<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:pp="http://www.presspage.com/rss/"
     version="2.0"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
                <channel>
                    <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                    <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                    <description></description>
                    <language>nl</language>
                    <lastBuildDate>Tue, 08 Sep 2026 09:05:24 +0200</lastBuildDate>
                    <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 15:42:12 +0200</pubDate>
                    <image>
                        <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                        <url>https://content.presspage.com/clients/150_1980.jpg</url>
                        <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                        <width>144</width>
                    </image><item>
                        <title>Hittegolf op komst: onderzoekers pleiten voor meer groen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hittegolf-op-komst-bezorgde-lectoren-pleiten-voor-meer-groen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hittegolf-op-komst-bezorgde-lectoren-pleiten-voor-meer-groen/</guid><pp:caseid>758387</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Sinds 1901 hebben we 39 hittegolven gehad, de aangekondigde hittegolf van de komende dagen nog niet meegerekend. Daarvan waren er 23 in de hele twintigste eeuw, de overige 16 kwamen na 2000. Het aantal hittegolven neemt dus flink toe, en lector Cees-Jan Pen en senior onderzoekster Cindy Ras maken zich zorgen. Samen pleiten ze voor meer groen.</strong></p><p>Een logisch gevolg van een hittegolf is hittestress, de term die gebruikt wordt voor lichamelijke en mentale klachten die ontstaan wanneer het lichaam de warmte niet meer goed kan afvoeren bij hoge temperaturen. Volgens het RIVM leidt hittestress momenteel tot 250 sterfgevallen per jaar. In 2050 kan dat oplopen tot 3.800 sterfgevallen per jaar.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:240/auto;width:240px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_cees-janpen2.jpg?x=1781768644857" alt="Cees-Jan Pen" width="240" height="auto">Cees-Jan Pen, lector bij het lectoraat Duurzame stedelijke transformatie, vindt dat cijfer nog meevallen. Want hittestress wordt volgens hem alleen maar erger. Er moet aan de alarmbel worden getrokken. Actie ondernomen worden. Het liefst zo snel mogelijk en met zoveel mogelijk groen. Want vergroening kan, zeker in steden, zorgen voor meer verkoeling.</p><p>Dat is ook waarom een coalitie van maatschappelijke partijen deze week een manifest heeft gepresenteerd aan het kabinet waarbij ze pleiten voor een ‘groennorm’ in buurten. Het is namelijk zo dat hoe meer bomen en struiken er in een wijk staan, hoe meer temperatuurverschil er is. “Er zijn steeds meer voorbeelden van steden met groen, zoals Parijs. Het is geen discussie dat meer groen het verschil kan maken en hittestress enorm kan verminderen", aldus Pen.</p><p><strong>Bedrijventerreinen</strong><br>Voor zijn lectoraat houdt Pen zich vooral bezig met hittestress op bedrijventerreinen. Plekken waar miljoenen mensen werken, en waar het qua temperatuur tijdens een hittegolf op kan lopen tot wel 50 graden. “Dat heeft als gevolg dat je niet naar buiten kan. Het ziekteverzuim onder medewerkers neemt toe, maar ook aan gebouwen en machines kan veel schade ontstaan.”</p><p>De Fontys-campussen bevinden zich niet op dat soort bedrijventerreinen, maar toch kan het ook bij Fontys nog een stuk beter, vindt de lector. Ja er is verbetering en ja er is groen, maar is er wel voldoende? “Wat mij op de campus in Eindhoven opvalt, is dat je heel vaak in de zon staat. Daar zou je met bomen of andere manieren iets voor kunnen verzinnen. Rijdende bomen bijvoorbeeld, of tenten zoals in de kuil; die kun je op veel meer plekken spannen in de zomer. Wees eens creatief, laat studenten meedenken. We zetten echt wel wat stapjes, maar die mogen nog vele malen groter.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:233/auto;width:233px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_rascindyc..jpg?x=1781768665063" alt="Cindy Ras" width="233" height="auto">Collega-onderzoeker Cindy Ras deelt die mening. Ook zij zegt dat we actie moeten ondernemen om hittestress tegen te gaan. “Het is echt heel belangrijk dat wij dat doen, want de natuur zelf kan dat niet. Die heeft geen stem. En wij gaan maar door. Als we nu niks doen, dan is het in de stad straks niet meer vol te houden.”&nbsp;</p><p>Om zichzelf maakt Ras zich niet zoveel zorgen, maar om de toekomstige generaties doet ze dat wel. We leven van hittegolf naar hittegolf, zegt ze. En toch zijn er nog steeds mensen die ontkennen dat er sprake is van klimaatverandering. “We hebben steeds vaker te maken met extreem weer; dat zegt iets over de toestand van de aarde. Ik vind het echt heel erg dat onze toekomstige generaties opgescheept zitten met de ellende die de generaties daarvoor hebben veroorzaakt.”&nbsp;</p><p><strong>Steentje bijdragen</strong><br>Zelf probeert Ras haar steentje bij te dragen door alles te doen wat voor haar mogelijk is, onder meer door het doen van verschillende onderzoeken over dit soort onderwerpen. Fontys draagt daar ook aan bij, onder meer met het Centre of Expertise Health via het thema ‘gezonde leefomgeving’. Maar Ras wil ook anderen oproepen om bij te dragen aan een beter klimaat. “Alle beetjes helpen”, zegt ze. “Kijk bijvoorbeeld naar het tegelwippen, waarbij je een aantal tegels uit je tuin verwijdert om ze te vervangen voor groen. Als iedereen dat nou zou doen, creëren we samen iets heel moois.”&nbsp;</p><p>Ook is ze blij met de 3-30-300 regel, een wetenschappelijk onderbouwde richtlijn van expert Cecil Konijnendijk, waarbij er sprake is van drie uitgangspunten. Vanuit elk huis, kantoor of schoolgebouw moet je minstens drie grote bomen zien. In elke buurt is minimaal 30 procent van het grondoppervlak bedekt met boomkronen. En iedereen moet binnen 300 meter wandelafstand toegang hebben tot openbaar groen, zoals een bos of park. “Nogmaals: de natuur roept niet, dus we zullen het samen moeten doen.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Maatschappij,Onderzoek Algemeen,Campus,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 10:14:08 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/cf64bcbb-435d-4bc4-841e-6ed6990a2368/500_img-2776.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/cf64bcbb-435d-4bc4-841e-6ed6990a2368/500_img-2776.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/cf64bcbb-435d-4bc4-841e-6ed6990a2368/img-2776.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[IMG_2776]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Campus Rachelsmolen start studiejaar 2024-2025]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Hoe kunst en cultuur invloed hebben op ons welzijn</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hoe-kunst-en-cultuur-invloed-hebben-op-ons-welzijn/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hoe-kunst-en-cultuur-invloed-hebben-op-ons-welzijn/</guid><pp:caseid>758296</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Wie denkt aan kunst en cultuur denkt wellicht direct aan musea, films en concertzalen. Volgens lector Falk Hübner en docent en onderzoeker Mark van Bergen is het veel meer dan dat, en kun je zelfs spreken over een ‘verrijking van het leven’. Hoe kunst en cultuur het verschil maken en invloed hebben op ons welzijn? Dat stond dinsdagavond centraal tijdens een nieuw openbaar college.</strong></span></p><p><span>Hoe zou het zijn als de dokter geen pillen, maar een ticket voor een concert of voorstelling voor zou schrijven als medicijn? Wandelen en hardlopen is goed voor je, maar wat als hetzelfde gebeurt wanneer je gaat genieten van kunst en cultuur? Het klinkt wellicht als een utopie, maar Falk Hübner en Mark van Bergen denken dat het kan.</span></p><p><span>Sterker nog, kunst en cultuur maken al verschil in onze samenleving als je het aan de twee experts vraagt. Want, zo stelt docent en onderzoeker Mark van Bergen, als mensen kunnen kiezen tussen werk of vrije tijd, kiest het overgrote deel voor de tweede optie. “Vroeger was veel geld verdienen en meer bouwen de grote drijfveer van onze samenleving, maar nu zijn we tot de conclusie gekomen dat we beter moeten zorgen. Voor onszelf, de samenleving en de planeet.”</span></p><p><span><strong>Belangrijkere rol</strong></span><br><span>Welzijn is daarin belangrijk. Op fysiek, sociaal, spiritueel, duurzaam, financieel, emotioneel en intellectueel vlak. “De mens komt steeds meer tot de conclusie dat kunst en cultuur daar een belangrijkere rol in heeft. Denk bijvoorbeeld aan muziek als stress- en pijnverlager. Aan kunst aan de muur in de wachtkamer, of het zingen van liedjes met mensen met dementie.”</span></p><p><span>Onderzoek bewijst dat die implementaties de kwaliteit van leven en het geluksgevoel verhogen. “Niet alleen op medisch vlak, maar ook daarbuiten. Alleen al van kunst en cultuur genieten is goed voor je en gaat het verouderingsproces tegen”, licht Van Bergen toe.</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:299/auto;width:299px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/11f4d936-cff3-4b24-a96d-07559fcc9fc9/800_falkhuumlbner.jpeg?x=1781683627958" alt="Falk Hübner" width="299" height="auto">Integreren</strong></span><br><span>Daarom presenteren zowel Falk Hübner als Mark van Bergen hun bevindingen als het gaat om het integreren van kunst en cultuur in de samenleving. Te beginnen met Hübner, lector Artistic Connective Practices. Hij onderzocht hoe kunstenaars direct met patiënten en verpleegkundigen samen kunnen werken om wederkerigheid te bewerkstelligen. “We willen kunst niet alleen iets voor de zorg laten doen, maar de zorg er ook voor de kunst laten zijn.”</span></p><p><span>Want, zo duidt de lector, kunst laat ons op een andere manier naar de wereld kijken. “In ons lectoraat werken kunstenaars dan ook niet voor een patiënt, bewoner of instelling, maar altijd mét. Daarin staat het artistieke proces en werk centraal, om zo ervaringen te verbeelden in artistieke media. Het gaat daarbij niet letterlijk om helpen, helen of beter maken, maar om het verkennen van elkaars werelden om zo tot een verdieping en meerwaarde van beiden te komen.”</span></p><p><br><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:246/auto;width:246px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/39789010-9206-40be-b335-315927d03e53/800_markvanbergen.jpeg?x=1781683653274" alt="Mark van Bergen" width="246" height="auto"><span><strong>Geboren met muziek</strong></span><br><span>Mark van Bergen focust zich in zijn onderzoeksgebied juist op dancemuziek. Niet gek wellicht, want muziek komt in alle onderzoeken over kunst en welzijn en kunst en zorg terug. Maar hoe komt het dat muziek ons zo raakt? “Muziek heeft de unieke eigenschap om direct de ziel in te gaan. De interpretatie komt vaak pas achteraf, omdat het meteen de hersenpan in gaat en iets met je doet. Daarom kan het ook zoveel losmaken”, steekt de docent en onderzoeker af.</span></p><p><span>Volgens Van Bergen leeft muziek in de mens, al voordat we geboren worden. Een geluidsfragment van wat een embryo hoort in de baarmoeder lijkt daarbij verdacht veel op elektronische muziek. “Omdat dat geluid overeenkomt met de meest gangbare BPM (Beats Per Minute, red.) van elektronische muziek. Dus muziek leeft al in ons als we ter wereld komen.”</span></p><p><span><strong>Drugs en positieve bijwerkingen</strong></span><br><span>Hoewel de docent genoeg voorbeelden aandraagt van wat muziek kan betekenen voor de mens, is er volgens hem ook een enorme kloof. Die bestaat vooral tussen het omarmen van de dancecultuur en de negatieve toon die gezet wordt door verschillende media. Want ook al is de dancewereld een miljoenenbusiness waar veel mensen plezier uit halen, hoor je de media daar bijna nooit over.</span></p><p><span>Waar het dan wel over gaat? “Drugs, drugssmokkel of dieren in het safaripark die gek worden van het gebeuk van dancefestival Awakenings dat vlakbij plaatsvindt”. Daarom onderzoekt Van Bergen in zijn promotieonderzoek hoe de relatie tussen mens, dance en welzijn nu echt zit. En wat blijkt? Er zijn meer positieve dan negatieve neveneffecten.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:394/auto;width:394px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b4396bea-420d-4931-8560-e75d96e50ea1/800_openbaarcollege.jpeg?x=1781683664160" alt="Openbaar college" width="394" height="auto">De meeste positieve daarvan vinden plaats op het gebied van betekenis en zingeving. “Dan kom je bij de diepere lagen, zoals spiritualiteit, identiteitsvorming, gedeelde waarden, sociale verbinding, empathie en intimiteit.”</span></p><p><span><strong>‘Laat kunst de wereld ontregelen’</strong></span><br><span>Ook onderzocht de docent-onderzoeker wanneer het ervaren van welzijn begint bij dance-evenementen. “Dat is veel eerder dan op de dag zelf. En gebeurt al in chatgroepen en communities, en door eigen voorpret. En ja, ook drugs is een factor in de dancewereld als het gaat om welzijn. Maar als je dat holistisch bekijkt, is dat maar een marginale bijwerking in de totale beleving. Ook dat tonen veel onderzoeken aan, maar daar hoor je de media niet over.”&nbsp;</span></p><p><span>Nu weegt Van Bergen alle gevonden aspecten tegen elkaar af om een eerlijk beeld te krijgen. En de eerste hypothesen liegen er niet om: er is een positief verband tussen dance-events en welzijn.</span></p><p><span>Dat is wellicht ook de kern van de avond, waarin tal van voorbeelden laten zien hoe kunst en cultuur bijdragen aan welzijn. Moet alle kunst daar in de toekomst dan ook om draaien? Nee, vinden beiden. “Maar kunst en cultuur hebben wel altijd een plek gehad in de samenleving”, aldus Hübner. Van Bergen: “Laat kunst vooral vrij zijn en de wereld ontregelen. Want anders kijken naar de wereld, is al heel veel waard.”</span></p><h5>Foto bovenin: Falk Hübner (l) en Mark van Bergen tijdens het openbaar college</h5>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHK,FAA,minor,Onderzoek,Lectoren,Lectoraten,Tilburg]]></category>
            <pubDate>Wed, 17 Jun 2026 10:39:48 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b2fea7a3-7841-4504-8efa-4934f034e208/500_falkhuumlbnerenmarkvanbergen.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b2fea7a3-7841-4504-8efa-4934f034e208/500_falkhuumlbnerenmarkvanbergen.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b2fea7a3-7841-4504-8efa-4934f034e208/falkhuumlbnerenmarkvanbergen.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Falk H&amp;uuml;bner en Mark van Bergen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Landsgrens moet student niet langer begrenzen in Euregio</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/landsgrens-moet-student-niet-langer-begrenzen-in-euregio/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/landsgrens-moet-student-niet-langer-begrenzen-in-euregio/</guid><pp:caseid>756972</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i><span>De Einstein Telescoop moet een ondergronds observatorium voor zwaartekrachtsgolven worden, waarbij het grensgebied van Zuid-Limburg een beoogde locatie is (de definitieve beslissing over de locatie wordt volgend jaar pas gemaakt). De telescoop moet zo’n 300 meter onder de grond komen te liggen en krijgt drie zijden van elk tien kilometer lang. Naast heel veel onderzoek – naar onder andere zwarte gaten en de gevolgen van de oerknal - moet de telescoop ook een veelvoud aan economische activiteiten en banen voor de Euregio opleveren.&nbsp;</span></i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Studeer je in het grensgebied van Nederland? Dan kunnen de landsgrenzen bepaalde kansen in Duitsland of België belemmeren. Want die landsgrenzen begrenzen, letterlijk. En dat is doodzonde, vinden elf hoger onderwijsinstellingen in de Euregio Maas-Rijn. Samen ondertekenden ze een akkoord om grensoverschrijdend studeren toegankelijker te maken.</strong></p><p>De overeenkomst werd vorige week ondertekend tijdens <span>de internationale OECD-conferentie 'Global Forum on Local Development' in Maastricht. Omdat ook werkgevers baat hebben bij een betere samenwerking tussen onderwijspartijen, zetten naast de hoger onderwijsinstellingen ook werkgeverscollectieven hun handtekening. Daarna werd er veel over bericht, maar wat gaat er nu eigenlijk precies gebeuren? &nbsp;</span>Blijft het bij slechts een handtekening of worden er daadwerkelijk stappen gezet? En welke stappen zijn dat dan?&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/20c2ed9d-518b-4995-8e80-bb1901660884/500_schermshyafbeelding2026-06-04om14.04.46.png?x=1780574782475" alt="Sofie Moresi" width="200">Wendy Mackus, directeur van Fontys Techniek en Logistiek, en Gerard Sijben, die zich binnen Fontys bezighoudt met tal van onderwijsinnovaties, geven meer verdieping over dit onderwerp en de plannen. Samen met Sofie Moresi, lector bij het lectoraat Cross-border business development, zetten zij zich in voor een veel bredere samenwerking met hoger onderwijsinstellingen in de Euregio.&nbsp;</p><h6><i><span>Naast Fontys ondertekenden ook Zuyd Hogeschool, Hogeschool PXL, UCLL, Katho NRW, FH Aachen, Autonome Hochschule Ostbelgien, Haute Ecole de la Province de Liège, Haute Ecole Charlemagne, Haute Ecole de la Ville de Liège en Haute Ecole Libre Mosane het akkoord. Vanuit Fontys zijn er meerdere instituten en lectoraten bij de plannen betrokken, waaronder Technology, Techniek en Logistiek, FIBS en Fontys Educatie.</span></i>&nbsp;</h6><p>“Voor een kerstmarkt steken we de grens zo over naar Duitsland, maar onze studenten houden we eigenlijk allemaal binnen de landsgrenzen”, zegt directeur Mackus. “Met het convenant spreken we met elkaar af om meer samen te werken in zowel onderwijs als onderzoek. Zodat we de studenten meer internationale ervaringen kunnen geven terwijl ze toch dichtbij huis kunnen blijven wonen, maar ook om maatschappelijke impact te maken, op te schalen in het werkveld en meer personeel beschikbaar te maken.”&nbsp;</p><p><strong>Overstijgende curricula</strong><br>Concreet kun je volgens haar denken aan het beter op elkaar afstemmen van de curricula van de deelnemende scholen, het erkennen van elkaars diploma, meer stagemogelijkheden over de grens, het volgen van een minor bij een andere school of misschien zelfs een curriculum dat over twee verschillende scholen wordt getild. “Nu zitten daar nog bepaalde wettelijke beperkingen aan”, klinkt het. “Als je bijvoorbeeld de pabo in Limburg doet, mag je niet zomaar in Duitsland lesgeven; er zijn daar heel veel regels over. Maar met de samenwerking willen we daar stappen in zetten en er ook onderzoek naar doen.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/5f1955a5-c4ea-41c0-a139-4c944a5e037f/500_image001-3.jpg?x=1780574845652" alt="Gerard Sijben" width="200">Voorheen waren er ook al uitwisselingen van en naar Duitsland en België, maar die werden volgens Sijben vaak beperkt tot ‘instrumentele activiteiten die niet altijd goed geborgd waren’. “De kracht van deze overeenkomst is dat hogescholen een stap verder willen zetten”, stelt hij. “Het gaat verder dan losse activiteiten. We hebben als doel dat studenten én werknemers veel mobieler worden in de grensregio.”.</p><p><strong>Afspraken maken</strong><br>Mackus schetst een voorbeeldje. Je hebt een student uit Lanaken, een klein Belgisch plaatsje vlakbij Maastricht. Hij zou vanwege de afstand heel makkelijk in Maastricht kunnen studeren, maar omdat hij nou eenmaal binnen de Belgische landsgrenzen woont, kiest hij toch sneller voor een studie in bijvoorbeeld Antwerpen. Want: vanzelfsprekend. “In de kern verzorgen we hetzelfde onderwijs”, zegt Sijben daarover. “Alleen zit er een andere visie en ander accreditatiestelsel onder. Wij gaan daar samen met de tien andere scholen afspraken over maken en willen ook kijken of een student verschillende modules bij verschillende scholen in verschillende landen kan volgen.”</p><p>Waarom wordt deze stap nu pas gezet? Dit ‘probleem’ en de daarbij horende kansen speelt immers toch al veel langer? Dat klopt, zeggen Sijben en Makcus, maar de mogelijke komst van de Einstein-telescoop (zie kader hieronder) zorgt ervoor dat de plannen veel meer worden gestimuleerd, met name door de provincie Limburg. Bovendien worden er ook op andere vlakken soortgelijke stappen gezet, want Fontys is met verschillende lectoraten en instituten ook al betrokken bij tri-nationaal techniekonderwijs en de Euregio.</p><p>“Het gaat niet alleen om de Einstein-telescoop, maar het versterkt het wel”, aldus Mackus. “De telescoop zal een heleboel talent aantrekken en als wij dan voorwaarden kunnen creëren waardoor het nog makkelijker is voor talent om naar deze regio te komen… Tja, dan hebben we een hele goede economische motor voor de Euregio als het gaat om het inzetten voor bredere welvaart.”</p><p><strong>Taalverschil</strong><br>Oké, en hoe zit het dan met de laatste begrenzing (om maar even in de termen te blijven): de taalverschillen? Het Duitstalige onderwijs bij Fontys in Limburg is sinds kort afgebouwd, komt dat dan niet nét op een ongelukkig moment? Mackus en Sijben zien daar geen struikelblok in. “Er zijn best wel wat mogelijkheden. Je kunt zeggen dat Engels de voertaal wordt, maar daarmee doen we wellicht geen recht aan de trinationale samenwerking. <span style="margin:0px;">We onderzoeken hoe technologie ingezet kan worden om mensen in hun eigen taal te laten studeren</span>.”</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Limburg,Lectoraten,Lectoren,Luiken]]></category>
            <pubDate>Fri, 05 Jun 2026 10:42:56 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ba70238a-8774-4281-8795-ab4751445ab0/500_campusvenlo.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ba70238a-8774-4281-8795-ab4751445ab0/500_campusvenlo.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ba70238a-8774-4281-8795-ab4751445ab0/campusvenlo.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Campus Venlo]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>RAAK: 20 beurzen voor praktijkgericht onderzoek</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/raak-20-beurzen-voor-praktijkgericht-onderzoek/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/raak-20-beurzen-voor-praktijkgericht-onderzoek/</guid><pp:caseid>756812</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Twaalf hogescholen ontvangen één of meer RAAK-publiek-subsidies van maximaal 375 duizend euro. Met dat geld doen lectoren en onderzoekers twee jaar lang onderzoek, samen met partners in de publieke sector.</strong></span></p><p><span>Van een sociale robot die kinderen helpt bij het leren rekenen tot de ontwikkeling van een AI-systeem dat politieagenten en brandweerlieden helpt bij het nemen van snelle beslissingen.</span></p><p><span>Voor deze ronde van de RAAK-publiek dienden hogescholen afgelopen november in totaal 59 aanvragen in, waarvan er 20 zijn </span><a href="https://regieorgaan-sia.nl/nieuwsoverzicht/raak-publiek-20-projecten-van-start/" target="_blank"><span>gehonoreerd</span></a><span>. </span>Twee van die gehonoreerde aanvragen zijn afkomstig van <span>Fontys Hogeschool</span>. <span>Het ene gaat over h</span>et ondersteunen van leraren bij het optimaliseren van een motiverend leerklimaat in het voortgezet onderwijs, de ander over circulaire transities bij binnenhavens.</p><p>&nbsp;</p><p><span><strong><img class="image_resized" style="aspect-ratio:377/auto;width:377px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/973cfdfb-5ff0-44ae-b4fb-fa39bf333dbb/800_raak-subsidies.jpg?x=1780481047940" alt="" width="377" height="auto"></strong></span></p><p><span>De Hogeschool van Amsterdam sleepte de meeste toekenningen in de wacht. Zo gaan drie lectoraten van de HvA samen met acht gemeenten in Nederland en België onderzoek doen naar zogenaamde microhubs: lokale knooppunten die bijdragen aan duurzamer vervoer in de stad en efficiënter gebruik van de schaarse ruimte.</span></p><p><span>Met de subsidie kunnen lectoren en andere onderzoekers van hogescholen twee jaar lang werken aan oplossingen voor uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken. Dit doen ze in samenwerking met publieke partners, zoals ziekenhuizen, gemeenten, waterschappen en provincies.</span></p><p><span><strong>Eigen bijdrage</strong></span><br><span>De betrokken partijen, waaronder de hogescholen zelf, leveren een eigen bijdrage van maximaal 325 duizend euro. Daarmee kan de totale projectfinanciering oplopen tot zeven ton.</span></p><p><span>Regieorgaan SIA probeert onderzoekers, instellingen en bedrijven aan elkaar te koppelen. Naast RAAK-publiek,&nbsp;</span><a href="https://regieorgaan-sia.nl/financiering/" target="_blank"><span>financiert</span></a><span>&nbsp;het ook onderzoek in samenwerking met het mkb (</span><a href="https://regieorgaan-sia.nl/financiering/raak-mkb/" target="_blank"><span>RAAK-mkb</span></a><span>) en langdurig onderzoek (</span><a href="https://regieorgaan-sia.nl/financiering/raak-pro/" target="_blank"><span>RAAK-PRO</span></a><span>).</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek Onderwijs,FHKE,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Wed, 03 Jun 2026 12:14:08 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/c5466dd7-6fdf-4a46-84fe-aedda585dde8/500_adobestock-477511685.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/c5466dd7-6fdf-4a46-84fe-aedda585dde8/500_adobestock-477511685.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/c5466dd7-6fdf-4a46-84fe-aedda585dde8/adobestock-477511685.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[student vraag klas docent leraar]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Opvoeddruk groeit: ‘Goed genoeg is echt goed genoeg’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/opvoeddruk-groeit-goed-genoeg-is-echt-goed-genoeg/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/opvoeddruk-groeit-goed-genoeg-is-echt-goed-genoeg/</guid><pp:caseid>756577</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Ouders voelen steeds meer druk om perfect te presteren. Volgens Hélène Leenders, associate lector bij het lectoraat Samenlevingspedagogiek van Fontys Pedagogiek, ligt de oorzaak niet alleen bij ouders, maar ook bij de samenleving. “Opvoeden is iets dat je samen doet.”</strong></span></p><p><span>Dat ouders steeds meer opvoeddruk voelen blijkt uit het onlangs verschenen rapport De Staat van Gezinnen, met als ondertitel </span><i><span>Het falen van een ogenschijnlijk perfect systeem. ‘We hebben hulp nodig.’</span></i><span>. Het opent ermee: de tijd is op, en wat geconstateerd wordt is alarmerend. Ook Hélène Leenders ziet dat de norm van goed ouderschap veel zwaarder en uitgebreider is geworden. “Vooral jonge ouders, en met name hoogopgeleide moeders, stellen steeds hogere eisen aan zichzelf.”</span></p><p><span>Er aantrekkelijk uitzien als moeder, een goede baan hebben, sociaal actief blijven, een goede partner zijn én ondertussen perfecte kinderen opvoeden. Het zijn zaken die, mede door social media, allemaal spelen. “Ouders worden dagelijks geconfronteerd met beelden van zogenaamd perfecte gezinnen, want iedereen deelt vooral de perfecte plaatjes. Daardoor ontstaat het idee dat dat normaal is en je dat zelf ook na moet streven.”</span></p><p><span>Moeders lijken daardoor meer stress en prestatiedruk te ervaren. “Omdat moeders nog steeds het grootse deel van de zorgtaken op zich nemen én, meer dan vaders, aangesproken worden op het gedrag en het welzijn van hun kind.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:369/auto;width:369px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/72746c13-2236-4582-96c7-969e23d09511/800_heacutelegraveneleenders.jpg?x=1780314194288" alt="Hélène Leenders" width="369" height="auto">Van ondersteuning naar streven</strong></span><br><span>We leven in een tijd van social media waarin vaders vaak complimenten krijgen als ze betrokken zijn bij de opvoeding, terwijl dat bij moeders eerder kritiek is. Een tijd waarin informele vormen van steun - die een tiental jaar geleden nog vanzelfsprekend waren - zijn verdwenen. “Als kinderen vroeger op straat speelden keken de buren mee. Ook sparde je met andere ouders over dingen die er thuis speelden. Dat soort opvoedondersteuning is niet meer vanzelfsprekend.”</span></p><p><span>Dat heeft volgens Leenders niet alleen te maken met de individualisering van de samenleving, maar ook met ontwikkelingen op andere vlakken. “We zijn steeds prestatiegerichter geworden en willen dat ons kind zich goed ontwikkelt. Er mag geen smetje op zitten. En als we alles willen meten en diagnosticeren, krijg je als ouder al snel het idee dat er potentieel iets mis is met je kind.”</span></p><p><span><strong>‘Gewoon opvoeden’</strong></span><br><span>Fontys Pedagogiek probeert haar studenten daarom ook een andere blik mee te geven. “Waar ouders vaak bang zijn om fouten te maken, mag opvoeden juist vallen en opstaan zijn. Imperfectie hoort er nu eenmaal bij, dus wordt vanuit onze studenten niet alleen gekeken naar potentiële problemen, maar ook naar verschillen in ontwikkeling die geen bijsturing behoeven.”</span></p><p><span>Dat wil echter niet zeggen dat problemen genegeerd worden, legt Leenders uit. “Als er echt hulp nodig is, moet die er zijn. Maar niet alles hoeft meteen opgelost of gelabeld te worden. Soms heeft een kind gewoon wat meer tijd nodig.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/658001a8-f39e-4d36-8ada-a7680a574ace/500_hetkunstwerk039mamastehtkopf039vantanjaritterbex.jpg?x=1780314336341" alt="'Mama steht Kopf' van Tanja Ritterbex, over de druk van het moederschap" width="200">Ervaringen delen en geruststellen</strong></span><br><span>Er ligt volgens de associate lector ook een taak voor professionals op scholen, in de wijk en de kinderopvang. “Organiseer laagdrempelige ontmoetingsplekken waar ouders elkaar kunnen ontmoeten. Dat helpt enorm, want zo kunnen ze ervaringen uitwisselen en elkaar steunen. Praten over de chaos van het ouderschap doet je beseffen dat je niet de enige bent.”</span></p><p><span>Want, zo besluit Leenders: opvoeden doe je niet alleen. Opvoeden is samenwerken en daarbij is het goed om ouders een hart onder de riem te steken. “We moeten ouders van nu geruststellen. Het is meestal goed genoeg wat ze doen, en goed genoeg is prima.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Sittard,FHP,Berg]]></category>
            <pubDate>Mon, 01 Jun 2026 13:48:52 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/1c31ac33-750c-4091-b7f7-8ea24083a693/500_shutterstock-2307437015.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/1c31ac33-750c-4091-b7f7-8ea24083a693/500_shutterstock-2307437015.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/1c31ac33-750c-4091-b7f7-8ea24083a693/shutterstock-2307437015.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[kind schermgebruik sociale media schermpje telefoon]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nieuw advies over toetsing: van scoren naar begrijpen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nieuw-advies-over-toetsing-van-scoren-naar-begrijpen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nieuw-advies-over-toetsing-van-scoren-naar-begrijpen/</guid><pp:caseid>756334</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Volgens lector Kelly Beekman vragen de bovengenoemde ontwikkelingen ook om meer toetsbekwaamheid bij leraren die voor de klas staan. Fontys biedt daarom onder meer de master Toets- en Onderwijskwaliteit aan. Ook wordt in het curriculum van de opleidingen binnen Fontys Educatie aandacht besteed aan toetsbekwaamheid, weet Jan Beijers. Hij is naast studentcoach ook betrokken bij de curriculumontwikkeling van de opleidingen en medevoorzitter van de commissie Onderwijs binnen Fontys Educatie.</span></p><p><span>“Het advies van de Onderwijsraad sluit aan bij de ontwikkelingen waar we als Fontys Educatie mee te maken hebben. Binnen onze lerarenopleidingen werken we vanuit een landelijke kennisbasis en landelijke bekwaamheden, die momenteel herijkt worden. Hierin wordt de actualisering van de kerndoelen meegenomen. Intern vernieuwen wij het curriculum ook, zodat ons onderwijs opleidt voor die bekwaamheden en inhouden van de kennisbasis.”</span></p><p><span>De landelijke kennisbasis heeft ook een generiek deel waar studenten aan moeten voldoen. “Daar is toetsing onderdeel van. Studenten leren hierdoor welke vormen van toetsing er zijn en hoe je die inzet in de praktijk.”</span></p><p><span>Zowel in de propedeuse als de postpropedeuse wordt daar op verschillende manieren aan gewerkt. "Van het inzetten van eenvoudige toetsvormen en het geven van feedback tijdens een (losse) les, tot het dragen van integrale verantwoordelijkheid voor het onderwijs, waarbij toetsing iedere dag aan de orde is.”</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Toetsen in het onderwijs die zijn bedoeld om het leren te ondersteunen, worden in de praktijk te vaak ingezet om leerlingen in te delen naar schoolniveau. Dat constateert de Onderwijsraad in het donderdag verschenen adviesrapport Kijk anders naar toetsing. Volgens lectoren Linda van den Bergh en Kelly Beekman is er nog een flinke weg te gaan naar verbetering, maar zijn de eerste stappen gezet.</strong></span></p><p><span>De oplossing voor het probleem lijkt simpel: er moet in het basis- en voortgezet onderwijs meer gekeken worden naar de leerling dan naar de uitkomsten van de toetsen die de leerlingen maken. </span>Toetsresultaten wegen nu zwaar mee bij rapportages, diploma’s, toelating tot scholen en de overgang naar een volgend schooljaar.</p><p><span>Volgens de Onderwijsraad worden bijvoorbeeld volgtoetsen, die bedoeld zijn als didactisch hulpmiddel, op vrijwel alle basisscholen meegenomen in het schooladvies. Daardoor verschuift de aandacht bij zowel de leerling, leraar en het schoolbestuur van feedback en brede onderwijsdoelen naar het halen van een zo hoog mogelijke score. Dat kan niet, stelt de raad. Maar dat gebeurt wel degelijk, stelt Linda van den Bergh, Fontys-lector Kansrijk Onderwijs voor iedereen.</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/194c0400-8bba-4211-92c5-6cb9e2deabeb/500_lindavandenbergh-2.jpg?x=1779964585279" alt="Linda van den Bergh" width="200">Scoren en veranderingen</strong></span><br><span>“Dat komt doordat de kwaliteit van het onderwijs afgelezen wordt aan de resultaten van doorstroomtoetsen”, legt de lector uit. “Sommige scholen nemen zelfs bepaalde toetsen niet meer af bij leerlingen waarvan ze verwachten dat die zwak scoren, omdat dat hun beeld en cijfers negatief beïnvloedt.”</span></p><p><span>Van den Bergh ziet dat verschillende toetsen hierdoor meerdere functies krijgen en voor tegengestelde belangen zorgen. Maar, zo stelt de lector, er zijn ook al veel scholen in het primair onderwijs die veranderingen doorvoeren. “Scholen die meer werken met portfolio’s en portretten die de leerling breder in beeld brengen bijvoorbeeld.”</span></p><p><span>Wel moet iedere school in het primair onderwijs gebruikmaken van de zogeheten doorstroomtoets: de toets die bepaalt welk niveau je in het voortgezet onderwijs haalt. Maar ook daar plaatst de lector haar kanttekeningen bij. “Er was al bepaald dat we in Nederland naar één landelijke doorstroomtoets moeten, maar dat is pas in 2027 een feit. Nu zijn er verschillende toetsaanbieders en kiezen scholen voor de doorstroomtoets die de beste resultaten geeft. Wederom om goed te scoren en beter te boek te staan.”</span></p><p><span><strong>Onderscheid in toetsen</strong></span><br><span>Daarom pleit de Onderwijsraad voor verandering: toetsen moeten gebruikt worden voor hun oorspronkelijke doel. Iets wat volgens Kelly Beekman, lector Technology-enhanced Learning & Assessment, inderdaad nog niet voldoende gebeurt. “Als de functie van de toets bedoeld is om ontwikkeling te volgen, moeten we niet gelijk stellen dat een leerling iets niet kan aan de hand van die resultaten.”</span></p><p>Beekman onderscheidt drie vormen van toetsen: toetsen om leerresultaten vast te stellen, toetsen die het leerproces ondersteunen en toetsen waarmee leerlingen direct inzicht krijgen in hun eigen voortgang. De lector vindt het<span> van groot belang dat leraren weten wanneer ze welke toets in moeten zetten, op welke manier en met welk doel. “Heb je het nodig om informatie te verzamelen, om ontwikkeling bij te sturen of om iemands niveau vast te stellen? Afhankelijk van welke informatie je nodig hebt, bepaal je met welk doel je een toets inzet en welke vorm daar het beste bij past.”</span></p><p><span>Wat er volgens Beekman nu gebeurt in het onderwijs is dat een toets voor ontwikkeling bijvoorbeeld ook gebruikt wordt voor tussentijdse uitkomsten. “Dus in plaats van ontwikkeling bijsturen, wordt nu gekeken naar het gemiddelde om te concluderen of een leerling een bepaald niveau wel of niet gehaald heeft. En dat is gek, want daar is die toets helemaal niet voor bedoeld.”</span></p><p><span><strong>Oplossingen</strong></span><br><span>De Onderwijsraad pleit in het advies, als oplossing voor het huidige toetssysteem, onder meer voor toetsingscommissies op iedere school en de terugkeer van het oorspronkelijke doel van leerlingvolgtoetsen: het ondersteunen van het onderwijsleerproces.</span></p><p><span>Goede ontwikkelingen, aldus Beekman: “Een toetsingscommissie zorgt ervoor dat er kritisch gekeken wordt naar toetsen, wat we moeten toetsen en of de juiste dingen naar voren komen. Zo wordt gemeten of dat wat we voor ogen hebben ook uitkomst biedt."</span></p><p><span>Ook het doel van de volgtoetsen benadrukken, lijkt haar heel goed. "Want hoe vaak je een toets doet zegt niet zoveel, maar toetsen inzetten waarvoor ze bedoeld zijn wel. Goed dat er met dit advies aandacht is voor de kwaliteit van toetsing, </span>juist omdat toetsresultaten zo bepalend kunnen zijn voor de toekomst van leerlingen."</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderwijs,Onderwijs Educatie,Educatie,Fontys Educatie,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 28 May 2026 16:01:54 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_examenlokaal.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_examenlokaal.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/examenlokaal.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[&amp;#039;Er mag op Nederlandse hogescholen best minder worden getoetst&amp;#039;]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Verpleegkundigen in beeld brengen: de do&#039;s en dont&#039;s</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-in-beeld-brengen-de-dos-en-donts/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-in-beeld-brengen-de-dos-en-donts/</guid><pp:caseid>746181</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Beeld&nbsp;niet alleen&nbsp;westerse vrouwen&nbsp;af&nbsp;die bij een ziekenhuisbed&nbsp;staan, maar&nbsp;zorg voor&nbsp;een representatieve vertegenwoordiging&nbsp;van gender en culturele achtergrond. Laat zoveel mogelijk sectoren zien en toon binnen die sectoren ook een diversiteit van werkzaamheden. Dat is hoe je het clichématige beeld van verpleegkundigen kunt veranderen, zo blijkt uit onderzoek van&nbsp;Fontys.&nbsp;</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Twee jaar geleden&nbsp;zijn twee lectoraten van&nbsp;Fontys&nbsp;Mens en Gezondheid en&nbsp;Fontys&nbsp;Journalistiek&nbsp;een onderzoek </span><a href="https://bron.fontys.nl/steunkousen-en-vrouwen-cliches-moeten-weg-uit-beelden-zorgsector/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">gestart</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;"> naar clichébeelden uit de zorg, plus daarbij de vraag hoe je verpleegkundigen, verzorgenden IG en verpleegkundig specialisten het beste in beeld kunt brengen.&nbsp;Dat deden ze in samenwerking met&nbsp;ZonMw&nbsp;V&V, een financieringsorganisatie van innovatie en onderzoek in de gezondheidszorg,&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:175/auto;width:175px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/908b14d7-398b-4c4c-956b-4794f2e836ef/500_schermshyafbeelding2023-11-28om12.30.16.png?x=1779192068977" alt="Jessie van Wijk" width="175" height="auto">Voor het&nbsp;onderzoek&nbsp;is&nbsp;ook&nbsp;een&nbsp;eerdere&nbsp;</span><a href="https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12413654/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">studie</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;van docent-onderzoeker Jessie van Wijk gebruikt, gericht op de representatie van verpleegkundigen in de Nederlandse krantenmedia. Telkens kwam hetzelfde beeld terug: “We zien steeds dat verpleegkundigen vaak anoniem en stereotyperend worden afgebeeld”, zegt Van Wijk.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Verschillende rollen</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Een verpleegkundige is op beeld bijna altijd een blonde vrouw aan een bed of achter een medicijnkastje, vaak in het wit gekleed; de typische ziekenhuiskleur. Maar, zegt lector Pieterbas&nbsp;Lalleman van het lectoraat Verpleegkunde door de Tijd, die namens Mens en Gezondheid meedeed aan het onderzoek&nbsp;voor&nbsp;ZonMw: “Het gros van de verpleegkundigen werkt helemaal niet in het ziekenhuis, maar in de wijk of voor de langdurige zorg.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De rollen die een verpleegkundige kan hebben, rijken volgens hem veel verder dan de directe patiëntenzorg. “Bij&nbsp;Fontys&nbsp;proberen we onze verpleegkundigen heel breed op te leiden. En ja:&nbsp;daar hoort patiëntenzorg bij, maar zeker in de laatste decennia is daar ook heel veel ander werk bij gekomen. Ze kunnen bijvoorbeeld ook zij aan zij staan met bestuurders. Dat zien we alleen bijna niet terug in bestaande&nbsp;beeldbanken.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Beeldwijzer met tips</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Het&nbsp;doel&nbsp;van het onderzoek voor&nbsp;ZonMw&nbsp;V&V&nbsp;was het ontwikkelen van&nbsp;een </span><a href="https://www.venvn.nl/beeldwijzer-verpleegkundigen-verzorgenden-ig-en-verpleegkundig-specialisten" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">praktische beeldwijzer</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">,&nbsp;die ervoor moet zorgen dat er meer representatieve beelden gemaakt worden over het werk dat verpleegkundigen doen.&nbsp;Daarin staan vijf tips centraal, te beginnen met: breng zorgprofessionals herkenbaar in beeld. Zorg voor een afspiegeling van de samenleving en breng verschillende sectoren in beeld. Ga dus niet alleen in op ziekenhuispersoneel, maar ook op wijkverpleging, GGZ, gehandicaptenzorg en GGD. Laat binnen die sectoren diversiteit van werkzaamheden zien én maak de handelingen en expertise van verpleegkundigen zichtbaar.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Verder staan er ook nog fotografische aanwijzingen in, zoals: zet zo weinig mogelijk in scène, houd de werkomgeving zoveel mogelijk intact, gebruik zoveel mogelijk natuurlijk licht en wissel af tussen close-ups en totaalshots.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/efe29ad1-498b-4470-a8d0-815909487a87/500_fotopieterbaslallemanvierkant.png?x=1779262772962" alt="Pieterbas Lalleman" width="200"><strong>Rol voor journalist</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De beeldwijzer is bedoeld&nbsp;voor&nbsp;zowel&nbsp;verpleegkundigen als fotojournalisten.&nbsp;Lalleman: “We kunnen wel zeggen dat verpleegkundigen harder hun best moeten doen om uit te leggen wat hun werk is, maar er is hier ook een rol weggelegd voor&nbsp;journalisten. Want die gebruiken de beelden; zij bepalen welke foto’s er bij hun artikelen komen te staan.&nbsp;Dat is toch wel een heel belangrijk punt uit het onderzoek: dat de verantwoordelijkheid grotendeels bij de journalist ligt.” Van Wijk gaat daar met behulp van een verkregen promotiebeurs in de komende jaren meer onderzoek naar doen.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Of het probleem daarna is opgelost? Daar durven&nbsp;Lalleman&nbsp;en Van Wijk geen harde uitspraken over te doen. AI werkt&nbsp;in ieder geval&nbsp;niet bepaald mee,&nbsp;vinden ze allebei. “Want als jij&nbsp;AI vraagt om een AI-gegenereerd beeld van een verpleegkundige, dan krijg je nog steeds het stereotype beeld dat we juist níét willen zien.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><i><span style="margin:0px;padding:0px;">Behalve Lalleman en Van Wijk werkten ook </span><span style="text-align:left;">Daniëlle Arets, Michiel Bles en Karlijn ten Cate van Fontys Journalistiek mee aan het onderzoek.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij,FHJ,FHMG,PRO Gezondheid,PRO Gezondheidszorg,Journalistiek,Luiken]]></category>
            <pubDate>Wed, 20 May 2026 10:25:32 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/500_shutterstock_2747679221.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/500_shutterstock_2747679221.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/shutterstock_2747679221.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[zorg ziekenhuis verpleegkundige]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Symposium: kritisch denken dankzij spiegelbeelden</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/symposium-kritisch-denken-dankzij-spiegelbeelden/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/symposium-kritisch-denken-dankzij-spiegelbeelden/</guid><pp:caseid>741329</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Het symposium Durf te Denken: Spiegelbeelden vindt op donderdag 16 april plaats in het Next Nature Museum in het Evoluon in Eindhoven. Toegang is gratis, aanmelden kan tot donderdag 9 april en doe je </span><a href="https://durf-te-denken.nl/"><span>hier</span></a><span>.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>'Ken onszelve’ is dit jaar het uitgangspunt van de Maand van de Filosofie. Fontys haakt hier in april op in met het symposium Durf te Denken, waarin het thema ‘Spiegelbeelden’ centraal staat. </strong><span><strong>“Over zelfkennis, technologie en de vraag wat nog waar is in een wereld vol beelden en informatie.”</strong></span></p><p><span>Het begon ooit als een kleinschalig initiatief bij de HAN, maar inmiddels is het symposium Durf te Denken uitgegroeid tot een terugkerend evenement waarin meerdere hogescholen samenwerken. Aan Rogier van der Wal, lector Ethisch Werken bij het gelijknamige lectoraat, de taak om de komende (en vijfde) editie in goede banen te leiden. Samen met eventmanager en host Latoya Dankers streeft hij naar ‘een symposium dat raakt, waar het hbo voor bedoeld is’.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d5fb64ab-b8c1-4fcd-b9dc-dcdb91b8ada9/500_rogiervanderwal.jpg?x=1775547763196" alt="Rogier van der Wal" width="200">“We leiden studenten op voor een praktijk die steeds complexer wordt. Dan is het niet genoeg om alleen vakinhoudelijke kennis te hebben. Je moet ook leren nadenken over wat je doet, waarom je dat doet en wat de impact daarvan is.” Juist thema’s als waarheid, beeldvorming en technologie vragen volgens hem om die bredere blik. “Dat zijn vraagstukken van en voor ons allemaal.”</span></p><p><span><strong>Reflectie op reflectie</strong></span><br><span>Het evenement staat daarom dit jaar in het teken van spiegelbeelden, waarheden, zelfkennis en zelfreflectie. Van der Wal: “Wij voegen daar een extra laag aan toe door reflectie op reflectie. We leven namelijk in een wereld waarin sociale media, algoritmes, AI en fake news steeds bepalender worden en voor meer ‘spiegelbeelden’ zorgen. Dan is de vraag: wat kun je nog geloven?”</span><br><br><span>Die vraag loopt als een rode draad door het programma op donderdag 16 april. Zo zijn er filosofische keynotes, interactieve installaties, plenaire en deelsessies én kunnen deelnemers zich wagen aan een rondleiding. Het evenement vindt namelijk plaats in het Next Nature Museum, gevestigd in het Evoluon in Eindhoven.</span></p><p><span><strong>Trucs en werkelijkheid</strong></span><br><span>Volgens eventmanager Latoya Dankers een bewust gekozen locatie. “Technologie speelt bij dit onderwerp een grote rol. Het vormt, vervormt en vervangt onze werkelijkheid op bepaalde vlakken. Die werkelijkheid nemen we waar, maar hoe betrouwbaar is die nog? Dat zie je in het museum letterlijk terug.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f0afce7f-0edb-4d68-8df7-d1a4f75b86d4/500_latoyadankers.jpg?x=1775547776547" alt="Latoya Dankers" width="200">Tijdens het symposium worden bezoekers daar actief mee geconfronteerd. Onder andere door een installatie rond ‘dark patterns’ - subtiele online trucs die gedrag sturen - en een spiegel die een gedicht over je schrijft zodra je ervoor gaat staan. “Dat soort ervaringen maken het thema heel tastbaar.”</span></p><p><span><strong>Niet loslaten</strong></span><br><span>Toch ligt de echte waarde van het symposium volgens de lector Ethisch Werken niet in die ene dag. Hij ziet het symposium ook als uitnodiging om bewust stil te staan bij zaken die in de dagelijkse drukte naar de achtergrond verdwijnen. “We hopen vooral dat mensen zich bewust worden van wat er speelt en hoe zij zichzelf daarin waarnemen. Dat ze naar huis gaan met nieuwe vragen en erover praten met anderen. En misschien nog belangrijker: om het denken niet meer los te laten.”</span></p><p><span>Reflectie is daarmee volgens Van der Wal geen luxe, maar een noodzakelijke vaardigheid in een complexe samenleving. “Daar heeft iedereen mee te maken. Tijdens studie of werk, in thuissituaties of de maatschappij. &nbsp;Aan ons de taak om de deelnemers handvatten te geven om daar bewuster mee om te gaan.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Eindhoven,Berg]]></category>
            <pubDate>Tue, 07 Apr 2026 10:50:40 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/877a1357-8c69-4305-9161-0030862a0f4e/500_rogiervanderwaltijdenseeneerderdurftedenken-symposium.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/877a1357-8c69-4305-9161-0030862a0f4e/500_rogiervanderwaltijdenseeneerderdurftedenken-symposium.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/877a1357-8c69-4305-9161-0030862a0f4e/rogiervanderwaltijdenseeneerderdurftedenken-symposium.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rogier van der Wal tijdens een eerder Durf te denken-symposium]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kabinet gaat hbo-promotie erkennen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kabinet-gaat-hbo-promotie-erkennen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kabinet-gaat-hbo-promotie-erkennen/</guid><pp:caseid>740661</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span>Na een experiment van enkele jaren gaat het kabinet het </span><i><span>professional doctorate</span></i><span>&nbsp;van de hogescholen in de wet opnemen. Ook een tweejarige technische promotie aan de universiteit krijgt officieel een eigen titel.</span></p><p><span>&nbsp;Het kabinet wil twee nieuwe titels in de wet zetten: PD en EngD, oftewel ‘professional doctor’ en ‘engineering doctor’. Het bijbehorende wetsvoorstel staat nu online voor een </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.internetconsultatie.nl%2Fprofessioneeldoctoraat%2Fb1&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cbf0facec041a4d7ef45808de8e3ac5fc%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639104580635262542%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=OXFmk3idwIpFam7bWDTWg2I585VXKsrSsjruH%2BkzZnM%3D&reserved=0"><span>internetconsultatie</span></a><span>. Deze titels kun je pas na een master behalen. In die zin zijn ze vergelijkbaar met de doctorstitel (PhD) aan de universiteit. Over de pilot was Fontysbestuurder Arian Steenbruggen anderhalf jaar geleden </span><a href="https://bron.fontys.nl/fontys-juicht-promotierecht-voor-hogescholen-toe/" target="_blank"><span>zeer positief</span></a><span>.</span></p><p><span><strong>PD</strong></span><br><span>De hogescholen </span><a href="https://bron.fontys.nl/hbo-zelf-onderzoekers-opleiden-met-nieuwe-titel/"><span>werken inmiddels al enkele jaren</span></a><span>&nbsp;aan de ontwikkeling van een eigen promotietraject, waarin onderzoekers onder begeleiding van lectoren toegepast onderzoek doen. Lectoren zijn de hoogleraren van het hbo.</span></p><p><span>Zesentwintig hogescholen bieden zulke </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.professionaldoctorate.nl%2F&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cbf0facec041a4d7ef45808de8e3ac5fc%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639104580635320059%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=uKEHVhIJHPlheVLjmffmGtKjjNRHjHxgGsaubW7JUTE%3D&reserved=0"><span>PD-trajecten</span></a><span>&nbsp;aan. De eerste kandidaten gingen in 2023 van start en inmiddels zijn er meer dan honderd bezig, verspreid over zeven verschillende domeinen. De erkenning van deze trajecten leek een kwestie van tijd: al vier kabinetten lang zijn de ministers van Onderwijs er enthousiast over. Nu komt die erkenning misschien al voordat de eerste kandidaten klaar zijn.</span></p><p><strong>Missend puzzelstukje</strong><br><span>Onderwijsminister Rianne Letschert noemt de nieuwe wettelijke graden “echt een missend puzzelstukje”. In een aankondiging zegt ze: “Praktijkgericht onderzoek is van grote waarde om ons oplossingen te leveren voor maatschappelijke problemen, en is vaak direct toepasbaar voor bijvoorbeeld bedrijven.”</span></p><p><span>De toekomstige PD’s krijgen volgens het wetsvoorstel minstens twee begeleiders. Dat kunnen lectoren zijn, maar ook andere geschikte medewerkers met de doctorstitel. In de toekomst mogen dat ook ‘professional’ doctors zijn.</span></p><p><span><strong>EngD</strong></span><br><span>Een tweejarig traject van de universiteiten krijgt eveneens erkenning. Het idee: waarom zou je altijd de theorie vooruit moeten helpen? Je kunt ook iets bijzonders doen door een vernieuwend ontwerp te maken. De TU Eindhoven noemt het EngD-traject een </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.tue.nl%2Fstuderen%2Fgraduate-school%2Fengd-aan-de-tue&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cbf0facec041a4d7ef45808de8e3ac5fc%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639104580635343790%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=l%2BVJPrJ2DHjJWgME%2B6ONIEh3xSh4Hn0KGWAEW7VMZU8%3D&reserved=0"><span>postmaster</span></a><span>, waarin je geen student bent, maar een trainee. De TU Delft omschrijft het als een toepassingsgericht alternatief voor een promotieonderzoek. Volgens Wageningen Universiteit gaat het bij een EngD niet zozeer om het opdoen van nieuwe kennis. Het gaat vooral om praktische oplossingen, gericht op “de behoeften van de maatschappij en de industrie”.</span></p><p><span>Ook Twente, Groningen en de Universiteit van Amsterdam hebben EngD-trajecten in huis. De erkenning komt met terugwerkende kracht vanaf 2004, want deze trajecten bestaan al tamelijk lang. Dat is een verschil met de professional doctorates aan de hogescholen, die pas net zijn begonnen.</span></p><p><span><strong>Erkenning</strong></span><br><span>De wettelijke erkenning betekent dat de titels beschermd worden. Je mag die titels dus niet zomaar gebruiken als je geen professional doctorate of engineering doctorate hebt gevolgd, zoals je jezelf ook geen bachelor of master mag noemen zonder diploma.&nbsp;</span></p><p><span>Na de internetconsultatie gaat het wetsvoorstel naar de Raad van State, die erover adviseert. Pas daarna komt het (eventueel aangepaste) wetsvoorstel bij de Tweede Kamer.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek]]></category>
            <pubDate>Mon, 30 Mar 2026 13:09:20 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/500_promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/500_promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Zoek de ethische dialoog, weg met die morele kerstboom</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/zoek-de-ethische-dialoog-weg-met-die-morele-kerstboom/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/zoek-de-ethische-dialoog-weg-met-die-morele-kerstboom/</guid><pp:caseid>739168</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Het ging afgelopen week veel over de enorme schaalsprong van Brainport. Ondertussen sloten de economische opleidingen van Fontys zich aan bij projecten waarbij hun onderwijs juist meer aandacht vraagt voor bredere welvaart. Dat is nodig, zo stelt lector Bart Wernaart in onderstaand opinieartikel. Studenten en docenten moeten vaker de ethische dialoog aangaan. &nbsp;</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:242/auto;width:242px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/5afba531-930b-4490-b91c-96f8b2074ef3/800_bartwernaart-3.jpg?x=1773736898197" alt="Bart Wernaart" width="242" height="auto">Het is de week van de circulaire economie van 19 tot en met 27 maart. Ook bij Fontys besteden we hier op verschillende lesplekken aandacht aan, in de vorm van lezingen en workshops. Ook werd onlangs bekend dat Fontys onderdeel uitmaakt van twee toegekende <a href="https://goldschmeding.foundation/nieuws/hogescholen-bundelen-krachten-nieuwe-generatie-economiestudenten-moet-leren-brede-welvaart-te-vergroten">Goldschmeding-projecten</a>, waarbinnen een menswaardige economie in economie-onderwijs centraal staat. Daarnaast werd onlangs de Tilburgse dependance van de <a href="https://bron.fontys.nl/tilburg-opent-eigen-green-office-verbinden-blijft-kern/" target="_blank">Green Office</a> geopend. Kortom: er is een grote aandacht voor de niet-profit kant van onze economie binnen Fontys.</p><p>Je zou kunnen zeggen dat de aandacht op de niet-financiële prestatie van onze economie kleeft aan een achterhaalde discussie. We weten toch allang dat een economie die zich uitsluitend richt op verdienvermogen niet leidt tot een hele gezellige of leefbare samenleving? We hebben toch al keer op keer aan den lijve ondervonden wat er gebeurt wanneer we geen aandacht hebben voor duurzaamheid en menswaardigheid?</p><p>Als de sociale kwestie in de periode voor de Eerste Wereldoorlog, het Brundtland-rapport uit 1987 of de financiële crisis rond 2008 ons niet echt wat leren, wat dan wel? Laten we wel wezen: er wordt op deze terreinen vooruitgang geboekt. Zeker. Maar welke klimaatdoelen we ook stellen: we halen ze niet. En hoe hard we ook roepen dat we gelijkheid willen promoten: kloven worden eerder groter dan kleiner, zeker wanneer het gaat om inkomensverdeling.</p><p>Wat verwachten we eigenlijk van een hbo-instelling wanneer het aankomt op deze ‘larger than life’ vraagstukken? Wat verwachten we eigenlijk van onze nieuwe generatie (economie)studenten? Laten we om te beginnen eens stoppen met het optuigen van een rationele, compliance gerichte ethische kerstboom, en dit door te geven aan onze studenten.</p><p>We hebben sterk de neiging om ethiek, duurzaamheid of menswaardigheid te vertalen naar overzichtelijke indicatoren waar je aan de hand van een afvinklijstje aan kunt voldoen. Denk daarbij op de eerste plek aan wetgeving. Maar het is een illusie om te denken dat wetgeving alleen, met al haar onvolkomenheden en soms weinig aansluitend op moderne ontwikkelingen, een eerlijkere, rechtvaardigere of duurzamere wereld gaat opleveren. Daar is wat anders voor nodig: een intrinsieke drijfveer van mensen en organisaties<span> </span>om verantwoordelijkheid te nemen ten opzichte van elkaar en onze planeet.&nbsp;</p><p><strong>Morele kerstboom</strong><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:560/auto;width:560px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/205e06e4-3a5a-4acf-816c-f595afd2b003/1920_afvinken.jpg?x=1773736566219" alt="" width="560" height="auto">Tegelijk lijkt het soms alsof we erg ons best doen om die intrinsieke motivatie niet te hoeven aanboren. We zijn binnen organisaties eerder geneigd om naast wetgeving aanvullende criteria te formaliseren. Denk aan een code of conduct, het instellen van de rol van een ethical officer of commissie, een ethische richtlijn etcetera. In wezen lijkt dit vaak op een soort top down ‘add on’ op wetgeving, waarin ethiek wederom een soort afvinklijstje wordt, met soms een schaduwadministratie van performance indicatoren die erg ver af staan van wat er werkelijk gebeurt. Een morele kerstboom waarbij we door de ballen de boom niet meer zien.</p><p>Het lokt bovendien uit dat mensen zelf niet meer nadenken over wat ze ethisch handig vinden, maar vooral bezig zijn te voldoen aan opgelegde spelregels in een opgelegd jargon. Ook zien we helaas dat er een dunne scheidslijn is tussen ethiek en marketing bij organisaties met een winstoogmerk. Greenwashing en socialwashing liggen dan sterk op de loer.</p><p>Wat we in mijn ogen het beste kunnen doen is onze (economie)studenten niet de taal van de ethische kerstboom aanleren, maar vooral een eigen taal helpen ontwikkelen waarin ze hun ethische verhaal willen vertellen. Hierbij zou een sterke focus moeten liggen op ethische sensitiviteit: snap ik waar mijn ethische opvattingen (welke dan ook) vandaan komen, en hoe deze zich verhouden tot de opvattingen van anderen? Kan ik op een veilige manier een ethische dialoog aangaan met die ander, en juist de wrijving met die ander opzoeken? Kan ik lering trekken uit dat schurende, en dit ten goede laten komen aan nog betere en creatievere<span>&nbsp;</span>ideeën?</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:447/auto;width:447px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_sdg-hero-352062.v1.jpg?x=1773733763041" alt="Sustainable Development Goals, kortweg SDG's" width="447" height="auto">Oefenen</strong><br>Dit vraagt nogal wat van studenten. Het vraagt ook veel van docenten. Het vraagt in ieder geval dat ze geen morele of paternalistische toon aanslaan wanneer ethische kwesties besproken worden. Het vraagt dat ze zich niet uitsluitend richten op-top-down modellen en criteria (leuk, SDGs, maar geen oplossing in deze context). Het vraagt juist samen met studenten de ethische dialoog iedere dag te oefenen. Het vraagt ook dat ze niet de ethische kwestie uit de weg gaan uit angst voor ‘woke’ beschuldigingen, handelingsverlegenheid of gebrek aan ethische kennis. Iedereen doet ethiek, elke dag. Die knop kun je niet uitzetten wanneer je een ander vak geeft, of een studentengroep coacht.</p><p>Dat is voor iedereen een grote opgave, maar wel een die we ons niet kunnen veroorloven links te laten liggen. Zoals collega Arthur Kok - in mijn eigen woorden samengevat - stelt: de economie is iets van ons allemaal. En ik denk dat deze economie smacht naar nieuw bloed dat van onderaf in de kern anders kan denken, en de morele capaciteit heeft om dit te vertalen naar professionele vaardigheden.<span>&nbsp;</span></p><p>Lees ook eens <a href="https://www.scienceguide.nl/2026/01/het-goede-vormgeven-in-gesprek-reflectie-op-een-publieke-zoektocht/" target="_blank">de dialoog</a> met collega Theo Niessen, waarin we wat meer ingaan op de dialogische praktijk van ethiek.</p><p><i><span>Bart Wernaart is Lector Moral Design Strategy bij Fontys</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Lectoren,FEC,Duurzaamheid,Diversiteit en inclusiviteit,PRO Economie,PRO Financieel]]></category>
            <pubDate>Tue, 17 Mar 2026 10:32:16 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/084c48be-121c-4381-811e-ae9a3ce342c5/500_bredewelvaartafvinkensdg.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/084c48be-121c-4381-811e-ae9a3ce342c5/500_bredewelvaartafvinkensdg.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/084c48be-121c-4381-811e-ae9a3ce342c5/bredewelvaartafvinkensdg.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[brede welvaart afvinken SDG]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Weerbaar in complexe wereld: &#039;Groot verschil door klein te doen&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/weerbaar-in-complexe-wereld-groot-verschil-door-klein-te-doen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/weerbaar-in-complexe-wereld-groot-verschil-door-klein-te-doen/</guid><pp:caseid>737457</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De samenleving verandert snel, van klimaatverandering tot groeiende ongelijkheid: ontwikkelingen die niet alleen politieke gevolgen hebben, maar ook diep onze manier van samenleven beïnvloeden. Tijdens het openbaar college ‘Hoe blijf ik weerbaar in een complexe wereld?’ werd hierbij stilgestaan.&nbsp;</strong></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Om duidelijk te maken wat maatschappelijke ontwrichting met mensen doet, nam Dana Feringa, socioloog en lector Inclusieve Regio, het publiek mee terug naar de coronatijd. Ze zag tijdens een online les acht studenten in digitale blokjes op haar scherm verschijnen. Veel van hen lagen nog in bed, camera’s bleven uit. Het contact was minimaal. “Vereenzaming gebeurt veel,” vertelt ze. "Solidariteit gaat niet alleen over verbondenheid voelen, maar ook over elkaar helpen. En dat kwam onder druk te staan.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Twee grote uitdagingen</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Volgens Feringa leven we in een steeds complexere samenleving die ons samenleven beïnvloedt. Wat doet dat met ons welzijn? Welke rol speelt welzijn in onze draagkracht? En wat betekent dat voor solidariteit?</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Die vragen zijn urgenter dan ooit. Feringa wees op twee mondiale uitdagingen: klimaatverandering en groeiende ongelijkheid. Denk aan de energietransitie, zichtbaar in het toenemende aantal zonnepanelen. “Maar niet iedereen kan daarin mee. Ze zijn duur. Ongelijkheid in inkomen, vermogen, opleiding en sociaal netwerk bepaalt wie kan aansluiten en wie niet.” Volgens haar vraagt dat om fundamentele keuzes. “We moeten een knop omdraaien als we ongelijkheid willen tegengaan." </span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">[Tekst gaat verder onder de foto]</span></i></p><p><img class="image_resized" style="aspect-ratio:455/auto;width:455px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/497ffd84-6bfb-4731-b050-e45fa606b6e2/800_schermshyafbeelding2026-02-27om09.54.11.png?x=1772183194295" alt="Openbaar College" width="455" height="auto"></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Wat is welzijn eigenlijk</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Evelyne Meens, lector Leren Floreren bouwde voort op de uitleg van Feringa vanuit een verdieping van de positieve psychologie. Welzijn, zo legde zij uit, bestaat uit drie vormen die samen leiden tot floreren: emotioneel welzijn, psychologisch welzijn en sociaal welzijn, waarbij die laatste misschien wel de meest onderschatte vorm is.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Voel je je onderdeel van een groter geheel? Heb je het idee dat je bijdraagt? Vertrouw je anderen, ook onbekenden op straat?&nbsp;En heb je vertrouwen in de toekomst?&nbsp;Juist dat laatste staat onder druk, ziet Meens. Onderzoek laat zien dat jongeren minder sociaal en psychologisch welzijn ervaren dan volwassen. Vooral het vertrouwen in de medemens scoort laag, stelt ze.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Vicieuze cirkel van stres</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Wanneer solidariteit en vertrouwen afnemen, gebeurt er iets menselijks: we trekken ons terug. “Bij stress ga je beschermen wat je hebt”, legt Meens uit. Tijd en energie worden schaars en die houd je voor jezelf. Het gevolg? Minder openheid, minder nieuwe contacten, minder bereidheid om anderen te helpen. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel: minder solidariteit leidt tot minder welzijn, wat weer leidt tot nog minder solidariteit.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Volgens Meens begint de positieve spiraal bij jezelf. Wie zich emotioneel goed voelt, staat opener in het leven. “Als je goed in je vel zit, durf je eerder in te grijpen wanneer iemand wordt buitengesloten, of erger: gediscrimineerd. Dan laat je solidair gedrag zien.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Weerbaar of veerkrachtig?</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">In een complexe wereld is solidariteit geen luxe, noodzakelijk voor welzijn. Verandering begint soms verrassend klein, vertelt Feringa:&nbsp; “Onder die streep gaat het niet over weerbaarheid, maar over veerkracht. En als je een stapje extra kan zetten voor de mensen om je heen, laten we dat dan ook doen.” Ze sluit af: “Je kunt een groot verschil maken door klein te doen.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Tilburg,Lectoraten,Lectoren,Noé]]></category>
            <pubDate>Fri, 27 Feb 2026 10:11:12 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a0a5add0-a82c-4dfc-ae08-e0e84f7b05a7/500_schermshyafbeelding2026-02-27om09.54.18.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a0a5add0-a82c-4dfc-ae08-e0e84f7b05a7/500_schermshyafbeelding2026-02-27om09.54.18.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a0a5add0-a82c-4dfc-ae08-e0e84f7b05a7/schermshyafbeelding2026-02-27om09.54.18.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Dana Feringa en Evelyne Meens]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kloof in de klas: studenten divers, docenten minder</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kloof-in-de-klas-studenten-divers-docenten-minder/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kloof-in-de-klas-studenten-divers-docenten-minder/</guid><pp:caseid>737124</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>De studentenpopulatie in het hoger onderwijs verandert snel. In de collegezaal zitten studenten met uiteenlopende migratieachtergronden, verschillende religies, genders en thuissituaties. Maar degenen die voor de klas staan, vormen daar lang niet altijd een afspiegeling van.</strong></span></p><p><span>Landelijk onderzoek van Inholland laat zien dat een gebrek aan diversiteit onder docenten de afstand tot studenten kan vergroten. Studenten uit minderheidsgroepen voelen zich minder gezien, minder begrepen en minder vertegenwoordigd. Dat raakt niet alleen hun gevoel van erkend worden, maar ook hun motivatie en studiesucces.</span></p><p><span>Linda van den Bergh, lector Kansrijk Onderwijs voor Iedereen, ziet dat het gesprek over diversiteit onder medewerkers vaak begint bij wat zichtbaar is en dat het daar vaak ook bij blijft. “De diversiteit die het eerst gezien wordt zijn zichtbare kenmerken, en die worden meestal uitgelicht als we het over deze kwestie hebben. Maar iedere groep is per definitie divers, alleen niet alles is zichtbaar.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:255/auto;width:255px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/194c0400-8bba-4211-92c5-6cb9e2deabeb/800_lindavandenbergh-2.jpg?x=1771946499231" alt="Linda van den Bergh" width="255" height="auto">Geen symboolpolitiek</strong></span><br><span>“Representatie voor de klas is daarom heel belangrijk", aldus de lector. Ze legt uit dat studenten zich vaak spiegelen aan wie er voor de klas staan. “Als (succes)verhalen steeds uit dezelfde hoek komen, kan dat bewust of onbewust de boodschap afgeven wie er past in het systeem en wie niet."</span></p><p><span>Die representatie zit echter niet alleen in docenten, maar ook in materiaal en voorbeelden. “Als je kritisch kijkt naar bijvoorbeeld een PowerPoint of materialen die docenten gebruiken, zie je dat het vaak niet heel divers of inclusief is.” Diversiteit zou volgens de lector geen correctie achteraf moeten zijn, maar het vertrekpunt: “Dat je uitgaat van diversiteit en niet probeert om te gaan met.”</span></p><p><span><strong>(On)zichtbare kenmerken</strong></span><br><span>Een andere misvatting is dat diversiteit vooral een vraagstuk is dat elders plaatsvindt. In ogenschijnlijk homogene opleidingen klinkt soms: 'hier speelt dat niet’. “We zien dat er soms nog geen urgentie gevoeld wordt bij dit onderwerp. Maar ook in ‘witte’ klassen bestaan er verschillen, zoals in sociaaleconomische achtergrond, religie of thuissituatie. Diversiteit is er dus altijd, maar de vraag is of ze wordt herkend en erkend.” Ze vult aan: "Bewustwording van diversiteit en andermans perspectieven zijn daarbij belangrijk. Vanuit daar reflecteren op hoe je daar als docent goed op in kunt spelen zou de aandacht moeten krijgen.”</span></p><p><strong>Thuisvoelen</strong><br><span>De lector legt uit dat er eerder al binnen Fontys een onderzoek naar de sense of belonging is uitgevoerd, wat zich richtte op hoe welkom studenten en docenten zich voelen. Daaruit bleek dat de opvattingen over diversiteit heel breed zijn. “Wat vooral opviel is dat met name de open houding van docenten een grote rol speelt in het zich thuis laten voelen van studenten. Dat mensen bereid zijn om jou te leren kennen, om perspectieven met elkaar te vergelijken en elkaar aan te horen.”&nbsp;</span></p><p><span>Toch schuift het gesprek over de brede definitie van diversiteit volgens Van den Bergh in de praktijk snel terug naar achtergrond en wordt vooral gefocust op zichtbare kenmerken. “Als je bijvoorbeeld kijkt naar de communicatie naar buiten, of bij de werving van nieuwe studenten en medewerkers, zie je dat er vaak weer wordt teruggegrepen op die zichtbare kenmerken.”</span></p><p><span><strong>Studenten willen erkenning</strong></span><br><span>Ook het onderzoek van Inholland laat zien dat studenten en docenten diversiteit verschillend beleven. Studenten koppelen inclusie vooral aan herkenning en de ruimte om zichzelf te zijn, terwijl docenten de nadruk leggen op gelijke kansen en professionele standaarden. Die perspectieven lijken op elkaar, maar raken elkaar niet altijd.</span></p><p><span>Dat wordt vooral zichtbaar bij gevoelige thema’s in de klas zoals religie, cultuur en maatschappelijke spanningen. Veel docenten ervaren daarbij handelingsverlegenheid: ze willen niemand kwetsen, niets verkeerd zeggen, of de sociale veiligheid bewaken. Die terughoudendheid herkent Van den Bergh: “Het zijn gevoelige thema’s, en daar worden docenten natuurlijk bang van. Tegelijkertijd weten we allemaal dat er dingen spelen. De studenten weten dat ook.”</span></p><p><span>De lector benadrukt dat studenten het merken als gevoelige onderwerpen uit de weg worden gegaan: “Net doen alsof het er niet is, is geen oplossing." Landelijk geven vooral studenten uit minderheidsgroepen aan dat zij zich daardoor minder gehoord voelen. &nbsp;De oplossing? Die zit volgens Van den Bergh in de open dialoog tussen docenten en studenten: “Erken dat er verschillende perspectieven zijn en niet dat er één waarheid is. Die is er namelijk nooit.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Diversiteit,Diversiteit en inclusiviteit,Lectoren,Lectoraten,Noé]]></category>
            <pubDate>Tue, 24 Feb 2026 16:33:03 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-388588465.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-388588465.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/shutterstock-388588465.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[docent leraar lesgeven klas school]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Ondanks potentie blijft SmartGlove in Fontys-vitrine</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/ondanks-potentie-blijft-smartglove-in-fontys-vitrine/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/ondanks-potentie-blijft-smartglove-in-fontys-vitrine/</guid><pp:caseid>736207</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p style="margin-left:0cm;text-align:start;">Bron vroeg Fontys om een algemene reactie op dit stuk, en kreeg het volgende antwoord: “Fontys ontwikkelt en verkoopt geen commerciële goederen. In theorie zou dat wel mogen, zolang we geen oneerlijke concurrentie zijn voor bedrijven. Maar Fontys kiest hier bewust niet voor. Wij willen ons volledig richten op onze belangrijkste taken: goed onderwijs geven, praktijkgericht onderzoek doen en kennis delen met de maatschappij."&nbsp;</p><p style="margin-left:0cm;text-align:start;">"Daarnaast zegt de Wet Markt en Overheid dat publieke instellingen hun commerciële activiteiten moeten scheiden van hun onderwijs. Dat maakt het ingewikkeld. Een commercieel goed brengt ook risico’s met zich mee. Denk aan financieel risico, aansprakelijkheid en verplichtingen voor garantie en service. Fontys vindt dat dit niet bij ons past als onderwijsinstelling. Ook kunnen commerciële belangen van docenten of onderzoekers botsen met objectief onderwijs, onafhankelijke beoordeling en wetenschappelijke integriteit. Daarom kiest Fontys ervoor om niet zelf commerciële goederen te ontwikkelen en op de markt te brengen.”</p><p style="margin-left:0cm;text-align:start;">Wel heeft het college van bestuur eind vorig jaar de Fontys Regeling Kennisvalorisatie vastgesteld. Deze regeling wordt momenteel geïmplementeerd - door Bart van Duijl en Astrid Wiktor – en treedt 1 september 2026 in werking. “Daarom is deze regeling nog niet gepubliceerd op de portal en website van Fontys. De regeling maakt het voor medewerkers en studenten mogelijk om binnen Fontys ontwikkeld werk extern te gelde te maken conform de procedures zoals vastgelegd in de regeling. Hierbij wordt onder meer rekening gehouden met publieke/private geldstromen, integriteit en belangenverstrengeling. Veel belovende resultaten kunnen dan dus wel vermarkt gaan worden, maar niet via Fontys.”</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Jarenlang&nbsp;werd er&nbsp;onder anderen&nbsp;door&nbsp;onderzoekers&nbsp;Fred&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Geert-Jos van der&nbsp;Maazen&nbsp;ziel en zaligheid gelegd in het ontwikkelen van de SmartGlove, een&nbsp;‘slimme&nbsp;handschoen’&nbsp;voor orthopedisch technologen.&nbsp;Nu wordt het resultaat daarvan tentoongesteld in het&nbsp;Waalwijkse&nbsp;museum&nbsp;het&nbsp;Schoenenkwartier. Maar het&nbsp;product&nbsp;namens&nbsp;Fontys&nbsp;op de markt brengen? “Dat kan niet, en dat is zó jammer.”</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De SmartGlove is een resultaat uit het onderzoeksproject&nbsp;SmartScan,&nbsp;dat&nbsp;mede&nbsp;gefinancierd wordt door Regieorgaan SIA. Het product kan het beste omschreven worden als een slimme handschoen die gebruikt wordt bij het aanmeten&nbsp;van&nbsp;op maat gemaakte orthopedische schoenen voor mensen met voetproblemen. Denk daarbij aan mensen met een klapvoet of mensen met reuma of diabetes.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Gips of geen gips</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Dat proces gebeurt al van oudsher met behulp van gips. Maar, vertelt&nbsp;associate&nbsp;lector&nbsp;Fred&nbsp;Holtkamp: “Dat gips wordt&nbsp;op bepaalde punten&nbsp;gemanipuleerd&nbsp;om de goede stand te krijgen. Dat doe je met je handen en&nbsp;vervolgens wordt&nbsp;de kennis die je in je handen hebt&nbsp;in het gipsmodel&nbsp;weggezet.&nbsp;Maar je ziet niet hoe je dat doet; er zijn geen waardes voor hoe hoog de druk is die je&nbsp;met je handen&nbsp;uitoefent op die&nbsp;kracht”.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/161b11ce-3fd2-4f56-a9af-3cf5e5c95243/500_img_38332.jpg?x=1770894905306" alt="Fred Holtkamp" width="200">De kennis wordt bij het gebruik van gips dus niet zichtbaar. “Maar de SmartGlove maakt die kennis wél zichtbaar dankzij allerlei sensoren.&nbsp;Het aanmeetproces wordt met de handschoen niet alleen veel nauwkeuriger, maar ook sneller.&nbsp;Bovendien is de nieuwe methode patiëntvriendelijker, op termijn kostenbesparender en een stuk milieuvriendelijker omdat je hiermee niet al dat gips bij het chemisch afval hoeft te gooien.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Eindeloze mogelijkheden</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Voor nu wordt de handschoen alleen nog gebruikt op de voet, maar de technologie zou ook toepasbaar kunnen zijn op andere lichaamsdelen. Voor het aanmeten van protheses bijvoorbeeld, voor tandartsen, zelfs voor chirurgen. “Als je eenmaal kunt digitaliseren wat je met je handen doet als je die handschoen aan hebt, qua kracht en positie, dan kun je er heel veel mee. De voorbeelden zijn eindeloos”, zegt Geert-Jos&nbsp;van der&nbsp;Maazen.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Een veelbelovende techniek dus&nbsp;– waar in 2023 zelfs een SIA RAAK-Award mee is gewonnen –&nbsp;en toch wordt die volgens&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Van der&nbsp;Maazen&nbsp;nog nergens ter wereld op deze manier toegepast. Reden genoeg om er als&nbsp;Fontys&nbsp;meer&nbsp;mee te doen, toch? “We zouden dit soort producten graag via&nbsp;Fontys&nbsp;op de markt brengen, maar dat is nog niet mogelijk", zegt Holtkamp. "We hopen dat&nbsp;Fontys&nbsp;hier de komende jaren een beleid voor ontwikkelt zodat veelbelovende projecten met hun resultaten ook&nbsp;vermarkt&nbsp;kunnen worden.&nbsp;Ik heb me daar al hard voor gemaakt, heb zelfs vragen gesteld aan het bestuur, maar tot nu toe zonder succes.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Misschien in eigen beheer uitbrengen dan? Het is immers ‘jouw kindje’?&nbsp;“Daar heb ik ook al over nagedacht, maar&nbsp;dan heb je héél veel geld nodig.&nbsp;Daar komt bij dat ik het ook onethisch zou vinden omdat we voor de ontwikkeling van dit project heel veel publieksgelden hebben gekregen. Als ik daar dan in mijn eentje mee vandoor ga… Nee, dat ga ik niet doen. Het is en blijft een discussiepuntje binnen&nbsp;Fontys.”&nbsp;&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e392c693-f189-457d-9ceb-d77a72a6350c/500_img_3833.jpg?x=1770894915675" alt="Geert-Jos van der Maazen" width="200">En terwijl dat gesprek&nbsp;gevoerd wordt, blijven&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Van der&nbsp;Maazen&nbsp;zich samen met verschillende&nbsp;Fontys-opleidingen en studenten&nbsp;inzetten voor verdere ontwikkelingen op het gebied van de SmartGlove.&nbsp;Ze hebben tal van ideeën hoe ze het bestaande prototype verder kunnen uitbouwen en moderniseren.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Van der&nbsp;Maazen: “Nu meten we alleen hoe hard je drukt, maar nog niet wanneer je té hard drukt. Daar willen we een waarschuwingssysteem voor ontwikkelen.” Aangevuld door&nbsp;Holtkamp: “We willen de handschoen heel graag&nbsp;doorontwikkelen&nbsp;tot het een product is dat we in een doosje&nbsp;zo aan de markt zouden kunnen aanbieden.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Eindhoven,Onderzoek Algemeen,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Fri, 13 Feb 2026 09:39:59 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/500_img_3831.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/500_img_3831.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/img_3831.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fred Holtkamp en Geert-Jos van der Maazen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector zet Brabantse scholen meer in beweging</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-brengt-basisscholen-meer-in-beweging/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-brengt-basisscholen-meer-in-beweging/</guid><pp:caseid>736227</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Ongeveer vier op de tien kinderen ervaart bewegingsarmoede. Om dat tegen te gaan overhandigde Dave van Kann, lector van het lectoraat Move to Be, afgelopen week de Basisschool in Beweging-awards aan scholen die dit aanpakken.&nbsp;</strong></span></p><p><span>De awards zijn onderdeel van een initiatief dat het lectoraat Move to Be samen opzette met de provincie Noord-Brabant. De provincie wilde aanvankelijk een prijs uitreiken aan de sportiefste school van Brabant, maar daar was Dave van Kann, lector ‘Leren Bewegen in en rondom School’, het niet mee eens. “Want waarom zou je een school die het al heel goed doen nog eens extra belonen?”</span></p><p><span>Uiteindelijk besloot de provincie, in samenwerking met het lectoraat, om de prijs te combineren met het systematisch bestrijden van bewegingsarmoede van kinderen in Brabant: de Basisschool in Beweging-award. “Zodat kinderen structureel meer kunnen bewegen.” Hetgeen waar de lector vanuit zijn lectoraat ook </span><a href="https://bron.fontys.nl/bewegen-tussen-lessen-door-moet-gemeengoed-worden/" target="_blank"><span>onderzoek naar doet</span></a><span>.&nbsp;</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:282/auto;width:282px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/68efb361-3eea-4efe-ade4-cb082d272643/800_fontys-dave.jpg?x=1770898841364" alt="Dave van Kann" width="282" height="auto">Bewegen, bewegen, bewegen</strong></span><br><span>Ruim 50 basisscholen in Brabant vulden daarom een ‘quick scan’ in. Een vragenlijst waarin duidelijk werd hoe goed de scholen al scoorden op bewegingsgebied en waar nog ruimte tot verbetering zat. Ook deelden meer dan 30 scholen hun beweegambitie. “Deze scholen hebben we daarna in drie categorieën verdeeld: scholen waar nog heel veel ruimte voor verbetering zit, scholen die al aardig op weg zijn en scholen die het al heel goed doen.”</span></p><p><span>Uit iedere categorie werd vervolgens één winnaar gekozen. De prijs? De award, een geldbedrag en begeleiding vanuit het lectoraat om de beweegambitie te realiseren. Te beginnen met Basisschool de Boog in Eindhoven. Zij wonnen in de categorie waar de meeste vooruitgang valt te boeken. “Een school met een mooie gemêleerde leerlingenpopulatie, waar gedurende het jaar meerdere challenges uitgevoerd gaan worden in het teken van bewegen.” Dat doen ze samen met ouders, leerkrachten, leerlingen en wijkbewoners. “Om echt een beweegcultuur te bewerkstelligen.”</span></p><p><span><strong>Ruzie en successen</strong></span><br><span>Winnaar nummer twee is De Montessorischool in Bergen op Zoom. Daar focust het plan zich voornamelijk op meer professionele beweging tijdens de tussentijdse opvang. “Een pauzemoment dat begeleid wordt door vrijwilligers, maar waarin kinderen weinig actief zijn. Vaak gaat dat gepaard met bepaald conflictgedrag. Het potentieel dat daar mist wordt de komende tijd in kaart gebracht zodat we daar de juiste oplossingen kunnen implementeren voor meer beweging en uiteindelijk ook beter gedrag.”</span></p><p><span>De school die in de laatste categorie won is Campus aan de Lanen in Rosmalen. “Een school die in alle onderdelen al bewegen ademt en werkt met coaches binnen het principe Outdoor Education.” Volgens de lector een schoolconcept dat werkt, maar gebukt dreigt te raken onder het eigen succes. “De school is enorm hard gegroeid, heeft een nieuwe directeur en zet docenten eerder in als coaches. Maar degene die hier verantwoordelijk voor is, ervaart een grote werkdruk. Daarom gaan we ons middels hun plan richten op het professionaliseren van het leerkrachtenteam, zodat we alle faciliteiten en mogelijkheden hier kunnen versterken.”</span></p><p><span><strong>Kans voor ieder kind</strong></span><br><span>De winnaars krijgen - in chronologische volgorde - 6.500, 5.000 en 3.500 euro om de plannen te realiseren. Degenen die niet gewonnen hebben hoeven in ieder geval niet te treuren. Buiten dat de wedstrijd komende zomer terugkeert, krijgt iedere basisschool nog een terugkoppeling op hun scores en ambities, zodat iedereen alsnog zelf aan de slag kan met de realisatie ervan.</span></p><p><span>“We willen vooral dat scholen bewust na gaan denken over de functie van bewegen tijdens de schooldag op en rondom school. Dat kan binnen de organisaties verspreid worden als een olievlek, zodat we ieder kind uiteindelijk de kans kunnen bieden om zo goed en </span><a href="https://bron.fontys.nl/bewegingslector-kinderen-die-bewegen-zijn-straks-de-actieve-volwassenen/" target="_blank"><span>gezond mogelijk</span></a><span> op te groeien."</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,PRO Sport,Gezondheid en sport,Lectoraten,Lectoren,Eindhoven,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 12 Feb 2026 14:39:19 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_schoolplein.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_schoolplein.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/schoolplein.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[&amp;ldquo;Kinderen die meer buiten spelen, kunnen zich beter concentreren en dus beter leren&amp;quot;, zegt Fontys-student Charlotte Casant.]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[&amp;copy;Shutterstock]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Digitale mediatheken? Lector pleit voor heroverweging</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/digitale-mediatheken-lector-pleit-voor-heroverweging/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/digitale-mediatheken-lector-pleit-voor-heroverweging/</guid><pp:caseid>735358</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Waar Fontys al jaren inzet op het digitaliseren van de mediatheken, onderstreept de Tweede Kamer juist opnieuw het belang van de fysieke bibliotheek. Voor lector Bart Wernaart reden voor een heroverweging van de digitale invulling van mediatheken binnen Fontys, wat jaren geleden een flinke discussie opleverde.</strong></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Met een aanscherping in de Bibliotheekwet stelt de overheid 60 miljoen euro extra beschikbaar en wordt een zorgplicht ingevoerd. Daarmee worden gemeenten en ook de Caribische eilanden verplicht om te zorgen voor voldoende bibliotheken.</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;">In 2023 besloot Fontys om de mediatheken volledig digitaal te reorganiseren. “Aanvankelijk was er weerstand en onrust, maar uiteindelijk werd in 2023 de reorganisatie definitief, na akkoord van medezeggenschapsraden en vakbonden.” Dat laat woordvoerder Wim Pleunis weten.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">De woordvoerder zegt ook dat Fontys niet van koers zal veranderen na de aanscherping van de Bibliotheekwet. “De aanscherping voor de wet geldt voor de gemeenten. Voor Fontys zit hier geen reden voor heroverweging in.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Kritisch denken</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Tegelijkertijd ziet lector Moral Design Strategy Bart Wernaart juist wel duidelijke redenen om de rol van fysieke mediatheken opnieuw te bekijken. De huidige mediatheken zijn volgens Wernaart namelijk vooral ingericht op snelheid en efficiëntie, met duidelijke gevolgen voor hoe mensen lezen en leren.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">“Veel online platforms lokken uit dat je steeds kortere teksten leest en daardoor sneller afhaakt. Je wilt eigenlijk het tegenovergestelde bereiken.” Het vermogen om langere teksten te begrijpen, staat daarmee onder druk, legt hij uit: “Ik denk dat het heel belangrijk is om een vakinhoudelijke tekst tot je te kunnen nemen, daar een mening over te vormen en er kritisch op te reflecteren. Juist die kritische houding is in tijden van desinformatie en AI-gegenereerde, vaak ongecontroleerde content heel belangrijk.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:322/auto;width:322px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/38e2cf0d-15ac-4587-8980-4833cb069729/800_schermshyafbeelding2026-02-05om12.09.41.png?x=1770290610038" alt="Bart Wernaart" width="322" height="auto">Dat vraagt om focus en rust, vindt Wernaart. “Dan moet je mensen dus in staat stellen om lange stukken tekst onafgebroken te kunnen bestuderen, zonder dat je wordt afgeleid.” Iets wat volgens hem lastig is in een volledig digitale omgeving waarin leren, sociale media en entertainment vaak via hetzelfde apparaat lopen.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Maatschappelijke functie</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Zowel bibliotheken als mediatheken kunnen meer zijn dan een plek om enkel boeken op te slaan. Het zijn fysieke kennisomgevingen met een maatschappelijke functie. Wernaart noemt de LocHal en de verbinding met Mindlabs in Tilburg als voorbeeld.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">“Je bent omgeven door boeken en dat heeft een aantoonbaar inspirerend effect. Het is daar altijd druk, er worden workshops gegeven, lezingen, mensen komen voor ontmoetingen, het leeft. Het heeft een overduidelijke maatschappelijke functie én een positief effect op kennisdeling.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">De keuze voor digitale mediatheken had wat hem betreft daarom ook anders uitgedacht kunnen worden. “Bij de mediatheken die we voorheen hadden, konden we ook denken: hoe kunnen we die herontwerpen zodat ze beter bezocht worden en een spilfunctie op de campus krijgen? We willen tenslotte een ‘Sticky Campus’, maar in plaats daarvan hebben we gezegd: ‘digital first’.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Technologische ontwikkelingen</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De opkomst van AI en andere technologische ontwikkelingen maken een heroverweging volgens Wernaart nog urgenter. Waar ooit werd gedacht dat alles online kon, ziet hij nu duidelijke grenzen: “Je hebt te maken met techbedrijven die dolgraag je aandacht willen voorspellen en vangen. Tegelijkertijd wijzen veel studies erop dat leren effectiever is in een fysieke, tastbare omgeving. Bovendien kunnen fysieke kennisomgevingen ook helpen om technologie op een verantwoorde manier te gebruiken.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Daar komt bij dat de samenleving veranderd is, zegt Wernaart. “Er is een probleem met desinformatie, met onze afnemende spanningsboog en met de capaciteit om langere teksten te lezen. Vooral de reflectieve stof, denk aan moraliteit, iets in historische context kunnen plaatsen, of nadenken over samenlevingen is belangrijk om mee te geven.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Vertragen</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De lector pleit voor een hybride mediatheekstructuur, waarin inspiratie en technologie samenkomen. Digitaal op zichzelf is helemaal niet verkeerd, zegt hij, maar moet wel een keuze zijn en geen doel. "Afwisselen tussen digitaal en fysiek is essentieel, daar geloof ik heel sterk in.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Hoewel hij zelf veel digitaal werkt, ziet hij ook wat er verloren dreigt te gaan. “Het vermogen om een paar stappen terug te zetten, even diep adem te halen, je af te sluiten van de rest en na te denken over wat je net gelezen hebt, dat zijn we aan het verliezen.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Daaraan toevoegend: “Verhalen lezen en jezelf onderdompelen, gecombineerd met bijvoorbeeld AI om samen te sparren, gepersonaliseerd te leren of gepersonaliseerd je data te structureren: die combinatie lijkt me geweldig.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,mediatheek,Lectoraten,Lectoren,Noé]]></category>
            <pubDate>Thu, 05 Feb 2026 12:29:34 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/1b59bc0a-bb79-44c5-babf-437ab77736b1/500_shutterstock-674867536.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/1b59bc0a-bb79-44c5-babf-437ab77736b1/500_shutterstock-674867536.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/1b59bc0a-bb79-44c5-babf-437ab77736b1/shutterstock-674867536.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[mediatheek bibliotheek boek]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Carsten Schlipf/Shutterstock]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Onderzoekers vragen kabinet om meer steun circulariteit</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/onderzoekers-vragen-kabinet-om-meer-steun-circulariteit/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/onderzoekers-vragen-kabinet-om-meer-steun-circulariteit/</guid><pp:caseid>735337</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De economie en samenleving in Nederland moeten weerbaar en minder afhankelijk worden op circulair gebied. Daar zetten wetenschappers zich voor in, maar omdat ze er zonder hulp van de overheid niet komen, schreven ze een brief naar het nieuwe kabinet. Ondertekend door ruim honderd onderzoekers, onder wie vier werkend bij Fontys.</strong></p><p>De brief is een initiatief van hoogleraar Ernst Worrell van de Universiteit Utrecht en is ontstaan vanuit een groot onderzoeksproject waar een miljoenenbudget voor beschikbaar is gesteld, waar Fontys als partner aan deelneemt. Het project heeft als doel de circulaire transitie in Nederland te versnellen door verschillende partijen samen te brengen. Dat zijn partijen zoals bedrijven, maar ook burgers, maatschappelijke organisaties en overheden.</p><p><strong>Economische druk</strong><br>Met de <a href="https://hetgroenebrein.nl/nieuws/100-wetenschappers-willen-vaart-in-de-circulaire-economie/" target="_blank">brief</a> willen de ondertekenaars de overheid actief oproepen om circulariteit structureel op te nemen in het beleid en regeerakkoord. Dat is namelijk hard nodig, zegt Biljana Pešalj, lector van het lectoraat Circulaire Transitie bij Fontys, omdat zowel op Europees als nationaal niveau bepaalde duurzaamheidsmaatregelen onder druk staan. “Ambities op het gebied van circulariteit en duurzaamheid lijken soms te wijken voor economische druk”, legt ze uit.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:252/auto;width:252px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a5a49493-c18c-4e3b-ba6d-8362abd8d58f/800_headerbiljanapesalj.jpg?x=1770281900417" alt="Biljana Pešalj" width="252" height="auto">Bedrijven zijn volgens de lector soms meer bezig met hun concurrentiepositie dan met het punt waar het eigenlijk om zou moeten draaien: het verbeteren van de circulaire transitie. Want als de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair wil zijn, waarbij producten en grondstoffen continu opnieuw worden gebruikt en er bijna geen afval meer is - zoals beschreven staat in nationale beleidsdocumenten van de Nederlandse overheid - dan moet er iets gebeuren. En wel nu.</p><p>“Het nieuwe kabinet heeft daar op meerdere vlakken een belangrijke rol in”, stelt Pešalj. “Op het gebied van vooruithelpen en investeren, maar ook het winstgevend maken van circulair ondernemerschap. Sommige niet-duurzame grondstoffen, zoals plastic, zijn anno 2026 namelijk nog steeds goedkoper dan gerecyclede alternatieven. Alleen de overheid kan daar met subsidies verandering in brengen.”</p><p><strong>Hulp nodig</strong><br>Daarnaast, gaat de lector verder, heeft de overheid ook een sleutelrol in het samenbrengen van betrokken partijen en het creëren van een gedeelde richting. Dat vraagt om een gezamenlijke visie: wat is het einddoel en waar willen we als samenleving naartoe? “Die visie bestaat in grote lijnen al. Nederland heeft een circulair-economiebeleid, er zijn implementatieagenda’s en er zijn routekaarten. De plannen zijn er, maar plannen alleen zijn niet voldoende. De uitdaging zit in de uitvoering en daar is hulp bij nodig.”</p><p>Kortom: zonder ondersteuning van hogere hand kom je er niet. De politieke bereidheid om op dit gebied door te pakken is er nu al wel, maar volgens Pešalj lijkt die minder groot dan voorheen. Precies de reden waarom deze brief is geschreven. Om te benadrukken dat verandering noodzakelijk is en dat de wetenschap hierbij kan helpen.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/efc7ac1e-b5c0-460c-879a-3e16ab9101f5/500_fotolectoraatyvonnekleinerportret.jpg?x=1770281889038" alt="Yvonne van Lith" width="200">De oplossing</strong><br>Studenten kunnen daar volgens Yvonne van Lith, docent-onderzoeker bij Fontys en tevens één van de briefondertekenaars, ook aan bijdragen. “We willen de mogelijkheden voor studenten binnen onze onderzoeken op het gebied van circulaire economie verbreden, zodat ze al tijdens hun opleiding aan complexe vraagstukken kunnen werken of kunnen helpen bij het oplossen ervan. Studenten hebben er vertrouwen in dat ze een klein deel van de oplossing kunnen zijn.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Duurzaamheid,Lectoraten,Lectoren,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 05 Feb 2026 10:14:10 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/5ce5900a-8c7a-4113-828f-61004a7833bd/500_shutterstock_2350303869.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/5ce5900a-8c7a-4113-828f-61004a7833bd/500_shutterstock_2350303869.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/5ce5900a-8c7a-4113-828f-61004a7833bd/shutterstock_2350303869.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[circulaire economy duurzaam groen wereld]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys werkt steeds meer samen met andere instellingen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-werkt-steeds-meer-samen-met-andere-instellingen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-werkt-steeds-meer-samen-met-andere-instellingen/</guid><pp:caseid>733069</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Het lijkt voor veel studenten vanzelfsprekend. Een minor die samen met een andere school is opgezet, docenten die elkaar aanvullen of onderwijs dat deels buiten de eigen opleiding plaatsvindt. Achter die vanzelfsprekendheid gaat een bewuste keuze schuil: Fontys investeert steeds vaker in samenwerkingen met andere onderwijsinstellingen.&nbsp;</strong></span></p><p><span>Een concreet voorbeeld daarvan is de nieuwe minor Kinderfysiotherapie van Fontys Paramedisch. De minor is ontwikkeld in samenwerking met de bacheloropleiding Fysiotherapie van Fontys en de masteropleiding Kinderfysiotherapie van Breederode Hogeschool.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:293/auto;width:293px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/880a67fb-f007-46f1-b1a7-f54e56605086/800_winnieblesenjannekehees.jpg?x=1768292739121" alt="Winnie Bles en Janneke Hees" width="293" height="auto">Winnie Bles, docent en studiecoach bij Fontys Paramedisch en een van de initiatiefnemers van de nieuwe minor, vertelt enthousiast over het traject. "Ik ben gespecialiseerd in kinderfysiotherapie. Binnen de opleiding werd daar nog niet echt iets mee gedaan, maar we wilden die expertise toch benutten. Een collega van me, Janneke Hees, raakte daarna in gesprek met een docent van de masteropleiding Kinderfysiotherapie van Breederode Hogeschool. Vanuit daar is het balletje gaan rollen.’’</span></p><p><span>Het idee achter de minor is dat studenten fysiotherapie kunnen kennismaken met kinderfysiotherapie. Op die manier wordt geprobeerd de bacheloropleiding beter te verbinden met de masteropleiding.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Samenwerken noodzakelijk</strong></span><br><span>Bles legt uit waarom samenwerken de enige keuze was: ‘’Kinderfysiotherapie is echt een specialisme, als je daar iets mee wilt doen moet je de masteropleiding volgen. Maar we merkten dat we de studenten al tijdens de bachelor wilden laten proeven van kinderfysiotherapie.’’</span></p><p><span>Hoewel Fontys veel expertise in huis heeft, bleek die op dit specifieke vlak beperkt. Dankzij de samenwerking krijgen studenten vanaf februari les van kinderartsen en mogen ze meelopen in ziekenhuizen. Daarnaast wordt via de minor ook de samenwerking met regionale partners uitgebreid.&nbsp;</span><br><br><span>Waar deze minor zich volgens Bles in onderscheidt, is de mate van diepgang. ‘’Als je de minor goed behaalt of uitblinkt kun je zelfs vrijstelling op bepaalde toetsen krijgen binnen de masteropleiding. Deze samenwerking is dus ontzettend waardevol, zeker voor de doorstroommogelijkheden."</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:242/auto;width:242px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d5c48f31-b895-4b91-a16a-c77e2db3e534/800_anje.jpg?x=1768293172907" alt="Anje Ros" width="242" height="auto">Positieve ontwikkeling</strong></span><br><span>Lector Goed leraarschap, goed leiderschap Anje Ros ziet de toename in samenwerkingen met verschillende opleidingen als een positieve ontwikkeling. ‘’Fontys is constant bezig met hoe studenten moeten worden opgeleid. Door zulke samenwerkingen aan te gaan houden opleidingen elkaar scherp.’’</span></p><p><span>De samenwerkingen zorgen er volgens Ros ook voor dat expertise beter zichtbaar en benut wordt. "Denk bijvoorbeeld aan innovaties vanuit andere opleidingen: hoe gebruiken zij AI, waar houden ze rekening mee, et cetera." De lector vindt het daarnaast ook belangrijk dat opleidingen elkaar actief blijven opzoeken. ‘’Wanneer je niet samenwerkt, blijf je in een bepaalde bubbel denken.’’</span></p><p><span>Tegelijkertijd vraagt een dergelijke synergie om een professionele cultuur, stelt de lector. ‘’Om dingen bespreekbaar te maken is vertrouwen het belangrijkste, en ik denk dat we daar binnen het hbo heel erg goed in zijn.’’</span></p><p><span><strong>Onderwijsinnovatie</strong></span><br>De verbintenissen leveren volgens Ros daarnaast<span> meer op dan enkel het uitwisselen van expertise binnen de opleidingen, zoals meer mogelijkheden om te leren in de praktijk. ‘’Studenten komen in die ‘echte wereld’ mensen met verschillende achtergronden, talen en culturen tegen. </span>Daar leren ze niet alleen van, maar het biedt ook kansen om hun leeruitkomsten op verschillende manieren aan te tonen.<span>’’</span></p><p>De studenten zijn niet de enigen die leren van de coöperaties. Ook Fontys zelf steekt er wat van op. “Mede dankzij de onderlinge samenwerkingen tussen ‘eigen opleidingen’ is binnen Fontys al veel kennis aanwezig. En van de samenwerkingen met andere scholen leren wij als organisatie zijnde ook weer. Met die kennis proberen we uiteindelijk een optimale omgeving voor zowel studenten als docenten te creëren.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,minor,Lectoraten,Lectoren,gezondheid]]></category>
            <pubDate>Tue, 13 Jan 2026 12:12:32 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_samenwerken.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_samenwerken.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/samenwerken.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Samenwerken]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Met een &amp;#039;Marktplaats&amp;#039; voor ondersteuning kan de zelfredzaamheid van burgers vergroot worden.]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Een andere kijk op AI: &#039;De mens kan alles wat AI kan&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/een-andere-kijk-op-ai-de-mens-kan-alles-wat-ai-kan/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/een-andere-kijk-op-ai-de-mens-kan-alles-wat-ai-kan/</guid><pp:caseid>730433</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>AI maakt deel uit van ons dagelijks leven en ontwikkelt zich sneller dan we ons kunnen voorstellen. Hoelang duurt het nog voordat er een allesomvattende AI is? Moeten we ons daar zorgen om maken? Lectoren Tessa Cramer en Gerard Schouten vertelden er woensdag alles over tijdens het openbaar college ‘Een andere kijk op AI’.</strong></span></p><p><span>Dat dit het derde openbaar college van Fontys is dat zich focust op AI zegt genoeg over hoe actueel het onderwerp is. “Logisch ook, want intelligentie ontwikkelt zich al sinds 3,5 miljard jaar”, gaat Gerard Schouten<strong>,</strong> lector Sustainable Data & AI Applications, van start. Maar wat is intelligentie eigenlijk en wie heeft het? Dat is een vraag zonder één definitie.</span></p><p><span>Stel; een Amsterdamse taxichauffeur kent honderd straatnamen in de regio uit zijn hoofd en weet precies welke sluiproutes te nemen bij wegafzettingen. Of wat dacht je van een onderzoeker die ontdekt dat bij bepaalde vormen van kanker immuuntherapie beter aanslaat wanneer patiënten een coronaprik hebben gehad? Of kleine zwanen die elke herfst naar West-Europa trekken en herkenningspunten onthouden? “Allemaal intelligent, en dus onderdeel van een verschrikkelijk breed begrip.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:223/auto;width:223px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/0f8ed58b-e829-4adb-8b04-bad0bcf6ca86/800_gerardschouten-3.jpg?x=1764799884973" alt="Gerard Schouten" width="223" height="auto">Evolutie van intelligentie</strong></span><br><span>Het eerste eencellige organisme dat 3,5 miljard jaar geleden ontstond en DNA bevatte, bezat al intelligentie, vertelt de lector. Pas veel later, in 1947, ontstond het idee van artificiële intelligentie. Toch was het pas in 2013 toen AI een vlucht maakte nadat men in een soort wanhoopspoging een enorme hoeveelheid informatie in één computernetwer stopte, waar vervolgens resultaten uitkwamen die beter waren dan ooit tevoren. “Zo ontstond deep learning”, zegt Schouten.</span></p><p><span>Hij noemt het de meest complexe machine die we ooit als mens gemaakt hebben. "Maar de mens kan alles wat AI kan, maar met een eigen wil, een morele wil. Een mens is daarnaast nieuwsgierig, kan dingen duiden, begrijpen, reflecteren en verwonderen.” [</span><i><span>Tekst gaat verder onder de foto's]</span></i></p><p><span>Dat laatste is precies hetgeen waar Tessa Cramer, lector Designing the Future, op aanhaakt. “Ik ben niet AI-onderlegd, maar wél geïnteresseerd in de toekomst en hoe we mens kunnen blijven in een snel veranderende wereld waarin AI integreert.”</span></p><p><span>Dat komt vaak met twee uitersten: doemdenken, zoals in sciencefiction-films, of een ‘alles komt goed’-mentaliteit. “Maar de toekomst is vaak rommeliger dan we ons voorstellen.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:229/auto;width:229px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f7fb1c9a-4b22-4df8-b411-e7a35c48170e/800_tessacramer.jpg?x=1764799907743" alt="Tessa Cramer" width="229" height="auto">Pessimisme en veranderen</strong></span><br><span>Dat brengt pessimistische gevoelens met zich mee en dat ziet Cramer ook terug in haar werk, waar ze regelmatig de vraag krijgt hoe mensen om kunnen gaan met pessimisme wanneer ze nadenken over de toekomst.</span></p><p><span>Om te beginnen is de toekomst volgens de lector een plek die je op veel manieren kunt interpreteren. “Door hem op te rekken tot mogelijke toekomst, zoals kunstenaars en ontwerpers doen. Mensen die onze grenzen verleggen in wat wij mogelijk achten. Of door hem te zien als een wenselijke toekomst. Een plek waar beleidsmakers en politici zitten omdat ze altijd een norm meebrengen.”</span></p><p><span>Maar dan is er ook nog de waarschijnlijke toekomst: een soort lineair doortrekken van wat we allemaal kennen. “Een grote val waarin we het liefst op repeat doen wat we kennen, en de dag van vandaag morgen weer beleven. Als we dat allemaal blijven doen, blijft de wereld precies hetzelfde. Terwijl het juist mooi is om de wereld te veranderen.”</span></p><p><span><strong>Verwonderen in ongemak</strong></span><br><span>Zo had men in de vooroorlogse tijd nooit verwacht dat computers in onze broekzak zouden passen. En zo kunnen velen nu niet bevatten dat AI onze wereld gaat veranderen. Toch is Cramer van mening dat mensen zich vooral moeten verwonderen, in plaats van dat ze aannames doen. “Aannames kunnen namelijk behoorlijk belemmeren. Verhalen die we vertellen over AI zijn bijvoorbeeld vaak gevaarlijker dan AI zelf. We moeten ons dus bewuster zijn van wat mensen zeggen over de technologie, dan van de technologie zelf.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,AI,Lectoren,Berg,Lectoraten]]></category>
            <pubDate>Thu, 04 Dec 2025 10:14:36 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/37abf3f6-75be-4d31-b6fc-53fe1cb226a8/500_openbaarcollege039eenanderekijkopai039.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/37abf3f6-75be-4d31-b6fc-53fe1cb226a8/500_openbaarcollege039eenanderekijkopai039.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/37abf3f6-75be-4d31-b6fc-53fe1cb226a8/openbaarcollege039eenanderekijkopai039.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Openbaar college &amp;#039;Een andere kijk op AI&amp;#039;]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nieuwe opleiding pakt agressie in publieke sector aan</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nieuwe-opleiding-pakt-agressie-op-de-werkvloer-aan/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nieuwe-opleiding-pakt-agressie-op-de-werkvloer-aan/</guid><pp:caseid>730377</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Fontys start een opleiding tot ‘sociale veiligheidsregisseur’ bij publieke instellingen, zoals zorg, onderwijs en woningbouwcoöperaties. Voorjaar 2026 trekken de eerste deelnemers naar Eindhoven voor de – om precies te zijn – post-bachelor Toegepaste Sociale Veiligheidskunde.</strong></span></p><p><span style="text-align:start;">Bron belt met Rogier van der Wal, als lector Ethisch Werken verbonden aan Fontys Hogeschool HRM en Toegepaste Psychologie. Hij is mede-initiatiefnemer van de nieuwe opleiding.</span></p><p style="text-align:start;"><strong>Wat is de noodzaak van deze opleiding?</strong><br>“De agressie in onze samenleving neemt toe. Kijk alleen al naar de politiek, waar het meer dan eens gaat om de ruwe toon. Medewerkers bij publieke organisaties kampen zo’n twee miljoen keer per jaar met ongewenst gedrag van mensen, waarbij (extern) contact met cliënten een hoofdrol speelt. Dit komt tot uiting in verbale of fysieke intimidatie, maar ook via online agressie. Uit onderzoek blijkt dat deze problematiek in Nederland zelfs uitstijgt boven het Europese gemiddelde, met alle negatieve (gezondheids)gevolgen van dien. Onze opleiding biedt professionele oplossingen voor deze problematiek.”</p><p style="text-align:start;"><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/91e8e8c1-e5c2-4469-ba3b-6f4de9412d63/500_rogiervanderwal-01.jpg?x=1764763815318" alt="Rogier van der Wal" width="200">Hoe is het curriculum tot stand gekomen?</strong><br>“We willen zo goed mogelijk inspelen op de behoeften van deelnemers. Qua aanbod op dit ‘zorggebied’ heeft Fontys van oudsher al het nodige in huis bij HRM/Toegepaste Psychologie. Bijvoorbeeld de juridische context, psychologische achtergrond en bemiddelingsaspecten bij ongewenst gedrag. Voor mijn eigen lectoraat geldt dat we veel waarde hechten aan ethisch handelen op de werkvloer. Ook plannen we praktijkgerichte gastcolleges, onder andere door Caroline Koetsenruijter, specialist op het terrein van werkvloer-agressie.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Over welke kennis en vaardigheden moeten deelnemers straks beschikken?</strong><br>“De sociale veiligheidsregisseur heeft een centrale rol bij het voorkomen van agressie, en de afwikkeling van incidenten. Hij/zij begeleidt collega’s die het overkomt en probeert de meldingsbereidheid te vergroten. We tackelen verschillende dimensies van het probleem. Meer theoretisch gezien gaan we in op begrippen als ‘moreel leiderschap’ en ‘ethisch handelen’. Een manager die met ongewenst gedrag te maken heeft in een organisatie moet bijvoorbeeld consequent en betrouwbaar zijn. Vooral ook als het niet direct zichtbaar is voor de buitenwacht.</p><p style="text-align:start;">Voorbeeldgedragingen zijn van invloed op de meldingsbereidheid in een organisatie. Verder is het goed om te kijken in hoeverre de regels en protocollen voor sociale veiligheid in de organisatie zijn uitgewerkt en hoe daarmee in de praktijk wordt omgegaan. Ook concreet zijn er slimme aanpassingen mogelijk. Bekend zijn de organisaties die hun slechtnieuwsbrieven op vrijdag de deur uit doen, waarna medewerkers op maandagochtend gelijk de volle laag krijgen.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Is er verschil in benadering, bijvoorbeeld tussen zorg en onderwijs?</strong><br>“Bij veel publieke instellingen gaat het om belangen die mensen persoonlijk aangaan. Op de overheid zijn mensen soms extra kritisch onder het mom van ‘Ik betaal toch belasting!’ en het verwachtingspatroon dat een dienst er vooral is voor jou. En bij onderwijs draait het om de positie van je kinderen, wat vaak ook rabiaat gedrag oproept. De verschillen zijn er, maar er is vooral ook veel generiek ongewenst gedrag.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Wanneer kunnen deelnemers zich aanmelden?</strong><br>“Die specifieke info volgt nog. We richten ons op werkende professionals die zich bezighouden met veiligheid op de werkvloer. We plannen zes en een halve opleidingsdag in Eindhoven en streven naar twaalf tot vijftien deelnemers. Er is voor gekozen om de cursus in die zin compact en gecomprimeerd te houden, wat de impact (hopelijk) vergroot.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoren,FHRM,PRO HRM en Psychologie]]></category>
            <pubDate>Wed, 03 Dec 2025 13:32:25 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/fa345e0f-2120-4a12-b440-2c5fd0189f94/500_shutterstock_2256783511.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/fa345e0f-2120-4a12-b440-2c5fd0189f94/500_shutterstock_2256783511.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/fa345e0f-2120-4a12-b440-2c5fd0189f94/shutterstock_2256783511.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[agressie ruzie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector Wernaart werkte jaren aan ‘ouderwetse’ encyclopedie</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lector-wernaart-werkte-jaren-aan-ouderwetse-encyclopedie/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lector-wernaart-werkte-jaren-aan-ouderwetse-encyclopedie/</guid><pp:caseid>730341</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Het heeft vijf jaar geduurd, maar dan heb je ook wat, aldus Fontyslector Bart Wernaart. The ‘Elgar Concise Encyclopedia of Food Law’ is het twaalfde boek waar zijn naam prominent op de cover staat. Wernaart is trots op het naslagwerk over levensmiddelenrecht waar auteurs van over de hele wereld aan meewerkten.&nbsp;</strong><span><strong>&nbsp;</strong></span></p><p>Nog niet eerder was Wernaart, lector Circulaire en Duurzame Transities, zo lang bezig met een boek. “Normaal duurt het ongeveer een tot anderhalf jaar om tot een publiceerbaar boek te komen. Het hoeft dus niet altijd zo lang te duren”, zegt hij lachend.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/6a73b1a6-5244-4d42-a45c-0f8fd2d917d7/500_bartwernaart-3.jpg?x=1764751722573" alt="Bart Wernaart" width="200">Het samenstellen van deze uitgave was dan ook een hele klus. Wernaart deed het samen met collega editoren Bernd van der Meulen en Lisanne Kramer. “Zelf hebben we verschillende hoofdstukken geschreven, maar we hebben uit ons netwerk vooral ook experts op dit gebied gevraagd om bij te dragen.”</p><p>Het werd een hele lijst aan nationaliteiten. “Het is echt een internationaal team dat hieraan heeft meegeschreven. Van mensen binnen Fontys tot auteurs uit Singapore, Nigeria, Turkije, Rusland, Brazilië, de VS, Italië en ga zo maar door.”</p><p><strong>Monnikenwerk</strong><br>In het samenbrengen van de bijna negentig bijdragen van al die verschillende auteurs ging veel werk zitten. “Voordat je een project met zoveel mensen van de grond hebt, ben je wel even bezig. Maar ook het aansturen van zo’n enorm schrijversteam kost ontzettend veel tijd”, legt Wernaart uit. “Uiteindelijk moesten we natuurlijk ook iedere inzending apart beoordelen en soms terugsturen voor een tweede of derde versie, want de kwaliteit moet natuurlijk wel goed zijn. Dat was soms echt monnikenwerk.”</p><p>Het naslagwerk dat er na al die jaren nu eindelijk ligt, is onderdeel van een serie juridische encyclopedieën over uiteenlopende onderwerpen. In deze nieuwe encyclopedie laten experts hun licht schijnen op levensmiddelenrecht. “Het biedt echt een schatkist aan informatie over hoe je naar voedsel kan kijken en hoe je voedsel kan normeren en reguleren. Voor iedereen die ook maar enigszins in dat vakgebied werkt of studeert, is het een must om dit in je boekenkast te hebben staan.”</p><p>In het boek worden veel verschillende aspecten belicht. Zo zijn er bijdragen over technische voedselrichtlijnen en regels voor internationale handel, maar komen ook religieuze normen, ethiek en zelfs mythologie aan de orde.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/3069e0d5-5182-41cc-ae9c-c088c4009eeb/500_boekfoodlaw.jpg?x=1764751773732" alt="" width="200">Beetje ouderwets</strong><br>Wernaart is fan van het concept encyclopedie, al klinkt dat misschien een beetje ouderwets, denkt hij. “Er wordt soms misschien een beetje lacherig gedaan over encyclopedieën, maar ik vind het juist een heel sterk concept. Natuurlijk kun je heel snel iets googelen of aan ChatGPT vragen. Maar zeker met een complex iets als het levensmiddelenrecht, waar allerlei culturele nuances en geopolitieke belangen een rol spelen, kom je er dan niet achter hoe iets echt werkt.”&nbsp;</p><p>En dan biedt een encyclopedie uitkomst, denkt Wernaart. “Ik ben dol op het idee van ‘collateral learning’. Als je door een encyclopedie bladert, kom je altijd dingen tegen die je anders nooit had gezien. Zo krijg je veel meer context. Jezelf af en toe op die manier verwonderen, kan ontzettend helpen om dingen beter te begrijpen.”</p><p>Zelf duikt hij dan ook geregeld in zijn eigen boekenkast. “Ik vind het fijn om mezelf te omringen met boeken. Het geeft me een bepaalde geruststelling om fysiek omringd te worden door al die kennis en verhalen.” Een gevoel dat Wernaart eigenlijk altijd al heeft gehad. “Al sinds ik jong ben, heb ik een boekenfetisj. Ik ben dan ook altijd heel blij als het weer lukt om een boek te maken.”</p><p><strong>Fontysfamilie</strong><br>Wernaart vindt het belangrijk om de Fontysfamilie nauw te betrekken bij dit soort publicaties. “In deze encyclopedie hebben bijvoorbeeld Fontyscollega’s Sonja Floto-Stammen en Colette Cuijpers met haar team hele mooie bijdragen geleverd. Zij sluiten naadloos aan bij het niveau van al die andere internationale en academische experts. We hebben bij Fontys echt hele goede mensen, daar mogen we trots op zijn.”&nbsp;<span> &nbsp;</span></p><p><i>Het boek Food Law is inmiddels te koop en zal volgend jaar op 23 maart officieel bij Fontys gepresenteerd worden tijdens de Week van de circulaire economie.</i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Wed, 03 Dec 2025 10:04:51 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/df521652-df98-4838-931c-3d7c3857d4aa/500_foodlawheader.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/df521652-df98-4838-931c-3d7c3857d4aa/500_foodlawheader.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/df521652-df98-4838-931c-3d7c3857d4aa/foodlawheader.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Food Law header]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector Nardie Fanchamps: “Durf over grenzen heen te kijken”</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lector-nardie-fanchamps-durf-over-grenzen-heen-te-kijken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lector-nardie-fanchamps-durf-over-grenzen-heen-te-kijken/</guid><pp:caseid>729268</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Voor Nardie Fanchamps, de nieuwe lector van het lectoraat Onderwijs in verbinding, komt in zijn nieuwe functie alles samen. Zijn passie voor onderwijs en onderzoek en zijn interesse in technologie en ontwikkeling. Van weerstand wil hij niets weten. Zo veel mogelijk samenwerken en innoveren zijn wat hem betreft een must in de onderwijswereld.</strong></p><p>De benoeming van Fanchamps bij het lectoraat van de Nieuwste Pabo in Sittard had een verdrietige aanleiding. Nadat Fontyslector Henderijn Heldens vlak na haar inauguratie eerder dit jaar overleed, ging het lectoraat onder interim-lector Paul Hennissen tijdelijk verder. Fanchamps, die eerder al bij Fontys als docent-onderzoeker werkte en ook al zijdelings betrokken was bij het lectoraat, nam begin deze maand het stokje van hem over.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/db31a64b-823e-43b2-85fb-42458f59623c/500_lectornardiefanchamps.jpg?x=1763710845971" alt="Nardie Fanchamps" width="200">“Door het werk van Henderijn staat het lectoraat fantastisch in de steigers,” zegt de nieuwe lector. “Ik ben blij dat ik het vertrouwen heb gekregen om deze mooie en belangrijke opdracht verder uit te voeren.”</p><p>Die opdracht sluit naadloos aan bij een opleidingsinstituut als de Pabo, vindt Fanchamps. “Wij doen als lectoraat onderzoek, ontwikkelen concepten en innoveren het onderwijs om ervoor te zorgen dat de student van nu, straks als professional zo goed mogelijk toegerust voor de klas staat.”<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Inclusief onderwijs</strong><br>En dat is een uitdaging, weet hij. Zeker in Limburg waar uit cijfers blijkt dat de ontwikkelkansen gemiddeld veel lager zijn dan in de rest van Nederland. Kunnen omgaan met zoveel diversiteit tussen leerlingen, vraagt veel van degene die voor de klas staat, weet Fanchamps uit eigen ervaring. Als zij-instromer werkte hij als leerkracht op een basisschool en deed hij veel onderzoek in het primair onderwijs en de kinderopvang.&nbsp;</p><p>“We vinden het belangrijk dat het onderwijs inclusief is en willen kinderen zo lang mogelijk in het reguliere onderwijs houden.” Dat kan een leerkracht vaak niet alleen, ziet hij. “Soms is het nodig om daarvoor ook andere disciplines in te schakelen zoals een logopedist, fysiotherapeut of een ergotherapeut.”<span>&nbsp;</span></p><p>De naam van het lectoraat, Onderwijs in verbinding, komt dan ook niet uit de lucht vallen. Om kinderen goed te ondersteunen in hun ontwikkeling, is samenwerking tussen al die verschillende professionals essentieel, benadrukt de nieuwe lector. En dus moeten leerkrachten, zorgprofessionals en onderzoekers de handen ineen slaan.&nbsp;</p><p><strong>Over grenzen heen kijken</strong><br>Liever praat Fanchamps dan ook niet over de weerstand die eerder ontstond rondom de plannen om educatieve opleidingen van Fontys intensiever te laten samenwerken. “Dat was voor mijn tijd en laat ik graag achter me. Ik vind dat je juist moet nastreven om zoveel mogelijk samen te werken en de verbinding te zoeken.” Een goed voorbeeld vindt hij de Nieuwste Pabo, een samenwerking tussen de hogescholen Zuyd en Fontys. “Met twee moederinstituten hebben we een hele mooie kruisbestuiving en combineren we het beste van elkaar.”<span>&nbsp;</span></p><p>Ook is hij een voorstander van samenwerking buiten Limburg. “Natuurlijk ligt onze kernopdracht hier, maar je moet ook over grenzen heen durven kijken. In Nederland, maar ook internationaal zie je fantastische dingen in het onderwijs gebeuren waar we veel van kunnen leren. En zij van ons.”</p><p><strong>Tools van de toekomst</strong><br>Fanchamps is blij dat er binnen het lectoraat ook ruimte is om meer onderzoek te doen naar nieuwe technologische mogelijkheden. Want dat kan, zo vindt hij, het onderwijs enorm verrijken. “Denk bijvoorbeeld aan toepassingen als sociale robotica, AI of serious gaming. Dat zijn de tools van de toekomst. Ik durf wel te zeggen dat het werkveld daar vaak veel verder in is dan wij. Daar hebben we als opleiding nog wel een aantal stappen te zetten."</p><p>En dus is er werk aan de winkel. Al merkt Fanchamps dat nog niet iedereen hierover zo enthousiast is als hij. Met zijn inbreng in het lectoraat hoopt hij dat te veranderen. “Het zou mooi zijn als we innovatie juist als uitdaging zien. En niet roepen ‘o help wat moet er nu weer’, maar ‘yes laten we het proberen’. Want daar kunnen we veel winst uit halen.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoren,Lectoraten,Limburg,FE,PRO Educatie,PRO Onderwijs]]></category>
            <pubDate>Fri, 21 Nov 2025 09:58:11 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/e7db8811-65cb-4772-95cc-2aa3c02291b1/500_nardiefanchampshead.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/e7db8811-65cb-4772-95cc-2aa3c02291b1/500_nardiefanchampshead.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/e7db8811-65cb-4772-95cc-2aa3c02291b1/nardiefanchampshead.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Nardie Fanchamps head]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kompas voor mensen met dementie wijst altijd naar huis</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kompas-voor-mensen-met-dementie-wijst-altijd-naar-huis/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kompas-voor-mensen-met-dementie-wijst-altijd-naar-huis/</guid><pp:caseid>728633</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>GPS-trackers zijn er in allerlei soorten en maten. Kompassen bestaan ook al sinds ver voor Christus. Maar een kompas mét GPS-tracker voor mensen met dementie? Die is nieuw. En dat hebben we te danken aan Fontysmedewerker Rens Brankaert.</strong></p><p>Het kompas van Brankaert ziet eruit als een simpel kompas, maar werkt anders. Want waar een normaal kompas wordt gebruikt om de richting te bepalen ten opzichte van het magnetische noorden, wijst het navigatie-instrument van Brankaert naar het huis van de gebruiker. “Zodat de weg terug altijd kan worden gevonden”, legt hij uit.</p><p>Brankaert is werkzaam bij Fontys Paramedisch en lector bij het lectoraat Health Innovations & Technology, maar werkt ook als hoogleraar bij Tilburg Universiteit en voor de TU/e. En het is die laatste school waar het idee van het kompas lang geleden ontstond. “Ik werd geïnspireerd door mijn eigen opa die dementie had”, vertelt Brankaert. “Hij fietste veel, maar raakte op de terugweg vaak de weg kwijt. Mijn moeder en oma moesten er dan op uit om hem te zoeken, soms tot midden in de nacht.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8d31cced-a579-460b-b6ef-94ebe640b433/500_rensonsdagsmoslashteeldrebarnhomingcompass7raw733kopi3.jpg?x=1763390680218" alt="Het kompas" width="200">Zo simpel mogelijk</strong><br>Het was een wezenlijk probleem. Niet alleen voor zijn opa, maar ook voor de rest van zijn familie. “Ik was veel met technologie bezig en wilde iets maken wat hierbij kon helpen”, vervolgt hij. “GPS-trackers bestonden al wel en kunnen behulpzaam zijn voor de familieleden, maar de persoon waar het om draait is daar niet mee geholpen. Die is nog steeds de weg kwijt. Ik wilde daar iets op bedenken.”</p><p>Dat werd dus het kompas, dat Van Brankaert met behulp van twee oud-studenten, Rick en Vincent Eurlings, heeft gemaakt. Het werkt heel simpel, maar dat was ook precies de bedoeling. “Voor deze groep moet je het zo makkelijk mogelijk houden. Het moet universeel toegankelijk zijn, dus de enige knop die erop zit, is een resetknop waarmee het kompas op nul kan worden gezet; daarmee kun je je referentiepunt instellen. Maar voor de rest bevat het dus alleen een simpele wijzer die je de weg naar huis altijd laat vinden." Intern zit nog wel een GPS-tracker zodat familieleden via een app kunnen zien waar de gebruiker van het kompas is.</p><p><strong>Positieve reacties</strong><br>Het product is momenteel volop in ontwikkeling en komt naar verwachting in de zomer van 2026 op de markt. Tot die tijd proberen verschillende mensen het al uit. Brankaert: “De reacties zijn heel positief. Mensen zeggen dat ze er meer zelfstandigheid en eigenwaarde door ervaren, wat natuurlijk ook de bedoeling is."</p><p>Maar het maakt mensen ook zekerder. Zoals het koppel uit Alphen aan den Rijn, dat het kompas in het bijzijn van Brankaert uit mocht proberen. “Ze waren naar een nieuwbouwwijk verhuisd waar alle huizen op elkaar lijken. Als je tientallen jaren in hetzelfde huis hebt gewoond en dan op zo'n plek terechtkomt, terwijl je dementie hebt, dan is dat natuurlijk vragen om problemen. De man van het stel wist zijn huis niet meer te vinden. Maar met het kompas was dat ijkpunt er weer. Het werkte echt heel goed.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,FHP,FHMG,Luiken,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Tue, 18 Nov 2025 11:07:18 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a3a16dbd-fab1-4a7f-be82-e25b641b2a0c/500_rensonsdagsmoslashteeldrebarnhomingcompass8raw709kopi3.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a3a16dbd-fab1-4a7f-be82-e25b641b2a0c/500_rensonsdagsmoslashteeldrebarnhomingcompass8raw709kopi3.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a3a16dbd-fab1-4a7f-be82-e25b641b2a0c/rensonsdagsmoslashteeldrebarnhomingcompass8raw709kopi3.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rens Brankaert]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Islamitische school zoekt balans in seksuele voorlichting</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/islamitische-school-zoekt-balans-in-seksuele-voorlichting/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/islamitische-school-zoekt-balans-in-seksuele-voorlichting/</guid><pp:caseid>726691</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De verplichte lessen seksuele vorming leiden op veel basisscholen tot discussie onder ouders. Een islamitische basisschool hoopt met een nieuwe lesmethode een brug te slaan tussen liberale en islamitische waarden en is hiermee het middelpunt van een nieuw onderzoek waar Fontys subsidie voor heeft gekregen.</strong></p><p>Iedere basisschool in Nederland is verplicht om haar leerlingen lessen seksuele vorming aan te bieden, anders krijgen ze problemen met de inspectie. Maar op welke manier ze dat doen is aan de scholen zelf. Fontysonderzoeker Antoinette Kroes van het kenniscentrum Youth Education for Society (YES) ziet dat deze lessen vaak voor veel controverse zorgen.&nbsp;<br><br>“De afgelopen jaren zie je regelmatig in het nieuws dat ouders hun kinderen thuishouden wanneer er op de basisschool seksuele vorming wordt gegeven. Ik denk dat daarom veel scholen inmiddels worstelen met de vraag hoe ze deze lessen kunnen geven op een manier waar iedereen zich goed bij voelt.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/bf9fe321-bd35-407a-83fb-e06d5e8393b5/500_antoinettekroes.jpg?x=1761736374636" alt="Antoinette Kroes" width="200"></p><p><strong>Gulden middenweg</strong><br>Dat geldt ook voor een islamitische school in de regio, waarvan een leerkracht een nieuwe lesmethode rondom dit thema ontwikkelde en daarmee aanklopte bij Fontys. Die gaat ze nu samen met onderzoekers verder ontwikkelen, met als doel: een gulden middenweg zoeken tussen liberale en islamitische waarden en toch draagvlak vinden voor onderwerpen die bij sommigen gevoelig liggen.</p><p>Kroes: “De methode die ze op deze school eerder gebruikten was in opspraak gekomen, omdat het met name erg negatief was over homoseksualiteit. Toen de school er nog eens naar keek, kwamen ze zelf eigenlijk ook tot de conclusie dat het niet paste bij hun pedagogische visie.”</p><p>“Er zijn natuurlijk liberale en meer conservatieve moslims”, vervolgt Kroes. “Maar als je kijkt naar het islamitische geloof en overigens ook naar het christelijk geloof, dan bestaat een huwelijk in hun ogen uit een monogame relatie tussen man en vrouw. Als je dan tegen leerlingen zegt dat homoseksualiteit normaal is, dan botst dat. Maar ja, diversiteit is wel een belangrijk onderdeel van de lessen, dus daar moet je wel wat mee.”</p><p><strong>Positieve draai</strong><br>Het is dan ook niet zo dat in de nieuwe methode heikele thema’s dan maar worden vermeden. De keuze is eerder om er vanuit het geloof een positieve draai aan te geven, legt Kroes uit. “Waar deze basisschool nu bewust voor kiest is om de nadruk te leggen op de plichten die moslims hebben als het gaat om naastenliefde. En dus legt de godsdienstdocent bijvoorbeeld in haar lessen uit dat Allah iedereen heeft gemaakt, ook mensen die homoseksueel zijn.”</p><p>Dat is uiteraard niet het enige dat aan bod komt. “Er wordt ook gesproken over onderwerpen zoals menstruatie, het aangeven van wensen en grenzen, waar baby’s vandaan komen en lichamelijke hygiëne. Allemaal thema’s die belangrijk zijn om kinderen gezond en prettig te laten opgroeien en weerbaar te maken tegen misbruik.”</p><p><strong>Niet te expliciet</strong><br>Om leerlingen en ook ouders niet meteen af te schrikken bij thema’s rondom seksualiteit die in de islam niet altijd vrijelijk worden besproken, zijn er aanpassingen gedaan. “In het lesmateriaal zijn bijvoorbeeld foto’s en het taalgebruik niet te expliciet. En ook worden de lessen niet alleen in gemengde groepen, maar bij sommige onderwerpen ook apart voor jongens en meisjes gegeven. Zodat ze zich vrijer voelen om vragen te stellen en dingen te bespreken.”<br><br>De eerste reacties zijn op deze islamitische basisschool erg positief. Met een subsidie van 50.000 euro doen Kroes en haar collega’s Judith Rijnbende en Dilana Schaafsma het komende anderhalf jaar verder onderzoek naar deze nieuwe aanpak en kijken ze hoe het ook op andere plekken van nut kan zijn. “We denken dat we straks een goed onderbouwde lesmethode hebben waar niet alleen islamitische scholen iets aan hebben."</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Fri, 31 Oct 2025 09:29:49 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/7cd393e4-075e-4f37-b140-2000274ef663/500_shutterstock_2061692300.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/7cd393e4-075e-4f37-b140-2000274ef663/500_shutterstock_2061692300.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/7cd393e4-075e-4f37-b140-2000274ef663/shutterstock_2061692300.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[moslim islam school basisschool hoofddoek]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Asielthema: pleidooi voor meer verdraagzaamheid</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/asielthema-pleidooi-voor-meer-verdraagzaamheid/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/asielthema-pleidooi-voor-meer-verdraagzaamheid/</guid><pp:caseid>725786</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p>Het Society College van het lectoraat Sociale Veerkracht vindt plaats op donderdag 30 oktober van 15.30 tot 17.00 uur. Geïnteresseerden die hierbij aanwezig willen zijn, kunnen zich via <a href="https://www.fontys.nl/Event/Vertrouwen-en-verdraagzaamheid.htm" target="_blank">deze link</a> aanmelden. &nbsp;</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Niet alleen in de politiek, ook op straat staan partijen vaak lijnrecht tegenover elkaar als het gaat over het asielthema. Het debat hierover lijkt zich gaandeweg steeds verder te verharden. Een zorgelijke ontwikkeling, vindt Fontysdocent en onderzoeker Sociale Studies Lydia van Dinteren, die met het aankomende Society College aandacht vraagt voor meer verdraagzaamheid.</strong></span></p><p><span>Van Dinteren ziet de polarisatie die is ontstaan rond het onderwerp migratie met lede ogen aan. Ook de debatten die in de aanloop naar de verkiezingen worden gevoerd dragen daaraan bij, merkt ze. “Eigenlijk alle problemen in onze samenleving - of het nou gaat over zorg, onderwijs of wonen - worden ten onrechte teruggebracht op asiel. Minder instroom en asielzoekers zo snel mogelijk laten verdwijnen, dan zijn alle problemen opgelost. Dat is natuurlijk niet zo.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_lydiavandinteren-02.jpg?x=1761042996941" alt="Lydia van Dinteren" width="200">Loze woorden</strong></span><br><span>Het zijn eerder loze woorden voor de bühne, vindt Van Dinteren. Maar door ze vaak genoeg te herhalen beïnvloeden ze uiteindelijk wel de mening van anderen, denkt ze. “Kijk hoe er wordt gedemonstreerd tegen asielzoekerscentra. Mensen die er niet eens last van ondervinden, staan daar met spandoeken. Ik vind het afschuwelijk om te zien hoe mensen elkaar daar uitschelden en het gesprek steeds meer verhardt.”</span></p><p><span>Met het oog op de verkiezingen leek het haar het juiste moment om hier een dag nadat de stemmen zijn geteld, het gesprek over aan te gaan. Tijdens het eerste Society College van dit studiejaar staat het thema vertrouwen en verdraagzaamheid centraal. Het lectoraat Sociale Veerkracht organiseert de middag samen met vluchtelingenorganisaties als Vluchtelingen in de Knel, waar oud-Fontysstudent Carlo Scheepers werkt - hij staat daar uitgeprocedeerde vluchtelingen bij.&nbsp;</span></p><p><span>Een groep, zo ziet Scheepers, die het net als andere asielzoekers in Nederland zwaar te verduren heeft door de negatieve beeldvorming. “Ik vind het echt zorgwekkend dat deze groep mensen zo negatief wordt neergezet. En ook zelf zien zij op straat, in de media en online steeds meer haat en boosheid. Ik merk dat dat een grote invloed heeft op de vraag of mensen wel of niet zichtbaar durven zijn en naar buiten stappen om hulp te vragen.”&nbsp;</span></p><p><span>En juist dat baart hem zorgen. “Op die manier loop je het risico dat deze kwetsbare groep volledig uit beeld raa<img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/6cad94e4-5d45-4b67-a1f3-311965e52a29/500_carlo.png?x=1761051348980" alt="Carlo Scheepers" width="200">kt en rond gaat zwerven. Of terechtkomt in de mensenhandel.”</span></p><p><span><strong>Dagje proberen</strong></span><br><span>Scheepers merkt dat mensen hun mening vaak baseren op verhalen die helemaal niet kloppen. Zoals de beeldvorming rond de bed-bad-brood-regeling voor uitgeprocedeerde asielzoekers die (nog) niet terug kunnen naar hun land. Een sobere opvang, vindt hij, maar dat is vaak niet wat hij om zich heen hoort.&nbsp;</span></p><p><span>“Er wordt vaak een beeld geschetst alsof het leefgeld wat je dan krijgt best wel luxe is. Maar het is bij lange na niet genoeg om van te leven. Ik weet zeker dat niemand met hen wil ruilen. Ik zie weleens reacties online en dan denk ik, jongen, je zou het eens een dagje moeten proberen.”</span></p><p><span>Scheepers vindt net als Van Dinteren dat het zeker rond dit thema belangrijk is om meningen te baseren op feiten. En dan helpt het volgens hen niet dat ook de politiek soms halve waarheden de wereld in slingert. Van Dinteren: “Ik hoop maar dat mensen hun mening vormen op basis van feiten en niet baseren op uit hun verband gerukte of half verzonnen verhalen."</span></p><p><span>"Maar het is soms ook gewoon moeilijk om je goed te laten informeren. Je weet niet altijd waar de informatie vandaan komt. Dus ook mensen die daar heel erg hun best voor doen, komen misschien niet altijd uit bij de feiten.”</span></p><p><span><strong>Blijven luisteren</strong></span><br><span>Op 30 oktober hoopt Van Dinteren tijdens het Society College aanwezigen ‘in het hart te raken’ door ook vluchtelingen zelf aan het woord te laten en samen het gesprek aan te gaan. “We willen die middag met elkaar een open dialoog voeren. Ik denk dat het mega belangrijk is om naar elkaar te blijven luisteren, dat je bereid bent om je te verdiepen in elkaars standpunt. Als we dat doen voorkomen we veel problemen in onze samenleving.”</span></p><h5><i><span>Foto bovenin:</span> L M Mohammed-Liberation</i></h5>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Annemiek,Lectoraten,Lectoren,FHSS]]></category>
            <pubDate>Tue, 21 Oct 2025 14:57:58 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/7763dd51-d6f8-4f4b-9742-4afdbcdf558e/500_societycollegeheader.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/7763dd51-d6f8-4f4b-9742-4afdbcdf558e/500_societycollegeheader.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/7763dd51-d6f8-4f4b-9742-4afdbcdf558e/societycollegeheader.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Society College header]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector Paul Verstegen: “Slim laden met batterij op wielen”</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lector-paul-verstegen-slim-laden-met-batterij-op-wieltjes/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lector-paul-verstegen-slim-laden-met-batterij-op-wieltjes/</guid><pp:caseid>725610</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p>Lector Paul Verstegen spreekt donderdagmiddag 23 oktober om 14.30 uur tijdens een openbare bijeenkomst zijn lectorale rede uit in het DAF Museum in Eindhoven.</p><p>&nbsp;</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Stekker erin, opladen en rijden maar. Elektrische auto’s, bussen en vrachtwagens zijn in opmars en die ontwikkeling gaat stug door. Maar nu we massaal aan de stekker gaan, ontstaat een nieuw probleem. Waar halen we de energie vandaan? Een vraag waar lector Paul Verstegen de komende jaren graag zijn tanden in zet.</strong></p><p>Als er ergens binnen Fontys een plek is waar afgelopen tijd nieuwe ontwikkelingen de boel flink hebben opgeschud, dan is het wel op de Automotive Campus in Helmond. Verstegen zag het van dichtbij gebeuren. “Waar het eerder bijvoorbeeld ging om het efficiënter maken van dieselmotoren, zijn we met de overstap naar elektrisch rijden in een hele nieuwe fase beland.”</p><p>En dat zorgt meteen ook voor nieuwe vraagstukken. “We moeten nu vooral nadenken hoe we omgaan met deze energietransitie. Want we kunnen niet zomaar overal stekkers in stopcontacten blijven steken, dan klapt het net er sowieso eruit.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e3722deb-084d-4d9c-a2cc-5402af9c6919/500_paulverstegenportret.jpg?x=1760958381014" alt="Paul Verstegen" width="200">Lectoraat groeit mee</strong><br><span>En dus ligt er ook op dat gebied een flinke nieuwe uitdaging voor het lectoraat waar Verstegen als lector al ruim een jaar onderdeel van uitmaakt. “Wat je hier heel mooi ziet, is dat ook het lectoraat meegroeit met alle ontwikkelingen in de sector. We hebben niet voor niets de naam veranderd van Future Automotive naar Automotive & Energy Innovation. Hiermee willen we laten zien dat het hele energieverhaal echt een centrale plek heeft in ons onderzoek.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p>De focus zou de komende jaren volgens de Fontyslector met name moeten liggen op het slimmer omgaan met de energie die we hebben. “Het elektriciteitsnet zit stampvol. We hebben op bepaalde momenten veel te veel energie op de verkeerde plek, die we dan helaas niet kunnen opslaan.”</p><p><strong>Thuisbatterij op wieltjes</strong><br>Door meer onderzoek hoopt hij in de toekomst vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. “Waar we komende tijd naar moeten kijken, is hoe we bijvoorbeeld auto’s zo slim krijgen, dat ze automatisch weten wanneer ze wel of niet moeten laden. Door je auto vervolgens te gebruiken als buffer, ontstaat een soort thuisbatterij op wieltjes.”&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p>Maar Verstegen kijkt graag verder dan onze eigen oprit. Ook bedrijven zouden hun vrachtwagens op die manier kunnen inzetten, denkt hij. “Fabrieken die hun eigen energie opwekken, zouden op momenten dat ze genoeg over hebben, dat in hun vrachtwagens kunnen stoppen. Als de energieopbrengst dan later tegenvalt, gebruiken ze gewoon die opgeslagen energie om toch productie te blijven draaien.”<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Krachten bundelen</strong><br>Toch is er uiteindelijk veel meer nodig om dit energievraagstuk aan te pakken weet Verstegen. Hij besloot dan ook over de schutting te kijken en de krachten te bundelen. “Ik heb een team met echte diehards om me heen verzameld. Dat zijn niet alleen onderzoekers die hier op de campus werken. Ook collega’s uit heel andere hoeken zoals wiskunde, werktuigkunde en economie zijn aangesloten. Dat is hard nodig, want door alleen naar een auto of vrachtwagen te kijken los je dit niet op. Daar is het veel te complex voor.”</p><p>Ook buiten Fontys zoekt hij de samenwerking met andere onderwijsinstellingen en bedrijven. “Je kunt al lang niet meer spreken van het ecosysteem Fontys. We draaien als lectoraat gewoon mee in de wereld van onderzoek en zijn inmiddels een bekend fenomeen. Ik hoef als ik ergens kom nooit meer uit te leggen wat we hier doen.”</p><p><strong>Niet in de spotlights</strong><br>Hoewel Verstegen al even als lector aan de slag is, wordt hij deze week pas officieel geïnstalleerd en houdt hij zijn lectorale rede. Een gelegenheid waarbij hij niet zichzelf in de schijnwerpers wil zetten.</p><p>“Een rede houd je niet voor jezelf. Het is wat mij betreft een moment om aan de buitenwereld te laten zien dat je als onderzoeksgroep serieus bezig bent met onderzoek en duidelijk maakt waar je voor staat. Dat is waarom ik donderdag dat podium op ga. Niet omdat het mijn droom is om in de spotlights te staan. Dan had ik wel een ander vak gekozen en was ik zanger in een band geworden of zo.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FE,Nexus,Duurzaamheid,Lectoraten,Lectoren,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Mon, 20 Oct 2025 13:56:01 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/de737966-9c07-4f8e-a83b-286e68b615e2/500_verstegenpaul.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/de737966-9c07-4f8e-a83b-286e68b615e2/500_verstegenpaul.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/de737966-9c07-4f8e-a83b-286e68b615e2/verstegenpaul.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Verstegen paul ]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Platform geeft meer structuur in oerwoud van onderzoeken</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/platform-geeft-meer-structuur-in-oerwoud-van-onderzoek/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/platform-geeft-meer-structuur-in-oerwoud-van-onderzoek/</guid><pp:caseid>724714</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Wie doet nou eigenlijk wat? In het oerwoud van onderzoeken die worden gedaan in het</strong><span><strong>&nbsp;</strong></span><strong>hoger onderwijs, is dat lang niet altijd duidelijk. Dat is zeker ook het geval bij de vele onderzoeken naar het toepassen van techniek in de zorg. Om daar landelijk meer structuur in aan te brengen is er nu SPIRIT, een landelijk platform waar ook Fontys bij aansluit.</strong></p><p>Met alle mogelijkheden die de technologie ons vandaag de dag biedt, is het natuurlijk zonde om daar geen gebruik van te maken. Zeker in de zorg. Want daar zijn de vraagstukken die op tafel liggen enorm, weet Angelique Dierick, die namens Fontys als lector bij het instituut Paramedisch aansluit bij het nieuwe platform.<span>&nbsp;</span></p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/bdc05184-d794-475c-ad49-cb7cc35f76a7/500_angeliquedierick.jpg?x=1760010592031" alt="Angelique Dierick" width="200">“Er is mede door de vergrijzing sprake van een grote zorgvraag. Tegelijkertijd hebben we ook te maken met personeelstekorten. Het is dan bijvoorbeeld interessant om te kijken hoe technologie kan helpen om de werkdruk te verlagen. Maar ook wat er technisch mogelijk is om ervoor te zorgen dat mensen minder snel een beroep doen op de zorg.”<span>&nbsp;&nbsp;</span></p><p><strong>Overzicht verdwijnt</strong><br>Om de zorg met behulp van de nieuwste technologie slimmer en efficiënter in te richten, wordt er daarom volop onderzoek gedaan. Maar dan op zoveel plekken tegelijkertijd, dat het overzicht zo langzamerhand verdwijnt. Met de komst van het platform SPIRIT (Samenwerkingsverband voor Praktijkgericht Innovatieonderzoek in Regionale Infrastructuren voor Technologie)&nbsp;moet daar verandering in komen.</p><p>Voor deze landelijke samenwerking tussen verschillende hogescholen, zorginstellingen en bedrijven is ruim twee miljoen euro aan subsidiegeld uitgetrokken. Met als doel meer structuur aanbrengen in de Nederlandse onderzoekswereld. Vier lectoren van Fontys, waaronder Manon Peeters van het lectoraat Health Innovations & Technology (HIT), zetten zich hier de komende vier jaar voor in.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/98efef62-b8ca-43a5-91d9-56c4f26aa63a/500_manonpeeters.jpg?x=1760010622322" alt="Manon Peeters" width="200">“Dit keer zijn we nu eens niet bezig met wát we onderzoeken, maar hoe we dat doen”, zegt Peeters, en volgens haar kan het stukken beter. “Sommige onderzoeken gebeuren gewoon dubbel. Dan onderzoekt iemand in Groningen iets dat wij hier in Eindhoven ook aan het onderzoeken zijn. En pas na twee jaar komen we er dan achter dat het eigenlijk wel heel veel op elkaar lijkt.”</p><p><strong>Beter afstemmen</strong><br>Door dit vooraf samen beter met elkaar af te stemmen zou dat in ieder geval voorkomen kunnen worden. Maar dat is lang niet de enige ambitie van de vijftig partners die deelnemen aan SPIRIT. Ook willen ze er bijvoorbeeld voor zorgen dat er met de uitkomsten van al die onderzoeken ook echt iets wordt gedaan. En dat het uiteindelijk terechtkomt bij degenen die er ook echt wat aan hebben.</p><p>Peeters: “Het werkveld verwacht dat we onze studenten goed voorbereid en startbekwaam opleiden. Dan is het dus belangrijk dat we de kennis uit die onderzoeken ook goed laten landen in het onderwijs. Maar ook de professionals zelf moeten aan de slag kunnen met die nieuwe technologie en die goed gaan gebruiken in de zorg.”&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Veel openheid</strong><br>Door dit nu met zoveel verschillende partners landelijk aan te pakken valt er veel winst te behalen, verwachten de twee lectoren. Sinds de officiële kick-off vorige maand is een gezamenlijke subsidieaanvraag een van de eerste wapenfeiten van het nieuwe platform. En dat geeft veel vertrouwen voor de toekomst, zegt Dierick.</p><p>“Het is goed om te zien dat er veel openheid is naar elkaar toe en iedereen bereid is om kennis te delen. Dat is een samenwerkingsklimaat dat je graag wil. En niet dat de deuren dicht blijven omdat ze bang zijn dat je met hun kindje vertrekt.”</p><p>Dat er nu zoveel draagvlak is om dit samen aan te pakken, is dan ook de kracht van het platform, vindt Peeters. Al vraagt dat van iedereen wel even om een andere mind set, merkt ze. “De collega’s met wie we in SPIRIT zitten, kunnen ook in sommige gevallen onze concurrenten zijn bij subsidieaanvragen. Ik vind het mooi dat we nu die concurrentie achter ons laten en dat we bij de start van nieuwe ideeën, elkaar in een vroeg stadium opzoeken. Zo zijn we allemaal echt onderdeel van hetzelfde team.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Fri, 10 Oct 2025 10:08:35 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/bacac5b6-9769-4619-9b92-32a3c906bc8a/500_spirit.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/bacac5b6-9769-4619-9b92-32a3c906bc8a/500_spirit.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/bacac5b6-9769-4619-9b92-32a3c906bc8a/spirit.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[SPIRIT]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector Rob Janssen: &#039;Liefst heb ik een glazen bol&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lector-rob-janssen-liefst-heb-ik-een-glazen-bol/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lector-rob-janssen-liefst-heb-ik-een-glazen-bol/</guid><pp:caseid>724235</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Duizendpoot Rob Janssen is naast arts ook onderzoeker, opleider en lector bij Fontys Paramedisch. Met zijn benoeming als hoogleraar aan de TU/e voegt hij aan dit rijtje nog een nieuwe functie toe.&nbsp;</strong></p><p>Al zes jaar werkt Rob Janssen naast zijn baan als orthopedisch chirurg bij het Máxima Medisch Centrum ook één dag in de week als lector bij Fontys Paramedisch. In die rol doet hij binnen het lectoraat Health Innovations & Technology (HIT) onderzoek naar de kwaliteit van zorg in onder andere zijn vakgebied: de knie.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fd39c497-c911-456f-8166-dbc60fe4bd7f/500_ronjanssenportretfoto.jpg?x=1759744531976" alt="Rob Janssen" width="200">Het hele plaatje</strong><br>En dat betekent in zijn optiek naar het hele plaatje kijken. Janssen: “Het gaat er niet alleen om dat je weet waar die botjes zitten en hoe je een operatie uitvoert. Het is ook belangrijk om te kijken wie de mens achter die knie is.”</p><p>De Fontyslector, die onderzoek doet naar meer waardegedreven zorg, heeft dan ook een duidelijk doel voor ogen. “Mijn stip op de horizon is dat iedere patiënt gepersonaliseerde zorg op maat krijgt en de behandeling krijgt die het beste bij hem past.”</p><p>Iets wat nu helaas nog niet altijd de realiteit is in de zorg. En niet uit onwil, ziet Janssen, maar omdat op dit moment de kennis ontbreekt om aan de voorkant goed te kunnen voorspellen welke aanpak het meest succesvol gaat zijn. “Als we uit onderzoek weten dat een behandeling goed uitpakt bij acht van de tien personen, dan kiezen we daar vaak voor. Dan weten we dus ook dat we twee patiënten niet de beste zorg gaan leveren. Maar wie dat zijn, dat weten we vooraf niet.”<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Platform bouwen</strong><br>Het liefst heeft Janssen dan ook een glazen bol op zijn bureau. Maar die heeft hij niet, en daarom doet hij als lector onderzoek naar de best mogelijke zorg op maat en neemt hij studenten van Fontys daarin mee. Net als bij zijn assistenten in opleiding in het ziekenhuis gooit hij er, zoals ook zijn eigen opleider altijd zei, graag ‘wat Pokon bij om de nieuwsgierigheid te prikkelen’. Het is een rol waar hij erg enthousiast van wordt. “Ik ben er om een platform voor ze te bouwen. Daarop maken ze zelf een raket en vertrekken ze.”</p><p>Een win-winsituatie, want de samenwerking gaat twee kanten op. Al vaker werden oplossingen die Fontysstudenten bedachten, gebruikt in het ziekenhuis waar Janssen werkt. “Het mooie van een onderwijsinstelling als Fontys is dat het zo praktijkgericht is. De vraagstukken die we met studenten onderzoeken, daar hebben we dus ook echt iets aan. Op die manier is het ook een ‘return of investment’. Is dat het doel? Nee, maar zo komen we samen wel steeds verder.”<span>&nbsp; &nbsp;</span></p><p><strong>Puzzelstukjes</strong><br>Met zijn benoeming als hoogleraar aan de TU/e zijn ook de banden met de universiteit verder versterkt en Janssen geniet van zijn positie als verbinder tussen zorg en onderwijs. Bovendien merkt hij dat het zijn vruchten afwerpt. <strong>“</strong>Doordat ik altijd met een been in het ziekenhuis sta, is er via mij een hele logische verbinding met Fontys en nu dus ook met de TU/e. Hierdoor ontstaat een groot netwerk, waarin alle puzzelstukjes in elkaar vallen.”</p><p>Het is belangrijk om in de zorg ook regionaal de krachten te bundelen, vindt Janssen. Want, zo weet hij inmiddels, er is nog veel werk te doen. "We weten al best veel, maar nog lang niet alles. Sterker nog, in de twintig jaar dat ik nu specialist ben, heb ik één ding zeker geleerd: hoe meer je onderzoekt, hoe meer je er ook vooral achter komt hoeveel je niet weet.”</p><p><i><span>Rob Janssen zal als hoogleraar zijn inaugurele rede houden tijdens een openbare bijeenkomst op vrijdag 17 april 2026 om 16:00 uur in de Blauwe Zaal van de TU/e.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,FHMG,FHPM]]></category>
            <pubDate>Mon, 06 Oct 2025 12:08:31 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/3ae62eb6-9867-4e02-b8fb-4c7904a11fc4/500_robjanssenheader.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/3ae62eb6-9867-4e02-b8fb-4c7904a11fc4/500_robjanssenheader.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/3ae62eb6-9867-4e02-b8fb-4c7904a11fc4/robjanssenheader.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rob Janssen header]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Pas op student: bij AI kun je niet schuilen als het regent</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/pas-op-student-bij-ai-kun-je-niet-schuilen-als-het-regent/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/pas-op-student-bij-ai-kun-je-niet-schuilen-als-het-regent/</guid><pp:caseid>722528</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Tal van studenten zien een AI-chatbot niet alleen als hulpmiddel maar ook als hun intiemste vriend en ideale gesprekspartner bij mentale problemen. Experts over de hele wereld hebben hun zorgen hier over uitgesproken. Bart Wernaart schrijft in onderstaande opinie dat hiervoor ook bij Fontys meer aandacht mag zijn. “ChatGPT heeft niet per se het beste met je voor.”</strong></p><p>Alweer een stuk over AI. Alweer een met een bromsnorrende ondertoon die niet goed uitpakt voor Chat en kornuiten. Maar het is helaas wel nodig. Dit keer is het goed om het eens te hebben over AI en ons emotionele welzijn.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:268/auto;width:268px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/188fb952-0d08-4637-92d3-c75160d70385/800_fontys-bart-wernaart-2.jpg?x=1758188848029" alt="Bart Wernaart" width="268" height="auto">Waar het debat binnen onze hogeschool vaak gaat over AI en de kwaliteit van toetsing, onderwijs, eindwerken etcetera, gaat het misschien nog wat te weinig over ons welzijn, en vooral het welzijn van onze studenten.&nbsp;</p><p>Collega Erdinç Saçan schreef hier een (zoals altijd) prikkelend stuk over -samen met Sander Duivestein- in het <a href="https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:7373314066376998912/">Nederlands Dagblad </a>met de pakkende kop: ‘AI is een vriend die je altijd gelijk geeft, maar die je nooit had willen hebben.’</p><p>Hij wijst ons onder meer op de gevaren die ontstaan wanneer we AI-systemen als mensen, vrienden of zelfs vertrouwelingen gaan behandelen. En daar moeten we het denk ik echt wat meer over hebben.</p><p><strong>Digitale offloading</strong><br>Wanneer we AI gaan gebruiken als (vervanging voor) sociaal contact en emotionele interactie hebben we een serieus probleem op meerdere vlakken.&nbsp;</p><p>Marieke van Vliet, Kelly Beekman en ondergetekende <a href="mailto:https://bron.fontys.nl/word-geen-ai-zombie-zo-blijf-je-kritisch-in-een-wereld-vol-ai/">waarschuwden</a> eerder voor digitale offloading van kennis en het afvlakken van de menselijke geest door onproductief AI gebruik<i>: ‘door het gemak van veel AI toepassingen en de stelligheid waarmee AI haar uitkomsten presenteert, zijn we snel geneigd achterover te leunen en deze resultaten weinig kritisch en klakkeloos te gebruiken. Wat we hiermee dus inleveren is de capaciteit om frisse ideeën te hebben en bestaande ideeën kritisch te beoordelen.’</i>&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p>Dit geldt niet alleen voor kennis en de manier waarop we naar de wereld kijken, maar geldt ook voor onze emotionele creativiteit. In wezen is een prompt een manier om een systeem te manipuleren waardoor je een bepaalde output krijgt.</p><p>De manier waarop je prompt is daarbij erg bepalend, en het is een taalkunst op zich om ervoor te zorgen dat -bijvoorbeeld- ChatGPT iets oplevert waar je nieuwe inzichten door krijgt. Deze inzichten zijn een gevolg van wiskundige vergelijkingen (ik zal vast op mijn kop krijgen van AI-technici met deze platgeslagen retoriek: sorry alvast), maar zeker niet het gevolg van oprechte zorg en betrokkenheid.</p><p><strong>Een schijngesprek</strong><br>Doordat ChatGPT heel vriendelijk en soms inlevend lijkt en soms menselijke ideeën aan elkaar kan knopen die we zelf niet eerder in verband brachten, kan het lijken alsof het echt met een nieuw idee kan komen. Maar in wezen is het onder aan de streep een combinatie van een gewogen gemiddelde dat een logisch berekend taalkundig gevolg is van je prompt.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:500/auto;width:500px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/421270be-4a39-4fac-b958-6951b6c37313/1920_shutterstock_2663240367.jpg?x=1758189413322" alt="" width="500" height="auto">Tel daarbij op dat veel LLM modellen een culturele en ethische bias hebben, en het voor de gebruiker in veel gevallen lang niet altijd duidelijk is hoe het tot bepaalde inzichten komt. Hierdoor heb je een schijngesprek met een ondoorzichtig systeem waarvan je niet weet wat het motief is.&nbsp;</p><p>Je kunt er immers geen relatie of vertrouwensband mee opbouwen waarbij je kunt varen op goede intenties.&nbsp;ChatGPT heeft niet per se het beste met je voor. Het rekent gewoon dingen uit. Slecht idee dus om hiermee je diepste worstelingen te bespreken.&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Emotionele creativiteit</strong><br>Moeilijke dingen bespreken met vrienden of familie vraagt soms niet alleen om lef, maar ook om communicatievaardigheden. Dat is iets wat we bij uitstek zouden moeten ontwikkelen tijdens onze studententijd.&nbsp;</p><p>Ik kan me goed voorstellen dat het wel heel verleidelijk is om je diepste gevoelens bloot te geven aan een machine, omdat het laagdrempelig is, je niet hoeft te dealen met de emotie of het oordeel van de toehoorder, en je het kan doen vanuit de ogenschijnlijke veiligheid van een zolderkamer.&nbsp;</p><p>De kans is bovendien groot dat je op een dusdanige manier prompt dat je een voor jou veilig, voorspelbaar en wenselijk antwoord krijgt. Hierdoor belandt je mogelijk in een continue loop van zelf-stereotypering die je niet verder gaat helpen.</p><p>Bovendien, en misschien nog veel belangrijker, ontneem je jezelf de ervaring die nodig is om je eigen emotionele creativiteit vorm te geven. Deze ontstaat uit de interactie met mensen om je heen. Vrienden, familie of studiegenoten die je een ander perspectief kunnen voorhouden gebaseerd op zeer genuanceerde (en persoonlijke) levenservaring, in plaats dus van een gecalculeerd gemiddelde of logisch gevolg van een prompt. Je hindert jezelf in je ontwikkeling, terwijl je die ontwikkeling -zeker wanneer je het even moeilijk hebt-<span>&nbsp; </span>juist ontzettend hard nodig hebt om met emotioneel lastige situaties om te gaan.&nbsp;<span> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:458/auto;width:458px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_shutterstock-1150971305.jpg?x=1758189552271" alt="" width="458" height="auto">Wij zijn Fontys</strong><br>Tot slot: ik loop al wat jaren mee in onze mooie Fontysorganisatie. En door alle complexe en soms schokkende ontwikkelingen in de maatschappij, al dan niet twijfelachtige onderwijsvernieuwingen en technologische veranderingen heen is er één ding altijd hetzelfde gebleven. Docenten die er altijd zijn voor studenten, en dat met hun hele ziel en zaligheid.</p><p>Docenten zijn namelijk een bepaald slag volk dat zich tot (professionele levens-)taak stelt om het beste uit een nieuwe generatie mensen te willen halen, en te helpen in hun zoektochten. Beste student: mocht je donkere gedachten hebben en niet meer weten waar je heen kunt, dan weet ik zeker dat je -naast je studiegenoten- op iedere Fontyslocatie een willekeurige collega kunt aanspreken die oprecht om je geeft. Die naar je wilt luisteren en met je kan uitdokteren waar je misschien heen moet om verder te kunnen.&nbsp;</p><p>En mocht het regenen (al dan niet in je hoofd) en je mij ergens tegenkomen, dan mag je altijd komen schuilen. Ik zal er zijn, net zoals mijn +/- 4999 collega’s.</p><p><i>Mr. Dr. Bart Wernaart is lector Moral Design Strategy en leading lector van het Center of Expertise (CoE) for Sustainable and Circular Transitions. <span style="text-align:start;">Daarnaast is hij ook professioneel drummer, componist en dirigent.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Student,Studentenwelzijn,AI,Lectoren,Lectoraten]]></category>
            <pubDate>Thu, 18 Sep 2025 12:04:15 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2e9b18d0-191a-42b4-a190-aea5c187614f/500_ditiswataiervisueelvanmaaktbijdepromptaichatbotasyourbestfriend.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2e9b18d0-191a-42b4-a190-aea5c187614f/500_ditiswataiervisueelvanmaaktbijdepromptaichatbotasyourbestfriend.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2e9b18d0-191a-42b4-a190-aea5c187614f/ditiswataiervisueelvanmaaktbijdepromptaichatbotasyourbestfriend.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Dit is wat AI er visueel van maakt bij de prompt AI chatbot as your best friend]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Pure wordt dé plek voor alle onderzoekers van Fontys</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/pure-wordt-de-plek-voor-alle-onderzoekers-van-fontys/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/pure-wordt-de-plek-voor-alle-onderzoekers-van-fontys/</guid><pp:caseid>712384</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Fontys telt ruim veertig lectoraten, bijna vijftig lectoren en nog veel meer onderzoekers. Stuk voor stuk komen ze met allerlei onderzoeksinformatie, zoals publicaties en andere output. Maar waar laten ze die? Fontys Pure moet dé plek worden waar alles samenkomt.</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Jarenlang hebben alle onderzoekers van Fontys op hun eigen manier onderzoeksinformatie verzameld en opgeslagen. Maar omdat lectoren toch merken dat ze op dit vlak een stukje eenheid missen, hebben ze een aantal jaar geleden de wens uitgesproken om praktijkgericht onderzoek beter op de kaart te zetten. &nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Versnipperd</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Hoe dat moet gaan gebeuren? Met een systeem waar alle onderzoeksinformatie van alle lectoraten, lectoren en onderzoekers van Fontys samenkomt. En waarvan de gegevens uiteindelijk worden</span><span> getoond op de website van Fontys, Pure Portal en Publinova. </span><span style="margin:0px;padding:0px;">Melanie Tinus-Leenen werd aangewezen als projectleider voor deze opdracht en nu, anderhalf jaar later, worden de eerste zichtbare stappen voor de buitenwereld gezet. &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“Als de kennisinstelling die Fontys wil zijn, werken we steeds vaker samen met partijen en doen we steeds vaker (multidisciplinair) onderzoek. Maar we hebben nog geen manier om alle opbrengsten van al die onderzoeken bij elkaar te brengen. Dat gebeurt nu nog heel versnipperd”, zegt Tinus-Leenen. “Onze collega’s hebben aangegeven dat ze graag een onderzoeksinformatiesysteem zouden willen hebben.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/24e78190-6146-45f7-b23b-e29f758630fd/500_schermshyafbeelding2025-06-26om16.24.59.png?x=1750948083854" alt="Melanie Tinus-Leenen" width="200">En dat wordt dus Fontys Pure, waarvan de inrichting nu klaar is en de eerste implementatie van start gaat. Dat gebeurt in eerste instantie met de twee instituten Pedagogiek en International Business School (FIBS), later volgen stap voor stap ook de andere instituten. “Een van de redenen waarom we dit project zijn gestart, is om de onderzoekers te ontzorgen omdat zij heel veel tijd kwijt zijn aan het ad hoc verzamelen en aanleveren van informatie.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Flinke klus</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Studenten zijn nu bezig om alle beschikbare informatie die er al is in Pure te zetten. Het administratieve werk dus. En dat is volgens Tinus-Leenen nogal een karweitje. “Er is in de afgelopen jaren echt heel veel data verzameld door al onze onderzoekers. Iedereen deed dat op zijn of haar eigen manier. De één gebruikte Word-bestandjes, de ander Excel-lijsten. In Pure gaan we alles samenvoegen en werken we met categorieën, zodat we een overzichtelijk geheel krijgen.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">En met ‘alles samenvoegen’ wordt ook echt álle onderzoeksinformatie bedoeld. Van data over de uitgevoerde onderzoeken tot de resultaten, maar ook van alle activiteiten en workshops tot symposia en media-aandacht die de onderzoeken hebben gekregen. “Het wordt echt een hele grote bak met data, waarbij alle onderzoekers hun eigen profiel krijgen. Natuurlijk met de bedoeling dat ze hun data vanaf dat moment - alle output en publicaties - in Pure gaan bijhouden.” &nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De achterkant van Pure wordt alleen beschikbaar voor onderzoekers van Fontys, maar de voorkant zal voor iedereen toegankelijk zijn. “Pure is een middel om doelen te bereiken die Fontys zichzelf heeft opgesteld op het gebied van het willen worden van een kennisinstelling. Een van die doelen is om naar buiten te treden met al onze onderzoeksopbrengsten. En op die mogelijkheid zitten veel lectoren al heel lang op te wachten.”&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Luiken,Onderzoek,Onderzoek Algemeen]]></category>
            <pubDate>Thu, 26 Jun 2025 16:28:56 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_man-working-on-laptop-while-woman-takes-notes-3153199.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_man-working-on-laptop-while-woman-takes-notes-3153199.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/man-working-on-laptop-while-woman-takes-notes-3153199.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Online toetsen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Duurzaamheid is geen checklist die je af kan vinken</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/duurzaamheid-is-geen-checklist-die-je-af-kan-vinken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/duurzaamheid-is-geen-checklist-die-je-af-kan-vinken/</guid><pp:caseid>711297</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>We praten veel over duurzaamheid, zegt Biljana Pešalj, de kersverse Fontyslector Circulaire Transities. Maar veranderingen gaan veel te langzaam. En dat terwijl het toch echt de hoogste tijd is.</strong></p><p>Ook hier in de Brainportregio ziet de deze week geïnstalleerde lector aan de Fontys Hogeschool Business en Communicatie dat duurzaamheid veel te vaak wordt gezien als een checklist die afgevinkt moet worden. Nieuwe Europese richtlijnen op het gebied van duurzaamheidsrapportage verplichten bedrijven sinds kort om hun impact op mens en milieu structureel vast te leggen. Dat klinkt als een stap vooruit, maar, waarschuwt Pešalj: in veel gevallen lijkt dat maar zo.</p><p>“Voor sommige bedrijven is het niet meer dan een administratieve verplichting en<span>&nbsp;</span>verandert er uiteindelijk weinig. Terwijl je de gegevens die je ophaalt binnen je bedrijf ook zou kunnen gebruiken als startpunt om na te denken wat je kunt verbeteren.”&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Groen technologie</strong><br>Gelukkig ziet de nieuwe lector dat er juist bij bedrijven in de Brainportregio ook genoeg goede duurzame initiatieven plaatsvinden en er veel gebeurt op het gebied van innovatie. Maar dat moet dan wel goed ingezet worden.&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/af24fc41-26d7-406f-b34c-3708e76ab8f8/500_biljanapescaronaljtijdensinauguratie.jpg?x=1750164206543" alt="Biljana Pešalj tijdens inauguratie" width="200">“Het is een misvatting om te denken dat we met nieuwe groene technologie simpelweg de wedstrijd gaan winnen. Natuurlijk zorgt het ervoor dat de huidige processen sneller, schoner en goedkoper worden. Maar als dat betekent dat bedrijven vervolgens het volume opschroeven en de hoeveelheid producten vergroot, dan lossen we het probleem niet op. Integendeel zelfs.”</p><p><strong>Puzzelstukjes</strong><br>Om te komen tot transities die werkelijk nodig zijn voor een duurzame toekomst, is samenwerken het sleutelwoord, stelt Pešalj. “Het is niet aan ieder van ons om te bepalen hoe de toekomst eruitziet en welke veranderingen er nodig zijn. Dat moeten we samen vormgeven.” Iedereen heeft dan ook slechts een stukje van de puzzel in handen, legt ze uit.</p><p>“We hebben het allemaal over verandering, maar weten we eigenlijk wel waar we heen willen? Als je het mensen of bedrijven zou vragen, heeft iedereen een ander antwoord. We moeten er dus voor zorgen dat al die puzzelstukjes in elkaar passen om een duidelijk toekomstbeeld te krijgen. Dat gaat alleen lukken als we het samen doen, allemaal apart is onmogelijk.”</p><p><strong>Belangrijke rol</strong><br>Pešalj ziet voor het nieuwe lectoraat dan ook een belangrijke rol weggelegd om een brug te slaan tussen het onderwijs, de wetenschap en het werkveld. Met de kennis die er binnen Fontys is, wil ze bedrijven helpen op een andere manier te kijken naar mogelijkheden voor circulaire transities. Want ook al is er vaak sprake van goede wil, de veranderingen gaan wat haar betreft veel te langzaam.</p><p>“We willen bedrijven laten zien dat ze niet alleen de focus moeten leggen op financiële waarde, maar dat het ook belangrijk is om waarde te creëren voor de maatschappij en het milieu. Natuurlijk kunnen we ze niet dwingen om iets te doen. Maar we kunnen ze wel kritische vragen stellen en de goede richting op wijzen. Dat is, vind ik, onze rol.”</p><p>Maar dat is niet de enige manier waarop het lectoraat wil bijdragen aan een meer duurzaam bedrijfsleven. Als hogeschool ligt het natuurlijk erg voor de hand om hiervoor ook het onderwijs in te zetten.</p><p>Pešalj: “Het is belangrijk om toekomstige managers zo op te leiden dat ze weten wat ze kunnen doen om duurzaam te handelen.” Daarom zal de komende tijd in curricula van verschillende opleidingen veel meer aandacht komen voor onderwerpen rondom circulaire transities en duurzaamheid. “Natuurlijk komt veel al wel aan bod en zijn sommige docenten er heel druk mee bezig, maar omdat het zoveel thema’s raakt, moeten we vooral kijken hoe we het ook goed structureel inpassen.”</p><p><strong>Niet opgeven</strong><br>Juist voor de generatie waar de Fontysstudenten toe behoren voelt Pešalj de drang om aan de slag te gaan.&nbsp;<span>“We kunnen het ons niet veroorloven om pessimistisch te zijn en gewoon maar op te geven. We hebben de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het ons gaat lukken, met name voor de nieuwe generatie. Uiteindelijk hebben onze generatie en die voor ons overmatig gebruikgemaakt van de middelen die beschikbaar waren. En dus is het nu ook aan ons om daar iets aan te doen.”&nbsp;</span><br><br>&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Annemiek,Duurzaamheid]]></category>
            <pubDate>Tue, 17 Jun 2025 14:55:14 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a5a49493-c18c-4e3b-ba6d-8362abd8d58f/500_headerbiljanapesalj.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a5a49493-c18c-4e3b-ba6d-8362abd8d58f/500_headerbiljanapesalj.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a5a49493-c18c-4e3b-ba6d-8362abd8d58f/headerbiljanapesalj.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Biljana Pesalj]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Weer wint Fontysteam de Selfdrive Challenge</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/weer-wint-fontysteam-de-selfdrive-challenge/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/weer-wint-fontysteam-de-selfdrive-challenge/</guid><pp:caseid>710904</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Vorig jaar won het studententeam van Fontys Hogeschool ICT al de Selfdrive Challenge. Vandaag deden ze dat weer. Niet alleen een prestatie om de titel te prolongeren, voor het eerst in de historie van de wedstrijd werd het parcours ook nog eens foutloos en in één keer afgelegd.</strong></p><p>Aan de Selfdrive Challenge, die sinds 2019 wordt gehouden, deden dit jaar elf studententeams van hogescholen en universiteiten uit het hele land mee. De wedstrijd wordt georganiseerd door de RDW en heeft als doel<span> studenten de kans te geven om hun skills op het gebied van autonoom rijden verder te ontwikkelen én de strijd met elkaar aan te gaan.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:500/auto;width:500px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/09c8fcb1-c470-4b80-aa71-71707de0910e/1920_hetfontysteammiddenophetpodiumbijdeprijsuitreiking.jpg?x=1749738858198" alt="Het Fontysteam (midden) op het podium bij de prijsuitreiking" width="500" height="auto">Net als vorig jaar deed het Fontysteam, dat naast studenten ook oud-studenten en docenten van het lectoraat High Tech Embedded Software&nbsp;telt, mee aan de open categorie.</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span>Tijdens de challenge moet het zelfsturende en zelfrijdende voertuig dat de teams hebben ontwikkeld onder meer rekening houden met voetgangers en stoppen voor een verkeerslicht. Het Fontysteam deed dit foutloos en het snelst van alle deelnemers en ook nog eens in één keer. Het geheim achter het succes van dit jaar zat in de ‘droomtechniek’ die Sieuwe Elferink had ontworpen en op het voertuig toepaste.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span>“Het was fantastisch”, juichte projectleider Frans Mouws na afloop. “Weer gewonnen. Maar vooral: foutloos en in één keer, en dat allemaal binnen pakweg zes minuten. Dat heeft nog nooit iemand voor elkaar gekregen.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHICT,Lectoren,Lectoraten,Ligthart]]></category>
            <pubDate>Thu, 12 Jun 2025 16:35:03 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/19a0e060-fc99-4eb7-8022-46c7d8333216/500_daargaatdeselfdrivewinnaar.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/19a0e060-fc99-4eb7-8022-46c7d8333216/500_daargaatdeselfdrivewinnaar.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/19a0e060-fc99-4eb7-8022-46c7d8333216/daargaatdeselfdrivewinnaar.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Daar gaat de selfdrive winnaar]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Boek over natuur versus technologie &#039;is Fontysfeest&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/boek-over-natuur-versus-technologie-is-fontysfeest/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/boek-over-natuur-versus-technologie-is-fontysfeest/</guid><pp:caseid>707510</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Natuur en technologie raken steeds meer met elkaar verweven, in positieve en negatieve zin. Dat stellen de Fontyslectoren Bart Wernaart en Gerard Schouten in hun nieuwe boek Moral Design & Green Technology. En dus vraagt deze tijd volgens de schrijvers niet alleen om een kritische, maar ook een open blik.</strong></p><p>Natuur versus technologie. Om verder te onderzoeken hoe die twee elkaar in deze tijd raken, leek het Wernaart, leading lector CoE Circulaire en Duurzame Transities, een spannend idee om de vakgebieden van hem en Schouten, leading lector CoE AI for Society, bij elkaar te brengen. En daar hield het niet op. Ze vroegen ook verschillende experts, waaronder een tiental collega’s, om vanuit diverse invalshoeken hun licht te laten schijnen op dit onderwerp. Hun nieuwe boek is wat Wernaart betreft dan ook een echt Fontysfeest.</p><p>“Er gebeurt binnen Fontys zo ontzettend veel op onderzoeksgebied als het gaat om onderwerpen als AI, technologie en duurzaamheid, daar zijn we goed in. Maar al deze onderwerpen zijn nog niet echt goed met elkaar verbonden. En dat hebben we nu gedaan. Dit boek is een bloemlezing waarin we al die wetenschappelijke inzichten hebben samengebracht. Dat levert veel op, want juist door de snijvlakken van onze verschillende vakgebieden op te zoeken, komen we steeds een stapje verder.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/aac3458f-712d-4ee0-b173-92e3e4547c94/500_gerardschouten-3.jpg?x=1748335244927" alt="Gerard Schouten" width="200">Antropoceen</strong><br>De twee schrijvers heten de lezer meteen in het begin van het boek van harte welkom in het Antropoceen. Een term die wordt gebruikt voor het huidige tijdperk waarin de menselijke impact op de aarde de boventoon voert. En daarbij speelt technologie een belangrijke rol, legt Schouten uit.</p><p>“Technologie is iets wat bij mensen hoort, maar als je ziet waar dat heengaat, dan heeft het wel twee kanten. Een controversiële kant, als je kijkt naar het welzijn van onze planeet, maar er is meer. We staan namelijk ook aan de vooravond van meer groene technologie die juist iets terug kan geven aan de aarde.”</p><p>Hij richt zich in het boek dan ook meer op deze kant en deelt een positieve boodschap. Want wat Schouten betreft hoeven we juist niet bang te zijn voor AI en laat hij graag zien hoe we het vooral in ons voordeel kunnen gebruiken.</p><p>Schouten: ‘We kunnen heel veel mogelijkheden die AI ons biedt op een positieve manier inzetten voor onze natuur. Met smartphones en drones kunnen we bijvoorbeeld bloemen in bermen herkennen, maar ook in kaart brengen hoe groen een stad is. Zo kun je de biodiversiteit van een gebied veel beter monitoren en bepalen of je er iets mee moet.”</p><p><strong>Science fiction</strong><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/6a73b1a6-5244-4d42-a45c-0f8fd2d917d7/500_bartwernaart-3.jpg?x=1748336049197" alt="Bart Wernaart" width="200">Daarnaast is het boek ook geschreven om lezers aan te zetten om kritisch na te denken over de rol van technologie in ons leven. Die taak is weggelegd voor Wernaart, die veel pessimistischer is dan zijn co-auteur. In één van de hoofdstukken gebruikt hij zijn liefde voor oude science fiction schrijvers om duidelijk te maken dat we wel altijd op moeten blijven letten.</p><p>Wernaart: “Jules Vernes is één van de eersten die al eind achttiende eeuw in zijn boeken waarschuwde dat we onze planeet kapotmaakten. Veel later zie je dat deze science fiction werkelijkheid wordt. Het eerdere optimisme over technologie slaat dan ook om. Ook nu moeten we weer kritisch naar de toekomst kijken. Want als ik zie dat onze technologische infrastructuur eigenlijk wordt beheerd door maar een kleine groep bedrijven, dan zie ik veel misgaan.”&nbsp;<br><br><strong>Schurende cover</strong><br>In de afbeelding op de voorkant van het boek komen volgens Schouten de twee kanten van het boek perfect samen.<span> </span>“We hebben gekozen voor een cover die een beetje schuurt. Je ziet op de afbeelding dat AI veel herkent, ook ons als schrijvers. Voor een bloem of plant is dat niet erg, daarvoor is de privacywetgeving niet van toepassing. Maar bij mensen moet je natuurlijk erg voorzichtig zijn. Dat wil de cover op een subtiele manier uitdrukken.”<span>&nbsp;&nbsp;</span></p><p>Beide lectoren hopen dat hun boek binnen en buiten Fontys een nieuwe impuls geeft aan het onderzoeksgebied. Tegelijkertijd willen ze vooral ook iedereen bereiken die meer over dit onderwerp wil weten. Daarom is er binnenkort niet alleen een fysiek boek te koop, maar is het vanaf deze week ook online gratis te <a href="https://brill.com/edcollbook-oa/title/71071" target="_blank">downloaden</a>. Want juist in deze tijd is het volgens Wernaart belangrijk dat iedereen kan beschikken over dezelfde informatie.<span>&nbsp;</span></p><p>“De wetenschap is van ons allemaal. Op dit moment ligt alles onder een vergrootglas als het gaat om klimaat, duurzaamheid of wat dan ook maar enigszins woke ruikt. Wij hebben dan als wetenschappers de taak om onze kennis hierover bij iedereen zo dichtbij mogelijk te brengen. Daar hoort een betaaldrempel niet bij.”</p><p>&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Annemiek,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Wed, 28 May 2025 11:12:21 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/347c0d2a-c885-4f67-b7f3-62635ef84d13/500_covermoraldesignampgreentechnology.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/347c0d2a-c885-4f67-b7f3-62635ef84d13/500_covermoraldesignampgreentechnology.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/347c0d2a-c885-4f67-b7f3-62635ef84d13/covermoraldesignampgreentechnology.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Cover Moral design &amp;amp; Green Technology]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lectoren: hbo-onderzoek staat onder druk</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lectoren-hbo-onderzoek-staat-onder-druk/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lectoren-hbo-onderzoek-staat-onder-druk/</guid><pp:caseid>707544</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Bezuinigingen binnen hogescholen zetten het praktijkgericht onderzoek onder druk, zeggen Nederlandse lectoren in een enquête. Ze willen dat het lectoraat een sterkere positie krijgt in de hogeschool.</strong></span></p><p><span>Het hbo-onderzoek leek dit najaar te ontsnappen aan de bezuinigingsdrift van het kabinet-Schoof. “Het praktijkgericht onderzoek wordt niet getroffen en dus onverminderd voortgezet”, stond in de OCW-begroting. In 2023 gaven de hogescholen er 447 miljoen euro aan uit.</span></p><p><span>Maar inmiddels ziet het er minder rooskleurig uit, concludeert de Vereniging van Lectoren uit een onderzoek onder haar leden. Van de 772 lectoren in Nederland vulde ruim een kwart dit voorjaar een </span><a href="https://prdproduction.ams3.digitaloceanspaces.com/zenith/1066/2025_05/QqLbQc1dOUUjWzt7GTBSJGZMquVEzcuB3W8osbTs.pdf"><span>online enquête</span></a><span> in. Bijna iedereen (94 procent) kampt met bezuinigingen, die ze toeschrijven aan de krimp van het aantal studenten en het beleid van het kabinet-Schoof.</span></p><p><span>Tijdelijke contracten binnen hun onderzoeksgroep worden vaak niet verlengd, ook niet als er externe financiering is. Docent-onderzoekers moeten steeds meer les geven en houden minder tijd over voor het lectoraat. Onderzoekers binnen de lectoraten hebben volgens de geënquêteerden minder tijd voor voorbereiding, reflectie of publicaties, en kunnen nauwelijks deelnemen aan congressen of scholing.</span></p><p><span><strong>Werkdruk</strong></span><br><span>Ervaren onderzoekers verlaten de organisatie, zeggen de lectoren. Als er vacatures zijn, komen vaak eerst overtollige docenten in aanmerking en dat zijn niet altijd de beste onderzoekers. Tegelijkertijd zijn de verwachtingen van het hbo-onderzoek nog even hoog.</span></p><p><span>Afgelopen maart </span><a href="https://trajectum.hu.nl/hbo-onderzoek-groeit-gestaag-door-en-ontloopt-bezuinigingen/"><span>bleek</span></a><span> nog dat de hogescholen in 2023 flink extra konden investeren. Ze benoemden 50 extra lectoren en het aantal docent-onderzoekers in lectoraten groeide met 200. Maar ook toen al kwam uit gesprekken naar voren dat het moeilijk was om de onderwijs- en onderzoekstaken in balans te houden. Er waren veel klachten over de werkdruk en medewerkers hadden het gevoel dat ze te weinig tijd aan het onderzoek konden besteden.</span></p><p><span><strong>Heldere rol</strong></span><br><span>Die klachten zijn alleen maar toegenomen, blijkt uit de nieuwe enquête. De Vereniging van Lectoren vindt dat het praktijkgerichte onderzoek “sterker ingebed moeten worden binnen de hogeschool, met een heldere rol naast het onderwijs, niet in dienst ervan”. Ze wil “robuuste onderzoeksgroepen met vaste aanstellingen en structurele financiering”.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek Algemeen,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Tue, 27 May 2025 13:04:27 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/7dcad164-aa25-4206-a338-764049376357/500_onderzoek-projecttechniek.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/7dcad164-aa25-4206-a338-764049376357/500_onderzoek-projecttechniek.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/7dcad164-aa25-4206-a338-764049376357/onderzoek-projecttechniek.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Onderzoek-Project techniek]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Bewegen tussen lessen door &#039;moet gemeengoed worden&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bewegen-tussen-lessen-door-moet-gemeengoed-worden/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bewegen-tussen-lessen-door-moet-gemeengoed-worden/</guid><pp:caseid>691954</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Zestig minuten bewegen op een dag. Al is het maar even wandelen, buiten spelen of gymen. Moet te doen zijn, toch? Niet helemaal. En dus is het lectoraat van Fontys Sport en Bewegen een onderzoeksproject gestart met als doel om kinderen meer te laten bewegen op school.</strong></span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">‘Het gebrek aan beweging bij kinderen is zorgwekkend’, stelde lector Dave van Kann twee jaar geleden in </span><a href="https://bron.fontys.nl/bewegingslector-kinderen-die-bewegen-zijn-straks-de-actieve-volwassenen/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">een artikel van Bron</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">. Dat moet veranderen, en dus startte hij samen met de Hogeschool van Amsterdam en de Hanzehogeschool binnen het lectoraat Move to Be het nieuwe onderzoeksproject ‘Dynamische Schooldag Op Maat’. De missie? Kinderen meer laten bewegen. Maar ook: “De functie van bewegen binnen de dynamiek op school in de kijker zetten”, aldus Van Kann.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Gemeengoed</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Beweging moet volgens de lector niet alleen iets zijn wat tijdens de gymles of op het schoolplein gebeurt. Nee, het moet geïntegreerd worden in een doodnormale schooldag en gemeengoed worden. Iets wat eigenlijk hartstikke logisch klinkt, maar wat nu nog niet voldoende gebeurt. “Het is eigenlijk heel makkelijk om beweging tussen lessen door in te zetten.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Leg uit? “Het streven is om kinderen zestig minuten per dag te laten bewegen op school. Dat getal is geen heilige graal, meer een uitgangspunt. Wij helpen scholen met het creëren van een dynamische afwisseling tussen zittende activiteiten waarin je cognitief en geconcentreerd aan een taak moet zitten, en beweegmomenten. De ene keer kan dat een pauze zijn, de andere keer een klein uitstapje naar buiten of een beweegactiviteit in de klas.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:300/auto;width:300px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/68efb361-3eea-4efe-ade4-cb082d272643/800_fontys-dave.jpg?x=1742998198314" alt="Dave van Kann" width="300" height="auto">Een standaardprocedure is er niet, omdat er voor elke deelnemende school maatwerk wordt geleverd. “De invulling ervan is heel afwisselend omdat we kijken naar de competenties en vaardigheden van leerkrachten en mogelijkheden van een klas. We kijken bijvoorbeeld naar de concentratie in een klas, maar ook naar de locatie. Als je les krijgt in een oud gebouw, is het niet handig om vijf minuten te gaan springen als er nog een klas onder je zit. Daar krijg je geen vrienden mee. Sluit een klas aan bij een schoolplein? Dan loop je gewoon even naar buiten.” &nbsp; &nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Rust en focus</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De beweegmomenten werken positief aan twee kanten. Ten eerste zijn ze natuurlijk goed voor de gezondheid van de kinderen, anderzijds werken ze ook mee aan een betere concentratie. Van Kann: “We zien nu dat kinderen die voor een langere periode aaneengesloten zitten, sneller afgeleid raken of andere dingen gaan doen. Als ze dan een beweegmoment hebben gehad, nemen de taakgerichtheid en spanningsboog weer toe. Hoewel het misschien tegenstrijdig klinkt, zorgt die beweging voor een bepaalde mate van rust en focus.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Bovendien moet het ook op langere termijn voor positieve gevolgen zorgen. “We willen de meerwaarde van beweging tijdens een schooldag laten zien. Niet alleen ten gunste van de gezondheid van kinderen, maar ook op het gebied van lekker in je vel zitten en fijn leren. Je creëert er een prettige leeromgeving mee voor zowel kinderen als de leerkracht.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Uitbreiding</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Het project is ooit gestart met twee scholen in Maastricht en inmiddels doen er ook vier andere scholen mee, met een totaal van zo’n 500 deelnemende kinderen. Komend schooljaar komt daar nog een aantal scholen bij. Het doel is natuurlijk dat heel Nederland er straks mee aan de slag gaat. Idealiter zelfs leraren in opleiding.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“We betrekken hierbij de pabo en ALO om te kijken of we onze studenten mee kunnen geven om een gemeengoed te maken van meer beweging op school. Zij zijn uiteindelijk immers degenen die voor de klas zullen staan en dit op succesvolle wijze kunnen toepassen.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Onderzoek,Luiken,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Thu, 27 Mar 2025 09:48:26 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/500_sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/500_sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Hbo-onderzoek lijdt niet onder bezuinigingen&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hbo-onderzoek-lijdt-niet-onder-bezuinigingen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hbo-onderzoek-lijdt-niet-onder-bezuinigingen/</guid><pp:caseid>690935</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De lectoraten van hogescholen breidden in 2023 flink uit, ziet het Rathenau Instituut. En alhoewel het kabinet fors op onderzoek bezuinigt, lijkt het hbo de dans te ontspringen.&nbsp;</strong></p><p>Veel investeringen van voormalig onderwijsminister Robbert Dijkgraaf zijn door het nieuwe kabinet overhoop gehaald. Maar deze niet: sinds 2023 krijgt het praktijkgericht onderzoek jaarlijks honderd miljoen euro extra. Daar verandert voorlopig niets aan.</p><p>In een nieuwe <a href="https://www.rathenau.nl/nl/werking-van-het-wetenschapssysteem/monitor-praktijkgericht-onderzoek-2023">Monitor praktijkgericht onderzoek</a> laat het Rathenau Instituut zien wat hogescholen met dat extra geld gedaan hebben. Ze investeerden vooral in het aantal onderzoekers en de ondersteuning, maar namen ook zo’n vijftig nieuwe lectoren in dienst.&nbsp;</p><p><strong>Consolidatie</strong><br>Hbo-onderzoek is relatief jong en groeide de afgelopen jaren flink. Sinds 2009 verviervoudigde het budget ruimschoots, stelt het Rathenau Instituut, van ruim honderd miljoen naar 447 miljoen euro.</p><p>In de eerste monitor, van vorig jaar, werd gesproken over ‘professionalisering’, nu heet het ‘consolidatie’. Zo groeide het aantal ondersteuners bij de lectoraten in een jaar tijd met bijna dertig procent. In absolute aantallen groeide het aantal docent-onderzoekers het hardst. Daarvan kwamen er tweehonderd voltijders bij.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:595/auto;width:595px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/cce8efee-f51e-4ee9-a09b-327294545a8d/1920_staatje.png?x=1742207104759" alt="Staatje" width="595" height="auto">Een bekend probleem voor universiteiten wordt nu ook bij hogescholen zichtbaar: het is voor lectoren en docent-onderzoekers moeilijk om de onderwijs- en onderzoekstaken in balans te houden. In gesprekken met onderzoekers hoort het Rathenau Instituut daarom klachten over werkdruk en vertraging van het onderzoek. Medewerkers hebben vaak het gevoel dat ze er meer tijd aan zouden moeten besteden.</p><p><strong>Niet volwaardig</strong><br>Een typische hbo-klacht daarentegen is het gevoel om niet voor vol te worden aangezien. “Onderwaardering beïnvloedt de motivatie van praktijkgericht onderzoekers. Zij schetsen een beeld van onderzoek dat zich nog als volwaardig moet nestelen binnen de hogescholen en het bredere kennisecosysteem.” Hbo-onderzoekers zeggen het moeilijk te vinden om “een plek te vinden in onderzoeksnetwerken van hoofdzakelijk universitaire onderzoekers”.</p><p>In vergelijking met universiteiten is het praktijkgericht onderzoek ook redelijk bescheiden van omvang. Liepen in het wo in 2023 zo’n 3.200 hoogleraren rond, in het hbo stond de teller toen op 772 lectoren.</p><p>Onderwijsminister Eppo Bruins wil daar dus niet op bezuinigen. Sterker nog, vorig jaar <a href="https://punt.avans.nl/2024/10/bruins-wil-hogescholen-promotierecht-geven/">zei hij</a> in een van zijn eerste Kameroptredens dat hij het tijdelijke extra geld voor hbo-onderzoek aan de vaste financiering wil toevoegen. Ook wil hij hogeschoolonderzoek stimuleren met het <i>professional doctorate,</i> een promotie op een praktijkgericht onderwerp.</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek Algemeen,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Mon, 17 Mar 2025 11:27:34 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_researchonderzoektoegepaststudent.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_researchonderzoektoegepaststudent.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/researchonderzoektoegepaststudent.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[research onderzoek toegepast student]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Wooncrisis: “We moeten concessies gaan doen&quot;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/wooncrisis-we-moeten-concessies-gaan-doen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/wooncrisis-we-moeten-concessies-gaan-doen/</guid><pp:caseid>686444</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>We zitten midden in een wooncrisis. Het kabinet wil structureel 100.000 woningen per jaar bouwen, maar struikelt over de stikstofaanpak. Onderzoeker Ferry van de Mosselaer stelt in het openbaar college van Fontys over ‘Wonen in de toekomst’ dat we geen bouwopgave hebben, maar een ‘ombouwopgave’.</strong></p><p>De collegezaal van de bibliotheek in de Tilburgse LocHal zit bomvol. Veel mensen hebben dinsdagavond regen en wind getrotseerd om het openbaar college van Fontys over ‘Wonen in de Toekomst’ bij te kunnen wonen. Het onderwerp leeft. Dat is niet zo gek, want de wooncrisis treft mensen uit alle lagen van de bevolking. Van jong tot oud kunnen ze vaak geen betaalbare of geschikte huisvesting vinden. Als een basisvoorziening onder druk komt te staan, ontstaat er onrust in de samenleving.&nbsp;<br><br>Ook in de collegezaal roeren mensen zich al snel na aanvang van het college. Sommige aanwezigen vinden dat er te veel grote huizen zijn waar maar één of twee mensen in wonen. Anderen zijn van mening dat er te veel huishoudens zijn, waardoor de gemiddelde woningbezetting erg laag is. Het grootste probleem, volgens een andere groep, is dat er te weinig betaalbare woningen zijn. En een jonge starter vraagt zich hardop af of we wel de juiste woningen hebben voor de vraag.&nbsp;<br><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:317/auto;width:317px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8b485444-83d5-4d03-9c4c-055c27bb1059/800_dsc03967.jpg?x=1738160000280" alt="Ferry van de Mosselaer" width="317" height="auto">Het is allemaal waar, concludeert Ferry van de Mosselaer. Voor Fontys doet hij onder meer onderzoek naar ruimtelijke ontwikkeling en participatie en co-creatie en sociale innovatie rondom wonen en leefomgeving. “We denken al snel dat we te weinig woningen hebben als we de overheid en de media volgen. Maar hebben we werkelijk zo’n groot tekort aan woningen of moeten we op een andere manier over wonen gaan denken om de wooncrisis aan te pakken?”&nbsp;<br><br><strong>Andere benadering</strong><br>De vraag stellen is hem beantwoorden. Volgens de onderzoeker hebben we te maken met een toenemend aantal eenpersoonshuishoudens, in alle leeftijdscategorieën. “Ons land telt 5 miljoen eengezinswoningen waarvan bijna de helft niet bewoond wordt door een gezin. Gemiddeld beschikken we over 53 vierkante meter woonoppervlakte per persoon.”&nbsp;<br><br>De crux zit hem in de benadering, stelt Van de Mosselaer. “Elke vier jaar doet het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening onderzoek naar de woonbehoefte van de Nederlander. Wat opvalt is dat er enkel gevraagd wordt naar wat er al is: eengezinswoningen en appartementen in de koop- en huursector. Als je naar de gebruikelijke weg vraagt, zijn het steeds dezelfde antwoorden die je krijgt. Er wordt van uitgegaan dat het merendeel op zoek is naar zelfstandige woningen, maar de woonbehoeftes zijn veel diverser, zeker in onze snel veranderende samenleving.”&nbsp;<br><br><strong>Alternatieve oplossingen</strong><br>De onderzoeker refereert aan de roep om meer gedeelde woonvormen en alternatieve woonoplossingen. “Er wordt op veel niveaus nagedacht over oplossingen, maar in het buitenland zijn ze er vaak al verder mee.” Hij noemt als voorbeeld het Weense model: “Hierin staat sociale en betaalbare huisvesting centraal vanuit de overtuiging dat wonen een mensenrecht is, ongeacht de hoogte van het inkomen." En hij wijst op het Vallastaden model, waarbij ontwikkelaars en architecten samen met bewoners een wijk hebben ontworpen.“ Enschede bekijkt nu of ze dit model kan toepassen.”&nbsp;<br><br>Daarnaast worden oude woonvormen weer van stal gehaald, zoals woningsplitsing, hospitaverhuur en woningdelen. Maar niet iedereen staat hierom te juichen. Ook kleinschalige initiatieven komen hier en daar op. “Denk aan het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) - waarbij particulieren hun eigen projectontwikkelaar zijn - en de ontwikkeling van ecodorpen, coöperatieve woongemeenschappen en zogenoemde knarrenhoven, een zorg gerelateerde woonvorm.”&nbsp;<br><br>'<strong>Toekomstdenken'</strong><br>Maar het zijn vooralsnog initiatieven in de marge. Gemeenten denken er meestal niet aan en voor ontwikkelaars zijn dergelijke initiatieven financieel minder interessant. Toch is er vaak meer ruimte voor alternatieve woonoplossingen als er zich een crisis aandient. “Maar om op grote schaal impact te maken, moeten we concessies doen en anders gaan denken", aldus Van de Mosselaer.&nbsp;<br><br>‘Toekomstdenken’ noemt hij dat. “Daarbij worden alternatieve scenario’s voor de toekomst bedacht met bijbehorende oplossingen. Wanneer je weet hoe de toekomst eruit kan gaan zien, ga je daar ook naar handelen.” De onderzoeker neemt een buienapp als voorbeeld: “Je anticipeert op het weer dat wordt voorspeld. Maar het weer kan zomaar weer omslaan. Dat vraagt om veerkracht, collectieve actie en we zullen ons moeten afvragen welke concessies we bereid zijn te doen.”&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,PRO Welzijn,Onderzoek Maatschappij,Student,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Wed, 29 Jan 2025 15:21:33 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a7efa869-eb66-4f35-a59b-bcc5b7aad50c/500_dsc03951.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a7efa869-eb66-4f35-a59b-bcc5b7aad50c/500_dsc03951.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a7efa869-eb66-4f35-a59b-bcc5b7aad50c/dsc03951.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Openbaar college Wonen in de toekomst]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Een lector die haar eigen levenslessen gebruikt</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/een-lector-die-haar-eigen-levenslessen-gebruikt/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/een-lector-die-haar-eigen-levenslessen-gebruikt/</guid><pp:caseid>664800</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Leren floreren. Evelyne Meens weet er alles van. Morgen wordt zij officieel aangesteld als lector Leren Floreren. “Lichamelijke opvoeding is altijd al een onderwijsvak geweest. Zie dit dan als geestelijke opvoeding. Hoe verbeter je je emotionele, psychische en sociale welzijn.”</strong></p><p>Ze zal er morgen, <span>niet toevallig de internationale dag van de mentale gezondheid,</span> nog wel op terugkomen in haar lectorale rede. Jarenlang worstelde Meens met zichzelf. Als student had ze om de zoveel tijd p<span>aniekaanvallen of huilbuien, was zij somber en voelde zich eenzaam. Kortom: depressies. </span>Alleen, ze wist zelf niet dat het depressies waren. En wat niet hielp was dat zij die depressieve gevoelens ook verborgen hield voor iedereen.&nbsp;</p><p>Inmiddels is Evelyne Meens die fase voorbij. Zij floreert nu. Maar ze herkent haar eigen interne strijd uit die periode met de worstelingen van de huidige generatie studenten. En die wil zij graag helpen door hen te leren zichzelf beter te begrijpen. “Zie het als een soort van psycho-educatie. Jezelf en anderen beter leren begrijpen.”</p><p><strong>Proces</strong><br>Want als dat lukt, dan lukt het je ook beter om goed, gezond en gelukkig te functioneren, zo legt zij uit. “Het is een proces dat geen einddoel kent. Eentje dat je hele leven duurt, ongeacht je leeftijd. Het gaat niet om excelleren. Al zit er wel een stukje presteren in. De hele dag op de bank liggen, dat gaat ook niet werken.”</p><p>Het verbeteren van je eigen emotionele en psychische welzijn, hoe werkt dat dan? “Emotioneel welzijn gaat erom dat je niet alleen met positieve, maar ook met de negatieve zaken in het leven weet om te gaan. En dat je daarbij, dat is het psychische deel, autonoom durft te zijn en het gevoel hebt enige invloed uit te kunnen oefenen op je omgeving."</p><p>Dat laatste is ook zeker niet onbelangrijk als het om Leren Floreren gaat. “Het sociale aspect is een wezenlijk onderdeel. Hoe zit ik er voor anderen bij? Wat kan ik voor die anderen betekenen? Hoe ontwikkel ik mezelf ook in dat opzicht als persoon?"</p><p><strong>Onderwijs</strong><br>Dat is waar zij met haar lectoraat, waaraan zij met een team van twaalf mensen werkt, bij Fontys mee aan de slag is gegaan. “We zijn nu de kennis aan het ontwikkelen van hoe je dit in het onderwijs als docent of coach over kunt brengen op studenten. Niet alleen bij Fontys trouwens. Regionaal werken we samen met mbo's en landelijk met enkele andere hogescholen." [<i>Tekst loopt door onder foto</i>]</p><p>Waarbij, zo benadrukt zij, het er vooral om gaat om studenten te motiveren en docenten daarvoor een groter ‘handelingsrepertoire’ te geven. “In die zin is leren floreren vooral preventief en versterkend, zodat je als student een buffer krijgt voor wanneer het slechter gaat. Nee, niet als het echt heel slecht gaat. Daarvoor zijn er anderen, collega's en psychologen, die curatief te werk gaan.”</p><p>Bij Fontys gebeurt al heel veel als het gaat om de mentale gezondheid van de student. Dat onderschrijft Meens ook. “Met de gelden uit het Nationaal Programma Onderwijs, die na de coronacrisis het onderwijs toekwamen, hebben de inspanningen binnen Fontys een extra boost gekregen. Heel goed, heel fijn. Maar het is allemaal tijdelijk en gebeurt náást het bestaande onderwijs. Met als gevolg dat je vaak ziet dat er ergens met een groep van tien studenten begonnen wordt en er in geen tijd nog maar drie over zijn."</p><p>“Wij willen als lectoraat juist niet met oplossingen komen die naast het onderwijs plaatsvinden. Onze ambitie is om het onderwijs beter in te richten, en dat leren floreren onderdeel wordt van de cultuur van een school of instelling. Bij Fontys willen we daarbij ook als een soort satéprikker dienst doen door het verbinden van alle mensen die al met soortgelijke dingen bezig zijn.”</p><p><strong>Urgentie</strong><br>Het zal ook om die reden zijn dat het dit keer voor het eerst ook een dienst is, Studentenvoorzieningen, dat naast Fontys HRM en TP een lectoraat omarmt. Niet zo vreemd, want die dienst is al tijden bezig met het mentaal welzijn van studenten.</p><p>“De urgentie voor dit onderwerp groeit. Niet alleen voor studenten, maar voor alle jongeren tussen pakweg 15 en 27 jaar." Een van de oorzaken: sociale media. “De digitale revolutie kent veel voordelen maar bemoeilijkt ook heel veel. Het belemmert de kwaliteit van je sociale verbondenheid. En dat is een van de belangrijkste voorwaarden voor leren floren.”</p><p>"<span>Het gaat hier niet om een pure onderwijsuitdaging maar om een maatschappelijke uitdaging dat vanuit een sociaal-ecologisch perspectief bekeken moet worden: we hebben hierin allemaal - of je nu studiegenoot, vriend, ouder of docent bent - een taak te vervullen."</span></p><p><i>Evelyne Meens was in verleden vaste columnist van Bron. Haar columns zijn </i><a href="https://bron.fontys.nl/?h=1&t=Evelyne" target="_blank"><i>hier</i></a><i> te lezen.&nbsp;</i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Nieuws,Ligthart,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid]]></category>
            <pubDate>Wed, 09 Oct 2024 13:42:02 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4664a1d4-91f4-4aca-a886-e78213f9ea5f/500_fontys-evelynemeens-666.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4664a1d4-91f4-4aca-a886-e78213f9ea5f/500_fontys-evelynemeens-666.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4664a1d4-91f4-4aca-a886-e78213f9ea5f/fontys-evelynemeens-666.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fontys_EvelyneMeens_666]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Bijzonder AI-model afgerond: ‘Onze dataset is de grootste ter wereld’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bijzonder-ai-model-afgerond-dataset-grootste-ter-wereld/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bijzonder-ai-model-afgerond-dataset-grootste-ter-wereld/</guid><pp:caseid>661700</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p>Wil je meer weten over het onderzoek? Lees dan de <a href="https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0302958" target="_blank">publicatie </a>van Gerard Schouten, Bas Michielsen en Barbara Gravendeel.&nbsp;</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Daar zitten de mannen, glunderend van trots. Het zijn Gerard Schouten, lector AI & Data, en onderzoeker Bas Michielsen. Hun vier jaar durend onderzoek, de ontwikkeling van een open source</strong><i><strong> </strong></i><strong>AI-model dat zo’n 50 soorten wilde bloemen kan herkennen en tellen, is afgerond. Evenals de bijbehorende publicatie. “We zijn al bezig met projectaanvragen.”</strong></p><p>Met name Schouten steekt zijn gevoelens niet onder stoelen of banken. “Supertrots, ja echt.” Hij kijkt zijn compagnon Michielsen aan, die ietwat verlegen teruglacht. Schouten: “We hebben onderzoek gedaan naar hoe je met behulp van AI de biodiversiteit van wilde bloemen in Nederland kunt meten. In wegbermen, grasland, parkjes in steden, mooie weilanden langs de Dommel”, zo somt hij op.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:348/auto;width:348px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a740c7ac-442d-4509-bc81-64b531dcf03e/800_linksgerardrechtsbas-ai.jpg?x=1726668556572" alt="Gerard (l) en Bas" width="348" height="auto">Ze verzamelden 2.000 beelden in een hoge resolutie in en rondom Eindhoven, gemaakt met een drone of een moderne smartphone. Daarmee trainden Schouten en Michielsen het AI-model: zonder data is er immers geen model dat al die bloemen kan tellen en een naam kan geven.</p><p><strong>Trial-and-error&nbsp;</strong><br>Het ontwikkelen van dit model ligt in handen van Michielsen. Hij windt er geen doekjes om: met name de opstartperiode was het trial-and-error wat de klok sloeg. “Gewoon aan de gang gaan met die data en kijken wat er gebeurt. Al ging daar óók weer veel werk aan vooraf.” Schouten wilde namelijk een kwalitatief hoogstaande dataset.</p><p><span>Daarvoor namen ze maatregelen. Zo moest AI-bias te allen tijde voorkomen worden. Dat verwijst naar de systematische en oneerlijke vooroordelen die kunnen ontstaan in AI-systemen. “Dat hebben we er volledig uit kunnen halen. "Superbelangrijk", vertelt Schouten, die daaraan toevoegt dat op die grote collectie foto’s 65.000 annotaties en 160 bloemsoorten te zien zijn. Deze geannoteerde dataset is voor iedereen beschikbaar gesteld en heet&nbsp;</span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fdataverse.nl%2Fdataset.xhtml%3FpersistentId%3Ddoi%3A10.34894%2FU4VQJ6&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7C79bc5e16609f4200933108dcd7e8f7e2%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638622642802514514%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=8hL%2FSwj7DdwAwkEnPp1t%2F%2FOhQeKxXWNTTcu7wWMI9Fg%3D&reserved=0" target="_blank"><i><span>Eindhoven Wildflower Dataset</span></i></a><span>.</span></p><p>“Uit de grote set is een deelset van vijftig soorten gemaakt die helemaal uitgebalanceerd is. Dit hebben we gedaan om te voorkomen dat het model gaat ‘discrimineren’. Simpeler gezegd: om te vermijden dat het model de ene bloemsoort voortrekt ten opzichte van de andere. Michielsen heeft dat puzzelwerk geweldig gedaan”, complimenteert hij zijn compagnon. En voegt er nog snel aan toe: “We hopen dat andere onderzoekers onze dataset gaan gebruiken om nog betere modellen te maken.”</p><p><strong>De grootste ter wereld</strong>&nbsp;<br>Bachelor- en masterstudenten van Fontys ICT en biologiestudenten van de HAS en Universiteit Leiden deden belangrijk voorwerk”, vertelt Schouten. Ook Naturalis, en in het bijzonder Barbara Gravendeel, mag volgens het tweetal niet onvermeld gelaten worden. “Zij is een van dé botanische experts van Nederland en heeft met haar domeinkennis bijgedragen aan dit project."</p><p>Nu willen de mannen maatschappelijk het verschil maken door biodiversiteit te monitoren met kunstmatige intelligentie. “AI is betrouwbaarder, goedkoper en sneller in vergelijking met mensen.” Naar eigen zeggen is hun model uiterst uniek.&nbsp;</p><p>Michielsen: “Inclusief een dataset met zoveel annotaties voor wilde bloemen is ons model de grootste van de wereld durf ik wel te zeggen.” Ze spraken al met de waterschappen en er zit meer in het vat, denkt Schouten. “Er is grote behoefte om dit soort dingen automatisch te kunnen meten. Wij kunnen dat”, besluit hij.</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,AI,Lectoren,Lectoraten,Onderzoek,Brouwer]]></category>
            <pubDate>Wed, 18 Sep 2024 16:11:14 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/24756fd9-7d85-4e0f-833a-28dccb207062/500_aienbloemen.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/24756fd9-7d85-4e0f-833a-28dccb207062/500_aienbloemen.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/24756fd9-7d85-4e0f-833a-28dccb207062/aienbloemen.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[AI en bloemen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector Dana Feringa: &#039;Kleine stapjes voor een groot effect&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lector-dana-feringa-kleine-stapjes-voor-een-groot-effect/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lector-dana-feringa-kleine-stapjes-voor-een-groot-effect/</guid><pp:caseid>645355</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Dana Feringa, lector Inclusieve Regio, houdt op 4 juli haar lectorale rede: ‘Groot verschil door klein te doen’. Zij sluit daarmee het </span><a href="https://www.fontys.nl/Onderzoek/Inclusieve-regio/Festival-Laten-we-Buurten-Lectorale-Rede-Dana-Feringa-2.htm" target="_blank"><span>festival</span></a><span> ‘Laten we Buurten!’ af. Een festival dat samen met partners en het Centre of Expertise Inclusive Society is georganiseerd. Deze dag vindt plaats in het Muziekgebouw in Eindhoven. Het festival en de rede zijn gratis toegankelijk. </span><a href="https://goto.fontys.nl/forms/aanmeldformulier.festival.buurten.lectorale.rede.dana.feringa.4.juli.2024.41985.nl.htm?utm_source=Fontys+Hogescholen&utm_campaign=22b70cbaf5-EMAIL_CAMPAIGN_2024_03_21_04_56&utm_medium=email&utm_term=0_be228b346e-22b70cbaf5-%5BLIST_EMAIL_ID%5D" target="_blank"><span>Meld</span></a><span> je wel even aan, want het aantal plaatsen is beperkt.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Het is geen valse bescheidenheid, benadrukt Dana Feringa. De lectorale rede die ze volgende week houdt, draait niet om haar als lector Inclusieve Regio. Het onderzoek, en dus ook haar voordracht, gaat over grote maatschappelijke vraagstukken en hoe we daar als Brainportregio samen de schouders onder kunnen zetten. Daar hoort een festival bij.</strong></span></p><p><span>Een festival voorafgaand aan een lectorale rede, dat komt niet vaak voor. Een symposium of congres is meer gebruikelijk. Maar volgens Dana Feringa past een open en toegankelijk programma beter bij de deelnemers. Die bestaan uit inwoners, maatschappelijke organisaties, burgerinitiatieven en het bedrijfsleven uit de regio. “Ik wil dat het een dag wordt voor en door de regio, dat sluit beter aan bij ons onderzoeksprogramma.”</span></p><p><span>In november vorig jaar is Feringa benoemd tot lector Inclusieve Regio van het gelijknamige, nieuw opgerichte lectoraat. De komende vier jaar onderzoekt ze samen met haar onderzoeksgroep hoe we als samenleving vorm kunnen geven aan saamhorigheid in een regio waarin de verschillen tussen mensen steeds groter worden. Want dat is wat er volgens haar gebeurt.</span></p><p><strong>Maatschappelijke vraagstukken</strong><br><span>“Het lectoraat houdt zich bezig met twee maatschappelijke vraagstukken: klimaatverandering en de groeiende ongelijkheid. Dit zijn opgaven die zo groot zijn dat ze voor velen verlammend werken. Het is de uitdaging om deze grote bewegingen zo klein te maken dat iedereen ermee aan de slag gaat. En dan ook echt iedereen", aldus de lector. Maar hoe gaan we dat doen?</span></p><p><span>Volgens de lector ligt precies daar de uitdaging, in het doen: “We hebben al zoveel gepraat over het feit dat er een balans moet komen tussen planeet, samenleving en economie. Met dit lectoraat richten we ons op het ‘hoe’, hoe gaan we dit bereiken? Daar is toegepast onderzoek uitermate geschikt voor. We weten de koers, maar nog niet hoe we dat moeten doen.”</span></p><p><span><strong>Doeners, praters en afzijdigen</strong></span><br><span>Wat Feringa, die van huis uit socioloog en orthopedagoog is, wel weet is dat we meer zullen moeten samenwerken. “Sociologen onderscheiden drie burgerschapsstijlen: doeners, praters en afzijdigen. De doeners zijn ervan overtuigd dat een goede gemeenschap ontstaat door de inspanningen die we doen ten gunste van de gemeenschap. De praters gebruiken het gesprek om de gemeenschap een stap vooruit te helpen.”</span></p><p><span>“En dan is er nog een groep burgers die zorgdraagt voor de eigen familie, vrienden en buren. We noemen ze afzijdigen omdat ze zich afzijdig houden van de gemeenschap in zijn geheel. De kunst is om het eigen netwerk te ontsluiten voor een grotere groep, zodat ze samen het verschil kunnen maken.” (</span><i><span>tekst gaat verder onder de foto</span></i><span>)</span></p><p><span>‘Groot verschil door klein te doen’ is dan ook de titel van Feringa’s lectorale rede. Het festival heeft de toepasselijke naam Laten we buurten (dialect voor praten) gekregen. “Door deel te nemen aan een workshop, expositie, proeverij of inspiratieproject hopen we dat deelnemers makkelijker met elkaar in gesprek gaan en er nieuwe netwerken ontstaan.”</span></p><p><span><strong>Rol van partners en onderwijs</strong></span><br><span>Zo’n 35 partners - van maatschappelijke organisaties, burgerinitiatieven en het bedrijfsleven - dragen bij aan het onderzoek. “Partners die verbinding ook belangrijk vinden, die zich verantwoordelijk voelen voor onze omgeving en de mensen die hier wonen. Stuk voor stuk zijn ze met hele mooie dingen bezig, wat voor de samenleving vaak niet goed zichtbaar is”, aldus de lector.</span></p><p><span>Feringa ziet ook een belangrijke opdracht voor het onderwijs. “Jong geleerd, is oud gedaan. Dat is echt zo. Hoe meer we in het onderwijs aandacht besteden aan maatschappelijk bewustzijn en ieders rol in de samenleving, hoe meer bewustzijn we creëren over het feit dat we allemaal onderdeel zijn van een groter geheel. Dan kun je een wezenlijke bijdrage leveren, als professional en als burger.”</span></p><p><strong>Cross-overs</strong><br><span>Ook wijst de lector op het brede onderzoeksportfolio van Fontys. Volgens haar zit de toegevoegde waarde voor de samenleving in de synergie tussen disciplines, in de cross-overs. “We doen zoveel mooie dingen binnen Fontys, maar het komt nog niet goed samen. Als we alleen met een sociaalwetenschappelijke bril naar sociale vraagstukken blijven kijken, gaan we ze niet oplossen.”</span></p><p><span>Waar staat Feringa over vier jaar met haar onderzoek? “Aan het einde van het onderzoeksprogramma hebben we inzichten opgehaald waarmee we verschil kunnen maken “Kleine stapjes”, benadrukt ze. “Voor een groot effect.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[interview,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek Maatschappij,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Wed, 26 Jun 2024 09:30:30 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/fa6f9eb0-2a04-4ad4-83bc-d6c1e9542bc2/500_lectordanaferinga.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/fa6f9eb0-2a04-4ad4-83bc-d6c1e9542bc2/500_lectordanaferinga.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/fa6f9eb0-2a04-4ad4-83bc-d6c1e9542bc2/lectordanaferinga.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[lector Dana Feringa]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Onderzoek groeit flink binnen hbo</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/onderzoek-groeit-flink-binnen-hbo/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/onderzoek-groeit-flink-binnen-hbo/</guid><pp:caseid>622322</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Niet alleen gaat er steeds meer geld naar hbo-onderzoek, lectoren verzamelen ook steeds meer onderzoekers om zich heen. Dat is een teken dat praktijkgericht onderzoek volwassen begint te worden, denkt de Vereniging Hogescholen.</strong></p><p>Bijna veertig jaar geleden kregen hogescholen de taak om naast onderwijs ook praktijkgericht onderzoek te doen. Daarmee kunnen niet alleen problemen uit de beroepspraktijk worden opgelost, maar ook het onderwijs <a href="https://bron.fontys.nl/minister-beter-onderzoek-maakt-hbo-aantrekkelijker/">profiteert</a> ervan. Docenten en studenten werken namelijk aan dat onderzoek mee. Ook Fontys heeft sinds pakweg 2014 in middelen en mensen meer en meer geïnvesteerd in onderzoek.&nbsp;</p><p>Het heeft even geduurd voordat het landelijk overal echt van de grond kwam, maar inmiddels is dat onderzoek inderdaad een serieuze taak geworden voor hogescholen, blijkt uit een net verschenen <a href="https://www.rathenau.nl/nl/werking-van-het-wetenschapssysteem/monitor-praktijkgericht-onderzoek-2022">monitor</a> van het Rathenau Instituut.</p><p><strong>Verdubbeld</strong><br>Tussen 2009 en 2022 is het onderzoeksbudget meer dan verdrievoudigd, van 100 naar bijna 350 miljoen euro. Ook het aantal lectoren groeide in die periode flink, van 486 naar 723. Maar belangrijker nog is dat die lectoren ook veel meer onderzoekers om zich heen hebben gekregen. Sinds 2009 is de groep onderzoekers in ‘kenniskringen’ verdubbeld. Zo wordt het onderzoek minder afhankelijk van één persoon. Ook komen daardoor veel meer docenten en studenten met onderzoek in aanraking.</p><p>Het aantal promoties is door de jaren heen redelijk stabiel gebleven. Wel zijn hogescholen vorig jaar begonnen aan een proef met praktijkgerichte promovendi, het ‘professional doctorate’. Onderzoekers kunnen promoveren onder leiding van minstens twee lectoren en twee mensen uit het werkveld.</p><p>Ook werd in de monitor gekeken naar hoe hogescholen omgaan met functiehuis en -indelingen. In het rapport stelt het Rathenau Instituut dat bijna een derde van de hogescholen aangeeft in 2022 gewerkt te hebben aan de herziening van het functiehuis en het aanpassen van de functieomschrijvingen. “Zo heeft Fontys een rollenmodel opgesteld. Dit rollenmodel biedt lectoraten een hulpmiddel om de rollen binnen een team te duiden en te zien waar ontwikkelkansen liggen.”</p><p><strong>Mkb</strong><br>Dat lectoraten meer vlees op de botten krijgen ziet de Vereniging Hogescholen als een aanwijzing voor de “professionaliseringsfase waar het praktijkgericht onderzoek zich in bevindt”, zegt de vereniging in reactie op de monitor.</p><p>Hogescholen richten zich in hun onderzoek vooral op de thema’s gezondheid en welzijn, onderwijs- en talentontwikkeling en een “veerkrachtige samenleving”. Het hbo-onderzoek is volgens de monitor regionaal- en praktijkgericht: het midden- en kleinbedrijf is de belangrijkste partner van lectoraten.</p><p>In 2022 kreeg het hbo-onderzoek van het ministerie van Onderwijs jaarlijks 100 miljoen euro extra. Het Rathenau Instituut kijkt ook de komende jaren waar dat geld heengaat en komt in 2027 met een nieuwe monitor. [<i>HOP/Jan Ligthart</i>]</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Thu, 29 Feb 2024 13:54:12 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/93a285b9-9611-4208-883b-52674a951754/500_dsc01708.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/93a285b9-9611-4208-883b-52674a951754/500_dsc01708.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/93a285b9-9611-4208-883b-52674a951754/dsc01708.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Minister Dijkgraaf tijdens een eerder bezoek aan Nexus, waar hij ook met de onderzoekskant van Fontys kennismaakte.]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Minister Dijkgraaf tijdens een eerder bezoek aan Nexus, waar hij ook met de onderzoekskant van Fontys kennismaakte.]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Lectoratenplan brengt ‘focus en massa’ in onderzoek</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lectoratenplan-brengt-focus-en-massa-in-onderzoek/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lectoratenplan-brengt-focus-en-massa-in-onderzoek/</guid><pp:caseid>616892</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Na maanden voorbereiding ligt er een lectoratenplan op hoofdlijnen. Doel van dit plan is te komen tot een samenhangend onderzoeksportfolio waarmee Fontys invulling kan geven aan kennisthema’s en de onderzoeksinzet gericht kan laten groeien.</strong></p><p><span>Focus en massa creëren, dat is wat Fontys beoogt met het lectoratenplan dat er nu ligt. “Fontys is in twintig jaar tijd flink gegroeid als onderzoeksorganisatie. Elk instituut kent een of meerdere lectoraten, waarvan de meeste </span><a href="https://www.fontys.nl/Onderzoek.htm" target="_blank"><span>actief zijn</span></a><span> in Centre of Expertise (CoE) of een Kenniscentrum (KC). Dat doen we goed”, concludeert Arian Steenbruggen, de bestuurder die onderzoek en onderwijs in haar portefeuille heeft. “Het lectoratenplan is nodig om nog beter te kunnen sturen op inhoud, samenhang en uitvoering van onze </span><a href="https://fontys.nl/Over-Fontys/Nieuws-tonen-op/Brochure-Strategisch-Plan-NL-versie.htm" target="_blank"><span>kennisthema’s</span></a><span>, onze </span><a href="https://fontys.nl/Over-Fontys/Fontys-for-Society.htm" target="_blank"><span>strategie</span></a><span> en het beantwoorden van maatschappelijke vragen.”</span></p><p><span>“Je kunt op verschillende plekken binnen onze organisatie onderzoek doen naar hetzelfde thema. Zonder dat samen te brengen, werk je langs elkaar heen. Focus betekent dat we de grote gemene deler eruit halen en ons daarop gaan richten. Met massa bedoel ik dat we samen aan onderzoeksthema’s gaan werken, dat levert synergie op”, licht Steenbruggen verder toe.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:231/auto;width:231px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_arian1.jpg?x=1704976045333" alt="Arian Steenbruggen " width="231" height="auto">Momenteel telt Fontys 46 lectoren (ruim 32 fte) die verdeeld zijn over 42 lectoraten. “Zij zijn ons uitgangspunt”, benadrukt de bestuurder. “Wel gaan we in het komende halfjaar kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat alle lectoraten (beter) zijn aangesloten bij een CoE of KC. Ook gaan we na of we bepaalde onderzoeksrichtingen willen bijsturen. En we gaan samen met leading lectoren kijken naar ‘witte vlekken’, expertise die nodig is om invulling te geven aan de kennisthema’s, maar die op dit moment ontbreekt.’</span></p><p><span><strong>Kwaliteit én inhoud</strong></span><br><span>Wat ook gaat veranderen, is de manier waarop Fontys lectoraten en lectoren gaat kiezen. “Als er een nieuwe aanvraag komt voor een lector of lectoraat, dan kijken we niet meer alleen naar kwaliteit, maar ook naar geschiktheid bij onze strategische kennisthema’s, dus de inhoud. We willen als een samenhangend geheel kijken naar de lectoraten. Bij het aflopen van termijnen doen we dezelfde check. Daarnaast willen we dat al het onderzoek meebeweegt met de keuzes die we als organisatie maken.”</span></p><p><span>Basisvoorwaarden als financiering en hr-beleid staan nog niet in deze eerste versie van het lectoratenplan. “Dat gaan we in de komende maanden oppakken”, zegt Steenbruggen. “Dan volgt een breder lectoratenbeleid met daarin een visie op en richtlijnen voor de omvang en personele invulling van de lectoraten, de financiële kaders, het aanvraagtraject en de </span><i><span>life cycle</span></i><span>, interne en externe verantwoording en de kwaliteitscyclus.”</span></p><p><span>Steenbruggen denkt dat Fontys onderzoekers een duidelijker loopbaanpad kan aanbieden. “We starten binnenkort met een brede werkgroep, die aan een voorstel gaat werken hoe we dit beter kunnen gaan doen.”</span></p><p><span><strong>Financiering</strong></span><br><span>Onderzoek kost geld. Vooralsnog is het bedrag dat Fontys van de overheid krijgt, vastgesteld op 20 miljoen euro. Daarnaast komt er nog zo’n 10 miljoen bij door subsidies van onder meer SIA, NWO, de Europese Unie en andere partijen. Steenbruggen: “Minder studenten betekent minder geld van de overheid, ook voor onderzoek. Maar we doen er alles aan om ons totaal aan onderzoeksmiddelen op niveau te houden, en zelfs te laten groeien.&nbsp;</span></p><p><span>Nu de basis van het lectoratenplan er ligt, gaat het college van bestuur samen met de regiegroep onderzoeksvernieuwing, de leading lectoren en de instituutsdirecteuren kijken hoe ze deze allereerste versie verder brengen tot een lectoratenplan dat in alle opzichten een leidraad is voor de onderzoeksorganisatie van Fontys. </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Thu, 11 Jan 2024 13:49:11 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/7dcad164-aa25-4206-a338-764049376357/500_onderzoek-projecttechniek.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/7dcad164-aa25-4206-a338-764049376357/500_onderzoek-projecttechniek.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/7dcad164-aa25-4206-a338-764049376357/onderzoek-projecttechniek.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Onderzoek-Project techniek]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Docent ging voor onderzoek jaar lang op kamers in actiewijk</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/docent-voor-onderzoek-op-kamers-in-actiewijk/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/docent-voor-onderzoek-op-kamers-in-actiewijk/</guid><pp:caseid>613541</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Een jaar lang heeft docent-onderzoeker Lydia van Dinteren voor het lectoraat Sociale Veerkracht een diepgaand etnografisch en participatief actieonderzoek gedaan in een Eindhovense ‘actiewijk’, waar ze ook woonde in een huis van woningcorporatie Trudo. Dat deed ze in samenwerking met collega Neeltje Spit, die fungeerde als buddy en sparringpartner. Het onderzoek werpt een kritische blik op de gemeenschapsvorming, de relaties tussen bewoners en professionals en de uitdagingen waarmee sociaal werkers worden geconfronteerd. De inzichten die Van Dinteren en Spit hebben opgedaan willen ze implementeren in het onderwijs.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Niet 100 dagen, maar 365 dagen in de vergeten wijk. Docent-onderzoeker Lydia van Dinteren woonde net als televisiemakers Tim den Besten en Nicolaas Veul een periode in een zogenoemde actiewijk waar eenzaamheid, armoede en woningnood veelvuldig voorkomen.</strong></span></p><p><span>Begin dit jaar trok Lydia van Dinteren (57) in haar tijdelijke kamer in een Eindhovense wijk die al enige jaren als actiegebied wordt bestempeld. De wijk was niet nieuw voor Van Dinteren. Voor Fontys maakt ze er deel uit van een professionele werkplaats samen met andere instellingen, organisaties en bedrijven. Met als doel om bruggen te bouwen met bewoners en ze te helpen verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leven en gezondheid.</span></p><p><span>Maar Van Dinteren [</span><i><span>foto boven</span></i><span>] merkte dat professionals vooral onderling veel praten, en dat de brugverbinding met de bewoners niet goed van de grond kwam. “Dat was het moment waarop ik op het idee kwam om parttime in de wijk te gaan wonen. Als we willen weten wat er echt speelt in een wijk en wat de bewoners nodig hebben, dan moeten we ze leren kennen, een relatie met ze aangaan. Dat kan alleen als je je tot de mensen verhoudt, op hun manier.”</span></p><p><strong>Prikclub</strong><br><span>De docent-onderzoeker ging vaak wandelen in haar nieuwe wijk, werkte met regelmaat in de voortuin en sloot zich aan bij de afvalprikclub. Het duurde niet lang of ze raakte in gesprek met bewoners. “Tegen alle verwachtingen in kwam ik erachter dat ze wel degelijk veel samen optrekken en omzien naar elkaar. Daar hebben de meeste professionals geen weet van. We gaan meestal uit van het individu en hun individuele problemen, maar deze mensen zouden meer baat hebben bij een collectieve aanpak.” </span><i><span>[Tekst gaat verder onder de foto]</span></i></p><p><span>Na een jaar van meedoen in de wijk en intensief observeren, blijkt er weliswaar geen gebrek aan gemeenschapszin, en constateren Van Dinteren en collega Neeltje Spit dat professionals de buurt en haar inwoners vaak onvoldoende kennen. Ze pleiten voor minder focus op individuen en meer aandacht voor de kracht van gemeenschappen en onderlinge relaties. Ze benadrukken dat langdurige aanwezigheid van professionals in een wijk essentieel is, in tegenstelling tot de huidige versnipperde uren en projectencarrousels.</span></p><p><span>Het tweetal gelooft dat het onderzoek relevante inzichten biedt voor een bredere discussie over wijkontwikkeling en gemeenschapsopbouw. Zeker nu er veel aandacht, ook door de <img class="image_resized image-style-align-right" style="width:264px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fc09e514-f64a-48f4-9496-168fac98dc79/800_neeltjespit-rechts.jpg?x=1702289681228" alt="Neeltje Spit">NPO-documentaire ‘100 dagen in de vergeten wijk’, naar dergelijke buurten gaat. “Als we werkelijk iets voor deze bewoners willen betekenen, moeten we als professionals achter onze bureaus vandaan komen en meedoen in de wijk”, zegt Spit. “Wanneer je meer begrip hebt voor wat mensen bezighoudt en waar ze hun keuzes op baseren, kun je ze beter helpen.”</span></p><p><span>Lydia van Dinteren zit vol verhalen. Bijvoorbeeld over de Poolse man die bij haar aanbelde en in gebrekkig Engels uitlegde dat hij verschrikkelijk ongelukkig was. En de jonge man die bang was voor de hoogte van zijn energierekening en daarom zijn verwarming niet meer durfde aanzetten en was gaan koken op een elektrische kookplaat. De vele inzichten en casussen die de docent-onderzoeker heeft opgedaan, zullen onderdeel worden van het onderwijs. “We nemen &nbsp;studenten van de minor Community Development hier al in mee.”</span></p><p><span>Nu het onderzoek ten einde is gekomen, pakt Van Dinteren binnenkort haar koffers in. Vorige week nam ze al afscheid van de afvalprikclub. “Met pijn in mijn hart”, zegt ze. “Dat had ik niet verwacht.” </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoren,Lectoraten,Eindhoven]]></category>
            <pubDate>Mon, 11 Dec 2023 13:57:04 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/73ca0bfd-be1a-4d8e-b780-8d8f42fff1a4/500_lydiavandinterenvoorhaartijdelijkewoning-def.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/73ca0bfd-be1a-4d8e-b780-8d8f42fff1a4/500_lydiavandinterenvoorhaartijdelijkewoning-def.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/73ca0bfd-be1a-4d8e-b780-8d8f42fff1a4/lydiavandinterenvoorhaartijdelijkewoning-def.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Lydia van Dinteren voor haar tijdelijke woning-DEF]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Docu onderzoekt onderwijsvernieuwing: &#039;Het kan anders&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/docu-onderzoekt-onderwijsvernieuwing-het-kan-anders/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/docu-onderzoekt-onderwijsvernieuwing-het-kan-anders/</guid><pp:caseid>605223</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>De documentaire 'Mag ik jou iets vragen?' wordt voor het eerst vertoond op 24 november tijdens het slotevent van de Week van het Economieonderwijs bij Hogeschool Utrecht. Je bent meer dan welkom om de première bij te wonen, je kunt je hier </span><a href="https://weekvanheteconomieonderwijs.nl/agenda/premiere-mag-ik-jou-iets-vragen/?utm_source=Fontys+Hogescholen&utm_campaign=efb37c8967-EMAIL_CAMPAIGN_2023_10_05_02_15&utm_medium=email&utm_term=0_be228b346e-efb37c8967-%5BLIST_EMAIL_ID%5D" target="_blank"><span>aanmelden</span></a><span>. Na afloop van de première kun je aansluiten bij het </span><a href="https://weekvanheteconomieonderwijs.nl/agenda/slotbijeenkomst-week-van-het-economieonderwijs/" target="_blank"><span>slotevent</span></a><span>.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Hoe kunnen hogescholen wereldproblemen zien als uitdagingen? Deze vraag staat centraal in de documentaire </strong></span><i><span><strong>Mag ik jou iets vragen?</strong></span></i><span><strong>. De film onderzoekt de vernieuwingen in het onderwijs bij veertien hogescholen, waaronder bij Fontys.</strong></span></p><p><span>Wat als we de crises als klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, toenemende sociale ongelijkheid en vluchtelingenstromen niet meer als problemen buiten onszelf zien, maar als een vraag van de wereld aan ons? Wat zou dat voor het economisch onderwijs betekenen?</span></p><p><span>Per jaar ronden meer dan dertigduizend studenten een economische opleiding af. Hoe zorgen we dat deze studenten zijn voorbereid op een wereld die steeds meer prangende vragen stelt? Hiermee ging lector Betekeniseconomie Kees Klomp (Hogeschool Rotterdam) aan de slag met een groep gelijkgestemden in het hoger onderwijs.</span></p><p><span>Dat deed hij in de vorm van een documentaire. Voor de film bezocht Klomp veertien hogescholen die ieder op hun eigen manier een antwoord zoeken op die vraag. Ook Tessa Cramer, leading lector Creative Economy bij Fontys, deelt haar visie op de waarde van onzekerheid in het economisch onderwijs.</span></p><p><span>Volgens Cramer kan het anders, maar vergt dat wel moed. Ze is ervan overtuigd dat de complexe thema’s van onze tijd niet opgelost kunnen worden in de bestaande systemen en denkwijzen. Onderwijsvernieuwingen kunnen in haar ogen een positieve bijdrage leveren.</span></p><p><span><strong>De gedeelde rijstschuur</strong></span><br><span>Hoe dan? Cramer geeft het voorbeeld van het Indonesische concept Lumbung, letterlijk vertaald als rijstschuur. “Dorpelingen die rijst over hebben, brengen dat naar de gemeenschappelijke schuur voor degenen die een tekort aan rijst hebben.” Maar Lumbung is niet alleen een economisch principe. “De schuur dient ook als ontmoetingsplek”, vertelt Cramer. “Vanuit het kenniscentrum Creative Economy willen we zo’n plek creëren voor collega’s. Een plek om kennis te brengen en te halen, en waar we ideeën kunnen uitwisselen.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:349px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/20de5569-4a24-4405-b782-2ebfe1033b83/800_image00022.jpg?x=1698942853801" alt="Tessa Cramer. Foto: Thijs Rooimans">De Fontys-lector richt zich met haar onderzoeksproject Onzekere Zaken op de waarde van onzekerheid voor onderwijsvernieuwing. Ze constateert dat er binnen het onderwijs momenteel weinig ruimte is voor maatschappelijke onzekerheid. “Daardoor zijn studenten niet altijd voldoende voorbereid op de chaos in de wereld die op ze afkomt na het afstuderen. Om studenten weerbaarder te maken, probeer ik onderwijsvernieuwers vooruit te helpen.”</span></p><p><span>Dat doet Cramer onder andere door docenten praktische handvatten te bieden met een rijk gevulde </span><a href="http://www.onzekerezaken.nl/" target="_blank"><span>toolbox</span></a><span>. Deze bestaat inmiddels uit een gids, een podcast en een praktische box gevuld met oefeningen en vormen om in de praktijk te leren werken met onzekerheid.</span></p><p><span>Een voorbeeld: “We laten docenten onzekerheid aan den lijve ondervinden aan de hand van een rollenspel waarin ze fictieve scenario’s naspelen. Een beproefde methode in mijn vakgebied van toekomstonderzoek. Maar denk ook aan gesprekstechnieken en schrijfoefeningen. We hopen dat onderwijsvernieuwers deze werkwijze ook in gaan zetten in hun klassen. Want als studenten behendiger worden met onzekerheid, leren zij zichzelf en de wereld ongetwijfeld ook beter begrijpen.”</span></p><p><span><strong>Verbeeldingskracht inbrengen</strong></span><br><span>Verbeeldingskracht kan helpen om uit bekende patronen te stappen en de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. In de documentaire komt ook Iris Tolkamp, alumnus van de Fontys-opleiding Communicatie - Creative Concepts for Communication, aan het woord. Zij schreef een scriptie over hoe studenten om kunnen gaan met onzekerheid in hun afstudeerjaar. Daarbij putte zij ook uit haar werk als kunstenaar. “Die combinatie was ijzersterk en heeft menig docent en student geraakt en geïnspireerd”, aldus Cramer.</span></p><p><span>In de documentaire komen nog dertien andere onderwijsvernieuwers in het economische domein aan het woord. Samen hopen de lectoren een beweging in gang te zetten. En dat niet alleen binnen het economische domein, betoogt Cramer. “De urgentie van toenemende onzekerheid speelt ook in andere vakgebieden. Het onderwijs is ook volop in ontwikkeling in de gezondheidszorg, bij ICT en engineering. Met het kenniscentrum Creative Economy slaan we graag een brug tussen de instituten, met het principe van Lumbung in het achterhoofd: we kunnen elkaar hierin helpen.” </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,ACE,Lectoren,Lectoraten,Onderwijsvernieuwing,PRO Onderwijs,PRO Economie]]></category>
            <pubDate>Fri, 03 Nov 2023 09:19:47 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b51175c4-8828-4076-9c33-646a4f17fbee/500_image00020.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b51175c4-8828-4076-9c33-646a4f17fbee/500_image00020.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b51175c4-8828-4076-9c33-646a4f17fbee/image00020.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Tessa Cramer, foto: Camiel van de Wijdeven (Clearfotografie)]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector Rogier van der Wal: “Ethiek is hot”</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lector-rogier-van-der-wal-ethiek-is-hot/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lector-rogier-van-der-wal-ethiek-is-hot/</guid><pp:caseid>605128</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i><span>Vandaag, donderdag 2 november, vindt de </span></i><a href="https://www.fontys.nl/nieuws/landelijke-ethiekdag-2-november-2023/"><i><span>Landelijke ethiekdag</span></i></a><i><span> plaats bij Fontys op campus Rachelsmolen. Dit jaar georganiseerd door het lectoraat Ethisch Werken van Fontys HRM en Toegepaste Psychologie en de Fontys Commissie ethiek van onderzoek. Het thema: ‘Ethiek onder constructie’.</span></i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Er gaat geen dag voorbij zonder ethiek. Dat stelt lector Rogier van der Wal. De morele kwesties liggen volgens hem voor het oprapen. Het lectoraat Ethisch werken van Fontys HRM en Toegepaste Psychologie wil het moreel verantwoord werken in het onderwijs en binnen organisaties stimuleren.</strong></span></p><p><span>Het gaat nogal eens mis, weet Van der Wal. Hij somt op: “The Voice, De Wereld Draait Door, affaires in de binnenlandse politiek en perikelen in de sportwereld. Er is in hoog tempo een bonte stoet van affaires voorbijgekomen waarbij het met ethiek niet zo nauw wordt genomen. Sla de krant open of kijk naar het nieuws: ethiek is hot.”</span></p><p><span>Best vaak speelt de werkcontext een rol. De urgentie voor ethisch werken behoeft volgens Van der Wal dan ook nauwelijks betoog. “Daar willen we met het lectoraat op inspelen. We voorzien in een behoefte. Zowel vanuit de eigen studenten en docenten als voor de werkveldpartners en de samenleving als geheel”, aldus de lector. &nbsp;</span></p><p><span>Doel is om ethisch werken op de agenda te krijgen in het onderwijs en het werkveld. Het lectoraat wil studenten, docenten, professionals en organisaties van nieuwe impulsen voorzien. “Door middel van toegepast onderzoek, onderwijs en productontwikkeling willen we bijdragen aan de verdere ontwikkeling en ondersteuning van ethisch werken”, vertelt Van der Wal.</span></p><p><span><strong>Bomvolle kerk</strong></span><br><span>De lector werd donderdag 26 oktober officieel geïnaugureerd. Hij sprak zijn lectorale rede ‘Ethiek onder constructie: tijd voor bezinning’ uit in een bomvolle Domus Dela (voormalige kerk) in Eindhoven. Ethiek houdt in zijn ogen nooit op, je bent er nooit mee klaar. Maar wat is ethisch werken?</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:342px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/15b40ba4-abef-4a58-a807-bab98ca8ca9a/800_bedrijfsreportagefontyslectoraatrogiervanderwal26.10.2023-lr-kimvosfotografie.nlr6m26586.jpg?x=1698914990134" alt="Inauguratie van lector Rogier van der Wal met Arian Steenbruggen (l). Foto: Kim Vos">Van der Wal: “Dat wil zeggen: zo werken dat je je met elkaar bewust bent van waar je mee bezig bent en hoe je dat kunt rijmen met je geweten en de manier waarop je zelf in het leven staat. Dit betekent dat je kwesties aan elkaar voorlegt en ter discussie stelt, en jezelf steeds weer bevraagt.”</span></p><p><span>Vaag, abstract, moeilijk, is een vaak gehoorde reactie. Maar ethiek is helemaal niet zo ingewikkeld als mensen denken, stelt de lector. “Ethiek is niet iets wat je aan- of uitzet, maar waar je constant mee oefent en op reflecteert.”</span></p><p><span>Als studenten al tijdens hun studie met ethisch werken te maken krijgen, helpt het hen om beter met morele kwesties om te gaan als ze aan de slag gaan in het werkveld. “Dat doen we niet door een apart vak aan te bieden”, aldus de lector, “maar door ethiek als een rode draad in het curriculum op te nemen. Dat is een werkwijze die ook breder binnen Fontys toegepast kan worden en ook al toegepast wordt.”</span></p><p><span><strong>Moreel vakmanschap</strong></span><br><span>Fontys-bestuurder Arian Steenbruggen, die Van der Wal mocht installeren als lector, haakte hierop in: “Jouw onderzoek past uitstekend bij onze visie: Fontys for Society. Als hogeschool willen we namelijk bijdragen aan een inclusieve samenleving. Er rust dan ook een hele belangrijke en verantwoordelijke taak op jouw schouders om moreel vakmanschap mee te geven aan onze studenten.”</span></p><p><span>Ethisch werken is een keiharde noodzaak en kan grote consequenties hebben, weet ook instituutsdirecteur Olivia Kramers van Fontys HRM en Toegepaste Psychologie. “Dit lectoraat is niet alleen relevant voor het onderwijs, maar ook voor de morele ontwikkeling van onze studenten en professionals in het werkveld. Het lectoraat gaat dan ook werken met vraagstukken uit de praktijk.”</span></p><p><span>Te vaak zijn mensen binnen organisaties nu nog geneigd met het vingertje te wijzen en op zoek te gaan naar de rotte appel, constateert Kramers. Van der Wal is dat geenszins van plan. Dat lijkt hem niet productief en het is ook niet de opdracht. “Ethiek is in mijn optiek vooral iets positiefs en een middel om mensen verder te brengen. Wij kunnen ze daarbij helpen.”</span></p><p><span>Instituutsdirecteur Kramers verwoordt het zo: “Het gaat niet alleen om de kwaliteit van de appel, maar ook van de mand.” </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p><h3><strong>Cv Rogier van der Wal, lector Ethisch werken</strong></h3><p><i><span>Rogier van der Wal (1969) studeerde Griekse en Latijnse Taal en Cultuur, Filosofie, Oudheidkunde en Algemene Letteren aan de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU). Hij werkte onder andere aan de VU als studieadviseur, studentendecaan, docent en onderzoeker, was beleidsadviseur bij de VSNU (tegenwoordig Universiteiten NL) en strategisch beleidsadviseur Hoger Onderwijs bij de gemeente Almere. Ook werkte hij bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) als verbinder met kennis, onderzoek en wetenschap. Na een docentschap bij Bestuurskunde van de Universiteit Leiden in Den Haag was zijn voorlaatste baan die van senior projectleider bij Platform31, een onafhankelijke kennis- en netwerkorganisatie. Sinds 1 september 2022 is hij lector Ethisch werken bij Fontys HRM en Toegepaste Psychologie.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHTP,FHRM,Lectoraten,Lectoren,PRO HRM en Psychologie,Onderzoek]]></category>
            <pubDate>Thu, 02 Nov 2023 10:04:26 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/54a0383d-dac7-40c5-9241-8b7f0f68bd01/500_bedrijfsreportagefontyslectoraatrogiervanderwal26.10.2023-lr-kimvosfotografie.nlr6m26475.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/54a0383d-dac7-40c5-9241-8b7f0f68bd01/500_bedrijfsreportagefontyslectoraatrogiervanderwal26.10.2023-lr-kimvosfotografie.nlr6m26475.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/54a0383d-dac7-40c5-9241-8b7f0f68bd01/bedrijfsreportagefontyslectoraatrogiervanderwal26.10.2023-lr-kimvosfotografie.nlr6m26475.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rogier van der Wal tijdens zijn lectorale rede. Foto Kim Vos]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector over burgerparticipatie: &#039;Conflicten horen erbij&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lector-over-burgerparticipatie-conflicten-horen-erbij/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lector-over-burgerparticipatie-conflicten-horen-erbij/</guid><pp:caseid>586118</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><a href="https://www.mdpi.com/2071-1050/15/16/12653" target="_blank"><i><span>De eeuwige strijd voor de stad: op zoek naar een alternatief kader voor burgerparticipatie in stadsvernieuwingsprojecten in krimpsteden</span></i></a><span>, in Sustainability</span></p><p><a href="https://www.scienceguide.nl/2023/07/bij-burgerinspraak-moet-je-ruimte-laten-voor-echt-conflict/" target="_blank"><i><span>“Bij burgerinspraak moet je ruimte laten voor écht conflict”</span></i></a><i><span>, </span></i><span>in Science Guide</span></p><p><a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2023/05/31/zijn-dijkhoff-segers-nu-echt-de-aangewezen-personen-voor-een-podcast-a4166003" target="_blank"><i>Zijn Dijkhoff & Segers nu echt de aangewezen personen voor een podcast?</i></a>, i<span>n NRC</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Burgerinspraak wint volgens Maja Ročak aan populariteit, maar in de praktijk komt er weinig van terecht. In haar onderzoek naar burgerparticipatie bij stedelijke vernieuwing pleit de lector Sociale Veerkracht bij Fontys Sociale Studies voor alternatieven.</strong></span></p><p><span>Het is allemaal goed bedoeld, weet Ročak. “Maar wie zitten er aan de knoppen? Het zijn vaak witte, hoogopgeleide mensen die de kar trekken van stedelijke vernieuwingsprojecten. Zij nodigen de inwoners via brieven met vaak ingewikkelde taal uit om naar inspraakavonden te komen. Of ze organiseren ‘wijksafaris’ voor de professionals en zijn dan verbaasd als ze weinig aansluiting vinden bij de bewoners.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:305px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_maja-rocak-25-750x500.jpg?x=1693381843975" alt="Maja Ročak">Burgerinspraak, burgerparticipatie en burgerbetrokkenheid zijn verschillende termen die vaak op hetzelfde neerkomen. Namelijk: het wettelijke recht van burgers om mee te denken over beleidsontwikkelingen die hen aangaan.&nbsp;</span></p><p><span>In Nederland zijn bijvoorbeeld </span><a href="https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/programma-leefbaarheid-en-veiligheid" target="_blank"><span>20 gebieden</span></a> aangewezen voor stedelijke vernieuwingsprojecten waarbij burgerparticipatie een rol speelt. Daarbij gaat het om renovatie of sloop en nieuwbouw van stedelijke gebieden, met als doel om de leefbaarheid te verbeteren.</p><p><span>Heerlen-Noord is zo’n gebied. Al 20 jaar wordt er gewerkt aan stedelijke vernieuwing. Maar met de burgerparticipatie is het niet best gesteld. Terwijl er voor de bewoners toch veel op het spel staat, zoals hun woning en woonomgeving. Dat wekte de nieuwsgierigheid van Ročak. Ze sprak er met twee groepen: professionals en inwoners.</span></p><p><span><strong>Onder de radar</strong></span><br><span>Het viel de lector op dat grote groepen inwoners zich onthouden van inspraak of er onbedoeld van worden uitgesloten. “Veel mensen zijn bang dat ze problemen krijgen met de overheid en kiezen er bewust voor om onder de radar te blijven.”</span></p><p><span>Schaamte speelt ook een rol, ontdekte Ročak. “Mensen voelen zich onzeker over hun opleidingsniveau of eenvoudige leefomstandigheden.” De weinige mensen die zich wel actief inzetten, lopen vaak tegen bureaucratische processen aan en haken dan alsnog af.</span></p><p><span>Spreek je met de professional, dan loopt alles gesmeerd, ervaart Ročak. Vaak ontberen zij volgens haar de vaardigheid om zich te verplaatsen in de ander. "Als burgers niet deelnemen, zoeken ze daar niks achter. Dan zullen ze wel niet mee willen praten is de gedachte. Of er is sprake van een paternalistische houding: wij weten wel wat goed voor jullie is.”</span></p><p><span>Uiteindelijk wordt er alsnog over het lot van mensen beslist en is er van burgerinspraak nauwelijks sprake geweest. Wat gebeurt er als bewoners dan horen dat ze hun woning (tijdelijk) zullen moeten verlaten? Ročak: “Dat zijn ingrijpende gebeurtenissen, die een heleboel emoties losmaken. Mensen raken in paniek en gaan huilen, schreeuwen of dreigen. En daar zijn professionals meestal niet van gediend. De kloof tussen beiden wordt groter.”</span></p><p><span><strong>Zonder oordeel luisteren</strong></span><br><span>Burgers zijn niet moeilijk te bereiken, stelt Ročak. Niet zij, maar de professional moet uit zijn comfortzone stappen. Ga echt met deze mensen in gesprek, is haar advies. Zelf heeft ze meerdere intieme gesprekken gevoerd in ijskoude huisjes en werd ze vrijwel overal gastvrij ontvangen. Je moet er wat meer moeite voor doen, openstaan en zonder oordeel luisteren.</span></p><p><span>Ročak pleit dan ook voor alternatieven voor burgerinspraak. “Een concreet voorbeeld is </span><i><span>community organising</span></i><span>. Gemeenschappen krijgen daarbij zelf de mogelijkheid om hun inspraak te organiseren. Dat betekent dat er ruimte is om te discussiëren over de richting die stadsvernieuwing zou moeten nemen in de wijk. Op deze manier zet je mensen in hun kracht.”&nbsp;</span></p><p><span>Conflicten horen daarbij, verzekert de lector. “Het is mogelijk dat bewoners, de gemeente en ontwikkelaars uiteenlopende standpunten innemen. Het met elkaar oneens zijn hoort echter bij een democratische samenleving en de bewoners moeten als een politieke actor herkend worden.”</span></p><p><span>Ook emoties mogen er zijn. “In plaats van te zeggen: zo hoort het niet of zo praten we niet met elkaar, kun je beter ruimte geven aan emoties en vragen waardoor mensen zo geraakt zijn. Dan kom je nader tot elkaar en kan er begrip ontstaan”, aldus Ročak.</span></p><p><span><strong>Experimenteren</strong></span><br><span>De lector Sociale Veerkracht wil graag verder met haar onderzoek naar burgerinspraak in stedelijke vernieuwingsprocessen. Bijvoorbeeld in de Eindhovense wijk Woensel-Zuid, net als Heerlen-Noord een van de 20 regio’s die aangewezen is voor stedelijke vernieuwingsprojecten.</span></p><p><span>Daarbij wil ze een stapje verdergaan. “We weten inmiddels veel over de oorzaken waardoor burgerparticipatie niet van de grond komt en willen gaan experimenteren om te leren wat wel werkt. Ook wegens de urgentie: tweedeling in de samenleving voorkomen.”</span></p><p><span>Samen met Fontys-collega Cees-Jan Pen wil Maja Ročak subsidie aanvragen om dit onderzoek te kunnen uitvoeren. Pen is lector De Ondernemende Regio aan Fontys Economie en Communicatie. </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Maatschappij sociale studies,Lectoren,Lectoraten]]></category>
            <pubDate>Wed, 30 Aug 2023 10:13:27 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/c36114df-637d-4c5b-ad75-f818b633d08d/500_conflict-polarisatie-tweedeling-burgerparticipatie-shutterstock-1995493205.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/c36114df-637d-4c5b-ad75-f818b633d08d/500_conflict-polarisatie-tweedeling-burgerparticipatie-shutterstock-1995493205.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/c36114df-637d-4c5b-ad75-f818b633d08d/conflict-polarisatie-tweedeling-burgerparticipatie-shutterstock-1995493205.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[conflict-polarisatie-tweedeling-burgerparticipatie-shutterstock_1995493205]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lectoratenplan heeft iets meer tijd nodig</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lectoratenplan-heeft-iets-meer-tijd-nodig/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lectoratenplan-heeft-iets-meer-tijd-nodig/</guid><pp:caseid>578632</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Nog voor het einde van dit studiejaar ligt er een lectoratenplan. Dat was althans de bedoeling. Wat maakt het zo ingewikkeld? Arian Steenbruggen, lid van het college van bestuur en verantwoordelijk voor de portefeuille onderzoek en onderwijs, geeft uitleg.</strong></span></p><p><span>Bij haar aantreden in september vorig jaar sprak Arian Steenbruggen over het belang van </span><a href="https://bron.fontys.nl/arian-steenbruggen-onderzoek-is-absolute-noodzaak/" target="_blank"><span>praktijkgericht onderzoek</span></a><span>. Een paar maanden later vertelde de bestuurder dat er een </span><a href="https://bron.fontys.nl/bestuur-komt-voor-de-zomer-met-plan-voor-lectoraten/" target="_blank"><span>lectoratenplan</span></a><span> zou komen, en dat het streven was dat voor de zomervakantie rond te hebben.</span></p><p><span>“Het gaat om een plan op inhoud dat past bij de Fontysstrategie en onze kennisthema’s. Een plan dat aangeeft wat we hebben en waar we naartoe gaan als we ons onderzoek willen uitbreiden”, vat Steenbruggen samen. “Zaken die daar weer mee te maken hebben zijn onder andere financiering, verantwoordelijkheden en voorwaarden voor het lectorschap.”</span></p><p><span>Dat plan ligt er nog niet. Maar het komt er wel, en over niet al te lange tijd, verzekert de bestuurder. “Het is niet zo dat er nog helermaal niks is, we hebben op veel onderdelen vergevorderde ideeën, maar er liggen meer voorbereidingen aan ten grondslag dan we hadden vermoed. Al dachten we al niet dat het eenvoudig zou zijn.”</span></p><p><span><strong>Lectorenberaad</strong></span><br><span>Twee weken geleden bij het lectorenberaad kwamen alle onderwerpen weer ter sprake. “Steeds meer dingen vallen op hun plek”, concludeert Steenbruggen. “Maar de voornaamste besluiten moeten nog genomen worden. En het is belangrijk dat we de lectoren en directeuren hier heel goed in meenemen.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:342px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/c3abdb0f-4db4-4af8-b8e6-1a23f3433cad/800_steenbruggenariang.3.jpg?x=1687784633980" alt="Arian Steenbruggen">Dat het langer duurt dan Steenbruggen had verwacht, heeft ook te maken met de grootte van Fontys en de versnippering in verschillende instituten, waardoor het overal net een beetje anders is georganiseerd.</span></p><p><span>Punt is dat verantwoordelijkheden nu vaak niet voor iedereen helder genoeg zijn. Een lectoraat is ondergebracht bij een instituut, en de lectoraten zijn behalve in het instituut ook actief in </span><a href="https://www.fontys.nl/Onderzoek.htm" target="_blank"><span>Centre of Expertise (CoE) of een Kenniscentrum (KC’s)</span></a><span>.</span></p><p><span>Steenbruggen: “Wat belangrijk is, is dat voor iedereen helder is waar welke verantwoordelijkheid ligt. Het Verbeterprogramma praktijkgericht onderzoek (VPO) heeft daar al belangrijke stappen in gezet. In het lectoratenplan gaan we daarop door.”</span></p><p><span>De bestuurder vergelijkt het lectorschap ook wel met het hoogleraarschap. “Daarvoor staat behoorlijk goed vast wat het pad daarnaartoe is. Wat diegene moet kunnen laten zien, wat diens output is, wat de kwaliteitseisen zijn en wat er van deze persoon verwacht wordt.”</span></p><p><span>“Het plan waar we mee bezig zijn, gaat over de inhoud waar wij als organisatie in willen investeren”, vervolgt Steenbruggen. “Als een lectoraat is goedgekeurd, plaatsen we er een lector op, die gaan we werven of laten we doorgroeien, en dan hebben we die stappen nodig.”</span></p><p><span><strong>20 miljoen euro</strong></span><br><span>Op dit moment gaat er ongeveer 20 miljoen euro om aan onderzoek binnen Fontys, op een totaalbudget van zo'n 525 miljoen euro. “Dat is een heel klein beetje van het budget”, besluit Steenbruggen. “Dat geld kunnen we efficiënter inzetten, maar dan moeten we er wel eerst beter zicht op krijgen.”</span></p><p><span>De afgelopen maanden is er daarom hard gewerkt aan een inventarisatie ten aanzien van de lectoren en lectoraten. Daarbij is ook gekeken naar de organisatie binnen een aantal collega-hogescholen, en zijn getallen met elkaar vergeleken.</span></p><p><span>“Op grond van deze inventarisatie, onze strategie, input uit de organisatie en voortbordurend op het VPO gaan we het lectoratenplan afronden. Pas nu we hier allemaal zicht op krijgen, kunnen we besluiten gaan nemen over de organisatie en richting van de lectoraten.”</span></p><p><span>Door dit hele proces realiseren ook steeds meer lectoren en directeuren zich dat Fontys toe is aan een professionaliseringsslag wat betreft praktijkgericht onderzoek, dat er een plan moet komen met basisvoorwaarden. Dat is het voordeel als je wat meer tijd neemt, is de conclusie van Steenbruggen. “Nog dit najaar ligt er een lectoratenplan”, verzekert ze. </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Lecoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Tue, 27 Jun 2023 09:37:51 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ee826d91-9ded-40c3-a1ed-198f4e3764bd/500_praktijkgericht-onderzoek-lectoraat-lector-1-uitsnede.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ee826d91-9ded-40c3-a1ed-198f4e3764bd/500_praktijkgericht-onderzoek-lectoraat-lector-1-uitsnede.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ee826d91-9ded-40c3-a1ed-198f4e3764bd/praktijkgericht-onderzoek-lectoraat-lector-1-uitsnede.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[praktijkgericht-onderzoek-lectoraat-lector-1-uitsnede]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&quot;Verpleegkundigen, pak de regie over je ontwikkeling”</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-pak-de-regie-over-je-ontwikkeling/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-pak-de-regie-over-je-ontwikkeling/</guid><pp:caseid>568806</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Annemarie de Vos is in juni 2022 aangesteld als lector Continue Professionele Ontwikkeling van Verpleegkundigen bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis, Fontys en Avans Hogeschool. In deze positie voert ze samen met (docent-)onderzoekers, verpleegkundigen en studenten praktijkgericht onderzoek uit en vertaalt ze de verkregen kennis en inzichten rechtstreeks naar de beroepspraktijk en het onderwijs. “Dit draagt bij aan de kwaliteit van het onderwijs en de patiëntenzorg en de professionalisering van (docent-)onderzoekers en verpleegkundigen”, aldus de lector.</span></p><p><span>Op 12 mei spreekt De Vos haar lectorale rede uit tijdens een </span><a href="https://us19.campaign-archive.com/?u=4032a89641ed129ae47a7a817&id=64f53b7beb" target="_blank"><span>bijeenkomst</span></a><span> in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>De uitstroom van verpleegkundigen is al jaren hoog. Lector Annemarie de Vos pleit voor continue professionele ontwikkeling. “We willen dat verpleegkundigen met plezier in de patiëntenzorg kunnen blijven werken.”</strong></span></p><p><span>Zelf heeft ze het ook meegemaakt: in 2004 stond Annemarie de Vos na 25 jaar voor het laatst aan het bed van een patiënt. Dat was niet omdat ze niet meer als verpleegkundige wilde werken, maar omdat haar niet de mogelijkheid werd geboden om zich verder te ontwikkelen, en ze geen idee had hoe ze dit eigenhandig moest aanpakken.</span></p><p><span>Geen tijd, geen geld, geen ruimte in het rooster, geen goede reden kunnen aangeven voor zelfontplooiing. Er is door leidinggevenden altijd wel een reden te bedenken waarom een verpleegkundige die zich verder wil ontwikkelen, daar geen ruimte voor krijgt. Terwijl dat juist zorgt voor meer werkplezier, denkt Annemarie de Vos. “En daarmee kun je uitstroom voorkomen.”</span></p><p><span>In het </span><a href="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/10/31/advies-commissie-werken-in-de-zorg-over-behoud-en-betrokkenheid-van-zorgprofessionals" target="_blank"><span>adviesrapport</span></a><span> van de commissie Werken in de Zorg (2020) bleek dat 40 procent van de verpleegkundigen binnen twee jaar na het afstuderen weer was vertrokken. Een verontrustend percentage, vindt De Vos. Onder meer hoge werkdruk, mentale en fysieke belasting en een gebrek aan zeggenschap en autonomie zouden eraan ten grondslag liggen. Ook ontbreekt het volgens veel verpleegkundigen aan ontwikkelingsmogelijkheden.</span></p><p><span><strong>Zorg Innovatie Centra</strong></span><br><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:539px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1902689d-0507-4d6a-918b-a78812fb36bc/1920_220224annemariedevoslectoretz-5733.jpg?x=1680685704495" alt="Annemarie de Vos. Foto's ETZ/Ellen den Ouden"></strong>De lector is ervan overtuigd dat een zorgprofessional zelf in staat moet zijn om zijn professionele ontwikkeling vorm te geven en de zorgorganisatie dient diegene in staat te stellen of in ieder geval te faciliteren om dit te doen.</span></p><p><span>Sommige leidinggevenden vrezen dat hun personeel de patiëntenzorg juist verlaat als het zich verder ontwikkelt. “Niet iedereen hoeft te promoveren”, zegt De Vos. “Informele leeractiviteiten op de afdeling, een congresbezoek of cursus kunnen ook bijdragen aan de professionele ontwikkeling.” Maar zo ver is het nog lang niet, constateert ze.</span></p><p><span><strong>Bevlogenheid en werkplezier</strong></span><br><span>Alle reden voor het oprichten van het lectoraat </span><i><span>Continue professionele ontwikkeling van verpleegkundigen</span></i><span>. Samen met Avans Hogeschool en het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg gaat Fontys onderzoeken hoe het werken in Zorg Innovatie Centra (ZIC’s) bijdraagt aan de continue professionele ontwikkeling van verpleegkundigen en wat dit oplevert in termen van bevlogenheid, werkplezier en behoud.</span></p><p><span>Het Tilburgse ziekenhuis telt zeven ZIC’s, verpleegafdelingen waar studenten onder begeleiding van verpleegkundigen patiëntenzorg verlenen. “We weten inmiddels dat studenten er veel kennis en ervaring opdoen, maar wat leren de verpleegkundigen? Draagt hun werk op een ZIC bij aan hun professionele ontwikkeling of prikkelt het hun nieuwsgierigheid om net als de studenten nieuwe kennis op te doen? Dat willen onderzoeken.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:507px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_zorgmanager.jpg?x=1680686465306" alt="Verpleegkundigen in het ziekenhuis. Foto: Shutterstock">Individuele behoeften</strong></span><br><span>Het wordt volgens De Vos tijd dat verpleegkundigen de regie over hun eigen ontwikkeling oppakken. Want, zegt ze, verpleegkundigen willen datgene doen, waarvoor ze het vak hebben gekozen: waarde toevoegen aan de kwaliteit van patiëntenzorg. “Daarin ligt ook een verantwoordelijkheid bij leidinggevenden. Het gaat niet zozeer om tijd en geld, maar om wat er speelt in je team en waar de individuele behoeften liggen.”</span></p><p><span>Doel van het lectoraat is om inzichtelijk te maken hoe verpleegkundigen regie kunnen voeren over hun eigen professionele ontwikkeling. “Daarvoor moet je goed kunnen onderbouwen waarom je iets graag wilt en wat de meerwaarde daarvan is voor de kwaliteit van de patiëntenzorg."</span></p><p><span>Het lectoraat gaat de uitkomsten en inzichten van het onderzoek delen met de beroepspraktijk en de opleidingen verpleegkunde. “Het is belangrijk dat studenten op school al leren om voor zichzelf op te komen. Ik denk dat hier nog veel winst valt te behalen”, aldus De Vos.</span></p><p><span><strong>Combinatie</strong>&nbsp;</span><br><span>De Vos zegde bijna 20 jaar geleden haar baan als verpleegkundige op en ging weer studeren. Ze promoveerde en is fulltime aan de universiteit gaan werken. Sinds juni 2022 leidt de lector het lectoraat Continue Professionele Ontwikkeling van Verpleegkundigen. Maar als ze mocht kiezen, stond ze nog steeds aan het bed van patiënten. “Een combinatie van beide functies zou ik het mooist vinden.”&nbsp; </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Verpleegkunde,PRO Gezondheidszorg]]></category>
            <pubDate>Mon, 08 May 2023 14:18:17 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/7e634fff-f2f8-446c-a126-cee8916b366c/500_220224annemariedevoslectoretz-5792-fotoetzfotografieampfilmellendenouden.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/7e634fff-f2f8-446c-a126-cee8916b366c/500_220224annemariedevoslectoretz-5792-fotoetzfotografieampfilmellendenouden.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/7e634fff-f2f8-446c-a126-cee8916b366c/220224annemariedevoslectoretz-5792-fotoetzfotografieampfilmellendenouden.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[220224 Annemarie de Vos Lector ETZ-5792-Foto ETZ  Fotografie &amp;amp; Film  Ellen den Ouden]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Rosalie Reichardt: &#039;Werkgeluk is een keuze&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/rosalie-reichardt-werkgeluk-is-een-keuze/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/rosalie-reichardt-werkgeluk-is-een-keuze/</guid><pp:caseid>551963</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Werkgeluk is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Of het nu om je studie of werk gaat. Ook niet voor Fontysdocent en onderzoeker Rosalie Reichardt. Zij doet onderzoek naar werkgeluk en leiderschap en kwam erachter dat maar liefst 20 procent van het werkgeluk afhangt van je leidinggevende.</strong></p><p>Bij binnenkomst walmt de geur van kruidkoek door de ontvangsthal. Hal? Het is eigenlijk meer een café, met gekleurde loungestoelen en banken met kussens. Planten, boeken, posters en beeldjes maken de ruimte huiselijk. Verderop staan een pooltafel en een speelkast. Wat is dit voor een plek? Hier, in dit bedrijfsverzamelgebouw in Helmond, huist het Sociaal Innovatie Centrum van Fontys HRM en Toegepaste Psychologie. Kortweg: het SIC Werkgeluk.</p><p>Het is inderdaad een fijne werkplek, beaamt Reichardt, die als onderzoeker verbonden is aan het lectoraat Industrial Engineering and Entrepreneurship. Een perfecte omgeving om onderzoek te doen naar werkgeluk en leiderschap. Sinds enkele maanden trekt Reichardt op met vijftien studenten en hun vaste begeleiders Ellen van Stralen en Eveline Kersten. Deze groep voert op verzoek van bedrijven en organisaties opdrachten uit die draaien om werkgeluk. Maar wat is werkgeluk eigenlijk? Een fijne werkplek, borrels en die pooltafel op kantoor?</p><p><strong>Passie</strong>&nbsp;<br>“Nee”, benadrukt Reichardt. “Werkgeluk gaat over de passie die je voelt voor je werk of studie. Het gaat om de relatie met je leidinggevende en collega’s of medestudenten en docenten. En de ruimte die er is om jezelf te kunnen ontwikkelen.” Uit recent onderzoek van Reichardt blijkt dat maar liefst 20 procent van het werkgeluk van mensen wordt beïnvloed door de leidinggevende. “Ik kon het niet geloven, zo veel”, zegt de onderzoeker.<span>&nbsp; </span>“Als je doorvraagt willen mensen wel vaak wat aan hun werkgeluk doen, maar ze weten niet hoe. En leidinggevenden vinden het heel lastig om naar zichzelf te kijken.” <i>[tekst gaat verder onder de foto]&nbsp;</i></p><p>Werkgeluk lijkt een hype. Type het in op google of sociale media en de lijst hits lijkt eindeloos. Toch noemt Reichardt zich een pionier. Ze miste in bestaande onderzoeken en literatuur vaak één belangrijk element: verbinding. “Echte verbinding”, corrigeert Reichardt. “Tussen leidinggevenden en werknemers, studenten en docenten, maar ook onderling. Ga het gesprek aan en vraag hoe het écht met iemand gaat. Neem de tijd, toon oprechte interesse en durf je kwetsbaar op te stellen.” Ofwel: wie zich openstelt, opent de deur naar verandering.<span>&nbsp; </span>“Werkgeluk klinkt heel groot, maar het zit in kleine dingen.”</p><p><strong>Publiek</strong><br>Reichardt wil mensen handen en voeten geven hoe ze aan de slag kunnen gaan met hun werkgeluk of dat van hun team. Om een zo breed mogelijk publiek te bereiken publiceert ze niet alleen over haar onderzoek, maar maakt ze ook podcasts, schrijft ze blogs, geeft ze lezingen, workshops en trainingen en organiseert ze events. Ook begeleidt Reichardt studenten in haar rol als jobcoach.</p><p>“We leven in een moeilijke tijd. Hobbelen van crisis naar crisis. En stellen veel eisen aan onszelf en elkaar. Veel jongeren ervaren druk of kampen met depressie.” Tijdens de coronapandemie deed Reichardt ook onderzoek naar het werkgeluk van mensen. Daaruit kwam naar voren dat vooral mensen die alleen zijn zonder kinderen, dus ook studenten, minder plezier en voldoening haalden uit hun werk. Volgens de onderzoeker is hier nog geen kentering in gekomen.</p><p><strong>Experimenteren</strong><br>“De meeste mensen geven aan dat ze hybride leren en werken prima vinden. Toch blijkt dat niet uit hun werkgeluk. En dat is verklaarbaar. Neem deze vergelijking: het is gemakkelijker om op de bank te blijven liggen dan naar de sportschool te gaan. Maar elke keer als je wel gaat, voel je je energieker. Zo is het ook met werken en studeren: als je naar school of kantoor gaat, haal je meer uit jezelf en uit contact met anderen.”</p><p>Binnenkort komt Reichardt met een publicatie over het onderzoek naar werkgeluk en leiderschap. Ze raadt iedereen aan om op zichzelf te reflecteren. “Waarom doe je wat je doet? Waarom geeft het een wel voldoening en het andere niet? Bespreek je bevindingen met de mensen om je heen. Ga experimenteren”, zegt ze. “Het levert altijd iets op. Werkgeluk is een keuze.” <i>[Marieke Verbiesen]</i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,PRO HRM en Psychologie,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Tue, 13 Dec 2022 15:22:16 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_rosaliereichardt1.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_rosaliereichardt1.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/rosaliereichardt1.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rosalie Reichardt Werkgeluk lectoraat entrepeneurship and engineering]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Stappen maken op weg naar gezonde circulaire transitie</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/stappen-maken-op-weg-naar-gezonde-circulaire-transitie/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/stappen-maken-op-weg-naar-gezonde-circulaire-transitie/</guid><pp:caseid>550495</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Deze themamiddag over circulaire transitie was de eerste van dit studiejaar. In februari is de volgende editie, die gaat over energietransitie en digitalisering. Waardegedrag en sociale innovatie komt in mei aan bod en tijdens de vierde bijeenkomst in september staat het thema governance op het programma.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Kunnen we onze toekomstige generatie uitleggen dat we zo welvarend zijn, maar daar wel de aarde voor hebben opgebruikt? Dat willen we niet op ons geweten hebben, zo blijkt donderdagmiddag tijdens een themabijeenkomst van het Center of Expertise for Sustainability and Circularity Transitions.&nbsp;</strong></span></p><p><span>Verschillende professionals gingen daar met elkaar in gesprek over wat wél de bedoeling is. Volgens Jifke Sol, leading lector van CoE SCT, is het doel van de themamiddag dat bedrijven met casussen komen waar Fontys-lectoren en studenten mee aan de slag kunnen, om zo samen de circulariteit te bevorderen. “Zo kunnen we onze kennis over duurzaamheid en circulariteit verdiepen en verbreden, om de weg naar een duurzame economie slim aan te jagen.”</span></p><p><span>Het publiek van donderdag bestaat uit verschillende ondernemers, lectoren en studenten die zich allemaal hard maken voor circulariteit, of er in ieder geval interesse in hebben. Met ongeveer dertig aanwezigen lijkt er dus nog een lange weg te gaan voordat ieder bedrijf overstag gaat.&nbsp;</span></p><p><span>Dat is dan ook precies waar het vandaag om draait. “Je hebt in deze tijd heel wat kansen om circulair te ondernemen, maar er zijn tegelijkertijd ook heel wat valkuilen. Om die te kunnen overwinnen hebben we als onderzoekers tools, advies en kennis nodig. En door samen het gesprek aan te gaan, komen we verder.”</span></p><p><span><strong>Andere economie en samenleving</strong></span><br><span>Die stappen zijn volgens Sol hard nodig. “We zitten namelijk in meerdere crises tegelijk. Denk maar aan diversiteit, luchtvervuiling, CO2, het klimaat, de oorlog en vluchtelingenstromen. Deze crises spiegelen ons de uitdagingen die we op moeten lossen. Daarom moeten we ervoor zorgen dat we over tien, twintig of dertig jaar een hele andere economie en samenleving hebben. En dan het liefst eentje die ingesteld is op andere waarden, die herstelbaar en hergenereerbaar is.”</span></p><p><span>Om die transitie te bevorderen zijn zeker veertien lectoraten verbonden aan het Center of Expertise. Lectoren Ger Post en Jean Louis Stevens bijten na de introductie het spits af, waarbij zij dieper ingaan op wat hun lectoraten doen op het gebied van circulariteit en die o zo belangrijke duurzame transitie.</span></p><p><span><strong>Masterclasses</strong></span><br><span>Daarnaast zijn er ook heel wat ondernemers die zich hier hard voor willen maken. Dat blijkt uit onderzoek vanuit het centrum, waarin duidelijk werd dat het MKB behoefte heeft aan kennis en tools voor circulair ondernemen en het daarbij horende netwerk. “We weten alleen nog niet precies op welke volgorde, hoe en bij wie. Maar we hebben al wel verschillende masterclasses ontwikkeld, waarin we bijvoorbeeld ingaan op circulaire businessmodellen en hybride leeromgevingen.”</span></p><p><i><span>Tekst gaat verder onder de foto.</span></i></p><p><span>Sol bekijkt het circulair ondernemen heel positief, hoewel er ook risico’s aan verbonden zitten. “Maar de kansen zijn enorm. Een nieuw beleid dwingt bijvoorbeeld verantwoordelijkheid af, ondernemers kunnen pionieren, studenten zoeken juist circulaire bedrijven op en onderzoekers kunnen actief meedenken over hoe we dit bevorderen.”</span></p><p><strong>Een stapje voorop lopen</strong><br><span>Een aantal studenten dat donderdag aanwezig is, beaamt de woorden van de leading lector. “De acceptatie en doorvoeren van alles wat we vandaag bespreken is enorm belangrijk. De jongere generatie is wat mij betreft ook veel meer bezig met dit onderwerp dan oudere mensen. De huidige student denkt hier meer over na. Ga als ondernemer dan ook echt een stapje voorop lopen, want dat hebben we nodig.”</span></p><p><span>In de drie workshops die deze middag worden gegeven komen praktijkgericht werken, multidisciplinair onderzoek naar technologische oplossingen in het bedrijfsleven, samenwerken in netwerken en inspireren in het onderwijs als kernwaarden naar boven. “Als we ons daar allemaal voor inzetten, werken we samen naar een circulair en duurzaam kennissysteem.”</span></p><p><strong>Wij in plaats van ik</strong><br><span>En ja, een circulaire economie is complex. Dat realiseert de leading lector zich maar al te goed. “Daarom willen we vanuit het CoE ook graag met bedrijven in gesprek over hoe volwassen ze zijn en welke stappen naar de toekomst gemaakt kunnen worden. Financiële groei zit daarbij vastgesleten in onze cultuur, maar we moeten meer uitgaan van ‘wij’, in plaats van ‘ik’”, besluit Sol. [</span><i><span>Noëlle van den Berg</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Duurzaamheid,Onderzoek,Lectoren,Lectoraten]]></category>
            <pubDate>Thu, 01 Dec 2022 11:54:11 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_whatsappimage2022-11-30at15.57.482.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_whatsappimage2022-11-30at15.57.482.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/whatsappimage2022-11-30at15.57.482.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Jifke Sol]]></pp:imageTitle></item></channel>
                    </rss>