<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:pp="http://www.presspage.com/rss/"
     version="2.0"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
                <channel>
                    <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                    <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                    <description></description>
                    <language>nl</language>
                    <lastBuildDate>Fri, 23 Oct 2026 19:22:28 +0200</lastBuildDate>
                    <pubDate>Fri, 16 Oct 2026 12:49:43 +0200</pubDate>
                    <image>
                        <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                        <url>https://content.presspage.com/clients/150_1980.jpg</url>
                        <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                        <width>144</width>
                    </image><item>
                        <title>De opmars van de manosfeer: waar komt die vandaan?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/de-opmars-van-de-manosfeer-waar-komt-die-vandaan/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/de-opmars-van-de-manosfeer-waar-komt-die-vandaan/</guid><pp:caseid>819083</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De manosfeer wint de afgelopen jaren aan populariteit. De vraag is alleen: waarom? En door wie precies? Filosofen en Fontysdocenten Martine Berenpas en Kirsten Poortier gaven daar dinsdagavond tijdens een overvol openbaar college antwoorden op. Met daarbij als hoofdvraag: is de manosfeer marginaal of mainstream?</strong></p><p>Het openbaar college in de LocHal in Tilburg, waarbij het spreekwoordelijk gezien vechten was om een plekje op de tribune, begon met een kleine reis door de geschiedenis. Want de manosfeer is niet nieuw. Het hiërarchische mensbeeld stamt af uit de tijd van de landbouwrevolutie en kreeg een kleine twintig jaar geleden een nieuwe ‘boost’ toen de term ‘manosphere’ gepopulariseerd werd. Dat gebeurde in 2009 in blogs, vertellen de bij Fontys Educatie werkzame Kirsten Poortier en Martine Berenpas. De twee houden zich al jaren bezig met dit onderwerp en schreven er onlangs een boek over. Daarover later meer.</p><p>“De term ‘manosphere’ werd in 2009 gebruikt om een online netwerk van verschillende gemeenschappen te beschrijven die opkomen voor de belangen van mannen", klonk het. Vijf jaar later werd manosphere bij het nog grotere publiek bekend na een online conflict rondom de vrouwelijke game developer Zoë Quinn. Na een blogpost van haar ex, die haar daarin negatief neerzette, werd ze het doelwit van een online haatcampagne. Sociologen en wetenschappers zien deze <i>gate</i> als een kantelpunt in de opkomst van de manosfeer.</p><p><strong>Vrouwvijandigheid</strong><br />“Toen werd pas echt duidelijk dat er online heel veel gemeenschappen zijn die met elkaar verbonden zijn door vrouwvijandigheid”, aldus de docenten. De gemeenschappen vormen allerlei afzonderlijke groepen die zich allemaal op een andere manier bezighouden met een vorm van de manosfeer. Ze delen bijvoorbeeld het anti-feminisme of ideeën over alfamannen, maar hebben los daarvan ook hun eigen ideeën.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:334px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a0ab94b7-1eba-4992-a5a5-446a6f0547f9/800_img_6853.jpg?x=1791969681245" alt="De zaal zat bomvol" width="334" />Zo heb je in de manosfeer onder andere de groep Men Going Their Own Way, bestaande uit mannen die autonoom en zelfvoorzienend willen leven. Relaties met vrouwen zweren ze voor een groot deel af. Een andere groep (de Pick-Up Artists) biedt cursussen aan om vrouwen te kunnen versieren. En dan heb je ook nog de ‘incels’, de meest bekende groep. Deze mannen <span>zijn onvrijwillig celibatair en hebben een ingewikkelde relatie tot hun verlangen naar intimiteit met vrouwen.</span></p><p><strong>Hoe kom je erin terecht?</strong><br />Maar hoe kom je daar toch in terecht, vragen Poortier en Berenpas zich af. Dat kan op verschillende manieren. “De manosfeer heeft wortels in bewegingen en groepen die al ouder zijn dan het internet. Dat is dus niet nieuw. Maar het aspect van internet is dat wel, en dan voornamelijk de mogelijkheid tot interactie. Je begint gesprekken en voelt je gezien, maar wat je vaak ziet is dat mensen elkaars minderwaardigheden bevestigen. Ze geven de schuld daarvan aan vrouwen en het feminisme. Want vrouwen ‘zijn oppervlakkig en willen alleen knappen mannen’.”</p><p><strong>Kritische perspectieven</strong><br />Poortier en Berenpas schreven een boek over dit onderwerp, waarin ze tien kritische perspectieven op de manosfeer omschrijven. Vier daarvan werden toegelicht in het college. De eerste is gericht op het historische perspectief, en dan met name op vrouwenemancipatie.</p><p>Een ander gaat over ideologie. Er zijn biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, maar die rechtvaardigen niet de traditionele rollen in de samenleving. Dan komt moraalfilosofie, inzoomend op het verschil tussen seksisme en misogynie. Daarbij gaat seksisme over ongelijke behandeling en misogynie over de afkeer en het afstraffen van vrouwen als ze zich niet aan de traditionele rol houden. En tot slot nog het sociologische perspectief, waarbij de privileges van – vooral – witte mannen worden besproken.</p><p>De manosfeer is dus heel divers. Met veel verschillende vormen, groepen en gedachtes. En veel verschillende perspectieven of manieren om daarmee om te gaan. “Maar al met al”, sloot Poortier het college af, “moeten we ervoor waken dat we denken dat de manosfeer een groepje losgeslagen, radicale mannen is dat in de minderheid is.” Terugkomend op de eerste vraag: “Manosfeer is niet marginaal, maar mainstream.”</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Fontys Educatie,Luiken,Tilburg]]></category>
            <pubDate>Wed, 14 Oct 2026 12:15:24 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 16 Oct 2026 10:49:43 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/95f0938e-1d2e-4cb1-a12a-5b6d8cdcd2a8/500_img_6861.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/95f0938e-1d2e-4cb1-a12a-5b6d8cdcd2a8/500_img_6861.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/95f0938e-1d2e-4cb1-a12a-5b6d8cdcd2a8/img_6861.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Openbaar college Manosfeer]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Taalbewust lesgeven: hoe doe je dat?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/taalbewust-lesgeven-hoe-doe-je-dat/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/taalbewust-lesgeven-hoe-doe-je-dat/</guid><pp:caseid>817721</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Of je nou internationale studenten in je klas hebt die de voertaal niet spreken, eerstejaarsstudenten die het vakjargon niet kennen of studenten met bijvoorbeeld dyslexie: zo’n beetje elke docent krijgt ermee te maken. Maar hoe ga je daarmee om? Daar gaat lector Marina Bouckaert met haar nieuwe lectoraat een handje bij helpen.</strong> </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Het lectoraat Taalbewust en inclusief opleiden van Fontys Educatie bestaat al sinds januari, maar<u> </u>in oktober wordt lerarenopleider Marina Bouckaert officieel als lector geïnstalleerd.  </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Er lopen al verschillende projecten, met als voorbeeld eentje uit Limburg, waar gewerkt wordt aan een learning design studio die gericht is op de wens van de provincie Limburg om toe te werken naar een Deel-III erkenning van de Limburgse taal als formele taal. Een ander voorbeeld is gericht op ondersteunend tekenen voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis. </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Het lectoraat valt onder Fontys Educatie en is dus vooral bedoeld voor lerarenopleiders. Maar in principe zijn alle docenten van Fontys opleiders, en dat maakt het interessant voor iedereen. Daarom deed Bron een rondje op de campus, waar we bij willekeurige docenten de volgende drie dilemma’s en voorbeelden ophaalden van situaties die zij zelf in de klas meemaakten. En waar we Bouckaert als nieuwe lector op laten reageren.</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>1. Een student (bijvoorbeeld uit Syrië of Oekraïne) die noch Nederlands noch Engels spreekt.</strong></span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“We leiden op voor de Nederlandse beroepscontext, dus als je uit zou gaan van het leren van het Nederlands als tweede (of derde of vierde) taal, dan hebben we vooral gewoon geduld nodig. Een taal leren kost nou eenmaal tijd. Studenten geven we het advies om in hun eigen tijd zoveel mogelijk in het Nederlands te lezen of Nederlandse series te kijken met Nederlandse ondertiteling. Wat dat betreft vind ik het ook heel erg dat de mediatheken weg zijn; die stonden bol van wetenschappelijke literatuur, handboeken en non-fictie én waren een belangrijke ontmoetingsplek om in gesprek te raken.  </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:214px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8411de10-2510-4b92-8f50-d6de9b0957fe/800_bouckaert-dendraakmarinam.c.3klein.jpg?x=1790839546651" alt="Marina Bouckaert" width="214" />Met het lectoraat hopen we hieraan bij te kunnen dragen door bewuster stil te staan bij de rol die taal speelt in het onderwijs, maar ook door studenten er nauw bij te betrekken. Participatie creëren door samen met studenten een inclusieve leeromgeving vorm te geven. Bijvoorbeeld door het gesprek aan te gaan over wat hun talige achtergronden zijn en welke kwaliteiten ze al meenemen. Iedereen gelijkwaardig behandelen en hen tot hun recht laten komen. Emancipatie en participatie; dat is wat we voor ogen hebben.”  </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>2. Studenten die het vakjargon niet kennen of een kleinere woordenschat hebben.</strong></span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“Ten eerste is dat nu ook een maatschappelijke trend die – denk ik – heel erg te maken heeft met de dalende leesvaardigheden. Door veel te lezen en praten, en eigenlijk gewoon zoveel mogelijk met taal bezig te zijn, ontwikkel je je woordenschat. Dat zit hem dan niet alleen in het vakjargon dat ze moeten leren, maar ook echt in de meest basale woorden. </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Eigenlijk wil je als docent zoveel mogelijk taalvaardigheden aan elkaar koppelen in een college of een project, zodat ze de kans krijgen om zich die taal eigen te maken. En wederom: geduld. Want ook vaktaal leer je niet van de één op de andere dag.”  </span></p><p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>3.  Studenten met een taalachterstand, zoals studenten met dyslexie. Die moeten – bijvoorbeeld bij een scriptie – aan dezelfde taalnormering voldoen als alle anderen.</strong> </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"> “Het belangrijkste is dat we de student centraal zetten. Wat zijn de ondersteuningsbehoeften per persoon en hoe geven we daar een passend antwoord op? Kijk binnen de opleiding naar de mogelijkheden en naar een basisniveau van wat binnen de beroepscontext aan taalvaardigheden past. Wat vraagt die beroepscontext van een student en hoe belangrijk is het dat alles op het gebied van taal accuraat is en perfect qua vorm?  </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Verder adviseren we studenten ook altijd om thuis om hulp te vragen, bijvoorbeeld bij het nalezen van een scriptie. En daarnaast is er natuurlijk ook AI. Mag een student daar gebruik van maken? En zo ja: in welke mate?”  </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Complex vraagstuk</strong> </span><br /><span style="margin:0px;padding:0px;">Het zijn drie veelvoorkomende voorbeelden, maar daarmee zijn we er natuurlijk nog lang niet. Bouckaert geeft aan dat taal een complex vraagstuk is dat constant in ontwikkeling is. “Taal gaat niet alleen om instrumentele taalvaardigheden, maar ook om het bewustzijn van wat taal doet. Als je een verslag schrijft dat bomvol spelfouten staat, dan wek je een bepaalde indruk bij de lezer. Of als je heel informeel communiceert en op die manier een pitch geeft voor je beroep, dan doet dat iets met de toehoorder. Kortom: taalbewustzijn is zowel voor studenten als docenten superbelangrijk. Het is letterlijk overal.” </span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Educatie,Fontys Educatie,PRO Educatie,Lectoraten,Lectoren,Luiken,Onderwijs,Onderwijs Educatie]]></category>
            <pubDate>Thu, 01 Oct 2026 09:47:26 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 05 Oct 2026 09:38:33 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2c270b63-5b04-4bbb-9357-d68525be08dd/500_marinabouckaert.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2c270b63-5b04-4bbb-9357-d68525be08dd/500_marinabouckaert.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2c270b63-5b04-4bbb-9357-d68525be08dd/marinabouckaert.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Marina Bouckaert]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nieuwe aanpak biedt hoop voor lerarentekort</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nieuwe-aanpak-levensbeschouwing-biedt-hoop-voor-lerarentekort/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nieuwe-aanpak-levensbeschouwing-biedt-hoop-voor-lerarentekort/</guid><pp:caseid>761808</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Fontys is samen met onder andere scholenorganisatie OMO een nieuw scholingstraject gestart om het lerarentekort terug te dringen. Bevoegde leraren kunnen daarmee op een laagdrempelige manier een tweede bevoegdheid halen. In dit geval gaat het om het vak Levensbeschouwing, maar deze aanpak heeft volgens Hans van den Bemt, coördinator van de lerarenopleiding Levensbeschouwing, ook potentie voor andere tekortvakken.&nbsp;</strong></p><p>Landelijk gezien gaat het om een unieke samenwerking, waar naast Fontys Educatie en OMO (Ons Middelbaar Onderwijs, een scholenorganisatie voor het voortgezet onderwijs) ook de bisdommen van Breda en Den Bosch en de Universiteit van Tilburg aan meedoen. Samen organiseerden ze in het afgelopen studiejaar tien scholingsbijeenkomsten voor bevoegde OMO-docenten die geschoold zijn voor een ander vak dan Levensbeschouwing, maar wel interesse hebben in een tweede bevoegdheid voor het vak – jawel – Levensbeschouwing.</p><p>Levensbeschouwing is en blijft immers een belangrijk vak, zegt Van den Bemt. Maar omdat het tekort voor docenten groot en de aanwas vanuit zowel Fontys als de Tilburgse universiteit niet bijster hoog is, moeten er andere stappen gezet worden. "Momenteel zijn er landelijk gezien heel veel onbevoegde of onderbevoegde mensen die het vak Levensbeschouwing geven, wat ervoor zorgt dat de kwaliteit soms ondermaats is", zegt Hans van den Bemt daarover.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:240/auto;width:240px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d5a95c08-2a9d-425e-b9ff-75c76401c182/800_hansvandenbemt1.jpg?x=1782821038686" alt="Hans van den Bemt" width="240" height="auto">Dat zit zo: Levensbeschouwing is vanuit de overheid geen verplicht vak. Schoolbesturen bepalen zelf of ze het vak verplicht maken en bij OMO is dat het geval. Tegelijkertijd zijn er geen landelijke richtlijnen over welke bevoegdheid je nodig hebt om het vak te mogen geven. “Ze moeten lesbevoegd zijn, pedagogisch en didactisch, maar dat betekent dus dat iemand met een tweedegraads Geschiedenis-diploma bij wijze van spreken ook automatisch Levensbeschouwing zou mogen geven”, aldus Van den Bemt.&nbsp;</p><p><strong>Proefjaar</strong><br>OMO doet dat niet op die manier; de organisatie wil niet zomaar elke docent voor de klas zetten en wil bovendien het vak Levensbeschouwing versterken. “Daarom is er nu een traject opgestart waarbij bevoegde docenten met tien scholingsbijeenkomsten een soort proefjaar krijgen om erachter te kunnen komen of Levensbeschouwing iets voor ze is.”&nbsp;</p><p>Na die tien bijeenkomsten krijgen ze een certificaat waarmee ze in principe kunnen zeggen dat ze voldoende bekwaam zijn om het vak te geven. Toch hebben de samenwerkende partijen de hoop dat de docenten na het traject doorstromen naar een officiële studie bij bijvoorbeeld Fontys. “Bij Fontys Educatie Levensbeschouwing kunnen ze dan in één jaar tijd hun bevoegdheid halen. Met het certificaat zijn ze bekwaam, met een diploma bevoegd.”&nbsp;</p><p><strong>Verdubbeling</strong><br>De eerste ronde van de samenwerking heeft voor Fontys goed uitgepakt: van de negen deelnemers stromen er zes door naar de opleiding binnen Fontys. Maar die zekerheid was er op voorhand absoluut niet, zegt Van den Bemt. “Het had ook zo kunnen zijn dat Fontys er geen enkel profijt van zou hebben als niemand voor een vervolgstudie bij ons zou kiezen. Dat is gelukkig niet gebeurd: we krijgen er een mooi aantal studenten bij. Bijna een verdubbeling van het aantal zij-instroomstudenten dat we nu hebben.”</p><p>Woensdag krijgen de eerste negen deelnemers hun certificaat uitgereikt en in september start de tweede ronde. Dat gaat ook weer over het vak Levensbeschouwing, maar volgens Van den Bemt zou het ook voor andere tekortvakken een goede oplossing kunnen zijn. “Als je mensen in een aantal bijeenkomsten eerst laat proeven, maak je de drempel een stuk minder hoog dan wanneer iemand meteen met een hele studie moet starten.”&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Tilburg,lerarenopleiding en pabo&#039;s,lerarenopleidingen en pabo’s,Fontys Educatie,Onderwijs Educatie,PRO Educatie,Educatie,Luiken]]></category>
            <pubDate>Tue, 30 Jun 2026 14:46:37 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 01 Jul 2026 16:20:47 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-487861393.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-487861393.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/shutterstock-487861393.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[klas lokaal klaslokaal student studeren docent leraar]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Als zombies over de campus tijdens Smombierun</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/smombierun-al-rennend-gamen-op-je-smartphone/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/smombierun-al-rennend-gamen-op-je-smartphone/</guid><pp:caseid>761672</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Hoe noem je een zombie die al lopend over straat op zijn telefoon kijkt? Een smombie. En hoe hard denk je dat zo’n smombie zou kunnen rennen? Het antwoord op die vraag wordt donderdag door tientallen studenten beantwoord tijdens een experiment. De tuin van campus Rachelsmolen staat dan in het teken van de smombierun.</strong></p><p>Smombie is een samentrekking van de woorden ‘smartphone’ en ‘zombie’. De term, in 2015 verkozen tot jeugdwoord van het jaar in Duitsland, is ingegeven door mensen die als een zombie over straat lopen met hun smartphone. “Daardoor krijgen ze een ander loopje en zijn ze afgesloten voor alles wat er om hen heen gebeurt”, zegt Rens van der Vorst. Hij initieerde de smombierun samen met collega Frans Mouws.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/edf21480-4dd7-4e07-a9cc-0eeec8fa36ad/500_img_5375.jpg?x=1782740777332" alt="Rens vd Vorst en Frans Mouws" width="200">De ICT-docenten vonden de term symbool staan voor hoe de bevolking tegenwoordig verslingerd is aan smartphones. En dus dachten ze: misschien kunnen we dit op een ludieke manier aanpakken door te kijken hoe hard mensen kunnen lopen terwijl ze naar hun telefoon kijken. “Dat gaan we donderdag testen bij een sportdag van Fontys Educatie, waar zo’n 160 studenten aan meedoen", aldus Mouws.</p><p><strong>Mini-games</strong><br>Tijdens de sportdag lopen de studenten verschillende smombieruns, waarbij ze per persoon – het liefst gekleed in een zombiepak en besmeerd met zombieschmink - 400 meter afleggen. Dat doen ze terwijl het<span> </span>toepasselijke nummer ‘Zombie’ van The Cranberries uit de campusspeakers knalt en ze op hun telefoon twee minigames spelen, waardoor ze gedwongen worden naar hun scherm te blijven staren. Bij de spelletjes moeten ze zombies neerschieten en ontwijken.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d26aa9e7-5b1b-432d-877d-d460a89c9758/500_schermshyafbeelding2026-06-29om15.45.28.png?x=1782740783162" alt="Rens vd Vorst en Frans Mouws" width="200">“De app met daarop de games is door een ICT-student gebouwd”, vervolgt Van der Vorst. “De spelletjes zijn vrij makkelijk. Die zou je zittend of stilstaand niet spelen omdat ze dan gewoon saai zijn. Maar dat verandert als je ze rennend speelt; dan worden ze een stuk moeilijker. Als je te vaak een zombie mist, ben je af. Degene met de snelste finish-tijd wint twee tickets voor Walibi Fright Nights.”</p><p><strong>Olympische sport</strong><br>Mouws, die het experiment zelf drie keer deed en geen enkele keer de finish haalde, hoopt dat de smombierun na donderdag ook op andere plekken in Nederland georganiseerd zal worden. Misschien zelfs wel wereldwijd. “We gaan de software gratis beschikbaar stellen”, zegt hij, aangevuld door Van der Vorst: “Ik zeg niet dát het een Olympische sport wordt, maar dat zou natuurlijk wel leuk zijn.”&nbsp;</p><p><i>Benieuwd naar de beelden van deze smombierun? Houd onze socials donderdag in de gaten!</i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,Campus,Student,Fontys Educatie,Educatie,FHICT,ICT]]></category>
            <pubDate>Mon, 29 Jun 2026 16:46:43 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 30 Jun 2026 11:06:10 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/64cef525-85af-46c1-8cdf-c44ce8b18711/500_shutterstock_2034714770.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/64cef525-85af-46c1-8cdf-c44ce8b18711/500_shutterstock_2034714770.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/64cef525-85af-46c1-8cdf-c44ce8b18711/shutterstock_2034714770.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[zombie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kunst en cultuur winnen terrein in het basisonderwijs</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kunst-en-cultuur-winnen-terrein-in-het-basisonderwijs/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kunst-en-cultuur-winnen-terrein-in-het-basisonderwijs/</guid><pp:caseid>757813</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Stichting Méér Muziek in de Klas bereikt samen met partners steeds meer kinderen en jongeren met kunst- en cultuuronderwijs. “Het is heel fijn om te zien hoe graag het onderwijs dat wil”, aldus Kirsten Smeenk, docent bij Fontys en coördinator van Méér Muziek in de Klas Helmond.</strong></span></p><p style="text-align:start;">De stichting zet zich in voor meer creatieve en cultuurlessen op basisscholen. Uit de cijfers blijkt onder andere dat meer dan 1.200 scholen meedoen. Dat zijn er 200 meer dan het gestelde doel. Daarnaast meten deelnemende scholen meer motivatie, zelfvertrouwen, betere sociale vaardigheden, samenwerking en concentratie bij leerlingen.</p><p style="text-align:start;"><strong>Wegbezuinigen</strong><br>Méér Muziek in de Klas doet dit omdat kunst- en cultuurlessen de afgelopen jaren steeds vaker zijn wegbezuinigd om ruimte te maken voor meer reken- en taallessen. “Het werkt echt niet om nog meer rekenen te geven, de resultaten gaan juist omlaag in plaats van omhoog”, vertelt Smeenk, die ook muziekdocent is op de pabo van Fontys. Volgens haar is het juist de afwisseling die kinderen helpt betere resultaten te behalen. “Het is bewezen dat het zorgt voor betere cognitieve vaardigheden, los van het feit dat het leuk is.”</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/08f547d3-f72a-4354-803b-40ff85d455a6/500_img_9580.jpeg?x=1781252920557" alt="Pabostudent Eva" width="200">Dit herkent tweedejaars pabostudent Eva. “Als we iets creatiefs doen, zie je de kinderen echt opfleuren. Laatst hadden we het over vriendschap in de klas en dan voeren ze ook echt diepe gesprekken met elkaar. Het is zo mooi om te zien hoe ze elkaar beter leren kennen en begrijpen als ze niet alleen met taal en rekenen bezig zijn.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Geen ruimte</strong><br>Ondanks het positieve tussenrapport kan het volgens Smeenk nog beter. “Als ik lesgeef op de pabo, zijn studenten eerst altijd terughoudend, maar na één les zien ze al in hoe leuk en belangrijk het is om af en toe iets met muziek tussendoor te doen. Helaas zie je ook dat wanneer ze iets wat ze bij mij hebben geleerd willen toepassen, er op hun stageschool meestal geen geld of ruimte voor is.”</p><p style="text-align:start;">Ook hierin kan Eva zich vinden. “Ik vind wel dat we op mijn stageschool meer met muziek en creativiteit kunnen doen dan nu. Je ziet de kinderen die normaal gesproken een beetje op de achtergrond blijven juist naar voren treden en zich van hun beste kant laten zien.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Cultuur,PRO Cultuur,PRO Kunst en cultuur,Onderwijs Educatie,PRO Educatie,Fontys Educatie,Educatie,Pabo,lerarenopleidingen en pabo’s,Mauro]]></category>
            <pubDate>Fri, 12 Jun 2026 10:34:33 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 16 Jun 2026 08:27:34 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0c233a8f-2164-45bf-84a7-6f096fcbbdfe/500_shutterstock_2668576591.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0c233a8f-2164-45bf-84a7-6f096fcbbdfe/500_shutterstock_2668576591.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0c233a8f-2164-45bf-84a7-6f096fcbbdfe/shutterstock_2668576591.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[muziek muziekles kleuters school basisschool]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Zorgen om instroom lerarenopleidingen: &#039;Het is hard werken&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/zorgen-om-instroom-lerarenopleidingen-het-is-hard-werken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/zorgen-om-instroom-lerarenopleidingen-het-is-hard-werken/</guid><pp:caseid>757066</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>In de afgelopen jaren waren de instroomcijfers voor de tweedegraadslerarenopleidingen bij Fontys redelijk stabiel, terwijl er bij andere hogescholen juist een dalende trend te zien was. Maar voor het komende studiejaar ziet het er volgens Martin de Wolf, directeur bij Fontys Educatie, iets minder rooskleurig uit. “Ik maak me wel wat zorgen.”</strong></p><p>In de eerste drie jaar dat Martin de Wolf op de directeursstoel van Fontys Educatie zat, ging het best goed met de tweedegraadslerarenopleidingen van Fontys. De instroomcijfers van 2023, 2024 en 2025 waren tegen alle prognoses in best stabiel. Ieder jaar werd er een betere inschrijving gerealiseerd dan vooraf voorspeld was. “Daar mogen we niet ontevreden over zijn”, zegt De Wolf. “Maar als ik vooruitblik, heb ik er wel een ander beeld bij en dat is minder rooskleurig. Voor het aankomende jaar maak ik me wel wat zorgen.”&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:257/auto;width:257px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/ad22b0fa-3172-49a4-9478-00b51656d1bc/800_c1920-martindewolf-2.jpg?x=1780644170476" alt="Martin de Wolf" width="257" height="auto">Hoewel er nog geen keiharde cijfers bekend zijn en De Wolf daar dus ook niks concreets over kan zeggen, ziet hij al wel dat de voltijd en deeltijd inschrijvingen op dit moment achterblijven ten opzichte van vorig jaar. Dat geldt onder meer voor het tekortvak Nederlands, wat bij Fontys Educatie een nog relatief grote opleiding is. De meest populaire opleidingen zijn Geschiedenis (geen tekortvak) en Engels, maar daar lopen de cijfers ook terug. “Terwijl er bij Sittard dan weer een stijgende trend is”, aldus De Wolf. Bij het tekortvak wiskunde is momenteel sprake van een lichte stijging. “Dit geeft wel aan hoe grillig het beeld is en dat het ook niet aan een specifieke opleiding is toe te wijzen.”&nbsp;</p><p>Waar dat aan ligt? Het past volgens de directeur in de prognose die ooit is gedaan. En bovendien zijn er in veel meer sectoren tekorten op de Nederlands arbeidsmarkt. Maar zou het misschien ook kunnen liggen aan het nieuwe opleidingsmodel dat in september 2025 van start ging bij Fontys Educatie? De Wolf geeft toe dat daar door sommige collega’s kritisch naar gekeken wordt, vooral vanuit het perspectief van de deeltijdstudent. Toch zijn er ook deeltijdopleidingen waar de studentenaantallen groeien. “We gaan de aankomende periode kritisch kijken of het model goed aansluit bij de wensen en behoeften van de deeltijdstudent.”</p><p><strong>Actieplan</strong><br>Er wordt gekeken naar de oorzaak, maar ook het gevolg wordt aangepakt, zowel bij Fontys als bij andere lerarenopleidingen. De Vereniging Hogescholen heeft een paar weken terug een actieplan ingediend bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap omdat de tekorten in de sector zodanig groot worden, dat belangrijke vakken zoals informatica, wiskunde, Nederlands, Frans en Duits in de toekomst mogelijk niet meer op alle scholen gegeven kunnen worden.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:345/auto;width:345px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/84611e8c-3077-4bd9-943a-91ebf37781a0/800_gebouwp1opcampusstappegoorwaarmorgengestemdkanworden.jpg?x=1780644190277" alt="Gebouw P1" width="345" height="auto">In het actieplan wordt onder meer gepleit om jaarlijks 18 miljoen euro uit te trekken voor kleine lerarenopleidingen en voor lerarenopleidingen die opleiden voor tekortvakken. Er wordt gevraagd om een eenmalig bedrag van 7,5 miljoen euro om het onderwijs toekomstbestendiger te organiseren, er wordt ingezet op meer samenwerkingen én op het behoud van zittend personeel. Daarnaast wordt ook het behalen van een tweede bevoegdheid benoemd, een actiepunt waar bij Fontys al hard aan gewerkt wordt.&nbsp;</p><p>“Ik zou het heel mooi vinden als we alles op alles kunnen zetten om mensen ertoe te bewegen om voor het onderwijs te kiezen. Of misschien werken ze al in het onderwijs en kiezen ze voor een tweede bevoegdheid”, aldus De Wolf. “Wij hebben ons opleidingsmodel zo ook al ingericht; in principe is vanaf komend collegejaar iedere combinatie van lerarenopleidingen mogelijk. En daarmee lopen we ten opzichte van de andere lerarenopleidingen in Nederland voorop.”</p><p>Studenten kunnen op die manier twee opleidingen in één doen, waarbij veel vakken met elkaar overlappen en wat een breder beroepsperspectief oplevert. “We zien dat het aanslaat, maar natuurlijk doen we ook andere dingen om de opleidingen aantrekkelijker te maken. We kijken naar de samenwerking tussen de gemeenschappelijke lerarenopleidingen in Sittard en Tilburg, en willen ook kijken of we de krachten kunnen bundelen met andere hogescholen. Mijn hoop is heel erg gevestigd op de samenwerking met schoolbesturen in de verschillende onderwijsregio’s, want je kunt dit probleem niet alleen aanpakken.”&nbsp;</p><p>Dit alles is volgens De Wolf hard nodig om als lerarenopleidingen weer in een financieel rooskleurige situatie te komen. “Tot nu toe is de keuze altijd geweest om de lerarenopleidingen te laten bestaan en ik ga ervan uit dat dit zo blijft. Zo lang bepaalde vakken op de middelbare scholen worden gegeven, vinden wij dat we de maatschappelijke en regionale verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat leraren opgeleid kunnen worden voor hun vak naar keuze. We gaan een lerarenopleiding niet zomaar sluiten omdat hij te klein is. Maar eerlijk is eerlijk: het is wel hard werken.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Tilburg,FLOT,Luiken,Onderwijs Educatie,Fontys Educatie,PRO Educatie,Educatie]]></category>
            <pubDate>Fri, 05 Jun 2026 09:34:20 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 08 Jun 2026 09:14:38 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/43049dd0-a085-4bb8-8930-ebe49bbcf565/500_campusstappegoorp1..jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/43049dd0-a085-4bb8-8930-ebe49bbcf565/500_campusstappegoorp1..jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/43049dd0-a085-4bb8-8930-ebe49bbcf565/campusstappegoorp1..jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Campus Stappegoor, P1.]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nieuw advies over toetsing: van scoren naar begrijpen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nieuw-advies-over-toetsing-van-scoren-naar-begrijpen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nieuw-advies-over-toetsing-van-scoren-naar-begrijpen/</guid><pp:caseid>756334</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Volgens lector Kelly Beekman vragen de bovengenoemde ontwikkelingen ook om meer toetsbekwaamheid bij leraren die voor de klas staan. Fontys biedt daarom onder meer de master Toets- en Onderwijskwaliteit aan. Ook wordt in het curriculum van de opleidingen binnen Fontys Educatie aandacht besteed aan toetsbekwaamheid, weet Jan Beijers. Hij is naast studentcoach ook betrokken bij de curriculumontwikkeling van de opleidingen en medevoorzitter van de commissie Onderwijs binnen Fontys Educatie.</span></p><p><span>“Het advies van de Onderwijsraad sluit aan bij de ontwikkelingen waar we als Fontys Educatie mee te maken hebben. Binnen onze lerarenopleidingen werken we vanuit een landelijke kennisbasis en landelijke bekwaamheden, die momenteel herijkt worden. Hierin wordt de actualisering van de kerndoelen meegenomen. Intern vernieuwen wij het curriculum ook, zodat ons onderwijs opleidt voor die bekwaamheden en inhouden van de kennisbasis.”</span></p><p><span>De landelijke kennisbasis heeft ook een generiek deel waar studenten aan moeten voldoen. “Daar is toetsing onderdeel van. Studenten leren hierdoor welke vormen van toetsing er zijn en hoe je die inzet in de praktijk.”</span></p><p><span>Zowel in de propedeuse als de postpropedeuse wordt daar op verschillende manieren aan gewerkt. "Van het inzetten van eenvoudige toetsvormen en het geven van feedback tijdens een (losse) les, tot het dragen van integrale verantwoordelijkheid voor het onderwijs, waarbij toetsing iedere dag aan de orde is.”</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Toetsen in het onderwijs die zijn bedoeld om het leren te ondersteunen, worden in de praktijk te vaak ingezet om leerlingen in te delen naar schoolniveau. Dat constateert de Onderwijsraad in het donderdag verschenen adviesrapport Kijk anders naar toetsing. Volgens lectoren Linda van den Bergh en Kelly Beekman is er nog een flinke weg te gaan naar verbetering, maar zijn de eerste stappen gezet.</strong></span></p><p><span>De oplossing voor het probleem lijkt simpel: er moet in het basis- en voortgezet onderwijs meer gekeken worden naar de leerling dan naar de uitkomsten van de toetsen die de leerlingen maken. </span>Toetsresultaten wegen nu zwaar mee bij rapportages, diploma’s, toelating tot scholen en de overgang naar een volgend schooljaar.</p><p><span>Volgens de Onderwijsraad worden bijvoorbeeld volgtoetsen, die bedoeld zijn als didactisch hulpmiddel, op vrijwel alle basisscholen meegenomen in het schooladvies. Daardoor verschuift de aandacht bij zowel de leerling, leraar en het schoolbestuur van feedback en brede onderwijsdoelen naar het halen van een zo hoog mogelijke score. Dat kan niet, stelt de raad. Maar dat gebeurt wel degelijk, stelt Linda van den Bergh, Fontys-lector Kansrijk Onderwijs voor iedereen.</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/194c0400-8bba-4211-92c5-6cb9e2deabeb/500_lindavandenbergh-2.jpg?x=1779964585279" alt="Linda van den Bergh" width="200">Scoren en veranderingen</strong></span><br><span>“Dat komt doordat de kwaliteit van het onderwijs afgelezen wordt aan de resultaten van doorstroomtoetsen”, legt de lector uit. “Sommige scholen nemen zelfs bepaalde toetsen niet meer af bij leerlingen waarvan ze verwachten dat die zwak scoren, omdat dat hun beeld en cijfers negatief beïnvloedt.”</span></p><p><span>Van den Bergh ziet dat verschillende toetsen hierdoor meerdere functies krijgen en voor tegengestelde belangen zorgen. Maar, zo stelt de lector, er zijn ook al veel scholen in het primair onderwijs die veranderingen doorvoeren. “Scholen die meer werken met portfolio’s en portretten die de leerling breder in beeld brengen bijvoorbeeld.”</span></p><p><span>Wel moet iedere school in het primair onderwijs gebruikmaken van de zogeheten doorstroomtoets: de toets die bepaalt welk niveau je in het voortgezet onderwijs haalt. Maar ook daar plaatst de lector haar kanttekeningen bij. “Er was al bepaald dat we in Nederland naar één landelijke doorstroomtoets moeten, maar dat is pas in 2027 een feit. Nu zijn er verschillende toetsaanbieders en kiezen scholen voor de doorstroomtoets die de beste resultaten geeft. Wederom om goed te scoren en beter te boek te staan.”</span></p><p><span><strong>Onderscheid in toetsen</strong></span><br><span>Daarom pleit de Onderwijsraad voor verandering: toetsen moeten gebruikt worden voor hun oorspronkelijke doel. Iets wat volgens Kelly Beekman, lector Technology-enhanced Learning & Assessment, inderdaad nog niet voldoende gebeurt. “Als de functie van de toets bedoeld is om ontwikkeling te volgen, moeten we niet gelijk stellen dat een leerling iets niet kan aan de hand van die resultaten.”</span></p><p>Beekman onderscheidt drie vormen van toetsen: toetsen om leerresultaten vast te stellen, toetsen die het leerproces ondersteunen en toetsen waarmee leerlingen direct inzicht krijgen in hun eigen voortgang. De lector vindt het<span> van groot belang dat leraren weten wanneer ze welke toets in moeten zetten, op welke manier en met welk doel. “Heb je het nodig om informatie te verzamelen, om ontwikkeling bij te sturen of om iemands niveau vast te stellen? Afhankelijk van welke informatie je nodig hebt, bepaal je met welk doel je een toets inzet en welke vorm daar het beste bij past.”</span></p><p><span>Wat er volgens Beekman nu gebeurt in het onderwijs is dat een toets voor ontwikkeling bijvoorbeeld ook gebruikt wordt voor tussentijdse uitkomsten. “Dus in plaats van ontwikkeling bijsturen, wordt nu gekeken naar het gemiddelde om te concluderen of een leerling een bepaald niveau wel of niet gehaald heeft. En dat is gek, want daar is die toets helemaal niet voor bedoeld.”</span></p><p><span><strong>Oplossingen</strong></span><br><span>De Onderwijsraad pleit in het advies, als oplossing voor het huidige toetssysteem, onder meer voor toetsingscommissies op iedere school en de terugkeer van het oorspronkelijke doel van leerlingvolgtoetsen: het ondersteunen van het onderwijsleerproces.</span></p><p><span>Goede ontwikkelingen, aldus Beekman: “Een toetsingscommissie zorgt ervoor dat er kritisch gekeken wordt naar toetsen, wat we moeten toetsen en of de juiste dingen naar voren komen. Zo wordt gemeten of dat wat we voor ogen hebben ook uitkomst biedt."</span></p><p><span>Ook het doel van de volgtoetsen benadrukken, lijkt haar heel goed. "Want hoe vaak je een toets doet zegt niet zoveel, maar toetsen inzetten waarvoor ze bedoeld zijn wel. Goed dat er met dit advies aandacht is voor de kwaliteit van toetsing, </span>juist omdat toetsresultaten zo bepalend kunnen zijn voor de toekomst van leerlingen."</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderwijs,Onderwijs Educatie,Educatie,Fontys Educatie,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 28 May 2026 16:01:54 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 01 Jun 2026 11:49:12 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_examenlokaal.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_examenlokaal.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/examenlokaal.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[&amp;#039;Er mag op Nederlandse hogescholen best minder worden getoetst&amp;#039;]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys biedt podium voor Europees onderwijscongres</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-educatie-biedt-podium-voor-europees-onderwijscongres/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-educatie-biedt-podium-voor-europees-onderwijscongres/</guid><pp:caseid>746837</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Hoe praat je met je studenten over polarisatie, waarden en maatschappelijke spanningen in Europa? En welke rol kan aardrijkskundig onderwijs daarin spelen? Die vragen staan centraal tijdens het EUROGEO-congres dat donderdag en vrijdag plaatsvindt op campus Stappegoor in Tilburg.</strong></span></p><p><span>Het is donderdagochtend 09.00 uur wanneer de bovenverdieping van gebouw P1 langzaam volloopt met aardrijkskundige professionals van over de hele wereld. Ze komen samen voor het EUROGEO-congres, dat deze dagen rond het thema ‘Geographies in Flux: Navigating a Shifting World Order’ draait.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/0b1793d2-89ac-4473-97c3-ea0437e510f6/500_uwekrause.jpeg?x=1779367674405" alt="Uwe Krause" width="200">Dat zegt de leken onder ons waarschijnlijk niets, maar de conferentie richt zich op de rol van geografie en onderwijs in een wereld die snel verandert door geopolitieke spanningen, maatschappelijke polarisatie, duurzaamheid en groeiende ongelijkheden. Of zoals de voorzitter van EUROGEO, de Europese non-profitorganisatie voor geografen en aardrijkskundedocenten, verwoordt: “Aardrijkskunde is het begrijpen van het menselijk leven in een tijd van veranderingen. Onze wereld verandert, net als onze maatschappij. En het is aan ons als community om aan een betere toekomst te werken voor de generaties na ons.”</span></p><p><span><strong>Gevoelige thema’s</strong>&nbsp;</span><br><span>Dat gebeurt hier dus aan de hand van aardrijkskunde. Hoofdorganisator en docent binnen de Lerarenopleiding Aardrijkskunde Uwe Krause legt uit: “Dit congres is een samenkomst van geografisch onderzoek, maatschappelijke vraagstukken en onderzoek naar aardrijkskundeonderwijs.”</span></p><p><span>De belangrijkste aanleiding om het congres dit jaar naar Tilburg te halen is het project Teaching Controversial Issues (TCI), waar Fontys, in samenwerking met EUROGEO en Tilburg University één van de kartrekkers van is. “Een project rondom gevoelige of polariserende maatschappelijke thema’s waar docenten in de klas mee te maken hebben.”</span></p><p><span><strong>Ontwikkelingen bespreekbaar maken</strong></span><br><span>TCI bouwt voort op de zogeheten European Values Studies, het langstlopende grootschalige waardenonderzoek van Europa. Daarin worden iedere negen jaar dezelfde vragen gesteld over opvattingen, normen en maatschappelijke thema’s in verschillende landen. “Daardoor kun je ontwikkelingen in waarden over langere tijd volgen”, licht Krause toe. </span><i><span>Tekst gaat verder onder de foto's.</span></i></p><p><span>Die onderzoeksgegevens vormden de basis voor het project waarin Fontys onderzocht hoe zulke thema’s bruikbaar kunnen worden gemaakt voor het onderwijs. Iets wat tijdens het tweedaagse congres gedeeld wordt met alle internationale aanwezigen. Want hoe bespreek je ingewikkelde maatschappelijke onderwerpen zoals democratie, burgerschap en Europese waarden in de klas?</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:411/auto;width:411px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8baa60a0-7762-45dc-bc97-aafea3dde1dd/800_erwordtaandachtiggeluisterdenmeegeschreventijdenshetcongres.jpeg?x=1779367577477" alt="Er wordt aandachtig geluisterd en meegeschreven tijdens het congres" width="411" height="auto">Veranderingen</strong></span><br><span>Die vraag is volgens de hoofdorganisator actuele dan ooit. “Het doel is om leerlingen en studenten te leren omgaan met verschillende perspectieven en het gesprek met elkaar te blijven voeren, juist in tijden van polarisatie. Aardrijkskunde is dus veel meer dan alleen maar kaarten kunnen lezen.”</span><br><br><span>De veranderingen in het aardrijkskundig onderwijs herkent ook Fontys Educatie-directeur Martin de Wolf. “Er staan hier thema’s op het programma die zo’n tien jaar geleden ook al aan bod kwamen, maar de globale context waarin we ze nu moeten zien zorgen voor een fundamenteel verschil.”</span></p><p><span>De Wolf doelt daarbij op onzekerheden die er eerder niet waren, maar ook op de groeiende aandacht voor gevoelens en emoties. “Traditioneel gezien waren aardrijkskundigen vooral kritisch en rationeel, maar tegelijkertijd bestuderen we zaken die sterke emoties oproepen, waar ook ter wereld. En als we echt verandering willen maken, moeten mensen juist geraakt worden op een dieper niveau. Hopelijk brengen deze dagen niet alleen nieuwe inzichten, maar zijn er ook momenten die je in je hart voelt.”</span><br><br><span><strong>Leren en inspireren</strong></span><br><span>Tijdens het congres krijgen de verschillende thema’s een prominente plek in workshops, lezingen en keynotes. Ook staan er excursies naar Rotterdam, Zeeland en Breda op de planning. “We willen onze bezoekers voornamelijk inspireren, en laten zien wat Fontys op dit vlak te bieden heeft. Hopelijk nemen de deelnemers zo niet alleen nieuwe kennis mee naar huis, maar vormen ze ook ideeën over hoe het onderwijs kan bijdragen aan het bespreken van die complexe vraagstukken, zodat studenten weten wat er in de wereld speelt”, vat Krause samen.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Educatie,Fontys Educatie,FLOT,Campus,Stappegoor,Tilburg,lerarenopleidingen en pabo’s,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 21 May 2026 14:49:57 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 22 May 2026 11:35:02 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/605b9ec1-5b4a-4c07-bad7-34cebff5a857/500_keynoteeurogeo.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/605b9ec1-5b4a-4c07-bad7-34cebff5a857/500_keynoteeurogeo.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/605b9ec1-5b4a-4c07-bad7-34cebff5a857/keynoteeurogeo.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Keynote EUROGEO]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Film als leermiddel: &#039;Meer dan entertainment&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/film-als-leermiddel-meer-dan-entertainment/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/film-als-leermiddel-meer-dan-entertainment/</guid><pp:caseid>741659</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Film is veel meer dan alleen een stukje entertainment dat je in de (thuis)bioscoop kijkt. Het is overal, zeker in de leefwereld van jongeren. Maar hoe bewust zijn we ons daarvan? Naast de landelijke politiek pleiten ook Fontysdocenten Twan Arts en Wessel van Wanrooij voor meer aandacht voor dit onderwerp.&nbsp;</strong><span><strong>&nbsp;</strong></span></p><p>Dat deden ze door studenten donderdagmiddag gratis naar de bioscoop te lokken voor een vertoning van de A24-film ‘The Drama’, met Zendaya en Robert Pattinson in de hoofdrol. En toegegeven: het was met zomerse temperaturen die in Tilburg opliepen tot wel 24 graden misschien niet de meest ideale middag om in de Cinecitta te spenderen. Maar hé: gratis werkt altijd. En dat bleek ook aan de opkomst. De 27 studenten die zich hadden aangemeld, kwamen ze (bijna) allemaal.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:248/auto;width:248px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/7d523d22-e504-4cc7-9b10-4bfc3f7c3e5f/800_img_4426.jpg?x=1775805035378" alt="Kysha en Mieke-Marie" width="248" height="auto">Andere blik</strong><br>Sommige studenten gaven acte de présence omdat ze simpelweg zin hadden in een gratis bioscoopmiddagje, andere kwamen om iets meer diepgang. Zo waren Kysha en Mieke-Marie aanwezig om hopelijk nog iets bij te kunnen leren voor hun opleiding tot Docent Beeldende Kunst en Vormgeving. “Wij zijn nu bezig met het maken van een eigen film en het leek ons daarom interessant om hier met een andere blik naar een film te kijken.”</p><p>Een antwoord waar Twan Arts en Wessel van Wanrooij blij mee zullen zijn, aangezien zij als docent van de minor Filmeducatie pleiten voor meer aandacht voor het onderwerp film. “Film is namelijk veel meer dan alleen maar entertainment”, stelt Arts. “Je kunt het op heel veel verschillende manieren inzetten. Als educatief middel bijvoorbeeld, maar ook in de beroepspraktijk.”&nbsp;</p><p><strong>Examenvak</strong><br>Bovendien wordt film met dank aan de landelijke politiek, die zich hier ook al jaren hard voor maakt, een keuze-eindexamenvak binnen het kunstcluster, naast vakken als muziek, beeldende vormgeving, dans en theater. “Scholieren leren hoe ze moeten lezen, schrijven en rekenen, maar niet hoe ze moeten kijken. Terwijl ze dat wel de hele dag doen”, vervolgt Arts. “Met film als vak leren ze beeld beter begrijpen: hoe ze erdoor gemanipuleerd worden, gestuurd worden, maar ook hoe emoties erdoor gestuurd worden.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:269/auto;width:269px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/de4a543c-dd9f-4a93-be0c-ec0fc0fa1a3c/800_img_4433.jpg?x=1775805040481" alt="Minor Filmeducatie" width="269" height="auto">Vanuit Fontys Educatie wordt daar al langer op ingespeeld met de minor Filmeducatie, die sinds september 2022 wordt aangeboden. Aanvankelijk werd de minor ontwikkeld voor studenten uit het educatieve domein, maar inmiddels mogen ook andere studenten die iets doet met beeldtaal in beroepscontext zich inschrijven. Dat gebeurt bij studies als Communicatie, Journalistiek of in de economische hoek. “Maar we hebben ook iemand van de hbo-opleiding Kust- en Zeemanagement”, vertelt Van Wanrooij.</p><p><strong>Gespreksstarter</strong><br>De meeste studenten die zich voor de minor aanmelden, weten wel een beetje wat ze kunnen verwachten. Maar dat geldt niet voor iedereen. “Sommigen denken dat ze tijdens de minor alleen maar films kijken, of zelf een film gaan maken. Dat doen we ook, maar het is echt veel breder. We benadrukken de kracht van film en laten zien hoe sterk dit medium is. Je kunt het inzetten als gespreksstarter, je kunt er een boodschap mee overbrengen. Het is veel meer dan alleen een vorm van entertainment.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Tilburg,Student,FHJ,FHC,Fontys Educatie]]></category>
            <pubDate>Fri, 10 Apr 2026 09:48:11 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 13 Apr 2026 13:21:43 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/48d1255c-f3e5-40e6-be02-3a6594dde9a5/500_img_4425.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/48d1255c-f3e5-40e6-be02-3a6594dde9a5/500_img_4425.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/48d1255c-f3e5-40e6-be02-3a6594dde9a5/img_4425.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Wessel van Wanrooij en Twan Arts]]></pp:imageTitle></item></channel>
                    </rss>