Regio, het publiek mee terug naar de coronatijd. Ze zag tijdens een online les acht studenten in digitale blokjes op haar scherm verschijnen. Veel van hen lagen nog in bed, camera’s bleven uit. Het contact was minimaal. “Vereenzaming gebeurt veel,” vertelt ze. "Solidariteit gaat niet alleen over verbondenheid voelen, maar ook over elkaar helpen. En dat kwam onder druk te staan.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Twee grote uitdagingen</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Volgens Feringa leven we in een steeds complexere samenleving die ons samenleven beïnvloedt. Wat doet dat met ons welzijn? Welke rol speelt welzijn in onze draagkracht? En wat betekent dat voor solidariteit?</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Die vragen zijn urgenter dan ooit. Feringa wees op twee mondiale uitdagingen: klimaatverandering en groeiende ongelijkheid. Denk aan de energietransitie, zichtbaar in het toenemende aantal zonnepanelen. “Maar niet iedereen kan daarin mee. Ze zijn duur. Ongelijkheid in inkomen, vermogen, opleiding en sociaal netwerk bepaalt wie kan aansluiten en wie niet.” Volgens haar vraagt dat om fundamentele keuzes. “We moeten een knop omdraaien als we ongelijkheid willen tegengaan." </span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">[Tekst gaat verder onder de foto]</span></i></p><p><img class="image_resized" style="aspect-ratio:455/auto;width:455px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/497ffd84-6bfb-4731-b050-e45fa606b6e2/800_schermshyafbeelding2026-02-27om09.54.11.png?x=1772183194295" alt="Openbaar College" width="455" height="auto"></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Wat is welzijn eigenlijk</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Evelyne Meens, lector Leren Floreren bouwde voort op de uitleg van Feringa vanuit een verdieping van de positieve psychologie. Welzijn, zo legde zij uit, bestaat uit drie vormen die samen leiden tot floreren: emotioneel welzijn, psychologisch welzijn en sociaal welzijn, waarbij die laatste misschien wel de meest onderschatte vorm is.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Voel je je onderdeel van een groter geheel? Heb je het idee dat je bijdraagt? Vertrouw je anderen, ook onbekenden op straat?&nbsp;En heb je vertrouwen in de toekomst?&nbsp;Juist dat laatste staat onder druk, ziet Meens. Onderzoek laat zien dat jongeren minder sociaal en psychologisch welzijn ervaren dan volwassen. Vooral het vertrouwen in de medemens scoort laag, stelt ze.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Vicieuze cirkel van stres</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Wanneer solidariteit en vertrouwen afnemen, gebeurt er iets menselijks: we trekken ons terug. “Bij stress ga je beschermen wat je hebt”, legt Meens uit. Tijd en energie worden schaars en die houd je voor jezelf. Het gevolg? Minder openheid, minder nieuwe contacten, minder bereidheid om anderen te helpen. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel: minder solidariteit leidt tot minder welzijn, wat weer leidt tot nog minder solidariteit.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Volgens Meens begint de positieve spiraal bij jezelf. Wie zich emotioneel goed voelt, staat opener in het leven. “Als je goed in je vel zit, durf je eerder in te grijpen wanneer iemand wordt buitengesloten, of erger: gediscrimineerd. Dan laat je solidair gedrag zien.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Weerbaar of veerkrachtig?</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">In een complexe wereld is solidariteit geen luxe, noodzakelijk voor welzijn. Verandering begint soms verrassend klein, vertelt Feringa:&nbsp; “Onder die streep gaat het niet over weerbaarheid, maar over veerkracht. En als je een stapje extra kan zetten voor de mensen om je heen, laten we dat dan ook doen.” Ze sluit af: “Je kunt een groot verschil maken door klein te doen.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Tilburg,Lectoraten,Lectoren,Noé]]></category>
            <pubDate>Fri, 27 Feb 2026 10:11:12 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a0a5add0-a82c-4dfc-ae08-e0e84f7b05a7/500_schermshyafbeelding2026-02-27om09.54.18.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a0a5add0-a82c-4dfc-ae08-e0e84f7b05a7/500_schermshyafbeelding2026-02-27om09.54.18.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a0a5add0-a82c-4dfc-ae08-e0e84f7b05a7/schermshyafbeelding2026-02-27om09.54.18.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Dana Feringa en Evelyne Meens]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Taaldag Sittard: &#039;Lezen bevordert burgerschap&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/taaldag-sittard-lezen-bevordert-burgerschap/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/taaldag-sittard-lezen-bevordert-burgerschap/</guid><pp:caseid>737209</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Lezen als democratische oefenplaats? Wie dinsdag de Taaldag XL bezocht, kreeg daar een helder antwoord op. Volgens docent en taalonderzoeker Erna van Koeven is het geen ondersteunende schoolactiviteit. “Het lezen van boeken is burgerschap.”</strong></span></p><p><span>De Taaldag XL bestaat zo'n tien jaar en wordt georganiseerd door Fontys, De Nieuwste PABO, Leesoffensief Limburg en Cubiss. Van een kleinschalige bijeenkomst groeide het uit tot een evenement dat inmiddels meer dan 200 bezoekers trekt. Gisteren bestond dat evenement uit workshops en een presentatie van Erna van Koeven, docent en onderzoeker taal en lezen bij Hogeschool Windesheim die ook deel uitmaakt van de leerkring Geletterdheid en Schoolsucces.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:299/auto;width:299px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8b78b6b2-396f-4685-9ede-6a2995e17ec4/800_ernavankoeven.jpeg?x=1772012979085" alt="Erna van Koeven" width="299" height="auto">Van Koeven draait er niet omheen. “Kunnen lezen is de basis van burgerschap”. Want wie niet goed kan lezen, kan moeilijk meedoen in een samenleving die draait op geschreven taal. Ze vertelt over mbo-docenten die constateren dat veel studenten in de praktijk laaggeletterd blijken, ondanks behaalde examens. Een ontwikkeling die de laatste tijd steeds vaker het nieuws haalt. “Het is eigenlijk heel vreemd dat je een hele onderwijscarrière kunt doorlopen en dat je dan vervolgens laaggeletterd uit kunt stromen.”</span></p><p><span>In Nederland wordt taal vaak als leerproces benaderd: spelling oefenen, strategieën trainen, toetsen maken. “Taal is veel meer een ontwikkelproces dan een leerproces.” Wie stopt met lezen verliest leesvaardigheid. Wie alleen strategieën leest maar geen rijke teksten leest, leert niet echt begrijpen.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Democratische vaardigheden</strong></span><br><span>De kern van haar verhaal? Boeken zijn geen middel om een los burgerschapsdoel af te vinken. Ze zijn burgerschap. Van Koeven leest een fragment voor uit De Zee kwam door de Brievenbus, geschreven door Selma Noort. Ze legt uit dat ze datzelfde fragment eerder voorlas aan leerlingen, en één centrale vraag stelde: wat vind je mooi?</span></p><p><span>De antwoorden van de leerlingen verschillen radicaal: de een ziet heldendom, de ander vrijheid, weer een ander spanning. “Gesprekken over boeken is burgerschap, want je gaat samen nadenken over zo’n boek.”&nbsp;In zo'n gesprek oefenen leerlingen democratische vaardigheden: luisteren, doorvragen, betekenis geven, verschil verdragen. “Boeken”, zegt ze, "vormen een democratische oefenplaats.”&nbsp;</span></p><p><span>Tijdens haar lezing verwijst ze ook naar het werk van Gert Biesta en zijn boek 'Wereldgericht onderwijs’. Eén zin raakt haar bijzonder: “Kwetsbaarheid gaat vooraf aan kennen.” Eerst geraakt worden door iets en daarna pas begrijpen. Ze legt uit dat betekenis niet ontstaat bij leerdoelen, maar bij betrokkenheid. En dat kan heel goed met een boek.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Wat betekent dat voor Fontys?</strong></span><br><span>Precies daar ligt volgens Susan Beckers, Fontysdocent en medeorganisator van de Taaldag, de opdracht voor Fontys. “We willen er voor de hele leerlijn zijn. Van peuteropvang tot het hbo, en juist ook de bibliotheken daarbij betrekken.” Het thema verschilt elk jaar, van leesplezier tot de koppeling van lezen en schrijven, maar steeds staat de vraag centraal wat er op dat moment urgent is in het onderwijs. Dit jaar is dat burgerschap, onder de vlag ‘De Wereld Leren Lezen’.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:482/auto;width:482px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d20d7b93-2b72-4509-a450-39792421de77/800_leesoffensief.jpeg?x=1772013006677" alt="" width="482" height="auto">Het programma wordt bewust divers samengesteld, legt Beckers uit. “Workshops zijn gericht op verschillende doelgroepen, en vaak ook vakoverstijgend.” Lezen en schrijven horen thuis in één vak, vindt zij, en het is kunstmatig om die van elkaar los te koppelen. “De wisselwerking is juist heel rijk. Iets wat geschreven wordt, wordt gelezen. En door zelf te schrijven begrijp je beter wat een schrijver heeft gedaan.”&nbsp;</span></p><p><span>In haar eigen workshop laat ze zien wat er gebeurt wanneer historische literatuur wordt gekoppeld aan creatief schrijven. Wanneer leerlingen teksten bewerken, herschrijven of voortzetten, groeit niet alleen hun schrijfvaardigheid, maar ook hun begrip. Ze ervaren van binnenuit hoe teksten werken.&nbsp;Taal is geen trucje, maar een manier om je tot de wereld te verhouden.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Taalbewuste leraren</strong></span><br><span>Voor Fontys betekent dat meer dan het aanleren van didactische technieken. Toekomstige leraren moeten zelf ervaren wat rijke teksten kunnen doen. Wat het betekent om geraakt te worden, om samen betekenis te geven.</span></p><p><span>De Taaldag XL fungeert daarin als levend voorbeeld. Studenten helpen mee bij de organisatie, onderwijs en bibliotheken komen samen, theorie en praktijk, onderzoek en klaslokaal. Beckers: “We willen mensen inspireren en samenbrengen. Het negatieve moet ervan af. Het gaat vaak over een ‘leescrisis’. Maar verhalen verbinden. Lezen en schrijven kan laagdrempelig zijn, creatief, samen.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Limburg,Onderwijs Algemeen,FE,Noé]]></category>
            <pubDate>Wed, 25 Feb 2026 11:02:10 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/5f0470be-5423-46c8-b71e-c3fc3f7eea94/500_susanbeckwers.v1.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/5f0470be-5423-46c8-b71e-c3fc3f7eea94/500_susanbeckwers.v1.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/5f0470be-5423-46c8-b71e-c3fc3f7eea94/susanbeckwers.v1.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Susan Beckers met studenten Pien en Siem]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kloof in de klas: studenten divers, docenten minder</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kloof-in-de-klas-studenten-divers-docenten-minder/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kloof-in-de-klas-studenten-divers-docenten-minder/</guid><pp:caseid>737124</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>De studentenpopulatie in het hoger onderwijs verandert snel. In de collegezaal zitten studenten met uiteenlopende migratieachtergronden, verschillende religies, genders en thuissituaties. Maar degenen die voor de klas staan, vormen daar lang niet altijd een afspiegeling van.</strong></span></p><p><span>Landelijk onderzoek van Inholland laat zien dat een gebrek aan diversiteit onder docenten de afstand tot studenten kan vergroten. Studenten uit minderheidsgroepen voelen zich minder gezien, minder begrepen en minder vertegenwoordigd. Dat raakt niet alleen hun gevoel van erkend worden, maar ook hun motivatie en studiesucces.</span></p><p><span>Linda van den Bergh, lector Kansrijk Onderwijs voor Iedereen, ziet dat het gesprek over diversiteit onder medewerkers vaak begint bij wat zichtbaar is en dat het daar vaak ook bij blijft. “De diversiteit die het eerst gezien wordt zijn zichtbare kenmerken, en die worden meestal uitgelicht als we het over deze kwestie hebben. Maar iedere groep is per definitie divers, alleen niet alles is zichtbaar.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:255/auto;width:255px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/194c0400-8bba-4211-92c5-6cb9e2deabeb/800_lindavandenbergh-2.jpg?x=1771946499231" alt="Linda van den Bergh" width="255" height="auto">Geen symboolpolitiek</strong></span><br><span>“Representatie voor de klas is daarom heel belangrijk", aldus de lector. Ze legt uit dat studenten zich vaak spiegelen aan wie er voor de klas staan. “Als (succes)verhalen steeds uit dezelfde hoek komen, kan dat bewust of onbewust de boodschap afgeven wie er past in het systeem en wie niet."</span></p><p><span>Die representatie zit echter niet alleen in docenten, maar ook in materiaal en voorbeelden. “Als je kritisch kijkt naar bijvoorbeeld een PowerPoint of materialen die docenten gebruiken, zie je dat het vaak niet heel divers of inclusief is.” Diversiteit zou volgens de lector geen correctie achteraf moeten zijn, maar het vertrekpunt: “Dat je uitgaat van diversiteit en niet probeert om te gaan met.”</span></p><p><span><strong>(On)zichtbare kenmerken</strong></span><br><span>Een andere misvatting is dat diversiteit vooral een vraagstuk is dat elders plaatsvindt. In ogenschijnlijk homogene opleidingen klinkt soms: 'hier speelt dat niet’. “We zien dat er soms nog geen urgentie gevoeld wordt bij dit onderwerp. Maar ook in ‘witte’ klassen bestaan er verschillen, zoals in sociaaleconomische achtergrond, religie of thuissituatie. Diversiteit is er dus altijd, maar de vraag is of ze wordt herkend en erkend.” Ze vult aan: "Bewustwording van diversiteit en andermans perspectieven zijn daarbij belangrijk. Vanuit daar reflecteren op hoe je daar als docent goed op in kunt spelen zou de aandacht moeten krijgen.”</span></p><p><strong>Thuisvoelen</strong><br><span>De lector legt uit dat er eerder al binnen Fontys een onderzoek naar de sense of belonging is uitgevoerd, wat zich richtte op hoe welkom studenten en docenten zich voelen. Daaruit bleek dat de opvattingen over diversiteit heel breed zijn. “Wat vooral opviel is dat met name de open houding van docenten een grote rol speelt in het zich thuis laten voelen van studenten. Dat mensen bereid zijn om jou te leren kennen, om perspectieven met elkaar te vergelijken en elkaar aan te horen.”&nbsp;</span></p><p><span>Toch schuift het gesprek over de brede definitie van diversiteit volgens Van den Bergh in de praktijk snel terug naar achtergrond en wordt vooral gefocust op zichtbare kenmerken. “Als je bijvoorbeeld kijkt naar de communicatie naar buiten, of bij de werving van nieuwe studenten en medewerkers, zie je dat er vaak weer wordt teruggegrepen op die zichtbare kenmerken.”</span></p><p><span><strong>Studenten willen erkenning</strong></span><br><span>Ook het onderzoek van Inholland laat zien dat studenten en docenten diversiteit verschillend beleven. Studenten koppelen inclusie vooral aan herkenning en de ruimte om zichzelf te zijn, terwijl docenten de nadruk leggen op gelijke kansen en professionele standaarden. Die perspectieven lijken op elkaar, maar raken elkaar niet altijd.</span></p><p><span>Dat wordt vooral zichtbaar bij gevoelige thema’s in de klas zoals religie, cultuur en maatschappelijke spanningen. Veel docenten ervaren daarbij handelingsverlegenheid: ze willen niemand kwetsen, niets verkeerd zeggen, of de sociale veiligheid bewaken. Die terughoudendheid herkent Van den Bergh: “Het zijn gevoelige thema’s, en daar worden docenten natuurlijk bang van. Tegelijkertijd weten we allemaal dat er dingen spelen. De studenten weten dat ook.”</span></p><p><span>De lector benadrukt dat studenten het merken als gevoelige onderwerpen uit de weg worden gegaan: “Net doen alsof het er niet is, is geen oplossing." Landelijk geven vooral studenten uit minderheidsgroepen aan dat zij zich daardoor minder gehoord voelen. &nbsp;De oplossing? Die zit volgens Van den Bergh in de open dialoog tussen docenten en studenten: “Erken dat er verschillende perspectieven zijn en niet dat er één waarheid is. Die is er namelijk nooit.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Diversiteit,Diversiteit en inclusiviteit,Lectoren,Lectoraten,Noé]]></category>
            <pubDate>Tue, 24 Feb 2026 16:33:03 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-388588465.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-388588465.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/shutterstock-388588465.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[docent leraar lesgeven klas school]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>AI-richtlijnen in journalistiek: &#039;Zelf blijven nadenken&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/ai-richtlijnen-in-journalistiek-zelf-blijven-nadenken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/ai-richtlijnen-in-journalistiek-zelf-blijven-nadenken/</guid><pp:caseid>736229</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin-bottom:0px;margin-right:0px;margin-top:0px;padding:0px;"><strong>Fontys-breed</strong></span><br><span>De behoefte aan duidelijke AI-richtlijnen speelt niet alleen bij Fontys Journalistiek. Volgens Renske Nieuwpoort van MC&P werkt Fontys als organisatie aan een overkoepelend beleid. “Maar AI en de toepassingen ontwikkelen zich zó snel dat dit steeds aangescherpt moet worden. Daar zijn we ook Fontys-breed actief mee bezig."</span></p><p><span>Volgens Nieuwpoort kijkt Fontys daarbij, net als Journalistiek, goed naar andere onderwijsinstellingen. “Je wilt hier als hogeschool niet alleen in staan. De aanpak is om dit samen te doen.” Ze vult aan: “Leren van elkaar, zichtbaar maken wat er gebeurt en samen kijken hoe je dit zorgvuldig vormgeeft.”</span></p><p><span>Fontys voerde voor de zomer nog een brede impactanalyse uit naar de betekenis van AI voor onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering. Die analyse vormde de basis voor een Fontys-breed plan van aanpak. “Als je Fontys-brede richtlijnen wilt opstellen, moeten die stevig en helder zijn”, legt ze uit. Hoe individuele opleidingen op dit moment met AI omgaan, verschilt en is volgens Nieuwpoort nog niet eenduidig vastgelegd. Ze vertelt dat de werklijnen ‘beleid en ethiek’, ‘professionalisering’ en ‘digitale infrastructuur’ prioriteit hebben in 2026.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin-bottom:0px;margin-right:0px;margin-top:0px;padding:0px;text-align:start;"><strong>Kan een journalist straks zelf nog nadenken? Bij Fontys Journalistiek is het antwoord duidelijk: ja, en ChatGPT mag dat niet voor je doen. De opleiding heeft daarom nieuwe aangescherpte richtlijnen opgesteld voor het gebruik van generatieve AI.&nbsp;</strong></span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">De richtlijnen zijn opgesteld in samenwerking met het lectoraat Ontwerpen aan de Journalistiek, de examencommissie en Onderwijs-programmaleider Harmen Groenhart. De conceptversie van de nieuwe richtlijnen werd gepresenteerd op een collectieve studiedag. “Docenten konden daar feedback geven en we hebben het vervolgens aan de opleidingscommissie voorgelegd. Op basis daarvan zijn de laatste aanpassingen gedaan”, vertelt Groenhart.&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Die betrokkenheid was volgens de programmaleider essentieel: "Dat je AI mag gebruiken staat vast, dat je er transparant over moet zijn ook. Maar er zijn momenten dat het niet gewenst is, en daar hebben we ons nu op gefocust.” Hij vult aan: “Dat staat nergens in de oude richtlijnen duidelijk beschreven en kan per opleiding verschillen."&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Richtlijnen</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Binnen de journalistiek draait het om authenticiteit en verantwoordelijkheid. Groenhart legt uit: “Je moet zelf nadenken en voelen hoe het is om er verantwoordelijk voor te zijn. Daarom moet je binnen de opleiding leren omgaan met generatieve AI.” Waar eerdere richtlijnen vooral benadrukten wat er wel mocht, ligt de nadruk nu op wat niet is toegestaan. De aangescherpte regels zijn gebaseerd op drie kernprincipes: transparantie, werk ook zonder AI, en blijf zelf nadenken. &nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Concreet betekent dit onder andere dat de kern van een journalistieke bewering of onderbouwing altijd door de student zelf moet worden gedaan. Een journalist is zelf verantwoordelijk voor insteek, beweringen en duiding. AI mag daarom geen conclusies, analyses of aanbevelingen formuleren. Dat zijn vaardigheden die een journalist zelfstandig moet beheersen. &nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Daarnaast stellen de richtlijnen dat het niet is toegestaan om gegenereerde beelden of audio te presenteren als werkelijkheid. En er mogen geen reflecties gegenereerd worden. In de richtlijnen staat duidelijk opgenomen dat enkel de student zelf iets zinnigs kan zeggen over zijn of haar ontwikkeling.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Wat mag er dan wel?</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Dat er is beschreven wat er allemaal niet mag met generatieve AI, betekent niet dat het totaal verboden is. De richtlijnen beschrijven namelijk ook wat er wél is toegestaan.&nbsp;Zo mag generatieve AI gebruikt worden als sparringpartner bij het schrijven van teksten. Denk hierbij aan structuurvoorstellen voor hoofdstukken, inspiratie en hulp bij het bepalen van een invalshoek.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Ook taalcorrecties, hulp bij formulering en eindredactie zijn toegestaan. Verder mag generatieve AI ingezet worden om teksten te vertalen en om te brainstormen over onderzoek en interviewvragen. Tot slot mag het ondersteunend worden toegepast bij onderzoek. Dit allemaal met de kanttekening dat de output goed gecontroleerd wordt.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:284/auto;width:284px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/acc71425-68eb-4364-b86a-c60ba4232902/800_schermshyafbeelding2026-02-12om13.33.12.png?x=1770900038796" alt="Harmen Groenhart" width="284" height="auto">Leerdoel én toetsvraagstuk</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De nieuwe richtlijnen stellen dus duidelijke grenzen aan het gebruik van generatieve AI, en dat is niet zonder reden. “We willen echt dat studenten ermee om kunnen gaan”, benadrukt Groenhart. AI wordt binnen het onderwijs dan ook steeds verder geïmplementeerd.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Ook tussen de journalistieke opleidingen onderling wordt er actief gespard over het gebruik van AI. “De kennis over AI als maatschappelijk fenomeen, daar staan we met alle opleidingen wel achter. Een journalist moet begrijpen hoe AI werkt, net zoals ze moeten weten hoe de economie en de maatschappij werken”, vertelt Groenhart. “Maar hoe journalisten AI precies moeten gebruiken, daar zijn we nog niet collectief over uit.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Naast onderwijsinhoud speelt ook de toetsing een belangrijke rol. Om de nieuwe richtlijnen te waarborgen is de toetscommissie momenteel bezig om alle onderwijseenheden in kaart te brengen om te beoordelen hoe ‘AI-proof’ de bewijsstukken zijn.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Daarnaast wordt binnen het afstuderen geëxperimenteerd met aangepaste toetsvormen. Studenten studeren namelijk af met een portfolio en een assessment van twee uur, waarin ook een performance-opdracht zit. Tijdens die opdracht mogen studenten een half uur lang niet online werken. “Op deze manier krijgen we meer zicht op de kwaliteiten van de student. We weten dat studenten ChatGPT gebruiken, dus de vraag is of we dan het werk van de student of die van AI zien.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHJ,Journalistiek,Noé,AI]]></category>
            <pubDate>Thu, 12 Feb 2026 15:56:00 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/204a0909-7124-4210-bee0-9f6eb8ec9c81/500_shutterstock_2242808107.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/204a0909-7124-4210-bee0-9f6eb8ec9c81/500_shutterstock_2242808107.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/204a0909-7124-4210-bee0-9f6eb8ec9c81/shutterstock_2242808107.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[fake news]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Digitale mediatheken? Lector pleit voor heroverweging</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/digitale-mediatheken-lector-pleit-voor-heroverweging/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/digitale-mediatheken-lector-pleit-voor-heroverweging/</guid><pp:caseid>735358</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Waar Fontys al jaren inzet op het digitaliseren van de mediatheken, onderstreept de Tweede Kamer juist opnieuw het belang van de fysieke bibliotheek. Voor lector Bart Wernaart reden voor een heroverweging van de digitale invulling van mediatheken binnen Fontys, wat jaren geleden een flinke discussie opleverde.</strong></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Met een aanscherping in de Bibliotheekwet stelt de overheid 60 miljoen euro extra beschikbaar en wordt een zorgplicht ingevoerd. Daarmee worden gemeenten en ook de Caribische eilanden verplicht om te zorgen voor voldoende bibliotheken.</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;">In 2023 besloot Fontys om de mediatheken volledig digitaal te reorganiseren. “Aanvankelijk was er weerstand en onrust, maar uiteindelijk werd in 2023 de reorganisatie definitief, na akkoord van medezeggenschapsraden en vakbonden.” Dat laat woordvoerder Wim Pleunis weten.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">De woordvoerder zegt ook dat Fontys niet van koers zal veranderen na de aanscherping van de Bibliotheekwet. “De aanscherping voor de wet geldt voor de gemeenten. Voor Fontys zit hier geen reden voor heroverweging in.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Kritisch denken</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Tegelijkertijd ziet lector Moral Design Strategy Bart Wernaart juist wel duidelijke redenen om de rol van fysieke mediatheken opnieuw te bekijken. De huidige mediatheken zijn volgens Wernaart namelijk vooral ingericht op snelheid en efficiëntie, met duidelijke gevolgen voor hoe mensen lezen en leren.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">“Veel online platforms lokken uit dat je steeds kortere teksten leest en daardoor sneller afhaakt. Je wilt eigenlijk het tegenovergestelde bereiken.” Het vermogen om langere teksten te begrijpen, staat daarmee onder druk, legt hij uit: “Ik denk dat het heel belangrijk is om een vakinhoudelijke tekst tot je te kunnen nemen, daar een mening over te vormen en er kritisch op te reflecteren. Juist die kritische houding is in tijden van desinformatie en AI-gegenereerde, vaak ongecontroleerde content heel belangrijk.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:322/auto;width:322px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/38e2cf0d-15ac-4587-8980-4833cb069729/800_schermshyafbeelding2026-02-05om12.09.41.png?x=1770290610038" alt="Bart Wernaart" width="322" height="auto">Dat vraagt om focus en rust, vindt Wernaart. “Dan moet je mensen dus in staat stellen om lange stukken tekst onafgebroken te kunnen bestuderen, zonder dat je wordt afgeleid.” Iets wat volgens hem lastig is in een volledig digitale omgeving waarin leren, sociale media en entertainment vaak via hetzelfde apparaat lopen.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Maatschappelijke functie</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Zowel bibliotheken als mediatheken kunnen meer zijn dan een plek om enkel boeken op te slaan. Het zijn fysieke kennisomgevingen met een maatschappelijke functie. Wernaart noemt de LocHal en de verbinding met Mindlabs in Tilburg als voorbeeld.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">“Je bent omgeven door boeken en dat heeft een aantoonbaar inspirerend effect. Het is daar altijd druk, er worden workshops gegeven, lezingen, mensen komen voor ontmoetingen, het leeft. Het heeft een overduidelijke maatschappelijke functie én een positief effect op kennisdeling.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">De keuze voor digitale mediatheken had wat hem betreft daarom ook anders uitgedacht kunnen worden. “Bij de mediatheken die we voorheen hadden, konden we ook denken: hoe kunnen we die herontwerpen zodat ze beter bezocht worden en een spilfunctie op de campus krijgen? We willen tenslotte een ‘Sticky Campus’, maar in plaats daarvan hebben we gezegd: ‘digital first’.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Technologische ontwikkelingen</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De opkomst van AI en andere technologische ontwikkelingen maken een heroverweging volgens Wernaart nog urgenter. Waar ooit werd gedacht dat alles online kon, ziet hij nu duidelijke grenzen: “Je hebt te maken met techbedrijven die dolgraag je aandacht willen voorspellen en vangen. Tegelijkertijd wijzen veel studies erop dat leren effectiever is in een fysieke, tastbare omgeving. Bovendien kunnen fysieke kennisomgevingen ook helpen om technologie op een verantwoorde manier te gebruiken.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Daar komt bij dat de samenleving veranderd is, zegt Wernaart. “Er is een probleem met desinformatie, met onze afnemende spanningsboog en met de capaciteit om langere teksten te lezen. Vooral de reflectieve stof, denk aan moraliteit, iets in historische context kunnen plaatsen, of nadenken over samenlevingen is belangrijk om mee te geven.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Vertragen</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De lector pleit voor een hybride mediatheekstructuur, waarin inspiratie en technologie samenkomen. Digitaal op zichzelf is helemaal niet verkeerd, zegt hij, maar moet wel een keuze zijn en geen doel. "Afwisselen tussen digitaal en fysiek is essentieel, daar geloof ik heel sterk in.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Hoewel hij zelf veel digitaal werkt, ziet hij ook wat er verloren dreigt te gaan. “Het vermogen om een paar stappen terug te zetten, even diep adem te halen, je af te sluiten van de rest en na te denken over wat je net gelezen hebt, dat zijn we aan het verliezen.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Daaraan toevoegend: “Verhalen lezen en jezelf onderdompelen, gecombineerd met bijvoorbeeld AI om samen te sparren, gepersonaliseerd te leren of gepersonaliseerd je data te structureren: die combinatie lijkt me geweldig.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,mediatheek,Lectoraten,Lectoren,Noé]]></category>
            <pubDate>Thu, 05 Feb 2026 12:29:34 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/1b59bc0a-bb79-44c5-babf-437ab77736b1/500_shutterstock-674867536.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/1b59bc0a-bb79-44c5-babf-437ab77736b1/500_shutterstock-674867536.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/1b59bc0a-bb79-44c5-babf-437ab77736b1/shutterstock-674867536.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[mediatheek bibliotheek boek]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Carsten Schlipf/Shutterstock]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Crashen en weer opstaan bij Drone Challenge in Eindhoven</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/crashen-en-weer-opstaan-bij-drone-challenge-in-eindhoven/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/crashen-en-weer-opstaan-bij-drone-challenge-in-eindhoven/</guid><pp:caseid>734808</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Wie bouwt de drone die echt verschil maakt?</strong><span style="text-align:left;"> </span><strong>Die vraag hing donderdagmiddag letterlijk in de lucht tijdens de jaarlijkse Drone Challenge in Eindhoven. In het&nbsp;Avular&nbsp;gebouw op Strijp-T gingen zeven teams van studenten en cursisten de strijd met elkaar aan.</strong><span><strong>&nbsp;</strong></span><span style="text-align:left;">&nbsp;</span></p><p><span>De Drone Challenge is een gezamenlijk initiatief van&nbsp;Fontys&nbsp;en het Summa College en vormt de afsluiting van het schoolblok. Studenten kregen de opdracht om in teamverband een drone te ontwerpen, bouwen, programmeren én te testen. De resultaten werden beoordeeld op locatie bij&nbsp;Avular, een hightechbedrijf dat beschikt over een unieke indoor vliegbaan, waar de drone een route vol met hindernissen moest afleggen. &nbsp;&nbsp;</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/582cfc4f-21f6-445d-b4a7-fdf871209e90/500_danny.jpeg?x=1769760899420" alt="Danny" width="200">Vliegend systeem</strong>&nbsp;</span><br><span>Voor de deelnemers begon de uitdaging met een doos losse onderdelen en een instructieboek. “Volgens de instructies hebben we de drone in elkaar gezet”, vertelt Danny, derdejaarsstudent&nbsp;Leraar Technisch Beroepsonderwijs. “Daarna hebben we de motoren geprogrammeerd, getest en proef gevlogen."</span></p><p><span>Niet bij iedereen ging de&nbsp;challenge&nbsp;meteen goed, zo was ook het geval bij Danny. “Tijdens de eerste ronde crashten we, maar gelukkig mochten we nog een ronde vliegen als herkansing.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span>De opdracht ging verder dan enkel vliegen. Elk team moest ook een eigen toepassing bedenken en bouwen.&nbsp;Danny’s&nbsp;team koos voor een brandblusser die onder de drone werd gemonteerd. “We hebben er daadwerkelijk een brandje mee geblust”, zegt hij trots.&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/515b059c-8ba7-477a-9a9f-6d6babba278b/500_tim-tomasheeren.jpeg?x=1769760906268" alt="Tim-Tomas Heeren" width="200">Onderwijs en innovatie</strong>&nbsp;</span><br><span>Volgens docent en projectbetrokkene Tim-Tomas Heeren is dergelijke innovatie precies de bedoeling. “We hebben een nieuw curriculum ontworpen waarin innovatie centraal staat, passend bij de&nbsp;automotive&nbsp;sector.” Heeren legt uit dat er bewust is gekozen voor het bouwen van een drone: “Het was een vrij logische keuze: ze bevatten dezelfde componenten als veel moderne voertuigen zoals accu’s, elektromotoren en een centrale computer.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span>De deelnemers zijn leraren in opleiding voor het vmbo en mbo. “Het doel is dat zij niet alleen leren hoe een technisch systeem werkt, maar ook hoe ze die kennis later veilig en verantwoord kunnen overbrengen bij hun eigen leerlingen”, legt Heeren uit. “Ze doorlopen de volledige engineeringcyclus: van kennis over componenten tot programmeren, kalibreren en het testen."&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span>Samenwerking met het Summa College en het bedrijfsleven speelt daar een grote rol in. “Binnen het mbo zijn ze al langer bezig met drones, dus het Summa is daarmee een waardevolle toevoeging aan dit initiatief. Maar ook binnen het vo en vmbo zie je steeds meer die trend ontstaan. Wij dachten dat dit een mooie mogelijkheid was om&nbsp;daar op in&nbsp;te haken.” Heeren benadrukt: “Het is echt een wisselwerking tussen onderwijs en praktijk, waar het allemaal samenkomt.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/635d8b9e-4f3a-41a6-8a92-6ec28b8c1b9c/500_martijnenrolf.jpeg?x=1769760917728" alt="Martijn en Rolf" width="200">Creativiteit</strong>&nbsp;</span><br><span>Studenten Martijn en Rolf sleepten uiteindelijk de derde prijs binnen en ontvingen een bronzen beker en een cadeaubon. De eerste en tweede prijs gingen naar Summa-studenten. “Ja, dit is echt heel onverwachts. We hebben van te voren niet heel veel geoefend", aldus Martijn. De eerste ronde crashte hun drone zelfs: “De laatste ronde hebben we zonder te crashen overleefd."&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span>Martijn geeft aan het project als erg positief te hebben ervaren. “Ik vond het echt verrassend leuk om te doen. We zijn allemaal leraren in opleiding voor het vmbo of mbo en ik denk dat contact met je doelgroep daar onlosmakelijk in is.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span><strong>Afsluiting</strong>&nbsp;</span><br><span>De prijsuitreiking vormde het sluitstuk van een middag vol techniek, samenwerking en innovatie. “Dit is echt de kers op de taart”, vertelt Heeren. “Studenten hebben met zichtbaar plezier laten zien wat er mogelijk is. En uiteindelijk doen we het daarvoor: toekomstbestendig onderwijs, door en voor de volgende generatie.”&nbsp;</span><br>&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,Noé,Educatie,PRO Educatie,Onderwijs Educatie]]></category>
            <pubDate>Fri, 30 Jan 2026 09:47:45 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4509ed7d-573e-445e-a948-62be8a698878/500_prijsuitreiking.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4509ed7d-573e-445e-a948-62be8a698878/500_prijsuitreiking.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4509ed7d-573e-445e-a948-62be8a698878/prijsuitreiking.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Prijsuitreiking]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Stageplek vinden voor sommigen nu veel lastiger</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/stageplek-vinden-voor-sommigen-nu-veel-lastiger/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/stageplek-vinden-voor-sommigen-nu-veel-lastiger/</guid><pp:caseid>733708</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Het vinden van een stage wordt voor steeds meer studenten een probleem.&nbsp;Onder de Fontys studenten klinken steeds vaker dezelfde verhalen. Studenten sturen tientallen e-mails, krijgen nauwelijks reactie, of horen op het laatste moment dat een stageplek toch niet doorgaat.&nbsp;</strong></span></p><p><span>Bart, laatstejaarsstudent Fontys ICT, herkent dat beeld. Hij studeert Gamedesign, een niche binnen de ICT-sector. "Ik heb al eerder stage gelopen en dat vond ik echt moeilijk om te regelen", vertelt hij. ‘’Nu ben ik opzoek naar een afstudeerstage en loop ik tegen hetzelfde aan.’’ Om de kans op een geschikte plek te vergroten nam Bart extra tijd. "Ik heb er zelfs een half jaar voor uitgetrokken. Dan kan ik rust nemen en zeker weten dat ik iets vind dat bij me past."</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:268/auto;width:268px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/112b1d63-1ecb-4644-9291-fcb5004cc9f9/800_isa.jpeg?x=1768833516022" alt="Isa" width="268" height="auto">Verschillen tussen opleidingen</strong></span><br><span>Toch verschilt het binnen Fontys én binnen iedere opleiding in hoeverre een geschikte stageplek vinden lastig is. Zo vertelt tweedejaars pabo-student Kiki: “Bij ons wordt de stage door school geregeld. Online kun je dan je voorkeuren doorgeven wat betreft locatie, klas, et cetera, en zij regelen dan de plek.” Dat gaat niet altijd even soepel. "Ik heb een enkele keer bij studiegenoten gezien dat er dan iets fout gaat, maar over het algemeen valt dat best wel mee."&nbsp;</span></p><p><span>Ook binnen de opleiding Journalistiek ervaren studenten moeilijkheden, al verschilt dat per persoon. Isa begint volgende periode aan haar stage. "Het vinden van een plek vond ik best lastig", zegt ze. "Ik was tegelijkertijd druk bezig met school en moest me ook voorbereiden op de volgende periode. Dat combineren vond ik moeilijk. Je moet keuzes maken, en dat lukt niet altijd goed.’’</span></p><p><span>Volgens Isa speelt ook de wens voor een specifieke stage een rol. "Ik zie het bij klasgenoten bijvoorbeeld, die per se een radiostage willen. Dan moet je vaak ver reizen en zijn er minder plekken. Ik kan me voorstellen dat dat het extra lastig maakt."</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:288/auto;width:288px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1025b807-4310-4d59-96ce-e511fa22c879/800_brian.jpeg?x=1768833558737" alt="Brian" width="288" height="auto">Binnen de opleiding Sportmarketing herkent Brian het probleem vooral bij anderen. “Ik zie dat veel studenten hier tegenaan lopen, dus het is zeker een probleem. Bij mij persoonlijk viel het gelukkig mee.” Volgens de student is een actieve houding essentieel. "Ik ben begonnen met bellen, LinkedIn berichten sturen, dat soort dingen. Als je al connecties hebt, helpt dat enorm. Maar je moet er echt bovenop zitten, anders wordt het lastig."</span></p><p><span><strong>Zorgelijke ontwikkeling</strong></span><br><span>Frank Steeghs, coördinator van het stagebureau en afstudeerbegeleider bij Fontys Automotive, ziet het probleem duidelijk toenemen. "Voorheen vonden de meeste studenten wel een geschikte stageplek. Dat het nu zo moeilijk is, is wel zorgelijk.”</span></p><p><span>"Van de 90 stagiaires hebben er 35 nog geen stage bij mij aangemeld", vertelt Steeghs. Hij legt uit dat een deel van deze studenten toch door mogen naar het volgende semester: "We staan toe dat studenten die nagenoeg alle onderdelen van leerjaar 1 en 2 hebben afgerond, gecombineerd met een afgeronde minor, het semester mogen volgen. Dat doen we zodat studenten niet vastlopen."</span></p><p><span>Toch ziet Steeghs duidelijke verschillen. “Onze voorkeur blijft dat studenten een minor en een stage afronden. In semester 7 zien we een groot verschil: studenten met stage-ervaring zijn aantoonbaar volwassener in hun professionele houding en aanpak.”</span></p><p><span>De voorbeelden stapelen zich op, vertelt hij. "Een student stuurde dertig e-mails en kreeg slechts twee reacties. Een ander had alles al geregeld, maar kreeg vlak voor de start te horen dat de stage toch niet doorging."</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:526/auto;width:526px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/133d35a1-7e01-40a8-a659-c3f86a39e0af/1920_franksteeghs.jpg?x=1768833641499" alt="Frank Steeghs" width="526" height="auto">Meerdere factoren</strong></span><br><span>Volgens Steeghs zijn er verschillende oorzaken. “Sommige bedrijven hebben simpelweg niet de capaciteit om een stagiair goed te begeleiden.” Daarnaast spelen ook internationale ontwikkelingen een rol, vooral binnen de automotive sector. “Onzekerheden, zoals de aangekondigde heffingen van Trump, maken bedrijven voorzichtiger.”</span></p><p><span>Ook binnen Fontys Automotive zelf ontstaat er druk. "Studenten hebben een bepaald aantal studiepunten nodig om stage te mogen lopen. Wie die in september nog niet heeft, volgt eerst een minor en begint pas in februari. Daardoor ontstaat in die periode een grote piek van studenten die tegelijk een stage zoeken."</span></p><p><span><strong>‘Ik zag de bui al aankomen’</strong></span><br><span>Steeghs zegt dat hij studenten hier al vroeg voor heeft gewaarschuwd. “Ik zag de bui aankomen en heb studenten vanaf het begin aangespoord om op tijd te beginnen met zoeken. Daar hamer ik echt op.” Toch maakt hij onderscheid: “Studenten die simpelweg te laat beginnen, daar heb ik weinig empathie voor. Maar er zijn ook studenten die slim zijn, op tijd starten, maar introvert zijn of moeite hebben om zichzelf te verkopen. Voor hen wordt het écht lastig.”</span></p><p><span>Tot slot plaatst Steeghs een bredere kanttekening. "Ik vind het opvallend dat bedrijven in deze regio aangeven te kampen met een groot tekort aan goed technisch personeel, terwijl het in de praktijk kennelijk te veel gevraagd is om een stage of afstudeeropdracht beschikbaar te stellen. Juist hierin ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid: investeren in studenten is investeren in toekomstig personeel."</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Onderwijs Algemeen,FHJ,Pabo,lerarenopleidingen en pabo’s,FHICT,Noé]]></category>
            <pubDate>Mon, 19 Jan 2026 15:47:59 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/e3f2aa8b-806e-48e0-8b5a-a72ce3721574/500_stagiaire.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/e3f2aa8b-806e-48e0-8b5a-a72ce3721574/500_stagiaire.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/e3f2aa8b-806e-48e0-8b5a-a72ce3721574/stagiaire.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[stagiaire]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Oplossingen bedenken voor veiligheid</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontysstudenten-vinden-veiligheid-opnieuw-uit/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontysstudenten-vinden-veiligheid-opnieuw-uit/</guid><pp:caseid>733198</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Sinds september werken studenten van Fontys Trend Research & Concept Creation aan concepten rondom ‘’Wij eisen de nacht op’’. Met als overkoepelend thema veiligheid, laten de studenten zien dat je risico’s kunt beperken en bewustzijn kunt creëren.&nbsp;</strong></span></p><p>Het is niet voor het eerst dat het vorig jaar, sinds de moord op de 17-jarige Lisa uit Abcoude, erg actuele thema door Fontysstudenten wordt opgepakt bij groepsopdrachten. Vorig jaar gebeurde dat ook al bij <a href="https://bron.fontys.nl/icters-zoeken-oplossingen-voor-straatintimidatie/" target="_blank">Fontys ICT</a>. En nu dus bij de <span>opleiding die onder het instituut Fontys Marketing en Communicatie in Tilburg valt.</span></p><p><span>De concepten van de studenten werden vandaag tentoongesteld. Ieder groepje koos een eigen aanpak. Sommige richten zich op direct ingrijpen, andere op preventie en bewustwording. De verschillende invalshoeken laten zien dat thema’s als veiligheid en verantwoordelijkheid niet abstract hoeven te blijven, maar concreet gemaakt kunnen worden. Op de werkvloer, in de wijk, op het voetbalveld of in het dagelijks leven van jongeren.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:252/auto;width:252px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/beb4eb45-3429-4b42-8d1f-64e5d1f5a297/800_dawnrechts.jpg?x=1768313934612" alt="Dawn (rechts)" width="252" height="auto">Zo lag binnen het groepje van Dawn de focus op het bespreekbaar maken van grensoverschrijdend gedrag onder horecamedewerkers. ‘’Daarom ontwikkelden wij het spel ‘Grenzen aan&nbsp;tafel’, zo vertelt de student. “Het is de bedoeling dat medewerkers bewuster worden van hun grenzen. Met kaarten bestaande uit opmerkingen en foto’s schets je een situatie en leg je individueel vast hoe je die ervaart. Daarna start er een gesprek via een gespreksstarters kaartje. Denk bijvoorbeeld: 'Zou je willen dat iemand ingrijpt in deze situatie?’.”&nbsp;</span></p><p><span>Dawn benadrukt dat het een spel moet blijven: ‘’Het is een zwaar onderwerp, dat vereist dat het op een luchtige manier besproken kan worden.’’&nbsp;</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:250/auto;width:250px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/9ce11241-04cd-405a-bef4-c692a977abba/800_dylanlinks.jpg?x=1768313604288" alt="Dylan (links)" width="250" height="auto">Bewustzijn op de werkvloer</strong></span><br><span>Ook Dylan koos ervoor om zich bezig te houden met werkomgevingen. Hij legt de focus op training en gedragsverandering. ‘’Het is ontwikkeld voor mannen van 40 tot 60 jaar. Uit ons doelgroeponderzoek bleek dat veel mannen wel willen ingrijpen bij intimidatie op de werkvloer, maar dat niet durven’’, vertelt Dylan.&nbsp;</span></p><p><span>"Na een workshop krijgen ze een tool mee die moet helpen bij het ingrijpen, de zogenoemde ‘vijf-D methode’." De methode geeft verschillende opties van hoe je kunt ingrijpen: direct, distract, delegate, delay, document. “Direct is dus er bijvoorbeeld zelf iets van zeggen, en bij distract leidt je iemand af met bijvoorbeeld een vraag”, vertelt Dylan.</span></p><p><span>Met een rollenspel leren medewerkers te reageren op een situatie. Vervolgens krijgen ze toegang tot een online-leeromgeving waar ze verder kunnen oefenen met ingrijpen. “Na een jaar komt er een meetmoment waarbij je gecertificeerd kan worden, zodat mensen ook weten dat je een veilige werkvloer aan kunt bieden. We hebben contact met Feniks in Tilburg, het emancipatiecentrum. We dragen het concept aan hen over en zij zullen het daadwerkelijk gaan uitvoeren bij bedrijven.”</span></p><p><span><strong>Preventie</strong></span><br><span>Ook andere groepen richten zich meer op preventie. Zo ontwikkelde Sara (rechts op foto boven) met haar team ‘Mindshift’, een training bedoeld voor jongens van 16 tot 18 jaar binnen voetbalverenigingen.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:243/auto;width:243px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fe16b1f9-2f56-4e67-b5eb-875997e217c7/800_thyfiarechts.jpg?x=1768314325417" alt="Thyfia (rechts)" width="243" height="auto">"We merken dat veel onveiligheid voortkomt uit groepsdruk”, vertelt Sara. “Onze training laat jongeren samenwerken tijdens het voetballen, terwijl ze leren bewust te reageren op elkaars gedrag. Het doel is dat er op lange termijn een veilige clubsfeer ontstaat. We zijn bij clubs langs geweest en ze reageerden heel enthousiast. Nu werken we samen met een externe trainer. We hopen dat trainers van de clubs uiteindelijk de training zelf kunnen geven.”</span></p><p><span>Ook Thyfia richt zich op preventie, maar dan op een jongere doelgroep: meisjes van 12 tot 15 jaar op scholen. Met het ‘Met je mee-boekje’ wil ze leerlingen een overzicht geven van beschikbare hulp en hoe ze gesprekken met vrienden of familie kunnen voeren. “Het boekje bevat richtlijnen, geen regels’’, zegt Thyfia. ”Het idee is dat in de toekomst iedereen die boekje in de kluisjes heeft liggen."</span></p><p><span><strong>Veilig thuis door technologie</strong></span><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/01b1c810-7464-4f6c-945e-ed38640a1651/500_javier.jpg?x=1768314274296" alt="Javier" width="200"><span>Het contrast tussen directe interventie en preventie is ook zichtbaar in andere concepten. Javier ontwikkelde een systeem dat vrouwen en kwetsbare groepen helpt om veilig thuis te komen. “Via een app en fysieke lichtsignalen zie je welke routes veilig, voorzichtig of gevaarlijk zijn”, legt Javier uit. “Je kunt ook incidenten rapporteren en een partner vinden om samen te lopen. Zo bouwen we een community die veiligheid bevordert.”</span></p><p><span>Het gaat niet alleen om preventie, maar ook om empowerment. Javier: “Mensen krijgen tools in handen om risico’s te herkennen en te vermijden.” Voor nu is het systeem alleen ingericht voor Tilburg. “We willen echt kijken hoe we dit in Nederland kunnen implementeren.&nbsp;Eerder voerden we al gesprekken met experts, de NS en de overheid. Daar hebben we er nog meer van gepland staand. Op die manier hopen we te kunnen opschalen.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Noé,Student,FMC,Tilburg]]></category>
            <pubDate>Tue, 13 Jan 2026 15:26:56 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/3d4a92eb-7aa4-4d25-a1e4-fbec9db7cfe3/500_sararechts.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/3d4a92eb-7aa4-4d25-a1e4-fbec9db7cfe3/500_sararechts.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/3d4a92eb-7aa4-4d25-a1e4-fbec9db7cfe3/sararechts.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Sara (rechts)]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Online lessen als noodgreep: &#039;Voelde als coronatijd&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/online-lessen-als-noodgreep-voelde-als-coronatijd/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/online-lessen-als-noodgreep-voelde-als-coronatijd/</guid><pp:caseid>733084</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Vanwege allerlei vertraagde treinen, gladheid en deels gesloten campussen door het winterse weer werd het onderwijs op Fontys vorige week grotendeels online aangeboden. Hoe hebben studenten die digitale lesweek ervaren? “Verschrikkelijk”, zegt er één.</strong></p><p><span>De digitale schoolweek laat zien dat online onderwijs voor veel studenten functioneel is als noodoplossing, maar zelden als volwaardig alternatief wordt gezien. Fysiek onderwijs blijft voor de meeste studenten de norm en de voorkeur, zo blijkt uit een rondvraag.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Laat bericht</strong></span><br>Neem <span>Communicatie-student Nisa, die uitgesproken negatief is over de online lessen die ze (niet) heeft gevolgd: ‘’Ik heb één online les gevolgd en dat vond ik verschrikkelijk. Dat heb ik ook tegen mijn docent gezegd, ik vond het echt niet fijn. Ik ben daarna ook niet meer naar de andere lessen gegaan.’’&nbsp;</span></p><p><span>Ze woont in Eindhoven en had makkelijk naar school kunnen komen, maar omdat alles online werd aangeboden, bleef ze thuis. ‘’Ik denk niet dat er echt andere alternatieven zijn dan online. Misschien iets eerder laten weten dat we online les krijgen, want dat kregen we nu pas een uur voordat de les begon te horen.’’</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:296/auto;width:296px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_campusstappegoormetsneeuw5.jpg?x=1768229844342" alt="" width="296" height="auto">Ook Sara, student Social Work, haakte vrijwel direct af. ‘’Om eerlijk te zijn, nee. De lessen heb ik niet gevolgd. Het deed me heel erg aan de coronatijd denken.’’ Ze vertelt dat ook bij haar pas op de dag zelf duidelijk werd dat er online lessen gegeven zouden worden.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Liever fysiek</strong></span><br><span>Student Commerciële Economie Eva kijkt iets milder terug op de digitale week. ‘’Ik heb online lessen gevolgd en daar ook echt wat aan gehad. We moesten in groepjes samenwerken en dat ging goed via Microsoft Teams.’’ Toch ligt haar voorkeur bij fysiek onderwijs. ‘’Over het algemeen ben ik liever op school, maar voor een weekje vond ik het eigenlijk best lekker.’’</span></p><p><span>Verder vertelt ook Dean, student Advertising, liever fysiek les te krijgen. ‘’Ik had goed naar school kunnen gaan, ik woon op twee minuten afstand van de campus, maar klasgenoten komen van ver. Het is makkelijker om fysiek samen te brainstormen, dan haak je sneller op elkaar in.’’</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Openbaar vervoer&nbsp;</strong></span><br><span>Voor veel studenten die verder weg wonen, lag de situatie toch anders. Veel konden niet fysiek naar school komen wegens hindernissen binnen het openbaar vervoer. Zo vertelt Jesper, student Advertising, afhankelijk te zijn van bussen. ‘’Ik kon niet naar school komen, want de bussen reden niet.'' Toch is hij redelijk positief over de online lessen: ''Het is beter dan geen lessen, het is de beste optie die er is.’’&nbsp;</span></p><p><span>Seranne studeert Vastgoedkunde en vertelt de keuze van Fontys te begrijpen. ''Mijn treinen reden niet, dus de keuze snap ik wel. De eerste twee uurtjes online gingen wel, maar daarna was bij mij de concentratie gewoon weg.'' Afgelopen week had ze projecten lopen waarbij ze direct contact met klasgenoten miste. En ook zij zegt: ''Het voelde alsof ik weer terug was in de coronatijd.''</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Campus,Eindhoven,Tilburg,Limburg,Student,Noé]]></category>
            <pubDate>Mon, 12 Jan 2026 15:57:56 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_campusstappegoormetsneeuw2.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_campusstappegoormetsneeuw2.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/campusstappegoormetsneeuw2.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Besneeuwde en stille campus Stappegoor in Tilburg.]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Opleidingen werken samen aan preventie stemproblemen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/opleidingen-werken-samen-aan-preventie-stemproblemen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/opleidingen-werken-samen-aan-preventie-stemproblemen/</guid><pp:caseid>731530</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="padding:0cm;"><strong>Oefening baart kunst. Dat alom bekende gezegde werd in de praktijk toegepast bij studenten van de opleidingen Logopedie en Pabo. Terwijl de ene groep zijn kennis in de praktijk bracht, leerde de ander ervan.</strong></span></p><p><span style="padding:0cm;">Het gebeurde in een klaslokaal op de Fontys-locatie in Eindhoven, waar Pabostudenten tijdens een zogenoemde screening een tekst hardop voor moesten lezen en verschillende stemopdrachten uitvoerden. Studenten van de opleiding Logopedie observeerden hen daarbij op hun houding en uitspraak.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/490f0855-a08f-427f-9416-2c581bfa1526/500_evie.png?x=1765813066515" alt="Evie" width="200">“We letten tijdens zo’n screening bijvoorbeeld op houding, spierspanning van de lippen en uitspraak”, vertelt eerstejaars Logopediestudent Evie. “Verder worden de stemwaarden met een hulpprogramma geanalyseerd en moeten de studenten zelf reflecteren middels een zelfbeoordeling."</span></p><p><span style="padding:0cm;"><strong>Preventief en praktijkgericht</strong></span><br><span>Het doel van de screening is om vroegtijdig mogelijke stemproblemen te signaleren, zoals dysfonie. “Veel mensen gaan pas naar een logopedist als ze al klachten hebben”, vervolgt Evie. “Met zo’n screening kun je vooraf bewust worden van je stemgebruik en eventuele maatregelen treffen.”</span></p><p><span>Het is de eerste keer dat Evie een screening alleen uitvoert, legt ze uit: “Ik was best wel nerveus van tevoren. We hebben hier vorige week les over gekregen en moeten het meteen in de praktijk brengen. Dan merk je wel waar je nog aan moet werken, je leert er echt van.”</span></p><p><span>De samenwerking laat zien hoe deze aanpak niet alleen leerzaam is, maar ook bijdraagt aan voorbereidingen op het toekomstige beroep van de studenten. "Ik vind zo’n samenwerking heel erg fijn en zou meer van dit soort initiatieven willen zien. Hoe eerder je er in de praktijk mee aan de slag kunt gaan, hoe beter”, vertelt Evie.&nbsp;</span></p><p><span>Dat de screening waardevol was, bevestigt ook Pabostudent Jasper. “Veel docenten hebben last van bijvoorbeeld stemverlies, dus zo’n screening is natuurlijk heel erg fijn. Ik ga er zeker wat aan hebben.”</span></p><p><span>Vanuit zijn werkervaring in de sales herkent hij het belang van stemgebruik: “Door mijn werk heb ik daar al vaker bij stilgestaan en training in gehad.” De student benadrukt: “Je verhaal komt niet over als je intonatie en houding verkeerd zijn, dat geldt ook voor docenten.”</span></p><p><span style="padding:0cm;"><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/2b071098-872b-4d0f-89a9-1f00a52a46a2/500_priscillabevers.png?x=1765813074684" alt="Priscilla Bevers" width="200">Toekomst</strong></span><br><span>Ook docent Logopedie Priscilla Bevers is enthousiast over de samenwerking: “Een tijd terug was de screening een standaard onderdeel in ons curriculum, maar helaas is dat door omstandigheden verwaterd.”</span></p><p><span>Ze legt uit dat ze samen met de teammanager van de pabo het onderdeel opnieuw heeft geïntroduceerd en dat het wat haar betreft weer een standaard onderdeel van het curriculum wordt: “Vanuit de pabodocenten horen we terug dat ze veel waarde hechten aan het stemgebruik van hun studenten. Zeker wanneer studenten stage lopen en erachter komen dat het meer kost voor hun stem dan ze gedacht hadden.”</span></p><p><span>Naast dit initiatief worden er op de opleiding Logopedie ook andere praktijkgerichte opdrachten gedaan. Zo vertelt Bevers dat studenten een eigen praktijk draaien die gerund wordt door eerste- en tweedejaars studenten, begeleid door docenten.” Het is vrijblijvend voor zowel studenten als docenten. Als een pabo-student straks toch iets wil doen aan zijn of haar stemgebruik, dan kan diegene zich gratis aanmelden voor het spreekuur van onze praktijk.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Noé,Student,FHMG,Pabo,lerarenopleiding en pabo&#039;s]]></category>
            <pubDate>Mon, 15 Dec 2025 16:36:01 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_klaslokaal.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_klaslokaal.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/klaslokaal.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Klaslokaal]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>De Pont maakt kunst gratis voor jongeren</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/de-pont-maakt-kunst-gratis-voor-jongeren/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/de-pont-maakt-kunst-gratis-voor-jongeren/</guid><pp:caseid>731234</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Studenten kunnen binnenkort gratis naar De Pont in Tilburg. Het museum geeft vanaf het nieuwe jaar gratis toegang aan bezoekers tot en met 26 jaar. Het doel: het toegankelijker maken van hedendaagse kunst. Bij Fontys reageren ze daar enthousiast op.</strong></p><p>Met het wagenwijd openzetten van de deuren hoopt De Pont een nieuwe generatie kunstliefhebbers te inspireren. Want, zegt directeur <span>Martijn van Nieuwenhuyzen,</span> e<span>rvaringen met kunst zijn belangrijk voor de mentale en cognitieve ontwikkeling van jongeren. Bovendien stimuleert kunst creativiteit en kritisch denken doordat jongeren leren verbeelden en betekenis geven, zo klinkt het.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/67a2774f-dbfa-4ca3-bd3a-f9e73bac5178/500_schermshyafbeelding2025-12-11om15.06.11.png?x=1765462614718" alt="Maria Spil" width="200">Fontysdocent Maria Spil kan niet anders dan dat beamen. Zij staat volledig achter het besluit en verwacht dat deze ontwikkeling jongeren meer naar musea zal trekken. “</span><span style="margin-bottom:0pt;margin-top:0pt;">Ik denk dat het heel verheffend kan werken, je krijgt een ander gezichtspunt”, zegt ze. Daaraan toevoegend dat de werken die in De Pont hangen, als inspiratiebron kunnen dienen. </span><span>“Soms hoef je maar één mooi ding te zien dat je inspireert, en dat ene ding kan je hele dag goed maken.”</span></p><p><span>“Ik denk dat het heel belangrijk is dat je studenten en jonge mensen stimuleert om naar een museum te gaan, daar ben ik heel idealistisch in”, vervolgt ze. “Voorheen namen we eerstejaarsstudenten altijd mee naar De Pont. Daar kregen ze een rondleiding en na afloop kregen ze een sticker op hun studentenpas waarmee ze de rest van het jaar gratis naar binnen mochten. Veel van die studenten gingen een uurtje naar De Pont als ze even niks te doen hadden. Ook voor internationale studenten is het heel mooi. Die hebben hier niet altijd familie wonen of meteen binding met studenten.”</span></p><p><strong>Voorbeeld</strong><br><span>Het gratis toegankelijk maken van De Pont voor jongeren is een fantastisch initiatief, zegt ook FAA-directeur Rene Bosma. Hij hoopt dat andere musea dit voorbeeld zullen volgen. “Hiermee leg je de basis voor een nieuwe generatie kunstliefhebbers en bouw je op lange termijn een sterke band met je publiek. Studenten zullen hier zeker gebruik van maken, en voor het onderwijs biedt dit een prachtige kans om de leeromgeving op een laagdrempelige manier te verrijken."</span></p><p><span>Falk Hübner, lector bij het lectoraat </span><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:start;">Artistic Connective Practices, noemt de ontwikkeling van De Pont niet alleen ‘uitstekend’ maar ook ‘noodzakelijk'. Want j</span><span>uist in tijden waar de kunsten en collectieve verbeelding meer onder druk komen te staan, is het volgens hem belangrijk dat zo veel mogelijk jonge mensen, en kunststudenten zeker, zo makkelijk mogelijke toegang tot artistiek werk en artistieke ervaringen op hoog niveau krijgen. “Ik zou het zeker toejuichen als musea dit meer zouden doen, het liefst ook andere kunst- en culturele instellingen zoals theaters of schouwburgen. Ik hoop zeer dat studenten uit de diverse disciplines hier veel gebruik van gaan maken!”</span></p><p><strong>Goed begin</strong><br>De nieuwe ontwikkeling houdt in dat jongeren tot 26 jaar vanaf 2 januari op elk geopend moment binnen mogen lopen bij het museum. Iets wat de 20-jarige Jonathan, student Jazz Compositie, van plan is te doen. “Ik zou hier zelf zeker gebruik van maken. Jongeren betrekken bij kunst is moeilijk, maar dit is een goed begin.”</p><p>Ook de 21-jarige Immer, die klassieke gitaar studeert bij Fontys Academy of the Arts (FAA), vindt het een mooi initiatief en gaat na 2 januari absoluut een bezoekje brengen. “We zijn en blijven Nederlanders, dus alles wat gratis is, pakken we met beide handen aan”, grapt hij.</p><p><span>Toch is Immer een groter liefhebber van muziek dan van kunst. Net als Lucie (20), die om die reden liever zou zien dat ook theaters de toegang gratis maken. Zij gaat als dansstudent immers vaker naar muziekvoorstellingen dan naar musea. “Daarom denk ik eerlijk gezegd niet dat ik gebruik zal maken van de gratis toegang. En ik vraag me ook af of dit gaat werken om jongeren te trekken. Misschien moet het iets duidelijker worden wat er dan precies zo aantrekkelijk is aan het museum?”</span></p><h5><i><span>Het gratis bezoek is voor iedereen tot en met 26 jaar beschikbaar. Je hoeft niet in Tilburg te wonen of studeren om er gebruik van te kunnen maken. Bezoekers ouder dan 26 jaar betalen de reguliere entreeprijs, maar kunnen wel op elke donderdagavond tussen 17.00 en 20.00 uur gratis naar binnen.</span></i></h5>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Tilburg,FHK,Student,Noé,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 11 Dec 2025 15:46:07 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/701b6589-f765-43f5-8d72-b4a965078d4b/500_shutterstock_637398634.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/701b6589-f765-43f5-8d72-b4a965078d4b/500_shutterstock_637398634.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/701b6589-f765-43f5-8d72-b4a965078d4b/shutterstock_637398634.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[De Pont Museum in Tilburg]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Studenten worstelen met studievertraging: &#039;Uitstelgedrag&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/studenten-worstelen-met-studievertraging-uitstelgedrag/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/studenten-worstelen-met-studievertraging-uitstelgedrag/</guid><pp:caseid>731172</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span style="text-align:start;">Loop jij ook vast in je studie? Via </span><a href="https://www.fontys.nl/Fontys-Helpt/Contact.htm" target="_blank"><span style="text-align:start;">Fontys Helpt</span></a><span style="text-align:start;"> kun je terecht voor het maken van een afspraak bij een studentendecaan, praktische informatie en ondersteuning.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Studievertraging, 37 procent van de hbo- en wo-studenten heeft er volgens onderzoek mee te maken. De oorzaak? Psychische klachten spelen mee, maar binnen Fontys ook het indelen van je tijd, zo blijkt uit een rondvraag onder studenten.</strong></span></p><p style="text-align:start;">Dat een kleine veertig procent van de hbo- en wo-studenten te maken heeft met studievertraging, is gebleken uit onderzoek dat is uitgevoerd door het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO). En onder die kleine veertig procent valt ook Jochem, student Finance Taks and Advice.”Ik moet bijna een jaar overdoen. In ieder geval de vakken die ik niet heb gehaald”, zegt hij. ''Het was voor mij simpelweg heel erg wennen in het eerste jaar. Ik was de middelbare school nog gewend en daar had ik moeite mee.''</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/12efdd06-5a64-48f4-bf86-6afd4a27352b/500_jochem.png?x=1765443051021" alt="Jochem" width="200">Uit het onderzoek is gebleken dat vooral psychische klachten zoals stress en depressie een belangrijke rol spelen in het oplopen van studievertraging. Daarnaast worden ook oorzaken als het hebben van een bijbaan of een gebrek aan motivatie genoemd. Maar daar is bij Jochem allemaal geen sprake van. Hij had vooral moeite met tijdmanagement. “Stress was niet de belangrijkste oorzaak, maar als je niet goed bent in tijdmanagement, dan komt daar uiteindelijk wel stress bij kijken.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Uitstelgedrag&nbsp;</strong><br>Dat het verdelen van je tijd belangrijk is tijdens je studie benadrukt ook pabo-student Daan. “Ik denk dat een duidelijke planning belangrijk is om studievertraging te voorkomen. Ik zie bij studiegenoten dat ze daar nog weleens moeite mee hebben”, aldus Daan. Zelf heeft hij nog geen vertraging opgelopen. ‘’Nee, gelukkig heb ik daar nog niet te maken mee gehad, tot op heden gaat het goed.’’</p><p style="text-align:start;">Voor een studiegenoot van Daan geldt hetzelfde. “Nee, daar heb ik geen last van, vrienden van me wel.” En ook hij ziet daar het stukje tijdmanagement in terug: “Tja, uitstelgedrag. Ze wachten tot het laatste moment met studeren en vullen de rest op met leuke dingen. Zelf heb ik daar ook een handje van, ik snap het. Maar in je voordeel werkt het niet.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Drukke planning&nbsp;</strong><br>Fontys Studentenvoorzieningen ziet ook dat studenten kampen met achterstanden en benadrukt hoe belangrijk het indelen van je tijd is. ‘’De studenten die bij ons komen, vragen we meestal naar de indeling van hun dagen. Vaak zien we dat ze heel veel gepland hebben en anticiperen op verandering in de planning is heel moeilijk.’’ Dat vertelt Lies Leijs, studentendecaan binnen Fontys.</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/17e49859-58a8-4c38-9cbb-a58fe44a3ae9/500_liesleijspasfoto.jpg?x=1765443057290" alt="Lies Leijs" width="200">Ze vertelt over mogelijke oorzaken bij studenten die te maken hebben met een studieachterstand. ‘’Vaak zien we dat een achterstand gepaard gaat met een combinatie van bepaalde factoren, zoals dyslexie, tijdmanagement en financiële problemen, maar ook als een student mantelzorger is of een chronische ziekte heeft.’’ Over de financiële problemen zegt ze: "Studenten ervaren heel veel schaamte bij geldzorgen. We zien dat studenten dan vaak meer uren gaan werken en minder tijd in school investeren.’’</p><p style="text-align:start;"><strong>Doorverwijzing</strong><br>De actuele cijfers over het aantal studenten met een studieachterstand, heeft Leijs op dit moment niet. Ze onderstreept het belang van studentendecanen, die er voor studenten zijn die studeren met omstandigheden die belemmerend kunnen werken of zelfs al vertraging hebben veroorzaakt.&nbsp;</p><p><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">"Het gebeurt nog onvoldoende dat studenten naar een studentendecaan stappen of worden doorverwezen&nbsp;door het instituut naar de studentendecaan,&nbsp;en dat is doodzonde voor zowel de student als de studie. Hoe eerder er contact wordt opgenomen met een studentendecaan des te eerder wordt de student geholpen, ook in relatie tot mogelijke geldzorgen door de studievertraging.”&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Studentenwelzijn,Studentwelzijn,Noé]]></category>
            <pubDate>Thu, 11 Dec 2025 10:08:46 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/50d4155f-e603-4aaa-975b-e35a2ea044b8/500_shutterstock_2303085873.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/50d4155f-e603-4aaa-975b-e35a2ea044b8/500_shutterstock_2303085873.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/50d4155f-e603-4aaa-975b-e35a2ea044b8/shutterstock_2303085873.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[student stress studeren]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Bruggenbouwer Estella Stok pleit voor verbinding</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bruggenbouwer-estella-stok-pleit-voor-verbinding/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bruggenbouwer-estella-stok-pleit-voor-verbinding/</guid><pp:caseid>730938</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i><strong>Docent van het Jaar-verkiezing</strong></i><br><i>Er zijn dit jaar vijf docenten genomineerd voor deze prestigieuze titel. Gedurende drie weken publiceert Bron over elke kanshebber een verhaal. Op maandag 5 januari wordt tijdens de Nieuwjaarsontmoeting op campus Rachelsmolen de winnaar bekendgemaakt. Hij of zij ontvangt uit handen van het bestuur een cheque van 5.000 euro ten behoeve van innovatie in het onderwijs. Als hij of zij dat wil, wordt de winnaar ook afgevaardigd naar de landelijke verkiezing Docent van het Jaar.</i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Een verleden in het bedrijfsleven, drang naar verbinding, betrokkenheid: het maakt Estella Stok tot een echte aanpakker. En nu ook tot genomineerde voor de titel Docent van het Jaar.</strong><span><strong> "</strong></span><strong>I</strong><span><strong>k kreeg dat mailtje en dacht:&nbsp;</strong></span><i><span><strong>‘Wat staat daar??", </strong></span></i><span><strong>aldus d</strong></span><strong>e d</strong><span><strong>ocent Industrial Design Engineering in Venlo.</strong></span></p><p><span><strong>Je bent genomineerd voor docent van het jaar, wat was je reactie?</strong></span><br><span>‘’Ik was echt super verrast en vereerd. Ik zag het niet aankomen.</span><i><span>&nbsp;</span></i><span>Inmiddels weet ik van twee mensen dat ze me genomineerd hebben. Dat is een collega van me, waar ik de Engelstalige opleiding mee heb opgezet. Daarnaast ook een van mijn studenten die ook een oproep heeft geplaatst: ‘Stem op Stel’. Ik ben echt supertrots.’’</span></p><p><span><strong>En waarom denk je dat je genomineerd bent?</strong></span><br><span>‘’Ik ben een echte bruggenbouwer. Ik kom uit het bedrijfsleven en vind netwerken heel erg belangrijk. Ik zoek graag verbinding met andere opleidingen, met bedrijven, maar ook met de gemeente Venlo bijvoorbeeld. Soms denk ik: we willen iets met dat bedrijf, een samenwerking bijvoorbeeld. En dan zoek ik gewoon naar een ingang of contact, linksom of rechtsom probeer ik dan binnen te komen. Dit probeer ik ook te regelen bij verschillende evenementen zoals de deelname aan de Dutch Design Week, Glow of de Summer School India.’’</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/701174f0-2c66-452a-b7ce-d458f51348c9/500_estellastok.jpg?x=1765287464581" alt="Estella Stok" width="200">Waar ben je binnen je werk het meest trots op?</strong></span><br><span><strong>‘’</strong>Ik denk over het algemeen toch wel op de opzet van de Engelstalige opleiding, en dat doe ik samen met collega’s én de studenten. We hebben een andere onderwijsmethode ingesteld in plaats van de opleiding simpelweg te vertalen vanuit het Nederlands. Wat we nu hebben neergezet, daar ben ik echt trots op. We zien en horen terug van de studenten dat ze zich vrij voelen, tevreden zijn en meer keuzes hebben.’’</span></p><p><span><strong>Zijn er bepaalde dingen in je werk als docent die je energie geven?</strong></span><br><span>‘’Zeker, van de studenten krijg ik echt energie. Ik ben heel erg betrokken, mijn bureau staat ook tussen de studenten in, de drempel is laag. Ze benaderen me heel snel. Als ik een gesprek met een student heb die ergens moeite mee heeft en vervolgens zie dat het balletje toch gaat rollen, vind ik erg mooi.’’</span></p><p><span>‘’Verder doet het me ook goed om die bedrijven binnen te halen. Denk dan bijvoorbeeld aan een samenwerking met Philips, die uiteindelijk laaiend enthousiast waren over het eindresultaat. Ik zou studenten dan ook graag willen meegeven: ‘Zoek datgene wat je energie geeft’. Dat zorgt ervoor dat er dingen veranderen, voor jezelf en voor anderen.’’</span></p><p><span><strong>Hoe graag zou je willen winnen?</strong></span><br><span>‘’De nominatie is voor mij al een hoofdprijs en dat zullen de andere genomineerden wel hetzelfde voelen. Toch zou ik stiekem wel willen winnen. Ik ben trots op wat we hier doen en ik zou dat graag zichtbaarder maken. We zitten hier achter in Venlo een beetje weggestopt. Dat terwijl we zoveel mooie dingen doen, dat is zonde. Ik kan wel tien dingen verzinnen waar het geld naartoe zou kunnen gaan, ik zou onze studenten bijvoorbeeld graag meenemen op een uitje. Geld is namelijk wel een dingetje hier. Maar wat betreft onderwijsinnovatie lijkt me een soort hybride omgeving opzetten, waar studenten naartoe kunnen als ze het even niet weten, heel erg zinvol. Het lijkt me een mooie kans om als docent en student in samen te werken.’’&nbsp;</span></p><p><span><strong>Is er iets dat je aan docenten zou willen meegeven?</strong></span><br><span>‘’Iedere docent probeert betrokken te zijn bij studenten. Maar ik heb het idee dat in deze tijd, waarin we flexplekken hebben en docenten na hun sessie meteen naar huis gaan, de afstand juist groter wordt. In deze rumoerige tijden zou je voor verbinding moeten kiezen. Zorg dat je de afstand tussen jou en je studenten verkleint. Fontys heeft zoveel expertise in huis en ik zie dat dat nog niet optimaal wordt gebruikt. Dat komt omdat we elkaar nog niet goed genoeg kennen of voldoende weten van elkaar.’’&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Noé,Limburg,FHENG]]></category>
            <pubDate>Tue, 09 Dec 2025 14:39:53 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/6b8e6902-9cb4-4233-a319-3c2b09b04b4e/500_estellastokfeat.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/6b8e6902-9cb4-4233-a319-3c2b09b04b4e/500_estellastokfeat.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/6b8e6902-9cb4-4233-a319-3c2b09b04b4e/estellastokfeat.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Estella Stok feat]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Geldzorgen levend thema onder studenten</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/geldzorgen-levend-thema-onder-studenten/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/geldzorgen-levend-thema-onder-studenten/</guid><pp:caseid>730532</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i>Ook geldzorgen? Bij Fontys Helpt vind je tips en ondersteuning als je financiële zorgen hebt tijdens je studie. Ontdek welke regelingen en mogelijkheden er voor jou zijn op deze<span>&nbsp;</span></i><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.fontys.nl%2FFontys-Helpt%2FStudentenbegeleiding%2FPersoonlijke-omstandigheden%2FFinanciele-zorgen.htm&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Caab3871c664849b0f56608de3382362a%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639004831499286984%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=3vg6qlnFsF97WdfHg7Lvia7W8RrA%2FOs24xJDJUXRmqk%3D&reserved=0" target="_blank"><i><u>website</u></i></a><i>.</i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Studeren, op kamers gaan, het studentenleven. Het kost allemaal geld, voor de een net wat meer dan de ander. Onderzoek toont aan dat het merendeel van jongeren geldzorgen ervaart. Hoe vinden Fontysstudenten zich hierin?</strong></p><p>Het onderzoek is uitgevoerd door State of Youth NL en is een initiatief van kinderrechtenorganisatie KidsRight. Uit de resultaten blijkt dat 80 procent van de jongeren tussen de 12 en 29 jaar stress heeft vanwege geldproblemen. Een groot deel (64 procent) kan niet altijd rondkomen en 14 procent houdt aan het einde van de maand geen geld over.</p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/110dfb17-0159-49a0-b315-8d5d2949bb5f/500_floris.jpg?x=1764857020094" alt="Floris" width="200">Floris, student Journalistiek, kan zich vinden in die cijfers. ‘’Ik denk dat er per maand zeker 1.500 euro uit vliegt", zegt hij. ‘’Het verschilt echt per maand wat ik verdien. Op dit moment ben ik bezig met mijn stageperiode en een vergoeding krijg ik niet. Dus komt er automatisch minder binnen."&nbsp;</span></p><p><span>Hij vertelt regelmatig last te hebben van geldzorgen. ‘’Ik woon in Rotterdam, de huur en boodschappen blijven natuurlijk net zo duur.’’ In de weekenden werkt hij volle dagen als barman. ‘’Tijdens de eerste twee jaar van mijn studie leende ik nog bij DUO, maar dat bedrag zag ik steeds verder stijgen. Uiteindelijk heb ik dat stopgezet, dan maar meer werken.’’&nbsp;</span><br><br><span>Ook Tom laat weten last te hebben (gehad) van geldproblemen. Zo vertelt de student Finance and Control: ‘’Tegenwoordig valt het gelukkig mee, maar ik heb er zeker last van gehad. Ik hield nauwelijks geld over, laat staan om te sparen.’’&nbsp;</span></p><p><span>Hij zegt nu prima rond te komen. ‘’Destijds woonde ik op kamers en was daar iedere maand 450 euro aan kwijt, daar komt dan nog eten, drinken en sporten bij.’’ Hij is werkzaam als vakkenvuller en verdient achttien euro per uur. ‘’Ja, hier maak ik genoeg uren om mijn zaken van te betalen. Daarnaast ontvang ik studiefinanciering. Op dit moment gaat het goed.’’</span><br><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/3ce33534-0c4a-43eb-90e2-bbdad8848a5b/500_daan.jpg?x=1764857035131" alt="Daan" width="200"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Niet iedereen</strong></span><br><span>Ondanks het feit dat geld een punt is waar Fontysstudenten zich zorgen om maken, geeft niet iedere bevraagde student aan dat ze te maken hebben met geldzorgen. Zo vertelt Daan, student Vastgoedkunde: ‘’Ik heb eigenlijk nog nooit echt last gehad van geldzorgen. Ik heb een bijbaan die ik leuk vind en verder doet studiefinanciering ook veel.’’&nbsp;</span></p><p><span>Hij is werkzaam in een restaurant, waar hij rond de zeventien euro per uur verdient. ‘’Naast mijn studie werk ik daar nog tussen de twintig en dertig uur per week.’’ Over zijn studiegenoten vertelt Daan het volgende: ‘’Ik heb het idee dat het bij hen ook wel meevalt. Ik merk er niet zoveel van, we praten er in ieder geval niet over. Ik denk niet dat zij geldzorgen hebben.’’</span><br><br><span>Dat wordt bevestigd door studiegenoot Fabienne: ‘’Mijn ouders betalen mijn studie en ik werk drie dagen in de week bij Picnic. Dus nee, ik heb er geen last van.’’ Tot slot vertelt Vastgoedkunde-student Bloem de maand goed door te komen. ‘’Ik woon gewoon thuis, ik heb niet echt vaste lasten. Daarnaast ben ik werkzaam in de horeca en leen ik niets bij DUO. Gelukkig hoef ik me er geen zorgen over te maken.’’</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Noé]]></category>
            <pubDate>Thu, 04 Dec 2025 15:08:54 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0a6abb7d-2440-4c72-9aed-4ef1903b945c/500_bezorgdduurwanhopig.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0a6abb7d-2440-4c72-9aed-4ef1903b945c/500_bezorgdduurwanhopig.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0a6abb7d-2440-4c72-9aed-4ef1903b945c/bezorgdduurwanhopig.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[bezorgd duur wanhopig geld]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Online oplichting onder studenten: &#039;Mijn geld verspild&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/online-oplichting-onder-studenten-mijn-geld-verspild/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/online-oplichting-onder-studenten-mijn-geld-verspild/</guid><pp:caseid>730223</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Jongeren onder de 34 worden online vaker misleid of opgelicht. Dat blijkt uit een onderzoek uitgevoerd door het ministerie van Justitie en Veiligheid. Binnen Fontysstudenten speelt het thema ook.&nbsp;</strong></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Het onderzoek toont aan dat Nederlanders de meeste moeite hebben met het herkennen van neppe webshops en AI-beelden. Dat merkt ook Famke, student bij de lerarenopleiding Biologie. ‘’Ik heb er persoonlijk nog geen last van gehad, maar vrienden van me wel. Dat ging over een paar sneakers die normaal voor 400 euro te koop staan en nu voor 50 euro werden aangeboden. Snel geld verdienen, dachten ze.’’&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Ze onderstreept het belang om online voorzichtig te zijn: ‘’Open nooit zomaar een link van mensen die je niet kent en kijk altijd naar het e-mailadres, vaak kun je daaraan zien of iets klopt of niet.’’&nbsp;</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Een andere student vertelt zelf een keer te zijn opgelicht. ‘’Ik heb ooit een Dyson-achtige föhnborstel besteld en deze is helaas nooit binnengekomen. Kijk daarom altijd op de site naar de reacties van andere mensen en of de prijs realistisch is voor wat je koopt.’’</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Niet alleen studenten</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Weer een andere student maakte online oplichting mee bij haar ouders. Die wilden iets kopen via Marktplaats, waarna er ter verificatie een Tikkie van 1 eurocent werd gestuurd. "Die betaalden ze en vanaf dat moment is er een paar keer een bedrag van de rekening afgeschreven.’’ Ze vertelt dat haar moeder nu gebruikmaakt van Trustpilot om nep-sites te herkennen. ‘’Technologie is zo ver ontwikkeld dat ze je zomaar te pakken kunnen krijgen, het is moeilijk om te herkennen.’’&nbsp;</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>AI-beelden</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Famke ziet ook dat technologie zich in een rap tempo ontwikkelt. “Ik heb steeds vaker dat ik een filmpje eerst geloof, en dat ik achteraf zie dat er tekenen van AI zijn”, zegt ze. "Ik kijk online filmpjes tegenwoordig altijd twee keer.’’ Toch ziet ze de voordelen in het gebruik van AI. ‘’Ik denk dat AI heel handig kan zijn voor de ontwikkeling, mits het goed wordt gebruikt. Helaas wordt het steeds vaker voor bijvoorbeeld die nepbeelden ingezet.’’</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Student Loes vertelt daarentegen AI-beelden over het algemeen wél te herkennen. ‘’Ik zie eigenlijk best wel snel als iets door AI gemaakt is, maar daar moet ik eerlijk bij zeggen dat ik wel vaker kijk tussen de reacties van een bericht om te bevestigen of iets wel of niet AI is.’’ Ze deelt haar zorgen rondom de komst van de nepbeelden: ‘’Ik vind het wel een akelige ontwikkeling, het wordt steeds realistischer. Eerst gingen er beelden rond waar je het heel duidelijk aan kon zien. Nu moet je echt nadenken van: is dit echt of nep?’’</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Toch vindt de student aan Fontys Trend Research & Concept Creation in Lifetsyle het niet schokkend dat jongeren sneller vatbaar zijn voor online oplichting of misleiding. ‘’Het is heel logisch dat we er sneller intrappen. We consumeren online heel erg snel, dus zijn we automatisch minder alert.’’ Ze waarschuwt: ‘’Je moet nooit zomaar geloven wat je online tegenkomt, dubbelchecken is ontzettend belangrijk.’’</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Noé]]></category>
            <pubDate>Tue, 02 Dec 2025 14:08:49 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0c65db32-63d2-455e-ace8-212c470fb58c/500_shutterstock_2258228785.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0c65db32-63d2-455e-ace8-212c470fb58c/500_shutterstock_2258228785.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0c65db32-63d2-455e-ace8-212c470fb58c/shutterstock_2258228785.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[oplichting cybercrime fraude]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Auto van studenten moet &#039;door iedereen te repareren zijn&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/auto-van-studenten-moet-door-iedereen-te-repareren-zijn/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/auto-van-studenten-moet-door-iedereen-te-repareren-zijn/</guid><pp:caseid>729826</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:left;"><strong>Studenten van Fontys Automotive hebben in samenwerking met TU/e en het Summa College de ARIA ontwikkeld. Een elektrische auto die iedereen zelf eenvoudig zou moeten kunnen repareren.&nbsp;Ja, ook mensen die er weinig verstand van hebben.</strong></span></p><p><span style="text-align:left;">De ARIA-auto is een elektrische zelfreparerende auto die de auto-industrie aan het denken moet zetten. De auto heeft in plaats van één grote accu zes kleinere accu’s zodat ze makkelijker te vervangen zijn. Middels een ingebouwde gereedschapskist, duidelijke instructies en een app, moet de auto door vrijwel iedereen eenvoudig te repareren zijn.&nbsp;</span><br><br><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b229ab2e-2dec-4285-9ed3-f2ab43e3d7c4/500_steehgs.png?x=1764265661901" alt="Frank Steeghs" width="200"><span style="text-align:left;"><strong>Praktijk als leermeester</strong></span><br><span style="text-align:left;">Het ARIA-project is het resultaat van&nbsp;het studententeam&nbsp;TU/Ecomotive&nbsp;waar meerdere Fontysstudenten vanuit de minor Electric Drive aan hebben deelgenomen. ‘’Vanuit Fontys Automotive moeten studenten de competenties 'analyseren en ontwerpen' zelfstandig kunnen toepassen in een complexe situatie. Dit is een hele mooie omgeving om dat te doen.’’ Dat vertelt Frank Steeghs, docent binnen Fontys Automotive. ‘’Ze worden meteen geconfronteerd als iets niet goed is ontworpen, en dan moeten ze het zelf oplossen.’’</span></p><p><span>Dat bevestigt student Seven, die actief betrokken was binnen het ARIA-project. ‘’Ik denk dat het belangrijkste dat ik geleerd heb de onvoorspelbaarheid is. Ik ben veel uitdagingen tegengekomen en op sommige dingen kun je je niet voorbereiden. Het gaat erom hoe je omgaat met die tegenslagen.’’ Ze laat weten de minor als erg positief te hebben ervaren: ‘’Ik kreeg vanuit de begeleiding veel vrijheid om mijn eigen ideeën te ontdekken. Andere collega’s hielpen me aansluiting te vinden bij het theoretische gedeelte.’’</span><br><br><span style="text-align:left;"><strong>Verschillende achtergronden</strong></span><br><span style="text-align:left;">Docent Steeghs vertelt verder nog dat de studenten op een natuurlijke manier extra worden uitgedaagd. ‘’Je ziet dat ze hun taken niet altijd binnen veertig uur afkrijgen, maar dat het ook geen probleem is om extra meters te maken.’’ Hij is erg enthousiast over het project en trots op het resultaat van de studenten. ‘’Ik weet hoe hard onze studenten gewerkt hebben, de extra uren die ze erin hebben gestoken en hoeveel tegenslagen ze hebben gehad. Om dan te bedenken dat een relatief kleine groep een volledige auto heeft ontwikkeld, dat is een hele mooie verrassing."&nbsp;</span><br><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:285/auto;width:285px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/02fa40bd-1dc9-48d0-b3c8-549a13197b8a/800_aria.jpg?x=1764265665971" alt="ARIA, foto: Sarp Gurel" width="285" height="auto"><span style="text-align:left;">Ook de samenwerking tussen de verschillende scholen vindt de docent belangrijk. ‘’In de praktijk zie je dat er een mix is tussen mensen met een wo, hbo en mbo-achtergrond. Die communiceren net even anders. Door dit soort projecten leren studenten hoe ze met andere niveaus moeten communiceren.’’&nbsp;</span><br><br><span style="text-align:left;">Dat onderstreept ook Loukas, een van de studenten die meewerkte aan het project. Hij vertelt dat dit een speciale ervaring voor hem was: ‘’Niet alleen het ontwikkelen van de auto, maar ook de samenwerking tussen de verschillende scholen en nationaliteiten was erg speciaal.’’ Het gaat volgens hem dan ook meer dan alleen om een auto. ‘’Het is bewijs van concept. We willen laten zien dat duurzame mobiliteit echte wereldproblemen kan oplossen, en dat studenten die innovaties kunnen aanjagen.’’</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,Student,Onderwijs Techniek,Techniek,PRO Techniek,FHENG,Noé]]></category>
            <pubDate>Thu, 27 Nov 2025 14:00:20 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/d3cf11a8-2573-4e5b-bbea-7d2b6e1ef17d/500_img_3144.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/d3cf11a8-2573-4e5b-bbea-7d2b6e1ef17d/500_img_3144.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/d3cf11a8-2573-4e5b-bbea-7d2b6e1ef17d/img_3144.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[IMG_3144]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Studenten confronteren campus met realiteit femicide</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/studenten-confronteren-campus-met-realiteit-femicide/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/studenten-confronteren-campus-met-realiteit-femicide/</guid><pp:caseid>729742</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Een expositie over intieme terreur en femicide is vanaf woensdag te zien op campus Stappegoor. </strong><span style="margin-bottom:0px;margin-right:0px;margin-top:0px;padding:0px;"><strong>De tentoonstelling is opgezet door studenten van Pedagogiek, die hiermee aandacht willen vragen voor dit thema.</strong></span></p><p><span>Vanuit expertisecentrum Huiselijk geweld en Kindermishandeling kregen studenten die de minor Specialistische Jeugdzorg volgen de opdracht om intieme terreur en femicide beter in beeld te brengen. Zo vertelt derdejaars Pedagogiek-student Kirsten (21): ‘’Het expertisecentrum is er al jaren mee bezig om dit thema onder de aandacht te brengen. Sinds de moord op Lisa is het in het nieuws geëxplodeerd, maar toch is er nog altijd veel onduidelijkheid over.’’</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Bewustzijn creëren</strong></span><br>Om een stukje van die onduidelijkheid weg te nemen, besloten Kirsten en twee medestudenten een expositie naar campus Stappegoor te halen, bestaande uit <span>een reeks foto’s van kunstenares en ervaringsdeskundige Mariël Groenen. Toevallig begint die in dezelfde week dat ook de rechtszaak rondom de 17-jarige Lisa uit Abcoude van start ging, die in augustus door ernstig geweld om het leven kwam. En te</span>gelijkertijd met de internationale campagne Orange the World, waarbij van 25 november tot 10 december aandacht wordt gevraagd voor het <span>beëindigen van geweld tegen vrouwen en meisjes.</span></p><p><span>Kirsten legt uit waarom er voor een foto-expositie is gekozen: ‘’De afbeeldingen laten zien hoe de kunstenares zich voelde toen ze zelf met dit onderwerp te maken kreeg in de vorm van seksueel misbruik en incest.’’</span><br><br><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e273e669-0db5-415a-a512-30d18d4ed06c/500_img_1241.jpg?x=1764166439367" alt="Kirsten" width="200"><span>De studenten hopen op deze manier intieme terreur en femicide een beter beeld te geven en persoonlijker te maken. ‘’We hopen dat professionals op deze manier signalen gaan herkennen. Denk daarbij aan mensen die in een keer ander gedrag vertonen, veel minder met vrienden of vriendinnen omgaan of vaker thuis zitten.’’</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Expositie</strong></span><br><span>Kirsten onderstreept het belang van dit onderwerp als toekomstig pedagoog. ‘’Eens in de acht dagen wordt er in Nederland een vrouw vermoord. Als femicide zo vaak voorkomt, is het belangrijk om te kijken hoe dit binnen gezinnen speelt. Als pedagoog gaan we heel systeemgericht te werk, je moet als expert weten hoe je moet handelen.’’&nbsp;</span><br><br><span>‘’Het doel is bewustzijn creëren binnen Fontys", vervolgt ze. “In dit gebouw (P1) zitten veel sociale opleidingen, die vaak te maken krijgen met soortgelijke onderwerpen. Dus was het een logische keuze om de expositie hier op te bouwen.”</span><br><br><span>De eerste reacties zijn in ieder geval positief, vertelt ze. ‘’Ik zie al veel mensen voorbij lopen en even een kijkje nemen, het trekt echt de aandacht. Ook klasgenoten van ons schrokken echt van de cijfers, het is zo belangrijk om te weten wat hier allemaal bij komt kijken en dat het voorkomt binnen iedere doelgroep.’’</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Campus,Tilburg,FHKE,Student,Noé]]></category>
            <pubDate>Wed, 26 Nov 2025 15:27:51 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/593681f7-c721-445b-8b56-a218c2938818/500_img_1243.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/593681f7-c721-445b-8b56-a218c2938818/500_img_1243.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/593681f7-c721-445b-8b56-a218c2938818/img_1243.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Expo]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Pabo-studenten halen taalniveau wél: &#039;Niet laaggeletterd&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/pabo-studenten-halen-taalniveau-wel-niet-laaggeletterd/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/pabo-studenten-halen-taalniveau-wel-niet-laaggeletterd/</guid><pp:caseid>729454</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Een op de zes middelbare scholieren haalt aan het einde van de tweede klas het schrijfniveau van de basisschool niet. Dat blijkt uit een onderzoek van de onderwijsinspectie. Maar hoe zit het dan bij pabo-studenten van Fontys? Bron vroeg rond. “Er wordt verwacht dat ze het beheersen als ze hier terechtkomen.’’</strong></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Dat zegt Sanne Broeders, docent taaldidactiek bij Fontys pabo. ‘’Ze zijn hier zeker niet laaggeletterd. Er is sowieso een afgeronde havo-, mbo- of wo-opleiding vereist voordat je aan de pabo mag starten.’’ Ze laat weten dat de meeste studenten het lees- en schrijfniveau daarom goed beheersen. ‘’Ze worden in het propedeusejaar getoetst op 3F-niveau en werken toe naar 4F-niveau.’’</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Tweedejaars-pabo-student Yoni weet daar alles van. ‘’We hebben dit jaar eerst een 4F-toets en daarna nog een landelijke kennistoets", zegt ze. "Het is een moeilijke toets, die je niet zomaar met algemene kennis van de middelbare kunt halen.’’ De 3F-toets is daarentegen een stuk makkelijker, zo legt studiegenoot Inge uit: ‘’In het eerste jaar moest ik de 3F-toets halen, dat is gelukt. Ik denk dat bijna iedereen die wel haalt, zo niet dan lukt het wel in een tweede keer.’’</span><br><br><strong>Taalles</strong><br>Docent Broeders vindt dat het probleem rondom schrijfvaardigheid niet op het hbo, maar al eerder moet worden aangepakt. <span style="margin:0px;padding:0px;">“Ik denk dat er veel meer moet worden geïnvesteerd in het primaire en middelbare onderwijs, dat de cirkel daar doorbroken wordt", zegt ze.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Student Inge denkt dat extra taallessen ook zouden werken. "Schrijfvaardigheid wordt steeds minder, heb ik het idee. We krijgen lessen in taal, maar die zijn gericht op hoe je een bepaald vak als docent aanbiedt. Niet voor je eigen taalniveau dus.’’ Ze legt uit dat veel van de vaardigheden die ze ontwikkelde op de basis- en/of middelbare school nog zelden worden gebruikt.&nbsp;</span></p><p><strong>Motivatie</strong><br>Wat volgens docent Broeders verder nog meespeelt in het probleem rondom schrijfvaardigheid, is motivatie. Die mist soms nog. <span style="margin:0px;padding:0px;">“Tot voor kort kregen de studenten van ons de licentie tot hogeschooltaal, een perfecte tool om te oefenen op 3F-niveau. Helaas wordt hier te weinig gebruik van gemaakt door studenten die het juist nodig hebben, terwijl het een fijne tool is om onder andere werkwoordspelling en formuleringen mee te oefenen. Maar dat moet wel op eigen initiatief.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Pabo-student Anouk maakt graag gebruik van de tool en ziet om zich heen dat anderen dat ook doen. Met daarbij wel de kanttekening dat zij nog gebruik kon maken van de licentie die door school gegeven werd. Ze hoefde 'm dus niet zelf aan te schaffen. ‘’Mensen die dit jaar beginnen, krijgen de licentie niet meer. Jammer, want je hebt er echt veel aan. Het is fijn om gericht op een niveau te kunnen oefenen.’’</span><br>&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Noé,lerarenopleiding en pabo&#039;s,Pabo,Pabo&#039;s,Student]]></category>
            <pubDate>Mon, 24 Nov 2025 15:27:11 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a4502c29-61de-4c51-8ab1-98c20a893585/500_shutterstock_2617771369.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4502c29-61de-4c51-8ab1-98c20a893585/500_shutterstock_2617771369.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4502c29-61de-4c51-8ab1-98c20a893585/shutterstock_2617771369.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[student studeren schrijven lezen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Gen Z lui? Dit spel verbindt generaties op de werkvloer</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/gen-z-lui-dit-spel-verbindt-generaties-op-de-werkvloer/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/gen-z-lui-dit-spel-verbindt-generaties-op-de-werkvloer/</guid><pp:caseid>729171</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Misvattingen tussen generaties ophelderen. Dat is het doel van het Generatie Spel, dat door oud-student Vera Donkers (29) en Roos Vos (31) is gelanceerd. ‘’Als we er niet over praten, blijven we hangen in vooroordelen.’’</strong></span></p><p><span>Het spel dwingt je om je eigen tijdgeest opzij te zetten en in de huid van een andere werkende generatie te kruipen. ’’Je speelt in teams en leert hoe verschillende generaties naar werk kijken,’’ zegt Vera Donkers, die Communicatie Management in Eindhoven heeft gestudeerd. ‘’Er wordt vaak gezegd dat gen Z lui is op de werkvloer, maar dat werd vijftig jaar geleden ook over de nieuwe werkende generatie gezegd.’’&nbsp;</span><br><br><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/2ef55149-a5f5-4919-9445-f0fc354a1b42/500_duo_for_a_job_unsnoozed_7cd557c4-912f-4eb4-99f0-264964406970_1_105_c1.jpeg?x=1763640213515" alt="" width="200"><span>De Generatie Game werkt met zogenaamde generatie- en speelkaarten. Iedere speler trekt een generatiekaart die hij geheim moeten houden. Daarna volgt een werksituatie op een speelkaart, zoals: ‘je collega werkt alleen met een hoofdtelefoon en noice-cancelling’. De opdracht is simpel maar effectief: reageer volgens je generatie op de desbetreffende situatie. Het andere team moet raden namens welke generatie je reageert.&nbsp;</span><br><br><strong>Complexe thema's</strong><br><span>‘’Het is een spel, maar het behandelt complexe thema’s zoals werkdruk en mentale gezondheid. Er wordt gelachen en ondertussen wordt er over serieuze onderwerpen gepraat", vervolgt Donkers. Tijdens het tweede deel van het spel ligt de focus op wat collega's uit verschillende generaties van elkaar kunnen leren. Spelers staan tegenover elkaar en delen wat ze mooi vinden aan de andere generatie. ‘’Het is belangrijk om als organisatie zulke dingen bespreekbaar te maken."</span><br><br><span>Het spel krijgt ook internationaal aandacht en wordt ondertussen binnen verschillende sectoren gespeeld. ‘’Een week voor de lancering werden we uitgenodigd op een conferentie in India.’’ De conferentie bestond uit verschillende traditionele bedrijven. ‘’Het ging om bedrijven uit de print/drukindustrie waar weinig jongeren willen werken. Werkgevers zien dat natuurlijk en willen weten hoe die generatie in elkaar steekt.’’ Verder kreeg het spel ook aandacht in Duitsland, Zuid-Afrika en Australië.&nbsp;&nbsp;</span><br><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:234/auto;width:234px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8b8a1797-5c8f-45aa-b713-152fd12a0725/800_nori_de_winter_generatie_game.png?x=1763640261314" alt="" width="234" height="auto"><span><strong>UNSNOOZED</strong></span><br><span>De Generatie Game is een initiatief van communicatieadviesbureau UNSNOOZED, waar de oud-Fontysstudent oprichtster van is. Het spel is onderdeel van een workshop die ze daar aanbieden, legt ze uit, want ze vindt het belangrijk om generaties beter te laten samenwerken.&nbsp;</span><br><br><span>‘’De kijk op werk verandert en dat is maar goed ook, maar dat betekent wel dat je als werkgever mee moet bewegen.’’ De jonge ondernemer hoopt dat meer mensen het spel gaan spelen. ‘’Het is een super mooie stap rondom dit vraagstuk en we onderzoeken op dit moment hoe we een structurele aanpak kunnen realiseren.’’</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Alumni,PRO Communicatie,FHEC,Noé]]></category>
            <pubDate>Thu, 20 Nov 2025 13:12:19 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/fe40a324-e896-4447-b697-fced7746688e/500_nori_de_winter_unsnoozed_game.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/fe40a324-e896-4447-b697-fced7746688e/500_nori_de_winter_unsnoozed_game.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/fe40a324-e896-4447-b697-fced7746688e/nori_de_winter_unsnoozed_game.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Roos en Vera (r)]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Studenten Curaçao in de wolken om WK-kwalificatie</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/studenten-curacao-in-de-wolken-om-wk-kwalificatie/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/studenten-curacao-in-de-wolken-om-wk-kwalificatie/</guid><pp:caseid>729064</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Het nationale voetbalteam van Curaçao schreef vannacht historie door zich te plaatsen voor het WK voetbal in 2026. Fontys-studenten afkomstig van het Caribische eiland zijn in de wolken. “Ik kon het gewoon niet geloven.”</strong></span></p><p><span>Met ongeveer 156 duizend inwoners is Curaçao het kleinste land ooit dat meedoet aan het WK. Studenten van de piepkleine natie, onderdeel van het koninkrijk der Nederlanden, spreken van trots na jaren van gemiste kansen.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/16e9a290-d455-42b6-a3b4-92899168b8f3/500_emilypulido.jpg?x=1763571237035" alt="Emily Pulido" width="200">Zo vertelt Emily Pulido (19), student fysiotherapie: ‘’Eerlijk gezegd kon ik mijn oren niet geloven toen ik het hoorde van de kwalificatie. Ik heb veel meegekregen van familie, vrienden en teamgenoten, dat maakt het moment extra speciaal. Het laat zien hoe ver voetbal is gekomen in Curaçao."&nbsp;</span></p><p><span><strong>Blijdschap en gemis</strong></span><br><span>Haar vriendin Tara (19), student aan Fontys International Marketing Communications, deelt dezelfde vreugde. ‘’Ondanks het feit dat er twijfels waren over het&nbsp; kwalificeren van Ola Blou (zoals we het nationale team noemen), hebben ze echt gepusht. En zoals we altijd zeggen: ‘hard werk loont’, en dat heeft het zeker.’’</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:306/auto;width:306px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/394e5bea-8687-4a4d-9b2f-adad34fc17c9/800_tarasmeets.jpg?x=1763572372172" alt=" Tara Smeets, met op haar broekspijp een handtekening van een Ola Blou speler die ze bij een eerdere wedstrijd in de wacht sleepte" width="306" height="auto">Voetbal speelt een grote rol in het leven van Tara. Ze bezocht in Curaçao samen met haar vader vaak wedstrijden en voetbalde in een damesteam. ‘’Mijn vader was er altijd bij om me aan te moedigen en om hem van zo'n grote afstand de winst op Jamaica te zien vieren is lastig.’’&nbsp;</span></p><p><span>De reactie van de ouders van Tara op de kwalificatie was fantastisch, vertelt ze: ‘’Iedereen was aan het springen, dansen en zingen in de straten.’’ De eilandbewoners zijn dolenthousiast, vertelt ze, en de hele week staat volgepland met vieringen.</span></p><p><span>‘’Wanneer het team terugkomt krijgen ze de grootste ontvangst ooit. Daarna volgt een feest in het centrum van Willemstad. Ik vind het fantastisch om te zien hoe iedereen de liefde deelt voor het land én het spel, want we gaan nog niet naar huis.’’&nbsp;</span></p><p><span>Nee, maar voor Tara zelf zit daar letterlijk juist ook wel wat pijn. Want ze mist haar thuis ontzettend. ‘’Om de viering van de kwalificatie via een telefoonscherm te volgen vond ik erg moeilijk. Ik had nooit verwacht dat ik dit soort dingen zo lastig zou vinden.’’&nbsp;</span></p><p><span>Wel voelt Curaçao nu een stukje dichterbij, vertelt ze. ‘’De support hier in Nederland doet veel, dat is mooi om te zien.’’&nbsp;</span><br>&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Caribisch,Noé]]></category>
            <pubDate>Wed, 19 Nov 2025 18:15:00 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/6fd1a50f-2ac9-4656-b8fa-e478e83fe614/500_naamloos-10.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/6fd1a50f-2ac9-4656-b8fa-e478e83fe614/500_naamloos-10.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/6fd1a50f-2ac9-4656-b8fa-e478e83fe614/naamloos-10.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Het nationaal elftal van Cura&amp;ccedil;ao. foto: Youtube]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Bijzondere stage: studenten sporten met bewoners azc</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bijzondere-stage-studenten-sporten-met-bewoners-azc/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bijzondere-stage-studenten-sporten-met-bewoners-azc/</guid><pp:caseid>728817</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Studenten van Fontys Sportkunde kunnen sinds september stage lopen binnen een asielzoekerscentrum: ‘’Sporten kan heel verbroederend zijn voor mensen, dat is het belangrijkste wat we hier komen brengen.’’</strong></span></p><p><span>De sportactiviteiten vinden plaats op de dinsdag en woensdag binnen het azc aan de Antoon Coolenlaan. Het aanbod bestaat onder andere uit voetbal, handbal, basketbal en hockey. De nadruk ligt niet op competitie, maar op toegankelijkheid en ontmoeting. Bewoners kunnen zonder aanmelding deelnemen, waardoor de drempel om mee te doen laag blijft. Het doel van het project is om structuur te bieden in het dagelijks leven binnen het azc en om verbinding te creëren tussen de bewoners onderling en de begeleidende studenten.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/9bd5e7a9-4c4b-4a39-a7dc-900fd4859fe2/500_nynkedenbiggelaar.jpeg?x=1763482487780" alt="Nynke den Biggelaar" width="200">Door samen te sporten ontstaat er een informele sfeer waarin taalbarrières minder zwaar wegen en samenwerking vanzelf ontstaat. ‘’Het is een warm bad waar je in terechtkomt. Ik vind sport een echte verbinder, je bent samen ergens naartoe aan het werken met veel plezier,’’ zo vertelt Nynke den Biggelaar, een van de initiatiefnemers van het project.&nbsp;</span></p><p><span>‘’Ik denk dat het nu allemaal soepel gaat en dat we weten wat we verwachten van elkaar en waar we het voor doen. Dus ik ben echt supertrots op de studenten en hoe goed ze het doen.’’&nbsp;</span></p><p><span><strong>Bewuste keuze&nbsp;</strong></span><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/254c9f94-262c-414d-8d45-fcee54013dc2/500_dane.jpeg?x=1763482915817" alt="Dane van Russel" width="200"><span>De eerste utwee maanden van het project laten zien dat de opzet werkt. Eerstejaarsstudent Dane van Russel vertelt bewust voor deze stage gekozen te hebben: ‘’In het eerste jaar moeten we al stage lopen en ik zag het azc voorbij komen en was eigenlijk meteen geïnteresseerd. Ik heb zelf ook een vriend die in het azc zit die ik door middel van voetbal heb leren kennen. Inmiddels voetbalt hij ook bij ons.’’&nbsp;</span></p><p><span>Dat was de grote motivatie voor Dane om voor deze stage te kiezen. ‘’Die vriend vertelde mij dat er binnen het azc eigenlijk niks te doen is en dat raakte mij wel. Dus toen ik deze kans voorbij zag komen kon ik geen nee zeggen.’’ Sport zorgt ervoor dat mensen samen kunnen komen, benadrukt Dane. ‘’Sporten kan heel verbroederend zijn voor mensen, dat is het belangrijkste wat wij hier komen brengen.’’&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:356/auto;width:356px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1b6c6494-370c-4937-bca5-7c332661ed74/800_ballenjongens.jpeg?x=1763482940357" alt="" width="356" height="auto">Ook leert de student Sportkunde lessen die je niet in een collegezaal leert: "Je leert echt om te gaan met de taalbarrières: duidelijk articuleren, gebaren, maar ook het sociale aspect. Iedereen heeft een eigen rugzak en daar moet je rekening mee houden, de een is snel ontvlambaar en de ander kan juist heel veel hebben. Het is mooi om die dynamiek te merken en me daar tussen te wringen.’’&nbsp;</span></p><p><span>Dane vertelt dat de inwoners even enthousiast zijn: "Ja, als we aankomen met onze winkelwagens gevuld met de sportuitrusting zie je dat de mensen opfleuren. Het is nu een herkenbaar beeld binnen de opvang.’’</span></p><p><span><strong>Motivatie</strong></span><br><span>Directrice Linda Hendriks is trots op de studenten. ‘’Er is intrinsieke motivatie vanuit de studenten en dat is echt heel erg mooi.’’ Ook zij benadrukt de maatschappelijke waarde van sport: ‘’Samen plezier beleven en je verbonden voelen. Als je dat hier ziet gaat het ook echt over integratie.’’&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:160/auto;width:160px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/2ced1243-b07b-4f7c-815b-b6bbc0ef4f8c/500_directteur.jpeg?x=1763482687996" alt="Linda Hendriks" width="160" height="auto">Ze vindt dat de studenten het goed oppakken en ze ziet vriendschappen ontstaan. &nbsp;‘’Ik wil dit in ieder geval meerdere jaren doen, ze zitten hier ook enkele jaren en de opvang ligt om de hoek. Ik kan me voorstellen dat we dit op andere locaties gaan doen en dat er misschien wel meerdere studies van Fontys aansluiten.’’</span></p><p><span><strong>Samenwerking</strong></span><br><span>Het project is een samenwerking tussen Fontys Sportkunde, Wasbeer & Pauw, en gemeente Eindhoven. Wethouder van diversiteit, zorg, jeugd en maatschappelijke ondersteuning Samir Toub vertelt blij te zijn met de samenwerking en onderstreept het belang van het project.</span></p><p><span>‘’We hebben het programma vanuit de gemeente Eindhoven als het gaat om asiel ook ‘samenleven vanaf dag één’ genoemd. Het is voor ons belangrijk dat inwoners van het azc zich ook thuis voelen in Eindhoven, dus dit is niet iets voor een korte periode.’’&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,FHS,PRO Sport,Eindhoven,Noé]]></category>
            <pubDate>Tue, 18 Nov 2025 17:24:51 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/3b33db5a-3720-47d5-b6d5-03c7b02c3e3c/500_dragendefoto.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/3b33db5a-3720-47d5-b6d5-03c7b02c3e3c/500_dragendefoto.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/3b33db5a-3720-47d5-b6d5-03c7b02c3e3c/dragendefoto.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[dragende foto]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>De Dag van de Internationale Student: &#039;O, is dat zo?&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/de-dag-van-de-internationale-student-o-is-dat-zo/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/de-dag-van-de-internationale-student-o-is-dat-zo/</guid><pp:caseid>728644</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Door heel Nederland organiseren onderwijsinstellingen deze week activiteiten voor internationale studenten. Dit in het kader van de Dag van de Internationale Student van vandaag, die meteen ook gevolgd wordt door </strong></span><span style="text-align:start;"><strong>De Week van de Internationale Ervaring. Wat merken de internationale studenten bij Fontys daarvan?</strong></span></p><p><span style="text-align:start;">De Dag/Week van wordt jaarlijks landelijk georganiseerd om</span><span> waardering te vragen voor de internationale student (volgens de laatste officiële cijfers waren dat er in 2024 128.000) en om de verbinding tussen Nederlandse en internationale studenten centraal te stellen. Op de campus Rachelsmolen voelen de studenten zich in ieder geval gewaardeerd.&nbsp;</span></p><p><span>Eerstejaars ICT-studenten Jeshua en Kevin zijn zich niet bewust van het feit dat vandaag eigenlijk om hen draait. Extra aandacht hebben ze vandaag ook niet gehad, maar ze voelen zich wel gewaardeerd binnen Fontys. “De Nederlandse studenten, de docenten en medewerkers zijn allemaal erg verwelkomend naar ons. Ze zien ons niet als minderen omdat wij geen Nederlands praten, maar ze praten juist Engels onder elkaar zodat wij ze ook kunnen verstaan”, aldus Jeshua.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/595356ae-cce8-467e-b67f-e937f044d9ce/500_yann.jpg?x=1763393891471" alt="Yann" width="200">Ook van andere internationale studenten horen de twee geen negatieve geluiden. “Tot nog toe is alles ontzettend positief. Sommige dingen zijn natuurlijk wel lastig in het begin, zoals het zoeken van huisvesting als international, maar dat heeft niets te maken met Fontys”, vult Kevin aan. “Gelukkig hebben we inmiddels allebei woonruimte.”&nbsp;</span></p><p><span>Studenten Jakub en Yann bevestigen: ‘’We hebben een eigen gebouw op de campus, dat vind ik erg fijn. Verder zijn er ook best wat diensten waar we gebruik van mogen maken. Iedereen is zo verwelkomend en aardig geweest, het voelt goed om hier te zijn,’’ aldus Yann.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Speciale activiteiten</strong></span><br><span>Dat Fontys deze gehele week verschillende activiteiten heeft gepland ten behoeve van The Week of the International Experience, waarin het maken van de connectie tussen Nederlandse en internationale studenten centraal staat, weten de ICT-studenten ook niet.&nbsp;</span></p><p><span>Zo vertelt Jakub niet op de hoogte zijn gesteld van de speciale week: “Ik wist niet eens dat die er is, ik hoor het nu voor het eerst. Ik volg wel proxy, waar verschillende activiteiten op worden aangekondigd. Maar dat heeft niets met deze week specifiek te maken.” Op de vraag wat Fontys in de toekomst beter kan doen antwoordt Yann: ‘’School zou ons wel wat beter mogen informeren, zeker wat dit soort dingen betreft.’’&nbsp;</span></p><p><span>Kevin gaat daarentegen wel eens per maand naar de bijeenkomst voor Caraïbische studenten. “Of we ook naar andere evenementen gaan? Dat ligt er maar net aan hoe druk we het hebben met de opleiding en het dagelijkse leven. Maar als zo’n evenement daarin past, willen we zeker aansluiten.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Internationalisering,Noé]]></category>
            <pubDate>Mon, 17 Nov 2025 16:40:36 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/3bf36a79-53b2-4404-af97-c8e538377ccd/500_internationalisering-buitenlandsestudent-international.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/3bf36a79-53b2-4404-af97-c8e538377ccd/500_internationalisering-buitenlandsestudent-international.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/3bf36a79-53b2-4404-af97-c8e538377ccd/internationalisering-buitenlandsestudent-international.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[internationalisering-buitenlandse student-international]]></pp:imageTitle></item></channel>
                    </rss>