<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
     xmlns:pp="http://www.presspage.com/rss/"
     version="2.0"
     xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
                <channel>
                    <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                    <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                    <description></description>
                    <language>nl</language>
                    <lastBuildDate>Thu, 22 Oct 2026 20:45:33 +0200</lastBuildDate>
                    <pubDate>Mon, 05 Oct 2026 11:38:33 +0200</pubDate>
                    <image>
                        <title><![CDATA[Bron onafhankelijk nieuws Fontys]]></title>
                        <url>https://content.presspage.com/clients/150_1980.jpg</url>
                        <link>https://bron.fontys.nl/</link>
                        <width>144</width>
                    </image><item>
                        <title>Taalbewust lesgeven: hoe doe je dat?</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/taalbewust-lesgeven-hoe-doe-je-dat/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/taalbewust-lesgeven-hoe-doe-je-dat/</guid><pp:caseid>817721</pp:caseid><description><![CDATA[<p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;text-align:left;"><strong>Of je nou internationale studenten in je klas hebt die de voertaal niet spreken, eerstejaarsstudenten die het vakjargon niet kennen of studenten met bijvoorbeeld dyslexie: zo’n beetje elke docent krijgt ermee te maken. Maar hoe ga je daarmee om? Daar gaat lector Marina Bouckaert met haar nieuwe lectoraat een handje bij helpen.</strong> </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Het lectoraat Taalbewust en inclusief opleiden van Fontys Educatie bestaat al sinds januari, maar<u> </u>in oktober wordt lerarenopleider Marina Bouckaert officieel als lector geïnstalleerd.  </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Er lopen al verschillende projecten, met als voorbeeld eentje uit Limburg, waar gewerkt wordt aan een learning design studio die gericht is op de wens van de provincie Limburg om toe te werken naar een Deel-III erkenning van de Limburgse taal als formele taal. Een ander voorbeeld is gericht op ondersteunend tekenen voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis. </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Het lectoraat valt onder Fontys Educatie en is dus vooral bedoeld voor lerarenopleiders. Maar in principe zijn alle docenten van Fontys opleiders, en dat maakt het interessant voor iedereen. Daarom deed Bron een rondje op de campus, waar we bij willekeurige docenten de volgende drie dilemma’s en voorbeelden ophaalden van situaties die zij zelf in de klas meemaakten. En waar we Bouckaert als nieuwe lector op laten reageren.</span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>1. Een student (bijvoorbeeld uit Syrië of Oekraïne) die noch Nederlands noch Engels spreekt.</strong></span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“We leiden op voor de Nederlandse beroepscontext, dus als je uit zou gaan van het leren van het Nederlands als tweede (of derde of vierde) taal, dan hebben we vooral gewoon geduld nodig. Een taal leren kost nou eenmaal tijd. Studenten geven we het advies om in hun eigen tijd zoveel mogelijk in het Nederlands te lezen of Nederlandse series te kijken met Nederlandse ondertiteling. Wat dat betreft vind ik het ook heel erg dat de mediatheken weg zijn; die stonden bol van wetenschappelijke literatuur, handboeken en non-fictie én waren een belangrijke ontmoetingsplek om in gesprek te raken.  </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:214px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8411de10-2510-4b92-8f50-d6de9b0957fe/800_bouckaert-dendraakmarinam.c.3klein.jpg?x=1790839546651" alt="Marina Bouckaert" width="214" />Met het lectoraat hopen we hieraan bij te kunnen dragen door bewuster stil te staan bij de rol die taal speelt in het onderwijs, maar ook door studenten er nauw bij te betrekken. Participatie creëren door samen met studenten een inclusieve leeromgeving vorm te geven. Bijvoorbeeld door het gesprek aan te gaan over wat hun talige achtergronden zijn en welke kwaliteiten ze al meenemen. Iedereen gelijkwaardig behandelen en hen tot hun recht laten komen. Emancipatie en participatie; dat is wat we voor ogen hebben.”  </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>2. Studenten die het vakjargon niet kennen of een kleinere woordenschat hebben.</strong></span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">“Ten eerste is dat nu ook een maatschappelijke trend die – denk ik – heel erg te maken heeft met de dalende leesvaardigheden. Door veel te lezen en praten, en eigenlijk gewoon zoveel mogelijk met taal bezig te zijn, ontwikkel je je woordenschat. Dat zit hem dan niet alleen in het vakjargon dat ze moeten leren, maar ook echt in de meest basale woorden. </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Eigenlijk wil je als docent zoveel mogelijk taalvaardigheden aan elkaar koppelen in een college of een project, zodat ze de kans krijgen om zich die taal eigen te maken. En wederom: geduld. Want ook vaktaal leer je niet van de één op de andere dag.”  </span></p><p style="margin-left:0px;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>3.  Studenten met een taalachterstand, zoals studenten met dyslexie. Die moeten – bijvoorbeeld bij een scriptie – aan dezelfde taalnormering voldoen als alle anderen.</strong> </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"> “Het belangrijkste is dat we de student centraal zetten. Wat zijn de ondersteuningsbehoeften per persoon en hoe geven we daar een passend antwoord op? Kijk binnen de opleiding naar de mogelijkheden en naar een basisniveau van wat binnen de beroepscontext aan taalvaardigheden past. Wat vraagt die beroepscontext van een student en hoe belangrijk is het dat alles op het gebied van taal accuraat is en perfect qua vorm?  </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;">Verder adviseren we studenten ook altijd om thuis om hulp te vragen, bijvoorbeeld bij het nalezen van een scriptie. En daarnaast is er natuurlijk ook AI. Mag een student daar gebruik van maken? En zo ja: in welke mate?”  </span></p><p style="margin-left:0px;text-align:left;"><span style="margin:0px;padding:0px;"><strong>Complex vraagstuk</strong> </span><br /><span style="margin:0px;padding:0px;">Het zijn drie veelvoorkomende voorbeelden, maar daarmee zijn we er natuurlijk nog lang niet. Bouckaert geeft aan dat taal een complex vraagstuk is dat constant in ontwikkeling is. “Taal gaat niet alleen om instrumentele taalvaardigheden, maar ook om het bewustzijn van wat taal doet. Als je een verslag schrijft dat bomvol spelfouten staat, dan wek je een bepaalde indruk bij de lezer. Of als je heel informeel communiceert en op die manier een pitch geeft voor je beroep, dan doet dat iets met de toehoorder. Kortom: taalbewustzijn is zowel voor studenten als docenten superbelangrijk. Het is letterlijk overal.” </span></p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Educatie,Fontys Educatie,PRO Educatie,Lectoraten,Lectoren,Luiken,Onderwijs,Onderwijs Educatie]]></category>
            <pubDate>Thu, 01 Oct 2026 09:47:26 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 05 Oct 2026 09:38:33 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/2c270b63-5b04-4bbb-9357-d68525be08dd/500_marinabouckaert.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/2c270b63-5b04-4bbb-9357-d68525be08dd/500_marinabouckaert.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/2c270b63-5b04-4bbb-9357-d68525be08dd/marinabouckaert.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Marina Bouckaert]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nieuwe aanpak biedt hoop voor lerarentekort</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nieuwe-aanpak-levensbeschouwing-biedt-hoop-voor-lerarentekort/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nieuwe-aanpak-levensbeschouwing-biedt-hoop-voor-lerarentekort/</guid><pp:caseid>761808</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Fontys is samen met onder andere scholenorganisatie OMO een nieuw scholingstraject gestart om het lerarentekort terug te dringen. Bevoegde leraren kunnen daarmee op een laagdrempelige manier een tweede bevoegdheid halen. In dit geval gaat het om het vak Levensbeschouwing, maar deze aanpak heeft volgens Hans van den Bemt, coördinator van de lerarenopleiding Levensbeschouwing, ook potentie voor andere tekortvakken.&nbsp;</strong></p><p>Landelijk gezien gaat het om een unieke samenwerking, waar naast Fontys Educatie en OMO (Ons Middelbaar Onderwijs, een scholenorganisatie voor het voortgezet onderwijs) ook de bisdommen van Breda en Den Bosch en de Universiteit van Tilburg aan meedoen. Samen organiseerden ze in het afgelopen studiejaar tien scholingsbijeenkomsten voor bevoegde OMO-docenten die geschoold zijn voor een ander vak dan Levensbeschouwing, maar wel interesse hebben in een tweede bevoegdheid voor het vak – jawel – Levensbeschouwing.</p><p>Levensbeschouwing is en blijft immers een belangrijk vak, zegt Van den Bemt. Maar omdat het tekort voor docenten groot en de aanwas vanuit zowel Fontys als de Tilburgse universiteit niet bijster hoog is, moeten er andere stappen gezet worden. "Momenteel zijn er landelijk gezien heel veel onbevoegde of onderbevoegde mensen die het vak Levensbeschouwing geven, wat ervoor zorgt dat de kwaliteit soms ondermaats is", zegt Hans van den Bemt daarover.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:240/auto;width:240px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d5a95c08-2a9d-425e-b9ff-75c76401c182/800_hansvandenbemt1.jpg?x=1782821038686" alt="Hans van den Bemt" width="240" height="auto">Dat zit zo: Levensbeschouwing is vanuit de overheid geen verplicht vak. Schoolbesturen bepalen zelf of ze het vak verplicht maken en bij OMO is dat het geval. Tegelijkertijd zijn er geen landelijke richtlijnen over welke bevoegdheid je nodig hebt om het vak te mogen geven. “Ze moeten lesbevoegd zijn, pedagogisch en didactisch, maar dat betekent dus dat iemand met een tweedegraads Geschiedenis-diploma bij wijze van spreken ook automatisch Levensbeschouwing zou mogen geven”, aldus Van den Bemt.&nbsp;</p><p><strong>Proefjaar</strong><br>OMO doet dat niet op die manier; de organisatie wil niet zomaar elke docent voor de klas zetten en wil bovendien het vak Levensbeschouwing versterken. “Daarom is er nu een traject opgestart waarbij bevoegde docenten met tien scholingsbijeenkomsten een soort proefjaar krijgen om erachter te kunnen komen of Levensbeschouwing iets voor ze is.”&nbsp;</p><p>Na die tien bijeenkomsten krijgen ze een certificaat waarmee ze in principe kunnen zeggen dat ze voldoende bekwaam zijn om het vak te geven. Toch hebben de samenwerkende partijen de hoop dat de docenten na het traject doorstromen naar een officiële studie bij bijvoorbeeld Fontys. “Bij Fontys Educatie Levensbeschouwing kunnen ze dan in één jaar tijd hun bevoegdheid halen. Met het certificaat zijn ze bekwaam, met een diploma bevoegd.”&nbsp;</p><p><strong>Verdubbeling</strong><br>De eerste ronde van de samenwerking heeft voor Fontys goed uitgepakt: van de negen deelnemers stromen er zes door naar de opleiding binnen Fontys. Maar die zekerheid was er op voorhand absoluut niet, zegt Van den Bemt. “Het had ook zo kunnen zijn dat Fontys er geen enkel profijt van zou hebben als niemand voor een vervolgstudie bij ons zou kiezen. Dat is gelukkig niet gebeurd: we krijgen er een mooi aantal studenten bij. Bijna een verdubbeling van het aantal zij-instroomstudenten dat we nu hebben.”</p><p>Woensdag krijgen de eerste negen deelnemers hun certificaat uitgereikt en in september start de tweede ronde. Dat gaat ook weer over het vak Levensbeschouwing, maar volgens Van den Bemt zou het ook voor andere tekortvakken een goede oplossing kunnen zijn. “Als je mensen in een aantal bijeenkomsten eerst laat proeven, maak je de drempel een stuk minder hoog dan wanneer iemand meteen met een hele studie moet starten.”&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Tilburg,lerarenopleiding en pabo&#039;s,lerarenopleidingen en pabo’s,Fontys Educatie,Onderwijs Educatie,PRO Educatie,Educatie,Luiken]]></category>
            <pubDate>Tue, 30 Jun 2026 14:46:37 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 01 Jul 2026 16:20:47 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-487861393.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_shutterstock-487861393.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/shutterstock-487861393.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[klas lokaal klaslokaal student studeren docent leraar]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Als zombies over de campus tijdens Smombierun</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/smombierun-al-rennend-gamen-op-je-smartphone/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/smombierun-al-rennend-gamen-op-je-smartphone/</guid><pp:caseid>761672</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Hoe noem je een zombie die al lopend over straat op zijn telefoon kijkt? Een smombie. En hoe hard denk je dat zo’n smombie zou kunnen rennen? Het antwoord op die vraag wordt donderdag door tientallen studenten beantwoord tijdens een experiment. De tuin van campus Rachelsmolen staat dan in het teken van de smombierun.</strong></p><p>Smombie is een samentrekking van de woorden ‘smartphone’ en ‘zombie’. De term, in 2015 verkozen tot jeugdwoord van het jaar in Duitsland, is ingegeven door mensen die als een zombie over straat lopen met hun smartphone. “Daardoor krijgen ze een ander loopje en zijn ze afgesloten voor alles wat er om hen heen gebeurt”, zegt Rens van der Vorst. Hij initieerde de smombierun samen met collega Frans Mouws.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/edf21480-4dd7-4e07-a9cc-0eeec8fa36ad/500_img_5375.jpg?x=1782740777332" alt="Rens vd Vorst en Frans Mouws" width="200">De ICT-docenten vonden de term symbool staan voor hoe de bevolking tegenwoordig verslingerd is aan smartphones. En dus dachten ze: misschien kunnen we dit op een ludieke manier aanpakken door te kijken hoe hard mensen kunnen lopen terwijl ze naar hun telefoon kijken. “Dat gaan we donderdag testen bij een sportdag van Fontys Educatie, waar zo’n 160 studenten aan meedoen", aldus Mouws.</p><p><strong>Mini-games</strong><br>Tijdens de sportdag lopen de studenten verschillende smombieruns, waarbij ze per persoon – het liefst gekleed in een zombiepak en besmeerd met zombieschmink - 400 meter afleggen. Dat doen ze terwijl het<span> </span>toepasselijke nummer ‘Zombie’ van The Cranberries uit de campusspeakers knalt en ze op hun telefoon twee minigames spelen, waardoor ze gedwongen worden naar hun scherm te blijven staren. Bij de spelletjes moeten ze zombies neerschieten en ontwijken.</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/d26aa9e7-5b1b-432d-877d-d460a89c9758/500_schermshyafbeelding2026-06-29om15.45.28.png?x=1782740783162" alt="Rens vd Vorst en Frans Mouws" width="200">“De app met daarop de games is door een ICT-student gebouwd”, vervolgt Van der Vorst. “De spelletjes zijn vrij makkelijk. Die zou je zittend of stilstaand niet spelen omdat ze dan gewoon saai zijn. Maar dat verandert als je ze rennend speelt; dan worden ze een stuk moeilijker. Als je te vaak een zombie mist, ben je af. Degene met de snelste finish-tijd wint twee tickets voor Walibi Fright Nights.”</p><p><strong>Olympische sport</strong><br>Mouws, die het experiment zelf drie keer deed en geen enkele keer de finish haalde, hoopt dat de smombierun na donderdag ook op andere plekken in Nederland georganiseerd zal worden. Misschien zelfs wel wereldwijd. “We gaan de software gratis beschikbaar stellen”, zegt hij, aangevuld door Van der Vorst: “Ik zeg niet dát het een Olympische sport wordt, maar dat zou natuurlijk wel leuk zijn.”&nbsp;</p><p><i>Benieuwd naar de beelden van deze smombierun? Houd onze socials donderdag in de gaten!</i></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,Campus,Student,Fontys Educatie,Educatie,FHICT,ICT]]></category>
            <pubDate>Mon, 29 Jun 2026 16:46:43 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 30 Jun 2026 11:06:10 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/64cef525-85af-46c1-8cdf-c44ce8b18711/500_shutterstock_2034714770.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/64cef525-85af-46c1-8cdf-c44ce8b18711/500_shutterstock_2034714770.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/64cef525-85af-46c1-8cdf-c44ce8b18711/shutterstock_2034714770.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[zombie]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kunst en cultuur winnen terrein in het basisonderwijs</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kunst-en-cultuur-winnen-terrein-in-het-basisonderwijs/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kunst-en-cultuur-winnen-terrein-in-het-basisonderwijs/</guid><pp:caseid>757813</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Stichting Méér Muziek in de Klas bereikt samen met partners steeds meer kinderen en jongeren met kunst- en cultuuronderwijs. “Het is heel fijn om te zien hoe graag het onderwijs dat wil”, aldus Kirsten Smeenk, docent bij Fontys en coördinator van Méér Muziek in de Klas Helmond.</strong></span></p><p style="text-align:start;">De stichting zet zich in voor meer creatieve en cultuurlessen op basisscholen. Uit de cijfers blijkt onder andere dat meer dan 1.200 scholen meedoen. Dat zijn er 200 meer dan het gestelde doel. Daarnaast meten deelnemende scholen meer motivatie, zelfvertrouwen, betere sociale vaardigheden, samenwerking en concentratie bij leerlingen.</p><p style="text-align:start;"><strong>Wegbezuinigen</strong><br>Méér Muziek in de Klas doet dit omdat kunst- en cultuurlessen de afgelopen jaren steeds vaker zijn wegbezuinigd om ruimte te maken voor meer reken- en taallessen. “Het werkt echt niet om nog meer rekenen te geven, de resultaten gaan juist omlaag in plaats van omhoog”, vertelt Smeenk, die ook muziekdocent is op de pabo van Fontys. Volgens haar is het juist de afwisseling die kinderen helpt betere resultaten te behalen. “Het is bewezen dat het zorgt voor betere cognitieve vaardigheden, los van het feit dat het leuk is.”</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/08f547d3-f72a-4354-803b-40ff85d455a6/500_img_9580.jpeg?x=1781252920557" alt="Pabostudent Eva" width="200">Dit herkent tweedejaars pabostudent Eva. “Als we iets creatiefs doen, zie je de kinderen echt opfleuren. Laatst hadden we het over vriendschap in de klas en dan voeren ze ook echt diepe gesprekken met elkaar. Het is zo mooi om te zien hoe ze elkaar beter leren kennen en begrijpen als ze niet alleen met taal en rekenen bezig zijn.”</p><p style="text-align:start;"><strong>Geen ruimte</strong><br>Ondanks het positieve tussenrapport kan het volgens Smeenk nog beter. “Als ik lesgeef op de pabo, zijn studenten eerst altijd terughoudend, maar na één les zien ze al in hoe leuk en belangrijk het is om af en toe iets met muziek tussendoor te doen. Helaas zie je ook dat wanneer ze iets wat ze bij mij hebben geleerd willen toepassen, er op hun stageschool meestal geen geld of ruimte voor is.”</p><p style="text-align:start;">Ook hierin kan Eva zich vinden. “Ik vind wel dat we op mijn stageschool meer met muziek en creativiteit kunnen doen dan nu. Je ziet de kinderen die normaal gesproken een beetje op de achtergrond blijven juist naar voren treden en zich van hun beste kant laten zien.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Cultuur,PRO Cultuur,PRO Kunst en cultuur,Onderwijs Educatie,PRO Educatie,Fontys Educatie,Educatie,Pabo,lerarenopleidingen en pabo’s,Mauro]]></category>
            <pubDate>Fri, 12 Jun 2026 10:34:33 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Tue, 16 Jun 2026 08:27:34 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/0c233a8f-2164-45bf-84a7-6f096fcbbdfe/500_shutterstock_2668576591.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/0c233a8f-2164-45bf-84a7-6f096fcbbdfe/500_shutterstock_2668576591.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/0c233a8f-2164-45bf-84a7-6f096fcbbdfe/shutterstock_2668576591.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[muziek muziekles kleuters school basisschool]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Zorgen om instroom lerarenopleidingen: &#039;Het is hard werken&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/zorgen-om-instroom-lerarenopleidingen-het-is-hard-werken/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/zorgen-om-instroom-lerarenopleidingen-het-is-hard-werken/</guid><pp:caseid>757066</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>In de afgelopen jaren waren de instroomcijfers voor de tweedegraadslerarenopleidingen bij Fontys redelijk stabiel, terwijl er bij andere hogescholen juist een dalende trend te zien was. Maar voor het komende studiejaar ziet het er volgens Martin de Wolf, directeur bij Fontys Educatie, iets minder rooskleurig uit. “Ik maak me wel wat zorgen.”</strong></p><p>In de eerste drie jaar dat Martin de Wolf op de directeursstoel van Fontys Educatie zat, ging het best goed met de tweedegraadslerarenopleidingen van Fontys. De instroomcijfers van 2023, 2024 en 2025 waren tegen alle prognoses in best stabiel. Ieder jaar werd er een betere inschrijving gerealiseerd dan vooraf voorspeld was. “Daar mogen we niet ontevreden over zijn”, zegt De Wolf. “Maar als ik vooruitblik, heb ik er wel een ander beeld bij en dat is minder rooskleurig. Voor het aankomende jaar maak ik me wel wat zorgen.”&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:257/auto;width:257px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/ad22b0fa-3172-49a4-9478-00b51656d1bc/800_c1920-martindewolf-2.jpg?x=1780644170476" alt="Martin de Wolf" width="257" height="auto">Hoewel er nog geen keiharde cijfers bekend zijn en De Wolf daar dus ook niks concreets over kan zeggen, ziet hij al wel dat de voltijd en deeltijd inschrijvingen op dit moment achterblijven ten opzichte van vorig jaar. Dat geldt onder meer voor het tekortvak Nederlands, wat bij Fontys Educatie een nog relatief grote opleiding is. De meest populaire opleidingen zijn Geschiedenis (geen tekortvak) en Engels, maar daar lopen de cijfers ook terug. “Terwijl er bij Sittard dan weer een stijgende trend is”, aldus De Wolf. Bij het tekortvak wiskunde is momenteel sprake van een lichte stijging. “Dit geeft wel aan hoe grillig het beeld is en dat het ook niet aan een specifieke opleiding is toe te wijzen.”&nbsp;</p><p>Waar dat aan ligt? Het past volgens de directeur in de prognose die ooit is gedaan. En bovendien zijn er in veel meer sectoren tekorten op de Nederlands arbeidsmarkt. Maar zou het misschien ook kunnen liggen aan het nieuwe opleidingsmodel dat in september 2025 van start ging bij Fontys Educatie? De Wolf geeft toe dat daar door sommige collega’s kritisch naar gekeken wordt, vooral vanuit het perspectief van de deeltijdstudent. Toch zijn er ook deeltijdopleidingen waar de studentenaantallen groeien. “We gaan de aankomende periode kritisch kijken of het model goed aansluit bij de wensen en behoeften van de deeltijdstudent.”</p><p><strong>Actieplan</strong><br>Er wordt gekeken naar de oorzaak, maar ook het gevolg wordt aangepakt, zowel bij Fontys als bij andere lerarenopleidingen. De Vereniging Hogescholen heeft een paar weken terug een actieplan ingediend bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap omdat de tekorten in de sector zodanig groot worden, dat belangrijke vakken zoals informatica, wiskunde, Nederlands, Frans en Duits in de toekomst mogelijk niet meer op alle scholen gegeven kunnen worden.</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:345/auto;width:345px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/84611e8c-3077-4bd9-943a-91ebf37781a0/800_gebouwp1opcampusstappegoorwaarmorgengestemdkanworden.jpg?x=1780644190277" alt="Gebouw P1" width="345" height="auto">In het actieplan wordt onder meer gepleit om jaarlijks 18 miljoen euro uit te trekken voor kleine lerarenopleidingen en voor lerarenopleidingen die opleiden voor tekortvakken. Er wordt gevraagd om een eenmalig bedrag van 7,5 miljoen euro om het onderwijs toekomstbestendiger te organiseren, er wordt ingezet op meer samenwerkingen én op het behoud van zittend personeel. Daarnaast wordt ook het behalen van een tweede bevoegdheid benoemd, een actiepunt waar bij Fontys al hard aan gewerkt wordt.&nbsp;</p><p>“Ik zou het heel mooi vinden als we alles op alles kunnen zetten om mensen ertoe te bewegen om voor het onderwijs te kiezen. Of misschien werken ze al in het onderwijs en kiezen ze voor een tweede bevoegdheid”, aldus De Wolf. “Wij hebben ons opleidingsmodel zo ook al ingericht; in principe is vanaf komend collegejaar iedere combinatie van lerarenopleidingen mogelijk. En daarmee lopen we ten opzichte van de andere lerarenopleidingen in Nederland voorop.”</p><p>Studenten kunnen op die manier twee opleidingen in één doen, waarbij veel vakken met elkaar overlappen en wat een breder beroepsperspectief oplevert. “We zien dat het aanslaat, maar natuurlijk doen we ook andere dingen om de opleidingen aantrekkelijker te maken. We kijken naar de samenwerking tussen de gemeenschappelijke lerarenopleidingen in Sittard en Tilburg, en willen ook kijken of we de krachten kunnen bundelen met andere hogescholen. Mijn hoop is heel erg gevestigd op de samenwerking met schoolbesturen in de verschillende onderwijsregio’s, want je kunt dit probleem niet alleen aanpakken.”&nbsp;</p><p>Dit alles is volgens De Wolf hard nodig om als lerarenopleidingen weer in een financieel rooskleurige situatie te komen. “Tot nu toe is de keuze altijd geweest om de lerarenopleidingen te laten bestaan en ik ga ervan uit dat dit zo blijft. Zo lang bepaalde vakken op de middelbare scholen worden gegeven, vinden wij dat we de maatschappelijke en regionale verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat leraren opgeleid kunnen worden voor hun vak naar keuze. We gaan een lerarenopleiding niet zomaar sluiten omdat hij te klein is. Maar eerlijk is eerlijk: het is wel hard werken.”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Tilburg,FLOT,Luiken,Onderwijs Educatie,Fontys Educatie,PRO Educatie,Educatie]]></category>
            <pubDate>Fri, 05 Jun 2026 09:34:20 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 08 Jun 2026 09:14:38 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/43049dd0-a085-4bb8-8930-ebe49bbcf565/500_campusstappegoorp1..jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/43049dd0-a085-4bb8-8930-ebe49bbcf565/500_campusstappegoorp1..jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/43049dd0-a085-4bb8-8930-ebe49bbcf565/campusstappegoorp1..jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Campus Stappegoor, P1.]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Nieuw advies over toetsing: van scoren naar begrijpen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/nieuw-advies-over-toetsing-van-scoren-naar-begrijpen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/nieuw-advies-over-toetsing-van-scoren-naar-begrijpen/</guid><pp:caseid>756334</pp:caseid><pp:boilerplate><![CDATA[<p><span>Volgens lector Kelly Beekman vragen de bovengenoemde ontwikkelingen ook om meer toetsbekwaamheid bij leraren die voor de klas staan. Fontys biedt daarom onder meer de master Toets- en Onderwijskwaliteit aan. Ook wordt in het curriculum van de opleidingen binnen Fontys Educatie aandacht besteed aan toetsbekwaamheid, weet Jan Beijers. Hij is naast studentcoach ook betrokken bij de curriculumontwikkeling van de opleidingen en medevoorzitter van de commissie Onderwijs binnen Fontys Educatie.</span></p><p><span>“Het advies van de Onderwijsraad sluit aan bij de ontwikkelingen waar we als Fontys Educatie mee te maken hebben. Binnen onze lerarenopleidingen werken we vanuit een landelijke kennisbasis en landelijke bekwaamheden, die momenteel herijkt worden. Hierin wordt de actualisering van de kerndoelen meegenomen. Intern vernieuwen wij het curriculum ook, zodat ons onderwijs opleidt voor die bekwaamheden en inhouden van de kennisbasis.”</span></p><p><span>De landelijke kennisbasis heeft ook een generiek deel waar studenten aan moeten voldoen. “Daar is toetsing onderdeel van. Studenten leren hierdoor welke vormen van toetsing er zijn en hoe je die inzet in de praktijk.”</span></p><p><span>Zowel in de propedeuse als de postpropedeuse wordt daar op verschillende manieren aan gewerkt. "Van het inzetten van eenvoudige toetsvormen en het geven van feedback tijdens een (losse) les, tot het dragen van integrale verantwoordelijkheid voor het onderwijs, waarbij toetsing iedere dag aan de orde is.”</span></p>]]></pp:boilerplate><description><![CDATA[<p><span><strong>Toetsen in het onderwijs die zijn bedoeld om het leren te ondersteunen, worden in de praktijk te vaak ingezet om leerlingen in te delen naar schoolniveau. Dat constateert de Onderwijsraad in het donderdag verschenen adviesrapport Kijk anders naar toetsing. Volgens lectoren Linda van den Bergh en Kelly Beekman is er nog een flinke weg te gaan naar verbetering, maar zijn de eerste stappen gezet.</strong></span></p><p><span>De oplossing voor het probleem lijkt simpel: er moet in het basis- en voortgezet onderwijs meer gekeken worden naar de leerling dan naar de uitkomsten van de toetsen die de leerlingen maken. </span>Toetsresultaten wegen nu zwaar mee bij rapportages, diploma’s, toelating tot scholen en de overgang naar een volgend schooljaar.</p><p><span>Volgens de Onderwijsraad worden bijvoorbeeld volgtoetsen, die bedoeld zijn als didactisch hulpmiddel, op vrijwel alle basisscholen meegenomen in het schooladvies. Daardoor verschuift de aandacht bij zowel de leerling, leraar en het schoolbestuur van feedback en brede onderwijsdoelen naar het halen van een zo hoog mogelijke score. Dat kan niet, stelt de raad. Maar dat gebeurt wel degelijk, stelt Linda van den Bergh, Fontys-lector Kansrijk Onderwijs voor iedereen.</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/194c0400-8bba-4211-92c5-6cb9e2deabeb/500_lindavandenbergh-2.jpg?x=1779964585279" alt="Linda van den Bergh" width="200">Scoren en veranderingen</strong></span><br><span>“Dat komt doordat de kwaliteit van het onderwijs afgelezen wordt aan de resultaten van doorstroomtoetsen”, legt de lector uit. “Sommige scholen nemen zelfs bepaalde toetsen niet meer af bij leerlingen waarvan ze verwachten dat die zwak scoren, omdat dat hun beeld en cijfers negatief beïnvloedt.”</span></p><p><span>Van den Bergh ziet dat verschillende toetsen hierdoor meerdere functies krijgen en voor tegengestelde belangen zorgen. Maar, zo stelt de lector, er zijn ook al veel scholen in het primair onderwijs die veranderingen doorvoeren. “Scholen die meer werken met portfolio’s en portretten die de leerling breder in beeld brengen bijvoorbeeld.”</span></p><p><span>Wel moet iedere school in het primair onderwijs gebruikmaken van de zogeheten doorstroomtoets: de toets die bepaalt welk niveau je in het voortgezet onderwijs haalt. Maar ook daar plaatst de lector haar kanttekeningen bij. “Er was al bepaald dat we in Nederland naar één landelijke doorstroomtoets moeten, maar dat is pas in 2027 een feit. Nu zijn er verschillende toetsaanbieders en kiezen scholen voor de doorstroomtoets die de beste resultaten geeft. Wederom om goed te scoren en beter te boek te staan.”</span></p><p><span><strong>Onderscheid in toetsen</strong></span><br><span>Daarom pleit de Onderwijsraad voor verandering: toetsen moeten gebruikt worden voor hun oorspronkelijke doel. Iets wat volgens Kelly Beekman, lector Technology-enhanced Learning & Assessment, inderdaad nog niet voldoende gebeurt. “Als de functie van de toets bedoeld is om ontwikkeling te volgen, moeten we niet gelijk stellen dat een leerling iets niet kan aan de hand van die resultaten.”</span></p><p>Beekman onderscheidt drie vormen van toetsen: toetsen om leerresultaten vast te stellen, toetsen die het leerproces ondersteunen en toetsen waarmee leerlingen direct inzicht krijgen in hun eigen voortgang. De lector vindt het<span> van groot belang dat leraren weten wanneer ze welke toets in moeten zetten, op welke manier en met welk doel. “Heb je het nodig om informatie te verzamelen, om ontwikkeling bij te sturen of om iemands niveau vast te stellen? Afhankelijk van welke informatie je nodig hebt, bepaal je met welk doel je een toets inzet en welke vorm daar het beste bij past.”</span></p><p><span>Wat er volgens Beekman nu gebeurt in het onderwijs is dat een toets voor ontwikkeling bijvoorbeeld ook gebruikt wordt voor tussentijdse uitkomsten. “Dus in plaats van ontwikkeling bijsturen, wordt nu gekeken naar het gemiddelde om te concluderen of een leerling een bepaald niveau wel of niet gehaald heeft. En dat is gek, want daar is die toets helemaal niet voor bedoeld.”</span></p><p><span><strong>Oplossingen</strong></span><br><span>De Onderwijsraad pleit in het advies, als oplossing voor het huidige toetssysteem, onder meer voor toetsingscommissies op iedere school en de terugkeer van het oorspronkelijke doel van leerlingvolgtoetsen: het ondersteunen van het onderwijsleerproces.</span></p><p><span>Goede ontwikkelingen, aldus Beekman: “Een toetsingscommissie zorgt ervoor dat er kritisch gekeken wordt naar toetsen, wat we moeten toetsen en of de juiste dingen naar voren komen. Zo wordt gemeten of dat wat we voor ogen hebben ook uitkomst biedt."</span></p><p><span>Ook het doel van de volgtoetsen benadrukken, lijkt haar heel goed. "Want hoe vaak je een toets doet zegt niet zoveel, maar toetsen inzetten waarvoor ze bedoeld zijn wel. Goed dat er met dit advies aandacht is voor de kwaliteit van toetsing, </span>juist omdat toetsresultaten zo bepalend kunnen zijn voor de toekomst van leerlingen."</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Lectoraten,Lectoren,Onderwijs,Onderwijs Educatie,Educatie,Fontys Educatie,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 28 May 2026 16:01:54 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 01 Jun 2026 11:49:12 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_examenlokaal.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_examenlokaal.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/examenlokaal.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[&amp;#039;Er mag op Nederlandse hogescholen best minder worden getoetst&amp;#039;]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys biedt podium voor Europees onderwijscongres</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-educatie-biedt-podium-voor-europees-onderwijscongres/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-educatie-biedt-podium-voor-europees-onderwijscongres/</guid><pp:caseid>746837</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Hoe praat je met je studenten over polarisatie, waarden en maatschappelijke spanningen in Europa? En welke rol kan aardrijkskundig onderwijs daarin spelen? Die vragen staan centraal tijdens het EUROGEO-congres dat donderdag en vrijdag plaatsvindt op campus Stappegoor in Tilburg.</strong></span></p><p><span>Het is donderdagochtend 09.00 uur wanneer de bovenverdieping van gebouw P1 langzaam volloopt met aardrijkskundige professionals van over de hele wereld. Ze komen samen voor het EUROGEO-congres, dat deze dagen rond het thema ‘Geographies in Flux: Navigating a Shifting World Order’ draait.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/0b1793d2-89ac-4473-97c3-ea0437e510f6/500_uwekrause.jpeg?x=1779367674405" alt="Uwe Krause" width="200">Dat zegt de leken onder ons waarschijnlijk niets, maar de conferentie richt zich op de rol van geografie en onderwijs in een wereld die snel verandert door geopolitieke spanningen, maatschappelijke polarisatie, duurzaamheid en groeiende ongelijkheden. Of zoals de voorzitter van EUROGEO, de Europese non-profitorganisatie voor geografen en aardrijkskundedocenten, verwoordt: “Aardrijkskunde is het begrijpen van het menselijk leven in een tijd van veranderingen. Onze wereld verandert, net als onze maatschappij. En het is aan ons als community om aan een betere toekomst te werken voor de generaties na ons.”</span></p><p><span><strong>Gevoelige thema’s</strong>&nbsp;</span><br><span>Dat gebeurt hier dus aan de hand van aardrijkskunde. Hoofdorganisator en docent binnen de Lerarenopleiding Aardrijkskunde Uwe Krause legt uit: “Dit congres is een samenkomst van geografisch onderzoek, maatschappelijke vraagstukken en onderzoek naar aardrijkskundeonderwijs.”</span></p><p><span>De belangrijkste aanleiding om het congres dit jaar naar Tilburg te halen is het project Teaching Controversial Issues (TCI), waar Fontys, in samenwerking met EUROGEO en Tilburg University één van de kartrekkers van is. “Een project rondom gevoelige of polariserende maatschappelijke thema’s waar docenten in de klas mee te maken hebben.”</span></p><p><span><strong>Ontwikkelingen bespreekbaar maken</strong></span><br><span>TCI bouwt voort op de zogeheten European Values Studies, het langstlopende grootschalige waardenonderzoek van Europa. Daarin worden iedere negen jaar dezelfde vragen gesteld over opvattingen, normen en maatschappelijke thema’s in verschillende landen. “Daardoor kun je ontwikkelingen in waarden over langere tijd volgen”, licht Krause toe. </span><i><span>Tekst gaat verder onder de foto's.</span></i></p><p><span>Die onderzoeksgegevens vormden de basis voor het project waarin Fontys onderzocht hoe zulke thema’s bruikbaar kunnen worden gemaakt voor het onderwijs. Iets wat tijdens het tweedaagse congres gedeeld wordt met alle internationale aanwezigen. Want hoe bespreek je ingewikkelde maatschappelijke onderwerpen zoals democratie, burgerschap en Europese waarden in de klas?</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:411/auto;width:411px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8baa60a0-7762-45dc-bc97-aafea3dde1dd/800_erwordtaandachtiggeluisterdenmeegeschreventijdenshetcongres.jpeg?x=1779367577477" alt="Er wordt aandachtig geluisterd en meegeschreven tijdens het congres" width="411" height="auto">Veranderingen</strong></span><br><span>Die vraag is volgens de hoofdorganisator actuele dan ooit. “Het doel is om leerlingen en studenten te leren omgaan met verschillende perspectieven en het gesprek met elkaar te blijven voeren, juist in tijden van polarisatie. Aardrijkskunde is dus veel meer dan alleen maar kaarten kunnen lezen.”</span><br><br><span>De veranderingen in het aardrijkskundig onderwijs herkent ook Fontys Educatie-directeur Martin de Wolf. “Er staan hier thema’s op het programma die zo’n tien jaar geleden ook al aan bod kwamen, maar de globale context waarin we ze nu moeten zien zorgen voor een fundamenteel verschil.”</span></p><p><span>De Wolf doelt daarbij op onzekerheden die er eerder niet waren, maar ook op de groeiende aandacht voor gevoelens en emoties. “Traditioneel gezien waren aardrijkskundigen vooral kritisch en rationeel, maar tegelijkertijd bestuderen we zaken die sterke emoties oproepen, waar ook ter wereld. En als we echt verandering willen maken, moeten mensen juist geraakt worden op een dieper niveau. Hopelijk brengen deze dagen niet alleen nieuwe inzichten, maar zijn er ook momenten die je in je hart voelt.”</span><br><br><span><strong>Leren en inspireren</strong></span><br><span>Tijdens het congres krijgen de verschillende thema’s een prominente plek in workshops, lezingen en keynotes. Ook staan er excursies naar Rotterdam, Zeeland en Breda op de planning. “We willen onze bezoekers voornamelijk inspireren, en laten zien wat Fontys op dit vlak te bieden heeft. Hopelijk nemen de deelnemers zo niet alleen nieuwe kennis mee naar huis, maar vormen ze ook ideeën over hoe het onderwijs kan bijdragen aan het bespreken van die complexe vraagstukken, zodat studenten weten wat er in de wereld speelt”, vat Krause samen.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Educatie,Fontys Educatie,FLOT,Campus,Stappegoor,Tilburg,lerarenopleidingen en pabo’s,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 21 May 2026 14:49:57 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 22 May 2026 11:35:02 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/605b9ec1-5b4a-4c07-bad7-34cebff5a857/500_keynoteeurogeo.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/605b9ec1-5b4a-4c07-bad7-34cebff5a857/500_keynoteeurogeo.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/605b9ec1-5b4a-4c07-bad7-34cebff5a857/keynoteeurogeo.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Keynote EUROGEO]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Limburgse taal in de lift: Fontys werkt aan lesmateriaal</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/limburgse-taal-in-de-lift-fontys-werkt-aan-lesmateriaal/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/limburgse-taal-in-de-lift-fontys-werkt-aan-lesmateriaal/</guid><pp:caseid>740796</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span style="text-align:start;"><strong>Alle Friese leerlingen op basisscholen en in het voortgezet onderwijs moeten vanaf 1 augustus dit jaar verplicht Fries leren. Gaat er in Limburg hetzelfde gebeuren? Met de voorgenomen deel III-erkenning van de Limburgse taal wordt die mogelijkheid verruimd, en dus treft Fontys nu al voorbereidingen door samen met lokale scholen en kinderdagverblijven nieuw Limburgs lesmateriaal te ontwikkelen.</strong></span></p><p style="text-align:start;">De provincie Limburg liet eind vorige week weten ruim 113.000 euro beschikbaar te stellen voor onderzoek en onderwijs om de Limburgse taal te versterken en zo toe te werken naar een mogelijke deel III-erkenning in 2030. Die erkenning is er ook al voor het Fries en maakt een slag van het ‘beschermen’ van de Limburgse taal (zoals de huidige deel II-erkenning voorschrijft) naar ‘het verplichten tot actief bevorderen en gebruiken’ ervan.</p><p style="text-align:start;"><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:159/auto;width:159px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/08ab5aa5-1b27-4a42-ac74-4cbe51bd212e/500_img_7145.jpeg?x=1775026358406" alt="Frits Criens" width="159" height="auto">Hogere status</strong><br>Een deel van het door de provincie beschikbaar gestelde bedrag gaat naar Fontys Educatie, dat samen met partners nieuw lesmateriaal gaat ontwikkelen over de Limburgse taal. Betrokken daarbij zijn Frits Criens, Lieke Stevens en Vital Hanssen, alle drie werkzaam bij uiteenlopende lerarenopleidingen van Fontys. Verder werkt ook het nieuwe lectoraat ‘Taalbewust en inclusief opleiden’ mee.</p><p style="text-align:start;">“Door de deel III-erkenning krijgt de Limburgse taal een hogere status. Met als gevolg dat er veel meer mogelijkheden in het onderwijs komen”, legt Criens uit. Daarop vooruitlopend zijn scholen nu al aan het experimenteren met Limburgs in de klas. “Wij willen deze scholen samenbrengen om ervaringen te delen, en zo het Limburgs in het onderwijs te versterken. Het is de bedoeling dat scholen, maar ook kinderdagverblijven, met hun vraagstukken over het Limburgs straks bij ons terechtkunnen.”</p><p style="text-align:start;"><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:181/auto;width:181px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/604b9125-4f0d-4f4a-a5e4-3447601fbfe2/500_vital.jpg?x=1775026368928" alt="Vital Hanssen" width="181" height="auto">Learning Design Studio</strong><br>In de praktijk ziet die samenwerking er als volgt uit: vanaf komend schooljaar start Fontys een Learning Design Studio, waar samen met minimaal tien en maximaal zestien andere scholen en kinderopvangcentra bijeenkomsten worden georganiseerd. Het is de bedoeling dat deze werkveldpartners allemaal een eigen stukje ‘Limburgse les’ ontwikkelen en toepassen in de praktijk, dat vervolgens in de Learning Design Studio wordt besproken en doorontwikkeld. “Ons lectoraat doet vervolgens onderzoek naar wat wel en niet werkt”, stelt Hanssen.</p><p style="text-align:start;">Het doel daarvan, zegt Criens, is dat alles wat nu ontwikkeld wordt, straks – als de deel III-erkenning er komt – voor het reguliere onderwijsaanbod kan worden ingezet. “Natuurlijk met als doel dat we nieuwe leraren iets kunnen leren over het Limburgs en de didactiek daarvan.”</p><p style="text-align:start;"><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:210/auto;width:210px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/8ae4d528-3235-4c81-a092-d900cd1091ca/800_pxl_20251224_140613294.portraitcopy.jpg?x=1774951784301" alt="Lieke Stevens" width="210" height="auto">Zie het als een soort voorloper op het profileringsdeel, voegt Stevens toe: “Afhankelijk van of de deel III-erkenning er komt en hoe deze eruit gaat zien, kan Fontys hier straks heel flexibel en zo snel mogelijk op inspelen door er nu al in een kleine vorm mee te experimenteren.”</p><p style="text-align:start;">Heel concreet is het nu allemaal nog niet. We hoeven dus niet te verwachten dat Fontys op korte termijn een keuzevak Limburgse taal krijgt. Of dat huidige studenten worden opgeleid tot leraar Limburgs. “Zover zijn we nog lang niet, maar voor de toekomst hopen we dat natuurlijk wel. <span style="margin:0px;">Wie weet komt het ooit nog zover dat Limburgs een lerarenopleiding heeft", </span>lacht Criens. Aangevuld door Hanssen: “Er is momenteel veel aandacht voor meertaligheid, maar het besef dat het Limburgs daar óók bij hoort, verdient simpelweg veel meer aandacht<span style="text-align:start;">.</span>”</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Limburg,Educatie,Onderwijs Educatie,PRO Educatie,Luiken,Onderzoek Educatie]]></category>
            <pubDate>Tue, 31 Mar 2026 14:05:41 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 01 Apr 2026 08:19:43 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/b6e1d11c-36f2-4019-9f78-c104af932e71/500_shutterstock_461070448.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/b6e1d11c-36f2-4019-9f78-c104af932e71/500_shutterstock_461070448.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/b6e1d11c-36f2-4019-9f78-c104af932e71/shutterstock_461070448.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Limburgse vlag]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Can (23) is lijsttrekker van Denk: dit wil hij veranderen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/can-23-is-lijsttrekker-van-denk-dit-wil-hij-veranderen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/can-23-is-lijsttrekker-van-denk-dit-wil-hij-veranderen/</guid><pp:caseid>738605</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Hij is 23 jaar oud, stond een paar jaar geleden op de kandidatenlijst van Denk bij de Tweede Kamerverkiezingen en is nu hét gezicht van diezelfde partij in de gemeente Tilburg. Volgende week, tijdens de gemeenteraadsverkiezingen, hoopt Can Bayrakci op voldoende stemmen om een plekje in de gemeenteraad te bemachtigen.</strong></p><p>Het is de eerste keer dat Denk in Tilburg deelneemt aan de gemeenteraadsverkiezingen. En dat dus met Can Bayrakci aan het roer, een plek die de Fontysstudent nooit had verwacht te kunnen bemachtigen. In een gesprek met Bron vertelt hij over de weg naar deze positie en de manier waarop hij zich hard maakt voor – met name – jongeren.<strong>&nbsp;</strong></p><p><strong>Hoe en wanneer ben je in de politiek terechtgekomen?</strong></p><p>“Op zestienjarige leeftijd was ik al bezig met allerlei maatschappelijke dingen. Ik was actief bij een jongerenvereniging en zag daar, net als op de mbo-studie die ik destijds volgde, dat er heel veel dingen waren waar jongeren tegenaan liepen. Uit eigen ervaring weet ik bijvoorbeeld dat het vinden van een stageplek met name voor mbo-studenten heel lastig kan zijn.</p><p>Maar ik zag ook signalen op school. Ik zal dit nooit meer vergeten, maar ik had ooit een docent die tijdens een les drie bolletjes op het bord tekende. Het onderste bolletje stond voor onze ouders, het middelste bolletje voor onze god, en het bovenste bolletje was hij, de docent. ‘Ik beslis of jullie een examen halen of niet’, was zijn uitleg daarbij. Daar werd ik zó boos om, en als ik zou willen dat er iets aan deze cultuur zou veranderen, dan zou ik die stap zelf moeten zetten.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:235/auto;width:235px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b0f4078f-f777-477b-b8d0-65c91ed0f6cf/800_whatsappimage2026-03-11at13.30.27.jpeg?x=1773238116696" alt="" width="235" height="auto">En dus ging je de politiek in. Waarom de keuze voor Denk?</strong></p><p>“Toen ik eenmaal de keuze had gemaakt om de politiek in te gaan, heb ik verschillende partijen onderzocht. Denk paste op meerdere fronten het beste bij mij. Deels omdat deze partij zich inzet voor jongeren, deels omdat ik hier verschillende contacten had.</p><p>Op een gegeven moment had ik een gesprek met iemand binnen Denk die ook raadslid is. Hij vond dat ik lid moest worden en zei zelfs dat ik me kandidaat moest stellen voor de Tweede Kamerverkiezingen nadat het kabinet-Rutte IV was gevallen. Dat heb ik gedaan; ik solliciteerde voor het kandidatuurschap en kwam op plek 11 op de lijst terecht. Dat had ik nooit verwacht. Nu, bijna drie jaar later, ben ik lijsttrekker van Denk Tilburg. Ook dat had ik niet zien aankomen.”</p><p><strong>Wat zijn belangrijke thema’s waar jij je voor inzet?</strong>&nbsp;</p><p>“Jongeren zijn voor mij het meest belangrijk. Denk maakt zich hard voor meer studieruimtes en stagekansen in Tilburg, maar ook voor het woningtekort. We zien in Tilburg dat er heel veel starters en jongeren zijn die moeilijk aan een huis komen. Dat ze soms zelfs naar andere gemeentes moeten uitwijken omdat er in Tilburg geen geschikte woningen beschikbaar zijn. Of ze zijn te klein, of te groot, of ze bevinden zich in onveilige wijken. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat die wijken weer veilig worden en dat er weer meer gezinswoningen komen?</p><p>Maar we willen ook meer stageplaatsen en studieplekken realiseren in Tilburg<strong>.</strong> We hebben natuurlijk de LocHal, en daar zijn we heel blij mee, maar qua algemene studieruimtes houdt het daar wel een beetje bij op. Bovendien is de LocHal in het weekend maar tot 17.00 uur open. Wij zouden graag zien dat de openingstijden verruimd worden naar 22.00 uur. Studenten moeten plekken hebben waar ze kunnen studeren.</p><p>Verder zetten we ons ook in voor studenten die in armoede leven. Studenten die niet altijd geld hebben om schoolboeken of andere studiebenodigdheden te kopen. Wij willen vanuit de gemeente kijken wat we voor deze studenten kunnen doen.”</p><p><strong>Heb jij het idee dat de gemeenteraadsverkiezingen leven onder studenten?</strong></p><p>“Nee, veel studenten weten niet eens dat de verkiezingen volgende week zijn. Dat komt, denk ik, vooral omdat ze het idee hebben dat de gemeenteraad voor een groot deel uit senioren of gepensioneerden bestaat. Er zijn weinig jongeren binnen de gemeenteraad. Onze partij wil daar verandering in brengen en wij hopen dan ook dat jongeren net als wij de verantwoordelijkheid nemen om de politiek in te gaan.</p><p>De gemeenteraadsverkiezingen zijn namelijk heel belangrijk. Júíst voor jongeren. De gemeente gaat over stageplekken, studieplekken, het opbouwen van een toekomst, woningen, noem het maar op. Allemaal aspecten waar jongeren tegenaan lopen en waar de gemeente verandering in kan brengen. Veel jongeren klagen, maar mijn boodschap is: ga niet klagen, ga stemmen.”</p>]]></description><category><![CDATA[Achtergrond,Student,Tilburg,Educatie,PRO Educatie]]></category>
            <pubDate>Wed, 11 Mar 2026 15:15:26 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Thu, 12 Mar 2026 12:22:04 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/f6758f7d-de8d-488d-acc4-4c675cba3349/500_whatsappimage2026-03-11at13.34.56.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/f6758f7d-de8d-488d-acc4-4c675cba3349/500_whatsappimage2026-03-11at13.34.56.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/f6758f7d-de8d-488d-acc4-4c675cba3349/whatsappimage2026-03-11at13.34.56.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Can Bayrakci]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Fontys Educatie zet koers in Limburg voort</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-educatie-zet-koers-in-limburg-voort/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-educatie-zet-koers-in-limburg-voort/</guid><pp:caseid>735361</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Vier pabo’s ondergebracht onder één opleiding: dat was tot eind dit kalenderjaar de Nieuwste Pabo in Limburg, een samenwerking tussen Fontys en Hogeschool Zuyd. Sinds 1 januari wordt de samenwerking geïntensiveerd, vanuit het perspectief van Fontys Educatie. Een koers die binnen de regio’s Tilburg en Eindhoven-Den Bosch al even loopt en waar de eerste vruchten zich inmiddels lijken af te werpen.&nbsp;</strong></span></p><p><span>Eerst even terug naar Limburg, waar de eerste samenwerking tussen Fontys en Zuyd zo’n vijftien jaar geleden plaatsvond, toen de twee instituten vier oorspronkelijke pabo’s – twee van Fontys en twee van Hogeschool Zuyd - samenvoegden tot één: De Nieuwste Pabo. “Een pabo met twee moeders”, zo omschrijft Anton van den Brink het, directeur bij Fontys Educatie Eindhoven-Den Bosch.</span></p><p><span>In die fusie werd afgesproken dat studenten onder het postcodegebied van Sittard zich inschreven bij Zuyd, en degenen daarboven bij Fontys. Dat blijft in de vernieuwde samenwerking achter de schermen nog steeds zo, maar wel is afgesproken dat het gehele onderwijs nu wordt georganiseerd op de ‘Fontys Educatie-manier’.</span></p><p><span><strong>Ontwikkelingen</strong></span><br><span>Die manier wordt sinds dit collegejaar al toegepast in de regio's Tilburg en Eindhoven-Den Bosch, waar alle educatieve opleidingen van Fontys een andere weg in zijn geslagen met TEO, de Transitie Educatieve Opleidingen. Daarin werken de educatie opleidingen </span><a href="https://bron.fontys.nl/onderwijsvernieuwing-vraagt-vooral-meer-samenwerking/" target="_blank"><span>samen</span></a><span> aan een samenhangend en flexibel opleidingsaanbod. “We hebben het curriculum nu zo ingedeeld dat studenten de mogelijkheid hebben om hun kennis te verbreden, te verspreiden en een mogelijke bi-certificering kunnen halen”, aldus de directeur van regio Eindhoven-Den Bosch.</span></p><p><span>Hoewel Fontys Educatie pas sinds september in de huidige vorm bestaat, ziet Van den Brink al wel een aantal positieve ontwikkelingen. Zoals een volledige klas die van start is gegaan binnen </span><a href="https://bron.fontys.nl/fontys-bindt-toekomstige-leraren-met-orientatiejaar/" target="_blank"><span>de opleiding</span></a><span> Oriëntatiejaar Lerarenopleiding. “Een vorm van flexibilisering die we aanbieden, waarin studenten niet direct voor een bepaalde lerarenopleiding kiezen maar zich breed kunnen oriënteren.”</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_antonvandenbrink-3.jpg?x=1770290115239" alt="Anton van den Brink" width="200">Overstappen zonder vertraging</strong></span><br><span>Daar is veel belangstelling voor, net als voor de vernieuwde manier van werken binnen het gehele educatieve domein, zo weet hij. “We merken onder andere op open dagen dat nieuwe potentiële studenten en hun ouders erg enthousiast worden van de nieuwe benadering. Ze vinden het fijn dat je niet ‘vastzit’ aan je keuze.”</span></p><p><span>Hij licht toe: “Voorheen koos je bijvoorbeeld voor de lerarenopleiding Engels en kon je dat beroep veertig jaar blijven uitoefenen. Nu kun je met je opleiding juist nog alle kanten op, ook als leraar Engels je toch niet zo goed bevalt. Dan kun je overstappen naar een andere richting, zonder verlies van studietijd. En dat spreekt nieuwe potentials erg aan.”</span></p><p><span><strong>Meebewegen</strong></span><br><span>Ook bij de huidige groep eerstejaars studenten staat die keuzemogelijkheid hoog in het vaandel. Dat blijkt uit een recente inventarisering. “Het overgrote deel denkt aan een bi-certificering."</span></p><p><span>Met het vernieuwde onderwijs wil Fontys in zowel Brabant als Limburg een bredere doelgroep aantrekken om het heersende lerarentekort terug te dringen. “Dat doen we niet alleen met onze opleidingen, maar ook met de regio’s en het werkveld. Onze opleidingen zijn nu een stuk flexibeler geworden, waardoor we mee kunnen bewegen met de wensen die er zijn.”</span></p><p><span><strong>Één Educatie</strong></span><br><span>Een voorbeeld daarvan is de deze week gestarte opleidingsvariant ‘Pabo on the Job’, waar mensen die al in dienst zijn bij scholen maar nog niet voor de klas staan, zich om kunnen scholen. Daar zijn zo’n 35 studenten gestart. Ook wordt in de regio Den Bosch een pabo-opleiding ontwikkeld die leidt tot een bevoegdheid in het gespecialiseerd onderwijs, zodat studenten in hun vrije of profileringsruimte toe kunnen spitsen op deze doelgroep. “Oftewel: er gebeuren hele mooie dingen.”</span></p><p><span>Dat staat nu dus ook in Limburg te gebeuren, waar de intensivering vanaf 1 januari officieel is. “Zo kunnen we iedere student in Limburg de maximale mogelijkheden bieden die we ook aan onze studenten in Brabant bieden. Vanuit één Fontys Educatie.”</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs,Onderwijs Educatie,Educatie,Eindhoven,Tilburg,Limburg,Berg]]></category>
            <pubDate>Thu, 05 Feb 2026 13:17:18 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 06 Feb 2026 18:50:52 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_basisschoolleraarklaspabo.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_basisschoolleraarklaspabo.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/basisschoolleraarklaspabo.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[basisschool leraar klas pabo]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Minder jongeren kiezen de laatste jaren voor een opleiding tot leraar basisonderwijs.]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Crashen en weer opstaan bij Drone Challenge in Eindhoven</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/crashen-en-weer-opstaan-bij-drone-challenge-in-eindhoven/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/crashen-en-weer-opstaan-bij-drone-challenge-in-eindhoven/</guid><pp:caseid>734808</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Wie bouwt de drone die echt verschil maakt?</strong><span style="text-align:left;"> </span><strong>Die vraag hing donderdagmiddag letterlijk in de lucht tijdens de jaarlijkse Drone Challenge in Eindhoven. In het&nbsp;Avular&nbsp;gebouw op Strijp-T gingen zeven teams van studenten en cursisten de strijd met elkaar aan.</strong><span><strong>&nbsp;</strong></span><span style="text-align:left;">&nbsp;</span></p><p><span>De Drone Challenge is een gezamenlijk initiatief van&nbsp;Fontys&nbsp;en het Summa College en vormt de afsluiting van het schoolblok. Studenten kregen de opdracht om in teamverband een drone te ontwerpen, bouwen, programmeren én te testen. De resultaten werden beoordeeld op locatie bij&nbsp;Avular, een hightechbedrijf dat beschikt over een unieke indoor vliegbaan, waar de drone een route vol met hindernissen moest afleggen. &nbsp;&nbsp;</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/582cfc4f-21f6-445d-b4a7-fdf871209e90/500_danny.jpeg?x=1769760899420" alt="Danny" width="200">Vliegend systeem</strong>&nbsp;</span><br><span>Voor de deelnemers begon de uitdaging met een doos losse onderdelen en een instructieboek. “Volgens de instructies hebben we de drone in elkaar gezet”, vertelt Danny, derdejaarsstudent&nbsp;Leraar Technisch Beroepsonderwijs. “Daarna hebben we de motoren geprogrammeerd, getest en proef gevlogen."</span></p><p><span>Niet bij iedereen ging de&nbsp;challenge&nbsp;meteen goed, zo was ook het geval bij Danny. “Tijdens de eerste ronde crashten we, maar gelukkig mochten we nog een ronde vliegen als herkansing.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span>De opdracht ging verder dan enkel vliegen. Elk team moest ook een eigen toepassing bedenken en bouwen.&nbsp;Danny’s&nbsp;team koos voor een brandblusser die onder de drone werd gemonteerd. “We hebben er daadwerkelijk een brandje mee geblust”, zegt hij trots.&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/515b059c-8ba7-477a-9a9f-6d6babba278b/500_tim-tomasheeren.jpeg?x=1769760906268" alt="Tim-Tomas Heeren" width="200">Onderwijs en innovatie</strong>&nbsp;</span><br><span>Volgens docent en projectbetrokkene Tim-Tomas Heeren is dergelijke innovatie precies de bedoeling. “We hebben een nieuw curriculum ontworpen waarin innovatie centraal staat, passend bij de&nbsp;automotive&nbsp;sector.” Heeren legt uit dat er bewust is gekozen voor het bouwen van een drone: “Het was een vrij logische keuze: ze bevatten dezelfde componenten als veel moderne voertuigen zoals accu’s, elektromotoren en een centrale computer.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span>De deelnemers zijn leraren in opleiding voor het vmbo en mbo. “Het doel is dat zij niet alleen leren hoe een technisch systeem werkt, maar ook hoe ze die kennis later veilig en verantwoord kunnen overbrengen bij hun eigen leerlingen”, legt Heeren uit. “Ze doorlopen de volledige engineeringcyclus: van kennis over componenten tot programmeren, kalibreren en het testen."&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span>Samenwerking met het Summa College en het bedrijfsleven speelt daar een grote rol in. “Binnen het mbo zijn ze al langer bezig met drones, dus het Summa is daarmee een waardevolle toevoeging aan dit initiatief. Maar ook binnen het vo en vmbo zie je steeds meer die trend ontstaan. Wij dachten dat dit een mooie mogelijkheid was om&nbsp;daar op in&nbsp;te haken.” Heeren benadrukt: “Het is echt een wisselwerking tussen onderwijs en praktijk, waar het allemaal samenkomt.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/635d8b9e-4f3a-41a6-8a92-6ec28b8c1b9c/500_martijnenrolf.jpeg?x=1769760917728" alt="Martijn en Rolf" width="200">Creativiteit</strong>&nbsp;</span><br><span>Studenten Martijn en Rolf sleepten uiteindelijk de derde prijs binnen en ontvingen een bronzen beker en een cadeaubon. De eerste en tweede prijs gingen naar Summa-studenten. “Ja, dit is echt heel onverwachts. We hebben van te voren niet heel veel geoefend", aldus Martijn. De eerste ronde crashte hun drone zelfs: “De laatste ronde hebben we zonder te crashen overleefd."&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span>Martijn geeft aan het project als erg positief te hebben ervaren. “Ik vond het echt verrassend leuk om te doen. We zijn allemaal leraren in opleiding voor het vmbo of mbo en ik denk dat contact met je doelgroep daar onlosmakelijk in is.”&nbsp;&nbsp;</span></p><p><span><strong>Afsluiting</strong>&nbsp;</span><br><span>De prijsuitreiking vormde het sluitstuk van een middag vol techniek, samenwerking en innovatie. “Dit is echt de kers op de taart”, vertelt Heeren. “Studenten hebben met zichtbaar plezier laten zien wat er mogelijk is. En uiteindelijk doen we het daarvoor: toekomstbestendig onderwijs, door en voor de volgende generatie.”&nbsp;</span><br>&nbsp;</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Eindhoven,Noé,Educatie,PRO Educatie,Onderwijs Educatie]]></category>
            <pubDate>Fri, 30 Jan 2026 09:47:45 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 02 Feb 2026 09:34:38 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/4509ed7d-573e-445e-a948-62be8a698878/500_prijsuitreiking.jpeg?10000" length="0" type="image/jpeg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/4509ed7d-573e-445e-a948-62be8a698878/500_prijsuitreiking.jpeg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/4509ed7d-573e-445e-a948-62be8a698878/prijsuitreiking.jpeg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Prijsuitreiking]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Bijlesdocent meest populaire bijbaan: “Ik word er blij van”</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/bijlesdocent-meest-populaire-bijbaan-ik-word-er-blij-van/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/bijlesdocent-meest-populaire-bijbaan-ik-word-er-blij-van/</guid><pp:caseid>631663</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Jarenlang was werken in de supermarkt of de horeca de meest populaire bijbaan onder studenten. Dat lijkt te verschuiven. De meeste populaire bijbaan onder Nederlanders is op dit moment die van bijlesdocent.</strong></span></p><p><span>Dat blijkt uit een onderzoek van onlinetalentenplatform Preply. Het gebruikte gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de Nederlandse arbeidsmarkt met betrekking tot een tweede baan. Ook analyseerde Preply de resultaten van de zoekopdracht ‘bijbaan’ via Indeed.nl. Het gaat dus over een onderzoek onder alle Nederlanders en niet alleen onder studenten, maar uit navraag bij organisaties voor huiswerkbegeleiding blijkt dat het vaak studenten zijn die voor hen werken.</span></p><p><span>Eerstejaars Pabostudent Frederique van Mazijk (20) verruilde er zelfs haar studie Technische Natuurkunde voor. Sinds de tweede klas van de middelbare school geeft ze bijles aan jongere leerlingen en sinds ze is gaan studeren werkt ze voor een organisatie die huiswerkbegeleiding geeft aan middelbare scholieren en basisschoolleerlingen. “Bijles geven keerde zo vaak terug in mijn leven en ik verveelde me nooit, terwijl ik dat bij mijn studie Technische Natuurkunde wel ervaarde. Dat heeft mijn keuze voor de Pabo bepaald.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="aspect-ratio:234/auto;width:234px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/47622156-b1d7-4e07-8e03-7d97643fa416/800_frederique-1.jpg?x=1715680784594" alt="Frederique van Mazijk (r) geeft bijles aan een leerling" width="234" height="auto">Het begon ermee dat Frederique een zakcentje wilde bijverdienen, maar dat was al snel niet meer de belangrijkste reden om bijles te geven. Ook als het niet uitkwam of ze had het extra geld niet per se nodig, gaf ze bijles. “Ik raakte betrokken bij de leerlingen en het gaf me een goed gevoel om ze te kunnen helpen. Ieder kind en elke bijles is weer anders. Ik merkte dat ik er blij van werd en het echt leuk vond om te doen.”</span></p><p><span><strong>Ideale werktijden</strong></span><br><span>Een bijlesdocent verdient goed, maar het is niet de bestbetaalde bijbaan. Preply rekende uit dat je als chauffeur het meest verdient, dat levert gemiddeld 20 euro per uur op. Voor ongeveer 17 euro per uur kun je aan de slag als orderpicker. Met het geven van bijles verdien je gemiddeld 15 euro per uur. Daarna volgen het geven van sportlessen en werken op een festival als bestbetaalde bijbanen. Volgens Preply heb je als bijlesdocent vaker de mogelijkheid om zelf je uurtarief te bepalen.</span></p><p><span>Frederique bepaalt niet zelf haar uurtarief of werktijden, maar ze vindt die wel een stuk gunstiger dan die van veel andere bijbanen. “Ik geef bijles tussen 13 en 19:00 uur. Ik kan dus zelf ook gewoon naar school en ’s avonds leuke dingen doen. En ik hoef mijn beschikbaarheid niet weken van tevoren op te geven. Dat gaat per week. Ideaal te combineren dus met het studentenleven.”</span></p><p><span>De Pabostudent vindt dat ze goed verdient. “De hoogte van je salaris hangt af van je ervaring, hoeveel vakken je kunt geven en welke opleiding je volgt. Omdat ik de Pabo doe, heb ik een leidinggevende functie gekregen en verdien ik wat meer. Het enige nadeel vind ik dat ik niet altijd veel uren achtereen kan werken. Dat is in bijvoorbeeld de horeca vaak wel anders.”</span></p><p><span><strong>Top 5</strong></span><br><span>De top vijf van meest populaire bijbanen volgens Preply: op één bijlesdocent, gevolgd door respectievelijk chauffeur, festivalmedewerker, horecamedewerker en salespromotor.</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Student,Pabo,Verbiesen,Educatie,Onderwijs Algemeen]]></category>
            <pubDate>Tue, 14 May 2024 13:23:00 +0200</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 15 May 2024 13:21:46 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_bijlesexactevakken.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_bijlesexactevakken.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/bijlesexactevakken.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Bijles in de exacte vakken (voor corona).]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>&#039;Lerarenopleidingen sluiten niet aan op elke praktijk&#039;</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/lerarenopleidingen-sluiten-niet-aan-op-elke-praktijk/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/lerarenopleidingen-sluiten-niet-aan-op-elke-praktijk/</guid><pp:caseid>621599</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>De dingen die studenten op deeltijd lerarenopleidingen volgen, komen amper terug als zij voor de klas staan. Dat vindt althans docent en deeltijdstudent Jeff van der Linden. FLOS-directeur Anton van den Brink ziet dat toch echt anders. Bovendien zijn er ontwikkelingen&nbsp;in&nbsp;de&nbsp;maak.</strong></span></p><p>Van der Linden volgt een masteropleiding leraar Nederlands bij Fontys in Sittard (FLOS) en schreef voor zijn studie een column waarin hij uitlegt hoe lerarenopleidingen zelf deels schuld zijn aan het lerarenlek. “Vanuit de opleiding wordt vooral verwacht dat studenten eigen lessen bedenken, continu bezig zijn en rijke teksten zoeken om hun lessen te verrijken. Terwijl de praktijk juist zegt dat je bepaalde methodes toe moet passen omdat je het anders niet redt. Maar die methodes komen binnen de opleiding amper aan bod.”</p><p>De kern van de standpunten van Jeff is duidelijk. Wat studenten op deeltijd lerarenopleidingen volgen, sluit niet aan op de praktijk. “Het eindeloze bedenken en verzinnen van lesmateriaal staat hier centraal, terwijl je daar, wanneer je voor de klas staat, simpelweg geen tijd voor hebt.”</p><p><span><strong><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/b1df6991-797f-48b0-9659-39bb74e37b56/500_jeffvanderlinden.jpg?x=1708606894181" alt="Jeff van der Linden" width="200"></strong></span>Docenten aan de opleidingen schrokken van de kritische column van Van der Linden, die geplaatst werd in <a href="https://www.trouw.nl/opinie/eigen-lesmateriaal-ik-ben-nu-al-opgebrand~b2918989/">Trouw</a>. “Maar onder de studenten zijn dit geen onbekende geluiden. Meerdere opleiders lieten me dan ook na mijn column weten dat zij hier intern over gesproken hebben.”</p><p><strong>Tevreden geluiden</strong><br>Anton van den Brink, directeur van Fontys Lerarenopleiding Sittard (FLOS), laat weten dat binnen het instituut geregeld geëvalueerd wordt op het vlak van onderwijs. Dat gebeurt onder andere ook met alumni. “Zij zijn over het algemeen zeer tevreden.”</p><p>Van den Brink herkent een ander element in het verhaal van deze student een stuk beter. Van der Linden geeft 24 uur les in vier dagen en krijgt slechts één dag gefaciliteerd voor een masteropleiding zoals die bij Fontys, die eigenlijk twee lesdagen per week betreft. Dat vindt de Fontysdirecteur opmerkelijk. “Dit is enorm zwaar, en er zijn meer studenten die daarom of daardoor temporiseren.”</p><p><strong>Methodes</strong><br>Het feit dat een beginnend docent meteen zo intensief ingezet wordt in het onderwijs komt volgens Van den Brink dan ook met gevolgen. “Het is niet voor niets dat de uitval onder startende docenten erg hoog is. Wanneer je hoge werkdruk ervaart is het volgen van een methode inderdaad tijdbesparend. Daar wordt in de voltijdopleiding meer aandacht aan besteed dan in deeltijd", geeft hij toe.</p><p>Jeff snapt overigens ook wel waar de denkwijze van Fontys vandaan komt. De student van nu moet geïnspireerd worden en het basis- en voortgezet onderwijs beter willen maken dan het nu is. “Dat waardeer en probeer ik, maar ik heb al wel een paar keer getwijfeld of dit wel is wat ik wil doen. Puur en alleen omdat de nieuwe aangeleerde methodes me meer tijd kosten dan gezond is. De combinatie van lesgeven, de opleiding en mijn gezinsleven kan ik zo niet lang meer volhouden.”</p><p><strong><img class="image_resized image-style-align-left" style="aspect-ratio:294/auto;width:294px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_antonvandenbrink-3.jpg?x=1708617617585" alt="Anton van den Brink" width="294" height="auto">‘Tijd moet er zijn’</strong><br>Toch zijn niet alle traditionele methodes even geweldig, aldus Van den Brink. “Daarom leiden we graag inspirerende docenten op die creatief zijn met hun lessen en leerlingen weten te motiveren en nieuwsgierig te maken, want dat is waar leren start. Dat vraagt tijd, en die tijd moet er natuurlijk wel zijn.”</p><p>Daarbij leidt Fontys docenten op voor een breed werkveld, bestaande uit, havo-, vwo- en mbo-scholen. Een deel van die scholen volgt veelal methoden, terwijl bij andere scholen juist weer andere eisen aan docenten worden gesteld. “Er is dus geen one-size-fits-all opleiding. Dat betekent dat een student altijd zaken zal missen in de opleiding, of zaken leert die minder relevant lijken. We geven in elk geval elke docent een goede basis mee die is vastgelegd in de bekwaamheidseisen van de wet Beroepen in Onderwijs en een goede basiskennis die landelijk wordt getoetst middels de landelijke kennistoets.”</p><p><strong>Geharmoniseerd onderwijsmodel</strong><br>Van den Brink benadrukt ook dat FLOS en alle andere lerarenopleidingen van Fontys in een transitie zitten. “Onderwijsinhoudelijk gaan we ons verder flexibiliseren door te werken met leeruitkomsten. Van de huidige 385 leerroutes naar het leraarschap in Nederland werken we toe naar een geharmoniseerd onderwijsmodel dat flexibele leerroutes mogelijk maakt voor studenten. Hiermee willen we een brede doelgroep aanspreken, meer recht doen aan elders verworven competenties en de uitval in de opleidingen reduceren. Dat samen draagt bij aan het terugdringen van het lerarentekort.”</p><p>Het werken met leeruitkomsten biedt studenten dan ook de mogelijkheid om meer contextspecifiek te worden opgeleid. De bekwaamheidseisen waaraan voldaan moet worden zijn hierbij voor alle studenten hetzelfde en zijn beschreven in de onderwijseenheden van leeruitkomsten. Hoe en waar deze leeruitkomsten worden verworven en aangetoond biedt volgens de directeur meer ruimte. “Een student die graag met methodes werkt kan de leeruitkomsten op dit type scholen realiseren. Een student die graag zelf creatief wil zijn in het ontwerpen van onderwijs, kiest daarvoor andere passende scholen. Dat neemt niet weg dat we nog steeds breed opleiden en een student daarom wel met verschillende contexten te maken krijgt.”</p><p><strong>'Docentschap is iets moois'</strong><br>Wat Van der Linden betreft: hij heeft na dit collegejaar nog één jaar te gaan voordat hij zijn master binnen heeft. En hoewel het hem zwaar valt, blijft hij doorzetten. “Het docentschap is en blijft iets moois en het tekort moet echt opgelost worden. Hoezeer ik soms ook twijfel, ik heb niet voor niets voor dit vak gekozen.” [<i>Noëlle van den Berg</i>]</p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FLOT,Onderwijs Algemeen,Educatie,Limburg,PRO Onderwijs]]></category>
            <pubDate>Fri, 23 Feb 2024 10:04:42 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 26 Feb 2024 14:28:57 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_basisschoolleraarklaspabo.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_basisschoolleraarklaspabo.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/basisschoolleraarklaspabo.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[basisschool leraar klas pabo]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Minder jongeren kiezen de laatste jaren voor een opleiding tot leraar basisonderwijs.]]></pp:imageDescription></item><item>
                        <title>Fontys-locatie in Veghel sluit de deuren</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/fontys-locatie-in-veghel-sluit-de-deuren/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/fontys-locatie-in-veghel-sluit-de-deuren/</guid><pp:caseid>499500</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>De locatie van Fontys Hogeschool Kind en Educatie wil de deuren in Veghel sluiten. De zomer van 2023 wordt als uitgangspunt genomen, waardoor studenten zich vanaf september 2022 niet meer voor deze locatie kunnen inschrijven.</strong></span></p><p><span>Fontys Hogeschool Kind en Educatie ontvangt al een aantal jaar steeds minder studenten in Veghel. Bovendien is het niet duidelijk hoelang de locatie nog beschikbaar zal blijven na de zomer van 2023. Tel daarbij op dat de vraag naar een studie tot leraar basisonderwijs in de regio volgens de opleiding prima kan worden voldaan vanuit andere Fontys-locaties, en de reden van het besluit lijkt duidelijk.</span></p><p><span>Voor huidige studenten die de opleiding in Veghel volgen wordt gekeken naar alternatieve locaties in Den Bosch, Eindhoven, Tilburg of Venlo. Medewerkers die op de locatie in Veghel werken, behouden hun baan maar zullen wel overgeplaatst worden.</span></p><p><span>Het voorgenomen besluit is inmiddels goedgekeurd door het college van bestuur van Fontys. De centrale medezeggenschapsraad moet zich er nog wel over buigen. [</span><i><span>Karen Luiken</span></i><span>]&nbsp;</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,FHKE,Educatie,PRO Educatie]]></category>
            <pubDate>Mon, 21 Mar 2022 11:26:33 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Mon, 21 Mar 2022 14:07:49 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_00-fo-060032.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_00-fo-060032.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/00-fo-060032.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Fontys Hogeschool Kind en Educatie in Veghel]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Pulsed valt vet in de prijzen</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/pulsed-valt-vet-in-de-prijzen/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/pulsed-valt-vet-in-de-prijzen/</guid><pp:caseid>499088</pp:caseid><pp:summary><![CDATA[<p><span>De onderzoekswerkplaats POINT, een initiatief van Fontys-lector Anouke Bakx, heeft de tweejaarlijkse </span><a href="https://www.nationaleonderwijsweek.nl/artikel/de-winnaars-in-de-provincie-noord-brabant-bekend-" target="_blank"><span>Onderwijsprijs</span></a><span> van de provincie Noord-Brabant gewonnen. </span><span style="margin:0px;padding:0px;">Gedeputeerde&nbsp;Martijn van Gruijthuijsen reikte die maandagavond</span><span>&nbsp;</span><span style="margin:0px;padding:0px;"> uit in het provinciehuis in ‘s-Hertogenbosch. &nbsp;</span><br><br><span style="margin:0px;padding:0px;">Eerder won POINT ook al een Europese prijs. &nbsp;</span><span style="text-align:left;">POINT staat voor ‘Passend Onderwijs voor Ieder Nieuw Talent’ en houdt zich vooral bezig met onderwijsonderzoek over (hoog)begaafdheid en talentontwikkeling. Lees er meer over in het artikel:</span><a href="https://bron.fontys.nl/europese-prijs-voor-onderwijs-initiatief-fontys/" target="_blank"><span style="text-align:left;"> </span>Europese prijs voor onderwijs-initiatief Fontys.</a></p><p>&nbsp;</p>]]></pp:summary><description><![CDATA[<p><strong>Een half miljoen euro. Dat is de prijs die het Pulsed-team van Fontys in de wacht heeft gesleept. En deze ‘Nederlandse Hogeronderwijspremie’ voor onderwijsvernieuwers kan zelfs nog hoger uitvallen. &nbsp;</strong></p>]]></description><content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een half miljoen euro. Dat is de prijs die het Pulsed-team van Fontys in de wacht heeft gesleept. En deze ‘Nederlandse Hogeronderwijspremie’ voor onderwijsvernieuwers kan zelfs nog hoger uitvallen. &nbsp;</strong></p><p><span>Zes onderwijsteams (drie uit het hbo en drie uit het wo) krijgen van het ministerie van OCW premies die kunnen oplopen tot 1,2 miljoen euro. De prijzen voor vernieuwend onderwijs worden op 12 mei door minister Robbert Dijkgraaf uitgereikt.&nbsp;</span></p><p><span>Er is een bedrag van 5 miljoen euro te verdelen: de genomineerde teams ontvangen elk 500.000 euro. Op 31 maart wordt een finale gehouden waarin elk team zijn verhaal kan pitchen. De winnaar krijgt dan nog eens 700.000 euro extra en de nummer twee 300.000 euro extra.&nbsp;</span></p><p><span>Het ‘prijzengeld’ mogen de teams gebruiken om een “bijzondere bijdrage te leveren aan de vernieuwing en/of verbetering van het hoger onderwijs”.</span></p><p><span><strong>Zenuwachtig</strong></span><br><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:224px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/800_jochemgoedhals.jpeg?x=1647450276920" alt="Jochem Goedhals aan het werk voor Pulsed">Jochem Goedhals is de grote man achter Pulsed. Hij is al zeven jaar bezig met onderwijsvernieuwing bij Fontys: eerst met FED ofwel Fontys Educational Designers, maar de afgelopen jaren met Pulsed. Hij is heel blij met de prijs. “Ik was voor het eerst in jaren strontzenuwachtig toen ik mijn pitch moest houden.”</span></p><p><span>Pulsed greep al een aantal keren net naast de prijzen. Niet dit keer. De onderwijsherontwerpers kunnen opgelucht adem halen. “Het betekent voor ons team dat we de komende twee jaar weten dat we de kosten van Pulsed eruit hebben. Nog mooier zou het zijn als we eerste of tweede worden, en de kans daarop acht ik reëel. ”</span></p><p><span><strong>Dienstverlening</strong></span><br><span>Pulsed krijgt van Fontys geld voor hun minor, maar is voor uitbreiding en vernieuwing van de activiteiten aangewezen op zakelijke dienstverlening buiten Fontys. Met die opdrachten moet elk jaar een half miljoen worden verdiend, precies het bedrag dat nu is gewonnen.&nbsp;</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:522px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_pulsed3.jpg?x=1647450363546" alt="Studenten bij Pulsed">Goedhals: “Onze klanten zijn onder meer Tranzo, Amber, Duas, Hogeschool Zuyd en TZorg. Nu bestaat soms de helft van mijn werkweek uit die betaalde klussen. Worden we eerste of tweede dan krijgen we wat meer rust in de tent.&nbsp;Met deze prijs kunnen we in elk geval verder gaan innoveren en investeren in research. We willen namelijk ook een master en een associate degree opzetten. ”</span></p><p>&nbsp;</p><p><span>Los van het geld hoop Goedhals dat hiermee Pulsed ook een bredere bekendheid en erkenning krijgt. “En dat het al lang niet meer alleen die Goedhals is die altijd maar met die onderwijsvernieuwing bezig is. Pulsed is een heel team van Fontys-mensen en we zijn ook veel meer dan waar FED destijds voor stond. Ik hoop dat dit nu in de organisatie wat duidelijker wordt."</span></p><p><span>"En natuurlijk moeten we dat ook in de tweede ronde aan de jury duidelijk maken. Maar dat doen we niet zelf: daarvoor nemen we studenten en partners mee, hun verhaal maakt het veel sterker.”</span></p><p><span><strong>Waardering</strong></span><br><span>De Nederlandse </span><span style="padding:0cm;">Hogeronderwijspremie</span><span>s werden vorig jaar voor </span><a href="https://www.utoday.nl/news/69565/eerste-hogeronderwijspremies-voor-hogescholen-en-universiteiten"><span>het eerst</span></a><span> uitgereikt en zijn bedoeld als blijk van waardering voor docenten. “Innovatie en samenwerking zijn in het onderwijs net zo belangrijk als in het onderzoek. Dat wil ik met deze premie dan ook waarderen en stimuleren”, zegt de minister.</span></p><p><span>In eerste instantie was het plan om slechts twee prijzen van 2,5 miljoen euro toe te kennen, maar dat is na </span><a href="https://www.dub.uu.nl/nl/nieuws/%E2%80%98nieuwe-onderwijspremies-houden-supersterrenmodel-stand%E2%80%99"><span>kritiek</span></a><span> van onder meer De Jonge Akademie herzien. Nu kunnen meer mensen aanspraak maken op een kleiner bedrag. Zo’n bedrag zou ook bruikbaar zijn, vooral voor kleinere instellingen, </span><a href="https://punt.avans.nl/2021/01/nominaties-voor-nederlandse-hogeronderwijspremies-bekend/"><span>luidde</span></a><span> de toelichting. [</span><i><span>Jan Ligthart, HOP</span></i><span>]&nbsp;</span><br>&nbsp;</p>]]></content:encoded><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs Algemeen,Educatie,Onderzoek Educatie,PRO Educatie]]></category>
            <pubDate>Wed, 16 Mar 2022 18:17:33 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 18 Mar 2022 09:12:03 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_pulsed2.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_pulsed2.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/pulsed2.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[Een deel van het Pulsed-team]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Jeugdhulpverlener in de klas helpt leerkracht én leerling</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/jeugdhulpverlener-in-de-klas-helpt-leerkracht-en-leerling/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/jeugdhulpverlener-in-de-klas-helpt-leerkracht-en-leerling/</guid><pp:caseid>497325</pp:caseid><description><![CDATA[<p><span><strong>Het in de klassensituatie direct delen van expertise tussen jeugdhulpverlener en leerkracht versterkt het welbevinden van leerlingen. Zo blijkt uit onderzoek onder leiding van Mariette Haasen van het Fontys-Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.</strong></span></p><p><span>Jeugdhulpverlener en leerkracht overleggen doorgaans buiten de klas over sociaal-emotionele problemen van kinderen. “Wij brachten hen juist daar samen”, vertelt projectleider Haasen van OSO. “Groepsgerichte, preventieve basisondersteuning maakt het mogelijk kwetsbare leerlingen in hun eigen klas op te vangen, in plaats van hen door te verwijzen naar de jeugdhulpverlening.”</span></p><p><span><strong>Problemen snel tackelen</strong></span><br><span>Zowel in het speciaal als het regulier onderwijs (en in de geledingen po, vo en mbo) stak het onderzoeksteam haar licht op. Naast Fontys werden de onderzoekers ondersteund door de Radboud Universiteit, het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). De laatste, zo </span><a href="https://bron.fontys.nl/elf-procent-kinderen-in-de-jeugdzorg-is-echt-te-veel/" target="_blank"><span>meldde Bron</span></a><span> destijds al, stelde subsidie beschikbaar voor het onderzoek.</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-right" style="width:200px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_mariettehaasen.png?x=1646838715054" alt="Mariette Haasen">Concreet is er in de klas samengewerkt in themalessen over bijvoorbeeld hechting en onderling respect. “Een aanwezige jeugdhulpverlener herkent de patronen achter boosheid of andere emoties van een kind”, legt Haasen uit. “De leerkracht kan met die informatie gelijk aan de slag.”&nbsp;</span><br><span>Zo verbetert, met name in het basis- en het speciaal onderwijs, de interactie van leerlingen met leerkracht en klasgenoten, en gaat ook hun taakmotivatie omhoog.</span></p><p><span><strong>Pedagogische competenties versterkt</strong></span><br><span>Naast de klassensituatie is er aangehaakt bij bestaande projecten van gemeenten. “Bijvoorbeeld het Jongeren Service Punt (JSP) voor vo en mbo in Venray. Hun medewerkers gingen de klas in en werden zichtbaar. Dat maakte het voor leerlingen gemakkelijker om bij hen aan te kloppen voor hulp.”</span></p><p><span>Overigens hebben ook leerkrachten baat bij de nauwe samenwerking met jeugdhulpverleners. “Doordat ze samen op de lessen reflecteren, voelen leerkrachten zich minder ‘handelingsverlegen’. Hun pedagogische competenties nemen toe. Zij ervaren dat ze ook zelf zaken vlot kunnen trekken.”&nbsp;</span></p><p><span>En als ze er toch een jeugdhulpverlener bij willen halen, is dat een stuk laagdrempeliger geworden: “Ze melden een leerling niet aan bij een officieel loket, maar sturen een appje naar iemand die ze toch al kennen.”</span></p><p><span><strong>Corona vormt bevestiging</strong></span><br><span>De context van de klassensituatie heeft als voordeel dat er aandacht is voor meerdere kinderen tegelijk. “Het gebruikelijke zorgmodel is: één leerling en meerdere specialisten daaromheen.” De onderzoekers hanteerden een Amerikaans model, dat feitelijk omgekeerd werkt. “In dit geval benaderen leraren en jeugdhulpverleners een grote groep leerlingen. Met als doel vooral het verstevigen van de basis en probleempreventie.”</span></p><p><span><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:500px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_haasenenleenders.jpg?x=1646838784566" alt="Mariette Haasen en Hélène Leenders, die als associate lector bij Fontys Pedagogiek eveneens bij het onderzoek was betrokken. Archieffoto Bron">Voor Haasen was de coronacrisis juist een bevestiging dat deze aanpak werkt. “Er zijn in ons land veel metingen gedaan naar de effecten van corona bij leerlingen. Over de hele samenleving genomen, daalt dan het welbevinden. Maar de ruim 1000 kinderen in ons onderzoek blijken beter om te gaan met die gevolgen. In sommige groepen leerlingen is er zelfs een stijging van het welbevinden voor én na corona.”</span></p><p><span><strong>Pril</strong></span><br><span>Door het grote aantal verwijzingen is de druk op de jeugdzorg enorm. Of de nauwe samenwerking in de klassensituatie daadwerkelijk leidt tot minder intakes weet Haasen nog niet. “Maar ik kan me voorstellen dat dit zo is. Beide genoemde aspecten – meer welbevinden bij de leerling en meer competentiegevoelens bij de docent – kunnen het aantal verwijzingen voor de jeugdhulpverlening gunstig beïnvloeden.”</span></p><p><span>Echter, voorzichtigheid blijft geboden. “Het is de allereerste keer dat deze vorm van samenwerking wordt onderzocht. De gevonden effecten zijn positief, maar het is te vroeg om daaraan verregaande conclusies te verbinden.”</span></p><p><span><strong>Module ‘samenwerken’</strong></span><br><span>Het onderzoek laat ook zien hoe essentieel de competentie ‘samenwerken’ is. Dat is volgens Haasen iets waarop de Fontys-Instituten kunnen voortborduren, bijvoorbeeld in de vorm van een vaste module in het curriculum.&nbsp;</span></p><p><span>“Gaandeweg het project groeide het vertrouwen in het ‘interprofessioneel handelen’ en het geloof in een gemeenschappelijk doel. De betrokken professionals leren dit nu al doende… maar tijdens hun opleiding blijkt er amper aandacht voor. Daarvoor mag best meer ruimte komen.” [</span><i><span>Frank van den Nieuwenhuijzen</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs Onderzoek,Onderwijs Algemeen,Pabo,FHKE,Educatie]]></category>
            <pubDate>Thu, 10 Mar 2022 09:05:00 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Fri, 11 Mar 2022 09:58:56 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_kinderenindeklas.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_kinderenindeklas.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/kinderenindeklas.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[kinderen in de klas]]></pp:imageTitle></item><item>
                        <title>Kamer worstelt met lagere drempel voor pabo</title>
                        <link>https://bron.fontys.nl/kamer-worstelt-met-lagere-drempel-voor-pabo/</link>
                        <guid>https://bron.fontys.nl/kamer-worstelt-met-lagere-drempel-voor-pabo/</guid><pp:caseid>497252</pp:caseid><description><![CDATA[<p><strong>Het is een goed idee om de toegang tot de pabo makkelijker te maken, vinden de meeste partijen in de Tweede Kamer. Toch zien ze nog wat beren op de weg, nu het kabinet een experiment heeft aangekondigd.</strong></p><p>Straks hoeven scholieren geen toelatingstoetsen meer te halen voordat ze naar de pabo mogen. Als ze een kennisachterstand hebben, mogen ze die in het eerste jaar van hun opleiding inhalen.</p><p>Met dat ‘<a href="https://bron.fontys.nl/experiment-geen-strenge-toelatingstoets-meer-voor-pabo/">experiment</a>’ wil het kabinet de drempel voor de pabo verlagen, in de hoop dat er weer meer jongeren voor deze opleidingen tot leraar in het basisonderwijs kiezen. Er is tenslotte een lerarentekort.</p><p>Bij Fontys Hogeschool Kind en Educatie (FHKE) werd vorige maand al enthousiast gereageerd op het experiment. Vooral ook omdat hierdoor de pabo's veel toegankelijker worden voor mbo'ers, zo <a href="https://bron.fontys.nl/pabos-willen-af-van-toetsen-aan-de-poort/" target="_blank">vertelde</a> FHKE-opleidingsmanager Marieke Peeters aan Bron. Die groep studenten kan dan gemakkelijker doorstromen naar het hbo.</p><p><strong>Niveau</strong><br>De Tweede Kamer vindt het een goed streven, maar heeft wel wat vragen, blijkt uit een zogeheten schriftelijk overleg waarin de fracties (zowel coalitie- als oppositiepartijen) allerlei vragen aan de minister van Onderwijs stellen.</p><p>Gaat het niveau van de opleidingen niet omlaag, willen ze bijvoorbeeld weten. Sinds 2015 moeten aspirant-studenten van de pabo immers toelatingstoetsen maken als ze niet het vereiste vakkenpakket hebben. Dat was om het niveau te verhogen. Als je dat weer ongedaan maakt, verlaag je dan het niveau weer?&nbsp;</p><p><img class="image_resized image-style-align-left" style="width:500px;" src="https://content.presspage.com/uploads/1980/1920_unterricht.jpg?x=1646816794182" alt="">De minister denkt van niet; de nieuwe studenten moeten immers alsnog aan de eisen voldoen, alleen dan een jaar later. Maar de politieke partijen zijn daar nog niet helemaal van overtuigd. Hoe weet hij dat eigenlijk? En de hogescholen zijn misschien blij, maar waarom hebben bijvoorbeeld de basisscholen kritiek op het plan?</p><p><strong>Werkdruk</strong><br>Sommige partijen maken zich ook zorgen over de werkdruk aan de pabo. Er komen meer studenten met kennisachterstanden en die moeten extra lessen en toetsen krijgen. De Kamer wil weten wie dat gaat doen en of daar genoeg geld voor is.</p><p>De werkdruk van de studenten zelf gaat ook omhoog. Die kunnen minder tijd besteden aan hun andere vakken, of ze moeten harder werken. Krijgen studiekiezers daar goede voorlichting over, en zo ja: hoe ziet die er dan uit?</p><p>D66 wil ook weten of er een onderscheid komt in de begeleiding van studenten uit het mbo en studenten van de havo. Met name mbo’ers komen immers minder vaak naar de pabo toe en daar moet het experiment verandering in brengen.</p><p><strong>Extra jaar</strong><br>De SP overweegt dat sommige studenten misschien een heel jaar extra nodig hebben en vraagt “hoe de minister aankijkt tegen een soort overbruggingsjaar indien aspirant-studenten de toelatingstoetsen niet meteen halen”. Ze kunnen dan alvast wat kennis opdoen over het vak zonder dat ze daadwerkelijk aan de opleiding zijn begonnen.</p><p><span>Maar de inzet lijkt iedereen wel te steunen. Alleen de SGP klinkt sceptisch. Het huidige systeem met hogere toelatingseisen is er nog niet zo lang en het kwam er niet voor niets: het pabo-programma was overladen en het niveau moest omhoog. Gelden die redenen allemaal niet meer?</span></p><p><span>Minister Dijkgraaf van Onderwijs zal de vragen van de Tweede Kamer binnen enkele weken beantwoorden. [</span><i><span>HOP, Jan Ligthart</span></i><span>]</span></p>]]></description><category><![CDATA[Nieuws,Onderwijs,PRO Onderwijs,Educatie,FHKE,Pabo]]></category>
            <pubDate>Wed, 09 Mar 2022 11:08:44 +0100</pubDate>
            <pp:lastModified>Wed, 09 Mar 2022 13:04:55 +0000</pp:lastModified>
            <enclosure url="https://content.presspage.com/uploads/1980/500_basisschoolleraarklaspabo.jpg?10000" length="0" type="image/jpg" />
                <pp:image>https://content.presspage.com/uploads/1980/500_basisschoolleraarklaspabo.jpg?10000</pp:image>
                <pp:imageOriginal>https://content.presspage.com/uploads/1980/basisschoolleraarklaspabo.jpg?10000</pp:imageOriginal><pp:imageTitle><![CDATA[basisschool leraar klas pabo]]></pp:imageTitle><pp:imageDescription><![CDATA[Minder jongeren kiezen de laatste jaren voor een opleiding tot leraar basisonderwijs.]]></pp:imageDescription></item></channel>
                    </rss>