<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:pp="http://www.presspage.com/rss/"
     version="2.0"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
                <channel>
                    <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                    <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                    <description></description>
                    <language>nl</language>
                    <lastBuildDate>Fri, 23 Oct 2026 13:06:43 +0200</lastBuildDate>
                    <pubDate>Wed, 10 Jun 2026 11:18:37 +0200</pubDate>
                    <image>
                        <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                        <url>https://content.presspage.com/clients/150_1980.jpg</url>
                        <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                        <width>144</width>
                    </image><item>
                        <title>Laboratoria brengen Fontys en Summa dichterbij elkaar</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/laboratoria-brengen-fontys-en-summa-dichterbij-elkaar/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/laboratoria-brengen-fontys-en-summa-dichterbij-elkaar/</guid><pp:caseid>757377</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span style="text-align:left;">De laboratoria van Fontys Technology in gebouw Nexus op de TU/e-campus worden gebruikt voor onderwijs in biologie en chemie. Studenten worden opgeleid tot laborant of analist. In de laboratoria kunnen per ruimte ongeveer 24 studenten tegelijk les krijgen. Jaarlijks volgen ongeveer 300 Summastudenten onderwijs in de labs van Fontys.&nbsp;</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Samenwerken doen ze al twintig jaar. Toch wilden Fontys en Summa er een officiële krabbel onder zetten. Maandagmiddag bekrachtigden de onderwijsinstellingen dat ze samen nog intensiever willen optrekken in het gebruik van de laboratoriumfaciliteiten van Fontys Technology in gebouw Nexus op de TU/e-campus. “Er liggen nog zoveel meer kansen.”</strong></p><p>Terwijl de bestuursvoorzitters en opleidingsdirecteuren van Fontys en Summa een officieel praatje houden en hun handtekening zetten onder de samenwerkingsovereenkomst, dromt nieuwsgierig laboratoriumpersoneel samen om te kijken wat er allemaal gebeurt. Ze vinden de verdergaande samenwerking een goed idee. Niet alleen in ruimtes en faciliteiten, maar nu ook in het onderwijs.</p><p>Hoewel lessen en onderzoek nog vaak apart plaatsvinden, vinden docenten van beide opleidingen steeds vaker een directe sparringpartner in elkaar. Jochem Langerwerf kan erover meepraten. Hij is meerdere jaren vanuit zijn functie bij Fontys gedetacheerd geweest bij Summa. “Soms kom ik iets tekort voor mijn les en vraag ik een Summacollega of hij me verder kan helpen.”</p><p><strong>Meer kennis in huis</strong><br>Volgens Langerwerf heb je met twee onderwijsinstellingen die samenwerken op één fysieke locatie meer kennis in huis. En hij ziet regelmatig studenten doorstromen van het mbo naar het hbo of, als ze de studie niet aankunnen, terugstromen naar het mbo. “Dat gaat vaak heel soepel, want ze kennen het hier al.”</p><p>Toch gebeurt dit nog onvoldoende, vinden de bestuurders en directeuren, want zij hebben zojuist de intentie uitgesproken om de mbo- en hbo-opleidingen binnen Fontys Technology en Summa Laboratorium, Technologie en ICT nog beter op elkaar te laten aansluiten. [<i>Tekst gaat verder onder de foto</i>]&nbsp;</p><p>Langerwerf mag hen vanmiddag rondleiden over de verschillende laboratoria. In steriele witte jassen en met een veiligheidsbril op lopen ze langs Fontysstudenten die bezig zijn een basisproduct voor bioplastic uit bacteriën te isoleren. Aan de overkant, in het chemische laboratorium, volgen Summastudenten een practicum waar de bestuurders en directeuren aan mee mogen doen.</p><p><strong>Betaalbaar en actueel</strong><br>Fontys stelt deze laboratoria, bijbehorende lesruimtes en andere faciliteiten beschikbaar aan Summa. “Labfaciliteiten zijn enorm duur, dan is het logisch dat je gaat kijken of je hierin samen kunt optrekken”, zegt Maartje Damoiseaux. Op deze manier houden de instellingen het laboratoriumonderwijs betaalbaar en actueel, aldus de opleidingsdirecteur van Fontys Technology.</p><p>Haar collega bij Summa, Patricia van der Linden, ziet daarnaast dat de praktijk de brug tussen het mbo en het hbo slaat en er vanzelf al meer samenwerking ontstaat tussen docenten en technisch onderwijsassistenten van beide instellingen. “Je hebt met elkaar deze labs te bemensen en samen moet je zorgen voor ieders veiligheid. Ook zijn ze gezamenlijk verantwoordelijk voor alle middelen en voorraden. Daar is vaak overleg over.” [<i>Tekst gaat verder onder de foto</i>]</p><p>Dat ziet ook Fontys bestuursvoorzitter Joep Houterman: “Samenwerking in ruimtes en tussen mensen vergemakkelijkt het gesprek tussen instellingen en opleidingen. Ook voor studenten wordt het&nbsp;dan interessanter om samen dingen op te pakken en door te stromen van de ene naar de andere instelling.”</p><p>Dat is ook wat het werkveld graag wil, zegt Van der Linden. “Bedrijven vinden studenten die zowel het mbo als het hbo hebben gedaan heel waardevol, omdat zij veel tijd hebben doorgebracht in het laboratorium.”</p><p><strong>Project Beethoven</strong><br>Maar eigenlijk staat deze samenwerking symbool voor al het andere dat de twee instellingen samen doen, constateert Houterman. “Niet in het minst vanuit <a href="https://bron.fontys.nl/kabinet-overweegt-miljard-te-investeren-in-eindhoven/" target="_blank">project Beethoven</a>, waarin we als onderwijsinstellingen een specifieke opdracht hebben voor het opleiden van techtalent voor de Brainportregio.”</p><p>Wat dat betreft zouden Fontys en Summa graag ook meer samenwerken met de TU. De laboratoria bij Fontys Technology kunnen best nog een gebruiker erbij hebben. In onze samenwerkingsovereenkomst hebben we ook hiervan een gezamenlijke inspanning gemaakt, zeggen de beide opleidingsdirecteuren. “Er liggen nog zoveel meer kansen.”</p><h5>Foto bovenin: opleidingsdirecteuren Maartje Damoiseaux (Fontys) en Patricia van der Linden (Summa) volgen een practicum onder begeleiding van een Summastudent. Foto: Charlotte Grips.</h5>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHTN,Nexus,Techniek en technologie incl. ICT,Onderwijs Techniek,Brainport,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Tue, 09 Jun 2026 12:46:42 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 10 Jun 2026 09:18:37 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/08c3f0e9-db69-4bf3-a532-01e02c277818/500_fontys-summa08-06-2026-0116.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/08c3f0e9-db69-4bf3-a532-01e02c277818/500_fontys-summa08-06-2026-0116.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/08c3f0e9-db69-4bf3-a532-01e02c277818/fontys-summa08-06-2026-0116.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fontys - Summa 08-06-2026-0116 foto Charlotte Grips]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Ecomarathon: &#039;Sponsoren vinden is grootste uitdaging&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/ecomarathon-sponsoren-zijn-grootste-uitdaging/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/ecomarathon-sponsoren-zijn-grootste-uitdaging/</guid><pp:caseid>742013</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p>De Ecomarathon wordt dit jaar voor het eerst door Fontys georganiseerd en vindt om die reden niet plaats op het Midland Circuit Lelystad, maar bij Raceway in Venray, en wel op 11 juni. In 2023 <a href="https://bron.fontys.nl/fontys-voor-het-eerst-in-de-prijzen-bij-han-ecomarathon/">won</a> een studententeam van Fontys voor de eerste keer deze jaarlijkse competitie in hun strijd tegen teams van de HAN.</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Zeg je autoraces, dan denk je aan hoge snelheden en coureurs die strijden om als eerste over de finish te gaan. Niet bij de Ecomarathon, waar studententeams van Fontys en de HAN de uitdaging aangaan om het meest energiezuinige voertuig te ontwerpen en te bouwen.</strong></p><p>De Ecomarathon is een ingenieurswedstrijd waarin studententeams van Fontys Technology en HAN Engineering & Automotive het jaarlijks tegen elkaar opnemen. De teams ontwerpen en bouwen hun voertuig helemaal zelf en richten zich&nbsp;op maximale energie-efficiëntie over een vaste afstand. In februari klonk het startschot voor de ontwikkeling van hun racewagens, en op 11 juni vindt de wedstrijd plaats op het circuit Raceway in Venray.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/846901d3-246d-4455-a15a-483037d1ce19/500_tijnpannebakker.jpg?x=1776159578212" alt="Tijn Pannebakker" width="200">Vier maanden om een ecovoertuig te bedenken en te maken. Ga er maar aan staan. Dat is precies wat Tijn Pannebakker en zijn negen medestudenten doen. Ondanks de tijdsdruk liggen ze twee weken voor op schema. “Onze studiebegeleider heeft ons meegegeven dat we niet te lang moeten wachten met bouwen. Hoe eerder we ermee beginnen, hoe eerder we tegen eventuele problemen aanlopen. Dan hebben we nog genoeg tijd om ze op te lossen”, vertelt de tweedejaarsstudent Automotive.</p><p><strong>Sponsoren</strong><br>Het ontwerp is inmiddels af en team Eco Flow Racing is begonnen met het chassis (frame). Tegen constructieproblemen zijn ze nog niet aangelopen. “Wel hebben we het werk al eens moeten stilleggen vanwege een lasapparaat dat was uitgevallen. En we moeten met vijftien teams van dezelfde faciliteiten gebruikmaken op school.” Niet erg efficiënt, constateert Tijn, die als teamleider is aangewezen.</p><p>Maar de grootste uitdaging op dit moment is het vinden van sponsoren. Elk team heeft 500 euro gekregen van Fontys om onderdelen en materialen te kopen. Daarnaast mag ieder nog maximaal 500 euro ophalen bij sponsoren, in de vorm van geld of materieel. Maar: “Bedrijven zijn niet heel happig om ons op deze manier te helpen. Wel geven ze graag advies over ons ontwerp.”</p><p><strong>Kleine marges</strong><br>Tijn begrijpt het niet. “Voor een bedrijf of groothandel gaat het om een heel kleine uitgave. Ze zullen dat nauwelijks merken, en wij hebben er heel veel aan. We zijn studenten, de toekomst van het bedrijfsleven.” Met één bedrijf zijn ze in gesprek over onderdelen die het verschil kunnen maken, zoals de juiste maat banden en wielen. “Maar we hebben al ruim twee weken niets gehoord.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:343/auto;width:343px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/4d7cb9d4-26ba-42d4-9bc6-b3c8f8c5dffa/800_aerodynamicazijaanzicht.png?x=1776159797280" alt="Het ontwerp van team Eco Flow Racing heeft een aerodynamische kap. " width="343" height="auto">Volgens Tijn doet zijn team zeker mee voor de winst. “Onze strategie: we houden ons voertuig klein en smal. Onze coureur is ook onze kleinste en smalste man. Zo bespaar je op gewicht en dus ook op het vermogen dat je gaat gebruiken.” Daarnaast wil het team een volledig aerodynamische kap maken. “Het zijn kleine marges, maar het is vaak net dat beetje efficiency waarmee je de competitie kunt winnen.”</p><p>Hoewel de Ecomarathon een verplicht onderdeel is van de opleiding en dus ook studiepunten oplevert, halen de studenten veel plezier uit het samenwerken en de opdracht. “En we leren er veel van”, zegt Tijn. “We zijn met niets begonnen en straks staat er een voertuig op de baan dat we helemaal zelf hebben gemaakt.”&nbsp;<span>&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Automotive,FHBENT,FHE,FHTN,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Tue, 14 Apr 2026 12:45:11 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 16 Apr 2026 11:38:41 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ee5ecab2-1763-469e-948f-84a8b9e0b008/500_ecomarathon.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ee5ecab2-1763-469e-948f-84a8b9e0b008/500_ecomarathon.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ee5ecab2-1763-469e-948f-84a8b9e0b008/ecomarathon.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Ecomarathon]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Uit je comfortzone met mode en techniek: &#039;Heel inspirerend&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/uit-je-comfortzone-met-mode-en-techniek-heel-inspirerend/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/uit-je-comfortzone-met-mode-en-techniek-heel-inspirerend/</guid><pp:caseid>711675</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Mode en techniek lijken twee totaal verschillende werelden. Maar niet als je techniekstudenten van Fontys en modestudenten van Summa bij elkaar brengt onder leiding van fashiontech designer Anouk Wipprecht. Dan ontstaat er een bijzondere modecollectie waarbij grenzen vervagen. En waardoor hopelijk meer vrouwen willen proeven van techniek.&nbsp;</strong></p><p>Naald en draad, nijptangen, stof, snoeren en stekkers. Het was soms een chaos in het werkatelier van Summa waar Fontysstudenten Mark, Mathijs en Fiyo samen met Summastudenten van Fashion de afgelopen maanden werkten aan hun collectie Like Insects. Een project binnen de Fontysminor Be Creative met als uitdaging om kleding te ontwerpen met een technisch snufje. Een zoektocht voor de studenten, want het vraagt om een heel andere manier van kijken, merkte ook Fiyo, student Technische Bedrijfskunde.&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p>“Wat wij normaal maken, hoef je meestal niet zo goed af te werken. Dan is de werking belangrijker dan hoe het eruitziet. Nu is het net andersom en moet het er eerst mooi uitzien voordat het werkt.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1d5e6b77-56c6-46da-98da-8f63d87141e4/500_markfiyoenmathijs.jpg?x=1750363111395" alt="Mark, Fiyo en Mathijs" width="200">Hecht team</strong><br>Maar er zijn volgens Mark, student Werktuigbouwkunde, niet alleen verschillen.<span> </span>“Natuurlijk zijn mode en techniek twee hele andere richtingen, maar ook zij gaan net als wij van prototype naar eindproduct. Het was heel inspirerend om te zien hoe de andere studenten naar projecten kijken en op hun manier aan het werk gingen.”</p><p>Alison Loenen, die als docent het project vanuit Fontys begeleidt, zag dat haar studenten in eerste instantie behoorlijk uit hun comfortzone waren, maar zag gaandeweg een hecht team ontstaan.&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p>“Voor een modestudent is esthetiek natuurlijk erg belangrijk. Maar bij Engineering gaat het veel meer over functionaliteit. Tijdens het project zag je die technische kant en de schoonheid samenkomen. Dat was heel mooi om te zien.”</p><p><strong>Insecten</strong><br>De kledingstukken, gemaakt van oude matrassen, zijn gebaseerd op zeven verschillende insecten: een libel, vlinder, vuurvlieg, duizendpoot, bij, kever en mot. Allemaal hebben ze een mechanisch deel, waardoor ze bijvoorbeeld bewegen of licht geven. Uitzoeken hoe dat moest gaan lukken heeft veel tijd gekost vertelt Mathijs, student Werktuigbouwkunde.</p><p>“In het begin hadden we heel veel overleg om te kijken wat is er mogelijk en ziet er ook goed uit. Wanneer de Summastudenten met een idee kwamen, moesten wij dat eerst onderzoeken en bleven we maar doorvragen. Maar we hebben dat nodig om te onderzoeken wat er wel en niet kan.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/08f4e578-d095-41d7-91de-bec3637adb28/500_mathijsenfiyo.jpg?x=1750363347189" alt="" width="200">Anouk Wipprecht begeleidde de studenten tijdens dit project en werkt al jaren als fashiontech designer voor grote bedrijven en artiesten. Ze herkent de zoektocht maar al te goed.</p><p>“Als je technologie gaat implementeren in mode dan werk je met heel veel beperkingen. Modestudenten zeggen dat alles kan, maar techniekstudenten laten zien dat dat niet altijd zo is. Het was heel leuk om te zien hoe ze dat hier samen oplossen.”</p><p><strong>Naailessen</strong><br>Om elkaar beter te leren begrijpen hebben de studenten zich verdiept in elkaars werelden. De Fontysstudenten leerden de modestudenten programmeren en andersom kregen zij naailes. En hoewel ze nog niet zover zijn dat ze hun eigen kleding kunnen gaan maken, hebben ze er wel degelijk iets aan gehad.</p><p>“Wij hebben geen idee hoe kleding in elkaar zit”, vertelt Fiyo, “daar hebben we helemaal geen verstand van. Maar na de naailessen weten we nu waar zij de naden maken waar wij kabeltjes in kunnen verstoppen. Dat is heel handig om te weten.”</p><p>Ook Loenen is niet alleen bezig met techniek. Thuis zit ze regelmatig achter haar naaimachine en breit haar eigen truien. Ze is dan ook razend enthousiast over dit project dat eindelijk een keer niet zo ‘jongensachtig’ is. Toch zien niet al haar collega’s dat zo.</p><p>“Ik zie heel wat gefronste wenkbrauwen als ik het hier over heb. Sommige collega’s nemen het totaal niet serieus. Terwijl ik denk, het gaat over mode maar er zit uiteindelijk precies dezelfde techniek achter. Bovendien bereik je misschien een andere doelgroep en trek je hierdoor ook meer vrouwen aan.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/12634894-9980-44dc-ad37-a48a390239ba/500_anoukwipprecht.jpg?x=1750363181144" alt="Anouk Wipprecht" width="200">Robotische jurk</strong><br>Dat is precies wat Wipprecht voor ogen heeft met het promoten van fashiontech op scholen. “Niet alle meisjes vinden het leuk om auto’s of drones te maken, maar vinden het vaak wel leuk om bijvoorbeeld een robotische jurk te ontwerpen. Op die manier kun je ze heel makkelijk kennis laten maken met programmeren of coderen en ze zo laten proeven van techniek.”&nbsp;</p><p>Donderdagavond werden de kledingstukken van het project Like Insects geshowd op de catwalk van Crafted. Een mooie afsluiter van hun minor, vindt Fiyo. “Zo’n avond is heel vet, maar is ook wel een beetje spannend. Want er is een deadline en er komen mensen kijken, dus je stelt jezelf hoge eisen. Maar ik vind het heel erg gaaf dat iedereen heeft kunnen zien wat wij met zijn allen hebben gemaakt.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHTN,PRO Techniek,Eindhoven,Annemiek]]></category>
            <pubDate>Fri, 20 Jun 2025 09:58:58 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 24 Jun 2025 12:12:45 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/da347881-9320-48d0-8ac8-8739570697ad/500_likeinsects-cutout.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/da347881-9320-48d0-8ac8-8739570697ad/500_likeinsects-cutout.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/da347881-9320-48d0-8ac8-8739570697ad/likeinsects-cutout.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[LIKEINSECTS_cutout]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nog betere aansluiting voor leerlingen: Junior Academie breidt uit</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nog-meer-aansluiting-op-vo-junior-academie-breidt-uit/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nog-meer-aansluiting-op-vo-junior-academie-breidt-uit/</guid><pp:caseid>711164</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Jongeren al vroeg in de studieloopbaan kennis laten maken met het vak techniek gebeurt bij Fontys al een tijdje. Maar vanaf het nieuwe collegejaar wordt er ook ingezet op andere domeinen. De Fontys Junior Academie breidt zich flink uit.</strong></p><p>De Fontys Junior Academie is jaren geleden in het leven geroepen om de overstap vanuit het voortgezet onderwijs en mbo naar het hbo zo soepel mogelijk te maken. Dat gebeurt met zogeheten ‘aansluitingsactiviteiten’, die tot nu toe vooral in de techniekbranche worden georganiseerd. Maar vanaf het nieuwe studiejaar komen daar ook de domeinen Economie & Communicatie, Educatie, Mens & Gezondheid/Paramedisch bij.&nbsp;</p><p><strong>Keuze is reuze</strong><br>Dat heeft als reden dat de studiekeuze voor leerlingen momenteel enorm is. Misschien zelfs wel te groot, en daardoor zien veel studiekiezers door de bomen het bos niet meer. Want ga er maar aanstaan: je rondt als jong bloempje de middelbare school af zonder enig idee welk carrièrepad je wil gaan bewandelen. Toch is het van groot belang dat je op dit moment een studie kiest die bij je past.</p><p>Maar dat is ’t hem nou juist. Want hoe weet jij welke studie bij je past? Nou, dat is dus waar de Junior Academie om de hoek komt kijken. Want met de activiteiten die hier worden georganiseerd, krijgen leerlingen van het voortgezet onderwijs en het mbo een kijkje in verschillende keukens. Voorheen dus alleen in de technische keuken, maar vanaf het nieuwe studiejaar kunnen ze ook kennismaken met alles wat met economie, communicatie, educatie en de gezondheidswereld te maken heeft.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/20543272-25cf-4861-8dc4-0d575541b98a/500_nienkevanotterloo.png?x=1750160340223" alt="Nienke van Otterloo" width="200">“Wij organiseren activiteiten om leerlingen in aanraking te laten komen met de verschillende domeinen, zodat ze een beter beeld krijgen van wat ze leuk of juist niet leuk vinden”, legt Nienke van Otterloo uit, coördinator bij de Junior Academie, afdeling Techniek. Maar daar blijft het niet bij, want: “Aangezien docenten daar een grote rol in spelen en het belangrijk is dat zij weten hoe het vervolgonderwijs eruitziet, organiseren we ook voor docenten verschillende activiteiten.”</p><p><strong>Officiële start</strong><br>Officieel worden de ‘extra’ domeinen pas vanaf september bij de Junior Academie betrokken, maar achter de schermen wordt er wel al aan die nieuwe stap gewerkt. “<span style="text-align:left;">Vanuit de domeinen werken we al een jaar samen binnen de Junior Academie, afgelopen jaar in pilotvorm, komend jaar met een vaste jaarplanning en gezamenlijke website</span>”, vervolgt Van Otterloo.</p><p>Haar collega Martje Pool, die als strategisch consultant aansluiting vanuit de centrale diensten advies uitbrengt over hoe de aansluiting met het voortgezet onderwijs en mbo verbeterd kan worden, vult haar aan. “Veel scholen zien ons als één Fontys, maar Fontys bestaat uit heel veel verschillende instituten met heel veel verschillende contactpersonen. Dat is voor het voortgezet onderwijs natuurlijk niet te overzien, en daarom brengen we met de Junior Academie alles samen.”</p><p><strong>Meerder doelen</strong><br>Tijdens de activiteiten die de Junior Academie organiseert, worden deelnemers aan het werk gezet om de breedte van het domein en vakgebied te laten zien. Met als hoofddoel mensen enthousiast te maken voor dat domein, maar ook om te voorkomen dat ze de verkeerde studiekeuze maken.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/934787ef-860b-4145-85f3-8d3b43e2d90d/500_1000042583.jpg?x=1750160363964" alt="Martje Pool" width="200">Pool: “We willen natuurlijk onder de aandacht brengen wat we hebben, maar dat is uiteindelijk niet het doel. Het grote doel is om de overstap tussen het voortgezet onderwijs en hbo minder groot te maken en bij te dragen aan een goede studiekeuze. Er zijn immers heel veel havisten met motivatieproblemen die overstappen naar het mbo en dan uitvallen, en om dit tegen te gaan wordt er gekeken hoe de havo praktijkgerichter kan worden en zo kan bijdragen aan de voorbereiding op het hbo. Onze activiteiten sluiten daar mooi op aan.”</p><p>Met de nieuwe domeinen die vanaf september worden toegevoegd, wordt Fontys met een groter deel vertegenwoordigd dan ooit. Maar dan zijn ze er nog steeds niet helemaal. Gaat dat in de toekomst nog veranderen? “We zijn nu met een aantal grote domeinen gestart en gaan hiermee kijken waar de struikelblokken en winkansen liggen, maar uiteindelijk hopen we alle Fontys-instituten te vertegenwoordigen bij de Junior Academie.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Luiken,FHEC,FHMG,FHTN,FHE,FHKE,PRO Communicatie,PRO Economie,PRO Educatie,PRO Techniek,PRO Gezondheidszorg,PRO Gezondheid]]></category>
            <pubDate>Tue, 17 Jun 2025 13:39:46 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 18 Jun 2025 12:59:10 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/9933c02d-2b60-45f9-aada-06f13d5fcb25/500_shutterstock-1962091198.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/9933c02d-2b60-45f9-aada-06f13d5fcb25/500_shutterstock-1962091198.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/9933c02d-2b60-45f9-aada-06f13d5fcb25/shutterstock-1962091198.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[studie keuze richting]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Studenten redden roestige DAF van de sloop</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/studenten-redden-roestige-daf-van-de-sloop/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/studenten-redden-roestige-daf-van-de-sloop/</guid><pp:caseid>704720</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De oude DAF 66 die ergens achterin een werkplaats stond weg te roesten op de Automotive campus in Helmond, leek ten dode opgeschreven. Totdat het studententeam Motion Zero van Fontys zich over de iconische oldtimer ontfermde.&nbsp;</strong></p><p>Hidde, Athley en Teun zijn alweer de tweede generatie studenten die er alles aan doen om deze DAF van de sloop te redden en om te bouwen naar een toekomstbestendige elektrische variant.</p><p>Bij de start van het project bijna twee maanden geleden, vroeg Teun (22), derdejaars Mechatronica, zich wel even af waar ze aan waren begonnen. “Op het moment dat ik voor het eerst de motorkap opendeed, dacht ik meteen: wat een bende. Toen ik daarna hoorde dat het team voor ons het in drie weken in elkaar geknutseld had, snapte ik wel dat het er zo bij lag. Maar ik wist ook, er is werk aan de winkel.”</p><p>Een half jaar eerder had het vorige studententeam het ambitieuze plan om de DAF uit het bouwjaar 1975 op waterstof te laten rijden. Toen dat te duur werd en de overdracht naar een nieuwe groep dichterbij kwam, werd in alle haast gekozen voor een elektrische aandrijflijn.&nbsp;<span> &nbsp;</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/3f39c1cc-f595-4b18-9869-f3e23cd355ab/500_athleyindewerkplaats.jpg?x=1746604080174" alt="Athley in de werkplaats" width="200">Vieze handen</strong><br>De oude DAF werd een jaar geleden van stal gehaald, als één van de projecten binnen de minor 'Empowering the future of mobility’ van Fontys Engineering. Een minor waar zo min mogelijk wordt geleerd uit boeken en het juist de bedoeling is om de handen goed vies te maken.</p><p>Dat is precies de reden waarom Teun voor deze minor koos. Tijdens zijn studie Mechatronica werkt hij alleen aan kleine projecten en daar is hij wel klaar mee. “Eindelijk mag ik met iets fatsoenlijks aan de slag. Geen gepruts met kleine schroevendraaiertjes of steeksleuteltjes, maar gewoon een half jaar aan zo’n auto hobbyen.”</p><p><strong>De weg op</strong><br>Na een mislukte software update, de groep laat in het midden wiens idee dat was, heeft de DAF onlangs ruim twee weken stil gestaan. Dat wachten was frustrerend, want ze zijn het komende half jaar veel van plan, vertelt Hidde (23), derdejaars Automotive.</p><p>“Het eerste wat we willen, is dat de DAF goed door de keuring komt en weer de weg op mag. Dat betekent sowieso dat we iets moeten met alle roestplekken en dus gaat de auto uit elkaar. Daarna zou het fijn zijn als het interieur er niet meer zo lelijk uitziet.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d22ccb55-18c7-4e71-90a7-2d1593d45544/500_athleyhiddeenteun.jpg?x=1746511586813" alt="Athley, Hidde en Teun" width="200">Thuisaccu</strong><br>Ook wil het team onderzoeken of de klassieke oldtimer het in zich heeft om een huis van stroom te voorzien. Bij dit zogenaamde vehicle-to-home principe kun je twee 'richtingen' op laden. Daarmee zou je de opgeslagen energie in de DAF dus ook kunnen gebruiken als een soort thuisaccu, maar dan op wielen.</p><p>En daar houdt het wensenlijstje nog steeds niet op. Eigenlijk moet het nog voor de zomer mogelijk zijn om de DAF aan de snellader te kunnen leggen. Dat is nodig, want ze zijn met een ander team uit dezelfde minor een ambitieuze challenge aangegaan. In juni wil het drietal met de DAF naar Parijs kunnen.&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p>Het derde teamlid Athley (21), derdejaars Automotive, ziet dat nog niet zo snel gebeuren. Hij is sowieso, zoals hij zelf zegt, de pessimist van de groep. Of, zo corrigeert hij zichzelf later, meer de realist. “Ik geloof niet echt dat het allemaal gaat lukken in dit halve jaar. Maar zover is het ook nog niet. Eerst moet de DAF uit elkaar en kunnen we gaan lassen, daar heb ik echt naar uitgekeken.”</p><p><strong>DAF Museum</strong><br>Gelukkig kunnen de studenten als ze ergens tegenaan lopen, altijd aankloppen bij het DAF Museum in Eindhoven. Zij zijn al sinds het begin van dit project nauw betrokken en delen met liefde hun kennis en ervaring.&nbsp;<span> &nbsp;</span></p><p>Teun: “De mensen bij het DAF Museum zijn echt mega vriendelijk. Ze vinden dit project ook heel erg vet en willen ons met alles helpen. Het is voor hun natuurlijk ook mega ruig dat één van hun oude auto’s wordt opgekalefaterd tot zoiets moderns.”</p><p>Natuurlijk kunnen ze hun vragen ook nog steeds neerleggen bij de vorige leden van het Motion Zero team. Want die zijn toch vaak in de buurt, merkt Teun. “Het andere team loopt nog geregeld de werkplaats binnen om kijken hoe wij het doen. Ik snap dat wel. Het lijkt me straks ook moeilijk om afscheid te nemen. Het is toch een half jaar je kindje.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Achtergrond,Annemiek,Student,FHTN,FHTNW,PRO Techniek]]></category>
            <pubDate>Wed, 07 May 2025 14:49:29 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 08 May 2025 08:18:19 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/85fe8223-cb26-4834-a1a2-09b2bbcba02a/500_studententeammotionzero.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/85fe8223-cb26-4834-a1a2-09b2bbcba02a/500_studententeammotionzero.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/85fe8223-cb26-4834-a1a2-09b2bbcba02a/studententeammotionzero.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[studententeam Motion Zero]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Studeren in het buitenland: Ierland</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/studeren-in-het-buitenland-ierland/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/studeren-in-het-buitenland-ierland/</guid><pp:caseid>623486</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i>In deze serie interviewen we verschillende Fontysstudenten over hun reis naar het verre buitenland. Over hun ervaringen, de reden van hun keuze voor het betreffende land en over de grootste cultuurverschillen die ze (hebben) ervaren.</i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Waarom stagelopen in Nederland als je het ook aan de andere kant van de wereld kunt doen? Andere landen ontdekken, cultuur snuiven, mensen ontmoeten en ondertussen aan je schoolcarrière werken. Veel studenten van Fontys doen het. Vandaag uitgelicht: Bart Manders, die zijn stage deed in Ierland.</strong></p><p><span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="text-align:left;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1555b8fc-40f7-4c74-bde3-2fb9c8b92515/500_blueandyellowillustrativetravelagencylogo.png?x=1710153620547" alt="" width="200">Bart zit in zijn derde jaar van de opleiding Toegepaste Natuurwetenschappen. Van eind augustus tot begin februari zat hij in Ierland voor een werkstage.</span></span></p><p><strong>Waarom heb je gekozen voor een stage in Ierland?</strong><br>“Ik heb voor Ierland gekozen omdat ik heel graag naar het buitenland wilde, maar wel binnen Europa wilde blijven. Ik wilde naar een westers land dat redelijk ontwikkeld is, een beetje vergelijkbaar met Nederland. Scandinavië was ook een kanshebber, maar daar heb je veel introverte mensen, vooral richting buitenlanders. In Ierland heb je dat minder. En bovendien is de voertaal hier Engels, waardoor je je als buitenlander minder snel een buitenstaander voelt. In andere landen kan het lastiger zijn om te communiceren. Engeland had ook nog gekund, maar vanwege de Brexit koos ik uiteindelijk toch voor Ierland. Toch handig met de euro en zo.” <i>[Tekst gaat verder onder de foto's]</i></p><p><strong>Hoe zag je stage eruit?</strong><br>“Voor mijn vertrek heb ik een open sollicitatie naar gestuurd naar de Universiteit van Dublin en dat was meteen raak. Ik liep stage bij het onderzoeksteam van deze school en zat daarvoor voornamelijk in het laboratorium. Ik deed onderzoek naar de DNA-structuur van gistcellen, een DNA dat op veel vlakken overeenkomt met dat van mensen. De focus lag daarbij op twee eiwitcomplexen die het DNA kunnen veranderen en best sterk gelinkt zijn aan ziektes als leukemie. Het waren lange dagen op de universiteit, maar gelukkig waren de werktijden erg flexibel. Ik, als iemand die zichzelf geen ochtendmens mag noemen, begon bijvoorbeeld om tien uur in de ochtend en ging rond zes uur naar huis. Maar er zaten ook dagen tussen dat ik pas om negen uur ’s avonds de universiteit verliet.”&nbsp;<span> &nbsp;</span></p><p><strong>Waar heb je al die maanden gewoond?</strong><br>“Ik woonde in een studentenaccommodatie waarvan je er in Ierland heel veel hebt. Het is geen studentenhuis; eerder heel veel appartementen bij elkaar in een soort van blokken. Je hebt je eigen slaapkamer, maar deelt met een man of vijf een woonkamer en keuken. Wat ik daarvoor betaalde? Dat is een pijnlijk puntje. Omdat ze in Ierland kampen met een groot huizentekort, zijn dit soort woningen erg gewild. Ik betaalde 1.100 euro exclusief water en elektra. De kosten voor de wasmachine en droger kwamen daar nog bij. Dat was wel een beetje zuur, zeker omdat het appartement ook nog eens een klein uur van de Universiteit van Dublin verwijderd was. Die afstand legde ik dagelijks af met het openbaar vervoer. Of het niet beter kon? Nee, ik heb echt heel veel rondgekeken, maar dit was de enige en goedkoopste optie. De meeste appartementen die in Dublin worden aangeboden, zijn voor een academisch jaar. Ik was er maar een halfjaar, wat de opties beperkte.” <i>[Tekst gaat verder onder de foto's]</i></p><p><strong>Hoe kom je rond in een duur land als Ierland?</strong><br>“Goede vraag. Ierland is een erg duur land. Naast de 1.100 euro die ik voor de woonruimte betaalde, was ik ook nog eens tachtig tot honderd euro per week kwijt aan boodschappen. Voor een simpele komkommer betaalde je al twee euro. En dan koop je ‘m niet eens in een fancy supermarkt. Gelukkig had ik de Erasmus-beurs, die voor een mooie tegemoetkoming zorgde. Ik zeg absoluut niet dat het genoeg was om rond te komen, maar het was een fijn extraatje. Tijd om in Dublin nog extra te werken, dus naast mijn stage, was er niet. Dat wist ik van tevoren al en daarom had ik ervoor gezorgd dat ik genoeg spaargeld had. Ik heb de hele zomervakantie fulltime – al dan niet meer – gewerkt om extra geld te verdienen voor in Dublin. Ik wilde namelijk ook van mijn tijd daar kunnen genieten door een biertje in de kroeg te kunnen drinken of mooie uitstapjes te maken.”</p><p><strong>Heb je advies voor andere studenten die in het buitenland willen studeren?</strong><br>“Check de mogelijkheden van een land voor je een open sollicitatie stuurt. Toen ik was aangenomen bij de Universiteit van Dublin, moest ik nog gaan zoeken naar accommodaties om te wonen. Dat heeft me veel tijd gekost en zou ik met de kennis van nu anders hebben aangepakt. Maar ook: denk bij een stad goed na of het een leuke plek is om op vakantie te gaan, of een leuke plek is om te wonen. Ik zou bijvoorbeeld graag een paar dagen naar Parijs gaan voor een tripje, maar ik moet er niet aan denken om er te wonen. Dublin is relatief klein, met een citytrip ben je binnen een paar dagen klaar. Maar voor een student zoals ik is het heel leuk om er voor een langere tijd te verblijven.” <i>[Karen Luiken]</i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Student,FHTN]]></category>
            <pubDate>Wed, 13 Mar 2024 09:06:18 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 13 Mar 2024 17:59:31 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/f1d824ca-9801-45b3-bb18-d0e482f6374e/500_bartinierland.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/f1d824ca-9801-45b3-bb18-d0e482f6374e/500_bartinierland.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/f1d824ca-9801-45b3-bb18-d0e482f6374e/bartinierland.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Bart in Ierland]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Pulsed-voorman Goedhals vertrekt bij Fontys</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/pulsed-voorman-goedhals-vertrekt-bij-fontys/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/pulsed-voorman-goedhals-vertrekt-bij-fontys/</guid><pp:caseid>621465</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i>Jochem Goedhals werkt sinds 2011 bij Fontys. Aanvankelijk begonnen als docent ontpopte hij zich steeds meer als een onderwijsvernieuwer, hoe vies hij dat woord zelf ook mag vinden. Hij richtte in 2015 <span>Fontys Educational Designers (FED) op. Achteraf gezien de voorloper van Pulsed.&nbsp;</span></i></p><p><i><span>Bij Pulsed, gevestigd in R10 op campus Rachelsmolen, worden studenten niet opgeleid voor een bepaald vak maar cross-sectoraal, om professionals te worden die waar dan ook hun eigen boontjes kunnen doppen. “Wij stoppen niet een hele toolbox in zo'n student. Nee, we halen juist de toolbox die van nature al in een persoon zit naar boven."</span></i></p><p><i><span>Pulsed won in 2022 de prestigieuze Nederlandse hogeronderwijspremie, goed voor 1,2 miljoen euro.&nbsp;</span></i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Er valt een appje binnen. “Ik heb besloten dat ik ga stoppen bij Fontys. Kun je een groot afscheidsartikel doen over de opluchting in de organisatie. Hahahaha.” Was getekend: Jochem Goedhals. De oprichter en voorman van Pulsed treedt op 1 maart uit dienst.</strong></span></p><p style="margin-left:0cm;"><span>Wie Goedhals kent, weet welk een ongekende energie en enthousiasme hij aan de dag kan leggen. Toen hij in 2015 Fontys Educational Designers (FED) had opgericht, stuiterde hij bijna letterlijk door de gebouwen van Fontys. Dat stuiteren bleef hij doen, en ja misschien soms ook stuiten. Maar opluchting dat hij nu vertrekt? Wordt hij dan als zo'n&nbsp;</span><i><span>pain in the ass</span></i><span>&nbsp;gezien?&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span>“Door sommigen wel ja. Maar het waarom ligt toch op de eerste plaats echt aan die mensen zelf. Maar de manier waarop, ja dat ligt wel aan mij. Ik heb in het begin te vaak te veel op de persoon gespeeld. Het ontbrak vaak aan het mensperspectief. Daar kon ik heel boos om worden. Je werkt hier omdat je het voor die jonge mensen wilt doen, toch?” Om dan de hand ook in eigen boezem te steken: “Ik heb mensen zeer gedaan, maar nooit bewust. Terugkijkend ben ik vaak ondoordacht, roekeloos of te weinig empathisch te werk gegaan. Krijg ik ook wel terug soms. Maar gelukkig ook in de vorm van: je bent een klootzak, maar ik waardeer wel dat je eerlijk bent."</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span><strong>Assistent</strong></span><br><span>Voor de goede orde: je zou Goedhals ontzettend tekort doen door hem alleen maar als een lastpak neer te zetten. Want juist door zijn dadendrang, hands-onaanpak en creativiteit heeft hij veel bereikt. Hij is een van die zeldzame mensen binnen een grote organisatie als Fontys die dwars tegen de stroom in zijn eigen gang gaat, lak heeft aan wat of wie hem tegenwerkt en uiteindelijk op eigen kracht iets neerzet waar heel Fontys baat bij heeft.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:523/auto;width:523px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/576fb835-df11-4415-8a0f-d3440c6dc950/1920_img-1778.jpg?x=1708533288736" alt="" width="523" height="auto">"Ik ben hier begonnen als student bij wat toen de Pedagogische Technische Hogeschool heette. Daar werd ik ook onderwijs-assistent en later leraar. Daarvoor had ik trouwens nog mbo bouwkunde gedaan. Dat is waarschijnlijk waarom ik zo’n problemen heb gehad met de Fontyscultuur. Ik ben eigenlijk gewoon een boertje afkomstig uit de bouwwereld. Die wereld is hard, direct en praktisch ingesteld.&nbsp;Een hogeronderwijsinstelling is daar niet mee te vergelijken."</span></p><p><span>"Mijn verleden leek een voordeel toen ik dertien jaar geleden als vervangend docent begon bij de PTH-deeltijdopleiding waar de studenten praktische mensen waren van een jaar of veertig die zich wilden omscholen. Maar ik kreeg er als jong guppy wel klotsende oksels van. Want die studenten waren ook oud en ervaren genoeg om overal doorheen te prikken en dat ook meteen terug te geven.”</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span>Zelf begon hij in de loop der tijd ook dingen door te prikken. “Bij Fontys klagen - toen en nu - veel mensen. Maar vrijwel niemand staat op. Terwijl, wat ik al zei, je doet het toch voor de jongeren? En je kan wel blijven klagen, het systeem dat zijn we juist zèlf. En dat is dan weer het mooie van Fontys: als je je kop boven het maaiveld uitsteekt en mensen daarin meekrijgt, dan krijg je hier wel de ruimte om echt iets te creëren.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span><strong>Geneuzel</strong></span><br><span>En zo begon hij dus met FED en later Pulsed. Beide staaltjes van onderwijsinnovatie. Al wil Goedhals dat niet zo omschreven zien. “Onderwijsinnovatie is een k-woord. We doen slechts twee dingen anders: de onderwijsinhoud of waar we toe opleiden. Die heeft een andere kleur dan alle andere opleidingen. En ten tweede hoe je het insteekt. Al dat geneuzel over methodes of modellen, dat heb ik altijd eng gevonden. Het is net als met religies: je legt dan de kern van wat en wie je bent in handen van een methode. Ja, je moet duidelijk hebben over hoe je iemand wilt opleiden. Maar dan, om het maar met voetbal te vergelijken, net als Peter Bosz nu doet bij PSV: je tactiek bestaat vooral uit hóe je wilt spelen.”</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span>“En: innoveren is niet transpireren. Dat wil zeggen: innoveren is niet goed als het niet ook hard zweten is. Want een vernieuwing is nooit af, daar moet je keihard aan werken om het telkens weer beter te krijgen." En dat is wat hij met Pulsed deed. “Nooit alleen, hè. Je hebt een team hele goede mensen om je heen nodig.” Plus mensen elders in de organisatie die jou steunen. “Wat dat betreft ben ik mensen als Ella Hueting, Monique Peels, Gerard Lenssen en Joep Houterman nog altijd heel dankbaar.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:566/auto;width:566px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_whatsappimage2022-05-12at4.12.03pm1.jpeg?x=1708526814253" alt="Goedhals bij de uitreiking van de Hogeronderwijspremie in 2022" width="566" height="auto"></span></p><p><span>In 2022 mocht een emotionele Goedhals namens Pulsed de Nederlandse hogeronderwijspremie in ontvangst nemen. Hij zei toen: “Pulsed was een lange strijd waar we echt voor hebben moeten vechten. Het is werk, maar ook zoveel meer. Deze prijs bevestigt dat. ”</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span>Knokken is welbesteed aan de Pulsedvoorman. Als hij iets in zijn hoofd heeft gaat hij ervoor. Of vertrekt hij ervoor. Want waarom vertrekt hij zo onverwacht en stante pede? “Ik kan niet meer groeien hier. Dan word ik lastig voor anderen, beperk ik niet alleen mijn eigen groei, maar ook die van Pulsed en van de ontwikkeling van de anderen die hier werken. Bovendien bestaat het gevaar dat je krediet gaat verspelen."&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span>Maar hij geeft ook meteen toe: “Pulsed loslaten is heel lastig. Het is mijn kindje. Mijn tweede thuis ook. Mijn kinderen komen hier ook regelmatig en ervaren dat ook. Het heeft me jarenlang bloed, zweet en tranen gekost en dan is het moeilijk om te beseffen dat ik vanaf 1 maart hier niet meer elke dag heen fiets. Dat ik niet meer dagelijks met studenten bezig ben.”</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span><strong>Beste keuze</strong></span><br><span>Bij de collega's van Pulsed sloeg het nieuws dat hij vertrekt in als een bom. “Ja… Er waren veel tranen, ongeloof, boosheid ook. Pas na een dag of vier konden mensen relateren aan waarom dit voor mij de beste keuze is.”</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span>Een opvolger is er overigens nog niet. "We hebben afgesproken dat het team in mei gaat kijken hoe verder te gaan. Voor alle duidelijkheid: er is geen gat te vullen, nee: er is ruimte te pakken.” Goedhals zelf neemt nu gas terug. Hij heeft nog geen nieuwe baan en houdt zich voorlopig bezig met zijn twee stichtingen, Spot On en Drip, die zich respectievelijk richten op de ontwikkeling van kinderen uit de groepen 5-8 van basisscholen en het inzamelen en doorgeven van sportkleding voor kinderen die het thuis niet breed hebben.</span></p><p style="margin-left:0cm;"><span>Heeft hij nog een wens over zijn toekomstige werk? “Ja. Misschien niet iets dat ik meteen wil doen, maar ik zou het heel gaaf vinden om aan de slag te gaan met een middelbare school die een beetje op zijn gat ligt.” Bij Fontys zien ze hem in elk geval niet meer terug. Of nou ja, misschien nog twee keer. “Dit jaar worden bij Pulsed voor het eerst master- en Ad-diploma’s uitgereikt. Daar wil ik nog wel even bij zijn.” [</span><i><span>Jan Ligthart</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs Algemeen,Eindhoven,FHE,FHBENT,FHTN,PRO Onderwijs,Onderwijsvernieuwing]]></category>
            <pubDate>Thu, 22 Feb 2024 09:15:16 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 23 Feb 2024 09:05:32 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b0ce2805-e1b3-4bf7-90ff-bad877ce9be3/500_img-1764.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b0ce2805-e1b3-4bf7-90ff-bad877ce9be3/500_img-1764.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b0ce2805-e1b3-4bf7-90ff-bad877ce9be3/img-1764.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Jochem Goedhals Pulsed]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Grip op geluid in sportzalen om gehoorschade te voorkomen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/grip-op-geluid-in-sportzalen-om-gehoorschade-te-voorkomen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/grip-op-geluid-in-sportzalen-om-gehoorschade-te-voorkomen/</guid><pp:caseid>620244</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Donderdag 15 februari besteedt onderzoeksprogramma </span><a href="https://pointer.kro-ncrv.nl/uitzendingen" target="_blank"><span>Pointer</span></a><span> een uitzending aan dit onderwerp. Hierin komt ook docentonderzoeker Saskia Tuinder aan het woord.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Veel vakleerkrachten bewegingsonderwijs hebben last van hoge geluidsniveaus. Hoofdpijn, concentratieverlies en overprikkeling komen veelvuldig voor. “Met het onderzoek Grip op geluid willen we een bijdrage leveren aan een gezonde werkomgeving”, aldus docentonderzoeker Saskia Tuinder.</strong></span></p><p><span>Je herkent het vast wel: na een (paar) uur sporten in een volle sporthal ben je moe, en niet alleen door de lichamelijke inspanning. Meestal komt dat door de akoestiek in de sportzaal. Die is vaak niet optimaal. We staan er alleen niet bij stil, want we denken dat het erbij hoort. Maar dat is niet zo, weet Saskia Tuinder inmiddels. &nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/563a81e8-790d-4e11-b441-d2e344b3cdf7/500_saskiatuinder.jpg?x=1707400565765" alt="Saskia Tuinder" width="200">De docentonderzoeker bij Fontys Paramedisch doet samen met een groot aantal partijen onderzoek naar de akoestiek in sportzalen en het effect dat dit heeft op vakleerkrachten bewegingsonderwijs. De meeste mensen knappen snel op na het sporten, maar dat geldt niet voor een gymleraar. De sporthal is zijn werkplek en hij geeft ook nog eens les aan kinderen in het primair onderwijs.</span></p><p><span>De onderzoeksgroep deed het afgelopen anderhalf jaar geluids- en akoestische metingen in sporthallen en gehoormetingen bij vakleerkrachten bewegingsonderwijs. Ook nam ze vragenlijsten af. “Veel van de vakleerkrachten gaven aan aanzienlijke last te ervaren van hoge geluidsniveaus”, vertelt Tuinder.</span></p><p><span>“Hoofdpijn, concentratieverlies en stemproblemen komen voor. Net als overprikkeling en stress. Een op de drie ondervraagde vakleerkrachten ervaart een piep in het oor, gemiddeld is dat een op vijf bij mensen in dezelfde leeftijdsgroep. Blootstelling aan hoge geluidsniveaus kan op lange termijn voor onherstelbare gehoorschade zorgen. Die sluipt er vaak geleidelijk in, waardoor je het niet in de gaten hebt.”</span></p><p><span><strong>App voor geluidsmetingen</strong></span><br><span>Bij het onderzoek zijn stakeholders betrokken, waaronder gehoor- en geluidsspecialisten, de vakvereniging KVLO, diverse gemeenten, NOC*NSF en verschillende Fontysinstituten. Zo gaan onderzoekers van Fontys Sport en Bewegen het werkveld in en heeft Fontys Toegepaste Natuurwetenschappen geluidsmetingen gedaan. Studenten van Fontys ICT zijn bezig met het ontwikkelen van een app waarmee vakleerkrachten zelf geluidsmetingen kunnen doen, zodat ze weten hoe groot de belasting is waaraan ze worden blootgesteld in hun werkomgeving. “Als deze te hoog is, kunnen ze het gesprek aangaan met hun werkgever”, aldus Tuinder. </span><i><span>[De tekst gaat verder onder de foto]</span></i></p><p>&nbsp;</p><p><span>Een sportzaal moet voldoen aan de norm voor bouwakoestiek. Een ruimte mag namelijk niet te veel galmen. Voldoet een ruimte hier aan, dan zegt dat nog niets over een veilig geluidsniveau weet Tuinder. Daar zijn Arbonormen voor die wettelijk zijn vastgelegd. Een werknemer is verplicht gehoorbescherming te gebruiken als de dagelijkse blootstelling gemiddeld hoger is dan 85 decibel (dB). “We hebben metingen gedaan bij verschillende sportzalen in Nederland. Bij de slechtst presterende accommodatie maten we een daggemiddelde van 92 dB, met uitschieters naar 130 dB.”</span></p><p><span><strong>Akoestische panelen</strong></span><br><span>Daar valt volgens de docentonderzoeker wel wat aan te doen. Beheerders van de gebouwen, meestal zijn dat gemeenten, kunnen de akoestiek van sportzalen onder meer verbeteren door het aanbrengen van akoestische wand- en plafondpanelen. “Die absorberen het geluid en verminderen zo de galm in een ruimte. Het helpt enorm om de akoestiek aan te passen. Uit ons onderzoek is gebleken dat een ruimte daardoor als veel aangenamer en rustiger wordt ervaren.” </span><i><span>[De tekst gaat verder onder de foto]</span></i></p><p><span>Een andere preventieve maatregel is gehoorbescherming. “De helft van de door ons ondervraagde vakleerkrachten weet niet dat ze van hun werkgever recht heeft op gehoorbescherming. Met het onderzoek willen we bewustwording creëren. Niet alleen bij vakleerkrachten bewegingsonderwijs, maar ook bij schoolbesturen, beleidsmakers, opleiders en studenten. Door het probleem in beeld te brengen en te agenderen willen we een bijdrage leveren aan een gezonde werkomgeving.” De onderzoeksgroep komt voor de zomer met haar aanbevelingen. </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,PRO Gezondheid,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,FPH,FHTN,FHICT,FSH]]></category>
            <pubDate>Fri, 09 Feb 2024 10:44:54 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 21 Feb 2024 09:29:26 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/500_sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/500_sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4c3da8a-4a79-438c-a5e2-debc65c50ea8/sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Sport-vakleerkracht-bewegingsonderwijs-gymdocent-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Zoutzuurincident met student: protocol opgevolgd</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/zoutzuurincident-met-student-protocoll-opgevolgd/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/zoutzuurincident-met-student-protocoll-opgevolgd/</guid><pp:caseid>617949</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Alle protocollen zijn nauwkeurig opgevolgd en de student is met de schrik vrijgekomen. Dat blijkt na een interne analyse van een ongeluk met zoutzuur vorige week woensdag bij Fontys Toegepaste Natuurwetenschappen. Een onderzoek door de arbeidsinspectie is om die reden niet nodig.</strong></span></p><p><span>Het ongeluk gebeurde toen studenten Toegepaste Natuurwetenschappen in zuurkasten werkten met onverdunde zoutzuur. Daarbij waren meerdere docenten aanwezig, die voor de praktijkles een nauwgezette instructie gaven.</span></p><p><span>Toch kon niet worden voorkomen dat een jongerejaarsstudent een fles zoutzuur uit haar handen liet glijden. Daarbij kwam er een beetje van de vloeistof op haar hand terecht. Doordat de zuurkast enigszins open stond, kon het ook gebeuren dat de student wat van de stof heeft ingeademd.</span></p><p><span>Het inademen van zoutzuur in hoge concentraties is schadelijk, het is slecht voor de longen. En als zoutzuur op de huid komt, kan dit brandwonden veroorzaken. “Dat is gelukkig allemaal niet gebeurd”, vertelt een opgeluchte veiligheidscoördinator van Toegepaste Natuurwetenschappen, Alida Boot-Groenink. “De student heeft niets aan het incident overgehouden. De volgende dag was ze weer aanwezig in de les.”</span></p><p><span><strong>Groots uitgerukt</strong></span><br><span>Naar nu blijkt hebben de aanwezige docenten alle protocollen nauwkeurig opgevolgd. De student zou de instructies niet goed hebben opgevolgd, waardoor het ongeluk heeft kunnen gebeuren. De toegesnelde bedrijfshulpverlener belde uit voorzorg met het alarmnummer 112. De dienstdoende medewerker liet de hulpdiensten groots uitrukken en stuurde zowel politie, brandweer als een ziekenwagen naar Fontys Nexus op het TU-terrein.</span></p><p><span>Boot-Groenink: “Dat de hulpdiensten zo massaal zijn uitgerukt, verbaasde ons allemaal, ook de student. Zij is al die tijd bij kennis en aanspreekbaar geweest. Na enige tijd in de frisse lucht, is zij voor de zekerheid ter observatie meegenomen naar het ziekenhuis, waarna ze ook al gauw naar huis mocht.”</span></p><p><span><strong>Regionale pers</strong></span><br><span>Even snel als de hulpdiensten stonden ook journalisten van de </span><a href="https://www.ed.nl/eindhoven/foutje-in-fontys-lab-student-knoeit-zoutzuur-en-krijgt-het-op-haar-hand~a00862d4/" target="_blank"><span>regionale pers</span></a><span> bij Fontys op de stoep. “Alsof het een heel groot ongeval was”, zegt de veiligheidscoördinator. “Desondanks zijn we tevreden met de afhandeling. We zijn van mening dat de bedrijfshulpverlener beter een keer te vaak kan bellen, dan een keer te weinig.”</span></p><p><span>Studenten die bij Fontys met gevaarlijke stoffen werken, krijgen veiligheidsonderricht. “Toch valt een incident als dit niet uit te sluiten”, weet Boot-Groenink. “Wel nemen we het incident als casus mee in onze instructies. Realistische voorvallen worden vaak beter onthouden dan wanneer we regeltjes opnoemen.”</span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHTN,Eindhoven,Student]]></category>
            <pubDate>Tue, 23 Jan 2024 14:41:39 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 26 Jan 2024 07:48:19 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/60bc3728-ec13-4713-9976-560c898442cb/500_zuurkast-lab-proeven-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/60bc3728-ec13-4713-9976-560c898442cb/500_zuurkast-lab-proeven-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/60bc3728-ec13-4713-9976-560c898442cb/zuurkast-lab-proeven-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[zuurkast-lab-proeven-shutterstock]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Een zuurkast (niet bij Fontys), foto: Shutterstock]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Techniekdomein gaat voor betere aansluiting met werkveld</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/techniekdomein-gaat-voor-betere-aansluiting-met-werkveld/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/techniekdomein-gaat-voor-betere-aansluiting-met-werkveld/</guid><pp:caseid>617135</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i><span>Woensdag 17 januari vindt het officiële tekenmoment tussen Fontys Techniekdomein en de elf Techniekpartners plaats. Deze partners zijn AAE B.V., Adimec Advanced Image Systems BV, ASML Nederland B.V., DAF Trucks N.V., KMWE, Manufacturing Technical Assemblies (MTA) B.V., Philips Electronics Nederland, SMART Photonics, Sorama, Vanderlande Industries B.V. en VDL Nederland.</span></i></p><p><i><span>Het programma start om 15.30 uur in de eventruimte van het Nexus gebouw.</span></i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Het Fontys Techniekdomein gaat meer strategisch samenwerken met partners uit het werkveld. Niet alleen om de opleidingen beter aan te sluiten op het werkveld, maar juist ook om het werkveld meer te betrekken bij de technische opleidingen van Fontys. “Zo zorgen we voor een betere koppeling tussen Fontys, studenten, medewerkers en bedrijven”, aldus initiators Mark Herman en Muriël Keuning-Scheffers.</strong></span></p><p><span>Binnen de instituten Engineering, Bedrijfsmanagement, Educatie en Techniek en Toegepaste Natuurwetenschappen zag Herman met enige regelmaat dat zowel studenten als medewerkers bij techniekbedrijven binnenwandelen voor stages en medewerkingen. “Zo’n 75 procent daarvan zit allemaal bij dezelfde bedrijven. Dat weten we soms niet van elkaar, en dat is jammer. Dat gaan we dankzij deze overeenkomst een stuk gecoördineerder maken.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:119/auto;width:119px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b6c3f20b-5bd1-4b4e-ad17-b322ad42515e/500_markherman.jpg?x=1705310708643" alt="Mark Herman" width="119" height="auto">Meer body en slagkracht, opdrachten die elkaar op kunnen volgen ten behoeve van kennistoevoeging en roadmaps en agenda’s koppelen staan daarbij centraal. “Zo weten wij waar we vanuit Fontys bij aan kunnen haken en omgekeerd, en hoeven we niet pas een maand van tevoren nog allerlei zaken te gaan regelen.”</span></p><p><span><strong>Helpen en versterken</strong></span><br><span>Het Fontys Techniekdomein is vaak leverancier van toekomstig personeel voor de elf bedrijven die de samenwerkingsovereenkomst tekenen. Daar maken grote namen als VDL, ASML, DAF en Philips ook deel van uit. Herman: “In het kader van Fontys for Society willen we partners zijn van en voor elkaar. Zo kunnen we elkaar niet alleen helpen tijdens opdrachten en stages, maar kunnen we elkaar ook versterken en opvolging geven. We leveren niet alleen nieuw personeel, maar worden ook echte kennispartners voor deze bedrijven.”</span></p><p><span>Dat werkt andersom net zo. Waar Fontys studenten levert aan de bedrijfstak, leveren de bedrijven ook een bijdrage aan het onderwijs. “Door het geven van een gastcollege of het inzetten van hybride docentschap bijvoorbeeld. Docenten zijn welkom bij een partner als VDL om inzichtelijk te krijgen wat daar speelt. Die kennis kan weer meegenomen worden in hun colleges. Zo zorgen we er gezamenlijk voor dat onze studenten tijdens de opleiding juist datgene hebben geleerd wat aansluit bij de arbeidsmarkt, dat we elkaar beter begrijpen en complexe vraagstukken aan kunnen pakken.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:211/auto;width:211px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1774b0c2-6513-4885-ad15-da6a2770699a/800_murieumllkeuning-scheffers.jpg?x=1705310720792" alt="Muriël Keuning-Scheffers" width="211" height="auto">Intensief samenwerken</strong></span><br><span>Komende woensdag staat de officiële ondertekening met de elf technische bedrijven op het programma. Met die elf bedrijven werken minstens twee van de drie instituten al samen. Een bewuste keuze dus, legt Muriël Keuning-Scheffers uit. “Als we dit aan nog twintig bedrijven hadden gevraagd hadden zij ook allemaal ‘ja’ gezegd, maar intensief samenwerken met dertig bedrijven gaat nu simpelweg nog niet omdat het onderwijs het aan moet kunnen om afspraken met bedrijven na te komen. De partners waar we nu mee in zee gaan zijn bewust gekozen omdat ze bereid zijn te investeren in de relatie met Fontys, waarbij we gelijkwaardig als partner kunnen optreden. Ze willen niet alleen de beste afstudeerders aan zich binden, maar het onderwijs echt ondersteunen.”</span></p><p><span>Hoe de toekomst er voor beide kanten na het tekenen van het convenant uit gaat zien, is nog iets om uit te zoeken aldus Keuning. “We hebben een rode draad opgesteld en gaan vooral ervaren wat wel en niet werkt. We gaan in ieder geval samen met de Techniekpartners aan de slag voor een betere aansluiting tussen onderwijs en werkveld en voor het versterken van de regio.” [</span><i><span>Noëlle van den Berg</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHE,FHENG,FHTN,Economie en bedrijfsleven,PRO Techniek,Onderwijs Techniek]]></category>
            <pubDate>Mon, 15 Jan 2024 12:01:34 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 16 Jan 2024 10:30:55 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_studenttechniekengineering.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_studenttechniekengineering.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/studenttechniekengineering.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[student techniek engineering]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Racewagen moet jongeren enthousiasmeren voor techniek</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/racewagen-moet-jongeren-enthousiasmeren-voor-techniek/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/racewagen-moet-jongeren-enthousiasmeren-voor-techniek/</guid><pp:caseid>616736</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Jongeren zijn steeds minder vaak te porren voor een technische opleiding. Met het bouwen van een accuracer hopen drie studenten van de opleiding Werktuigbouwkunde bij Fontys in Venlo daar verandering in te brengen door leerlingen van groep 7 en 8 te enthousiasmeren voor hun vak.</strong></p><p>Als je de studie Werktuigbouwkunde volgt, krijg je in je afstudeerjaar de keuze tussen verschillende groepsprojecten. Eén van die opties is een samenwerking met het Experiencecenter, een initiatief van de gemeente Venlo waarbij leerlingen vanuit het basisonderwijs, praktijkonderwijs en voortgezet onderwijs worden uitgedaagd en enthousiast worden gemaakt voor een mogelijke toekomst in de techniek en technologie.</p><p>Voor die keuze gingen studenten Tom Dings, Femke van de Ven en Maarten Steffers. Begin dit schooljaar startten ze met de vraag hoe zij jongeren kunnen prikkelen voor het vak techniek. Na verschillende brainstormsessies kwamen ze op het idee van een accuracer, een karretje dat door een boormachine wordt aangedreven, die ze wilden bouwen zodat leerlingen daar uiteindelijk zelf aan kunnen sleutelen. <i>[Tekst gaat verder onder de afbeelding]</i></p><p>“We zijn onderzoek gaan doen en hebben samen met onze klant – het Experiencecenter – een eisenpakket voor de accuracer opgesteld”, legt Tom uit. “We zijn gaan kijken naar welke basisfuncties de klant terug wil zien. In eerste instantie kwamen we bij een concept uit waarbij vooral het assembleren van de wagen het hoofddoel was. Maar na een aantal weken en een betere analyse van de doelgroep kwamen we tot de conclusie dat het technische niveau van de jongeren niet hoog genoeg lag voor ons eerste idee.”</p><p>Er werd gesleuteld aan het plan en verwachtingen werden bijgesteld. “We hebben nu een accuracer gebouwd die technisch goed in elkaar zit, maar die leerlingen nog wel naar hun smaak kunnen aanpassen. Sommige kinderen willen er bijvoorbeeld vlammen op, andere willen er een prinsessenwagen van maken. Aan de basis van de wagen hoeft niet gesleuteld te worden, maar de buitenkant kan gedemonteerd worden zodat de leerlingen daarmee aan de slag kunnen.” <i>[Tekst gaat verder onder de afbeelding]</i></p><p>Na maanden keihard werken is de wagen nu zo goed als klaar. Volgende week wordt het eindresultaat gepresenteerd tijdens een tentoonstelling in de Maaspoort. “Kinderen kunnen de accuracer in principe zelf besturen. Het gaspedaal bedienen ze net als in een kart met hun voet en het sturen gebeurt met de hand. De wagen kan maximaal vijftien kilometer per uur. Zacht genoeg om de veiligheid te bewaren, maar ook hard genoeg om de ultieme ervaring te beleven.”&nbsp;</p><p>Dat is natuurlijk leuk, maar hebben de drie studenten met dit project hun doel behaald? Enthousiasmeren ze hiermee leerlingen voor hun vak? “Absoluut”, klinkt het vastbesloten. <i>[Karen Luiken]</i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Limburg,FHTN,PRO Techniek]]></category>
            <pubDate>Wed, 10 Jan 2024 14:09:45 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 11 Jan 2024 12:49:24 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/3bb931fb-0f51-4bac-94df-1c3e74694bad/500_afbeelding.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/3bb931fb-0f51-4bac-94df-1c3e74694bad/500_afbeelding.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/3bb931fb-0f51-4bac-94df-1c3e74694bad/afbeelding.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[afbeelding]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Handen ineen bij Fontys voor innovatief Robotlab</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/handen-ineen-bij-fontys-voor-robotlab/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/handen-ineen-bij-fontys-voor-robotlab/</guid><pp:caseid>603393</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i><span>‘Robotlab’ is onderdeel van het NGF2-project ‘Zelfdenkende Moleculaire Systemen/Big Chemistry’. ‘NGF’ staat voor Nationaal Groeifonds, een subsidieregeling geïnitieerd door het Kabinet om ons land duurzamer te maken. Het project wordt uitgevoerd door onder andere Radboud Universiteit Nijmegen, Technische Universiteit Eindhoven, Rijksuniversiteit Groningen, materialenonderzoeker Amolf en Fontys.</span></i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Waar het gaat om klimaatverandering, schaarste van grondstoffen en alternatieven voor fossiele brandstoffen staat de chemie voor een gigantische opgave. “Daarbij redden we het niet met handmatige proeven”, zegt docent/onderzoeker Peter Lambooij van Fontys ICT, die samen met collega’s een geautomatiseerd laboratorium ontwikkelt.</strong></span></p><p><span>Bij het te bouwen ‘Robotlab’ slaan onder meer Fontys ICT, Fontys Engineering, expertisecentrum Fontys High Tech Systems & Materials en universitaire chemiegroepen de handen ineen. Sinds kort doet ook Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen mee.</span></p><p><span>“Naast ICT en mechatronica heeft dit onderzoek overduidelijk een chemiekant”, vertelt Tilde Pellegrini, docente Chemie bij ‘TNW’. “Momenteel verkennen we onderling de mogelijkheden van samenwerking. Grootschaligere proeven zijn interessant voor ons instituut en we hebben de expertise en faciliteiten, bijvoorbeeld om chemicaliën op een veilige manier te behandelen.”</span></p><p><span><strong>Unieke combinatie</strong></span><br><span>Lector High Tech Embedded Software Teade Punter en intern projectleider Cees van Tilborg (beiden verbonden aan Fontys ICT) zitten ook aan tafel. “Het Fontys-team telt nu acht onderzoekers”, zegt Van Tilborg. “Binnen Fontys onderhoud ik de contacten met alle betrokken partijen en regel praktische zaken, zoals de inrichting en bemensing van het onderzoek.” Het project met een looptijd van zeven jaar is een paar maanden onderweg.</span></p><p><span>Het automatiseren van chemische experimenten is niet nieuw. Lambooij: “Er zijn grofweg twee vormen. Een ‘moleculaire machine’ is een soort vitrinekast uit de snackbar waarin een ‘kermis-grijparm’ 24/7 testen uitvoert. Daarnaast heb je sinds kort de mobiele robot als alternatief voor een laborant.”</span></p><p><span>In het eerste geval is een standaard-proefneming geautomatiseerd; in het tweede de laboratoriummedewerker. “Wat ons project ook internationaal uniek maakt, is dat we niet specifiek focussen op één van die twee”, zegt Punter. “Bij ons staat het experiment met alle bijkomende variabelen centraal. Ons robot-chemielab moet kunnen omgaan met onvoorspelbaarheid.” Dat houdt verband met de academische context waarin de toepassing actief wordt. “In chemie-onderzoek wil je vooral flexibel zijn. Het verloopt grilliger dan een vooraf gedefinieerde workflow zoals die vaak in de industrie voorkomt.”</span></p><p><span><strong>Snel én slim</strong></span><br><span>Geautomatiseerde labsystemen werken 800 tot 1000 keer sneller dan de mens. Snelheid is essentieel, omdat je zo eerder tot oplossingsrichtingen komt. Punter: “Voor onderzoekers gaat het erom om in een experiment zo snel mogelijk aanknopingspunten te vinden voor toegespitst vervolgonderzoek.”</span></p><p><span>Maar het onderzoeksteam wil niet alleen de handelingen versnellen, ook het denkwerk daarachter. “Door artificial intelligence (AI) te integreren in ons onderzoek kan dat”, zegt Lambooij. “Stel: er ontstaat vlokformatie bij een experiment, wat betekent dat een reactie niet goed verloopt. Daarvan maak je dan een camerabeeld, op grond waarvan AI het experiment automatisch afkeurt. Op die manier kun je een reeks van zinloze vergelijkbare vervolgproeven vermijden.” [</span><i>Tekst gaat verder onder de foto]</i></p><p><i><span>Big chemistry-data</span></i><span> kan bovendien worden gebruikt bij het onderzoek naar fasediagrammen. “In het verleden was een promovendus soms jaren bezig om de grenzen tussen ordeningen in een mengsel in kaart te brengen. De activiteit ‘aan de rand’, waar de ene vorm de andere ontmoet, is daarbij het interessantst. Je kunt AI vragen om vooral daar zo efficiënt mogelijk te onderzoeken. Hiermee bespaar je enorm veel tijd.”</span></p><p><span>Van ‘ChemGPT’ – als broertje van ChatGPT – is volgens Lambooij voorlopig geen sprake. “Stel dat je ‘ChemGPT’ vraagt hoe je experimenten inricht om milieuvriendelijke verf te ontwikkelen. Voor die suggesties zijn werkelijk ontstellende hoeveelheden data nodig, die er momenteel nog niet zijn.” Maar wie weet hoe dit zich verder ontwikkelt: zoals gezegd loopt dit onderzoeksproject zeven jaar.</span></p><p><span><strong>Uitdagingen</strong></span><br><span>“Digitale technieken spelen ook een belangrijke rol in de integratie van de benodigde apparatuur bij een experiment”, geeft Van Tilborg aan. “De huidige machines zijn lastig te ontsluiten, in die zin dat data niet eenvoudig getransporteerd kunnen worden naar een ander apparaat.” De betrokken onderzoekers hebben er volgens hem een flinke kluif aan om deze interactie straks soepeler te laten verlopen.</span></p><p><span>Uiteindelijk moet het ontwikkelde Robotlab ook op de markt komen. “Bij ons onderzoek kijken nu al bedrijven als Heineken, DSM Firmenich en Solvay mee”, zegt Punter. “Dat gaat van enzymen, tot biotechnologie naar polymeren. De brede chemiekant, zeg maar.” Doordat sommige deelnemende bedrijven elkaar beconcurreren, moeten onderzoeksresultaten goed afgeschermd blijven. “We moeten ervoor waken dat bijvoorbeeld DSM geen inzicht krijgt in de onderzoeksvragen van Solvay. In het juist sturen van de enorme hoeveelheid data die vrijkomt ligt zeker ook een uitdaging.”</span></p><p><span><strong>Rode kool</strong></span><br><span>Fontys ICT is gewend om onderzoeken meteen te vertalen naar studentprojecten. “Hoewel we pas begonnen zijn, werken er toch al drie bachelorgroepen en een mastergroep mee”, zegt Peter Lambooij.&nbsp;</span></p><p><span>Bij één zo’n deelexperiment testen studenten rode kool als PH-indicator, met gebruik van veilige chemicaliën als azijn en huishoudsoda. “Een camera houdt bij hoeveel soda je toevoegt en welke verkleuring er plaatsvindt. Daarbij komt de vraag hoe je met zo min mogelijk opslagcapaciteit van beeld toch de kenmerken van zo’n proces vangt. Dat facet nemen we mee in het vervolg van ons onderzoek. Omdat we met zo veel data te maken gaan krijgen, is ook de efficiënte opslag daarvan een punt.” [</span><i><span>Frank van den Nieuwenhuijzen</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Nieuws,FHE,FHICT,FHTN,Onderzoek,PRO Techniek,PRO ICT]]></category>
            <pubDate>Tue, 31 Oct 2023 11:08:00 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 01 Nov 2023 12:21:20 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/dba81959-fe3b-44b0-96c6-d4fa24a059e6/500_shutterstock-2227917487.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/dba81959-fe3b-44b0-96c6-d4fa24a059e6/500_shutterstock-2227917487.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/dba81959-fe3b-44b0-96c6-d4fa24a059e6/shutterstock-2227917487.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Een robotarm, foto ter illustratie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Elektriciteit is geen perpetuum mobile</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/elektriciteit-is-geen-perpetuum-mobile/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/elektriciteit-is-geen-perpetuum-mobile/</guid><pp:caseid>551374</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De overheid heeft prachtige plannen om alle energie duurzaam te maken, zoals het voornemen om vanaf 2035 de verkoop van niet-elektrische auto's te verbieden. Maarten van Andel heeft daar grote bedenkingen bij. Als directeur Toegepaste Natuurwetenschappen bij Fontys weet hij waar hij het over heeft. Hij schreef onderstaand opinieartikel over de niet realistische politieke voornemens over de energietransitie.&nbsp;</strong></p><p><span style="background-color:white;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_maartenvanandel01.jpg?x=1670485136307" alt="Maarten van Andel">Na Brabant en Limburg blijkt het stroomnet nu ook vol in Utrecht, Gelderland en Drenthe. Bedrijven die stroom willen komen op een wachtlijst. Intussen besluit de EU en dus ook Nederland dat we over 13 jaar alleen nog maar elektrische auto’s mogen maken en nieuw kopen. Samen met miljoenen warmtepompen, geëlektrificeerde industrieën en meer variabele wind- en zonnestroom zal dat zeker een verdubbeling van de netcapaciteit vergen. En we komen nu al te kort! De Zwitserse regering wil elektrisch rijden om die reden komende winter beperken.</span></p><p><span style="background-color:white;">Bovendien zouden we rond 2040 jaarlijks zo’n 700 miljard kilowattuur extra groene stroom moeten opwekken voor honderden miljoenen elektrische auto’s in de EU. Dat vergt meer dan 45.000 extra windmolens en 600 miljoen extra zonnepanelen.&nbsp;</span></p><p><span style="background-color:white;">Daartoe zouden we vanaf nu elke week 12 zeewindmolens, 40 landwindmolens en 700.000 zonnepanelen moeten bijbouwen, 900 weken achter elkaar. We hebben dan nog niks gedaan voor alle bijkomende warmtepompen en geëlektrificeerde industrieën.</span></p><p><strong>Dure en complexe energiedrager</strong><br>Politici en beleidsmakers doen net alsof elektriciteit een energiebron is, een soort perpetuum mobile die vanzelf uit het stopcontact komt. Het tegendeel is waar. De keten van elektriciteitsopwekking, -transport en -opslag is duur en complex, en gaat gepaard met aanzienlijke energieverliezen. Zeker als we hernieuwbare elektriciteit grootschalig moeten gaan opslaan (wat we nu gelukkig nog niet hoeven). Elektriciteit is geen energiebron, het is slechts een gedeeltelijke drager van elders opgewekte energie. Net als waterstof.</p><p>Als onze regering besluit dat we omwille van CO2-reductie elektrisch moeten gaan rijden, verwarmen en ondernemen, verwacht ik een concreet integraal uitvoeringsplan voor de enorme hoeveelheid extra groene stroom die daarvoor over twintig jaar moet worden opgewekt, getransporteerd en opgeslagen. Fontys-studenten en -onderzoekers zouden nu en in de toekomst een grote bijdrage kunnen leveren aan zo’n plan. Zolang dat er niet is komen bedrijven die stroom nodig hebben op een wachtlijst, en moeten elektrische auto’s in Zwitserland minder gaan rijden.</p><p><strong>Niet verkwanselen</strong><br>Elektriciteit is logischerwijs schaars en duur, en zal dat ook na 2035 blijven. Elektriciteit is immers intrinsiek complex en inefficiënt om op te wekken, te transporteren en op te slaan. Het is wel gebruiksvriendelijk en schoon voor de consument.</p><p>Laten we deze kostbare energiedrager daarom optimaal benutten in kleinere verbruikers zoals lampen, stofzuigers en wasmachines die uitsluitend op elektriciteit als energiedrager kunnen functioneren. Laten we elektriciteit niet verkwanselen in honderden malen grotere verbruikers zoals elektrische auto’s.</p><p><strong>Zuinig zijn</strong><br>In feite weten we dit allemaal al lang. Terrasstralers zijn toch niet voor niks verboden in Frankrijk? Gloeilampen zijn toch niet voor niks vervangen door ledlampen? Stofzuigers zijn toch niet voor niks begrensd in vermogen? Wasmachines hebben toch niet voor niks een energielabel? [<i>Tekst loopt door onder foto</i>]</p><p>Zuinig zijn met elektriciteit is ons als kind geleerd, en terecht. Laten we daarom de grote verbruikers niet elektrificeren, maar zorgen dat ze half zoveel energie gaan verbruiken. Met goed geïsoleerde huizen, innovatieve brandstofauto’s van 1 op 40 waarmee we maximaal 100 rijden, en terugdringing van industriële overproductie. Daar besparen we tot na 2040 veel goedkoper, sneller en meer CO2 mee dan met elektrisch rijden.</p><p>Alles tegelijk willen doen in een energietransitie is geen goede aanpak, want we kunnen niet alles tegelijk doen. Het is juist effectief om bewuste keuzes te maken op basis van kwantitatieve analyses en concrete haalbare uitvoeringsplannen.&nbsp;</p><p>Elektrisch rijden valt daarbij af. Zeker ook omdat batterijproductie schaarse metalen zoals lithium en kobalt vergt die al deze eeuw goeddeels uitgeput zullen raken, en gepaard gaat met ontstellend milieuschadelijke mijnbouw en mensonterende slavernij in niet-Europese landen.</p><p><span><strong>Kennis en kunde in het hbo</strong></span><br><span>Energie is anders dan onderwijs of zorg geen menselijke activiteit die je kunt sturen met menselijke wetmatigheden. Energie is een natuurkundige grootheid, met natuurkundige wetmatigheden die zich onttrekken aan menselijke wetmatigheden.&nbsp;</span></p><p><span>Dat is niet erg, zolang politici en beleidsmakers dat in acht nemen, en geen beslissingen nemen die net zo onuitvoerbaar zijn als een perpetuum mobile. Fontys en andere hogescholen hebben toegang tot alle benodigde kennis en kunde om die beslissingen te beïnvloeden, en zo bij te dragen aan een effectiever duurzaamheidsbeleid.</span></p><p><i>Maarten van Andel is directeur van Fontys Hogeschool voor Toegepaste Natuurwetenschappen en auteur <span>van De Groene Illusie en De Groene Kans.&nbsp;</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Opinie,FHTN,FHTNW,PRO Techniek,PRO Economie,Nieuws]]></category>
            <pubDate>Thu, 08 Dec 2022 09:26:00 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 08 Dec 2022 11:48:24 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_windmolens.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_windmolens.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/windmolens.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Windmolens]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Docent helpt als &#039;bruggenbouwer&#039; mee aan foto-expositie Iran</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/docent-helpt-als-bruggenbouwer-mee-aan-foto-expositie-iran/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/docent-helpt-als-bruggenbouwer-mee-aan-foto-expositie-iran/</guid><pp:caseid>550955</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i><span>De foto-expositie ‘Roulah: Women – Choice – Fire’ wordt dinsdag 6 december om 15:30 uur in het Eindhovense gemeentehuis officieel geopend en wordt opgeluisterd&nbsp;door de Iraanse componist en performer Sharareh Sheikhan. Fotografe Shaghayegh Moradiannejad licht haar werk via een scherm toe. De tentoonstelling loopt tot eind deze maand.</span></i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Fontysdocent Saskia Blom is een van de organisatoren achter een foto-expositie in het gemeentehuis van Eindhoven. De Iraanse fotografe Shaghayegh Moradiannejad legde op beeld vast wat voor worsteling het leven is voor vrouwen, en met name Koerdische vrouwen, in Iran en omgeving.</strong></span></p><p><span>Blom werkt sinds 2005 bij Fontys. Aanvankelijk bij de lerarenopleiding in Tilburg, sinds 2011&nbsp;is zij docent astrofysica, fotonica en vastestoffysica bij Fontys Technische Natuurkunde. Een vakgebied dat werkelijk geen enkel raakvlakk heeft met de expositie waar zij zich als vrijwilliger voor inzet.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:192px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_blomsaskias.m.p.1-2.jpg?x=1670243003804" alt="Saskia Blom">“Het heeft er niets mee te maken, nee. Maar in het onderwijs zit je dicht op jonge mensen, weet je daardoor beter wat er speelt in de wereld. En andersom werkt dat ook. Bij astrofysica kun je bijvoorbeeld vertellen dat er heel veel CO2 in de atmosfeer zit op Venus. En dan sta ik het mezelf dus toe om dan ook over de klimaatcrisis te praten.”</span></p><p><span>De klimaatcrisis, Iran, zwarte piet: het komt allemaal in luttele minuten voorbij als Blom aan het woord is. Maatschappelijk betrokken, wat heet. Je zou haar zo bij Fontys in het hokje bildung plaatsen.</span></p><p><span>“Ja. Ik voel me heel erg betrokken bij de Bildung-werkgroep binnen Fontys, waar ik een aantal bijeenkomsten van heb bijgewoond. Ik organiseer ook ethiektrainingen voor studenten.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:561px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_shaghayeghmoradiannejad.jpg?x=1670243240425" alt="Foto: Shaghayegh Moradiannejad">“Ik ben gepromoveerd in Delft en kwam later in een bubbel van heel slimme mensen terecht bij Philips Research. Maar als je in het onderwijs belandt, zoals bij Fontys, zit je ook weer in een bubbel. Ik probeer op mijn manier bruggen te bouwen tussen het verkokerde onderwijs en de rest van de samenleving.”</span></p><p><span><strong>Uitstraling</strong></span><br><span>Maatschappelijke betrokkenheid is ook haar motor achter de fotoexpositie van Moradiannejad. “We hebben nog overwogen om de expositie in het Van Abbe Museum of op de Technische Universiteit te houden. Maar het gemeentehuis heeft een andere uitstraling richting Iran.”</span></p><p><span>Met de expositie ‘Roulah’ (wat Koerdisch is voor ‘Mijn lieve kind’): Women-Choice-Fire’ willen de organisatoren steun betuigen aan de geweldloze demonstranten die in Iran en regio roepen om mensenrechten, democratie en vrijheid. Die organisatoren zijn, naast Blom, Firouzeh Hamidian van Stichting Samen voor Gezondheid van Vrouwen en Constance van Dorp van de Werkgroep Eindhoven—Kobanê die vanuit Vredesburo Eindhoven werkt.</span></p><p><span>De Iraanse fotografe Moradiannejad woont nu in Canada. Gezien de omstandigheden in Iran en de ‘politieke’ kleur van haar werk, zit het er niet in dat zij binnenkort naar haar moederland kan terugkeren.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:518px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_shaghayeghmoradiannejad3.jpg?x=1670243265563" alt="foto: Shaghayegh Moradiannejad ">“De foto’s zijn heel mooi en artistiek, gelaagd en daardoor ook heel dubbel. Maar Shaghayegh heeft ook gruwelijke beelden geschoten, van vrouwen die uit pure wanhoop zichzelf in brand staken. Sommige van die foto’s zijn ook te zien op de expositie, maar niet vol in het zicht.”</span></p><p><span>Wat zij met deze expositie dan wil bereiken? “Dat er bredere aandacht komt voor de (on)gelijkheid van vrouwen in de hele wereld. Als mensen in de knel zitten, reageren ze dat altijd af op de zwaksten. En in het huidige systeem zijn dat altijd vrouwen. Ik wil dat daar meer bewustwording over komt. En in het geval van Iran, om ook de steun aan de vrouwenbeweging en vooral de Koerdische vrouwen daar op gang te houden.” [</span><i><span>Jan Ligthart</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHTN,FHTNW]]></category>
            <pubDate>Mon, 05 Dec 2022 13:33:15 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 06 Dec 2022 15:42:34 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shaghayeghmoradiannejad2.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shaghayeghmoradiannejad2.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/shaghayeghmoradiannejad2.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Shaghayegh Moradiannejad 2]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Techniek: wat voor baan wordt het?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/techniek-wat-voor-baan-wordt-het/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/techniek-wat-voor-baan-wordt-het/</guid><pp:caseid>518927</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Welke banen kunnen studenten die nu bij Fontys studeren, in de toekomst verwachten? En welk salaris zullen ze daarbij verdienen? Moeten ze zich zorgen maken over nieuwe technologieën? Bron gaat over verschillende branches in gesprek met lectoren en docenten. Vandaag: techniek.</strong></span></p><p><span>Als er iemand is die veel over techniek kan vertellen, dan is het Geert-Jan Evers. Hij geeft als docent Werktuigbouwkunde al vier jaar les over alles wat met deze branche te maken heeft en ziet welke ontwikkelingen op dit vlak plaatsvinden.</span></p><p><span><strong><u>Welke banen zijn populair onder Techniek-studenten?</u></strong></span><br><span>“Studenten komen binnen de Brainport-regio vaak bij het MKB of de High Tech-sector terecht. Bij MKB kun je denken aan allerlei typen bedrijven die bezig zijn met bijvoorbeeld tractoren. Banen in de High Tech-sector vind je veel bij bedrijven als Philips of ASML.”</span></p><p><span><strong><u><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:300px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_eversgeert-jan.jpg?x=1657261218474" alt="Geert-Jan Evers">Welke verschuivingen zie jij in het werkveld?</u></strong></span><br><span>“Een van de dingen die ik zie gebeuren is dat studenten veel meer multidisciplinair moeten werken, ook in het werkveld. Ze zijn vaak met maatschappelijke thema’s bezig, zoals: hoe kunnen we bepaalde robots inzetten als er te weinig werknemers zijn in de landbouw? Studenten zijn niet langer alleen met techniek bezig, maar ook met de context.”</span></p><p><span><strong><u>Welke banen zie jij verdwijnen in deze sector?</u></strong></span><br><span>“De ontwikkelingen gaan niet zó snel dat bepaalde banen binnen drie jaar verdwijnen, maar ik denk wel dat er veel wordt geautomatiseerd. De banen waarbij dingen bedacht moeten worden, komen er steeds meer bij, terwijl het daadwerkelijke uitvoeren binnen bijvoorbeeld een fabriek juist minder wordt. Als er een vliegtuigvleugel ontworpen moet worden, dan zet je daar tegenwoordig kunstmatige intelligentie voor in. Techneuten ontwerpen dingen niet altijd meer zelf; dat wordt voor ze gedaan.”</span></p><p><span><strong><u>Welke nieuwe banen ontstaan er juist?</u></strong></span><br><span>“Er gaat veel meer gebeuren op het gebied van automatisering en kunstmatige intelligentie. Je ziet dat bijvoorbeeld bij Philips dat in de medische industrie opereert. Daar zie ik een verschuiving: ze zijn meer bezig in het verwerken van gegevens dan met het maken van dingen.</span></p><p><span>Voorbeeldje: hoe kunnen we alle beelden van een MRI-scanner op een goede manier verwerken zodat we snel een diagnose kunnen stellen? Je zit als techneut tegenwoordig minder aan de voorkant en meer aan de achterkant. Je bent niet bezig met het maken van de scanner, maar wel met wat zo’n scanner kan.”</span></p><p><span><strong><u>Zijn er technologische ontwikkelingen die banen in gevaar brengen?</u></strong></span><br><span>“We hebben vaak een beeld dat robots almachtig zijn en de wereld overnemen, maar volgens mij valt dat wel mee. Robots worden vooral toegepast door samen met de mens iets te doen, niet individueel.</span></p><p><span>De plekken waar robots goed hun werk kunnen doen, zijn voorspelbare situaties. In een magazijn bijvoorbeeld, maar in de zorg is het een ander verhaal. De enige robots die daar weten te overleven, zijn robots die zijn ontwikkeld in samenspraak met artsen en hen ondersteuning bieden.”</span></p><p><span><strong><u>Wat gaan studenten verdienen?</u></strong></span><br><span>“Vanwege de grote vraag naar techneuten heb je in deze branche zo een baan. De salarissen zijn hartstikke goed. Organisaties en bedrijven in de Brainport-regio bloeien, dus die hebben ook een hoop uit te geven.” </span><i><span>[Karen Luiken]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Student,FHE,FHTN,PRO Techniek,FBeNT]]></category>
            <pubDate>Wed, 13 Jul 2022 11:20:21 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 14 Jul 2022 13:22:49 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-702099169.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-702099169.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/shutterstock-702099169.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[student techniek logistiek]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kolencentrales volop laten draaien, is dat nu wel zo&#039;n goed idee?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kolencentrales-volop-laten-draaien-is-dat-nu-wel-zon-goed-idee/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kolencentrales-volop-laten-draaien-is-dat-nu-wel-zon-goed-idee/</guid><pp:caseid>515861</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Het kabinet laat de kolencentrales weer volop draaien nu de gastoevoer uit Rusland wordt teruggeschroefd en gasprijzen de pan uitrijzen. Een klap voor de energietransitie die toch al moeizaam op gang komt. Hoe kijken energie-experts van Fontys hier tegenaan?</strong></span></p><p><span>Maarten van Andel, directeur van Fontys Toegepaste Natuurwetenschappen, heeft alle begrip voor het besluit van het kabinet. “Verstandig om nu voorrang te geven aan zekerheid van energielevering en de klimaatdoelen even op plek twee te zetten.”</span></p><p><span>“Maar”, zo benadrukt hij, “dan moeten we ook volop inzetten op tegenmaatregelen zoals 100 rijden dag en nacht en het goed isoleren van woningen.” <img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_maartenvanandel01.jpg?x=1656422059396" alt="Maarten van Andel"></span></p><p><span><strong>Kansen en misvattingen</strong></span><br><span>Van Andel werkte eerder als onderzoeker en manager in internationale energie- en duurzaamheidsprojecten en schreef de boeken </span><i><span>De groene illusie</span></i><span> en </span><i><span>De groene kans</span></i><span>. Hierin gaat hij in op de kansen èn misvattingen rondom de energietransitie. Hij noemt zichzelf klimaatneutraal: hij is even bezorgd over het klimaat als over de maatregelen die het klimaat moeten redden.&nbsp;</span></p><p><span>Ons milieu is volgens hem te belangrijk om over te laten aan dogmatische denkers die feiten en fictie niet uit elkaar kunnen houden. “We onderschatten al jaren de omvang van de benodigde energietransitie, en overschatten de mogelijkheden van duurzame energie-opties zoals zon en wind.”</span></p><p><span>Het stoort van Andel dat kritiek op de maatregelen in de duurzaamheidsdiscussie vaak wordt vereenzelvigd met kritiek op de doelen. “Je krijgt dan al snel het stickertje klimaatscepticus opgeplakt.”</span></p><p><span>En een klimaatscepticus is hij zeker niet, benadrukt Van Andel. “Ik onderschrijf de doelstellingen voor een duurzame maatschappij. We moeten het gebruik van fossiele brandstoffen drastisch terugdringen, dat is zeker. Maar de manier waarop we dat doen, dáár ben ik kritisch op.” <img class="image_resized image-style-align-left" style="width:426px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_energietransitie2.jpg?x=1656422320966" alt="Volgens Maarten van Andel overschatten we de mogelijkheden van zonne- en windenergie."></span></p><p><span><strong>Terugdringen energievraag</strong></span><br><span>Volgens Van Andel ligt de focus te veel op verduurzaming van de energieproductie en onvoldoende op verduurzaming van de energieconsumptie. “We moeten ons energieverbruik terugdringen, daar ligt een enorme kans. Want elke megawatt die we niet consumeren, hoeft ook niet te worden opgewekt.”</span></p><p><span>Fons Claessen, programmadirecteur van het Expertisecentrum Circulaire Transitie, is het roerend met zijn collega eens. “De prioriteit moet liggen op het verminderen van de energievraag. Die kan minimaal met de helft omlaag. Daar ben ik van overtuigd.”</span></p><p><span>Voor Claessen aan de slag ging bij het expertisecentrum was hij tien jaar werkzaam als energie-coördinator bij de gemeente Nijmegen. Daar hield hij zich bezig met de vraag: hoe krijgen we de stad energieneutraal?&nbsp;</span></p><p><span>“Als je ziet hoeveel energie we met z’n allen verbruiken, dan schrik je je wezenloos. De huidige vraag invullen met alleen zonne- en windenergie? Daar gaan we het echt niet mee redden. We zullen veel meer moeten inzetten op het beperken van de energievraag.”</span></p><p><span><strong>Kansen spreiden</strong></span><br><span>Volop inzetten op elektrificeren, zoals we nu doen, is volgens Claessen niet de oplossing. “Je ziet nu al overbelasting van het elektriciteitsnet, met alle gevolgen van dien. Het zou veel beter zijn als we niet alles op één paard wedden maar onze kansen spreiden. We moeten ook naar andere potentiële energiebronnen kijken zoals bijvoorbeeld passieve zonne-energie.”&nbsp;</span></p><p><span>Claessen ziet bij de energietransitie een duidelijke rol weggelegd voor het Fontys Expertisecentrum Circulaire Transitie. “Wij kijken naar de energievoorziening in relatie tot de circulaire economie. Zo kijken we hoe je bedrijventerreinen circulair èn energieneutraal kunt maken, zodat nieuwe circulaire ecosystemen ontstaan. Daarnaast kijken we sterk naar de gedragscomponent. Want nogmaals, de meeste winst is te halen bij het terugdringen van de energiebehoefte.” <img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_fonsclaessen-2.jpg?x=1656422515135" alt="Fons Claessen"></span></p><p><span><strong>Consuminderen</strong></span><br><span>De boodschap van Claessen en Van Andel is duidelijk: we moeten consuminderen. Maar daarin schuilt ook meteen het gevaar. Van Andel: “Psychologisch en electoraal is consuminderen geen populaire boodschap. Je kunt er als politicus geen stemmen mee winnen. Dat maakt het politiek gezien lastig in een land waarin we van de ene naar de andere verkiezing hollen.”</span></p><p><span>En dus blijven we volgens Van Andel schipperen en subsidies pompen in waterstoffabrieken en elektrische auto’s. “Zo genereren we bedrijvigheid, blijft de economie volop draaien en ontvangt de overheid voldoende accijns. Maar of we het klimaatprobleem hiermee voldoende oplossen...”</span></p><p><span><strong>Inzetten op kernenergie</strong></span><br><span>Toch ziet Van Andel nog kansen om de boel vlot te trekken. “Ik ben geen apocalypticus die denkt dat de wereld over twintig of dertig jaar vergaat. Dat geloof ik geen moment. Maar ik denk ook niet dat we nog tien jaar achterover kunnen leunen en discussiëren. Het is tijd om knopen door te hakken.”</span></p><p><span>Een deel van de oplossing zit volgens Van Andel in de bouw van een tweede kerncentrale bij Borssele. “De ruimte en kennis en veiligheidsvoorzieningen zijn er al. Bovendien is Nederland strategisch kennisdrager en koploper op het gebied van kernenergie. Laten we die positie koesteren en hierop verder bouwen. Zo kunnen we geld blijven verdienen èn besparen we ontegenzeggelijk op CO2.” [</span><i><span>Ivo van der Hoeven</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHTN,Economie en bedrijfsleven,PRO Techniek,PRO Logistiek]]></category>
            <pubDate>Tue, 28 Jun 2022 15:57:25 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 29 Jun 2022 13:43:40 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_energietransitie3.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_energietransitie3.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/energietransitie3.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Energietransitie 3]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Brabander leeft een jaar korter door stikstofuitstoot&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/brabander-leeft-een-jaar-korter-door-stikstofuitstoot/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/brabander-leeft-een-jaar-korter-door-stikstofuitstoot/</guid><pp:caseid>514128</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>De impact van de stikstofplannen op het vestigingsklimaat in de Brainportregio is enorm. En toch kunnen we er niet omheen, stelt Cees-Jan Pen, lector De Ondernemende Regio. “De slechte luchtkwaliteit is de grootste dreiging voor Brabant. Daar moeten we mee aan de slag.”</strong></span></p><p><span>In grote delen van Nederland moet de stikstofuitstoot drastisch omlaag, met Noord-Brabant en Limburg voorop. De stikstofplannen die minister Christianne van der Wal (Stikstof) vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde, liegen er niet om. Op meerdere plaatsen moet de uitstoot met 70 procent omlaag en dat heeft grote gevolgen voor de Brainportregio.</span></p><p><span>Boeren moeten worden uitgekocht en bouw- en infrastructurele plannen komen stil te liggen. En dat terwijl er al een nijpend tekort aan woningen is en de duurzame bereikbaarheid van de regio achteruit holt. Bedrijven als ASML waarschuwen al langer dat het vestigings- en woonklimaat in de regio dringend moet worden verbeterd. En toch heeft het aanpakken van de slechte luchtkwaliteit volgens lector Cees-Jan Pen op dit moment de hoogste prioriteit. <img class="image_resized image-style-align-right" style="width:368px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_cees-janpen2.jpg?x=1655206552289" alt="Cees-Jan Pen"></span></p><p><strong>Quality of life</strong><br><span>“We horen telkens over de economische belangen en de belangen van de boeren, maar er wordt te weinig gesproken over de belangen van de natuur en het belang van goede luchtkwaliteit. Zeker voor mensen met astma en andere longproblemen.”</span></p><p><span>Pen wijst op recent onderzoek waaruit is gebleken dat mensen in Brabant gemiddeld een jaar korter leven door de slechte luchtkwaliteit. “Dan heb je het over </span><i><span>quality of life</span></i><span>, en die staat hier al langer onder druk. Dat zet op termijn het vestigingsklimaat weer onder druk. Die </span><i><span>quality of life</span></i><span> moeten we dus verbeteren, en wel zo snel mogelijk.”</span></p><p><span>Pen doet vanuit het lectoraat De Ondernemende Regio, verbonden aan Fontys Hogeschool Economie en Communicatie, onderzoek naar het regionale vestigingsklimaat en de kwaliteit van de leefomgeving. Hij is allerminst verbaasd over de stikstofplannen die er nu liggen.</span></p><p><span><strong>Systeem is onhoudbaar</strong></span><br><span>“We zagen dit natuurlijk al lang aankomen. De stikstofplannen zijn helemaal in lijn met alle zorgelijke berichten over de luchtkwaliteit en de staat van de natuur. Voor individuele boeren is dit een groot drama, maar we kunnen simpelweg niet op dezelfde voet verder.”</span></p><p><span>Volgens Pen is het systeem al langer onhoudbaar en hebben we veel te lang om de hete brij heen gedraaid. “Het is nu tijd om harde keuzes te maken. Dat zal pijn doen en schuren, maar wie niet kiest verliest.”</span></p><p><span>Om de discussie zuiver te voeren is brede kennis noodzakelijk en daar ziet Pen een belangrijke rol weggelegd voor kennisinstellingen en lectoraten. “Het is nu zaak om alle feiten en cijfers helder te krijgen en nieuwe bouwstenen en innovaties op te sporen om het vestigingsklimaat in de Brainportregio overeind te houden. Fontys kan hier een grote rol van betekenis in spelen.”</span></p><p><strong>Investeren in duurzaamheid</strong><br><span>Volgens Pen is het vooral zaak om goed na te denken over onderwerpen als duurzame mobiliteit, slim en circulair bouwen, het radicaal vergroenen van steden en het circulair inrichten en benutten van industrieterreinen. <img class="image_resized image-style-align-left" style="width:411px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_groenestad.jpg?x=1655209018380" alt="Groene steden zijn belangrijk voor een gezond leefklimaat."></span></p><p><span>Daar liggen kansen, al vraagt dat op korte termijn om extra investeringen. “Te lang zijn economische belangen te dominant geweest, het is nu tijd om te investeren in duurzaamheid en de economische belangen van morgen en overmorgen.”</span></p><p><span>De provincie Noord-Brabant heeft nog een jaar de tijd om tot stikstofplannen op gebiedsniveau te komen. Dat gaat politiek spannend worden, verwacht Pen. Zeker met de provinciale verkiezingen die er volgend jaar aankomen. “Aan ons de taak om onafhankelijk met de feiten en cijfers te komen. De politiek kiest, maar wij moeten de kennis aanreiken om tot de juiste keuzes te komen.”</span></p><p><strong>Kringlooplandbouw</strong><br><span>Als op gebiedsniveau eenmaal is afgesproken wat rond bodem, water en lucht wel en niet kan, dan komt de bouw ook weer van de grond en neemt de kwaliteit van de leefomgeving weer toe, verwacht Pen. En ook voor de boeren in Brabant ziet hij op termijn zeker kansen. “Maar dan moeten we wel allemaal meer gaan betalen voor duurzame kwaliteit. En dat is met de huidige koopkracht en inflatie nog wel een issue.</span> <span>Het zou de slimste regio sieren om als eerste echte stappen te zetten rond kringlooplandbouw en ook zo waar te maken dat we de innovatiefste regio van de wereld zijn.” [</span><i><span>Ivo van der Hoeven</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHEC,FHTN,Duurzaamheid,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Economie,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij]]></category>
            <pubDate>Tue, 14 Jun 2022 16:35:35 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 10 Nov 2022 16:50:47 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_boerendupevanstikstofplannen.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_boerendupevanstikstofplannen.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/boerendupevanstikstofplannen.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Boeren dupe van stikstofplannen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Wordt Fontysstudent Thom de Hbo Held 2022?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/wordt-fontysstudent-thom-de-hbo-held-2022/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/wordt-fontysstudent-thom-de-hbo-held-2022/</guid><pp:caseid>504810</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Wordt Thom van Os, vierdejaarsstudent Technische Natuurkunde, de Hbo Held van 2022? Kans maakt hij in ieder geval wel. Samen met twee andere studenten staat hij 13 juni tijdens het jaarcongres van de Vereniging Hogescholen in de finale. “Het zou wat zijn als ik win.”</strong></span></p><p><span>Hij omschrijft zichzelf als een duizendpoot en een echte chaoot. Als hij iets interessant vindt, stort hij zich er bovenop. Vandaar dat Thom naast zijn studie aan Fontys</span><span style="text-align:left;">&nbsp;Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen</span><span> lid is van de studentenfractie van de cmr, werkt voor Fontys Pulsed en bestuurslid is van de landelijke studentenbeweging Frisse Gedachtes.</span></p><p><span>Dat hij Fontys vertegenwoordigt in de finale van de verkiezing Hbo Held 2022 vindt hij maar wat mooi. “Een opsteker voor het werk dat ik doe. Kennelijk ziet de Vereniging Hogescholen het belang van studentenwelzijn ook in, dat is een mooie erkenning voor ons werk bij Frisse Gedachtes.”</span></p><p><strong>Pr-functionaris</strong><br><span>Als pr-functionaris van Frisse Gedachtes bouwt de student Technische Natuurkunde verder aan de naamsbekendheid van deze relatief jonge club die zich inzet voor het welzijn van studenten. Een onderwerp waar best wat meer aandacht voor mag komen volgens Thom.</span></p><p><span>Hij maakte zelf mee wat mentale problemen met je kunnen doen. Hij kreeg last van paniekaanvallen en zat lange tijd niet lekker in zijn vel. “Pas toen ik contact zocht met een psycholoog en er met mensen in mijn omgeving over sprak, kon ik hiermee aan de slag.” <img class="image_resized image-style-align-right" style="width:347px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_img-4682.jpg?x=1652090003052" alt="Thom van Os"></span></p><p><span>Zoek hulp als je last hebt van mentale problemen, wil hij maar zeggen. “Veel mensen vinden het moeilijk om over hun mentale problemen te praten, maar daarmee zitten ze zichzelf in de weg. Het is juist belangrijk dat je er wel over praat en dat je een oplossing zoekt.”</span></p><p><strong>Studiedruk en stress</strong><br><span>Ook bij de centrale medezeggenschapsraad van Fontys vroeg Thom het afgelopen jaar veelvuldig aandacht voor studentenwelzijn. “Studenten hebben een zware tijd gehad de laatste jaren, en niet alleen door corona. Ook studiedruk en stress lijken steeds vaker hun tol te eisen. Het is goed dat Fontys daar nu meer oog voor heeft.”</span></p><p><span>Door al zijn werkzaamheden buiten zijn studie om heeft de student Technische Natuurkunde overigens wel wat studievertraging opgelopen. “Ik heb mijn afstuderen uitgesteld en hoop nu in januari 2023 klaar te zijn. Daarna neem ik een half jaar vrij om te reizen. Want tijd voor jezelf is ook belangrijk.”</span></p><p><strong>Belangrijk werk</strong><br>Zijn werkzaamheden bij Frisse Gedachtes stoppen binnenkort in ieder geval, want hij draagt het stokje na een jaar over. "We zoeken nog kandidaten<span>, dus als studenten dit lezen en geïnteresseerd zijn: meld je aan! We doen belangrijk werk. En ik weet uit ervaring: andere mensen helpen is niet alleen waardevol voor diegene die je helpt, maar ook voor jezelf.” [</span><i><span>Ivo van der Hoeven</span></i><span>]</span></p><p><i><span><strong>Geïnteresseerden kunnen mailen naar fgeindhoven@gmail.com.</strong></span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Studentwelzijn,FHTN]]></category>
            <pubDate>Fri, 03 Jun 2022 09:50:08 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 07 Jun 2022 08:08:09 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_img-4677.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_img-4677.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/img-4677.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[IMG_4677]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Thom van Os, student Technische Natuurkunde,  maakt namens Fontys kans op de titel Hbo Held 2022.]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Lectoren Life Sciences kleuren buiten de lijntjes</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lectoren-life-sciences-kleuren-buiten-de-lijntjes/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lectoren-life-sciences-kleuren-buiten-de-lijntjes/</guid><pp:caseid>495325</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Nieuwe moleculaire testen ontwerpen en valideren, daarmee houden de kersverse lectoren Anne Loonen en Joost Schoeber zich de komende jaren intensief bezig. In hun lectorale rede gisteravond gingen ze in op de uitdagingen die daarbij komen kijken.&nbsp;</strong></span></p><p><span>Misschien niet het meest sexy onderwerp, toegepaste moleculaire diagnostiek, maar door de covid-19 pandemie wel zeer actueel en relevant. Snel en adequaat identificeren en detecteren van specifieke ziekteverwekkers is immers van groot belang. Het maakt uitbraken van virussen opspoorbaar en daarmee makkelijker beheersbaar.</span></p><p><span>In een bomvolle collegezaal in het Nexus-gebouw in Eindhoven gingen Anne Loonen en Joost Schoeber gisteravond dieper in op het belang van toegepaste moleculaire diagnostiek. Hierbij haalden ze hun onderzoek naar coronavrije bubbels uit het voorjaar van 2021 aan.</span></p><p><strong>Intelligente snelteststraat</strong><br><span>In dit zogenoemde 3T-project ontwikkelden de lectoren samen met het bedrijf 2Wave Diagnostics de ‘intelligente snelteststraat’. Met deze snelle testmethode werd onderwijs in coronavrije bubbels mogelijk. Het project werd een succes en kreeg landelijk aandacht in de media. Ze wonnen er zelfs de Pro-motor Award mee, een jaarlijkse prijs voor een ambitieuze samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. <img class="image_resized image-style-align-right" style="width:320px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_anneloonen.jpg?x=1645621886344" alt="Anne Loonen"></span></p><p><span>Loonen: “Met ons praktijkgerichte onderzoek willen we impact hebben en met dit project hadden we grote impact. We kregen niet alleen veel exposure in de media, we kregen ook als eerste en enige hogeschool in Nederland een verklaring van prestatie van het RIVM. Een soort certificering van onze moleculaire teststraat. Die verklaring hangt ingelijst op ons laboratorium. Daar gaan we eeuwig trots op zijn.”&nbsp;</span></p><p><span><strong>Kracht van samenwerking</strong></span><br><span>De ‘intelligente teststraat’ kreeg geen praktisch vervolg omdat het ministerie van OCW vol inzette op zelftesten in het onderwijs. Maar het onderzoeksproject heeft het lectoraat Life Sciences van</span> Fontys Hogeschool Toegepaste Natuurwetenschappen<span> wel veel gebracht. Het is volgens Schoeber een prachtig voorbeeld van de kracht van publiek private samenwerking.</span></p><p><span>“Wij werken graag in de driehoek onderwijs, onderzoek en werkveld. Bedrijven zijn voor ons dan ook essentiële partners. We halen relevante opdrachten uit het werkveld en voeren die samen met het werkveld en studenten uit. Zo verstevigen we elkaar en laten we studenten kennismaken met de bedrijven waar ze in de toekomst komen te werken.”</span></p><p><span>Het 3T-project was, mede door een subsidie van 600.000 euro van het ministerie van OCW, voor het lectoraat van Loonen en Schoeber een gouden kans. Subsidies voor praktijkgericht onderzoek liggen immers niet voor het oprapen.</span></p><p><strong>Profilering</strong><br><span>Schoeber: “Subsidiegelden generen blijft een grote uitdaging. Dat kun je als lectoraat alleen realiseren als je ook buiten de lijntjes durft te kleuren, als je opvalt door niet de gebaande paden te volgen. Profilering, zichtbaarheid, dát helpt je vooruit. Dat ervaren wij ook sterk in ons lectoraat.” <img class="image_resized image-style-align-left" style="width:320px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_joostschoeber.jpg?x=1645621185519" alt="Joost Schoeber"></span></p><p><span>Inmiddels ligt er voor Loonen en Schoeber al wel een subsidie klaar van een miljoen euro voor onderzoek naar moleculaire SOA-diagnostiek. Hiermee willen ze de komende jaren een device ontwikkelen voor identificatie en detectie van micro-organismen die SOA’s veroorzaken. Een belangrijke stap voor het sneller en adequater behandelen van seksueel overdraagbare aandoeningen.</span></p><p><span>Maar Loonen en Schoeber richten zich met hun testen niet alleen op de medische wereld. Ook vanuit de agri- en foodindustrie komt er steeds meer vraag naar moleculaire testen. Zo vragen veredelingsbedrijven bijvoorbeeld om snelle, effectieve detectiemethoden.</span></p><p><span>Daarnaast hopen ze met hun testen de komende jaren een bijdrage te leveren aan de detectie van kreeftenpest, een ziekte die het voortbestaan van rivierkreeften in Nederland bedreigt. Met al deze projecten hebben de kersverse lectoren hun handen voorlopig vol. Al zijn er volgens Schoeber nog genoeg thema’s waar ze in de toekomst ook de tanden in willen zetten. [</span><i><span>Ivo van der Hoeven</span></i><span>] &nbsp;&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,FHTN,Onderzoek Techniek,Eindhoven]]></category>
            <pubDate>Wed, 23 Feb 2022 16:16:50 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 24 Feb 2022 11:03:23 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_installatielectorenlifesciences.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_installatielectorenlifesciences.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/installatielectorenlifesciences.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Installatie lectoren Life Sciences]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Joost Schoeber en Anne Loonen bij hun offici&amp;euml;le installatie als lectoren Life Sciences.]]></pp:imageDescription></item></channel>
                    </rss>