<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:pp="http://www.presspage.com/rss/"
     version="2.0"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
                <channel>
                    <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                    <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                    <description></description>
                    <language>nl</language>
                    <lastBuildDate>Mon, 07 Sep 2026 18:24:24 +0200</lastBuildDate>
                    <pubDate>Wed, 15 Jul 2026 15:46:20 +0200</pubDate>
                    <image>
                        <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                        <url>https://content.presspage.com/clients/150_1980.jpg</url>
                        <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                        <width>144</width>
                    </image><item>
                        <title>Hittegolf op komst: onderzoekers pleiten voor meer groen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hittegolf-op-komst-bezorgde-lectoren-pleiten-voor-meer-groen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hittegolf-op-komst-bezorgde-lectoren-pleiten-voor-meer-groen/</guid><pp:caseid>758387</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Sinds 1901 hebben we 39 hittegolven gehad, de aangekondigde hittegolf van de komende dagen nog niet meegerekend. Daarvan waren er 23 in de hele twintigste eeuw, de overige 16 kwamen na 2000. Het aantal hittegolven neemt dus flink toe, en lector Cees-Jan Pen en senior onderzoekster Cindy Ras maken zich zorgen. Samen pleiten ze voor meer groen.</strong></p><p>Een logisch gevolg van een hittegolf is hittestress, de term die gebruikt wordt voor lichamelijke en mentale klachten die ontstaan wanneer het lichaam de warmte niet meer goed kan afvoeren bij hoge temperaturen. Volgens het RIVM leidt hittestress momenteel tot 250 sterfgevallen per jaar. In 2050 kan dat oplopen tot 3.800 sterfgevallen per jaar.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:240/auto;width:240px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_cees-janpen2.jpg?x=1781768644857" alt="Cees-Jan Pen" width="240" height="auto">Cees-Jan Pen, lector bij het lectoraat Duurzame stedelijke transformatie, vindt dat cijfer nog meevallen. Want hittestress wordt volgens hem alleen maar erger. Er moet aan de alarmbel worden getrokken. Actie ondernomen worden. Het liefst zo snel mogelijk en met zoveel mogelijk groen. Want vergroening kan, zeker in steden, zorgen voor meer verkoeling.</p><p>Dat is ook waarom een coalitie van maatschappelijke partijen deze week een manifest heeft gepresenteerd aan het kabinet waarbij ze pleiten voor een ‘groennorm’ in buurten. Het is namelijk zo dat hoe meer bomen en struiken er in een wijk staan, hoe meer temperatuurverschil er is. “Er zijn steeds meer voorbeelden van steden met groen, zoals Parijs. Het is geen discussie dat meer groen het verschil kan maken en hittestress enorm kan verminderen", aldus Pen.</p><p><strong>Bedrijventerreinen</strong><br>Voor zijn lectoraat houdt Pen zich vooral bezig met hittestress op bedrijventerreinen. Plekken waar miljoenen mensen werken, en waar het qua temperatuur tijdens een hittegolf op kan lopen tot wel 50 graden. “Dat heeft als gevolg dat je niet naar buiten kan. Het ziekteverzuim onder medewerkers neemt toe, maar ook aan gebouwen en machines kan veel schade ontstaan.”</p><p>De Fontys-campussen bevinden zich niet op dat soort bedrijventerreinen, maar toch kan het ook bij Fontys nog een stuk beter, vindt de lector. Ja er is verbetering en ja er is groen, maar is er wel voldoende? “Wat mij op de campus in Eindhoven opvalt, is dat je heel vaak in de zon staat. Daar zou je met bomen of andere manieren iets voor kunnen verzinnen. Rijdende bomen bijvoorbeeld, of tenten zoals in de kuil; die kun je op veel meer plekken spannen in de zomer. Wees eens creatief, laat studenten meedenken. We zetten echt wel wat stapjes, maar die mogen nog vele malen groter.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:233/auto;width:233px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_rascindyc..jpg?x=1781768665063" alt="Cindy Ras" width="233" height="auto">Collega-onderzoeker Cindy Ras deelt die mening. Ook zij zegt dat we actie moeten ondernemen om hittestress tegen te gaan. “Het is echt heel belangrijk dat wij dat doen, want de natuur zelf kan dat niet. Die heeft geen stem. En wij gaan maar door. Als we nu niks doen, dan is het in de stad straks niet meer vol te houden.”&nbsp;</p><p>Om zichzelf maakt Ras zich niet zoveel zorgen, maar om de toekomstige generaties doet ze dat wel. We leven van hittegolf naar hittegolf, zegt ze. En toch zijn er nog steeds mensen die ontkennen dat er sprake is van klimaatverandering. “We hebben steeds vaker te maken met extreem weer; dat zegt iets over de toestand van de aarde. Ik vind het echt heel erg dat onze toekomstige generaties opgescheept zitten met de ellende die de generaties daarvoor hebben veroorzaakt.”&nbsp;</p><p><strong>Steentje bijdragen</strong><br>Zelf probeert Ras haar steentje bij te dragen door alles te doen wat voor haar mogelijk is, onder meer door het doen van verschillende onderzoeken over dit soort onderwerpen. Fontys draagt daar ook aan bij, onder meer met het Centre of Expertise Health via het thema ‘gezonde leefomgeving’. Maar Ras wil ook anderen oproepen om bij te dragen aan een beter klimaat. “Alle beetjes helpen”, zegt ze. “Kijk bijvoorbeeld naar het tegelwippen, waarbij je een aantal tegels uit je tuin verwijdert om ze te vervangen voor groen. Als iedereen dat nou zou doen, creëren we samen iets heel moois.”&nbsp;</p><p>Ook is ze blij met de 3-30-300 regel, een wetenschappelijk onderbouwde richtlijn van expert Cecil Konijnendijk, waarbij er sprake is van drie uitgangspunten. Vanuit elk huis, kantoor of schoolgebouw moet je minstens drie grote bomen zien. In elke buurt is minimaal 30 procent van het grondoppervlak bedekt met boomkronen. En iedereen moet binnen 300 meter wandelafstand toegang hebben tot openbaar groen, zoals een bos of park. “Nogmaals: de natuur roept niet, dus we zullen het samen moeten doen.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Maatschappij,Onderzoek Algemeen,Campus,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 18 Jun 2026 10:14:08 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/cf64bcbb-435d-4bc4-841e-6ed6990a2368/500_img-2776.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/cf64bcbb-435d-4bc4-841e-6ed6990a2368/500_img-2776.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/cf64bcbb-435d-4bc4-841e-6ed6990a2368/img-2776.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[IMG_2776]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Campus Rachelsmolen start studiejaar 2024-2025]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Hoe kunst en cultuur invloed hebben op ons welzijn</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hoe-kunst-en-cultuur-invloed-hebben-op-ons-welzijn/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hoe-kunst-en-cultuur-invloed-hebben-op-ons-welzijn/</guid><pp:caseid>758296</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Wie denkt aan kunst en cultuur denkt wellicht direct aan musea, films en concertzalen. Volgens lector Falk Hübner en docent en onderzoeker Mark van Bergen is het veel meer dan dat, en kun je zelfs spreken over een ‘verrijking van het leven’. Hoe kunst en cultuur het verschil maken en invloed hebben op ons welzijn? Dat stond dinsdagavond centraal tijdens een nieuw openbaar college.</strong></span></p><p><span>Hoe zou het zijn als de dokter geen pillen, maar een ticket voor een concert of voorstelling voor zou schrijven als medicijn? Wandelen en hardlopen is goed voor je, maar wat als hetzelfde gebeurt wanneer je gaat genieten van kunst en cultuur? Het klinkt wellicht als een utopie, maar Falk Hübner en Mark van Bergen denken dat het kan.</span></p><p><span>Sterker nog, kunst en cultuur maken al verschil in onze samenleving als je het aan de twee experts vraagt. Want, zo stelt docent en onderzoeker Mark van Bergen, als mensen kunnen kiezen tussen werk of vrije tijd, kiest het overgrote deel voor de tweede optie. “Vroeger was veel geld verdienen en meer bouwen de grote drijfveer van onze samenleving, maar nu zijn we tot de conclusie gekomen dat we beter moeten zorgen. Voor onszelf, de samenleving en de planeet.”</span></p><p><span><strong>Belangrijkere rol</strong></span><br><span>Welzijn is daarin belangrijk. Op fysiek, sociaal, spiritueel, duurzaam, financieel, emotioneel en intellectueel vlak. “De mens komt steeds meer tot de conclusie dat kunst en cultuur daar een belangrijkere rol in heeft. Denk bijvoorbeeld aan muziek als stress- en pijnverlager. Aan kunst aan de muur in de wachtkamer, of het zingen van liedjes met mensen met dementie.”</span></p><p><span>Onderzoek bewijst dat die implementaties de kwaliteit van leven en het geluksgevoel verhogen. “Niet alleen op medisch vlak, maar ook daarbuiten. Alleen al van kunst en cultuur genieten is goed voor je en gaat het verouderingsproces tegen”, licht Van Bergen toe.</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:299/auto;width:299px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/11f4d936-cff3-4b24-a96d-07559fcc9fc9/800_falkhuumlbner.jpeg?x=1781683627958" alt="Falk Hübner" width="299" height="auto">Integreren</strong></span><br><span>Daarom presenteren zowel Falk Hübner als Mark van Bergen hun bevindingen als het gaat om het integreren van kunst en cultuur in de samenleving. Te beginnen met Hübner, lector Artistic Connective Practices. Hij onderzocht hoe kunstenaars direct met patiënten en verpleegkundigen samen kunnen werken om wederkerigheid te bewerkstelligen. “We willen kunst niet alleen iets voor de zorg laten doen, maar de zorg er ook voor de kunst laten zijn.”</span></p><p><span>Want, zo duidt de lector, kunst laat ons op een andere manier naar de wereld kijken. “In ons lectoraat werken kunstenaars dan ook niet voor een patiënt, bewoner of instelling, maar altijd mét. Daarin staat het artistieke proces en werk centraal, om zo ervaringen te verbeelden in artistieke media. Het gaat daarbij niet letterlijk om helpen, helen of beter maken, maar om het verkennen van elkaars werelden om zo tot een verdieping en meerwaarde van beiden te komen.”</span></p><p><br><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:246/auto;width:246px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/39789010-9206-40be-b335-315927d03e53/800_markvanbergen.jpeg?x=1781683653274" alt="Mark van Bergen" width="246" height="auto"><span><strong>Geboren met muziek</strong></span><br><span>Mark van Bergen focust zich in zijn onderzoeksgebied juist op dancemuziek. Niet gek wellicht, want muziek komt in alle onderzoeken over kunst en welzijn en kunst en zorg terug. Maar hoe komt het dat muziek ons zo raakt? “Muziek heeft de unieke eigenschap om direct de ziel in te gaan. De interpretatie komt vaak pas achteraf, omdat het meteen de hersenpan in gaat en iets met je doet. Daarom kan het ook zoveel losmaken”, steekt de docent en onderzoeker af.</span></p><p><span>Volgens Van Bergen leeft muziek in de mens, al voordat we geboren worden. Een geluidsfragment van wat een embryo hoort in de baarmoeder lijkt daarbij verdacht veel op elektronische muziek. “Omdat dat geluid overeenkomt met de meest gangbare BPM (Beats Per Minute, red.) van elektronische muziek. Dus muziek leeft al in ons als we ter wereld komen.”</span></p><p><span><strong>Drugs en positieve bijwerkingen</strong></span><br><span>Hoewel de docent genoeg voorbeelden aandraagt van wat muziek kan betekenen voor de mens, is er volgens hem ook een enorme kloof. Die bestaat vooral tussen het omarmen van de dancecultuur en de negatieve toon die gezet wordt door verschillende media. Want ook al is de dancewereld een miljoenenbusiness waar veel mensen plezier uit halen, hoor je de media daar bijna nooit over.</span></p><p><span>Waar het dan wel over gaat? “Drugs, drugssmokkel of dieren in het safaripark die gek worden van het gebeuk van dancefestival Awakenings dat vlakbij plaatsvindt”. Daarom onderzoekt Van Bergen in zijn promotieonderzoek hoe de relatie tussen mens, dance en welzijn nu echt zit. En wat blijkt? Er zijn meer positieve dan negatieve neveneffecten.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:394/auto;width:394px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b4396bea-420d-4931-8560-e75d96e50ea1/800_openbaarcollege.jpeg?x=1781683664160" alt="Openbaar college" width="394" height="auto">De meeste positieve daarvan vinden plaats op het gebied van betekenis en zingeving. “Dan kom je bij de diepere lagen, zoals spiritualiteit, identiteitsvorming, gedeelde waarden, sociale verbinding, empathie en intimiteit.”</span></p><p><span><strong>‘Laat kunst de wereld ontregelen’</strong></span><br><span>Ook onderzocht de docent-onderzoeker wanneer het ervaren van welzijn begint bij dance-evenementen. “Dat is veel eerder dan op de dag zelf. En gebeurt al in chatgroepen en communities, en door eigen voorpret. En ja, ook drugs is een factor in de dancewereld als het gaat om welzijn. Maar als je dat holistisch bekijkt, is dat maar een marginale bijwerking in de totale beleving. Ook dat tonen veel onderzoeken aan, maar daar hoor je de media niet over.”&nbsp;</span></p><p><span>Nu weegt Van Bergen alle gevonden aspecten tegen elkaar af om een eerlijk beeld te krijgen. En de eerste hypothesen liegen er niet om: er is een positief verband tussen dance-events en welzijn.</span></p><p><span>Dat is wellicht ook de kern van de avond, waarin tal van voorbeelden laten zien hoe kunst en cultuur bijdragen aan welzijn. Moet alle kunst daar in de toekomst dan ook om draaien? Nee, vinden beiden. “Maar kunst en cultuur hebben wel altijd een plek gehad in de samenleving”, aldus Hübner. Van Bergen: “Laat kunst vooral vrij zijn en de wereld ontregelen. Want anders kijken naar de wereld, is al heel veel waard.”</span></p><h5>Foto bovenin: Falk Hübner (l) en Mark van Bergen tijdens het openbaar college</h5>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHK,FAA,minor,Onderzoek,Lectoren,Lectoraten,Tilburg]]></category>
            <pubDate>Wed, 17 Jun 2026 10:39:48 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b2fea7a3-7841-4504-8efa-4934f034e208/500_falkhuumlbnerenmarkvanbergen.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b2fea7a3-7841-4504-8efa-4934f034e208/500_falkhuumlbnerenmarkvanbergen.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b2fea7a3-7841-4504-8efa-4934f034e208/falkhuumlbnerenmarkvanbergen.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Falk H&amp;uuml;bner en Mark van Bergen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys kiest voor minder lectoraten, maar meer impact</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-kiest-voor-minder-lectoraten-maar-meer-impact/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-kiest-voor-minder-lectoraten-maar-meer-impact/</guid><pp:caseid>758064</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Fontys schrapt, fuseert en herijkt 9 van de huidige 47</strong><span><strong> </strong></span><strong>lectoraten. De hogeschool wil het praktijkgericht onderzoek beter laten aansluiten op onderwijs, werkveld en maatschappelijke opgaven. Volgens bestuurder Arian Steenbruggen heeft het besluit geen directe personele gevolgen, al erkent zij dat het impact heeft op de betrokkenen.</strong></p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:303px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_arianliggend.jpg?x=1781587739094" alt="Arian Steenbruggen" width="303" />Het besluit, dat is gebaseerd op een advies van de leading lectoren, werd vorige week officieel genomen en bouwt voort op het <a href="https://bron.fontys.nl/lectoratenplan-brengt-focus-en-massa-in-onderzoek/">lectoratenplan</a> dat Fontys ruim twee jaar geleden presenteerde. Dat plan was nodig om beter te kunnen sturen op inhoud, samenhang en uitvoering van lectoraten. Nu spreekt bestuurder Arian Steenbruggen van een ‘herijking’ van het onderzoeksportfolio. </p><p>“Hiermee kiest Fontys voor meer focus, sterkere verbinding met de Centres of Expertise en betere aansluiting op maatschappelijke opgaven. Activiteiten worden gebundeld en lectoraten versterkt, zodat zij meer impact en innovatiekracht realiseren.”</p><p>De veranderingen hebben betrekking op 9 van de 47 lectoraten. Ethisch werken (Fontys HRM&TP) en Designing the Future (Fontys Economie Tilburg) gaan stoppen. <span>Business Services Innovation en Cross Border Business Development (Fontys International Business School) in Venlo worden samengevoegd. </span></p><p><strong>De wereld verandert</strong><br /><span>Twee lectoraten die worden voortgezet, ontvangen vanaf volgend jaar niet langer de volledige Fontys-basisfinanciering, omdat zij deels uit andere bronnen worden bekostigd: Distributed Sensor Systems (Fontys Technology) en het gezamenlijke lectoraat Onderwijs in verbinding (Fontys Educatie en Hogeschool Zuyd). Fontys financiert dan 38 lectoraten volledig. </span></p><p>Over de voortzetting van drie andere lectoraten – Continue professionele ontwikkeling van verpleegkundigen, Integratief opleiden en boundary crossing en Wendbare onderwijsprofessionals – is eerder al besloten om deze niet te verlengen.</p><p>“De wereld om ons heen verandert voortdurend. Daar moeten wij met ons onderzoek op inspelen”, aldus Steenbruggen. “Dit betekent dat we onze lectoraten moeten beoordelen op hun onderzoeksresultaten, <span>verbinding met ons onderwijs,</span> impact en inverdienvermogen (de mate waarin lectoraten externe middelen en subsidies binnenhalen voor hun onderzoek, red.).”</p><p><strong>Emoties</strong><br />De lectoraten Ethisch Werken en Designing the Future ontvangen in 2027 nog de helft van de middelen, waarna ze op 1 januari 2028 worden opgeheven. Dat wil volgens Steenbruggen niet zeggen dat de inhoudelijke thematiek niet belangrijk is. <span>“Dit zijn brede onderwerpen die ook bij andere lectoraten in het portfolio zitten, en die daar hun weg weer kunnen vinden.” </span></p><p>De bestuurder benadrukt dat er geen directe personele consequenties zijn. Wel erkent ze dat het besluit om met deze onderzoeksgroepen te stoppen impact heeft op de betrokkenen. “We snappen dat het emoties met zich meebrengt. Daarom willen we de tijd nemen om hier zorgvuldig mee om te gaan. <span>In de komende periode werken we in overleg aan de nadere uitwerking, met aandacht voor medewerkers, continuïteit en kwaliteit.” </span></p><p>Om hoeveel mensen het gaat kan de bestuurder niet precies zeggen, omdat een lectoraat grotendeels werkt met mensen die een beperkt deel van hun tijd aan onderzoek in het lectoraat besteden.</p><p><strong>Miljoenen</strong><br />Jaarlijks ontvangt Fontys 20,5 miljoen euro <span>uit de eerste geldstroom</span> van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) voor het doen van praktijkgericht onderzoek. Daarnaast halen de lectoraten subsidie op bij onder meer SIA, NWO, de Europese Unie en andere externe partijen. In totaal hebben de onderzoeksgroepen momenteel zo’n 33 miljoen euro te besteden. Fontys streeft naar een budget van 40 miljoen euro op jaarbasis.</p><p>Steenbruggen licht dit toe: “<span>De basisfinanciering voor de lectoraten is gestoeld op alleen de eerste geldstroom, met inverdienen kan een groep doorgroeien en het onderzoeksvolume laten toenemen.” </span>Als je spreekt over miljoenen, lijkt het al gauw over veel geld te gaan. Maar volgens de bestuurder gaat het om beperkte middelen, “vooral als je nagaat hoe groot Fontys is”. </p><p>“We moeten dit geld dus slim inzetten", aldus Steenbruggen. "En daarom is het nodig dat we lectoraten hebben, die genoeg middelen binnenhalen om impact te kunnen maken met hun onderzoek. Uiteindelijk willen we meer onderzoek doen met minder maar meer robuuste lectoraten.” Fontys wil de lectoraten voortaan jaarlijks evalueren. </p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Onderwijs Onderzoek,Bestuur en medezeggenschap,Onderzoek,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Tue, 16 Jun 2026 10:27:22 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2f25b76b-37d9-447e-84eb-e1c0522e2a86/500_fontyscampusrachelsmolenr3r4.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2f25b76b-37d9-447e-84eb-e1c0522e2a86/500_fontyscampusrachelsmolenr3r4.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2f25b76b-37d9-447e-84eb-e1c0522e2a86/fontyscampusrachelsmolenr3r4.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fontys campus Rachelsmolen R3 R4]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Landsgrens moet student niet langer begrenzen in Euregio</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/landsgrens-moet-student-niet-langer-begrenzen-in-euregio/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/landsgrens-moet-student-niet-langer-begrenzen-in-euregio/</guid><pp:caseid>756972</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i><span>De Einstein Telescoop moet een ondergronds observatorium voor zwaartekrachtsgolven worden, waarbij het grensgebied van Zuid-Limburg een beoogde locatie is (de definitieve beslissing over de locatie wordt volgend jaar pas gemaakt). De telescoop moet zo’n 300 meter onder de grond komen te liggen en krijgt drie zijden van elk tien kilometer lang. Naast heel veel onderzoek – naar onder andere zwarte gaten en de gevolgen van de oerknal - moet de telescoop ook een veelvoud aan economische activiteiten en banen voor de Euregio opleveren.&nbsp;</span></i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Studeer je in het grensgebied van Nederland? Dan kunnen de landsgrenzen bepaalde kansen in Duitsland of België belemmeren. Want die landsgrenzen begrenzen, letterlijk. En dat is doodzonde, vinden elf hoger onderwijsinstellingen in de Euregio Maas-Rijn. Samen ondertekenden ze een akkoord om grensoverschrijdend studeren toegankelijker te maken.</strong></p><p>De overeenkomst werd vorige week ondertekend tijdens <span>de internationale OECD-conferentie 'Global Forum on Local Development' in Maastricht. Omdat ook werkgevers baat hebben bij een betere samenwerking tussen onderwijspartijen, zetten naast de hoger onderwijsinstellingen ook werkgeverscollectieven hun handtekening. Daarna werd er veel over bericht, maar wat gaat er nu eigenlijk precies gebeuren? &nbsp;</span>Blijft het bij slechts een handtekening of worden er daadwerkelijk stappen gezet? En welke stappen zijn dat dan?&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/20c2ed9d-518b-4995-8e80-bb1901660884/500_schermshyafbeelding2026-06-04om14.04.46.png?x=1780574782475" alt="Sofie Moresi" width="200">Wendy Mackus, directeur van Fontys Techniek en Logistiek, en Gerard Sijben, die zich binnen Fontys bezighoudt met tal van onderwijsinnovaties, geven meer verdieping over dit onderwerp en de plannen. Samen met Sofie Moresi, lector bij het lectoraat Cross-border business development, zetten zij zich in voor een veel bredere samenwerking met hoger onderwijsinstellingen in de Euregio.&nbsp;</p><h6><i><span>Naast Fontys ondertekenden ook Zuyd Hogeschool, Hogeschool PXL, UCLL, Katho NRW, FH Aachen, Autonome Hochschule Ostbelgien, Haute Ecole de la Province de Liège, Haute Ecole Charlemagne, Haute Ecole de la Ville de Liège en Haute Ecole Libre Mosane het akkoord. Vanuit Fontys zijn er meerdere instituten en lectoraten bij de plannen betrokken, waaronder Technology, Techniek en Logistiek, FIBS en Fontys Educatie.</span></i>&nbsp;</h6><p>“Voor een kerstmarkt steken we de grens zo over naar Duitsland, maar onze studenten houden we eigenlijk allemaal binnen de landsgrenzen”, zegt directeur Mackus. “Met het convenant spreken we met elkaar af om meer samen te werken in zowel onderwijs als onderzoek. Zodat we de studenten meer internationale ervaringen kunnen geven terwijl ze toch dichtbij huis kunnen blijven wonen, maar ook om maatschappelijke impact te maken, op te schalen in het werkveld en meer personeel beschikbaar te maken.”&nbsp;</p><p><strong>Overstijgende curricula</strong><br>Concreet kun je volgens haar denken aan het beter op elkaar afstemmen van de curricula van de deelnemende scholen, het erkennen van elkaars diploma, meer stagemogelijkheden over de grens, het volgen van een minor bij een andere school of misschien zelfs een curriculum dat over twee verschillende scholen wordt getild. “Nu zitten daar nog bepaalde wettelijke beperkingen aan”, klinkt het. “Als je bijvoorbeeld de pabo in Limburg doet, mag je niet zomaar in Duitsland lesgeven; er zijn daar heel veel regels over. Maar met de samenwerking willen we daar stappen in zetten en er ook onderzoek naar doen.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/5f1955a5-c4ea-41c0-a139-4c944a5e037f/500_image001-3.jpg?x=1780574845652" alt="Gerard Sijben" width="200">Voorheen waren er ook al uitwisselingen van en naar Duitsland en België, maar die werden volgens Sijben vaak beperkt tot ‘instrumentele activiteiten die niet altijd goed geborgd waren’. “De kracht van deze overeenkomst is dat hogescholen een stap verder willen zetten”, stelt hij. “Het gaat verder dan losse activiteiten. We hebben als doel dat studenten én werknemers veel mobieler worden in de grensregio.”.</p><p><strong>Afspraken maken</strong><br>Mackus schetst een voorbeeldje. Je hebt een student uit Lanaken, een klein Belgisch plaatsje vlakbij Maastricht. Hij zou vanwege de afstand heel makkelijk in Maastricht kunnen studeren, maar omdat hij nou eenmaal binnen de Belgische landsgrenzen woont, kiest hij toch sneller voor een studie in bijvoorbeeld Antwerpen. Want: vanzelfsprekend. “In de kern verzorgen we hetzelfde onderwijs”, zegt Sijben daarover. “Alleen zit er een andere visie en ander accreditatiestelsel onder. Wij gaan daar samen met de tien andere scholen afspraken over maken en willen ook kijken of een student verschillende modules bij verschillende scholen in verschillende landen kan volgen.”</p><p>Waarom wordt deze stap nu pas gezet? Dit ‘probleem’ en de daarbij horende kansen speelt immers toch al veel langer? Dat klopt, zeggen Sijben en Makcus, maar de mogelijke komst van de Einstein-telescoop (zie kader hieronder) zorgt ervoor dat de plannen veel meer worden gestimuleerd, met name door de provincie Limburg. Bovendien worden er ook op andere vlakken soortgelijke stappen gezet, want Fontys is met verschillende lectoraten en instituten ook al betrokken bij tri-nationaal techniekonderwijs en de Euregio.</p><p>“Het gaat niet alleen om de Einstein-telescoop, maar het versterkt het wel”, aldus Mackus. “De telescoop zal een heleboel talent aantrekken en als wij dan voorwaarden kunnen creëren waardoor het nog makkelijker is voor talent om naar deze regio te komen… Tja, dan hebben we een hele goede economische motor voor de Euregio als het gaat om het inzetten voor bredere welvaart.”</p><p><strong>Taalverschil</strong><br>Oké, en hoe zit het dan met de laatste begrenzing (om maar even in de termen te blijven): de taalverschillen? Het Duitstalige onderwijs bij Fontys in Limburg is sinds kort afgebouwd, komt dat dan niet nét op een ongelukkig moment? Mackus en Sijben zien daar geen struikelblok in. “Er zijn best wel wat mogelijkheden. Je kunt zeggen dat Engels de voertaal wordt, maar daarmee doen we wellicht geen recht aan de trinationale samenwerking. <span style="margin:0px;">We onderzoeken hoe technologie ingezet kan worden om mensen in hun eigen taal te laten studeren</span>.”</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Limburg,Lectoraten,Lectoren,Luiken]]></category>
            <pubDate>Fri, 05 Jun 2026 10:42:56 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ba70238a-8774-4281-8795-ab4751445ab0/500_campusvenlo.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ba70238a-8774-4281-8795-ab4751445ab0/500_campusvenlo.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ba70238a-8774-4281-8795-ab4751445ab0/campusvenlo.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Campus Venlo]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>RAAK: 20 beurzen voor praktijkgericht onderzoek</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/raak-20-beurzen-voor-praktijkgericht-onderzoek/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/raak-20-beurzen-voor-praktijkgericht-onderzoek/</guid><pp:caseid>756812</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Twaalf hogescholen ontvangen één of meer RAAK-publiek-subsidies van maximaal 375 duizend euro. Met dat geld doen lectoren en onderzoekers twee jaar lang onderzoek, samen met partners in de publieke sector.</strong></span></p><p><span>Van een sociale robot die kinderen helpt bij het leren rekenen tot de ontwikkeling van een AI-systeem dat politieagenten en brandweerlieden helpt bij het nemen van snelle beslissingen.</span></p><p><span>Voor deze ronde van de RAAK-publiek dienden hogescholen afgelopen november in totaal 59 aanvragen in, waarvan er 20 zijn </span><a href="https://regieorgaan-sia.nl/nieuwsoverzicht/raak-publiek-20-projecten-van-start/" target="_blank"><span>gehonoreerd</span></a><span>. </span>Twee van die gehonoreerde aanvragen zijn afkomstig van <span>Fontys Hogeschool</span>. <span>Het ene gaat over h</span>et ondersteunen van leraren bij het optimaliseren van een motiverend leerklimaat in het voortgezet onderwijs, de ander over circulaire transities bij binnenhavens.</p><p>&nbsp;</p><p><span><strong><img class="image_resized" style="aspect-ratio:377/auto;width:377px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/973cfdfb-5ff0-44ae-b4fb-fa39bf333dbb/800_raak-subsidies.jpg?x=1780481047940" alt="" width="377" height="auto"></strong></span></p><p><span>De Hogeschool van Amsterdam sleepte de meeste toekenningen in de wacht. Zo gaan drie lectoraten van de HvA samen met acht gemeenten in Nederland en België onderzoek doen naar zogenaamde microhubs: lokale knooppunten die bijdragen aan duurzamer vervoer in de stad en efficiënter gebruik van de schaarse ruimte.</span></p><p><span>Met de subsidie kunnen lectoren en andere onderzoekers van hogescholen twee jaar lang werken aan oplossingen voor uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken. Dit doen ze in samenwerking met publieke partners, zoals ziekenhuizen, gemeenten, waterschappen en provincies.</span></p><p><span><strong>Eigen bijdrage</strong></span><br><span>De betrokken partijen, waaronder de hogescholen zelf, leveren een eigen bijdrage van maximaal 325 duizend euro. Daarmee kan de totale projectfinanciering oplopen tot zeven ton.</span></p><p><span>Regieorgaan SIA probeert onderzoekers, instellingen en bedrijven aan elkaar te koppelen. Naast RAAK-publiek,&nbsp;</span><a href="https://regieorgaan-sia.nl/financiering/" target="_blank"><span>financiert</span></a><span>&nbsp;het ook onderzoek in samenwerking met het mkb (</span><a href="https://regieorgaan-sia.nl/financiering/raak-mkb/" target="_blank"><span>RAAK-mkb</span></a><span>) en langdurig onderzoek (</span><a href="https://regieorgaan-sia.nl/financiering/raak-pro/" target="_blank"><span>RAAK-PRO</span></a><span>).</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek Onderwijs,FHKE,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Wed, 03 Jun 2026 12:14:08 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/c5466dd7-6fdf-4a46-84fe-aedda585dde8/500_adobestock-477511685.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/c5466dd7-6fdf-4a46-84fe-aedda585dde8/500_adobestock-477511685.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/c5466dd7-6fdf-4a46-84fe-aedda585dde8/adobestock-477511685.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[student vraag klas docent leraar]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Hoe een omgeving verschil kan maken bij eenzaamheid</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hoe-een-omgeving-verschil-kan-maken-bij-eenzaamheid/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hoe-een-omgeving-verschil-kan-maken-bij-eenzaamheid/</guid><pp:caseid>756588</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>De invulling van een omgeving kan een positieve invloed hebben op het gevoel van eenzaamheid. Drie onderzoekers van Fontys doen daar onderzoek naar en laten met door AI gegenereerde afbeeldingen zien hoe de ideale omgeving er voor eenzame personen uit kan zien. Het resultaat is vanaf nu te zien in een expositie op campus Rachelsmolen.</strong></span></p><p><span>Veel groen, ronde vormen, mediterrane sferen en water. Het zijn stuk voor stuk factoren die op een positieve manier kunnen bijdragen aan het verminderen van eenzaamheid. Dat blijkt uit een onderzoek van Eric Schoenmakers, Pauline van den Berg en Evy de Kort, die samen met de gemeente Eindhoven en verschillende praktijkpartners onderzoek doen naar eenzaamheidsvriendelijke omgevingen.</span></p><p><span>“We onderzoeken in wat voor omgevingen mensen zich fijn voelen als ze eenzaamheid ervaren”, zegt Eric Schoenmakers. “Daarvoor hebben we samengezeten met Eindhovenaren die zich weleens eenzaam voelen. We hebben hun de vraag gesteld wat voor soort omgevingen ze opzoeken als ze eenzaamheid ervaren en stelden aan de hand daarvan prompts op waarmee we afbeeldingen genereerden.”</span></p><p><strong>Bevolkingsgroepen</strong><br><span>Op die afbeeldingen zijn verschillende omgevingen te zien. De één geeft een groen park met een watertje weer, de ander een terrasje in mediterrane sferen en weer een ander beeldt een modern gebouw af. “We hebben voor ons onderzoek ingezoomd op verschillende bevolkingsgroepen. Dat zijn onder andere nieuwkomers, ook wel expats, kwetsbare ouderen en dak- en thuislozen.” </span><i><span>[Tekst gaat verder onder de foto's]</span></i></p><p><span>De wisselende voorkeuren van die groepen zijn samengevoegd in een reeks hierboven getoonde afbeeldingen, die sinds deze maandag een expositie vormt in de hal van gebouw R13. “Er is niet één one size fits all-oplossing”, aldus Schoenmakers. “Mensen hebben verschillende behoeftes, waarbij de een het prettig vindt om naar een plek te gaan waar ze anderen kunnen ontmoeten, terwijl de ander zich misschien liever in de rustige natuur begeeft. Dat is ook te zien in de expositie: de openbare ruimtes op de plaatjes zijn stuk voor stuk verschillend.”</span></p><p><strong>Nationaal</strong><br><span>Toch zijn er veel factoren die vaak terugkomen, zoals - de eerder genoemde - natuurlijke materialen, veel groen, ronde vormen en plekken om te zitten. Van den Berg geeft aan dat die factoren zijn samengevoegd tot ontwerprichtlijnen, die gebruikt kunnen worden bij het ontwerpen van nieuwe of het aanpassen van bestaande openbare ruimtes. De richtlijnen komen bij de gemeente Eindhoven terecht, maar worden daarnaast ook landelijk gedeeld. Misschien zelfs wel internationaal. “De gemeente is bezig met het creëren van een gezonde leefomgeving, waarbij eenzaamheid een belangrijke pijler is. Zij willen hier echt mee aan de slag”, klinkt het.</span></p><p><span>En Fontys, kan die hier ook gebruik van maken? Eenzaamheid komt immers ook veel voor onder jongeren. Ja, zegt Schoenmakers als antwoord op die vraag. Sterker nog: de onderzoekers zouden daar graag een vervolgonderzoek voor doen. “Ik denk dat we hier in Eindhoven al een mooie campus hebben, maar natuurlijk zijn er nog wel aanpassingen mogelijk. We zouden dat met studenten kunnen bespreken.”&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Onderzoek,Eindhoven,Lectoraten,Luiken]]></category>
            <pubDate>Tue, 02 Jun 2026 09:44:19 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4659a80e-80ac-4a7d-a014-c8cd96e9d333/500_img_5063.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4659a80e-80ac-4a7d-a014-c8cd96e9d333/500_img_5063.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4659a80e-80ac-4a7d-a014-c8cd96e9d333/img_5063.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Pauline van den Berg en Eric Schoenmakers]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Opvoeddruk groeit: ‘Goed genoeg is echt goed genoeg’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/opvoeddruk-groeit-goed-genoeg-is-echt-goed-genoeg/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/opvoeddruk-groeit-goed-genoeg-is-echt-goed-genoeg/</guid><pp:caseid>756577</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Ouders voelen steeds meer druk om perfect te presteren. Volgens Hélène Leenders, associate lector bij het lectoraat Samenlevingspedagogiek van Fontys Pedagogiek, ligt de oorzaak niet alleen bij ouders, maar ook bij de samenleving. “Opvoeden is iets dat je samen doet.”</strong></span></p><p><span>Dat ouders steeds meer opvoeddruk voelen blijkt uit het onlangs verschenen rapport De Staat van Gezinnen, met als ondertitel </span><i><span>Het falen van een ogenschijnlijk perfect systeem. ‘We hebben hulp nodig.’</span></i><span>. Het opent ermee: de tijd is op, en wat geconstateerd wordt is alarmerend. Ook Hélène Leenders ziet dat de norm van goed ouderschap veel zwaarder en uitgebreider is geworden. “Vooral jonge ouders, en met name hoogopgeleide moeders, stellen steeds hogere eisen aan zichzelf.”</span></p><p><span>Er aantrekkelijk uitzien als moeder, een goede baan hebben, sociaal actief blijven, een goede partner zijn én ondertussen perfecte kinderen opvoeden. Het zijn zaken die, mede door social media, allemaal spelen. “Ouders worden dagelijks geconfronteerd met beelden van zogenaamd perfecte gezinnen, want iedereen deelt vooral de perfecte plaatjes. Daardoor ontstaat het idee dat dat normaal is en je dat zelf ook na moet streven.”</span></p><p><span>Moeders lijken daardoor meer stress en prestatiedruk te ervaren. “Omdat moeders nog steeds het grootse deel van de zorgtaken op zich nemen én, meer dan vaders, aangesproken worden op het gedrag en het welzijn van hun kind.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:369/auto;width:369px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/72746c13-2236-4582-96c7-969e23d09511/800_heacutelegraveneleenders.jpg?x=1780314194288" alt="Hélène Leenders" width="369" height="auto">Van ondersteuning naar streven</strong></span><br><span>We leven in een tijd van social media waarin vaders vaak complimenten krijgen als ze betrokken zijn bij de opvoeding, terwijl dat bij moeders eerder kritiek is. Een tijd waarin informele vormen van steun - die een tiental jaar geleden nog vanzelfsprekend waren - zijn verdwenen. “Als kinderen vroeger op straat speelden keken de buren mee. Ook sparde je met andere ouders over dingen die er thuis speelden. Dat soort opvoedondersteuning is niet meer vanzelfsprekend.”</span></p><p><span>Dat heeft volgens Leenders niet alleen te maken met de individualisering van de samenleving, maar ook met ontwikkelingen op andere vlakken. “We zijn steeds prestatiegerichter geworden en willen dat ons kind zich goed ontwikkelt. Er mag geen smetje op zitten. En als we alles willen meten en diagnosticeren, krijg je als ouder al snel het idee dat er potentieel iets mis is met je kind.”</span></p><p><span><strong>‘Gewoon opvoeden’</strong></span><br><span>Fontys Pedagogiek probeert haar studenten daarom ook een andere blik mee te geven. “Waar ouders vaak bang zijn om fouten te maken, mag opvoeden juist vallen en opstaan zijn. Imperfectie hoort er nu eenmaal bij, dus wordt vanuit onze studenten niet alleen gekeken naar potentiële problemen, maar ook naar verschillen in ontwikkeling die geen bijsturing behoeven.”</span></p><p><span>Dat wil echter niet zeggen dat problemen genegeerd worden, legt Leenders uit. “Als er echt hulp nodig is, moet die er zijn. Maar niet alles hoeft meteen opgelost of gelabeld te worden. Soms heeft een kind gewoon wat meer tijd nodig.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/658001a8-f39e-4d36-8ada-a7680a574ace/500_hetkunstwerk039mamastehtkopf039vantanjaritterbex.jpg?x=1780314336341" alt="'Mama steht Kopf' van Tanja Ritterbex, over de druk van het moederschap" width="200">Ervaringen delen en geruststellen</strong></span><br><span>Er ligt volgens de associate lector ook een taak voor professionals op scholen, in de wijk en de kinderopvang. “Organiseer laagdrempelige ontmoetingsplekken waar ouders elkaar kunnen ontmoeten. Dat helpt enorm, want zo kunnen ze ervaringen uitwisselen en elkaar steunen. Praten over de chaos van het ouderschap doet je beseffen dat je niet de enige bent.”</span></p><p><span>Want, zo besluit Leenders: opvoeden doe je niet alleen. Opvoeden is samenwerken en daarbij is het goed om ouders een hart onder de riem te steken. “We moeten ouders van nu geruststellen. Het is meestal goed genoeg wat ze doen, en goed genoeg is prima.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Sittard,FHP,Berg]]></category>
            <pubDate>Mon, 01 Jun 2026 13:48:52 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/1c31ac33-750c-4091-b7f7-8ea24083a693/500_shutterstock-2307437015.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/1c31ac33-750c-4091-b7f7-8ea24083a693/500_shutterstock-2307437015.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/1c31ac33-750c-4091-b7f7-8ea24083a693/shutterstock-2307437015.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[kind schermgebruik sociale media schermpje telefoon]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nieuw advies over toetsing: van scoren naar begrijpen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nieuw-advies-over-toetsing-van-scoren-naar-begrijpen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nieuw-advies-over-toetsing-van-scoren-naar-begrijpen/</guid><pp:caseid>756334</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Volgens lector Kelly Beekman vragen de bovengenoemde ontwikkelingen ook om meer toetsbekwaamheid bij leraren die voor de klas staan. Fontys biedt daarom onder meer de master Toets- en Onderwijskwaliteit aan. Ook wordt in het curriculum van de opleidingen binnen Fontys Educatie aandacht besteed aan toetsbekwaamheid, weet Jan Beijers. Hij is naast studentcoach ook betrokken bij de curriculumontwikkeling van de opleidingen en medevoorzitter van de commissie Onderwijs binnen Fontys Educatie.</span></p><p><span>“Het advies van de Onderwijsraad sluit aan bij de ontwikkelingen waar we als Fontys Educatie mee te maken hebben. Binnen onze lerarenopleidingen werken we vanuit een landelijke kennisbasis en landelijke bekwaamheden, die momenteel herijkt worden. Hierin wordt de actualisering van de kerndoelen meegenomen. Intern vernieuwen wij het curriculum ook, zodat ons onderwijs opleidt voor die bekwaamheden en inhouden van de kennisbasis.”</span></p><p><span>De landelijke kennisbasis heeft ook een generiek deel waar studenten aan moeten voldoen. “Daar is toetsing onderdeel van. Studenten leren hierdoor welke vormen van toetsing er zijn en hoe je die inzet in de praktijk.”</span></p><p><span>Zowel in de propedeuse als de postpropedeuse wordt daar op verschillende manieren aan gewerkt. "Van het inzetten van eenvoudige toetsvormen en het geven van feedback tijdens een (losse) les, tot het dragen van integrale verantwoordelijkheid voor het onderwijs, waarbij toetsing iedere dag aan de orde is.”</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Toetsen in het onderwijs die zijn bedoeld om het leren te ondersteunen, worden in de praktijk te vaak ingezet om leerlingen in te delen naar schoolniveau. Dat constateert de Onderwijsraad in het donderdag verschenen adviesrapport Kijk anders naar toetsing. Volgens lectoren Linda van den Bergh en Kelly Beekman is er nog een flinke weg te gaan naar verbetering, maar zijn de eerste stappen gezet.</strong></span></p><p><span>De oplossing voor het probleem lijkt simpel: er moet in het basis- en voortgezet onderwijs meer gekeken worden naar de leerling dan naar de uitkomsten van de toetsen die de leerlingen maken. </span>Toetsresultaten wegen nu zwaar mee bij rapportages, diploma’s, toelating tot scholen en de overgang naar een volgend schooljaar.</p><p><span>Volgens de Onderwijsraad worden bijvoorbeeld volgtoetsen, die bedoeld zijn als didactisch hulpmiddel, op vrijwel alle basisscholen meegenomen in het schooladvies. Daardoor verschuift de aandacht bij zowel de leerling, leraar en het schoolbestuur van feedback en brede onderwijsdoelen naar het halen van een zo hoog mogelijke score. Dat kan niet, stelt de raad. Maar dat gebeurt wel degelijk, stelt Linda van den Bergh, Fontys-lector Kansrijk Onderwijs voor iedereen.</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/194c0400-8bba-4211-92c5-6cb9e2deabeb/500_lindavandenbergh-2.jpg?x=1779964585279" alt="Linda van den Bergh" width="200">Scoren en veranderingen</strong></span><br><span>“Dat komt doordat de kwaliteit van het onderwijs afgelezen wordt aan de resultaten van doorstroomtoetsen”, legt de lector uit. “Sommige scholen nemen zelfs bepaalde toetsen niet meer af bij leerlingen waarvan ze verwachten dat die zwak scoren, omdat dat hun beeld en cijfers negatief beïnvloedt.”</span></p><p><span>Van den Bergh ziet dat verschillende toetsen hierdoor meerdere functies krijgen en voor tegengestelde belangen zorgen. Maar, zo stelt de lector, er zijn ook al veel scholen in het primair onderwijs die veranderingen doorvoeren. “Scholen die meer werken met portfolio’s en portretten die de leerling breder in beeld brengen bijvoorbeeld.”</span></p><p><span>Wel moet iedere school in het primair onderwijs gebruikmaken van de zogeheten doorstroomtoets: de toets die bepaalt welk niveau je in het voortgezet onderwijs haalt. Maar ook daar plaatst de lector haar kanttekeningen bij. “Er was al bepaald dat we in Nederland naar één landelijke doorstroomtoets moeten, maar dat is pas in 2027 een feit. Nu zijn er verschillende toetsaanbieders en kiezen scholen voor de doorstroomtoets die de beste resultaten geeft. Wederom om goed te scoren en beter te boek te staan.”</span></p><p><span><strong>Onderscheid in toetsen</strong></span><br><span>Daarom pleit de Onderwijsraad voor verandering: toetsen moeten gebruikt worden voor hun oorspronkelijke doel. Iets wat volgens Kelly Beekman, lector Technology-enhanced Learning & Assessment, inderdaad nog niet voldoende gebeurt. “Als de functie van de toets bedoeld is om ontwikkeling te volgen, moeten we niet gelijk stellen dat een leerling iets niet kan aan de hand van die resultaten.”</span></p><p>Beekman onderscheidt drie vormen van toetsen: toetsen om leerresultaten vast te stellen, toetsen die het leerproces ondersteunen en toetsen waarmee leerlingen direct inzicht krijgen in hun eigen voortgang. De lector vindt het<span> van groot belang dat leraren weten wanneer ze welke toets in moeten zetten, op welke manier en met welk doel. “Heb je het nodig om informatie te verzamelen, om ontwikkeling bij te sturen of om iemands niveau vast te stellen? Afhankelijk van welke informatie je nodig hebt, bepaal je met welk doel je een toets inzet en welke vorm daar het beste bij past.”</span></p><p><span>Wat er volgens Beekman nu gebeurt in het onderwijs is dat een toets voor ontwikkeling bijvoorbeeld ook gebruikt wordt voor tussentijdse uitkomsten. “Dus in plaats van ontwikkeling bijsturen, wordt nu gekeken naar het gemiddelde om te concluderen of een leerling een bepaald niveau wel of niet gehaald heeft. En dat is gek, want daar is die toets helemaal niet voor bedoeld.”</span></p><p><span><strong>Oplossingen</strong></span><br><span>De Onderwijsraad pleit in het advies, als oplossing voor het huidige toetssysteem, onder meer voor toetsingscommissies op iedere school en de terugkeer van het oorspronkelijke doel van leerlingvolgtoetsen: het ondersteunen van het onderwijsleerproces.</span></p><p><span>Goede ontwikkelingen, aldus Beekman: “Een toetsingscommissie zorgt ervoor dat er kritisch gekeken wordt naar toetsen, wat we moeten toetsen en of de juiste dingen naar voren komen. Zo wordt gemeten of dat wat we voor ogen hebben ook uitkomst biedt."</span></p><p><span>Ook het doel van de volgtoetsen benadrukken, lijkt haar heel goed. "Want hoe vaak je een toets doet zegt niet zoveel, maar toetsen inzetten waarvoor ze bedoeld zijn wel. Goed dat er met dit advies aandacht is voor de kwaliteit van toetsing, </span>juist omdat toetsresultaten zo bepalend kunnen zijn voor de toekomst van leerlingen."</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderwijs,Onderwijs Educatie,Educatie,Fontys Educatie,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 28 May 2026 16:01:54 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_examenlokaal.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_examenlokaal.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/examenlokaal.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[&amp;#039;Er mag op Nederlandse hogescholen best minder worden getoetst&amp;#039;]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Klimaatcrisis niet verdwenen, urgentie onder studenten wel</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/klimaatcrisis-niet-verdwenen-urgentie-onder-studenten-wel/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/klimaatcrisis-niet-verdwenen-urgentie-onder-studenten-wel/</guid><pp:caseid>748374</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Massale klimaatmarsen, scholierenstakingen en protestacties: jarenlang stond klimaatverandering hoog op de agenda van jongeren. Inmiddels lijkt die urgentie afgenomen. Woningnood, financiële onzekerheid en onrust in de wereld eisen steeds vaker de aandacht op, ook bij Fontysstudenten.</strong></p><p>Europa moet klimaatverandering gaan behandelen als een internationale noodsituatie voor de volksgezondheid, <a href="https://www.who.int/europe/news/item/17-05-2026-climate-change-is-a-health-crisis---and-fixing-it-is-a-health-opportunity?utm_source=chatgpt.com">waarschuwde</a> de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) eerder deze week. Volgens een speciale commissie vormt de klimaatcrisis een ‘catastrofale bedreiging’ voor gezondheid, veiligheid en sociale stabiliteit.</p><p>Tegelijkertijd <a href="https://www.ipsos.com/nl-nl/het-ipsos-people-and-climate-change-rapport-2026" target="_blank">signaleert </a>onderzoeksbureau Ipsos een groeiende klimaatmoeheid, vooral onder jongeren. Zij erkennen de ernst van de klimaatcrisis, maar ervaren het probleem vaak als abstract en voelen zich machteloos tegenover grotere, dagelijkse zorgen als woningnood, inflatie en (wereldwijde) maatschappelijke onrust.</p><p>Een paar jaar geleden was dat nog anders. Wie herinnert zich niet de massale klimaatmarsen, scholierenstakingen en protestacties? Waar klimaatverandering toen voor veel jongeren hét maatschappelijke thema van hun generatie leek, lijkt die urgentie nu naar de achtergrond verdwenen.</p><p><strong><img class="image-style-align-right image_resized" style="aspect-ratio:263/auto;width:263px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b9b78fdb-7165-462a-a27e-3594163b1784/800_img_4544.jpg?x=1779980670308" width="263" alt="Sonia Styczeń" height="auto">Wél geïnteresseerd</strong><br>Toch betekent dit volgens communicatiestudent Sonia Styczeń niet dat jongeren klimaatverandering ineens onbelangrijk vinden. Voor haar afstudeeronderzoek bij de gemeente Eindhoven onderzocht zij de afgelopen maanden hoe studenten in het hoger onderwijs zich verhouden tot klimaatadaptatie. Daarnaast deed ze onafhankelijk onderzoek naar klimaatcommunicatiestrategieën en zette ze zich tijdens haar studie in voor Fontys Green Office.</p><p>“Veel studenten zijn wel degelijk geïnteresseerd in klimaatgerelateerde onderwerpen en staan open om er meer over te leren”, zegt Styczeń. Volgens haar zit het probleem niet zozeer in een gebrek aan interesse, maar vooral in de manier waarop over klimaatverandering wordt gecommuniceerd.</p><p>“Studenten raken eerder geïnteresseerd&nbsp;wanneer het onderwerp relevant voelt voor hun eigen leven en ze het gevoel hebben dat ze realistisch gezien iets kunnen bijdragen", legt ze uit. "Concrete voorbeelden, praktische oplossingen en lokale initiatieven zorgen vaker voor betrokkenheid.”</p><p>Tegelijkertijd begrijpt Styczeń dat veel jongeren momenteel andere prioriteiten hebben. “Stijgende kosten van levensonderhoud, woningnood, oorlogen en onzekerheid over de toekomst zijn heel directe problemen, vooral voor studenten die al veel stress ervaren. Dan is het logisch dat klimaatverandering minder urgent voelt.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:228/auto;width:228px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/17605034-ae01-48c4-be3a-4821d6c4b871/800_veselin-uitsnede.jpg?x=1779380521476" alt="Veselin" width="228" height="auto">Kleine dingen doen</strong><br>Onder Fontysstudenten klinkt een vergelijkbaar geluid. Veselin, derdejaarsstudent ICT, merkt dat klimaatverandering minder prominent aanwezig is dan een paar jaar geleden. “Er zijn andere urgente problemen waardoor klimaatverandering niet meer het belangrijkste onderwerp is waar studenten mee bezig zijn.”</p><p>Binnen zijn opleiding krijgt klimaatverandering nauwelijks aandacht, terwijl daar volgens hem juist kansen liggen. “In de ICT kunnen we bijvoorbeeld nadenken over systemen die energiezuinig en zo recyclebaar mogelijk zijn.” Zelf probeert hij bewuster te leven door minder vlees te eten, apparaten niet onnodig aan te laten staan en minder spullen te kopen. “Iedereen kan kleine dingen doen die samen een groot verschil maken.”</p><p><strong>‘We steken elkaar aan’</strong><br>Ook Anne, eerstejaarsstudent Medisch Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken<strong> </strong>(MBRT), merkt dat klimaat minder aandacht krijgt in haar dagelijks leven. “Ik hoor er nog wel veel over in het nieuws, maar ik heb het gewoon heel druk met school, werk en sociale dingen.” Toch vindt ze klimaatverandering belangrijk. “Het gaat uiteindelijk wel over onze toekomst.” In haar studentenhuis wordt inmiddels bewuster omgegaan met energieverbruik en vleesconsumptie. “We steken elkaar daar in aan.”</p><p>Bij vierdejaarsstudent BMRT Anouk speelt het onderwerp nauwelijks een rol. “Onder medestudenten gaat het er eigenlijk nooit over”, vertelt ze. “Als het meer besproken zou worden, zou ik er misschien ook meer mee bezig zijn.” Volgens haar zou er binnen opleidingen best meer aandacht mogen zijn voor klimaatverandering. Zeker in een ziekenhuis is duurzaamheid belangrijk, weet ze.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:252/auto;width:252px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/95645325-9aad-4d6a-a6d9-5dc87bbe2c26/800_arthurkok.jpg?x=1779382867815" alt="Arthur Kok. Foto: Madeleine Sars" width="252" height="auto">Moralistisch kader</strong><br>Arthur Kok, lector van het lectoraat Transforming the Economy, herkent de ontwikkeling die Ipsos beschrijft. “Dit is waarschijnlijk de eerste generatie die het economisch minder goed gaat hebben dan hun ouders. Dat zijn heel directe zorgen. Dan is het logisch dat klimaatverandering minder aanwezig is in het dagelijks leven van jongeren.”</p><p>Toch denkt Kok niet dat het onderwerp geheel is verdwenen. Wel vindt hij dat het gesprek over klimaatverandering vaak verkeerd wordt gevoerd. “Het gaat al snel over wat je persoonlijk moet doen: wel of geen vlees eten, minder vliegen, dat soort dingen. Daardoor wordt klimaatverandering vaak in een moralistisch kader geplaatst.”</p><p>De lector pleit daarom voor een andere rol van het onderwijs. Niet door studenten te vertellen wat ze zelf kunnen doen, maar door klimaatverandering onderdeel te maken van hun toekomstige beroepspraktijk. “De rol van onderwijs is om context te bieden zodat ze hier zinvol over kunnen nadenken. Dat gebeurt al wel, maar lang niet binnen alle opleidingen.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Duurzaamheid,Onderwijs Algemeen,Lectoraten,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Fri, 22 May 2026 08:56:33 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/9c97b0a3-e7f8-44a3-867e-9fedf9b06f8f/500_shutterstock-klimaat-student-protest.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/9c97b0a3-e7f8-44a3-867e-9fedf9b06f8f/500_shutterstock-klimaat-student-protest.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/9c97b0a3-e7f8-44a3-867e-9fedf9b06f8f/shutterstock-klimaat-student-protest.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[shutterstock-Klimaat-student-protest]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Verpleegkundigen in beeld brengen: de do&#039;s en dont&#039;s</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-in-beeld-brengen-de-dos-en-donts/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-in-beeld-brengen-de-dos-en-donts/</guid><pp:caseid>746181</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Beeld&nbsp;niet alleen&nbsp;westerse vrouwen&nbsp;af&nbsp;die bij een ziekenhuisbed&nbsp;staan, maar&nbsp;zorg voor&nbsp;een representatieve vertegenwoordiging&nbsp;van gender en culturele achtergrond. Laat zoveel mogelijk sectoren zien en toon binnen die sectoren ook een diversiteit van werkzaamheden. Dat is hoe je het clichématige beeld van verpleegkundigen kunt veranderen, zo blijkt uit onderzoek van&nbsp;Fontys.&nbsp;</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Twee jaar geleden&nbsp;zijn twee lectoraten van&nbsp;Fontys&nbsp;Mens en Gezondheid en&nbsp;Fontys&nbsp;Journalistiek&nbsp;een onderzoek </span><a href="https://bron.fontys.nl/steunkousen-en-vrouwen-cliches-moeten-weg-uit-beelden-zorgsector/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">gestart</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;"> naar clichébeelden uit de zorg, plus daarbij de vraag hoe je verpleegkundigen, verzorgenden IG en verpleegkundig specialisten het beste in beeld kunt brengen.&nbsp;Dat deden ze in samenwerking met&nbsp;ZonMw&nbsp;V&V, een financieringsorganisatie van innovatie en onderzoek in de gezondheidszorg,&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:175/auto;width:175px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/908b14d7-398b-4c4c-956b-4794f2e836ef/500_schermshyafbeelding2023-11-28om12.30.16.png?x=1779192068977" alt="Jessie van Wijk" width="175" height="auto">Voor het&nbsp;onderzoek&nbsp;is&nbsp;ook&nbsp;een&nbsp;eerdere&nbsp;</span><a href="https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12413654/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">studie</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;van docent-onderzoeker Jessie van Wijk gebruikt, gericht op de representatie van verpleegkundigen in de Nederlandse krantenmedia. Telkens kwam hetzelfde beeld terug: “We zien steeds dat verpleegkundigen vaak anoniem en stereotyperend worden afgebeeld”, zegt Van Wijk.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Verschillende rollen</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Een verpleegkundige is op beeld bijna altijd een blonde vrouw aan een bed of achter een medicijnkastje, vaak in het wit gekleed; de typische ziekenhuiskleur. Maar, zegt lector Pieterbas&nbsp;Lalleman van het lectoraat Verpleegkunde door de Tijd, die namens Mens en Gezondheid meedeed aan het onderzoek&nbsp;voor&nbsp;ZonMw: “Het gros van de verpleegkundigen werkt helemaal niet in het ziekenhuis, maar in de wijk of voor de langdurige zorg.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De rollen die een verpleegkundige kan hebben, rijken volgens hem veel verder dan de directe patiëntenzorg. “Bij&nbsp;Fontys&nbsp;proberen we onze verpleegkundigen heel breed op te leiden. En ja:&nbsp;daar hoort patiëntenzorg bij, maar zeker in de laatste decennia is daar ook heel veel ander werk bij gekomen. Ze kunnen bijvoorbeeld ook zij aan zij staan met bestuurders. Dat zien we alleen bijna niet terug in bestaande&nbsp;beeldbanken.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Beeldwijzer met tips</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Het&nbsp;doel&nbsp;van het onderzoek voor&nbsp;ZonMw&nbsp;V&V&nbsp;was het ontwikkelen van&nbsp;een </span><a href="https://www.venvn.nl/beeldwijzer-verpleegkundigen-verzorgenden-ig-en-verpleegkundig-specialisten" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">praktische beeldwijzer</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">,&nbsp;die ervoor moet zorgen dat er meer representatieve beelden gemaakt worden over het werk dat verpleegkundigen doen.&nbsp;Daarin staan vijf tips centraal, te beginnen met: breng zorgprofessionals herkenbaar in beeld. Zorg voor een afspiegeling van de samenleving en breng verschillende sectoren in beeld. Ga dus niet alleen in op ziekenhuispersoneel, maar ook op wijkverpleging, GGZ, gehandicaptenzorg en GGD. Laat binnen die sectoren diversiteit van werkzaamheden zien én maak de handelingen en expertise van verpleegkundigen zichtbaar.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Verder staan er ook nog fotografische aanwijzingen in, zoals: zet zo weinig mogelijk in scène, houd de werkomgeving zoveel mogelijk intact, gebruik zoveel mogelijk natuurlijk licht en wissel af tussen close-ups en totaalshots.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/efe29ad1-498b-4470-a8d0-815909487a87/500_fotopieterbaslallemanvierkant.png?x=1779262772962" alt="Pieterbas Lalleman" width="200"><strong>Rol voor journalist</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De beeldwijzer is bedoeld&nbsp;voor&nbsp;zowel&nbsp;verpleegkundigen als fotojournalisten.&nbsp;Lalleman: “We kunnen wel zeggen dat verpleegkundigen harder hun best moeten doen om uit te leggen wat hun werk is, maar er is hier ook een rol weggelegd voor&nbsp;journalisten. Want die gebruiken de beelden; zij bepalen welke foto’s er bij hun artikelen komen te staan.&nbsp;Dat is toch wel een heel belangrijk punt uit het onderzoek: dat de verantwoordelijkheid grotendeels bij de journalist ligt.” Van Wijk gaat daar met behulp van een verkregen promotiebeurs in de komende jaren meer onderzoek naar doen.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Of het probleem daarna is opgelost? Daar durven&nbsp;Lalleman&nbsp;en Van Wijk geen harde uitspraken over te doen. AI werkt&nbsp;in ieder geval&nbsp;niet bepaald mee,&nbsp;vinden ze allebei. “Want als jij&nbsp;AI vraagt om een AI-gegenereerd beeld van een verpleegkundige, dan krijg je nog steeds het stereotype beeld dat we juist níét willen zien.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><i><span style="margin:0px;padding:0px;">Behalve Lalleman en Van Wijk werkten ook </span><span style="text-align:left;">Daniëlle Arets, Michiel Bles en Karlijn ten Cate van Fontys Journalistiek mee aan het onderzoek.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij,FHJ,FHMG,PRO Gezondheid,PRO Gezondheidszorg,Journalistiek,Luiken]]></category>
            <pubDate>Wed, 20 May 2026 10:25:32 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/500_shutterstock_2747679221.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/500_shutterstock_2747679221.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/shutterstock_2747679221.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[zorg ziekenhuis verpleegkundige]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Subsidie voor elektrische koelwagens met zonnepanelen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/subsidie-voor-elektrische-koelwagens-met-zonnepanelen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/subsidie-voor-elektrische-koelwagens-met-zonnepanelen/</guid><pp:caseid>744320</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Kleine elektrische koelwagens die middels zonnepanelen hun eigen energie opwekken tijdens het rijden en zo voldoende rijbereik hebben. Het klinkt haast te mooi om waar te zijn, maar niets is minder waar. Het lectoraat Automotive & Energy Innovation ontvangt als onderdeel van het SmartSOLAR-project een subsidie van bijna 2 ton om dit te bewerkstelligen.</strong></span></p><p><span>De subsidie maakt deel uit van het programma Zeeland in Stroomversnellingen, dat innovatieve projecten stimuleert die bijdragen aan thema’s zoals energie, klimaat, landbouw en voeding. Fontys werkt voor dit project namelijk samen met de Zeeuwse bedrijven Smartbox, Adri en Zoon, G en B, Kotra Wagenparkbeheer en Impuls Zeeland.</span></p><p><span>Vanuit het lectoraat Automotive & Energy Innovation, dat als doel heeft om maatschappelijke impact te creëren op het gebied van energietransities, emissieloos transport en veiligere en schonere mobiliteit, is docentonderzoeker Oxana Zaal betrokken bij het project. “Het gaat in dit geval om een klein beetje extra energie, maar dat kan precies het verschil maken.”</span></p><p><strong>Ingewikkelde constructie</strong><br><span>In Zeeland rijden namelijk een hele hoop elektrische bestelbusjes die gekoelde of diepgevroren producten vervoeren, zoals vis. Maar juist in dat segment blijkt elektrificatie een grote uitdaging, legt Zaal uit. “Deze busjes kunnen redelijk wat kilometers maken, maar zodra je er een koelinstallatie aan toevoegt, wordt het ingewikkeld.”</span></p><p><span>De koelinstallatie draait immers op dezelfde batterij als die de bestelbus nodig heeft voor de aandrijving. “De energie die je nodig hebt voor de koeling gaat dus ten koste van je rijbereik”, aldus de docentonderzoeker. “En daardoor kunnen bezorgers net niet al hun ritten uitvoeren.”</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:274/auto;width:274px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/5b386c03-8a23-43f5-8042-fe1bae09e7ad/800_oxanazaal.jpeg?x=1778158218770" alt="Oxana Zaal" width="274" height="auto">Eerdere poging</strong><br><span>Om dat probleem op te lossen ontstond het idee om zonnepanelen op de daken van deze busjes te plaatsen. Iets wat bij vrachtwagens al gebeurt omdat deze veel dakoppervlak hebben, maar bij bestelbusjes wegens het gebrek aan ruimte nog niet eerder geprobeerd is. “Toch kan dat kleine beetje energie precies genoeg zijn om die laatste rit nog wel te halen.”</span></p><p><span>Het is voor Fontys echter niet de eerste keer dat zij onderzoekt of zonnepanelen rendabel zijn voor kleinere bussen. “We hebben eerder een vergelijkbare studie gedaan voor een kaasboerderij die haar marktwagen wilde elektrificeren. Daaruit bleek dat het net niet haalbaar was, tenzij men zonnepanelen toe zou voegen. Dat advies kunnen we nu verder onderzoeken.”</span></p><p><strong>Van digitaal naar praktijk</strong><br><span>Binnen het Zeeuwse project focust Zaal zich dus niet op het bouwen van de voertuigen, maar bij het analyseren en onderbouwen van de keuzes. “Vooral de theoretische kant dus”, legt ze uit. “We maken digitale modellen van de voertuigen en zonnepanelen en combineren deze om de eventuele opbrengsten te kunnen voorspellen. Daarna toetsen we in de praktijk of dit klopt.”</span></p><p><span>In juni wordt de subsidie officieel uitgereikt aan de SmartSOLAR-groep, waarna Zaal, haar collega’s en studenten die betrokken zijn bij het lectoraat aan de slag kunnen. En ook die laatste groep is volgens haar heel belangrijk. “We gebruiken dit soort projecten zodat studenten met echte vraagstukken aan de slag kunnen. Inclusief data die niet perfect is en situaties die ze niet in een lesboek tegenkomen. Daar leren ze enorm veel van.”</span></p><p><span>De docentonderzoeker verwacht dat het project in het najaar echt vorm krijgt en dat de eerste inzichten snel zullen volgen. “Zo blijkt uit eerdere studies dat niet altijd de koelinstallatie de grootste energieverbruiker is. In sommige gevallen blijkt de verwarming van de cabine in de winter juist zwaarder te wegen." Ook andere factoren spelen een rol, zoals het rijgedrag van chauffeurs. “We zien vaak dat energieverbruik in het begin hoger ligt,” legt Zaal uit. “Na verloop van tijd leren chauffeurs efficiënter te rijden en daalt het verbruik. Dat soort effecten kun je alleen zien als je langere tijd meet.”</span></p><p><span>Daarom duurt het project twee jaar. “Want hoe langer je monitort, hoe meer patronen je ontdekt”, licht Zaal toe. Of we straks dan op ieder bestelbusje zonnepanelen zien liggen? “Dat denk ik niet, want het gebruik hangt sterk af van hoe en waar je je voertuig gebruikt. Op snelwegen en in de Zeeuwse landschappen is bijvoorbeeld meer opbrengst mogelijk dan in steden, omdat hier meer zonuren zijn. Voor dit soort bedrijven kan het in ieder geval heel interessant zijn.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Automotive,Onderzoek,Onderzoek Techniek,Lectoraten,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 07 May 2026 15:16:12 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/d1ec56e5-298f-4632-bcc9-155d9cc72f3f/500_shutterstock_2718668777.jpg?44724" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/d1ec56e5-298f-4632-bcc9-155d9cc72f3f/500_shutterstock_2718668777.jpg?44724</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/d1ec56e5-298f-4632-bcc9-155d9cc72f3f/shutterstock_2718668777.jpg?44724</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Foto ter illustratie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Gesprekskaarten brengen ethiek tot leven in het ETZ</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/gesprekskaarten-brengen-ethiek-tot-leven-in-het-etz/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/gesprekskaarten-brengen-ethiek-tot-leven-in-het-etz/</guid><pp:caseid>741561</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Agressieve patiënten, de omgang met naasten en het wel of niet moeten beëindigen van een leven. Medewerkers in de zorg komen dagelijks voor ethische kwesties te staan waar de vele beschikbare protocollen niet altijd een passend antwoord op kunnen geven. Met een onderzoeksproject van Fontys en het ETZ, waarbij echte verhalen uit de praktijk worden besproken, gaan verpleegkundigen het gesprek hierover aan.</strong></span></p><p>Een verwarde man wordt per ambulance binnengebracht bij de spoedeisende hulp. Hij spreekt onsamenhangend en maakt ongecoördineerde bewegingen. Zijn kleding is doorweekt en vuil, en je ruikt alcohol als je dicht bij hem komt.</p><p>Volgens het ziekenhuisprotocol hoeft het personeel hem geen nieuwe kleding te geven, maar hoe menselijk is het om hem na een behandeling op deze manier weer weg te sturen? En wat doe je als de familie van een oudere, kwetsbare patiënt door wil gaan met een behandeling, terwijl de patiënt zelf het eigenlijk wel gehad heeft?&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Onderwijs verrijken</strong><br>Dit soort ethische kwesties zijn aan de orde van de dag bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg, waar Fontys voor een nieuw onderzoeksproject van het lectoraat Ethisch Werken een samenwerking mee is aangegaan. Docent-onderzoeker Richard Voddé is daar nauw bij betrokken en vertelt dat het project is gestart met verschillende doelstellingen.</p><p style="text-align:start;">“Ten eerste wil het lectoraat samenwerkingen aangaan met partners buiten het onderwijs. Maar een andere doelstelling is dat we het onderwijs meer willen verrijken met ethische kwesties, omdat we vinden dat er op dat vlak nog te weinig inzit”, klinkt het. “Aan die laatste doelstelling werken we nu samen met het ETZ door samen moresprudentie op te bouwen. Dat is vergelijkbaar met jurisprudentie, waarbij je een casuïstiek onderzoekt en er op deze wijze inzicht ontstaat in het moreel leren.”&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Agressie</strong><br>Vanuit het ETZ werkt geestelijk verzorger en ethicus José Krijnen samen met haar team mee met het onderzoeksproject, plus nog tientallen verpleegkundigen van uiteenlopende afdelingen bij het ETZ. Onder wie ook Judith Cornelissen, die al twintig jaar werkzaam is op de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) bij het Tilburgse ziekenhuis. Ze maakte in die tijd veel uitdagende kwesties mee, waar soms veel emoties bij kwamen kijken en waar niet altijd voldoende over gepraat werd. <i>[Tekst gaat verder onder de foto's]</i></p><p style="text-align:start;">Een aantal van die kwesties is samen met nog tig andere praktijkvoorbeelden door docentonderzoeker Voddé verwerkt in gesprekskaarten. Die hebben als doel dat ze eens in de zoveel tijd door verpleegkundigen besproken worden, zodat ze samen het gesprek aan kunnen gaan over dit soort ethische dilemma’s. En hoe daarbij te handelen. Bij elke situatie staan drie vragen centraal. Wat doet het met jou? Wat doet het met het team? En wat vind jij passende zorg?&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Niet alleen</strong><br>Cornelissen noemt het een mooie en laagdrempelige manier om met collega’s in gesprek te gaan. “Het is niet leuk als je bijvoorbeeld iemand de straat op moet sturen terwijl je weet dat die persoon daar niks heeft. Maar als je daar vervolgens met je collega’s over kunt sparren en zij zouden hetzelfde hebben gedaan, dan voel je je daar niet alleen in. Dat sterkt, het geeft rust.”</p><p style="text-align:start;">Krijnen vult haar aan met een extra stukje uitleg. “We doen dit met de toenemende zorgvraag als uitgangspunt. Enerzijds hebben we te maken met vergrijzing, en dus meer zorg, terwijl het aantal medewerkers vermindert. We proberen in alle gevallen passende zorg te geven, maar dat is niet altijd makkelijk.” Want het is niet altijd alleen maar de keuze over het wel of niet moeten geven van – bijvoorbeeld – een injectie, vervolgt ze. “Het gaat ook om de waaromvraag. Welke waarden zitten erachter? Dit project moet daarbij helpen; het is een moreel leerproces naar passende zorg.”</p><p>Het team van Krijnen, Geestelijke Verzorging & Ethiek, werkt al meer dan vijftien jaar aan de morele veerkracht voor zorgmedewerkers. “<span style="text-align:left;">Dat dit nu zo goed lukt, komt omdat er al een goede infrastructuur is. En dit onderzoek draagt daar ook weer aan bij.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Tilburg,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,FHMG,Lectoraten,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 09 Apr 2026 12:32:47 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a4e57240-4519-4800-83a7-a9fb191d1f1f/500_img_44012.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4e57240-4519-4800-83a7-a9fb191d1f1f/500_img_44012.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4e57240-4519-4800-83a7-a9fb191d1f1f/img_44012.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Jos&amp;eacute; Krijnen, Richard Vodd&amp;eacute; en Judith Cornelissen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Symposium: kritisch denken dankzij spiegelbeelden</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/symposium-kritisch-denken-dankzij-spiegelbeelden/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/symposium-kritisch-denken-dankzij-spiegelbeelden/</guid><pp:caseid>741329</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Het symposium Durf te Denken: Spiegelbeelden vindt op donderdag 16 april plaats in het Next Nature Museum in het Evoluon in Eindhoven. Toegang is gratis, aanmelden kan tot donderdag 9 april en doe je </span><a href="https://durf-te-denken.nl/"><span>hier</span></a><span>.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>'Ken onszelve’ is dit jaar het uitgangspunt van de Maand van de Filosofie. Fontys haakt hier in april op in met het symposium Durf te Denken, waarin het thema ‘Spiegelbeelden’ centraal staat. </strong><span><strong>“Over zelfkennis, technologie en de vraag wat nog waar is in een wereld vol beelden en informatie.”</strong></span></p><p><span>Het begon ooit als een kleinschalig initiatief bij de HAN, maar inmiddels is het symposium Durf te Denken uitgegroeid tot een terugkerend evenement waarin meerdere hogescholen samenwerken. Aan Rogier van der Wal, lector Ethisch Werken bij het gelijknamige lectoraat, de taak om de komende (en vijfde) editie in goede banen te leiden. Samen met eventmanager en host Latoya Dankers streeft hij naar ‘een symposium dat raakt, waar het hbo voor bedoeld is’.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d5fb64ab-b8c1-4fcd-b9dc-dcdb91b8ada9/500_rogiervanderwal.jpg?x=1775547763196" alt="Rogier van der Wal" width="200">“We leiden studenten op voor een praktijk die steeds complexer wordt. Dan is het niet genoeg om alleen vakinhoudelijke kennis te hebben. Je moet ook leren nadenken over wat je doet, waarom je dat doet en wat de impact daarvan is.” Juist thema’s als waarheid, beeldvorming en technologie vragen volgens hem om die bredere blik. “Dat zijn vraagstukken van en voor ons allemaal.”</span></p><p><span><strong>Reflectie op reflectie</strong></span><br><span>Het evenement staat daarom dit jaar in het teken van spiegelbeelden, waarheden, zelfkennis en zelfreflectie. Van der Wal: “Wij voegen daar een extra laag aan toe door reflectie op reflectie. We leven namelijk in een wereld waarin sociale media, algoritmes, AI en fake news steeds bepalender worden en voor meer ‘spiegelbeelden’ zorgen. Dan is de vraag: wat kun je nog geloven?”</span><br><br><span>Die vraag loopt als een rode draad door het programma op donderdag 16 april. Zo zijn er filosofische keynotes, interactieve installaties, plenaire en deelsessies én kunnen deelnemers zich wagen aan een rondleiding. Het evenement vindt namelijk plaats in het Next Nature Museum, gevestigd in het Evoluon in Eindhoven.</span></p><p><span><strong>Trucs en werkelijkheid</strong></span><br><span>Volgens eventmanager Latoya Dankers een bewust gekozen locatie. “Technologie speelt bij dit onderwerp een grote rol. Het vormt, vervormt en vervangt onze werkelijkheid op bepaalde vlakken. Die werkelijkheid nemen we waar, maar hoe betrouwbaar is die nog? Dat zie je in het museum letterlijk terug.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f0afce7f-0edb-4d68-8df7-d1a4f75b86d4/500_latoyadankers.jpg?x=1775547776547" alt="Latoya Dankers" width="200">Tijdens het symposium worden bezoekers daar actief mee geconfronteerd. Onder andere door een installatie rond ‘dark patterns’ - subtiele online trucs die gedrag sturen - en een spiegel die een gedicht over je schrijft zodra je ervoor gaat staan. “Dat soort ervaringen maken het thema heel tastbaar.”</span></p><p><span><strong>Niet loslaten</strong></span><br><span>Toch ligt de echte waarde van het symposium volgens de lector Ethisch Werken niet in die ene dag. Hij ziet het symposium ook als uitnodiging om bewust stil te staan bij zaken die in de dagelijkse drukte naar de achtergrond verdwijnen. “We hopen vooral dat mensen zich bewust worden van wat er speelt en hoe zij zichzelf daarin waarnemen. Dat ze naar huis gaan met nieuwe vragen en erover praten met anderen. En misschien nog belangrijker: om het denken niet meer los te laten.”</span></p><p><span>Reflectie is daarmee volgens Van der Wal geen luxe, maar een noodzakelijke vaardigheid in een complexe samenleving. “Daar heeft iedereen mee te maken. Tijdens studie of werk, in thuissituaties of de maatschappij. &nbsp;Aan ons de taak om de deelnemers handvatten te geven om daar bewuster mee om te gaan.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Eindhoven,Berg]]></category>
            <pubDate>Tue, 07 Apr 2026 10:50:40 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/877a1357-8c69-4305-9161-0030862a0f4e/500_rogiervanderwaltijdenseeneerderdurftedenken-symposium.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/877a1357-8c69-4305-9161-0030862a0f4e/500_rogiervanderwaltijdenseeneerderdurftedenken-symposium.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/877a1357-8c69-4305-9161-0030862a0f4e/rogiervanderwaltijdenseeneerderdurftedenken-symposium.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rogier van der Wal tijdens een eerder Durf te denken-symposium]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kabinet gaat hbo-promotie erkennen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kabinet-gaat-hbo-promotie-erkennen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kabinet-gaat-hbo-promotie-erkennen/</guid><pp:caseid>740661</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span>Na een experiment van enkele jaren gaat het kabinet het </span><i><span>professional doctorate</span></i><span>&nbsp;van de hogescholen in de wet opnemen. Ook een tweejarige technische promotie aan de universiteit krijgt officieel een eigen titel.</span></p><p><span>&nbsp;Het kabinet wil twee nieuwe titels in de wet zetten: PD en EngD, oftewel ‘professional doctor’ en ‘engineering doctor’. Het bijbehorende wetsvoorstel staat nu online voor een </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.internetconsultatie.nl%2Fprofessioneeldoctoraat%2Fb1&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cbf0facec041a4d7ef45808de8e3ac5fc%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639104580635262542%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=OXFmk3idwIpFam7bWDTWg2I585VXKsrSsjruH%2BkzZnM%3D&reserved=0"><span>internetconsultatie</span></a><span>. Deze titels kun je pas na een master behalen. In die zin zijn ze vergelijkbaar met de doctorstitel (PhD) aan de universiteit. Over de pilot was Fontysbestuurder Arian Steenbruggen anderhalf jaar geleden </span><a href="https://bron.fontys.nl/fontys-juicht-promotierecht-voor-hogescholen-toe/" target="_blank"><span>zeer positief</span></a><span>.</span></p><p><span><strong>PD</strong></span><br><span>De hogescholen </span><a href="https://bron.fontys.nl/hbo-zelf-onderzoekers-opleiden-met-nieuwe-titel/"><span>werken inmiddels al enkele jaren</span></a><span>&nbsp;aan de ontwikkeling van een eigen promotietraject, waarin onderzoekers onder begeleiding van lectoren toegepast onderzoek doen. Lectoren zijn de hoogleraren van het hbo.</span></p><p><span>Zesentwintig hogescholen bieden zulke </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.professionaldoctorate.nl%2F&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cbf0facec041a4d7ef45808de8e3ac5fc%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639104580635320059%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=uKEHVhIJHPlheVLjmffmGtKjjNRHjHxgGsaubW7JUTE%3D&reserved=0"><span>PD-trajecten</span></a><span>&nbsp;aan. De eerste kandidaten gingen in 2023 van start en inmiddels zijn er meer dan honderd bezig, verspreid over zeven verschillende domeinen. De erkenning van deze trajecten leek een kwestie van tijd: al vier kabinetten lang zijn de ministers van Onderwijs er enthousiast over. Nu komt die erkenning misschien al voordat de eerste kandidaten klaar zijn.</span></p><p><strong>Missend puzzelstukje</strong><br><span>Onderwijsminister Rianne Letschert noemt de nieuwe wettelijke graden “echt een missend puzzelstukje”. In een aankondiging zegt ze: “Praktijkgericht onderzoek is van grote waarde om ons oplossingen te leveren voor maatschappelijke problemen, en is vaak direct toepasbaar voor bijvoorbeeld bedrijven.”</span></p><p><span>De toekomstige PD’s krijgen volgens het wetsvoorstel minstens twee begeleiders. Dat kunnen lectoren zijn, maar ook andere geschikte medewerkers met de doctorstitel. In de toekomst mogen dat ook ‘professional’ doctors zijn.</span></p><p><span><strong>EngD</strong></span><br><span>Een tweejarig traject van de universiteiten krijgt eveneens erkenning. Het idee: waarom zou je altijd de theorie vooruit moeten helpen? Je kunt ook iets bijzonders doen door een vernieuwend ontwerp te maken. De TU Eindhoven noemt het EngD-traject een </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.tue.nl%2Fstuderen%2Fgraduate-school%2Fengd-aan-de-tue&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7Cbf0facec041a4d7ef45808de8e3ac5fc%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C639104580635343790%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=l%2BVJPrJ2DHjJWgME%2B6ONIEh3xSh4Hn0KGWAEW7VMZU8%3D&reserved=0"><span>postmaster</span></a><span>, waarin je geen student bent, maar een trainee. De TU Delft omschrijft het als een toepassingsgericht alternatief voor een promotieonderzoek. Volgens Wageningen Universiteit gaat het bij een EngD niet zozeer om het opdoen van nieuwe kennis. Het gaat vooral om praktische oplossingen, gericht op “de behoeften van de maatschappij en de industrie”.</span></p><p><span>Ook Twente, Groningen en de Universiteit van Amsterdam hebben EngD-trajecten in huis. De erkenning komt met terugwerkende kracht vanaf 2004, want deze trajecten bestaan al tamelijk lang. Dat is een verschil met de professional doctorates aan de hogescholen, die pas net zijn begonnen.</span></p><p><span><strong>Erkenning</strong></span><br><span>De wettelijke erkenning betekent dat de titels beschermd worden. Je mag die titels dus niet zomaar gebruiken als je geen professional doctorate of engineering doctorate hebt gevolgd, zoals je jezelf ook geen bachelor of master mag noemen zonder diploma.&nbsp;</span></p><p><span>Na de internetconsultatie gaat het wetsvoorstel naar de Raad van State, die erover adviseert. Pas daarna komt het (eventueel aangepaste) wetsvoorstel bij de Tweede Kamer.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek]]></category>
            <pubDate>Mon, 30 Mar 2026 13:09:20 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/500_promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/500_promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ea165ffd-e09b-496c-ac4d-29e334fbb8ef/promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[promoveren-promotie-diploma-afstuderen-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>De ASML-schaalsprong is een uitdaging, ook voor Fontys</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/de-asml-schaalsprong-is-een-uitdaging-ook-voor-fontys/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/de-asml-schaalsprong-is-een-uitdaging-ook-voor-fontys/</guid><pp:caseid>738760</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Het groene licht voor de uitbreiding van ASML op de campus bij Eindhoven Airport betekent een enorme kans, voor de hele regio alsook voor Fontys. Tienduizenden banen komen erbij. Maar het is ook een enorme opgave. “Het is zorgelijk dat de sociale infrastructuur hierin te weinig is meegenomen.”</strong></p><p>Dinsdagavond stemde de Eindhovense gemeenteraad in met de aanpassing van het omgevingsplan voor Brainport Industries Campus. Daar begint ASML dit najaar aan de bouw van een tweede complex, BIC2, waar uiteindelijk 20.000 mensen komen te werken.</p><p>Over anderhalf jaar zouden de eerste 5.000 medewerkers er al aan de slag kunnen. En het zijn natuurlijk niet alleen die 20.000 extra ASML-banen: bij de toeleverende bedrijven, zo is de verwachting, ontstaan nog eens minstens 50.000 extra banen.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:268/auto;width:268px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_cees-janpen090321-0077.jpg?x=1773331805407" alt="Cees-Jan Pen" width="268" height="auto">“Het is een enorme en prachtige ontwikkeling en we moeten ASML absoluut koesteren. Dit besluit maakt heel duidelijk dat de zogenaamde schaalsprong en project Beethoven dus heel concreet zijn, met 100.000 woningen en 100.000 banen erbij”, stelt Cees-Jan Pen, lector Duurzame Stedelijke Transformatie bij Fontys.</p><p>Tegelijkertijd maakt hij, zoals ook anderen, zich wel zorgen. “Want er is in de plannen weinig gedaan met de leefomgeving. De zorgen daarover worden erkend en er wordt ook over gepraat. Maar dat is wel een beetje laat. We zijn niet in staat gebleken om àlle aspecten van zo’n enorme groei mee te nemen.”</p><p>“Iedereen zal meteen denken aan woningbouw en mobiliteit, maar daar was en is al veel aandacht voor. Het zijn vooral de sociale voorzieningen – gezondheidszorg, een inclusieve leefomgeving – die in de plannen te weinig voorkomen.”</p><p><strong>Meepraten</strong><br>Dat is ook waar de enorme kans voor Fontys ligt. Want precies daarover heeft de hogeschool veel expertise in huis. “Als kennisinstituut moeten we onszelf daar dus veel meer over laten horen. We moeten meepraten. Niet alleen over aantallen en onderwijs, maar ook over onderzoek. Want neem bijvoorbeeld ook de vraag naar energie. Of beter: kringloopenergie. Het gesprek daarover moeten Fontys en de TU/e actief aangaan met betrokken partijen.”</p><p>Fontys for Society dus, in alle opzichten. Of het nu gaat om onderwijs (scholing, omscholing, bijscholing, maar ook het opleiden van leerkrachten voor de nieuwe scholen die er ongetwijfeld gaan komen), om gezondheidszorg (tienduizenden mensen erbij die zorg behoeven), mobiliteit, techniek of sociale voorzieningen.</p><p>Nu is het niet zo dat er voor de sociale infrastructuur helemaal geen bewustzijn bestaat. Pen: “Ik hoorde wethouder Steenbakkers deze week op de radio gelukkig meer aandacht vragen voor die voorzieningen. Omdat de gemeente of regio dit nooit alleen kan dragen: het rijk zal daar met middelen in moet bijspringen.”</p><p><strong>Beethoven</strong><br>Maar zal Den Haag niet zeggen: dat is nu waarom we met Operatie Beethoven 2,5 miljard beschikbaar hebben gesteld voor de Brainportregio? Voor talentontwikkeling, het bouwen van huizen en het aanleggen van infrastructuur.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:577/auto;width:577px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/919acbe9-2179-4a59-9ce1-8ee51dafb565/1920_nieuwbouw.jpg?x=1773333120114" alt="" width="577" height="auto">“Daar zit juist precies het probleem. Beethoven bestaat uit al gelabelde potjes, en die verkokering van bekostigingsstromen wreekt zich nu. De sociale infrastructuur is daar nauwelijks in meegenomen. Reken maar dat er nu bij de nieuwe minister van Sociale Zaken Vijlbrief zal worden aangeklopt.”</p><p>Dat dit nog niet gebeurd is, heeft nu al gevolgen. De weerstand in de regio groeit tegen die enorme boost van de tech-sector. Gemeenten zoals Eersel hebben al aangegeven niet mee te willen werken aan het verzoek om nog veel meer nieuwe woningen te bouwen.</p><p>“Dat gemeenten en bewoners in de regio zeggen: ja, doei.&nbsp;Dat valt wel te begrijpen. Doordat de leefomgeving niet in de plannen is meegenomen, organiseer je juist extra weerstand. En je creëert een tegenstelling tussen kenniswerkers en de rest. Dit vraagt dus om een overkoepelend verhaal. Maar wie pakt daarin de regie?”</p><p><strong>Denk Groter</strong><br>De oplossing: denk groter. Een oud Fontysthema dus, dat hier volgens Pen asbolute noodzaak is. “Er moet echt op een fysiek groter niveau worden gedacht. Als je het hebt over 100.000 extra banen en woningen, en dat is de realiteit, dan is de vraag: hoe dan? En waar dan? Het antwoord: door het breder te trekken. Door heel Zuidoost-Nederland hierin te betrekken. Van Tilburg tot en met Limburg. En ja, wie weet zelfs ook West-Brabant nog.”</p><p>Dan gaat het dus over woningen en mobiliteit. In Eindhoven wordt al flink bijgebouwd en komen er duizenden woningen bij in de komende jaren. Die gemeente timmert ook aan de weg qua mobiliteit, met onder meer een nieuw busstation en een concreet plan voor leenfietsen en -scooters. De snelweg naar Tilburg gaat verbreed worden. En er wordt achter de schermen gesproken over een lightrail of treinverbinding naar ASML en de nieuwe campus bij de luchthaven.</p><p>“Over die Brainportlijn wordt gesproken. Net als over het hogesnelheidsfietspad, het beschikbaar stellen van 1.000 deelfietsen door ASML. Maar er mag nog wel een stap gezet worden. En ook voor een NS wordt het dan nu wel echt concreet.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:557/auto;width:557px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/44c322fa-91ec-4a79-af33-edb77bee787d/1920_eindhovenairport.jpg?x=1773332898801" alt="eindhoven airport" width="557" height="auto">En de luchthaven? Los van vakantievierders, die voor een groot deel ook van veel verderaf komen, zijn er niet heel veel mensen die de handen op elkaar krijgen voor een uitbreiding van de luchthaven of het aantal vluchten. Terwijl er wel veel meer mensen in deze regio komen te wonen.</p><p>Pen: “Op zijn minst moet er nagedacht worden over wat je met die luchthaven wil. Wat is nuttiger, wat niet? Ik pleit voor een krimpdebat over dat vliegveld. Want niet alles kan overal en we moeten kritisch kijken of alle vakantievluchten wel hier moeten. De toegevoegde waarde daarvan is te beperkt en leefomgeving staat al onder druk.”&nbsp;</p><p><strong>Prettige omgeving</strong><br>Hoe belangrijk ook, de schaalsprong gaat over meer dan wonen en vervoer. Alle mensen, de huidige bewoners van de Brainportregio én de nieuwkomers, willen bovendien ook een prettige werk- en woonomgeving. “In de opzet voor die nieuwe BIC-campus is er wel rekening mee gehouden: er komt daar voldoende groen en natuur omheen. Maar zo moet er naar de hele regio worden gekeken. Je moet niet alles willen volbouwen met woningen. Je moet de groene ruimtes behouden en het landschap de ruimte geven. Zorgen dat mensen het fijn vinden om daar te wonen en te werken. Daar is nog te weinig aandacht voor."</p><p>“Ook geven de plannen nog geen antwoord op de vraag waar alle toeleverende banen rond ASML zich moeten vestigen. Over ruimte voor werken gaat het nauwelijks en zeker niet over extra mensen en middelen om de kwaliteit van veel werklocaties te verbeteren. Deze zijn veel te grijs, hebben te weinig groen en kwaliteit en zijn niet bepaald aantrekkelijk voor werknemers.”</p><p><strong>Gezondheid</strong><br>En dan zijn er de broodnodige basisvoorzieningen. Zo wenst iedereen goede gezondheidsvoorzieningen, liefst om de hoek en zonder eeuwige wachtlijsten. Janienke Sturm, lector Mens en Technologie&nbsp;en leading lector van het Fontys Centre of Expertise Health, weet daar alles van.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_sturm-trap.jpg?x=1773332757046" alt="Janienke Sturm" width="200">“Er is directe impact op de gezondheid van mensen met deze uitbreiding. Omdat de zorgvraag - bij huisartsen, jeugdzorg, ziekenhuizen – toeneemt in een toch al overbelaste sector”, aldus Sturm. “Dat zorgt voor langere wachttijden en nog meer druk op en uitval van zorgpersoneel. En er is ook indirecte impact op gezondheid door de veranderende fysieke en sociale leefomgeving: meer bebouwing, meer verkeer, duurdere woningen, veel expats.”</p><p>“Voor ons Centre of Expertise Health, en ook voor de ‘inclusive society’, is een belangrijk vraagstuk hoe je onder deze omstandigheden eerlijke kansen op gezond leven en meedoen behoudt.”</p><p><strong>Circulair</strong><br>Er zijn heel veel nieuwe werknemers nodig en de meeste zullen uit het buitenland komen. Die hebben wellicht ook scholing nodig. En de kinderen van de nieuwe werknemers hebben dat zeker.&nbsp;Alleen al daarom heeft de uitbreiding van Brainport Industries Campus ook gevolgen voor Fontys als onderwijs- en onderzoeksinstelling.&nbsp;</p><p>En dan hebben we het nog niet eens gehad over waar die enorme uitbreiding van banen vandaan komt: uit de hightech-hoek. Waar niet alleen de TU/e maar ook Fontys de nodige kennis en expertise over in huis heeft. Zo stelt Teade Punter, lector High Tech Embedded Software (HTES)<strong>&nbsp;</strong>en docent ICT en Technologie bij Fontys: “Voor ons betekent deze uitbreiding met een nieuwe campus dat we verwachten meer aan re-manufacturing in hightech systemen te gaan doen.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:269/auto;width:269px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_teadepunter-03-203879.jpg?x=1773332958772" alt="Teade Punter" width="269" height="auto">“We draaien al zogenoemde CBPS hiervoor: circular business program semi-con. De focus van Fontys ligt daarbij op circular data (met AI en digitaal product paspoort), triage (het beoordelen van de kwaliteit van producten in een retourstroom) en het bepalen van business value.”</p><p>Naast HTES zal ook het Centre of Expertise Sustainable and Circular Transitions flink aan de bak kunnen door de megagroei van Brainport. Door meer op te leiden maar ook door zich nog actiever in het maatschappelijke debat te mengen.&nbsp;</p><p>Genoeg werk aan de winkel. In de gemeente, bij de provincie, bij de NS, in heel Zuidoost-Nederland. En zeker ook bij Fontys dus.</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Nieuws,Techniek en technologie incl. ICT,Campus,Lectoraten,Ligthart,Brainport,Bestuur en medezeggenschap]]></category>
            <pubDate>Thu, 12 Mar 2026 19:10:03 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/3e666106-51d2-412d-a76c-013f4485439b/500_asml.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/3e666106-51d2-412d-a76c-013f4485439b/500_asml.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/3e666106-51d2-412d-a76c-013f4485439b/asml.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[ASML]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Jong en longcovid: ‘Je leven staat stil’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/jong-en-longcovid-je-leven-staat-stil/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/jong-en-longcovid-je-leven-staat-stil/</guid><pp:caseid>738075</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Vermoeidheid, cognitieve problemen, slaapproblemen en een groeiend gevoel van eenzaamheid. Voor veel jongvolwassenen met longcovid is het dagelijkse realiteit. Dat blijkt uit de eerste resultaten van het door docentonderzoeker Leoni van Dijk geleide onderzoek over de impact van longcovid onder jongvolwassenen.</strong></span></p><p style="text-align:start;">Het <a href="https://bron.fontys.nl/postcovid-beperkt-studie-en-werk-bij-fontys/" target="_blank">onderzoek</a> startte twee jaar geleden met als doel om meer inzicht te krijgen in de klachten en de dagelijkse beperkingen die jongvolwassenen (tussen de 16 en 30 jaar) met longcovid ervaren. Ruim vierhonderd mensen werkten eraan mee, zowel met als zonder longcovid. Leoni van Dijk, werkzaam bij Fontys Paramedisch, legt uit waarom er voor deze doelgroep gekozen is.</p><p style="text-align:start;">“Ten eerste omdat deze doelgroep ook bij Fontys rondloopt. Maar daarnaast is het ook een groep die nog onderbelicht is in de literatuur. Jongvolwassenen met longcovid worden niet genoeg gezien, terwijl ook zij grote problemen ervaren.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Toekomst onder druk&nbsp;</strong><br>Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat die problemen zeer divers zijn. Jongvolwassenen kunnen hun studie niet afronden, hun toekomst staat onder druk en het is moeilijk om sociale contacten te onderhouden. “Terwijl dat wel dingen zijn die in deze levensfase juist heel belangrijk zijn en die hun identiteit vormen. Als ze dit allemaal moeten missen, heeft dat grote gevolgen voor hun toekomst.”</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/ea0e576a-5b0d-494b-9937-902ceeff0733/500_leonivandijk.jpg?x=1772716440203" alt="Leoni van Dijk" width="200">Hoeveel jongvolwassenen met longcovid er in Nederland precies zijn, is volgens Van Dijk niet bekend. Een schatting is er wel. Het RIVM heeft namelijk een groot onderzoek uitgezet waaruit blijkt dat het om 3 tot 4 procent van alle jongvolwassenen tot 25 jaar gaat. “Het is een vermoeden hoeveel het er zijn. Deze mensen leven vaak onder de radar en bovendien is het exacte aantal ook niet bekend omdat klachten moeilijk te linken zijn aan de diagnose longcovid.”</p><p><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">Bovendien wordt de diagnose ook lang niet altijd gegeven, legt Van Dijk uit. “Dat zie ik ook terug in&nbsp;ons&nbsp;onderzoek. Zo’n&nbsp;86 procent van de deelnemers&nbsp;geeft aan een diagnose te hebben&nbsp;gekregen&nbsp;van een zorgprofessional.&nbsp;Dan blijft er&nbsp;nog 14&nbsp;procent over die wel klachten van longcovid heeft, maar geen diagnose.&nbsp;Onder deze groep is er het vermoeden dat het om longcovid&nbsp;gaat.&nbsp;Meerdere deelnemers geven aan kennis te missen bij zorgverleners, waardoor een diagnose soms uitblijft of lang op zich laat wachten.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Kwaliteit van leven</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">Bij bijna alle ondervraagden, het gaat om 98 procent, is de meest voorkomende klacht vermoeidheid&nbsp;of uitputting. Andere veel voorkomende klachten zijn&nbsp;cognitieve problemen,&nbsp;slaapproblemen, pijn in het lichaam,&nbsp;mentale problemen&nbsp;en een gevoel van eenzaamheid. Die klachten komen overeen met klachten die volwassenen met longcovid ervaren.&nbsp;Verder blijkt ook dat jongvolwassenen met longcovid een veel lagere kwaliteit van leven ervaren dan gezonde leeftijdsgenoten.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“We hebben gekeken naar welke factoren&nbsp;samenhangen met&nbsp;de ervaring van kwaliteit van leven. We kunnen geen oorzaak of gevolg aantonen, maar we kunnen wel zeggen dat&nbsp;jongvolwassenen&nbsp;met longcovid en&nbsp;overgewicht, obesitas of ondergewicht lager scoren op dit gebied. Hetzelfde geldt voor de hoeveelheid symptomen; hoe&nbsp;meer klachten iemand ervaart, hoe lager de kwaliteit van leven.&nbsp;Ook de mate van Post&nbsp;Exertionele&nbsp;Malaise (PEM), de ervaren beperkingen en de mate van eenzaamheid, voorspellen de ervaren kwaliteit van leven.”&nbsp; &nbsp;</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Hoewel de eerste resultaten al veel inzichten geven, is het onderzoek nog niet klaar. Het bevat ook nog verdiepende interviews met respondenten. Met alle resultaten wil&nbsp;Van Dijk&nbsp;uiteindelijk verschillende vormen van ondersteuningsbehoeftes in beeld brengen, zowel gericht op het fysieke als mentale stuk. “Er is nu bijna geen zorg voor&nbsp;mensen met longcovid. Er zijn wel&nbsp;longcovid-klinieken, maar&nbsp;daar kan niet iedereen terecht vanwege beperkte capaciteit en niet alles wordt&nbsp;vergoed.&nbsp;Longcovid is een biomedische aandoening die mentaal iets met je doet. Al je vrienden gaan uit, hebben het over carrière maken. En jij zit daar maar. Dat doet iets met je en&nbsp;ik vind dat daar&nbsp;meer&nbsp;aandacht en&nbsp;begeleiding voor moet zijn.”&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Gezondheid,FHPM,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 05 Mar 2026 14:30:25 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0d7d7840-96bf-4294-aca0-0f5e174ed812/500_shutterstock_1902146578.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d7d7840-96bf-4294-aca0-0f5e174ed812/500_shutterstock_1902146578.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d7d7840-96bf-4294-aca0-0f5e174ed812/shutterstock_1902146578.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[slapen moe corona longcovid student bureau]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Moreel Woordenboek: klein boekje met grote missie</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/zonder-morele-taal-geen-moreel-kompas/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/zonder-morele-taal-geen-moreel-kompas/</guid><pp:caseid>737639</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Wat als studenten straks niet kunnen uitleggen wat de woorden autonomie, rechtvaardigheid of integriteit betekenen, maar met hun mond vol tanden staan zodra ze zelf een moreel dilemma tegenkomen? Voor twee docenten Toegepaste Psychologie is dat geen denkbeeldig scenario, maar realiteit. En daarom ontwikkelden ze een Moreel Woordenboek.</strong></p><p>Het Moreel Woordenboek is een samenwerking tussen Tina ten Bruggencate en Lieke van Stekelenburg en is e<span>en klein boekje met een grote missie: morele taal terugbrengen in het onderwijs én op de werkvloer. Van Stekelenburg vertelt: "Uit onderzoek naar het ethisch kompas van studenten blijkt dat ze het moeilijk vinden. De morele taal is wat dat betreft echt ondermaats en daar komt bij dat docenten het lastig vinden om morele issues te adresseren.”</span></p><p><span>Volgens de makers begint alles met taal: “Wil je dat bespreekbaar maken, dan moet je wel weten waar je over praat", vervolgt Van Stekelenburg, aangevuld door Ten Bruggencate: “Voordat je over handelen en de dilemma's gaat praten, moet je de taal wel beheersen. Dus ontstond het idee voor een moreel woordenboekje.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Doel</strong></span><br><span>Het woordenboek is daarmee een middel, geen doel op zich. “Uiteindelijk gaat het om het morele handelen. Dit boekje is een tool, een hulpmiddel om op een uiteindelijk natuurlijke manier moreel bewustzijn en je ethisch kompas bij te kunnen stellen”, legt Van Stekelenburg uit. Het is niet de bedoeling om voor te schrijven wat goed of fout is: “We willen daar niet normerend in zijn. Het gaat echt om die bewustwording."&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/61234411-36e4-4115-b5cf-82449199d7a7/500_schermshyafbeelding2026-03-02om15.11.43.png?x=1772460738766" alt="Moreel Woordenboek" width="200">De morele taal is naar de achtergrond verdwenen, vinden de docenten. En de urgentie is groot, want morele begrippen zijn steeds minder vanzelfsprekend geworden: “Het is de afgelopen jaren uit het publieke domein weggeduwd." En dat heeft gevolgen: “Werkprocessen zijn echt geïnstrumentaliseerd, waardoor mensen het niet meer hebben over wat voor jou nou van waarde is.” En die laag is onmisbaar, benadrukken ze. “Het klinkt stoffig, maar het is zo essentieel in alles wat er gebeurt op micro- en macroniveau, het is overal,” vertelt Ten Bruggencate.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Voor wie is het boek bedoeld?</strong></span><br><span>In eerste instantie richt het woordenboek zich op studenten en medewerkers van Fontys, maar het bereik is breder. “We hebben natuurlijk ook externe stakeholders. We werken bijvoorbeeld samen met Elisabeth Ziekenhuis, de gemeente Eindhoven en andere gemeentelijke instellingen”, aldus Van Stekelenburg.&nbsp;</span></p><p><span>Voor de selectie van termen is zorgvuldig gekeken naar bestaande beroepscodes en voor de definities is er onder meer gekeken bij bestaande woordenboeken: “We hebben de dikke Van Dale erbij gehaald en waar nodig de definities toegankelijker geformuleerd.” Verder werd er ook input opgehaald binnen en buiten het lectoraat Ethisch Werken, en werd er gekeken naar wetenschappelijke literatuur. Ook begrippen uit onderzoek, zoals de ‘moral judgment action gap’, kregen een plek.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Werkvormen: van woord naar gesprek</strong></span><br><span>Het woordenboek bestaat niet alleen uit definities, maar ook uit werkvormen om actief met de begrippen aan de slag te gaan zodat je op een laagdrempelige manier het gesprek over waarden en normen kunt openen. “Dat hebben we gedaan zodat het ook blijft hangen. Je kunt er individueel mee aan de slag, in groepen, je kan het thuis doen, op je werk. Het is wat dat betreft heel erg gemakkelijk.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Levend document</strong></span><br><span>Het Moreel Woordenboek is nadrukkelijk geen eindproduct. “Het is een levend document”, stelt Ten Bruggencate. Jaarlijks moet er een geüpdatete versie uitkomen, en via een QR-code worden nieuwe woorden aangedragen. “Wanneer mensen een begrip missen, dan kunnen we die alsnog toevoegen aan het boek.”&nbsp;</span></p><p><span>Daarnaast zijn er binnen Fontys plannen om het gesprek structureel te blijven voeren. Zo wordt er gewerkt aan een zogenoemde 'ethiek estafette’. “We willen eigenlijk de fakkel doorgeven en dat ieder instituut aandacht geeft aan ethiek. Dan zou zo’n woordenboekje heel erg functioneel kunnen zijn.”&nbsp;</span></p><h5><i><span>Het Moreel Woordenboek is verkrijgbaar bij het lectoraat </span></i><a href="mailto:lectoraatethischwerken@fontys.nl" target="_blank"><i><span>Ethisch Werken</span></i></a><i><span>.</span></i></h5>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Noé,FHTP]]></category>
            <pubDate>Mon, 02 Mar 2026 15:27:05 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/c1929a56-1555-4055-be1b-c99d4cd49f27/500_tinalieke.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/c1929a56-1555-4055-be1b-c99d4cd49f27/500_tinalieke.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/c1929a56-1555-4055-be1b-c99d4cd49f27/tinalieke.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Tina Lieke]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Weerbaar in complexe wereld: &#039;Groot verschil door klein te doen&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/weerbaar-in-complexe-wereld-groot-verschil-door-klein-te-doen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/weerbaar-in-complexe-wereld-groot-verschil-door-klein-te-doen/</guid><pp:caseid>737457</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De samenleving verandert snel, van klimaatverandering tot groeiende ongelijkheid: ontwikkelingen die niet alleen politieke gevolgen hebben, maar ook diep onze manier van samenleven beïnvloeden. Tijdens het openbaar college ‘Hoe blijf ik weerbaar in een complexe wereld?’ werd hierbij stilgestaan.&nbsp;</strong></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Om duidelijk te maken wat maatschappelijke ontwrichting met mensen doet, nam Dana Feringa, socioloog en lector Inclusieve Regio, het publiek mee terug naar de coronatijd. Ze zag tijdens een online les acht studenten in digitale blokjes op haar scherm verschijnen. Veel van hen lagen nog in bed, camera’s bleven uit. Het contact was minimaal. “Vereenzaming gebeurt veel,” vertelt ze. "Solidariteit gaat niet alleen over verbondenheid voelen, maar ook over elkaar helpen. En dat kwam onder druk te staan.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Twee grote uitdagingen</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Volgens Feringa leven we in een steeds complexere samenleving die ons samenleven beïnvloedt. Wat doet dat met ons welzijn? Welke rol speelt welzijn in onze draagkracht? En wat betekent dat voor solidariteit?</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Die vragen zijn urgenter dan ooit. Feringa wees op twee mondiale uitdagingen: klimaatverandering en groeiende ongelijkheid. Denk aan de energietransitie, zichtbaar in het toenemende aantal zonnepanelen. “Maar niet iedereen kan daarin mee. Ze zijn duur. Ongelijkheid in inkomen, vermogen, opleiding en sociaal netwerk bepaalt wie kan aansluiten en wie niet.” Volgens haar vraagt dat om fundamentele keuzes. “We moeten een knop omdraaien als we ongelijkheid willen tegengaan." </span><i><span style="margin:0px;padding:0px;">[Tekst gaat verder onder de foto]</span></i></p><p><img class="image_resized" style="aspect-ratio:455/auto;width:455px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/497ffd84-6bfb-4731-b050-e45fa606b6e2/800_schermshyafbeelding2026-02-27om09.54.11.png?x=1772183194295" alt="Openbaar College" width="455" height="auto"></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Wat is welzijn eigenlijk</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Evelyne Meens, lector Leren Floreren bouwde voort op de uitleg van Feringa vanuit een verdieping van de positieve psychologie. Welzijn, zo legde zij uit, bestaat uit drie vormen die samen leiden tot floreren: emotioneel welzijn, psychologisch welzijn en sociaal welzijn, waarbij die laatste misschien wel de meest onderschatte vorm is.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Voel je je onderdeel van een groter geheel? Heb je het idee dat je bijdraagt? Vertrouw je anderen, ook onbekenden op straat?&nbsp;En heb je vertrouwen in de toekomst?&nbsp;Juist dat laatste staat onder druk, ziet Meens. Onderzoek laat zien dat jongeren minder sociaal en psychologisch welzijn ervaren dan volwassen. Vooral het vertrouwen in de medemens scoort laag, stelt ze.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Vicieuze cirkel van stres</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Wanneer solidariteit en vertrouwen afnemen, gebeurt er iets menselijks: we trekken ons terug. “Bij stress ga je beschermen wat je hebt”, legt Meens uit. Tijd en energie worden schaars en die houd je voor jezelf. Het gevolg? Minder openheid, minder nieuwe contacten, minder bereidheid om anderen te helpen. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel: minder solidariteit leidt tot minder welzijn, wat weer leidt tot nog minder solidariteit.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Volgens Meens begint de positieve spiraal bij jezelf. Wie zich emotioneel goed voelt, staat opener in het leven. “Als je goed in je vel zit, durf je eerder in te grijpen wanneer iemand wordt buitengesloten, of erger: gediscrimineerd. Dan laat je solidair gedrag zien.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Weerbaar of veerkrachtig?</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">In een complexe wereld is solidariteit geen luxe, noodzakelijk voor welzijn. Verandering begint soms verrassend klein, vertelt Feringa:&nbsp; “Onder die streep gaat het niet over weerbaarheid, maar over veerkracht. En als je een stapje extra kan zetten voor de mensen om je heen, laten we dat dan ook doen.” Ze sluit af: “Je kunt een groot verschil maken door klein te doen.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Tilburg,Lectoraten,Lectoren,Noé]]></category>
            <pubDate>Fri, 27 Feb 2026 10:11:12 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a0a5add0-a82c-4dfc-ae08-e0e84f7b05a7/500_schermshyafbeelding2026-02-27om09.54.18.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a0a5add0-a82c-4dfc-ae08-e0e84f7b05a7/500_schermshyafbeelding2026-02-27om09.54.18.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a0a5add0-a82c-4dfc-ae08-e0e84f7b05a7/schermshyafbeelding2026-02-27om09.54.18.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Dana Feringa en Evelyne Meens]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kloof in de klas: studenten divers, docenten minder</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kloof-in-de-klas-studenten-divers-docenten-minder/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kloof-in-de-klas-studenten-divers-docenten-minder/</guid><pp:caseid>737124</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>De studentenpopulatie in het hoger onderwijs verandert snel. In de collegezaal zitten studenten met uiteenlopende migratieachtergronden, verschillende religies, genders en thuissituaties. Maar degenen die voor de klas staan, vormen daar lang niet altijd een afspiegeling van.</strong></span></p><p><span>Landelijk onderzoek van Inholland laat zien dat een gebrek aan diversiteit onder docenten de afstand tot studenten kan vergroten. Studenten uit minderheidsgroepen voelen zich minder gezien, minder begrepen en minder vertegenwoordigd. Dat raakt niet alleen hun gevoel van erkend worden, maar ook hun motivatie en studiesucces.</span></p><p><span>Linda van den Bergh, lector Kansrijk Onderwijs voor Iedereen, ziet dat het gesprek over diversiteit onder medewerkers vaak begint bij wat zichtbaar is en dat het daar vaak ook bij blijft. “De diversiteit die het eerst gezien wordt zijn zichtbare kenmerken, en die worden meestal uitgelicht als we het over deze kwestie hebben. Maar iedere groep is per definitie divers, alleen niet alles is zichtbaar.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:255/auto;width:255px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/194c0400-8bba-4211-92c5-6cb9e2deabeb/800_lindavandenbergh-2.jpg?x=1771946499231" alt="Linda van den Bergh" width="255" height="auto">Geen symboolpolitiek</strong></span><br><span>“Representatie voor de klas is daarom heel belangrijk", aldus de lector. Ze legt uit dat studenten zich vaak spiegelen aan wie er voor de klas staan. “Als (succes)verhalen steeds uit dezelfde hoek komen, kan dat bewust of onbewust de boodschap afgeven wie er past in het systeem en wie niet."</span></p><p><span>Die representatie zit echter niet alleen in docenten, maar ook in materiaal en voorbeelden. “Als je kritisch kijkt naar bijvoorbeeld een PowerPoint of materialen die docenten gebruiken, zie je dat het vaak niet heel divers of inclusief is.” Diversiteit zou volgens de lector geen correctie achteraf moeten zijn, maar het vertrekpunt: “Dat je uitgaat van diversiteit en niet probeert om te gaan met.”</span></p><p><span><strong>(On)zichtbare kenmerken</strong></span><br><span>Een andere misvatting is dat diversiteit vooral een vraagstuk is dat elders plaatsvindt. In ogenschijnlijk homogene opleidingen klinkt soms: 'hier speelt dat niet’. “We zien dat er soms nog geen urgentie gevoeld wordt bij dit onderwerp. Maar ook in ‘witte’ klassen bestaan er verschillen, zoals in sociaaleconomische achtergrond, religie of thuissituatie. Diversiteit is er dus altijd, maar de vraag is of ze wordt herkend en erkend.” Ze vult aan: "Bewustwording van diversiteit en andermans perspectieven zijn daarbij belangrijk. Vanuit daar reflecteren op hoe je daar als docent goed op in kunt spelen zou de aandacht moeten krijgen.”</span></p><p><strong>Thuisvoelen</strong><br><span>De lector legt uit dat er eerder al binnen Fontys een onderzoek naar de sense of belonging is uitgevoerd, wat zich richtte op hoe welkom studenten en docenten zich voelen. Daaruit bleek dat de opvattingen over diversiteit heel breed zijn. “Wat vooral opviel is dat met name de open houding van docenten een grote rol speelt in het zich thuis laten voelen van studenten. Dat mensen bereid zijn om jou te leren kennen, om perspectieven met elkaar te vergelijken en elkaar aan te horen.”&nbsp;</span></p><p><span>Toch schuift het gesprek over de brede definitie van diversiteit volgens Van den Bergh in de praktijk snel terug naar achtergrond en wordt vooral gefocust op zichtbare kenmerken. “Als je bijvoorbeeld kijkt naar de communicatie naar buiten, of bij de werving van nieuwe studenten en medewerkers, zie je dat er vaak weer wordt teruggegrepen op die zichtbare kenmerken.”</span></p><p><span><strong>Studenten willen erkenning</strong></span><br><span>Ook het onderzoek van Inholland laat zien dat studenten en docenten diversiteit verschillend beleven. Studenten koppelen inclusie vooral aan herkenning en de ruimte om zichzelf te zijn, terwijl docenten de nadruk leggen op gelijke kansen en professionele standaarden. Die perspectieven lijken op elkaar, maar raken elkaar niet altijd.</span></p><p><span>Dat wordt vooral zichtbaar bij gevoelige thema’s in de klas zoals religie, cultuur en maatschappelijke spanningen. Veel docenten ervaren daarbij handelingsverlegenheid: ze willen niemand kwetsen, niets verkeerd zeggen, of de sociale veiligheid bewaken. Die terughoudendheid herkent Van den Bergh: “Het zijn gevoelige thema’s, en daar worden docenten natuurlijk bang van. Tegelijkertijd weten we allemaal dat er dingen spelen. De studenten weten dat ook.”</span></p><p><span>De lector benadrukt dat studenten het merken als gevoelige onderwerpen uit de weg worden gegaan: “Net doen alsof het er niet is, is geen oplossing." Landelijk geven vooral studenten uit minderheidsgroepen aan dat zij zich daardoor minder gehoord voelen. &nbsp;De oplossing? Die zit volgens Van den Bergh in de open dialoog tussen docenten en studenten: “Erken dat er verschillende perspectieven zijn en niet dat er één waarheid is. Die is er namelijk nooit.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Diversiteit,Diversiteit en inclusiviteit,Lectoren,Lectoraten,Noé]]></category>
            <pubDate>Tue, 24 Feb 2026 16:33:03 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-388588465.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-388588465.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/shutterstock-388588465.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[docent leraar lesgeven klas school]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Ondanks potentie blijft SmartGlove in Fontys-vitrine</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/ondanks-potentie-blijft-smartglove-in-fontys-vitrine/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/ondanks-potentie-blijft-smartglove-in-fontys-vitrine/</guid><pp:caseid>736207</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p style="margin-left:0cm;text-align:start;">Bron vroeg Fontys om een algemene reactie op dit stuk, en kreeg het volgende antwoord: “Fontys ontwikkelt en verkoopt geen commerciële goederen. In theorie zou dat wel mogen, zolang we geen oneerlijke concurrentie zijn voor bedrijven. Maar Fontys kiest hier bewust niet voor. Wij willen ons volledig richten op onze belangrijkste taken: goed onderwijs geven, praktijkgericht onderzoek doen en kennis delen met de maatschappij."&nbsp;</p><p style="margin-left:0cm;text-align:start;">"Daarnaast zegt de Wet Markt en Overheid dat publieke instellingen hun commerciële activiteiten moeten scheiden van hun onderwijs. Dat maakt het ingewikkeld. Een commercieel goed brengt ook risico’s met zich mee. Denk aan financieel risico, aansprakelijkheid en verplichtingen voor garantie en service. Fontys vindt dat dit niet bij ons past als onderwijsinstelling. Ook kunnen commerciële belangen van docenten of onderzoekers botsen met objectief onderwijs, onafhankelijke beoordeling en wetenschappelijke integriteit. Daarom kiest Fontys ervoor om niet zelf commerciële goederen te ontwikkelen en op de markt te brengen.”</p><p style="margin-left:0cm;text-align:start;">Wel heeft het college van bestuur eind vorig jaar de Fontys Regeling Kennisvalorisatie vastgesteld. Deze regeling wordt momenteel geïmplementeerd - door Bart van Duijl en Astrid Wiktor – en treedt 1 september 2026 in werking. “Daarom is deze regeling nog niet gepubliceerd op de portal en website van Fontys. De regeling maakt het voor medewerkers en studenten mogelijk om binnen Fontys ontwikkeld werk extern te gelde te maken conform de procedures zoals vastgelegd in de regeling. Hierbij wordt onder meer rekening gehouden met publieke/private geldstromen, integriteit en belangenverstrengeling. Veel belovende resultaten kunnen dan dus wel vermarkt gaan worden, maar niet via Fontys.”</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Jarenlang&nbsp;werd er&nbsp;onder anderen&nbsp;door&nbsp;onderzoekers&nbsp;Fred&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Geert-Jos van der&nbsp;Maazen&nbsp;ziel en zaligheid gelegd in het ontwikkelen van de SmartGlove, een&nbsp;‘slimme&nbsp;handschoen’&nbsp;voor orthopedisch technologen.&nbsp;Nu wordt het resultaat daarvan tentoongesteld in het&nbsp;Waalwijkse&nbsp;museum&nbsp;het&nbsp;Schoenenkwartier. Maar het&nbsp;product&nbsp;namens&nbsp;Fontys&nbsp;op de markt brengen? “Dat kan niet, en dat is zó jammer.”</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De SmartGlove is een resultaat uit het onderzoeksproject&nbsp;SmartScan,&nbsp;dat&nbsp;mede&nbsp;gefinancierd wordt door Regieorgaan SIA. Het product kan het beste omschreven worden als een slimme handschoen die gebruikt wordt bij het aanmeten&nbsp;van&nbsp;op maat gemaakte orthopedische schoenen voor mensen met voetproblemen. Denk daarbij aan mensen met een klapvoet of mensen met reuma of diabetes.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Gips of geen gips</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Dat proces gebeurt al van oudsher met behulp van gips. Maar, vertelt&nbsp;associate&nbsp;lector&nbsp;Fred&nbsp;Holtkamp: “Dat gips wordt&nbsp;op bepaalde punten&nbsp;gemanipuleerd&nbsp;om de goede stand te krijgen. Dat doe je met je handen en&nbsp;vervolgens wordt&nbsp;de kennis die je in je handen hebt&nbsp;in het gipsmodel&nbsp;weggezet.&nbsp;Maar je ziet niet hoe je dat doet; er zijn geen waardes voor hoe hoog de druk is die je&nbsp;met je handen&nbsp;uitoefent op die&nbsp;kracht”.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/161b11ce-3fd2-4f56-a9af-3cf5e5c95243/500_img_38332.jpg?x=1770894905306" alt="Fred Holtkamp" width="200">De kennis wordt bij het gebruik van gips dus niet zichtbaar. “Maar de SmartGlove maakt die kennis wél zichtbaar dankzij allerlei sensoren.&nbsp;Het aanmeetproces wordt met de handschoen niet alleen veel nauwkeuriger, maar ook sneller.&nbsp;Bovendien is de nieuwe methode patiëntvriendelijker, op termijn kostenbesparender en een stuk milieuvriendelijker omdat je hiermee niet al dat gips bij het chemisch afval hoeft te gooien.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Eindeloze mogelijkheden</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Voor nu wordt de handschoen alleen nog gebruikt op de voet, maar de technologie zou ook toepasbaar kunnen zijn op andere lichaamsdelen. Voor het aanmeten van protheses bijvoorbeeld, voor tandartsen, zelfs voor chirurgen. “Als je eenmaal kunt digitaliseren wat je met je handen doet als je die handschoen aan hebt, qua kracht en positie, dan kun je er heel veel mee. De voorbeelden zijn eindeloos”, zegt Geert-Jos&nbsp;van der&nbsp;Maazen.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Een veelbelovende techniek dus&nbsp;– waar in 2023 zelfs een SIA RAAK-Award mee is gewonnen –&nbsp;en toch wordt die volgens&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Van der&nbsp;Maazen&nbsp;nog nergens ter wereld op deze manier toegepast. Reden genoeg om er als&nbsp;Fontys&nbsp;meer&nbsp;mee te doen, toch? “We zouden dit soort producten graag via&nbsp;Fontys&nbsp;op de markt brengen, maar dat is nog niet mogelijk", zegt Holtkamp. "We hopen dat&nbsp;Fontys&nbsp;hier de komende jaren een beleid voor ontwikkelt zodat veelbelovende projecten met hun resultaten ook&nbsp;vermarkt&nbsp;kunnen worden.&nbsp;Ik heb me daar al hard voor gemaakt, heb zelfs vragen gesteld aan het bestuur, maar tot nu toe zonder succes.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Misschien in eigen beheer uitbrengen dan? Het is immers ‘jouw kindje’?&nbsp;“Daar heb ik ook al over nagedacht, maar&nbsp;dan heb je héél veel geld nodig.&nbsp;Daar komt bij dat ik het ook onethisch zou vinden omdat we voor de ontwikkeling van dit project heel veel publieksgelden hebben gekregen. Als ik daar dan in mijn eentje mee vandoor ga… Nee, dat ga ik niet doen. Het is en blijft een discussiepuntje binnen&nbsp;Fontys.”&nbsp;&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e392c693-f189-457d-9ceb-d77a72a6350c/500_img_3833.jpg?x=1770894915675" alt="Geert-Jos van der Maazen" width="200">En terwijl dat gesprek&nbsp;gevoerd wordt, blijven&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Van der&nbsp;Maazen&nbsp;zich samen met verschillende&nbsp;Fontys-opleidingen en studenten&nbsp;inzetten voor verdere ontwikkelingen op het gebied van de SmartGlove.&nbsp;Ze hebben tal van ideeën hoe ze het bestaande prototype verder kunnen uitbouwen en moderniseren.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Van der&nbsp;Maazen: “Nu meten we alleen hoe hard je drukt, maar nog niet wanneer je té hard drukt. Daar willen we een waarschuwingssysteem voor ontwikkelen.” Aangevuld door&nbsp;Holtkamp: “We willen de handschoen heel graag&nbsp;doorontwikkelen&nbsp;tot het een product is dat we in een doosje&nbsp;zo aan de markt zouden kunnen aanbieden.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Eindhoven,Onderzoek Algemeen,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Fri, 13 Feb 2026 09:39:59 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/500_img_3831.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/500_img_3831.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/img_3831.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fred Holtkamp en Geert-Jos van der Maazen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector zet Brabantse scholen meer in beweging</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-brengt-basisscholen-meer-in-beweging/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-brengt-basisscholen-meer-in-beweging/</guid><pp:caseid>736227</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Ongeveer vier op de tien kinderen ervaart bewegingsarmoede. Om dat tegen te gaan overhandigde Dave van Kann, lector van het lectoraat Move to Be, afgelopen week de Basisschool in Beweging-awards aan scholen die dit aanpakken.&nbsp;</strong></span></p><p><span>De awards zijn onderdeel van een initiatief dat het lectoraat Move to Be samen opzette met de provincie Noord-Brabant. De provincie wilde aanvankelijk een prijs uitreiken aan de sportiefste school van Brabant, maar daar was Dave van Kann, lector ‘Leren Bewegen in en rondom School’, het niet mee eens. “Want waarom zou je een school die het al heel goed doen nog eens extra belonen?”</span></p><p><span>Uiteindelijk besloot de provincie, in samenwerking met het lectoraat, om de prijs te combineren met het systematisch bestrijden van bewegingsarmoede van kinderen in Brabant: de Basisschool in Beweging-award. “Zodat kinderen structureel meer kunnen bewegen.” Hetgeen waar de lector vanuit zijn lectoraat ook </span><a href="https://bron.fontys.nl/bewegen-tussen-lessen-door-moet-gemeengoed-worden/" target="_blank"><span>onderzoek naar doet</span></a><span>.&nbsp;</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:282/auto;width:282px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/68efb361-3eea-4efe-ade4-cb082d272643/800_fontys-dave.jpg?x=1770898841364" alt="Dave van Kann" width="282" height="auto">Bewegen, bewegen, bewegen</strong></span><br><span>Ruim 50 basisscholen in Brabant vulden daarom een ‘quick scan’ in. Een vragenlijst waarin duidelijk werd hoe goed de scholen al scoorden op bewegingsgebied en waar nog ruimte tot verbetering zat. Ook deelden meer dan 30 scholen hun beweegambitie. “Deze scholen hebben we daarna in drie categorieën verdeeld: scholen waar nog heel veel ruimte voor verbetering zit, scholen die al aardig op weg zijn en scholen die het al heel goed doen.”</span></p><p><span>Uit iedere categorie werd vervolgens één winnaar gekozen. De prijs? De award, een geldbedrag en begeleiding vanuit het lectoraat om de beweegambitie te realiseren. Te beginnen met Basisschool de Boog in Eindhoven. Zij wonnen in de categorie waar de meeste vooruitgang valt te boeken. “Een school met een mooie gemêleerde leerlingenpopulatie, waar gedurende het jaar meerdere challenges uitgevoerd gaan worden in het teken van bewegen.” Dat doen ze samen met ouders, leerkrachten, leerlingen en wijkbewoners. “Om echt een beweegcultuur te bewerkstelligen.”</span></p><p><span><strong>Ruzie en successen</strong></span><br><span>Winnaar nummer twee is De Montessorischool in Bergen op Zoom. Daar focust het plan zich voornamelijk op meer professionele beweging tijdens de tussentijdse opvang. “Een pauzemoment dat begeleid wordt door vrijwilligers, maar waarin kinderen weinig actief zijn. Vaak gaat dat gepaard met bepaald conflictgedrag. Het potentieel dat daar mist wordt de komende tijd in kaart gebracht zodat we daar de juiste oplossingen kunnen implementeren voor meer beweging en uiteindelijk ook beter gedrag.”</span></p><p><span>De school die in de laatste categorie won is Campus aan de Lanen in Rosmalen. “Een school die in alle onderdelen al bewegen ademt en werkt met coaches binnen het principe Outdoor Education.” Volgens de lector een schoolconcept dat werkt, maar gebukt dreigt te raken onder het eigen succes. “De school is enorm hard gegroeid, heeft een nieuwe directeur en zet docenten eerder in als coaches. Maar degene die hier verantwoordelijk voor is, ervaart een grote werkdruk. Daarom gaan we ons middels hun plan richten op het professionaliseren van het leerkrachtenteam, zodat we alle faciliteiten en mogelijkheden hier kunnen versterken.”</span></p><p><span><strong>Kans voor ieder kind</strong></span><br><span>De winnaars krijgen - in chronologische volgorde - 6.500, 5.000 en 3.500 euro om de plannen te realiseren. Degenen die niet gewonnen hebben hoeven in ieder geval niet te treuren. Buiten dat de wedstrijd komende zomer terugkeert, krijgt iedere basisschool nog een terugkoppeling op hun scores en ambities, zodat iedereen alsnog zelf aan de slag kan met de realisatie ervan.</span></p><p><span>“We willen vooral dat scholen bewust na gaan denken over de functie van bewegen tijdens de schooldag op en rondom school. Dat kan binnen de organisaties verspreid worden als een olievlek, zodat we ieder kind uiteindelijk de kans kunnen bieden om zo goed en </span><a href="https://bron.fontys.nl/bewegingslector-kinderen-die-bewegen-zijn-straks-de-actieve-volwassenen/" target="_blank"><span>gezond mogelijk</span></a><span> op te groeien."</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,PRO Sport,Gezondheid en sport,Lectoraten,Lectoren,Eindhoven,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 12 Feb 2026 14:39:19 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_schoolplein.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_schoolplein.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/schoolplein.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[&amp;ldquo;Kinderen die meer buiten spelen, kunnen zich beter concentreren en dus beter leren&amp;quot;, zegt Fontys-student Charlotte Casant.]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[&amp;copy;Shutterstock]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Digitale mediatheken? Lector pleit voor heroverweging</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/digitale-mediatheken-lector-pleit-voor-heroverweging/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/digitale-mediatheken-lector-pleit-voor-heroverweging/</guid><pp:caseid>735358</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Waar Fontys al jaren inzet op het digitaliseren van de mediatheken, onderstreept de Tweede Kamer juist opnieuw het belang van de fysieke bibliotheek. Voor lector Bart Wernaart reden voor een heroverweging van de digitale invulling van mediatheken binnen Fontys, wat jaren geleden een flinke discussie opleverde.</strong></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Met een aanscherping in de Bibliotheekwet stelt de overheid 60 miljoen euro extra beschikbaar en wordt een zorgplicht ingevoerd. Daarmee worden gemeenten en ook de Caribische eilanden verplicht om te zorgen voor voldoende bibliotheken.</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;">In 2023 besloot Fontys om de mediatheken volledig digitaal te reorganiseren. “Aanvankelijk was er weerstand en onrust, maar uiteindelijk werd in 2023 de reorganisatie definitief, na akkoord van medezeggenschapsraden en vakbonden.” Dat laat woordvoerder Wim Pleunis weten.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">De woordvoerder zegt ook dat Fontys niet van koers zal veranderen na de aanscherping van de Bibliotheekwet. “De aanscherping voor de wet geldt voor de gemeenten. Voor Fontys zit hier geen reden voor heroverweging in.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Kritisch denken</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Tegelijkertijd ziet lector Moral Design Strategy Bart Wernaart juist wel duidelijke redenen om de rol van fysieke mediatheken opnieuw te bekijken. De huidige mediatheken zijn volgens Wernaart namelijk vooral ingericht op snelheid en efficiëntie, met duidelijke gevolgen voor hoe mensen lezen en leren.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">“Veel online platforms lokken uit dat je steeds kortere teksten leest en daardoor sneller afhaakt. Je wilt eigenlijk het tegenovergestelde bereiken.” Het vermogen om langere teksten te begrijpen, staat daarmee onder druk, legt hij uit: “Ik denk dat het heel belangrijk is om een vakinhoudelijke tekst tot je te kunnen nemen, daar een mening over te vormen en er kritisch op te reflecteren. Juist die kritische houding is in tijden van desinformatie en AI-gegenereerde, vaak ongecontroleerde content heel belangrijk.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:322/auto;width:322px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/38e2cf0d-15ac-4587-8980-4833cb069729/800_schermshyafbeelding2026-02-05om12.09.41.png?x=1770290610038" alt="Bart Wernaart" width="322" height="auto">Dat vraagt om focus en rust, vindt Wernaart. “Dan moet je mensen dus in staat stellen om lange stukken tekst onafgebroken te kunnen bestuderen, zonder dat je wordt afgeleid.” Iets wat volgens hem lastig is in een volledig digitale omgeving waarin leren, sociale media en entertainment vaak via hetzelfde apparaat lopen.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Maatschappelijke functie</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Zowel bibliotheken als mediatheken kunnen meer zijn dan een plek om enkel boeken op te slaan. Het zijn fysieke kennisomgevingen met een maatschappelijke functie. Wernaart noemt de LocHal en de verbinding met Mindlabs in Tilburg als voorbeeld.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">“Je bent omgeven door boeken en dat heeft een aantoonbaar inspirerend effect. Het is daar altijd druk, er worden workshops gegeven, lezingen, mensen komen voor ontmoetingen, het leeft. Het heeft een overduidelijke maatschappelijke functie én een positief effect op kennisdeling.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">De keuze voor digitale mediatheken had wat hem betreft daarom ook anders uitgedacht kunnen worden. “Bij de mediatheken die we voorheen hadden, konden we ook denken: hoe kunnen we die herontwerpen zodat ze beter bezocht worden en een spilfunctie op de campus krijgen? We willen tenslotte een ‘Sticky Campus’, maar in plaats daarvan hebben we gezegd: ‘digital first’.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Technologische ontwikkelingen</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De opkomst van AI en andere technologische ontwikkelingen maken een heroverweging volgens Wernaart nog urgenter. Waar ooit werd gedacht dat alles online kon, ziet hij nu duidelijke grenzen: “Je hebt te maken met techbedrijven die dolgraag je aandacht willen voorspellen en vangen. Tegelijkertijd wijzen veel studies erop dat leren effectiever is in een fysieke, tastbare omgeving. Bovendien kunnen fysieke kennisomgevingen ook helpen om technologie op een verantwoorde manier te gebruiken.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Daar komt bij dat de samenleving veranderd is, zegt Wernaart. “Er is een probleem met desinformatie, met onze afnemende spanningsboog en met de capaciteit om langere teksten te lezen. Vooral de reflectieve stof, denk aan moraliteit, iets in historische context kunnen plaatsen, of nadenken over samenlevingen is belangrijk om mee te geven.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Vertragen</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De lector pleit voor een hybride mediatheekstructuur, waarin inspiratie en technologie samenkomen. Digitaal op zichzelf is helemaal niet verkeerd, zegt hij, maar moet wel een keuze zijn en geen doel. "Afwisselen tussen digitaal en fysiek is essentieel, daar geloof ik heel sterk in.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Hoewel hij zelf veel digitaal werkt, ziet hij ook wat er verloren dreigt te gaan. “Het vermogen om een paar stappen terug te zetten, even diep adem te halen, je af te sluiten van de rest en na te denken over wat je net gelezen hebt, dat zijn we aan het verliezen.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Daaraan toevoegend: “Verhalen lezen en jezelf onderdompelen, gecombineerd met bijvoorbeeld AI om samen te sparren, gepersonaliseerd te leren of gepersonaliseerd je data te structureren: die combinatie lijkt me geweldig.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,mediatheek,Lectoraten,Lectoren,Noé]]></category>
            <pubDate>Thu, 05 Feb 2026 12:29:34 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/1b59bc0a-bb79-44c5-babf-437ab77736b1/500_shutterstock-674867536.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/1b59bc0a-bb79-44c5-babf-437ab77736b1/500_shutterstock-674867536.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/1b59bc0a-bb79-44c5-babf-437ab77736b1/shutterstock-674867536.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[mediatheek bibliotheek boek]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Carsten Schlipf/Shutterstock]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Onderzoekers vragen kabinet om meer steun circulariteit</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/onderzoekers-vragen-kabinet-om-meer-steun-circulariteit/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/onderzoekers-vragen-kabinet-om-meer-steun-circulariteit/</guid><pp:caseid>735337</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De economie en samenleving in Nederland moeten weerbaar en minder afhankelijk worden op circulair gebied. Daar zetten wetenschappers zich voor in, maar omdat ze er zonder hulp van de overheid niet komen, schreven ze een brief naar het nieuwe kabinet. Ondertekend door ruim honderd onderzoekers, onder wie vier werkend bij Fontys.</strong></p><p>De brief is een initiatief van hoogleraar Ernst Worrell van de Universiteit Utrecht en is ontstaan vanuit een groot onderzoeksproject waar een miljoenenbudget voor beschikbaar is gesteld, waar Fontys als partner aan deelneemt. Het project heeft als doel de circulaire transitie in Nederland te versnellen door verschillende partijen samen te brengen. Dat zijn partijen zoals bedrijven, maar ook burgers, maatschappelijke organisaties en overheden.</p><p><strong>Economische druk</strong><br>Met de <a href="https://hetgroenebrein.nl/nieuws/100-wetenschappers-willen-vaart-in-de-circulaire-economie/" target="_blank">brief</a> willen de ondertekenaars de overheid actief oproepen om circulariteit structureel op te nemen in het beleid en regeerakkoord. Dat is namelijk hard nodig, zegt Biljana Pešalj, lector van het lectoraat Circulaire Transitie bij Fontys, omdat zowel op Europees als nationaal niveau bepaalde duurzaamheidsmaatregelen onder druk staan. “Ambities op het gebied van circulariteit en duurzaamheid lijken soms te wijken voor economische druk”, legt ze uit.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:252/auto;width:252px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a5a49493-c18c-4e3b-ba6d-8362abd8d58f/800_headerbiljanapesalj.jpg?x=1770281900417" alt="Biljana Pešalj" width="252" height="auto">Bedrijven zijn volgens de lector soms meer bezig met hun concurrentiepositie dan met het punt waar het eigenlijk om zou moeten draaien: het verbeteren van de circulaire transitie. Want als de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair wil zijn, waarbij producten en grondstoffen continu opnieuw worden gebruikt en er bijna geen afval meer is - zoals beschreven staat in nationale beleidsdocumenten van de Nederlandse overheid - dan moet er iets gebeuren. En wel nu.</p><p>“Het nieuwe kabinet heeft daar op meerdere vlakken een belangrijke rol in”, stelt Pešalj. “Op het gebied van vooruithelpen en investeren, maar ook het winstgevend maken van circulair ondernemerschap. Sommige niet-duurzame grondstoffen, zoals plastic, zijn anno 2026 namelijk nog steeds goedkoper dan gerecyclede alternatieven. Alleen de overheid kan daar met subsidies verandering in brengen.”</p><p><strong>Hulp nodig</strong><br>Daarnaast, gaat de lector verder, heeft de overheid ook een sleutelrol in het samenbrengen van betrokken partijen en het creëren van een gedeelde richting. Dat vraagt om een gezamenlijke visie: wat is het einddoel en waar willen we als samenleving naartoe? “Die visie bestaat in grote lijnen al. Nederland heeft een circulair-economiebeleid, er zijn implementatieagenda’s en er zijn routekaarten. De plannen zijn er, maar plannen alleen zijn niet voldoende. De uitdaging zit in de uitvoering en daar is hulp bij nodig.”</p><p>Kortom: zonder ondersteuning van hogere hand kom je er niet. De politieke bereidheid om op dit gebied door te pakken is er nu al wel, maar volgens Pešalj lijkt die minder groot dan voorheen. Precies de reden waarom deze brief is geschreven. Om te benadrukken dat verandering noodzakelijk is en dat de wetenschap hierbij kan helpen.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/efc7ac1e-b5c0-460c-879a-3e16ab9101f5/500_fotolectoraatyvonnekleinerportret.jpg?x=1770281889038" alt="Yvonne van Lith" width="200">De oplossing</strong><br>Studenten kunnen daar volgens Yvonne van Lith, docent-onderzoeker bij Fontys en tevens één van de briefondertekenaars, ook aan bijdragen. “We willen de mogelijkheden voor studenten binnen onze onderzoeken op het gebied van circulaire economie verbreden, zodat ze al tijdens hun opleiding aan complexe vraagstukken kunnen werken of kunnen helpen bij het oplossen ervan. Studenten hebben er vertrouwen in dat ze een klein deel van de oplossing kunnen zijn.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Duurzaamheid,Lectoraten,Lectoren,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 05 Feb 2026 10:14:10 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/5ce5900a-8c7a-4113-828f-61004a7833bd/500_shutterstock_2350303869.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/5ce5900a-8c7a-4113-828f-61004a7833bd/500_shutterstock_2350303869.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/5ce5900a-8c7a-4113-828f-61004a7833bd/shutterstock_2350303869.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[circulaire economy duurzaam groen wereld]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys-student: verpakking bepaalt je keuze in de super</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-student-verpakking-bepaalt-je-keuze-in-de-super/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-student-verpakking-bepaalt-je-keuze-in-de-super/</guid><pp:caseid>735227</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Tientallen soorten plantaardige vleesvervangers om uit te kiezen, maar welke pak je? Het afstudeeronderzoek van student Pia Hommen concludeert dat het ontwerp van de verpakking een grote invloed heeft op die keuze. “Beeld zegt meer dan tekst.”</strong></p><p>Wie in de supermarkt het schap met plantaardige vleesvervangers regelmatig bezoekt, weet dat er heel veel verschillende merken, soorten, smaken en dus ook verpakkingen zijn. Maar welke verpakkingen het beste werken? Die vraag heeft Pia Hommen, student International Business in Venlo, voor haar afstuderen onderzocht voor het lectoraat Business Innovation.&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a9921631-69a7-424b-8313-d9a0d38459ef/500_portraitpia.jpg?x=1770201689662" alt="Pia" width="200">“Ik heb gekeken naar producten die op het eerste gezicht gezond lijken, zoals vleesvervangers”, vertelt Pia. Ze fotografeerde dertien bestaande verpakkingen van vleesvervangers en analyseerde die vervolgens op basis van kleur, claims, visuals en de Nutri-Score. Vervolgens maakte ze eigen designs die volgens de literatuur gezonder zouden moeten overkomen. De ontwerpen legde ze samen met de bestaande verpakkingen voor aan respondenten.</p><p><strong>Rijk aan eiwitten</strong><br>En wat blijkt nou? De meeste mensen beslissen binnen drie seconden op basis van kleuren en beelden of ze een verpakking al dan niet gezond vinden ogen. “Mijn resultaten zeggen dat een groene verpakking beter wordt beoordeeld, net als een claim zoals ‘rijk aan eiwitten’ en afbeeldingen met gezonde ingrediënten.”</p><p>Consumenten kijken volgens Pia meer naar de gezonde aspecten van een verpakking dan naar de duurzame. Groen werkt daarbij beter dan geel of rood en veelbelovende teksten doen het beter dan geen teksten. “Kleur is de factor waar mensen het eerste op reageren, dus dat heeft de eerste prioriteit. Daarna kijken ze naar de claims, die je het beste één of twee kunt gebruiken. Voor een Nutri-Score moet een bedrijf in aanmerking komen, maar als ze dat doen, zou ik ze zeker adviseren deze te vermelden.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:350/auto;width:350px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/415bcb24-4fed-4293-96c0-7c6ff0984e0b/800_vegan.png?x=1770201802140" alt="" width="350" height="auto">Meer betalen</strong><br>En als al die adviezen worden opgevolgd, wat dan? “Uit mijn resultaten blijkt dat mensen bereid zijn om 29 eurocent meer te betalen voor een gezond ogende verpakking.”&nbsp;</p><p>Pia heeft zich voor haar onderzoek op de Duitse markt gericht, maar ze verwacht dat er in Nederland soortgelijke resultaten zouden komen. “De literatuur op dit gebied is vrij algemeen, maar je hebt wel verschillende merken in Duitsland en Nederland, dus de marktscan en enquête die ik heb uitgevoerd, zouden bij een soortgelijk onderzoek in Nederland opnieuw moeten worden gedaan.”</p><p><i>De afbeeldingen boven- en onderaan dit artikel laten links de verpakking zien zoals-ie in de winkel ligt en rechts na de aanbevelingen van Pia.&nbsp;</i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Limburg,Student,FIBS,Lectoraten,Luiken]]></category>
            <pubDate>Wed, 04 Feb 2026 12:00:08 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/63032e9d-e114-4e5e-b344-f435f4b2d11a/500_voorenna.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/63032e9d-e114-4e5e-b344-f435f4b2d11a/500_voorenna.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/63032e9d-e114-4e5e-b344-f435f4b2d11a/voorenna.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Voor en na]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Studentenwelzijn is onderdeel van goed onderwijs&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/studentenwelzijn-is-onderdeel-van-goed-onderwijs/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/studentenwelzijn-is-onderdeel-van-goed-onderwijs/</guid><pp:caseid>733917</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De Onderwijsraad stelt in een nieuw rapport dat welzijn onder studenten te vaak benaderd wordt als een persoonlijk gezondheidsprobleem. Terwijl welzijn juist vooral een uitkomst zou moeten zijn van goed onderwijs. “Dit versterkt ons beeld”, zegt Rens Gresnigt van Studentvoorzieningen bij Fontys.</strong></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Volgens de Onderwijsraad wordt er in beleid en praktijk te vaak gericht op uitdagingen en problematiek rondom stress en mentale gezondheid. Maar die eenzijdige blik leidt vaak tot zorgtrajecten en individuele begeleiding, terwijl juist het onderwijs zelf overvraagd raakt.&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">De raad </span><a href="https://bron.fontys.nl/onderwijsraad-hekelt-eenzijdige-blik-op-welzijn-studenten/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">pleit daarom</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;"> voor een breder perspectief, waarin welzijn niet alleen een zorgvraag is, maar ook een onderwijskwestie. Onderwijs biedt immers ruimte voor zingeving, persoonlijke ontwikkeling en bescherming tegen maatschappelijke druk, en kan daarmee actief bijdragen aan het welzijn van studenten.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Ook binnen Fontys staat het welzijn van studenten hoog op de agenda. Welzijn wordt hier niet uitsluitend gezien als iets dat moet worden ‘gerepareerd’, maar als iets dat kan ontstaan door goed en betekenisvol onderwijs.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Brede blik op welzijn</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Volgens Rens Gresnigt van Studentenvoorzieningen bevestigt het rapport van de Onderwijsraad wat de hogeschool al langere tijd uitdraagt en faciliteert. “Het versterkt ons beeld eigenlijk alleen maar. We zijn al heel lang bezig met deze thema’s. Het is niet dat we naar aanleiding van het bericht iets extra’s gaan doen. Het helpt ons vooral met de visie en koers die we al hebben, namelijk: floreren in je leerproces.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f7cc3dbe-4244-41f5-8382-e0c95c4904ca/500_rensgresnigt.jpg?x=1768998840293" alt="Rens Gresnigt" width="200">Het is niet wenselijk om welzijn eenzijdig te benaderen, stelt zowel de raad als Gresnigt: “We voelen ons versterkt door het rapport en hebben al een tijd de visie dat welzijn geen eenzijdige benadering moet zijn, jaren geleden was dat nog anders.”&nbsp;</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Die benadering was in het verleden vooral curatief. Een probleem werd pas opgelost als een student met een hulpvraag kwam. Nu wordt er ook preventief en versterkend gehandeld, zo benadrukt Gresnigt: “Tegenwoordig benaderen we welzijn als voorwaarde, uitkomst én als onderdeel van goed onderwijs. Dat is iets waar we dit jaar op verder bouwen.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Volgende stappen</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Praktisch vertaalt dat zich in diverse projecten in de vorm van Talentgericht Onderwijs. Ondanks het feit dat deze projecten en aanpakken al langer lopen, worden deze in het komende jaar uitgebreid en versterkt. Zo is ook het geval met de online tool My Student Journey (MSJ). “De ambitie is om MSJ dit jaar in te zetten binnen meer instituten", vertelt Gresnigt. De online tool helpt studenten regie te nemen, passende keuzes te maken en na te denken over hun toekomst. "Die uitkomsten kunnen ze vervolgens meenemen in gesprekken met studentcoaches.”</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Verder ligt er een grote focus op het professionaliseren van medewerkers binnen de zogenoemde begeleidingsketen. Die omschrijft namelijk wie welke rol heeft qua doorverwijzingen rondom welzijnsproblematiek. Per instituut zijn er verschillen in hoe die keten is ingericht. Het doel is om deze verder te versterken en optimaal in te richten. “Denk aan kennisclips, trainingen en diverse tools die docenten verder helpen bij het herkennen van signalen van welzijnsproblematiek", vertelt Gresnigt.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Soms komt het voor dat een schakel uit de begeleidingsketen te veel of te weinig doet: “In de praktijk blijkt dat men soms aan die begeleidingsketen moet wennen. We vinden het belangrijk dat die goed is ingericht en helpen daarom instituten na te denken over doorverwijzingen.” Het doel is dat er binnen ieder instituut zeker twee schakels versterkt worden.</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_evelyne-meens.jpg?x=1768998861169" alt="Evelyne_Meens" width="200">Welzijn en floreren hoort bij elkaar</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Floreren is een belangrijk onderdeel binnen het thema welzijn en daarmee belangrijk voor de onderwijsvisie van Fontys. Lector Leren Floreren Evelyne Meens vertelt: "Floreren betekent goed, gezond en gelukkig functioneren. Het gaat erom wat een student zelf kan doen en wat een ander voor de student kan doen. Denk daarbij aan studentcoaches, docenten, maar ook aan studiegenoten bijvoorbeeld."</span></p><p><span style="margin:0px;padding:0px;">Meens benadrukt dat het om een wisselwerking gaat. “Het gaat erom hoe we met elkaar omgaan binnen een leeromgeving. Een cultuur waarin fouten maken niet mag, werkt niet. Als je als docent of coach een goed voorbeeld geeft en je eigen welzijn soms bespreekbaar maakt, dan voelt de student zich ook sneller geroepen om dat zelf te doen.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,PRO Welzijn,Studentenwelzijn,Lectoraten]]></category>
            <pubDate>Wed, 21 Jan 2026 13:49:42 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/bde5b89b-92ff-484c-bff6-92e448859b56/500_welzijn.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/bde5b89b-92ff-484c-bff6-92e448859b56/500_welzijn.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/bde5b89b-92ff-484c-bff6-92e448859b56/welzijn.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Welzijn]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys werkt steeds meer samen met andere instellingen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-werkt-steeds-meer-samen-met-andere-instellingen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-werkt-steeds-meer-samen-met-andere-instellingen/</guid><pp:caseid>733069</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Het lijkt voor veel studenten vanzelfsprekend. Een minor die samen met een andere school is opgezet, docenten die elkaar aanvullen of onderwijs dat deels buiten de eigen opleiding plaatsvindt. Achter die vanzelfsprekendheid gaat een bewuste keuze schuil: Fontys investeert steeds vaker in samenwerkingen met andere onderwijsinstellingen.&nbsp;</strong></span></p><p><span>Een concreet voorbeeld daarvan is de nieuwe minor Kinderfysiotherapie van Fontys Paramedisch. De minor is ontwikkeld in samenwerking met de bacheloropleiding Fysiotherapie van Fontys en de masteropleiding Kinderfysiotherapie van Breederode Hogeschool.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:293/auto;width:293px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/880a67fb-f007-46f1-b1a7-f54e56605086/800_winnieblesenjannekehees.jpg?x=1768292739121" alt="Winnie Bles en Janneke Hees" width="293" height="auto">Winnie Bles, docent en studiecoach bij Fontys Paramedisch en een van de initiatiefnemers van de nieuwe minor, vertelt enthousiast over het traject. "Ik ben gespecialiseerd in kinderfysiotherapie. Binnen de opleiding werd daar nog niet echt iets mee gedaan, maar we wilden die expertise toch benutten. Een collega van me, Janneke Hees, raakte daarna in gesprek met een docent van de masteropleiding Kinderfysiotherapie van Breederode Hogeschool. Vanuit daar is het balletje gaan rollen.’’</span></p><p><span>Het idee achter de minor is dat studenten fysiotherapie kunnen kennismaken met kinderfysiotherapie. Op die manier wordt geprobeerd de bacheloropleiding beter te verbinden met de masteropleiding.&nbsp;</span></p><p><span><strong>Samenwerken noodzakelijk</strong></span><br><span>Bles legt uit waarom samenwerken de enige keuze was: ‘’Kinderfysiotherapie is echt een specialisme, als je daar iets mee wilt doen moet je de masteropleiding volgen. Maar we merkten dat we de studenten al tijdens de bachelor wilden laten proeven van kinderfysiotherapie.’’</span></p><p><span>Hoewel Fontys veel expertise in huis heeft, bleek die op dit specifieke vlak beperkt. Dankzij de samenwerking krijgen studenten vanaf februari les van kinderartsen en mogen ze meelopen in ziekenhuizen. Daarnaast wordt via de minor ook de samenwerking met regionale partners uitgebreid.&nbsp;</span><br><br><span>Waar deze minor zich volgens Bles in onderscheidt, is de mate van diepgang. ‘’Als je de minor goed behaalt of uitblinkt kun je zelfs vrijstelling op bepaalde toetsen krijgen binnen de masteropleiding. Deze samenwerking is dus ontzettend waardevol, zeker voor de doorstroommogelijkheden."</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:242/auto;width:242px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d5c48f31-b895-4b91-a16a-c77e2db3e534/800_anje.jpg?x=1768293172907" alt="Anje Ros" width="242" height="auto">Positieve ontwikkeling</strong></span><br><span>Lector Goed leraarschap, goed leiderschap Anje Ros ziet de toename in samenwerkingen met verschillende opleidingen als een positieve ontwikkeling. ‘’Fontys is constant bezig met hoe studenten moeten worden opgeleid. Door zulke samenwerkingen aan te gaan houden opleidingen elkaar scherp.’’</span></p><p><span>De samenwerkingen zorgen er volgens Ros ook voor dat expertise beter zichtbaar en benut wordt. "Denk bijvoorbeeld aan innovaties vanuit andere opleidingen: hoe gebruiken zij AI, waar houden ze rekening mee, et cetera." De lector vindt het daarnaast ook belangrijk dat opleidingen elkaar actief blijven opzoeken. ‘’Wanneer je niet samenwerkt, blijf je in een bepaalde bubbel denken.’’</span></p><p><span>Tegelijkertijd vraagt een dergelijke synergie om een professionele cultuur, stelt de lector. ‘’Om dingen bespreekbaar te maken is vertrouwen het belangrijkste, en ik denk dat we daar binnen het hbo heel erg goed in zijn.’’</span></p><p><span><strong>Onderwijsinnovatie</strong></span><br>De verbintenissen leveren volgens Ros daarnaast<span> meer op dan enkel het uitwisselen van expertise binnen de opleidingen, zoals meer mogelijkheden om te leren in de praktijk. ‘’Studenten komen in die ‘echte wereld’ mensen met verschillende achtergronden, talen en culturen tegen. </span>Daar leren ze niet alleen van, maar het biedt ook kansen om hun leeruitkomsten op verschillende manieren aan te tonen.<span>’’</span></p><p>De studenten zijn niet de enigen die leren van de coöperaties. Ook Fontys zelf steekt er wat van op. “Mede dankzij de onderlinge samenwerkingen tussen ‘eigen opleidingen’ is binnen Fontys al veel kennis aanwezig. En van de samenwerkingen met andere scholen leren wij als organisatie zijnde ook weer. Met die kennis proberen we uiteindelijk een optimale omgeving voor zowel studenten als docenten te creëren.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,minor,Lectoraten,Lectoren,gezondheid]]></category>
            <pubDate>Tue, 13 Jan 2026 12:12:32 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_samenwerken.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_samenwerken.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/samenwerken.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Samenwerken]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Met een &amp;#039;Marktplaats&amp;#039; voor ondersteuning kan de zelfredzaamheid van burgers vergroot worden.]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Een andere kijk op AI: &#039;De mens kan alles wat AI kan&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/een-andere-kijk-op-ai-de-mens-kan-alles-wat-ai-kan/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/een-andere-kijk-op-ai-de-mens-kan-alles-wat-ai-kan/</guid><pp:caseid>730433</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>AI maakt deel uit van ons dagelijks leven en ontwikkelt zich sneller dan we ons kunnen voorstellen. Hoelang duurt het nog voordat er een allesomvattende AI is? Moeten we ons daar zorgen om maken? Lectoren Tessa Cramer en Gerard Schouten vertelden er woensdag alles over tijdens het openbaar college ‘Een andere kijk op AI’.</strong></span></p><p><span>Dat dit het derde openbaar college van Fontys is dat zich focust op AI zegt genoeg over hoe actueel het onderwerp is. “Logisch ook, want intelligentie ontwikkelt zich al sinds 3,5 miljard jaar”, gaat Gerard Schouten<strong>,</strong> lector Sustainable Data & AI Applications, van start. Maar wat is intelligentie eigenlijk en wie heeft het? Dat is een vraag zonder één definitie.</span></p><p><span>Stel; een Amsterdamse taxichauffeur kent honderd straatnamen in de regio uit zijn hoofd en weet precies welke sluiproutes te nemen bij wegafzettingen. Of wat dacht je van een onderzoeker die ontdekt dat bij bepaalde vormen van kanker immuuntherapie beter aanslaat wanneer patiënten een coronaprik hebben gehad? Of kleine zwanen die elke herfst naar West-Europa trekken en herkenningspunten onthouden? “Allemaal intelligent, en dus onderdeel van een verschrikkelijk breed begrip.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:223/auto;width:223px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/0f8ed58b-e829-4adb-8b04-bad0bcf6ca86/800_gerardschouten-3.jpg?x=1764799884973" alt="Gerard Schouten" width="223" height="auto">Evolutie van intelligentie</strong></span><br><span>Het eerste eencellige organisme dat 3,5 miljard jaar geleden ontstond en DNA bevatte, bezat al intelligentie, vertelt de lector. Pas veel later, in 1947, ontstond het idee van artificiële intelligentie. Toch was het pas in 2013 toen AI een vlucht maakte nadat men in een soort wanhoopspoging een enorme hoeveelheid informatie in één computernetwer stopte, waar vervolgens resultaten uitkwamen die beter waren dan ooit tevoren. “Zo ontstond deep learning”, zegt Schouten.</span></p><p><span>Hij noemt het de meest complexe machine die we ooit als mens gemaakt hebben. "Maar de mens kan alles wat AI kan, maar met een eigen wil, een morele wil. Een mens is daarnaast nieuwsgierig, kan dingen duiden, begrijpen, reflecteren en verwonderen.” [</span><i><span>Tekst gaat verder onder de foto's]</span></i></p><p><span>Dat laatste is precies hetgeen waar Tessa Cramer, lector Designing the Future, op aanhaakt. “Ik ben niet AI-onderlegd, maar wél geïnteresseerd in de toekomst en hoe we mens kunnen blijven in een snel veranderende wereld waarin AI integreert.”</span></p><p><span>Dat komt vaak met twee uitersten: doemdenken, zoals in sciencefiction-films, of een ‘alles komt goed’-mentaliteit. “Maar de toekomst is vaak rommeliger dan we ons voorstellen.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:229/auto;width:229px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/f7fb1c9a-4b22-4df8-b411-e7a35c48170e/800_tessacramer.jpg?x=1764799907743" alt="Tessa Cramer" width="229" height="auto">Pessimisme en veranderen</strong></span><br><span>Dat brengt pessimistische gevoelens met zich mee en dat ziet Cramer ook terug in haar werk, waar ze regelmatig de vraag krijgt hoe mensen om kunnen gaan met pessimisme wanneer ze nadenken over de toekomst.</span></p><p><span>Om te beginnen is de toekomst volgens de lector een plek die je op veel manieren kunt interpreteren. “Door hem op te rekken tot mogelijke toekomst, zoals kunstenaars en ontwerpers doen. Mensen die onze grenzen verleggen in wat wij mogelijk achten. Of door hem te zien als een wenselijke toekomst. Een plek waar beleidsmakers en politici zitten omdat ze altijd een norm meebrengen.”</span></p><p><span>Maar dan is er ook nog de waarschijnlijke toekomst: een soort lineair doortrekken van wat we allemaal kennen. “Een grote val waarin we het liefst op repeat doen wat we kennen, en de dag van vandaag morgen weer beleven. Als we dat allemaal blijven doen, blijft de wereld precies hetzelfde. Terwijl het juist mooi is om de wereld te veranderen.”</span></p><p><span><strong>Verwonderen in ongemak</strong></span><br><span>Zo had men in de vooroorlogse tijd nooit verwacht dat computers in onze broekzak zouden passen. En zo kunnen velen nu niet bevatten dat AI onze wereld gaat veranderen. Toch is Cramer van mening dat mensen zich vooral moeten verwonderen, in plaats van dat ze aannames doen. “Aannames kunnen namelijk behoorlijk belemmeren. Verhalen die we vertellen over AI zijn bijvoorbeeld vaak gevaarlijker dan AI zelf. We moeten ons dus bewuster zijn van wat mensen zeggen over de technologie, dan van de technologie zelf.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,AI,Lectoren,Berg,Lectoraten]]></category>
            <pubDate>Thu, 04 Dec 2025 10:14:36 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/37abf3f6-75be-4d31-b6fc-53fe1cb226a8/500_openbaarcollege039eenanderekijkopai039.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/37abf3f6-75be-4d31-b6fc-53fe1cb226a8/500_openbaarcollege039eenanderekijkopai039.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/37abf3f6-75be-4d31-b6fc-53fe1cb226a8/openbaarcollege039eenanderekijkopai039.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Openbaar college &amp;#039;Een andere kijk op AI&amp;#039;]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector Wernaart werkte jaren aan ‘ouderwetse’ encyclopedie</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lector-wernaart-werkte-jaren-aan-ouderwetse-encyclopedie/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lector-wernaart-werkte-jaren-aan-ouderwetse-encyclopedie/</guid><pp:caseid>730341</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Het heeft vijf jaar geduurd, maar dan heb je ook wat, aldus Fontyslector Bart Wernaart. The ‘Elgar Concise Encyclopedia of Food Law’ is het twaalfde boek waar zijn naam prominent op de cover staat. Wernaart is trots op het naslagwerk over levensmiddelenrecht waar auteurs van over de hele wereld aan meewerkten.&nbsp;</strong><span><strong>&nbsp;</strong></span></p><p>Nog niet eerder was Wernaart, lector Circulaire en Duurzame Transities, zo lang bezig met een boek. “Normaal duurt het ongeveer een tot anderhalf jaar om tot een publiceerbaar boek te komen. Het hoeft dus niet altijd zo lang te duren”, zegt hij lachend.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/6a73b1a6-5244-4d42-a45c-0f8fd2d917d7/500_bartwernaart-3.jpg?x=1764751722573" alt="Bart Wernaart" width="200">Het samenstellen van deze uitgave was dan ook een hele klus. Wernaart deed het samen met collega editoren Bernd van der Meulen en Lisanne Kramer. “Zelf hebben we verschillende hoofdstukken geschreven, maar we hebben uit ons netwerk vooral ook experts op dit gebied gevraagd om bij te dragen.”</p><p>Het werd een hele lijst aan nationaliteiten. “Het is echt een internationaal team dat hieraan heeft meegeschreven. Van mensen binnen Fontys tot auteurs uit Singapore, Nigeria, Turkije, Rusland, Brazilië, de VS, Italië en ga zo maar door.”</p><p><strong>Monnikenwerk</strong><br>In het samenbrengen van de bijna negentig bijdragen van al die verschillende auteurs ging veel werk zitten. “Voordat je een project met zoveel mensen van de grond hebt, ben je wel even bezig. Maar ook het aansturen van zo’n enorm schrijversteam kost ontzettend veel tijd”, legt Wernaart uit. “Uiteindelijk moesten we natuurlijk ook iedere inzending apart beoordelen en soms terugsturen voor een tweede of derde versie, want de kwaliteit moet natuurlijk wel goed zijn. Dat was soms echt monnikenwerk.”</p><p>Het naslagwerk dat er na al die jaren nu eindelijk ligt, is onderdeel van een serie juridische encyclopedieën over uiteenlopende onderwerpen. In deze nieuwe encyclopedie laten experts hun licht schijnen op levensmiddelenrecht. “Het biedt echt een schatkist aan informatie over hoe je naar voedsel kan kijken en hoe je voedsel kan normeren en reguleren. Voor iedereen die ook maar enigszins in dat vakgebied werkt of studeert, is het een must om dit in je boekenkast te hebben staan.”</p><p>In het boek worden veel verschillende aspecten belicht. Zo zijn er bijdragen over technische voedselrichtlijnen en regels voor internationale handel, maar komen ook religieuze normen, ethiek en zelfs mythologie aan de orde.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/3069e0d5-5182-41cc-ae9c-c088c4009eeb/500_boekfoodlaw.jpg?x=1764751773732" alt="" width="200">Beetje ouderwets</strong><br>Wernaart is fan van het concept encyclopedie, al klinkt dat misschien een beetje ouderwets, denkt hij. “Er wordt soms misschien een beetje lacherig gedaan over encyclopedieën, maar ik vind het juist een heel sterk concept. Natuurlijk kun je heel snel iets googelen of aan ChatGPT vragen. Maar zeker met een complex iets als het levensmiddelenrecht, waar allerlei culturele nuances en geopolitieke belangen een rol spelen, kom je er dan niet achter hoe iets echt werkt.”&nbsp;</p><p>En dan biedt een encyclopedie uitkomst, denkt Wernaart. “Ik ben dol op het idee van ‘collateral learning’. Als je door een encyclopedie bladert, kom je altijd dingen tegen die je anders nooit had gezien. Zo krijg je veel meer context. Jezelf af en toe op die manier verwonderen, kan ontzettend helpen om dingen beter te begrijpen.”</p><p>Zelf duikt hij dan ook geregeld in zijn eigen boekenkast. “Ik vind het fijn om mezelf te omringen met boeken. Het geeft me een bepaalde geruststelling om fysiek omringd te worden door al die kennis en verhalen.” Een gevoel dat Wernaart eigenlijk altijd al heeft gehad. “Al sinds ik jong ben, heb ik een boekenfetisj. Ik ben dan ook altijd heel blij als het weer lukt om een boek te maken.”</p><p><strong>Fontysfamilie</strong><br>Wernaart vindt het belangrijk om de Fontysfamilie nauw te betrekken bij dit soort publicaties. “In deze encyclopedie hebben bijvoorbeeld Fontyscollega’s Sonja Floto-Stammen en Colette Cuijpers met haar team hele mooie bijdragen geleverd. Zij sluiten naadloos aan bij het niveau van al die andere internationale en academische experts. We hebben bij Fontys echt hele goede mensen, daar mogen we trots op zijn.”&nbsp;<span> &nbsp;</span></p><p><i>Het boek Food Law is inmiddels te koop en zal volgend jaar op 23 maart officieel bij Fontys gepresenteerd worden tijdens de Week van de circulaire economie.</i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Wed, 03 Dec 2025 10:04:51 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/df521652-df98-4838-931c-3d7c3857d4aa/500_foodlawheader.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/df521652-df98-4838-931c-3d7c3857d4aa/500_foodlawheader.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/df521652-df98-4838-931c-3d7c3857d4aa/foodlawheader.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Food Law header]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Gezondheidskloof in buurten aanpakken: &#039;Moet duurzamer&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/gezondheidskloof-in-buurten-aanpakken-moet-duurzamer/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/gezondheidskloof-in-buurten-aanpakken-moet-duurzamer/</guid><pp:caseid>730179</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Nóg minder gezondheidsverschillen creëren onder buurtbewoners, mensen nóg bewuster maken van een gezondere leefomgeving en nóg meer de verbinding zoeken in verschillende wijken in Eindhoven en Son en Breugel. Fontysmedewerkers Patricia Beumer en Marjon Gevers staan voor een pittige uitdaging.</strong></p><p style="text-align:start;">Beumer en Gevers zijn samen projectleider voor drie hybride leeromgevingen (HLO’s) in de Eindhovense wijken Achtse Barrier en Vaartbroek, en in het dorp Son en Breugel. Daar wordt samengewerkt om beroepsprofessionals, inwoners, studenten, docenten en onderzoekers samen te laten werken om een belangrijk doel te kunnen bereiken. Namelijk: de gezondheidsverschillen verminderen waar binnen deze wijken sprake van is. Maar ook: meer bewustzijn creëren over een gezonde levensstijl onder de buurtbewoners. Dit alles gebeurt onder de vlag van het regionale zelfhulpplatform DE STAP naar Gezonder.</p><p style="text-align:start;"><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/038c4b4f-0fb2-47ad-aeaf-1c1f8d1385d4/500_fb_img_17074172017841.jpg?x=1764668932857" alt="Patricia Beumer" width="200">Doorbouwen</strong><br>In een HLO werken partners met een specifieke kennis samen. In dit geval kunnen dat het sociaal domein zijn en de eerstelijnszorg (laagdrempelige zorg waar buurtbewoners zonder verwijzing naartoe kunnen). Fontys levert een bijdrage door onder andere het doen van onderzoek. Dat gebeurt in samenwerking met het lectoraat Professionele Werkplaatsen, dat ook bij dit project is aangesloten.&nbsp;</p><p style="text-align:start;">Maar, zegt Beumer, die vanuit het Centre of Expertise Inclusive Society betrokken is bij dit project: "Het kan een uitdaging zijn om bij zo’n complexe samenwerking in deze wijken tot structurele acties en een duurzame samenwerking te komen. Dat is waar onze taak ligt.”</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/754fc63f-5fb9-4427-b8d7-f6d9a39962b4/500_marjongevers.png?x=1764667446329" alt="Marjon Gevers" width="200">De HLO’s bevinden zich nu nog in de zogenoemde pioniersfase, maar dat zien Beumer en Gevers graag anders. Zij willen verder, alleen is dat nou nét het punt waar het lastiger wordt.&nbsp;</p><p style="text-align:start;">“We willen doorbouwen en -ontwikkelen”, aldus Gevers, binnen Fontys werkzaam bij de regiegroep van Professionele Werkplaatsen. “Dit is een spannende fase die vraagt om een gezamenlijke visie, borging en tijd om samen te leren door te doen. Alleen daarmee verduurzamen we de hybride leeromgevingen. Want het zou toch zonde zijn als al die mooie initiatieven niet kunnen doorgroeien.”&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Financiën&nbsp;</strong><br>Voor het verder opbouwen van de drie HLO’s is een financiering beschikbaar gesteld, maar die loopt na een looptijd van een jaar af in januari. Een nieuwe aanvraag is al ingediend, maar als die wordt toegekend, zal ook die voor ‘slechts’ een jaar lopen. Beumer: “We hopen op een meerjarenfinanciering, omdat we daarmee eindelijk af zouden kunnen stappen van korte termijn-acties. Onze langetermijnambitie is het realiseren van een lerend ecosysteem dat we op nog meer plekken in de regio kunnen uitrollen. Voor de inwoners betekent het vooral nóg meer verbinding en een gezonder en beter leven met minder gezondheidsverschillen."</p><h5><i>Foto bovenin: een activiteit met wijkbewoners van Achtse Barrier, fotograaf: Eric Dankbaar</i></h5>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Luiken,Lectoraten]]></category>
            <pubDate>Tue, 02 Dec 2025 14:35:48 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/c4023202-9640-4c0c-b47b-2a8f5f85405d/500_2025-11-23_039.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/c4023202-9640-4c0c-b47b-2a8f5f85405d/500_2025-11-23_039.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/c4023202-9640-4c0c-b47b-2a8f5f85405d/2025-11-23_039.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Een activiteit met wijkbewoners van Achtse Barrier, fotograaf: Eric Dankbaar]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector Nardie Fanchamps: “Durf over grenzen heen te kijken”</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lector-nardie-fanchamps-durf-over-grenzen-heen-te-kijken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lector-nardie-fanchamps-durf-over-grenzen-heen-te-kijken/</guid><pp:caseid>729268</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Voor Nardie Fanchamps, de nieuwe lector van het lectoraat Onderwijs in verbinding, komt in zijn nieuwe functie alles samen. Zijn passie voor onderwijs en onderzoek en zijn interesse in technologie en ontwikkeling. Van weerstand wil hij niets weten. Zo veel mogelijk samenwerken en innoveren zijn wat hem betreft een must in de onderwijswereld.</strong></p><p>De benoeming van Fanchamps bij het lectoraat van de Nieuwste Pabo in Sittard had een verdrietige aanleiding. Nadat Fontyslector Henderijn Heldens vlak na haar inauguratie eerder dit jaar overleed, ging het lectoraat onder interim-lector Paul Hennissen tijdelijk verder. Fanchamps, die eerder al bij Fontys als docent-onderzoeker werkte en ook al zijdelings betrokken was bij het lectoraat, nam begin deze maand het stokje van hem over.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/db31a64b-823e-43b2-85fb-42458f59623c/500_lectornardiefanchamps.jpg?x=1763710845971" alt="Nardie Fanchamps" width="200">“Door het werk van Henderijn staat het lectoraat fantastisch in de steigers,” zegt de nieuwe lector. “Ik ben blij dat ik het vertrouwen heb gekregen om deze mooie en belangrijke opdracht verder uit te voeren.”</p><p>Die opdracht sluit naadloos aan bij een opleidingsinstituut als de Pabo, vindt Fanchamps. “Wij doen als lectoraat onderzoek, ontwikkelen concepten en innoveren het onderwijs om ervoor te zorgen dat de student van nu, straks als professional zo goed mogelijk toegerust voor de klas staat.”<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Inclusief onderwijs</strong><br>En dat is een uitdaging, weet hij. Zeker in Limburg waar uit cijfers blijkt dat de ontwikkelkansen gemiddeld veel lager zijn dan in de rest van Nederland. Kunnen omgaan met zoveel diversiteit tussen leerlingen, vraagt veel van degene die voor de klas staat, weet Fanchamps uit eigen ervaring. Als zij-instromer werkte hij als leerkracht op een basisschool en deed hij veel onderzoek in het primair onderwijs en de kinderopvang.&nbsp;</p><p>“We vinden het belangrijk dat het onderwijs inclusief is en willen kinderen zo lang mogelijk in het reguliere onderwijs houden.” Dat kan een leerkracht vaak niet alleen, ziet hij. “Soms is het nodig om daarvoor ook andere disciplines in te schakelen zoals een logopedist, fysiotherapeut of een ergotherapeut.”<span>&nbsp;</span></p><p>De naam van het lectoraat, Onderwijs in verbinding, komt dan ook niet uit de lucht vallen. Om kinderen goed te ondersteunen in hun ontwikkeling, is samenwerking tussen al die verschillende professionals essentieel, benadrukt de nieuwe lector. En dus moeten leerkrachten, zorgprofessionals en onderzoekers de handen ineen slaan.&nbsp;</p><p><strong>Over grenzen heen kijken</strong><br>Liever praat Fanchamps dan ook niet over de weerstand die eerder ontstond rondom de plannen om educatieve opleidingen van Fontys intensiever te laten samenwerken. “Dat was voor mijn tijd en laat ik graag achter me. Ik vind dat je juist moet nastreven om zoveel mogelijk samen te werken en de verbinding te zoeken.” Een goed voorbeeld vindt hij de Nieuwste Pabo, een samenwerking tussen de hogescholen Zuyd en Fontys. “Met twee moederinstituten hebben we een hele mooie kruisbestuiving en combineren we het beste van elkaar.”<span>&nbsp;</span></p><p>Ook is hij een voorstander van samenwerking buiten Limburg. “Natuurlijk ligt onze kernopdracht hier, maar je moet ook over grenzen heen durven kijken. In Nederland, maar ook internationaal zie je fantastische dingen in het onderwijs gebeuren waar we veel van kunnen leren. En zij van ons.”</p><p><strong>Tools van de toekomst</strong><br>Fanchamps is blij dat er binnen het lectoraat ook ruimte is om meer onderzoek te doen naar nieuwe technologische mogelijkheden. Want dat kan, zo vindt hij, het onderwijs enorm verrijken. “Denk bijvoorbeeld aan toepassingen als sociale robotica, AI of serious gaming. Dat zijn de tools van de toekomst. Ik durf wel te zeggen dat het werkveld daar vaak veel verder in is dan wij. Daar hebben we als opleiding nog wel een aantal stappen te zetten."</p><p>En dus is er werk aan de winkel. Al merkt Fanchamps dat nog niet iedereen hierover zo enthousiast is als hij. Met zijn inbreng in het lectoraat hoopt hij dat te veranderen. “Het zou mooi zijn als we innovatie juist als uitdaging zien. En niet roepen ‘o help wat moet er nu weer’, maar ‘yes laten we het proberen’. Want daar kunnen we veel winst uit halen.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoren,Lectoraten,Limburg,FE,PRO Educatie,PRO Onderwijs]]></category>
            <pubDate>Fri, 21 Nov 2025 09:58:11 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/e7db8811-65cb-4772-95cc-2aa3c02291b1/500_nardiefanchampshead.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/e7db8811-65cb-4772-95cc-2aa3c02291b1/500_nardiefanchampshead.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/e7db8811-65cb-4772-95cc-2aa3c02291b1/nardiefanchampshead.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Nardie Fanchamps head]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kompas voor mensen met dementie wijst altijd naar huis</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kompas-voor-mensen-met-dementie-wijst-altijd-naar-huis/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kompas-voor-mensen-met-dementie-wijst-altijd-naar-huis/</guid><pp:caseid>728633</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>GPS-trackers zijn er in allerlei soorten en maten. Kompassen bestaan ook al sinds ver voor Christus. Maar een kompas mét GPS-tracker voor mensen met dementie? Die is nieuw. En dat hebben we te danken aan Fontysmedewerker Rens Brankaert.</strong></p><p>Het kompas van Brankaert ziet eruit als een simpel kompas, maar werkt anders. Want waar een normaal kompas wordt gebruikt om de richting te bepalen ten opzichte van het magnetische noorden, wijst het navigatie-instrument van Brankaert naar het huis van de gebruiker. “Zodat de weg terug altijd kan worden gevonden”, legt hij uit.</p><p>Brankaert is werkzaam bij Fontys Paramedisch en lector bij het lectoraat Health Innovations & Technology, maar werkt ook als hoogleraar bij Tilburg Universiteit en voor de TU/e. En het is die laatste school waar het idee van het kompas lang geleden ontstond. “Ik werd geïnspireerd door mijn eigen opa die dementie had”, vertelt Brankaert. “Hij fietste veel, maar raakte op de terugweg vaak de weg kwijt. Mijn moeder en oma moesten er dan op uit om hem te zoeken, soms tot midden in de nacht.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8d31cced-a579-460b-b6ef-94ebe640b433/500_rensonsdagsmoslashteeldrebarnhomingcompass7raw733kopi3.jpg?x=1763390680218" alt="Het kompas" width="200">Zo simpel mogelijk</strong><br>Het was een wezenlijk probleem. Niet alleen voor zijn opa, maar ook voor de rest van zijn familie. “Ik was veel met technologie bezig en wilde iets maken wat hierbij kon helpen”, vervolgt hij. “GPS-trackers bestonden al wel en kunnen behulpzaam zijn voor de familieleden, maar de persoon waar het om draait is daar niet mee geholpen. Die is nog steeds de weg kwijt. Ik wilde daar iets op bedenken.”</p><p>Dat werd dus het kompas, dat Van Brankaert met behulp van twee oud-studenten, Rick en Vincent Eurlings, heeft gemaakt. Het werkt heel simpel, maar dat was ook precies de bedoeling. “Voor deze groep moet je het zo makkelijk mogelijk houden. Het moet universeel toegankelijk zijn, dus de enige knop die erop zit, is een resetknop waarmee het kompas op nul kan worden gezet; daarmee kun je je referentiepunt instellen. Maar voor de rest bevat het dus alleen een simpele wijzer die je de weg naar huis altijd laat vinden." Intern zit nog wel een GPS-tracker zodat familieleden via een app kunnen zien waar de gebruiker van het kompas is.</p><p><strong>Positieve reacties</strong><br>Het product is momenteel volop in ontwikkeling en komt naar verwachting in de zomer van 2026 op de markt. Tot die tijd proberen verschillende mensen het al uit. Brankaert: “De reacties zijn heel positief. Mensen zeggen dat ze er meer zelfstandigheid en eigenwaarde door ervaren, wat natuurlijk ook de bedoeling is."</p><p>Maar het maakt mensen ook zekerder. Zoals het koppel uit Alphen aan den Rijn, dat het kompas in het bijzijn van Brankaert uit mocht proberen. “Ze waren naar een nieuwbouwwijk verhuisd waar alle huizen op elkaar lijken. Als je tientallen jaren in hetzelfde huis hebt gewoond en dan op zo'n plek terechtkomt, terwijl je dementie hebt, dan is dat natuurlijk vragen om problemen. De man van het stel wist zijn huis niet meer te vinden. Maar met het kompas was dat ijkpunt er weer. Het werkte echt heel goed.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,FHP,FHMG,Luiken,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Tue, 18 Nov 2025 11:07:18 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a3a16dbd-fab1-4a7f-be82-e25b641b2a0c/500_rensonsdagsmoslashteeldrebarnhomingcompass8raw709kopi3.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a3a16dbd-fab1-4a7f-be82-e25b641b2a0c/500_rensonsdagsmoslashteeldrebarnhomingcompass8raw709kopi3.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a3a16dbd-fab1-4a7f-be82-e25b641b2a0c/rensonsdagsmoslashteeldrebarnhomingcompass8raw709kopi3.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rens Brankaert]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Islamitische school zoekt balans in seksuele voorlichting</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/islamitische-school-zoekt-balans-in-seksuele-voorlichting/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/islamitische-school-zoekt-balans-in-seksuele-voorlichting/</guid><pp:caseid>726691</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De verplichte lessen seksuele vorming leiden op veel basisscholen tot discussie onder ouders. Een islamitische basisschool hoopt met een nieuwe lesmethode een brug te slaan tussen liberale en islamitische waarden en is hiermee het middelpunt van een nieuw onderzoek waar Fontys subsidie voor heeft gekregen.</strong></p><p>Iedere basisschool in Nederland is verplicht om haar leerlingen lessen seksuele vorming aan te bieden, anders krijgen ze problemen met de inspectie. Maar op welke manier ze dat doen is aan de scholen zelf. Fontysonderzoeker Antoinette Kroes van het kenniscentrum Youth Education for Society (YES) ziet dat deze lessen vaak voor veel controverse zorgen.&nbsp;<br><br>“De afgelopen jaren zie je regelmatig in het nieuws dat ouders hun kinderen thuishouden wanneer er op de basisschool seksuele vorming wordt gegeven. Ik denk dat daarom veel scholen inmiddels worstelen met de vraag hoe ze deze lessen kunnen geven op een manier waar iedereen zich goed bij voelt.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/bf9fe321-bd35-407a-83fb-e06d5e8393b5/500_antoinettekroes.jpg?x=1761736374636" alt="Antoinette Kroes" width="200"></p><p><strong>Gulden middenweg</strong><br>Dat geldt ook voor een islamitische school in de regio, waarvan een leerkracht een nieuwe lesmethode rondom dit thema ontwikkelde en daarmee aanklopte bij Fontys. Die gaat ze nu samen met onderzoekers verder ontwikkelen, met als doel: een gulden middenweg zoeken tussen liberale en islamitische waarden en toch draagvlak vinden voor onderwerpen die bij sommigen gevoelig liggen.</p><p>Kroes: “De methode die ze op deze school eerder gebruikten was in opspraak gekomen, omdat het met name erg negatief was over homoseksualiteit. Toen de school er nog eens naar keek, kwamen ze zelf eigenlijk ook tot de conclusie dat het niet paste bij hun pedagogische visie.”</p><p>“Er zijn natuurlijk liberale en meer conservatieve moslims”, vervolgt Kroes. “Maar als je kijkt naar het islamitische geloof en overigens ook naar het christelijk geloof, dan bestaat een huwelijk in hun ogen uit een monogame relatie tussen man en vrouw. Als je dan tegen leerlingen zegt dat homoseksualiteit normaal is, dan botst dat. Maar ja, diversiteit is wel een belangrijk onderdeel van de lessen, dus daar moet je wel wat mee.”</p><p><strong>Positieve draai</strong><br>Het is dan ook niet zo dat in de nieuwe methode heikele thema’s dan maar worden vermeden. De keuze is eerder om er vanuit het geloof een positieve draai aan te geven, legt Kroes uit. “Waar deze basisschool nu bewust voor kiest is om de nadruk te leggen op de plichten die moslims hebben als het gaat om naastenliefde. En dus legt de godsdienstdocent bijvoorbeeld in haar lessen uit dat Allah iedereen heeft gemaakt, ook mensen die homoseksueel zijn.”</p><p>Dat is uiteraard niet het enige dat aan bod komt. “Er wordt ook gesproken over onderwerpen zoals menstruatie, het aangeven van wensen en grenzen, waar baby’s vandaan komen en lichamelijke hygiëne. Allemaal thema’s die belangrijk zijn om kinderen gezond en prettig te laten opgroeien en weerbaar te maken tegen misbruik.”</p><p><strong>Niet te expliciet</strong><br>Om leerlingen en ook ouders niet meteen af te schrikken bij thema’s rondom seksualiteit die in de islam niet altijd vrijelijk worden besproken, zijn er aanpassingen gedaan. “In het lesmateriaal zijn bijvoorbeeld foto’s en het taalgebruik niet te expliciet. En ook worden de lessen niet alleen in gemengde groepen, maar bij sommige onderwerpen ook apart voor jongens en meisjes gegeven. Zodat ze zich vrijer voelen om vragen te stellen en dingen te bespreken.”<br><br>De eerste reacties zijn op deze islamitische basisschool erg positief. Met een subsidie van 50.000 euro doen Kroes en haar collega’s Judith Rijnbende en Dilana Schaafsma het komende anderhalf jaar verder onderzoek naar deze nieuwe aanpak en kijken ze hoe het ook op andere plekken van nut kan zijn. “We denken dat we straks een goed onderbouwde lesmethode hebben waar niet alleen islamitische scholen iets aan hebben."</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Fri, 31 Oct 2025 09:29:49 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/7cd393e4-075e-4f37-b140-2000274ef663/500_shutterstock_2061692300.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/7cd393e4-075e-4f37-b140-2000274ef663/500_shutterstock_2061692300.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/7cd393e4-075e-4f37-b140-2000274ef663/shutterstock_2061692300.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[moslim islam school basisschool hoofddoek]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Asielthema: pleidooi voor meer verdraagzaamheid</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/asielthema-pleidooi-voor-meer-verdraagzaamheid/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/asielthema-pleidooi-voor-meer-verdraagzaamheid/</guid><pp:caseid>725786</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p>Het Society College van het lectoraat Sociale Veerkracht vindt plaats op donderdag 30 oktober van 15.30 tot 17.00 uur. Geïnteresseerden die hierbij aanwezig willen zijn, kunnen zich via <a href="https://www.fontys.nl/Event/Vertrouwen-en-verdraagzaamheid.htm" target="_blank">deze link</a> aanmelden. &nbsp;</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Niet alleen in de politiek, ook op straat staan partijen vaak lijnrecht tegenover elkaar als het gaat over het asielthema. Het debat hierover lijkt zich gaandeweg steeds verder te verharden. Een zorgelijke ontwikkeling, vindt Fontysdocent en onderzoeker Sociale Studies Lydia van Dinteren, die met het aankomende Society College aandacht vraagt voor meer verdraagzaamheid.</strong></span></p><p><span>Van Dinteren ziet de polarisatie die is ontstaan rond het onderwerp migratie met lede ogen aan. Ook de debatten die in de aanloop naar de verkiezingen worden gevoerd dragen daaraan bij, merkt ze. “Eigenlijk alle problemen in onze samenleving - of het nou gaat over zorg, onderwijs of wonen - worden ten onrechte teruggebracht op asiel. Minder instroom en asielzoekers zo snel mogelijk laten verdwijnen, dan zijn alle problemen opgelost. Dat is natuurlijk niet zo.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_lydiavandinteren-02.jpg?x=1761042996941" alt="Lydia van Dinteren" width="200">Loze woorden</strong></span><br><span>Het zijn eerder loze woorden voor de bühne, vindt Van Dinteren. Maar door ze vaak genoeg te herhalen beïnvloeden ze uiteindelijk wel de mening van anderen, denkt ze. “Kijk hoe er wordt gedemonstreerd tegen asielzoekerscentra. Mensen die er niet eens last van ondervinden, staan daar met spandoeken. Ik vind het afschuwelijk om te zien hoe mensen elkaar daar uitschelden en het gesprek steeds meer verhardt.”</span></p><p><span>Met het oog op de verkiezingen leek het haar het juiste moment om hier een dag nadat de stemmen zijn geteld, het gesprek over aan te gaan. Tijdens het eerste Society College van dit studiejaar staat het thema vertrouwen en verdraagzaamheid centraal. Het lectoraat Sociale Veerkracht organiseert de middag samen met vluchtelingenorganisaties als Vluchtelingen in de Knel, waar oud-Fontysstudent Carlo Scheepers werkt - hij staat daar uitgeprocedeerde vluchtelingen bij.&nbsp;</span></p><p><span>Een groep, zo ziet Scheepers, die het net als andere asielzoekers in Nederland zwaar te verduren heeft door de negatieve beeldvorming. “Ik vind het echt zorgwekkend dat deze groep mensen zo negatief wordt neergezet. En ook zelf zien zij op straat, in de media en online steeds meer haat en boosheid. Ik merk dat dat een grote invloed heeft op de vraag of mensen wel of niet zichtbaar durven zijn en naar buiten stappen om hulp te vragen.”&nbsp;</span></p><p><span>En juist dat baart hem zorgen. “Op die manier loop je het risico dat deze kwetsbare groep volledig uit beeld raa<img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/6cad94e4-5d45-4b67-a1f3-311965e52a29/500_carlo.png?x=1761051348980" alt="Carlo Scheepers" width="200">kt en rond gaat zwerven. Of terechtkomt in de mensenhandel.”</span></p><p><span><strong>Dagje proberen</strong></span><br><span>Scheepers merkt dat mensen hun mening vaak baseren op verhalen die helemaal niet kloppen. Zoals de beeldvorming rond de bed-bad-brood-regeling voor uitgeprocedeerde asielzoekers die (nog) niet terug kunnen naar hun land. Een sobere opvang, vindt hij, maar dat is vaak niet wat hij om zich heen hoort.&nbsp;</span></p><p><span>“Er wordt vaak een beeld geschetst alsof het leefgeld wat je dan krijgt best wel luxe is. Maar het is bij lange na niet genoeg om van te leven. Ik weet zeker dat niemand met hen wil ruilen. Ik zie weleens reacties online en dan denk ik, jongen, je zou het eens een dagje moeten proberen.”</span></p><p><span>Scheepers vindt net als Van Dinteren dat het zeker rond dit thema belangrijk is om meningen te baseren op feiten. En dan helpt het volgens hen niet dat ook de politiek soms halve waarheden de wereld in slingert. Van Dinteren: “Ik hoop maar dat mensen hun mening vormen op basis van feiten en niet baseren op uit hun verband gerukte of half verzonnen verhalen."</span></p><p><span>"Maar het is soms ook gewoon moeilijk om je goed te laten informeren. Je weet niet altijd waar de informatie vandaan komt. Dus ook mensen die daar heel erg hun best voor doen, komen misschien niet altijd uit bij de feiten.”</span></p><p><span><strong>Blijven luisteren</strong></span><br><span>Op 30 oktober hoopt Van Dinteren tijdens het Society College aanwezigen ‘in het hart te raken’ door ook vluchtelingen zelf aan het woord te laten en samen het gesprek aan te gaan. “We willen die middag met elkaar een open dialoog voeren. Ik denk dat het mega belangrijk is om naar elkaar te blijven luisteren, dat je bereid bent om je te verdiepen in elkaars standpunt. Als we dat doen voorkomen we veel problemen in onze samenleving.”</span></p><h5><i><span>Foto bovenin:</span> L M Mohammed-Liberation</i></h5>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Annemiek,Lectoraten,Lectoren,FHSS]]></category>
            <pubDate>Tue, 21 Oct 2025 14:57:58 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/7763dd51-d6f8-4f4b-9742-4afdbcdf558e/500_societycollegeheader.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/7763dd51-d6f8-4f4b-9742-4afdbcdf558e/500_societycollegeheader.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/7763dd51-d6f8-4f4b-9742-4afdbcdf558e/societycollegeheader.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Society College header]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector Paul Verstegen: “Slim laden met batterij op wielen”</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lector-paul-verstegen-slim-laden-met-batterij-op-wieltjes/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lector-paul-verstegen-slim-laden-met-batterij-op-wieltjes/</guid><pp:caseid>725610</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p>Lector Paul Verstegen spreekt donderdagmiddag 23 oktober om 14.30 uur tijdens een openbare bijeenkomst zijn lectorale rede uit in het DAF Museum in Eindhoven.</p><p>&nbsp;</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Stekker erin, opladen en rijden maar. Elektrische auto’s, bussen en vrachtwagens zijn in opmars en die ontwikkeling gaat stug door. Maar nu we massaal aan de stekker gaan, ontstaat een nieuw probleem. Waar halen we de energie vandaan? Een vraag waar lector Paul Verstegen de komende jaren graag zijn tanden in zet.</strong></p><p>Als er ergens binnen Fontys een plek is waar afgelopen tijd nieuwe ontwikkelingen de boel flink hebben opgeschud, dan is het wel op de Automotive Campus in Helmond. Verstegen zag het van dichtbij gebeuren. “Waar het eerder bijvoorbeeld ging om het efficiënter maken van dieselmotoren, zijn we met de overstap naar elektrisch rijden in een hele nieuwe fase beland.”</p><p>En dat zorgt meteen ook voor nieuwe vraagstukken. “We moeten nu vooral nadenken hoe we omgaan met deze energietransitie. Want we kunnen niet zomaar overal stekkers in stopcontacten blijven steken, dan klapt het net er sowieso eruit.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e3722deb-084d-4d9c-a2cc-5402af9c6919/500_paulverstegenportret.jpg?x=1760958381014" alt="Paul Verstegen" width="200">Lectoraat groeit mee</strong><br><span>En dus ligt er ook op dat gebied een flinke nieuwe uitdaging voor het lectoraat waar Verstegen als lector al ruim een jaar onderdeel van uitmaakt. “Wat je hier heel mooi ziet, is dat ook het lectoraat meegroeit met alle ontwikkelingen in de sector. We hebben niet voor niets de naam veranderd van Future Automotive naar Automotive & Energy Innovation. Hiermee willen we laten zien dat het hele energieverhaal echt een centrale plek heeft in ons onderzoek.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p>De focus zou de komende jaren volgens de Fontyslector met name moeten liggen op het slimmer omgaan met de energie die we hebben. “Het elektriciteitsnet zit stampvol. We hebben op bepaalde momenten veel te veel energie op de verkeerde plek, die we dan helaas niet kunnen opslaan.”</p><p><strong>Thuisbatterij op wieltjes</strong><br>Door meer onderzoek hoopt hij in de toekomst vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. “Waar we komende tijd naar moeten kijken, is hoe we bijvoorbeeld auto’s zo slim krijgen, dat ze automatisch weten wanneer ze wel of niet moeten laden. Door je auto vervolgens te gebruiken als buffer, ontstaat een soort thuisbatterij op wieltjes.”&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p>Maar Verstegen kijkt graag verder dan onze eigen oprit. Ook bedrijven zouden hun vrachtwagens op die manier kunnen inzetten, denkt hij. “Fabrieken die hun eigen energie opwekken, zouden op momenten dat ze genoeg over hebben, dat in hun vrachtwagens kunnen stoppen. Als de energieopbrengst dan later tegenvalt, gebruiken ze gewoon die opgeslagen energie om toch productie te blijven draaien.”<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Krachten bundelen</strong><br>Toch is er uiteindelijk veel meer nodig om dit energievraagstuk aan te pakken weet Verstegen. Hij besloot dan ook over de schutting te kijken en de krachten te bundelen. “Ik heb een team met echte diehards om me heen verzameld. Dat zijn niet alleen onderzoekers die hier op de campus werken. Ook collega’s uit heel andere hoeken zoals wiskunde, werktuigkunde en economie zijn aangesloten. Dat is hard nodig, want door alleen naar een auto of vrachtwagen te kijken los je dit niet op. Daar is het veel te complex voor.”</p><p>Ook buiten Fontys zoekt hij de samenwerking met andere onderwijsinstellingen en bedrijven. “Je kunt al lang niet meer spreken van het ecosysteem Fontys. We draaien als lectoraat gewoon mee in de wereld van onderzoek en zijn inmiddels een bekend fenomeen. Ik hoef als ik ergens kom nooit meer uit te leggen wat we hier doen.”</p><p><strong>Niet in de spotlights</strong><br>Hoewel Verstegen al even als lector aan de slag is, wordt hij deze week pas officieel geïnstalleerd en houdt hij zijn lectorale rede. Een gelegenheid waarbij hij niet zichzelf in de schijnwerpers wil zetten.</p><p>“Een rede houd je niet voor jezelf. Het is wat mij betreft een moment om aan de buitenwereld te laten zien dat je als onderzoeksgroep serieus bezig bent met onderzoek en duidelijk maakt waar je voor staat. Dat is waarom ik donderdag dat podium op ga. Niet omdat het mijn droom is om in de spotlights te staan. Dan had ik wel een ander vak gekozen en was ik zanger in een band geworden of zo.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FE,Nexus,Duurzaamheid,Lectoraten,Lectoren,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Mon, 20 Oct 2025 13:56:01 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/de737966-9c07-4f8e-a83b-286e68b615e2/500_verstegenpaul.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/de737966-9c07-4f8e-a83b-286e68b615e2/500_verstegenpaul.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/de737966-9c07-4f8e-a83b-286e68b615e2/verstegenpaul.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Verstegen paul ]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Platform geeft meer structuur in oerwoud van onderzoeken</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/platform-geeft-meer-structuur-in-oerwoud-van-onderzoek/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/platform-geeft-meer-structuur-in-oerwoud-van-onderzoek/</guid><pp:caseid>724714</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Wie doet nou eigenlijk wat? In het oerwoud van onderzoeken die worden gedaan in het</strong><span><strong>&nbsp;</strong></span><strong>hoger onderwijs, is dat lang niet altijd duidelijk. Dat is zeker ook het geval bij de vele onderzoeken naar het toepassen van techniek in de zorg. Om daar landelijk meer structuur in aan te brengen is er nu SPIRIT, een landelijk platform waar ook Fontys bij aansluit.</strong></p><p>Met alle mogelijkheden die de technologie ons vandaag de dag biedt, is het natuurlijk zonde om daar geen gebruik van te maken. Zeker in de zorg. Want daar zijn de vraagstukken die op tafel liggen enorm, weet Angelique Dierick, die namens Fontys als lector bij het instituut Paramedisch aansluit bij het nieuwe platform.<span>&nbsp;</span></p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/bdc05184-d794-475c-ad49-cb7cc35f76a7/500_angeliquedierick.jpg?x=1760010592031" alt="Angelique Dierick" width="200">“Er is mede door de vergrijzing sprake van een grote zorgvraag. Tegelijkertijd hebben we ook te maken met personeelstekorten. Het is dan bijvoorbeeld interessant om te kijken hoe technologie kan helpen om de werkdruk te verlagen. Maar ook wat er technisch mogelijk is om ervoor te zorgen dat mensen minder snel een beroep doen op de zorg.”<span>&nbsp;&nbsp;</span></p><p><strong>Overzicht verdwijnt</strong><br>Om de zorg met behulp van de nieuwste technologie slimmer en efficiënter in te richten, wordt er daarom volop onderzoek gedaan. Maar dan op zoveel plekken tegelijkertijd, dat het overzicht zo langzamerhand verdwijnt. Met de komst van het platform SPIRIT (Samenwerkingsverband voor Praktijkgericht Innovatieonderzoek in Regionale Infrastructuren voor Technologie)&nbsp;moet daar verandering in komen.</p><p>Voor deze landelijke samenwerking tussen verschillende hogescholen, zorginstellingen en bedrijven is ruim twee miljoen euro aan subsidiegeld uitgetrokken. Met als doel meer structuur aanbrengen in de Nederlandse onderzoekswereld. Vier lectoren van Fontys, waaronder Manon Peeters van het lectoraat Health Innovations & Technology (HIT), zetten zich hier de komende vier jaar voor in.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/98efef62-b8ca-43a5-91d9-56c4f26aa63a/500_manonpeeters.jpg?x=1760010622322" alt="Manon Peeters" width="200">“Dit keer zijn we nu eens niet bezig met wát we onderzoeken, maar hoe we dat doen”, zegt Peeters, en volgens haar kan het stukken beter. “Sommige onderzoeken gebeuren gewoon dubbel. Dan onderzoekt iemand in Groningen iets dat wij hier in Eindhoven ook aan het onderzoeken zijn. En pas na twee jaar komen we er dan achter dat het eigenlijk wel heel veel op elkaar lijkt.”</p><p><strong>Beter afstemmen</strong><br>Door dit vooraf samen beter met elkaar af te stemmen zou dat in ieder geval voorkomen kunnen worden. Maar dat is lang niet de enige ambitie van de vijftig partners die deelnemen aan SPIRIT. Ook willen ze er bijvoorbeeld voor zorgen dat er met de uitkomsten van al die onderzoeken ook echt iets wordt gedaan. En dat het uiteindelijk terechtkomt bij degenen die er ook echt wat aan hebben.</p><p>Peeters: “Het werkveld verwacht dat we onze studenten goed voorbereid en startbekwaam opleiden. Dan is het dus belangrijk dat we de kennis uit die onderzoeken ook goed laten landen in het onderwijs. Maar ook de professionals zelf moeten aan de slag kunnen met die nieuwe technologie en die goed gaan gebruiken in de zorg.”&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Veel openheid</strong><br>Door dit nu met zoveel verschillende partners landelijk aan te pakken valt er veel winst te behalen, verwachten de twee lectoren. Sinds de officiële kick-off vorige maand is een gezamenlijke subsidieaanvraag een van de eerste wapenfeiten van het nieuwe platform. En dat geeft veel vertrouwen voor de toekomst, zegt Dierick.</p><p>“Het is goed om te zien dat er veel openheid is naar elkaar toe en iedereen bereid is om kennis te delen. Dat is een samenwerkingsklimaat dat je graag wil. En niet dat de deuren dicht blijven omdat ze bang zijn dat je met hun kindje vertrekt.”</p><p>Dat er nu zoveel draagvlak is om dit samen aan te pakken, is dan ook de kracht van het platform, vindt Peeters. Al vraagt dat van iedereen wel even om een andere mind set, merkt ze. “De collega’s met wie we in SPIRIT zitten, kunnen ook in sommige gevallen onze concurrenten zijn bij subsidieaanvragen. Ik vind het mooi dat we nu die concurrentie achter ons laten en dat we bij de start van nieuwe ideeën, elkaar in een vroeg stadium opzoeken. Zo zijn we allemaal echt onderdeel van hetzelfde team.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Fri, 10 Oct 2025 10:08:35 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/bacac5b6-9769-4619-9b92-32a3c906bc8a/500_spirit.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/bacac5b6-9769-4619-9b92-32a3c906bc8a/500_spirit.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/bacac5b6-9769-4619-9b92-32a3c906bc8a/spirit.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[SPIRIT]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector Rob Janssen: &#039;Liefst heb ik een glazen bol&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lector-rob-janssen-liefst-heb-ik-een-glazen-bol/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lector-rob-janssen-liefst-heb-ik-een-glazen-bol/</guid><pp:caseid>724235</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Duizendpoot Rob Janssen is naast arts ook onderzoeker, opleider en lector bij Fontys Paramedisch. Met zijn benoeming als hoogleraar aan de TU/e voegt hij aan dit rijtje nog een nieuwe functie toe.&nbsp;</strong></p><p>Al zes jaar werkt Rob Janssen naast zijn baan als orthopedisch chirurg bij het Máxima Medisch Centrum ook één dag in de week als lector bij Fontys Paramedisch. In die rol doet hij binnen het lectoraat Health Innovations & Technology (HIT) onderzoek naar de kwaliteit van zorg in onder andere zijn vakgebied: de knie.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fd39c497-c911-456f-8166-dbc60fe4bd7f/500_ronjanssenportretfoto.jpg?x=1759744531976" alt="Rob Janssen" width="200">Het hele plaatje</strong><br>En dat betekent in zijn optiek naar het hele plaatje kijken. Janssen: “Het gaat er niet alleen om dat je weet waar die botjes zitten en hoe je een operatie uitvoert. Het is ook belangrijk om te kijken wie de mens achter die knie is.”</p><p>De Fontyslector, die onderzoek doet naar meer waardegedreven zorg, heeft dan ook een duidelijk doel voor ogen. “Mijn stip op de horizon is dat iedere patiënt gepersonaliseerde zorg op maat krijgt en de behandeling krijgt die het beste bij hem past.”</p><p>Iets wat nu helaas nog niet altijd de realiteit is in de zorg. En niet uit onwil, ziet Janssen, maar omdat op dit moment de kennis ontbreekt om aan de voorkant goed te kunnen voorspellen welke aanpak het meest succesvol gaat zijn. “Als we uit onderzoek weten dat een behandeling goed uitpakt bij acht van de tien personen, dan kiezen we daar vaak voor. Dan weten we dus ook dat we twee patiënten niet de beste zorg gaan leveren. Maar wie dat zijn, dat weten we vooraf niet.”<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Platform bouwen</strong><br>Het liefst heeft Janssen dan ook een glazen bol op zijn bureau. Maar die heeft hij niet, en daarom doet hij als lector onderzoek naar de best mogelijke zorg op maat en neemt hij studenten van Fontys daarin mee. Net als bij zijn assistenten in opleiding in het ziekenhuis gooit hij er, zoals ook zijn eigen opleider altijd zei, graag ‘wat Pokon bij om de nieuwsgierigheid te prikkelen’. Het is een rol waar hij erg enthousiast van wordt. “Ik ben er om een platform voor ze te bouwen. Daarop maken ze zelf een raket en vertrekken ze.”</p><p>Een win-winsituatie, want de samenwerking gaat twee kanten op. Al vaker werden oplossingen die Fontysstudenten bedachten, gebruikt in het ziekenhuis waar Janssen werkt. “Het mooie van een onderwijsinstelling als Fontys is dat het zo praktijkgericht is. De vraagstukken die we met studenten onderzoeken, daar hebben we dus ook echt iets aan. Op die manier is het ook een ‘return of investment’. Is dat het doel? Nee, maar zo komen we samen wel steeds verder.”<span>&nbsp; &nbsp;</span></p><p><strong>Puzzelstukjes</strong><br>Met zijn benoeming als hoogleraar aan de TU/e zijn ook de banden met de universiteit verder versterkt en Janssen geniet van zijn positie als verbinder tussen zorg en onderwijs. Bovendien merkt hij dat het zijn vruchten afwerpt. <strong>“</strong>Doordat ik altijd met een been in het ziekenhuis sta, is er via mij een hele logische verbinding met Fontys en nu dus ook met de TU/e. Hierdoor ontstaat een groot netwerk, waarin alle puzzelstukjes in elkaar vallen.”</p><p>Het is belangrijk om in de zorg ook regionaal de krachten te bundelen, vindt Janssen. Want, zo weet hij inmiddels, er is nog veel werk te doen. "We weten al best veel, maar nog lang niet alles. Sterker nog, in de twintig jaar dat ik nu specialist ben, heb ik één ding zeker geleerd: hoe meer je onderzoekt, hoe meer je er ook vooral achter komt hoeveel je niet weet.”</p><p><i><span>Rob Janssen zal als hoogleraar zijn inaugurele rede houden tijdens een openbare bijeenkomst op vrijdag 17 april 2026 om 16:00 uur in de Blauwe Zaal van de TU/e.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,FHMG,FHPM]]></category>
            <pubDate>Mon, 06 Oct 2025 12:08:31 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/3ae62eb6-9867-4e02-b8fb-4c7904a11fc4/500_robjanssenheader.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/3ae62eb6-9867-4e02-b8fb-4c7904a11fc4/500_robjanssenheader.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/3ae62eb6-9867-4e02-b8fb-4c7904a11fc4/robjanssenheader.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rob Janssen header]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Pas op student: bij AI kun je niet schuilen als het regent</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/pas-op-student-bij-ai-kun-je-niet-schuilen-als-het-regent/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/pas-op-student-bij-ai-kun-je-niet-schuilen-als-het-regent/</guid><pp:caseid>722528</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Tal van studenten zien een AI-chatbot niet alleen als hulpmiddel maar ook als hun intiemste vriend en ideale gesprekspartner bij mentale problemen. Experts over de hele wereld hebben hun zorgen hier over uitgesproken. Bart Wernaart schrijft in onderstaande opinie dat hiervoor ook bij Fontys meer aandacht mag zijn. “ChatGPT heeft niet per se het beste met je voor.”</strong></p><p>Alweer een stuk over AI. Alweer een met een bromsnorrende ondertoon die niet goed uitpakt voor Chat en kornuiten. Maar het is helaas wel nodig. Dit keer is het goed om het eens te hebben over AI en ons emotionele welzijn.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:268/auto;width:268px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/188fb952-0d08-4637-92d3-c75160d70385/800_fontys-bart-wernaart-2.jpg?x=1758188848029" alt="Bart Wernaart" width="268" height="auto">Waar het debat binnen onze hogeschool vaak gaat over AI en de kwaliteit van toetsing, onderwijs, eindwerken etcetera, gaat het misschien nog wat te weinig over ons welzijn, en vooral het welzijn van onze studenten.&nbsp;</p><p>Collega Erdinç Saçan schreef hier een (zoals altijd) prikkelend stuk over -samen met Sander Duivestein- in het <a href="https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:7373314066376998912/">Nederlands Dagblad </a>met de pakkende kop: ‘AI is een vriend die je altijd gelijk geeft, maar die je nooit had willen hebben.’</p><p>Hij wijst ons onder meer op de gevaren die ontstaan wanneer we AI-systemen als mensen, vrienden of zelfs vertrouwelingen gaan behandelen. En daar moeten we het denk ik echt wat meer over hebben.</p><p><strong>Digitale offloading</strong><br>Wanneer we AI gaan gebruiken als (vervanging voor) sociaal contact en emotionele interactie hebben we een serieus probleem op meerdere vlakken.&nbsp;</p><p>Marieke van Vliet, Kelly Beekman en ondergetekende <a href="mailto:https://bron.fontys.nl/word-geen-ai-zombie-zo-blijf-je-kritisch-in-een-wereld-vol-ai/">waarschuwden</a> eerder voor digitale offloading van kennis en het afvlakken van de menselijke geest door onproductief AI gebruik<i>: ‘door het gemak van veel AI toepassingen en de stelligheid waarmee AI haar uitkomsten presenteert, zijn we snel geneigd achterover te leunen en deze resultaten weinig kritisch en klakkeloos te gebruiken. Wat we hiermee dus inleveren is de capaciteit om frisse ideeën te hebben en bestaande ideeën kritisch te beoordelen.’</i>&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p>Dit geldt niet alleen voor kennis en de manier waarop we naar de wereld kijken, maar geldt ook voor onze emotionele creativiteit. In wezen is een prompt een manier om een systeem te manipuleren waardoor je een bepaalde output krijgt.</p><p>De manier waarop je prompt is daarbij erg bepalend, en het is een taalkunst op zich om ervoor te zorgen dat -bijvoorbeeld- ChatGPT iets oplevert waar je nieuwe inzichten door krijgt. Deze inzichten zijn een gevolg van wiskundige vergelijkingen (ik zal vast op mijn kop krijgen van AI-technici met deze platgeslagen retoriek: sorry alvast), maar zeker niet het gevolg van oprechte zorg en betrokkenheid.</p><p><strong>Een schijngesprek</strong><br>Doordat ChatGPT heel vriendelijk en soms inlevend lijkt en soms menselijke ideeën aan elkaar kan knopen die we zelf niet eerder in verband brachten, kan het lijken alsof het echt met een nieuw idee kan komen. Maar in wezen is het onder aan de streep een combinatie van een gewogen gemiddelde dat een logisch berekend taalkundig gevolg is van je prompt.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:500/auto;width:500px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/421270be-4a39-4fac-b958-6951b6c37313/1920_shutterstock_2663240367.jpg?x=1758189413322" alt="" width="500" height="auto">Tel daarbij op dat veel LLM modellen een culturele en ethische bias hebben, en het voor de gebruiker in veel gevallen lang niet altijd duidelijk is hoe het tot bepaalde inzichten komt. Hierdoor heb je een schijngesprek met een ondoorzichtig systeem waarvan je niet weet wat het motief is.&nbsp;</p><p>Je kunt er immers geen relatie of vertrouwensband mee opbouwen waarbij je kunt varen op goede intenties.&nbsp;ChatGPT heeft niet per se het beste met je voor. Het rekent gewoon dingen uit. Slecht idee dus om hiermee je diepste worstelingen te bespreken.&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Emotionele creativiteit</strong><br>Moeilijke dingen bespreken met vrienden of familie vraagt soms niet alleen om lef, maar ook om communicatievaardigheden. Dat is iets wat we bij uitstek zouden moeten ontwikkelen tijdens onze studententijd.&nbsp;</p><p>Ik kan me goed voorstellen dat het wel heel verleidelijk is om je diepste gevoelens bloot te geven aan een machine, omdat het laagdrempelig is, je niet hoeft te dealen met de emotie of het oordeel van de toehoorder, en je het kan doen vanuit de ogenschijnlijke veiligheid van een zolderkamer.&nbsp;</p><p>De kans is bovendien groot dat je op een dusdanige manier prompt dat je een voor jou veilig, voorspelbaar en wenselijk antwoord krijgt. Hierdoor belandt je mogelijk in een continue loop van zelf-stereotypering die je niet verder gaat helpen.</p><p>Bovendien, en misschien nog veel belangrijker, ontneem je jezelf de ervaring die nodig is om je eigen emotionele creativiteit vorm te geven. Deze ontstaat uit de interactie met mensen om je heen. Vrienden, familie of studiegenoten die je een ander perspectief kunnen voorhouden gebaseerd op zeer genuanceerde (en persoonlijke) levenservaring, in plaats dus van een gecalculeerd gemiddelde of logisch gevolg van een prompt. Je hindert jezelf in je ontwikkeling, terwijl je die ontwikkeling -zeker wanneer je het even moeilijk hebt-<span>&nbsp; </span>juist ontzettend hard nodig hebt om met emotioneel lastige situaties om te gaan.&nbsp;<span> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:458/auto;width:458px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_shutterstock-1150971305.jpg?x=1758189552271" alt="" width="458" height="auto">Wij zijn Fontys</strong><br>Tot slot: ik loop al wat jaren mee in onze mooie Fontysorganisatie. En door alle complexe en soms schokkende ontwikkelingen in de maatschappij, al dan niet twijfelachtige onderwijsvernieuwingen en technologische veranderingen heen is er één ding altijd hetzelfde gebleven. Docenten die er altijd zijn voor studenten, en dat met hun hele ziel en zaligheid.</p><p>Docenten zijn namelijk een bepaald slag volk dat zich tot (professionele levens-)taak stelt om het beste uit een nieuwe generatie mensen te willen halen, en te helpen in hun zoektochten. Beste student: mocht je donkere gedachten hebben en niet meer weten waar je heen kunt, dan weet ik zeker dat je -naast je studiegenoten- op iedere Fontyslocatie een willekeurige collega kunt aanspreken die oprecht om je geeft. Die naar je wilt luisteren en met je kan uitdokteren waar je misschien heen moet om verder te kunnen.&nbsp;</p><p>En mocht het regenen (al dan niet in je hoofd) en je mij ergens tegenkomen, dan mag je altijd komen schuilen. Ik zal er zijn, net zoals mijn +/- 4999 collega’s.</p><p><i>Mr. Dr. Bart Wernaart is lector Moral Design Strategy en leading lector van het Center of Expertise (CoE) for Sustainable and Circular Transitions. <span style="text-align:start;">Daarnaast is hij ook professioneel drummer, componist en dirigent.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,Nieuws,Student,Studentenwelzijn,AI,Lectoren,Lectoraten]]></category>
            <pubDate>Thu, 18 Sep 2025 12:04:15 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2e9b18d0-191a-42b4-a190-aea5c187614f/500_ditiswataiervisueelvanmaaktbijdepromptaichatbotasyourbestfriend.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2e9b18d0-191a-42b4-a190-aea5c187614f/500_ditiswataiervisueelvanmaaktbijdepromptaichatbotasyourbestfriend.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2e9b18d0-191a-42b4-a190-aea5c187614f/ditiswataiervisueelvanmaaktbijdepromptaichatbotasyourbestfriend.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Dit is wat AI er visueel van maakt bij de prompt AI chatbot as your best friend]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Pure wordt dé plek voor alle onderzoekers van Fontys</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/pure-wordt-de-plek-voor-alle-onderzoekers-van-fontys/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/pure-wordt-de-plek-voor-alle-onderzoekers-van-fontys/</guid><pp:caseid>712384</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Fontys telt ruim veertig lectoraten, bijna vijftig lectoren en nog veel meer onderzoekers. Stuk voor stuk komen ze met allerlei onderzoeksinformatie, zoals publicaties en andere output. Maar waar laten ze die? Fontys Pure moet dé plek worden waar alles samenkomt.</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Jarenlang hebben alle onderzoekers van Fontys op hun eigen manier onderzoeksinformatie verzameld en opgeslagen. Maar omdat lectoren toch merken dat ze op dit vlak een stukje eenheid missen, hebben ze een aantal jaar geleden de wens uitgesproken om praktijkgericht onderzoek beter op de kaart te zetten. &nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Versnipperd</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Hoe dat moet gaan gebeuren? Met een systeem waar alle onderzoeksinformatie van alle lectoraten, lectoren en onderzoekers van Fontys samenkomt. En waarvan de gegevens uiteindelijk worden</span><span> getoond op de website van Fontys, Pure Portal en Publinova. </span><span style="margin:0px;padding:0px;">Melanie Tinus-Leenen werd aangewezen als projectleider voor deze opdracht en nu, anderhalf jaar later, worden de eerste zichtbare stappen voor de buitenwereld gezet. &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“Als de kennisinstelling die Fontys wil zijn, werken we steeds vaker samen met partijen en doen we steeds vaker (multidisciplinair) onderzoek. Maar we hebben nog geen manier om alle opbrengsten van al die onderzoeken bij elkaar te brengen. Dat gebeurt nu nog heel versnipperd”, zegt Tinus-Leenen. “Onze collega’s hebben aangegeven dat ze graag een onderzoeksinformatiesysteem zouden willen hebben.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/24e78190-6146-45f7-b23b-e29f758630fd/500_schermshyafbeelding2025-06-26om16.24.59.png?x=1750948083854" alt="Melanie Tinus-Leenen" width="200">En dat wordt dus Fontys Pure, waarvan de inrichting nu klaar is en de eerste implementatie van start gaat. Dat gebeurt in eerste instantie met de twee instituten Pedagogiek en International Business School (FIBS), later volgen stap voor stap ook de andere instituten. “Een van de redenen waarom we dit project zijn gestart, is om de onderzoekers te ontzorgen omdat zij heel veel tijd kwijt zijn aan het ad hoc verzamelen en aanleveren van informatie.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Flinke klus</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Studenten zijn nu bezig om alle beschikbare informatie die er al is in Pure te zetten. Het administratieve werk dus. En dat is volgens Tinus-Leenen nogal een karweitje. “Er is in de afgelopen jaren echt heel veel data verzameld door al onze onderzoekers. Iedereen deed dat op zijn of haar eigen manier. De één gebruikte Word-bestandjes, de ander Excel-lijsten. In Pure gaan we alles samenvoegen en werken we met categorieën, zodat we een overzichtelijk geheel krijgen.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">En met ‘alles samenvoegen’ wordt ook echt álle onderzoeksinformatie bedoeld. Van data over de uitgevoerde onderzoeken tot de resultaten, maar ook van alle activiteiten en workshops tot symposia en media-aandacht die de onderzoeken hebben gekregen. “Het wordt echt een hele grote bak met data, waarbij alle onderzoekers hun eigen profiel krijgen. Natuurlijk met de bedoeling dat ze hun data vanaf dat moment - alle output en publicaties - in Pure gaan bijhouden.” &nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De achterkant van Pure wordt alleen beschikbaar voor onderzoekers van Fontys, maar de voorkant zal voor iedereen toegankelijk zijn. “Pure is een middel om doelen te bereiken die Fontys zichzelf heeft opgesteld op het gebied van het willen worden van een kennisinstelling. Een van die doelen is om naar buiten te treden met al onze onderzoeksopbrengsten. En op die mogelijkheid zitten veel lectoren al heel lang op te wachten.”&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Luiken,Onderzoek,Onderzoek Algemeen]]></category>
            <pubDate>Thu, 26 Jun 2025 16:28:56 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_man-working-on-laptop-while-woman-takes-notes-3153199.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_man-working-on-laptop-while-woman-takes-notes-3153199.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/man-working-on-laptop-while-woman-takes-notes-3153199.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Online toetsen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nieuw advies voor social media-gebruik: welkom of niet?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nieuw-advies-voor-social-media-gebruik-welkom-of-niet/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nieuw-advies-voor-social-media-gebruik-welkom-of-niet/</guid><pp:caseid>711593</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Geen social media voor jongeren tot vijftien jaar en pas een mobiele smartphone vanaf groep 8. De deze week voorgestelde nieuwe richtlijnen voor gezond en verantwoord scherm- en social mediagebruik worden bij Fontys over het algemeen goed ontvangen.&nbsp;</strong></p><p>Het gebruik van intensief scherm- en social mediagebruik kan een slechte invloed hebben op de gezondheid en ontwikkeling van kinderen. Denk aan negatieve gevolgen als slaapproblemen, depressieve klachten, een negatief zelfbeeld of paniekaanvallen. Het instellen van een verbod is bijna niet te doen, maar het opstellen van richtlijnen kan natuurlijk wel. En dat is dan ook precies wat demissionair staatssecretaris Karremans van Jeugd, Preventie en Sport heeft gedaan.&nbsp;</p><p>Zijn <a href="https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/06/16/duidelijk-advies-voor-ouders-wacht-met-sociale-media-tot-15-jaar" target="_blank">advies</a> is om kinderen pas op de middelbare school te laten starten met chatapps zoals WhatsApp, en om ze platforms zoals Instagram en TikTok niet te laten gebruiken voor hun vijftiende. Ook geldt er een advies om kinderen pas vanaf groep 8 een eerste smartphone te geven. De richtlijnen zijn vooral bedoeld om ouders en opvoeders houvast te bieden bij de mediaopvoeding van hun kinderen.</p><p><strong>Ervaringen opdoen</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Volgens Marlinde Melissen, docentonderzoeker bij het lectoraat Samenlevingspedagogiek, moeten de ervaringen en behoeften van kinderen zelf meer centraal staan in het debat over schermgebruik. Ze is dan ook blij met de nieuwe richtlijnen. “Wat ik belangrijk vind, is dat kinderen echte ervaringen opdoen – die ze zélf kiezen en beleven,” zegt ze. “Van de duinen rollen, met andere kinderen spelen, een insect uit de tuin vissen – dát voedt hun ontwikkeling veel meer dan verslavende content van social media.”</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b6127806-4365-48a5-b02c-25a0f8cc9839/500_melissenmarlindeportret.jpg?x=1750342959906" alt="Marlinde Melissen" width="200">Melissen wijst erop dat de invloed van techbedrijven groot is. “Zij ontwerpen programma’s waar kinderen moeilijk van loskomen. Ouders voelen zich vaak machteloos. Juist daarom is het belangrijk om het gesprek met kinderen aan te gaan over wat zij willen en nodig hebben. De richtlijnen kunnen dat gesprek ondersteunen – met oog voor de stem van het kind. Het is goed dat die er nu zijn.”</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><strong>Geen professionals</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Haar collega Inge Saris heeft het in een reactie ook over de invloed van die techbedrijven. “Dat beleidsmakers nu vooral ouders aanspreken, verbaast me. </span>De zorgelijke aspecten van mediagebruik zijn met name de verslavende mechanismen die erin gebouwd worden. Beleid en regelgeving zouden dus juist gericht moeten zijn op de bedrijven die dit zo ontwerpen, terwijl zij weten dat dit slecht is voor kinderen.”</p><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1518e2c6-b426-4325-9941-d4e7af056065/500_ingesaris.jpg?x=1750352160015" alt="Inge Saris" width="200">En waar Melissen de richtlijnen als fijn handvat ziet, zou Saris het liever anders omschrijven. “Ik vind het frappant dat we voor ouders een richtlijn opstellen. En dat die namens de overheid wordt ingebracht. Ik vind het woord richtlijn passen in een professionele context, maar ik zie ouders niet als professionals en ik denk ook niet dat je ze als zodanig zou moeten benaderen. Die tendens zien we steeds meer: ouders en andere opvoeders worden steeds meer benaderd vanuit een idee dat zij op basis van wetenschappelijke kennis zouden opvoeden.”</p><p style="margin-left:0px;text-align:start;"><strong>Het gesprek aangaan</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Vierdejaars pabo studenten Femke Maton en Blake Spierings vinden dan weer wel dat het nieuwe advies houvast kan bieden. Ze zijn allebei van mening dat je social media moeilijk kunt verbieden onder jongeren, maar richtlijnen zijn natuurlijk welkom. “Ze leven nou eenmaal in die online wereld en die moeten we niet stopzetten”, zegt Femke. “We kunnen kinderen beter leren hoe ze ermee om moeten gaan.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:start;">Datzelfde zegt ook Blake: "Omdat social media in zo’n korte tijd zo groot is geworden binnen de maatschappij, is het vooral belangrijk dat kinderen weten hoe ze ermee om moeten gaan. Als ouders zowel de positieve als negatieve punten kunnen belichten, denk ik dat jongeren het gewoon kunnen gebruiken. Het lijkt me niet goed om een 15-jarige ineens in het diepe te gooien door hem dan ineens wél social media te laten gebruiken."</p><p style="margin-left:0px;text-align:start;">Femke wil ook nog graag een ander punt benoemen, eentje waar de nieuwe richtlijnen goed bij kunnen helpen. “Ik begrijp dat ouders hun kinderen een telefoon geven omdat andere kinderen er ook eentje hebben. Je wil niet dat je daardoor een sociaal aspect afpakt. Maar als er voor iedereen hetzelfde advies geldt - namelijk een smartphone vanaf groep 8 - dan zou dat een mooi uitgangspunt kunnen zijn omdat je daarmee een stukje kansenongelijkheid weghaalt.”&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Pabo,Lectoraten,PRO Onderwijs,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 19 Jun 2025 16:24:19 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/1c31ac33-750c-4091-b7f7-8ea24083a693/500_shutterstock-2307437015.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/1c31ac33-750c-4091-b7f7-8ea24083a693/500_shutterstock-2307437015.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/1c31ac33-750c-4091-b7f7-8ea24083a693/shutterstock-2307437015.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[kind schermgebruik sociale media schermpje telefoon]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Vier Comeniusbeurzen voor Fontys: hier gaat het geld naartoe</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/drie-comeniusbeurzen-voor-fontys-hier-gaat-het-geld-naartoe/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/drie-comeniusbeurzen-voor-fontys-hier-gaat-het-geld-naartoe/</guid><pp:caseid>711634</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Fontys heeft vier Comeniusbeurzen toegekend gekregen. Twee van 50.000 euro en twee van 100.000 euro. Ze worden ingezet voor verschillende projecten binnen Fontys, allemaal gericht op innovatie in het onderwijs.</strong></p><p>De beurzen maken deel uit van het Comeniusprogramma, dat bijdraagt aan de vernieuwing en verbetering van het mbo, hbo en wo in Nederland. Altijd ten behoeve van studenten. Professionals kunnen zich met de beurzen verder ontwikkelen in hun carrière en bovendien krijgen ze daarmee ook meteen een blijk van waardering voor bevlogen onderwijs.&nbsp;</p><p>De eerste beurs van 100.000 euro gaat naar Marlinde Melissen, docentonderzoeker bij het lectoraat Samenlevingspedagogiek. “Met deze Comeniusbeurs kunnen we samen met studenten bouwen aan een leeromgeving waarin jeugdprofessionals niet alleen kennis en vaardigheden ontwikkelen, maar waar ze ook kracht uithalen om écht invloed uit te oefenen op maatschappelijke systemen die het leven van kinderen raken”, zegt ze.&nbsp;</p><p>“Het is bijzonder waardevol om erkenning te krijgen voor een pedagogische benadering waarin de stem en het belang van kinderen centraal staan — juist in een tijd waarin die stem nog te vaak verloren gaat in beleid en structuur.”</p><p><strong>In de buitenlucht</strong><br>Dan de tweede beurs, ook ter waarde van 100.000 euro. Die komt ten goede aan Ellen Rohaan van Fontys Educatie en Fontys Sport en Bewegen. Ze legt uit waar ze het geld voor gaat gebruiken: “<span>De mentale veerkracht van studenten in het hoger onderwijs staat onder druk en het uitvalpercentage bij lerarenopleidingen is hoog. In dit project wordt een onderwijsprogramma ontworpen, uitgevoerd en geëvalueerd op de pabo’s in Den Bosch, Eindhoven en Tilburg.”</span></p><p><span>Het onderwijsprogramma richt zich op het bevorderen van veerkracht door middel van uitdagende buitenactiviteiten in de natuur. Aanvullend wordt een ondersteuningstool ontwikkeld die studenten inzicht geeft in hun veerkracht en suggesties biedt voor buitenactiviteiten die veerkracht bevorderen. “Deze innovatie heeft als doel veerkrachtige studenten op te leiden, die minder snel uitvallen tijdens de opleiding en die behouden blijven voor het onderwijs”, aldus Rohaan.</span></p><p><strong>Inclusiecafé</strong><br>Een van de beurzen van 50.000 euro gaat naar Yucata Lienga en Karin Verouden. Zij zijn allebei nauw betrokken bij het <a href="https://bron.fontys.nl/twee-jaar-inclusiecafe-lastige-themas-bespreekbaar-maken/" target="_blank">Inclusiecafé</a> en kunnen dat initiatief doorzetten met de beurs. Erg belangrijk, vindt Lienga.</p><p>“Inclusie is een thema wat leeft en aandacht vraagt. Wij staan daarvoor en ook al zijn het soms lastige thema’s, wij vinden niks te moeilijk. Want het kan toch niet zo zijn dat er groepen zijn die worden buitengesloten en wij allemaal wegkijken? Wat zijn we dan aan het doen?”</p><p><strong>Embodied learning</strong><br>De vierde en laatste beurs is voor Zeynep Gündüz van Fontys Academy of the Arts. Zij gebruikt het geld om twee theoriecursussen die zij geeft bij Dance Arts in Context te vernieuwen, door een nieuwe pedagogische aanpak te ontwikkelen die theoretische inhoud integreert met <i>embodied learning.</i></p><p>“Ik ben om verschillende redenen bijzonder dankbaar voor deze subsidie. Het bevestigt de waarde van het lichaam in het leerproces, iets wat Dance Arts in Context hoog in het vaandel heeft staan”, aldus Gündüz in een reactie.</p><p>“Ik geloof dat we baanbrekend werk verrichten in de integratie van belichaamd leren in het hoger onderwijs – en wel op een schaal die echt impact kan hebben. Ik draag graag bij aan dit traject, en de Comeniusbeurs is een sterk signaal dat we op de goede weg zijn.”</p><p><span>&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,Tilburg,Lectoraten,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 19 Jun 2025 15:39:25 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b1f7713a-0706-488b-9432-63ee10dee341/500_geld-5.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b1f7713a-0706-488b-9432-63ee10dee341/500_geld-5.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b1f7713a-0706-488b-9432-63ee10dee341/geld-5.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[geld]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Duurzaamheid is geen checklist die je af kan vinken</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/duurzaamheid-is-geen-checklist-die-je-af-kan-vinken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/duurzaamheid-is-geen-checklist-die-je-af-kan-vinken/</guid><pp:caseid>711297</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>We praten veel over duurzaamheid, zegt Biljana Pešalj, de kersverse Fontyslector Circulaire Transities. Maar veranderingen gaan veel te langzaam. En dat terwijl het toch echt de hoogste tijd is.</strong></p><p>Ook hier in de Brainportregio ziet de deze week geïnstalleerde lector aan de Fontys Hogeschool Business en Communicatie dat duurzaamheid veel te vaak wordt gezien als een checklist die afgevinkt moet worden. Nieuwe Europese richtlijnen op het gebied van duurzaamheidsrapportage verplichten bedrijven sinds kort om hun impact op mens en milieu structureel vast te leggen. Dat klinkt als een stap vooruit, maar, waarschuwt Pešalj: in veel gevallen lijkt dat maar zo.</p><p>“Voor sommige bedrijven is het niet meer dan een administratieve verplichting en<span>&nbsp;</span>verandert er uiteindelijk weinig. Terwijl je de gegevens die je ophaalt binnen je bedrijf ook zou kunnen gebruiken als startpunt om na te denken wat je kunt verbeteren.”&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Groen technologie</strong><br>Gelukkig ziet de nieuwe lector dat er juist bij bedrijven in de Brainportregio ook genoeg goede duurzame initiatieven plaatsvinden en er veel gebeurt op het gebied van innovatie. Maar dat moet dan wel goed ingezet worden.&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/af24fc41-26d7-406f-b34c-3708e76ab8f8/500_biljanapescaronaljtijdensinauguratie.jpg?x=1750164206543" alt="Biljana Pešalj tijdens inauguratie" width="200">“Het is een misvatting om te denken dat we met nieuwe groene technologie simpelweg de wedstrijd gaan winnen. Natuurlijk zorgt het ervoor dat de huidige processen sneller, schoner en goedkoper worden. Maar als dat betekent dat bedrijven vervolgens het volume opschroeven en de hoeveelheid producten vergroot, dan lossen we het probleem niet op. Integendeel zelfs.”</p><p><strong>Puzzelstukjes</strong><br>Om te komen tot transities die werkelijk nodig zijn voor een duurzame toekomst, is samenwerken het sleutelwoord, stelt Pešalj. “Het is niet aan ieder van ons om te bepalen hoe de toekomst eruitziet en welke veranderingen er nodig zijn. Dat moeten we samen vormgeven.” Iedereen heeft dan ook slechts een stukje van de puzzel in handen, legt ze uit.</p><p>“We hebben het allemaal over verandering, maar weten we eigenlijk wel waar we heen willen? Als je het mensen of bedrijven zou vragen, heeft iedereen een ander antwoord. We moeten er dus voor zorgen dat al die puzzelstukjes in elkaar passen om een duidelijk toekomstbeeld te krijgen. Dat gaat alleen lukken als we het samen doen, allemaal apart is onmogelijk.”</p><p><strong>Belangrijke rol</strong><br>Pešalj ziet voor het nieuwe lectoraat dan ook een belangrijke rol weggelegd om een brug te slaan tussen het onderwijs, de wetenschap en het werkveld. Met de kennis die er binnen Fontys is, wil ze bedrijven helpen op een andere manier te kijken naar mogelijkheden voor circulaire transities. Want ook al is er vaak sprake van goede wil, de veranderingen gaan wat haar betreft veel te langzaam.</p><p>“We willen bedrijven laten zien dat ze niet alleen de focus moeten leggen op financiële waarde, maar dat het ook belangrijk is om waarde te creëren voor de maatschappij en het milieu. Natuurlijk kunnen we ze niet dwingen om iets te doen. Maar we kunnen ze wel kritische vragen stellen en de goede richting op wijzen. Dat is, vind ik, onze rol.”</p><p>Maar dat is niet de enige manier waarop het lectoraat wil bijdragen aan een meer duurzaam bedrijfsleven. Als hogeschool ligt het natuurlijk erg voor de hand om hiervoor ook het onderwijs in te zetten.</p><p>Pešalj: “Het is belangrijk om toekomstige managers zo op te leiden dat ze weten wat ze kunnen doen om duurzaam te handelen.” Daarom zal de komende tijd in curricula van verschillende opleidingen veel meer aandacht komen voor onderwerpen rondom circulaire transities en duurzaamheid. “Natuurlijk komt veel al wel aan bod en zijn sommige docenten er heel druk mee bezig, maar omdat het zoveel thema’s raakt, moeten we vooral kijken hoe we het ook goed structureel inpassen.”</p><p><strong>Niet opgeven</strong><br>Juist voor de generatie waar de Fontysstudenten toe behoren voelt Pešalj de drang om aan de slag te gaan.&nbsp;<span>“We kunnen het ons niet veroorloven om pessimistisch te zijn en gewoon maar op te geven. We hebben de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het ons gaat lukken, met name voor de nieuwe generatie. Uiteindelijk hebben onze generatie en die voor ons overmatig gebruikgemaakt van de middelen die beschikbaar waren. En dus is het nu ook aan ons om daar iets aan te doen.”&nbsp;</span><br><br>&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Annemiek,Duurzaamheid]]></category>
            <pubDate>Tue, 17 Jun 2025 14:55:14 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a5a49493-c18c-4e3b-ba6d-8362abd8d58f/500_headerbiljanapesalj.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a5a49493-c18c-4e3b-ba6d-8362abd8d58f/500_headerbiljanapesalj.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a5a49493-c18c-4e3b-ba6d-8362abd8d58f/headerbiljanapesalj.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Biljana Pesalj]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Weer wint Fontysteam de Selfdrive Challenge</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/weer-wint-fontysteam-de-selfdrive-challenge/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/weer-wint-fontysteam-de-selfdrive-challenge/</guid><pp:caseid>710904</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Vorig jaar won het studententeam van Fontys Hogeschool ICT al de Selfdrive Challenge. Vandaag deden ze dat weer. Niet alleen een prestatie om de titel te prolongeren, voor het eerst in de historie van de wedstrijd werd het parcours ook nog eens foutloos en in één keer afgelegd.</strong></p><p>Aan de Selfdrive Challenge, die sinds 2019 wordt gehouden, deden dit jaar elf studententeams van hogescholen en universiteiten uit het hele land mee. De wedstrijd wordt georganiseerd door de RDW en heeft als doel<span> studenten de kans te geven om hun skills op het gebied van autonoom rijden verder te ontwikkelen én de strijd met elkaar aan te gaan.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:500/auto;width:500px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/09c8fcb1-c470-4b80-aa71-71707de0910e/1920_hetfontysteammiddenophetpodiumbijdeprijsuitreiking.jpg?x=1749738858198" alt="Het Fontysteam (midden) op het podium bij de prijsuitreiking" width="500" height="auto">Net als vorig jaar deed het Fontysteam, dat naast studenten ook oud-studenten en docenten van het lectoraat High Tech Embedded Software&nbsp;telt, mee aan de open categorie.</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span>Tijdens de challenge moet het zelfsturende en zelfrijdende voertuig dat de teams hebben ontwikkeld onder meer rekening houden met voetgangers en stoppen voor een verkeerslicht. Het Fontysteam deed dit foutloos en het snelst van alle deelnemers en ook nog eens in één keer. Het geheim achter het succes van dit jaar zat in de ‘droomtechniek’ die Sieuwe Elferink had ontworpen en op het voertuig toepaste.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span>“Het was fantastisch”, juichte projectleider Frans Mouws na afloop. “Weer gewonnen. Maar vooral: foutloos en in één keer, en dat allemaal binnen pakweg zes minuten. Dat heeft nog nooit iemand voor elkaar gekregen.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHICT,Lectoren,Lectoraten,Ligthart]]></category>
            <pubDate>Thu, 12 Jun 2025 16:35:03 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/19a0e060-fc99-4eb7-8022-46c7d8333216/500_daargaatdeselfdrivewinnaar.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/19a0e060-fc99-4eb7-8022-46c7d8333216/500_daargaatdeselfdrivewinnaar.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/19a0e060-fc99-4eb7-8022-46c7d8333216/daargaatdeselfdrivewinnaar.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Daar gaat de selfdrive winnaar]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Boek over natuur versus technologie &#039;is Fontysfeest&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/boek-over-natuur-versus-technologie-is-fontysfeest/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/boek-over-natuur-versus-technologie-is-fontysfeest/</guid><pp:caseid>707510</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Natuur en technologie raken steeds meer met elkaar verweven, in positieve en negatieve zin. Dat stellen de Fontyslectoren Bart Wernaart en Gerard Schouten in hun nieuwe boek Moral Design & Green Technology. En dus vraagt deze tijd volgens de schrijvers niet alleen om een kritische, maar ook een open blik.</strong></p><p>Natuur versus technologie. Om verder te onderzoeken hoe die twee elkaar in deze tijd raken, leek het Wernaart, leading lector CoE Circulaire en Duurzame Transities, een spannend idee om de vakgebieden van hem en Schouten, leading lector CoE AI for Society, bij elkaar te brengen. En daar hield het niet op. Ze vroegen ook verschillende experts, waaronder een tiental collega’s, om vanuit diverse invalshoeken hun licht te laten schijnen op dit onderwerp. Hun nieuwe boek is wat Wernaart betreft dan ook een echt Fontysfeest.</p><p>“Er gebeurt binnen Fontys zo ontzettend veel op onderzoeksgebied als het gaat om onderwerpen als AI, technologie en duurzaamheid, daar zijn we goed in. Maar al deze onderwerpen zijn nog niet echt goed met elkaar verbonden. En dat hebben we nu gedaan. Dit boek is een bloemlezing waarin we al die wetenschappelijke inzichten hebben samengebracht. Dat levert veel op, want juist door de snijvlakken van onze verschillende vakgebieden op te zoeken, komen we steeds een stapje verder.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/aac3458f-712d-4ee0-b173-92e3e4547c94/500_gerardschouten-3.jpg?x=1748335244927" alt="Gerard Schouten" width="200">Antropoceen</strong><br>De twee schrijvers heten de lezer meteen in het begin van het boek van harte welkom in het Antropoceen. Een term die wordt gebruikt voor het huidige tijdperk waarin de menselijke impact op de aarde de boventoon voert. En daarbij speelt technologie een belangrijke rol, legt Schouten uit.</p><p>“Technologie is iets wat bij mensen hoort, maar als je ziet waar dat heengaat, dan heeft het wel twee kanten. Een controversiële kant, als je kijkt naar het welzijn van onze planeet, maar er is meer. We staan namelijk ook aan de vooravond van meer groene technologie die juist iets terug kan geven aan de aarde.”</p><p>Hij richt zich in het boek dan ook meer op deze kant en deelt een positieve boodschap. Want wat Schouten betreft hoeven we juist niet bang te zijn voor AI en laat hij graag zien hoe we het vooral in ons voordeel kunnen gebruiken.</p><p>Schouten: ‘We kunnen heel veel mogelijkheden die AI ons biedt op een positieve manier inzetten voor onze natuur. Met smartphones en drones kunnen we bijvoorbeeld bloemen in bermen herkennen, maar ook in kaart brengen hoe groen een stad is. Zo kun je de biodiversiteit van een gebied veel beter monitoren en bepalen of je er iets mee moet.”</p><p><strong>Science fiction</strong><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/6a73b1a6-5244-4d42-a45c-0f8fd2d917d7/500_bartwernaart-3.jpg?x=1748336049197" alt="Bart Wernaart" width="200">Daarnaast is het boek ook geschreven om lezers aan te zetten om kritisch na te denken over de rol van technologie in ons leven. Die taak is weggelegd voor Wernaart, die veel pessimistischer is dan zijn co-auteur. In één van de hoofdstukken gebruikt hij zijn liefde voor oude science fiction schrijvers om duidelijk te maken dat we wel altijd op moeten blijven letten.</p><p>Wernaart: “Jules Vernes is één van de eersten die al eind achttiende eeuw in zijn boeken waarschuwde dat we onze planeet kapotmaakten. Veel later zie je dat deze science fiction werkelijkheid wordt. Het eerdere optimisme over technologie slaat dan ook om. Ook nu moeten we weer kritisch naar de toekomst kijken. Want als ik zie dat onze technologische infrastructuur eigenlijk wordt beheerd door maar een kleine groep bedrijven, dan zie ik veel misgaan.”&nbsp;<br><br><strong>Schurende cover</strong><br>In de afbeelding op de voorkant van het boek komen volgens Schouten de twee kanten van het boek perfect samen.<span> </span>“We hebben gekozen voor een cover die een beetje schuurt. Je ziet op de afbeelding dat AI veel herkent, ook ons als schrijvers. Voor een bloem of plant is dat niet erg, daarvoor is de privacywetgeving niet van toepassing. Maar bij mensen moet je natuurlijk erg voorzichtig zijn. Dat wil de cover op een subtiele manier uitdrukken.”<span>&nbsp;&nbsp;</span></p><p>Beide lectoren hopen dat hun boek binnen en buiten Fontys een nieuwe impuls geeft aan het onderzoeksgebied. Tegelijkertijd willen ze vooral ook iedereen bereiken die meer over dit onderwerp wil weten. Daarom is er binnenkort niet alleen een fysiek boek te koop, maar is het vanaf deze week ook online gratis te <a href="https://brill.com/edcollbook-oa/title/71071" target="_blank">downloaden</a>. Want juist in deze tijd is het volgens Wernaart belangrijk dat iedereen kan beschikken over dezelfde informatie.<span>&nbsp;</span></p><p>“De wetenschap is van ons allemaal. Op dit moment ligt alles onder een vergrootglas als het gaat om klimaat, duurzaamheid of wat dan ook maar enigszins woke ruikt. Wij hebben dan als wetenschappers de taak om onze kennis hierover bij iedereen zo dichtbij mogelijk te brengen. Daar hoort een betaaldrempel niet bij.”</p><p>&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Annemiek,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Wed, 28 May 2025 11:12:21 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/347c0d2a-c885-4f67-b7f3-62635ef84d13/500_covermoraldesignampgreentechnology.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/347c0d2a-c885-4f67-b7f3-62635ef84d13/500_covermoraldesignampgreentechnology.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/347c0d2a-c885-4f67-b7f3-62635ef84d13/covermoraldesignampgreentechnology.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Cover Moral design &amp;amp; Green Technology]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Opbrengst hybride leeromgevingen moeilijk meetbaar</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/opbrengst-hybride-leeromgevingen-moeilijk-meetbaar/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/opbrengst-hybride-leeromgevingen-moeilijk-meetbaar/</guid><pp:caseid>701066</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>In de hybride leer- en onderzoeksomgevingen van Fontys ontmoeten onderwijs en praktijk elkaar. En dat zou, zo was ooit het idee, veel opleveren voor alle partijen. Maar is dat ook zo? Bron zocht het uit.</strong></p><p><span>Living Lab, authentieke leeromgeving of een professionele werkplaats. Geef het beestje maar een naam. Bij Fontys zijn ze voor de duidelijkheid ondergebracht onder de paraplu authentieke en hybride leer- en onderzoeksomgevingen, oftewel HLO’s.</span></p><p>Dit zijn plekken waar studenten en onderzoekers samen met professionals werken aan maatschappelijke vraagstukken. Dat gebeurt binnen de muren van een onderwijsinstelling, maar net zo goed ergens buiten in het werkveld.&nbsp;</p><p>Deze leeromgevingen hebben de afgelopen jaren niet alleen landelijk, maar ook binnen Fontys een enorme vlucht genomen, constateert ook Miranda Snoeren, lector professionele werkplaatsen. Zij doet onderzoek naar deze HLO’s en ziet een verschuiving plaatsvinden.<strong>&nbsp;</strong></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/9f639ca6-d1e0-4c95-b431-957c3eefad84/500_mirandasnoeren-2.jpg?x=1745499349804" alt="Miranda Snoeren" width="200">Ingewikkelde vraagstukken</strong><br>Snoeren: “In 2001 zag de eerste hybride leeromgeving van Fontys het licht in een Eindhovens ziekenhuis, vanwege een tekort aan verpleegkundigen. Destijds was het idee dat je zo studenten kon werven en snel klaar kon stomen voor de arbeidsmarkt. Nu zie je dat de samenwerking in deze leeromgevingen vooral wordt opgezocht om kennis samen te brengen voor maatschappelijk ingewikkelde vraagstukken. Niet alleen in de gezondheidszorg, maar eigenlijk in alle domeinen.”&nbsp;</p><p>HLO’s zijn voor Fontys allang geen nieuw fenomeen meer. Online is er dan ook een speciale pagina aan gewijd. ‘Voor zover bekend’ staat daar te lezen, zijn er 126 van dit soort leeromgevingen. Maar omdat ze zoveel verschillende verschijningsvormen kennen en niet alle instituten ze dezelfde naam geven, zouden het er zomaar meer kunnen zijn, geeft Snoeren toe.&nbsp;</p><p>Maar waar danken deze HLO’s hun groeiende populariteit aan en nog belangrijker, wat leveren ze op? Die vraag krijgt Snoeren als onderzoeker steeds vaker voorgelegd, en dat vindt ze niet meer dan logisch.&nbsp;</p><p>“We zijn natuurlijk ooit begonnen vanuit de overtuiging dat deze omgevingen iets opleveren. Natuurlijk wil je dan laten zien of dat ook echt zo is en daar word je ook steeds meer op bevraagd. Niet alleen vanuit subsidieverstrekkers en de partners in het werkveld, ook Fontys zelf wil dat weten.”&nbsp;</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b15dc75c-0c3f-47ef-91df-611e789cc508/500_bienkejanssen.jpg?x=1745499476880" alt="Bienke Janssen" width="200">Puntje van aandacht</strong><br>Ook Bienke Janssen, die vanuit het lectoraat Professionele Werkplaatsen recent onderzoek deed naar de ervaringen van studenten in zo’n professionele werkplaats, vindt de vraag naar wat het oplevert zeer terecht. “We hebben bij Fontys te maken met teruglopende studentenaantallen, dan is ook de bekostiging voor dit soort omgevingen wel een puntje van aandacht. Dat maakt de urgentie om te laten zien wat de impact is en wat het op kan leveren, natuurlijk wel terecht.”</p><p>Maar daar zit tegelijk ook het probleem, merkt Snoeren, want het rendement van HLO’s is lastig te duiden. “Het is moeilijk om de impact meetbaar te maken, want het gaat niet alleen om harde cijfers die je in grafiekjes onder kunt brengen. De winst van deze hybride omgevingen zit juist erg in wat er tussen mensen gebeurt. Om dat duidelijk te maken moet je die verhalen vertellen.”</p><p><strong>Student zoekende</strong><br>Janssen tekende in haar onderzoek naar professionele werkplaatsen in wijken verschillende verhalen op van Fontysstudenten. Ze constateert dat veel van hen in het begin erg zoekende zijn, omdat ze niet goed weten wat er van ze wordt verwacht, maar later toch ook verrast zijn over wat ze kunnen bereiken.&nbsp;</p><p>“In de gesprekken met studenten krijg ik bijvoorbeeld terug dat ze juist veel hebben geleerd over het omgaan met onduidelijkheid en nu een beter beeld hebben van hun toekomstige beroep. Daarnaast zien ze dat impact maken in kleine dingen zit en veel minder in die vooraf bedachte grote impact.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/7919e808-1c88-4002-97f6-f0c3a7bba913/500_bregjevandepollinks.jpg?x=1745499679935" alt="Bregje van de Pol (links) " width="200">Iemand die deze verhalen vanuit de praktijk kent, is docent pedagogiek Bregje van de Pol. Drie jaar geleden begon zij als bruggenbouwer vanuit Fontys bij een HLO in Son en Breugel met het project De Stap naar Gezonder. Zij ziet dat niet alleen de student, maar iedereen profiteert van deze samenwerkingen in het werkveld.&nbsp;</p><p>“Het heeft even geduurd, maar inmiddels zie ik in de wijk allerlei verbindingen ontstaan, die van alles opleveren. De studenten leren veel door midden in de praktijk te staan, die vaak onvoorspelbaar is en waar ze steeds op moeten leren anticiperen. Maar ze brengen zelf ook kennis en nieuwe perspectieven mee, waar professionals, vrijwilligers en ook inwoners veel aan hebben. Zo reikt de impact veel verder dan alleen deze leeromgeving.”&nbsp;</p><p><strong>Weinig flexibel</strong><br>Van de Pol vindt het daarom ook jammer dat het onderwijs nog te weinig flexibel is als het om deze leeromgevingen gaat. Haar pleidooi is om de hybride leeromgevingen binnen de bestaande curricula meer ruimte te geven.&nbsp;</p><p>“Het lijkt erop dat docenten nog moeilijk handen en voeten kunnen geven aan hun samenwerking met de praktijk. Nu zie je bijvoorbeeld dat een student al een verslag moet inleveren, terwijl de opdracht hier nog helemaal niet klaar is. Of kunnen studenten moeilijk met elkaar samenwerken omdat er vanuit hun eigen studie hele andere dingen van ze worden verwacht. Om ervoor te zorgen dat HLO’s goed gaan aansluiten in een bestaand curriculum, denk ik dat het belangrijk is om beter te kijken naar wat er in de praktijk leeft.”</p><p>Om echt een succes te maken van deze leeromgevingen moeten ze volgens Janssen een veel prominentere rol krijgen, maar dat vraagt wel wat van het onderwijs. “Ik denk dat hybride leeromgevingen een heel mooi voorbeeld zijn van hoe je Fontys for Society echt in de praktijk kan brengen. Maar dan moeten we wel aan de bak, om ook ruimte te bieden in het curriculum om dat te kunnen faciliteren."</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs Algemeen,PRO Onderwijs,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Lectoraten,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Wed, 21 May 2025 09:59:00 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/5439d56e-ad4d-4e42-8f34-5758d9f41756/500_hlo.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/5439d56e-ad4d-4e42-8f34-5758d9f41756/500_hlo.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/5439d56e-ad4d-4e42-8f34-5758d9f41756/hlo.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[HLO]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[EINDHOVEN - 20230622 -Foto door: Jules van Iperen Bezoek Burgemeester Burgemeester Jeroen Dijsselbloem Bezoek #Awesome in kader van het bezoek aan Fontys Hogeschool ]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Onderzoeksdata Fontys niet in gevaar door plannen Trump</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/onderzoeksdata-fontys-niet-in-gevaar-door-plannen-trump/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/onderzoeksdata-fontys-niet-in-gevaar-door-plannen-trump/</guid><pp:caseid>694832</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De Amerikaanse regering bezuinigt fors op wetenschap en onderwijs. Daardoor is onrust ontstaan over gegevens die in de VS zijn opgeslagen en mogelijk straks ‘onbereikbaar’ zijn voor onderzoekers uit bijvoorbeeld Nederland. Volgens Fontys zijn de data van de eigen onderzoekers niet in gevaar.</strong></p><p>Nederlandse onderzoeksinstituten en universiteiten zijn momenteel druk bezig met een inventarisatie van onderzoeksdata die mogelijk gevaar lopen. Er is vooral onrust over data die te maken hebben met thema's waar Trump niets van moet weten, zoals klimaat en gender. Ook wil Trump fors bezuinigen op onderwijs, wat allerlei consequenties kan hebben voor wetenschappelijk onderzoek.&nbsp;</p><p>Voor zover bij Fontys Hogeschool bekend, is er onder de eigen onderzoekers geen sprake van onrust of vragen hierover. “Daarvan hebben wij nog niets gemerkt”, aldus een woordvoerder. “Ons is niets bekend van samenwerkingsverbanden van Fontys onderzoekers met onderzoeksinstellingen in de VS. Het gevaar bij universiteiten is ook groter dan bij hogescholen in verband met internationale onderzoeksprojecten met onderzoeksinstellingen in de VS.”</p><p>De onderzoeksdata die Fontys opslaat, worden ondergebracht in Nederlandse systemen, wat de risico's ook al kleiner maakt. “Fontys gebruikt systemen van SURF (<span>een ICT-organisatie voor onderwijs en onderzoek) </span>en DANS/KNAW, het Nationaal expertisecentrum en repository voor onderzoeksdata." Beide zijn Nederlands. "En de data staan daardoor ook op Nederlandse servers in Nederland opgeslagen.”</p><p><strong>Oplossing</strong><br>Dat er bij andere kennis- en onderzoeksinstellingen wel onrust is ontstaan, en niet alleen over ruwe data maar ook over wetenschappelijke literatuur, merken ze wel bij SURF. <span>Sinds de terugkeer van Trump in het Witte Huis neemt daar het aantal verzoeken voor dataopslag in Nederland gestaag toe. </span>De NOS meldde vandaag dat er al volop onderzoeksgegevens die in de VS zijn opgeslagen worden gedownload, en nu op Nederlandse servers worden geparkeerd. Bijvoorbeeld door het KNMI.&nbsp;</p><p><span>Vanuit Fontys is dat (nog) niet gebeurd. </span>Toch zou het kunnen dat er ook hier onderzoekers zijn die wellicht gebruik maken van onderzoeksgegevens die op servers staan aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. “Onderzoekers die zich zorgen maken kunnen zich melden via rdm@fontys.nl of bij de data-steward van hun instituut, dan wordt indien nodig samen met hen een veilige oplossing gezocht”, aldus de Fontyswoordvoerder.</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,ICT,Lectoraten,Ligthart]]></category>
            <pubDate>Tue, 22 Apr 2025 15:59:26 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_bigdata.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_bigdata.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/bigdata.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[big data]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Paniek door Adolescence? &quot;Niet nodig&quot;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/paniek-door-adolescence-niet-nodig/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/paniek-door-adolescence-niet-nodig/</guid><pp:caseid>693214</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i>UPDATE: Na het Verenigd Koninkrijk heeft ook Nederland deze week besloten om Adolescence aan te bieden op middelbare scholen. Normaal gesproken mogen series van Netflix niet zomaar in de klas worden getoond, maar in dit geval wordt er een uitzondering gemaakt. Verder wordt er door Netflix, samen met het instituut Beeld en Geluid, ook speciaal lesmateriaal ontwikkeld over sociale media en groepsdruk.</i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>De Netflix-hit Adolescence heeft veel losgemaakt in de maatschappij. Vanwege de cinematografie, maar vooral vanwege het realistische en actuele verhaal dat iedereen zou kunnen overkomen. Fontysonderzoeker Laura Mulder zag de serie ook en vond ‘m pittig. “Maar we moeten niet meteen met z’n allen in de paniekstand schieten.”</strong></span></p><p style="text-align:start;">Adoloscence gaat over de 13-jarige Jamie Miller die wordt beschuldigd van moord op een tienermeisje van zijn school. De serie zet in vier afleveringen – die allemaal in één shot zijn opgenomen – het thema manosphere centraal, waarbij een heterogene onlinegemeenschap een sterke oppositie tegen het feminisme promoot. Een onderwerp waar sinds de <a href="https://bron.fontys.nl/de-opmars-van-conservatisme-niet-onschuldig/" target="_blank">opmars</a> van het <a href="https://bron.fontys.nl/conservatisme-door-de-bril-van-seksualiteit/" target="_blank">conservatisme</a> steeds vaker over gepraat wordt.</p><p style="text-align:start;">Erik Akerboom, directeur-generaal van de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst), zei afgelopen weekend in WNL op Zondag dat hij vindt dat iedere ouder met tieners samen met hun kinderen naar de serie zou moeten kijken omdat het ‘een uitstekende weergave is van hoe je in een parallelle wereld terecht kunt komen’. Dat laatste is iets wat Fontysmedewerker Laura Mulder kan beamen.</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/94d7c83a-1b6e-4e5f-ace9-5673d0908cab/500_profielafbeelding.png?x=1744037124821" alt="Laura Mulder" width="200">Zij deed onderzoek naar <span style="text-align:left;">vraagstukken over opvoeden en opgroeien die kenmerkend zijn in de huidige samenleving</span>, maar ook naar de rol die social media speelt in de identiteitsontwikkeling van jongeren.</p><p style="text-align:start;"><strong>Geen verbod</strong><br>Zelf keek ze met twee verschillende brillen naar Adolescence: die van een ouder en die van een onderzoeker. “Omdat ik zelf een tweeling van elf heb, doet zo’n serie wel iets met je als ouder. Maar als onderzoeker weet ik ook dat we niet meteen met z’n allen in de paniekstand moeten schieten. Zorgen rondom social media zijn er al sinds het ontstaan ervan, en dat was in Nederland zo’n 25 jaar geleden.”</p><p style="text-align:start;">We kunnen ons beter afvragen wat we kunnen doen om jongeren te beschermen. De overheid spreekt steeds vaker over een verbod, maar dat is volgens Mulder niet de oplossing. “Ga in plaats van het te verbieden het gesprek aan met jongeren. Na een schooldag v<span style="text-align:left;">ragen we vaak hoe de dag geweest is, maar dat doen we lang niet altijd als het gaat om wat onze kinderen online meemaken</span>."&nbsp;</p><p style="text-align:start;">Dat gesprek voeren vinden we nog ingewikkeld o<span style="text-align:left;">mdat ouders veel minder ‘thuis’ zijn in de online wereld dan jongeren en er daardoor vaak ‘vooroordelen’ over zijn. "T</span>erwijl het wel heel belangrijk is omdat jongeren zich niet altijd begrepen voelen als het om de online wereld gaat.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Bescherming</strong><br>Jongeren worden volgens Mulder vaker met afkeuring dan met interesse benaderd, terwijl dat juist andersom zou moeten zijn. “<span style="text-align:left;">Zorg dat je nieuwsgierig en benaderbaar bent. Als je jongeren en hun online gedrag afkeurt, voelen jongeren zich ook niet uitgenodigd er met volwassenen over te praten, terwijl dat juist zo belangrijk is om hen te kunnen helpen en beschermen."</span></p><p style="text-align:start;">Het gesprek aangaan en blijven voeren dus, dat is het beste wat we kunnen doen als het om sociale veiligheid gaat. Een rode knop invoeren waarmee 18-jarigen met één handeling hun complete digitale gegevens kunnen wissen, zoals NSC en ChristenUnie vorige week <a href="https://www.rtl.nl/nieuws/politiek/artikel/5501954/rode-knop-en-dumptelefoons-om-veiligheid-kinderen-te-beschermen" target="_blank">voorstelden</a>, vindt Mulder geen goed idee. Net als het idee van een ‘domme telefoon’ waar jongeren alleen mee kunnen bellen en sms’en.</p><p style="text-align:start;"><strong>Vorming</strong><br>“Het klinkt misschien fantastisch, maar hoe haalbaar is het om alle digitale gegevens te wissen? Bovendien: wat schiet je ermee op? Je kunt de data wel wissen, maar alles wat online gebeurt vormt kinderen, en die vorming kun je niet wissen. De online wereld is er nou eenmaal. Hoe hard je ook je best doet, die kun je nooit helemaal deleten. En dat moeten we ook niet willen, want social media biedt ook kansen en voordelen.”</p><p style="text-align:start;">Daar komt nog bij dat social media niet voor iedere jongere even schadelijk, nadelig of vervelend is. “Adolescence creëert paniek in de samenleving, m<span style="text-align:left;">aar gelukkig kunnen de meeste jongeren wel weerstand bieden</span> tegen de denkbeelden die in de serie naar boven komen. Uit onderzoek is heel duidelijk gebleken dat verschillende soorten media onder verschillende soorten omstandigheden bij verschillende soorten mensen voor verschillende soorten effecten zorgen.”</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHP,Lectoraten,Onderzoek,Luiken,Nieuws]]></category>
            <pubDate>Tue, 08 Apr 2025 09:55:36 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/06eaf169-aca3-410c-8132-a2900bf90ef8/500_adolescence.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/06eaf169-aca3-410c-8132-a2900bf90ef8/500_adolescence.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/06eaf169-aca3-410c-8132-a2900bf90ef8/adolescence.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[adolescence]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Bewegen tussen lessen door &#039;moet gemeengoed worden&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bewegen-tussen-lessen-door-moet-gemeengoed-worden/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bewegen-tussen-lessen-door-moet-gemeengoed-worden/</guid><pp:caseid>691954</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Zestig minuten bewegen op een dag. Al is het maar even wandelen, buiten spelen of gymen. Moet te doen zijn, toch? Niet helemaal. En dus is het lectoraat van Fontys Sport en Bewegen een onderzoeksproject gestart met als doel om kinderen meer te laten bewegen op school.</strong></span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">‘Het gebrek aan beweging bij kinderen is zorgwekkend’, stelde lector Dave van Kann twee jaar geleden in </span><a href="https://bron.fontys.nl/bewegingslector-kinderen-die-bewegen-zijn-straks-de-actieve-volwassenen/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">een artikel van Bron</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">. Dat moet veranderen, en dus startte hij samen met de Hogeschool van Amsterdam en de Hanzehogeschool binnen het lectoraat Move to Be het nieuwe onderzoeksproject ‘Dynamische Schooldag Op Maat’. De missie? Kinderen meer laten bewegen. Maar ook: “De functie van bewegen binnen de dynamiek op school in de kijker zetten”, aldus Van Kann.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Gemeengoed</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Beweging moet volgens de lector niet alleen iets zijn wat tijdens de gymles of op het schoolplein gebeurt. Nee, het moet geïntegreerd worden in een doodnormale schooldag en gemeengoed worden. Iets wat eigenlijk hartstikke logisch klinkt, maar wat nu nog niet voldoende gebeurt. “Het is eigenlijk heel makkelijk om beweging tussen lessen door in te zetten.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Leg uit? “Het streven is om kinderen zestig minuten per dag te laten bewegen op school. Dat getal is geen heilige graal, meer een uitgangspunt. Wij helpen scholen met het creëren van een dynamische afwisseling tussen zittende activiteiten waarin je cognitief en geconcentreerd aan een taak moet zitten, en beweegmomenten. De ene keer kan dat een pauze zijn, de andere keer een klein uitstapje naar buiten of een beweegactiviteit in de klas.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:300/auto;width:300px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/68efb361-3eea-4efe-ade4-cb082d272643/800_fontys-dave.jpg?x=1742998198314" alt="Dave van Kann" width="300" height="auto">Een standaardprocedure is er niet, omdat er voor elke deelnemende school maatwerk wordt geleverd. “De invulling ervan is heel afwisselend omdat we kijken naar de competenties en vaardigheden van leerkrachten en mogelijkheden van een klas. We kijken bijvoorbeeld naar de concentratie in een klas, maar ook naar de locatie. Als je les krijgt in een oud gebouw, is het niet handig om vijf minuten te gaan springen als er nog een klas onder je zit. Daar krijg je geen vrienden mee. Sluit een klas aan bij een schoolplein? Dan loop je gewoon even naar buiten.” &nbsp; &nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Rust en focus</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De beweegmomenten werken positief aan twee kanten. Ten eerste zijn ze natuurlijk goed voor de gezondheid van de kinderen, anderzijds werken ze ook mee aan een betere concentratie. Van Kann: “We zien nu dat kinderen die voor een langere periode aaneengesloten zitten, sneller afgeleid raken of andere dingen gaan doen. Als ze dan een beweegmoment hebben gehad, nemen de taakgerichtheid en spanningsboog weer toe. Hoewel het misschien tegenstrijdig klinkt, zorgt die beweging voor een bepaalde mate van rust en focus.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Bovendien moet het ook op langere termijn voor positieve gevolgen zorgen. “We willen de meerwaarde van beweging tijdens een schooldag laten zien. Niet alleen ten gunste van de gezondheid van kinderen, maar ook op het gebied van lekker in je vel zitten en fijn leren. Je creëert er een prettige leeromgeving mee voor zowel kinderen als de leerkracht.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Uitbreiding</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Het project is ooit gestart met twee scholen in Maastricht en inmiddels doen er ook vier andere scholen mee, met een totaal van zo’n 500 deelnemende kinderen. Komend schooljaar komt daar nog een aantal scholen bij. Het doel is natuurlijk dat heel Nederland er straks mee aan de slag gaat. Idealiter zelfs leraren in opleiding.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“We betrekken hierbij de pabo en ALO om te kijken of we onze studenten mee kunnen geven om een gemeengoed te maken van meer beweging op school. Zij zijn uiteindelijk immers degenen die voor de klas zullen staan en dit op succesvolle wijze kunnen toepassen.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Onderzoek,Luiken,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Thu, 27 Mar 2025 09:48:26 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/500_sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/500_sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>De opmars van conservatisme: &#039;Niet onschuldig&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/de-opmars-van-conservatisme-niet-onschuldig/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/de-opmars-van-conservatisme-niet-onschuldig/</guid><pp:caseid>690945</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Jongeren worden volgens onderzoek steeds conservatiever. De opmars van tradwives en de populariteit rondom influencer Andrew Tate lijken dat te bevestigen, maar wat zijn de gevolgen hiervan? Lectoren Iris Andriessen en Rutger van de Sande geven er meer inzichten over.</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">‘Wie jong is en niet links stemt, heeft geen hart. Wie ouder is en niet rechts stemt, heeft geen verstand.’ Het beroemde citaat van de Britse oud-premier Winston Churchill lijkt anno 2025 actueler dan ooit. Want hoe komt het toch dat jongeren met de jaren steeds conservatiever lijken te worden, terwijl thema’s als inclusie en diversiteit weer langzaam wat meer naar de achtergrond lijken te verschuiven?&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Die vraag stelden Iris Andriessen, die als lector bij Fontys Pedagogiek onderzoek doet naar samenlevingspedagogiek, en Rutger van de Sande, lector Learning Design en leading lector van het kenniscentrum Youth Education for Society bij Fontys Educatie, zichzelf ook. Zij geven op dinsdag 1 april een openbaar college over conservatisme in de Tilburgse LocHal.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Backlash</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">“Soms kunnen dingen mij enorm intrigeren”, legt Andriessen uit over de keuze van het onderwerp. “Omdat het zo tegen een trend ingaat die je eerst meent te zien. De toenemende openheid die er leek te bestaan rondom inclusie en diversiteit, wordt nu teruggeslagen door een bepaald conservatief gedachtengoed. Hoe ontstaat dat? En wat betekent de verspreiding van dit gedachtengoed voor democratie als samenlevingsvorm? Dat is in brede zin wat we met het nieuwe programma van ons lectoraat onderzoeken.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Ze vroeg Van de Sande erbij omdat hij de trend ook ziet groeien in het onderwijs. “Juist in het onderwijs zijn de grote verschillen in opvattingen heel zichtbaar tussen ouders en leerkrachten”, zegt hij. “Soms zelfs ook in de klas tussen kinderen en leerkrachten.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Social media</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De lectoren noemen twee voorbeelden die de toename van het conservatisme lijken te bevestigen. Het eerste: tradwives, jonge vrouwen die terug willen naar de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw. Hij verdient de kost, zij zorgt voor het huishouden en de kinderen. Het tweede voorbeeld: de omstreden influencer Andrew Tate die bekendstaat om zijn vrouwonvriendelijke uitspraken en een rolmodel vormt voor een grote groep jongeren.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Het aantal tradwives is volgens Andriessen nog marginaal. “Maar het is niet geheel onschuldig, en ik denk dat social media daar een grote rol in speelt. Tradwives die influencers zijn, dragen via verschillende online kanalen een bepaald gedachtegoed naar buiten en bereiken daar miljoenen vrouwen mee. Twintig jaar geleden bestond dat verspreidingskanaal nog niet.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Van de Sande haakt daarop in: “Volgens mij is het niet zo dat de hele samenleving conservatiever aan het worden is. Maar er is wel een groep, en die is misschien wel groeiende, die wat extremer is in zijn opvattingen en die ook van zich laat horen.” Hij heeft het over de filterbubbel - een bubbel van online informatie die gefilterd is op basis van individuele voorkeuren en zoekresultaten - en echokamers, waarbij eigen ideeën bevestigd worden als je je enkel omringt door mensen met dezelfde denkwijze als jij. &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Ophef</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">“In het onderwijs zie je dat die filterbubbels door elkaar gaan lopen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij De Week van de Lentekriebels, een projectweek met lessen over seksualiteit. Daar is in de afgelopen jaren veel tumult over geweest omdat sommige ouders niet willen dat hun kind op school seksuele voorlichting krijgt. Het is als leerkracht heel moeilijk om een stukje opvoeding over te nemen als je te maken hebt met verschillende ouders die verschillende opvattingen hebben. Dat maakt het ingewikkeld en ongemakkelijk.”&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">In het openbare college van 1 april gaan de lectoren hier dieper op in. Ze bespreken de ‘gevaren’ van conservatisme, geven verschillende voorbeelden en zeggen iets over waarom het conservatieve gedachtegoed nou zo aantrekkelijk zou zijn. “Waarom zou je een tradwife willen zijn, geloof je in Andrew Tate of sluit je je aan bij een heel orthodoxe christelijke kerk? Waarom doen mensen dat? Daar gaan we over in gesprek.”&nbsp; &nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Luiken,Onderzoek,Lectoraten]]></category>
            <pubDate>Mon, 17 Mar 2025 13:19:19 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2567d09d-832a-47ae-bc08-f4e545d4ad28/500_rutgervandesandeenirisandriessen.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2567d09d-832a-47ae-bc08-f4e545d4ad28/500_rutgervandesandeenirisandriessen.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2567d09d-832a-47ae-bc08-f4e545d4ad28/rutgervandesandeenirisandriessen.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rutger van de Sande en Iris Andriessen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Hbo-onderzoek lijdt niet onder bezuinigingen&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hbo-onderzoek-lijdt-niet-onder-bezuinigingen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hbo-onderzoek-lijdt-niet-onder-bezuinigingen/</guid><pp:caseid>690935</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De lectoraten van hogescholen breidden in 2023 flink uit, ziet het Rathenau Instituut. En alhoewel het kabinet fors op onderzoek bezuinigt, lijkt het hbo de dans te ontspringen.&nbsp;</strong></p><p>Veel investeringen van voormalig onderwijsminister Robbert Dijkgraaf zijn door het nieuwe kabinet overhoop gehaald. Maar deze niet: sinds 2023 krijgt het praktijkgericht onderzoek jaarlijks honderd miljoen euro extra. Daar verandert voorlopig niets aan.</p><p>In een nieuwe <a href="https://www.rathenau.nl/nl/werking-van-het-wetenschapssysteem/monitor-praktijkgericht-onderzoek-2023">Monitor praktijkgericht onderzoek</a> laat het Rathenau Instituut zien wat hogescholen met dat extra geld gedaan hebben. Ze investeerden vooral in het aantal onderzoekers en de ondersteuning, maar namen ook zo’n vijftig nieuwe lectoren in dienst.&nbsp;</p><p><strong>Consolidatie</strong><br>Hbo-onderzoek is relatief jong en groeide de afgelopen jaren flink. Sinds 2009 verviervoudigde het budget ruimschoots, stelt het Rathenau Instituut, van ruim honderd miljoen naar 447 miljoen euro.</p><p>In de eerste monitor, van vorig jaar, werd gesproken over ‘professionalisering’, nu heet het ‘consolidatie’. Zo groeide het aantal ondersteuners bij de lectoraten in een jaar tijd met bijna dertig procent. In absolute aantallen groeide het aantal docent-onderzoekers het hardst. Daarvan kwamen er tweehonderd voltijders bij.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:595/auto;width:595px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/cce8efee-f51e-4ee9-a09b-327294545a8d/1920_staatje.png?x=1742207104759" alt="Staatje" width="595" height="auto">Een bekend probleem voor universiteiten wordt nu ook bij hogescholen zichtbaar: het is voor lectoren en docent-onderzoekers moeilijk om de onderwijs- en onderzoekstaken in balans te houden. In gesprekken met onderzoekers hoort het Rathenau Instituut daarom klachten over werkdruk en vertraging van het onderzoek. Medewerkers hebben vaak het gevoel dat ze er meer tijd aan zouden moeten besteden.</p><p><strong>Niet volwaardig</strong><br>Een typische hbo-klacht daarentegen is het gevoel om niet voor vol te worden aangezien. “Onderwaardering beïnvloedt de motivatie van praktijkgericht onderzoekers. Zij schetsen een beeld van onderzoek dat zich nog als volwaardig moet nestelen binnen de hogescholen en het bredere kennisecosysteem.” Hbo-onderzoekers zeggen het moeilijk te vinden om “een plek te vinden in onderzoeksnetwerken van hoofdzakelijk universitaire onderzoekers”.</p><p>In vergelijking met universiteiten is het praktijkgericht onderzoek ook redelijk bescheiden van omvang. Liepen in het wo in 2023 zo’n 3.200 hoogleraren rond, in het hbo stond de teller toen op 772 lectoren.</p><p>Onderwijsminister Eppo Bruins wil daar dus niet op bezuinigen. Sterker nog, vorig jaar <a href="https://punt.avans.nl/2024/10/bruins-wil-hogescholen-promotierecht-geven/">zei hij</a> in een van zijn eerste Kameroptredens dat hij het tijdelijke extra geld voor hbo-onderzoek aan de vaste financiering wil toevoegen. Ook wil hij hogeschoolonderzoek stimuleren met het <i>professional doctorate,</i> een promotie op een praktijkgericht onderwerp.</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek Algemeen,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Mon, 17 Mar 2025 11:27:34 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_researchonderzoektoegepaststudent.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_researchonderzoektoegepaststudent.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/researchonderzoektoegepaststudent.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[research onderzoek toegepast student]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Met afscheid Eveline Wouters vertrekt een ‘Fontys-icoon’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/met-afscheid-eveline-wouters-vertrekt-een-fontys-icoon/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/met-afscheid-eveline-wouters-vertrekt-een-fontys-icoon/</guid><pp:caseid>681595</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Meer dan drie decennia is Eveline Wouters al verbonden aan Fontys. Aanvankelijk als docent, daarna als associate lector en de laatste elf jaar als lector Health Innovations & Technology (HIT). In januari gaat zij na een speciaal voor haar georganiseerd symposium met pensioen</strong>.</span></p><p><span>Professor doctor Wouters een Fontys-icoon noemen is geen overdrijving. Als het gaat om technologische en sociale innovaties in de zorgsector is zij in haar veld van expertise een erkende autoriteit. Al sinds haar eerste dag is zij verbonden aan Fontys Paramedisch, en later ook bijzonder hoogleraar bij Tilburg University.</span></p><p><span>De medische wereld is geen onbekende voor Wouters. Haar man is een gepensioneerd huisarts, twee dochters zijn eveneens huisarts geworden. “Ik ben zelf ook opgeleid als medicus. Het is een superinteressant vakgebied. Het leuke eraan is dat het echt iedereen raakt, iedereen aangaat. Tegelijkertijd zijn er zoveel contextfactoren.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:358/auto;width:358px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/0992ae10-3eca-4f2a-92c8-02c5fb330c41/800_evelinewoutersstaand-fvw-img-3147.jpeg?x=1734420867589" alt="" width="358" height="auto">En met die laatste is zij al sinds jaar en dag flink aan de slag. Vooral met de technologische ontwikkelingen. Die bij Wouters altijd in dienst horen te staan van de sociale factoren. “Er werd en wordt enorm veel verwacht van technologie. Maar de kern van de verandering zit hem niet daarin. Die zit hem in mensen: in hoe we de zorg beter organiseren en de mens daarin centraal blijft staan.”</span></p><p><span>Want de organisatie van de zorg, die kan wat Wouters betreft echt een stuk beter. Met hulp van technologie, dat dan weer wel. “Er valt veel winst te halen in een betere organisatie. Alles, maar dan ook alles moet nu verantwoord worden. Door een hoop bureaucratie weg te halen, wordt het plezier in het werk ook veel groter.”</span></p><p><span>Door meer naar technologie te kijken, wordt de blik op het werkveld ook anders en kritischer. “Neem mensen met een chronische aandoening. Die hebben vaak thuiszorg nodig. Daar moet je wel verantwoordelijkheid voor af durven te staan. Maar tegelijkertijd moet je niet verwachten dat met alleen technologie de druk op de zorg wordt opgelost. Sociale innovatie is minstens zo belangrijk. Niet alleen in de zorg trouwens. Door social media zijn we allemaal in ons eigen bubbeltje gaan leven. Maar mensen hebben elkaar nodig.”</span></p><p><span><strong>Eilandjes</strong></span><br><span>Ergens in het gesprek zegt zij dat het vakgebied wel heel erg veranderd is in de loop der jaren. Hetzelfde geldt voor haar werk bij Fontys. “Toen ik hier begon waren het allemaal eilandjes en was onderzoek nog een heel klein onderdeel. Nu hebben we centres of expertise en is er veel meer focus. Waar vroeger een student bij wijze van spreken onderzoek deed naar één spier, zijn onderzoeken nu veel breder en groter en met veel meer disciplines.”</span></p><p><span>Haar eigen carrière kwam in een flinke stroomversnelling terecht toen zij lector werd. “Als associate lector zat ik op een zeker moment op een dood spoor, kon ik niet echt meters maken. Toen ik lector en later hoogleraar werd, kwam er ineens heel veel – soms te veel – op mijn bordje.”</span></p><p><span>Maar meters maken, dat deed zij ineens wel. En het vakgebied mag ondertussen veranderd zijn, na een half leven bij Fontys, geldt dat volgens Wouters niet voor het met en voor studenten werken. “Ja, de middelen zijn veranderd. Maar het gaat nog steeds om jonge, enthousiaste mensen. Het is en blijft heel procesgericht: studenten hebben behoefte aan duidelijkheid.”</span></p><p><span>Hóe je die duidelijkheid verschaft, dat is gedurende de jaren wel verschoven. “Dat is misschien wat lastiger geworden, ja. Daarom moet je wel kaders blijven bieden. En je ervaringen delen met hen. Dat is iets anders dan voorschrijven hoe het moet. Tegelijkertijd: de middelen mogen veranderd zijn, het enthousiasmeren van studenten blijft gewoon het leukste aan het docentenvak.” [</span><i><span>Tekst loopt door onder foto</span></i><span>]</span></p><p><span>Gezien haar werkveld lijkt het logisch dat de coronaperiode het deel van haar carrière omspant dat haar het meest is bijgebleven. Niet dus.&nbsp;</span></p><p><span>“Zeker, het was een leerzame periode. Alles ging toen veel sneller op het gebied van in gebruikname van technologie, dat wel. Maar in mijn vakgebied zie je nu dat het weer stukken minder is geworden. Neem het videobellen door artsen en specialisten: dat gebeurt nog maar heel weinig nu. Voor mij persoonlijk: ik heb ook corona gekregen en was daardoor lange tijd mijn reuk kwijt.”</span></p><p><span><strong>(On)gezond</strong></span><br><span>Over gezondheid gesproken…&nbsp;</span><br><span>Wat dat betreft heeft zij al die jaren haar grenzen ook wel moeten bewaken. “Ik doe mijn werk heel graag. Maar mijn werk is mijn hobby? Het is net als topsport: het is niet gezond om alleen maar dat te doen.”</span></p><p><span>“Dat wordt ook de komende tijd nog mijn uitdaging. Ik word 67 en moet dus met pensioen. Maar bij de universiteit heb ik officieel nog vijf jaar promotierecht. En promovendi begeleiden, dat blijf ik ook doen. Want ik vind dat heel inhoudelijk en superleuk werk. Mijn grote uitdaging wordt om niet te veel met nieuwe dingen aan de slag te gaan, geen subsidies meer aan te vragen voor nieuw onderzoek.”</span></p><p><span><strong>Authentiek</strong></span><br><span>Of ze nog een advies heeft voor studenten, docenten en lectoren van nu en in de toekomst? “Ben nieuwsgierig. Blijf vragen stellen. Leer niet om je diploma te halen. Het is het proces dat belangrijk is. Voor docenten: blijf authentiek en betrek elkaar bij dingen.”</span></p><p><span>“En als het om lectoren gaat: ik hoop dat zij wat vaker betrokken worden bij veranderingen in de onderwijswereld. Dat gebeurt nu te weinig.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHP,PRO Gezondheidszorg,Lectoraten,Onderzoek Gezondheid,Campus,Ligthart,FHMG]]></category>
            <pubDate>Tue, 17 Dec 2024 11:10:53 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0d5d1926-0daf-469f-aafc-be57234d710f/500_evelinewoutersfeatured-fvw-img-3166.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d5d1926-0daf-469f-aafc-be57234d710f/500_evelinewoutersfeatured-fvw-img-3166.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d5d1926-0daf-469f-aafc-be57234d710f/evelinewoutersfeatured-fvw-img-3166.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[foto&amp;#039;s Frank van Welie]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Eveline Wouters]]></pp:imageDescription></item></channel>
                    </rss>