<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:pp="http://www.presspage.com/rss/"
     version="2.0"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
                <channel>
                    <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                    <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                    <description></description>
                    <language>nl</language>
                    <lastBuildDate>Tue, 08 Sep 2026 09:05:44 +0200</lastBuildDate>
                    <pubDate>Fri, 04 Sep 2026 09:14:31 +0200</pubDate>
                    <image>
                        <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                        <url>https://content.presspage.com/clients/150_1980.jpg</url>
                        <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                        <width>144</width>
                    </image><item>
                        <title>Zweefvliegen: vrijheid in de lucht, solidair op de grond</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/zweefvliegen-vrijheid-in-de-lucht-solidair-op-de-grond/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/zweefvliegen-vrijheid-in-de-lucht-solidair-op-de-grond/</guid><pp:caseid>763262</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><strong>Leren zweefvliegen</strong></p><p>Studenten kunnen bij <a href="https://zweefvliegen.nu/">Zweefvliegclub Eindhovense Studenten</a> (ZES) leren zweefvliegen tegen studententarief. Daarvoor heb je een sportkaart van Studentensportcentrum Eindhoven (SSC) nodig én de tijd om actief mee te draaien in de vereniging. "Je bent vaak een hele dag bezig met opbouwen, vliegen en afbouwen", zegt instructeur Ton Staassen. "Doordat we veel onderhoud zelf doen, houden we het betaalbaar." Daar staat veel tegenover: vlieguren, nieuwe vrienden, kampen, borrels, activiteiten en de kans om bestuurlijke en technische ervaring op te doen. Ook na je afstuderen kun je lid blijven.</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Bron brengt dit collegejaar een nieuwe rubriek, waarin bijzondere hobby's van medewerkers en studenten worden belicht. We bijten het spits af met Fontys-docent Ton Staassen. Ruim 6.000 vluchten en meer dan 3.500 vlieguren. Bijna een halve eeuw is hij verknocht aan zweefvliegen. </strong></p><p>Als instructeur bij Zweefvliegclub Eindhovense Studenten (ZES) - een rol die hij als student al op zich nam - geeft hij zijn passie door aan nieuwe leden. Bron vloog deze zomer een keer mee.</p><p>De lier ligt strak gespannen op de baan, het vliegtuig komt in beweging en binnen drie seconden laten de wielen de grond los. We stijgen met zo’n 90 kilometer per uur steil het luchtruim in. Na een halve minuut klikt de kabel los en zweven we op bijna 500 meter hoogte boven de Luitenant Generaal Bestkazerne in Vredepeel, de thuisbasis van de zweefvliegclub. Het enige hoorbare geluid is een beetje wind. Als een roofvogel cirkelen we boven ons territorium.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:220px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/54cbb04a-05f0-4796-ab7b-23f16c9f0038/800_tonstaassen.jpeg?x=1784113919814" alt="Ton Staassen" width="220" />“Vliegen geeft me zo’n machtig en zorgeloos gevoel", vertelt Ton Staassen. "Dat is zelfs na al die jaren nog steeds zo. Elke vlucht is anders, ik raak nooit verveeld of uitgeleerd.” Voor de docent Technische Bedrijfskunde bij Fontys Technology is zweefvliegen meer dan een hobby, die begon toen hij aan de TU Eindhoven studeerde. “Het is een passie”, zegt hij. Een passie die hij als instructeur doorgeeft aan steeds weer nieuwe studentleden van ZES, zoals Alynah Elizabeth, Nick Jansen en Tristan Triest.</p><p><strong>Adrenalinestoot</strong><br />Nick, vierdejaarsstudent Verpleegkunde, vliegt nu drie jaar. “Als je het eenmaal hebt meegemaakt…”, zegt hij zonder zijn zin af te maken. “Het is moeilijk onder woorden te brengen. De kick die ik ervan krijg. Van de korte adrenalinestoot na het opstijgen tot de stilte en de vrijheid die ik ervaar op grote hoogte. En na het vliegen wordt er vaak gezellig samen gegeten."</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:247px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/97caf28b-81c9-4674-8d55-fdd2bc3ebf17/800_nick.jpeg?x=1784114139582" alt="Nick" width="247" />Voor Nick was één kennismaking voldoende. Dat geldt ook voor Alynah en Tristan. Alynah kwam drie jaar geleden vanuit Curaçao naar Eindhoven om Toegepaste Psychologie te studeren. Ze is nog maar kort lid en is in opleiding. Dat betekent dat ze meevliegt met een instructeur en stap voor stap zelf leert vliegen.</p><p>Opbouwen van de vliegtuigen hoort daar ook bij: sjouwen, schroeven en tapen (dat is nodig tegen het fluiten van de wind en voor de aerodynamica). Soms duurt het wel twee uur voordat je je eerste vlucht van de dag maakt. Maar ook dat is ontspanning: samen buiten bezig zijn. "Mensen denken vaak dat zweefvliegen een individuele sport is”, zegt Ton. “In werkelijkheid krijg je geen enkel vliegtuig zonder hulp van elkaar de lucht in. Juist dat samenwerken vind ik mooi. En als instructeur zie ik studenten ieder jaar groeien."</p><p><strong>Adembenemend</strong><br />Alynah laat het allemaal op haar afkomen en neemt alle informatie in zich op. Rustig blijven en vertrouwen op jezelf, is haar devies. Als kind droomde ze ervan straaljagerpiloot te worden. Dat liep anders, maar de liefde voor vliegen bleef. Haar eerste vliegervaring op de club was “adembenemend” en “vredig”. “Het was nog mooier dan ik had gedacht”, zegt ze met een stralende glimlach. “Tijdens mijn tweede vlucht mocht ik al sturen. Zo kicken!”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:231px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/acfc30c7-6288-4ff6-a21b-8ce855d2fa09/800_alyna.jpeg?x=1784114192225" alt="Alyna" width="231" />Fontysstudenten Nick en Alynah kijken ernaar uit om zelfstandig boven land te mogen vliegen. Gemiddeld duurt het anderhalf jaar voordat je ‘solo’ (zelfstandig, maar binnen een straal van vijf kilometer en met een instructeur op de grond) mag vliegen, en drie jaar voordat je je brevet haalt en volledig zelfstandig een zweefvliegtuig mag besturen. Die periode hangt volgens Staassen af van hoe regelmatig iemand komt vliegen. Je ontvangt je brevet na het behalen van je theorie- en praktijkexamen.</p><p>Medelid Tristan mist geen enkele mogelijkheid om te kunnen vliegen. De masterstudent Computer Science aan de TU Eindhoven heeft in een recordtijd van 1,5 jaar zijn brevet gehaald. Nog geen jaar later heeft hij al 430 vluchten gemaakt. En dat terwijl hij de tip van een vriendin om te gaan zweefvliegen in eerste instantie in de wind sloeg. “Ik dacht dat het suf zou zijn, omdat je na tien minuten zweven alweer aan de grond staat.” Van die gedachte is hij volledig teruggekomen. “Er is zoveel meer mogelijk. Zoals kunstvliegen!”, zegt hij lachend terwijl we een looping maken.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:226px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/41d4bd16-4ee4-4c0d-adb4-b6b48bcffcf3/800_tristan.jpeg?x=1784114208631" alt="Tristan" width="226" />“De vrijheid die ik voel als ik vlieg, is ongeëvenaard", vervolgt Tristan. "Boven land vliegen is spannend, omdat je afhankelijk bent van de thermiek en niet altijd op je eigen veld kunt landen. Soms eindig je honderden kilometers verderop in een weiland of op een vliegveld in Duitsland, zoals me pasgeleden overkwam. Elke keer doe ik weer nieuwe ervaringen op.”</p><p><strong>Clubgevoel</strong><br />Alle drie noemen ze ook het clubgevoel. Dat gaat verder dan samen vliegen. Leden kunnen meedraaien in commissies en besturen van de vereniging. <span>Zo </span>was Nick vorig jaar voorzitter. Die ervaring hielp hem niet alleen bij het organiseren van de vereniging, maar ook in zijn opleiding en werk als perioperatieve verpleegkundige. "Je leert verantwoordelijkheid nemen, mensen aansturen en beslissingen nemen." En <span>Tristan is sinds twee jaar secretaris en commissaris materieel</span>.</p><p>Alynah mist soms haar familie in Curaçao, maar de mensen op de club vormen een hechte gemeenschap en de studente voelt zich er thuis. “Je moet eropuit gaan en je onder de mensen begeven”, zegt ze. Dat kan zo vaak als ze wil: van april tot en met oktober wordt er elke zaterdag en zondag gevlogen en soms ook op woensdag- en vrijdagavond. [<i>de tekst gaat verder onder de foto's, klik erop voor een vergroting</i>]</p><p>In de winter wordt er onderhoud gepleegd. En elk jaar gaan leden op kamp naar het buitenland. Sinds Nick lid is geworden is hij in Tsjechië, Duitsland en Frankrijk geweest. Elk gebied heeft zo zijn charmes, vindt hij. Volgens Tristan is er geen andere zweefvliegclub die met zoveel leden en aanhang op reis gaat.</p><p><strong>Familie</strong><br />De club telt momenteel zo’n honderd leden, maar vaak zijn ook partners en kinderen betrokken, zoals Els <span>Hendriksen</span>, de vrouw van Ton Staassen. Zij werkt ook bij Fontys als docente en heeft twee jaar gevlogen. H<span>un dochters hebben alle drie solo gevlogen. De middelste heeft haar zweefvliegbewijs gehaald en is nog steeds lid van ZES. Tegenwoordig komen Nick en Tristan met regelmaat eten en borrelen bij Ton en Els.</span></p><p>Onlangs heeft Staassen het in 1992 samen met twee clubleden gekochte zweefvliegtuig deels verkocht aan Tristan. “Binnen drie jaar zal hij de kist geheel in eigendom hebben.” Maar van stoppen wil de Fontysdocent niet weten. “Vier jaar geleden heb ik met vijf andere clubleden nog een tweezitter gekocht. Zolang ik studenten kan leren vliegen, ga ik door. De club is mijn familie.” [<i>de tekst gaat verder na de video</i>]</p><h4><i>Heb jij of ken je een collega of medestudent met een bijzondere hobby? Laat het de redactie weten via </i><a href="mailto:bron@fontys.nl"><i>bron@fontys.nl</i></a><i>.</i></h4>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Student,FHMG,FHBENT,Gezondheid en sport,PRO Welzijn,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Mon, 31 Aug 2026 11:33:31 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/c5278e8f-0255-42cc-8b7a-431e965ddf70/500_alynatonennickmakenzichklaarvoorhunvlucht.jpeg?17795" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/c5278e8f-0255-42cc-8b7a-431e965ddf70/500_alynatonennickmakenzichklaarvoorhunvlucht.jpeg?17795</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/c5278e8f-0255-42cc-8b7a-431e965ddf70/alynatonennickmakenzichklaarvoorhunvlucht.jpeg?17795</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Alyna, Ton en Nick maken zich klaar voor hun vlucht]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Eigenwijze studenten inspireren docent tot boek</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/eigenwijze-studenten-inspireren-docent-tot-boek/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/eigenwijze-studenten-inspireren-docent-tot-boek/</guid><pp:caseid>758693</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>De eigenwijze studenten in zijn klas inspireerden Paul Tinnemans, docent Toegepaste Psychologie, tot het schrijven van een boek. Een kinderboek dat gaat over Kapitein Eigenwijs, met daarin een boodschap die voor iedereen geldt: voor eigenwijze kinderen, maar ook voor koppige studenten en collega’s die het liefst zo min mogelijk van een ander aannemen.</strong></p><p>Kapitein Eigenwijs is een prentenboek dat gaat over een eigenwijze kapitein die alle adviezen van zijn bemanning negeert. Paul Tinnemans kwam op het idee van dat onderwerp toen hij in de klas les stond te geven.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/44a48adb-9ef5-48c0-931d-e5971d1723be/500_fotograaf_rikstadhouders_closeuppaul.jpg?x=1782128552503" alt="Paul Tinnemans, foto: Rik Stadhouders" width="200">“Bij de opleiding Toegepaste Psychologie moeten studenten voor een bepaald project samenwerken in groepen van vijf tot zes personen”, zegt de docent. “Ik zie daarbij regelmatig studenten die waardevolle ideeën of feedback van anderen gewoon compleet negeren. Want ze weten het zelf toch wel beter. Die constatering bracht me op het idee van het kinderboek.”&nbsp;</p><p><strong>Uitverkocht</strong><br>Tinnemans begon twee jaar geleden al met het schrijven van het verhaal. Zijn broer maakte de bijpassende illustraties. Het duo benaderde vervolgens verschillende uitgevers en vond in Rubinstein een goede samenwerking. Het boek ligt sinds deze maand in zo’n beetje alle boekhandels in Nederland. Het is in Maastricht en Dokkum te vinden, maar ook dichter bij huis zoals boekenhandel Van Piere in Eindhoven.</p><p>“Het is heel bijzonder om te zien dat je boek ineens overal te koop is”, zegt Tinnemans daarover. “In Eindhoven waren ze laatst uitverkocht, dat is natuurlijk een goed teken. En ook in de lokale boekhandel in Den Bosch is het boek te vinden; laatst liep ik daar naar binnen en zag ik ineens mijn eigen boek liggen. Dat was toch wel bizar.”</p><p><strong>Voor iedereen</strong><br>Kapitein Eigenwijs heeft als boodschap dat je moet samenwerken om tot een mooi resultaat te komen, legt de docent uit. “Je doet het niet alleen; dat is eigenlijk de kernboodschap. En daarnaast zit er ook nog de boodschap in dat je fouten moet durven toegeven. Je kunt wel heel eigenwijs zijn, maar uiteindelijk is het altijd beter om het samen te doen.”&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/6ac313dc-c86a-428e-bda9-8751f7da0f0c/500_omslagkapiteineigenwijs_228x281j1.jpg?x=1782128558227" alt="Omslag Kapitein Eigenwijs" width="200">Het hoofdpersonage is fictief, maar had zo een van de studenten van Tinnemans kunnen zijn. “Vorige week zag ik het nog bij een van mijn studenten. We hielden een samenwerkingsoverleg waarbij studenten moeten praten over hoe de samenwerking verliep. Een student bood toen haar excuses aan omdat ze naar eigen zeggen zo eigenwijs was geweest. Dat vond ik wel heel grappig om te zien, want zij werd inderdaad als eigenwijs gekarakteriseerd en heeft het samenwerkingsproces met haar medestudenten daardoor een soort van vertraagd.”&nbsp;</p><p>Het boek van Tinnemans is bedoeld voor kinderen van drie jaar en ouder, maar de boodschap die erin schuilt, is dus eigenlijk gewoon voor iedereen bedoeld. Voor zijn studenten, maar ook voor medewerkers van welk bedrijf dan ook. “In elke organisatie zitten eigenwijze werknemers. Er zijn altijd wel mensen die een sterke mening hebben en niet openstaan voor andere geluiden.”</p><h5>De broers Tinnemans, foto: Rik Stadhouders</h5>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHMG,FHTP,Luiken]]></category>
            <pubDate>Mon, 22 Jun 2026 15:16:25 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/e14e4ae1-7786-4086-b96a-5cb8764bd688/500_fotograaf_rik_stadhouders_ensuite.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/e14e4ae1-7786-4086-b96a-5cb8764bd688/500_fotograaf_rik_stadhouders_ensuite.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/e14e4ae1-7786-4086-b96a-5cb8764bd688/fotograaf_rik_stadhouders_ensuite.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[De broers Tinnemans, foto: Rik Stadhouders]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Virtueel de Alpe d&#039;Huez op voor het goede doel</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/virtueel-de-alpe-dhuez-op-voor-het-goede-doel/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/virtueel-de-alpe-dhuez-op-voor-het-goede-doel/</guid><pp:caseid>756352</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Voor het ‘echte werk’ moeten ze volgende week in Frankrijk zijn, maar om zich nu alvast een beetje voor te kunnen bereiden én om geld in te zamelen voor het goede doel, fietsen verschillende studenten en docenten van Fontys Paramedisch deze donderdag virtueel de Alpe d’HuZes.</strong></p><p>Voor het vijfde jaar op rij reizen dertien studenten en drie docenten volgende week af naar Frankrijk om deelnemers van Alpe d’HuZes medisch bij te staan. Tijdens dat evenement lopen of fietsen duizenden deelnemers de Franse berg Alpe d’Huez (soms zes) keer op en neer om geld op te halen voor KWF Kankerbestrijding. De Fontysstudenten staan aan de zijlijn om hen te ondersteunen.</p><p>“We proberen ervoor te zorgen dat ze nog een keer de berg op kunnen”, zegt student Rosa, die dit jaar voor de tweede keer meegaat. “Dat doen we door ze te masseren of tapen, maar het kan ook zijn dat het anders loopt. Vorig jaar waren er bijvoorbeeld heel veel onderkoelde mensen. Die helpen we ook.”</p><p><strong>Virtuele tocht</strong><br>Dat gebeurt dus volgende week, in de week van 4 juni. Maar zover is het nog niet, want deze donderdag wordt zowel door studenten als docenten flink voorbereid op de grote tocht. Dat gebeurt in het ExploreLab in gebouw R13, waar negen wielrenfietsen op een rij staan opgesteld, met voor elke fiets een laptop.</p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:268/auto;width:268px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b0a42a38-ff64-4e83-8359-ec49be30ae44/800_img_5004.jpg?x=1779973488633" alt="Jurre Bakker" width="268" height="auto"> </span>“Op de laptop staat een applicatie waarmee we in een virtuele omgeving de Alpe d’Huez kunnen beklimmen”, zegt medeorganisator Jurre Bakker. Ook hij gaat volgende week mee naar Frankrijk. “We fietsen vandaag telkens met negen man tegelijk, vier rondes per persoon. Elke tocht is 14 kilometer en telt 1.100 hoogtemeters. De een doet daar vijf kwartier over, de ander een half uurtje langer.”</p><p><strong>Andere acties</strong><br>Een paar meter verderop staan lange tafels met daarop allerlei verschillende zelfgemaakte hapjes. Er zijn verse wafels, er is cake en er worden verse milkshakes gemaakt. Allemaal voor een paar euro per stuk, waarbij de opbrengst geheel ten goede komt aan het KWF. Ook worden er massages gegeven (die de redacteur natuurlijk ook zelf heeft getest), worden er spullen geveild en is er zelfs de hele dag een livestream. Een beetje à la Serious Request.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:165/auto;width:165px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/25f264e9-c867-467a-a356-40f90e52d8f6/500_img_5008.jpg?x=1779973473926" alt="Rosa, Johan en Renske" width="165" height="auto">Johan Huijsmans, samen met Jurre Bakker organisator van het evenement, vertelt meer over het doel van deze dag. “Los van de reis naar Frankrijk willen we onze inzet ook bekender maken binnen Fontys, zodat we naast het bieden van hulp ook een mooi bedrag kunnen doneren. In de afgelopen weken hebben we al allerlei acties gedaan en vandaag is er dus deze virtuele Alpe d’HuZes-tour. Het is de eerste keer dat we dit op deze manier doen.”</p><p>Een streefbedrag hebben ze niet, maar rond de ochtendklok van tien staat de teller al op 300 euro. Twee uur later, zegt student Lotte, is daar 200 euro bij gekomen. Aan het einde van het evenement is dat bedrag verviervoudigd en staat de eindstand op 2.143,51 euro.</p><p>Lotte is de hele dag bij het evenement aanwezig en geeft de betalende bezoeker massages. De kosten daarvan bedragen tien euro per tien minuten, maar volgende week zijn ze natuurlijk gratis. “Ik ga voor de tweede keer op rij mee”, zegt ze. “Mijn oom en opa zijn allebei overleden aan kanker, dus ik vond dit een mooie manier om iets voor het KWF te kunnen doen en mijn steentje bij te dragen.”&nbsp;<span>&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,FHMG,PRO Gezondheid,Gezondheid en sport,Student,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 28 May 2026 15:34:59 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/e77d69be-1088-4737-8af0-3e1c0fc5f1cb/500_img_4995.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/e77d69be-1088-4737-8af0-3e1c0fc5f1cb/500_img_4995.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/e77d69be-1088-4737-8af0-3e1c0fc5f1cb/img_4995.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[fietsen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>De internationale student: &#039;Living the best life&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/de-internationale-student-living-the-best-life/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/de-internationale-student-living-the-best-life/</guid><pp:caseid>746359</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i><span>In deze serie interviewt Bron internationale studenten over hun studie, studententijd en leven in Nederland. Over hun ervaringen, de meest opvallende cultuurverschillen en toekomstplannen.</span></i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Waar de een de tapas inruilt voor stamppot en de ander zijn paraplu er nu eerder bij pakt dan zijn zonnebril: alle internationale studenten laten hun thuisland achter om hier te studeren. Waarom kozen ze voor Fontys? Wat missen ze het meest van thuis? En wat snappen de meeste Nederlanders niet aan hun cultuur? Vandaag aan het woord: Martina (19) uit Mallorca, student Fysiotherapie in Eindhoven.</strong></span></p><p><span>De Spaanse Martina besloot in Nederland te gaan studeren om verschillende redenen. Ten eerste omdat ze een Engelstalige studie wilde volgen en deze hier beschikbaar was. Maar ook omdat de praktische aanpak die Fontys biedt, haar enorm aansprak.</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:279/auto;width:279px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/30ae94b9-7963-4d14-b14f-20e27c3748e0/800_martina.png?x=1779783150886" alt="Martina" width="279" height="auto">Martina, vertel. Is studeren in Nederland beter of slechter dan je had verwacht?</strong></span><br><span>“Ik had niet heel veel verwachtingen, maar ik leef hier mijn beste leven. Ik breng graag tijd door met mijn studiegenootjes. De vriendschappen die nu al zijn ontstaan en de band met onze docenten, vind ik één van de leukste dingen aan Nederland. Het is hier allemaal heel hecht.”</span></p><p><span><strong>Als student moet je je natuurlijk ook aanpassen aan Nederland. Waar doe je je boodschappen, en wat schaft de pot het meest?</strong></span><br><span>“Lidl, simpelweg omdat dit de goedkoopste supermarkt is. Ik eet verschillend, maar meestal bestaan mijn maaltijden uit iets van proteïne, koolhydraten en groentes.”</span></p><p><span><strong>Welk typisch Nederlands gerecht heeft je verrast?</strong></span><br><span>“Het eten hier in Nederland is oké, maar het is absoluut niet wat ik gewend ben. Los van de frikandel heb ik nog niet heel veel nieuw eten ontdekt. En die frikandel is best oké.”</span></p><p><span><strong>Ga je ook wel eens op stap?</strong></span><br><span>“Ja, ik werk in een Irish Pub. Dus als ik aan het werk ben, ben ik praktisch gezien ook op stap. Maar als ik met vrienden uit ga, gaan we meestal naar Stratum. Dat is heel leuk!”</span></p><p><span><strong>In vergelijking met Mallorca, hoe is het leven hier?</strong></span><br><span>“Het is in ieder geval een stuk goedkoper omdat je hier echt heel veel geld van de overheid krijgt om rond te komen. Dat is ontzettend fijn. Ondertussen kun je ook nog parttime werken om wat extra bij te verdienen. Verder vind ik het hier, en dan met name in Eindhoven, heel veilig. Het is een veilige stad.”</span></p><p><span><strong>Wat mis je het meeste vanuit huis?</strong></span><br><span>“Het strand. En mijn familie natuurlijk, maar verder mis ik eigenlijk niet zoveel. Je raakt eraan gewend.”</span></p><p><span><strong>Heb je al vrienden gemaakt?</strong></span><br><span>“Ja, dat gaat hier heel makkelijk. We hebben al een hele groep vrienden om ons heen verzameld. Als internationale student zit je allemaal in hetzelfde schuitje; iedereen moet nieuwe vrienden maken. Dat maakt het een stuk makkelijker. Ik weet zeker dat ik hier vrienden voor het leven heb gemaakt.”</span></p><p><span><strong>Waarin wijken Nederlanders het meeste af van jouw cultuur?</strong></span><br><span>“De taal uiteraard. Maar ze hebben ook andere tradities, zoals Sinterklaas. Wij hebben ook Santa Claus, maar dan op een compleet andere manier. Verder zie ik geen hele grote verschillen. Het enige wat ik dan zou kunnen bedenken, is dat Nederlanders het soms moeilijk vinden om Engels tegen internationals te praten in plaats van Nederlands.”</span></p><p><span><strong>Ben je van plan om na je opleiding nog in Nederland te blijven?</strong></span><br><span>“Dat weet ik nog niet. Ik heb nog twee jaar te gaan bij Fontys, dus de keuze over wat ik hierna ga doen, heb ik nog niet gemaakt.”</span></p><p><span><strong>Ben je door je studie bij Fontys anders tegen de wereld gaan kijken?</strong></span><br><span>“Niet echt. Ik vind het hier vooral heel leuk, ik vermaak me goed!”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Internationals,Eindhoven,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Tue, 26 May 2026 10:22:55 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/39317cc5-0a9e-4a6a-b68a-3247da3ff331/500_shutterstock_2496638429.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/39317cc5-0a9e-4a6a-b68a-3247da3ff331/500_shutterstock_2496638429.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/39317cc5-0a9e-4a6a-b68a-3247da3ff331/shutterstock_2496638429.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Internationals internationale studenten]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Verpleegkundigen in beeld brengen: de do&#039;s en dont&#039;s</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-in-beeld-brengen-de-dos-en-donts/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-in-beeld-brengen-de-dos-en-donts/</guid><pp:caseid>746181</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Beeld&nbsp;niet alleen&nbsp;westerse vrouwen&nbsp;af&nbsp;die bij een ziekenhuisbed&nbsp;staan, maar&nbsp;zorg voor&nbsp;een representatieve vertegenwoordiging&nbsp;van gender en culturele achtergrond. Laat zoveel mogelijk sectoren zien en toon binnen die sectoren ook een diversiteit van werkzaamheden. Dat is hoe je het clichématige beeld van verpleegkundigen kunt veranderen, zo blijkt uit onderzoek van&nbsp;Fontys.&nbsp;</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Twee jaar geleden&nbsp;zijn twee lectoraten van&nbsp;Fontys&nbsp;Mens en Gezondheid en&nbsp;Fontys&nbsp;Journalistiek&nbsp;een onderzoek </span><a href="https://bron.fontys.nl/steunkousen-en-vrouwen-cliches-moeten-weg-uit-beelden-zorgsector/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">gestart</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;"> naar clichébeelden uit de zorg, plus daarbij de vraag hoe je verpleegkundigen, verzorgenden IG en verpleegkundig specialisten het beste in beeld kunt brengen.&nbsp;Dat deden ze in samenwerking met&nbsp;ZonMw&nbsp;V&V, een financieringsorganisatie van innovatie en onderzoek in de gezondheidszorg,&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:175/auto;width:175px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/908b14d7-398b-4c4c-956b-4794f2e836ef/500_schermshyafbeelding2023-11-28om12.30.16.png?x=1779192068977" alt="Jessie van Wijk" width="175" height="auto">Voor het&nbsp;onderzoek&nbsp;is&nbsp;ook&nbsp;een&nbsp;eerdere&nbsp;</span><a href="https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12413654/" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">studie</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">&nbsp;van docent-onderzoeker Jessie van Wijk gebruikt, gericht op de representatie van verpleegkundigen in de Nederlandse krantenmedia. Telkens kwam hetzelfde beeld terug: “We zien steeds dat verpleegkundigen vaak anoniem en stereotyperend worden afgebeeld”, zegt Van Wijk.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Verschillende rollen</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Een verpleegkundige is op beeld bijna altijd een blonde vrouw aan een bed of achter een medicijnkastje, vaak in het wit gekleed; de typische ziekenhuiskleur. Maar, zegt lector Pieterbas&nbsp;Lalleman van het lectoraat Verpleegkunde door de Tijd, die namens Mens en Gezondheid meedeed aan het onderzoek&nbsp;voor&nbsp;ZonMw: “Het gros van de verpleegkundigen werkt helemaal niet in het ziekenhuis, maar in de wijk of voor de langdurige zorg.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De rollen die een verpleegkundige kan hebben, rijken volgens hem veel verder dan de directe patiëntenzorg. “Bij&nbsp;Fontys&nbsp;proberen we onze verpleegkundigen heel breed op te leiden. En ja:&nbsp;daar hoort patiëntenzorg bij, maar zeker in de laatste decennia is daar ook heel veel ander werk bij gekomen. Ze kunnen bijvoorbeeld ook zij aan zij staan met bestuurders. Dat zien we alleen bijna niet terug in bestaande&nbsp;beeldbanken.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Beeldwijzer met tips</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Het&nbsp;doel&nbsp;van het onderzoek voor&nbsp;ZonMw&nbsp;V&V&nbsp;was het ontwikkelen van&nbsp;een </span><a href="https://www.venvn.nl/beeldwijzer-verpleegkundigen-verzorgenden-ig-en-verpleegkundig-specialisten" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">praktische beeldwijzer</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">,&nbsp;die ervoor moet zorgen dat er meer representatieve beelden gemaakt worden over het werk dat verpleegkundigen doen.&nbsp;Daarin staan vijf tips centraal, te beginnen met: breng zorgprofessionals herkenbaar in beeld. Zorg voor een afspiegeling van de samenleving en breng verschillende sectoren in beeld. Ga dus niet alleen in op ziekenhuispersoneel, maar ook op wijkverpleging, GGZ, gehandicaptenzorg en GGD. Laat binnen die sectoren diversiteit van werkzaamheden zien én maak de handelingen en expertise van verpleegkundigen zichtbaar.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Verder staan er ook nog fotografische aanwijzingen in, zoals: zet zo weinig mogelijk in scène, houd de werkomgeving zoveel mogelijk intact, gebruik zoveel mogelijk natuurlijk licht en wissel af tussen close-ups en totaalshots.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/efe29ad1-498b-4470-a8d0-815909487a87/500_fotopieterbaslallemanvierkant.png?x=1779262772962" alt="Pieterbas Lalleman" width="200"><strong>Rol voor journalist</strong></span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">De beeldwijzer is bedoeld&nbsp;voor&nbsp;zowel&nbsp;verpleegkundigen als fotojournalisten.&nbsp;Lalleman: “We kunnen wel zeggen dat verpleegkundigen harder hun best moeten doen om uit te leggen wat hun werk is, maar er is hier ook een rol weggelegd voor&nbsp;journalisten. Want die gebruiken de beelden; zij bepalen welke foto’s er bij hun artikelen komen te staan.&nbsp;Dat is toch wel een heel belangrijk punt uit het onderzoek: dat de verantwoordelijkheid grotendeels bij de journalist ligt.” Van Wijk gaat daar met behulp van een verkregen promotiebeurs in de komende jaren meer onderzoek naar doen.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Of het probleem daarna is opgelost? Daar durven&nbsp;Lalleman&nbsp;en Van Wijk geen harde uitspraken over te doen. AI werkt&nbsp;in ieder geval&nbsp;niet bepaald mee,&nbsp;vinden ze allebei. “Want als jij&nbsp;AI vraagt om een AI-gegenereerd beeld van een verpleegkundige, dan krijg je nog steeds het stereotype beeld dat we juist níét willen zien.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><i><span style="margin:0px;padding:0px;">Behalve Lalleman en Van Wijk werkten ook </span><span style="text-align:left;">Daniëlle Arets, Michiel Bles en Karlijn ten Cate van Fontys Journalistiek mee aan het onderzoek.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij,FHJ,FHMG,PRO Gezondheid,PRO Gezondheidszorg,Journalistiek,Luiken]]></category>
            <pubDate>Wed, 20 May 2026 10:25:32 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/500_shutterstock_2747679221.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/500_shutterstock_2747679221.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/34f318cb-776e-4483-8645-72bff560bd5b/shutterstock_2747679221.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[zorg ziekenhuis verpleegkundige]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Gesprekskaarten brengen ethiek tot leven in het ETZ</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/gesprekskaarten-brengen-ethiek-tot-leven-in-het-etz/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/gesprekskaarten-brengen-ethiek-tot-leven-in-het-etz/</guid><pp:caseid>741561</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Agressieve patiënten, de omgang met naasten en het wel of niet moeten beëindigen van een leven. Medewerkers in de zorg komen dagelijks voor ethische kwesties te staan waar de vele beschikbare protocollen niet altijd een passend antwoord op kunnen geven. Met een onderzoeksproject van Fontys en het ETZ, waarbij echte verhalen uit de praktijk worden besproken, gaan verpleegkundigen het gesprek hierover aan.</strong></span></p><p>Een verwarde man wordt per ambulance binnengebracht bij de spoedeisende hulp. Hij spreekt onsamenhangend en maakt ongecoördineerde bewegingen. Zijn kleding is doorweekt en vuil, en je ruikt alcohol als je dicht bij hem komt.</p><p>Volgens het ziekenhuisprotocol hoeft het personeel hem geen nieuwe kleding te geven, maar hoe menselijk is het om hem na een behandeling op deze manier weer weg te sturen? En wat doe je als de familie van een oudere, kwetsbare patiënt door wil gaan met een behandeling, terwijl de patiënt zelf het eigenlijk wel gehad heeft?&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Onderwijs verrijken</strong><br>Dit soort ethische kwesties zijn aan de orde van de dag bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg, waar Fontys voor een nieuw onderzoeksproject van het lectoraat Ethisch Werken een samenwerking mee is aangegaan. Docent-onderzoeker Richard Voddé is daar nauw bij betrokken en vertelt dat het project is gestart met verschillende doelstellingen.</p><p style="text-align:start;">“Ten eerste wil het lectoraat samenwerkingen aangaan met partners buiten het onderwijs. Maar een andere doelstelling is dat we het onderwijs meer willen verrijken met ethische kwesties, omdat we vinden dat er op dat vlak nog te weinig inzit”, klinkt het. “Aan die laatste doelstelling werken we nu samen met het ETZ door samen moresprudentie op te bouwen. Dat is vergelijkbaar met jurisprudentie, waarbij je een casuïstiek onderzoekt en er op deze wijze inzicht ontstaat in het moreel leren.”&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Agressie</strong><br>Vanuit het ETZ werkt geestelijk verzorger en ethicus José Krijnen samen met haar team mee met het onderzoeksproject, plus nog tientallen verpleegkundigen van uiteenlopende afdelingen bij het ETZ. Onder wie ook Judith Cornelissen, die al twintig jaar werkzaam is op de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) bij het Tilburgse ziekenhuis. Ze maakte in die tijd veel uitdagende kwesties mee, waar soms veel emoties bij kwamen kijken en waar niet altijd voldoende over gepraat werd. <i>[Tekst gaat verder onder de foto's]</i></p><p style="text-align:start;">Een aantal van die kwesties is samen met nog tig andere praktijkvoorbeelden door docentonderzoeker Voddé verwerkt in gesprekskaarten. Die hebben als doel dat ze eens in de zoveel tijd door verpleegkundigen besproken worden, zodat ze samen het gesprek aan kunnen gaan over dit soort ethische dilemma’s. En hoe daarbij te handelen. Bij elke situatie staan drie vragen centraal. Wat doet het met jou? Wat doet het met het team? En wat vind jij passende zorg?&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Niet alleen</strong><br>Cornelissen noemt het een mooie en laagdrempelige manier om met collega’s in gesprek te gaan. “Het is niet leuk als je bijvoorbeeld iemand de straat op moet sturen terwijl je weet dat die persoon daar niks heeft. Maar als je daar vervolgens met je collega’s over kunt sparren en zij zouden hetzelfde hebben gedaan, dan voel je je daar niet alleen in. Dat sterkt, het geeft rust.”</p><p style="text-align:start;">Krijnen vult haar aan met een extra stukje uitleg. “We doen dit met de toenemende zorgvraag als uitgangspunt. Enerzijds hebben we te maken met vergrijzing, en dus meer zorg, terwijl het aantal medewerkers vermindert. We proberen in alle gevallen passende zorg te geven, maar dat is niet altijd makkelijk.” Want het is niet altijd alleen maar de keuze over het wel of niet moeten geven van – bijvoorbeeld – een injectie, vervolgt ze. “Het gaat ook om de waaromvraag. Welke waarden zitten erachter? Dit project moet daarbij helpen; het is een moreel leerproces naar passende zorg.”</p><p>Het team van Krijnen, Geestelijke Verzorging & Ethiek, werkt al meer dan vijftien jaar aan de morele veerkracht voor zorgmedewerkers. “<span style="text-align:left;">Dat dit nu zo goed lukt, komt omdat er al een goede infrastructuur is. En dit onderzoek draagt daar ook weer aan bij.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Tilburg,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,FHMG,Lectoraten,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 09 Apr 2026 12:32:47 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a4e57240-4519-4800-83a7-a9fb191d1f1f/500_img_44012.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4e57240-4519-4800-83a7-a9fb191d1f1f/500_img_44012.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a4e57240-4519-4800-83a7-a9fb191d1f1f/img_44012.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Jos&amp;eacute; Krijnen, Richard Vodd&amp;eacute; en Judith Cornelissen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kleine voetspieren, maar groot verschil voor ouderen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kleine-voetspieren-maar-groot-verschil-voor-ouderen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kleine-voetspieren-maar-groot-verschil-voor-ouderen/</guid><pp:caseid>739110</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Wat als je de kleine spiertjes in je voet traint om&nbsp;valpartijen&nbsp;bij ouderen te voorkomen.&nbsp;Vallen&nbsp;is&nbsp;in deze groep&nbsp;immers&nbsp;de meest voorkomende oorzaak voor ernstig letsel.&nbsp;Zou dat werken? Docent Lydia Willemse, werkzaam bij&nbsp;Fontys&nbsp;Paramedisch, deed er onderzoek naar.</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Onderzoeken naar de&nbsp;grote&nbsp;beenspieren&nbsp;zijn&nbsp;er&nbsp;al&nbsp;verscheidene. Daar is al van alles over bekend en&nbsp;in&nbsp;de literatuur wordt er in veelvoud over geschreven. Maar over de functie van de intrinsieke voetspieren, de kleine dus, was nog weinig gepubliceerd. “Het is een onderwerp dat mij interesseert en wat nog onontgonnen terrein was”, vertelt Lydia Willemse.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De docent besloot het verder te onderzoeken en ging daarvoor in gesprek met collega’s. Zo kwam zij erachter dat er&nbsp;mogelijk&nbsp;veel kansen lagen op&nbsp;het&nbsp;verminderen&nbsp;van valpartijen door&nbsp;het trainen van de kleine voetspieren. Ze vroeg in 2018 de Promotiebeurs voor leraren aan en ontving die vervolgens een jaar later. Daarna kon haar&nbsp;op ouderen gerichte&nbsp;onderzoek van start. &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/39a172ec-beb7-467b-a3b1-26b4885f521a/500_lydiawillemse1_.jpg?x=1773824241851" alt="Lydia Willemse" width="200">Vergrijzing</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">“Wat mij heel erg aansprak, is dat het onderzoek niet alleen een groeiende doelgroep heeft, maar dat ook het probleem in die doelgroep groeiende is”, aldus Willemse. “Dat komt omdat de bevolking aan het vergrijzen is. Er zijn steeds meer ouderen die ouder worden. En hoe ouder je wordt, hoe groter de kans op vallen.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Het vallen&nbsp;an&nbsp;sich&nbsp;is daarbij niet per se het probleem. Kinderen vallen misschien nog veel vaker. “Maar bij ouderen gaat dat vaker gepaard met een&nbsp;groter letsel,&nbsp;mentale gevolgen of functionele achteruitgang.&nbsp;Nu is vallen natuurlijk&nbsp;multifacterieel; het kan een samenspel zijn van meerdere factoren. Maar de grootste risicofactoren zijn een verminderde&nbsp;balans&nbsp;en&nbsp;looppatroon&nbsp;of vermindering van de algehele spierkracht.”&nbsp;Twee factoren waar je iets aan kunt doen, stelt de docent.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Balanceren&nbsp;</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Om te onderzoeken of het trainen van de kleine voetspieren&nbsp;daaraan kan bijdragen, heeft Willemse met haar onderzoeksgroep twee groepen ouderen onder de loep genomen die allemaal beweegprogramma’s volgden. Eén van de groepen kreeg daar in het kader van het onderzoek een extra taak bij: de intrinsieke voetspieren trainen door bepaalde oefeningen een paar keer per week te doen. Voorbeeld daarvan is het op je tenen lopen of staan, of het balanceren op één been.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“Hoewel&nbsp;we er niet naar vroegen en dit niet per se antwoorden waren waar we naar op zoek waren, gaven de ouderen bijna allemaal aan dat de training ze iets had gebracht. Voor de één was dat een betere balans, voor de andere meer zekerheid bij het lopen. Ze voelden zich letterlijk steviger in hun schoenen staan en waren minder bezorgd om te vallen,&nbsp;wat weer een belangrijke risicofactor voor vallen is.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Duizenden views</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Concrete conclusies over of het trainen van de kleine&nbsp;voetspieren&nbsp;inderdaad kan helpen bij het voorkomen van vallen, kan Willemse vanwege het korte tijdsbestek van het onderzoek niet geven. De ouderen zijn twaalf weken gevolgd, maar zouden voor keiharde cijfers een jaar lang gevolgd moeten worden, en dan ook nog eens in grotere groepen.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“Wij hebben dus gekeken naar de bewegingsfactoren die in relatie staan tot valrisico om zo indirect iets te zeggen over de kans op vallen. Maar ik ben zelf van mening dat dat net zo waardevol is als het kijken naar het vallen zelf”, verklaart Willemse. Bovendien heeft het onderzoek ook andere dingen opgeleverd. Tijdens het hele proces zijn er instructiefilmpjes&nbsp;gemaakt van de toe te passen voetoefeningen, en die worden inmiddels door verschillende&nbsp;fysio- en (vooral)&nbsp;podopraktijken&nbsp;gebruikt. “De video’s&nbsp;hebben&nbsp;al&nbsp;duizenden </span><a href="https://www.fontys.nl/Onderzoek/Health-Innovations-Technology-1/STIFF.htm" target="_blank"><span style="margin:0px;padding:0px;">views</span></a><span style="margin:0px;padding:0px;">.”&nbsp;&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHMG,FHPM,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Gezondheid,Onderzoek Maatschappij,Luiken]]></category>
            <pubDate>Wed, 18 Mar 2026 10:27:25 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/9f9d5c76-36b6-4c45-9a99-dadadc266ee0/500_shutterstock_2672718157.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/9f9d5c76-36b6-4c45-9a99-dadadc266ee0/500_shutterstock_2672718157.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/9f9d5c76-36b6-4c45-9a99-dadadc266ee0/shutterstock_2672718157.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[shutterstock_2672718157]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Stagiaires in de zorg krijgen vaker met agressie te maken</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/stagiaires-in-de-zorg-krijgen-vaker-met-agressie-te-maken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/stagiaires-in-de-zorg-krijgen-vaker-met-agressie-te-maken/</guid><pp:caseid>738538</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Menig student Verpleegkunde komt tijdens een stage in aanraking met verschillende vormen van agressie door cliënten. Volgens hen worden ze daar tijdens hun opleiding nauwelijks op voorbereid. Opleidingsmanager Meike Berkers herkent dit beeld niet. Niettemin komt er volgend jaar wel een training ‘de-escalarend werken’ in het curriculum.</strong></p><p>Uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat in 2024 bijna zes op de tien (57 procent) medewerkers in zorg en welzijn te maken hebben gehad met agressie door patiënten of naasten. In de meeste gevallen gaat het om verbale agressie (48 procent), maar ook vormen als pesten (25 procent), fysieke agressie (21 procent) en bedreiging en intimidatie (10 procent) komen voor.</p><p>Eline, derdejaars student Verpleegkunde, maakte tijdens haar stage meerdere vormen van agressie mee. “Ze zoeken een beetje de grenzen op en proberen echt persoonlijke punten te raken.” Ook Naomi, eveneens derdejaars, heeft het meegemaakt. Op haar afdeling zijn sommige cliënten snel agressief. “We hebben een cliënt die superboos wordt als er iets misgaat. Dan gaat hij op tafels slaan, schreeuwen en racistische opmerkingen maken.”&nbsp;</p><p>Fleur, ook derdejaars Verpleegkundestudent, herkent dit. “Ik heb echt veel verbale agressie meegemaakt op stage. En dan denk ik: ik ben een stagiair, ik ben ook gewoon aan het leren.” Naast verbale agressie maken studenten soms ook fysieke agressie mee. Naomi: “Er is een autistische patiënt op mijn afdeling die soms ineens slaat. Soms ook op mijn kont. Voor haar is dat gewoon normaal gedrag.” Ook Eline vertelt dat ze een keer heel hard is geduwd.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:457/auto;width:457px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/0a82ff44-2da1-4fac-a125-87f583445494/800_agressie.jpg?x=1773220826425" alt="" width="457" height="auto">Achteraf</strong><br>Wanneer studenten met agressie te maken krijgen, weten ze vaak niet direct wat ze moeten doen. Eline kreeg na het incident waarbij ze werd geduwd wel uitleg van haar stagebegeleiders. “Maar dat was pas achteraf. Met verbale agressie weet ik eigenlijk niet goed wat je moet doen. Je kan een VIM-melding (Veilig Incidenten Melding) maken, maar dat is ook pas achteraf."</p><p>De studenten geven aan dat ze vooral op hun stage leren omgaan met agressieve situaties. Vanuit de opleiding zelf krijgen ze daar weinig voorbereiding op. “Op stage krijg je er veel meer uitleg over dan op school”, zegt Eline. “Bij Fontys eigenlijk niet echt.” Fleur vindt dat het tijdens de communicatielessen terug zou moeten komen. Volgens de studenten zou het helpen als het onderwerp eerder in de opleiding terugkomt, bijvoorbeeld vóór de eerste stage. “Als je voor het eerst op stage gaat, ga je dit sowieso meemaken”, zegt Naomi. “Dan weet je gewoon echt niet wat je moet doen.”</p><p><strong>Gepolst</strong><br><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:218/auto;width:218px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/ab3a508d-8e00-4512-a7d6-c994c02681a7/800_meikeberkers.png?x=1773218868745" alt="Meike Berkers" width="218" height="auto">Meike Berkers, opleidingsmanager van Fontys Verpleegkunde, verwijst naar de uitkomst van de Nationale Studentenenquête uit 2024, waarin voltijdstudenten Verpleegkunde van Fontys juist een bovengemiddeld goed cijfer gaven voor ‘het opdoen van vaardigheden voor de beroepspraktijk’. Zij heeft naar aanleiding van vragen van Bron bij docenten gepolst of zij meldingen krijgen van studenten over agressie. “Docenten geven aan dat ze zelden of nooit van studenten horen dat ze last hebben gehad van agressie.”&nbsp;</p><p>Berkers benadrukt dat de opleiding wel degelijk iets doet om studenten voor te bereiden, maar dat studenten dat misschien niet herkennen als voorbereiding op agressie. “We leren ze om de-escalerend te werk te gaan. Daarbij leren ze communicatieve vaardigheden die ze kunnen inzetten als een cliënt bijvoorbeeld zijn stem verheft of wat persoonlijke grenzen zijn.” Daarnaast komt er volgend jaar, naar aanleiding van signalen uit de media en de samenleving, een training de-escalerend werken in het curriculum.&nbsp;</p><p>Tot slot vertelt Berkers dat de stageplekken van tevoren grondig worden gescreend en zorgvuldig worden uitgekozen op basis van een veilig leer- en werkklimaat. Maar mochten studenten niettemin dus toch last ervaren van gedrag van cliënten in de zorg, dan raadt zij hen aan om daarover in gesprek te gaan door contact op te nemen met <span>hun docent praktijkleren, degene die hen tijdens hun stage begeleidt.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Gezondheid en sport,PRO Gezondheid,PRO Gezondheidszorg,Kiara,Eindhoven,Tilburg,Student,FHMG]]></category>
            <pubDate>Wed, 11 Mar 2026 10:37:27 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2c25d2f7-b85e-44a2-a520-982127a73273/500_agressieindezorg.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2c25d2f7-b85e-44a2-a520-982127a73273/500_agressieindezorg.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2c25d2f7-b85e-44a2-a520-982127a73273/agressieindezorg.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[agressie in de zorg]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Jong en longcovid: ‘Je leven staat stil’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/jong-en-longcovid-je-leven-staat-stil/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/jong-en-longcovid-je-leven-staat-stil/</guid><pp:caseid>738075</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Vermoeidheid, cognitieve problemen, slaapproblemen en een groeiend gevoel van eenzaamheid. Voor veel jongvolwassenen met longcovid is het dagelijkse realiteit. Dat blijkt uit de eerste resultaten van het door docentonderzoeker Leoni van Dijk geleide onderzoek over de impact van longcovid onder jongvolwassenen.</strong></span></p><p style="text-align:start;">Het <a href="https://bron.fontys.nl/postcovid-beperkt-studie-en-werk-bij-fontys/" target="_blank">onderzoek</a> startte twee jaar geleden met als doel om meer inzicht te krijgen in de klachten en de dagelijkse beperkingen die jongvolwassenen (tussen de 16 en 30 jaar) met longcovid ervaren. Ruim vierhonderd mensen werkten eraan mee, zowel met als zonder longcovid. Leoni van Dijk, werkzaam bij Fontys Paramedisch, legt uit waarom er voor deze doelgroep gekozen is.</p><p style="text-align:start;">“Ten eerste omdat deze doelgroep ook bij Fontys rondloopt. Maar daarnaast is het ook een groep die nog onderbelicht is in de literatuur. Jongvolwassenen met longcovid worden niet genoeg gezien, terwijl ook zij grote problemen ervaren.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Toekomst onder druk&nbsp;</strong><br>Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat die problemen zeer divers zijn. Jongvolwassenen kunnen hun studie niet afronden, hun toekomst staat onder druk en het is moeilijk om sociale contacten te onderhouden. “Terwijl dat wel dingen zijn die in deze levensfase juist heel belangrijk zijn en die hun identiteit vormen. Als ze dit allemaal moeten missen, heeft dat grote gevolgen voor hun toekomst.”</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/ea0e576a-5b0d-494b-9937-902ceeff0733/500_leonivandijk.jpg?x=1772716440203" alt="Leoni van Dijk" width="200">Hoeveel jongvolwassenen met longcovid er in Nederland precies zijn, is volgens Van Dijk niet bekend. Een schatting is er wel. Het RIVM heeft namelijk een groot onderzoek uitgezet waaruit blijkt dat het om 3 tot 4 procent van alle jongvolwassenen tot 25 jaar gaat. “Het is een vermoeden hoeveel het er zijn. Deze mensen leven vaak onder de radar en bovendien is het exacte aantal ook niet bekend omdat klachten moeilijk te linken zijn aan de diagnose longcovid.”</p><p><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">Bovendien wordt de diagnose ook lang niet altijd gegeven, legt Van Dijk uit. “Dat zie ik ook terug in&nbsp;ons&nbsp;onderzoek. Zo’n&nbsp;86 procent van de deelnemers&nbsp;geeft aan een diagnose te hebben&nbsp;gekregen&nbsp;van een zorgprofessional.&nbsp;Dan blijft er&nbsp;nog 14&nbsp;procent over die wel klachten van longcovid heeft, maar geen diagnose.&nbsp;Onder deze groep is er het vermoeden dat het om longcovid&nbsp;gaat.&nbsp;Meerdere deelnemers geven aan kennis te missen bij zorgverleners, waardoor een diagnose soms uitblijft of lang op zich laat wachten.”&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Kwaliteit van leven</strong>&nbsp;</span><br><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;">Bij bijna alle ondervraagden, het gaat om 98 procent, is de meest voorkomende klacht vermoeidheid&nbsp;of uitputting. Andere veel voorkomende klachten zijn&nbsp;cognitieve problemen,&nbsp;slaapproblemen, pijn in het lichaam,&nbsp;mentale problemen&nbsp;en een gevoel van eenzaamheid. Die klachten komen overeen met klachten die volwassenen met longcovid ervaren.&nbsp;Verder blijkt ook dat jongvolwassenen met longcovid een veel lagere kwaliteit van leven ervaren dan gezonde leeftijdsgenoten.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“We hebben gekeken naar welke factoren&nbsp;samenhangen met&nbsp;de ervaring van kwaliteit van leven. We kunnen geen oorzaak of gevolg aantonen, maar we kunnen wel zeggen dat&nbsp;jongvolwassenen&nbsp;met longcovid en&nbsp;overgewicht, obesitas of ondergewicht lager scoren op dit gebied. Hetzelfde geldt voor de hoeveelheid symptomen; hoe&nbsp;meer klachten iemand ervaart, hoe lager de kwaliteit van leven.&nbsp;Ook de mate van Post&nbsp;Exertionele&nbsp;Malaise (PEM), de ervaren beperkingen en de mate van eenzaamheid, voorspellen de ervaren kwaliteit van leven.”&nbsp; &nbsp;</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Hoewel de eerste resultaten al veel inzichten geven, is het onderzoek nog niet klaar. Het bevat ook nog verdiepende interviews met respondenten. Met alle resultaten wil&nbsp;Van Dijk&nbsp;uiteindelijk verschillende vormen van ondersteuningsbehoeftes in beeld brengen, zowel gericht op het fysieke als mentale stuk. “Er is nu bijna geen zorg voor&nbsp;mensen met longcovid. Er zijn wel&nbsp;longcovid-klinieken, maar&nbsp;daar kan niet iedereen terecht vanwege beperkte capaciteit en niet alles wordt&nbsp;vergoed.&nbsp;Longcovid is een biomedische aandoening die mentaal iets met je doet. Al je vrienden gaan uit, hebben het over carrière maken. En jij zit daar maar. Dat doet iets met je en&nbsp;ik vind dat daar&nbsp;meer&nbsp;aandacht en&nbsp;begeleiding voor moet zijn.”&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Onderzoek,Onderzoek Algemeen,Onderzoek Gezondheid,FHPM,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 05 Mar 2026 14:30:25 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0d7d7840-96bf-4294-aca0-0f5e174ed812/500_shutterstock_1902146578.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d7d7840-96bf-4294-aca0-0f5e174ed812/500_shutterstock_1902146578.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d7d7840-96bf-4294-aca0-0f5e174ed812/shutterstock_1902146578.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[slapen moe corona longcovid student bureau]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Ondanks potentie blijft SmartGlove in Fontys-vitrine</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/ondanks-potentie-blijft-smartglove-in-fontys-vitrine/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/ondanks-potentie-blijft-smartglove-in-fontys-vitrine/</guid><pp:caseid>736207</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p style="margin-left:0cm;text-align:start;">Bron vroeg Fontys om een algemene reactie op dit stuk, en kreeg het volgende antwoord: “Fontys ontwikkelt en verkoopt geen commerciële goederen. In theorie zou dat wel mogen, zolang we geen oneerlijke concurrentie zijn voor bedrijven. Maar Fontys kiest hier bewust niet voor. Wij willen ons volledig richten op onze belangrijkste taken: goed onderwijs geven, praktijkgericht onderzoek doen en kennis delen met de maatschappij."&nbsp;</p><p style="margin-left:0cm;text-align:start;">"Daarnaast zegt de Wet Markt en Overheid dat publieke instellingen hun commerciële activiteiten moeten scheiden van hun onderwijs. Dat maakt het ingewikkeld. Een commercieel goed brengt ook risico’s met zich mee. Denk aan financieel risico, aansprakelijkheid en verplichtingen voor garantie en service. Fontys vindt dat dit niet bij ons past als onderwijsinstelling. Ook kunnen commerciële belangen van docenten of onderzoekers botsen met objectief onderwijs, onafhankelijke beoordeling en wetenschappelijke integriteit. Daarom kiest Fontys ervoor om niet zelf commerciële goederen te ontwikkelen en op de markt te brengen.”</p><p style="margin-left:0cm;text-align:start;">Wel heeft het college van bestuur eind vorig jaar de Fontys Regeling Kennisvalorisatie vastgesteld. Deze regeling wordt momenteel geïmplementeerd - door Bart van Duijl en Astrid Wiktor – en treedt 1 september 2026 in werking. “Daarom is deze regeling nog niet gepubliceerd op de portal en website van Fontys. De regeling maakt het voor medewerkers en studenten mogelijk om binnen Fontys ontwikkeld werk extern te gelde te maken conform de procedures zoals vastgelegd in de regeling. Hierbij wordt onder meer rekening gehouden met publieke/private geldstromen, integriteit en belangenverstrengeling. Veel belovende resultaten kunnen dan dus wel vermarkt gaan worden, maar niet via Fontys.”</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Jarenlang&nbsp;werd er&nbsp;onder anderen&nbsp;door&nbsp;onderzoekers&nbsp;Fred&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Geert-Jos van der&nbsp;Maazen&nbsp;ziel en zaligheid gelegd in het ontwikkelen van de SmartGlove, een&nbsp;‘slimme&nbsp;handschoen’&nbsp;voor orthopedisch technologen.&nbsp;Nu wordt het resultaat daarvan tentoongesteld in het&nbsp;Waalwijkse&nbsp;museum&nbsp;het&nbsp;Schoenenkwartier. Maar het&nbsp;product&nbsp;namens&nbsp;Fontys&nbsp;op de markt brengen? “Dat kan niet, en dat is zó jammer.”</strong>&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">De SmartGlove is een resultaat uit het onderzoeksproject&nbsp;SmartScan,&nbsp;dat&nbsp;mede&nbsp;gefinancierd wordt door Regieorgaan SIA. Het product kan het beste omschreven worden als een slimme handschoen die gebruikt wordt bij het aanmeten&nbsp;van&nbsp;op maat gemaakte orthopedische schoenen voor mensen met voetproblemen. Denk daarbij aan mensen met een klapvoet of mensen met reuma of diabetes.&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Gips of geen gips</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Dat proces gebeurt al van oudsher met behulp van gips. Maar, vertelt&nbsp;associate&nbsp;lector&nbsp;Fred&nbsp;Holtkamp: “Dat gips wordt&nbsp;op bepaalde punten&nbsp;gemanipuleerd&nbsp;om de goede stand te krijgen. Dat doe je met je handen en&nbsp;vervolgens wordt&nbsp;de kennis die je in je handen hebt&nbsp;in het gipsmodel&nbsp;weggezet.&nbsp;Maar je ziet niet hoe je dat doet; er zijn geen waardes voor hoe hoog de druk is die je&nbsp;met je handen&nbsp;uitoefent op die&nbsp;kracht”.&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/161b11ce-3fd2-4f56-a9af-3cf5e5c95243/500_img_38332.jpg?x=1770894905306" alt="Fred Holtkamp" width="200">De kennis wordt bij het gebruik van gips dus niet zichtbaar. “Maar de SmartGlove maakt die kennis wél zichtbaar dankzij allerlei sensoren.&nbsp;Het aanmeetproces wordt met de handschoen niet alleen veel nauwkeuriger, maar ook sneller.&nbsp;Bovendien is de nieuwe methode patiëntvriendelijker, op termijn kostenbesparender en een stuk milieuvriendelijker omdat je hiermee niet al dat gips bij het chemisch afval hoeft te gooien.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><strong>Eindeloze mogelijkheden</strong><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Voor nu wordt de handschoen alleen nog gebruikt op de voet, maar de technologie zou ook toepasbaar kunnen zijn op andere lichaamsdelen. Voor het aanmeten van protheses bijvoorbeeld, voor tandartsen, zelfs voor chirurgen. “Als je eenmaal kunt digitaliseren wat je met je handen doet als je die handschoen aan hebt, qua kracht en positie, dan kun je er heel veel mee. De voorbeelden zijn eindeloos”, zegt Geert-Jos&nbsp;van der&nbsp;Maazen.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Een veelbelovende techniek dus&nbsp;– waar in 2023 zelfs een SIA RAAK-Award mee is gewonnen –&nbsp;en toch wordt die volgens&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Van der&nbsp;Maazen&nbsp;nog nergens ter wereld op deze manier toegepast. Reden genoeg om er als&nbsp;Fontys&nbsp;meer&nbsp;mee te doen, toch? “We zouden dit soort producten graag via&nbsp;Fontys&nbsp;op de markt brengen, maar dat is nog niet mogelijk", zegt Holtkamp. "We hopen dat&nbsp;Fontys&nbsp;hier de komende jaren een beleid voor ontwikkelt zodat veelbelovende projecten met hun resultaten ook&nbsp;vermarkt&nbsp;kunnen worden.&nbsp;Ik heb me daar al hard voor gemaakt, heb zelfs vragen gesteld aan het bestuur, maar tot nu toe zonder succes.” &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Misschien in eigen beheer uitbrengen dan? Het is immers ‘jouw kindje’?&nbsp;“Daar heb ik ook al over nagedacht, maar&nbsp;dan heb je héél veel geld nodig.&nbsp;Daar komt bij dat ik het ook onethisch zou vinden omdat we voor de ontwikkeling van dit project heel veel publieksgelden hebben gekregen. Als ik daar dan in mijn eentje mee vandoor ga… Nee, dat ga ik niet doen. Het is en blijft een discussiepuntje binnen&nbsp;Fontys.”&nbsp;&nbsp;&nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e392c693-f189-457d-9ceb-d77a72a6350c/500_img_3833.jpg?x=1770894915675" alt="Geert-Jos van der Maazen" width="200">En terwijl dat gesprek&nbsp;gevoerd wordt, blijven&nbsp;Holtkamp&nbsp;en Van der&nbsp;Maazen&nbsp;zich samen met verschillende&nbsp;Fontys-opleidingen en studenten&nbsp;inzetten voor verdere ontwikkelingen op het gebied van de SmartGlove.&nbsp;Ze hebben tal van ideeën hoe ze het bestaande prototype verder kunnen uitbouwen en moderniseren.&nbsp; &nbsp;</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Van der&nbsp;Maazen: “Nu meten we alleen hoe hard je drukt, maar nog niet wanneer je té hard drukt. Daar willen we een waarschuwingssysteem voor ontwikkelen.” Aangevuld door&nbsp;Holtkamp: “We willen de handschoen heel graag&nbsp;doorontwikkelen&nbsp;tot het een product is dat we in een doosje&nbsp;zo aan de markt zouden kunnen aanbieden.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,Eindhoven,Onderzoek Algemeen,Onderzoek,Onderzoek Gezondheid,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Fri, 13 Feb 2026 09:39:59 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/500_img_3831.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/500_img_3831.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/65bc4966-45d0-4c04-83e9-10c7e4c047b7/img_3831.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fred Holtkamp en Geert-Jos van der Maazen]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Suf, benauwd of koorts: online cursus biedt ouders houvast</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/suf-benauwd-of-koorts-online-cursus-biedt-ouders-houvast/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/suf-benauwd-of-koorts-online-cursus-biedt-ouders-houvast/</guid><pp:caseid>732846</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Je zit thuis met een kindje dat koorts, vreemde plekjes of een snelle ademhaling heeft. Bel je de huisarts of zit je het uit? Het is een veelvoorkomende vraag bij jonge ouders. Maar het is ook een vraag die dankzij een nieuwe online cursus van Fontysmedewerker Jenny Korsten helemaal geen vraag meer hoeft te zijn.</strong></p><p>Jenny Korsten heeft als docent Verpleegkunde en voormalig verpleegkundige de nodige kennis en ervaring op het gebied van zorg. Hetzelfde geldt voor haar moeder Gerrie, die naast doktersassistente ook het eerste aanspreekpunt bij een huisartsenpost in Venlo is. Samen kwamen ze op het idee om een online cursus te ontwikkelen voor jonge ouders met zieke kinderen.</p><p>“Het idee ontstond al tijdens de coronatijd”, vertelt Gerrie. “Het viel mij toen op dat jonge ouders die normaal gesproken veel belden met vragen over zieke kinderen, plotseling veel minder vaak belden. Waar haalden ze informatie dan vandaan, vroeg ik me af.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:258/auto;width:258px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/296ff4f4-4ebb-4915-829c-9ee9e2fb0971/800_foto-gerrieenjenny2.jpeg?x=1767884067481" alt="Gerrie en Jenny " width="258" height="auto">In diezelfde coronaperiode beviel Jenny van een te vroeg geboren baby, met als gevolg heel veel zorgvragen. “Daarna heb ik nog een kindje gekregen dat in de eerste week na haar geboorte het RS-virus opliep, waardoor ze benauwdheidsklachten kreeg”, vertelt de docent. “Door al die dingen samen kwamen we steeds weer terug bij de vraag hoe andere ouders die geen achtergrond hebben in de zorg dit soort dingen aanpakken.”</p><p><strong>Late uurtjes</strong><br>Een uitkomst voor die ouders kan de online cursus zijn die Gerrie en Jenny samen hebben ontwikkeld. Dat deden ze samen op het zolderkamertje van Jenny, vaak in de late uurtjes als de kinderen op bed lagen. “In de cursus komen verschillende vraagstukken voorbij, met daarbij altijd de hamvraag: is het wel of geen spoed? Bel je wel of niet de huisarts, huisartsenpost of 112?”, aldus Gerrie. Een voorbeeld van de thema's is sufheid, een onderwerp waar volgens de doktersassistente heel vaak voor gebeld wordt.</p><p>“Een kindje dat écht suf is, is een kind dat amper aanspreekbaar is en dat meteen weer in slaap valt nadat je het wekt. Als het kind reageert, televisie kijkt, drinkt of een knuffeltje aanpakt, is er vaak geen sprake van spoed. Dat soort dingen leggen we allemaal uit in de cursus. Hetzelfde geldt voor benauwdheid: wanneer bel je in zo’n geval de huisarts of andere hulpdiensten en wanneer niet? Is het alarmerend of niet alarmerend, daar draait het om.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/c38a8756-8ef2-466a-9578-a49e0ed4ad68/500_folder-cursus.png?x=1767884022350" alt="" width="200">Gerrie heeft in haar carrière al verschillende gevallen meegemaakt waarbij ouders belden die niet per se hadden hoeven bellen. Maar andersom gebeurde het ook: ouders die juist wél met spoed hadden moeten bellen, deden dat niet.&nbsp;</p><p>“Zo was er ooit een moeder die heel lang in de wacht hing vanwege een ziek kind. Maar dat wachten duurde volgens haar zo lang, dat ze naar de huisartsenpost was gekomen zonder afspraak. Eenmaal daar bleek dat haar kind allemaal rare plekjes op het onderbeen had die wezen op puntbloedingen, de gevaarlijke bloedingen waar wij altijd voor waarschuwen. Dit was eigenlijk een spoedgeval en zij had dus de spoedlijn mogen bellen zonder in de wacht te staan, maar dat wist deze vrouw niet.”&nbsp;</p><p><strong>Preventief</strong><br>Jenny kent de alarmsignalen omdat ze zelf al een behoorlijke tijd in de zorg werkt, maar dat geldt lang niet voor alle ouders. “Wij hopen dat onze cursus preventief kan worden aangeboden vanuit bijvoorbeeld de verloskundige of zorgverzekeringen. Want het is natuurlijk fijn dat áls je ergens tegenaan loopt, je weet op welke signalen je moet letten en hoe je moet handelen. We willen hiermee niet alleen bereiken dat mensen minder onnodig bellen als ze zich zorgen maken, maar vooral ook dat ze gerustgesteld worden.”&nbsp;</p><p>De informatie uit de cursus is afkomstig van allerlei betrouwbare bronnen zoals Thuisarts, wet en regelgeving en richtlijnen van huisartsen en de NHG. Iedereen kan de cursus <a href="https://www.myminiandme.nl/" target="_blank">zelf aanschaffen voor 49 euro</a>, maar Jenny en Gerrie hopen dat-ie in de toekomst ook vergoed kan worden door zorgverzekeraars. Gesprekken daarvoor worden gevoerd.</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,PRO Gezondheid,PRO Gezondheidszorg,Eindhoven,Limburg,Luiken]]></category>
            <pubDate>Fri, 09 Jan 2026 09:02:50 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/44ed748b-58d0-4a2c-9bdd-f4a8c13703cb/500_shutterstock_2074581280.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/44ed748b-58d0-4a2c-9bdd-f4a8c13703cb/500_shutterstock_2074581280.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/44ed748b-58d0-4a2c-9bdd-f4a8c13703cb/shutterstock_2074581280.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[ziek kind baby dokter]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Wonen naast een azc: &#039;Delen is geven&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/wonen-naast-een-azc-delen-is-geven/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/wonen-naast-een-azc-delen-is-geven/</guid><pp:caseid>731772</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Tientallen studenten aan de ene kant en ongeveer net zoveel vluchtelingen aan de andere kant. In het voormalige woonzorgcentrum De Akert in Geldrop wonen deze twee groepen samen onder een dak. De internationale Fysiostudent Rose is een van de bewoners en praat er vol lof over.</strong></span></p><p><span>Iets meer dan vijftig jonge vluchtelingen namen ruim twee jaar geleden hun intrek bij De Akert. Er wordt gezocht naar een alternatieve locatie, maar tot die tijd delen ze het gebouw met tientallen studenten. Onder hen ook Rose, die Fysiotherapie studeert en sinds augustus in het voormalige woonzorgcentrum woont. Ze kwam er terecht via Fontys, die hier woonruimtes beschikbaar stelt voor internationale studenten. “Omdat ik laat begon met zoeken, was dit een van de laatste opties”, zegt Rose.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:258/auto;width:258px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/60c383b7-fc57-4c17-849b-613fdf4affc7/800_rose-2.jpg?x=1766048204236" alt="Rose" width="258" height="auto">Toch nam ze de kans met beide handen aan, de vele bezwaren negerend die buurtbewoners in eerste instantie tegen de (tijdelijke) vluchtelingenopvang hadden. En die bezwaren blijken ook helemaal niet nodig, zegt Rose. Want het is prima toeven daar in die Geldropse woonwijk.</span></p><p><span>“Buurtbewoners hoeven in ieder geval niet bang te zijn voor overbevolking. Als ik een wandeling door de wijk maak, kom ik bijna niemand tegen. En bovendien is delen ook geven. Als de buurtbewoners in de schoenen van de asielzoekers hadden gestaan, weet ik zeker dat ze dankbaar zouden zijn voor een plek waar ze zich veilig kunnen voelen en die ze tijdelijk hun ‘thuis’ kunnen noemen.”</span></p><p><strong>Uitnodiging</strong><br><span>Zelf ervaart Rose de vluchtelingen als fijne buren. Een hele sterke connectie heeft ze er niet mee, maar toch: “Als ik ze zie, groeten we elkaar en gaan we weer verder met onze dag. Een keertje hebben ze ons uitgenodigd om langs te komen, en toen hebben ze de tafels vol gezet met eten en drinken. Een paar huisgenoten en ik hebben toen met hen gepraat, zijn meer over ze te weten gekomen, onder meer over waar ze vandaan komen. We voelden ons heel erg welkom.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:272/auto;width:272px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/94e76981-16f2-4d16-a227-aa058195c1d9/800_hierwonendevluchtelingen.jpeg?x=1766048212156" alt="Hier wonen de vluchtelingen" width="272" height="auto">En daarmee wil ze ook meteen alle vooroordelen van tafel vegen die sommige mensen over vluchtelingen kunnen hebben. Deze groep jonge mensen had, zo vertelt Rose, namelijk niet zelf de keuze om een eigen woonplek uit te zoeken. “Het is belangrijk om te onthouden dat zij niet zijn opgegroeid met dezelfde kansen en vrijheid als wij”, aldus de student. “Andersom hoop ik ook dat een beetje sociaal contact met mensen buiten het azc hen kan laten begrijpen dat niet iedereen hen als ‘last’ ziet en dat hun aanwezigheid welkom is, vooral in deze moeilijke tijden en met de extreem veranderende politieke opvattingen.”</span></p><p><strong>Aanrader</strong><br><span>Al met al is Rose hartstikke blij met haar woonplek én met haar buren. Een groep mensen die overigens niet alleen uit jonge azc’ers bestaat, maar ook heel veel andere internationale studenten. Net zoals Rose, die zelf een deels Franse en deels Nieuw-Zeelandse nationaliteit heeft.</span></p><p><span>“Om eerlijk te zijn was ik in eerste instantie een beetje bezorgd over met wie ik zou gaan samenwonen en wat deze plek te bieden had. Maar in de afgelopen maanden heb ik me gerealiseerd dat samenwonen met mensen die in dezelfde situatie zitten als jij, écht helpt bij het opbouwen van een band en het uit je schulp kruipen. Ik zou dit iedereen aanraden!”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Student,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 18 Dec 2025 09:59:10 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/3c3bb121-bd61-4918-b996-12a09509a4e5/500_hierwoontrose.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/3c3bb121-bd61-4918-b996-12a09509a4e5/500_hierwoontrose.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/3c3bb121-bd61-4918-b996-12a09509a4e5/hierwoontrose.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Hier woont Rose]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Opleidingen werken samen aan preventie stemproblemen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/opleidingen-werken-samen-aan-preventie-stemproblemen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/opleidingen-werken-samen-aan-preventie-stemproblemen/</guid><pp:caseid>731530</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="padding:0cm;"><strong>Oefening baart kunst. Dat alom bekende gezegde werd in de praktijk toegepast bij studenten van de opleidingen Logopedie en Pabo. Terwijl de ene groep zijn kennis in de praktijk bracht, leerde de ander ervan.</strong></span></p><p><span style="padding:0cm;">Het gebeurde in een klaslokaal op de Fontys-locatie in Eindhoven, waar Pabostudenten tijdens een zogenoemde screening een tekst hardop voor moesten lezen en verschillende stemopdrachten uitvoerden. Studenten van de opleiding Logopedie observeerden hen daarbij op hun houding en uitspraak.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/490f0855-a08f-427f-9416-2c581bfa1526/500_evie.png?x=1765813066515" alt="Evie" width="200">“We letten tijdens zo’n screening bijvoorbeeld op houding, spierspanning van de lippen en uitspraak”, vertelt eerstejaars Logopediestudent Evie. “Verder worden de stemwaarden met een hulpprogramma geanalyseerd en moeten de studenten zelf reflecteren middels een zelfbeoordeling."</span></p><p><span style="padding:0cm;"><strong>Preventief en praktijkgericht</strong></span><br><span>Het doel van de screening is om vroegtijdig mogelijke stemproblemen te signaleren, zoals dysfonie. “Veel mensen gaan pas naar een logopedist als ze al klachten hebben”, vervolgt Evie. “Met zo’n screening kun je vooraf bewust worden van je stemgebruik en eventuele maatregelen treffen.”</span></p><p><span>Het is de eerste keer dat Evie een screening alleen uitvoert, legt ze uit: “Ik was best wel nerveus van tevoren. We hebben hier vorige week les over gekregen en moeten het meteen in de praktijk brengen. Dan merk je wel waar je nog aan moet werken, je leert er echt van.”</span></p><p><span>De samenwerking laat zien hoe deze aanpak niet alleen leerzaam is, maar ook bijdraagt aan voorbereidingen op het toekomstige beroep van de studenten. "Ik vind zo’n samenwerking heel erg fijn en zou meer van dit soort initiatieven willen zien. Hoe eerder je er in de praktijk mee aan de slag kunt gaan, hoe beter”, vertelt Evie.&nbsp;</span></p><p><span>Dat de screening waardevol was, bevestigt ook Pabostudent Jasper. “Veel docenten hebben last van bijvoorbeeld stemverlies, dus zo’n screening is natuurlijk heel erg fijn. Ik ga er zeker wat aan hebben.”</span></p><p><span>Vanuit zijn werkervaring in de sales herkent hij het belang van stemgebruik: “Door mijn werk heb ik daar al vaker bij stilgestaan en training in gehad.” De student benadrukt: “Je verhaal komt niet over als je intonatie en houding verkeerd zijn, dat geldt ook voor docenten.”</span></p><p><span style="padding:0cm;"><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/2b071098-872b-4d0f-89a9-1f00a52a46a2/500_priscillabevers.png?x=1765813074684" alt="Priscilla Bevers" width="200">Toekomst</strong></span><br><span>Ook docent Logopedie Priscilla Bevers is enthousiast over de samenwerking: “Een tijd terug was de screening een standaard onderdeel in ons curriculum, maar helaas is dat door omstandigheden verwaterd.”</span></p><p><span>Ze legt uit dat ze samen met de teammanager van de pabo het onderdeel opnieuw heeft geïntroduceerd en dat het wat haar betreft weer een standaard onderdeel van het curriculum wordt: “Vanuit de pabodocenten horen we terug dat ze veel waarde hechten aan het stemgebruik van hun studenten. Zeker wanneer studenten stage lopen en erachter komen dat het meer kost voor hun stem dan ze gedacht hadden.”</span></p><p><span>Naast dit initiatief worden er op de opleiding Logopedie ook andere praktijkgerichte opdrachten gedaan. Zo vertelt Bevers dat studenten een eigen praktijk draaien die gerund wordt door eerste- en tweedejaars studenten, begeleid door docenten.” Het is vrijblijvend voor zowel studenten als docenten. Als een pabo-student straks toch iets wil doen aan zijn of haar stemgebruik, dan kan diegene zich gratis aanmelden voor het spreekuur van onze praktijk.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Noé,Student,FHMG,Pabo,lerarenopleiding en pabo&#039;s]]></category>
            <pubDate>Mon, 15 Dec 2025 16:36:01 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_klaslokaal.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_klaslokaal.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/klaslokaal.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Klaslokaal]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kompas voor mensen met dementie wijst altijd naar huis</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kompas-voor-mensen-met-dementie-wijst-altijd-naar-huis/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kompas-voor-mensen-met-dementie-wijst-altijd-naar-huis/</guid><pp:caseid>728633</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>GPS-trackers zijn er in allerlei soorten en maten. Kompassen bestaan ook al sinds ver voor Christus. Maar een kompas mét GPS-tracker voor mensen met dementie? Die is nieuw. En dat hebben we te danken aan Fontysmedewerker Rens Brankaert.</strong></p><p>Het kompas van Brankaert ziet eruit als een simpel kompas, maar werkt anders. Want waar een normaal kompas wordt gebruikt om de richting te bepalen ten opzichte van het magnetische noorden, wijst het navigatie-instrument van Brankaert naar het huis van de gebruiker. “Zodat de weg terug altijd kan worden gevonden”, legt hij uit.</p><p>Brankaert is werkzaam bij Fontys Paramedisch en lector bij het lectoraat Health Innovations & Technology, maar werkt ook als hoogleraar bij Tilburg Universiteit en voor de TU/e. En het is die laatste school waar het idee van het kompas lang geleden ontstond. “Ik werd geïnspireerd door mijn eigen opa die dementie had”, vertelt Brankaert. “Hij fietste veel, maar raakte op de terugweg vaak de weg kwijt. Mijn moeder en oma moesten er dan op uit om hem te zoeken, soms tot midden in de nacht.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8d31cced-a579-460b-b6ef-94ebe640b433/500_rensonsdagsmoslashteeldrebarnhomingcompass7raw733kopi3.jpg?x=1763390680218" alt="Het kompas" width="200">Zo simpel mogelijk</strong><br>Het was een wezenlijk probleem. Niet alleen voor zijn opa, maar ook voor de rest van zijn familie. “Ik was veel met technologie bezig en wilde iets maken wat hierbij kon helpen”, vervolgt hij. “GPS-trackers bestonden al wel en kunnen behulpzaam zijn voor de familieleden, maar de persoon waar het om draait is daar niet mee geholpen. Die is nog steeds de weg kwijt. Ik wilde daar iets op bedenken.”</p><p>Dat werd dus het kompas, dat Van Brankaert met behulp van twee oud-studenten, Rick en Vincent Eurlings, heeft gemaakt. Het werkt heel simpel, maar dat was ook precies de bedoeling. “Voor deze groep moet je het zo makkelijk mogelijk houden. Het moet universeel toegankelijk zijn, dus de enige knop die erop zit, is een resetknop waarmee het kompas op nul kan worden gezet; daarmee kun je je referentiepunt instellen. Maar voor de rest bevat het dus alleen een simpele wijzer die je de weg naar huis altijd laat vinden." Intern zit nog wel een GPS-tracker zodat familieleden via een app kunnen zien waar de gebruiker van het kompas is.</p><p><strong>Positieve reacties</strong><br>Het product is momenteel volop in ontwikkeling en komt naar verwachting in de zomer van 2026 op de markt. Tot die tijd proberen verschillende mensen het al uit. Brankaert: “De reacties zijn heel positief. Mensen zeggen dat ze er meer zelfstandigheid en eigenwaarde door ervaren, wat natuurlijk ook de bedoeling is."</p><p>Maar het maakt mensen ook zekerder. Zoals het koppel uit Alphen aan den Rijn, dat het kompas in het bijzijn van Brankaert uit mocht proberen. “Ze waren naar een nieuwbouwwijk verhuisd waar alle huizen op elkaar lijken. Als je tientallen jaren in hetzelfde huis hebt gewoond en dan op zo'n plek terechtkomt, terwijl je dementie hebt, dan is dat natuurlijk vragen om problemen. De man van het stel wist zijn huis niet meer te vinden. Maar met het kompas was dat ijkpunt er weer. Het werkte echt heel goed.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,FHP,FHMG,Luiken,Lectoraten,Lectoren]]></category>
            <pubDate>Tue, 18 Nov 2025 11:07:18 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a3a16dbd-fab1-4a7f-be82-e25b641b2a0c/500_rensonsdagsmoslashteeldrebarnhomingcompass8raw709kopi3.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a3a16dbd-fab1-4a7f-be82-e25b641b2a0c/500_rensonsdagsmoslashteeldrebarnhomingcompass8raw709kopi3.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a3a16dbd-fab1-4a7f-be82-e25b641b2a0c/rensonsdagsmoslashteeldrebarnhomingcompass8raw709kopi3.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rens Brankaert]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Lector Rob Janssen: &#039;Liefst heb ik een glazen bol&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lector-rob-janssen-liefst-heb-ik-een-glazen-bol/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lector-rob-janssen-liefst-heb-ik-een-glazen-bol/</guid><pp:caseid>724235</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Duizendpoot Rob Janssen is naast arts ook onderzoeker, opleider en lector bij Fontys Paramedisch. Met zijn benoeming als hoogleraar aan de TU/e voegt hij aan dit rijtje nog een nieuwe functie toe.&nbsp;</strong></p><p>Al zes jaar werkt Rob Janssen naast zijn baan als orthopedisch chirurg bij het Máxima Medisch Centrum ook één dag in de week als lector bij Fontys Paramedisch. In die rol doet hij binnen het lectoraat Health Innovations & Technology (HIT) onderzoek naar de kwaliteit van zorg in onder andere zijn vakgebied: de knie.</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/fd39c497-c911-456f-8166-dbc60fe4bd7f/500_ronjanssenportretfoto.jpg?x=1759744531976" alt="Rob Janssen" width="200">Het hele plaatje</strong><br>En dat betekent in zijn optiek naar het hele plaatje kijken. Janssen: “Het gaat er niet alleen om dat je weet waar die botjes zitten en hoe je een operatie uitvoert. Het is ook belangrijk om te kijken wie de mens achter die knie is.”</p><p>De Fontyslector, die onderzoek doet naar meer waardegedreven zorg, heeft dan ook een duidelijk doel voor ogen. “Mijn stip op de horizon is dat iedere patiënt gepersonaliseerde zorg op maat krijgt en de behandeling krijgt die het beste bij hem past.”</p><p>Iets wat nu helaas nog niet altijd de realiteit is in de zorg. En niet uit onwil, ziet Janssen, maar omdat op dit moment de kennis ontbreekt om aan de voorkant goed te kunnen voorspellen welke aanpak het meest succesvol gaat zijn. “Als we uit onderzoek weten dat een behandeling goed uitpakt bij acht van de tien personen, dan kiezen we daar vaak voor. Dan weten we dus ook dat we twee patiënten niet de beste zorg gaan leveren. Maar wie dat zijn, dat weten we vooraf niet.”<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Platform bouwen</strong><br>Het liefst heeft Janssen dan ook een glazen bol op zijn bureau. Maar die heeft hij niet, en daarom doet hij als lector onderzoek naar de best mogelijke zorg op maat en neemt hij studenten van Fontys daarin mee. Net als bij zijn assistenten in opleiding in het ziekenhuis gooit hij er, zoals ook zijn eigen opleider altijd zei, graag ‘wat Pokon bij om de nieuwsgierigheid te prikkelen’. Het is een rol waar hij erg enthousiast van wordt. “Ik ben er om een platform voor ze te bouwen. Daarop maken ze zelf een raket en vertrekken ze.”</p><p>Een win-winsituatie, want de samenwerking gaat twee kanten op. Al vaker werden oplossingen die Fontysstudenten bedachten, gebruikt in het ziekenhuis waar Janssen werkt. “Het mooie van een onderwijsinstelling als Fontys is dat het zo praktijkgericht is. De vraagstukken die we met studenten onderzoeken, daar hebben we dus ook echt iets aan. Op die manier is het ook een ‘return of investment’. Is dat het doel? Nee, maar zo komen we samen wel steeds verder.”<span>&nbsp; &nbsp;</span></p><p><strong>Puzzelstukjes</strong><br>Met zijn benoeming als hoogleraar aan de TU/e zijn ook de banden met de universiteit verder versterkt en Janssen geniet van zijn positie als verbinder tussen zorg en onderwijs. Bovendien merkt hij dat het zijn vruchten afwerpt. <strong>“</strong>Doordat ik altijd met een been in het ziekenhuis sta, is er via mij een hele logische verbinding met Fontys en nu dus ook met de TU/e. Hierdoor ontstaat een groot netwerk, waarin alle puzzelstukjes in elkaar vallen.”</p><p>Het is belangrijk om in de zorg ook regionaal de krachten te bundelen, vindt Janssen. Want, zo weet hij inmiddels, er is nog veel werk te doen. "We weten al best veel, maar nog lang niet alles. Sterker nog, in de twintig jaar dat ik nu specialist ben, heb ik één ding zeker geleerd: hoe meer je onderzoekt, hoe meer je er ook vooral achter komt hoeveel je niet weet.”</p><p><i><span>Rob Janssen zal als hoogleraar zijn inaugurele rede houden tijdens een openbare bijeenkomst op vrijdag 17 april 2026 om 16:00 uur in de Blauwe Zaal van de TU/e.</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Lectoraten,Lectoren,FHMG,FHPM]]></category>
            <pubDate>Mon, 06 Oct 2025 12:08:31 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/3ae62eb6-9867-4e02-b8fb-4c7904a11fc4/500_robjanssenheader.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/3ae62eb6-9867-4e02-b8fb-4c7904a11fc4/500_robjanssenheader.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/3ae62eb6-9867-4e02-b8fb-4c7904a11fc4/robjanssenheader.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Rob Janssen header]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Sporten met bewoners nieuwe azc: &#039;We willen verbinden&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/sporten-met-bewoners-nieuwe-azc-we-willen-verbinden/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/sporten-met-bewoners-nieuwe-azc-we-willen-verbinden/</guid><pp:caseid>713748</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Fontys Sport en Bewegen is een bijzondere samenwerking aangegaan met de nieuwe opvanglocatie voor vluchtelingen aan de Antoon Coolenlaan in Eindhoven. In september, een paar weken nadat de eerste mensen er hun intrek nemen, gaan Fontysstudenten samen met de bewoners sporten.</strong></p><p>Het is een initiatief van Frank Bauman en Nynke den Biggelaar, allebei werkzaam bij Fontys Sportkunde, onderdeel van Fontys Sport en Bewegen. Zij zijn een paar maanden geleden samen met hun directrice bij de wethouder langs geweest op het gemeentehuis, omdat ze wisten dat er een nieuwe asielopvang zou komen. Nota bene om de hoek van Fontys. “Wij waren benieuwd hoe we daar iets in konden betekenen op het gebied van beweeg- en sportactiviteiten”, aldus Bauman.</p><p><strong>Groen licht</strong><br>Het gesprek werd gevoerd en aan alle kanten klonken positieve geluiden. Wat volgde waren verschillende meetings, onder meer met Wasbeer en Pauw, de organisatie die de dagactiviteiten in de opvang organiseert, en daar is vervolgens een voorstel vanuit Fontys uitgerold. Vorige week gaf de gemeente Eindhoven daar groen licht voor.</p><p>Wat dat betekent? Vanaf het nieuwe studiejaar gaat een groep eerste- en tweedejaars studenten van Sportkunde op stage bij het azc, waarbij het de bedoeling is dat ze verspreid over twee dagdelen verschillende beweeg- en sportactiviteiten op locatie aanbieden voor de bewoners. Dat kunnen kinderen zijn, maar ook volwassenen.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/91646d76-4c84-4e64-9f5c-8aad81ca860a/500_nynkedenbiggelaarenfrankbauman.png?x=1752155087499" alt="Nynke den Biggelaar en Frank Bauman" width="200">“Bij Wasbeer en Pauw willen ze vaste structuren in de dagen van de bewoners gaan bouwen, zodat de mensen daar gewend aan kunnen raken en zo in een relatief korte tijd betaald of vrijwilligerswerk kunnen doen op de arbeidsmarkt”, legt Bauman uit. Sport en beweging moeten een onderdeel worden van die structuur, want, vult Den Biggelaar aan: “Wij vinden dat sport voor iedereen moet zijn. Sport is een verbinder.”</p><p>Den Biggelaar is degene die straks samen met haar studenten de activiteiten op de opvanglocatie gaat verzorgen. Hoe dat er precies uit gaat zien, is nog niet helemaal duidelijk. Dat is afhankelijk van de beschikbare materialen en ruimte. “Maar het idee is om er zes tot tien van onze eerste- en tweedejaars studenten bij aan te laten sluiten, plus mogelijk nog een vierdejaars student die een coördinerende en begeleidende rol op zich zal nemen.”</p><p><strong>Donaties</strong><br>De voorbereidingen zijn momenteel in volle gang. Bauman en Den Biggelaar zijn druk bezig met alle plannen en hebben in de afgelopen weken kleding voor de toekomstige azc-bewoners opgehaald. Den Biggelaar: “Hooghuis, de organisatie die de Fontys-kleding verzorgt, heeft vier dozen gedoneerd. Daarnaast hebben we bij Sport en Bewegen ook een grote container neergezet waar best wel wat spullen in zijn gelegd voor donatie.”&nbsp;</p><p>De kleding wordt in september overhandigd, ongeveer gelijktijdig met de officiële start van het project. In eerste instantie is alleen Sport en Bewegen erbij betrokken, maar de hoop is om later ook andere bacheloropleidingen van Fontys bij de samenwerking met het asielzoekerscentrum te kunnen betrekken. “Zoals Toegepaste Pscyhologie of Sociale Studies. We hopen dat het in verloop van tijd een Fontys-breed project wordt", aldus Bauman.</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,FHMG,Luiken,Student]]></category>
            <pubDate>Thu, 10 Jul 2025 15:58:25 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/ce4bad6a-4c29-4a00-bc75-a15f1aee5821/500_shutterstock-2368121065.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/ce4bad6a-4c29-4a00-bc75-a15f1aee5821/500_shutterstock-2368121065.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/ce4bad6a-4c29-4a00-bc75-a15f1aee5821/shutterstock-2368121065.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[sport sporten bewegen studenten]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Podotips voor de zomervakantie</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/podotips-voor-de-zomervakantie/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/podotips-voor-de-zomervakantie/</guid><pp:caseid>713589</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>De vakantie staat voor de deur. Of misschien is die zelfs al begonnen. Hoe dan ook: veel mensen gaan in de komende weken weg en in het kader van ik-ga-op-reis-en-neem-mee, vragen we docent podotherapie Henk Bronts om tips voor het perfecte zomerschoeisel.</strong></span></p><p><span>Of je nou op zonvakantie gaat, wandelvakantie, backpackreis of stedentrip: schoenen heb je altijd nodig. Bij de ene trip worden door Bronts alleen andere schoenen aangeraden dan bij de andere. Hij begint bij de zonvakantie.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/47ae243b-aa98-4d2d-8752-9120a8a41c97/500_fotohenkoptrapr13.jpg?x=1752065017023" alt="Foto Henk op Trap R13" width="200">“Dan zou ik natuurlijk slippers meenemen”, zegt hij. “Want bij een zonvakantie hoort ook een zee of zwembad. Zelf zou ik nooit voor de teenslipper gaan omdat ik die simpelweg niet fijn vind, maar voor een wandeling naar het strand kan dat prima. Ben je van plan een kilometerlange wandeling te maken? Kies dan voor een andere schoen.”</span></p><p><strong>Schadelijk</strong><br><span>Want, vervolgt Bronts, een slipper is natuurlijk niet bepaald stevig. “Een slipper draag je tijdens het lopen als het ware mee, waardoor je eigenlijk continu met je tenen naar beneden aan het duwen bent. Of je gaat heel erg sloffen, en dan heb je weer de kans dat je je teen gaat stoten.”</span></p><p><span>De hele zomer lang alleen maar slippers dragen is dus geen goed idee. Een boodschap die Bronts niet alleen zijn studenten verkoopt, maar ook zijn directeur Thom Rutten. “Hij kwam laatst naar me toe en zei dat ik een party pooper was. Zelf loopt hij namelijk ook de hele zomer op slippers.”</span></p><p><strong>Bergwandeling</strong><br><span>Wil je tóch luchtige schoenen dragen, kies dan voor een sandaal, zegt Bronts. Want die zorgt in ieder geval voor iets meer stevigheid. Waterschoenen kunnen handig zijn als je bij een riviertje met een rotsige bodem zit, zodat je iets meer bescherming hebt. En ben je van plan om veel te gaan wandelen tijdens een natuurvakantie, kies dan voor - jawel - een wandelschoen.</span></p><p><span>Bronts: “Als je voornamelijk wandelingen op verharde paden maakt, voldoet een lage wandelschoen of zelfs een goede sneaker. Maar wie de bergen in gaat, doet er beter aan om een wat hogere bergschoen te dragen. En dan is het weer heel belangrijk dat je daar goede, passende sokken bij draagt zodat je blaren voorkomt.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/804a9b68-1441-4e14-a212-f95656aeeb9d/500_shutterstock-2578322297.jpg?x=1752064184821" alt="" width="200">Met goede sokken bedoelt hij sokken zonder allerlei naadjes. Dat kunnen sportsokken zijn of speciale (iets duurdere) wandelsokken. Een ander hulpmiddel om blaren te voorkomen is sport- of kinesiotape, die je preventief op je hakken of andere probleemgebieden plakt.&nbsp;</span></p><p><span>“Als je allergisch bent voor pleisters – en ja, dat komt voor – kies dan voor kinesiotape, want die is hyperallogeen. Om blaren tussen de tenen tegen te gaan, kun je wandelwol gebruiken.”</span></p><p><span>Maar ja, wat als het te laat is en die blaren er al zitten? Doorprikken en strak afplakken, luidt het advies van Bronts. “Alleen moet je er dan wel voor zorgen dat het goed schoon is, want als je er een gaatje in maakt, bestaat er een kans dat er viezigheid in komt. En dat kan dan weer infecties met zich meebrengen. Zelf doe ik er daarna nog plakvilt omheen; dat kun je halen bij de apotheker.”</span></p><p><strong>Stevigheid</strong><br><span>Wat Bronts verder nog wil meegeven, is dat je – waar je ook heengaat – altijd moet gaan voor een schoen die lekker zit. Het liefst eentje met een vetersluiting zodat-ie strak om je voet heen zit, maar ook omdat je ‘m dan losser kunt maken als je voet aan het einde van de dag wat opzwelt. “Een schoen met een stevige onderkant wordt aangeraden, dus dan bedoel ik geen All Stars.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHMG,FHPM,Luiken]]></category>
            <pubDate>Wed, 09 Jul 2025 14:45:09 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/cc47de55-5ec6-4601-b29b-17dde4662f0c/500_shutterstock-1144812962.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/cc47de55-5ec6-4601-b29b-17dde4662f0c/500_shutterstock-1144812962.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/cc47de55-5ec6-4601-b29b-17dde4662f0c/shutterstock-1144812962.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[slippers strand zee zomer vakantie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nog betere aansluiting voor leerlingen: Junior Academie breidt uit</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nog-meer-aansluiting-op-vo-junior-academie-breidt-uit/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nog-meer-aansluiting-op-vo-junior-academie-breidt-uit/</guid><pp:caseid>711164</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Jongeren al vroeg in de studieloopbaan kennis laten maken met het vak techniek gebeurt bij Fontys al een tijdje. Maar vanaf het nieuwe collegejaar wordt er ook ingezet op andere domeinen. De Fontys Junior Academie breidt zich flink uit.</strong></p><p>De Fontys Junior Academie is jaren geleden in het leven geroepen om de overstap vanuit het voortgezet onderwijs en mbo naar het hbo zo soepel mogelijk te maken. Dat gebeurt met zogeheten ‘aansluitingsactiviteiten’, die tot nu toe vooral in de techniekbranche worden georganiseerd. Maar vanaf het nieuwe studiejaar komen daar ook de domeinen Economie & Communicatie, Educatie, Mens & Gezondheid/Paramedisch bij.&nbsp;</p><p><strong>Keuze is reuze</strong><br>Dat heeft als reden dat de studiekeuze voor leerlingen momenteel enorm is. Misschien zelfs wel te groot, en daardoor zien veel studiekiezers door de bomen het bos niet meer. Want ga er maar aanstaan: je rondt als jong bloempje de middelbare school af zonder enig idee welk carrièrepad je wil gaan bewandelen. Toch is het van groot belang dat je op dit moment een studie kiest die bij je past.</p><p>Maar dat is ’t hem nou juist. Want hoe weet jij welke studie bij je past? Nou, dat is dus waar de Junior Academie om de hoek komt kijken. Want met de activiteiten die hier worden georganiseerd, krijgen leerlingen van het voortgezet onderwijs en het mbo een kijkje in verschillende keukens. Voorheen dus alleen in de technische keuken, maar vanaf het nieuwe studiejaar kunnen ze ook kennismaken met alles wat met economie, communicatie, educatie en de gezondheidswereld te maken heeft.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/20543272-25cf-4861-8dc4-0d575541b98a/500_nienkevanotterloo.png?x=1750160340223" alt="Nienke van Otterloo" width="200">“Wij organiseren activiteiten om leerlingen in aanraking te laten komen met de verschillende domeinen, zodat ze een beter beeld krijgen van wat ze leuk of juist niet leuk vinden”, legt Nienke van Otterloo uit, coördinator bij de Junior Academie, afdeling Techniek. Maar daar blijft het niet bij, want: “Aangezien docenten daar een grote rol in spelen en het belangrijk is dat zij weten hoe het vervolgonderwijs eruitziet, organiseren we ook voor docenten verschillende activiteiten.”</p><p><strong>Officiële start</strong><br>Officieel worden de ‘extra’ domeinen pas vanaf september bij de Junior Academie betrokken, maar achter de schermen wordt er wel al aan die nieuwe stap gewerkt. “<span style="text-align:left;">Vanuit de domeinen werken we al een jaar samen binnen de Junior Academie, afgelopen jaar in pilotvorm, komend jaar met een vaste jaarplanning en gezamenlijke website</span>”, vervolgt Van Otterloo.</p><p>Haar collega Martje Pool, die als strategisch consultant aansluiting vanuit de centrale diensten advies uitbrengt over hoe de aansluiting met het voortgezet onderwijs en mbo verbeterd kan worden, vult haar aan. “Veel scholen zien ons als één Fontys, maar Fontys bestaat uit heel veel verschillende instituten met heel veel verschillende contactpersonen. Dat is voor het voortgezet onderwijs natuurlijk niet te overzien, en daarom brengen we met de Junior Academie alles samen.”</p><p><strong>Meerder doelen</strong><br>Tijdens de activiteiten die de Junior Academie organiseert, worden deelnemers aan het werk gezet om de breedte van het domein en vakgebied te laten zien. Met als hoofddoel mensen enthousiast te maken voor dat domein, maar ook om te voorkomen dat ze de verkeerde studiekeuze maken.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/934787ef-860b-4145-85f3-8d3b43e2d90d/500_1000042583.jpg?x=1750160363964" alt="Martje Pool" width="200">Pool: “We willen natuurlijk onder de aandacht brengen wat we hebben, maar dat is uiteindelijk niet het doel. Het grote doel is om de overstap tussen het voortgezet onderwijs en hbo minder groot te maken en bij te dragen aan een goede studiekeuze. Er zijn immers heel veel havisten met motivatieproblemen die overstappen naar het mbo en dan uitvallen, en om dit tegen te gaan wordt er gekeken hoe de havo praktijkgerichter kan worden en zo kan bijdragen aan de voorbereiding op het hbo. Onze activiteiten sluiten daar mooi op aan.”</p><p>Met de nieuwe domeinen die vanaf september worden toegevoegd, wordt Fontys met een groter deel vertegenwoordigd dan ooit. Maar dan zijn ze er nog steeds niet helemaal. Gaat dat in de toekomst nog veranderen? “We zijn nu met een aantal grote domeinen gestart en gaan hiermee kijken waar de struikelblokken en winkansen liggen, maar uiteindelijk hopen we alle Fontys-instituten te vertegenwoordigen bij de Junior Academie.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Luiken,FHEC,FHMG,FHTN,FHE,FHKE,PRO Communicatie,PRO Economie,PRO Educatie,PRO Techniek,PRO Gezondheidszorg,PRO Gezondheid]]></category>
            <pubDate>Tue, 17 Jun 2025 13:39:46 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/9933c02d-2b60-45f9-aada-06f13d5fcb25/500_shutterstock-1962091198.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/9933c02d-2b60-45f9-aada-06f13d5fcb25/500_shutterstock-1962091198.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/9933c02d-2b60-45f9-aada-06f13d5fcb25/shutterstock-1962091198.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[studie keuze richting]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Geen straf maar &#039;herstel&#039; voor student die fraude pleegde</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/geen-straf-maar-herstel-voor-student-die-fraude-pleegde/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/geen-straf-maar-herstel-voor-student-die-fraude-pleegde/</guid><pp:caseid>701069</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Een fysiostudent die schuldig wordt bevonden aan fraude, wordt een jaar lang uitgesloten van toetsing. Die maatregel werd voorheen door de Raad van State aangemerkt als ‘strafsanctie’, maar de Raad heeft woensdag besloten dat voortaan anders te zien en de sanctie nu aan te merken als ‘herstelsanctie’. En dat is bijzonder, stelt Fontys-jurist Marlies Hesseling-Hertsenberg.</strong></span></p><p style="text-align:start;">De student in kwestie had <a href="https://bron.fontys.nl/schorsing-dreigt-voor-student-die-eigen-stagebeoordelingen-verzon/" target="_blank">fraude gepleegd</a> door zelf stagebeoordelingen te verzinnen, afkomstig van niet bestaande mensen en bedrijven. Ook maakte hij websites van niet bestaande bedrijven waar hij zou hebben stage gelopen.</p><p style="text-align:start;"><strong>Geen eerlijke kans</strong><br>Als straf werd hij door de examencommissie van zijn opleiding een jaar lang uitgesloten van toetsing. De student en zijn gemachtigde waren het daar niet mee eens en stelden dat de uitsluiting gezien moest worden als een straf waarbij alle procedure-eisen van toepassing zijn die ook gelden bij een strafproces (ook wel procedurele waarborgen genoemd). Daar hoort ook het bekende zinnetje bij: ‘Je bent niet tot antwoorden verplicht’.</p><p style="text-align:start;">Ze stelden dat de student geen eerlijke kans heeft gekregen om zich te verweren, onder meer omdat niet alle bewijsstukken met de student waren gedeeld en omdat er door de examencommissie niet was aangegeven dat de student geen antwoord hoefde te geven op vragen. Oftewel: ‘Hij was niet tot antwoorden verplicht’.&nbsp;</p><p style="text-align:start;"><strong>Fraude bewezen</strong><br>Het college van beroep voor de examens van Fontys oordeelde dat de student niet in zijn verdediging was geschaad, dat de fraude bewezen was en verklaarde het beroep van de student ongegrond. De gemachtigde van de betreffende student stelde vervolgens beroep in bij de Raad van State.&nbsp;</p><p style="text-align:start;">Tot veler verrassing is de Raad mee gegaan in het verweer van Fontys en heeft in de uitspraak van woensdag een nieuw standpunt ingenomen. Namelijk dat dergelijke sancties niet langer als ‘bestraffend’ worden gezien, maar als ‘herstelsancties'.&nbsp;</p><p style="text-align:start;">Dat wil zeggen: de maatregel wordt niet opgelegd met het idee om de student te straffen, maar juist om hem ‘te vormen en op te voeden’. Het pedagogische en disciplinaire karakter van de sanctie staat voorop en de procedurele waarborgen uit het strafrecht zijn niet langer van toepassing.</p><p><strong>In gesprek</strong><br>Door de uitspraak van de Raad van State is het bijvoorbeeld niet meer nodig om de student vooraf mee te delen dat hij niet tot antwoorden verplicht is, waardoor er meer ruimte is om met de student in gesprek te gaan.&nbsp;</p><p style="text-align:start;">Jurist Marlies Hesseling-Hertsenberg is blij met de uitspraak. Want, stelt ze: “Wij zijn er om deze student iets te leren en we moeten wel een sanctie kunnen opleggen als er sprake is van fraude. Een student is bij ons nooit een potentiële verdachte in strafrechtelijke zin, maar een student die wij willen opleiden tot een goede professional waar het beroepenveld blij mee is."</p><p style="text-align:start;">Ze vervolgt: "We willen graag het gesprek met de student aangaan om te weten waarom hij tot fraude is gekomen en of hij beseft dat hij verkeerd bezig is. En als we een maatregel opleggen is dat ook altijd met de bedoeling om de student te laten reflecteren op zijn gedrag, zodat hij ervan kan leren en zijn gedrag kan verbeteren.”</p><p style="text-align:start;"><strong>‘Chapeau’</strong><br>Ook Jelte Kamminga, jurist bij Hogeschool Leiden, noemt het ‘een mooi resultaat voor het gehele hoger onderwijs’. In een felicitatie richting Fontys zegt hij: “<span>Ik geef eerlijk toe dat ik niet dacht dat het zou lukken maar jullie hebben een heleboel mensen hun ongelijk bewezen, waaronder mijzelf. Daarmee hebben jullie ons allemaal een goede dienst bewezen en lastig werkbare jurisprudentie van tafel gekregen.</span> Chapeau!”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 24 Apr 2025 15:32:57 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_fotolaptopmetgoogle.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_fotolaptopmetgoogle.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/fotolaptopmetgoogle.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Foto laptop met Google]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Verpleegkundedocent strijdt voor meer mannen in de zorg</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/verpleegkundedocent-strijdt-voor-meer-mannen-in-de-zorg/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/verpleegkundedocent-strijdt-voor-meer-mannen-in-de-zorg/</guid><pp:caseid>694471</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Nog geen 12 procent van alle mensen die in de verpleegkunde werken is man. Docent Jelle Reijngoudt maakt deel uit van dat kleine percentage en hoopt dat veel mannen hem zullen volgen.</strong></p><p>Het is algemeen bekend dat het zorgwereldje voornamelijk uit vrouwelijke werknemers bestaat. Van alle beroepsgroepen die hierbinnen vallen, is er volgens het <a href="https://www.bigregister.nl/over-het-big-register/cijfers" target="_blank">CIBG</a> slechts één die meer mannen telt dan vrouwen: het tandartsvak. Alle andere beroepsgroepen worden voor het overgrote deel uitgevoerd door vrouwen, met het verpleegkundevak als één van de grootste uitschieters.</p><p>Hetzelfde geldt voor zorgstudies, en dan met name de verpleegkunde-opleidingen: ook die worden voornamelijk gevolgd door vrouwelijke studenten. De klassen van verpleegkundedocent Jelle Reijngoudt tellen hooguit twee mannen. En ook toen hij ruim zes jaar geleden zelf nog studeerde, was het aantal mannen in overduidelijke minderheid.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/c16f3f75-94d5-468c-9953-d829f66b5f9d/500_pasfotojelle-2.jpeg?x=1744892233655" alt="Jelle Reijngoudt" width="200">Toch weerhield dat hem er destijds niet van om de studie te volgen. “Toen ik in 5 vwo zat, lag mijn opa in het ziekenhuis. Ik kwam daar bijna iedere dag en zag wat de verpleging voor hem deed. Dat maakte dusdanig impact dat ik een dagje ben gaan meelopen in het ziekenhuis. Kort daarna volgde de keuze voor een zorgopleiding. Al heb ik ook nog even getwijfeld over een studie criminologie aan de universiteit.”&nbsp;<span>&nbsp;</span>&nbsp;</p><p><strong>Onrealistisch beeld</strong><br>Na zijn afstuderen is Reijngoudt als wijkverpleegkundige gaan werken, daarna rolde hij ‘per ongeluk’ in het docentenvak. En het is in die rol als leraar dat hij vorige week de introductie van een zogeheten BoysDay bij het Sondervick College verzorgde, waar alle jongens uit het tweede jaar meer informatie kregen over het werken in de zorg.</p><p>Daar zat hij in eerste instantie helemaal niet op te wachten – want waarom zouden dertienjarige jongens naar zijn verhaal luisteren – maar uiteindelijk besloot hij toch op het verzoek van de school in te gaan. Dit was immers de uitgelezen kans om het vertekende beeld dat veel mensen van de zorg hebben, te veranderen. Reijngoudt vindt het namelijk zonde en bovendien onnodig dat er zo onrealistisch gedacht wordt over de taken die bij dit beroep horen.&nbsp;</p><p><strong>Andere energie</strong><br>“We doen veel meer dan billen wassen en steunkousen aantrekken”, zegt hij. “Het is een behoorlijk stigmatiserend beroep. Het verpleegkundevak wordt heel gauw geassocieerd met vrouwen. En als het al om mannen gaat, dan zijn het altijd homoseksuele mannen. Dat is altijd al zo geweest en is eigenlijk nooit veranderd. Als ik bijvoorbeeld kijk naar de boekjes die ik voor mijn zoontje voorlees, zoals Nijntje, dan staat een verpleegkundige altijd als zuster afgebeeld. Nooit als man.”</p><p>Het is volgens Reijngoudt belangrijk dat dit verandert omdat mannen hard nodig zijn in de zorg. Ze zorgen voor een andere energie, andere teamsfeer en het nemen van andere beslissingen. “Ik denk dat het heel goed is om vrouwen meer met mannen te combineren. Net zoals dat het geval is bij typische mannenberoepen. Zet er een vrouw tussen en de complete dynamiek verandert op een positieve manier.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 17 Apr 2025 14:33:59 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4e0fd58e-4ee7-49b3-9211-8a2284035867/500_jellereijngoudt.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4e0fd58e-4ee7-49b3-9211-8a2284035867/500_jellereijngoudt.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4e0fd58e-4ee7-49b3-9211-8a2284035867/jellereijngoudt.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[jellereijngoudt]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Beroep verpleegkunde is veelzijdiger dan beeld schetst&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/beroep-verpleegkunde-is-veelzijdiger-dan-beeld-schetst/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/beroep-verpleegkunde-is-veelzijdiger-dan-beeld-schetst/</guid><pp:caseid>691613</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Ja, een verpleegkundige verzorgt inderdaad wonden en dient medicatie toe. Maar een verpleegkundige doet ook veel meer dan dat. Om de veelzijdigheid van het beroep op de kaart te zetten is Fontys samen met zestien andere hbo-opleidingen een nieuwe campagne gestart.</strong></p><p>Zeventien opleidingen Verpleegkunde in Nederland zijn onder de vlag van het Landelijk Overleg Opleiding Verpleegkunde (LOOV) het nieuwe platform ontdekverpleegkunde.nl begonnen. Marloes van den Broek, opleidingsmanager bij Fontys Verpleegkunde, is daar als voorzitter bij betrokken. <span>Zij zegt dat het nodig is om de breedte van het beroep hbo verpleegkunde zichtbaar te maken.</span></p><p>“De tekorten in de zorg gaan we hier niet mee oplossen, maar we hopen wel het eenzijdige beeld dat veel mensen nu van verpleegkunde hebben, te kunnen veranderen. Het is vaak niet duidelijk welke kansen het beroep allemaal biedt en daar willen we iets aan doen. We willen zichtbaarheid geven aan de veelzijdigheid van de hbo-verpleegkundige.”</p><p><strong>Doorgroeimogelijkheden</strong><br>Nu wordt het beeld in veel gevallen beperkt tot het werken in het ziekenhuis. Maar, legt Van den Broek uit, er zijn veel meer sectoren waar verpleegkundigen kunnen werken. “Wat nu vaak onderbelicht blijft, is dat er heel veel doorgroeimogelijkheden zijn. We worden steeds meer uitgedaagd om innovatief te denken, c<span>omplexe zorgtrajecten te coördineren en leiderschap te tonen</span>. We willen op een positieve manier laten zien wat er allemaal gebeurt in de zorg.”&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/230381d1-d77f-4a90-b24e-01e78f1831db/500_whatsappimage2025-03-24at09.02.13.jpeg?x=1742815361960" alt="Marloes van den Broek" width="200">Want er gebeurt genoeg, stelt de opleidingsmanager. Technologische innovaties bijvoorbeeld, het gebruik van AI, de toename van techniek op de operatiekamers, en ga zo nog maar even door. “We zien studenten op dat vlak groeien; ze vinden het leuk om daarmee bezig te zijn en halen er energie uit. Dat willen we ook aan de rest van Nederland laten zien.”</p><p>En met ‘de rest van Nederland’ doelt Van den Broek ook op mannen, omdat deze doelgroep nog erg achterblijft binnen de verpleegkunde-opleiding en de zorg. “Het zijn nog steeds vaak vrouwen die zich aanmelden voor deze studie. En als het al mannen zijn, dan trekken ze vaak naar bepaalde sectoren zoals acute zorg, de psychiatrie en defensie. Maar mannen zijn natuurlijk ook nodig in andere richtingen, zoals ouderenzorg. Met de campagne hopen we ook die zichtbaarheid te vergroten.”&nbsp;</p><p><strong>Verschillende doelgroepen</strong><br>De boodschap wordt via verschillende kanalen verspreid om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Naast de mannen zijn dat jonge ‘potentials’ van 15 tot 22 jaar, de deeltijd doelgroep van 30 tot 45 jaar en de ouders van potentiële studenten. “We hebben samen met de andere hogescholen de handen ineengeslagen om meer zichtbaarheid aan het beroep te geven. Dat we daar ondanks de regionale verschillen in de instroom – bij de een daalt de instroom terwijl die bij de ander stijgt – samen de verantwoordelijkheid voor pakken, maakt me trots.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,PRO Gezondheid,PRO Gezondheidszorg,Luiken]]></category>
            <pubDate>Mon, 24 Mar 2025 14:34:06 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_stage-stagiair-verpleegkunde-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_stage-stagiair-verpleegkunde-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/stage-stagiair-verpleegkunde-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[stage_stagiair_verpleegkunde_shutterstock zorg]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Docent maakt fysio voor mensen in armoede mogelijk</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/docent-maakt-fysio-voor-mensen-in-armoede-mogelijk/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/docent-maakt-fysio-voor-mensen-in-armoede-mogelijk/</guid><pp:caseid>690228</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Fysiotherapie is vaak te duur voor mensen die in armoede leven. Aanvullend verzekeren kan, maar ook dat kost veel geld. Dus wat blijft er over voor mensen die het niet breed hebben? Docent Johan Huijsmans springt voor hen in de bres.</strong></p><p>Een half jaar geleden kreeg Johan Huijsmans, docent bij de opleiding Fysiotherapie, een belletje van Stichting ANDERS Eindhoven. Zij hadden een patiënt, een zwangere vrouw, die fysiotherapie nodig had maar dat niet kon betalen. De vraag was of Huijsmans iemand kende die haar kon helpen.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b83d9472-6feb-4513-b298-4a71d242da37/500_johanhuijsmans1.jpg?x=1741600479535" alt="Johan Huijsmans" width="200">Die persoon kende hij. De vrouw werd doorverwezen naar een collega van Fontys Centre of Health & Movement, waar – voornamelijk met studenten en docenten - spreekuren gehouden worden waar mensen gratis naartoe kunnen. “De insteek daarvan is om authentieke situaties te creëren voor onze studenten. Het werkveld naar binnenhalen”, legt Huijsmans uit. “Mensen die zorg niet kunnen betalen, vormen ook een doelgroep. Maar daar zijn we nog nooit mee in aanmerking gekomen.”</p><p>En toen ontstond bij Huijsmans het idee om daar iets mee te doen. “We hebben sinds de nieuwbouw een hele mooie fitnessruimte in R12. Ik wilde daar al langer iets mee, maar had nooit de juiste doelgroep. Nu hebben we die wel”, vervolgt Huijsmans. Vlak voor de krokusvakantie is het project gestart. Mensen die in armoede leven kunnen vrijblijvend langskomen om samen met een zestal studenten aan de slag te gaan met hun hulpvraag. De één komt met klachten, de ander wil bijvoorbeeld fitter worden.</p><p><strong>Echte situaties</strong><br>“Het idee hiervan is dat studenten te maken krijgen met authentieke situaties en de echte patiënt. In dit geval gaat het om een doelgroep die ver-van-hun-bedshow is. Dat was voor mij de meerwaarde om hiermee aan de slag te gaan, los van het maatschappelijke belang. Dit zijn patiënten die onze studenten in eerste instantie niet snel tegenkomen. Ze leren hiermee in de praktijk een stukje sensitiviteit en communicatie te ontwikkelen richting een andere doelgroep dan waar ze zichzelf in begeven.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/760e78a5-0a96-4275-986c-141d27e633c2/500_20250220-120949.jpg?x=1741600516276" alt="" width="200">Het project zou eigenlijk met acht patiënten van start gaan, maar slechts één van hen is op komen dagen. Daarover zegt een van de deelnemende studenten: “Eén van de redenen waarom ik dit project ben gaan doen is omdat het een doelgroep is waarvan je denkt dat je er veel over weet, maar wat dus eigenlijk niet zo is. Zijn er patronen waardoor ze zich afmelden? Misschien is er een bepaald soort schaamte dat vaker voorkomt dan ik misschien besef. Met dit project krijgen we een veel beter beeld van hoe we daar als toekomstige fysiotherapeuten mee om moeten gaan.”&nbsp;<span>&nbsp;</span></p><p><strong>Mooie aanvulling</strong><br>Bij de opleiding zelf krijgen ze niet vaak te maken met mensen die in armoede leven. “We krijgen geen voorlichting over hoe deze doelgroep in elkaar steekt”, zegt een andere student. “Daarom is het een mooie aanvulling op de opleiding. We leren nu wat we wel en niet aan een patiënt kunnen vragen en wat een patiënt wel of niet kwijt wil. Wat wil die persoon zeggen over zijn persoonlijke situatie en in hoeverre hebben we bepaalde informatie nodig om een behandelplan te kunnen maken?”</p><p>Het project loopt momenteel tien weken, maar als het succesvol blijkt, hoopt docent Huijsmans op uitbreiding. “Ik wil er graag iets structureels van maken dat het hele jaar doorloopt. Hopelijk voor studenten van de hele opleiding. Nu doen alleen tweedejaars mee.”</p><p>&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,PRO Onderwijs,PRO Gezondheid,Luiken,Eindhoven]]></category>
            <pubDate>Mon, 10 Mar 2025 11:40:43 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2c358acc-4610-450f-8e67-f20032bb387b/500_schermshyafbeelding2025-03-10om10.51.48.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2c358acc-4610-450f-8e67-f20032bb387b/500_schermshyafbeelding2025-03-10om10.51.48.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2c358acc-4610-450f-8e67-f20032bb387b/schermshyafbeelding2025-03-10om10.51.48.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Studenten helpen een pati&amp;euml;nt]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Veerle Buurman ruilt Fontys in voor topvoetbalclub Chelsea</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/veerle-buurman-ruilt-fontys-in-voor-topvoetbalclub-chelsea/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/veerle-buurman-ruilt-fontys-in-voor-topvoetbalclub-chelsea/</guid><pp:caseid>687066</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Bij de start van haar opleiding Fysiotherapie had Veerle Buurman (18) zich voorgenomen haar diploma te halen. Maar de voetbalster wist toen nog niet dat ze zo snel zou opklimmen binnen het vrouwentopvoetbal. Dit jaar wil ze haar propedeuse halen en dan vertrekt ze in de zomer waarschijnlijk naar de Engelse topclub Chelsea.&nbsp;</strong></p><p>Veerle Buurman reageert vrijwel meteen op de vraag of ze een interview wil geven voor Bron. Ze is enthousiast en vertelt graag over haar bijzonder snelle entree in het vrouwentopvoetbal. Uiteindelijk blijkt ze pas anderhalve maand later tijd te hebben voor een gesprek. Het tekent het drukke leven van de student en profvoetbalster. Hele dagen staat ze op het veld, daarnaast studeert ze en heeft ze ook nog een privéleven. “Druk was het altijd al”, zegt ze, “maar nu moet ik keuzes gaan maken.”&nbsp;<br><br>En dus ruilt Veerle Fontys in voor Chelsea. Dat betekent dat ze na dit studiejaar stopt met haar opleiding Fysiotherapie. Wel hoopt ze nog haar propedeuse te halen. Dat vindt ze belangrijk. “Bij de start van mijn studie had ik me voorgenomen om mijn diploma te halen, maar met mijn propedeuse ben ik nu ook al heel tevreden. Of ik mijn opleiding ooit nog oppak en afmaak, weet ik niet. Dat hangt ervan af hoe mijn voetbalcarrière verloopt.”&nbsp;<br><br>Het is september 2023 als Veerle voor het eerst haar studieboeken opent. De keuze voor fysiotherapie lag voor de hand: “In het voetbal is je lichaam heel belangrijk, van het fysieke tot het mentale. Daar wilde ik meer over weten.” Ze volgt een aangepast programma zodat ze op hoog niveau kan blijven voetballen. “Het contact met docenten en studenten is heel goed, die begrijpen waarom ik er bijna nooit ben.”&nbsp;</p><p><strong>De jongens ontgroeid</strong><br><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:251/auto;width:251px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a8a41eed-b032-452b-ba8c-20ab5c4709d5/800_sportclubbemmelalskleinmeisje.jpg?x=1738747250267" alt="Veerle bij FC Bemmel, als klein meisje." width="251" height="auto">Veerle is vijf jaar als ze met twee vriendjes op voetbal gaat. “Destijds waren er nog niet zoveel meisjes die wilden voetballen, dus ik speelde met de jongens mee. En ook later, toen er meidenteams kwamen, bleef ik met de jongens meedoen. Mentaal en fysiek was ik meer aan hen gewaagd.” Tot haar zeventiende speelt ze bij FC Bemmel. Ze reist dan al regelmatig naar Eindhoven om een maatwerktraject te volgen bij Jong PSV-vrouwen. Uiteindelijk stapt ze helemaal over naar de Eindhovense club; ze is de jongens met wie ze twaalf jaar lang samenspeelde ontgroeid.&nbsp;<br><br>Vanaf dat moment gaat het snel. Veerle speelt nog geen twee maanden bij Jong PSV-vrouwen als ze doorstroomt naar Vrouwen 1, het eerste elftal dat meespeelt in de eredivisie. Ze is dan net begonnen aan haar studie Fysiotherapie. “Steeds vaker mocht ik meetrainen en ik zat regelmatig bij de selectie, vaak zat ik dan op de bank, maar ik was er wel bij en ik trainde op hoog niveau. In korte tijd deed ik heel veel ervaring op.” In januari 2024 maakt ze haar debuut in de eredivisie en tekent ze een contract bij PSV. “Vanaf dat moment ben ik niet meer uit de basis geweest.”&nbsp;<br><br><strong>Nederlands elftal</strong><br>Dan volgt weer een paar maanden later een ander hoogtepunt. “Ik werd gebeld door het Nederlands elftal van Andries Jonker”, zegt Veerle nog steeds opgetogen. In de zomer traint ze een paar maanden mee. Dan vliegt ze met het jeugdteam onder 20 van de KNVB naar Colombia voor het WK. “Ik werd even teruggezet om interlandervaring op te doen. We zijn vierde van de wereld geworden.” Tijdens dit toernooi koopt de Engelse topvoetbalclub Chelsea Veerle van PSV op haar voorwaarde dat ze er nog een jaar mag blijven spelen, onder meer om haar propedeuse te kunnen halen. [<i>tekst gaat verder onder de foto's</i>]</p><p>Kort na thuiskomst uit Colombia maakt Veerle haar debuut in het Nederlands elftal in een wedstrijd tegen Denemarken. Tijdens haar tweede interland in december scoort ze. Over drie maanden loopt het verhuurcontract af bij PSV en gaat ze waarschijnlijk naar Engeland om voor Chelsea te spelen. Terugblikkend concludeert de voetbalster dat het een flitscarrière is. “Heel weinig vrouwen krijgen <img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:223/auto;width:223px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/9a6e64d7-e456-4af0-99a1-386a65032942/800_septembercontractgetekendbijchelsea.jpg?x=1738746555236" alt="Onder contract bij Chelsea" width="223" height="auto">zo’n kans, en bijna nooit op zo’n jonge leeftijd. Er is maar een handjevol Nederlandse voetbalsters dat van de sport kan leven. Veel van hen moeten ernaast werken. Ik studeer nu nog en weet hoe zwaar dat is. Daarom heb ik de keuze gemaakt om me straks volledig op het voetballen te focussen, omdat het kan.”&nbsp;<br><br><strong>Nieuwe uitdaging</strong><br>Veerle kijkt uit naar de nieuwe uitdaging die opdoemt aan de overkant van het kanaal. Ze somt op: een nieuw team, een hoger niveau, een andere competitie. “Het Engelse vrouwenvoetbal is echt de beste competitie om in te spelen, met heel veel teams die goed zijn, en waar je elke week voor een nieuwe uitdaging staat.” En ze kijkt met een nuchtere voetbalblik naar alles wat ze achterlaat: familie, vrienden en haar studie. “Ik ben wekenlang in Colombia geweest en dat is me prima afgegaan. Zo lang ik doe waar ik plezier in heb, komt het wel goed.”&nbsp;</p><p><i>Foto bovenin: Veerle in actie tijdens de wedstrijd tegen Colombia in de kwartfinale van het WK in Colombia. &nbsp;</i></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHMG,PRO Sport,Student,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Wed, 05 Feb 2025 10:42:59 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/fe90cb38-11a3-418e-8c11-00d267756f03/500_veerle.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/fe90cb38-11a3-418e-8c11-00d267756f03/500_veerle.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/fe90cb38-11a3-418e-8c11-00d267756f03/veerle.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[WK Colombia, wedstrijd tegen Colombia kwartfinale-vierkant]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Oud-fysiostudent eist collegegeld terug van Fontys</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/oud-fysiostudent-eist-collegegeld-terug-van-fontys/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/oud-fysiostudent-eist-collegegeld-terug-van-fontys/</guid><pp:caseid>686679</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Een voormalige Fontysstudent fysiotherapie die niet mocht afstuderen omdat hij niet aan alle eisen van zijn opleiding voldeed, krijgt mogelijk twee jaar collegegeld terugbetaald. De Raad van State gaf dat advies deze week toen de zaak werd behandeld.</strong></p><p>De student begon in 2014 met zijn opleiding. Formeel begon hij in september 2019 met zijn afstudeeropdracht, maar jaren later kreeg hij volgens het Eindhovens Dagblad te horen dat hij niet mocht afstuderen, omdat hij niet aan de door Fontys in 2022 aangescherpte eisen voldeed. Studenten moesten in dat jaar nieuwe vakken halen en bovendien moesten alle opdrachten en tentamens van het tweede studiejaar klaar zijn.</p><p>De fysiostudent was daar naar eigen zeggen niet van op de hoogte omdat hij er nooit op gewezen is. Maar dat is volgens Fontys niet waar. “Fontys probeert studenten altijd zo goed&nbsp;mogelijk te informeren over wijzigingen in de opleidingen.&nbsp;In algemene zin worden studenten via portalberichten op de hoogte gesteld en van studenten wordt verwacht dat zij die berichten lezen”, klinkt het in een reactie. “Daarnaast staan de ingangseisen in de OER; studenten worden geacht op de hoogte te zijn van de geldende regels en ingangseisen.”</p><p><span style="text-align:left;">De Adviescommissie deed onderzoek naar de informatievoorziening. Het blijkt niet goed meer te herleiden of alle informatievoorziening deze student in goede orde bereikte en wat daarin de eigen verantwoordelijkheid van de student was.</span></p><p><strong>Rechtszaak</strong><br>Toen de student van het Fontysbestuur te horen kreeg dat hij niet is benadeeld, spande de man een rechtszaak aan. Hij eiste het collegegeld terug van vijf studiejaren, maar daar gaat Fontys niet mee akkoord.</p><p>“Fontys heeft vastgesteld dat sommige zaken aan de kant van de opleiding niet helemaal goed zijn verlopen, maar dit heeft zeker geen betrekking op vijf studiejaren. Tevens is duidelijk geworden dat ook de student zaken heeft laten liggen. Fontys is daarom ook niet bereid om mee te gaan met het verzoek van de student en heeft daarom zijn bezwaar vorig jaar ongegrond verklaard. Naar aanleiding van de zitting bij de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State is door de rechter een schikking voorgesteld die Fontys in overweging neemt.”</p><p>Die schikking omvat het terugbetalen van maximaal twee jaar collegegeld. Fontys doet daar nog geen mededelingen over. De student kan zich er volgens het ED in vinden.</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,FHPM]]></category>
            <pubDate>Fri, 31 Jan 2025 10:52:38 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/5d1e06d8-08f8-423b-ae8a-a6a95a91affc/500_fysiotherapieknie.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/5d1e06d8-08f8-423b-ae8a-a6a95a91affc/500_fysiotherapieknie.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/5d1e06d8-08f8-423b-ae8a-a6a95a91affc/fysiotherapieknie.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[fysiotherapie knie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Medische olifant geeft belangrijke boodschap af</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/medische-olifant-geeft-belangrijke-boodschap-af/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/medische-olifant-geeft-belangrijke-boodschap-af/</guid><pp:caseid>685520</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Wie nu het R13-gebouw op campus Rachelsmolen binnenloopt, ziet een enorme olifant staan. Geen echte natuurlijk, maar wel eentje met een belangrijke boodschap. Het bijzondere wezen is gemaakt van medisch verpakkingsafval van zo’n tweehonderd staaroperaties.</strong></span></p><p><span>De olifant heeft de toepasselijke naam Polyfant gekregen en is gemaakt door kunstenares Rebecca Banens vanuit een initiatief van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het idee erachter? Het inzichtelijk maken van de grote hoeveelheid afval, en daarmee ook de uitstoot van broeikassen op het milieu, afkomstig uit de zorg.</span></p><p><span>De Polyfant reist het hele land door en staat momenteel bij Fontys, met dank aan verpleegkundedocent Suzanne Guffens. Ze vertelt dat de vervuiling die de zorg teweegbrengt een grote bedreiging is voor onze gezondheid. “Studenten en docenten moeten zich ervan bewust zijn dat het leveren van zorg een grote impact kan hebben op het milieu.”</span></p><p><strong>Oplossingen</strong><br>Want dat de zorgwereld veel afval met zich meebrengt, staat buiten kijf. Kijk alleen al naar de staaroperaties: daarvan worden er i<span>n Nederland ieder jaar zo’n 180.000 van verricht. Er komt bij die operaties zoveel afval bij kijken, dat we jaarlijks ongeveer 900 Polyfanten zouden kunnen maken met enkel schoon verpakkingsmateriaal. “Gelukkig wordt er door allerlei firma’s en industrieën al nagedacht over hoe verpakkingen kleiner kunnen worden gemaakt”, aldus Guffens.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:300/auto;width:300px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/41cee235-d740-4703-b627-92669770be72/800_schermafbeelding2025-01-22om14.52.35.png?x=1737554162691" alt="Suzanne Guffens bij de Polyfant" width="300" height="auto">“Maar wat ook al zou schelen, is als staaroperaties vaker dubbel worden uitgevoerd. Dus niet aan slechts één oog, zoals nu vaak gebeurt, maar aan twee ogen. Onderzoek wijst uit dat dit geen nadelige effecten heeft op de patiënt, terwijl het wel een heel groot positief effect heeft op de uitstoot van broeikasgassen.” Want, stelt de docent, zo hoeven patiënten die aan beide ogen geopereerd moeten worden, slechts één keer naar het ziekenhuis te rijden.</span></p><p><strong>Bewustzijn creëren</strong><br><span>Het in huis brengen van de Polyfant is volgens Guffens slechts een kleine stap in de goede richting om zoveel mogelijk bewustwording over duurzaamheid te creëren bij studenten en docenten. Volgens Guffens gebeurt dat nu te weinig in het bestaande onderwijs. “Ik haal het aan in mijn lessen omdat het mij aan het hart gaat, maar ik zou het graag verweven zien in het curriculum of als leerlijn.”</span></p><p><span>Die kant gaat het langzaam maar zeker op. Guffens is naast docent bij Fontys Mens en Gezondheid ook als docentonderzoeker actief bij het in september geopende GreenOffice, en houdt zich daar bezig met duurzame ontwikkeldoelen. “We zijn bij Fontys op zich al goed bezig”, vindt ze. “Kijk naar de reisbewegingen; met de NS-businesskaart worden medewerkers gestimuleerd om met het openbaar vervoer naar het werk te komen.”</span></p><p><span>Maar dan zijn we er nog niet. Guffens: “Ik denk dat we in de visies van de curricula heel duidelijk moeten zijn over leeruitkomsten die te maken hebben met duurzame ontwikkeldoelen. In 2018 heeft Fontys de Sustainable Development Goals-charter ondertekend. Sindsdien zijn er al stappen genomen, maar ik denk dat we de duurzame ontwikkeldoelen nog meer terug kunnen laten komen in de onderwijscurricula."&nbsp;</span></p><p><span>"Het is belangrijk dat we het belang daarvan laten inzien. En dat gaat in de komende jaren zeker gebeuren. Verschillende instituten hebben zich al bij ons aangesloten en kenbaar gemaakt dat ze mee willen denken. Ik wil graag ook andere opleidingen uitnodigen om eens stil te staan bij de inhoud van eigen curricula en te onderzoeken waar kansen liggen.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,PRO Gezondheid,PRO Gezondheidszorg,Eindhoven,Luiken]]></category>
            <pubDate>Thu, 23 Jan 2025 10:03:39 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/1e57096e-167a-4118-9f59-1cc1ce1c107a/500_schermafbeelding2025-01-22om14.52.21.png?10000" length="0" type="image/png" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/1e57096e-167a-4118-9f59-1cc1ce1c107a/500_schermafbeelding2025-01-22om14.52.21.png?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/1e57096e-167a-4118-9f59-1cc1ce1c107a/schermafbeelding2025-01-22om14.52.21.png?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Polyfant in R13]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fitphone levensveranderend voor studenten Mirthe en Iris</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fitphone-levensveranderend-voor-studenten-mirthe-en-iris/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fitphone-levensveranderend-voor-studenten-mirthe-en-iris/</guid><pp:caseid>684749</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p>Benieuwd naar Fitphone en de tool die het leven van Mirthe en Iris heeft veranderd? Je leest er meer over op de <a href="https://fitphone.nl/" target="_blank">website</a>. En je kunt zelf ook een interventie starten.&nbsp;<br>&nbsp;</p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>De smartphone is een zegen en een vloek. Stress, verminderde concentratie, een negatief zelfbeeld en slecht slapen. Jongeren hebben er veelvuldig mee te maken. Binnen het onderzoekstraject Fitphone verkennen studenten manieren om gezond smartphonegebruik onder jongeren tussen 18 en 25 jaar te bevorderen.</strong></p><p>“Niemand hoeft tegen me te zeggen dat ik mijn telefoon weg moet leggen”, was de eerste reactie van eerstejaarspedagogiekstudent Mirthe (22) toen ze hoorde dat ze was ingeloot voor het onderzoekstraject Fitphone. “Ingeloot ja, want niemand wilde hieraan meewerken.” Ook haar vriendinnen en medestudenten Iris, Julia en Tanja niet.&nbsp;<br><br><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:433/auto;width:433px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/6e4df349-2bc1-4306-a769-40f0445b3b3d/800_dsc03943.jpg?x=1737021815227" alt="Mirthe, Iris, Julia en Tanja (vlnr) op de expositie van Fitphone" width="433" height="auto">“Ik denk omdat het te confronterend is”, aldus Iris (17). En toch zijn ze deze week in de hal van gebouw R13 op campus Rachelsmolen, waar een kleine expositie plaatsvindt van hun bijdrage aan Fitphone. Daaruit blijkt dat de zes weken waarin ze hun schermgebruik hebben geanalyseerd en de daaropvolgende zelfgekozen interventies levensveranderend voor hen zijn geweest.&nbsp;<br><br>Fitphone is in september officieel gestart als een onderzoekstraject onder leiding van Herm Kisjes. “Het programma richt zich op het ontwikkelen van interventies die bijdragen aan gezond smartphonegebruik bij jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar”, licht de professional doctorate (PD) toe, die zich al ruim een decennia bezighoudt met het thema.&nbsp;<br><br><strong>Gezonde gewoonten&nbsp;</strong><br>Hij vertelt dat Fitphone al enkele jaren wordt toegepast binnen het onderwijs van Fontys Mens en Gezondheid (FMG), maar nu een stap verder gaat&nbsp;met een praktijkgericht onderzoeksproject. “Binnen Fitphone dragen studenten actief bij aan het ontwerpen, testen en evalueren van interventies die gericht zijn op het stimuleren van gezonde smartphonegewoonten.”&nbsp;<br><br>Naast FMG zijn Avans Hogeschool, de Technische Universiteit Eindhoven, Tranzo Universiteit Tilburg betrokken bij het onderzoek, net als enkele maatschappelijke partners. Samen streven zij naar het ontwikkelen van een breed toepasbaar interventieprogramma dat jongeren ondersteunt in hun <img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:173/auto;width:173px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/88a5b2fb-547d-474d-817a-958756f50ff5/500_mirthe3.jpg?x=1737022042455" alt="Mirthe: "Ik slaap beter."" width="173" height="auto">persoonlijke en digitale welzijn.&nbsp;Het traject duurt in totaal vijf jaar.&nbsp;<br><br>Een eerste verkenning van Fitphone en enkele studentenprojecten worden deze week gedeeld in een expositie. Kisjes: “Wat je hier ziet zijn enkel prototypes en ideeën. Het is de bedoeling dat we een aantal hiervan gaan uitwerken tot een werkbare tool, bijvoorbeeld die van het groepje van Mirthe en Iris. Zij deden onderzoek naar hun smarthphonegebruik en wat dit met hen deed."&nbsp;<br><br><strong>Schokkend&nbsp;</strong><br>“Dat was echt schokkend”, zeggen Mirthe en Iris. Ze zaten allebei gemiddeld zes uur per dag op hun telefoon, scrollend en filmpjes kijkend op sociale media. “We kwamen er al snel achter dat het allemaal bullshit was”, zegt Mirthe. “Omgerekend besteedde ik daar jaarlijks negentig dagen van mijn tijd aan!” De telefoon betekende afleiding tegen verveling of als ‘muurtje’ in sociale situaties.&nbsp;<br><br>Niet dat de studenten er gelukkig van werden. Gevoelens van onrust en teleurstelling overheersten. Zowel Mirthe als Iris besloot tijdelijk enkele socialemedia-apps te verwijderen en daarna het gebruik drastisch te verminderen. Het resultaat verbaast ze <img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:186/auto;width:186px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/31b59f77-4887-4cfc-9e15-ed3df5353b07/500_iris5.jpg?x=1737022062622" alt="Iris: "Ik heb écht contact."" width="186" height="auto">nog altijd. Mirthe: “Ik slaap beter, sport vaker, heb meer contact met mijn moeder en mijn vrienden. En: het is eindelijk rustig in mijn hoofd.”&nbsp;<br><br><strong>Echt contact&nbsp;</strong><br>Iris had in het begin vooral moeite haar telefoon te laten liggen. Soms pakte ik hem wel 400 keer per dag op, zelfs als ik in gesprek was met mensen. “Sinds ik me hiervan bewust ben en weet hoe snel ik ben afgeleid, let ik erop dat ik in sociale situaties echt aandacht heb voor anderen. Het échte contact gaat voor online contact.”&nbsp;<br><br>Mirthe en Iris raden iedereen aan het eigen smartphonegebruik in kaart te brengen. “Voor ons was bewustwording genoeg en wij zaten echt gekluisterd aan onze telefoon”, aldus Mirthe. "Wij maken het voortaan bespreekbaar.”&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,featured,FHMG,Student,Studentwelzijn,PRO Gezondheid,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Fri, 17 Jan 2025 08:29:13 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/fb7d0779-6695-4d97-b796-796ff3a1e624/500_dsc03946.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/fb7d0779-6695-4d97-b796-796ff3a1e624/500_dsc03946.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/fb7d0779-6695-4d97-b796-796ff3a1e624/dsc03946.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fitphone expo]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Minder uitval door meer nascholing verpleegkundigen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/minder-uitval-door-meer-nascholing-verpleegkundigen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/minder-uitval-door-meer-nascholing-verpleegkundigen/</guid><pp:caseid>684630</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Het opleiden van verpleegkundigen stopt bij Fontys niet bij het behalen van een diploma. De onderwijsinstelling heeft gratis masterclasses in het leven geroepen om jonge verpleegkundigen enthousiast te houden voor het vak.</strong></p><p>Als je studenten opleidt tot verpleegkundigen, dan hoop je natuurlijk ook dat ze na hun opleiding in die branche aan de slag gaan. Dat gebeurt wel, alleen de uitval is groot. Volgens Eva van den Brand, docent bij Fontys Mens en Gezondheid, heeft dat met verschillende factoren te maken. Een te hoge werkdruk bijvoorbeeld, maar ook met onvoldoende doorstroommogelijkheden en te weinig begeleiding.&nbsp;</p><p><strong>Uitstroom</strong><br>“Als je als pas afgestudeerde verpleegkundige aan het werk gaat, word je vaak in het diepe gegooid. Je krijgt meteen ontzettend veel verantwoordelijkheid, wat vaak veel van een jonge professional vraagt. De werkdruk is ontzettend hoog”, aldus Van den Brand. “Maar de uitval heeft ook met andere factoren te maken. Je kunt je in het verpleegkundig beroep in heel veel dingen specialiseren, maar op een bepaald moment houdt het op. Sommige mensen vinden dat lastig, waardoor ze uitstromen.”&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/6efdd0d7-5eff-4c1e-9e47-22915865810a/500_-mg-9097.jpg?x=1736939875907" alt="Eva van den Brand" width="200">Jonge verpleegkundigen worden daar tijdens hun opleiding over ingelicht, maar de problemen ontstaan vaak toch pas als ze eenmaal in het werkveld zitten. “Ze lopen natuurlijk wel stages, maar dan hebben ze vaak nog niet die eindverantwoordelijkheid. Ze lopen pas tegen dingen aan als ze als volwaardig teamlid in de praktijk aan het werk zijn.”&nbsp;</p><p>Fontys wil die jonge professionals op weg helpen met door de overheid gesubsidieerde masterclasses, die gratis toegankelijk zijn voor zowel alumni van Fontys als alumni van andere scholen. Ze zijn vorig jaar gestart en draaien nu voor een tweede ronde.</p><p><strong>Thema's&nbsp;</strong><br>Elke masterclass is gericht op een ander thema. De meest recente bijeenkomst ging over communicatiestijlen en een stukje stressregulatie. Andere masterclasses gaan bijvoorbeeld over leiderschap, veranderingen in het zorgdomein en inclusie. “We proberen het programma zo aan te bieden dat het aansluit bij de behoefte van onze deelnemers.”</p><p>Per bijeenkomst zijn nu een kleine twintig cursisten aanwezig. Ze worden vooralsnog alleen in Eindhoven gegeven, maar volgend jaar hopen Van den Brand en haar collega’s de masterclasses ook in Tilburg aan te kunnen bieden. “Zodat we hopelijk een grotere cirkel van net gediplomeerde zorgprofessionals kunnen bereiken, en om zo een nog actievere bijdrage te kunnen leveren en mensen binnen de zorg enthousiast te houden.”</p><p>De deelnemers die tot nu toe bij de masterclasses aanwezig zijn geweest, spreken er volgens Van den Brand met positieve woorden over. Maar of de bijeenkomsten ook al voor een verminderde uitval hebben gezorgd? “Zo groot is ons bereik op dit moment nog niet. We zijn een druppel op de gloeiende plaat, maar die ene druppel is wel al iets en we zijn heel blij dat we op deze manier ons steentje bij kunnen dragen.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Verpleegkunde,FHMG,Luiken]]></category>
            <pubDate>Wed, 15 Jan 2025 13:10:04 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/f71ae792-b50c-4c79-acb3-c1d0a3edcbb8/500_verpleegkundige-verpleegkunde-zorg-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/f71ae792-b50c-4c79-acb3-c1d0a3edcbb8/500_verpleegkundige-verpleegkunde-zorg-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/f71ae792-b50c-4c79-acb3-c1d0a3edcbb8/verpleegkundige-verpleegkunde-zorg-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[verpleegkundige-verpleegkunde-zorg-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Met afscheid Eveline Wouters vertrekt een ‘Fontys-icoon’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/met-afscheid-eveline-wouters-vertrekt-een-fontys-icoon/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/met-afscheid-eveline-wouters-vertrekt-een-fontys-icoon/</guid><pp:caseid>681595</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Meer dan drie decennia is Eveline Wouters al verbonden aan Fontys. Aanvankelijk als docent, daarna als associate lector en de laatste elf jaar als lector Health Innovations & Technology (HIT). In januari gaat zij na een speciaal voor haar georganiseerd symposium met pensioen</strong>.</span></p><p><span>Professor doctor Wouters een Fontys-icoon noemen is geen overdrijving. Als het gaat om technologische en sociale innovaties in de zorgsector is zij in haar veld van expertise een erkende autoriteit. Al sinds haar eerste dag is zij verbonden aan Fontys Paramedisch, en later ook bijzonder hoogleraar bij Tilburg University.</span></p><p><span>De medische wereld is geen onbekende voor Wouters. Haar man is een gepensioneerd huisarts, twee dochters zijn eveneens huisarts geworden. “Ik ben zelf ook opgeleid als medicus. Het is een superinteressant vakgebied. Het leuke eraan is dat het echt iedereen raakt, iedereen aangaat. Tegelijkertijd zijn er zoveel contextfactoren.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:358/auto;width:358px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/0992ae10-3eca-4f2a-92c8-02c5fb330c41/800_evelinewoutersstaand-fvw-img-3147.jpeg?x=1734420867589" alt="" width="358" height="auto">En met die laatste is zij al sinds jaar en dag flink aan de slag. Vooral met de technologische ontwikkelingen. Die bij Wouters altijd in dienst horen te staan van de sociale factoren. “Er werd en wordt enorm veel verwacht van technologie. Maar de kern van de verandering zit hem niet daarin. Die zit hem in mensen: in hoe we de zorg beter organiseren en de mens daarin centraal blijft staan.”</span></p><p><span>Want de organisatie van de zorg, die kan wat Wouters betreft echt een stuk beter. Met hulp van technologie, dat dan weer wel. “Er valt veel winst te halen in een betere organisatie. Alles, maar dan ook alles moet nu verantwoord worden. Door een hoop bureaucratie weg te halen, wordt het plezier in het werk ook veel groter.”</span></p><p><span>Door meer naar technologie te kijken, wordt de blik op het werkveld ook anders en kritischer. “Neem mensen met een chronische aandoening. Die hebben vaak thuiszorg nodig. Daar moet je wel verantwoordelijkheid voor af durven te staan. Maar tegelijkertijd moet je niet verwachten dat met alleen technologie de druk op de zorg wordt opgelost. Sociale innovatie is minstens zo belangrijk. Niet alleen in de zorg trouwens. Door social media zijn we allemaal in ons eigen bubbeltje gaan leven. Maar mensen hebben elkaar nodig.”</span></p><p><span><strong>Eilandjes</strong></span><br><span>Ergens in het gesprek zegt zij dat het vakgebied wel heel erg veranderd is in de loop der jaren. Hetzelfde geldt voor haar werk bij Fontys. “Toen ik hier begon waren het allemaal eilandjes en was onderzoek nog een heel klein onderdeel. Nu hebben we centres of expertise en is er veel meer focus. Waar vroeger een student bij wijze van spreken onderzoek deed naar één spier, zijn onderzoeken nu veel breder en groter en met veel meer disciplines.”</span></p><p><span>Haar eigen carrière kwam in een flinke stroomversnelling terecht toen zij lector werd. “Als associate lector zat ik op een zeker moment op een dood spoor, kon ik niet echt meters maken. Toen ik lector en later hoogleraar werd, kwam er ineens heel veel – soms te veel – op mijn bordje.”</span></p><p><span>Maar meters maken, dat deed zij ineens wel. En het vakgebied mag ondertussen veranderd zijn, na een half leven bij Fontys, geldt dat volgens Wouters niet voor het met en voor studenten werken. “Ja, de middelen zijn veranderd. Maar het gaat nog steeds om jonge, enthousiaste mensen. Het is en blijft heel procesgericht: studenten hebben behoefte aan duidelijkheid.”</span></p><p><span>Hóe je die duidelijkheid verschaft, dat is gedurende de jaren wel verschoven. “Dat is misschien wat lastiger geworden, ja. Daarom moet je wel kaders blijven bieden. En je ervaringen delen met hen. Dat is iets anders dan voorschrijven hoe het moet. Tegelijkertijd: de middelen mogen veranderd zijn, het enthousiasmeren van studenten blijft gewoon het leukste aan het docentenvak.” [</span><i><span>Tekst loopt door onder foto</span></i><span>]</span></p><p><span>Gezien haar werkveld lijkt het logisch dat de coronaperiode het deel van haar carrière omspant dat haar het meest is bijgebleven. Niet dus.&nbsp;</span></p><p><span>“Zeker, het was een leerzame periode. Alles ging toen veel sneller op het gebied van in gebruikname van technologie, dat wel. Maar in mijn vakgebied zie je nu dat het weer stukken minder is geworden. Neem het videobellen door artsen en specialisten: dat gebeurt nog maar heel weinig nu. Voor mij persoonlijk: ik heb ook corona gekregen en was daardoor lange tijd mijn reuk kwijt.”</span></p><p><span><strong>(On)gezond</strong></span><br><span>Over gezondheid gesproken…&nbsp;</span><br><span>Wat dat betreft heeft zij al die jaren haar grenzen ook wel moeten bewaken. “Ik doe mijn werk heel graag. Maar mijn werk is mijn hobby? Het is net als topsport: het is niet gezond om alleen maar dat te doen.”</span></p><p><span>“Dat wordt ook de komende tijd nog mijn uitdaging. Ik word 67 en moet dus met pensioen. Maar bij de universiteit heb ik officieel nog vijf jaar promotierecht. En promovendi begeleiden, dat blijf ik ook doen. Want ik vind dat heel inhoudelijk en superleuk werk. Mijn grote uitdaging wordt om niet te veel met nieuwe dingen aan de slag te gaan, geen subsidies meer aan te vragen voor nieuw onderzoek.”</span></p><p><span><strong>Authentiek</strong></span><br><span>Of ze nog een advies heeft voor studenten, docenten en lectoren van nu en in de toekomst? “Ben nieuwsgierig. Blijf vragen stellen. Leer niet om je diploma te halen. Het is het proces dat belangrijk is. Voor docenten: blijf authentiek en betrek elkaar bij dingen.”</span></p><p><span>“En als het om lectoren gaat: ik hoop dat zij wat vaker betrokken worden bij veranderingen in de onderwijswereld. Dat gebeurt nu te weinig.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHP,PRO Gezondheidszorg,Lectoraten,Onderzoek Gezondheid,Campus,Ligthart,FHMG]]></category>
            <pubDate>Tue, 17 Dec 2024 11:10:53 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0d5d1926-0daf-469f-aafc-be57234d710f/500_evelinewoutersfeatured-fvw-img-3166.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d5d1926-0daf-469f-aafc-be57234d710f/500_evelinewoutersfeatured-fvw-img-3166.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0d5d1926-0daf-469f-aafc-be57234d710f/evelinewoutersfeatured-fvw-img-3166.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[foto&amp;#039;s Frank van Welie]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Eveline Wouters]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Docenten klonen met AI: &#039;Scheelt veel tijd&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/docenten-klonen-met-ai-scheelt-veel-tijd/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/docenten-klonen-met-ai-scheelt-veel-tijd/</guid><pp:caseid>680098</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan? Met die gedachte hebben twee Fontys-medewerkers iets nieuws uitgevonden: kennisclips maken met AI, inclusief bewegend beeld van een docent, exclusief het gebruik van een camera.</strong></p><p>Tool Synthesia. Zo heet de ontwikkeling waarmee de kennisclips, ook wel flitscolleges genoemd, voor studenten worden gemaakt. Je brengt er mensen mee in beeld zonder die mensen ook daadwerkelijk de filmen. Hoe dat werkt? Patrick de Vos, werkzaam bij Fontys Mens en Gezondheid, maakt sinds kort samen met Erik van Roon, docent Verpleegkunde, kennisclips voor de lessen van Van Roon. Hij legt uit hoe het werkt.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d580578d-af06-4435-85f9-0f1fe03c21f0/500_patrickdevos.jpg?x=1733304655265" alt="Patrick de Vos " width="200">“Met het gebruik van AI kunnen we tegenwoordig mensen klonen”, aldus De Vos. “Je moet de AI-machine eenmalig voorzien van vijf minuten aan videomateriaal van iemand die iets vertelt. De machine gaat vervolgens aan de slag en doet er een dag over om die persoon te klonen. Als dat eenmaal gebeurd is, kun je de kloon alles in alle talen laten zeggen.”</p><p><strong>Tijd besparen</strong><br>Docent Erik van Roon deelt regelmatig kennisclips met zijn studenten. Waar hij normaal gesproken voor iedere clip voor de camera zou moeten staan, is dat met de komst van Tool Synthesia niet langer nodig. De AI-machine doet al het werk. “Dat scheelt heel veel tijd”, vervolgt De Vos.</p><p>“Hij hoeft nu alleen nog maar een audiobestand in te spreken. Dat transcriberen we naar tekst, die je vervolgens uploadt in de AI-machine. We maken een PowerPoint en vertellen de machine welk stukje tekst bij welke dia hoort. De rest van het werk wordt automatisch gedaan.”</p><p><strong>Meer mogelijkheden&nbsp;</strong><br>Voorheen was Van Roon uren bezig met het maken van een kennisclip, waarvan een groot deel met opnames in de studio. Nu is een filmpje binnen een paar minuten gemaakt. En het kan zelfs nog sneller, want in principe is het opnemen van een audiobestand niet eens nodig. Je kunt je tekst ook uitschrijven in Word en die vervolgens in de AI-machine gooien. “Maar Erik vindt zijn manier handiger.”</p><p>Het maken van nieuwe kennisclips is volgens De Vos slechts het begin. Want je kunt met die AI-machine veel meer. Zet hem in voor het ombouwen van oude clips. Of voor een evenement. “Als je tijdens een evenement een dagvoorzitter nodig hebt, kun je daar AI voor gebruiken”, aldus De Vos. “Ik wil natuurlijk niet zeggen dat je elke dag iedereen moet gaan zitten klonen, maar het kan in bepaalde situaties wel handig zijn. Voorlopig gebruiken we de tool alleen voor de flitscolleges, maar we onderzoeken wel waar we 'm nog meer voor kunnen gebruiken.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,AI,PRO Onderwijs,FHMG,Luiken,PRO ICT]]></category>
            <pubDate>Wed, 04 Dec 2024 11:01:37 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/22d9e6be-4f5f-49f3-90d8-75247311c5bc/500_shutterstock-2270550849.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/22d9e6be-4f5f-49f3-90d8-75247311c5bc/500_shutterstock-2270550849.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/22d9e6be-4f5f-49f3-90d8-75247311c5bc/shutterstock-2270550849.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[ai robot]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Alumnus Teun wint Gouden Kalf met docu over dementie</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/alumnus-teun-wint-gouden-kalf-met-docu-over-dementie/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/alumnus-teun-wint-gouden-kalf-met-docu-over-dementie/</guid><pp:caseid>663005</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Er &nbsp;komt maar geen einde aan de loftuitingen en succesverhalen van Teun Toebes. Afgelopen vrijdag won hij bij het Nederlands Filmfestival een Gouden Kalf van het publiek voor de documentaire Human Forever. Een film met Teuns boodschap dat mensen met dementie niet op kwaliteit van zorg zitten te wachten maar op kwaliteit van leven.&nbsp;</strong></p><p>Een BN'er was hij al. Hij bezocht premier Rutte, kwam bij wereldleiders en topwetenschappers over de vloer, zijn boek VerpleegThuis werd een bestseller en wordt mogelijk een <a href="https://bron.fontys.nl/boek-van-teun-toebes-wordt-dramaserie/" target="_blank">televisieserie</a>. En dan hebben we het nog niet over alle prijzen en onderscheidingen die hij kreeg: Brabander van het Jaar, de Young Impact Award, de George Maduro Prijs, de Visionair Award 2019, en ga zo maar door.&nbsp;</p><p>En nu dus ook een Gouden Kalf. Die prijs komt overigens niet zomaar uit de lucht vallen. Die komt hem en de twee kompanen waarmee hij Human Forever maakte - regisseur Jonathan de Jong en editor Bastiaan Brand - toe, omdat dit de documentaire is die het meest werd bezocht in de Nederlandse bioscopen. Tien maanden lang draaide de film, die in november ook <a href="https://bron.fontys.nl/film-teun-toebes-inspiratiebron-voor-studenten-en-docenten/" target="_blank">bij Fontys</a> werd vertoond, daar. En daarnaast ook nog eens in bioscopen in 18 andere landen.</p><p>“Jazeker ben ik ook blij met deze prijs. Het is ontzettend belangrijk dat een film over mensen met dementie een Gouden Kalf wint. Dat de hoopvolle boodschap over dementie ook bij een breder en ander publiek terechtkomt”, zegt Toebes. “En dat terwijl heel veel mensen toen we de film nog moesten maken niet geloofden dat er veel mensen naartoe zouden komen.”</p><p><strong>Reis over de wereld</strong><br>Wel dus. En het einde is nog niet in zicht. Niet in Nederland, waar de docu nu ook op Videoland te zien is. En niet in het buitenland. Want na de officiële première tijdens de G20-top over dementie en de publiekspremière in Koninklijk Theater Tuschinski, is Human Forever aan een reis over de hele wereld begonnen. Een reis die nog altijd voortduurt. Zo was Toebes zes weken geleden nog in Brazilië en twee weken geleden in Nieuw-Zeeland.&nbsp;</p><p>In dat laatste land wordt de documentaire op 16 oktober zelfs in het parlement vertoond. “Zodat ook politici er anders naar gaan kijken, dat de kwaliteit van leven centraal hoort te staan bij mensen met dementie”, aldus Toebes. En voor later dit jaar is hij uitgenodigd door Yale University om zijn boodschap over te brengen aan academici in de VS. Daarna gaat hij naar Zuid-Afrika, waar de documentaire in première gaat in een van de townships waar Teun en zijn metgezellen ook hebben gefilmd.&nbsp;</p><p><strong>Vervolg</strong><br>Ondertussen wordt er al druk gebroed op een vervolg. “Er komt een tweede deel van Human Forever. Daar zijn we nu mee bezig. Die zal als centrale vraag hebben: hoe bouwen we sterke gemeenschappen. Want we willen allemaal ergens bij horen en onderdeel van zijn. Samenleven is het antwoord op hoe te overleven. We hopen dat de film in juni 2026 af is.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Alumni,FHMG,PRO Gezondheid]]></category>
            <pubDate>Tue, 01 Oct 2024 15:16:03 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/e60d2685-f44b-470e-b969-e632bb858439/500_teunwintgoudenkalf.v1.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/e60d2685-f44b-470e-b969-e632bb858439/500_teunwintgoudenkalf.v1.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/e60d2685-f44b-470e-b969-e632bb858439/teunwintgoudenkalf.v1.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Teun met links regisseur Jonathan de Jong en rechts editor Bastiaan Brand]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>De jonge ondernemer: Fit Functional</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/de-jonge-ondernemer-fit-functional/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/de-jonge-ondernemer-fit-functional/</guid><pp:caseid>636304</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i><span>In deze serie interviewen we verschillende Fontysstudenten over hun eigen onderneming. Over hoe zij op het idee kwamen, het runnen van een bedrijf terwijl ze ook studeren en over de voor- en nadelen van ondernemen.</span></i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Een eigen onderneming starten terwijl je studeert. Een aantal studenten binnen Fontys ging de uitdaging aan. Wat voor bedrijf hebben ze? Hoe vergaat het ze? En wat zijn de grootste lessen die zij geleerd hebben? Vandaag aan het woord: Chris Stienenbos over zijn bedrijf Fit Functional.</strong></span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:203/auto;width:203px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/7979e1e3-3348-4a11-a5be-64942a4bb374/800_dejongeondernemer.png?x=1718194442480" alt="De jonge ondernemer logo" width="203" height="auto">Chris is het afgelopen jaar afgestudeerd aan de opleiding Fysiotherapie. Toen hij begon met studeren bij Fontys was hij al eigenaar van het bedrijf Fit Functional, waarin hij zich focust op personal training, fysiotherapie en lifestyle.</span></p><p><span><strong>Chris, hoe lang heb je dit bedrijf al en wat houdt het precies in?</strong></span><br><span>“Fit Functional bestaat nu vijfenhalf jaar. Het bestond dus al voordat ik begon met mijn studie Fysiotherapie. Ik beschrijf mijn bedrijf altijd als een trainingslocatie voor de normale, volwassen Nederlander. Geen fitnessbedrijf, maar een locatie waar we functionele sporttrainingen aanbieden die de vitaliteit in het dagelijks leven bevorderen. Zodat je makkelijk kunt bewegen en fysieke activiteiten kunt ondernemen zonder dat je wordt beperkt door je lichaam. Dat doen we door sportlessen aan te bieden, met fysiotherapie fysieke klachten op te lossen of preventief tegen te gaan en mensen te adviseren op het gebied van lifestyle over voeding en mindset."</span></p><p><span><strong>Hoe kwam je op het idee om een eigen onderneming te starten?</strong></span><br><span>“Voor mijn studie Fysiotherapie heb ik sales gestudeerd en liep ik stage bij een sportschool. Daar zochten ze een opvolger en werd ik op mijn achttiende gevraagd om dit over te nemen. Thuis vertelde ik over het aanbod en de kans om in het bedrijf te stappen, maar toen zette mijn moeder me aan het denken. Ik was het met een aantal dingen binnen die sportschool niet eens, dus waarom zou ik dan op die manier doorgaan en niet zelf mijn eigen pad bewandelen? Toen heb ik mezelf ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en ben ik voor mezelf begonnen.”</span></p><p><span><strong>Hoe ging dat precies in zijn werk?</strong></span><br><span>“Ik kocht een muziekbox en sportmaterialen en ging op zoek naar mensen die sporttrainingen wilden volgen. Die lessen gaf ik op een speelplaats van een lokale basisschool. Uiteindelijk is Fit Functional uitgegroeid van één simpele training tot het bedrijf dat ik nu run."</span></p><p><span>"Wat dat precies betekent? Binnen Fit Functional werk ik nu met acht werknemers en we zien ongeveer 180 mensen per week die onder begeleiding sporten, fysiotherapie volgen of werken aan hun lifestyle. Dat doen we door alles terug te schalen naar een laagdrempelig niveau, want ik merkte tijdens mijn eerdere stage dat voor veel volwassenen de drempel om te sporten erg hoog lag. Er waren barrières in de vorm van spiegels, het ideaalbeeld dat je ziet op foto’s en sociale media en de onterechte verwachtingen die geschept worden. Die hebben we binnen ons bedrijf allemaal weggenomen.”</span></p><p><span><strong>Hoe combineerde je jouw onderneming met school?</strong></span><br><span>“Door vooral veel uren te maken. De coronatijd was voor mij daarin ook echt een uitkomst. Dat klinkt misschien gek, maar omdat ik alleen maar onlinelessen had, kon ik na die lessen meteen door om dingen voor mijn eigen zaak te regelen. Het belangrijkste daarin is goed plannen wat je met je tijd doet, vooruitdenken en inschatten hoeveel tijd iets je kost. Dat heeft me ontzettend veel gebracht."</span></p><p><span>"Ik heb daarin geen hulp gehad vanuit school, maar dat was ook helemaal niet nodig. Ik wist zonder moeite door mijn opleiding te geraken en rondde alles af zonder vertraging, waardoor ik alle tijd die ik over had in mijn onderneming kon stoppen.” (</span><i><span>Tekst gaat verder onder de foto's)</span></i></p><p><span><strong>Hoe bevalt het ondernemen je?</strong></span><br><span>“Het is super om te doen. Je moet hard werken, maar je hebt ook veel vrijheid. Ik heb normaliter veel afspraken in mijn agenda staan, maar die plan ik zelf in. Wanneer ik vrije tijd nodig heb, zorg ik dat die afspraken bij anderen in de agenda komen. Zo was gisteren mijn vriendin jarig en zorg ik dat ik de tijd heb om leuke dingen te gaan doen."</span></p><p><span>"Normaliter heb ik drukke dagen. Zo kwam ik vandaag om 05.15 uur aan op onze locatie, heb ik alles klaargezet wat ik nodig had en kon ik aan de slag met mijn dagplanning. Die bestaat uit een aantal lessen personal training, fysiotherapiebehandelingen en een training op locatie. Daarna moedig ik nog een grote groep van onze klanten aan die de wandelvierdaagse lopen en dan ben ik rond 20.00 uur klaar. Een lange dag, maar daar heb ik zelf meer dan genoeg energie voor.”</span></p><p><span><strong>Wat is de meest belangrijke les die je hebt geleerd tijdens het ondernemerschap?</strong></span><br><span>“Wanneer andere mensen denken dat het wel mooi geweest is of je zelf geïrriteerd raakt, moet je juist een tandje bijzetten. Pak door op de momenten dat het wat minder gaat en werk net wat harder dan je zou willen. Daar kun je op een later moment echt weer van profiteren. Ik probeer altijd een aantal stappen vooruit te denken, waar anderen nog niet mee bezig zijn. Als je weet wat je over een jaar wilt bereiken, weet je hoe je daarnaartoe kunt werken. Een goede voorbereiding is voor mij ook echt het halve werk.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:249/auto;width:249px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/9f7f4ef3-dc45-4c53-b2b0-030febb2f61a/800_image00002-3.jpeg?x=1718194610388" alt="Chris Stienenbos" width="249" height="auto">Heb je hoogte- en/of dieptepunten meegemaakt?</strong></span><br><span>“Ik vind het lastig om dieptepunten te benoemen. Ik heb tot op heden keuzes gemaakt die allemaal goed hebben uitgepakt. Ik heb voornamelijk dingen gedaan waar ik een goed gevoel bij had en dat gevoel heeft me tot op heden niet in de steek gelaten. Dat is ontzettend prettig."</span></p><p><span>“Mijn absolute hoogtepunt is het zien groeien van mijn bedrijf. Ik kom van een speelplaats en sta, na 3,5 jaar in weer en wind getraind te hebben, sinds afgelopen december op een trainingslocatie die Fit Functional volledig tot zijn recht laat komen. We hebben een stuk grond op het sportterrein in Veghel met containers, een overkapping van 140 vierkante meter om overdekt te sporten en een sportveld van 200 vierkante meter."</span></p><p><span>"Sindsdien zie ik hoe hard we zijn gegroeid en hebben we al onze trajecten goed neer kunnen zetten, inclusief fysiopraktijk, kantoorruimte en lokalen om cursussen te geven. Ons motto is dan ook om wereldberoemd te worden in Veghel. Daar werk ik, samen met mijn collega’s, iedere dag keihard aan. Zodat mensen bij sport, fysio of lifestyle automatisch denken aan Fit Functional.”</span></p><p><span><strong>Tenslotte, heb je tips voor andere studenten die willen ondernemen?</strong></span><br><span>“Denk niet te veel na en volg je gevoel. Als jij denkt dat je iets moet doen, wacht dan niet tot morgen, maar onderneem actie. Zorg dat je je zaken op orde brengt, bel die belangrijke potentiële klant en zet jezelf op de kaart. Maak werk van jouw ideeën en doe dat met de juiste mensen om je heen. Dat brengt je als ondernemer ontzettend veel.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Berg,PRO Gezondheidszorg,Student,FHMG]]></category>
            <pubDate>Wed, 12 Jun 2024 14:42:22 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/f4f51ffb-6005-43df-942a-bac1ead91954/500_image00001-3.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/f4f51ffb-6005-43df-942a-bac1ead91954/500_image00001-3.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/f4f51ffb-6005-43df-942a-bac1ead91954/image00001-3.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Chris met een groep sporters van Fit functional]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nationale HR Zorg Award is ook beetje voor Fontys</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nationale-hr-zorg-award-is-ook-beetje-voor-fontys/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nationale-hr-zorg-award-is-ook-beetje-voor-fontys/</guid><pp:caseid>635433</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>De </span><a href="https://fwg.nl/nationale-hr-zorg-award/"><span>Nationale HR Zorg Award 2024</span></a><span> wordt eens per twee jaar uitgereikt aan een zorgorganisatie die de meest creatieve oplossing heeft voor het omgaan met de arbeidsmarktkrapte. Dit jaar waren er 5 finalisten. TanteLouise werd dinsdag door de vakjury tot winnaar van editie 2024 uitgeroepen. Naast een bokaal ontving de ouderenzorgorganisatie 10.000 euro om de plannen rondom VanThuisUit verder uit te werken.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>De tekorten in de zorg zijn groot. Meer personeel opleiden of aantrekken is belangrijk, maar levert niet voldoende op. Daarom wordt ook gekeken naar andere oplossingen. Een van die initiatieven heeft nu een landelijke prijs gewonnen, en Fontys speelt daarin een belangrijke rol.</strong></span></p><p><span>Het gaat om het Fontys Leven Lang Ontwikkelen-programma </span><a href="https://fwg.nl/hr-zorg-award-2024-tantelouise/"><span>VanThuisUit</span></a><span> en de module </span><a href="https://www.fontys.nl/Professionals-en-werkgevers/Opleidingen-en-cursussen/Active-ageing-Doorbreek-het-systeemdenken-bij-Dementie.htm"><span>Active Ageing</span></a><span>. Deze vijf maanden durende cursus voor zorg- en welzijnsprofessionals heeft Fontys ontwikkeld in samenwerking met ouderenzorgorganisatie tanteLouise, die daarvoor dinsdag de Nationale HR Zorg Award 2024 van de vakjury in ontvangt mocht nemen. Daarmee is de award ook een beetje voor Fontys, vindt Stan Ockers, opleidingsmanager van Fontys Mens en Gezondheid.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:253/auto;width:253px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/63f8fdd0-7f8e-4590-92a8-0ad952ffca3f/800_stanockers.jpeg?x=1717591841777" alt="Stan Ockers" width="253" height="auto">“Vanuit Fontys for Society hebben we de maatschappelijke taak om een bijdrage te leveren aan de duurzame inzetbaarheid van werkende professionals en een oplossing te bieden voor diverse maatschappelijke vraagstukken, zoals in dit geval het personeelstekort in de zorg. Met deze cursus dragen we hieraan ons steentje bij.”</span></p><p><span>Voor de cursus Active Ageing is Fontys een paar jaar geleden benaderd door tanteLouise. Deze ouderenzorgorganisatie was op een idee gekomen na een werkbezoek in China. Ze zagen daar een bijzondere vorm van community care. Middenin een woonwijk stond een activiteitencentrum waar oudere bezoekers van alles ondernamen. Van tai chi tot dingen maken en van koken tot huidverzorging.</span></p><p><strong>Active ageing</strong><br><span>Dat wilde tanteLouise ook gaan doen in Nederland. Zo ontstond VanThuisUit, een heel nieuw concept dat draait om het vergroten van de zelfredzaamheid van kwetsbare ouderen, ofwel active ageing. In Steenbergen brengt de ouderenzorgorganisatie het in de praktijk. Met succes. De nadruk ligt daarbij niet op wat ouderen niet meer kunnen, maar op wat ze wél kunnen. “Op deze manier kunnen mensen langer en veiliger zelfstandig blijven wonen, wat de druk op de zorg vermindert”, aldus Ockers.</span></p><p><span>Daarvoor moeten zorg- en welzijnsprofessionals wel anders leren kijken. Omdenken dus, en de zorg organiseren vanuit het perspectief van de cliënt. De cursus Active Ageing draait nu drie semesters, sinds februari 2023, en reikt medewerkers de tools en instrumenten aan om veranderingen in te zetten en door te voeren, zodat mensen met dementie langer actief en zelfstandig kunnen wonen.</span></p><p><strong>Meerdere instituten</strong><br>De ontwikkelingen gaan ook verder. Ockers: <span>“Inmiddels is de cursus ook te volgen voor zorg- en welzijnsprofessionals van buiten tanteLouise, en op termijn willen we hem ook incompany gaan aanbieden. Ook denken we erover om de module in het reguliere ad- en bacheloronderwijs te integreren.”</span></p><p><span>Bijzonder aan de cursus is dat hij door meerdere Fontysinstituten is opgepakt. Niet zonder reden, weet opleidingsmanager Ockers: “Elke keer wordt opnieuw gekeken of het team voldoende is toegerust om de cursusgroep op te leiden. We kijken vanuit verschillende instituten naar de juiste expertise. De groep professionals die in opleiding komt, is namelijk ook heel divers.”</span></p><p><span>De prijs die tanteLouise dinsdag in ontvangst mocht nemen is dus evengoed een mooie opsteker voor Fontys. “We hopen dat de cursus hiermee een stevige positie krijgt in de regio en we veel enthousiaste zorg- en welzijnsprofessionals mogen opleiden. Maar de maatschappelijke impact die we ermee kunnen maken, staat voor ons voorop.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,PRO Onderwijs,PRO Gezondheidszorg,FHMG,Verbiesen]]></category>
            <pubDate>Thu, 06 Jun 2024 08:11:58 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/75e7ae46-3ed1-4d13-a6a4-5118f166e335/500_hraward2024tantelouise.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/75e7ae46-3ed1-4d13-a6a4-5118f166e335/500_hraward2024tantelouise.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/75e7ae46-3ed1-4d13-a6a4-5118f166e335/hraward2024tantelouise.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[HRaward 2024 tanteLouise]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Met boek terug naar de basis van verpleegkunde</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/met-boek-terug-naar-de-basis-van-verpleegkunde/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/met-boek-terug-naar-de-basis-van-verpleegkunde/</guid><pp:caseid>627068</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i>De boekpresentatie vindt op woensdag 15 mei plaats in het Explorelab in gebouw R13 op campus Rachelsmolen in Eindhoven. Auteurs Jelle Reijngoudt en José van Dorst overhandigen die dag het eerste exemplaar aan prof. dr. Marcel Levi (voorzitter NWO, hoogleraar geneeskunde, internist). Geïnteresseerden kunnen online of fysiek bij het evenement aanwezig zijn door zich via </i><a href="https://goto.fontys.nl/forms/boekpresentatie.verpleegkundig.proces.15.mei.2024.41455.nl.htm?utm_campaign=zorg&utm_content=https%3A%2F%2Fwww.coutinho.nl%2Fnl%2Fhet-verpleegkundig-proces-9789046908877%3Futm_medium%3Demail%26utm_source%3Dnieuwsbrief%26utm_campaign%3Dhet-verpleegkundig-proces%26utm_content%3Dzorg&utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=email" target="_blank"><i>deze website</i></a><i> aan te melden.</i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>In tijden van schaarste en tekorten, waarbij de zorg in Nederland dreigt vast te lopen, terug naar de basis van het verpleegkundevak. Dat is het doel van het boek ‘Het verpleegkundig proces’, waar Jelle Reijngoudt van Fontys Verpleegkunde een behoorlijke steen aan bijdroeg.</strong></p><p>Door personeelsproblemen, de stijgende vraag naar zorg en vergrijzing komt de verpleegkundige zorg de laatste jaren onder een steeds grotere druk te staan. Dat heeft als gevolg dat een verpleegkundige steeds vaker werkt vanuit een medisch perspectief en niet vanuit de ‘menselijke kant’. Terwijl dat nou net is waar verpleegkundigen voor zijn, stelt Jelle Reijngoudt.&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/c16f3f75-94d5-468c-9953-d829f66b5f9d/500_pasfotojelle-2.jpeg?x=1712580053643" alt="Jelle Reijngoudt" width="200">Hij is van origine verpleegkundige en werkt inmiddels al een paar jaar als docentonderzoeker bij Fontys Verpleegkunde. Samen met José van Dorst, promovenda aan de Universiteit van Maastricht, schreef hij het informatieve boek ‘Het verpleegkundig proces – op weg naar de best passende zorg’, dat volgende maand verschijnt.</p><p>“Ik heb in de wijkverpleging gewerkt en kwam er daar achter dat de processen in de zorg niet goed op elkaar aansluiten”, aldus Reijngoudt. “In het onderwijs merk je dat nog sterker. Op stageplaatsen zien we regelmatig dat de anamnese, een intakegesprek waarbij de ziektegeschiedenis met een arts wordt doorlopen, niet of onjuist wordt afgenomen bij patiënten. Dat zorgt ervoor dat je problemen mist.”&nbsp;</p><p><strong>Mishandeld</strong><br>De docentonderzoeker geeft een voorbeeldje uit het boek, gebaseerd op een waargebeurd verhaal uit een ziekenhuis waar hij studenten begeleidt. “Op een ziekenhuisafdeling wordt een patiënt tot vier keer toe opgenomen met een complexe botbreuk. De eerste drie keer wordt geen navraag gedaan, waardoor er pas bij de vierde opname – wanneer die navraag wél plaatsvindt – blijkt dat de patiënt thuis wordt mishandeld. Als er de eerste drie keer wel was doorgevraagd, had dit misschien voorkomen kunnen worden.”&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/eadf7a8c-095c-4e82-a71c-47f7371288a5/500_covervanhetboek.png?x=1712580080935" alt="Cover van het boek" width="200">Verpleegkundigen focussen zich tegenwoordig steeds vaker op het medische probleem, terwijl ze veel breder moeten kijken. Verder dan het bekijken van bloeduitslagen of andere feitelijke kennis. “We zien met name in settings waarbij verpleegkundigen samenwerken met artsen dat het medisch aspect belangrijker is geworden, en dat het verpleegkundige aspect naar achteren is geschoven. Het is natuurlijk handig dat verpleegkundigen medisch georiënteerd zijn, maar we zijn geen minidokters. We zijn een klein onderdeel in het leven van een patiënt. Of horen dat in ieder geval te zijn.”</p><p><strong>Kritisch kijken</strong><br>Met het boek willen Reijngoudt en zijn collegaschrijver Van Dorst terug naar de basis. Terug naar waar het verpleegkundevak voor staat. "We willen het verpleegkundige proces weer laten gebruiken zoals het bedoeld is. Hoe? Door verpleegkundigen kritisch te laten kijken naar hun eigen handelen. We zijn al op weg naar een wereld met betere zorg, maar moeten nog wel een grote stap zetten naar de best passende zorg voor patiënten. Dit boek focust op hoe je die zo efficiënt mogelijk in kunt zetten in tijden van schaarste en tekorten, zoals bij covid.”</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,PRO Onderwijs,PRO Gezondheidszorg,PRO Gezondheid,FHMG]]></category>
            <pubDate>Tue, 09 Apr 2024 10:49:38 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4f1731d7-6ec8-4b5d-8777-6d60cc1230f7/500_shutterstock-1103094797.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4f1731d7-6ec8-4b5d-8777-6d60cc1230f7/500_shutterstock-1103094797.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4f1731d7-6ec8-4b5d-8777-6d60cc1230f7/shutterstock-1103094797.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[verpleegkunde zorg verpleging]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Panorama of a happy nurse with a stethoscope covering an elderly man with a blanket in a nursing home]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>De strijd tegen &#039;medisch&#039; nepnieuws valt niet te winnen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/de-strijd-tegen-medisch-nepnieuws-valt-niet-te-winnen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/de-strijd-tegen-medisch-nepnieuws-valt-niet-te-winnen/</guid><pp:caseid>626811</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Naar de dokter voor tips over een gezondheidskwaaltje? Je kunt tegenwoordig ook op TikTok terecht, waar influencers informatie delen over elk denkbaar zorgonderwerp. De vraag is alleen: hoe betrouwbaar is die informatie? Vaak helemaal niet.</strong></p><p>Niet alle informatie die via social media-kanalen zoals TikTok verspreid wordt, is gebaseerd op goede bronnen en waarheden. Soms is het afkomstig van influencers die doen alsof ze verstand hebben over een onderwerp, terwijl ze er eigenlijk helemaal niets over weten. Artsen zijn nu het account Dokters Vandaag gestart om het verspreiden van nepnieuws op die manier tegen te gaan.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/ab3a508d-8e00-4512-a7d6-c994c02681a7/500_meikeberkers.png?x=1712239859945" alt="Meike Berkers" width="200">Een goed initiatief, vindt Meike Berkers, docent Verpleegkunde bij Fontys. “Binnen de gezondheidszorg is er op dit moment een groot verdienmodel als het om influencen gaat. Als iemand met een miljoen volgers bepaalde informatie verspreidt, gaan veel van die volgers ervan uit dat het om betrouwbare informatie gaat. Terwijl dat vaak helemaal niet het geval is.”</p><p>Het verspreiden van desinformatie komt onder alle doelgroepen voor, alleen heeft dat in de zorgindustrie direct gevolgen, stelt Berkers. “Op TikTok worden supplementen aangeraden die schadelijk zijn voor het lichaam, terwijl zonnebrandcrème wordt afgeraden. Je ziet echt dat mensen geen zonnebrandcrème meer gebruiken omdat influencers zeggen dat het slecht voor je is. En dat is ernstig, want zonnebrandcrème is juist hartstikke belangrijk om huidkanker tegen te gaan.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/a76f4aaf-5ef1-4a78-9569-48b54d60f776/500_rickboesten1.jpg?x=1712239865397" alt="Rick Boesten" width="200">Coronacrisis</strong><br>Rick Boesten, ook docent bij Fontys Verpleegkunde, merkte een stijging in het verspreiden van desinformatie tijdens de coronacrisis. “Vóór Fontys werkte ik dertien jaar bij de GGD, en daar merkte ik ook al op dat er desinformatie over bijvoorbeeld vaccinaties werd verspreid. Met als gevolg dat de vaccinatiegraad van sommige vaccinaties omlaag ging.”</p><p>Dat heeft soms ondenkbare gevolgen, maar toch valt er niet altijd iets aan te doen. Want ja, zie maar eens een rem op influencers te zetten als zij hier hun brood mee verdienen. “Influencers worden betaald voor het delen van bepaalde informatie, dat is hun levensvoorziening. En dat maakt het zo tricky. Ze doen op basis van geld uitspraken die niet kloppen. Daar doe je helemaal niks tegen; dat is nou eenmaal hoe deze markt werkt.”</p><p><strong>Beïnvloedbaar</strong><br>Verpleegkunde-docent Anchiela Valk-Bijl en studenten Emma ten Bruggencate en Joyce Kool, alle drie verbonden aan GGD Hart voor Brabant, zien dat ook. Zij hebben het over de opkomst van de mazelen, een ziekte waarmee sinds kort steeds meer kinderen in vooral de omgeving van Eindhoven besmet raken. Ze vertellen dat er ook op dat vlak veel nepnieuws wordt verspreid.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/db9b3c9a-9aa5-4465-a75d-827388174480/500_fotoemma.jpg?x=1712239872515" alt="Emma ten Bruggencate" width="200">“Er is ooit naar buiten gebracht dat kinderen autisme zouden kunnen krijgen van de BMR-vaccinatie, een prik tegen de bof, mazelen en rodehond. Veel ouders gebruiken dat als argument om hun kind niet te vaccineren, met als gevolg dat die kinderen erg ziek worden door de mazelen”, zegt Emma. “Het is natuurlijk niet waar dat kinderen daar autisme van kunnen krijgen, maar toch wordt die informatie verspreid. Een tijd geleden kwam het zelfs ter sprake bij een televisieprogramma”, vult Joyce aan.</p><p>Een ander voorbeeldje: “Deze week zagen we een meisje dat deed aan automutilatie, ze sneed zichzelf. Dat had ze opgepikt van TikTok, waar meisjes filmpjes van zichzelf doorsturen waarin ze zichzelf snijden. Het zijn dus niet alleen de influencers die jongeren beïnvloeden, maar ook de jongeren onder elkaar”, aldus Emma.&nbsp;</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/5e290935-dac3-450d-b727-10c46e010eae/500_maudstaassenfotografie-7761.jpg?x=1712239886002" alt="Anchiela Valk-Bijl, foto: Maud Staassen Fotografie" width="200">Betrouwbare bronnen</strong><br>Hoe ze dit tegengaan? Influencers kunnen ze niet stoppen, maar ze kunnen hun steentje wel bijdragen door het in ieder geval zelf juist te doen. Emma en Joyce voeren bij hun stage bij de GGD Hart voor Brabant regelmatig gesprekken met ouders en wijzen hen enkel op informatieverspreiders die betrouwbare informatie delen, zoals het RIVM. Twee taken waar tijdens hun opleiding bij Fontys veel op gelet wordt.</p><p>“Wij letten er als docent goed op dat de bronnen die onze studenten gebruiken altijd wetenschappelijk onderbouwd zijn”, zegt Anchiela Valk-Bijl. “Maar we leren ze vanaf hun eerste jaar ook alles over gesprekstechnieken. Uiteindelijk zijn het, als we het over vaccineren van kinderen hebben, de ouders zelf die daar een keuze over maken. Wij kunnen hen niet verplichten om dat te doen; we kunnen ze alleen voorzien van juiste informatie.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,FHMG,PRO Gezondheidszorg]]></category>
            <pubDate>Thu, 04 Apr 2024 16:40:51 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/85d1d1ce-f9a1-4061-9a2b-61ff6263d3a1/500_fakenews.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/85d1d1ce-f9a1-4061-9a2b-61ff6263d3a1/500_fakenews.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/85d1d1ce-f9a1-4061-9a2b-61ff6263d3a1/fakenews.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[fake news]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Experiment om verpleegkundigen te binden en behouden</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/experiment-om-verpleegkundigen-te-binden-en-behouden/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/experiment-om-verpleegkundigen-te-binden-en-behouden/</guid><pp:caseid>625389</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i><span>Het Fontys lectoraat Persoonsgerichtheid in een ouder wordende samenleving maakt samen met de Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) deel uit van RN2blend (Registered nurses to Blend), een groot consortium dat opgezet is vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om onderzoek te doen naar functiedifferentiatie bij verpleegkundigen binnen het ziekenhuis. Het consortium deed de afgelopen vijf jaar onderzoek naar wat (toekomstige) verpleegkundigen in het ziekenhuis belangrijk vinden als het gaat om hun werk. Ben je (student)verpleegkundige en wil je meedoen aan het onderzoek? Dat kan </span></i><a href="https://www.e-research.nl/s.asp?u=EE1B27223D89FD593A1CDB013CB460420249DA2C&extid=01" target="_blank"><i><span>hier</span></i></a><i><span>.</span></i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Ziekenhuizen hebben grote moeite met het werven en behouden van verpleegkundig personeel. Om meer inzicht te krijgen in de afwegingen die verpleegkundigen maken als het gaat om het kiezen of behouden van een ziekenhuisbaan, is de Erasmus Universiteit samen met Fontys Mens en Gezondheid een keuze experiment gestart. “We willen zo het beroep van verpleegkundigen aantrekkelijk houden.”</strong></span></p><p><span>Er zijn al meerdere onderzoeken gedaan om te kijken wat verpleegkundigen belangrijk vinden om langer in het werkveld te blijven, maar de methode van dit onderzoek maakt het mogelijk om voorkeuren en keuzegedrag te kwantificeren. “We kunnen met het keuze experiment dus niet alleen zeggen wát belangrijke factoren zijn, maar ook wat het relatieve belang van elke factor is en hoe verpleegkundigen verschillende onderdelen van hun baan tegenover elkaar afwegen. Dit is nog niet vaak onderzocht”, legt Nienke Miedema uit, promovenda Health Technology Assessment bij Erasmus Universiteit.</span></p><p><span>Ook focust de studie zich specifiek op arbeidsvoorwaarden waar een werkgever iets mee kan doen. “We zien veel studies waarin werk-privé-balans en een lange reistijd voor verpleegkundigen vaak redenen zijn dat zij stoppen met hun werk. Onderdelen die ziekenhuizen wellicht niet direct op kunnen lossen, maar een ziekenhuis kan wel invloed hebben op de flexibiliteit van roosters en hoeveel inspraak verpleegkundigen hebben op de indeling, waardoor personeel hun werk-privé-balans wellicht beter kan managen”, aldus Miedema.</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:250/auto;width:250px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/00f4c6cc-a908-485d-9f38-3d31b489548c/800_nienkemiedema.jpg?x=1711061826319" alt="Nienke Miedema" width="250" height="auto">Je moet kiezen</strong></span><br><span>Het keuze experiment wordt uitgevoerd door middel van een online vragenlijst die alle verpleegkundigen in Nederland mogen invullen. Zij krijgen tijdens het onderzoek meerdere keren de keuze tussen twee verschillende ziekenhuisbanen, die worden beschreven aan de hand van acht baankenmerken zoals salaris, roostering, invloed binnen de organisatie en professionele ontwikkeling. De beschrijving van de banen verschilt bij elke keuzeronde, zodat verpleegkundigen telkens een nieuwe afweging moeten maken tussen gunstige en minder gunstige arbeidsvoorwaarden. Bijvoorbeeld tussen een baan met meer salaris, maar weinig tot geen invloed binnen de organisatie, of een baan met een lager salaris, waarbij je wel veel invloed binnen de organisatie hebt.</span></p><p><span>Pieterbas Lalleman, lector Leiderschap in het lectoraat Persoonsgerichtheid in een ouder wordende omgeving, vulde </span><a href="https://www.e-research.nl/dd/submit?sessionID=k4kk31hcl4f83umk6qe7" target="_blank"><span>het </span></a><a href="https://www.e-research.nl/s.asp?u=EE1B27223D89FD593A1CDB013CB460420249DA2C&extid=01" target="_blank"><span>onderzoek </span></a><span>zelf ook in. Hij is naast zijn werk als lector namelijk ook verpleegkundige. “Wat mij erg opviel was de keuze tussen taakgericht of teamgericht verplegen. Doe je een kleine taak iedere keer opnieuw, of werk je met een team samen om een patiënt als geheel te zien? Dat was voor mij echt doorslaggevend, want ik wil absoluut niet in een organisatie werken waar ik gereduceerd word tot taak.”</span><br><br><span><strong>Invloed binnen de zorg</strong></span><br><span>“Het onderzoek is opgezet om het werkveld vooruit te helpen”, vult Miedema aan. “Door de antwoorden van veel verpleegkundigen te vergelijken hopen wij ziekenhuizen te kunnen informeren welke voorkeuren de beroepsgroep zelf heeft. Dit kan beleidsmakers helpen bij het afwegen van bepaalde arbeidsvoorwaarden of het realiseren van een nieuwe verpleegkundige functie. Hoe meer verpleegkundigen meedoen, hoe accurater onze uitkomsten zijn.”</span></p><p><span>Die invloed is niet alleen voor beleidsmakers relevant, maar ook voor de nieuwe lichting verpleegkundigen, voegt Lalleman toe: “Je ziet dat onze studenten in hun curriculum al snel met verpleegkundig leiderschap te maken krijgen. Ze gaan op stage, hebben veel te kiezen en willen daar zeggenschap over hebben. Dit onderzoek laat ook de jonge professionals kiezen. Ze kunnen hun stem laten horen over wat voor hen goed aansluit bij het domein. Zo kunnen praktijkpartners deze professionals voor een langere tijd binden en boeien, op een passende manier.”</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:256/auto;width:256px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e754ccd0-f9d0-4e19-9c1b-c66eb0d45b64/800_pieterbaslalleman.png?x=1711061855825" alt="Pieterbas Lalleman" width="256" height="auto">Kennis en praktijk</strong><br><span>Waar Miedema zich vooral richt op het ontwerp en analyse van het deelonderzoek, draagt Lalleman vanuit Fontys bij aan het ‘verleiden’ van verpleegkundigen om mee te doen aan het onderzoek. Iets waar de slogan ‘Fontys for Society’ volgens hem perfect bij past. “We doen dit onderzoek vanuit kennis én praktijk. Erasmus School of Health Policy & Management heeft veel kennis in huis voor het ontwikkelen en uitvoeren van een Discrete Choice Experiment en wij zijn nauw betrokken met de zorginstellingen en verpleegkundigen in de regio.”</span><br><br><span>Dat doet de lector onder andere via zijn netwerk op LinkedIn, de professionele werkplaatsen waarbij Fontys Mens en Gezondheid is aangesloten en plekken waar studenten praktijkervaring opdoen. Dat lijkt zijn vruchten af te werpen, want al meer dan 800 verpleegkundigen vulden het onderzoek in. “Maar we willen minimaal 1.000 respondenten. Hoe meer mensen deelnemen, hoe beter de resultaten. De kracht van het getal is hierbij ontzettend belangrijk.”</span></p><p><span><strong>Mening doet ertoe</strong></span><br><span>Hoewel het huidige onderzoek zich focust op een ziekenhuisbaan, zijn de onderzoekers geïnteresseerd in de mening van alle verpleegkundigen, zowel werkend als nog studerend. Miedema: “Van een verpleegkundige in de thuiszorg bijvoorbeeld, want ook deze meningen doen ertoe in dit onderzoek. Hoe kijken zij naar een (toekomstige) baan in het ziekenhuis?”</span></p><p><span>De resultaten van het landelijk uitgezette onderzoek worden uiteindelijk op verschillende manieren gedeeld. “Sowieso middels artikelen en publicaties op verschillende platformen. Maar wellicht kunnen we ook met ziekenhuizen en/of opleidingsinstellingen praten over de resultaten. Wat is relevant en wat kunnen we doen om het juiste gesprek met elkaar aan te gaan, om zo iedereen van een passende uitkomst in de verpleegkunde te voorzien en mensen uiteindelijk te behouden.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderzoek,Lectoraten,FHMG]]></category>
            <pubDate>Fri, 22 Mar 2024 09:11:59 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_zorgmanager.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_zorgmanager.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/zorgmanager.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Er is in deze tijd een grote behoefte aan intensive care-verpleegkundigen.]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[SER-rapport gezondheidszorg]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Eén miljoen voor studie om beroertes te voorkomen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/een-miljoen-voor-studie-om-beroertes-te-voorkomen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/een-miljoen-voor-studie-om-beroertes-te-voorkomen/</guid><pp:caseid>622763</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span><strong>Rise </strong>staat voor </span><i><span>Reduce and Interrupt Sedentary behaviour using a blended behaviour intervention to Empower people at risk towards sustainable movement behaviour change</span></i><span>. Het onderzoek wordt uitgevoerd binnen de Academische Werkplaats Fysiotherapie, een structurele samenwerking in onderzoek, innovatie en onderwijs tussen UMC Utrecht, Fontys Paramedisch, Hogeschool Utrecht en Leidsche Rijn Julius Gezondheidscentra (LRJG). Daarnaast zijn nog andere partners betrokken waaronder een zestal ziekenhuizen en negentien eerstelijnspraktijken voor fysiotherapie. ZonMw financiert het onderzoek. Deze organisatie stimuleert met gerichte subsidieprogramma's innovatie in de gezondheidszorg.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Fontys heeft met een aantal partners ruim 1 miljoen euro subsidie ontvangen voor een vervolgonderzoek naar de verbetering van leefstijl na een beroerte. “Het doel van deze studie is de kans op nieuwe gezondheidsproblemen na een beroerte te verkleinen. Als dat lukt, dan zal dat enorme maatschappelijke impact hebben”, voorspelt projectleider Yvonne Hartman van Fontys Paramedisch.</strong></span></p><p><span>Jaarlijks worden in Nederland 40.000 mensen getroffen door een beroerte. Van die groep krijgt ongeveer 25 procent binnen een jaar opnieuw te maken met een ‘cardiovasculair event’, zoals een TIA, beroerte of hartinfarct. De gezondheidsproblemen die zij hieraan overhouden, hebben een enorme impact op het leven van patiënten en dat van hun families en vrienden.</span></p><p><span>Bovendien is bij een volgende beroerte de kans groot dat de fysieke en cognitieve gevolgen groter zijn. Denk aan concentratieverlies, moeilijker kunnen bewegen van armen of benen of zelfs een halfzijdige verlamming. Dit brengt hoge zorgkosten met zich mee.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/60c86dc9-29ac-419f-a33c-fd77479d38e6/500_mfpisters2-klein.jpg?x=1709567212921" alt="Martijn Pisters" width="200">In het voorafgaande onderzoek genaamd RISE hebben Martijn Pisters, lector Empowering Healthy Behaviour bij Fontys Paramedisch en verbonden aan het UMC Utrecht, en biomedisch wetenschapper Yvonne Hartman van Fontys Paramedisch gekeken naar het beweeggedrag van mensen die een beroerte hebben gehad. Daaruit kwam naar voren dat een grote groep te veel zit en te weinig beweegt. &nbsp;Dit vergroot de kans op een nieuw cardiovasculair event of overlijden.</span></p><p><span><strong>Maatschappelijke impact</strong></span><br><span>Volgens Hartman beweegt slechts één op de vier mensen voldoende nadat ze een beroerte hebben gehad. “Bewegen is heel belangrijk. Ook als sporten niet meer mogelijk is, is elk beweegmoment evident om een nieuwe beroerte te voorkomen. Daar zijn veel patiënten zich onvoldoende bewust van”, weet Hartman.</span></p><p><span>Daarom hebben Pisters en Hartman de Rise-interventie ontwikkeld. Met het vervolgonderzoek wil de onderzoeksgroep onder hun leiding de dagelijkse balans in zit-, beweeg- en slaapgedrag van beroertepatiënten verbeteren. “Het doel van deze studie is de kans op nieuwe gezondheidsproblemen na een beroerte te verkleinen. Als dat lukt, dan zal dat veel maatschappelijke impact hebben”, aldus Hartman.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:332/auto;width:332px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/9bfbc7bf-bb5f-47b6-bc92-efd2f69ffe65/800_yvonnehartman.jpg?x=1709567235939" alt="Yvonne Hartman" width="332" height="auto">Door de nieuwe subsidie van ruim 1 miljoen euro kunnen de onderzoekers het Rise-project de komende tijd opschalen door uit te breiden naar andere regio’s en de samenwerking aan te gaan met neurologen, revalidatieartsen en verpleegkundig specialisten in twintig ziekenhuizen en zo’n vijftig tot zestig fysiotherapeuten uit de eerste lijn.</span></p><p><span>De deelnemende fysiotherapeuten worden speciaal geschoold om dit onderzoek te kunnen uitvoeren. “Dat geeft wel aan hoe vernieuwend de interventie is”, aldus Hartman. “Ze doen geen oefeningen met de patiënten, maar gaan met hen in gesprek over hoe zij hun leefstijl kunnen veranderen. De nadruk ligt op de coachende rol van de fysiotherapeut.”</span></p><p><span><strong>Duizend patiënten</strong>&nbsp;</span><br><span>Maar liefst duizend patiënten zullen de komende drie jaar worden gevolgd. “Die aantallen helpen om te analyseren hoe goed de Rise-interventie werkt op het voorkomen van nieuwe gezondheidsproblemen.” Daarnaast wordt er gekeken naar de kosteneffectiviteit. “Als de interventie kosteneffectief blijkt, willen we in gesprek gaan met zorgverzekeraars zodat de behandeling vanuit het basispakket vergoed wordt.”</span></p><p><span>Het onderzoek werkt ook door in het onderwijs op Fontys Hogeschool. In het eerdere onderzoek was al een promovendus betrokken en in de vervolgstudie komen er nog twee onderzoekers bij die de metingen gaan uitvoeren. Verder draaien er verschillende projecten om studenten mee te nemen in deze nieuwe ontwikkelingen.</span></p><p><span>“Het gaat om een actueel en urgent vraagstuk, wat het bijzonder interessant maakt voor onze studenten”, aldus Hartman, die ook verbonden is aan de Learning Community Empowering Healthy Behaviour in de afstudeerfase van Fontys Paramedisch. </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FPH,Onderzoek Algemeen,FHMG]]></category>
            <pubDate>Tue, 05 Mar 2024 09:42:00 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/a2803714-e7b3-4e4f-aebf-0abe583aa759/500_shutterstock-2216879681.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/a2803714-e7b3-4e4f-aebf-0abe583aa759/500_shutterstock-2216879681.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/a2803714-e7b3-4e4f-aebf-0abe583aa759/shutterstock-2216879681.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[zorg fysiotherapie verpleegkunde]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[shutterstock]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Alles uit de kast voor de zorg: ‘Uitstroom en tekort beperken’</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/alles-uit-de-kast-voor-de-zorg-uitstroom-en-tekort-beperken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/alles-uit-de-kast-voor-de-zorg-uitstroom-en-tekort-beperken/</guid><pp:caseid>620114</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Het tekort aan zorgpersoneel loopt de komende jaren verder op. Ook de uitstroom van verpleegkundigen is al jaren hoog. Om deze trend tegen te gaan of in elk geval de schade te beperken, houdt de zorg regelmatig campagnes. Ook Fontys haalt alles uit de kast.</strong></span></p><p><span>De cijfers liegen er niet om: over 8 jaar is het tekort aan zorgpersoneel naar verwachting opgelopen naar 135.000 werknemers, zo </span><a href="https://nos.nl/artikel/2413851-onderzoek-tekort-aan-zorgpersoneel-op-lange-termijn-alleen-maar-groter" target="_blank"><span>berekende</span></a><span> ABF Research in opdracht van het ministerie van VWS twee jaar geleden. Een jaar later komt het onderzoeksbureau met </span><a href="https://abfresearch.nl/publicaties/arbeidsmarktprognoses-zorg-en-welzijn-vernieuwd/" target="_blank"><span>nieuwe cijfers</span></a><span>: het tekort is al opgelopen naar 168.000 personen in 2032.</span></p><p><span>Naar verwachting neemt het personeelstekort in de zorg vooral na 2026 verder toe. De verwachte tekorten zijn het grootst bij verzorgenden en verpleegkundigen afgestudeerd in het mbo en hbo. Oorzaak van het personeelstekort in de sector is onder meer de vergrijzing. Daardoor groeit de vraag naar zorgpersoneel.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:430/auto;width:430px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_zorgmanager.jpg?x=1707321347842" alt="De werkdruk in de zorg is vaak hoog" width="430" height="auto">Onvoldoende jongeren zien een baan in de zorg zitten. Wisselende diensten, hoge werkdruk en het salaris noemen ze als redenen. Het is niet alleen moeilijk om aan nieuw personeel te komen, ook om het te behouden.</span></p><p><span>Hoewel er vorig jaar 21.000 mensen extra zijn gaan werken in de zorg, neemt de uitstroom toe. Een druppel op de gloeiende plaat dus, concludeerde de </span><a href="https://nos.nl/artikel/2487513-steeds-meer-uitstroom-in-de-zorg-toch-toename-personeel" target="_blank"><span>NOS</span></a><span> vorig jaar. Om deze trend tegen te gaan of in elk geval de schade te beperken houdt de sector voortdurend campagnes. Ook Fontys haalt alles uit de kast.</span></p><p><span>Zo haken de instituten Fontys Mens en Gezondheid, Fontys Sociale Studies en Fontys Paramedisch aan bij een landelijke </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=http%3A%2F%2Fwww.100pzorgenwelzijn.nl%2F&data=05%7C02%7Cbron%40fontys.nl%7C177717d18a204ebb5fcf08dc21837028%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638422095603380589%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C0%7C%7C%7C&sdata=0HqhMb%2B3d5r35ycPBynVsIRxUcgNvSqeAjw4mKZ4pcM%3D&reserved=0" target="_blank"><span>campagne</span></a><span> om middelbare scholieren warm te maken voor een opleiding in de zorg. Een speciaal daarvoor uitgeruste truck doet vanaf maart tot juni 50 steden aan.</span></p><p><strong>VR-experience</strong><br><span>Middelbare scholieren, van alle jaren en niveaus, worden in één lesuur in vogelvlucht meegenomen in de zorg door VR-experience. “Voor ons is het een kans om in contact te komen met nieuwe potentiële studenten”, aldus Jojanneke Wehmeijer-Haaksman van Fontys Sociale Studies.</span></p><p><span>Om de uitstroom van zorgprofessionals uit de sector te beperken, is Fontys Mens en Gezondheid gestart met masterclasses, bedoeld voor alumni Verpleegkunde die maximaal vier jaar zijn afgestudeerd. Recent afgestudeerden hebben behoefte aan een zachte landing na het afstuderen, weten verpleegkundedocent Tineke van Lieshout en Yvonne Cuijpers, docent management en leiderschap.</span></p><p><span>“Er komt veel op je af in de hectische zorgwereld”, zegt Van Lieshout. “Tijdens hun studie worden ze ondersteund en uitgedaagd en zijn er regelmatig momenten van terugkoppeling. Na het afstuderen valt dit weg. En dan? Hoe houd je jezelf staande? Tijdens de masterclasses gaan de deelnemers hierover met elkaar in gesprek. Dat zorgt voor herkenning en verbinding.”</span></p><p><strong>Ervaringen uitwisselen</strong><br><span>De gedachte achter de masterclasses is dat het uitwisselen van ervaringen en het opdoen van contacten de deelnemers verder helpt en zelfvertrouwen geeft. “Hiermee willen we voorkomen dat zorgprofessionals vroegtijdig stoppen en de sector verlaten”, aldus Cuijpers, die eerder werkzaam was als zorgmanager en veel jonge, capabele mensen zag vertrekken. &nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:372/auto;width:372px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e2a34e50-3a8a-49ba-a794-e39a3777bbdc/800_shutterstock-1418158745.jpg?x=1707321426555" alt="Hbo-verpleegkundigen willen meestal niet alleen aan het bed staan" width="372" height="auto">“Vaak stappen ze met bepaalde verwachtingen het werkveld in om vervolgens 32 uur in de week aan het bed van patiënten te staan. Als hbo-verpleegkundigen willen de meesten een meer zelfstandige, coördinerende en/of onderzoekende rol. Die zijn er genoeg, maar soms duurt het even voordat je op je plek zit. Daarvoor zijn connecties in het werkveld heel nuttig.”</span></p><p><span>Of het nu een rondtrekkende truck met VR-experience is of masterclasses waar recent afgestudeerde zorgprofessionals ervaringen uitwisselen, voor Fontys staat vast dat ze alles uit de kast moet halen om het tekort aan zorgpersoneel en de uitstroom de komende jaren te beperken. </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,PRO Gezondheidszorg]]></category>
            <pubDate>Thu, 08 Feb 2024 09:30:44 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/f71ae792-b50c-4c79-acb3-c1d0a3edcbb8/500_verpleegkundige-verpleegkunde-zorg-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/f71ae792-b50c-4c79-acb3-c1d0a3edcbb8/500_verpleegkundige-verpleegkunde-zorg-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/f71ae792-b50c-4c79-acb3-c1d0a3edcbb8/verpleegkundige-verpleegkunde-zorg-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[verpleegkundige-verpleegkunde-zorg-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Janna sprint van atletiek naar bobsleebaan voor de Spelen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/janna-sprint-van-atletiek-naar-bobsleebaan-voor-de-spelen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/janna-sprint-van-atletiek-naar-bobsleebaan-voor-de-spelen/</guid><pp:caseid>612334</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Ze behoort al jaren tot de subtop op de Nederlandse atletiekbaan, maar deze winter sprint studente Fysiotherapie Janna Doumpas voor het eerst in haar leven achter een bobslee. Met als doel: de Olympische Winterspelen van 2026.</strong></span></p><p><span>Terwijl Janna volop gefocust was op de sprintwedstrijden van afgelopen zomer, kreeg ze plots een berichtje op Instagram van de pilote van het vrouwelijke bobsleeteam. “Of het me leuk leek om te bobsleeën en het team te versterken, waarbij gewerkt wordt naar de Olympische Winterspelen in Italië.”</span></p><p><span>Die kans liet Janna niet schieten. Dankzij haar ervaring op de atletiekbaan kan ze sprinten, is ze explosief en heeft ze veel kracht. “Die dingen zijn natuurlijk heel handig om een bobslee te duwen. Ik ben van nature sterk gebouwd, wat ervoor zorgt dat ik in combinatie met mijn snelheid ook goed kan duwen. Deze sport past me dus eigenlijk verrassend goed.”</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:253px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/dbea10c7-ebf6-40e3-b697-69cc020944e0/800_jannadoumpas.jpg?x=1701249500362" alt="Janna Doumpas">Presentatie</strong><br><span>Hoewel de combinatie op papier fantastisch lijkt, heeft Janna nog geen bobslee aangeraakt. Behalve tijdens de teampresentatie op Papendal. “Daar stapte ik in de nieuwe slee van komend seizoen. En wat denk je? Scheurde ik zo uit m’n broek in het bijzijn van pers en sponsoren.”</span></p><p><span>Janna maakt al wel officieel deel uit van het team, waarvan de piloten en remsters eind oktober naar Noorwegen vertrokken zijn om te trainen. De fysiotherapiestudente vertrekt op 13 januari. “Een week daarna zijn de eerste wedstrijden waar ik aan meedoe, het Wereld Junioren Kampioenschap. Toch best gek dat ik dan pas één week gesleed heb.”</span></p><p><strong>Nieuwe uitdagingen</strong><br><span>Om zich daar de komende tijd toch zo optimaal op voor te kunnen bereiden, heeft Janna een karretje met gewichten op de atletiekbaan staan dat zij al sprintend vooruitduwt. “Heel anders dan op echt ijs natuurlijk, maar voor mijn basis erg fijn.”</span></p><p><span>Janna houdt van nieuwe uitdagingen, maar ze krijgt het met het bobsleeën erbij ook erg druk. Na de kampioenschappen in het Zwitserse Sankt Moritz reist ze naar Oostenrijk voor de Europa Cup. Dan heeft ze een week rust en volgt half februari het NK Sprinten. Een dag later moet ze naar Winterbergen voor het WK. “Dat is heel pittig, maar ik heb ook echt zin in de tijd die komen gaat.”</span></p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:441px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/30d9ca1c-f709-4425-ae39-7591268028fb/800_jannatraintmeteenkarretjeengewichten.jpg?x=1701253394762" alt="Janna traint met een karretje en gewichten">Studie</strong><br><span>Daarnaast hoopt de topsportster dit jaar ook haar studie af te ronden. Ze liep door haar sportieve agenda al een klein beetje studievertraging op in de laatste jaren, maar dat mag de pret voor haar niet drukken. “Ik ben nu, voordat ik het winterseizoen inga, mijn stage aan het afronden. De komende periode ben ik niet met school bezig, maar zodra ik terug ben, begin ik aan mijn onderzoek en scriptie.”</span></p><p><span>Daarna kan Janna zich volledig storten op de Olympische Winterspelen. “Of we daar ook echt kans maken vind ik nog moeilijk te zeggen. Ik ben nog nieuw in de sport en ken de eisen niet, maar het is wel een doel waar we naartoe gaan werken. Mijn pilote heeft veel vertrouwen in me en ik ga hier alles voor geven.” [</span><i><span>Noëlle van den Berg</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,Student,PRO Sport]]></category>
            <pubDate>Wed, 29 Nov 2023 12:36:35 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/1bb50586-f133-45fb-aa77-88ceca3b008c/500_jannadoumpas..jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/1bb50586-f133-45fb-aa77-88ceca3b008c/500_jannadoumpas..jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/1bb50586-f133-45fb-aa77-88ceca3b008c/jannadoumpas..jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Janna Doumpas.]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Rachelsmolen maakt de blits met Spect-CT gammacamera</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/rachelsmolen-maakt-de-blits-met-spect-ct-gammacamera/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/rachelsmolen-maakt-de-blits-met-spect-ct-gammacamera/</guid><pp:caseid>612113</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Het is nieuw en uniek. Dan hebben we het niet over de gebouwen op campus Rachelsmolen, maar over één apparaat dat zich bevindt in R12: de Spect-CT, een gammacamera met CT-scanner. Nederland telt nu in totaal vier van deze scanners, waarbij Fontys de onderwijsinstelling is met de nieuwste versie.</strong></span></p><p><span>“Ik heb studenten al binnen zien piepen om de scanner te bewonderen”, laat Giljaam Pas weten. Als docent nucleaire geneeskunde bij Fontys Paramedisch staat hij aan het roer als het gaat om het gebruiken van de scanner. “Zelf kijk ik er ook enorm naar uit om hiermee te werken.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:281px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/477498dd-63ea-42fb-bd5f-a521662c1c8d/800_giljaampasrmeteenvanzijnstudenten.jpg?x=1701098852142" alt="Giljaam Pas (r) met een van zijn studenten">Radioactieve stoffen</strong></span><br><span>Nucleaire geneeskunde is een tak van sport binnen de medische beeldvorming waar radioactieve stoffen worden gebruikt, zo legt hij uit. “Die stoffen injecteer je in een patiënt waardoor deze radioactief wordt en straling uitzendt. De apparatuur vangt die straling op en maakt daar beelden van, zodat we een duidelijke diagnose van een patiënt kunnen stellen.”</span></p><p><span>Dat gebeurt met de Spect-CT, een door Siemens ontwikkelde gammacamera mét CT-scan, waarbij twee koppen de straling die uitgezonden wordt opvangen. “Dat wij deze scanner hebben staan is super bijzonder. We zijn nu niet alleen up to date, maar lopen de komende jaren zelfs voorop.”</span></p><p><span><strong>Beroepsmatig handelen</strong></span><br><span>Om ervoor te zorgen dat Pas en zijn studenten veilig kunnen werken met het apparaat, zijn onder andere de muren van de ruimte voorzien van lood. “De geïnjecteerde straling gaat alle kanten op, waardoor juiste voorzorgsmaatregelen erg belangrijk zijn.”&nbsp;</span></p><p><span>En nee, dat betekent niet dat er straks radioactieve studenten rondlopen op het campusterrein. “Maar we hebben wel radioactieve bronnen die daadwerkelijk een duidelijk beeld geven wanneer deze gescand worden, waardoor onze studenten precies leren hoe deze scanner werkt en hoe zij beroepsmatig moeten handelen.”</span></p><p><span>Pas doelt daarmee op het ontvangen van patiënten in een wachtkamer, het geven van instructies, het begeleiden naar het apparaat en het invoeren van de juiste instellingen. “Voor de CT-scanner hebben we poppen met botten of orgaanachtig materiaal, zodat we hiermee al wel kunnen oefenen.”</span></p><p><span><strong>Opvoeden</strong></span><br><span>En de radioactieve bronnen? Die liggen in een kluis en worden als dat nodig is voorzichtig geplaatst. “De tijd rondom deze bronnen moet zo kort mogelijk zijn en afstand nemen is daarbij ook belangrijk. En wanneer de Spect-CT draait, mag je niet in dezelfde ruimte zijn. Daar gaan we onze studenten de komende tijd in opvoeden, zodat we daarna meer de diepte in kunnen en veel kunnen oefenen. Dat gaat fantastisch worden, want deze scanner is een stuk geavanceerder en intuïtiever dan het apparaat dat we hadden.”</span></p><p><span>Terwijl verderop in het gebouw echo’s gemaakt kunnen worden van zwangere vrouwen, zal de opleiding nucleaire geneeskunde het apparaat niet voor patiënten kunnen gebruiken. “Daar hebben we de papieren niet voor, en dat is ook lastig met wetgeving. Maar dat neemt niet weg dat we hier wel een hele mooie toekomst tegemoet gaan.” [</span><i><span>Noëlle van den Berg</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,PRO Gezondheid,Eindhoven]]></category>
            <pubDate>Tue, 28 Nov 2023 09:37:36 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4a2006ec-8e44-4c49-8d1c-bb476ac9fb7a/500_studentenkijkenverwonderendnaardescannerenallebijkomstigheden.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4a2006ec-8e44-4c49-8d1c-bb476ac9fb7a/500_studentenkijkenverwonderendnaardescannerenallebijkomstigheden.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4a2006ec-8e44-4c49-8d1c-bb476ac9fb7a/studentenkijkenverwonderendnaardescannerenallebijkomstigheden.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Studenten kijken verwonderend naar de scanner en alle bijkomstigheden]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Film Teun Toebes inspiratie voor studenten en docenten</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/film-teun-toebes-inspiratiebron-voor-studenten-en-docenten/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/film-teun-toebes-inspiratiebron-voor-studenten-en-docenten/</guid><pp:caseid>611916</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><a href="https://teuntoebes.com/" target="_blank"><span>Teun Toebes</span></a><span> (24) is verpleegkundige en zet zich in om wereldwijd de zorg voor mensen met dementie te verbeteren. Een aantal jaar geleden is hij afgestudeerd aan Fontys Verpleegkunde. Sinds 2 november draait de documentaire Human Forever van filmmaker Jonathan de Jong met Teun Toebes in de hoofdrol in de Nederlandse bioscopen. Er zijn ook </span><a href="https://www.pathe.nl/film/26963/human-forever" target="_blank"><span>besloten voorstellingen</span></a><span> mogelijk.&nbsp;</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Hij is nog maar 24 en nu al op een missie. Fontys-alumnus Teun Toebes wil wereldwijd de zorg voor mensen met dementie verbeteren. Voor de documentaire Human Forever sprak hij met wereldleiders, topwetenschappers en visionairs. Zijn boodschap is er een van hoop, en die kwam aan bij studenten en medewerkers van Fontys voor wie de film donderdag exclusief werd vertoond.</strong></span></p><p><span>Teun Toebes had eigenlijk in het buitenland moeten zijn, waar hij samen met de filmmakers een prijs in ontvangst mag nemen voor de documentaire. Maar hij koos ervoor om in Eindhoven te zijn, en een zaal van Fontysstudenten en -medewerkers toe te spreken. Want, zegt hij, we staan voor een enorme maatschappelijke opgave met elkaar. “Ik hoop dat jullie beseffen hoe mooi jullie rol kan zijn in deze cultuurverandering.”</span></p><p><span>Die is namelijk hard nodig, stelt Toebes vast. “Wereldwijd zijn er momenteel 55 miljoen mensen met dementie, over zes jaar zijn dat er 78 miljoen en in 2050 maar liefst 139 miljoen. Een op vijf mensen krijgt dementie. Deze film gaat dus mogelijk ook over jouw toekomst.”</span></p><p><strong>Opgesloten</strong><br><span>De film begint bij Toebes die intrekt in een gesloten afdeling van een verpleeghuis voor ouderen met dementie. “De gedachte dat dit mijn voorland is, maakt mij verdrietig”, zegt hij, terwijl we hem door de kale gangen zien lopen en hij steun geeft aan een vrouw die aan een poort rammelt en jammert dat ze eruit wil. “Wie wil nu opgesloten worden na een leven van vrijheid, op een plek waar je stem en mening niks meer waard zijn?”, vraagt hij zich hardop af. </span><i><span>[Tekst gaat verder onder de foto]</span></i></p><p><span>Toebes vindt dat deze situatie moet veranderen en besluit in de film op onderzoek uit te gaan, op zoek naar antwoorden voor later. Hoe gaan andere landen hiermee om en wat kunnen we van hen leren? Wat betekent welvaart als je dementie hebt? Hij praat met topwetenschappers, wereldleiders, visionairs, zorgmedewerkers en patiënten in 35 landen en bezoekt 11 ervan. De verschillen zijn groot.</span></p><p><span>Hij reist af naar Scandinavië, een regio waar we volgens hem vaak tegenop kijken, waar eigen regie en persoonsgerichte zorg maatgevend zijn. Maar ook hier reikt de vrijheid vaak niet verder dan het hek, concludeert Toebes. In het armste land van Europa, Moldavië, leven mensen met verschillende zorgbehoeften en aandoeningen bij elkaar, zonder speciale voorzieningen, ook achter een hek. Maar toch blijkt iedereen mee te tellen en zorgen ze voor elkaar.</span></p><p><strong>Sprankeling</strong><br><span>In Zuid-Afrika zorgt de familie voor hulpbehoevende ouderen, ook als dat betekent dat je je eigen leven ervoor op moet geven om bij je ouders in te trekken. Hier ziet Toebes dat dementie niet het einde hoeft te betekenen van een rijk en sociaal leven. “De sprankeling die ik hier in de ogen van de mensen zie, zie ik zelden bij mijn huisgenoten”, constateert de zorgvernieuwer verdrietig. “In Nederland kunnen we met al ons geld nog steeds geen geluk kopen voor degenen die dat zo hard nodig hebben.” </span><i><span>[Tekst gaat verder onder de video]</span></i></p><p><span>Toch wordt Toebes hoopvoller naarmate hij meer landen bezoekt en meer mensen spreekt. Hij raakt geïnspireerd door de degenen die een verandering in gang hebben gezet. Door het nemen van preventieve maatregelen, met nieuwe woonvormen, persoonlijke aandacht, geborgenheid en de vrijheid om jezelf te zijn als patiënt en te gaan waarheen je wilt. “Je kunt met iedereen contact maken, ongeacht leeftijd en aandoening”, zegt Toebes. En dat laat hij ook veelvuldig zien in de film. Zijn toenadering tot ouderen met dementie is hartverwarmend en ontroerend. En inspirerend.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:290px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b6b36f22-0323-41b8-8c43-ad628824fda0/800_sellyeneline.jpg?x=1700820335255" alt="Selly en Eline">“Heel indrukwekkend”, zegt student Social Work Eline, die zichtbaar is geraakt door wat ze heeft gezien en gehoord. “Er is heel veel om over na te denken. Ik moet het echt even laten bezinken.” Haar vriendin Selly, student Verpleegkunde, is al net zo onder de indruk. “De documentaire geeft me een beeld van dementie dat ik nog niet kende. De vraag die meteen in me opkomt, is hoe ik een bijdrage kan leveren aan deze cultuurverandering in de zorg waartoe Toebes oproept.”</span></p><p><strong>Steentje bijdragen</strong><br><span>Selly besluit, aangespoord door verpleegkundedocent Ine Spierings, ter plekke dat ze tijdens een les over de film gaat vertellen en wat deze met haar heeft gedaan. “Ik kom van Bonaire en daar gaan mensen toch wel anders om met dementie. Ook als mensen in een verpleeghuis worden verzorgd, blijft de familie heel nauw betrokken.” In Nederland is iedereen druk en de zorg kan ook beter, constateert ze. “Ik vind het heel mooi wat Teun doet en wil graag mijn steentje bijdragen.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:347px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d34dc258-c16a-417c-8c17-8f91d96fc2c1/800_teunenines.jpg?x=1700820364861" alt="Ine Spierings feliciteert Teun Toebes met zijn film">Docent Spierings loopt de bioscoopzaal uit met ‘een lach en een traan’. Ze stapt direct op Toebes af die buiten de zaal klaarstaat om studenten en medewerkers op te vangen. Sommigen zijn zichtbaar geëmotioneerd. “We hebben in Nederland een systeem ontwikkeld dat helemaal niet past bij de doelgroep. Dat raakt me heel erg”, zegt Spierings. “Je ziet in de film wat persoonlijke aandacht doet met mensen met dementie. Daar moet echt verandering in komen.”</span></p><p><span>De docent vindt het mooi om te zien dat vakgenoten en studenten meteen al met elkaar in gesprek gaan hoe het beter kan in de zorg en hoe het onderwijs hieraan kan bijdragen. En ook Teun Toebes kijkt hoopvol om zich heen naar wat zijn documentaire teweegbrengt. </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,FHMG,Verpleegkunde,Alumni,PRO Onderwijs,PRO Gezondheidszorg]]></category>
            <pubDate>Fri, 24 Nov 2023 11:38:58 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/797d9eb6-ac70-45e6-9f97-ae0d99cbc9a3/500_belgieuml-teunopbedmetvrouw-bewerkt.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/797d9eb6-ac70-45e6-9f97-ae0d99cbc9a3/500_belgieuml-teunopbedmetvrouw-bewerkt.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/797d9eb6-ac70-45e6-9f97-ae0d99cbc9a3/belgieuml-teunopbedmetvrouw-bewerkt.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Belgi&amp;euml; - Teun op bed met vrouw]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Teun Toebes documentaire Human Forever]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Verpleegkunde: meer mbo&#039;ers gaan voor hbo-diploma</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/verpleegkunde-meer-mboers-gaan-voor-hbo-diploma/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/verpleegkunde-meer-mboers-gaan-voor-hbo-diploma/</guid><pp:caseid>603526</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Steeds meer werkzame mbo-verpleegkundigen behalen een hbo-diploma naast hun baan, meldt statistiekbureau CBS. Dat gebeurt twee keer zo vaak als tien jaar geleden. Uit nieuwe cijfers blijkt dat veel mbo-verpleegkundigen, vaak naast hun baan in de zorg, voor een hbo-diploma gaan.&nbsp;</strong></p><p>Van de lichting die in 2005 het mbo-diploma kreeg, was 8 procent binnen vijf jaar ‘opgeschoold’, zoals het CBS het noemt. In de lichting van 2016 was dat ruim het dubbele: 17 procent.</p><p>Er zijn bovendien meer mbo-verpleegkundigen dan voorheen. In 2005 behaalden 3.500 mbo-studenten een diploma in de verpleegkunde. Dat waren er 6.310 in 2021.&nbsp;</p><p>Alles bij elkaar gaat het dus om enkele honderden die doorstuderen. Het grootste deel van hen begint direct na het behalen van het mbo-diploma en slaagt binnen drie jaar voor de hbo-opleiding. Maar daarna kan het ook nog. “Van de lichting 2005 haalden in 2021 nog steeds mensen hun hbo-diploma”, noteert het CBS, “maar het gaat dan om relatief kleine percentages.”</p><p>Naar verwachting stijgt het tekort aan verpleegkundigen de komende jaren tot zo’n tienduizend hbo-verpleegkundigen in 2032 en nog eens 4.400 gespecialiseerde verpleegkundigen. Ook zullen er dan zo’n achttienduizend mbo-verpleegkundigen te weinig zijn. [<i>HOP</i>]</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,Verpleegkunde,PRO Gezondheid]]></category>
            <pubDate>Tue, 31 Oct 2023 10:36:19 +0100</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_stage-stagiair-verpleegkunde-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_stage-stagiair-verpleegkunde-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/stage-stagiair-verpleegkunde-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[stage_stagiair_verpleegkunde_shutterstock zorg]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Arbeidstekorten los je niet op met invoeren numerus fixus&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/arbeidstekorten-los-je-niet-op-met-invoeren-numerus-fixus/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/arbeidstekorten-los-je-niet-op-met-invoeren-numerus-fixus/</guid><pp:caseid>591394</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>“Waarschijnlijk gaan we naar een tijd met meer arbeidstekorten”, zei demissionair minister Dijkgraaf in een toelichting op de Toekomstverkenning die hij begin deze maand presenteerde. Hij vraagt zich af of we jongeren de keuze moeten blijven geven om de opleiding te kiezen die ze leuk vinden. Bron legde deze vraag voor aan de instituutsdirecteuren van vier tekortsectoren.</strong></span></p><p><span>In de </span><a href="https://bron.fontys.nl/toekomstverkenning-onderwijs-keuzevrijheid-student-op-de-schop/"><span>Toekomstverkenning </span></a><span>(‘Vandaag is het 2040’) noemt Dijkgraaf als een van de mogelijke oplossingen het Zweedse model voor het tegengaan van de arbeidstekorten in tekortsectoren zoals techniek, onderwijs en zorg. In dit model wordt de keuze voor een opleiding gekanaliseerd, onder meer door zorgvuldige selectieprocedures bij numerus-fixusopleidingen. Een goed idee?</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/9732c4ae-5164-473e-9d33-3d2830b01817/500_karencox-2.jpg?x=1695215220484" alt="Karen Cox">“Jonge studenten zouden volgens mij de ruimte moeten krijgen om zich breed te oriënteren op een vervolgopleiding en niet gedwongen worden om al vroeg te kiezen”, vindt Karen Cox, directeur van Fontys Mens en Gezondheid.</span></p><p><span>“Er zijn natuurlijk altijd studenten die al heel vroeg weten welke vervolgopleiding ze kiezen en zij zouden zich hier in het voortgezet onderwijs al op kunnen voorbereiden.” Deze optie is volgens Cox ook mogelijk in het Zweeds model. “Beide opties bieden zou een mooie invulling zijn van ons onderwijsmodel.”</span></p><p><strong>Uitval</strong><br><span>Wat betreft het invoeren van een beperkte toelating van studenten tot een opleiding is zij minder enthousiast. “Je moet je afvragen of jonge studenten die noodgedwongen een zorgopleiding kiezen vanwege een numerus fixus op de gewenste opleiding, op hun plek zijn in een zorgopleiding en uiteindelijk de opleiding vroegtijdig verlaten. Daar is niemand bij gebaat, het onderwijs niet, het werkveld niet en bovenal de student niet.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/ad22b0fa-3172-49a4-9478-00b51656d1bc/500_c1920-martindewolf-2.jpg?x=1695215337619" alt="Martin de Wolf">Martin de Wolf, directeur van Fontys Lerarenopleiding Tilburg (FLOT), kan zich de gedachtegang van de minister wel voorstellen, maar hij is van mening dat er twee nadelen kleven aan keuzebeperking. “Allereerst vind ik dat studenten moeten kunnen studeren waar hun hart naar uit gaat. Het is namelijk niet zo dat de opleiding allesbepalend is voor wat je in de rest van je leven doet. Er is ook nog een leven lang ontwikkelen. Daar gaat deze gedachte aan voorbij.”</span></p><p><span>Daarnaast wijst De Wolf op het feit dat het aantal studenten jaarlijks fluctueert. Hij vraagt zich af hoe je in het geval van een numerus fixus een bestendig opleidingsteam neer kunt zetten. “We kunnen ook andere keuzes maken om toch de toegankelijkheid van opleidingen in tekortsectoren te vergroten. Dat zit volgens mij in het aansluiten tussen opleidingen met verdere professionaliseringstrajecten in het kader van een leven lang ontwikkelen.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_antonvandenbrink-3.jpg?x=1695215363563" alt="Anton van den Brink">Anton van den Brink, directeur van Fontys Lerarenopleiding Sittard (FLOS), hinkt evengoed op twee benen. De keuzevrijheid van studenten beperken, dat wil hij liever niet. “Ik denk wel dat we kunnen kijken naar wat bredere opleidingen. Zodat je als student niet in een smalle koker terechtkomt, maar nog mogelijkheden hebt om daarbinnen te kiezen voor een profilering.”</span></p><p><span><strong>Laag-hoger-hoogst</strong></span><br><span>Het werken met numerus fixus, daar gelooft Van den Brink niet in. Hij ziet liever dat de doorstroomsituatie in het onderwijs verbetert. “Er is een groot aantal studenten dat niet op zijn plek zit in het middelbaar en hoger onderwijs.</span></p><p><span>Dat komt volgens Van den Brink doordat we het onderwijssysteem hebben onderverdeeld in laag-hoger-hoogst. Mensen denken daardoor onterecht dat hoe hoger je bent opgeleid, hoe beter de banen zijn en hoe meer geld je verdient. “De gevolgen hiervan zien we terug in de uitvalcijfers en in de doorstroom van opleidingen naar de arbeidsmarkt.”</span></p><p><span>De FLOS-directeur vindt dat er iets moet gebeuren aan deze beeldvorming. Hij sluit zich wat dat betreft aan bij demissionair minister Dijkgraaf die af wil van de termen lager en hoger en toe wil naar praktisch en theoretisch onderwijs. Hij beseft dat verandering van beeldvorming tijd kost. “De overheid zou dit proces kunnen versnellen door er meer campagnes op te zetten.”</span></p><p><strong>Brede opleidingen</strong><br><span>Ella Hueting ziet een oplossing in brede opleidingen, net als haar collega van FLOS. “Wat je ziet is dat er door studenten nog altijd vrij stereotiep gekozen wordt voor een studie. Zo zijn rechten en psychologie bijvoorbeeld heel populair, kiezen steeds minder vrouwen voor <img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_fotoellahueting-428528.jpg?x=1695281127938" alt="Ella Hueting">techniek, terwijl de gezondheidszorg bijna helemaal is gefeminiseerd. Ik stel voor om studenten vakken en kennis mee te geven die ze ook kunnen toepassen in de tekortsectoren.”</span></p><p><span>Zo zou het volgens de directeur van Fontys Engineering mogelijk moeten zijn om vanuit de opleiding scheikunde, ook leraar scheikunde te kunnen worden. “Of dat je als afgestudeerd psycholoog eveneens aan de slag kunt gaan in de gezondheidszorg. Techniek kun je op deze manier ook integreren in de zorg en het onderwijs. En dit alles zonder dat studenten worden gedwongen te kiezen voor een studie die ze liever niet willen volgen.” &nbsp;</span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FLOT,FLOS,FHMG,FHE,Onderwijs Algemeen]]></category>
            <pubDate>Thu, 21 Sep 2023 09:37:58 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/d99dcbc8-ebed-4983-806f-3f8e46e5c0b7/500_student-les-college-numerusfixus-lerarentekort-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/d99dcbc8-ebed-4983-806f-3f8e46e5c0b7/500_student-les-college-numerusfixus-lerarentekort-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/d99dcbc8-ebed-4983-806f-3f8e46e5c0b7/student-les-college-numerusfixus-lerarentekort-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[student-les-college-numerus fixus-lerarentekort-shutterstock]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Brandveiligheid TF-gebouw niet in orde, Fontys neemt maatregelen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/brandveiligheid-tf-gebouw-niet-in-orde-fontys-neemt-maatregelen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/brandveiligheid-tf-gebouw-niet-in-orde-fontys-neemt-maatregelen/</guid><pp:caseid>584649</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Fontys heeft maatregelen genomen vanwege een gebrekkige brandveiligheid van het onderwijsgebouw TF aan de Theodor Fliednerstraat in Eindhoven. Zo worden extra brandwachten ingezet en mogen er nooit meer dan 850 mensen tegelijk in het gebouw aanwezig zijn.</strong></span></p><p>Het TF-gebouw is het onderkomen voor alle opleidingen die vallen onder Mens en Gezondheid, Paramedisch en Sociale Studies. Fontys gebruikt dit gebouw nog tot eind november, dan verhuizen alle opleidingen naar de nieuwbouw op campus Rachelsmolen.&nbsp;</p><p>Fontys is eigenaar van het TF-gebouw, maar heeft de grond in erfpacht van TU Eindhoven. Die gaat dat daarna zelf in gebruik nemen.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:430px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_tf-03.jpg?x=1692695296166" alt="">Tijdens een schouw uitgevoerd in opdracht van TU/e kwam aan het licht dat de brandveiligheid te wensen overlaat. Het Fontysbestuur liet daarop interne en externe partijen onderzoeken uitvoeren. In juli is vervolgens overlegd met de gemeente en de brandweer over aanvullende maatregelen. Die zijn nu getroffen.&nbsp;</p><p>Zo mogen zich dus nooit meer dan 850 mensen tegelijk in het gebouw bevinden, is het aantal bhv'ers en brandwachten opgeschaald en mogen er buiten het onderwijs geen andere activiteiten worden georganiseerd in het pand. Deze locatie wordt daarom ook niet gebruikt voor de huidige introductieweek. Gemeente en brandweer hebben volgens het Fontysbestuur bevestigd dat met dit pakket maatregelen het gebouw voor de resterende tijd veilig en verantwoord gebruikt kan worden.&nbsp;</p><p>De medewerkers en studenten van de betreffende opleidingen zijn hierover inmiddels geïnformeerd. [<i>Jan Ligthart</i>]</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Campus,Eindhoven,FHMG,FHP,FHSS]]></category>
            <pubDate>Tue, 22 Aug 2023 12:03:15 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_img-4742-2.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_img-4742-2.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/img-4742-2.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Studenten, TF, TF-gebouw Theodor Fliednerstraat]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Werven nieuw talent op Dutch Technology Festival is &#039;hoognodig&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nieuw-talent-werven-op-het-dutch-technology-festival/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nieuw-talent-werven-op-het-dutch-technology-festival/</guid><pp:caseid>576167</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><i>Het </i><a href="https://www.dutchtechnologyfestival.com/" target="_blank"><i>Dutch Technology Festival</i></a><i> vindt op donderdag 8 en vrijdag 9 juni plaats in het Klokgebouw. Zaterdag 10 juni wordt er op verschillende hotspots in de Brainportregio een High Tech Ontdekkingsroute georganiseerd.</i></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><strong>Nu de technologie zich in een sneltreinvaart ontwikkelt, wordt de vraag naar technisch talent alsmaar groter, zeker in de Brainportregio. Met het Dutch Technology Festival worden potentials enthousiast gemaakt voor het vak. “Het belang van dit evenement is onontbeerlijk”, zegt docent Henk Versluis.</strong></p><p>Tijdens het Dutch Technology Festival worden jongeren onderworpen aan allerlei technische oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Toegespitst op de zorgsector, maar ook op de voedselindustrie, ICT-wereld en andere branches.&nbsp;</p><p><strong>VR en koffie</strong><br>Fontys is met een verschillende instituten aanwezig op het festival, waar de lerarenopleiding Pedagogisch Technische Hogeschool (PTH) er één van is. Docent Henk Versluis staat samen met collega’s bij een opstelling met een baristawagentje.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:274px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/e0ba6c64-ba5a-442f-a219-5b980718f37d/800_img-0247.jpg?x=1686044322789" alt="Henk Versluis">“Daar laten we leerlingen kennismaken met een VR-bril”, legt Versluis uit. “Terwijl zij de nieuwe technologie gebruiken om andere leerlingen iets te leren, krijgen hun begeleiders een bakje koffie aangeboden en gaan we met hen in gesprek. Ze moeten op de hoogte raken van wat er tegenwoordig allemaal mogelijk is. Technologie is nog niet voldoende ingeburgerd in het onderwijs.”</p><p>Dat zou wel moeten gebeuren, vindt Versluis. Technologie haalt ons in en het onderwijs moet de snelheid waarin dat gebeurt proberen bij te benen. “We doen als docenten onze uiterste best om met bijscholing bij te blijven op technologisch vlak, maar het gaat zo snel dat we de jeugd daarmee moeten bestoken. Het is een problematiek om up-to-date te blijven en tegelijkertijd toekomstklaar te zijn.”</p><p><strong>Wending&nbsp;</strong><br>In de komende jaren gaat dat alleen nog maar erger worden. Kunstmatige intelligentie staat nu nog in de kinderschoenen en we weten er nog weinig van. Maar dat zal veranderen, en snel ook. “Je moet voorkomen dat als de technologie een wending neemt, en dat gaat gebeuren, je achter gaat lopen. Je moet voorop blijven en daarom is een evenement als het Dutch Technology Festival onontbeerlijk. In de techniek zijn duizenden mensen nodig. Een groot deel daarvan zal uit het buitenland moeten komen, maar we moeten onze eigen potentials niet vergeten. En die verzamelen zich hier, op het Dutch Technology Festival.”</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:365px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/dc65e6a6-7c63-42d8-999e-ffddf03355ce/800_dtf-2.png?x=1686044483940" alt="Patrick de Vos tijdens DTF 2022">Dat zegt ook Patrick de Vos, vanuit het domein Mens & Gezondheid betrokken bij het festival. Hij en zijn collega’s willen donderdag en vrijdag laten zien dat technologie steeds vaker voorkomt in de zorg. “We staan er onder meer met VR-brillen die korte fragmenten laten zien waarbij leerlingen keuzes moet maken bij het uitwerken van een ziektebeeld. Als het misgaat, krijgen ze informatie over hoe het beter kan. Bij de juiste keuzes groeien ze, ook in salaris.”</p><p>Andere ontwikkelingen waar het jonge publiek door Mens & Gezondheid mee geïnformeerd wordt, zijn een zeehond die ingezet wordt voor mensen met dementie en een VR-set waarmee je in animatie alle organen uit het lichaam kunt zien en ziektebeelden kunt herkennen. “Het is heel belangrijk dat dit evenement in de Brainportregio wordt gehouden. Brainport is nauw verbonden aan technologie. Fontys moet zichzelf op de kaart zetten en daarom is het goed dat wij daar als hogeschool, maar ook als Mens & Gezondheid staan.”</p><p><strong>Niet bang zijn</strong><br>Net zoals docent Henk Versluis heeft ook Patrick de Vos het over het groeiende arbeidstekort in de technologische sector. “Het zou handig zijn als wij dat kunnen aanvullen. Technologie gaat ons daarbij helpen, robots gaan ons daarbij helpen. En hoewel robots steeds meer op mensen gaan lijken, wat angstig kan zijn, zie ik er vooral het positieve van in. Bij de zorg die ik heb meegemaakt, ook bij mijn ouders, werkt technologie alleen maar ondersteunend. We hoeven niet bang te zijn dat onze banen verdwijnen. Zorg is een sociaal vak. Het contact van mens tot mens blijft nodig. Hoop ik.” <i>[Karen Luiken]</i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,PRO ICT,ICT]]></category>
            <pubDate>Thu, 08 Jun 2023 09:00:00 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b16b6786-66fa-4c9a-95dd-739a12172308/500_dtf-1.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b16b6786-66fa-4c9a-95dd-739a12172308/500_dtf-1.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b16b6786-66fa-4c9a-95dd-739a12172308/dtf-1.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Dutch Technology Festival 2022]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Zorgprofessionals mogen vaker van zich laten horen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/zorgprofessionals-mogen-vaker-van-zich-laten-horen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/zorgprofessionals-mogen-vaker-van-zich-laten-horen/</guid><pp:caseid>574970</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Drie cursisten publiceerden deze maand een opiniestuk in een Nederlandse krant. Naast het </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.trouw.nl%2Fopinie%2Fde-verpleegkundige-weet-het-meest-van-de-patient~bde04df1%2F&data=05%7C01%7Cbron%40fontys.nl%7Ce08e43d501af4d9aef6608db55340fc2%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638197454330829569%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&sdata=DrV57UoFEoLpmQk847ed%2FDm0vzNMOjQvnmXnLO8%2FjXY%3D&reserved=0"><span>artikel</span></a><span> van Teie Salomons in Trouw, verscheen dat van Anita de Vette in het </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.parool.nl%2Fcolumns-opinie%2Fopinie-laten-we-op-de-dag-van-de-zorg-vieren-dat-we-met-z-n-allen-onderdeel-zijn-van-het-ziekteproces-van-een-patient~bcd78fd0%2F&data=05%7C01%7Cbron%40fontys.nl%7Ce08e43d501af4d9aef6608db55340fc2%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638197454330829569%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&sdata=AVYx%2FrrI7OMcL75UK5jMsnkAIgXbKqKL77oAJOB%2FIIs%3D&reserved=0"><span>Parool</span></a><span> en Margret Kortooms publiceerde haar bijdrage in het Eindhovens Dagblad, die is helaas niet online terug te lezen.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Je zou zeggen dat degene met de meeste kennis over een bepaald vak, daarover het meest te zeggen heeft. Toch is dat niet altijd het geval, weten Fontys-onderzoekers Jessie van Wijk, Fleur Hendrickx en Rick van Loon. Zij geven de cursus Opinieleiderschap voor Zorgprofessionals. “We mogen wat meer lef tonen en van ons laten horen”, zegt&nbsp;cursist Teie Salomons.</strong></span></p><p><span>De cursus is een samenwerking tussen de lectoraten Persoonsgerichtheid in een ouder wordende samenleving en Journalistiek en verantwoorde innovatie en beroepsvereniging NU91. Dertien enthousiaste cursisten&nbsp;werken aan het versterken van hun zichtbaarheid en invloed als verpleegkundig opiniemakers. Deze maand produceerden zij drie podcasts en publiceerden zij evenzoveel opiniestukken in Nederlandse kranten.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:208px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/7c849840-25df-4e05-bcce-4b151b2368a0/800_teiesalomons.jpg?x=1684933628604" alt="Teie Salomons">Een van de cursisten die zijn artikel terugzag in een landelijk dagblad is Teie Salomons, verpleegkundig specialist in de geestelijke gezondheidszorg. In </span><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.trouw.nl%2Fopinie%2Fde-verpleegkundige-weet-het-meest-van-de-patient~bde04df1%2F&data=05%7C01%7Cbron%40fontys.nl%7Ce08e43d501af4d9aef6608db55340fc2%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638197454330829569%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&sdata=DrV57UoFEoLpmQk847ed%2FDm0vzNMOjQvnmXnLO8%2FjXY%3D&reserved=0"><span>Trouw</span></a><span> pleitte hij ervoor dat alle patiënten een zorgverlener verdienen die bij het regisseren van de zorg hun gezondheid vooropstelt. “Ik heb meestal wel een mening over ons vak, maar om die ook kenbaar te maken, is iets anders”, zegt hij.</span></p><p><span>Zijn post over de publicatie werd alleen al op LinkedIn 60.000 keer bekeken. Verschillende mensen hebben het gedeeld op hun eigen account. Een aantal Tweede Kamerleden heeft erover getwitterd. En het is opgepikt door online vakmedia. De reacties waren over het algemeen positief. “Ik ben van nature vrij diplomatiek en zo’n opiniestuk schrijf je wat scherper. Dat vond ik wel spannend”, aldus Salomons.</span></p><p><span><strong>Speurwerk</strong></span><br><span>Zorgprofessionals zoals verpleegkundigen worden in de media nauwelijks als expert aan het woord gelaten. Dat blijkt onder andere uit speurwerk van de drie Fontys-onderzoekers. Tussen 2019 en 2022 spitten ze de landelijke media door op zoek naar publicaties over de zorg en zorgprofessionals. Daarbij keken ze naar wie er aan het woord wordt gelaten en wat het beeld is dat wordt geschetst.</span></p><p><span>Met de cursus willen de onderzoekers zorgprofessionals een stem geven in het publieke debat en binnen de eigen zorginstelling, zodat er niet langer over hen, maar met hen wordt gesproken en beslist. Cursisten leren hoe ze zowel beleidsmatig kunnen meepraten en meebeslissen, als hoe ze zich in het maatschappelijk debat kunnen en durven laten horen.&nbsp;</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:298px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/53301565-795f-45c1-889d-b817e2b37fbf/800_img-0392.jpg?x=1684933693088" alt="Een cursusdag bij Fontys. ">Aard van het beestje</strong></span><br><span>Zo reizen de deelnemers voor de cursus af naar de Tweede Kamer in Den Haag waar ze hun boodschap gaan pitchen bij beleidsmakers en lobbyisten. Oefenen ze gesprekken met acteurs die zich voordoen als zorgmanagers. En leren ze hun mening duidelijk te formuleren in een artikel of podcast.</span></p><p><span>Veel zorgprofessionals zijn van huis uit niet erg uitgesproken, weet onderzoeker Rick van Loon. “Dat leren ze vaak onvoldoende tijdens hun opleiding en het zit niet in de aard van het beestje. Maar pal staan voor je beroep en uitdragen wat je daarvan vindt is belangrijk. Niet alleen voor de ontwikkeling van het vakgebied, maar ook voor jezelf als zorgprofessional.”</span></p><p><span>Onderzoeker Fleur Hendrickx ziet dat zorgprofessionals die wel met hun mening naar buiten willen komen, vaak op weerstand stuiten van de communicatieafdeling. Een van de redenen daarvoor is dat zorginstellingen bang zijn voor imagoschade. Dat ligt vaak anders voor mensen die werken in een senior rol of die een zelfstandiger functie hebben, waardoor zij waarschijnlijk wat meer vrijheid voelen om hun mening te uiten.&nbsp;</span></p><p><span>Onderzoeker Jessie van Wijk ziet wel verbetering. “Aan elke zorginstelling ligt van oudsher een organisatiestructuur ten grondslag waarin een manager of medisch specialist de leiding heeft. In sommige instellingen worden momenteel verpleegkundig directeuren aangesteld. Dat is een mooie ontwikkeling, maar moet nog wel goed van de grond komen.”</span></p><p><strong>Meer lef tonen</strong><br><span>Cursist Teie Salomons bevestigt dat zorgprofessionals nog weleens vastlopen binnen een organisatie. Zo kreeg hij overwegend positieve reacties op zijn opiniestuk, maar waren medici vrij kritisch. “Die voelen zich bedreigd en dan gaan ze zich verdedigen.” Het gaat al gauw over machtsposities en dat hoeft niet, vindt Salomons. “Want in de zorg is elke discipline belangrijk.”</span></p><p><span>Hij betreurt het dat zorgprofessionals zich - ten onrechte - klein maken en wegcijferen. Dat gaat volgens hem vaak ten koste van patiënten. “We mogen wat meer lef tonen en van ons laten horen”, zegt hij. Gewoon gaan doen, raadt de verpleegkundig specialist die de smaak te pakken lijkt te hebben, zijn collega’s aan.</span></p><p><span>Het schrijven van een opiniestuk blijkt Salomons te liggen, terwijl hij daar voor de start van de cursus ‘echt wel wat schrik voor had’. “Het ging vlotter dan ik dacht en het heeft het gesprek op gang gebracht.” </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHJ,FHMG]]></category>
            <pubDate>Wed, 24 May 2023 15:46:31 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/684871a4-b986-4be0-a542-cfc216fc1cd4/500_verpleging-gezondgeidszorg-shutterstock.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/684871a4-b986-4be0-a542-cfc216fc1cd4/500_verpleging-gezondgeidszorg-shutterstock.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/684871a4-b986-4be0-a542-cfc216fc1cd4/verpleging-gezondgeidszorg-shutterstock.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[verpleging_gezondgeidszorg_shutterstock]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[De werkloosheid is het laagst in de sectoren onderwijs en gezondheidszorg (0,5 en 1,6 procent). Foto: Shutterstock]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Depressie verhelp je niet met goede bedoelingen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/depressie-verhelp-je-niet-met-goede-bedoelingen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/depressie-verhelp-je-niet-met-goede-bedoelingen/</guid><pp:caseid>574798</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><a href="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Ffrancoisdewaal.nl%2F&data=05%7C01%7Cm.verbiesen%40fontys.nl%7C2531c2903e394aa6627b08db5ac677ed%7Cc66b6765b7944a2b84ed845b341c086a%7C0%7C0%7C638203580677174666%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJWIjoiMC4wLjAwMDAiLCJQIjoiV2luMzIiLCJBTiI6Ik1haWwiLCJXVCI6Mn0%3D%7C3000%7C%7C%7C&sdata=tH2Q8tqv3cMLL%2FXmGXWIbNszqIeaYIyyplZMNbUJQgs%3D&reserved=0"><span>François de Waal</span></a><span> is journalist, televisiemaker, jurist en ervaringsdeskundige. Zijn boek ‘Depressie, de dwangmatige denkziekte’ is onder meer verkrijgbaar bij </span><a href="https://uitgeverijlucht.nl/boek/depressie-de-dwangmatige-denkziekte/"><span>uitgeverij Lucht</span></a><span>.</span></p><p><span>Fontys Mens en Gezondheid (FMG) geeft jaarlijks colleges over de geestelijke gezondheidszorg voor studenten Verpleegkunde. De volgende staat gepland op maandag 26 juni. Dan vertelt zelfstandig ondernemer Loes Vork hoe zij vastliep en de hulp die ze kreeg van psychotherapeut Adriaan van ’t Spijker.&nbsp;</span></p><p><span>Kamp je zelf met een depressie of ken je een medestudent die hieraan lijdt? Ook bij Fontys kun je terecht voor ondersteuning en hulp. Kijk op </span><a href="https://fontys.nl/fontyshelpt.htm"><span>Fontys Helpt</span></a><span>.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Hoe help je iemand die depressief is? Niet door die persoon actief aan te zetten tot actie of met opbeurende woorden, hoe goed bedoeld ook. Dat zegt ervaringsdeskundige en journalist François de Waal tot verrassing van veel studenten in de collegezaal.</strong></span></p><p><span>Wat wel helpt, is er gewoon zijn, vragen hoe het echt met iemand gaat, luisteren en bijvoorbeeld iets lekkers maken waar diegene gek op is. Depressieve mensen voelen zich vaak erg eenzaam, weet De Waal. Hij kampte jarenlang met een zware depressie. Ondanks therapie en medicijnen dacht hij op een gegeven moment alleen nog aan de dood. “Ik wilde niet dood, maar ik wilde dat de pijn wegging”, zegt hij.</span></p><p><span>In gesprek met docent Herm Kisjes vertelde de journalist maandag over zijn strijd tegen depressie. Dat gebeurde tijdens een college voor studenten van Fontys Mens en Gezondheid (FMG). Aanleiding is zijn recent verschenen boek ‘Depressie, de dwangmatige denkziekte’.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:243px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/878649a8-0202-49cf-bfc2-8e89d1e1534e/800_francoisdewaal.jpg?x=1684841936160" alt="Francois de Waal">“Ik heb van nature iets pessimistisch in mij, maar toen ik op 62-jarige<sup> </sup>leeftijd verhuisde van Amsterdam naar een klein dorpje in Zeeuws-Vlaanderen sloeg na twee weken de paniek toe. We gingen erheen voor de stilte, de rust, de natuur. Maar het enige wat ik dacht, was: ‘Ik ben alles kwijt, mijn werk, mijn vrienden, mijn stad, mijn leven. Het is allemaal mijn schuld, dit komt nooit meer goed.”</span></p><p><span><strong>Een aap met een mitrailleur</strong></span><br><span>Dag en nacht schoot een ‘aap met een mitrailleur’, zoals De Waal het omschrijft, negatieve dwanggedachtes op hem af. “Ik sliep niet meer, durfde de straat niet meer op, sleepte me van mijn bed naar de bank, ik was een zombie. Op een nacht begon ik te shaken en onophoudelijk te huilen. Mijn lichaam kon de stress niet meer aan en ik werd opgenomen in het ziekenhuis. Als ik alleen had gewoond, zat ik hier nu niet.”</span></p><p><span>Zijn partner beurde hem niet op met positieve praatjes en goede ideeën, maar was er gewoon voor hem, wat enigszins hielp. De Waal raadt hulpverleners aan om mensen die lijden aan een depressie en bij wie niets meer binnenkomt, op deze manier bij te staan. “De beste oplossing is beseffen dat er op een bepaald moment geen oplossing is. Pas als het iets beter gaat, komen goedbedoelde adviezen, zoals sporten en gezond eten, weer binnen. Dit noem je een catch-22-situatie.”</span></p><p><span><strong>Niet handelen, maar luisteren</strong></span><br><span>Deze benadering van depressie komt als een verrassing voor veel studenten in de collegezaal. Tweedejaarsstudent Verpleegkunde Floris Huggers is niet bekend met depressie, alleen via casussen tijdens zijn studie. Hij vindt het heel goed dat hij nu een beter beeld heeft van depressie. “Ik denk dat we er als hulpverleners goed aan doen om het gevoel dat we iets moeten doen, vaker te onderdrukken. Daardoor help je uiteindelijk toch.”<img class="image_resized image-style-align-right" style="width:395px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/9fad84f9-c3aa-4960-b9df-a9c3df8cd25a/800_floris.jpg?x=1684842043359" alt="Floris"></span></p><p><span>Ook Madelief Oosterhoorn, eveneens tweedejaarsstudent Verpleegkunde, beseft dat het lastig is om je goed te verplaatsen in iemand die lijdt aan depressie als je het zelf niet hebt meegemaakt. “Ik vond het heel interessant om van een ervaringsdeskundige te horen hoe hij zijn depressie heeft ervaren.” Zijn tips neemt Madelief mee de praktijk in. “Ik ken wel wat mensen om me heen die worstelen met een depressie. Ik had er altijd al begrip voor, maar wist niet dat een luisterend oor ook al helpend is.”</span></p><p><span><strong>De pijn in de bek kijken</strong></span><br><span>Toen het eenmaal een beetje beter met hem ging, was mindfulness het laatste zetje dat de Waal goed kon gebruiken. “Ik werd me bewust van mijn onbewuste gedachtes.” Het blijkt nog steeds een effectieve manier om zijn dwangmatige gedachtes te kanaliseren en accepteren.</span></p><p><span>Ook lezen over depressie bood hem nieuwe inzichten. Bibliotherapie, noemt hij het. “Je kunt je laten afleiden met vrolijke boeken, maar je kunt beter de koe bij de horens vatten.” Een andere remedie: de pijn ondergaan. “Veel mensen onderdrukken die met verdovende middelen en verslavende gedragingen”, aldus De Waal. “Maar als je de pijn niet in de bek kijkt, blijft hij buiten op je wachten om vervolgens extra hard toe te slaan.” </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,Eindhoven,PRO Gezondheidszorg,FHTP]]></category>
            <pubDate>Tue, 23 May 2023 14:15:23 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/aa954c93-d421-4145-9450-5bb5130ad79b/500_depressiestudent.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/aa954c93-d421-4145-9450-5bb5130ad79b/500_depressiestudent.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/aa954c93-d421-4145-9450-5bb5130ad79b/depressiestudent.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[depressie student geld zorgen]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Foto: Shutterstock]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>&quot;Verpleegkundigen, pak de regie over je ontwikkeling”</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-pak-de-regie-over-je-ontwikkeling/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/verpleegkundigen-pak-de-regie-over-je-ontwikkeling/</guid><pp:caseid>568806</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Annemarie de Vos is in juni 2022 aangesteld als lector Continue Professionele Ontwikkeling van Verpleegkundigen bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis, Fontys en Avans Hogeschool. In deze positie voert ze samen met (docent-)onderzoekers, verpleegkundigen en studenten praktijkgericht onderzoek uit en vertaalt ze de verkregen kennis en inzichten rechtstreeks naar de beroepspraktijk en het onderwijs. “Dit draagt bij aan de kwaliteit van het onderwijs en de patiëntenzorg en de professionalisering van (docent-)onderzoekers en verpleegkundigen”, aldus de lector.</span></p><p><span>Op 12 mei spreekt De Vos haar lectorale rede uit tijdens een </span><a href="https://us19.campaign-archive.com/?u=4032a89641ed129ae47a7a817&id=64f53b7beb" target="_blank"><span>bijeenkomst</span></a><span> in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>De uitstroom van verpleegkundigen is al jaren hoog. Lector Annemarie de Vos pleit voor continue professionele ontwikkeling. “We willen dat verpleegkundigen met plezier in de patiëntenzorg kunnen blijven werken.”</strong></span></p><p><span>Zelf heeft ze het ook meegemaakt: in 2004 stond Annemarie de Vos na 25 jaar voor het laatst aan het bed van een patiënt. Dat was niet omdat ze niet meer als verpleegkundige wilde werken, maar omdat haar niet de mogelijkheid werd geboden om zich verder te ontwikkelen, en ze geen idee had hoe ze dit eigenhandig moest aanpakken.</span></p><p><span>Geen tijd, geen geld, geen ruimte in het rooster, geen goede reden kunnen aangeven voor zelfontplooiing. Er is door leidinggevenden altijd wel een reden te bedenken waarom een verpleegkundige die zich verder wil ontwikkelen, daar geen ruimte voor krijgt. Terwijl dat juist zorgt voor meer werkplezier, denkt Annemarie de Vos. “En daarmee kun je uitstroom voorkomen.”</span></p><p><span>In het </span><a href="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/10/31/advies-commissie-werken-in-de-zorg-over-behoud-en-betrokkenheid-van-zorgprofessionals" target="_blank"><span>adviesrapport</span></a><span> van de commissie Werken in de Zorg (2020) bleek dat 40 procent van de verpleegkundigen binnen twee jaar na het afstuderen weer was vertrokken. Een verontrustend percentage, vindt De Vos. Onder meer hoge werkdruk, mentale en fysieke belasting en een gebrek aan zeggenschap en autonomie zouden eraan ten grondslag liggen. Ook ontbreekt het volgens veel verpleegkundigen aan ontwikkelingsmogelijkheden.</span></p><p><span><strong>Zorg Innovatie Centra</strong></span><br><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:539px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1902689d-0507-4d6a-918b-a78812fb36bc/1920_220224annemariedevoslectoretz-5733.jpg?x=1680685704495" alt="Annemarie de Vos. Foto's ETZ/Ellen den Ouden"></strong>De lector is ervan overtuigd dat een zorgprofessional zelf in staat moet zijn om zijn professionele ontwikkeling vorm te geven en de zorgorganisatie dient diegene in staat te stellen of in ieder geval te faciliteren om dit te doen.</span></p><p><span>Sommige leidinggevenden vrezen dat hun personeel de patiëntenzorg juist verlaat als het zich verder ontwikkelt. “Niet iedereen hoeft te promoveren”, zegt De Vos. “Informele leeractiviteiten op de afdeling, een congresbezoek of cursus kunnen ook bijdragen aan de professionele ontwikkeling.” Maar zo ver is het nog lang niet, constateert ze.</span></p><p><span><strong>Bevlogenheid en werkplezier</strong></span><br><span>Alle reden voor het oprichten van het lectoraat </span><i><span>Continue professionele ontwikkeling van verpleegkundigen</span></i><span>. Samen met Avans Hogeschool en het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg gaat Fontys onderzoeken hoe het werken in Zorg Innovatie Centra (ZIC’s) bijdraagt aan de continue professionele ontwikkeling van verpleegkundigen en wat dit oplevert in termen van bevlogenheid, werkplezier en behoud.</span></p><p><span>Het Tilburgse ziekenhuis telt zeven ZIC’s, verpleegafdelingen waar studenten onder begeleiding van verpleegkundigen patiëntenzorg verlenen. “We weten inmiddels dat studenten er veel kennis en ervaring opdoen, maar wat leren de verpleegkundigen? Draagt hun werk op een ZIC bij aan hun professionele ontwikkeling of prikkelt het hun nieuwsgierigheid om net als de studenten nieuwe kennis op te doen? Dat willen onderzoeken.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:507px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_zorgmanager.jpg?x=1680686465306" alt="Verpleegkundigen in het ziekenhuis. Foto: Shutterstock">Individuele behoeften</strong></span><br><span>Het wordt volgens De Vos tijd dat verpleegkundigen de regie over hun eigen ontwikkeling oppakken. Want, zegt ze, verpleegkundigen willen datgene doen, waarvoor ze het vak hebben gekozen: waarde toevoegen aan de kwaliteit van patiëntenzorg. “Daarin ligt ook een verantwoordelijkheid bij leidinggevenden. Het gaat niet zozeer om tijd en geld, maar om wat er speelt in je team en waar de individuele behoeften liggen.”</span></p><p><span>Doel van het lectoraat is om inzichtelijk te maken hoe verpleegkundigen regie kunnen voeren over hun eigen professionele ontwikkeling. “Daarvoor moet je goed kunnen onderbouwen waarom je iets graag wilt en wat de meerwaarde daarvan is voor de kwaliteit van de patiëntenzorg."</span></p><p><span>Het lectoraat gaat de uitkomsten en inzichten van het onderzoek delen met de beroepspraktijk en de opleidingen verpleegkunde. “Het is belangrijk dat studenten op school al leren om voor zichzelf op te komen. Ik denk dat hier nog veel winst valt te behalen”, aldus De Vos.</span></p><p><span><strong>Combinatie</strong>&nbsp;</span><br><span>De Vos zegde bijna 20 jaar geleden haar baan als verpleegkundige op en ging weer studeren. Ze promoveerde en is fulltime aan de universiteit gaan werken. Sinds juni 2022 leidt de lector het lectoraat Continue Professionele Ontwikkeling van Verpleegkundigen. Maar als ze mocht kiezen, stond ze nog steeds aan het bed van patiënten. “Een combinatie van beide functies zou ik het mooist vinden.”&nbsp; </span><i><span>[Marieke Verbiesen]</span></i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG,Lectoraten,Lectoren,Onderzoek,Verpleegkunde,PRO Gezondheidszorg]]></category>
            <pubDate>Mon, 08 May 2023 14:18:17 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/7e634fff-f2f8-446c-a126-cee8916b366c/500_220224annemariedevoslectoretz-5792-fotoetzfotografieampfilmellendenouden.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/7e634fff-f2f8-446c-a126-cee8916b366c/500_220224annemariedevoslectoretz-5792-fotoetzfotografieampfilmellendenouden.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/7e634fff-f2f8-446c-a126-cee8916b366c/220224annemariedevoslectoretz-5792-fotoetzfotografieampfilmellendenouden.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[220224 Annemarie de Vos Lector ETZ-5792-Foto ETZ  Fotografie &amp;amp; Film  Ellen den Ouden]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Docent-onderzoeker helpt psychologen en studenten in Oekraïne</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/docent-onderzoeker-helpt-psychologen-en-studenten-in-oekraine/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/docent-onderzoeker-helpt-psychologen-en-studenten-in-oekraine/</guid><pp:caseid>571555</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>De Oekraïense Olga Gershuni woont al ruim zestien jaar in Nederland en werkt bijna vijf jaar voor Fontys als docent-onderzoeker Verpleegkunde. Sinds het afgelopen jaar zet ze zich in voor de NGO Health Tech Without Borders (HTWB), waarbij ze een bijdrage levert aan ondersteuning van studenten en psychologen in Oekraïne in tijden van ramp.</strong></span></p><p><span>Nadat de oorlog in Oekraïne vorig jaar ongekende vormen aannam, wist Gershuni het meteen: ze moest en zou de mensen en slachtoffers in haar vaderland helpen. Geld of kleding inzamelen? Dat deden al genoeg mensen. “Ik wilde op een ander niveau en op een grotere schaal mijn hulp bieden. Die kans kreeg ik als Nursing & Mental Health Program Director bij Health Tech Without Borders. Daar stel ik mezelf aansprakelijk voor de support en ondersteuning van de Oekraïense gezondheidsprofessionals."</span></p><p><span>HTWB is een non-gouvernementele organisatie die zich onafhankelijk van de overheid richt op een verondersteld maatschappelijk belang. “De focus van een van de initiatieven, Ukraine Telehealth Relief, is kosteloze digitale consulten op afstand aanbieden aan de bevolking van Oekraïne die geen toegang heeft tot de gezondheidszorg wegens bombarderingen of geruïneerde huizen. Ik heb andere verschillende initiatieven geïnitieerd met een specifieke focus op studenten verpleegkunde en psychosociale ondersteuning voor gezondheidszorgprofessionals.”</span></p><p><span><strong>Steun bieden</strong></span><br><span>Zo heeft Gershuni onder andere een bijdrage geleverd aan het psychologische support initiatief Helping Healers Heal, voor psychologen in oorlogsgebied. “Dat initiatief bestaat nu driekwart jaar. Inmiddels zijn we ook begonnen op verpleegkundig domein, waarbij we samenwerken met een van de hogescholen in West-Oekraïne waar studenten verpleegkunde, verloskunde en paramedici studeren.”</span></p><p><span>Die samenwerking was volgens de docent-onderzoek hard nodig. Vrouwen verlaten namelijk sneller dan mannen het land om zichzelf en hun kinderen in veiligheid te brengen. “Maar aan de andere kant moeten er genoeg mensen blijven die de zorg in Oekraïne kunnen blijven dragen. Daar maak ik me vaak zorgen over.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:276px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/54ffe767-5582-4d8f-9fde-e4e06768eb78/800_ukr-students.jpg?x=1682521022387" alt="Studenten in Oekraïne">Studenten in Oekraïne</strong></span><br><span>Daarom biedt Gershuni samen met het NGO onderwijsondersteuning in het kader van het informatief en uitdagend blijven vinden van het vak. Ook het opbouwen van weerstand voor onder andere de huidige situatie in Oekraïne komt daarbij aan te pas. “Sinds een maand hebben we groepen gevormd van studenten zodat we die psychologische support ook aan jonge professionals kunnen bieden."</span></p><p><span><strong>Toekomstplannen</strong></span><br><span>Dat werk wil ze nog heel lang blijven doen. Want het NGO mag dan wel gestart zijn met de oorlog in Oekraïne, klaar met haar werk is ze nooit. “Dit is een van de grootste rampen van het moment, maar we zetten ons ook in voor natuurrampen, zoals de aardbeving in Turkije en Syrië en de overstromingen in Pakistan. Daarnaast doen we er samen met Europese organisaties, onderwijsinstellingen en andere deelnemende partners alles aan om ons voor te bereiden op rampen die ons misschien nog te wachten staan. Wat dat betreft is er helaas altijd wel iets gaande waarbij het essentieel is om een veilige digitale omgeving te creëren om eigen ervaringen te kunnen verwerken.” [</span><i><span>Noëlle van den Berg</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,FHMG]]></category>
            <pubDate>Wed, 26 Apr 2023 18:02:08 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/9050d730-654e-456b-b388-963c112ee78d/500_olga-gershuni.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/9050d730-654e-456b-b388-963c112ee78d/500_olga-gershuni.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/9050d730-654e-456b-b388-963c112ee78d/olga-gershuni.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Olga Gershuni]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Trainingsacteur: “Mooi om onderdeel te zijn van een leerproces”</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/trainingsacteur-mooi-om-onderdeel-te-zijn-van-een-leerproces/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/trainingsacteur-mooi-om-onderdeel-te-zijn-van-een-leerproces/</guid><pp:caseid>569235</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Martin Dagelet is al vijftien jaar ‘simulatiepatiënt’ bij Fontys Verpleegkunde. “Ons werk is belangrijk, veel studenten blijft het altijd bij.”</strong></span></p><p><span>“De essentie van mijn rol is communicatietraining, bijvoorbeeld in slechtnieuwsgesprekken”, vertelt Dagelet (76), die net als zijn collega’s formeel in dienst is bij uitzendbureau Start People en tegen betaling wordt ingehuurd. “Maar ook in een ‘bed-rol’ – als studenten verpleegkundige handelingen oefenen bij een patiënt – staat de communicatie centraal.” De Tilburger is gemiddeld twee á drie keer per week actief bij Fontys Verpleegkunde in Eindhoven en Tilburg.</span></p><p><span><strong>Rollenbank</strong></span><br><span>Dat leren communiceren met ‘echte’ patiënten gebeurt aan de hand van vaste scripts. “Fontys heeft een ‘rollenbank’ met tientallen patiënten en contexten. In eerste instantie leren studenten de basis: jezelf voorstellen en de patiënt uitleggen wat je gaat doen. Gaandeweg worden situaties complexer.”</span></p><p><span>Dan werken verpleegkundestudenten bijvoorbeeld met dilemma’s. “Ik ben huisschilder met COPD en kan eigenlijk mijn werk niet meer doen. Maar schilderen is mijn lust en mijn leven…” De keuze die de patiënt uiteindelijk maakt – doorgaan of stoppen – is aan hemzelf. “Van studenten wordt verwacht dat ze (mede) inzicht bieden in een impactvolle keuze, en mij helpen de voors en tegens goed te overwegen.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:295px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/2da5d742-352c-445c-b2b0-e75928b5676d/800_martindagelet-01.jpg?x=1681214004378" alt="Martin Dagelet">Leerproces</strong></span><br><span>Voor studenten is dat lastig en de gefingeerde communicatie verloopt dan ook niet altijd soepel. “Vaak blijven ze te dicht bij de theorie, het ontgaat ze dat er geen echt gesprek ontstaat. Het stroomt niet. Ze hebben de spelregels van een slechtnieuwsgesprek in hun hoofd, maar begrip of empathie ontbreken.” Dat komt bijvoorbeeld omdat studenten slecht luisteren of niet doorvragen. “Daardoor missen ze mijn signalen en gespreksnuances. Of belangrijke informatie blijft onbenoemd.”</span></p><p><span>Maar Dagelet is zich er terdege van bewust dat hij onderdeel is van het leerproces van een student. “Dat is juist het mooie van mijn werk. Hoewel je in zo’n oefenklas als pseudopatiënt vaak het middelpunt vormt, gaat het natuurlijk niet om mij. Essentie is dat de student iets leert van mijn inbreng.”</span></p><p><span>“Ik ben dan ook niet zo bezig met het ‘toneelstukje’, ik hoef geen </span><i><span>Hamlet</span></i><span> neer te zetten. Ik kijk heel bewust hoe studenten op mij reageren, en wat ik daarmee kan. In dat onderlinge spiegelen, probeer ik ze ook te helpen. Ik laat een gesprek nooit ontsporen, hoe moeizaam het ook verloopt. Studenten vinden deze simulaties toch al zo ingewikkeld. Tijdens de sessies wordt vaak gehuild.”</span></p><p><span>Na afloop neemt Dagelet deel aan de evaluatie die plaatsvindt in de oefenklas, die vaak uit zo’n twaalf studenten bestaat. “Ik geef ‘tips & tops’. Tops zijn aspecten die prima verliepen, tips zijn dingen die beter kunnen.” Alle trainingen worden standaard vastgelegd op video, met het doel om er ook achteraf van te leren.</span></p><p><span><strong>Bed-rollen</strong></span><br><span>Verpleegkundige handelingen, zoals k</span>atheteriseren<span style="background-color:rgb(255,255,255);"><span style="text-align:left;">&nbsp;</span></span><span>of een spuit zetten, worden gesimuleerd. “Dat gebeurt aan de hand van fantomen en kunstarmen, maar dat vinden studenten evengoed spannend. Ook hierbij speelt communicatie weer mee, want van studenten die mij wassen wordt verwacht dat ze mij intussen wat afleiden met koetjes en kalfjes.” De communicatie is hier passiever en beperkter, reden waarom sommige van zijn collega’s liever afzien van ‘bed-rollen’. “Ik niet hoor. Ik vind dat het er gewoon bij hoort.”</span></p><p><span>Dagelet heeft geen acteursachtergrond en hoorde vijftien jaar geleden via via over dit werk. Bovendien weet hij ook uit eigen ervaring dat er het nodige verbeterd kan worden aan patiëntcommunicatie. “Ik was eens bij de cardioloog, samen met mijn partner. Zegt die arts: 'Zo, hebt u uw zoon meegebracht?'. Nu is mijn vriend negen jaar jonger, maar als je hem aanziet voor mijn zoon ben je niet wijs. Van de kant van de arts is dat puur ongemak: hij kan slecht met de situatie uit de voeten.”</span></p><p><span>Wanneer hij weleens in het ziekenhuis komt, treft hij regelmatig Fontys-alumni: “Dat is leuk. Altijd mooi om een steentje bij te dragen aan hun ontwikkeling.” [</span><i><span>Frank van den Nieuwenhuijzen</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG]]></category>
            <pubDate>Wed, 12 Apr 2023 09:42:26 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/50d7992a-61bc-4bb1-9c42-b7918ba7807e/500_martindagelet-02.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/50d7992a-61bc-4bb1-9c42-b7918ba7807e/500_martindagelet-02.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/50d7992a-61bc-4bb1-9c42-b7918ba7807e/martindagelet-02.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Martin Dagelet-02]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Hulp tegen ongewenst gedrag begint bij docent en SLB&#039;er&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/hulp-tegen-ongewenst-gedrag-begint-bij-docent-en-slber/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/hulp-tegen-ongewenst-gedrag-begint-bij-docent-en-slber/</guid><pp:caseid>568796</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Ben je student en heb je te maken (gehad) met ongewenst gedrag in welke vorm dan ook? Neem contact op met je docent, SLB’er of een vertrouwenspersoon. Je mag ook een mail sturen naar </span><a href="mailto:vertrouwenspersonen@fontys.nl"><span>vertrouwenspersonen@fontys.nl</span></a><span>. Dit is de algemene inbox van het team, waarna één van de vertrouwenspersonen contact met je opneemt. Meer weten? Kijk op de site van </span><a href="https://Fontys,nl/helpt " target="_blank"><span>Fontys helpt</span></a><span>.</span></p><p><span>Ben je studentcoach, docent of SLB’er en wil je meer weten over coaching, hoe je een gesprek voert met studenten die te maken hebben gehad met ongewenst gedrag of de Fontysvisie met betrekking tot dit onderwerp? Alle informatie vind je </span><a href="https://fontys.nl/KennisNetwerk/Ontwikkelingen/Studiesucces-1/Over-studiesucces/Studentcoaching.htm" target="_blank"><span>hier</span></a><span>.</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Hoewel veel voorvallen niet worden gemeld, krijgen geneeskundestudenten vaak te maken met grensoverschrijdend gedrag wanneer ze stagelopen in ziekenhuizen. Waar kun je als Fontysstudent terecht wanneer je te maken krijgt met ongewenst gedrag? Vertrouwenspersoon José Schardijn licht toe.</strong></span></p><p><span>Volgens een enquête van belangenvereniging De Geneeskundestudent komt bijna 17 procent van de studenten in aanraking met ongewenst gedrag tijdens hun medische stages. Het gaat met name om scheldpartijen en intimidatie (30 procent). Ook is bijna een vijfde het slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag.</span></p><p><span>Meer dan 2.800 studenten, van wie 1.257 coassistenten, vulden de vragenlijst in. Onder de respondenten was 80 procent vrouw. Van het totaal kreeg een tiende te maken met grensoverschrijdend gedrag.</span><br><br><span>Binnen Fontys kent ook de opleiding Verpleegkunde medische stages. Op de vraag of studenten van deze opleiding te maken hebben met grensoverschrijdend gedrag tijdens stages, wil het instituut niet antwoorden. Wel laat een woordvoerster weten dat op de intranetpagina’s van Fontys Mens en Gezondheid twee opvallende banners op de homepage staan. “Een ervan verwijst naar </span><a href="https://Fontys,nl/helpt" target="_blank"><span>Fontys.nl/helpt</span></a><span> voor hulp, praktische informatie en inspiratie. De andere verwijst naar de vertrouwenspersoon.”</span></p><p><strong>Geen idee</strong><br><span>Fontys telt in totaal acht vertrouwenspersonen voor alle studenten en medewerkers die de instelling kent. Toch trekken niet veel studenten aan de bel, laat vertrouwenspersoon en coördinator José Schardijn weten. “Meestal weten studenten wel dat er een helppagina is, maar hebben ze geen idee bij welke vertrouwenspersoon ze precies terechtkunnen met de problemen die ze hebben.”</span></p><p><span>Of het nu gaat om grensoverschrijdend seksueel gedrag, pesten, discriminatie, intimidatie of een onveilig gevoel: de vertrouwenspersonen van Fontys zijn er voor iedereen. "Voornamelijk om een luisterend oor te bieden. Daarna gaan we samen op zoek naar eventuele oplossingen en hoe dat aan te pakken”, aldus Schardijn.</span></p><p><strong>Wees niet bang</strong><br><span>Dat is niet de enige manier om een eventueel probleem aan te kaarten. Een student kan, naast een vertrouwenspersoon, ook contact opnemen met een docent, studieloopbaanbegeleider (SLB’er) of studentcoach. “Bij die laatste drie opties is de drempel om ongewenst gedrag te melden lager omdat je hen misschien toch wat beter kent en ook meer vertrouwt. Wees dan ook niet bang om met je coach of docent het gesprek aan te gaan.”</span></p><p><span>Schardijn is zich er maar al te goed van bewust dat het voor studenten een grote stap kan zijn om op de site de contactknop voor vertrouwenspersonen aan te klikken. Daarom moet het voor docenten en SLB’ers geen enkel punt zijn om als eerste te luisteren naar iemands ervaring. “Studenten kunnen daarna altijd naar ons doorverwezen worden. Je hebt het eerste gesprek over jouw ervaring met ongewenst gedrag al gehad, en dat is de belangrijkste stap die je kunt zetten.”</span></p><p><strong>Integriteitscode</strong><br><span>Om te waarborgen dat iedere student van de vertrouwenspersonen en de verschillende procedures afweet, is het team druk bezig met voorlichtingsrondes binnen verschillende opleidingen, waaronder de opleiding Verpleegkunde. Tijdens die voorlichtingen komt ook een integriteitscode aan bod. Dit is een overeenkomst tussen de opleiding en stageplaatsen, waarin precies vermeld staat welk gedrag wel en niet getolereerd wordt betreffende de medewerkers van deze stageplaats.</span></p><p><span>“Laat alle bedrijven deze integriteitscode tekenen. Dat geeft niet alleen onze studenten een prettiger gevoel, maar helpt medewerkers ook met een stukje bewustwording. Mocht er alsnog iets voorvallen, weet de stageplek ook dat er zeker een gesprek plaats gaat vinden.” [</span><i><span>Noëlle van den Berg</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHMG]]></category>
            <pubDate>Wed, 05 Apr 2023 12:00:00 +0200</pubDate>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/83644b74-1bb4-4aac-8fc5-09f7890f4d1a/500_shutterstock-1227003376.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/83644b74-1bb4-4aac-8fc5-09f7890f4d1a/500_shutterstock-1227003376.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/83644b74-1bb4-4aac-8fc5-09f7890f4d1a/shutterstock-1227003376.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Student gesprek docent, slb, vertrouwenspersoon]]></pp:imageTitle></item></channel>
                    </rss>